STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.
De aanvraag werd op 21/12/2020 ontvangen.
Op 19/01/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 21/01/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 04/02/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 14/02/2021 tot en met 15/03/2021, gesloten met 1 bezwaarschrift.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een fietsenstalling en 2 containers.
Deze wederrechtelijk fietsenstalling handelingen werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren en de containers als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 14/02/2021 tot en met 15/03/2021.
Er werden een bezwaar ingediend via een petitielijst, ondertekend door 11 personen.
Het bezwaar handelt over:
“Beste
Wij als buren hebben gezien dat de school enkele gebouwen gaat bijzetten waaronder een sporthal. Indien deze gebouwen gebruikt gaan worden als commerciële doeleinden zoals. (Feestjes, sportclubs, ... ) willen wij hier bezwaar intekenen , want wij wonen graag een rustige wijk waar er geen evenementenhal/gemeentelijke sporthal aanwezig is , deze zorgen voor extra overlast (verkeer, geluid , afval , ....). We hebben al een parochiezaal , jeugdhuizen chiro meisjes en jongen en ook het verkeer van de HUBO komt door onze straat. Een sportaccommodatie voor de school vinden wij geen probleem. Maar indien de accommodatie ook gebruikt gaat worden voor winstdoeleinden daar dit gebouw wordt betaald door gemeenschapsgeld van de belastingbetaler.
In bijlage vindt u de ondertekende bezwaarschriften van de buren.
Graag zouden wij hierover op de hoogte gehouden worden.
Alvast bedankt”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit/ deze bezwaarschrift(en) het volgende standpunt in:
Het ingediende bezwaar is gegrond, maar wordt niet weerhouden.
De sportaccommodatie waarvan sprake is in het bezwaarschrift betreft een sporthal ter vervanging van de bestaande sporthal, die afgebroken zal worden op het schoolterrein. Er kan dan ook vanuit gegaan worden dat de hinder ter plaatse beperkt blijft tot de bestaande hinder. De aanvraag geeft ook geen aanleiding tot het gebruik voor andere functionaliteiten anders dan deze in het verleden zouden geweest zijn. De functie van een sporthal is een gebruikelijke functie bij een school.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Inter
Fluvius
Dienst Patrimonium
Dienst Mobiliteit
Dienst Milieu & Duurzaamheid
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.
De gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen zijn bestemd voor de voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten gebouw met een horizontale dakoppervlakte van 1085m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 20 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvrager voorziet in de aanleg van beton en asfaltverharding en geeft aan dat dit kan het op te vangen regenwater kan infiltreren in de naastliggende groenzones. Deze groenzones zijn echter te beperkt waardoor er besloten wordt dat de nieuw aan te leggen verhardingen dienen uitgevoerd te worden in waterdoorlatende verhardingen.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Er werd advies gevraagd aan Fluvius op 04/02/2021.Er werd geen advies geformuleerd door Fluvius binnen de gestelde adviestermijn. Er kan bijgevolg van uitgegaan kan worden dat aan het advies voorbijgegaan kan worden.
Volgende voorwaarden en bepalingen dienen gevolgd:
Toegankelijkheid
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.
Eventueel toepassingsgebied aanhalen, bijvoorbeeld:
Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m². De bepalingen van de artikel 10, §1, 12 tot en met 14, 16, 18, 19, 22 tot en met 25 en 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.
Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 13/04/2021 voldoet de aanvraag aan deze stedenbouwkundige verordening.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Artikel 4.3.7. Toegang van gehandicapten tot gebouwen/publiek toegankelijk
De omgevingsvergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, wordt niet verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Zie ook het advies van Inter onderaan bij de rubriek “bespreking adviezen”.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de aanvrager niet als publiekrechtelijk kan beschouwd worden en de vergunningsplichtige bodemingreep kleiner is dan 5000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Vermits het af te breken bedrijfsgebouw groter is dan 1000m³ dient een sloopinventaris opgemaakt te worden conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Schelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Omschrijving van de aanvraag
Momenteel is het perceel bebouwd met 2 schoolgebouwen, een sporthal, 2 klascontainers, een fietsenstalling, een soccerkooi, een losstaand gebouw en een oud klooster dat fungeert als bibliotheek van de school.
De aanvraag voorziet in het slopen/verwijderen van het klooster (bibliotheek), de sporthal en het losstaand bijgebouw. Ook wordt er een boom verplaatst tussen deze gebouwen en zullen er extra parkeerplaatsen voorzien worden.
De soccerkooi en de fietsenstalling worden opgenomen in de aanvraag als te regulariseren.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van een nieuwe sporthal en klaslokalen samen met een fietsenstalling en een soccerkooi is functioneel inpasbaar binnen de bestaande schoolomgeving. Ook het voorzien van extra parkeerplaatsen is hierbij functioneel inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet 61 parkeerplaatsen voor 33 klaslokalen (33 leerkrachten/werknemers). Deze aanvraag voorziet 3 klaslokalen meer dan voor deze uitbreiding met het nieuwe gebouw. Er worden 18 parkeerplaatsen extra voorzien ten opzichte van de vorige vergunde situatie, waarvan 3 mindervalide parkeerplaatsen. 9 van deze parkeerplaatsen werden niet georganiseerd op de parking van de school maar langs de openbare weg. Deze werden door de gemeente opgericht samen met de Kiss and Ride die er reeds aanwezig is. Hierdoor kunnen de kinderen vlot voor de schoolpoort afgezet worden.
