Terug
Gepubliceerd op 30/07/2021

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 22/06/2021 - 13:30 raadzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2021_CBS_00700 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2021_CBS_00700 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2021_CBS_00700 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 15 juni 2021 goedgekeurd.

2.

2021_CBS_00701 - Uitbreiding eBesluit - Publiceren als Open Data (LBLOD) en meldingsplicht - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2021_CBS_00701 - Uitbreiding eBesluit - Publiceren als Open Data (LBLOD) en meldingsplicht - Goedkeuring

2021_CBS_00701 - Uitbreiding eBesluit - Publiceren als Open Data (LBLOD) en meldingsplicht - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De offerte van Green Valley Belgium dd. 25 mei 2021.

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen dd. 23 maart 2021 heeft de overeenkomst met Green Valley Belgium nv voor het Nuhmeris raamcontract Notula, goedgekeurd.

Het decreet Lokaal Bestuur legt niet enkel een publicatieplicht of bekendmakingsplicht op de webtoepassing van de gemeente vast.  Het decreet stelt ook dat lokale besturen vanaf 30 juni 2021 open standaarden dienen te gebruiken om de vindbaarheid van de gepubliceerde documenten en het hergebruik van de informatie te verhogen.  

Momenteel publiceert de gemeente al informatie vanuit Notula naar de raadpleegomgeving.  Door deze omgeving uit te breiden met de module "Publiceren als open data (LBLOD)", wordt er onmiddellijk gepubliceerd in het wettelijk juist formaat.  Bovendien kan met de module "Meldingsplicht" automatisch melding worden gemaakt in het digital loket van de toezichthoudende overheid van de publicatie van de stukken.

De prijs voor deze uitbreidingen bedraagt:
- module "Publiceren als Open Data (LBLOD)" => jaarlijkse € 1.085,00 excl. btw
- module "Meldingsplicht" => eenmalig € 890,00 excl. btw.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de offerte dd. 25 mei 2021 van Green Valley Belgium nv te Genk voor de uitbreiding van Notula (eBesluit), als volgt te aanvaarden:
- module "Publiceren als Open Data (LBLOD)" => jaarlijkse kostprijs van € 1.085,00 excl. btw
- module "Meldingsplicht" => eenmalige kostprijs van € 890,00 excl. btw.

3.

2021_CBS_00702 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2021_CBS_00702 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2021_CBS_00702 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 17.481,32.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijkomende bestelbon voor 42 stuks mastvlaggen op maat goed voor een bedrag van € 2.417,47 (BTW inclusief).

4.

2021_CBS_00703 - Turnkring Olympia Zonhoven - Gebouw sportvelden Basvelden - Recht van opstal - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2021_CBS_00703 - Turnkring Olympia Zonhoven - Gebouw sportvelden Basvelden - Recht van opstal - Principiële Goedkeuring

2021_CBS_00703 - Turnkring Olympia Zonhoven - Gebouw sportvelden Basvelden - Recht van opstal - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Voor de bouw van de nieuwe turnhal van Turnkring Olympia Zonhoven op de sportvelden Basvelden, is het aangewezen om een recht van opstal te verlenen aan de vzw. 

De grenzen van het recht van opstal dienen minimum overeen te komen met de plek waarop de turnhal zal worden gebouwd. Gelet op het feit dat de plannen nog niet finaal zijn, is dit op dit moment nog niet met zekerheid te bepalen. Desalniettemin wordt aangeraden alvast een principieel besluit te nemen omtrent het verlenen van het recht van opstal aan de vzw Turnkring Olympia Zonhoven om op die manier de vzw de nodige waarborgen te verlenen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met het verlenen van een recht van opstal aan Turnkring Olympia Zonhoven voor de grond, gelegen op de sportvelden Basvelden, waarop de turnhal zal worden opgericht.

5.

2021_CBS_00704 - Organisatie Sportkompas voor Zonhovense scholen - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2021_CBS_00704 - Organisatie Sportkompas voor Zonhovense scholen - Goedkeuring

2021_CBS_00704 - Organisatie Sportkompas voor Zonhovense scholen - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De sportdienst wil vanaf schooljaar 2021-2022 alle leerlingen van het 3de leerjaar van de Zonhovense scholen Sportkompas aanbieden. 

Dit is een sportoriëntatietool waar de kinderen via 14 leuke fysieke testjes en een digitale peiling naar hun interesses, zelf ontdekken wat ze graag doen en waar ze aanleg voor hebben. Sportkompas is bestemd voor leerlingen van de 2de graad basisonderwijs. Rond die leeftijd (8 - 10 jaar) zijn kinderen immers voldoende lichamelijk ontwikkeld om de wetenschappelijk onderbouwde testen te doorlopen. Ons voorstel is om dit ieder jaar te beperken tot de leerlingen van het 3de leerjaar.

De aanvraag van Sportkompas gebeurt via Sport Vlaanderen. Zij voorzien een testteam dat de testen komt afnemen en brengen het nodige testmateriaal mee. Een testafname voor ongeveer 20-25 leerlingen duurt 1u15. De testen kunnen op verschillende locaties afgenomen worden (bv in de sporthal van de school waardoor de scholen geen verplaatsing moeten doen).

De prijs voor een volledig gecoördineerde testafname (inclusief gebruik van het digitale platform) is 10 euro per kind. Voor dit schooljaar (2020-2021) zitten er 226 leerlingen in het 3de leerjaar. Dus prijs voor deze organisatie is ongeveer 2200 euro/jaar. 

Indien er wordt ingestapt in de organisatie van Sportkompas vóór 30 november 2021 krijgen we 20% korting voor 1 schooljaar. Per bijkomend jaar waarvoor een engagement wordt aangegaan voor 30 november 2021 krijgen we nog eens 10% extra korting voor het schooljaar 2021-2022. (dit tot max schooljaar 2024-2025)

Concreet wil dit zeggen:

  • Schooljaar 2021-22 (voor 30 nov 21): -20%
  • + 1 extra schooljaar: -30% in 2021-22
  • + 2 extra jaren: -40% in 2021-22
  • + 3 extra jaren: -50% in 2021-22

Het engagement dat je voor de volgende jaren aangaat, is bindend. 

Vanaf schooljaar 2022-23 wordt er terug 10 euro/kind betaald.

Naast de fysieke testen krijgt iedere school ook toegang tot het digitale platform. Via dit platform kan men de kinderen ook toegang geven tot de webtoepassing I like. Hier wordt er gekeken naar de intrinsieke beweegmotivatie bij de leerlingen. In dit platform worden ook de resultaten van de fysieke testen geregistreerd per leerling, en wordt er een sportkompas rapport aangemaakt. Dit rapport geeft een overzicht van de meest geschikte sporten voor ieder kind apart. 

Dit initiatief hoort bij volgende actie vanuit het meerjarenplan:

MJP000503: Er wordt een aanvullend sportaanbod op de lessen lichamelijke opvoeding op school ontwikkeld en georganiseerd - tijdens de schooluren: 23 000 euro voorzien

De dienst stelt voor om voor de komende 4 schooljaren in te tekenen (t/m schooljaar 2024-2025). Zo genieten we het eerste jaar van de maximale korting (50%). De daarop volgende 3 jaren wordt er terug 10 euro per kind aangerekend. Op deze manier komen de kinderen van geboortejaar 2013 t/m 2016 de komende 4 jaar aan bod voor hun sportoriëntatie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet in op het advies van de dienst om het sportkompas voor de komende 4 jaren vast te leggen, maar geeft goedkeuring voor de organisatie tijdens het schooljaar 2021-2022. Nadien zal dit geëvalueerd worden, en kan er nog steeds voor één of meerdere jaren opnieuw ingeschreven worden. 

6.

2021_CBS_00705 - Vraag van de Chiro: 2Beer fuif in een tent aan de lokalen van de chiro - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2021_CBS_00705 - Vraag van de Chiro: 2Beer fuif in een tent aan de lokalen van de chiro - Weigering

2021_CBS_00705 - Vraag van de Chiro: 2Beer fuif in een tent aan de lokalen van de chiro - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Chiro Centrum Zonhoven heeft de vraag gesteld om hun fuif 2Beer op 4 september te mogen organiseren in een tent (of tenten) op de terreinen aan de chirolokalen op de Dijkbeemdenweg. Naar eigen zeggen willen ze dit doen omdat de enerzijds meer volk verwachten en anderzijds om de drank in eigen beheer te houden om zo meer opbrengst te genereren. Vorige edities zijn altijd in de Kwint doorgegaan en moesten ze de drank via café De Quint bestellen.

Vermits de terreinen van de Chiro zich in een 'drukke woonzone' bevinden lijkt het ons geen goed idee om er een jeugdfuif te organiseren omdat dit veel geluidsoverlast zal veroorzaken. We willen ook geen precedent scheppen dat achteraf nog jeugdfuiven in tenten zullen plaatsvinden. We hebben in de gemeente voldoende feestzalen waar de fuiven kunnen georganiseerd worden met beperkt geluidsoverlast.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist geen toestemming te geven om de fuif 2Beer te organiseren in een tent op de terreinen van de chiro aan de Dijkbeemdenweg maar verwijst in deze naar de feestzalen die beschikbaar zijn in onze gemeente.

7.

2021_CBS_00706 - Aankoop Plan3D - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2021_CBS_00706 - Aankoop Plan3D - Goedkeuring

2021_CBS_00706 - Aankoop Plan3D - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De dienst Planning & Vergunningen krijgt jaarlijks heel wat vragen en aanvragen voor omgevingsvergunningen te verwerken. Om juiste interpretaties, adviezen en beslissingen uit te brengen worden momenteel standaard luchtfoto’s gebruikt die vaak van onvoldoende kwaliteit zijn om een correcte inschatting te maken. De firma Vansteelandt biedt als enige leverancier hoogkwalitatieve luchtfoto’s en puntenwolken aan van ons grondgebied in de toepassing Plan3D. De beelden worden ca. tweejaarlijks vernieuwd. Daarnaast bewaart Vansteelandt de foto’s zodat er een historiek opgebouwd kan worden en krijgt de gemeente de beelden fysiek in haar bezit zodat er blijvend gebruik van gemaakt kan worden, ook nadat de overeenkomst is afgelopen. 

Motivatie:

·         Hoge resolutie luchtbeelden: de resolutie van de beelden is duidelijk beter vergeleken met de standaard luchtfoto’s waarover we beschikken en op basis waarvan wij interpretaties maken (50x meer gedetailleerd). Luchtbeelden met meer detail bieden het voordeel dat we meer kunnen zien en ook beter een onderscheid kunnen maken tussen bijvoorbeeld verharding en vegetatie op terrein. 

·         Schuine perspectief: het schuine perspectief levert bijkomende informatie op, waardoor bepaalde vraagstellingen makkelijker (en sneller) kunnen worden beantwoord. Omdat we vanuit 4 invalshoeken in de tuinen van mensen kunnen gaan neuzen, zien we uiteraard meer en zien we ook zaken die anders vanaf het openbaar domein niet zichtbaar zouden zijn. 

·         Historiek beelden: op termijn zullen we kunnen beschikken over een historiek van luchtbeelden, waardoor bepaalde evoluties in de tijd makkelijk kunnen worden opgevolgd. Er zal ook teruggekeken kunnen worden naar een bepaalde toestand uit het verleden. I.k.v. handhaving is dit zeker interessant. Zoals gezegd laat dit voordeel zich niet onmiddellijk voelen, maar na verloop van tijd zal het er wel zijn. 

·         Puntenwolk: het koppelen van de luchtbeelden aan de puntenwolk (3D) laat toe om te meten, niet enkel horizontaal, maar ook verticaal (in de hoogte). We kunnen met andere woorden objecten op terrein gaan opmeten. 

·         Efficiëntiewinst: Het recent en duidelijk zicht op de huidige situatie van percelen en gronden brengt heel wat efficiëntiewinst met zich mee doordat burgervragen sneller en correcter beantwoord kunnen worden. 

Aanvullend kunnen de beelden ook gebruikt worden door de dienst Patrimonium en andere diensten (bv. Groendienst) om betere inschattingen te kunnen maken zonder ter plaatse te moeten gaan. 

Gezien het potentieel voor meerdere diensten, adviseert de dienst Informatiemanagement om 3 licenties aan te kopen.

Kostprijs: € 1.457,00 per jaar excl. BTW + € 120,00 per licentie per jaar. Voor 24 maanden betekent dit € 3.634,00 excl. BTW.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit de overeenkomst met bijlages, zoals toegevoegd in bijlage bij dit besluit, met Vansteenlandt bv goed te keuren voor de waarde van 3.634,00€ voor de periode van twee jaar.

8.

2021_CBS_00707 - Aanpassing recht van opstal kerkfabriek Sint-Eligius - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2021_CBS_00707 - Aanpassing recht van opstal kerkfabriek Sint-Eligius - Principiële Goedkeuring

2021_CBS_00707 - Aanpassing recht van opstal kerkfabriek Sint-Eligius - Principiële Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Recht van opstal 3 april 2014;

Inplantingsplan aanvraag omgevingsvergunning 't Alvermanneke.

Feiten context en argumentatie

In 2014 ging het gemeentebestuur een overeenkomst aan met de kerkfabriek Sint-Eligius voor het bekomen van een recht van opstal in de directe omgeving rond de kerk Ter donk (perceel afd. 3, sectie F, nr. 544G). De grenzen van dat recht van opstal werden gelijkgesteld met de buitenmuren van de kerk.

Vzw 't Alvermanneke heeft onlangs diens aanvraag tot omgevingsvergunning ingediend, waarbij de huidige contouren van de kerk op bepaalde plekken worden uitgebreid. Dit betekent dus dat de plannen van 't Alvermanneke zich bevinden op de gronden dewelke in opstal toebehoren bij de gemeente Zonhoven, wat niet mogelijk is.

Om bovenstaande op te lossen, wordt voorgesteld om de grenzen van het recht van opstal te wijzigen en te verplaatsen naar de buitengrenzen van het gebied waarop vzw 't Alvermanneke zal bouwen. Zodra de omgevingsvergunning verleend is en de exacte grenzen dus bekend zijn, kan er een landmeter aangesteld worden om een plan op te maken waarbij de omgevingsvergunning als basis zal dienen voor de opmetingsplannen voor het aangepaste recht van opstal.

Er wordt voorgesteld om het principieel akkoord aan kerkfabriek Sint-Eligius te vragen omtrent de wijziging van het recht van opstal zoals hierboven uiteengezet.

Er wordt eveneens voorgesteld om een landmeter-expert aan te stellen om het perceel op te meten en een prekadastratie aan te vragen voor het aangepaste recht van opstal.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel om de overeenkomst betreffende het recht van opstal aan te passen zodat de grenzen ervan aangepast worden naar de toekomstige situatie, waarbij de oppervlakten dewelke in gebruik genomen zullen worden door vzw 't Alvermanneke zullen worden uitgesloten van het recht van opstal.

Artikel 2

Kerkfabriek Sint-Eligius zal gevraagd worden een akkoordverklaring met de bepalingen uiteengezet in art. 1 te ondertekenen.

Artikel 3

Landmeter-expert Raoul Creemers wordt, na het afleveren van de omgevingsvergunning aan vzw 't Alvermanneke, aangesteld om het opmetingsplan op te maken en een prekadastratie aan te vragen met het oog op de aanpassing van het recht van opstal.

9.

2021_CBS_00709 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00179MM - Beverzakbroekweg 87, 89 en 91 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2021_CBS_00709 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00179MM - Beverzakbroekweg 87, 89 en 91 - Kennisneming

2021_CBS_00709 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00179MM - Beverzakbroekweg 87, 89 en 91 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van 3 hemelwaterputten, behorende bij woningen Beverzakbroekweg 87, 89, 91, kadastrale locaties 3de afd, sectie F, nrs. 710B; 709C; 709R. 

Voor de plaatsing van 3 hemelwaterputten moet een grondwatertafelverlaging van 2,5 meter bekomen worden. Er zullen 10 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.  

De woningen zullen gelijktijdig hemelwaterputten laten plaatsen en voorzien daarom gelijktijdig droogzuiging aan de voorzijden van de 3 woningen. 

Het gevraagde debiet bedraagt 150 m³/dag, gedurende 7 dagen. Dit komt neer op een totaaldebiet van 1050 m³.  

Het lozingspunt is ofwel de gracht, gelegen naast Beverzakbroekweg 91 die afvloeit naar de Slangbeek, ofwel infiltratie in de tuin van de Beverzakbroekweg 91.  

De voorliggende straat is voorzien van gescheiden riolering, doch heeft infiltratie ter plaatse de voorkeur. 

De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Beverzakbroekweg 87, 89, 91, voor de plaatsing van 3 hemelwaterputten, voor een totaaldebiet van 1050 m³, mits volgende voorwaarden: 

  • Het grondwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd, zoals voorgesteld. Ofwel in de open gracht ofwel in de tuin van Beverzakbroekweg 91. Bijkomende infiltratiezones op gronden behorende bij de 3 woningen mogen steeds toegepast worden. 
  •  Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  •  De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 16/06/2021 akte genomen van de melding ingediend door Van den Born Jules wonende te Beverzakbroekweg 87 te 3520 Zonhoven voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde de plaatsing van een tijdelijke droogzuiging voor de plaatsing van 3 hemelwaterputten, behorende bij woningen voor een totaaldebiet van 1050 m³, gelegen Beverzakbroekweg 87, 89 en 91 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 3, sectie F, nummers 710B, 709C en 709R, met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Het grondwater wordt ter plaatse geïnfiltreerd, zoals voorgesteld. Ofwel in de open gracht ofwel in de tuin van Beverzakbroekweg 91. Bijkomende infiltratiezones op gronden behorende bij de 3 woningen mogen steeds toegepast worden. 
  •  Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  •  De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  •  De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

10.

