Terug
Gepubliceerd op 29/09/2021

2021_CBS_01026 - OMV - Vergunning - Kievitveldstraat 15 - 2021/00166 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 21/09/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01026 - OMV - Vergunning - Kievitveldstraat 15 - 2021/00166 - Goedkeuring 2021_CBS_01026 - OMV - Vergunning - Kievitveldstraat 15 - 2021/00166 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het wijzigen van de bestemming van kerk naar kinderopvang en -crèche en het uitbreiden van het gebouw. 

De aanvraag werd op 11/05/2021 ontvangen en op 10/06/2021ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 20/06/2021 tot en met 19/07/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 14/03/1973 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het verbouwen van de kerk in Ter Donk, door het college van burgemeester en schepenen. (1972/00093)
  • Op 22/10/2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het heraanleggen van de parking rond de kerk van Ter Donk en het aanbrengen van riolering. (2013/0047)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 20/06/2021 tot en met 19/07/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Inter 

Fluvius

Dienst Patrimonium 

Dienst Mobiliteit

Dienst Contractmanagement

Dienst Lokale Economie

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut en deels gelegen in woongebied. 

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het  gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut.

De gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen zijn bestemd voor de voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Na inwerkingtreding wijziging 15/07/2016, geldt de verplichting voor plaatsing van een infiltratievoorziening niet enkel voor vergunningsplichtige werken, maar voor alle handelingen vermeld in artikel 3, en niet bedoeld in artikel 4 van diezelfde verordening, behalve als het goed kleiner is dan 250m².

De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten deel van het gebouw, met een horizontale dakoppervlakte van 181,60m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op  eigen terrein kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius/ dienen volgende voorwaarden en opmerking gevolgd te worden:

  • Het advies van 05/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-06-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie F, nummer(s) 544G, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:
 Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² tegen een bestaand gebouw een even groot deel van de bestaande verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien deze bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Eventueel toepassingsgebied aanhalen, bijvoorbeeld:

Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m². De bepalingen van de artikel 10, §1, 12 tot en met 14, 16, 18, 19, 22 tot en met 25 en 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 10/09/2021 voldoet de aanvraag aan deze stedenbouwkundige verordening mits voldaan wordt aan de opgelegde voorwaarden en opmerkingen.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Artikel 4.3.7. Toegang van gehandicapten tot gebouwen/publiek toegankelijk

De omgevingsvergunning voor de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6°, 7° en 8°, wordt niet verleend wanneer niet is voldaan aan de bij of krachtens de wet of het decreet gestelde regelen betreffende toegang van personen met een functiebeperking tot openbare wegen en tot voor het publiek toegankelijke onroerende goederen.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

Bijkomende regelgeving inzake kinderopvang

Er dient voldaan te worden aan de vergunningvoorwaarden van Kind & Gezin. Indien structurele wijzigingen aan het gebouw en/ of wijzigingen die een impact naar de omgeving toe hebben, noodzakelijk zijn om aan de vergunningvoorwaarden van Kind & Gezin te voldoen, dient een nieuwe omgevingsvergunning bekomen te worden.

Voor de overeenstemming met de regelgeving betreffende kinderopvang kan men Kind & Gezin, provinciale afdeling Limburg contacteren.

Kind & Gezin

Provinciale afdeling Limburg

Hendrik Van Veldekesingel 150 bus 15 te 3500 Hasselt

Tel. 011/77.19.71 – e-mail: secr.limburg@kindengezin.be

Nuttige links:

http://www.kindengezin.be/formulieren/planadvies.jsp 

http://www.kindengezin.be/kinderopvang/sector-babys-en-peuters/vergunningsvoorwaarden/default.jsp 

