Terug
Gepubliceerd op 26/05/2021

2021_CBS_00566 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 26 - 2021/00056 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 18/05/2021 - 13:30 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00566 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 26 - 2021/00056 - Goedkeuring 2021_CBS_00566 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 26 - 2021/00056 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De aanvraag werd op 16 februari 2021 ontvangen.

Op 17 maart 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 19 maart 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 24 maart 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op (VB_00:

27/07/2021:

“We kregen uw vragen door van onze collega’s:

Wij willen het huis + bouwgrond kopen op de Berkenenstraat 26 in Zonhoven. Kan u ons de volgende info geven? - Bouwvoorschriften/beperkingen - Nutsvoorzieningen - Kleinhandel mogelijk (30 % opp) - Tuinhuis/zwembad mogelijk - Aantal bouwlagen + type dak

Hierbij kunnen we u de volgende informatie verschaffen:

Het perceel is tot op 50m gelegen binnen woongebied volgens het gewestplan, daarna in woonuitbreidingsgebied.

De woning maakt geen deel uit van een verkaveling, BPA of RUP, zodat er geen specifieke stedenbouwkundige voorschriften van kracht zijn.

Volgens onze kadastrale gegevens is de woning opgetrokken in 1948, wij beschikken niet over stedenbouwkundige vergunningen, noch voor de woning, noch voor de vrijstaande garage.

Indien u zekerheid wenst over de vergunde toestand van woning en garage kan u eventueel, alvorens een omgevingsaanvraag in te dienen, via een gebouwendossier, mits de nodige bewijzen, aantonen dat de woning en/of garage als vergund geacht beschouwd kunnen worden.  (zie document in bijlage)  De garage is, volgens onze gegevens, te recent om als vergund geacht te beschouwen.  

Of dit noodzakelijk is hangt er vanaf wat uw plannen precies zijn.  Mogelijk blijkt de vergund geachte toestand (bv. van het hoofdvolume) uit de omgevingsaanvraag.  Het indienen van een omgevingsaanvraag met (deels) regularisatie is ook een optie. 

We hanteren volgende normen in Zonhoven:

  • Er dient steeds een bouwvrije strook (langs beide zijden) te worden gehanteerd van min. 3m.
  • Er kan gebouwd worden met max. 2 bouwlagen onder een hellend of plat dak.
  • Een nieuwbouw dient ingeplant te worden op (+/-) de voorgevelbouwlijn van de aanpalende bebouwing.
  • We wensen de footprint op het perceel steeds zoveel mogelijk te beperken.  Dit wil zeggen een beperking van de bouwdiepte op het gelijkvloers tot max. 15m.  In dat geval is er de mogelijkheid de bouwdiepte op de verdieping te voorzien tot max. 12m (zonder het veroorzaken van bijkomende privacyhinder).
  • Voor het tuinhuis/zwembad verwijs ik graag naar het vrijstellingsbesluit: https://codex.vlaanderen.be/Zoeken/Document.aspx?DID=1019375&param=inhoud

Zie hoofdstuk 2, artikel 2.1 én 2.2 (een tuinhuis valt onder de vrijstaande bijgebouwen, een zwembad, net zoals de verhardingen, onder niet-overdekte constructies).  Onder de voorwaarden van dit besluit is het mogelijk een tuinhuis/zwembad te voorzien zonder vergunning. (Let op, dit is dus bij een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning!).  Wanneer een tuinhuis/zwembad niet aan deze voorwaarden voldoen, zijn deze zaken vergunningsplichtig en worden deze, via een voorontwerp, best voorafgaand aan een omgevingsaanvraag afgetoetst bij onze dienst.  Binnen woonuitbreidingsgebied is het niet mogelijk een zwembad, tuinhuis, verhardingen,… te voorzien.

