Terug
Gepubliceerd op 12/05/2021

2021_CBS_00490 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2020/00261, gelegen langs Beverzakbroekweg 104 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 04/05/2021 - 13:30 raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_00490 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2020/00261, gelegen langs Beverzakbroekweg 104 - Goedkeuring 2021_CBS_00490 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2020/00261, gelegen langs Beverzakbroekweg 104 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg – directie Omgeving van 6 april 2021, nl.:

“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van de heer Gerald Kindermans namens de heer Steven Maes, ingesteld tegen de beslissing d.d. 9 februari 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een omgevingsvergunning werd geweigerd aan de heer Steven Maes voor het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande woning en het slopen van bijgebouwen, te Zonhoven ter plaatse Beverzakbroekweg 104, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart. 

Dit beroep werd analoog ingediend en opgeladen in het omgevingsloket. 

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 30 dagen.“ 

Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:

I. DE FEITEN

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan bij het college van burgemeester en schepenen voor een omgevingsvergunning op 3 december 2020 m.b.t. een terrein gelegen te Beverzakbroekweg 104, Zonhoven, kadastraal gekend Afdeling 3, Sectie F, nummer 640E8.

Het betreft een aanvraag tot het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande woning en het slopen van bijgebouwen.

De aanvraag werd op 17 december 2020 ontvankelijk en volledig verklaard waarbij de vereenvoudigde vergunningsprocedure werd gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek georganiseerd.

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt-Genk goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied waarbij de voorgestelde werken zich volledig bevinden in het woongebied met landelijk karakter.

In de bestreden beslissing worden adviezen vermeld van de Provinciale Dienst Water en Domeinen en van de dienst Facilitair Management.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften, aldus de bestreden beslissing.

M.b.t. het hemelwaterformulier wordt gesteld dat aangegeven wordt dat het hier niet gaat om een herbouw aangezien de bestaande dakoppervlakte volledig verwijderd wordt en er een nieuw plat dak voorzien wordt op de verdieping en een gedeeltelijke extra bouwlaag zodat men dit als een herbouw zou kunnen beschouwen.

Verder wordt vastgesteld dat de verhardingen met een totale oppervlakte volgens de plannen 363,8m² niet zouden opgenomen zijn, terwijl niet aangegeven zou zijn dat het om een waterdoorlatende verharding gaat en niet aangegeven zou zijn hoe deze zal infiltreren op natuurlijke wijze op eigen terrein.

ln de bestreden beslissing wordt gezegd dat er aangegeven werd dat het goed kleiner is dan 250m², hetgeen impliceert dat er dan geen infiltratievoorziening verplicht is, terwijl het perceel een oppervlakte zou hebben volgens de bestreden beslissing van 2.821,3m².

ln de bestreden beslissing wordt verder gesteld dat door deze fout, met name de uitbreiding van 93,8m²(2de verdieping), de nieuwe luifel vooraan (13m²) en de nog niet aangesloten bestaande/herbouwde dakoppervlakte van circa 75,2m² op geen enkele wijze gecompenseerd wordt, terwijl men aanvoert dat alle hemelwater rechtstreeks afgeleid wordt naar de openbare riolering.

Dit is volgens de bestreden beslissing onaanvaardbaar en te meer in een effectief overstromingsgevoelig gebied op een terrein dat onnodig opgehoogd werd en een overdreven verharde oppervlakte zou hebben.

Er wordt verder meegedeeld in de bestreden beslissing dat de volledige dakoppervlakte wordt herbouwd (van hellend dak naar plat dak) met een bijkomende bouwlaag van circa 93,8m².

In de beslissing wordt gesteld dat men principieel een hemelwaterput met hergebruik kan opleggen in navolging van het decreet integraal waterbeleid, dit voor een volledige dakoppervlakte van 182m².

Er is verder een voorwaardelijk gunstig advies van de provinciale dienst water en domeinen van 14 januari 2021.

De aanvraag doorstaat volgens de bestreden beslissing evenwel de watertoets niet  gezien er niet zou voldaan zijn aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozen van afvalwater en hemelwater.

