De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 21 september goedgekeurd.
Uitnodiging
Wie: Voka Limburg
Wat: ledenbijeenkomst Ondernemersclub Zonhoven
Waar: ten huize JBC
Wanneer: donderdag 14 oktober 2021
Aanwezig: schepen Frank Vandebeek en schepen Johan Schraepen
In een overzichtsdocument bezorgde de club ons hun toekomstvisie op vlak van infrastructuur en de bijhorende vragen aan het gemeentebestuur (zie nota in bijlage). De vragen en mogelijkheden werden in een overleg ter plaatse besproken en worden hieronder kort opgesomd.
Verplaatsing omheining en draaipoortje
Er bevindt zich nog een draadafsluiting met poortje tussen het voetbal- en baseball plein dat verhindert dat minder mobielen vanaf de parking ook vlot naar de andere terreinen kunnen gaan (zie foto's in bijlage). Vraag is om het poortje en de draad te verplaatsen zodat de doorgang voor iedereen mogelijk wordt.
Dit is slechts een kleine ingreep die in eigen beheer aangepast kan worden en de toegankelijkheid voor bezoekers vanop de parking van de Kleebergweg verhoogt.
Vernieuwing batting cage (met verlichting)
De huidige kooi is tot op de draad versleten en niet meer veilig (zie foto's in bijlage). De club wil een volledige nieuwe kooi met verlichting plaatsen zodat deze terug conform de vereisten is en veilig is voor alle gebruikers. Raming van de kostprijs bedraagt 8000 euro aan materialen en de club plaatst en werkt alles zelf af. Hiervoor stellen wij voor om binnen de bestaande budgetten van de sportdienst voor vernieuwing van sportinfrastructuur een tussenkomst te voorzien van 50%.
Clubhuis: nood aan een nieuw gebouw en nieuwe locatie?
De situatie van het clubhuis is nu onvergund maar wordt gedoogd. Er kunnen kleine aanpassings- of verfraaiingswerken gebeuren om het gebouw bruikbaar te houden, maar het gemeentebestuur kan geen vergunning afleveren voor een nieuw gebouw of een uitbreiding aangezien de terreinen deels in natuurgebied liggen.
Er wordt gevraagd naar de stand van zaken in het RUP - en de mogelijkheden om op middellange termijn eventueel een nieuw clubhuis te kunnen bouwen. De club wordt geïnformeerd over het feit dat er geen plannen zijn om dit RUP uit te voeren; en er op middellange termijn voorlopig geen andere mogelijkheden zijn voor een nieuw clubhuis.
Verhogen van de omheining
De huidige omheining is op verschillende plaatsen stuk en aan vervanging toe. Op sommige plaatsen is deze nog geen 2 meter hoog waardoor dit soms een gevaar vormt voor spelers bij het vangen van een bal, maar ook voor nietsvermoedende voorbijgangers. Om het onderhoud te vergemakkelijken kan er bij vervanging best een boord onderaan voorzien worden of een "buffer" in ander materiaal zodat dit het maaien vergemakkelijkt. Dit voorstel zal met de groendienst besproken worden en bij vervanging van de omheining kan best rekening gehouden worden met deze opmerkingen.
Voor de overige punten (sproei installatie, scoordershokjes, dugouts, scorebord, veldverlichting) zal de club zelf zoveel mogelijk oplossingen zoeken. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de jaarlijkse onderhoudssubsidies voor de terreinen en van de werkingssubsidies die de club ontvangt van het gemeentebestuur.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met het verplaatsen van de omheining tussen het voetbalplein en baseball veld in eigen beheer.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om bij te dragen in de kosten voor de vernieuwing van de batting cage. De kosten worden geraamd op 8 000 euro en het gemeentebestuur zal voor maximum 50% van de effectieve kosten (na voorlegging van facturen) tussenkomen via een toelage aan de club met een maximumbedrag van 4000 euro. De werken gebeuren door en onder verantwoordelijkheid van de club.