  • De verhardingen dienen tot het strikt noodzakelijke + een minimale terrasverharding beperkt te blijven (een kiezelverharding, kunstgras,… wordt ook als verharding beschouwd).  De overige onbebouwde zones van het perceel moeten groen aangeplant worden.  
  • Gezien de ligging (binnen een buitengebied van onze gemeente) is een handelsfunctie niet gewenst.  Enkel wanneer het gaat om een vrijgestelde activiteit is dit mogelijk: Het in een woongebouw uitoefenen van functies die complementair zijn aan het wonen zijn vrijgesteld van vergunning. Denk bv. aan een kantoorfunctie, dienstverlening en vrije beroepen, verblijfsrecreatie, detailhandel, restaurant, café en bedrijvigheid. Let op: dit geldt enkel als aan elk van de volgende vereisten is voldaan: 
  • het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied
  • de woonfunctie blijft de hoofdfunctie van het gebouw
  • de complementaire functie beslaat minder oppervlakte dan de woonfunctie en nooit meer dan 100 vierkante meter
  • de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg en verkavelingen.
     Een tijdelijke gebruikswijziging van een gebouw, met een maximale duur van vier keer dertig dagen per jaar, is ook vrijgesteld van vergunning.
  • Er moet voldaan worden aan alle voorwaarden uit de checklist:  https://www.omgevingsloketvlaanderen.be/sites/default/files/atoms/files/checklist.docx 
  • Indien een (vrijgestelde) handelsactiviteit bijkomende parkeerplaatsen vraagt, zijn deze verhardingen mogelijk ook vergunningsplichtig (zie eerder vernoemd vrijstellingsbesluit: niet overdekte constructies).  Een volledig verharde voortuinstrook wordt niet verhard.
  • Per woning hanteren we een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats/woning, er mag slechts 1 inrit per perceel worden aangelegd, met een breedte van max. 3m ter hoogte van de rooilijn.

Wat betreft de nutsvoorzieningen neemt u best contact op met onze collega’s van de dienst Patrimonium: patrimonium@zonhoven.be 

Indien er verder nog vragen zijn, horen we het graag!

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

28/07/2020

“De woning is destijds gebouwd zonder vergunning.  Erna werden ook geen vergunningen aangevraagd.

Om volledige zekerheid te hebben over de vergunde toestand van de woning wordt er best een gebouwendossier ingediend.

Maar uit wat ik van de foto’s kan afleiden is het hoofdvolume langs de straat niet verbouwd geweest.  Indien zeer duidelijk blijkt dat het om het originele gebouw gaat kan dit ook worden meegenomen in een omgevingsaanvraag.

Wanneer de woning bv. toch verbouwd werd, maar binnen de gehanteerde normen, dan kan in een omgevingsaanvraag ook een regularisatie worden aangevraagd (dit kan ook in combinatie met nieuwe aan te vragen verbouwingen).

Zoals ik al zei kan de garage, volgens onze gegevens, niet als vergund geacht beschouwd worden.  Ik kan ook niet inschatten of deze valt onder het vrijstellingsbesluit.

Een voorontwerp kan altijd worden voorgelegd aan onze dienst om de haalbaarheid af te toetsen.

 

Achter de woningen langs deze zijde van de straat is enkel woonuitbreidingsgebied gelegen (na 50m), dus geen landbouwgebied (in tegenstelling tot de andere zijde van de weg).

Woonuitbreidingsgebieden zijn in feite reserve woongebieden en kunnen enkel aangesneden i.f.v. groepswoningbouw en door sociale huisvestigingsmaatschappijen.  Het huidig bestuur heeft de intentie geen nieuwe woonuitbreidingsgebieden meer te laten aansnijden, hiervoor is een besluit in opmaak.  Ontwikkeling door sociale huisvestigingsmaatschappijen in het kader van het sociaal objectief zullen hierop mogelijk een uitzondering vormen.

De percelen bevinden zich ver van de deelkernen, door hun decentrale ligging (in ‘buitengebied’) verwacht ik niet dat deze snel ontwikkeld zullen worden.  Maar garanties kan ik uiteraard niet bieden, het huidige Vlaamse beleid streeft er naar dergelijke openruimte gebieden te vrijwaren (dit geniet ook onze voorkeur) maar wat het beleid in een verre toekomst zal zijn is onmogelijk om te weten.