2021_CBS_00710 - SA - Uitspraak Raad voor Vergunningsbetwistingen - Oudestraat 13B en 13C - dossiernummer 2019/00203 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2021_CBS_00710 - SA - Uitspraak Raad voor Vergunningsbetwistingen - Oudestraat 13B en 13C - dossiernummer 2019/00203 - Kennisneming

2021_CBS_00710 - SA - Uitspraak Raad voor Vergunningsbetwistingen - Oudestraat 13B en 13C - dossiernummer 2019/00203 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de Raad voor vergunningsbetwistingen betreffende arrest van 27 mei 2021 waarbij uitspraak wordt gedaan in de vordering tot vernietiging.

A. Eerste middel
Standpunt van de partijen
De verzoekende partij voert de schending aan van:
- artikel 4.3.1 VCRO;
- artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna: Motiveringswet) en
- het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Beoordeling door de Raad:
Het middel wordt verworpen.

B. Tweede middel
Standpunt van de partijen
De verzoekende partij voert de schending aan van:
- artikelen 4.7.22 en 4.7.23 VCRO;
- artikelen 2 en 3 van de Motiveringswet en
- het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Beoordeling door de Raad:
Het middel wordt verworpen.

C. Derde middel
Standpunt van de partijen
De verzoekende partij voert aan dat de bestreden beslissing kennelijk onredelijk is.

Beoordeling door de Raad:
Zoals bij de bespreking van het eerste middel is aangegeven, verplicht een legaliteitsbelemmering om een vergunning te weigeren. Beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het redelijkheidsbeginsel, kunnen niet dienstig worden ingeroepen tegen een legaliteitsbelemmering.

Beslissing van de Raad voor Vergunningsbetwistingen:

1. Het beroep wordt verworpen.
2. De kosten van het beroep bestaande uit het rolrecht van de verzoekende partij, bepaald op 200 euro, komen ten laste van de verzoekende partij.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de Raad voor vergunningsbetwistingen betreffende het arrest van 27 mei 2021.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen besluit dit te acteren in het vergunningenregister.

11.

2021_CBS_00711 - GEB - opname vergunningenregister – Ballewijerweg 108 – 2021/00006 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2021_CBS_00711 - GEB - opname vergunningenregister – Ballewijerweg 108 – 2021/00006 - Gedeeltelijke goedkeuring

2021_CBS_00711 - GEB - opname vergunningenregister – Ballewijerweg 108 – 2021/00006 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied, deels gelegen in groengebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.

In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het terrein is deels gelegen binnen het gemeentelijk RUP ‘zonevreemde woningen’, perimeter heidegebied, definitief vastgesteld door de Gemeenteraad d.d. 27/11/2017.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:

bouwvergunning op 13/7/1962 voor het bouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1962/00068

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt dat de huidige toestand niet overeenkomt met de vergunde toestand.

De woning werd in spiegelbeeld gebouwd en het vrijstaand bijgebouw in de achtertuin is niet vergund.

KADASTRALE GEGEVENS

De woning op perceel 393A2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1963.

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werd een historische kadasterschets van 1971 toegevoegd.

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. 

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten. 

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.

Op de historische kadasterschets is de woning volledig terug te vinden waardoor deze bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.

Het vrijstaand bijgebouw wat niet terug te vinden is op de historische kadasterschets kan niet beschouwd worden als zijnde vergund.

Algemeen besluit

De woning kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Het vrijstaand bijgebouw dat niet terug te vinden is op de historische kadasterschets kan niet beschouwd worden als zijnde vergund.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1971, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning op in het vergunningenregister als vergund geacht, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Het vrijstaand bijgebouw dat niet terug te vinden is op de historische kadasterschets kan niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1971, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.

12.

2021_CBS_00712 - Attest conform artikel 4.2.16 - verkaveling 1318.B.874.2 - Veldhinweg 19-21 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2021_CBS_00712 - Attest conform artikel 4.2.16 - verkaveling 1318.B.874.2 - Veldhinweg 19-21 - Goedkeuring

2021_CBS_00712 - Attest conform artikel 4.2.16 - verkaveling 1318.B.874.2 - Veldhinweg 19-21 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft: 

§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan geassocieerde notarissen Bernard en Nicolas Indekeu/Thomas Dedroog  met volgende opmerkingen:

Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
8) Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van de constructie.
9) Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden. Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker.
De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
10) De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
11) De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
13) Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
14) Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.

 Er werd gedeeltelijk voldaan aan de volgende voorwaarden, andere onderdelen zijn pas uit te voeren bij ontwikkeling waardoor de voorwaarde geldig blijft:
1) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.(watermeter, aftakkingen)
2) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.(vloerpeil)

Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
3) Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
- De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
- Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
- Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
4) De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
5) Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar.
6) Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
7) De bestaande hoogstammige bomen dienen maximaal bewaard te blijven. Bij bebouwing en terreininrichting moeten deze elementen dan ook maximaal geïntegreerd worden. Alvorens het kappen van bomen, dient er een omgevingsvergunning bekomen te worden. Al de groenelementen moeten gesitueerd worden op het inplantingsplan en bij eventuele kapping uitdrukkelijk en afzonderlijk worden opgegeven bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning.
12) De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
15) Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:

  • Departement Omgeving
  • De Watergroep
  • Fluvius System Operator cvba
13.

2021_CBS_00713 - OMV - Vergunning - Sparrenweg 7 en 9 en de Ruddelstraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17 - 2021/00021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2021_CBS_00713 - OMV - Vergunning - Sparrenweg 7 en 9 en de Ruddelstraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17 - 2021/00021 - Goedkeuring

2021_CBS_00713 - OMV - Vergunning - Sparrenweg 7 en 9 en de Ruddelstraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15 en 17 - 2021/00021 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van 11 eengezinswoningen – fase 1 van de groepswoningbouw van 27 woningen.

De aanvraag werd op 26/01/2021 ontvangen.

Op 17/02/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 04/03/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 09/03/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 19/03/2021 tot en met 17/04/2021, gesloten met 2 bezwaarschriften (van eenzelfde persoon).

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1282.D.874.2 (OMV_2019031997): omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op 24/09/2019 voorwaardelijk vergund voor het verkavelen van een grond in 29 loten voor ééngezinswoningen waarvan loten 1 t.e.m. 4 en 14 t.e.m. 27 voor halfopen bebouwing, loten 5 t.e.m. 10 in open bebouwing met 1 gevel op de perceelgrens en loten 11, 12, 13, 30 en 31 in open bebouwing, het aanleggen van wegenis, het afbreken van een berging en het kappen van bomen en geweigerd voor lot 28 en lot 29;
  • OV/2019/00262 (OMV_2019134483): omgevingsvergunning  op 14/01/2020 voor het oprichten en de uitbating/exploitatie van een betonnen elektriciteitscabine met 1 transfo van maximum 1000kVA.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

  • 2020/00206MM (OMV_2020126317): aktename melding exploitatie IIOA op 29/09/2020 voor het plaatsen van een tijdelijke bronbemaling voor de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel thv Sparrenweg 10 voor een jaardebiet van 20160 m³.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 19/03/2021 tot en met 17/04/2021.

Er werden 2 bezwaren ingediend door eenzelfde persoon.

Bezwaar 1 en 2 (22/03/2021 en 06/04/2021)

De bezwaren handelen samengevat over het ontbreken van een groenbuffer tussen de woningen van fase 2 en aangrenzende percelen (op het plan), de voorziene verdieping van de nieuwbouwwoningen die privacy hinder geven.

(22/03/2021)

  1. Ik zie op het inplantingsplan de groene bufferstrook met de eikenbomen en gracht tussen de nieuwe woningen fase 2 en de bestaande percelen niet ingetekend ?Als ik het plan zie, dan lopen de nieuwe percelen tot tegen de achterkant van mijn perceel en die van mijn buren ? Dit is volgens mij niet de afspraak. Er zou een groenstrook van 5 meter als buffer(tje) tussen de percelen blijven incl. de eikenbomen. En wat met de omgezaagde boom net achter mij ? Ik neem aan dat hier een her-aanplanting zal voor gebeuren eerstdaags?
  2. Ook stel ik mij serieuze vragen naar de privacy toe: de nieuwe woningen met verdieping, kijken gewoon bij mij de veranda binnen, dat kan toch niet de bedoeling zijn ! Hier was een mooi stukje natuur aan de achterkant van onze percelen. Het is al erg genoeg dat dit verdwijnt, nu staan er ook nog ogen 'in de tuin' en word je bekeken langs alle kanten ! Weg privacy ... Wat kan u hieraan doen om dit op te lossen en alsnog 'leefbaar' te maken ? Een teleurgestelde inwoner van 'landelijk' Zonhoven uw oplossing tegemoet kijkend.

(06/04/2021)

Wel heel erg straf dat mijn bezwaarschrift dd 22 maart 2021 om 10u38 'verdwenen' is van de lijst ...

Ik blijf bij deze wel bij mijn standpunt: 

  • uitbreiding is heel goed, maar respect voor de reeds aanwezige bewoners dient er wel te zijn.
  • En in deze vind ik dat het respect naar de privacy moet gehandhaafd blijven:

Inzake heb ik geen uitleg gekregen waarom de bufferzone niet ingekleurd staat bij fase 2, en wat er gaat ondernomen worden naar inkijk en de bijhorende privacy ?

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt omtrent deze bezwaarschriften van eenzelfde bezwaarindiener het volgende standpunt in:

  1. De huidige aanvraag handelt over de uitvoering van een eerste fase in het project; deze fase 1 omvat de realisatie van eengezinswoningen op de loten 1 tem 11.De te behouden houtkant situeert zich niet op deze loten, wel op de loten 20 tem 27 van fase 2. Binnen de huidige aanvraag wordt geen uitspraak gedaan over deze 2de fase. De beoordeling van het al dan niet voldoen aan de verkaveling en de aanwezigheid van de desbetreffende groenbuffer zal dan ook gebeuren bij de omgevingsaanvraag voor fase 2.

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

       2. De bepalingen betreffende het bouwvolume en dus ook de aanwezigheid van een verdieping voor de woningen, werden beoordeeld binnen de verkaveling en maken geen deel uit             van huidige aanvraag aangezien er geen afwijkingen voorzien zijn voor wat betreft het bouwvolume. Slechts de afsluitingsmuren ter hoogte van de perceelgrens tussen kavel
          wijken beperkt af van de voorschriften.

Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Provinciale dienst Water & Domeinen

Fluvius

Dienst Patrimonium

Dienst Contractmanagement

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.

Bij de beoordeling van de verkavelingsaanvraag werden de mogelijke effecten op milieu en omgeving reeds omschreven en onderzocht.

De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie:

Er zijn geen aanzienlijke hinderaspecten of onveilige situaties te verwachten inzake mobiliteit, aangezien er naar adequate aansluitingen wordt gezocht bij het bestaand wegennet en het project enkel bestemmingsverkeer genereert. 

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten inzake de afgeleide disciplines geluid & trillingen en lucht gezien het project, gelet op de residentiële invulling binnen de bebouwde randen, geen substantiële geluidsemissies genereert. 

Tijdens de aanleg zijn er enkel geluidsemissies en beperkte trillingen van werf-verkeer. 

Ook op vlak van gezondheid zal de impact van het project nihil zijn. 

Er zijn geen aanzienlijke hinderaspecten te verwachten inzake visuele impact, aangezien er geen erfgoedwaarden geschaad of vernietigd worden. 

Er zijn geen aanzienlijke hinderaspecten te verwachten inzake de waterhuishouding, gezien het hemelwater maximaal gebufferd wordt en de nodige maatregelen inzake infiltratie en buffering worden gerespecteerd. 

Gezien de aard, ligging en beperkte omvang van de potentiële effecten t.g.v. het project, zal zelfs gebeurlijke cumulatie met andere projecten in de buurt niet tot aanzienlijke milieueffecten leiden. Groenstructuren worden behouden waar mogelijk en volwaardig geïntegreerd in het projectgebied.

Om al deze redenen kan geconcludeerd worden dat er voor dit project geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten zijn; dientengevolge wordt de stedelijke overheid verzocht om een ontheffing verzocht van de project-mer-plicht, conform art. 4.7.14/1 VCRO.

De conclusie kan bijgetreden worden.

De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

De inrichting van het gebied is onderzocht en werd bepaald door het afleveren van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor groepswoningbouw. Huidige aanvraag betreft de eerste uitvoeringsfase voor realisatie van de verkaveling.

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

De percelen van de aanvraag betreffen de loten 1 tot en met 11 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 24/09/2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1282.D.874.2. 

De verkavelingsvergunning is niet vervallen. 

De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven. 

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van de geldende verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:

De afsluitingen aan de achterzijde ter hoogte van de kavelgrens/ terras

Materiaal en uitvoering

Voor de loten 1, 2, 3 en 4 is een bakstenen tuinmuur met een max. hoogte van 2m over een diepte van 3m toegestaan in het verlengde van de scheidingsmuur van het hoofdgebouw.

Voor de overige loten 5 tem 11 is een gesloten afsluiting (levend streekeigen groen) met een maximale hoogte van 2m verplicht waar mogelijk op de gemeenschappelijke kavelgrens achteraan.

Het ontwerp voorziet een bakstenen tuinmuur met een hoogte van 2m op de gemeenschappelijke perceelgrens achteraan over een diepte van 3m, in het verlengde van de rechter zijgevel van het hoofdgebouw, voor de loten 3, 4 en 5. Dit ter bevordering van de privacy op de terrassen.

Het ontwerp voorziet een bakstenen scheidingsmuur met een hoogte van 3,40m tov het maaiveld over een diepte van 3m voor de loten 1, 2, 6 tem 11. Voor de loten 1 en 2 is deze voorzien in het verlengde van de scheidingsmuur van het hoofdgebouw, voor de overige loten is deze voorzien in het verlengde van de rechter zijgevel tegen de gemeenschappelijke perceelgrens. Deze erfscheidingsmuren worden voorzien in functie van een mogelijke uitbreiding van het hoofdgebouw op het gelijkvloers waarbij dan geen werken op de scheiding meer hoeven te gebeuren.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Binnen de reeds afgeleverde verkavelingsvergunning werd een wadi voorzien conform de verordening.

Elke woning op zich dient tevens te voldoen aan de verordening.

De plannen geven aan dat voor elke de nieuw op te richten eengezinswoning een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en wasmachine/ dienstkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 2500 liter en een infiltratieoppervlakte van 4m².

Voor lot 1 bedraagt de maximaal realiseerbare dakoppervlakte 116m², de aangevraagde 95m².

Voor lot 2 bedraagt de maximaal realiseerbare dakoppervlakte 120m², de aangevraagde 95m².

Voor de loten 3, 4 en 5 bedraagt de maximaal realiseerbare dakoppervlakte 122m², de aangevraagde 99,5m².

Voor de loten 6 tem 11 bedraagt de maximaal realiseerbare dakoppervlakte 143m², de aangevraagde 99,5m².

De minimale inhoud van de infiltratieput voor de maximale dakoppervlakte van 143m² bedraagt 2075 liter en de minimale infiltratieoppervlakte bedraagt 3,32m².

De voorzieningen voor elke woning voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De inritten en toegangspaden zijn voorzien in waterdoorlatende klinkers.

De terrassen met tegelverharding kunnen afwateren in de tuinzones en deze gelegen in de uitbreidingszones werden reeds opgenomen in de berekening van de infiltratievoorzieningen.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening. Voor plaatsing van de infiltratieputten dient rekening gehouden met het advies van de waterbeheerder, de provinciale dienst Water & Domeinen (zie verder “Watertoets”).

Riolering

Het advies van 23/03/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 9-03-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 132G59 - 132M87 - 132Y139 - 132Z96 - 132Z139, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen. 

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: 

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be). 

Algemene voorschriften: 

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel. 

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn. 

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk. 

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer 

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven. 
  • De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven. 
  • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013. 
  • Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein. 
  • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel. 
  • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang. 

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject 

Voor elke woning geldt

Voor dit perceel is het aansluitingsputje voor de afvoer van vuilwater (DWA) en hemelwater (RWA) op het openbaar rioleringsstelsel reeds geplaatst. Hierop dient de bouwheer de privéwaterafvoer aan te koppelen. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. 

Alvorens de riolering in gebruik te nemen (te mogen lozen) dient een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius te gebeuren. De aanvraag kan gebeuren via www.fluvius.be. 

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren. 

We raden aan om

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben. 
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. 
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden. 
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak. 
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. 

3. Keuring privéwaterafvoer 

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. 

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius). 

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. 

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.” 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Met betrekking tot het gewijzigd afstromingsregime werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan de waterbeheerder, de provinciale dienst Water & Domeinen.

Het advies van 12/04/2021van de provinciale dienst Water & Domeinen is voorwaardelijk gunstig:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies. 

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

• kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nrs. 132Z139, 132Z96, e.a.

• adres: Sparrenweg z/n

• niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied

Documenten

• aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd

Waterloop en machtiging

• stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ZUSTERKLOOSTERBEEK, nummer 208, categorie: 2de

• watering: neen

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)

1 Beschrijving van het watersysteem

• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.

• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied

• Het perceel is daarenboven gelegen in:

o het bekken van de Demer

o het deelbekken Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.

Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater. In het kader daarvan moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: het volume van de open infiltratievoorziening moet minimaal 250 m³/ha verharde oppervlakte bedragen (los van de aanwezige hemelwaterputten), de infiltratieoppervlakte moet minimaal 4 % van de verharde oppervlakte bedragen. Indien een infiltratieproef wordt uitgevoerd kan de dimensionering van de infiltratievoorziening aangepast worden aan de infiltratieoppervlakte en de infiltratiecapaciteit (rekening houdend met een terugkeerperiode van 20 jaar). Richtwaarden in dat verband zijn terug te vinden in onderstaande tabel. De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd en ingezaaid met gras. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).

infiltratiecap.

minimale dimensioneringsvoorwaarden

of

20-50 mm/h (fijn zand)

400 m³/ha verharde oppervlakte (v.o.), inf.opp. van min. 4 % vd v.o.

250 m³/ha vo en 20 % inf.opp.