Voorafgaand kader
De gemeente Zonhoven zal, samen met 3 sportverenigingen, op sportsite 'de Basvelden' investeringen doen op vlak van sportinfrastructuur. Investeringen die een bovenlokaal karakter hebben en passen binnen de subsidieoproep van de Vlaamse overheid: padelterreinen, een voetbalcomplex voor de lokale (gefusioneerde) voetbalclub en een trampolinehal met multifunctionele ruimtes. Bedoeling van deze investeringen is dat ze mekaar en de reeds aanwezige sportinfrastructuren op de unieke site versterken.
Het samenwerkingsproject met Turnkring Olympia voor de bouw van een turn-/trampolinehal is één van deze projecten. Turnkring Olympia is binnen de gemeente Zonhoven met zijn 650 leden één van de grootste sportclubs. Ook binnen Vlaanderen staat zij op basis van haar ledenaantal en prestaties binnen de top 25 op een totaal van meer dan 300 gymclubs.
Om zowel recreatieve- als topsportturners kwalitatief, maar ook veilig te laten turnen zijn permanente aanloopstroken, olympische trampolines, een valkuil, een voldoende vrije hoogte (trampoline: 10m) en videoanalyse een must. Een nieuwe trampolinehal geeft onrechtstreeks ook een bijkomend positief gevolg: doordat de turnkring haar activiteiten terugplooit tot één (nieuwbouw) locatie, zijn er meer vrije uren voor de turnkring en komen er binnen de gemeente 53 uren vrij voor andere zaalsporters/clubs. Hierdoor kan het gemeentebestuur eveneens inspelen op het huidige gebrek aan infrastructuur voor de overige zaalsporten. Bovendien kan de sterk verouderde sporthal ‘Windekind’ in dat geval worden afgestoten.
Stand van zaken - voorontwerp
Het gemeentebestuur heeft vzw Turnkring Olympia op administratief vlak ondersteund met het doorlopen van een overheidsopdracht voor de eerste stap in het bouwproject, nl. de aanstelling van een ontwerper-architect. Na het doorlopen van een mededingingsprocedure met onderhandeling werd ingenieurs- en architectenbureau ESSA in zitting van het CBS van 25 mei jl. aangesteld om de turnkring en het gemeentebestuur hierin te begeleiden.
Van begin juni t/m augustus kwam een werkgroep (ESSA, een afvaardiging van TK Olympia en een afvaardiging van het gemeentebestuur) meerdere malen samen. Op basis van de gesprekken werd -rekening houdend met de financiële contouren, het programma van eisen, de specifieke omgeving van site de Basvelden- gekomen tot een voorontwerp. Dit voorontwerp werd inmiddels ook afgetoetst bij de eigen dienst Ruimtelijke ordening.
Het college van burgemeester en schepenen wordt nu gevraagd kennis te nemen van het voorontwerp en de bijhorende nota. Ook het pre-advies van toegankelijkheidsbureau Inter werd aangevraagd en toegevoegd.
Bij principieel akkoord kan architectenbureau ESSA de volgende stappen zetten (gunning archeologienota en grondonderzoek met het oog op het indienen van de aanvraag tot omgevingsvergunning).
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorontwerp en de bijbehorende nota van architectenbureau ESSA mbt. de bouw van een turn-/trampolinehal van Turnkring Olympia op sportsite de Basvelden.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 42.249,88.
VERKEERSVEILIGHEIDSPLAN VLAANDEREN 2021-2025
Het verkeersveiligheidsplan Vlaanderen is een vijfjaarlijks actieplan dat richting geeft aan het Vlaamse verkeersveiligheidsbeleid. Het meest recente verkeersveiligheidsplan van de Vlaamse overheid dateert van juli 2021. In dat plan staat de actieve weggebruiker centraal. De verkeersveiligheidscijfers bij die doelgroep evolueren minder goed. Daarom worden voetgangers en fietsers voorop geplaatst.
