Terug
Gepubliceerd op 26/05/2021

2021_CBS_00565 - OMV - Vergunning - Schelstraat 10 - 2020/00284 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 18/05/2021 - 13:30 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00565 - OMV - Vergunning - Schelstraat 10 - 2020/00284 - Goedkeuring 2021_CBS_00565 - OMV - Vergunning - Schelstraat 10 - 2020/00284 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.

De aanvraag werd op 21/12/2020 ontvangen.

Op 19/01/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 21/01/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 04/02/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 14/02/2021 tot en met 15/03/2021, gesloten met 1 bezwaarschrift.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op15/07/1947 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een klooster en klaslokalen, door het college van burgemeester en schepenen. (1947/00033)
  • Op 29/03/1951 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het uitbreiden van de meisjesschool, door het college van burgemeester en schepenen. (1951/00055)
  • Op 29/01/1991 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het uitbreiden van de scholen, door het college van burgemeester en schepenen. (1990/00019)
  • Op 21/08/1995 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een overdekte speelplaats, door het college van burgemeester en schepenen. (1995/07253)
  • Op 03/08/1999 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bijbouwen van een kleuterklas, door het college van burgemeester en schepenen. (1999/08167)
  • Op 23/07/2007 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het verbouwen van de basisschool de Startbaan, door het college van burgemeester en schepenen. (2007/10748)
  • Op 13/08/2012 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het uitbreiden van de schoolparking van basisschool De Startbaan, door het college van burgemeester en schepenen. (2012/00110)
  • Op 26/02/2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het aanpassen van het kruispunt met N72/Kortestraat, het aanleggen van een fietspad en een parkeerstrook langs de Kortestraat en het aanleggen van een fietspad en een verhoogde fietsoversteekplaats langs de Schelstraat, door het college van burgemeester en schepenen. (2012/00244)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een fietsenstalling en 2 containers.

Deze wederrechtelijk fietsenstalling handelingen werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en de containers als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 14/02/2021 tot en met 15/03/2021.

Er werden een bezwaar ingediend via een petitielijst, ondertekend door 11 personen.

Het bezwaar handelt over:

Beste

Wij als buren hebben gezien dat de school enkele gebouwen gaat bijzetten waaronder een sporthal. Indien deze gebouwen gebruikt gaan worden als commerciële doeleinden zoals. (Feestjes, sportclubs, ... ) willen wij hier bezwaar intekenen , want wij wonen graag een rustige wijk waar er geen evenementenhal/gemeentelijke sporthal aanwezig is , deze zorgen voor extra overlast  (verkeer, geluid , afval , ....). We hebben al een parochiezaal , jeugdhuizen chiro meisjes en jongen en ook het verkeer van de HUBO komt door onze straat. Een sportaccommodatie voor de school vinden wij geen probleem. Maar indien de accommodatie ook gebruikt gaat worden voor winstdoeleinden daar dit gebouw wordt betaald door gemeenschapsgeld van de belastingbetaler.
 In bijlage vindt u de ondertekende bezwaarschriften van de buren.

Graag zouden  wij hierover op de hoogte gehouden worden.
 Alvast bedankt”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit/ deze bezwaarschrift(en) het volgende standpunt in:

Het ingediende bezwaar is gegrond, maar wordt niet weerhouden.

De sportaccommodatie waarvan sprake is in het bezwaarschrift betreft een sporthal ter vervanging van de bestaande sporthal, die afgebroken zal worden op het schoolterrein. Er kan dan ook vanuit gegaan worden dat de hinder ter plaatse beperkt blijft tot de bestaande hinder. De aanvraag geeft ook geen aanleiding tot het gebruik voor andere functionaliteiten anders dan deze in het verleden zouden geweest zijn. De functie van een sporthal is een gebruikelijke functie bij een school.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Inter 

Fluvius

Dienst Patrimonium 

Dienst Mobiliteit

Dienst Milieu & Duurzaamheid 

Dienst Facilitair Management 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.

De gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen zijn bestemd voor de voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten gebouw met een horizontale dakoppervlakte van 1085m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 20 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvrager voorziet in de aanleg van beton en asfaltverharding en geeft aan dat dit kan het op te vangen regenwater kan infiltreren in de naastliggende groenzones. Deze groenzones zijn echter te beperkt waardoor er besloten wordt dat de nieuw aan te leggen verhardingen dienen uitgevoerd te worden in waterdoorlatende  verhardingen.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Er werd advies gevraagd aan Fluvius op 04/02/2021.Er werd geen advies geformuleerd door Fluvius binnen de gestelde adviestermijn. Er kan bijgevolg van uitgegaan kan worden dat aan het advies voorbijgegaan kan worden.

Volgende voorwaarden en bepalingen dienen gevolgd:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Infrax/Fluvius na te leven;
  • De aanvrager dient de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. Lozing van niet-verontreinigd hemelwater en/ of bemalingswater, van huishoudelijk afvalwater afkomstig van woongelegenheden en van huishoudelijk afvalwater, ander dan afkomstig van woongelegenheden, met een biologisch afbreekbare organische belasting van maximum 20 inwonersequivalenten, van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater;
  • Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt, tot aan de perceelgrens van de eigendom;
  • Na realisatie van de aansluiting dient een keuring privéwaterafvoer uitgevoerd te worden door een door Fluvius erkende keurder van Vlario (www.vlario.be)

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Eventueel toepassingsgebied aanhalen, bijvoorbeeld:

Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m². De bepalingen van de artikel 10, §1, 12 tot en met 14, 16, 18, 19, 22 tot en met 25 en 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 13/04/2021 voldoet de aanvraag aan deze stedenbouwkundige verordening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Artikel 4.3.7. Toegang van gehandicapten tot gebouwen/publiek toegankelijk

De omgevingsvergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, wordt niet verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Zie ook het advies van Inter onderaan bij de rubriek “bespreking adviezen”.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de aanvrager niet als publiekrechtelijk kan beschouwd worden en de vergunningsplichtige bodemingreep kleiner is dan 5000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Vermits het af te breken bedrijfsgebouw groter is dan 1000m³ dient een sloopinventaris opgemaakt te worden conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING( Deze wordt verderop uitgevoerd )
 De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Schelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Momenteel is het perceel bebouwd met 2 schoolgebouwen, een sporthal, 2 klascontainers, een fietsenstalling, een soccerkooi, een losstaand gebouw en een oud klooster dat fungeert als bibliotheek van de school. 

De aanvraag voorziet in het slopen/verwijderen van het klooster (bibliotheek), de sporthal en het losstaand bijgebouw. Ook wordt er een boom verplaatst tussen deze gebouwen en zullen er extra parkeerplaatsen voorzien worden. 

De soccerkooi en de fietsenstalling worden opgenomen in de aanvraag als te regulariseren.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een nieuwe sporthal en klaslokalen samen met een fietsenstalling en een soccerkooi is functioneel inpasbaar binnen de bestaande schoolomgeving. Ook het voorzien van extra parkeerplaatsen is hierbij functioneel inpasbaar. 

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet 61 parkeerplaatsen voor 33 klaslokalen (33 leerkrachten/werknemers). Deze aanvraag voorziet 3 klaslokalen meer dan voor deze uitbreiding met het nieuwe gebouw. Er worden 18 parkeerplaatsen extra voorzien ten opzichte van de vorige vergunde situatie, waarvan 3 mindervalide parkeerplaatsen. 9 van deze parkeerplaatsen werden niet georganiseerd op de parking van de school maar langs de openbare weg. Deze werden door de gemeente opgericht samen met de Kiss and Ride die er reeds aanwezig is. Hierdoor kunnen de kinderen vlot voor de schoolpoort afgezet worden.

Verder wordt de bestaande fietsverbinding langs de rand van de parkeerzone verplaatst tot achter de uitbreiding van de parkeerzone. De fietsverbinding wordt doorgetrokken tot op het schoolterrein en is volledig afgeschermd van het autoverkeer, hetgeen de veiligheid van de fietsers naar deze school verbetert. 

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag betreft het slopen van het voormalig klooster(bib), de sporthal en het een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.

