STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad.
De aanvraag werd op 02/05/2021 ontvangen.
Op 31/05/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 01/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 23/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 03/07/2021 tot en met 01/08/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 03/07/2021 tot en met 01/08/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Departement Landbouw en Visserij
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 11 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 08/09/1964 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.83. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming residentiële woningen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat enkel levende hagen, gesteund door draad of traliewerk met grote mazen, vastgemaakt aan palen in metaal of beton met een maximum van 1,50m hoogte, met eventueel een laag muurtje of een plaat van ten hoogste 0,40m hoogte, toegelaten zijn.
In het ontwerp wordt er enkel een draadafsluiting voorzien in de achtertuin.
In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de dakhelling tussen 25° en 50° dient te bedragen.
In het ontwerp worden er dakkapellen voorzien met een dakhelling van 20° of minder.
In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de maximale kroonlijsthoogte 6m mag bedragen ten opzichte van het grondpeil.
In het ontwerp wordt een maximale kroonlijsthoogte van 6,60m voorzien ten opzichte van het grondpeil.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 133,72m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 27/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 23-06-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 132A103, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften:
Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het is uiterst belangrijk dat de aanvrager na het verkrijgen van de bouwvergunning zo snel mogelijk zijn aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aanvraagt gezien de beperkte diepte waarop deze in de straat ligt. De putjes worden geplaatst op een afstand van 60 cm van elkaar, met een diameter voor regenwater van 160 mm en voor afvalwater van 125 mm. De effectieve plaats en diepte van de huisaansluiting is pas gekend na plaatsing van de aansluitputjes door Fluvius. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle aanpassingen die de bouwheer moet doen om aan te sluiten, indien niet voldaan aan deze voorwaarden, zijn uitsluitend ten laste van de bouwheer. Het aanvraag kan gebeuren op www.fluvius.be.
Het openbaar rioleringsstelsel voor uw perceel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie. Een sterfput mag hier nooit geplaatst worden.
Volgens de GSV hemelwater moet de inhoud van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening verplicht op het rioleringsplan vermeld staan.
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag is gelegen langsheen de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal, de overloop en de zolder.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 08/09/1964 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad, waarbij er beperkte afwijkingen ten opzichte van de verkavelingsvoorschriften worden voorzien. Deze beperkte afwijkingen zijn niet van toepassing op de bestemming, het aantal bouwlagen en/of de vloerterreinindex.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning waarbij er een zwembad wordt voorzien is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving ruimtelijk inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen op de inrit en 1 inpandige garage die vooraan in de woning wordt voorzien voor 1 woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande woning en het aanleggen van een zwembad.
De woning wordt ingeplant op 6m van de rooilijn en op minstens 3m van de zijdelingse perceelgrenzen. De woning wordt opgericht met 2 bouwlagen waarvan de maximale kroonlijsthoogte 6,60m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De woning wordt voorzien van een hellend dak met een hellingsgraad van 40° waardoor de nokhoogte 10,99m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 17m. Voor het verdiepingsniveau wordt een maximale bouwdiepte voorzien van 10,60m. Aan de voor- en achtergevel worden er dakkappelen voorzien met een dakhelling van 20°. In de woning wordt er ook een inpandige garage ingericht die bereikbaar is via de voorgevel.
Zowel voor de dakhelling van de dakkappellen als voor de kroonlijsthoogte van de woning geldt een afwijking van de geldende verkavelingsvoorschriften. Aangezien deze niet de bestemming, de vloerterreinindex of het aantal bouwlagen verandert ten opzichte van de geldende verkavelingsvoorschriften worden deze afwijkingen slechts als “beperkte afwijkingen” beschouwd die geen afbreuk doen aan het huidige straatbeeld en dus ook niet dusdanig hard verschillen van de geldende verkavelingsvoorschriften. Hierdoor kan de woning zoals aangevraagd aanvaard worden op deze locatie.
Verder wordt er in de achtertuin nog een zwembad voorzien met een zwembadboord. De oppervlakte hiervan bedraagt ±42m². Samen met het terras en de paden die in de zijtuinen worden voorzien zal de maximum toegelaten oppervlakte van 80m² aan niet-overdekte constructies die, volgens het vrijstellingsbesluit, vrijgesteld is van vergunning, overschreden worden. Gezien de verkavelingsvoorschriften zich niet uitspreken over de toegelaten oppervlakte aan niet-overdekte constructies (waaronder zwembaden/verhardingen) is een oppervlakte groter dan 80m² vergunningsplichtig. Het perceel bevindt zich echter binnen een (deels) zonevreemde verkaveling, met als onderliggende bestemming agrarisch gebied. Door de zonevreemdheid zijn bijkomende verhardingen (t.o.v. de vrijgestelde 80m²) niet vergunbaar.
