Terug
Gepubliceerd op 26/05/2021

2021_CBS_00564 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 16 - 2021/00060 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 18/05/2021 - 13:30 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00564 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 16 - 2021/00060 - Goedkeuring 2021_CBS_00564 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 16 - 2021/00060 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een gesloten eengezinswoning en het bouwen van 2 bijgebouwen.

De aanvraag werd op 21 februari 2021 ontvangen.

Op 23 maart 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 29 maart 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 1 april 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren/bemerkingen ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 18 augustus 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1950/00044)

Op 21 april 1955 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1955/00048)

De aanvraag werd enkele malen in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.  

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een veranda.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werd opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat het gaat om een verbouwing/uitbreiding van een bestaande woning en de uitbreiding van de verhardingen met een kleinere oppervlakte dan 40m² .

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
  • De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de keuken, de nachthal en de zolderverdieping (ruimte voor technische installatie).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een gesloten eengezinswoning en het bouwen van 2 bijgebouwen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De aanvraag is niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling, BPA of RUP en dient getoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening.( Deze wordt verderop uitgevoerd )

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Genkerbaan, in het centrum van de gemeente Zonhoven.  De bebouwing in de nabije omgeving kenmerkt zich door een voornamelijk gesloten bebouwing met woonfunctie en enkele handels-, horeca- en dienstenfuncties ter hoogte van het gelijkvloers.  Deze bebouwing kent een grote diversiteit in kleuren en texturen maar bestaat steeds uit 2 bouwlagen onder een hellend dak.

Op het perceel bevindt zich een eengezinswoning in een gesloten bebouwing met 2 bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in een wijnrode baksteen. De woning staat vooraan ingeplant op de rooilijn.  De breedte van de woning bedraagt 6,94m ter hoogte van de rooilijn. De vloerpas bevindt zich aan de voorzijde 0,28m boven het maaiveld.  De maximale bouwdiepte bedraagt ongeveer 17,85m, waarbij het hoofdvolume een bouwdiepte telt van 8,90m. De kroonlijsthoogte bedraagt 6,12m boven de vloerpas en de nokhoogte 9,32m.

Achter het hoofdvolume tellen de aanbouwen 1 bouwlaag onder een plat dak. Deze aanbouwen zijn niet volledig vergund.  

Het perceel grenst achteraan aan een terrein waarop recent een woonontwikkeling, bestaande uit meergezinswoningen in de vorm van ‘urban villa’s’, werd gerealiseerd. Op dit terrein werd een erfdienstbaarheid gevestigd waardoor het perceel van de aanvraag ook aan de achterzijde bereikbaar is voor trage weggebruikers. De tuinzone van het perceel bestaat momenteel voornamelijk uit gazon, met een beperkte terrasverharding.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een gesloten eengezinswoning en het bouwen van 2 bijgebouwen.

Het hoofdvolume wordt gestript en structureel aangepast. Hierbij worden enkele dragende en niet-dragende binnenmuren verwijderd en vervangen door kolommen en balken. Er wordt gevelisolatie voorzien met een bekleding in gevelstrips. De totale dikte hiervan bedraagt ter hoogte van de voorgevel 18cm op verdiepingsniveau en 14cm op gelijkvloers niveau.  Ter hoogte van de achtergevel bedraagt deze dikte 20cm.  De steenstrips hebben een lichtgrijze kleur. Het schrijnwerk wordt, net zoals de insprong aan de voorgevel en de aanbouw achteraan, in effen zwart aluminium worden uitgevoerd.

Het dak wordt vervangen en geïsoleerd. Het gabarit van het dak blijft behouden.  Het dak wordt afgewerkt met zwarte dakpannen.

De onvergunde veranda wordt afgebroken. Het overig volume van de aanbouw wordt verbouwd.  De bouwdiepte van de aanbouw wordt voorzien tot op 17,83m, conform de bouwdiepte op het links aanpalend perceel. De aanbouw telt één bouwlaag onder een plat dak met een hoogte van 3,40m boven de vloerpas.

Er wordt een patio voorzien achter het hoofdvolume om zo natuurlijk licht en lucht in de woning te trekken.

In functie van de nieuwe indeling worden de gevelopeningen aangepast.

Aansluitend op de woning wordt een terras aangelegd over de volledige perceelsbreedte, met een oppervlakte van 35 m².  Het terras wordt uitgevoerd in een waterdoorlatende verharding.  Vanaf het terras worden enkele stapstenen voorzien tot aan een vrijstaand bijgebouw dat ingeplant staat tegen de linker perceelsgrens, op 7,84m vanaf de achtergevel van de woning.  Het bijgebouw wordt opgevat als een voornamelijk open maar overdekte houten constructie met een oppervlakte van 19m².  Het wordt voorzien van een plat dak met een hoogte van 2,80m.  Het bijgebouw functioneert als bergruimte voor tuinmeubilair en schoonmaakmateriaal.