Verder wordt gesteld dat de aanvraag niet verenigbaar is met de regelgeving gezien er niet voldaan is aan het decreet m.b.t. de rookmelders.

M.b.t. het grondverzet wordt erop gewezen dat in het verleden het terrein aanzienlijk zou zijn opgehoogd en dat het oorspronkelijke terreinniveau 25cm onder het peil van de wegas lag en er een vergunning werd afgeleverd voor een ophoging tot hetzelfde peil als de wegas.

Er is dus een regularisatie van de ophoging noodzakelijk, aldus de bestreden beslissing zodat de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing is.

In dat verband moet de aanvulgrond geschikt zijn voor de bestemming woongebied en moeten de nodige attesten worden voorgelegd.

M.b.t. de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening wordt gesteld dat de regularisatie van de verhardingen, zoals aangegeven op het plan, niet aanvaardbaar zou zijn.

De verbouwing en de uitbreiding van de woning zoals voorgesteld, is volgens de bestreden beslissing niet aanvaardbaar.

De regularisatie van de klinkerverharding van 276,60m², zoals aangegeven op het plan, is niet verantwoordbaar en strookt niet met de visie van ontharden en meer groene ruimte.

De algemene terreinophoging van het terrein tot 63cm boven de wegas is niet aanvaardbaar gelet op het niveau van de omliggende terreinen en de ligging in een effectief overstromingsgevoelig gebied.

Tenslotte wordt gesteld dat de verbouwing en uitbreiding van de woning met een volwaardige derde bouwlaag en luifel in de voortuin niet aanvaardbaar is in deze omgeving.

Het college van burgemeester en schepenen is integraal het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar van 4 februari 2021 gevolgd tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Verzoeker kan geenszins akkoord gaan met de bestreden beslissing.

In die omstandigheden wordt bij huidig verzoekschrift beroep aangetekend.

II. TIJDIGHEID VAN HET VERZOEKSCHRIFT

De bestreden beslissing dateert van 9 februari 2021.

De beslissing werd meegedeeld bij schrijven van 9 februari 2021 en is derhalve ten vroegste betekend bij verzoeker op 10 februari 2021 zodat de beroepstermijn van 30 dagen verstrijkt op 14 maart 2021.

Dit is ook de datum die in het omgevingsloket wordt aangeduid voor het verstrijken van de beroepstermijn.

Het verzoekschrift is derhalve tijdig neergelegd.

Er werd ook een bewijs van betaling van de dossiertaks meegedeeld (stuk 32).

III. BELANG VAN VFRZOEKER BIJ HET INDIENEN VAN HET VERZOEKSCHRIFT

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande woning en het slopen van bijgebouwen op het adres te Zonhoven, Beverzakbroekweg 104.

Het is in het belang van verzoeker dat zijn verbouwingsplannen kunnen worden uitgevoerd zodat verzoeker alleszins belang heeft bij het aantekenen van beroep als vergunningsaanvrager tegen de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven van 9 februari 2021.

IV. TEN GRONDE

1. Hemelwater

Verzoeker wijst erop dat er ondertussen een gescheiden rioleringsstelsel ligt waarbij het duidelijk is dat verzoeker reeds een keuring heeft gevraagd van de riolering van zijn eigendom.

Verzoeker brengt e-mailberichten bij van het studiebureau ENERDO waarbij uitdrukkelijk gesteld wordt dat er een afspraak is vastgelegd voor 3 mei 2021 voor de controle van de uitgevoerde afkoppeling (stuk 33).

2. Watertoets

Hier gaat het om een voorwaardelijk gunstig advies, doch het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven weigert omdat zou moeten aangetoond worden dat alle water wordt opgevangen.

Vanwege het college van burgemeester en schepenen wordt klaarblijkelijk geen rekening gehouden met het feit dat de riolering er thans ligt, hetgeen nochtans zeer opmerkelijk is gezien de gemeente toch heel goed op de hoogte moet zijn van het plaatsen van deze riolering;

3. Vermoeden van vergunning

Verzoeker wijst erop dat er geen rekening gehouden wordt met het vermoeden van vergunning zoals nochtans uitdrukkelijk voorzien is in de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Er is duidelijk een vergunning van 1974 en de werken zijn uitgevoerd ten laatste in 1975.