Het nieuwe plan moet helpen om het aantal verkeersdoden opnieuw te doen dalen. Uiteraard is er oog voor de andere vervoerswijzen en voor domeinen die een problematische rol blijven spelen, zoals rijden onder invloed, overdreven en/of onaangepaste snelheid en afleiding.
Het verkeersveiligheidsplan bestaat uit volgende grote onderdelen:
1. MIA, een nieuwe aanpak
Om de verkeersveiligheidscijfers op het juiste spoor te krijgen, wordt gekozen voor een nieuwe bestuurlijke aanpak: MIA. MIA staat voor Mobiliteit Innovatief Aanpakken en focust op eenvoud, versnelde output, inspraak en bottom-up benadering. De kernwoorden zijn samen, sneller en alert. Dit innovatieve denkproces heeft geleid tot een nieuwe governancestructuur en een nieuwe procesaanpak voor de realisatie van het verkeersveiligheidsplan, die uiteindelijk resulteerde in de ‘Alliantie Veilig Onderweg’.
2. Doelstellingen
Streefcijfers
In dit verkeersveiligheidsplan Vlaanderen wordt met 6 streefcijfers gewerkt:
Drie van deze streefcijfers zijn nieuw: aantal dode en zwaargewonde voetgangers, aantal dode en zwaargewonde fietsers en aantal doden en zwaargewonden bij ongevallen met jonge autobestuurders. De 2 nieuwe streefcijfers voor de voetgangers en fietsers sluiten aan op de promotie van duurzame vervoersmodi en het STOP-principe, met specifieke aandacht voor de stappers en trappers.
Voor deze 6 streefcijfers wordt gestreefd naar een reductiepercentage van -25% tegen 2025 en van -50% tegen 2030, met 2019 als referentiejaar. In 2040 mogen er geen voetgangers- en fietsdoden meer vallen op Vlaamse wegen.
Overkoepelende doelstellingen als onderdeel van een veilig verkeerssysteem
Volgende belangrijke overkoepelende doelstellingen of kwaliteitsrandvoorwaarden vormen mee de basis van het verkeersveiligheidsplan. Ze vormen ook de sleutel tot het waarborgen van een veilig verkeerssysteem en zijn essentieel om te evolueren naar een veilig en slachtoffervrij verkeers- en vervoersysteem.
1/ Veilige en goed onderhouden infrastructuur: een veilige weginfrastructuur is:
2/ Kwalitatieve educatie en permanente, doeltreffende sensibilisering
Om ongevallen te vermijden en wenselijk en bewust gedrag te creëren in het verkeer, is het belangrijk dat weggebruikers het nodige inzicht en de vereiste kennis en vaardigheden hebben. Hiervoor wordt er een kwalitatief educatief aanbod uitgewerkt. Met permanente en doeltreffende sensibilisering willen we de verkeersmentaliteit van de Vlaming ook positief beïnvloeden.
3/ Duidelijke regelgeving
Vanuit Vlaanderen wordt (mee) gewerkt aan een duidelijke regelgeving voor de weggebruiker (het verkeersreglement) enerzijds en de wegbeheerder (de code van de wegbeheerder) anderzijds. Dit is een belangrijke stap naar een duidelijke, leesbare en juridisch consistente Vlaamse wegcode en een kader voor een herkenbare en vlot leesbare weginrichting.
4/ Engagement: sterke partnerships met de verkeersveiligheidspartners en de actieve medewerking van alle weggebruikers
Engagement is een essentiële randvoorwaarde om op een efficiënte manier en met de nodige ondersteuning de verkeersveiligheid te verbeteren. Het gaat niet alleen om de samenwerking met politie, parket en federale overheid, maar ook met middenveldorganisaties, kennisinstellingen en alle actoren die het verkeersveiligheidsbeleid mee vormgeven en uitvoeren. Ook weggebruikers moeten we voldoende motiveren.