Achteraan in de tuin staat een tweede vrijstaand bijgebouw ingeplant, tegen de rechter perceelsgrens, met een oppervlakte van 17,56m².  De hoogte bedraagt 3m onder een plat dak.  Dit bijgebouw heeft als functie fietsen- en tuinberging en wordt uitgevoerd in hout. Het staat ingeplant via de achterzijde, waar het perceel via de erfdienstbaarheid bereikbaar is en toegankelijk via een poortje.  Tussen bijgebouw en achterste perceelsgrens wordt een waterdoorlatende verharding aangelegd met een oppervlakte van ongeveer 15m².  Tussen deze verharding en de rechter perceelgrens wordt de compostopslag voorzien.

Het hemelwater dat op beide vrijstaande bijgebouwen terechtkomt watert via een spuwer af naar de omliggende groenzone op eigen terrein.

De bestaande perceelsafsluitingen blijven behouden. Tegen de linker perceelsgrens wordt tussen de achtergevel van de woning en de achtergevel van de open berging een houten wand geplaatst met een hoogte van 1,70m.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande functie (eengezinswoning) blijft behouden en past functioneel binnen de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De woning staat ingeplant op de rooilijn en bevat geen inpandige garage. Voor de woningen langs de Genkerbaan bevinden zich haakse parkeerplaatsen op het openbaar domein die door de bewoners/bezoekers worden gebruikt. Deze situatie blijft onveranderd.

De schaal van de voorgenomen werken

Het volume van de bestaande woning langs straatzijde blijft behouden, waardoor de verbouwing geen impact heeft op de schaal van het gebouw binnen het straatbeeld.  Achteraan wordt het volume slechts beperkt uitgebreid. De totale oppervlakte van de bijgebouwen komt ongeveer overeen met de maximale oppervlakte die bepaald wordt voor vrijstaande bijgebouwen in het vrijstellingsbesluit (40m²) en is aanvaardbaar voor deze locatie.

Er blijft voldoende tuinzone over om groen aan te planten.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Het college van burgemeester en schepenen besliste op 5 maart 2019 om akkoord te gaan met het voorstel van de administratie om voor een bouw- of verbouwproject gelegen langs de Dorpsstraat, Heuvenstraat, Genkerbaan en Rode Kruisweg 3 volwaardige bouwlagen mét zadeldak toe te laten.

Binnen de aanvraag wordt er voor geopteerd het bestaande aantal bouwlagen (2) te behouden. De maximale bouwdiepte werd in de vernoemde collegebeslissing vastgelegd op maximum 17m voor het gelijkvloers.  Deze diepte wordt overschreden. Gezien er aangesloten wordt op de bestaande bebouwing/bouwdiepte op het links aanpalend perceel is de gevraagde bouwdiepte van 17,83m aanvaardbaar. 

Aan de overige bouwnormen uit het collegebesluit wordt voldaan.

Er wordt gevelisolatie voorzien met een bekleding in gevelstrips. De totale dikte hiervan bedraagt ter hoogte van de voorgevel 18cm op verdiepingsniveau en 14cm op gelijkvloers niveau.  De woning staat vooraan ingeplant op de rooilijn, deze wordt bijgevolg overschreden.

Artikel 4.3.8. §1 4° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) zegt het volgende: Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden: de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.”

De totale dikte van isolatie en gevelstrips mag bijgevolg de rooilijn overschrijden met maximum 14 centimeter, dit wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde.  Gezien de voorliggende weg een gemeenteweg betreft zal het college van burgemeester en schepenen (m.a.w. de wegbeheerder) door de aanvraag te vergunnen instemmen met de overschrijding van de rooilijn.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een gesloten bebouwing in diverse kleuren en texturen, met 2 bouwlagen onder een hellend dak.  Het bestaande volume van de woning blijft behouden, het uitzicht wordt voorzien van een meer hedendaagse look.  Na verbouwing integreert de woning zich goed binnen het straatbeeld.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het bestaande maaiveld blijft behouden.  Alle overtollige grond die vrijkomt, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

In de nieuwe aanbouw wordt een haard voorzien.   De schouw bevindt zich naast de rechter perceelsgrens.  De hoogte van deze schouw is niet af te lezen van de plannen.  De schouw dient voldoende hoog te zijn om hinder en terugslag van rook op het aanpalend perceel te vermijden.  Dit wordt herhaald in de vergunningsvoorwaarden.