50-100

350 m³/ha vo en 4 % inf.opp.

250 m³/ha vo en 10 % inf.opp.

>100

250 m³/ha vo en 4 % inf.opp.

 

 

      Infiltratievoorziening:

Tekening in bijlage.

Er moet een dwarsprofiel van het open bufferbekken bijgebracht worden met het niveau van de verschillende inloopleidingen en noodoverloop. Het volume dat voor nuttige buffering instaat is het volume onder de overloop.

Aan deze voorwaarden is voldaan indien de infiltratievoorzieningen bij de woningen geheel wordt voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld)

Infiltratie.

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het bouwen van 11 van 27 woningen - fase 1 een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende voorwaarden worden opgenomen in de vergunning:

de infiltratievoorzieningen bij de woningen moet geheel worden voorzien boven de vastgestelde grondwaterstand (1 meter onder het huidige maaiveld).

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.”

Onder deze voorwaarden en indien voldaan wordt aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De wadi/ open bufferbekken valt onder de voorwaarden van de verkavelingsvergunning dd. 24/09/2019. Op het ogenblik van de adviesvraag was het attest conform 4.2.16 van de VCRO nog niet afgeleverd.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling:

De verkavelaar/ opdrachtgever staat in voor realisatie van de gebouwen en de wegeniswerken zoals vergund  op 24/09/2019 onder verkavelingsnummer 1282.D.874.2.

Op 13/04/2021 werd het attest conform artikel 4.2.16 van de VCRO afgeleverd waaruit blijkt dat een afdoende financiële borgstelling gevestigd en aanvaard werd voor de realisatie van wegenis, infrastructuur en openbaar groen. 

Artikel 4.3.8. Rooilijnplan

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:

1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
 4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.

Het perceel is gelegen aan een gemeenteweg (Sparrenweg) en de nog te realiseren wegenis (Ruddelstraat).

Op de voorliggende weg is het door de gemeenteraad op 27/05/2019 goedgekeurde rooilijnplan en wegtracé van kracht. 

De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht.

De bekrachtigde archeologienota’s met ID  https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/10286  (aktename met voorwaarden op 01/03/2019) en https://loket.onroerenderfgoed.be/archeologie/notas/notas/15706 (aktename op 22/08/2020) zijn van toepassing voor de aanvraag.

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: voor elke woning worden rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse inkomhal, de nachthal en het technisch lokaal op de verdieping.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Natuurdecreet/ Boscompensatie

In navolging van het advies van het agentschap Natuur & Bos, aangeleverd op 19/07/2019 met ref. 19-211253, voor de verkavelingsaanvraag, werd huidige aanvraag opnieuw voor advies voorgelegd. Op het moment van de adviesvraag was het attest conform 4.2.16 van de VCRO nog niet afgeleverd.

Het advies van 27/04/2021 van het agentschap Natuur & Bos is voorwaardelijk gunstig:

“Wij hebben uw vraag om advies met OMV-referentie 2021011695 te Zonhoven, 2de afd. sie D nr.: 132/z139, 132/z96, 132/y139, 132/g59, 132/m87 goed ontvangen. 

De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-205324

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van volgende wetgeving: 

Artikel 35 § 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 

Bespreking stedenbouwkundige vergunning 

Uit het dossier blijkt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur zal veroorzaakt worden. 

Conclusie 

Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarden

  • De stedenbouwkundige voorschriften dienen nauwgezet gevolgd te worden. 
  • Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies dient men na te gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (in vullen contactpersoon). 

Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”

Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 15 maart tot 30 juni.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Decreet grond- en pandenbeleid

In de verkavelingsvergunning werd bepaald dat het bescheiden woonaanbod zal gerealiseerd worden op de loten 14 tem 19. Deze maken geen deel uit van onderhavige aanvraag en dienen opgenomen bij aanvraag van fase 2.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van 11 eengezinswoningen op de loten 1 tem 11 binnen een goedgekeurde verkaveling voor groepswoningbouw. Het betreft een eerste uitvoeringsfase van het project, de overige loten zullen bebouwd worden binnen een tweede en derde fase.

Alle woningen hebben een nagenoeg identieke opbouw en indeling voor wat betreft het hoofdgebouw:

  • 2 bouwlagen met plat dak
  • een bouwbreedte van 7m
  • een bouwdiepte van 11m
  • een bouwhoogte van 6,50m vanaf het maaiveld tot de bovenzijde van de dakrand
  • gevelafwerking in bruin genuanceerde gevelsteen met accenten in verticaal geplaatst hout en aluminium panelen met zwarte kleur die aansluiten op het buitenschrijnwerk in zwart aluminium
  • gelijkvloerse indeling met inkomhal, toilet, een open leefruimte in L-vorm met zitruimte, eetruimte en keuken, een berging
  • een eerste verdieping met nachthal, badkamer, toilet, technisch lokaal en 3 slaapkamers

De 2 eengezinswoningen in halfopen verband op lot 1 en 2 situeren zich aan de Sparrenweg, met de voorgevel ingeplant op 8m afstand tot de rooilijn.

Aan de achterzijde is een uitbreidingszone voorzien (7m breed en 3m diep) die afgewerkt wordt als open terras met een scheidingsmuur in het verlengde van de gemeenschappelijke gevel, afgewerkt met een gevelbepleistering in witte kleur. De scheidingsmuur krijgt een hoogte van 3,40m zodat bij een latere wens tot uitbreiding de hinder voor de aanpalende minimaal blijft. 

Aan de linkerzijde van de woning op lot 1 wordt een carport voorzien met een breedte van 3m en een bouwdiepte van 6m. De voorgevel is voorzien op 1,50m achter de bouwlijn en de linker zijgevel tot op 3m afstand van de perceelgrens.

Op lot 2 wordt een carport voorzien in de achtertuin met uitweg naar de Ruddelstraat, geplaatst met de rechter zijgevel (gezien vanaf de Ruddelstraat) tot tegen de kavelgrens en de voorgevel op 5m afstand tot de rooilijn. De carport heeft een breedte van 3m en een bouwdiepte van 6m.

De carports worden afgewerkt met een gevelbekleding in verticaal geplaatst hout en plat dak met een bouwhoogte van 3m tov het maaiveld.

De loten 3 en 4  situeren zich aan de Ruddelstraat en worden bebouwd met halfopen eengezinswoningen die elkaars spiegelbeeld vormen. Aan de achterzijde van het hoofdgebouw wordt de gemeenschappelijke gevel nog 3m doorgetrokken als scheidingsmuur tussen de terrassen met een hoogte van 2m.

Aan de vrijstaande zijgevel (in de zijtuinstrook) wordt op 1,50m achter de voorgevellijn een uitbreidingszone voorzien (3m breed en 7,50m diep), thans als open terras ingericht. Aansluitend op deze uitbreidingszone/ terras is een carport met berging voorzien van 3m breed en 7,50m diep. De carport/ berging krijgt een gevelafwerking in verticaal geplaatst hout, aan de voorzijde wordt de uitbreidingszone/ terras op dezelfde wijze afgewerkt. De bouwhoogte van carport en afscheidingsmuur bedraagt 3,40m.

Voor de loten 6 tem 11 is een uitbreidingszone voorzien aan de achterzijde (7m breed en 3m diep) die afgewerkt wordt als open terras met een scheidingsmuur in het verlengde van de rechter zijgevel, afgewerkt met een gevelbepleistering in witte kleur. De scheidingsmuur krijgt een hoogte van 3,40m zodat bij een latere wens tot uitbreiding de hinder voor de aanpalende minimaal blijft en het zicht van de rechtergevel zo uniform mogelijk blijft.

In de zone van 6m breed aan de linkerzijde van het hoofdgebouw wordt op 1,50m achter de voorgevellijn een 2de uitbreidingszone voorzien (3m breed en 7,50m diep), thans als open terras ingericht. Aansluitend op deze uitbreidingszone/ terras is een carport met berging voorzien (3m breed en 7,50m diep) tot tegen de zijgevel van het aanpalende lot. De carport/ berging krijgt een gevelafwerking in verticaal geplaatst hout, aan de voorzijde wordt de uitbreidingszone/ terras op dezelfde wijze afgewerkt. De bouwhoogte van carport en afscheidingsmuur bedraagt 3,40m.

Voor lot 5 is eenzelfde afwerking en aanbouw voorzien als bij de loten 6 tem 11, met het verschil dat het terras achteraan geen uitbreidingszone betreft en de carport/ berging tot op 3m van de linker perceelgrens voorzien is.

De loten 4 tem 10  zijn in feite open bebouwingen met de rechter zijgevel tot tegen de kavelgrens en met een aangebouwd volume aan de linkerzijde dat gekoppeld wordt tegen de rechter zijgevel van het aanpalende lot links. Het nevenvolume van lot 5 wordt niet gekoppeld, hier rest nog een zijtuinstrook van 3m, en de rechter zijgevel van de woning op lot 11 situeert zich niet tot tegen de kavelgrens, hier is nog een ruime zijtuinstrook aanwezig.

De voorgevel van de woningen op loten 5 tem 9 bevindt zich op dezelfde lijn (5,50m achter de rooilijn), de voorgevel van lot 10 bevindt zich op 8m afstand tot de rooilijn en de voorgevel van lot 11 ligt nog eens 2,50m verder naar achter (op 5,50m van de rooilijn die 5m naar achter verspringt ter plaatse van dit lot).

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de afsluitingsmuren aan de achterzijde aan de terrassen. 

Er wordt hout gebruikt voor de gevelbekleding.  Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.  Dit wordt meegegeven als bemerking.

De aanvraag wijkt af van de geldende verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:

Afsluitingen aan de achterzijde ter hoogte van de kavelgrenzen/ terras

Materiaal en uitvoering

Voor de loten 1, 2, 3 en 4 is een bakstenen tuinmuur met een max. hoogte van 2m over een diepte van 3m toegestaan in het verlengde van de scheidingsmuur van het hoofdgebouw.

Voor de overige loten 5 tem 11is een gesloten afsluiting (levend streekeigen groen) met een maximale hoogte van 2m verplicht waar mogelijk op de gemeenschappelijke kavelgrens achteraan.

Het ontwerp voorziet een bakstenen tuinmuur met een hoogte van 2m op de gemeenschappelijke perceelgrens achteraan over een diepte van 3m, in het verlengde van de rechter zijgevel van het hoofdgebouw, voor de loten 3, 4 en 5. Dit ter bevordering van de privacy op de terrassen.

Het ontwerp voorziet een bakstenen scheidingsmuur met een hoogte van 3,40m tov het maaiveld over een diepte van 3m voor de loten 1, 2, 6 tem 11. Voor de loten 1 en 2 is deze voorzien in het verlengde van de scheidingsmuur van het hoofdgebouw, voor de overige loten is deze voorzien in het verlengde van de rechter zijgevel tegen de gemeenschappelijke perceelgrens. Deze erfscheidingsmuren worden voorzien in functie van een mogelijke uitbreiding van het hoofdgebouw op het gelijkvloers waarbij dan geen werken op de scheiding meer hoeven te gebeuren.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving en eerder zorgen voor het behoud van een uniform beeld.

Adrestoekenning

  • Lot 1: Sparrenweg 7
  • Lot 2: Sparrenweg 9
  • Lot 3: Ruddelstraat 1
  • Lot 4: Ruddelstraat 3
  • Lot 5: Ruddelstraat 5
  • Lot 6: Ruddelstraat 7
  • Lot 7: Ruddelstraat 9
  • Lot 8: Ruddelstraat 11
  • Lot 9: Ruddelstraat 13
  • Lot 10: Ruddelstraat 15
  • Lot 11: Ruddelstraat 17

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 10/03/2021 van de Watergroep is gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig:

Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden.

Voor hogervermeld perceel is een uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. De uitbreiding van het waterleidingnet valt ten laste van de verkavelaar (tevens aanvrager binnen huidige aanvraag) zoals opgenomen in de voorwaarden van de verkavelingsvergunning.

  • Het advies van 15/03/2021 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Voorwaardelijk gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen.

 - De bermen mogen niet verhard worden, noch mogen ze voorzien worden van een halfverharding, zoals daar zijn dolomiet, steenslag, ea.

- het attest aangeleverd wordt waaruit blijkt dat aan al de voorwaarden, die gesteld werden m.b.t. de realisatie van de verkaveling, werd voldaan.

- aangegeven wordt welk de maatregelen zijn die er tijdens de werken getroffen worden om de aanwezige en te behouden bomen en/of groenelementen te beschermen en te vrijwaren van schade.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. Op 13/04/2021 werd het attest conform artikel 4.2.16 van de VCRO afgeleverd waaruit blijkt dat een afdoende financiële borgstelling gevestigd en aanvaard werd voor de realisatie van wegenis, infrastructuur en openbaar groen 

  • Het advies van 17/03/2021 van de dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:

“De openbare weg dient gratis overgedragen te worden aan de gemeente Zonhoven voor inlijving bij het openbaar domein.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarde gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dient gevolgd te worden zoals reeds opgelegd binnen de verkavelingsvoorwaarden.

  • Het advies van 23/03/2021 van rioleringsbeheerder Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 31/03/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig:

“Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons advies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit advies met als ref. nummer 2019-0198-001 dd. 29/04/2019 blijven integraal van toepassing

Besluit 

De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen. 

Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden, er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

  • Het advies van 12/04/2021 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Watertoets”).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 27/04/2021 van het  agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Overige regelgeving – Natuurdecreet/ Boscompensatie”)

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

Het advies van de dienst Patrimonium werd niet ontvangen binnen de dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag en wordt geacht gunstig te zijn.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motivering blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 11 eengezinswoningen – fase 1 van de groepswoningbouw van 27 woningen

Adrestoekenning

  • Lot 1: Sparrenweg 7
  • Lot 2: Sparrenweg 9
  • Lot 3: Ruddelstraat 1
  • Lot 4: Ruddelstraat 3
  • Lot 5: Ruddelstraat 5
  • Lot 6: Ruddelstraat 7
  • Lot 7: Ruddelstraat 9
  • Lot 8: Ruddelstraat 11
  • Lot 9: Ruddelstraat 13
  • Lot 10: Ruddelstraat 15
  • Lot 11: Ruddelstraat 17

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 11 eengezinswoningen – fase 1 van de groepswoningbouw van 27 woningen  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De voorwaarden gesteld bij de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden dd. 24/09/2021 met ref. 1282.D.874.2 – OMV_2019031997, blijven onverminderd van toepassing;
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Terreinophogingen mogen uitgevoerd worden zoals aangegeven op de terreinprofielen, gevoegd bij de aanvraag. Het maaiveld bevindt zich op 15cm boven het peil van de wegas. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 3 meter (4m indien aansluitend op het toegangspad), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het decreet optische rookmelders
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  19. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  20. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Contractmanagement;
  21. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Facilitair Management;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 11/06/202 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 11 eengezinswoningen – fase 1 van de groepswoningbouw van 27 woningen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

De adrestoekenning is als volgt:

Lot 1: Sparrenweg 7

Lot 2: Sparrenweg 9

Lot 3: Ruddelstraat 1

Lot 4: Ruddelstraat 3

Lot 5: Ruddelstraat 5

Lot 6: Ruddelstraat 7

Lot 7: Ruddelstraat 9

Lot 8: Ruddelstraat 11

Lot 9: Ruddelstraat 13

Lot 10: Ruddelstraat 15

Lot 11: Ruddelstraat 17

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De voorwaarden gesteld bij de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden dd. 24/09/2021 met ref. 1282.D.874.2 – OMV_2019031997, blijven onverminderd van toepassing;
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Terreinophogingen mogen uitgevoerd worden zoals aangegeven op de terreinprofielen, gevoegd bij de aanvraag. Het maaiveld bevindt zich op 15cm boven het peil van de wegas. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 3 meter (4m indien aansluitend op het toegangspad), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het decreet optische rookmelders
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. 
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  19. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
  20. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Contractmanagement;
  21. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Facilitair Management;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

 

14.

2021_CBS_00714 - OMV - Vergunning - Donkveldweg 9 - 2021/00037 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2021_CBS_00714 - OMV - Vergunning - Donkveldweg 9 - 2021/00037 - Goedkeuring

2021_CBS_00714 - OMV - Vergunning - Donkveldweg 9 - 2021/00037 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een overdekte fietsenstalling en het aanleggen van een zwembad.

De aanvraag werd op 08/02/2021 ontvangen en op 10/03/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 20/03/2021 tot en met 18/04/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 29/04/2003 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een vrijstaande woning, door het college van burgemeester en schepenen. (2003/09235)
  • Op 26/02/2001 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het verkavelen van grond in 2 loten voor open bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.01/01)

 Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 20/03/2021 tot en met 18/04/2021.

Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het linker aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 26/02/2001 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.01/01. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming één- of tweegezinswoningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. De aan te bouwen fietsenstalling bevindt zich op 15cm van de perceelgrens i.p.v. ofwel op 3m van de perceelgrens ofwel geschakeld aan het naastliggend perceel zoals omschreven in de verkavelingsvoorschriften. 

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing.

Riolering

  • De overloop van een buitenzwembad wordt beschouwd als regenwaterafvoer. Dit kan u aansluiten op een infiltratievoorziening of sluit u aan op de bestaande aansluiting ter hoogte van het openbaar domein op de bestaande aansluiting. De volgende richtlijnen zijn van toepassing: de bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dient de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is;
  • Geen rechtstreekse aansluiting van een zwembad op het riool.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een overdekte fietsenstalling en het aanleggen van een zwembad.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

Verkavelingen en BPA ouder dan 15 jaar (Codextrein)
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 26/02/2001( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Donkveldweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.

Momenteel is het perceel bebouwd met een open eengezinswoning en een losstaand bijgebouw van 39,78m² rechts achteraan het perceel op minstens 2,07m van de perceelgrens. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het plaatsen van een fietsenberging en een zwembad met bijhorende verhardingen is niet vreemd in zowel de onmiddellijke als de ruime omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid, namelijk 1 in de garage van de woning en 1 op de oprit.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag betreft het bouwen van een overdekte fietsenstalling en het aanleggen van een zwembad.