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het wijzigen van de bestemming van kerk naar kinderopvang en -crèche en het uitbreiden van het gebouw.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ( Deze wordt verderop uitgevoerd )
 De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Kievitveldstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het wijzigen van de bestemming van kerk naar kinderopvang en –crèche. Hiervoor wordt het bestaande gebouw verbouwd en uitgebreid. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een kinderopvang- crèche kan in deze omgeving met scholen en jonge gezinnen als functioneel inpasbaar beschouwd worden.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 47 autostaanplaatsen, waarvan 4 voor mindervaliden. Deze parkeerplaatsen hebben een openbaar karakter  waardoor gebruikers van de verschillende aangelegenheden in de buurt hiervan gebruik kunnen maken. Aangezien deze aanvraag gaat over een kinderopvang en -crèche kan er besloten worden dat het parkeren van bezoekers voor deze aangelegenheid zich slechts voor een beperkte tijd en op verschillende tijdstippen voor doet. Wel dient er rekening gehouden te worden met het feit dat de verzorgers en verpleegsters die er tewerk gesteld worden ook van een parkeerplaats voorzien dienen te worden. Er wordt geoordeeld dat de parkeerplaatsen die voorzien worden voldoende zijn om zowel de tijdelijke bezoekers als de medewerkers over voldoende parkeergelegenheid te laten beschikken.

Binnen het advies van de dienst mobiliteit wordt het volgende nog geformuleerd omtrent de parkeerplaatsen voor mindervaliden en de stalplaats voor fietsen:

“In de nieuwe toestand zijn er 43 autoparkeerplaatsen + 4 voor personen met een beperking voorzien rond het gebouw. In de bestaande toestand zijn er 53 parkeerplaatsen + 4 voor personen met een beperking. De parkeerplaatsen voor personen met een beperking bevinden zich in de bestaande en nieuwe toestand achter het gebouw. Bij voorkeur worden deze ingericht het dichtst bij de ingang (voorkant gebouw).

In de nieuwe toestand is er geen voetpad voorzien aan de zijde waar de afgesloten speelruimte is ingetekend: bezoekers/personen met een beperking dienen zich te verplaatsen over de weg naar de ingang van het gebouw. Bij voorkeur wordt er een toegankelijke voetgangerszone voorzien rondom het gebouw.

In de nieuwe toestand is een fietsparkeerzone voorzien aan de ingang van het gebouw. Deze is momenteel ingetekend in de bestaande groene zone. Bij voorkeur is deze zone comfortabel ingericht voor fietsen in diverse afmetingen (o.a. ook buitenmaatse fietsen) en wordt de groene zone elders op de site gecompenseerd.

Voorwaarden:

  • De parkeerplaatsen voor personen met een beperking worden bij voorkeur ingericht het dichtst bij de ingang van het gebouw (voorkant)
  •  Er wordt een toegankelijk voetpad voorzien rondom het gebouw
  • De fietsparkeerzone is comfortabel ingericht voor diverse types van fietsen aan de ingang van het gebouw; de ingenomen groene zone dient elders gecompenseerd te worden”

Standpunt omgevingsambtenaar:

Bovenstaand advies van de mobiliteitsambtenaar wil stellen dat er voldoende parkeergelegenheid is op het perceel zowel voor fietsen als voor wagens, maar dat dit beter anders wordt ingericht. Er dient dan ook voldaan te worden aan de voorwaarden die door de dienst mobiliteit worden geformuleerd met uitzondering van het uitvoeren van het extra voetpad aangezien dit voor extra onnodige verharding zorgt op het perceel. De toegang kan genomen worden via de brede weg of via het pad rechts van het gebouw. De mindervalide parkeerplaatsen dienen verlegd te worden naar de 3 parkeerplaatsen die zich vooraan de zaal PARO bevinden net zoals deze vergund werden in de vorige stedenbouwkundige vergunning omtrent de heraanleg van de parking die afgeleverd werd op 22/10/2013. Hierdoor zijn deze mindervalide parkeerplaatsen dichter bij de ingang geplaatst en kunnen de 4 parkeerplaatsen achteraan het gebouw terug standaard parkeerplaatsen worden. Er dient inderdaad extra groen voorzien te worden op het perceel. Hiervoor zullen er extra voorwaarden opgelegd worden en enkele verhardingen die niet functioneel zijn dienen verwijderd te worden (zie volgende rubriek).