5/ Onderzoek, evaluatie en monitoring, geïntegreerd in het plan en de maatregelen
Op het vlak van monitoring wordt ingezet op kernprestatie-indicatoren (KPI’s). Zo volgen we de vooruitgang van verkeersveiligheid op verschillende niveaus op. Nieuw onderzoek wordt via een onderzoeksagenda op een structurele manier gepland en uitgevoerd. De focus ligt daar waar de grootste inhaalbeweging nodig is of waar de cijfers stagneren of de verkeerde kant uitgaan, zodat bijsturing mogelijk wordt.
6/ Continue aandacht voor nieuwe vervoerswijzen en -ontwikkelingen, voertuigtechnologieën en innovatie
Er is aandacht voor nieuwe vervoerswijzen, concepten en vervoersontwikkelingen. Onder meer het Mobilidata-programma moet de verkeersveiligheid in Vlaanderen verhogen, de doorstroming van het verkeer verbeteren en de uitstoot doen dalen. Hoe? Door in te zetten op een duurzame digitale datainfrastructuur en door het gebruik van deze data in innovatieve applicaties te stimuleren.
7/ Sterke en efficiënte handhavingsketen voor een kwalitatief handhavingsbeleid
Handhaving blijft het sluitstuk van het verkeersveiligheidsbeleid. Een goed overleg en degelijke afstemming met de verschillende handhavingspartners is daarbij cruciaal. We zetten daarom verder in op een uitbreiding van de handhavingssystemen en op een doorgedreven automatisering van de verkeershandhaving.
8/ Maximaal rekening houden met het klassieke denkkader inzake duurzame mobiliteitsontwikkeling
9/ Subjectief (on)veiligheidsgevoel
Subjectieve verkeersonveiligheid verwijst naar de zorgen die mensen zich maken over de verkeersonveiligheid. Toch is er hooguit een zwak positief verband tussen objectieve en subjectieve verkeersonveiligheid.3 Subjectieve onveiligheid kan mensen aanzetten tot veiliger of alerter gedrag, waardoor het objectief gezien veiliger wordt. Maar het omgekeerde is ook waar. Voelen mensen zich veiliger, dan nemen ze soms meer risico’s.
3. Analyse van de verkeersveiligheid in Vlaanderen met 9 prioritaire aandachtspunten
De probleemanalyse van de verkeersveiligheid levert 9 prioritaire aandachtspunten waar ook de actieve weggebruiker een prominente plaats krijgt. Het gaat om ongevallen met voetgangers, fietsers, gemotoriseerde tweewielers, onervaren weggebruikers, senioren, (lichte) vrachtwagens en uiteraard ook om de drie killers: rijden onder invloed, snelheid en afleiding.
ONGEVALLEN MET VOETGANGERS
ONGEVALLEN MET FIETSERS
ONGEVALLEN MET GEMOTORISEERDE TWEEWIELERS
ONGEVALLEN MET ONERVAREN WEGGEBRUIKERS
ONGEVALLEN MET SENIOREN
ONGEVALLEN MET (LICHTE) VRACHTWAGENS
ONGEVALLEN ALS GEVOLG VAN AFLEIDING
ONGEVALLEN ALS GEVOLG VAN RIJDEN ONDER INVLOED
ONGEVALLEN ALS GEVOLG VAN ONAANGEPASTE EN/OF OVERDREVEN SNELHEID
4. Maatregelen
Met het oog op de geformuleerde aandachtspunten wordt een specifiek maatregelenpakket uitgewerkt en worden meer concreet 37 maatregelen naar voor geschoven.
ACTIEVE WEGGEBRUIKERS
GEMOTORISEERDE TWEEWIELERS
(LICHTE) VRACHTWAGENS
ONERVAREN WEGGEBRUIKERS
KILLERS: SNELHEID, RIJDEN ONDER INVLOED EN AFLEIDING
GLOBAAL
Opvolging
Via een semestriële voortgangsrapportering gebeurt de monitoring en zal het maatregelenpakket, waar nodig nog verder worden geconcretiseerd, uitgewerkt en vertaald, met specificering van middelen, verantwoordelijkheden en timing. Van zodra het kan, zal ook de evaluatie van de maatregelen worden opgenomen in deze rapportering. Zo kunnen we tijdig ingrijpen en bijsturen als de maatregelen onvoldoende werken of als er nieuwe risico’s ontstaan.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om het verkeersveiligheidsplan Vlaanderen "actieve weggebruikers centraal" voor de periode 2021-2025 per mail ter kennisgeving te bezorgen aan de leden van de gemeenteraad.