De overdekte fietsenstalling wordt ingeplant aan linkerzijde van de woning op 15cm van de linker perceelgrens en 6,65m vanaf de voorgevel. De fietsenstalling heeft een oppervlakte van 24,77m² (3,84m x 6,45m). De constructie wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 2,95m bedraagt. Het betreft een open constructie die uitgevoerd wordt met hardhouten gevelbekleding. 

Het zwembad dat voorzien wordt op het perceel wordt ingeplant op 3,40m van de linker perceelgrens en op ±9m vanaf de achtergevel van de woning. De oppervlakte van het zwembad bedraagt 38,50m² (11m x 3,50m). De diepte van het zwembad bedraagt 1,45m.

Richting de fietsenstalling wordt er een grindpad voorzien dat vertrekt vanuit de bestaande oprit met een oppervlakte van 5,80m² en een breedte van 0,85m. Naar en rondom het zwembad wordt er een houten pad/terras voorzien met een totale oppervlakte van 45m². van hieruit is er ook nog een grindpad voorzien naar het bestaande tuinhuis met een oppervlakte van 7,65m². 

Samen met de woning, het tuinhuis en de bestaande verharding van de inrit, het pad rond het huis rechts en het terras achteraan de woning bedraagt de bebouwings- en verhardingsgraad op het terrein ±44%, namelijk ±396m² van het perceel met een oppervlakte van 901m² wordt hierdoor bebouwd/verhard, hetgeen aanvaardbaar is. De inplanting van zowel het zwembad als de fietsenstalling zorgen niet voor een dermate extra last op het perceel en kan toegelaten worden.

Verder wordt er ook nog aangegeven dat de inrit versmald wordt waardoor deze maximaal 3m bedraagt ter hoogte van de inrit. Hierdoor voldoet deze ook aan de norm die in Zonhoven van toepassing is. 

Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing.   Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.  Dit wordt meegegeven als bemerking.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een overdekte fietsenstalling, het aanleggen van een zwembad en de verhardingen hiernaartoe, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    Andere voorwaarden:
  4. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  5. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  6. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

 Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een overdekte fietsenstalling, het aanleggen van een zwembad en de verhardingen hiernaartoe, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    Andere voorwaarden:
  4. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  5. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  6. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

15.

2021_CBS_00715 - OMV - Vergunning - Kolverenstraat 26 - 2021/00050 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2021_CBS_00715 - OMV - Vergunning - Kolverenstraat 26 - 2021/00050 - Goedkeuring

2021_CBS_00715 - OMV - Vergunning - Kolverenstraat 26 - 2021/00050 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een tuinberging met overdekt terras.

De aanvraag werd op 15 februari 2021ontvangen en op 9 maart 2021ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 19 maart 2021 tot en met 17 april 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 19 juni 1974 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 4 loten voor open bebouwing. (7204.V.217)

Op 15 september 2020 werd een weigering van de omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.  (2020/00041)

Op 12 januari 2021 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.  (2020/00208)

De aanvraag werd in januari 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.  (VB_2021_071)

“Gezien het bijgebouw groter is dan 40m² en niet geheel in overeenstemming is met de verkavelingsvoorschriften is een omgevingsvergunning noodzakelijk.
Deze aanvraag zal behandeld worden volgens de gewone procedure (105d met OO).
We staan als dienst niet negatief tegenover het ontwerp.

Het afleveren van een vergunning is ten alle tijden afhankelijk van het concrete aanvraagdossier, de ruimtelijke context, de in te winnen adviezen en de resultaten van het openbaar onderzoek, …”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 19 maart 2021 tot en met 21 april 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Infrabel

NMBS

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19 juni 1974 door het college van burgemeester en schepenen.   (7204.V.217)
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik en / of handelshuis.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Oppervlakte bijgebouw (art. 1):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de totale oppervlakte van de bijgebouwen maximum 30m² mag bedragen.
Het ontwerp voorziet een bijgebouw met een oppervlakte van 43,20m².

  • Inplanting bijgebouw (art. 1):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat het bijgebouw dient ingeplant te worden op een minimum afstand tot de perceelgrenzen gelijk aan de hoogte van het bijgebouw (= 3,25m).
Het ontwerp voorziet de inplanting van het bijgebouw op 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten bijgebouw met een horizontale dakoppervlakte van 43,20m² een infiltratieput wordt voorzien met een inhoud van 1 335 liter en oppervlakte van 2,78m². De infiltratievoorziening voldoet aan de verordening.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

De riolering wordt aangesloten op de riolering van de woning.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een tuinberging met overdekt terras.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.

De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 19/06/1974 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Kolverenstraat, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen.
De bebouwing in de directe omgeving bestaat voornamelijk uit gelijkvloerse woningen met een hellend dak.  De woningen werden opgetrokken in variërende materialen.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel nog onbebouwd.
Er werd op 12 januari 2021 een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
De huidige aanvraag omvat het bouwen van een tuinberging met overdekt terras.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie is in overeenstemming met de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.
De reeds vergunde woning beschikt over een interne garage waardoor de last van het autobezit wordt opgevangen op eigen terrein en niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

Het op te richten bijgebouw bestaat uit een tuinberging en een overdekt terras.
Het bijgebouw wordt ingeplant op 6,25m achter de achtergevel van de woning en op 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.
Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 43,20m² (3,60m x 12m).
Het bijgebouw wordt, net zoals de woning, uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3,25m ten opzichte van het maaiveld (= 3,35m ten opzichte van de as van de weg).
De gevelafwerking is voorzien in dezelfde materialen als de woning, nl. een wit-grijs genuanceerde gevelsteen.
Het perceel heeft een oppervlakte van 19a 81ca.   Er resteert, na de oprichting van de woning en het bijgebouw, een voldoende ruime en kwalitatieve tuinzone.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 31 maart 2021 liet de NMBS Hasselt weten dat zij geen advies verleenden, nl.:

“Wij kunnen aan uw vraag nr 2021020813, betreffende het gebouw/terrein gelegen te ZONHOVEN 1 AFD, sectie A, perceel 0312/00F002 geen gevolg geven.
De NMBS is niet betrokken bij dit gebouw/terrein.
Dit gebouw/terrein is eigendom van Infrabel.”

Op 9 maart werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan Infrabel.  Tot heden werd geen advies bekomen.  Bijgevolg werd geen advies verleend binnen de wettelijk opgelegde termijn en wordt aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een tuinberging met overdekt terras zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  2. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  3. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  4. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  5. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een tuinberging met overdekt terras zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  2. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  3. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  4. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  5. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

16.

2021_CBS_00716 - OMV - Vergunning - Hortstraat 51 - 2021/00107 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2021_CBS_00716 - OMV - Vergunning - Hortstraat 51 - 2021/00107 - Weigering

2021_CBS_00716 - OMV - Vergunning - Hortstraat 51 - 2021/00107 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het kappen van 2 bomen.

De aanvraag werd op 29/03/2021 ontvangen en op 28/04/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1988/00004: bouwvergunning op 05/01/1988 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2007/10590: bouwvergunning op 27/02/2007 voor het bouwen van een aanbouw van 30m²

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht/aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd.  Het betreft minimum een vrijstaand bijgebouw (dat volgens de beschikbare gegevens niet voldoet aan het vrijstellingsbesluit) en meerdere verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden niet opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter, woongebied, woonuitbreidingsgebied.  De werken situeren zich binnen het woongebied en/of woonuitbreidingsgebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).”

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.”

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006. 

Het goed kreeg als bestemming: semi-publieke voortuinstrook, zone voor open bebouwing.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het kappen van 2 bomen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een BPA waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Gezien deze voorschriften het kappen van bomen zoals mogelijk gemaakt door het vrijstellingsbesluit niet verruimen, is het kappen van bomen die niet voldoen aan de voorwaarden uit dit vrijstellingsbesluit vergunningsplichtig. Het kappen van de bomen binnen de aanvraag is niet vrijgesteld van vergunning.

Uit het voorschrift behorende bij de zone voor open bebouwing binnen het BPA “De onbebouwde delen voor een perceel gelegen in de zone voor wonen zijn enkel bestemd voor tuinen en koeren.  Hierin staat het behoud en de versterking van de bestaande rest- KLE (houtwallen, solitairen,…) voorop.” blijkt dat er binnen het BPA belang wordt gehecht aan het behoud van de bestaande bomen.

Uit de aanvraag en het advies van de dienst Facilitair Management (zie verder) blijkt dat er geen gegronde motivatie bestaat voor het kappen van deze bomen.  Gezien bomen waardevolle elementen betreffen in onze leefomgeving kan het kappen van gezonde bomen zonder reden niet gunstig worden beoordeeld.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Het advies van 29/04/2021 van de dienst Facilitair Management is ongunstig:

“Ongunstig advies voor het rooien van de 2 bomen zoals aangevraagd in de aanvraag zoals als overgemaakt.

Ongunstig advies en wel om volgende redenen:

- aanwezige bomen zijn allemaal in goede gezondheid, zeker deze waarvoor de aanvraag werd overgemaakt,

- motivatie voor het rooien van de bomen is ondermaats, motivatie voor rooien van bomen moet steeds gestoeld zijn op objectieve criteria. Het argument 'is hinderlijk voor de omgeving' is vnl. een subjectief argument en zal bijgevolg nooit aanvaard worden als reden om een gezonde boom te rooien.

- geen plan bijgevoegd waarop de te rooien bomen zijn op aangeduid.

- aanvraag betreft het rooien van 2 bomen, terwijl er in de motivatie slechts over één boom, Els met stamomtrek van 1 m wordt gesproken.

Onduidelijkheid over aantal te rooien bomen, de locatie van deze bomen en de ontoereikende motivatie maakt dat we niet anders kunnen dan deze aanvraag negatief te adviseren.

We merken ook op dat er wat klimop in de bomen aan het groeien is, deze dient uit de boom verwijderd te worden alvorens deze de hele kruin overwoekerd.

De aanwezige bomen moeten wel geregeld gecontroleerd worden en wanneer nodig dient er een onderhoudssnoei te worden uitgevoerd. 

Onderhoudssnoei houdt volgende in:
- verwijderen van dood hout,
- zorgen dat de vrije doorrijhoogte t.h.v. de rijweg steeds 4 meter is,
- geen snoeiwonden maken groter dan 10 cm in diameter,
- niet meer dan 10 % van het kroonvolume verwijderen,
- verwijderen van plakoksels,
- vermijden dat er dubbele kronen ontstaan,
-...”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het kappen van 2 bomen.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het kappen van 2 bomen  zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag is verbonden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 09/06/2021 tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het kappen van 2 bomen zoals weergegeven op het ingediende plan.

17.

2021_CBS_00717 - OMV - Vergunning - Wellekensveldweg 2 - 2021/00110 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2021_CBS_00717 - OMV - Vergunning - Wellekensveldweg 2 - 2021/00110 - Gedeeltelijke goedkeuring

2021_CBS_00717 - OMV - Vergunning - Wellekensveldweg 2 - 2021/00110 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het kappen van 7 bomen, 3 dennen en 4 beuken, en de heraanplant van 3 bomen.

De aanvraag werd op 29/03/2021 ontvangen en op 28/04/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1967/00038: bouwvergunning op 11/04/1967 voor het bouwen van een woonhuis ;
  • 2021/00109M: melding stedenbouwkundige handelingen op 20/04/2021 voor het plaatsen van een veranda.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 12/10/2020:

“De naaldbomen uiterst links en rechts zijn respectievelijk conifeer en sparren.

Ik kan niet zien aan de hand van de foto’s wat voor bomen de middelste zijn en hun omtrek.  Aan de hand van de luchtfoto ben ik er vrij zeker van dat er ook loofbomen staan op dit perceel. De kruin op de luchtfoto is vrij groot waarbij ik er vanuit ga dat ze een degelijke stamomtrek hebben.

Je kan eenvoudig op google opzoekingswerk doen en te weten komen welke bomen je hebt staan. De gemeente komt hier helaas niet voor langs.

Wanneer je de bomen of enkele ervan, wenst te verwijderen, dan zal je hiervoor een omgevingsvergunning moeten indienen. Dit is van tel wanneer de bomen op meer dan 15 meter van je woning staan en een omtrek van meer dan 1 meter op 1 meter hoogte.  Ik meen dat dit van toepassing is bij jullie.

Enkel (!) coniferen mag je zo verwijderen, zonder vergunning, maar niet in het broedseizoen (van februari/maart tot eind juni). 

We trachten onze gemeente zo groen mogelijk te houden. Het zou daarom toe te juichen zijn moest je ervoor kiezen om 1 of meerdere loofbomen te behouden. Vanuit de gemeentelijke diensten is dit alleszins het uitgangspunt.”

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied en in woonuitbreidingsgebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).”

“De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.”

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft een beperkte invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het kappen van 7 bomen, 3 dennen en 4 beuken, en de heraanplant van 3 bomen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen.

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Wellekensveldweg, in de zuidelijke rand van de afbakening regionaalstedelijk gebied.  De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit vrijstaande en halfopen eengezinswoningen, met 1 of 2 bouwlagen onder voornamelijk hellende daken, afgewerkt in gevelsteen in diverse tinten en texturen.

Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag onder een hellend dak, afgewerkt in wit geschilderde gevelsteen.  De woning staat vrij diep ingeplant op het perceel.  Er werd recent akte genomen van de melding voor het plaatsen van een veranda achteraan de woning.

Op het perceel staan verschillende bomen ingeplant, waaronder een grote naaldboom in de voortuin, en verschillende naald- en loofbomen in de achtertuin.

Omschrijving van de aanvraag

Men wenst de grote naaldboom in de voortuin te kappen, net zoals 2 naaldbomen en 4 beuken in de achtertuin.

De overige bomen op het perceel blijven volgens de bijgevoegde nota behouden.

De boom in de voortuin raakt de overhangende kabels en zou rot zijn (bewijs hiervan werd niet aangeleverd).

In de achtertuin wenst men in de toekomst een zwembad te voorzien.  Dit is al dan niet vrijgesteld van vergunning, hierover kan niet geoordeeld worden gezien dit geen deel uitmaakt van de huidige aanvraag.

In de voortuin worden catalpa’s aangeplant, in de achtertuin enkele fruitboompjes.

Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening

Gezien de ligging binnen woongebied is de aanvraag functioneel inpasbaar in de omgeving.

Voor de verdere aftoetsing wordt verwezen naar het advies van de dienst Facilitair management:

“Gedeeltelijk gunstig voor de voorgestelde werken zoals voorgesteld in de aanvraag, mits invullen volgende voorwaarden:

- De 4 beuken dienen behouden te blijven,

- Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden. De boom dient minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant en er kan gekozen worden uit volgende soorten: Alnus glutinos, Tilia Platyphylos, Quercus robur, Quercus petraea en/of Ulmus minor.

- We merken dat niet al de aanwezige bomen zijn aangeduid op het plan bestaande toestand, Er zal dus nog een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend.

- Nodige maatregelen te treffen om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf

Er wordt enkel een vergunning verleend voor het rooien van 3 dennen, alle andere bomen dienen behouden te blijven, ook al zijn ze niet op de huidige plannen ingetekend.”

De omgevingsambtenaar sluit zich volledig aan bij dit standpunt.  De naaldboom in de voortuin zorgt voor hinder, die in de achtertuin lijken weinig kwalitatief te zijn.  De beuken daarentegen vormen waardevolle bomen, die een meerwaarde betekenen voor de biodiversiteit.

Er blijft voldoende tuinzone behouden voor de eventuele inplanting van een zwembad.  Er kan hierbij gekozen worden voor een inplanting waarbij de te behouden bomen niet voor aanzienlijke lichtbelemmering zorgen.

De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving (enkel voor het kappen van de naaldbomen) op voorwaarde dat:

  • Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden in de voor- of achtertuin.
    De boom dient minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant en er kan gekozen worden uit volgende soorten: Alnus glutinos, Tilia Platyphylos, Quercus robur, Quercus petraea en/of Ulmus minor.
  • Er dient een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend.  Dit plan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de gedeeltelijke vergunning.
  • De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd: http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf

BESPREKING ADVIEZEN

Het advies van 29/04/2021 van de dienst Facilitair management is deels gunstig, onder voorwaarden, zoals hierboven omschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken, voor wat betreft het kappen van de naaldbomen, op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het kappen van de vier beuken.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het kappen van de drie naaldbomen, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het kappen van de vier beuken zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het kappen van de drie naaldbomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden in de voor- of achtertuin.
    De boom dient minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant en er kan gekozen worden uit volgende soorten: Alnus glutinos, Tilia Platyphylos, Quercus robur, Quercus petraea en/of Ulmus minor. Deze boom dient te worden aangeplant in het plantseizoen volgend op het kappen van de 3 naaldbomen.  Bewijs hiervan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, tenminste 6 maanden na de aanplant van de boom.  De heraanplant dient herhaald te worden tot de boom aanslaat.  Het rooien van deze boom is vergunningsplichtig.
  2. Er dient een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend.  Dit plan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de gedeeltelijke vergunning.
  3. De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd: http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  8. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden (met uitzondering van de bomen waarvoor geen vergunning tot kap bekomen wordt). Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt in hoofdzaak het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 10/06/2021 tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het kappen van de vier beuken en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager voor het kappen van de drie naaldbomen, maar wenst de voorwaarden beperkt aan te passen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het kappen van de vier beuken, zoals weergegeven op de ingediende plannen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het kappen van drie naaldbomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag vraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient bovenop de voorgestelde aanplantingen nog één extra hoogstam loofboom aangeplant te worden in de voor- of achtertuin.
    De boom dient inheems te zijn en minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant.   Deze boom dient te worden aangeplant in het plantseizoen volgend op het kappen van de 3 naaldbomen.  Bewijs hiervan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, tenminste 6 maanden na de aanplant van de boom.  De heraanplant dient herhaald te worden tot de boom aanslaat.  Het rooien van deze boom is vergunningsplichtig.
  2. Er dient een correct en volledig plan bestaande toestand moeten overgemaakt worden, waarop al de aanwezige bomen zijn ingetekend. Dit plan dient te worden overgemaakt aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na het ontvangen van de gedeeltelijke vergunning.
  3. De nodige maatregelen dienen getroffen te worden om de wortels van de beuken maximaal te beschermen. Zo mogen er geen werken uitgevoerd worden binnen de kroonprojectie van de bomen. Indien dit toch dient te gebeuren zal een erkend boomverzorger moeten aangeven welke maatregelen er moeten genomen worden om deze bomen maximaal te beschermen. Via deze link kan een lijst met erkende boomverzorgers worden geraadpleegd: http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  8. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden (met uitzondering van de bomen waarvoor geen vergunning tot kap bekomen wordt). Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

18.