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag voorziet in het wijzigen van de bestemming van de kerk en het verbouwen en uitbreiden hiervan. 

De bestemmingswijziging die voorzien wordt is deze van kerk naar kinderopvang en -crèche. Deze bestemming zorgt ervoor dat het kerkgebouw dat niet zoveel meer werd gebruikt een nieuwe functie krijgt binnen de samenleving. Het voorzien van een kinderopvang en -crèche is op deze locatie ideaal aangezien er scholen in de omgeving aanwezig zijn en er ook jonge gezinnen wonende zijn in de omgeving. 

De verbouwingen vertrekken van de bestaande kerk die in zijn geheel behouden blijft. Aan dit bestaand gebouw zullen dan verfraaiingswerken en uitbreidingen gebeuren. 

Het gebouw zal uitgebreid worden aan de linkerzijde om een extra inkom en hal voor de naschoolse kinderopvang te voorzien. Vanaf hier is er ook een toegang tot de speelplaats. Deze speelplaats wordt aangelegd op de plaats waar nu parkeerplaatsen aanwezig zijn. Er zullen voor de uitbreiding en de speelplaats in totaal 13 parkeerplaatsen verdwijnen op het terrein. Door de uitbreiding van het gebouw met een inkomhal voor de naschoolse kinderopvang zal de totale bouwbreedte van het gebouw maximaal 19,83m bedragen. De delen waar geen bebouwing komt, in de plaats van de parkeerplaatsen, zullen groen aangeplant worden. De bestaande wc-ruimte en de inkom rechts achteraan zullen verwijderd worden. Er wordt geoordeeld dat er op de speelplaats die voorzien wordt geen groen aanwezig is. Er dient hierbij minstens 25% groenaanplant voorzien worden. Dit kan ook eventueel door de aanplant van enkele laagstammige of halfstam bomen te voorzien op de speelplaats om zo schaduwzones te creëren zodat er ook tijdens de warme dagen gebruik kan gemaakt worden hiervan. Er werd geen type afsluiting weergegeven op de plannen die voorzien gaat worden rondom de buitenspeelplaats. Er dient hierbij een groene afsluiting (haagafsluiting) voorzien te worden met eventueel een combinatie van een draadafsluitng, waarbij deze draadafsluiting aan de binnenzijde van de speelplaats dient geplaatst te worden. Deze afsluiting mag een maximale hoogte hebben van 1,80m.

Verder wordt er ook nog een uitbreiding voorzien aan de rechterzijde van het gebouw op het verdiepingsniveau. Dit zal gebeuren met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 6,25m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat de totale bouwbreedte op verdiepingsniveau 15,50m bedraagt. De maximale bouwdiepte blijft hetzelfde, namelijk 22,75m. Achteraan op het verdiepingsniveau wordt er wel nog een buitenruimte voorzien op het dak van onderliggende ruimte. Deze buitenruimte heeft een oppervlakte van 57,8m² en zal afgewerkt worden met een glazen balustrade waarvan de hoogte 1,10m bedraagt om zo de veiligheid te garanderen. Links achteraan het gebouw wordt er nog een noodtrap voorzien in staal bewerkt met een natuurkleur.