De mail dd. 20 september 2021 van notarissen Verlinden & Jaspers te Heusden-Zolder.
Notarissen Verlinden & Jaspers te Heusden-Zolder zijn gelast met de openbare verkoop van een industriegebouw met grond en aanhorigheden gelegen Industrieweg-Zuid 1319 te Zonhoven. Het gebouw met grond is eigendom van Antonio Etneo ingevolgde akte van afstand verleden voor notaris Jean-Paul van Ussel te Retie dd. 30 juni 2003.
De notarissen vragen het akkoord van de gemeente met deze transactie en ook of het terugkooprecht zal worden uitgeoefend door de gemeente.
Het akkoord van de gemeente zal opgenomen worden in de verkoopsvoorwaarden, die moeten worden aanvaard door alle geïnteresseerde kandidaat-kopers, alvorens te kunnen bieden.
Gezien het een openbare verkoop betreft is de uiteindelijke koper nog niet gekend. Indien gewenst zal na de toewijs een uittreksel van het proces-verbaal aan de gemeente worden bezorgd.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de openbare verkoop van het industriegebouw gelegen Industrieweg-Zuid 1319 te Zonhoven. De gemeente wenst haar recht van terugkoop niet uit te oefenen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen.
De aanvraag werd op 07/05/2021 ontvangen.
Op 02/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 16/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 21/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 01/07/2021 tot en met 30/07/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig:
Op 30/07/2019 werd een gedeeltelijke verkavelingsvergunning met voorwaarden, met refnr. 1280.C.874.2, verleend voor het verkavelen van een grond in 22 loten waarvan 3 loten voor meergezinswoningen, 7 loten voor open bebouwing en 12 loten voor halfopen bebouwing, het aanleggen van wegenis en openbaar domein en het slopen van een constructie. Lot 6 werd uit de vergunning gesloten.
Op 09/02/2021 werd de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van
gronden door het toevoegen van lot 6 - voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning - aan de vergunde verkaveling om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject - afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen (refnr. 1280.C.874.2\03).
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende melding werd afgeleverd op het perceel:
Op 31/03/2020 werd akte genomen van de melding voor het plaatsen van droogzuiging voor de realisatie van wegeniswerken met riolering voor de nieuwe verkaveling te Pieter Demuynckstraat.
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 01/07/2021 tot en met 30/07/2021. Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Op 21/06/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair Management.
Op 21/06/2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap Natuur en bos.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit (rubriek 10b – stadsontwikkelingsprojecten) wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.
De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: het voorgenomen project zal geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken zodat de opmaak van een project-MER niet vereist is.
Deze conclusie kan bijgetreden worden, er dient bijgevolg geen project-MER te worden opgemaakt.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woonuitbreidingsgebied en deels in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 6 en lot 7 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 30/07/2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1280.C.874.2 en op 09/02/2021 bijgesteld werd en gekend is onder nummer 1280.C.874.2\03. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De betreffende kavels kregen als bestemming eengezinswoningen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Beperkte afwijkingen
Art. 4.4.1.
§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor elke nieuw opgerichte woning, met een horizontale dakoppervlakte per woning van 102,50m² en 96,20m², een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. Dit in de vorm van een combinatieput waarin ook een infiltratievoorziening vervat zit waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.
§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.
De percelen horen toe aan een goedgekeurde verkaveling met aanleg van een nieuwe wegenis.
Op 12/11/2019 ging het college van burgemeester en schepenen principieel akkoord met een financiële borgstelling wat zowel bouwen als verkopen mogelijk maakt vooraleer de werken aan het openbaar domein zijn uitgevoerd.