Een schoonheidssalon is een dienstenfunctie, wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, kan dit beschouwd worden als vrijgestelde nevenfunctie.  Mijn bemerking ivm parkeren blijft hierbij van kracht.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.

Er werd geen rekening gehouden met de bouwvrije zijtuinstrook van 3m t.o.v. van de rechter perceelgrens.  De woning wordt ingeplant op minimum 1m van de rechter perceelgrens.  Deze inplanting is te wijten aan de inplanting van de dubbele carport.

Het ontwerp voorziet tevens een nevenfunctie, nl. een schoonheidssalon.  Dit schoonheidssalon is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel.   Tevens wordt in de rechter zijgevel, ter hoogte van de behandelruimte een raam voorzien voor de nodige lichtinval.

Hiermee rekening houdend wordt de carport (open structuur) ingeplant op 5,24m achter de voorgevel van de woning en op minimum 1m van de rechter perceelgrens.

Het akkoord van de rechter buur werd toegevoegd bij de aanvraag.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Lokale Economie

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in woonuitbreidingsgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht

Volgens art. 2. §3 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen is een nevenbestemming voor het schoonheidssalon zonder voorwerp.

Het goed is gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie.

De complementaire functie (schoonheidssalon) bestaat uit een oppervlakte van ca. 50m².

Er wordt besloten dat de nevenfunctie in overeenstemming is met de regelgeving waardoor dit gedeelte van de aanvraag zonder voorwerp is.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 219,20m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6,37m²) en het volume (3 980 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Bij de sloop van dit pand dient de bestaande huisaansluiting tijdelijk of definitief buiten dienst gesteld te worden door de klant. De huisaansluiting dient hierbij buiten dienst gesteld te worden op dergelijke wijze dat de huisaansluiting water- en gronddicht is afgesloten en detecteerbaar op terrein. Bij aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de nieuwe privéwaterafvoer voor regenwater en afvalwater ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting aangesloten te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Berkenenstraat, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende de optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Berkenenstraat, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en een losstaand bijgebouw.

Er werd in het verleden geen vergunning afgeleverd voor de bouw van deze constructies.  Vermoedelijk werden ze opgericht voor de opmaak van het gewestplan.

De huidige aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een nieuwe vrijstaande eengezinswoning.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie is in overeenstemming met de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.

Het ontwerp voorziet een carport aan de rechterzijde van de woning voor het stallen van 2 voertuigen.

Het ontwerp voorziet een inritverharding die toegang verleent tot de dubbele carport.

Tevens wordt een toegangspad aangelegd naar de voordeur van de woning.

Beide verhardingen worden met elkaar verbonden door een kiezelverharding met een oppervlakte van ca. 30m² (8,50m x 3,50m).  Deze verharding dient beperkt te worden in lengte alsook in breedte.   Er kan wel akkoord gegaan worden met de aanleg van een parkeerplaats, evenwijdig met de weg.  De parkeerplaats, bereikbaar via de inrit, dient beperkt te worden in lengte en breedte, respectievelijk 5m x 3m.

Bijgevolg kunnen voldoende wagens gestald worden op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat onder meer het slopen van de bestaande bebouwing.

Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en een bijgebouw.

De woning heeft een oppervlakte van 103,44m².

Het bijgebouw, meer bepaald een garage, is ingeplant tegen de linker perceelgrens en heeft een oppervlakte van 36,26m².

Uit de gegevens waar de gemeente over beschikt blijkt dat de huidige inritverharding aan de linkerzijde van de bestaande woning gelegen is.

Er werd geen info verleend over de eventuele verwijdering van de deze verharding.  Bijgevolg zal als voorwaarde worden opgenomen dat de bestaande verhardingen gelijktijdig met de sloop van de bestaande bebouwing verwijderd moet worden.

De aanvraag omvat het bouwen van een nieuwe vrijstaande eengezinswoning.