Verder wordt de bestaande fietsverbinding langs de rand van de parkeerzone verplaatst tot achter de uitbreiding van de parkeerzone. De fietsverbinding wordt doorgetrokken tot op het schoolterrein en is volledig afgeschermd van het autoverkeer, hetgeen de veiligheid van de fietsers naar deze school verbetert.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het slopen van het voormalig klooster(bib), de sporthal en het een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.
Het te slopen klooster/bibliotheek heeft een oppervlakte van 290m², de te slopen sporthal heeft een oppervlakte van 287m² en het te slopen losstaand bijgebouw heeft een oppervlakte van 114m². De totale te slopen constructies bedraagt dus 691m². Ook worden er nog 2 klascontainers verwijderd op het terrein.
Het nieuw te bouwen schoolgebouw heeft een totale oppervlakte van 1066m². Dit gebouw wordt opgericht op ± 24,63m van de rechter perceelgrens en op minstens 4,70m van de achterste perceelgrens. Dit gebouw bestaat uit 2 verdiepingen en wordt afgewerkt met een plat dak. De kroonlijsthoogte van de eerste verdieping bedraagt 4,52m ten opzichte van het maaiveld, de kroonlijsthoogte van de 2de verdieping bedraagt minimaal 7,52m en maximaal 10,32m ten opzichte van het maaiveld, waarbij de hoogste kroonlijst die van de sporthal betreft. In de sporthal worden geen ramen voorzien in de zijgevels, maar wordt er gewerkt met lichtstraten in het dakvlak, waardoor de privacy ten opzichte van de buren bewaard blijft.
In dit gebouw worden er 3 klaslokalen, 3 bergingen, toiletten, een keuken, een overdekte buitenruimte en een polyvalente ruimte voorzien. Op verdiepingsniveau worden er 2 kleedkamers, een berging en een sporthal voorzien. De nieuwe constructie zorgt ervoor dat bepaalde functies die behoren tot een school gebundeld worden in 1 gebouw, hetgeen gunstig is.
De afwerking van het gebouw gebeurt in een lichtgrijs genuanceerde baksteen en houten gevelbekleding.
Links achteraan het terrein, op 5,10m van de perceelgrens met perceel 925B, en over de linker perceelgrens heen werd er een fietsenstalling opgericht. Deze constructie werd opgenomen in de aanvraag om te regulariseren. De fietsenstalling heeft een oppervlakte van 105,5m² en werd deels opgericht op het naastliggend perceel met perceelnummer 926B. Er werd een akkoord van de eigenaar toegevoegd aan de aanvraag en ook geen bezwaar ingediend door de eigenaar voor het regulariseren van de fietsenstalling hetgeen erop wijst dat de eigenaar hiermee akkoord gaat. De fietsenstalling heeft een kroonlijsthoogte van 2,20m ten opzichte van het maaiveld en een nokhoogte van 3m. De constructie werd uitgevoerd in rood staal met gebogen doorschijnende platen. De locatie van de fietsenstalling zorgt niet voor extra hinder ten opzichte van de omliggende percelen en kan hier dus aanvaard worden.
Achter deze fietsenstalling bevindt zich ook nog een soccerkooi. Deze constructie bestaat uit een aluminium kooi met een hoogte van 1m. De ondergrond binnen deze kooi betreft waterdoorlatende klinkers. De totale oppervlakte hiervan bedraagt 180m² (18m x 10m). Het betreft hier een speeltuig op de speelplaats van de school, hetgeen geen vreemde constructie is en dus aanvaard kan worden.
De aanvraag omhelst ook een aanpassing van de buitenaanleg rondom de nieuw te bouwen constructie. Het bestaande grasperk in het midden van de speelplaats wordt ongeveer met de helft verkleind tot een oppervlakte van 475m². Dit wordt aangelegd in kunstgras en de boom die in het groen stond rechts wordt mee verplaatst bij het stuk waar kunstgras wordt voorzien. Tussen het stuk kunstgras en het nieuwe gebouw wordt extra beton voorzien voor de aanleg van de speelplaats. De kunstgras voetbalveldjes achteraan het perceel worden ook verminderd tot een oppervlakte van ±243m².
Er ontstaat een normale verhouding van groen en verharding voor een speelplaats bij een school, al dient opgemerkt te worden dat het vreemd is dat er binnen de huidige tijden niet geopteerd wordt voor meer natuurlijk groen op de speelplaats Uit voorgaande contacten met de school blijkt dat dit op de langere termijn wel degelijk de bedoeling is, wanneer de budgetten dit toestaan.Ook de keuze voor kunstgras is geen duurzame keuze. Voor een speelplaats kan dit materiaal, bij uitzondering, worden toegelaten. Om bovenstaande redenen wordt er dan ook in de voorwaarden opgelegd dat de nieuw aan te leggen verhardingen op de speelplaats dienen uitgevoerd te worden in waterdoorlatende verhardingen.