Er wordt een kadastrale schets bijgebracht van 1975 waaruit blijkt dat het gebouw toen reeds werd gebouwd.

Ook zijn er luchtfoto's van die periode waaruit blijkt dat alle verhardingen toen reeds werden aangelegd (stukken 19-22).

Geen enkele wijziging is er aan het gebouw nog gebeurd sinds het gebouw in 1974-1975 werd gebouwd, zodat het vermoeden van vergunning alleszins speelt.

Alle constructies dateren immers van voor de allereerste inwerkingtreding van het gewestplan.

Er moet dus helemaal geen regularisatie aangevraagd worden voor die elementen die reeds als vergund geacht worden beschouwd op basis van het vermoeden van vergunning.

Dit geldt ook voor alle verhardingen en voor alle niveauverschillen.

De zogenaamde 63cm niveauverschil is ongewijzigd gebleven sinds 1975.

De bestaande toestand moet dus integraal als vergund geacht worden beschouwd zodat iedere beoordeling vanaf die toestand moet vertrekken.

Het gaat niet op dat één en ander nog in vraag wordt gesteld door het college van burgemeester en schepenen in de bestreden beslissing.

4. Volwaardige derde verdieping

Verzoeker wijst erop dat het oorspronkelijke gebouw zo geconcipieerd was dat men binnen rijdt in de garage en dat men in feite woont boven de garage, hetgeen niet echt de eerste verdieping is.

Het dak is op dit ogenblik uitgevoerd met een zeer groot hellend dak.

Het gezin van verzoeker bestaat thans uit 6 gezinsleden zodat het noodzakelijk is om extra slaapkamers te concipiëren.

Dit is gebeurd door de ontwerper binnen het bestaand volume door een setback te organiseren voor deze slaapkamers.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar gaat ervan uit dat het over een volwaardige derde bouwlaag gaat, hetgeen absoluut niet het geval is gezien er geen keuken, noch leefruimtes op deze verdieping worden gemaakt, doch enkel slaapkamers en eventueel een badkamer.

Het gaat in feite over 4 slaapkamers en een badkamer, doch het oorspronkelijke volume wordt niet vergroot.

In tegendeel, het oorspronkelijke volume wordt eerder verkleind gezien de setback niet over de volledige breedte van het gebouw loopt.

De gemeentelijke administratie gaat er blijkbaar van uit dat het ontworpen volume groter zou zijn dan het oorspronkelijke volume, doch er wordt geen enkele becijfering aangehaald.

Er kan uitdrukkelijk gesteld worden dat er een inbreuk is op de regelgeving inzake de motivering van bestuurshandelingen, welke uitdrukkelijk stelt dat de stellingen die worden ingenomen gemotiveerd dienen te worden.

5. Functionele inpasbaarheid en omgeving

De bestreden beslissing stelt dat de configuratie niet zou passen in de bestaande omgeving, doch aan de hand van de foto's van gebouwen in de omgeving wordt aangetoond dat dit wel het geval is.

Verzoeker brengt een hele reeks foto's bij (stuk 34).

Hier wordt telkens het adres en de afstand tot aan de woning van verzoeker meegedeeld.

Aan de hand van deze foto's kan worden aangetoond dat het geplande gebouw weldegelijk past in de omgeving.

6. Verwijderen van bomen

Verzoeker stelt uitdrukkelijk dat hij eerder een vergunning heeft bekomen voor het verwijderen van een tweetal bomen.

Voor andere bomen die op meer dan 10m stonden was verzoeker de mening toegedaan op basis van zijn onderzoek van toen dat hij deze bomen mocht verwijderen zonder daarvoor een speciale vergunning te vragen.

Anderzijds is het zo dat verzoeker uitdrukkelijk stelt dat hij op het terrein zelf reeds een kleine honderdtal bomen heeft aangeplant zodat er nu ruimschoots gecompenseerd werd.

Deze aangebrachte bomen kunnen uiteraard worden aangetoond.