Het te slopen klooster/bibliotheek heeft een oppervlakte van 290m², de te slopen sporthal heeft een oppervlakte van 287m² en het te slopen losstaand bijgebouw heeft een oppervlakte van 114m². De totale te slopen constructies bedraagt dus 691m². Ook worden er nog 2 klascontainers verwijderd op het terrein. 

Het nieuw te bouwen schoolgebouw heeft een totale oppervlakte van 1066m². Dit gebouw wordt opgericht op ± 24,63m van de rechter perceelgrens en op minstens 4,70m van de achterste perceelgrens. Dit gebouw bestaat uit 2 verdiepingen en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte van de eerste verdieping bedraagt 4,52m ten opzichte van het maaiveld, de kroonlijsthoogte van de 2de verdieping bedraagt minimaal 7,52m en maximaal 10,32m ten opzichte van het maaiveld, waarbij de hoogste kroonlijst die van de sporthal betreft. In de sporthal worden geen ramen voorzien in de zijgevels, maar wordt er gewerkt met lichtstraten in het dakvlak, waardoor de privacy ten opzichte van de buren bewaard blijft. 

In dit gebouw worden er 3 klaslokalen, 3 bergingen, toiletten, een keuken, een overdekte buitenruimte en een polyvalente ruimte voorzien. Op verdiepingsniveau worden er 2 kleedkamers, een berging en een sporthal voorzien. De nieuwe constructie zorgt ervoor dat bepaalde functies die behoren tot een school gebundeld worden in 1 gebouw, hetgeen gunstig is. 

De afwerking van het gebouw gebeurt in een lichtgrijs genuanceerde baksteen en houten gevelbekleding.

Links achteraan het terrein, op 5,10m van de perceelgrens met perceel 925B, en over de linker perceelgrens heen werd er een fietsenstalling opgericht. Deze constructie werd opgenomen in de aanvraag om te regulariseren. De fietsenstalling heeft een oppervlakte van 105,5m² en werd deels opgericht op het naastliggend perceel met perceelnummer 926B. Er werd een akkoord van de eigenaar toegevoegd aan de aanvraag en ook geen bezwaar ingediend door de eigenaar voor het regulariseren van de fietsenstalling hetgeen erop wijst dat de eigenaar hiermee akkoord gaat.  De fietsenstalling heeft een kroonlijsthoogte van 2,20m ten opzichte van het maaiveld en een nokhoogte van 3m. De constructie werd uitgevoerd in rood staal met gebogen doorschijnende platen. De locatie van de fietsenstalling zorgt niet voor extra hinder ten opzichte van de omliggende percelen en kan hier dus aanvaard worden.

Achter deze fietsenstalling bevindt zich ook nog een soccerkooi. Deze constructie bestaat uit een aluminium kooi met een hoogte van 1m. De ondergrond binnen deze kooi betreft waterdoorlatende klinkers. De totale oppervlakte hiervan bedraagt 180m² (18m x 10m). Het betreft hier een speeltuig op de speelplaats van de school, hetgeen geen vreemde constructie is en dus aanvaard kan worden.

De aanvraag omhelst ook een aanpassing van de buitenaanleg rondom de nieuw te bouwen constructie. Het bestaande grasperk in het midden van de speelplaats wordt ongeveer met de helft verkleind tot een oppervlakte van 475m². Dit wordt aangelegd in kunstgras en de boom die in het groen stond rechts wordt mee verplaatst bij het stuk waar kunstgras wordt voorzien. Tussen het stuk kunstgras en het nieuwe gebouw wordt extra beton voorzien voor de aanleg van de speelplaats. De kunstgras voetbalveldjes achteraan het perceel worden ook verminderd tot een oppervlakte van ±243m². 

Er ontstaat een normale verhouding van groen en verharding voor een speelplaats bij een school, al dient opgemerkt te worden dat het vreemd is dat er binnen de huidige tijden niet geopteerd wordt voor meer natuurlijk groen op de speelplaats  Uit voorgaande contacten met de school blijkt dat dit op de langere termijn wel degelijk de bedoeling is, wanneer de budgetten dit toestaan.Ook de keuze voor kunstgras is geen duurzame keuze. Voor een speelplaats kan dit materiaal, bij uitzondering, worden toegelaten. Om bovenstaande redenen wordt er dan ook in de voorwaarden opgelegd dat de nieuw aan te leggen verhardingen op de speelplaats dienen uitgevoerd te worden in waterdoorlatende verhardingen. 