Rechts van de school wordt de parking uitgebreid met 18 parkeerplaatsen,. Deze zullen aangelegd worden in asfaltverharding, net zoals de bestaande parkeerplaatsen. Van deze 18 parkeerplaatsen zullen er 3 voorzien worden voor mindervaliden. Deze bevinden zich het dichtst bij de zijdelingse ingang van de school. Er zal éénrichtingsverkeer worden toegepast op de parking waarbij er 1 inrit en 1 uitrit aanwezig is. Er wordt ook een passage voor de voetgangers voorzien tussen de parkeerplaatsen om deze veilig tussen het verkeer te loodsen. Het totaal aantal parkeerplaatsen op de zijdelingse parking bedraagt dan 52. Samen met de 9 bestaande parkeerplaatsen vooraan de school bedraagt het aantal in totaal 61 parkeerplaatsen voor 33 klassen. Bovenstaand aantal is ruim voldoende.
Tussen de parkeerplaatsen wordt er groen voorzien door lage struiken en hagen te plaatsen.
Het advies volgens de dienst facilitair management klinkt het volgende over de groenaanplant van de parking:
“Aanplanten van 5 hoogstam loofbomen op de parkings, 2 in plantvakken op bestaande parking en 3 in plantvakken nieuw aan te leggen plantvakken. Deze loofbomen worden minstens in de maat 20/25 aangeplant en zijn loofbomen van de 1ste grootte, d.w.z. bomen die als ze volwassen zijn hoger dan 12 meter worden.”
Indien er voldaan wordt aan bovenstaand advies tot het aanplanten van bomen tussen de parkeerplaatsen kan er akkoord gegaan worden met de heraanleg van de parking rechts van de school.
De nieuw te voorziene oppervlakte op deze parking dient wel uitgevoerd te worden in waterdoorlatende verharding en niet in asfaltverharding, zoals voorzien door de aanvrager. Het voorziene groen op de parking is niet voldoende om de infiltratie van het op te vangen hemelwater verwerken.
De bestaande fietsverbinding langs de rand van de parkeerzone wordt verplaatst achter de uitbreiding van de parkeerzone. De fietsverbinding wordt doorgetrokken tot op het schoolterrein en is volledig afgeschermd van het autoverkeer. Er kan dus akkoord gegaan worden met het uitbreiden van de fietsverbinding.
Bodemreliëf
Het terreinprofiel in de aanvraag geeft aan dat het terrein ongewijzigd blijft. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de nieuw uit te voeren verhardingen van de speelplaats en de parking worden uitgevoerd met waterdoorlatende materialen.
BESPREKING ADVIEZEN
“Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
De plaats van de watermeters dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep. Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m, voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben.
Door de stijfheid van de aansluitslang van DN50mm is het plaatsen van een bocht is niet toegelaten.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.
In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.
Gunstig advies.
Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.
1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv
2 Verplichting advies
3 Toepassingsgebied
Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.
De aanvraag betreft:
Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
“Situatie
Het dossier omvat de aanvraag tot het slopen van het voormalig klooster(bib), de sporthal en het een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein.
Bespreking
Advies dienst:
Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag gunstig geadviseerd.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
“Gunstig advies voor uitvoering van de voorgestelde bouwwerken, mits nakomen van volgende voorwaarden:
- Aanplanten van 5 hoogstam loofbomen op de parkings, 2 in plantvakken op bestaande parking en 3 in plantvakken nieuw aan te leggen plantvakken. Deze loofbomen worden minstens in de maat 20/25 aangeplant en zijn loofbomen van de 1ste grootte, d.w.z. bomen die als ze volwassen zijn hoger dan 12 meter worden.
- Aanleveren van een duidelijk plan van aanpak m.b.t. het verplanten van de boom. In dit plan van aanpak moet minstens volgende terug te vinden zijn, hoe wordt de boom voorbereid op verplanten, hoe wordt hij verplant, hoe wordt het nieuwe plantgat ingericht en hoe wordt de boom de eerste jaren na heraanplant begeleid.
- Heraanplant van de boom dient te gebeuren onder begeleiding van een erkend boomverzorger, om zo de verplanting de meeste garantie op slagen te geven. Lijst van erkend boomverzorgers kan men via deze link raadplegen:
http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. Het plan van aanpak voor de te verplaatsen boom dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de dienst facilitair management en dit voordat de verplanting van de boom zal gebeuren.
De adviezen van volgende diensten zijn niet ontvangen binnen de dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag en zij worden dus geacht gunstig te zijn, krachtens artikel 26 van het Decreet betreffende de omgevingsvergunning, goedgekeurd door de Vlaamse Regering dd. 25/04/2014:
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van het voormalig klooster (nu bibliotheek), de sporthal en een losstaand bijgebouw, het verwijderen van 2 containers, het regulariseren van de fietsenstalling en soccerkooi, het bouwen van een schoolgebouw met een sportzaal, een polyvalente ruimte en 3 klaslokalen en het aanleggen van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.