De maximale nokhoogte van het gebouw blijft behouden, namelijk 8,19m ten opzichte van het maaiveld. Verder blijft ook de kerktoren met een hoogte van 9,50m ten opzichte van het maaiveld volledig behouden. Het gebouw wordt uitgevoerd met verschillende materialen. De voornaamste materialen zijn de wit-beige geverfde gevelstenen en de gevelbekleding in zink en houten latten. Voor het buitenschrijnwerk wordt er gekozen voor antraciet grijze aluminium. Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen  (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

De buitenaanleg op het perceel voorziet in 47 parkeerplaatsen waarvan er 4 voor mindervaliden worden voorzien aan de achterzijde van het gebouw. Door deze mindervalide parkeerplaatsen hier te plaatsen zijn ze te ver voorzien van de ingang van het gebouw. Er wordt geoordeeld dat deze dienen behouden te blijven zoals deze vergund werden in de stedenbouwkundige vergunning d.d. 22/10/2013. Hierbij werden er 3 mindervaliden parkeerplaatsen voorzien vooraan de zaal PARO. Deze dienen hier opnieuw voorzien te worden zodat deze dichter bij de ingang gelegen zijn. 

Verder wordt er een zone voor fietsen ingeplant rechts vooraan het gebouw en enkele paden achteraan en rechts van het gebouw. Richting de ingang van de kinderopvang- en crèche wordt er een zeer breed pad aangelegd met een breedte van 5,19m. Dit wordt geacht te breed te zijn, de breedte hiervan dient verminderd te worden naar een maximale breedte van 3m. Verder is er rechts achteraan het gebouw ook nog overbodige verharding aanwezig. Deze dient ook vervangen te worden door een groenzone waardoor er slechts een pad overblijft met een maximale breedte van 1,00m net zoals het pad rechts van het gebouw. Hierdoor kan er wel toegelaten worden dat er verharding (2m x 7,50m) kan voorzien worden om de fietsen op te stallen rechts vooraan het gebouw. Door bovenstaande wijziging door te voeren op het perceel blijft de verhouding van groen en bebouwing/verharding zoveel als mogelijk in evenwicht voor deze locatie.

Momenteel zijn er ook nog gedeeltelijk gebouwen aanwezig op het perceel die deel uitmaken van Ozanam St-Vincentius. Deze gebouwen maken geen deel uit van deze aanvraag en zullen dus ook uitgesloten worden uit deze omgevingsvergunning.  Over deze bebouwing worden verder geen uitspraken gedaan binnen dit advies.

Bodemreliëf

Uit de aanvraag blijkt dat er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien worden, met uitzondering van de plaatselijke aanvaardbare veranderingen door het verwijderen van de parkeerplaatsen en hier een groenzone en een buitenspeelplaats te voorzien. Voor het overige dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • De mindervalide parkeerplaatsen dienen uitgevoerd te worden zoals deze voorzien werden in de stedenbouwkundige vergunning die afgeleverd werd op 22/10/2013. Dit wil zeggen dat de 3 parkeerplaatsen voor de zaal PARO moeten benut worden als mindervalide parkeerplaatsen en de 4 parkeerplaatsen achteraan als standaard parkeerplaatsen kunnen gebruikt worden. 
  • Het brede pad aan de ingang van het gebouw dient gereduceerd te worden naar een maximale breedte van 3m i.p.v. 5,19m zoals voorzien op de plannen.
  • Rechts achteraan het gebouw dient de verharding ook teruggebracht te worden naar een beperkt pad van maximaal 1,00m breed, zoals het gehele pad aan de rechterzijde van het gebouw. 
  • Er dient een groenaanplant van minstens 25% te gebeuren op de buitenspeelplaats. Dit kan eventueel ook door het voorzien van laagstammige/halfstam bomen waardoor er schaduw gecreëerd kan worden. 
  • Er dient een groene afsluiting (haagafsluiting) voorzien te worden rondom de buitenspeelplaats. Deze kan eventueel aangevuld met een draadafsluiting die dan verplicht aan de binnenzijde van de haag dient geplaatst te worden. De hoogte van de afsluitingen mag maximaal 1,80m bedragen.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Uit het advies van 14/07/2021 van de dienst contractmanagement blijkt dat er geen bezwaar is tegen bovenstaande aanvraag:

“De plannen breiden het gebouw uit buiten de huidige contouren van de kerk. De huidige contouren van de kerk zijn eveneens de grenzen van het recht van opstal, verleend door kerkfabriek Sint-Eligius aan de gemeente Zonhoven. Er zal dus gebouwd worden op gronden op dit moment behorende tot het recht van opstal van de gemeente Zonhoven.