Rechts van de school wordt de parking uitgebreid met 18 parkeerplaatsen,. Deze zullen aangelegd worden in asfaltverharding, net zoals de bestaande parkeerplaatsen. Van deze 18 parkeerplaatsen zullen er 3 voorzien worden voor mindervaliden. Deze bevinden zich het dichtst bij de zijdelingse ingang van de school. Er zal éénrichtingsverkeer worden toegepast op de parking waarbij er 1 inrit en 1 uitrit aanwezig is. Er wordt ook een passage voor de voetgangers voorzien tussen de parkeerplaatsen om deze veilig tussen het verkeer te loodsen. Het totaal aantal parkeerplaatsen op de zijdelingse parking bedraagt dan 52. Samen met de 9 bestaande parkeerplaatsen vooraan de school bedraagt het aantal in totaal 61 parkeerplaatsen voor 33 klassen. Bovenstaand aantal is ruim voldoende.

Tussen de parkeerplaatsen wordt er groen voorzien door lage struiken en hagen te plaatsen. 

Het advies volgens de dienst facilitair management klinkt het volgende over de groenaanplant van de parking:

“Aanplanten van 5 hoogstam loofbomen op de parkings, 2 in plantvakken op bestaande parking en 3 in plantvakken nieuw aan te leggen plantvakken. Deze loofbomen worden minstens in de maat 20/25 aangeplant en zijn loofbomen van de 1ste grootte, d.w.z. bomen die als ze volwassen zijn hoger dan 12 meter worden.”

Indien er voldaan wordt aan bovenstaand advies tot het aanplanten van bomen tussen de parkeerplaatsen kan er akkoord gegaan worden met de heraanleg van de parking rechts van de school. 

De nieuw te voorziene oppervlakte op deze parking dient wel uitgevoerd te worden in waterdoorlatende verharding en niet in asfaltverharding, zoals voorzien door de aanvrager. Het voorziene groen op de parking is niet voldoende om de infiltratie van het op te vangen hemelwater verwerken.

De bestaande fietsverbinding langs de rand van de parkeerzone wordt verplaatst achter de uitbreiding van de parkeerzone. De fietsverbinding wordt doorgetrokken tot op het schoolterrein en is volledig afgeschermd van het autoverkeer. Er kan dus akkoord gegaan worden met het uitbreiden van de fietsverbinding.

Bodemreliëf

Het terreinprofiel in de aanvraag geeft aan dat het terrein ongewijzigd blijft. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de nieuw uit te voeren verhardingen van de speelplaats en de parking worden uitgevoerd met waterdoorlatende materialen.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 12/03/2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

“Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

De plaats van de watermeters dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep. Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m, voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. 

Door de stijfheid van de aansluitslang van DN50mm is het plaatsen van een bocht is niet toegelaten.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 02/03/2021 van Inter was ongunstig. De plannen werden door de aanvrager aangepast aan de normen van dit ongunstig advies. Er werd opnieuw advies geleverd door Inter op 13/04/2021 op basis van de nieuwe aangeleverde plannen. Dit betreft een gunstig advies:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Gunstig advies.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv

  • Er is een toegankelijkheidstoelichting aanwezig
  1. De toegankelijkheidstoelichting/checklist is conform de plannen.
  • Er worden geen afwijkingen aangevraagd

2 Verplichting advies

  • Niet verplicht

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

  • Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publieke oppervlakte toegankelijke oppervlakte groter is dan 400 m².
  1. Het besluit is van toepassing op: alle nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 17/02/2021 van de dienst mobiliteit is gunstig:

Situatie

Het dossier omvat de aanvraag tot het slopen van het voormalig klooster(bib), de sporthal en het een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.

