Terug
Gepubliceerd op 06/10/2021

2021_CBS_01048 - OMV - Vergunning - Pieter Demuynckstraat 20 en 21 - 2021/00160 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 28/09/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01048 - OMV - Vergunning - Pieter Demuynckstraat 20 en 21 - 2021/00160 - Goedkeuring 2021_CBS_01048 - OMV - Vergunning - Pieter Demuynckstraat 20 en 21 - 2021/00160 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen.

De aanvraag werd op 07/05/2021 ontvangen.

Op 02/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 16/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 21/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 01/07/2021 tot en met 30/07/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig:  

Op 30/07/2019 werd een gedeeltelijke verkavelingsvergunning met voorwaarden, met refnr. 1280.C.874.2, verleend voor het verkavelen van een grond in 22 loten waarvan 3 loten voor meergezinswoningen, 7 loten voor open bebouwing en 12 loten voor halfopen bebouwing, het aanleggen van wegenis en openbaar domein en het slopen van een constructie.  Lot 6 werd uit de vergunning gesloten.

Op 09/02/2021 werd de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van 

gronden door het toevoegen van lot 6 - voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning - aan  de vergunde verkaveling om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject - afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen (refnr. 1280.C.874.2\03).

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende melding werd afgeleverd op het perceel:

Op 31/03/2020 werd akte genomen van de melding voor het plaatsen van droogzuiging voor de realisatie van wegeniswerken met riolering voor de nieuwe verkaveling te Pieter Demuynckstraat.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 01/07/2021 tot en met 30/07/2021. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Op 21/06/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair Management.

Op 21/06/2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap Natuur en bos.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit (rubriek 10b – stadsontwikkelingsprojecten) wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.   Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.

De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: het voorgenomen project zal geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken zodat de opmaak van een project-MER niet vereist is.

Deze conclusie kan bijgetreden worden, er dient bijgevolg geen project-MER te worden opgemaakt.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woonuitbreidingsgebied en deels in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 6 en lot 7 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 30/07/2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1280.C.874.2 en op 09/02/2021 bijgesteld werd en gekend is onder nummer 1280.C.874.2\03.  De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De betreffende kavels kregen als bestemming eengezinswoningen. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Het vloerpeil van de woning op lot 7 is gelegen op maximum 0,37m boven de as van de weg i.p.v. maximaal 0,30m boven de as van de weg (art. 1.1.2.).
  • De inrit ter hoogte van de rooilijn van lot 7 heeft een breedte van 9,24m i.p.v. de max. toegelaten breedte van 3m die de inritten ter hoogte van de rooilijn mogen hebben (art. 2.1).

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor elke nieuw opgerichte woning, met een horizontale dakoppervlakte per woning van 102,50m² en 96,20m², een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. Dit in de vorm van een combinatieput waarin ook een infiltratievoorziening vervat zit waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
  • De aansluitputjes voor hemelwaterafvoer en vuilwaterafvoer werden reeds geplaatst. Hierop kan het private afvoerstelsel met respectievelijk hemelwater en vuilwater pas lozen na het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg 

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :

1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;

2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;

3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

De percelen horen toe aan een goedgekeurde verkaveling met aanleg van een nieuwe wegenis.  

Op 12/11/2019 ging het college van burgemeester en schepenen principieel akkoord met een financiële borgstelling wat zowel bouwen als verkopen mogelijk maakt vooraleer de werken aan het openbaar domein zijn uitgevoerd. 