2021_CBS_00718 - OMV - Hoorzitting beroep - Lange Schouwenstraat 36A - 2021/00013 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2021_CBS_00718 - OMV - Hoorzitting beroep - Lange Schouwenstraat 36A - 2021/00013 - Kennisneming

2021_CBS_00718 - OMV - Hoorzitting beroep - Lange Schouwenstraat 36A - 2021/00013 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Aanvraag van Joos Tine met als adres Lange Schouwenstraat 36A te 3520 Zonhoven (2021/00013), tot het regulariseren van een bijgebouw (afdak) en het wijzigen van de voorgevel, gelegen op een kadastraal perceel gekend als 3de afdeling, sectie F, nummer 556P en 556D2, gelegen aan Lange Schouwenstraat 36A .

De hoorzitting inzake het beroep van mevrouw Tine Joos tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen  d.d. 13 april 2021 waarbij een gedeeltelijke omgevingsvergunning met opgelegde voorwaarden werd verleend, zal plaats vinden op woensdag 07 juli 2021 om 10u00 uur.

Gelet op de verstrengde maatregelen d.d. 2 november 2020 m.b.t. de verspreiding van het coronavirus zal de geplande hoorzitting niet fysiek doorgaan, maar via videoconferentie.

Indien het college van burgemeester en schepenen gehoord wil worden kan dit via het deelnemen aan een digitale videoconferentie. De videoconferentie zal georganiseerd worden via de toepassing ‘Microsoft Teams’. 

Indien u dit vergaderverzoek op een ander mailadres wenst te ontvangen dan hetgeen u hebt ingegeven op het omgevingsloket kan u dit ten laatste laten weten voor 25 juni 2021 op het mailadres omgevingsvergunning@limburg.be.

Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht dat u kan terugvinden onder het tabblad ‘alle gebeurtenissen’.

De spreektijd zal bij de video- en teleconferentie beperkt worden tot 10 minuten per partij. Dit om de strikte timing van de hoorzittingen te kunnen garanderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist niet deel te nemen via videoconferentie aan de hoorzitting van 07 juli 2021.

19.

2021_CBS_00719 - OMV - Kennisname uitvoering voorwaarde afgeleverde omgevingsvergunning - Zwanenstraat 105 - 2019/00338 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2021_CBS_00719 - OMV - Kennisname uitvoering voorwaarde afgeleverde omgevingsvergunning - Zwanenstraat 105 - 2019/00338 - Goedkeuring

2021_CBS_00719 - OMV - Kennisname uitvoering voorwaarde afgeleverde omgevingsvergunning - Zwanenstraat 105 - 2019/00338 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 11 februari 2021 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd door de deputatie aan Heidestrand NV, Bijnens Antoon (2019/00338), Zwanenstraat 105 te 3520 Zonhoven, op percelen 4de afdeling sectie C nummers 4S7, 4G4, 4E7, 4L4, 4S6 en sectie D nummers 153T, 153S, 153R, 153E, 155A, 156, 160, 161A, 162, 163, 165B, 165C, 166A, 167, 168, 169, 170E, 171, 173, 174X2, 174A3, 174F3, 174E3, 174V2, 174B3, 174D2, 174Y2, 174L3 en 174K3 gelegen langs Zwanenstraat 105.

Volgende voorwaarden werden opgelegd:

Voor wat betreft de stedenbouwkundige handelingen onder volgende voorwaarden:

  • Alle niet vergunde constructies in natuurgebied zijn te verwijderen (inclusief nutsleidingen). Na afbraak en voor ingebruikname van de nieuwe zwembadinfrastructuur moet er een duidelijke afschermende afscheiding geplaatst worden tussen recreatiegebied en natuurgebied. Het type van afsluiting alsook de inplanting van de afsluiting moet in nauw overleg met ANB gebeuren.
  • De vegetatie in natuurgebied moet hersteld worden door het spontaan laten verbossen van de zone waar de constructies worden verwijderd.
  • Het advies van Provincie Limburg Dienst Water en Domeinen d.d. 10/11/2020 en 01/04/2020 (2020N064369-2020-284) met specifieke voorwaarden zijn strikt na te leven.
  • Het advies van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg d.d. 11/03/2020 (HA-94-063-007) is strikt na te leven.

Voor wat betreft de inaedeelde inrichtingen of activiteiten. onder volgende voorwaarden:

  1. In afwijking en/of aanvulling van de algemene en sectorale voorwaarden voor lozing van bedrijfsafvalwater in de riolering, geldt voor de lozing van het bedrijfsafvalwater de volgende bijzondere voorwaarde: AOX: 600 ug.
  2. De periodieke reinigingen waarbij de volledige inhoud van het zwembad geloosd wordt, moeten telkens (veertien dagen) vooraf besproken met de beheerder van rioolwaterzuiveringsinstallatie RWZI Zolder.

Er is een schriftelijke toelating van de N.V. Aquafin vereist vooraleer de leeglaat van het zwembad mag starten.

  1. Er mag geen hemelwater geloosd worden op de openbare riolering.
  2. Alle afvalwater en bedrijfsafvalwater moet geloosd worden op de openbare riolering.
  3. De opslag van stoffen die kunnen leiden tot verontreinigingen van het watersysteem bovengronds moet bovengronds gebeuren én boven het kritische overstromingspeil, zijnde 35,2 m TAW. Een bewijs hiervan moet overgemaakt worden aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  4. De zwembadinfrastructuur is enkel toegankelijk zijn voor verblijfs- of campingrecreanten en hun familie.

Op 25 mei 2021 werden door de aanvrager drie foto’s overgemaakt aan de dienst planning en vergunningen.

Uit deze ingediende stukken blijkt dat de steiger (nr. 1) verwijderd werd.

De aanvrager diende tevens een foto toe waaruit zou moeten blijken dat de petanquebaan met zitgelegenheid (nr. 3) tevens verwijderd werd.  Uit de foto is echter niet af te leiden is of dit de locatie is waar de petanquebaan met zitgelegenheid aanwezig waren.

De aanvrager dient dan ook bijkomende foto’s (getrokken vanuit verschillende hoeken) over te maken aan de dienst planning en vergunningen.  Eventueel kan de aanvrager ook een foto overmaken aan de dienst planning en vergunningen van voor de uitvoering van de werken, indien hij hierover nog beschikt.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvrager schriftelijk in kennis te stellen dat voldaan werd aan de voorwaarde van de omgevingsvergunning voor het verwijderen van de steiger (nr. 1).

Om aan te tonen dat de petanquebaan met zitgelegenheid (nr. 3) werd verwijderd dient de aanvrager bijkomende foto’s (getrokken vanuit verschillende hoeken) over te maken aan de dienst planning en vergunningen.

Eventueel kan de aanvrager ook een foto overmaken aan de dienst planning en vergunningen van voor de uitvoering van de werken, indien hij hierover nog beschikt.

20.

2021_CBS_00720 - OMV - Besluit Deputatie - Jacob Lenaertsstraat 7 en 9 - 2020/00131 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2021_CBS_00720 - OMV - Besluit Deputatie - Jacob Lenaertsstraat 7 en 9 - 2020/00131 - Kennisneming

2021_CBS_00720 - OMV - Besluit Deputatie - Jacob Lenaertsstraat 7 en 9 - 2020/00131 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Beslissing van de Bestendige deputatie van 10 juni 2021:

Artikel 1
§1. Aan de heer Davy Bulen, Kruisstraat 12B e 3520 Zonhoven wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, de omgevingsvergunning geweigerd voor het regulariseren van het slopen van een industriehal en het ontwikkelen van een woonerf (met inrichtingsnummer 20200220-0027), met als voorwerp:
- de volgende stedenbouwkundige handelingen:
o Het regulariseren van het slopen van een industriehal
o Het bouwen van 12 woningen
met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven, kadastraal gekend: Afdeling 2, Sectie D, perceelnrs. 103K25, 130P26 en 130F36;

- de volgende ingedeelde inrichtingen of activiteiten:
het ontwikkelen van een woonerf waarbij een gesloten bodemenergiesysteem (BEO) geïnstalleerd zal worden, omvattende volgende rubrieken uit de indelingslijst van Vlarem ll, bijlage 1;
Rubriek 16.3.2°a): inrichtingen fysisch behandelen gassen: Koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioninginstallaties, e.a., m.u.v. inrichtingen die ingedeeld zijn in rubriek 16.9, c), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW t.e.m. 200 kW;
vergund: / ;
verandering: nieuwe rubriek;
totaal na verandering: per woning warmtepomp met ingeschat vermogen van 4 à 5 kW te voorzien - totaal: 65 kw;
(klasse 3)
Rubriek 55.1.1°: boringen: verticale boringen, andere dan rubrieken 53, 54 en 55.3: t.e.m. diepte dieptecriterium zoals op kaart in bijlage 2quinquies van dit besluit en gelegen buiten beschermingszone type lll;
vergund: / ;
verandering: nieuwe rubriek;
totaal na verandering: 9 boringen met een diepte van 150 m voor een warmtepompsysteem op basis van een gesloten bodemenergiesysteem;
(klasse 3)

gelegen ter plaatse Jacob Lenaertsstraat 7, 3520 Zonhoven, kadastraal gekend 71442D0130/00F036, 71442D0130/00P026, 71442D0130/00K025;

Artikel 2
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de beroeper, met name de heer de heer Jo Van Lommel, Borsbeeksebrug 36 te 2600 Antwerpen namens de heer Davy Bulen, Kruisstraat 12B te 3520 Zonhoven;
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.

Artikel 3
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
5°  de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.

Artikel 4
Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° (...)
6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
1°   de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2°   de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 10 juni 2021.

21.

2021_CBS_00721 - OMV - Vergunning - Klapstraat 10 - 2021/00048 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2021_CBS_00721 - OMV - Vergunning - Klapstraat 10 - 2021/00048 - Goedkeuring

2021_CBS_00721 - OMV - Vergunning - Klapstraat 10 - 2021/00048 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en een terras en het verwijderen van een boomhut.

De aanvraag werd op 14/02/2021 ontvangen.

Op 12/03/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 31/03/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 28/04/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 10 maart 1950 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1950/00022)
  • Op 17 mei 2005 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een minicrèche en het slopen van 2 bijgebouwen, door het college van burgemeester en schepenen. (2005/09838)
  • Op 16 oktober 2019 werd een omgevingsvergunning verleend, voor het slopen van de bestaande woning en bijgebouwen en het bouwen van een eengezinswoning, door de deputatie.  (2019/00063)
  • Op 28/07/2021 werd  een omgevingsvergunning geweigerd, voor het aanleggen van een zwembad, het aanleggen van diverse terrassen en verhardingen, het bouwen van een poolhouse met overdekt terras, het bouwen van een tuinberging/fietsenberging en het kappen van bomen, door het college van burgemeester en schepenen. (2020/0062)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Wel werd er een soort van boomhut/platform tussen bomen opgericht achteraan het perceel. Deze constructie werd opgenomen in de aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten poolhouse met een horizontale dakoppervlakte van 60m² een nieuwe hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening. Ook de oppervlaktes van de niet waterdoorlatende verhardingen worden hierop aangesloten.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

De overloop van een buitenzwembad wordt beschouwd als regenwaterafvoer. Dit kan u aansluiten op een infiltratievoorziening of sluit u aan op de bestaande aansluiting ter hoogte van het openbaar domein op de bestaande aansluiting. De volgende richtlijnen zijn van toepassing: de bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dient de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Er mag geen rechtstreekse aansluiting van een zwembad op het riool gemaakt worden.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Natuurdecreet 

Het perceel is deels gekarteerd als biologisch waardevol.

Het advies van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig: 

“De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-208663.

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:

• Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Bespreking stedenbouwkundige vergunning

Uit het dossier blijkt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur zal veroorzaakt worden.

Conclusie

Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarde:

  • De stedenbouwkundige voorschriften dienen nauwgezet gevolgd te worden.
  • Bomen aan de achterkant van het perceel blijven behouden.
  • Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies dient men na te gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (in vullen contactpersoon).

Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

(Volume meer dan 1000 m3 / bestemming van het gebouw ander dan alleen wonen. Let op: ook rekening houden met voormalige bedrijfsactiviteiten zoals bv. bij een hoevegebouw ook al is er thans enkel nog een woonfunctie )

Vermits het af te breken bedrijfsgebouw groter is dan 1000m³ dient een sloopinventaris opgemaakt te worden conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en een terras en het verwijderen van een boomhut.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

 ( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Klapstraat, net buiten de kern van Zonhoven.  De bebouwing in de nabije omgeving kenmerkt zich door één- en meergezinswoningen in een vrijstaande of halfopen bebouwing, veelal opgetrokken met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse tinten en texturen.   Op wandel- en fietsafstand bevinden zich horeca-, diensten- en handelsfuncties.

Op het perceel werd eerder een woning gesloopt en werd een nieuwbouw woning vergund.  Deze is in opbouw.  De vergunde woning telt 2 bouwlagen onder hellende daken en is opgetrokken in een klassieke architectuur, afgewerkt met recuperatie gevelsteen en blauw gesmoorde dakpannen.  In de tuinzone bevinden zich verschillende bomen.  In de bomen achteraan werd, onvergund, een boomhut gebouwd.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en een terras en het verwijderen van een boomhut.

De boomhut werd niet vergund.  Gezien het slopen van onvergunde constructies niet vergunningsplichtig is, is het verwijderen van de boomhut niet vergunningsplichtig en worden hierover binnen deze aanvraag verder geen uitspraken gedaan.

De bestaande bomen op het perceel blijven behouden, ook worden er nieuwe bomen aangeplant.

Op 14,17m achter de woning en op 1,50m van de linker perceelsgrens wordt een poolhouse ingeplant, met een breedte van 5m en een bouwdiepte van 12m.  Het poolhouse telt 1 bouwlaag onder een plat dak met een hoogte van 3,50m boven het maaiveld.  Het wordt afgewerkt in een houten gevelbekleding.  Het poolhouse wordt ingericht met een ontspanningsruimte enerzijds, en sanitair/kleedruimte anderzijds.  Het bijgebouw wordt onderkelderd, in de kelder worden de zwembadtechnieken voorzien.

Rechts van het poolhouse, op een afstand van 2,70m, wordt een zwembad voorzien, 4,10m breed en 15m lang.  Tussen poolhouse en zwembad wordt een verharding aangelegd in blauwe steen van 25m².   Deze verharding sluit vooraan het poolhouse aan op een houten terrasverharding met looppad tot aan het terras achter de woning, met een oppervlakte van 58m².

De overige tuinzone wordt groen aangeplant.  Het bestaande maaiveld blijft behouden.

Aftoetsing aan de goede ruimtelijke ordening

De architectuur van het poolhouse is in harmonie met die van de woning.  Door de aanvraag wordt geen bijkomende hinder gecreëerd.  Gezien de grootte van het perceel is de gevraagde bebouwing en verharding aanvaardbaar, de draagkracht van het perceel wordt niet overschreden.

Er wordt hout gebruikt voor de gevelbekleding van het poolhouse en voor het terras.  Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.  Dit wordt meegegeven als bemerking.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

BESPREKING ADVIEZEN

Het advies van 27/05/2021 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven beschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en een terras, mits voorwaarden.

Gezien het slopen van onvergunde constructies niet vergunningsplichtig is, is het verwijderen van de boomhut niet vergunningsplichtig en worden hierover binnen deze aanvraag verder geen uitspraken gedaan.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en een terras zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Volgende voorwaarden dienen te worden gevolgd:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het Agentschap Natuur en Bos, zoals gevoegd in bijlage.
    Riolering:
  2. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  3. Er mag geen afwatering of drainage van de kelder gerealiseerd worden;
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Gezien het slopen van onvergunde constructies niet vergunningsplichtig is, is het verwijderen van de boomhut niet vergunningsplichtig en worden hierover binnen deze aanvraag verder geen uitspraken gedaan.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een poolhouse, het aanleggen van een zwembad en een terras zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten schrijnwerk/de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het Agentschap Natuur en Bos, zoals gevoegd in bijlage.
    Riolering:
  2. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  3. Er mag geen afwatering of drainage van de kelder gerealiseerd worden;
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

22.

2021_CBS_00722 - Inrichting fietsstraat schoolomgeving ‘de Lettermolen’ en aanvraag subsidie voor verkeersveiligere schoolomgevingen/schoolroutes van ‘de Lettermolen’ en ‘de Horizon’ - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2021_CBS_00722 - Inrichting fietsstraat schoolomgeving ‘de Lettermolen’ en aanvraag subsidie voor verkeersveiligere schoolomgevingen/schoolroutes van ‘de Lettermolen’ en ‘de Horizon’ - Principiële Goedkeuring

2021_CBS_00722 - Inrichting fietsstraat schoolomgeving ‘de Lettermolen’ en aanvraag subsidie voor verkeersveiligere schoolomgevingen/schoolroutes van ‘de Lettermolen’ en ‘de Horizon’ - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Er kan een subsidie aangevraagd worden voor projecten die de verkeersveiligheid op ons grondgebied verbeteren:

  1. Schoolomgevingen (straal van 100 meter rond de schoolingang)

            a. Maximaal 1 subsidieaanvraag per kalenderjaar

            b. Maximum 50% van de uitgaven met een maximum van € 25.000,00 per schoolomgeving.