Bespreking

  • De Schelstraat is in het mobiliteitsplan Zonhoven gecategoriseerd als lokale weg type 3. Lokale wegen type 3 zijn straten met verblijfsfunctie. Hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). De verblijfsfunctie primeert op deze weg.
     In de Schelstraat is een snelheidsregime van 50 km/h van toepassing.
  • Het gedeelte Schelstraat waar deze aanvraag betrekking op heeft is gelegen in de afbakening van de bebouwde kom Halveweg en maakt ook gedeeltelijk onderdeel uit van een variabele zone 30 schoolomgeving.
  • Het parkeren wordt georganiseerd op de bestaande parking langs de school.
     De bestaande parking wordt uitgebreid met 18 parkeerplaatsen tot een totaal van 61 parkeerplaatsen.
  • Er worden 3 parkeerplaatsen voor personen met een handicap ingericht.
  • De parkeerplaatsen langs de Schelstraat werden door de gemeente ingericht voornamelijk op het openbaar domein. Vroeger werden door de gemeente 17 parkeerplaatsen aan de voorgevel omgevormd tot een kiss & ride zone.
  • De parkeerzone voldoet aan de voorgestelde normen van het vademecum parkeervoorzieningen.
  • De bestaande fietsverbinding langs de rand van de parkeerzone wordt verplaatst achter de uitbreiding van de parkeerzone.
     De fietsverbinding wordt doorgetrokken tot op het schoolterrein en is volledig afgeschermd van het autoverkeer.

Advies dienst:

Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag gunstig geadviseerd.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 24/02/2021 van de dienst facilitair management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig advies voor uitvoering van de voorgestelde bouwwerken, mits nakomen van volgende voorwaarden:

- Aanplanten van 5 hoogstam loofbomen op de parkings, 2 in plantvakken op bestaande parking en 3 in plantvakken nieuw aan te leggen plantvakken. Deze loofbomen worden minstens in de maat 20/25 aangeplant en zijn loofbomen van de 1ste grootte, d.w.z. bomen die als ze volwassen zijn hoger dan 12 meter worden.

- Aanleveren van een duidelijk plan van aanpak m.b.t. het verplanten van de boom. In dit plan van aanpak moet minstens volgende terug te vinden zijn, hoe wordt de boom voorbereid op verplanten, hoe wordt hij verplant, hoe wordt het nieuwe plantgat ingericht en hoe wordt de boom de eerste jaren na heraanplant begeleid. 

- Heraanplant van de boom dient te gebeuren onder begeleiding van een erkend boomverzorger, om zo de verplanting de meeste garantie op slagen te geven. Lijst van erkend boomverzorgers kan men via deze link raadplegen:

http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. Het plan van aanpak voor de te verplaatsen boom dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de dienst facilitair management en dit voordat de verplanting van de boom zal gebeuren.

De adviezen van volgende diensten zijn niet ontvangen binnen de dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag en zij worden dus geacht gunstig te zijn, krachtens artikel 26 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, goedgekeurd door de Vlaamse Regering dd. 25/04/2014:

  • Fluvius
  • De dienst milieu en duurzaamheid
  • De dienst patrimonium

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De nieuw aan te leggen verhardingen van de speelplaats en de parking dienen waterdoorlatend uitgevoerd te worden.
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die opgenomen zijn in het advies van de dienst facilitair management;
  3. Het aan te leveren plan van aanpak voor de te verplaatsen boom dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de dienst facilitair management en dit voordat de verplanting van de boom zal gebeuren.
  4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die opgenomen zijn in het advies van de Watergroep;
  5. Riolering
  6. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
  9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  11. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  12. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  13. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  14. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  15. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  16. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  21. Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn. 
  22. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De nieuw aan te leggen verhardingen van de speelplaats en de parking dienen waterdoorlatend uitgevoerd te worden.
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die opgenomen zijn in het advies van de dienst facilitair management;
  3. Het aan te leveren plan van aanpak voor de te verplaatsen boom dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de dienst facilitair management en dit voordat de verplanting van de boom zal gebeuren.
  4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die opgenomen zijn in het advies van de Watergroep;
    Riolering
  5. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
  8. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  9. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  10. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  11. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  12. Terrein en gelijkgrondse berm:
  13. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  14. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  15. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  16. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  21. Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn. 
  22. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Artikel 4

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.