STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
De aanvraag werd op 16 februari 2021 ontvangen.
Op 17 maart 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 19 maart 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 24 maart 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op (VB_00:
27/07/2021:
“We kregen uw vragen door van onze collega’s:
Wij willen het huis + bouwgrond kopen op de Berkenenstraat 26 in Zonhoven. Kan u ons de volgende info geven? - Bouwvoorschriften/beperkingen - Nutsvoorzieningen - Kleinhandel mogelijk (30 % opp) - Tuinhuis/zwembad mogelijk - Aantal bouwlagen + type dak
Hierbij kunnen we u de volgende informatie verschaffen:
Het perceel is tot op 50m gelegen binnen woongebied volgens het gewestplan, daarna in woonuitbreidingsgebied.
De woning maakt geen deel uit van een verkaveling, BPA of RUP, zodat er geen specifieke stedenbouwkundige voorschriften van kracht zijn.
Volgens onze kadastrale gegevens is de woning opgetrokken in 1948, wij beschikken niet over stedenbouwkundige vergunningen, noch voor de woning, noch voor de vrijstaande garage.
Indien u zekerheid wenst over de vergunde toestand van woning en garage kan u eventueel, alvorens een omgevingsaanvraag in te dienen, via een gebouwendossier, mits de nodige bewijzen, aantonen dat de woning en/of garage als vergund geacht beschouwd kunnen worden. (zie document in bijlage) De garage is, volgens onze gegevens, te recent om als vergund geacht te beschouwen.
Of dit noodzakelijk is hangt er vanaf wat uw plannen precies zijn. Mogelijk blijkt de vergund geachte toestand (bv. van het hoofdvolume) uit de omgevingsaanvraag. Het indienen van een omgevingsaanvraag met (deels) regularisatie is ook een optie.
We hanteren volgende normen in Zonhoven:
Zie hoofdstuk 2, artikel 2.1 én 2.2 (een tuinhuis valt onder de vrijstaande bijgebouwen, een zwembad, net zoals de verhardingen, onder niet-overdekte constructies). Onder de voorwaarden van dit besluit is het mogelijk een tuinhuis/zwembad te voorzien zonder vergunning. (Let op, dit is dus bij een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning!). Wanneer een tuinhuis/zwembad niet aan deze voorwaarden voldoen, zijn deze zaken vergunningsplichtig en worden deze, via een voorontwerp, best voorafgaand aan een omgevingsaanvraag afgetoetst bij onze dienst. Binnen woonuitbreidingsgebied is het niet mogelijk een zwembad, tuinhuis, verhardingen,… te voorzien.
Wat betreft de nutsvoorzieningen neemt u best contact op met onze collega’s van de dienst Patrimonium: patrimonium@zonhoven.be
Indien er verder nog vragen zijn, horen we het graag!
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”
28/07/2020
“De woning is destijds gebouwd zonder vergunning. Erna werden ook geen vergunningen aangevraagd.
Om volledige zekerheid te hebben over de vergunde toestand van de woning wordt er best een gebouwendossier ingediend.
Maar uit wat ik van de foto’s kan afleiden is het hoofdvolume langs de straat niet verbouwd geweest. Indien zeer duidelijk blijkt dat het om het originele gebouw gaat kan dit ook worden meegenomen in een omgevingsaanvraag.
Wanneer de woning bv. toch verbouwd werd, maar binnen de gehanteerde normen, dan kan in een omgevingsaanvraag ook een regularisatie worden aangevraagd (dit kan ook in combinatie met nieuwe aan te vragen verbouwingen).
Zoals ik al zei kan de garage, volgens onze gegevens, niet als vergund geacht beschouwd worden. Ik kan ook niet inschatten of deze valt onder het vrijstellingsbesluit.
Een voorontwerp kan altijd worden voorgelegd aan onze dienst om de haalbaarheid af te toetsen.
Achter de woningen langs deze zijde van de straat is enkel woonuitbreidingsgebied gelegen (na 50m), dus geen landbouwgebied (in tegenstelling tot de andere zijde van de weg).
Woonuitbreidingsgebieden zijn in feite reserve woongebieden en kunnen enkel aangesneden i.f.v. groepswoningbouw en door sociale huisvestigingsmaatschappijen. Het huidig bestuur heeft de intentie geen nieuwe woonuitbreidingsgebieden meer te laten aansnijden, hiervoor is een besluit in opmaak. Ontwikkeling door sociale huisvestigingsmaatschappijen in het kader van het sociaal objectief zullen hierop mogelijk een uitzondering vormen.
De percelen bevinden zich ver van de deelkernen, door hun decentrale ligging (in ‘buitengebied’) verwacht ik niet dat deze snel ontwikkeld zullen worden. Maar garanties kan ik uiteraard niet bieden, het huidige Vlaamse beleid streeft er naar dergelijke openruimte gebieden te vrijwaren (dit geniet ook onze voorkeur) maar wat het beleid in een verre toekomst zal zijn is onmogelijk om te weten.
Een schoonheidssalon is een dienstenfunctie, wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan dit beschouwd worden als vrijgestelde nevenfunctie. Mijn bemerking ivm parkeren blijft hierbij van kracht.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”
De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Er werd geen rekening gehouden met de bouwvrije zijtuinstrook van 3m t.o.v. van de rechter perceelgrens. De woning wordt ingeplant op minimum 1m van de rechter perceelgrens. Deze inplanting is te wijten aan de inplanting van de dubbele carport.
Het ontwerp voorziet tevens een nevenfunctie, nl. een schoonheidssalon. Dit schoonheidssalon is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel. Tevens wordt in de rechter zijgevel, ter hoogte van de behandelruimte een raam voorzien voor de nodige lichtinval.