      2. Schoolroutes (buiten de straal van 100 meter rond de schoolingang)

           a. Maximaal 1 subsidieaanvraag per kalenderjaar voor 1 of meer schoolroutes.

           b. Maximum 50% van de uitgaven die voor subsidie in aanmerking komen met een maximum van € 100.000,00.

           c. Maximum 5 schoolroutes over 2 kalenderjaren aanvragen.

Deze subsidies zijn gericht op snel uitvoerbare maatregelen zoals verkeerssignalisatie en kleine infrastructurele maatregelen.

 

Voorstel dienst:

We stellen voor om aanvragen in te dienen voor de volgende projecten:

Schoolomgevingen:

  • Inrichten van de schoolstraat aan basisschool De Horizon in de Doktersstraat tussen de Kievitveldstraat en de Donkeindeweg.
  • Inrichten fietsstraat op de verbinding tussen basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg. Deze verbinding wordt voor 50 meter in rekening gebracht binnen een schoolomgeving.  Resterende 112,50 meter valt buiten schoolomgeving en maakt onderdeel uit van aanvraag schoolroute. Deze werken worden gepland ter verbetering van deze verbindingsweg.
  • Aanbrengen thermoplasten markering op Molenweg conform andere scholen.


Schoolroutes:

  •  Inrichten fietsstraat op de verbinding tussen basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg. Deze verbinding wordt voor 112,50 meter in rekening gebracht als schoolroute. Eerste 50 meter valt binnen de schoolomgeving en maakt onderdeel uit van aanvraag schoolomgeving. Deze werken worden gepland ter verbetering van deze verbindingsweg. 

Raming:

Schoolomgevingen:

1. Inrichten van de schoolstraat aan basisschool De Horizon in de Doktersstraat tussen de Kievitveldstraat en de Donkeindeweg.

  1. 2 octopuspalen met slagboom: €5.265,92 incl. BTW
  2. 2 verkeersborden ‘schoolstraat’
    1. 2 openklapbare verkeersborden C3 ‘schoolstraat’: € 196,26 incl. BTW
    2. 2 palen diameter 51: € 53,56 incl. BTW
    3. 2 afsluitdoppen paal: € 0,68 incl. BTW
    4. 4 bevestigingsbeugels (2st./bord): € 2,53 x 4 = € 10,12 incl. BTW
    5. Totaal: 196,26 + 53,56 + 0,68 + 10,12 = € 260,62 incl. BTW
  3. Totaal raming: € 5.265,92 + € 260,62 = € 5.526,54 incl. BTW

 

2. Inrichten fietsstraat (breedte 3,20 meter) op de verbinding tussen basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg. Deze verbinding wordt voor 50 meter in rekening gebracht binnen een schoolomgeving. Resterende 112,50 meter valt buiten de schoolomgeving en maakt onderdeel uit van aanvraag schoolroute.

         2.1. Aanleg 50 meter fietsstraat x 3,20 meter = 160m²

                2.1.1. Totaalaanleg in waterdoorlatende betonklinkers: €82,72/m² x 160m² = € 13.235,20 incl. BTW

        2.2. Plaatsen verkeersbord F111 (begin fietsstraat) + paal + beugels:

                2.2.1. Verkeersbord F111: € 58,91 incl. BTW

                2.2.2.  Paal diameter 51: € 26,78 incl. BTW

                2.2.3.  Afsluitdop paal: € 0,34 incl. BTW

                2.2.4. Bevestigingsbeugels (2st./bord): € 2,53 x 2 = € 5,06 incl. BTW

                2.2.5. Totaal: 58,91 + 26,78 + 0,34 + 5,06 = € 91,09 incl. BTW

        2.3. Plaatsen verkeersbord F113 (einde fietsstraat) + paal + beugels:

                2.3.1. Verkeersbord F113: € 58,91 incl. BTW

                2.3.2. Paal diameter 51: € 26,78 incl. BTW

                2.3.3.  Afsluitdop paal: € 0,34 incl. BTW

                2.3.4.  Bevestigingsbeugels (2st./bord): € 2,53 x 2 = € 5,06 incl. BTW

                2.3.5. Totaal: 58,91 + 26,78 + 0,34 + 5,06 = € 91,09 incl. BTW

        2.4.  Aanbrengen logo fietsstraat:

                2.4.1. Thermoplast (120x120) fietsstraat: € 195,75 incl. BTW

                2.4.2. Primer aanbrengen klinkers 4L: € 32,19 incl. BTW

                2.4.3. Totaal: 195,75 + 32,19 = € 227,94 incl. BTW

        2.5. Totaal raming: 13.235,20 + 91,09 + 91,09 + 227,94 = € 13.645,32 incl. BTW

 

3. Aanbrengen markering op Molenweg conform andere scholen:

        3.1. 2 x Octopus thermoplast opgevuld (ledenkorting): € 828,85 x 2 = € 1.657, 70 incl. BTW

        3.2. Uitvoering in eigen beheer

        3.3. Totaal raming: € 1.657,70 incl. BTW

 

4. ALGEMEEN TOTAAL RAMINGEN:

                4.1. 5.526,54 + 13.645,32 + 1.657,70 = € 20.829,56 incl. BTW

 

Schoolroutes:

Inrichten fietsstraat (breedte 3,20 meter) op de verbinding tussen basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg. Deze verbinding wordt voor 50 meter in rekening gebracht binnen een schoolomgeving. Resterende 112,50 meter valt buiten schoolomgeving en maakt onderdeel uit van aanvraag schoolroute.

  1. Aanleg 112,50 meter fietsstraat x 3,20 meter = 360m²

            1.1. Totaalaanleg in waterdoorlatende betonklinkers: € 82,72/m² x 360m² = € 29.779,20 incl. BTW

      2. Plaatsen verkeersbord F111 (begin fietsstraat) + paal + beugels:

            2.1. Verkeersbord F111: € 58,91 incl. BTW

            2.2. Paal diameter 51: € 26,78 incl. BTW

            2.3. Afsluitdop paal: € 0,34 incl. BTW

            2.4. Bevestigingsbeugels (2st./bord): € 2,53 x 2 = € 5,06 incl. BTW

            2.5. Totaal: 58,91 + 26,78 + 0,34 + 5,06 = € 91,09 incl. BTW

    3. Plaatsen verkeersbord F113 (einde fietsstraat) + paal + beugels:

            3.1. Verkeersbord F113: € 58,91 incl. BTW

            3.2. Paal diameter 51: € 26,78 incl. BTW

            3.3. Afsluitdop paal: € 0,34 incl. BTW

            3.4. Bevestigingsbeugels (2st./bord): € 2,53 x 2 = € 5,06 incl. BTW

            3.5. Totaal: 58,91 + 26,78 + 0,34 + 5,06 = € 91,09 incl. BTW

   4. Plaatsen verkeersbord C5 (verbodsbord 'verboden toegang voor bestuurders voor motorvoertuigen met meer dan 2 wielen'):

            4.1. Verkeersbord C5: € 25,71 incl. BTW

            4.2. Paal diameter 51: € 26,78 incl. BTW

            4.3. Afsluitdop paal: € 0,34 incl. BTW

            4.4. Bevestigingsbeugels (2st./bord): € 2,53 x 2 = € 5,06 incl. BTW

            4.5. Totaal: 25,71 + 26,78  + 0,34 + 5,06 = € 57,89 incl. BTW

    5. Aanbrengen logo fietsstraat:

            5.1. Thermoplast (120x120) fietsstraat: € 195,75 incl. BTW

            5.2. Totaal: 195,75 incl. BTW

    6. ALGEMEEN TOTAAL RAMINGEN:

  1. 29.779,20 + 91,09 + 91,09 + 57, 89 + 195,75 = € 30.215,02 incl. BTW

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is principieel akkoord tot het inrichten van een fietsstraat tussen de basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg.

Artikel 2

Het college besluit om een subsidiedossier in te dienen voor volgende projecten in het kader van een schoolomgeving:

  • Inrichten van de schoolstraat aan basisschool De Horizon in de Doktersstraat tussen de Kievitveldstraat en de Donkeindeweg.
  • Inrichten fietsstraat op de verbinding tussen de basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg. Deze verbinding wordt voor 50 meter in rekening gebracht binnen een schoolomgeving. Resterende 112,50 meter valt buiten de schoolomgeving en maakt onderdeel uit van de aanvraag schoolroute. Deze werken worden gepland ter verbetering van deze verbindingsweg.
  • Aanbrengen markering op Molenweg conform de andere scholen.

Artikel 3

Het college besluit om een subsidiedossier in te dienen voor volgende projecten in het kader van schoolroutes:

  • Inrichten fietsstraat op de verbinding tussen basisschool De Lettermolen en de Kneuterweg. Deze verbinding wordt voor 112,50 meter in rekening gebracht als schoolroute. Eerste 50 meter valt binnen de schoolomgeving en maakt onderdeel uit van aanvraag schoolomgeving. Deze werken worden gepland ter verbetering van deze verbindingsweg.
23.

2021_CBS_00723 - Projectoproep preventie everzwijnenschade - vraag tot samenwerking met een vereniging - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2021_CBS_00723 - Projectoproep preventie everzwijnenschade - vraag tot samenwerking met een vereniging - Weigering

2021_CBS_00723 - Projectoproep preventie everzwijnenschade - vraag tot samenwerking met een vereniging - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de opmerkingen van ANB over ons ingediende projectaanvraag 'preventieve maatregelen everzwijnenschade 2021'.

Naast enkele aandachtspuntjes, geeft ANB aan dat het project in de huidige vorm niet weerhouden wordt in de selectie omwille van juridische eisen.  Om te voldoen aan de voorwaarden moet er een samenwerkingsverband zijn met minstens één andere partner (vb. sportvereniging).  Deze partner moet ook effectief bijdragen aan het project, ofwel financieel ofwel in natura. Dit moet aangetoond worden aan de hand van een document waarin gemotiveerd omschreven wordt waarom er sprake is van een samenwerking. Het document wordt ondertekend door de partijen. Deadline is 28/06.

Nota dienst:

Niettegenstaande de dienst milieubeleid in de aanvraag omschreven heeft welke verenigingen aanwezig zijn op de Basvelden en op welke wijze zij voordeel zullen ondervinden van het project, blijkt dit onvoldoende. 

In realiteit is het niet onze intentie dat een (sport)vereniging bijdraagt aan dit project, noch financieel, noch in natura. Omwille van het gelijkheidsprincipe moeten dan ook alle sportverenigingen evenredig bijdragen aan het project.  Bijkomend is dit niet haalbaar binnen de vooropgestelde deadline. Vandaar dat de dienst voorstelt om de projectaanvraag te laten stopzetten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen zal geen bijdrage in welke vorm dan ook vragen aan één of meerdere verenigingen, gevestigd op de Basvelden, wat maakt dat de projectaanvraag wordt stopgezet.

24.

2021_CBS_00724 - Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven - Goedkeuring gunningsverslag - Goedkeuring gunning

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
24.

2021_CBS_00724 - Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven - Goedkeuring gunningsverslag - Goedkeuring gunning

2021_CBS_00724 - Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven - Goedkeuring gunningsverslag - Goedkeuring gunning

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De selectieleidraad en het bestek voor de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven” opgesteld door de dienst contractmanagement.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 25 mei 2020 houdende goedkeuring selectieleidraad, raming en gunningswijze voor de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven”.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 2 juni 2020 houdende starten van de selectieprocedure.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 29 juni 2020 houdende goedkeuring gunningsleidraad van de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven”.
Het selectieverslag dd. 20 augustus 2020 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 25 augustus 2020 houdende goedkeuring kwalitatieve selectie uit te nodigen firma’s.
Het proces verbaal van de jury dd. 6 januari 2021.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 26 januari 2021 houdende afronding fase prijsvraag.
Het tussentijds verslag van nazicht van de offertes na onderhandelingsronde dd. 6 mei 2021 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 18 mei 2021 houdende goedkeuring voorkeurbieder.
Het gunningsverslag dd. 26 mei 2021 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.
De beslissing dd. 16 juni 2021 van de provincie Limburg met instemming aanstelling ontwerper.

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad verleende in zitting van 25 mei 2020 goedkeuring aan de selectievereisten, de raming en de plaatsingsprocedure van de opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven”, met name prijsvraag met Europese bekendmaking gevolgd door de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor diensten.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 2 juni 2020 de prijsvraag te starten.

De gemeenteraad verleende in zitting van 29 juni 2020 goedkeuring aan de gunningsleidraad voor deze opdracht.

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 25 augustus 2020 goedkeuring aan de selectie van volgende kandidaten:
- a2o-omgeving bv, Visserrsstraat 2 te3500 Hasselt
- Arcadis Belgium nv, Markiesstraat 1 te 1000 Brussel
- Geotec bv – Geosted bv, Riemsterweg 117 te 3742 Bilzen
- Omgeving cvba, Uitbreidingsstraat 390 te 2600 Berchem
- Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel.

De geselecteerde kandidaten werden uitgenodigd om een offerte in te dienen die het bestuur ten laatste op 30 november 2020 om 11.00 uur dienden te bereiken.  Alle vijf firma’s hebben hun offerte ingediend.

Het proces verbaal van de jury werd opgesteld op 6 januari 2021.

Het college van burgemeester en schepenen dd. 26 januari 2021 besliste om de fase prijsvraag af te ronden en verder te onderhandelen met de anonieme kandidaten I, III en V.

Het tussentijds verslag van nazicht van de offertes na onderhandelingsronde werd op 6 mei 2021 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.

Het college van burgemeester en schepenen dd. 18 mei 2021 ging akkoord met de aanduiding van Sweco Belgium nv te Brussel als voorkeurbieder.

De voorkeurbieder werd uitgenodigd om onderhandelingen te voeren en heeft na de onderhandelingen een BAFO overgemaakt ter verbetering van de initiële offerte.

Het gunningsverslag werd op 26 mei 2021 opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.

Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes, het PV van de jury uit de prijsvraag, de vergelijking van de offertes, finale onderhandelingen en indiening van de BAFO, stelt de ontwerper voor om de opdracht te gunnen aan Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel.

De opdracht  betreft een occasionele gezamenlijke opdracht uitgaande van de gemeente en de provincie, waarbij de gemeente in hun gezamenlijke naam zal optreden bij de gunning en de uitvoering van de opdracht.  Op 16 juni 2021 verleende de provincie Limburg haar instemming met de aanstelling van Sweco Belgium nv als ontwerper.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Goedkeuring wordt verleend aan het gunningsverslag dd. 26 mei 2021, opgesteld door Michael Vanderhoydonk, afdelingshoofd ruimte.  Het gunningsverslag in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.

Artikel 2

De opdracht “Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven” wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Sweco Belgium bv, Arenbergstraat 13 bus 1 te 1000 Brussel tegen de som van € 154.402,05 als bovengrens voor het masterplan en een ereloonpercentage van 7,2 % voor deelproject 1.

Artikel 3

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.

Artikel 4

De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het meerjarenplan 2020-2025.

25.

2021_CBS_00730 - OMV - Vergunning - Herestraat 124A - 2020/00297 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
25.

2021_CBS_00730 - OMV - Vergunning - Herestraat 124A - 2020/00297 - Weigering

2021_CBS_00730 - OMV - Vergunning - Herestraat 124A - 2020/00297 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.

De aanvraag werd op 30/12/2020 ontvangen.

Op 28/01/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 22/02/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 11/03/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 21/03/2021 tot en met 19/04/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF

De activiteiten van het bedrijf/ de vereniging zonder winstoogmerk zijn de volgende: voetbalclub “Zonhoven United FC”.

Huidige aanvraag behelst een verandering, zijnde het boren van 1 grondwaterwinningput met een diepte van 45 meter op een locatie waar het dieptecriterium 73 meter bedraagt en minder dan 5000 m³/jaar grondwater zal opgepompt worden. Het betreft de beregening van 2,5 voetbalvelden gedurende +/- 5 maanden via een computergestuurd programma (enkel 's nachts beregening) voor een debiet van 4500 m³/jaar – rubriek 53.8.1°a).

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1958/00144: WEIGERING van de bouwaanvraag op 14/05/1958 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1980/00046: bouwvergunning op 23/06/1980 voor het bouwen van een tennislokaal, centraal gebouw, voetballokaal;
  • 1992/00034: bouwvergunning op 24/03/1992 voor het bijbouwen van een berging tennisgebouw Basvelden;
  • 1997/07686: bouwvergunning op 12/09/1997 voor het bouwen van een afdak aan het tennisgebouw;
  • 1998/07817: bouwvergunning op 30/04/1998 voor de aanleg van een skatepark;
  • 1998/07897: bouwvergunning op 02/09/1998 voor het verbouwen van de voetbalkantine;
  • 2004/09538: stedenbouwkundige vergunning op 19/08/2004 voor het bouwen van een centraal gebouw op de sportvelden Basvelden;
  • 2005/09872: stedenbouwkundige vergunning op 24/05/2005 voor het uitbreiden van de voetbalkantine;
  • 2006/10340: stedenbouwkundige vergunning op 31/07/2006 voor het bouwen van een telecommunicatiestation met monotube pyloon van 30m, voorzien van 3 paneelantennes en terreinverlichting, een bijhorend technisch lokaal en een omheining van 2m rond het geheel;
  • 2007/10834: stedenbouwkundige aanvraag voor het plaatsen van een hob-unit  - geen tijdige beslissing stedenbouw;
  • 2009/11296: stedenbouwkundige vergunning op 28/04/2009 voor het aanleggen van een vloerplaat in ongewapend beton met plaatsing van prefab betonnen skatetoestellen;
  • 2009/11522: stedenbouwkundige vergunning op 21/12/2009 voor het aanleggen en inrichten van een voetbalterrein op het openluchtsportcentrum Basvelden;
  • 2014/00180: stedenbouwkundige vergunning op 25/02/2015 voor het regulariseren, heraanleggen en uitbreiden van een parking en het aanleggen van een infiltratiebekken;
  • 2017/00094: stedenbouwkundige vergunning op 01/08/2017 voor het kappen van 3 berken;
  • 2017/00095: WEIGERING van de stedenbouwkundige aanvraag op 01/08/2017 voor het kappen van 1 acacia;
  • 2018/00270: omgevingsvergunning op 26/02/2019 voor het kappen van een boom;
  • 2020/00029: omgevingsvergunning op 08/05/2020 voor de plaatsing van een nieuw telecommunicatiestation;
  • 2021/00062: omgevingsvergunning op 11/05/2021 voor het slopen van de voetbalkantine “Basvelden”.