Verzoeker is trouwens van mening dat niettegenstaande de wettelijke mogelijkheid daartoe gebruikt kan worden om voorwaarde op te leggen, en dit trouwens zeer courant gebeurt, de gemeente Zonhoven nalaat om een ontwerp van beslissing voor het college van burgemeester en schepenen klaar te maken waarin een aantal voorwaarden worden vooropgesteld.

Men kiest ervoor om de vergunning gewoon te weigeren, terwijl men perfect via een aantal voorwaarden zou kunnen tegemoet komen aan de bezwaren die er eventueel zouden bestaan.

Het valt op te merken dat er allerlei opmerkingen worden gemaakt vanwege de gemeentelijke omgevingsambtenaar alvorens het dossier volledig werd verklaard.

Er moest op allerlei punten geantwoord worden en de aanvraag is zelfs overgedaan moeten worden omdat de termijn verstreken was i.p.v. de ook thans overblijvende futiliteiten ook te laten oplossen in de aanloop van de beslissing.

Men heeft hiervoor niet gekozen en uiteindelijk een weigering uitgesproken nadat eerder al een hele reeks aanpassingen waren gebeurd.

Dat verzoeker vraagt om gehoord te worden in aanwezigheid van zijn architect en zijn raadsman;

OM DEZE REDENEN, BEHAGE HET DE DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE LIMBURG:

  • het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren,
  • dienvolgens de bestreden beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven, dd. 9 februari 2021 m.b.t. het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande woning en het slopen van bijgebouwen op het kadastraal perceel gelegen te Zonhoven, Beverzakbroekweg í04, met kadastrale omschrijving, Afdeling 3, Sectie F, nummer 640E8, waarbij de omgevingsvergunning werd geweigerd, te vernietigen en opnieuw rechtdoende, de vergunning toe te staan overeenkomstig de oorspronkelijke aanvraag.

Advies dienst:

IV. TEN GRONDE

1. Hemelwater

Het aangeven dat een gescheiden stelsel gerealiseerd werd in de straat en dat een keuring van de afkoppeling op de planning staat, geeft slechts aan dat de voorwaarde dat “de bestaande septische behouden moet blijven tot de aanleg van een gescheiden stelsel in de straat“ komt te vervallen.

Blijft het feit dat geen infiltratievoorziening conform de hemelwaterverordening voorzien wordt waardoor men niet voldoet aan de regelgeving.

2. Watertoets

Bezwaarindiener verwijst naar het voorwaardelijk gunstig advies van de waterbeheerder en het feit dat een gescheiden riolering werd aangelegd.

Het advies werd gevraagd n.a.v. het gewijzigd overstromingsregime binnen een effectief overstromingsgevoelig gebied. De waterbeheerder doet geen uitspraak over het al dan niet voldoen aan de hemelwaterverordening. De terreinophoging werd niet opgenomen in het advies van de waterbeheerder aangezien het regulariseren ervan niet opgenomen werd in de aanvraag van bezwaarindiener.

Het decreet integraal waterbeleid stelt dat slechts voldaan wordt aan artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid indien de  voorwaarden van de waterbeheerder gevolgd worden én indien voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater & afvalwater. Aangezien niet voldaan wordt aan de hemelwaterverordening doorstaat men de watertoets evenmin.

3. Vermoeden van vergunning

In de beslissing wordt gesteld dat het perceel van de aanvraag anno 1974 bebouwd werd met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en een hellend dak. Dat, tegenover de afgeleverde vergunning, de woning meer naar de linker perceelgrens toe ingeplant werd en het niveau ten opzichte van de wegas werd verhoogd met 63cm. Dat gezien aangetoond wordt middels een historische kadasterschets dat de woning opgericht werd voor de inwerkingtreding van het eerste gewestplan, beide elementen als vergund geacht beschouwd kunnen worden. Er wordt aldus niet bestreden dat de woning op zich, en de grondaanvulling rond de woning zoals destijds aangevraagd, vergund geacht is.

Wat niet werd aangetoond is de algemene ophoging tot 63cm boven het wegpeil en de veel hoger gelegen talud in de voortuin, die verder reikt dan de zone direct rond de woning. De vergunning anno 1974 geeft aan dat het oorspronkelijke maaiveld gelegen was op 25cm onder het wegpeil, op te hogen tot gelijk met het wegpeil en volgens de bestaande toestand over het volledige perceel uitgevoerd tot op 63cm boven het wegpeil.