De inplanting is voorzien op 7m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 3m van de linker perceelgrens en op minimum 1m van de rechter perceelgrens.

De inplanting op 1m van de rechter perceelgrens is te wijten aan de inplanting van de dubbele carport.

Het ontwerp voorziet tevens een nevenfunctie, nl. een schoonheidssalon.  Dit schoonheidssalon is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel.   Tevens wordt in de rechter zijgevel, ter hoogte van de behandelruimte een raam voorzien voor de nodige lichtinval.

Hiermee rekening houdend wordt de carport (open structuur) ingeplant op 5,24m achter de voorgevel van de woning en op minimum 1m van de rechter perceelgrens.

Het akkoord van de rechter buur werd toegevoegd bij de aanvraag.

De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 15,52m en op de verdieping 11,80m.

De kroonlijshoogte is gelegen tussen 3,40m en 5,60m ten opzichte van het maaiveld.  De maximale nokhoogte is gelegen op 10,61m ten opzichte van het maaiveld.

De gevelafwerking is voorzien in rood-bruine gevelsteen.  De dakbedekking wordt uitgevoerd in antracietkleurige dakpannen.

Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een inrit aangelegd die toegang biedt tot de overdekte autostaanplaatsen alsook een toegangspad naar de voordeur van de woning.

De inritverharding en het toegangspad naar de voordeur worden met elkaar verbonden door een kiezelverharding van ca. 30m² (8,50m x 3,50m).  Deze verharding dient beperkt te worden in lengte alsook in breedte.  Er kan wel akkoord gegaan worden met een meer beperkte verharding, in de vorm van een bijkomende parkeerplaats in de voortuin.  Deze bijkomende parkeerplaats (3m x 5m) dient evenwijdig met de weg aangelegd te worden en bereikbaar te zijn via de inrit.

De verhardingen in de voortuin zullen uitgevoerd worden in kiezel.

Aan de achterzijde van de woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van 43,25m².

Tot slot wordt een pad voorzien vanaf de achterzijde van de carport naar het terras.

De voorziene verhardingen in de achtertuin zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Bodemreliëf

Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinniveau gelegen is op 0,20m boven de as van de weg.  Het nieuwe maaiveld wordt voorzien op 0,15m boven de as van de weg.

Reliëfwijzigingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde: 

  • De bestaande verhardingen dienen gelijktijdig verwijderd te worden met de sloop van de bestaande bebouwing.
  • De kiezelverharding tussen de inrit en het toegangspad naar de voordeur van de woning mag niet uitgevoerd worden, uitgezonderd een bijkomende parkeerplaats.

De parkeerplaats met een maximale oppervlakte van 15m² (3m x 5m) dient bereikbaar te zijn via de inrit en dient aangelegd te worden evenwijdig met de voorliggende weg.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 25 maart 2021 verleende de dienst lokale economie een gunstig advies.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De bestaande verhardingen dienen gelijktijdig verwijderd te worden met de sloop van de bestaande bebouwing.
  2. De kiezelverharding tussen de inrit en het toegangspad naar de voordeur van de woning mag niet uitgevoerd worden, uitgezonderd een bijkomende parkeerplaats.
    De parkeerplaats met een maximale oppervlakte van 15m² (3m x 5m) dient bereikbaar te zijn via de inrit en dient aangelegd te worden evenwijdig met de voorliggende weg.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  8. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  9. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  10. Reliëfwijzigingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  11. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  12. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  13. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  21. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt grotendeels het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.  Het college van burgemeester en schepenen wenst de opgelegde voorwaarde omtrent de verharding in de voortuin te herzien.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing (woning + bijgebouw) en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De bestaande verhardingen dienen gelijktijdig verwijderd te worden met de sloop van de bestaande bebouwing.
  2. De voortuinstrook mag maximaal voor 50% verhard worden, het overige gedeelte dient groen aangeplant te worden.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  8. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  9. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  10. Reliëfwijzigingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  11. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  12. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  13. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  21. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.