Huidige aanvraag voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning was de aanleiding van het slopen van de bestaande kantine .

  • 2017/00005/SPLITSING: aanvraag tot splitsing van percelen 3/E/323A, 269D, 323C, 338D en 328S in het kader van recht van opstal (lot 1), goedgekeurd op 21/03/2017.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie november/ december 2020 voor wat betreft het oprichten van een nieuwe voetbalkantine (VB_2014_133). Hierbij werd aangegeven dat gemeente Zonhoven zal instaan voor de aanvraag tot slopen van het bestaande gebouw.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • 3/E/269D – 2006/14 – grondwaterwinning, beregening voetbalvelden (MIL/753.2/VL1/sp);
  • 3/E/269B, 269D – 2010/90 – transformator tot max. 1000 kVA – rubriek 12.2.1° - beslissing gunstig 28/09/2006 (752.4-646);
  • 3/E/269D – 2013/20 – grondwaterwinning, gunstig (752.2-165);
  • 3/E/269D – 2017/53 – grondwaterwinning voor beregening van 2 voetbalvelden en 1 duiveltjesveld op de sportterreinen Basvelden – rubriek53.8.1°a) -  aktename 09/01/2018 (752.4-944).

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 21/03/2021 tot en met 19/04/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Inter Vlaanderen
Fluvius
Dienst Patrimonium
Dienst Contractmanagement
Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.

Bijlage III - Rubriek 10. j) werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater, die niet zijn opgenomen in bijlage I of II.

De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: geen aanzienlijke effecten.

Deze conclusie kan bijgetreden worden.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en grotendeels gelegen in recreatiegebied. 

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het recreatiegebied.

De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten gebouw met een horizontale dakoppervlakte van 960,74m² 2 hemelwaterputten worden voorzien met elk een inhoud van 20.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachines en buitenkranen. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een overloopsysteem naar een bestaand bufferbekken/ infiltratiebekken door middel van infiltratiebuizen die een opvangcapaciteit hebben van 6045 liter en een infiltratieoppervlakte van 76,73m².

De aanstiplijst hemelwater geeft aan dat de horizontale dakoppervlakte 957,55m² bedraagt, dit is slechts een beperkte afwijking t.o.v. de plannen en heeft geen impact op het eindresultaat.

Afwijking verordening:

De minimale inhoud van de hemelwaterput bedraagt 10.000 liter. De aanvraag voorziet de plaatsing van 2 hemelwaterputten met elk een inhoud van 20.000 liter. 

Om de waterkwaliteit te bewaren dient een groter hergebruik dan standaard gemotiveerd te worden.

De motivatienota geeft aan dat het hemelwater hergebruikt zal worden voor een totaal van 12 toiletten en 15 urinoirs, 2 wasmachines voor reiniging van de kledij, 4 buitenkranen die mogelijk ook voor beregening van de speelvelden gebruikt kunnen worden. Een verbruik van 2000 liter/ dag is te verwachten (wanneer het gebouw gebruikt wordt weliswaar).

Volgens de rekentool mag een dakoppervlakte van 867,18m² in mindering gebracht worden voor berekening van de infiltratievoorziening (= min. 2260 liter, min. 3,61m²).

De voorziene opvangcapaciteit en infiltratieoppervlakte van de infiltratiebuizen voldoet ruimschoots aan de vereisten.

De verhardingen worden niet uitgebreid.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. 

Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.

Met betrekking tot de riolering en afwijking hemelwater werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan rioleringsbeheerder Fluvius.

Het advies van 25/03/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig.

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-03-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 269E, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen. 

Het dossier mag voorwaardelijk gunstig geadviseerd worden mits volgende opmerkingen: 

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: 

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering. 

  • De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten", meer bepaald inzake capaciteitsbeslag en mogelijke netuitbreidingen en/of netaanpassingen om de nieuwe units aansluitbaar te maken. Dit reglement is terug te vinden op onze website www.fluvius.be. 
  • Afhankelijk van de grootte van het project zal in overleg met de projectontwikkelaar bepaald worden of er zal gewerkt worden met gemeenschappelijke tellerlokalen of met ringleidingen op het terrein. 

Het is ook mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. Deze ruimte heeft altijd minimale binnenafmetingen van 5m x 3.70m, dient zich op het gelijkvloers te bevinden en moet rechtstreeks toegankelijk zijn. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds vooraf besproken te worden met Fluvius. 

  • Een gedetailleerde aansluitstudie zal dit uitwijzen. Fluvius maakt deze studie na ontvangst van de aansluitingsaanvraag waarbij de benodigde vermogens worden opgegeven. Hiertoe dient de initiatiefnemer tijdig, en dit vóór het uitvoeren van zijn stedenbouwkundige vergunning, een offerte te vragen aan Fluvius aan de hand van het aanvraagformulier "Studie- en offerteaanvraag voor verkavelingen & bouwprojecten" welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be). 
  • Indien bij de definitieve aanvraag blijkt dat de gevraagde vermogens buiten de standaardnormen vallen kan onze visie nog wijzigen in functie van de gevraagde vermogens. De kosten voor de eventueel te verplaatsen bestaande leidingen vallen integraal ten laste van de aanvrager. 

Algemene voorschriften

  • Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel. 
  • Het meterlokaal bevindt zich direct aan de straatzijde en is voldoende ruim bemeten. Er moet voor de meter steeds een vrije doorgang blijven van 80cm ten opzichte van een muur of ander obstakel. 
  • Nuttige vrije hoogte van de eventuele tellerlokalen bedraagt minimaal 2m over de ganse vloeroppervlakte. 
  • De boven- en onderverluchting van gasmeterlokalen moeten steeds rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staan. 

Riolering: 

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn. 

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk. 

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer 

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven. De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven. 
  • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013. 
  • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel. 
  • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang. 

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject 

  • Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein. 
  • Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn.
     Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be. 
  • Op het rioleringsplan is het verplicht alle aftappunten voor nuttig gebruik van het hemelwater te vermelden cf. de bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater. De plaatsing van een grotere hemelwaterput en het nuttig gebruik voor alle toiletten, wasmachines en buitenkranen leidt hier tot een grotere aftrek in afwaterende oppervlakte(n) voor de dimensionering van de infiltratievoorziening. De vooropgestelde dimensionering is aanvaardbaar in deze opstelling. 
  • Volgens de GSV hemelwater moet de inhoud van het bufferbekken verplicht op het rioleringsplan vermeld staan. De inhoud ervan moet gedimensioneerd zijn op basis van de som van de oppervlakten die erop aangesloten wordt. 
  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren. 

We raden aan om

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben. 
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. 
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden. 
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak. 
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. 

3. Keuring privéwaterafvoer 

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. 

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius). 

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. 

Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier.”

Gezien een aantal opmerkingen in het advies betreffende de opvang van hemelwater op verhardingen en de dimensionering van het bufferbekken, kan aangegeven worden dat de terrassen en tribune overdekt zijn en bijgevolg reeds opgenomen in de berekening en dat de infiltratiebuizen meer dan de vereiste capaciteit bieden waardoor een overloop naar het bufferbekken principieel niet nodig is. In geval van hevige regenval kan wel aangegeven worden dat het bestaande bufferbekken nog een restcapaciteit heeft van 4913 liter en 175,86m², voldoende voor de volledige opvang van het nieuwe gebouw (minimale infiltratievereisten).

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager.

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter of gelijk is aan 400m².

De toegankelijkheidsnormen zijn van toepassing op alle nieuw te bouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen.

Voorafgaand aan de aanvraag werd in het kader van een begeleidingstraject door Inter Vlaanderen advies aangeleverd (09/12/2020) betreffende concept en structuur op basis van de ontwerpplannen 24/11/2020. Hierbij werden een aantal knel- en aandachtspunten meegegeven aan aanvrager en architect.

De omgevingsaanvraag werd voor advies voorgelegd aan Inter Vlaanderen.

Het advies van Inter Vlaanderen werd niet verleend binnen de wettelijke adviestermijn.

Op 08/06/2021 werd een ongunstig advies verleend door Inter, met volgende specifieke knelpunten en aandachtspunten voor de betreffende aanvraag:

  • Er is op dit moment geen helling maar enkel een trap naar de tribune.  De tribune is niet rechtstreeks bereikbaar voor mensen met een beperking en bvb ouderen, mensen met kleine kinderen en buggy.  Dit kan wel langs binnen via een lange omweg. Namelijk een lange in de kleedkamers naar de lift en via de cafetaria naar de tribune.  In het gebouw liggen trappenhal en lift niet in elkaars buurt. (gelijkwaardigheidsprincipe !! ).  Ook bezoekers met een beperking moeten eerst door de kleedkamers om in de cafetaria en tribune te geraken.  Beter is het lift en trappenhal in elkaars buurt te voorzien.  Voorzie voldoende ruimte aan lift en trappenhal.  (zie eerder gemaakte opmerking hierover in vorig verslag met richtlijnen oref2020106_Zonhoven_Herestraat 124a_Basvelden Nieuwe Voetbal Infrastructuur)
  • Voorzie de trappen van de nodige leuningen.
  • Zorg dat de deuren naar de tribune en naar het terras ook drempelloos zijn.
  • Zorg voor een verlaagd gedeelte aan de toog en onderrijdbare tafels in de cafetaria.
  • Minstens 4% van het totale aantal kleedruimtes of pashokjes moet toegankelijk zijn. Indien er onderscheid is tussen mannen en vrouwen, geldt dit voor elk deel afzonderlijk, tenzij de toegankelijke constructies zich in de gemeenschappelijke ruimte bevinden.
  • Controleer de inrichting van de aangepaste toiletten op afmetingen en inrichting (beugels, onderrijdbare wastafel,…) zie vorig verslag met richtlijnen.
  • Controleer de afmetingen en juiste inrichting van de gemeenschappelijke douches (zie vorig verslag met richtlijnen).  Indien er geen vast zitje voorzien wordt in de douche voorzie dan een douche rolstoel.

Er werd nog een bijkomend advies opgemaakt door Inter d.d. 17/06/2021. Dit advies werd opgemaakt na bespreking met architect en clubverantwoordelijke.  Het advies is inhoudelijk nagenoeg identiek, dezelfde knelpunten worden aangehaald.  Desondanks gaat het om een voorwaardelijk gunstig advies.  De precieze voorwaarden worden nergens letterlijk opgesomd in het advies.  

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing:

1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;

2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;

3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen archeologienota vereist gezien de bodemingreep kleiner is dan 1.000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving gezien de knelpunten vernoemd in de adviezen van Inter.  Door de voorziene locatie van de lift wordt het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen   verband langsheen de straten die het recreatiegebied omzomen en ten zuiden bevindt zich een ingesloten groengebied.

Op het perceel van de aanvraag zelf zijn diverse gebouwen en aangelegde terreinen in functie van sport en recreatie aanwezig. Op het terrein staat een voetbalkantine ingeplant die gesloopt zal worden.  Deze situeert zich op het noordwestelijke deel van het perceel, tussen 2 voetbalvelden en met een aansluiting naar de parking aan de Herestraat.  Er zijn diverse hoogstambomen en ander groen aanwezig op het terrein.

Omschrijving van de aanvraag

Op de locatie van de bestaande voetbalkantine wordt een nieuwe voetbalaccommodatie opgetrokken.  Het nieuwe gebouw zal zich, meer dan het bestaande gebouw, richten op het bestaande A-plein.  De as van de ontworpen spelerstunnel zal uitkomen op de middellijn van plein A.   Omwille van deze inplanting dienen 2 bestaande eiken gerooid worden.  Binnen het bestaande dossier wordt geen compensatie voor deze kap opgenomen.

Het nieuwe gebouw telt 2 bouwlagen onder een plat dak, met een hoogte van 7,30m boven het maaiveld, en wordt aan de zijde van het A-plein voorzien van een tribune.  De max. breedte van het hoofdgebouw bedraagt 17,94m, de breedte inclusief de tribuneconstructie bedraagt 23,89m.  De max. bouwdiepte bedraagt 39,05m (excl. een trapje i.f.v. de tribune).   

De toegangspaden naar dit gebouw maken in feite geen deel uit van de aanvraag, gezien de gemeente Zonhoven deze zal voorzien, kaderend binnen het grote geheel van site de Basvelden.

Het gelijkvloers wordt ingericht met kleedkamers, technische ruimtes, sanitair, berging en een ehbo-lokaal. De toegang bevindt zich aan de zijde van de parking langs de Herestraat.

De verdieping wordt voornamelijk ingericht als kantine met aanhorigheden.  Gezien de verdieping niet de volledige footprint van het gelijkvloers inneemt, ontstaat er aan de achterzijde, op het dak van de gelijkvloerse bouwlaag, ruimte voor een terras, aansluitend aan de kantine.  De tribune is toegankelijk via de kantine en het terras.

Het geheel krijgt een strakke vormgeving, afgewerkt in een lichtgrijze gevelsteen en zwart aluminium schrijnwerk, met een dominerende luifel in zwarte stalen sandwichpanelen.  Tegen de voorgevel wordt het logo van de voetbalclub geplaatst.   De lengte van de gelijkvloerse plint van de linker zijgevel wordt gebroken doordat een viertal vlakken van deze gevel volledig met groen begroeid zullen worden.

Op het dak worden zonnepanelen geplaatst.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De inplanting van een nieuwe voetbalaccommodatie is functioneel inpasbaar op de recreatieve site de Basvelden.

Mobiliteitsimpact

Het gaat om een bestaande voetbalclub.  De bezoekers kunnen gebruik maken van de bestaande parking langs de Herestraat, alsook van de bestaande parking aan de Muizenstraat die ook toegang verleent aan de site.  De aanvraag heeft in dat opzicht weinig impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken

De hoogte van het gebouw, 2 bouwlagen onder een plat dak, zorgt voor een andere schaal dan de huidige kantine (1 bouwlaag onder een plat dak).  Door de tribune in het gebouw te integreren ontstaat een gebundeld geheel.  Het gebouw wordt op voldoende afstand ingeplant tot de toegang zodat de hoogte aanvaardbaar is op het terrein.

Het gebouw zal een nieuwe, hedendaagse voorgevel vormen voor de site, vanaf de toegang aan de zijde van de Herestraat.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De site van de Basvelden betreft een zeer ruim sportpark, met verschillende aanwezige sporttakken, alsook zeer veel groen.  De site kan de gevraagde oppervlakte dragen.  Het gebouw wordt ingeplant tussen twee bestaande voetbalpleinen wat zorgt voor een efficiënt ruimtegebruik.

De gevraagde inplanting is voor de voetbalclub de enige mogelijke, omwille van diverse redenen, andere scenario’s werden uitgebreid onderzocht maar bleken niet mogelijk te zijn.   Door de gewenste inplanting dienen 2 waardevolle eiken gerooid te worden.  De dienst Facilitair management verleende hieromtrent d.d. 23/03/2021 volgend advies:

“Gunstig mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:

- Aanplanten van 4 hoogstam bomen in de maat 20/25 ter compensatie van de twee eiken die gerooid worden

- Voor de heraanplant kan er gekozen worden uit volgende soorten:

     - Quercus robur (zomereik) 

     - Quercus petraea (wintereik)

- de bomen worden best aan de graszone aan de noordzijde van de nieuwbouw heraangeplant, 

- de bomen dienen te worden aangeplant in het eerste plantseizoen volgend op de afwerking van het gebouw.”

Dit dient te worden opgenomen als vergunningsvoorwaarde, met de toevoegingen dat bewijs van maat en aanplant aangeleverd dient te worden en wat er dient te gebeuren indien de bomen zouden afsterven.

Visueel-vormelijke elementen

Op de site bevinden zich diverse sporttakken waarbij ook enkele gebouwen.  Deze gebouwen zijn divers in architectuur en kleur en bevinden zich verspreid over de site. Het voorziene gebouw integreert zich goed binnen dit geheel, door de vrij eenvoudige vormgeving en materiaalgebruik. Door de linker zijgevel te laten begroeien met planten ontstaat een (gedeeltelijke) groengevel, in harmonie met de parkomgeving.

Op de gevelplannen zijn de zonnepanelen op het platte dak zichtbaar.  Wanneer deze ook in de realiteit op een dergelijke manier zichtbaar zijn zal dit storend zijn en afbreuk doen aan de architectuur.  De zonnepanelen dienen op een wijze te worden geplaatst (door de afstand tot de dakrand en de hellingsgraad) dat deze zo weinig mogelijk zichtbaar zijn vanaf de site. Dit wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Door het voorzien van dit nieuwe gebouw zal de club beschikken over een hedendaagse accommodatie, aangepast aan de huidige normen van comfort, duurzaamheid, enz.

Zoals in de adviezen van Inter aangehaald, wordt echter het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden door de locatie van de lift.  Deze wordt achteraan in het gebouw voorzien en is enkel bereikbaar via ofwel de (lange) gang tussen de kleedkamers ofwel via een zij-ingang en vervolgens door het ehbo-lokaal.  Er werd reeds voorafgaandelijk door de dienst gecommuniceerd dat deze locatie zeer vreemd is.   Ook in het pré-advies van Inter, in het kader van het begeleidingstraject, werd aangehaald dat deze locatie het gelijkwaardigheidsprincipe schaadt.