Wanneer men de streetviewbeelden van Google bekijkt is in de directe omgeving van het goed geen visuele waarneming van dergelijke ophogingen merkbaar behoudens bij het goed van de aanvraag.

Bezwaarindiener gaat er vanuit dat alle elementen die niet uitgevoerd werden conform de vergunning onder het vermoeden van vergunning vallen en dat de bestaande toestand integraal als vergund geacht beschouwd moet worden. Er wordt geen verklaring gegeven voor de ophoging/ grondopslag in 2017 die duidelijk zichtbaar is op de luchtfoto 15/05/2017.

Zie bijlagen – bijlage 1): beelden streetview, luchtfoto’s, vergunde maaiveld.

Wat de verharding betreft bestaat onduidelijkheid betreffende het gedeelte in zij- en achtertuin; deze zijn niet duidelijk zichtbaar op de luchtfoto van 1977 die bij de aanvraag gevoegd werd. In de overtuigingsstukken verwijst men dan naar historische luchtfoto’s, terug te vinden op Geopunt Vlaanderen, doch de periode waarin deze genomen werden situeert zich tussen 1979 en 1990. Er wordt bijgevolg niet aangetoond dat alle verharding reeds aanwezig was voor april 1979.

Er is geen wezenlijk bezwaar tegen het regulariseren van verharding aangezien deze nu eenmaal zijn functionaliteit heeft bij het wonen (terras, parkeren op eigen terrein), doch de omvang dient zoveel mogelijk beperkt te worden. In de motivatie werd dan ook aangegeven dat een ruim gedeelte aanvaardbaar is en dat een gedeelte in zij- en achtertuin niet meer aanvaardbaar is. 

Regularisatie verhardingen

Op het terrein is zo’n 336m² aan verhardingen aanwezig. Het betreft een terras (17,93m²) op de verdieping aan de voorzijde van de woning en de buitentrap die daar naartoe leidt (14,47m²), een terras (23,32m²) op de verdieping aan de achterzijde van de woning en de buitentrap die daar naartoe leidt (4,48m²) en verder een klinkerverharding in voor- zij- en achtertuin met een totale oppervlakte van 276,6m². Deze klinkerverharding is deels noodzakelijk als toegang tot de interne garage en de inkom, de overige functionaliteit wordt niet aangegeven op plan, noch gemotiveerd of aangehaald in de beschrijvende nota. 

Zoals onder “mobiliteitsimpact” reeds aangehaald, is de functie als parkeerruimte behoorlijk overdreven voor een eengezinswoning. Slechts het behouden van de verharding in de voortuinstrook valt te verantwoorden in functie van parkeerruimte; men beschikt dan over voldoende ruimte om 4 wagens in openlucht te stallen en over 1 interne garage.

Een beperkt terras aan de achterzijde van de woning is nog te verantwoorden aangezien de overige terrassen zich louter op de verdieping situeren. De zone tussen de buitentrap en de rechter zijgevel van de woning (ca. 42m²) lijkt ons hier ruim voldoende.

Alle overige verharding in zij- en achtertuin valt niet te verantwoorden en past niet binnen de visie om te ontharden en meer groene ruimte in te richten. 

Zelfs indien de volledige verharding als vergund geacht beschouwd kon worden, is het bij een aanvraag van dergelijke omvang niet ongebruikelijk om voorwaarden op te leggen die de omvang van verhardingen beperken; het voldoen aan hedendaagse normen impliceert naast aanpassingen ifv uitbreidingen mogelijk ook inperkingen.

4. Volwaardige derde verdieping

Het aantal bouwlagen wordt niet zozeer bepaald door de functies die aanwezig zijn als wel door de hoogte tegenover een referentiepeil.

Het feit dat de garage en bergruimte op het gelijkvloerse niveau ondergebracht werden geeft geen enkel recht om een derde bouwlaag te voorzien voor het slaapgedeelte.

Zoals aangegeven op het plan terreinprofiel bestaande toestand, bevindt het niveau van de 1ste bouwlaag zich 63cm boven het peil van de weg. De kroonlijsthoogte situeert zich op 5,63m boven het wegpeil en de nokhoogte op 8,63m.

Algemeen genomen worden de bouwhoogtes voor een woning met 2 bouwlagen en plat dak beperkt tot een dakrandhoogte van 6,50m tov het maaiveld. Het betreffende maaiveld mag zich tot op 30cm boven de wegas bevinden. Voor een gebouw met 2 bouwlagen en hellend dak wordt een maximale kroonlijsthoogte van 6m gehanteerd en een nokhoogte tot 10,50m (tot het maaiveld dat op max. 30cm boven de wegas gelegen is).

Aangezien men hier een ongebruikelijke ophoging van het maaiveld heeft tot 63cm boven het wegpeil, kan het bestaande maaiveld niet als referentiepunt genomen worden om de bouwhoogte te vergelijken met woningen in de omgeving of om de nieuwe bouwhoogte te bepalen.

Bezwaarindiener verwijst naar diverse woningen in de omgeving om de bouwhoogte van 9,22m tov het wegpeil te verantwoorden.

Uit onderzoek van de vergunde toestand van de woningen waarnaar verwezen wordt blijkt het volgende:

Woning Beverzakbroekweg 99

Het maaiveld bevindt zich op 20cm boven het wegpeil. De dakrandhoogte van de 2de bouwlaag met plat dak bevindt zich op 7,05m boven het wegpeil.

Woning Turfstraat 3

Het maaiveld bevindt zich op 22cm boven het wegpeil. De kroonlijsthoogte van de 2de bouwlaag (afwerking zadeldak) bevindt zich op 6,40m boven het wegpeil, de nokhoogte bedraagt 10,62m tov het wegpeil.

Woning Beverzakbroekweg 67 (hoekperceel binnen een verkaveling)

Het maaiveld bevindt zich 70cm boven het wegpeil; hierbij dient vermeld dat dit het oorspronkelijke maaiveld betreft, er werden geen ophogingen uitgevoerd, en dat het goed gelegen is binnen een verkaveling.

De dakrandhoogte van de 2de bouwlaag (plat dak) bedraagt 6,70m tegenover het wegpeil en de ½ extra bouwlaag bevindt zich tot op 8m boven het wegpeil met dien verstande dat het volume slechts een beperkt gedeelte van de mogelijke dakverdieping inneemt zoals voorzien in de verkavelingsvoorschriften. Hier is een correct voorbeeld aanwezig van een volume in setback binnen het toegelaten volume.

Zie bijlagen – bijlage 2): Terreinsnede woning Beverzakbroekweg 67

Woning Beverzakbroekweg 98

Het maaiveld bevindt zich op gelijke hoogte met het wegpeil. De kroonlijsthoogte van de 2de bouwlaag (afwerking zadeldak) bevindt zich op 6,22m boven het wegpeil, de nokhoogte tot op 10,67m.

Woning Varenstraat 2A (hoekperceel binnen verkaveling)

Het maaiveld bevindt zich op 45cm boven het wegpeil. De kroonlijsthoogte van de 2de bouwlaag (afwerking hellend dak) bevindt zich op 5,55m tegenover het wegpeil, de nokhoogte op 8,95m.

Bezwaarindiener geeft aan dat het volume verkleind wordt, dat de gemeente er vanuit gaat dat dit niet het geval is zonder dit te becijferen. 

Bezwaarindiener gaat er vanuit dat men een derde bouwlaag kan realiseren indien men binnen het standaard maximale volume van het gebouw blijft.

Bij de realisatie van een 3de bouwlaag in setback met plat dak blijft men echter binnen de contour van het normale hellend dak/ het toegestane gabarit. Men gaat er vanuit dat op die manier geen bijkomende hinder naar de omgeving ontstaat door dergelijke setback en dat de impact op het straatbeeld beperkt blijft aangezien de normale afmetingen nergens overschreden worden. Het ontwerp beantwoordt hier geenszins aan. Ter staving een profielschets met vergelijking normaal profiel, ontwerpprofiel en de zgn. setback.