Op 9/03/2020 werd een schrijven ontvangen waarbij Euler Hermes NV zich tegenover de Gemeente Zonhoven borg stelt voor Matexi tot zekerheid van de verplichtingen tot aanleg van infrastructuur, nutsvoorzieningen en afpalen van percelen te verkaveling Vilhoekstraat en dit voor een maximaal bedrag van 635.164,41 euro.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Bij de aanvraag tot verkaveling werd een archeologienota opgesteld met ref. https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/10215. Als vergunningsvoorwaarde werd opgelegd dat het archeologisch onderzoek diende te gebeuren conform de omschrijving in deze archeologienota.  Dit onderzoek is afgerond ter hoogte van de te bebouwen percelen:  “De nota – bestaande uit een proefsleuvenonderzoek – kan met zekerheid aantonen dat aangetroffen archeologische waarden geen mogelijkheid bieden op kennispotentieel. Verder onderzoek binnen het projectgebied is dus niet aangewezen en zal in dit geval ook niet leiden tot kenniswinst. De geplande werken zullen met zekerheid de aanwezige waarden verstoren, maar dit vormt geen probleem wegens het gebrek aan kenniswinst.”

Indien men niet verplicht is (zoals het geval is binnen de huidige aanvraag) tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal en nachthal van iedere woning.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De projectzone waarbinnen de percelen gelegen zijn, bevindt zich langs de Kleine Hemmenweg, een gemeenteweg net buiten het centrum van de gemeente Zonhoven.  De straat vormt één van de toegangswegen tot het centrum en is gelegen binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied. De bebouwing in de nabije omgeving bestaat voornamelijk uit grondgebonden eengezinswoningen, in open of halfopen bebouwing, hoofdzakelijk in 2 bouwlagen onder hellende daken, veelal afgewerkt in gevelsteen in diverse kleuren en texturen.   Langs dezelfde weg bevinden zich, richting het centrum, diverse schoolgebouwen, een woonzorgcentrum en in beperkte mate meergezinswoningen.  De woonfuncties worden in dat deel van de straat af en toe gecombineerd met andere functies, zoals handel of horeca.

Voor de projectzone werd recent een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van één- en meergezinswoningen en de aanleg van een nieuwe wegenis. De verkaveling is momenteel in volle ontwikkeling. Zo worden de woningen op loten 1-5 en loten 13-20 gerealiseerd alsook het appartementsgebouw op lot 21 aan de Kleine Hemmenweg. 

Deze aanvraag heeft betrekking op de loten 6 en 7 van de verkaveling. Lot 6 grenst aan de achtertuinen van de woningen te Vilhoekstraat 20 en 22. Rechts van het perceel ligt een groot stuk braakliggend terrein. Het lot is zodanig georiënteerd dat de tuin zich op het zuidwesten bevindt en de voorliggende straat op het noordoosten. Lot 7 grenst aan de achtertuinen van de woningen op Steentweg 22 en 24 alsook de toekomstige woning op lot 8 van de verkaveling. De tuin van lot 7 is op het noordoosten georiënteerd en de straat bevindt zich op het zuidwesten. 

Op lot 6 wordt een vrijstaande eengezinswoning opgericht met een inpandige garage. De woning wordt ingeplant op min. 3,50m van de rooilijn, binnen de daartoe bestemde woonzone volgens het vergunde verkavelingsplan.  De bouwdiepte van de vrijstaande woning bedraagt maximum 14m en de breedte bedraagt maximum 7,60m. De woning word opgetrokken in 2 bouwlagen onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van 6,35m boven het maaiveld en 6,50m boven de voorliggende (nieuwe) weg. De gelijkvloerse vloerpas bevindt zich op 0,30m boven de (nieuwe) wegas. De woningen worden afgewerkt in gevelmetselwerk/parament, in een bruine tint, donker gevoegd, met een bruinzwart aluminium schrijnwerk. 

De voortuinstrook wordt hoofdzakelijk groen aangeplant, met uitzondering van een looppad naar de voordeur en een inrit tot aan de garage en een extra parkeerplaats. In de achtertuinzone worden geen constructies voorzien aangezien er een terras wordt aangelegd binnen de bouwstrook voor hoofdgebouwen. Het terrein is nagenoeg vlak.  Het bestaande reliëf wordt plaatselijk opgehoogd i.f.v. de bouw van de woningen met terras.  De afsluitingen in de achtertuinzone bestaan uit inheemse hagen met een max. hoogte van 2m. Op het perceel staan twee kleinere bomen dewelke dienen gerooid te worden aangezien deze te dicht tegen de woning staan. De stammen staan slechts op 1,9m en 0,4m van de woning.

Op het aanpalend perceel bevinden zich enkele grote bomen, waarvan er 2 gesnoeid dienen te worden om de woning te kunnen bouwen.

Op lot 7 wordt een vrijstaande eengezinswoning opgericht met aansluitend een carport/berging. De woning wordt ingeplant op min. 3,50m van de rooilijn, binnen de daartoe bestemde woonzone volgens het vergunde verkavelingsplan.  De bouwdiepte van de vrijstaande woning bedraagt maximum 12m en de breedte bedraagt maximum 6,50m.  De woning word opgetrokken in 2 bouwlagen onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van 6,35m boven het maaiveld en 6,57m boven de voorliggende (nieuwe) weg.  De gelijkvloerse vloerpas bevindt zich op 0,37m boven de (nieuwe) wegas. De woningen worden afgewerkt in een wit genuanceerd gevelmetselwerk/parament, met een bruinzwart aluminium schrijnwerk. 

De carport telt 1 bouwlaag onder een plat dak, met een totale hoogte van 2,90m t.o.v. het maaiveld.  Achteraan elke carport bevindt zich een open, maar overdekte fietsenstalling die één geheel vormt met de carport.  Het volume wordt afgewerkt met een houten gevelbekleding. Om de carport te bereiken en aangezien lot 7 een hoekperceel betreft heeft de inrit ter hoogte van de rooilijn een breedte van 9,24m. 

In de achtertuinzone beschikt de woning over een terras dat aansluit op de leefruimte. Het terrein is licht hellend. Het bestaande reliëf wordt plaatselijk opgehoogd i.f.v. de bouw van de woning met terras. Vanaf de bouwzone helt het gewijzigd maaiveld via een zachte helling omlaag naar achteren toe. De afsluitingen in de achtertuinzone bestaan uit inheemse hagen met een max. hoogte van 2m.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua inplanting, bestemming, architectuur, volume en materiaalgebruik, behoudens voor wat betreft het vloerpeil en de breedte van de inrit van de woning op lot 7.

De gevraagde afwijking op het vloerpeil van de woning dewelke gelegen is op maximum 0,37m i.p.v. maximaal 0,30m boven de as van de weg is zeer beperkt en heeft geen negatieve impact op de aanpalenden, noch op het straatbeeld. De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.

De gevraagde afwijking op de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn m.n. 9,24m i.p.v. maximum 3m is het gevolg van de ligging van het lot in een bocht van de straat en de positionering van de carport tegen de carport van het rechts aanpalende lot. Om de carport makkelijk te kunnen bereiken is de gevraagde verharding vereist. Deze bredere verharding zal echter geen negatieve impact hebben op het straatbeeld en is derhalve aanvaardbaar.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De woningen beschikken over voldoende bergruimte en kwalitatieve leefruimtes om voldoende woonkwaliteit en gebruiksgenot te garanderen. Door variatie te voorzien in de architectuur van de woningen, zowel op vlak van materiaalgebruik als volumematig, krijgt iedere woning, ondanks het uniforme totaalbeeld, een eigen identiteit en karakter wat het straatbeeld ten goede komt.

De carports worden in hout afgewerkt, ook worden er gevelaccenten in hout voorzien.  De aanvraag vermeldt niet om welke houtsoort het gaat.  Niet enkel het uitzicht dient een rol te spelen bij deze keuze, ook op ecologisch vlak dient er een verantwoorde keuze gemaakt te worden.   Om die reden wordt de bemerking meegegeven  dat er enkel gebruik mag worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout.  Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.  

De verkavelingsvoorschriften vermelden onder Art. 2.1 Zone voor voortuinen het volgende: “De zone voor voortuinen dient zoveel mogelijk met groen ingericht te worden.  Enkel de minimale verhardingen van inrit en tuinpaden in waterdoorlatende materialen vormen hierop een uitzondering.”

Het inplantingsplan vermeldt omtrent de verhardingen in de zone voor voortuinen het volgende: “waterdoorlatende verharding of afwaterend op eigen terrein”.  Gezien de verkavelingsvoorschriften uitsluitend een verharding in waterdoorlatende materialen toelaten binnen deze zone dienen en hierop geen afwijking werd aangevraagd mogen deze verhardingen uitsluitend in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd.   Dit zal opgelegd worden als vergunningsvoorwaarde.

BESPREKING ADVIEZEN

1.- Het advies van 23/06/2021 van de Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gedeeltelijk gunstig advies voor uitvoering van de werken zoals voorgesteld.

Dit advies wordt vnl. zo geformuleerd omwille van volgende redenen:

- van de twee bomen die gesnoeid moeten worden om de woning te realiseren moet, voor de boom het dichtst bij de woning bijna de helft van de kruin verwijderd worden. Bij de andere boom moet er circa 25% van de kruin verwijderd worden,

- bij beide bomen moeten er meerdere takken met een diameter van meer dan 20 cm worden verwijderd,

- bij de boom dichtst bij de woning gaat circa 50% van het wortelpakket zwaar beschadigd of verwijderd worden

- bij de andere boom gaat minstens 25 % van de wortels zwaar beschadigd of verwijderd worden

Gezien de grote schade aan de kroon als aan de wortels van beide bomen, lijkt het ons aangewezen enkele voorwaarden te stellen m.b.t. het behoud en bescherming van deze bomen.

Voorwaarden

Aanleveren van een nota door een erkend boomverzorger. Indien uit deze nota blijkt dat er voldoende maatregelen kunnen getroffen worden om het behoud van de bomen te verzekeren, dan zal er ook in deze nota duidelijk beschreven hoe deze bomen dienen beschermd te worden, en welke flankerende maatregelen er dienen genomen te worden.

Moest blijken uit deze nota dat er geen of onvoldoende maatregelen genomen kunnen worden om het behoud van de bomen te verzekeren, dan zullen de bomen moeten gerooid worden en worden ze gecompenseerd door de aanplant van minstens 3 hoogstam bomen.

De hoogstam bomen die ter compensatie worden aangeplant, zijn minstens van de maat 20/25, en er kan gekozen worden uit volgende soorten:

  • Quercus robur,
  • Quercus petraea,
  • Tilia platyphylos,
  • Prunus avium,
  • Sorbus aucuparia”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.  De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.

2.- Het advies van 30/07/2021 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:

“Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarde: 

- De bomen dienen buiten de schoontijd gekapt te worden (schoontijd= april tot einde juni); 

- Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies dient men na te gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (in vullen contactpersoon).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies indien uit een nota door een erkend boomverzorger blijkt dat er geen of onvoldoende maatregelen genomen kunnen worden om het behoud van de bomen te verzekeren. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Voorwaarden

  1. De verhardingen in de voortuinstrook mogen enkel uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen.
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de Dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage. De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.;
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van het Agentschap Natuur en Bos, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De algemene en specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer dienen te worden nageleefd :
  6. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op één meter van de zijdelingse en achterste perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.  Reliëfwijzigingen mogen in geen geval zorgen voor wateroverlast t.o.v. aanpalende percelen, hemelwater dient steeds op eigen terrein worden opgevangen;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Volgende bemerking wordt meegegeven: Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.  

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Voorwaarden

  1. De verhardingen in de voortuinstrook mogen enkel uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen.
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de Dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage. De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.;
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van het Agentschap Natuur en Bos, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De algemene en specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer dienen te worden nageleefd :
  6. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op één meter van de zijdelingse en achterste perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.  Reliëfwijzigingen mogen in geen geval zorgen voor wateroverlast t.o.v. aanpalende percelen, hemelwater dient steeds op eigen terrein worden opgevangen;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Volgende bemerking wordt meegegeven: Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.  

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.