De kerkfabriek heeft zich dd. 14/07/2021 akkoord verklaard om de grenzen van het recht van opstal tussen de kerkfabriek Sint-Eligius en de gemeente Zonhoven aan te passen aan de toekomstige situatie, wat als gevolg heeft dat de uitbreiding van het gebouw vanaf het moment van die aanpassing géén deel meer uitmaakt van het recht van opstal toebehorende aan de gemeente. Om die laatste reden en onder voorbehoud dat de kerkfabriek diens akkoordverklaring nakomt, is er geen bezwaar tegen de plannen.

De aanvrager is een derde in de relatie tussen de kerkfabriek en de gemeente Zonhoven.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 17/06/2021 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“gunstig, Er dient een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opgemaakt te worden voor de werken met de dienst patrimonium van de gemeente Zonhoven. dienst mobiliteit doet best uitspraken over de parkeerplaatsen die weg vallen voor evenementen in de parochiezaal.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 02/08/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen vermeld in het advies dat terug te vinden is in de bijlage van deze vergunning.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 23/08/2021 van de dienst Huis van het Kind is voorwaardelijk gunstig:

“Uiteraard zijn wij nooit tegen een uitbreiding van het aanbod aan kinderopvang in de gemeente. En qua veiligheids- en andere voorschriften dienen zij zich met hun nieuwe opvang te houden aan de richtlijnen van Kind & Gezin (Agentschap opgroeien).

Dus qua voorwaarden dienen er wat mij betreft niet nog extra toegevoegd worden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 05/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-06-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie F, nummer(s) 544G, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:
 Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² tegen een bestaand gebouw een even groot deel van de bestaande verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien deze bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 09/07/2021 van Inter was eerst ongunstig.

Op 10/08/2021 werd er een nieuwe projectinhoudversie ingediend door de aanvrager naar aanleiding van het negatieve advies van Inter. Deze plannen werden opnieuw voorgelegd en op 10/09/2021 werd er volgend voorwaardelijk gunstig advies bekomen van Inter:

Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Voorwaardelijk gunstig advies.

In toepassing van art. 4.2.19.§1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningv, adviseren we de voorwaarden opgenomen in dit advies op te leggen.

  • Zie opmerking 4.1.1: Niveaverschil 1ste verdieping t.h.v terras
  • Zie opmerking 4.1.2: Verlaagd gedeelte balie max.80cm hoog

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidvi

  • Er is een toegankelijkheidstoelichting aanwezig: ‘Toegankelijkheid checklist’

o De toegankelijkheidstoelichting/checklist is conform de plannen.

  • Er worden geen afwijkingen aangevraagd

2 Verplichting advies

  • Niet verplicht.

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

  • Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publieke oppervlakte toegankelijke oppervlakte groter is dan 400 m².
  1. Het besluit is van toepassing op: alle nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvii te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

4 Normen

4.1 Het gebouw

4.1.1 Opvangen niveauverschillen binnen (art. 18-21):

Zowel op grondplan als op doorsnede is er geen aanduiding van het niveauverschil tussen de afgewerkte binnen en het buitenterras. Indien het verschil groter is dan 2cm moet deze overbrugd worden volgens onderstaande criteria.

Tekening: zie advies.

Algemeen: 

  • Niveauverschillen tot en met 18 cm moeten minstens met een helling overbrugd worden (tolerantie 2 cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas). 
  • Niveauverschillen van meer dan 18 cm moeten overbrugd worden met een combinatie trap-helling, trap-lift of helling-lift. 

Hellingen: 

• Hellingspercentages mogen maximaal (het totale niveauverschil moet in aanmerking genomen worden):

  1. 10 % bedragen voor niveauverschillen tot 10 cm (tolerantie van 2 cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas); 
  2. 8,3 % bedragen voor niveauverschillen tussen 10 cm en 25 cm;
  3. 6,25 % bedragen voor niveauverschillen tussen 25 cm en 50 cm; 
  4. 5 % bedragen bij niveauverschillen vanaf 50 cm. 
  • Tussen twee hellingen moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 120 cm x 150 cm bij rechte tracés en van minstens 150 cm x 150 cm wanneer er richtingsveranderingen aanwezig zijn. 
  • Zowel boven- als onderaan hellingen van meer dan 4 % moet een vrije en vlakke draairuimte van 150 cm omschreven kunnen worden. 
  • Hellingen van meer dan 4 % mogen maximaal 10 m lang zijn.
  • Hellingen van meer dan 4 % moeten minstens ruwbouw 145 cm breed zijn, zodat afgewerkt, tussen leuningen en eventuele plinten, minstens 120 cm vrije doorgangsbreedte aanwezig is. 
  • Niveauverschillen van meer dan 10 cm met het naastliggende maaiveld of naastliggende vloerpas moeten beveiligd worden met een afrijdbeveiliging van minstens 5 cm hoogte. 
  • Niveauverschillen van meer dan 25 cm met het naastliggende maaiveld of naastliggende vloerpas en hellingen die meer dan 25 cm overbruggen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40 cm horizontaal doorlopen voor en na hellingen of loopbruggen. Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand. 

Principetekeningen:

Zie advies.

Trappen: 

  • De voorschriften met betrekking tot trappen gelden niet voor meergezinswoningen, kamerwoningen en studenten(gemeenschaps)huizen, wanneer deze voorzien zijn van een toegankelijke lift. 
  • Over de volledige breedte van trappen moet voor een ruwbouwbreedte van minstens 125 cm gezorgd worden, zodat na afwerking, tussen leuningen en plinten, minstens 100 cm vrije doorgangsbreedte gerealiseerd is.
  • Na maximaal 17 treden moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 100 cm diep.
  • De optrede mag hoogstens 18 cm bedragen, de aantrede moet minstens 23 cm bedragen.
  • Alle treden moeten zo gelijkvormig mogelijk zijn. De som van tweemaal de optrede en
  • eenmaal de aantrede moet tussen 57 en 63 bedragen, of een veelvoud daarvan.
  • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40 cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen. Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

Principetekeningen:

Zie advies.

Liften:

  • Enkel kokerliften of verticale plateauliften zijn toegestaan.
  • Een kokerlift moet minstens voldoen aan het type 2 omschreven in de EN 81-70. Concreet hebben deze liften een binnenruimte van minstens 140 cm x 110 cm en een vrije doorgangsbreedte aan de deuren van minstens 90 cm. Voor een lifttoegang moet een vrije en vlakke vrije en vlakke draairuimte van minstens 150 cm kunnen omschreven worden.
  • Kokerliften mogen uitsluitend automatische deuren hebben.
  • Plateauliften moeten minstens 100 cm breed zijn (netto 90 cm) en 140 cm diep.
  • Over de volledige lengte van de plateaulift, alsook ter hoogte van de doorgangen van de deuren, moet een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 90 cm gegarandeerd worden.

Tekening: zie advies.

4.1.2 Onthaalmeubel (art. 28): 

Het verlaagd gedeelte van de balie moet een maximale hoogte hebben van 80cm i.p.v. 90cm. Zie ook principetekening hieronder.

Tekening: zie advies.