Hierdoor kunnen de verhardingen(inclusief het zwembad), die weergegeven worden binnen deze aanvraag niet aanvaard worden. Indien men toch verhardingen(inclusief een zwembad) wenst te voorzien in de zij- en achtertuin, dienen deze te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit en dient hiervoor bijgevolg geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het totaal aan niet-overdekte constructies kan nooit groter worden voorzien dan 80m² op het perceel van de aanvraag.
Vooraan de woning wordt er een inrit aangelegd met een breedte van 4m over de lengte van 6m. Vanuit deze inrit vertrekt er ook nog een pad richting de voordeur. Beide vallen onder de strikt noodzakelijke (en dus vrijgestelde) toegangen tot de woning. Deze verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers en hebben een oppervlakte van ±30m². Binnen de gemeente Zonhoven is er de norm dat debreedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 3m mag bedragen en dat deze hierna wel breder mag voorzien worden ermee rekening houdend dat de voortuin voldoende groen bevat. De gevraagde inrit kan dus voorzien worden op voorwaarde dat de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn beperkt wordt tot 3m.
De overige zones op het terrein dienen groen aangeplant te worden, met uitzondering van de max. 80m² verharding (incl. zwembad) in de zij- en achtertuin die wordt toegelaten volgens art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit. Langsheen de perceelgrenzen wordt ook een draadafsluiting voorzien. Aangezien de verkaveling ouder is dan 15 jaar kan er voldaan worden aan het vrijstellingsbesluit voor wat betreft het plaatsen van omheiningen. Dergelijke afsluiting kan dus aanvaard worden zolang er voldaan wordt aan art. 2.1 punten 5°, 6° en 7°.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn beperkt wordt tot 3m.
Buiten de inrit tot aan de woning en het pad naar de voordeur zijn de voorziene niet-overdekte constructies (verhardingen en zwembad) niet aanvaardbaar.
BESPREKING ADVIEZEN
“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een voorwaardelijk gunstig advies bij.
De aanvraag omvat het oprichten van een eengezinswoning en aanleg van een zwembad. De aanvraag heeft geen betrekking op professionele agrarische noch para-agrarische activiteiten.
Het betreffende perceel is volgens het gewestplan gelegen binnen agrarisch gebied. In de nota wordt vermeld dat het perceel is gelegen in een verkaveling van 8 september 1964 met als gemeentelijk dossiernr. 7204.V.83. Voor verkavelingen daterend vóór 22 december 1970 bestaat het vermoeden van verval, volgens art. 7.5.4 VCRO.
Het departement Landbouw en Visserij benadrukt dat residentiële woningbouw principieel in strijd is met de agrarische gebiedsbestemming. Van deze bestemmingsvoorschriften kan enkel worden afgeweken indien de verkavelingsvergunning voor dit onbebouwd gedeelte van de verkaveling niet is komen te vervallen.
Met betrekking tot de afwijking op de kroonlijsthoogte stelt het departement zich de vraag of dit in een straat met woningen gekenmerkt met anderhalve bouwlaag ruimtelijk inpasbaar is, gezien het bouwvolume van de nieuw te bouwen woning hierdoor volgens de dossierstukken circa 1.216m³ bedraagt, terwijl bij bestaande zonevreemde woningen dit bouwvolume decretaal wordt beperkt tot maximaal 1.000m³.
De aangevraagde nieuwbouw wordt opgericht tussen reeds twee bestaande residentiële woningen. De bouwkavel wordt volledig omringd door tuinzones. Op basis van de beschikbare landbouwgegevens is het terrein niet in landbouwgebruik.
Gelet op de ruimtelijke ligging en het omliggende bebouwing ontstaat er geen bijkomend nadeel voor de lokale landbouwstructuur en kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij enkel een gunstig advies worden verleend onder voorwaarde:
- Dat de verkavelingsvergunning voor dit onbebouwd perceel niet is vervallen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in deze omgevingsvergunning.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het bouwen van de eengezinswoning.
De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het aanleggen van het zwembad en het aanleggen van de verhardingen in de zijtuinen en achtertuin (terras). Deze verhardingen (inclusief zwembad) zijn, zoals aangevraagd, niet vergunbaar. Eventuele niet-overdekte constructies (verhardingen, zwembad) op het perceel dienen te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit aangezien de ligging binnen een zonevreemde verkaveling.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de draadafsluiting langsheen de perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier:
Riolering
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de draadafsluiting langsheen de perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het aanleggen van het zwembad en het aanleggen van de verhardingen in de zijtuinen en achtertuin (terras), zoals weergegeven op de/het ingediende plannen. Eventuele niet-overdekte constructies (verhardingen, zwembad) op het perceel dienen te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit aangezien de ligging binnen een zonevreemde verkaveling.
Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een eengezinswoning, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
Riolering
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.