De architect haalt in zijn nota aan dat de voorziene inplanting de meest praktische is in het kader van leveringen t.b.v. het bovenliggend cafetaria en dat deze inplanting ook voor g-sporters ideaal is.   

De praktische kant ten voordele van leveringen voor het cafetaria kan bezwaarlijk gesteld worden boven het gelijkwaardigheidsprincipe. Wanneer de lift in de inkomhal zou worden voorzien is er geen enkel beletsel de lift ook voor deze leveringen aan te wenden.  
Dat de voorziene locatie praktisch is voor g-sporters kan worden bijgetreden, maar dit is niet het geval voor bezoekers die gebruik wensen te maken van de lift. Hen door de gang tussen de kleedkamers sturen is niet gepast. Deze gang is voor de sporters en zal daarnaast ook vaak vuil zijn. Ook de optie de zij-ingang te gebruiken biedt geen oplossing. Men zal hierdoor voorafgaandelijk het ehbo-lokaal moeten doorkruisen, wat bezwaarlijk als volwaardige/evenwaardige ingang kan worden beschouwd. De vraag kan gesteld worden of deze zij-ingang steeds toegankelijk zal zijn?  Wanneer deze gesloten is kan een gebruiker van de lift het gebouw niet zelfstandig betreden.

Bovendien is de lift helemaal aan het uiteinde van het gebouw gelegen waardoor mensen met een beperking een lange omweg moeten maken wat niet gebruiksvriendelijk is.  Men dient te parkeren op de bestaande parking waarna men, ofwel langs ofwel doorheen, het volledige gebouw moet passeren alvorens de lift te bereiken. Men zou kunnen overwegen parkeerplaatsen aan te leggen ter hoogte van de zij-ingang maar dit is niet wenselijk.  De verhardingen zullen door de gemeente worden aangelegd passend in het gehele concept van de Basvelden.  Dergelijke parkeerplaatsen op de site zullen onnodige verhardingen creëren.  Bovendien tast dit het algemene concept van de site aan, waarbij alle gemotoriseerd verkeer van de site wordt geweerd.  Het kan tenslotte niet zijn dat omwille van een slechte inplanting van een lift in een ontwerp tot nieuwbouw het concept van de site gewijzigd dient te worden.

Deze nieuwbouw biedt de kans een functioneel en hedendaags gebouw te voorzien voor de komende jaren dat voor iedereen toegankelijk is.  Een vereiste die bij elk nieuw publiek toegankelijk gebouw geldt.  Deze kans mag in geen geval blijven liggen, zeker gezien de ligging op een gemeentelijk sportterrein/park.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving gezien de locatie van de lift het gelijkwaardigheidsprincipe aantast.  

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 11/03/2021 van de dienst Contractmanagement is gunstig.  

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 25/03/2021 van de dienst Patrimonium is gunstig.  

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 23/03/2021 van de dienst Facilitair management is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven beschreven.  

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 25/03/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven beschreven.  

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 13/04/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. 

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Er werd 11/03/2021 advies gevraagd aan Inter.  Dit advies werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er werd d.d. 08/06/2021 een ongunstig advies afgeleverd, en d.d. 17/06/2021 een voorwaardelijk gunstig advies met nagenoeg dezelfde inhoud.

Uit beide adviezen blijkt dat door de locatie van de lift het gelijkwaardigheidsprincipe wordt geschonden.

Om die reden sluiten de gemeentelijke omgevingsambtenaren zich aan bij het ongunstig advies.  Zie hiervoor ook de bespreking van de goede ruimtelijke ordening waarbij dit inhoudelijk wordt gemotiveerd.  

Er kan daarnaast worden opgemerkt dat het vreemd is dat een advies dat inhoudelijk quasi identiek is aan een ongunstig advies aangepast werd naar een gunstig advies onder voorwaarden.  Bovendien worden in het laatste adviezen geen exacte voorwaarden benoemd. Wanneer de omgevingsambtenaren stellen dat de voorwaarden en bemerkingen uit het laatste advies gevolgd dienen te worden zou dit strijdig zijn met het ontwerp gezien de bemerkingen in het advies aangaande de locatie van de lift. Dit zou m.a.w. leiden tot een onuitvoerbaarheid.  

Om deze reden werd bijkomende duiding gevraagd aan Inter.  Hierin stelt men dat het advies omtrent de lift, wanneer men louter rekening houdt met de verordening toegankelijkheid, niet kan leiden tot een ongunstig advies.  Maar dat men, in de geest van de wet en vanuit de visie van de lopende opdracht van de gemeente voor een trajectbegeleiding toegankelijkheid (die verder gaat dan de verordening) het ongunstig standpunt t.o.v. de locatie van de lift behoudt.  Het argument dat de gelijkwaardigheid in het huidig concept fout zit en dat dit best wordt bijgestuurd blijft m.a.w. behouden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, maar dat door het ontwerp het gelijkwaardigheidsprincipe wordt geschonden. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een verandering van een vergunde inrichting, zijnde het boren van een nieuwe grondwaterwinning, voor een diepte van 45 meter, voor een totaaldebiet van 4500 m³/jaar. 

Met volgende aangevraagde rubrieken: 

53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar. 

GRONDWATERWINNINGEN

De voetbalclub vraagt volgende grondwaterwinningen aan, voor de toepassing: beregening van  2,5 voetbalvelden (2 volwaardige pleinen en 1 duiveltjesveld), gedurende +/- 5 maanden.  Er wordt enkel ’s nachts beregend. 

Momenteel is een grondwaterwinning aanwezig, voor hetzelfde debiet en diepte. Doch door de afbraak van de bestaande kantine en bouw van de nieuwe, zou de oude put onder het gebouw komen te liggen (onder kleedkamer 11). Gezien dit niet wenselijk is, wordt ervoor gekozen om een nieuwe put te boren, naast de nieuwe kantine, ten zuiden van de hemelwaterputten. 

Artikel 5.53.2.3 Vlarem II voorziet een vrijstelling voor het herboren van een grondwaterwinningsput maar voor deze aanvraag wordt niet voldaan aan de voorwaarden van deze vrijstelling (niet binnen de 10 meter van de bestaande put) waardoor inderdaad een verandering van de vergunde grondwaterwinning moet aangevraagd worden. 

Een vermoedelijke boorstaat werd toegevoegd door de boorfirma Aqua Vrijsen, waarbij de waterwinning op 45 m diepte staat aan een uurdebiet van 15 m³.  

In de aanvraag is er onduidelijkheid over het maximaal aangevraagde debiet.  De aanvraag vermeldt 3 verschillende debieten: 4500 m³/jaar, minder dan 5000 m³/jaar en maximaal 5000 m³/jaar.  

Het dieptecriterium op deze locatie is 73 meter.   Wanneer meer dan 5000 m³ op jaarbasis wordt opgepompt, is een klasse 2 noodzakelijk. Vandaar het belang dat duidelijk is hoeveel op jaarbasis opgepompt wordt.  Geadviseerd wordt om dit vast te leggen op maximaal 4500 m³/jaar, het laagst doorgegeven debiet in de aanvraag. 

Een milieumelding werd op 9 januari 2018 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor een grondwaterwinning op 45 meter diepte, voor minder dan 5000 m³/jaar.  Een einddatum werd niet vermeld op de melding. 

Volgende voorwaarden worden opgelegd: 

  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II worden nageleefd.
  • Een registratieplicht is van toepassing (art. 5.53.3.3.§9 Vlarem II): “De stand van iedere debietmeter wordt genoteerd in een register op de laatste kalenderdag van elk jaar waarin grondwater werd opgepompt en telkens wanneer, om welke reden ook, de debietsmeter verwijderd of herplaatst wordt.” 

In de maand januari van elk jaar geeft de voetbalclub spontaan de meterstand van de debietsteller door aan de dienst milieubeleid van de gemeente Zonhoven.

  • De oude grondwaterwinningsput wordt onmiddellijk na de ingebruikname van de nieuwe, buiten gebruik gesteld volgens de code van goede praktijk (bijlage 5.53.1 Vlarem II).  Een bewijs van buitengebruik stelling wordt onmiddellijk overgemaakt aan de dienst leefmilieu (leefmilieu@zonhoven.be) evenals de definitieve boorstaat van de nieuwe winning. 

MEET- EN REGISTRATIEVERPLICHTINGEN

Het bedrijf moet voldoen aan de meet- en registratieverplichtingen vallende onder 53. 

Zijnde een meetinrichting voor het opgepompte grondwater in de vorm van een debietsmeter. 

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur zijnde.  

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd, voor onbepaalde duur: 

  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II worden nageleefd.
  • Een registratieplicht is van toepassing (art. 5.53.3.3.§9 Vlarem II): “De stand van iedere debietmeter wordt genoteerd in een register op de laatste kalenderdag van elk jaar waarin grondwater werd opgepompt en telkens wanneer, om welke reden ook, de debietsmeter verwijderd of herplaatst wordt.” 

In de maand januari van elk jaar geeft de voetbalclub spontaan de meterstand van de debietsteller door aan de dienst milieubeleid van de gemeente Zonhoven.

  • De oude grondwaterwinningsput wordt onmiddellijk na de ingebruikname van de nieuwe, buitengebruik gesteld volgens de code van goede praktijk (bijlage 5.53.1 Vlarem II).  Een bewijs van buitengebruik stelling wordt onmiddellijk overgemaakt aan de dienst leefmilieu (leefmilieu@zonhoven.be) evenals de definitieve boorstaat van de nieuwe winning. 

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.  Door de locatie van de lift wordt het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden.

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning voor een jaardebiet van 4500 m³, op een diepte van 45 meter, met volgende rubriek:

53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar. 

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 17/06/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning zoals weergegeven op de ingediende plannen. Door de locatie van de lift wordt het gelijkwaardigheidsprincipe geschonden.

26.

2021_CBS_00731 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00018/SPLITSING - Beke Veld - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
26.

2021_CBS_00731 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00018/SPLITSING - Beke Veld - Goedkeuring

2021_CBS_00731 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00018/SPLITSING - Beke Veld - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De percelen 3de afdeling, sectie E, nrs. 61E en 88C zijn gelegen in een woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

De percelen zijn binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk gelegen.

Er gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften op dit terrein.

Er werd geen opmetingsplan van een landmeter toegevoegd.

Het perceel 88C heeft een oppervlakte van 13a60ca en zal in zijn totaliteit verkocht worden om te voegen bij de projectzone ‘ Rosmolen’.

Er werd geen opmetingsplan van een landmeter toegevoegd aan de splitsingsaanvraag. De splitsing houdt enkel rekening met de gegevens die ter beschikking gesteld werden door het kadaster.

De notaris geeft mee dat het aangrenzende perceel 61E (18a30ca) net zoals het perceel 88C toebehoort aan dezelfde eigenenaars, zodat deze percelen, op stedenbouwkundig vlak, aaneensluitende onroerende goederen zijn. Aangezien nu 1 van deze 2 percelen wordt verkocht, is een splitsingsaanvraag noodzakelijk.

Uit het schrijven van de notaris blijkt volgende reden van het tijdstip van verkoop:

“Het perceel (88C) wordt nu al verkocht aangezien dit een fiscale optimalisatie is voor de huidige grondeigenaar. De meerderheid van de gronden die deel zullen uitmaken van het project ‘Rosmolen’ kunnen pas later overgedragen worden, gezien het feit dat anders een meerwaardebelasting verschuldigd is door de huidige grondeigenaar. Voor onderhavig perceel is dit niet het geval.”

Ongeacht dat de verkoop nu reeds gebeurt uit oogpunt van een fiscale optimalisatie zal achteraf de procedure van een omgevingsvergunning tot verkaveling nog gevolgd moeten worden. Over het verloop en de eindbeslissing hieromtrent is op dit moment geen uitsluitsel te geven.

Om een ontwikkeling op deze locatie toe te kunnen staan zal er dus in de toekomst nog een omgevingsvergunning bekomen moeten worden, deze aanvraag dient in lijn liggen met de standpunten van de dienst Stadsontwikkeling zoals reeds kenbaar gemaakt in het informeel overleg met de projectontwikkelaar.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat voorwaardelijk akkoord met de voorgestelde splitsing van de percelen 3de afdeling, sectie E, nrs. 61E en 88C waarbij het perceel 88C in zijn totaliteit verkocht zal worden om te voegen bij de projectzone ‘ Rosmolen’.

Vooraleer er ontwikkeling op dit perceelsdeel toegestaan kan worden dient er een omgevingsvergunning voor het verkavelen van het gebied bekomen te worden. Deze verkaveling dient in lijn te liggen met de standpunten ingenomen door de dienst Stadsontwikkeling zoals reeds kenbaar gemaakt in het informeel overleg met de projectontwikkelaar.

27.

2021_CBS_00725 - Wandelnetwerk De Wijers: verklaring copromotorschap - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
27.

2021_CBS_00725 - Wandelnetwerk De Wijers: verklaring copromotorschap - Goedkeuring

2021_CBS_00725 - Wandelnetwerk De Wijers: verklaring copromotorschap - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In een groot deel van Vlaanderen zijn reeds wandelnetwerken met een knooppuntensysteem gerealiseerd. In De Wijers hebben wij nog geen knooppuntensysteem. Het Regionaal Landschap Lage Kempen is al twee jaar bezig met de voorbereiding van zo'n knooppuntensysteem. Het bestaande wandelaanbod vormt hierbij de basis waarbij het knooppuntensysteem niet alleen de 9 afzonderlijke wandelgebieden zal verbinden maar waarbij ook nieuwe kwalitatieve paden kunnen aangelegd worden. Momenteel beschikken wij reeds over 42 km wandelpaden en rekent RLLK op 29 km nieuwe paden.

Hiermee spreken wij een nieuw doelpubliek aan dat één- of meerdaagse tochten wenst te maken. Belangrijkste winst is echter dat de bestaande toeristische infrastructuur EN de lokale horeca rechtstreeks via dit netwerk aangesloten kan worden. Wij zijn dan ook overtuigd van de meerwaarde van dit project.

Recentelijk kwam er een projectoproep Plattelandplus waarbinnen het realiseren van een WANDELNETWERK DE WIJERS kan passen. Het is een kans – al is de subsidiepot vrij klein -om financiële ondersteuning te krijgen a rato van 65% voor de coördinatie en de investeringen. Om de kosten te kunnen inschatten werd voor het hele grondgebied van De Wijers bekeken welke wandelroutes er reeds zijn en welke verbindingen nog ontbreken. Deze trajecten zijn louter illustratief en zijn dus ook nog niet afgetoetst met de gemeenten. Na goedkeuring van de subsidies zal het RLLK hiervoor met elke gemeente afzonderlijk deze trajecten bespreken om samen dit netwerk uit te tekenen. Hierbij kunnen wij erover waken dat de nieuwe trajecten een kwalitatieve aanvulling zijn op ons bestaande wandelaanbod.

De totale kostprijs van dit project wordt geschat op € 340.105 waarbij de kosten voor Zonhoven € 46.775 bedragen. Dankzij de subsidiëring moeten wij enkel een bijdrage van € 16.371 betalen, gespreid over 2022 en 2023. Dit budget moet dus extra voorzien worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is bereid om het copromotorschap op te nemen in het project ter realisatie van het wandelnetwerk met knooppunten in De Wijers. Hierbij geeft zij opdracht om de verklaring voor het copromotorschap te ondertekenen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen geeft opdracht om in het meerjarenplan de nodige kredieten te voorzien in MJP000570 'Samenwerking met verschillende partners voor de verdere uitbouw en onderhoud van de toeristische routestructuren' in 2022 en 2023.

28.

2021_CBS_00727 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - tijdelijke ingang bezoekers - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
28.

2021_CBS_00727 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - tijdelijke ingang bezoekers - Goedkeuring

2021_CBS_00727 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - tijdelijke ingang bezoekers - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Samen met de isolatie en afwerking van de voorgevel zal ook de toegang naar de hoofdingang heraangelegd worden. Er wordt een dwarse afscheidingsmuur en een nieuwe luifel geplaatst. Er worden hellingen voor mindervaliden en trappen aangelegd volgens de geldende normen van toegankelijkheid (hellingspercentage, leuningen op twee hoogtes, maximale optrede,...). Door deze werken zal de toegang hier voor langere tijd niet bruikbaar zijn.

Om bezoekers op een veilige manier te ontvangen zijn er twee opties:

Optie 1 - Via de deur in de kopgevel aan de vroegere financiële dienst (groene looplijnen):

Deze deur werd vervangen door een nooddeur, er staat aan de buitenzijde geen kruk op. Hierdoor dient deze deur te blijven openstaan tijdens de openingsuren. Achter de deur bevindt zich nog het glazen tochtsas. Vanuit de trappenhal kan via de deur links, in het vroegere lokaal van de financiële dienst een tijdelijke onthaalbalie opgesteld worden. Vanuit dit lokaal komen bezoekers direct in de centrale gang aan de dienst bevolking, voor het overgrote deel van de bezoekers ook de dienst waar ze moeten zijn. Andere bezoekers komen via de dienst bevolking in de vertrouwde trappenhal aan het bestaande onthaal.

Optie 2 - Via de nieuwe automatische schuifdeur aan de centrale trappenhal naar de raadzaal (blauwe looplijnen):

De tijdelijke onthaalbalie wordt in dit geval opgesteld in de trappenhal, waar op dit moment echter maar een beperkt aantal stopcontacten en data aansluitingen aanwezig zijn. Bezoekers voor de dienst bevolking moeten heen en terug via de smalle gang langs het stooklokaal en de garages naar het bestaande onthaal, voor de meeste inwoners onbekend terrein. Zowel binnen in het gebouw als buiten dient een grotere afstand overbrugd te worden.

In beide gevallen kan het oude onthaalmeubel van de bibliotheek gebruikt worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verkiest optie 1, waarbij bezoekers via de zijdeur aan de financiële dienst worden ontvangen.

29.

2021_CBS_00729 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
29.

2021_CBS_00729 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2021_CBS_00729 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming