Terug
Gepubliceerd op 29/09/2021

2021_CBS_01027 - OMV - Vergunning - Hoeveweg 7 - 2021/00207 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 21/09/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01027 - OMV - Vergunning - Hoeveweg 7 - 2021/00207 - Goedkeuring 2021_CBS_01027 - OMV - Vergunning - Hoeveweg 7 - 2021/00207 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De aanvraag betreft het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning.

De aanvraag werd op 2 juli 2021 ontvangen en op 27 juli 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden 2 bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 15 april 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1959/00031)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2021_158)

5 mei 2021

“Hoeveweg 7 is gelegen in woongebied en is niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling, een BPA of RUP.

De maximale bouwdiepte die doorgaans wordt gehanteerd in Zonhoven bedraagt 17m.  We proberen dit maximum tegenwoordig zoveel als kan naar 15m te brengen om zo de footprint zoveel als mogelijk te beperken.  We kunnen akkoord gaan met een bouwdiepte van 17m, maar een overdekt terras dient hierin in principe te worden meegerekend.  We vragen daarom dit te herbekijken.  De voorziene diepte van het buitenterras bedraagt slechts 2,50m, dit lijkt ons zeer beperkt te zijn en weinig comfortabel op vlak van circulatieruimte.

Als norm voor de maximale nokhoogte hanteren wij 10,50m.  De voorgestelde nokhoogte bedraagt 11,64m.  Kan er een voorgevelzicht aangeleverd worden met daarop de contouren van de links aanpalende woning?  Zo zullen we beter kunnen inschatten wat deze 'afwijking' betekent voor het straatbeeld.  Deze hoogte mag uiteraard geen bijkomende hinder op vlak van natuurlijke lichtinval veroorzaken t.o.v. de aanpalende percelen.  De maximale bouwdiepte op de verdieping die in Zonhoven wordt gehanteerd bedraagt 10m.  Gezien de 'afwijking' tot 12m in jullie voorstel geen bijkomende privacyhinder creëert door de plaatsing van de ramen kunnen we hiermee akkoord gaan, op voorwaarde dat de natuurlijke lichtinval niet gehinderd wordt.

Verder merken we op dat de carport zeer ver naar achteren wordt ingeplant.  We begrijpen dat dit een gevolg is van de zijdelingse toegang.  Door deze inplanting ontstaat er een lange inrit, dus veel verharding.  Mogelijk kan er bekeken worden of het een optie is een carport meer vooraan te voorzien zodoende de verhardingsgraad te beperken?

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

26 mei 2021

“de carport op het links aanpalend perceel kan niet als referentie worden beschouwd.

Ik begrijp, ontwerpmatig, de gekozen inplanting voor de carport.  Zijn er eventueel mogelijkheden de inritverharding te beperken door bv. het aanleggen van een karrespoor, een halfverharding,...?

Voor wat betreft de nokhoogte, gezien de afstand tot de perceelsgrenzen (die ruimer is dan de standaard 3m) willen we hier wel in meedenken, gezien dit architecturaal een kwalitatief beeld oplevert.  De impact op het straatbeeld zal evenwel groot zijn, maar voornamelijk door de vrij lage nokhoogte van de links aanpalende woning.  Ik zou willen vragen de goedkeuring van de eigenaars van beide aanpalende percelen hieromtrent toe te voegen aan het omgevingsdossier.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het uitbreiden van de woning.

De aanvraag omvat onder meer het slopen van de gehele bebouwing.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden 2 bezwaren ingediend, nl.:

Bezwaarschrift 1, ingediend op 16 augustus 2021:

“Na inlichtingen te hebben ingewonnen ten gemeentehuis in Zonhoven op 16/08/2021 hebben we toch enige bezwaren aangaande de bouwplannen op Hoeveweg 7 te Zonhoven. Deze zijn:

  • De geplande carport komt tot op de scheidingslijn met perceel op Hoeveweg 9. Dit zal, veronderstel ik, een afgesloten zijde zijn in een onderbroken haag! Hetgeen esthetisch geen zicht is en niet verantwoord.
  • De verhoging van de nokbalk ten overstaan van de algemeen geldende regels zijn niet OK.

Daar onze bouwplaats ten (X) van Hoeveweg 7 situeert, beneemt deze de zon op onze bouwplaats en zo kan een toekomstige bouwer niet ten volle zijn over zijn bouwwensen beschikken en zou hij/zij ook verplicht worden tot bouwen in de hoogte om ten volle van de zonneënergie te kunnen beschikken. In wintertijd zal dit zich zeker laten gelden!

  • Ook de afmetingen van het perceel stemmen niet overeen   met de afmetingen vermeld op het vorige bouwplan opgemaakt door Bouwkundig bureel van Arhitect D Baeten Houthalensesteenweg nr 18 Zonhoven ten behoeve van Tielens José , voor een ontwerp van woonhuis kadaster sectie B 186.01.

De afmetingen vermeld op dit plan zijn: wegkant: 15,00 m (op het huidige plan van Baeten staat 15,26 m diepte, links en rechts 86,60 m (correct) op het huidige plan Baeten staat: links: 87,28 m en rechts: 85,92 m

achterzijde:14,80 m op het huidige bouwontwerp van de heer Baeten staat 18,13 m Een verschil van meer dan 3 meter !!!

  • De scheidingslijn van de percelen lopen NIET evenwijdig  en vallen NIET samen met de huidige asfaltering en de bouwlijn van de garage op het naastliggende perceel zoals op het bouwplan te zien is!

Hetgeen een zeer slordige indruk geeft. Zou de opmeting van de achterzijde daarvoor een stuk verantwoordelijk zijn?

Het is zeker de bedoeling geweest van de vorige eigenaars, de Gezusters TIELENS dat er deze wanorde zou komen! De scheidingslijn viel samen met de asfalteringslijn. De opgeschoten coniferen stonden op de bouwplaats van Juffrouw Pa.

  • Daar de Bouwheer, Mr Baeten bij een bezoek bij mij ten huize, nogal dreigende taal gebruikte ten aanzien van mij en zijn toekomstige geburen zouden wij graag verlangend uitzien naar een correcte beoordeling en evenzo behandeling van deze bouwaanvraag.

Bezwaarschrift 2, ingediend op 24 augustus 2021:

“Na inlichtingen te hebben ingewonnen ten gemeentehuis in Zonhoven op 16/08/2021 hebben wij toch enige bezwaren aangaande de bouwplannen op Hoeveweg 7 te Zonhoven. Deze zijn:

  • De geplande carport komt tot op de scheidingslijn met het perceel op Hoeveweg 9. Dit zal, veronderstel ik, een afgesloten zijde zijn in een onderbroken haag! Hetgeen esthetisch geen zicht is en niet verantwoord. Wij kunnen enkel akkoord gaan met een open carport zodat de haag / draadafsluiting doorloopt onder de carport. Ik zie geen haag op Google streetview.
  • De verhoging van de nokbalk ten overstaan van de algemeen geldende regels zijn niet OK. Men wil de nok 2 meter hoger dan de huidige 9,25 m.  Hierop zijn mogelijk verkavelingsvoorschriften van toepassing. Het kan toch niet de bedoeling zijn om een derde bouwlaag te creëren onder het dak?
  • Daar onze bouwgrond zich ten (x) van Hoeveweg 7 situeert, beneemt deze de zon op onze bouwplaats en zo kan een toekomstig bouwer niet ten volle over zijn bouwwensen beschikken en zou hij / zij ook verplicht worden tot bouwen in de hoogte om ten volle van de zonne-energie te kunnen beschikken. In wintertijd en ook in de tussenseizoenen bij lage zonnestanden zal dit zich zeker laten gelden gezien de slagschaduw!
  • De afmetingen van het perceel stemmen niet overeen met de afmetingen vermeld op het vorige bouwplan opgemaakt door het Bouwkundig bureel van Architect D Baeten Houthalensesteenweg nr 18 Zonhoven ten behoeve van Tielens José, voor een ontwerp van woonhuis kadaster sectie B 186.01.

De afmetingen vermeld op dit plan zijn:

wegkant: 15,00 m (op het huidige plan van Baeten staat 15,26 m)

diepte: links en rechts 86,00 m (correct) op het huidige plan Baeten staat : links 87,28 m en rechts: 85,92

achterzijde: 14,80 m. Op het huidig bouwontwerp van de heer Baeten staat 18,13 m. Een verschil van meer dan 3 meter!!!

Heeft de Indiener een landmeter ingeschakeld voor het bepalen van de perceelsgrenzen?

  • De scheidingslijnen van de percelen, zijnde één rechte lijn, loopt niet evenwijdig en vallen NIET samen met de huidige asfaltering en de bouwlijn van de garage op het naastliggende perceel, zoals op het bouwplan te zien is!
    Dit geeft een zeer slordige indruk. Zou de opmeting van de achterzijde daarvoor een stuk verantwoordelijk zijn? (18,13 m) Het is zeker nooit de bedoeling geweest van de vorige eigenaars, de Gezusters TIELENS dat deze wanorde er zou komen! De beoogde scheidingslijn viel samen met de asfalteringslijn. De opgeschoten coniferen stonden op de bouwplaats van Juffrouw Paula Tielens, zo was het gepland.

De stronken van de afgedane bomen die er stonden staan er nog en deze behoorden tot de bouwplaats van Paula Tielens.

In bijlage vindt u de exacte afmetingen van de geplande bouwplaatsen Hoeveweg 7 - 9 opgemaakt door landmeter-expert De Heer Volders op 26 maart 1957 voor de Provincie Limburg en de Gemeente Zonhoven.

  • Daar de Bouwheer, Mr Baeten bij een bezoek bij mij ten huize, nogal dreigende taal gebruikte ten aanzien van mij en zijn toekomstige buren zouden wij graag verlangend uitzien naar een correcte, objectieve beoordeling en evenzo behandeling van deze bouwaanvraag. Ook de architect G. Pyncket liet in een telefoongesprek verstaan dat er met de bezwaren weinig rekening zou worden gehouden.

Bespreking bezwaarschriften:

Bezwaar 1:

De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:

De geplande carport komt tot op de scheidingslijn met perceel op Hoeveweg 9. Dit zal, veronderstel ik, een afgesloten zijde zijn in een onderbroken haag! Hetgeen esthetisch geen zicht is en niet verantwoord.

De carport wordt voorzien tot tegen de rechter perceelgrens.  De carport betreft een open constructie.

Uit de ingediende plannen blijkt dat de steunpalen van de carport ingeplant worden tegen de rechter perceelgrens waardoor hier een groenaanplanting niet mogelijk is.

Uit de ingediende stukken is niet af te leiden of de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting wenst aan te brengen.

Mits onderling akkoord kan een haagbeplanting / afsluiting geplaatst worden op of tegen de rechter perceelgrens.  Indien hieromtrent geen akkoord bekomen wordt kan de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting te plaatsen met een maximale hoogte van 2m op eigen terrein of een haagbeplanting, met een hoogte van maximum 2m, aan te brengen op minimum 0,50m van de rechter perceelgrens (= conform veldwetboek).  Het aanbrengen van deze afsluitingen is vrijgesteld van vergunning.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

De verhoging van de nokbalk ten overstaan van de algemeen geldende regels zijn niet OK.

Daar onze bouwplaats ten (X) van Hoeveweg 7 situeert, beneemt deze de zon op onze bouwplaats en zo kan een toekomstige bouwer niet ten volle zijn over zijn bouwwensen beschikken en zou hij/zij ook verplicht worden tot bouwen in de hoogte om ten volle van de zonneënergie te kunnen beschikken. In wintertijd zal dit zich zeker laten gelden!

De maximale nokhoogte van de woning bedraagt 10,49m ten opzichte van het maaiveld.  Deze hoogte stemt overeen met de algemeen gehanteerde bouwhoogte.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

Ook de afmetingen van het perceel stemmen niet overeen  met de afmetingen vermeld op het vorige bouwplan opgemaakt door Bouwkundig bureel van Arhitect D Baeten Houthalensesteenweg nr 18 Zonhoven ten behoeve van Tielens José , voor een ontwerp van woonhuis kadaster sectie B 186.01.

De afmetingen vermeld op dit plan zijn: wegkant: 15,00 m (op het huidige plan van Baeten staat 15,26 m diepte, links en rechts 86,60 m (correct) op het huidige plan Baeten staat: links: 87,28 m en rechts: 85,92 m

achterzijde:14,80 m op het huidige bouwontwerp van de heer Baeten staat 18,13 m Een verschil van meer dan 3 meter !!!

De aanvraag wordt beoordeeld op basis van de ingediende plannen en afmetingen.  Indien blijkt dat de ingediende plannen niet overeenstemmen met de werkelijke toestand qua afmetingen en dus het ontwerp niet kan uitgevoerd kan worden conform de ingediende plannen dient een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend te worden.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

De scheidingslijn van de percelen lopen NIET evenwijdig  en vallen NIET samen met de huidige asfaltering en de bouwlijn van de garage op het naastliggende perceel zoals op het bouwplan te zien is!

Hetgeen een zeer slordige indruk geeft. Zou de opmeting van de achterzijde daarvoor een stuk verantwoordelijk zijn?

Het is zeker de bedoeling geweest van de vorige eigenaars, de Gezusters TIELENS dat er deze wanorde zou komen! De scheidingslijn viel samen met de asfalteringslijn. De opgeschoten coniferen stonden op de bouwplaats van Juffrouw Pa.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt is het bijgebouw op het naastliggende perceel niet ingeplant op de perceelgrens maar conform de ingediende plannen.

Zoals eerder aangehaald wordt de aanvraag beoordeeld op basis van de ingediende plannen en afmetingen.  Indien blijkt dat de ingediende plannen niet overeenstemmen met de werkelijke toestand waardoor het ontwerp niet kan uitgevoerd worden conform de ingediende plannen dient een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend te worden.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

Daar de Bouwheer, Mr Baeten bij een bezoek bij mij ten huize, nogal dreigende taal gebruikte ten aanzien van mij en zijn toekomstige geburen zouden wij graag verlangend uitzien naar een correcte beoordeling en evenzo behandeling van deze bouwaanvraag.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift betreft geen stedenbouwkundig aspect.  Hierover wordt bijgevolg verder geen uitspraak gedaan.

Bezwaar 2:

De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:

De geplande carport komt tot op de scheidingslijn met het perceel op Hoeveweg 9. Dit zal, veronderstel ik, een afgesloten zijde zijn in een onderbroken haag! Hetgeen esthetisch geen zicht is en niet verantwoord. Wij kunnen enkel akkoord gaan met een open carport zodat de haag / draadafsluiting doorloopt onder de carport. Ik zie geen haag op Google streetview.

De carport wordt voorzien tot tegen de rechter perceelgrens.  De carport betreft een open constructie.  De rechter zijgevel van de carport is tevens open waardoor dit in overeenstemming is met de wens van de bezwaarIndiener.

Uit de ingediende stukken is niet af te leiden of de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting wenst aan te brengen.

Mits onderling akkoord kan een haagbeplanting / afsluiting geplaatst worden op of tegen de rechter perceelgrens.  Indien hieromtrent geen akkoord bekomen wordt kan de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting te plaatsen met een maximale hoogte van 2m op eigen terrein of een haagbeplanting, met een hoogte van maximum 2m, aan te brengen op minimum 0,50m van de rechter perceelgrens (= conform veldwetboek).  Het aanbrengen van deze afsluitingen is vrijgesteld van vergunning.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

De verhoging van de nokbalk ten overstaan van de algemeen geldende regels zijn niet OK. Men wil de nok 2 meter hoger dan de huidige 9,25 m.  Hierop zijn mogelijk verkavelingsvoorschriften van toepassing. Het kan toch niet de bedoeling zijn om een derde bouwlaag te creëren onder het dak?

Het perceel is niet gelegen in een goedgekeurde verkaveling.  Er zijn voor het perceel dan ook geen verkavelingsvoorschriften van toepassing.   Bijgevolg zijn de algemeen gehanteerde voorschriften van toepassen.

De algemeen gehanteerde voorschriften voor de nokhoogte bedragen maximum 10,50m.

Huidig ontwerp voorziet een maximale nokhoogte van 10,49m ten opzichte van het maaiveld.  Deze hoogte is aldus in overeenstemming met de algemeen gehanteerde nokhoogte.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

Daar onze bouwgrond zich ten (x) van Hoeveweg 7 situeert, beneemt deze de zon op onze bouwplaats en zo kan een toekomstig bouwer niet ten volle over zijn bouwwensen beschikken en zou hij / zij ook verplicht worden tot bouwen in de hoogte om ten volle van de zonne-energie te kunnen beschikken. In wintertijd en ook in de tussenseizoenen bij lage zonnestanden zal dit zich zeker laten gelden gezien de slagschaduw!

Zoals eerder aangehaald is de voorgestelde bouwhoogte in overeenstemming met de algemeen gehanteerde bouwvoorschriften.

Teven wordt het hoofdvolume, bestaande uit 2 bouwlagen ingeplant op 3,81m van de rechter perceelgrens en op minimum 3m van de linker perceelgrens.  De minimale zijtuinstroken van minimum 3m worden dan ook gerespecteerd.

De voorgestelde inplanting alsook de bouwhoogte zijn in overeenstemming met de algemeen geldende voorschriften.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

De afmetingen van het perceel stemmen niet overeen met de afmetingen vermeld op het vorige bouwplan opgemaakt door het Bouwkundig bureel van Architect D Baeten Houthalensesteenweg nr 18 Zonhoven ten behoeve van Tielens José, voor een ontwerp van woonhuis kadaster sectie B 186.01.

De afmetingen vermeld op dit plan zijn:

wegkant: 15,00 m (op het huidige plan van Baeten staat 15,26 m)

diepte: links en rechts 86,00 m (correct) op het huidige plan Baeten staat : links 87,28 m en rechts: 85,92

achterzijde: 14,80 m. Op het huidig bouwontwerp van de heer Baeten staat 18,13 m. Een verschil van meer dan 3 meter!!!

Heeft de Indiener een landmeter ingeschakeld voor het bepalen van de perceelsgrenzen?

De aanvraag wordt beoordeeld op basis van de ingediende plannen en afmetingen.  Indien blijkt dat de ingediende plannen niet overeenstemmen met de werkelijke toestand qua afmetingen en dus het ontwerp niet kan uitgevoerd kan worden conform de ingediende plannen dient een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend te worden.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

De scheidingslijnen van de percelen, zijnde één rechte lijn, loopt niet evenwijdig en vallen NIET samen met de huidige asfaltering en de bouwlijn van de garage op het naastliggende perceel, zoals op het bouwplan te zien is!

Dit geeft een zeer slordige indruk. Zou de opmeting van de achterzijde daarvoor een stuk verantwoordelijk zijn? (18,13 m) Het is zeker nooit de bedoeling geweest van de vorige eigenaars, de Gezusters TIELENS dat deze wanorde er zou komen! De beoogde scheidingslijn viel samen met de asfalteringslijn. De opgeschoten coniferen stonden op de bouwplaats van Juffrouw Paula Tielens, zo was het gepland.

De stronken van de afgedane bomen die er stonden staan er nog en deze behoorden tot de bouwplaats van Paula Tielens.

In bijlage vindt u de exacte afmetingen van de geplande bouwplaatsen Hoeveweg 7 - 9 opgemaakt door landmeter-expert De Heer Volders op 26 maart 1957 voor de Provincie Limburg en de Gemeente Zonhoven.

Het ingediende opmetingsplan dateert van 1957. Doorheen de jaren zijn er mogelijks wijzigingen gebeurd van de perceelscontouren d.m.v. ruilingen/aankopen/verkopen.

De correcte afmetingen van de percelen kunnen enkel aangetoond worden op basis van een recent opmetingsplan.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt is het bijgebouw op het naastliggende perceel niet ingeplant op de perceelgrens maar conform de ingediende plannen.

Zoals eerder aangehaald wordt de aanvraag beoordeeld op basis van de ingediende plannen en afmetingen.  Indien blijkt dat de ingediende plannen niet overeenstemmen met de werkelijke toestand waardoor het ontwerp niet kan uitgevoerd worden conform de ingediende plannen dient een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend te worden.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.

Daar de Bouwheer, Mr Baeten bij een bezoek bij mij ten huize, nogal dreigende taal gebruikte ten aanzien van mij en zijn toekomstige buren zouden wij graag verlangend uitzien naar een correcte, objectieve beoordeling en evenzo behandeling van deze bouwaanvraag. Ook de architect G. Pyncket liet in een telefoongesprek verstaan dat er met de bezwaren weinig rekening zou worden gehouden.

Dit gedeelte van het bezwaarschrift betreft geen stedenbouwkundig aspect.  Hierover wordt bijgevolg verder geen uitspraak gedaan.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 178,45m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7,84m²) en het volume (5 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs Indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Sloop van een pand

Bij de sloop van dit pand dient de bestaande huisaansluiting tijdelijk of definitief buiten dienst gesteld te worden door de klant. De huisaansluiting dient hierbij buiten dienst gesteld te worden op dergelijke wijze dat de huisaansluiting water- en gronddicht is afgesloten en detecteerbaar op terrein. Bij aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de nieuwe privéwaterafvoer voor regenwater en afvalwater ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting aangesloten te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer Indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het Indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is Indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Hoeveweg, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de kelder, de berging, de nachthal en de technische ruimte.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, Indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Hoeveweg, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning.

De woning is ingeplant op minimum 10m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, minimum 3,30m van de linker perceelgrens en op minimum 3,94m van de rechter perceelgrens.

De woning bestaat uit 2 bouwlagen en een zadeldak.

De maximale kroonlijsthoogte is gelegen op 4,85m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte is gelegen op 9,43m ten opzichte van het maaiveld.

De huidige aanvraag omvat het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De nieuw op te richten woning betreft net zoals de te slopen bebouwing een eengezinswoning.  De functie blijft dan ook ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De nieuw op te richten woning voorziet een carport in de rechter zijtuinstrook.

Het stallen van de voertuigen gebeurt dan ook geheel op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning.

De te slopen woning heeft een grondoppervlakte van 115m² en een volume van 737m³.

Aan de rechterzijde van de woning bevindt zich een inritverharding aangelegd in asfalt.

De aanwezige bebouwing alsook verharding worden volledig verwijderd.

Na de sloop zal een nieuwe eengezinswoning worden opgericht.

Deze op te richten eengezinswoning wordt ingeplant op minimum 10m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 3m van de linker perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.

De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 17m en op de verdieping 12m.

Op de verdieping worden 2 raamopeningen voorzien in beide zijgevels.  De ramen bevinden zich ter hoogte van slaapkamer 2 en 3, de dressing en de trappenhal.

De raamopeningen bevinden zich op maximum 7,81m achter de voorgevel van de woning.  De privacy van de aangrenzenden blijft dan ook gerespecteerd.

De woning bestaat uit 2 bouwlagen met een zadeldak met aansluitend een achterbouw en een carport.  De achterbouw en de carport zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en worden uitgevoerd met een plat dak.

De kroonlijsthoogte / dakrand is gelegen tussen 2,90m en 6,62m ten opzichte van het maaiveld.

De maximale kroonlijsthoogte van 6,62m wordt enkel voorzien ter hoogte van de trap naar de dakverdieping.  Dit om voldoende natuurlijk lichtinval te verkrijgen in de trappenhal.

De maximale nokhoogte is gelegen op 10,49m ten opzichte van het maaiveld.

Zoals eerder aangehaald bevindt zich in de rechter zijtuinstrook een carport.  De carport wordt ingeplant op 6,18m achter de voorgevel van de woning en tegen de rechter perceelgrens.

De bouwdiepte van de carport bedraagt 6,50m.

De carport wordt voorzien van een plat dak.   De dakrandhoogte is gelegen op 2,91m ten opzichte van het maaiveld.

De carport heeft een open karakter.

Rekening houdend met de ingediende bezwaarschriften dient ter hoogte van de carport op of tegen de rechter perceelgrens een haagbeplanting / afsluiting geplaatst te worden mits onderling akkoord.  Indien hieromtrent geen akkoord bekomen wordt kan de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting te plaatsen met een maximale hoogte van 2m op eigen terrein of een haagbeplanting, met een hoogte van 2m, aan te brengen op minimum 0,50m van de rechter perceelsgrens (= conform Veldwetboek).  Het plaatsen van deze haagbeplanting / afsluiting is vrijgesteld van vergunning.

De woning wordt uitgevoerd in een wit gekaleide gevelsteen gecombineerd met wit pleisterwerk.   De dakbedekking wordt uitgevoerd in grijs genuanceerde dakpannen.

Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.

Er wordt een inrit aangelegd die toegang verleent tot de carport.  Om de inritverharding te beperken wordt gekozen voor een karrespoor, uitgevoerd in klinkerverharding met daartussen groen.

Aan de achterzijde van de woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van 26,1m².

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Bodemreliëf

Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat de aanvrager ter hoogte van de carport, op of tegen de rechter perceelgrens, mits onderling akkoord met de betreffende buur, een haagbeplanting / afsluiting kan plaatsen.   Indien hieromtrent geen akkoord bekomen wordt kan de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting te plaatsen met een maximale hoogte van 2m op eigen terrein of een haagbeplanting, met een hoogte van 2m, aan te brengen op minimum 0,50m van de rechter perceelsgrens (= conform Veldwetboek).  Het plaatsen van deze haagbeplanting / afsluiting is vrijgesteld van vergunning.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, Indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, Indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  21. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Volgende bemerking wordt meegegeven: de aanvrager kan ter hoogte van de carport, op of tegen de rechter perceelgrens, mits onderling akkoord met de betreffende buur, een haagbeplanting / afsluiting plaatsen.

Indien hieromtrent geen akkoord bekomen wordt kan de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting te plaatsen met een maximale hoogte van 2m op eigen terrein of een haagbeplanting, met een hoogte van 2m, aan te brengen op minimum 0,50m van de rechter perceelsgrens (= conform Veldwetboek).  Het plaatsen van deze haagbeplanting / afsluiting is vrijgesteld van vergunning.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van een woning en de aanwezige verharding en het bouwen van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, Indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, Indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  21. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Volgende bemerking wordt meegegeven: de aanvrager kan ter hoogte van de carport, op of tegen de rechter perceelgrens, mits onderling akkoord met de betreffende buur, een haagbeplanting / afsluiting plaatsen.

Indien hieromtrent geen akkoord bekomen wordt kan de aanvrager ter hoogte van de carport een afsluiting te plaatsen met een maximale hoogte van 2m op eigen terrein of een haagbeplanting, met een hoogte van 2m, aan te brengen op minimum 0,50m van de rechter perceelsgrens (= conform Veldwetboek). Het plaatsen van deze haagbeplanting / afsluiting is vrijgesteld van vergunning.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.