Hiermee rekening houdend wordt de carport (open structuur) ingeplant op 5,24m achter de voorgevel van de woning en op minimum 1m van de rechter perceelgrens.
Het akkoord van de rechter buur werd toegevoegd bij de aanvraag.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Dienst Lokale Economie
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in woonuitbreidingsgebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2. §3 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen is een nevenbestemming voor het schoonheidssalon zonder voorwerp.
Het goed is gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie.
De complementaire functie (schoonheidssalon) bestaat uit een oppervlakte van ca. 50m².
Er wordt besloten dat de nevenfunctie in overeenstemming is met de regelgeving waardoor dit gedeelte van de aanvraag zonder voorwerp is.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 219,20m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6,37m²) en het volume (3 980 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Bij de sloop van dit pand dient de bestaande huisaansluiting tijdelijk of definitief buiten dienst gesteld te worden door de klant. De huisaansluiting dient hierbij buiten dienst gesteld te worden op dergelijke wijze dat de huisaansluiting water- en gronddicht is afgesloten en detecteerbaar op terrein. Bij aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de nieuwe privéwaterafvoer voor regenwater en afvalwater ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting aangesloten te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs de Berkenenstraat, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende de optische rookmelders.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Berkenenstraat, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en een losstaand bijgebouw.
Er werd in het verleden geen vergunning afgeleverd voor de bouw van deze constructies. Vermoedelijk werden ze opgericht voor de opmaak van het gewestplan.
De huidige aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een nieuwe vrijstaande eengezinswoning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De woonfunctie is in overeenstemming met de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.
Het ontwerp voorziet een carport aan de rechterzijde van de woning voor het stallen van 2 voertuigen.
Het ontwerp voorziet een inritverharding die toegang verleent tot de dubbele carport.
Tevens wordt een toegangspad aangelegd naar de voordeur van de woning.
Beide verhardingen worden met elkaar verbonden door een kiezelverharding met een oppervlakte van ca. 30m² (8,50m x 3,50m). Deze verharding dient beperkt te worden in lengte alsook in breedte. Er kan wel akkoord gegaan worden met de aanleg van een parkeerplaats, evenwijdig met de weg. De parkeerplaats, bereikbaar via de inrit, dient beperkt te worden in lengte en breedte, respectievelijk 5m x 3m.
Bijgevolg kunnen voldoende wagens gestald worden op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat onder meer het slopen van de bestaande bebouwing.
Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en een bijgebouw.
De woning heeft een oppervlakte van 103,44m².
Het bijgebouw, meer bepaald een garage, is ingeplant tegen de linker perceelgrens en heeft een oppervlakte van 36,26m².
Uit de gegevens waar de gemeente over beschikt blijkt dat de huidige inritverharding aan de linkerzijde van de bestaande woning gelegen is.
Er werd geen info verleend over de eventuele verwijdering van de deze verharding. Bijgevolg zal als voorwaarde worden opgenomen dat de bestaande verhardingen gelijktijdig met de sloop van de bestaande bebouwing verwijderd moet worden.
De aanvraag omvat het bouwen van een nieuwe vrijstaande eengezinswoning.
De inplanting is voorzien op 7m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 3m van de linker perceelgrens en op minimum 1m van de rechter perceelgrens.
De inplanting op 1m van de rechter perceelgrens is te wijten aan de inplanting van de dubbele carport.
Het ontwerp voorziet tevens een nevenfunctie, nl. een schoonheidssalon. Dit schoonheidssalon is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel. Tevens wordt in de rechter zijgevel, ter hoogte van de behandelruimte een raam voorzien voor de nodige lichtinval.
Hiermee rekening houdend wordt de carport (open structuur) ingeplant op 5,24m achter de voorgevel van de woning en op minimum 1m van de rechter perceelgrens.
Het akkoord van de rechter buur werd toegevoegd bij de aanvraag.
De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 15,52m en op de verdieping 11,80m.
De kroonlijshoogte is gelegen tussen 3,40m en 5,60m ten opzichte van het maaiveld. De maximale nokhoogte is gelegen op 10,61m ten opzichte van het maaiveld.
De gevelafwerking is voorzien in rood-bruine gevelsteen. De dakbedekking wordt uitgevoerd in antracietkleurige dakpannen.
Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.
In de voortuin wordt een inrit aangelegd die toegang biedt tot de overdekte autostaanplaatsen alsook een toegangspad naar de voordeur van de woning.
De inritverharding en het toegangspad naar de voordeur worden met elkaar verbonden door een kiezelverharding van ca. 30m² (8,50m x 3,50m). Deze verharding dient beperkt te worden in lengte alsook in breedte. Er kan wel akkoord gegaan worden met een meer beperkte verharding, in de vorm van een bijkomende parkeerplaats in de voortuin. Deze bijkomende parkeerplaats (3m x 5m) dient evenwijdig met de weg aangelegd te worden en bereikbaar te zijn via de inrit.
De verhardingen in de voortuin zullen uitgevoerd worden in kiezel.
Aan de achterzijde van de woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van 43,25m².
Tot slot wordt een pad voorzien vanaf de achterzijde van de carport naar het terras.
De voorziene verhardingen in de achtertuin zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.
Bodemreliëf
Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinniveau gelegen is op 0,20m boven de as van de weg. Het nieuwe maaiveld wordt voorzien op 0,15m boven de as van de weg.
Reliëfwijzigingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde:
De parkeerplaats met een maximale oppervlakte van 15m² (3m x 5m) dient bereikbaar te zijn via de inrit en dient aangelegd te worden evenwijdig met de voorliggende weg.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 25 maart 2021 verleende de dienst lokale economie een gunstig advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt grotendeels het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. Het college van burgemeester en schepenen wenst de opgelegde voorwaarde omtrent de verharding in de voortuin te herzien.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.