In het kader van duurzaamheid dient er voor de houten vrijstaande bijgebouwen en afsluiting gebruik te worden gemaakt van hout uit duurzaam beheerde bossen (aantoonbaar via een label), er mag geen gebruik worden gemaakt van tropisch hardhout.  Dit wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde.

Het is niet duidelijk in welk materiaal de muren van de aanbouw, waar zij niet tegen een bestaande muur worden geplaatst, worden afgewerkt aan de zijde van de aanpalende percelen.  De onbedekte delen van de muren tegen de perceelsgrenzen dienen aan de zijde van de aanpalende percelen afgewerkt te worden in een duurzaam en kwalitatief materiaal, in samenspraak met de eigenaars van de aanpalende percelen.   Dit wordt als vergunningsvoorwaarde   opgenomen. 

Het raam in de achtergevel ter hoogte van de eerste verdieping, dat voorzien wordt in de traphal, bevindt zich op 48cm van de rechter perceelsgrens.  De regelgeving rond lichten en zichten uit het Burgerlijk Wetboek schrijft voor dat ‘schuine zichten’, waaronder deze gevelopening valt, zich minimum op 60cm van de perceelsgrens dienen te bevinden.  Dit wordt opgenomen als vergunningsvoorwaarde.

De woning zal na verbouwing aangepast zijn aan een hedendaags wooncomfort.  De relatie tussen binnen en buiten vergroot door de grote raampartijen in de aanbouwen en de aansluiting van de leefruimtes op de tuin.  De slaapkamer op het gelijkvloers beschikt over rechtstreeks natuurlijk licht en lucht door de patio.  De aanvraag garandeert een hoog gebruiksgenot en voldoende woonkwaliteit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • de totale dikte van isolatie en gevelstrips de rooilijn met maximum 14 centimeter overschrijdt;
  • de schouw in de aanbouw voldoende hoog is om hinder en terugslag van rook op het aanpalend perceel te vermijden;
  • er gebruik wordt gemaakt van hout uit duurzaam beheerde bossen en niet van tropisch hardhout;
  • dat de onbedekte delen van de muren tegen de perceelsgrenzen aan de zijde van de aanpalende percelen afgewerkt worden in een duurzaam en kwalitatief materiaal in samenspraak met de eigenaars van de aanpalende percelen;
  • dat het raam in de traphal, ter hoogte van de verdieping, op min. 60cm van de rechter perceelsgrens wordt geplaatst.   

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een gesloten eengezinswoning en het bouwen van 2 bijgebouwen.

Mits het opleggen van voorwaarden:

  1. De totale dikte van isolatie en gevelstrips mag de rooilijn overschrijden met maximum 14 centimeter;
  2. De schouw in de aanbouw dient voldoende hoog te zijn om hinder en terugslag van rook op het aanpalend perceel te vermijden;
  3. Voor de houten vrijstaande bijgebouwen en afsluiting dient gebruik te worden gemaakt van hout uit duurzaam beheerde bossen (aantoonbaar via een label), er mag geen gebruik worden gemaakt van tropisch hardhout;  
  4. De onbedekte delen van de muren tegen de perceelsgrenzen dienen afgewerkt aan de zijde van de aanpalende percelen te worden in een duurzaam en kwalitatief materiaal, in samenspraak met de eigenaars van de aanpalende percelen;
  5. Het raam in de traphal, ter hoogte van de verdieping, dient op min. 60cm van de rechter perceelsgrens te worden geplaatst.
    Riolering:
  6. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be);
  7. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  8. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  11. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  12. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  18. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 05/05/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een gesloten eengezinswoning en het bouwen van 2 bijgebouwen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

    1. De totale dikte van isolatie en gevelstrips mag de rooilijn overschrijden met maximum 14 centimeter;
    2. De schouw in de aanbouw dient voldoende hoog te zijn om hinder en terugslag van rook op het aanpalend perceel te vermijden;
    3. Voor de houten vrijstaande bijgebouwen en afsluiting dient gebruik te worden gemaakt van hout uit duurzaam beheerde bossen (aantoonbaar via een label), er mag geen gebruik worden gemaakt van tropisch hardhout;  
    4. De onbedekte delen van de muren tegen de perceelsgrenzen dienen afgewerkt aan de zijde van de aanpalende percelen te worden in een duurzaam en kwalitatief materiaal, in samenspraak met de eigenaars van de aanpalende percelen;
    5. Het raam in de traphal, ter hoogte van de verdieping, dient op min. 60cm van de rechter perceelsgrens te worden geplaatst.
      Riolering:
    6. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be);
    7. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
    8. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
    11. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    12. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
      Andere voorwaarden:
    13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
    15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
    18. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
      Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager.

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.