  • Voor vaste inrichtingselementen die dienen voor onder meer het onthaal van het publiek, moet een vrije en vlakke draairuimte van minstens 150 cm beschreven kunnen worden. Er moet tevens een verlaagd gedeelte voorzien zijn, met een hoogte van maximaal 80 cm, een onderrijdbare hoogte van minstens 70 cm, vrije breedte van minstens 90 cm en diepte van minstens 60 cm.

Principetekeningen:

Zie advies.

5 Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO

Geen opmerkingen.

6 Bijkomende informatie

Evacuatie bij brand:

De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.

Aanbevelingen voor het realiseren van een integraal toegankelijk gebouw: 

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 14/09/2021 van de dienst mobiliteit is voorwaardelijk gunstig:

“In de nieuwe toestand zijn er 43 autoparkeerplaatsen + 4 voor personen met een beperking voorzien rond het gebouw. In de bestaande toestand zijn er 53 parkeerplaatsen + 4 voor personen met een beperking. De parkeerplaatsen voor personen met een beperking bevinden zich in de bestaande en nieuwe toestand achter het gebouw. Bij voorkeur worden deze ingericht het dichtst bij de ingang (voorkant gebouw).

In de nieuwe toestand is er geen voetpad voorzien aan de zijde waar de afgesloten speelruimte is ingetekend: bezoekers/personen met een beperking dienen zich te verplaatsen over de weg naar de ingang van het gebouw. Bij voorkeur wordt er een toegankelijke voetgangerszone voorzien rondom het gebouw.

In de nieuwe toestand is een fietsparkeerzone voorzien aan de ingang van het gebouw. Deze is momenteel ingetekend in de bestaande groene zone. Bij voorkeur is deze zone comfortabel ingericht voor fietsen in diverse afmetingen (o.a. ook buitenmaatse fietsen) en wordt de groene zone elders op de site gecompenseerd.

Voorwaarden:

  • De parkeerplaatsen voor personen met een beperking worden bij voorkeur ingericht het dichtst bij de ingang van het gebouw (voorkant)
  •  Er wordt een toegankelijk voetpad voorzien rondom het gebouw
  • De fietsparkeerzone is comfortabel ingericht voor diverse types van fietsen aan de ingang van het gebouw; de ingenomen groene zone dient elders gecompenseerd te worden”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich deels aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen zoals gesteld in de bovenstaande rubriek “mobiliteitsimpact” dienen gevolgd te worden. 

Het advies van de dienst lokale economie werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn een advies ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • De mindervalide parkeerplaatsen dienen uitgevoerd te worden zoals deze voorzien werden in de stedenbouwkundige vergunning die afgeleverd werd op 22/10/2013. Dit wil zeggen dat de 3 parkeerplaatsen voor de zaal PARO moeten benut worden als mindervalide parkeerplaatsen en de 4 parkeerplaatsen achteraan als standaard parkeerplaatsen kunnen gebruikt worden. 
  • Het brede pad aan de ingang van het gebouw dient gereduceerd te worden naar een maximale breedte van 3m i.p.v. 5,19m zoals voorzien op de plannen.
  • Rechts achteraan het gebouw dient de verharding ook teruggebracht te worden naar een beperkt pad van maximaal 1,00m breed, zoals het gehele pad aan de rechterzijde van het gebouw. 
  • Er dient een groenaanplant van minstens 25% te gebeuren op de buitenspeelplaats. Dit kan eventueel ook door het voorzien van laagstammige/halfstam bomen waardoor er schaduw gecreëerd kan worden. 
  • Er dient een groene afsluiting (haagafsluiting) voorzien te worden rondom de buitenspeelplaats. Deze kan eventueel aangevuld met een draadafsluiting die dan verplicht aan de binnenzijde van de haag dient geplaatst te worden. De hoogte van de afsluitingen mag maximaal 1,80m bedragen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Er worden geen uitspraken gedaan over de aanwezige gebouwen van Azonam St-Vincentius die aanwezig zijn op het terrein aangezien de gebouwen geen deel uit maken van deze aanvraag. Ze zullen dus ook uitgesloten worden uit deze omgevingsvergunning.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het wijzigen van de bestemming van kerk naar kinderopvang en -crèche en het uitbreiden van het gebouw,

zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De mindervaliden parkeerplaatsen dienen uitgevoerd te worden zoals deze voorzien werden in de stedenbouwkundige vergunning die afgeleverd werd op 22/10/2013. Dit wil zeggen dat de 3 parkeerplaatsen voor de zaal PARO moeten benut worden als mindervalide parkeerplaatsen en de 4 parkeerplaatsen achteraan als standaard parkeerplaatsen kunnen gebruikt worden. 
  2. Het brede pad aan de ingang van het gebouw dient gereduceerd te worden naar een maximale breedte van 3m i.p.v. 5,19m zoals voorzien op de plannen.
  3. Rechts achteraan het gebouw dient de verharding ook teruggebracht te worden naar een beperkt pad van maximaal 1,00m, zoals het gehele pad aan de rechterzijde van het gebouw. 
  4. Er dient een groenaanplant van minstens 25% te gebeuren op de buitenspeelplaats. Dit kan eventueel ook door het voorzien van laagstammige/halfstam bomen waardoor er schaduw gecreëerd kan worden. 
  5. Er dient een groene afsluiting (haagafsluiting) voorzien te worden rondom de buitenspeelplaats. Dit kan eventueel met een draadafsluiting die dan verplicht aan de binnenzijde van de haag dient geplaatst te worden. De hoogte van de afsluitingen mag maximaal 1,80m bedragen.
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarde die gesteld is door de dienst Patrimonium, namelijk: Er dient een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opgemaakt te worden voor de werken met de dienst patrimonium van de gemeente Zonhoven.
  7. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn door de dienst Huis van het Kind.
  8. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn door de dienst contractmanagement.
    Riolering
  9. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  10. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  11. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  12. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  13. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
  19. De afbraak van de constructies dienen te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het wijzigen van de bestemming van kerk naar kinderopvang en -crèche en het uitbreiden van het gebouw, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De mindervaliden parkeerplaatsen dienen uitgevoerd te worden zoals deze voorzien werden in de stedenbouwkundige vergunning die afgeleverd werd op 22/10/2013. Dit wil zeggen dat de 3 parkeerplaatsen voor de zaal PARO moeten benut worden als mindervalide parkeerplaatsen en de 4 parkeerplaatsen achteraan als standaard parkeerplaatsen kunnen gebruikt worden. 
  2. Het brede pad aan de ingang van het gebouw dient gereduceerd te worden naar een maximale breedte van 3m i.p.v. 5,19m zoals voorzien op de plannen.
  3. Rechts achteraan het gebouw dient de verharding ook teruggebracht te worden naar een beperkt pad van maximaal 1,00m, zoals het gehele pad aan de rechterzijde van het gebouw. 
  4. Er dient een groenaanplant van minstens 25% te gebeuren op de buitenspeelplaats. Dit kan eventueel ook door het voorzien van laagstammige/halfstam bomen waardoor er schaduw gecreëerd kan worden. 
  5. Er dient een groene afsluiting (haagafsluiting) voorzien te worden rondom de buitenspeelplaats. Dit kan eventueel met een draadafsluiting die dan verplicht aan de binnenzijde van de haag dient geplaatst te worden. De hoogte van de afsluitingen mag maximaal 1,80m bedragen.
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarde die gesteld is door de dienst Patrimonium, namelijk: Er dient een tegensprekelijke plaatsbeschrijving opgemaakt te worden voor de werken met de dienst patrimonium van de gemeente Zonhoven.
  7. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn door de dienst Huis van het Kind.
  8. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn door de dienst contractmanagement.
    Riolering
  9. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  10. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  11. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  12. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  13. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
  19. De afbraak van de constructies dienen te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.