(zie bijlage 3 – profielschets vergelijking)

5. Functionele inpasbaarheid en omgeving

De functionele inpasbaarheid, met name de functie wonen, wordt niet betwist. De inpasbaarheid van het voorziene volume, met name de hoogte/ derde bouwlaag en de zogenaamde luifel in de voortuinstrook (13m² en 6,88m hoog tov het wegpeil), echter wel. Zoals onder punt 4. reeds aangegeven gaat de vergelijking met de aangehaalde woningen in de omgeving niet op aangezien men de bouwhoogte vanaf eenzelfde referentiepunt moet nemen en een nokhoogte van een hellend dak niet gelijkgesteld kan worden met de dakrandhoogte van een plat dak.

6. Verwijderen van bomen

Op de plannen van de aanvraag, met name de inplanting, wordt niet aangegeven dat er bomen aanwezig zijn. Afgaande op de intekening en foto’s kan men veronderstellen dat links vooraan een boom aanwezig is en langs de rechter perceelgrens een aantal kleine boompjes aanwezig zijn. De legende maakt hier geen melding van, enkel “groenaanleg gras” en “groenaanleg schorsbedekking” werden weergegeven. In de achtertuin werden geen bomen ingetekend.

De aanplant van de bomen is uiteraard positief doch dit geeft geen automatisch recht om bestaande bomen te verwijderen, met name de 2 berken in de voortuin die aangemerkt staan (stonden) als KLE. Uit het advies van de dienst Facilitair Management, opgevraagd omwille van de ontbrekende groenelementen, blijkt niet dat enige vergunning bekomen werd. Er werd aangegeven dat de 2 berken verwijderd werden en dat in de achtertuin eveneens een hoogstam verwijderd werd.

Met betrekking tot de aanplant van de nieuwe bomen dient bovendien verwezen naar de bepalingen van het Veldwetboek, met name de plantafstand tot perceelgrenzen.

Overige opmerkingen

Bezwaarindiener geeft aan dat men een vergunning met voorwaarden had kunnen afleveren in plaats van een weigering van de aanvraag. Indien een aanvraag niet voldoet aan een aantal essentiële elementen betreffende regelgeving én verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening dient een weigering afgeleverd te worden. Voorwaarden kunnen slechts aangewend worden om beperkte aanpassingen door te voeren aan een aanvraag die globaal genomen aanvaardbaar is. 

Bezwaarindiener verwijst naar het verzoek tot aanvulling in een voorgaand dossier dat onvolledig verklaard werd. Bij een omgevingsaanvraag dient nagegaan te worden of de aanvraag voldoet aan de vereiste samenstelling (het normenboek) en indien nodig dient bijkomende informatie of dienen aangepaste stukken aangeleverd te worden. In het belang van de aanvrager kan bij het volledigheidsnazicht ook nagegaan worden of zich mogelijke problemen stellen naar vergunbaarheid toe. Door het aangeven van knelpunten die de vergunbaarheid in het gedrang kunnen brengen, krijgt de aanvrager de kans te anticiperen en eventuele aanpassingen door te voeren. De aanvraag wordt niet onvolledig verklaard indien deze knelpunten niet aangepast worden; het is de keuze van de aanvrager om de procedure alsnog te doorlopen met het risico dat de aanvraag niet of slechts gedeeltelijk vergunbaar blijkt. Aangezien er bij voorgaande aanvraag, die geen deel uitmaakt van onderhavig beroep, geen aanvulling gebeurde via het omgevingsloket binnen de gestelde termijn, werd het dossier onvolledig verklaard.

Met het indienen van de omgevingsaanvraag die onderwerp is van huidig beroep, werd voldaan aan de globale volledigheidsvereisten. Het dossier werd dan ook binnen de 30 dagen na indiening volledig verklaard en opgestart. Met de opmerkingen die eerder aangeleverd werden in functie van vergunbaarheid werd geen rekening gehouden.

Het standpunt van 09/02/2021 blijft behouden waardoor het ingediende beroep negatief beoordeeld wordt.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te boordelen en behoudt haar standpunt van 09/02/2021.