Op 9/03/2020 werd een schrijven ontvangen waarbij Euler Hermes NV zich tegenover de Gemeente Zonhoven borg stelt voor Matexi tot zekerheid van de verplichtingen tot aanleg van infrastructuur, nutsvoorzieningen en afpalen van percelen te verkaveling Vilhoekstraat en dit voor een maximaal bedrag van 635.164,41 euro.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Bij de aanvraag tot verkaveling werd een archeologienota opgesteld met ref. https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/10215. Als vergunningsvoorwaarde werd opgelegd dat het archeologisch onderzoek diende te gebeuren conform de omschrijving in deze archeologienota. Dit onderzoek is afgerond ter hoogte van de te bebouwen percelen: “De nota – bestaande uit een proefsleuvenonderzoek – kan met zekerheid aantonen dat aangetroffen archeologische waarden geen mogelijkheid bieden op kennispotentieel. Verder onderzoek binnen het projectgebied is dus niet aangewezen en zal in dit geval ook niet leiden tot kenniswinst. De geplande werken zullen met zekerheid de aanwezige waarden verstoren, maar dit vormt geen probleem wegens het gebrek aan kenniswinst.”
Indien men niet verplicht is (zoals het geval is binnen de huidige aanvraag) tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal en nachthal van iedere woning.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De projectzone waarbinnen de percelen gelegen zijn, bevindt zich langs de Kleine Hemmenweg, een gemeenteweg net buiten het centrum van de gemeente Zonhoven. De straat vormt één van de toegangswegen tot het centrum en is gelegen binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied. De bebouwing in de nabije omgeving bestaat voornamelijk uit grondgebonden eengezinswoningen, in open of halfopen bebouwing, hoofdzakelijk in 2 bouwlagen onder hellende daken, veelal afgewerkt in gevelsteen in diverse kleuren en texturen. Langs dezelfde weg bevinden zich, richting het centrum, diverse schoolgebouwen, een woonzorgcentrum en in beperkte mate meergezinswoningen. De woonfuncties worden in dat deel van de straat af en toe gecombineerd met andere functies, zoals handel of horeca.
Voor de projectzone werd recent een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van één- en meergezinswoningen en de aanleg van een nieuwe wegenis. De verkaveling is momenteel in volle ontwikkeling. Zo worden de woningen op loten 1-5 en loten 13-20 gerealiseerd alsook het appartementsgebouw op lot 21 aan de Kleine Hemmenweg.
Deze aanvraag heeft betrekking op de loten 6 en 7 van de verkaveling. Lot 6 grenst aan de achtertuinen van de woningen te Vilhoekstraat 20 en 22. Rechts van het perceel ligt een groot stuk braakliggend terrein. Het lot is zodanig georiënteerd dat de tuin zich op het zuidwesten bevindt en de voorliggende straat op het noordoosten. Lot 7 grenst aan de achtertuinen van de woningen op Steentweg 22 en 24 alsook de toekomstige woning op lot 8 van de verkaveling. De tuin van lot 7 is op het noordoosten georiënteerd en de straat bevindt zich op het zuidwesten.
Op lot 6 wordt een vrijstaande eengezinswoning opgericht met een inpandige garage. De woning wordt ingeplant op min. 3,50m van de rooilijn, binnen de daartoe bestemde woonzone volgens het vergunde verkavelingsplan. De bouwdiepte van de vrijstaande woning bedraagt maximum 14m en de breedte bedraagt maximum 7,60m. De woning word opgetrokken in 2 bouwlagen onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van 6,35m boven het maaiveld en 6,50m boven de voorliggende (nieuwe) weg. De gelijkvloerse vloerpas bevindt zich op 0,30m boven de (nieuwe) wegas. De woningen worden afgewerkt in gevelmetselwerk/parament, in een bruine tint, donker gevoegd, met een bruinzwart aluminium schrijnwerk.
De voortuinstrook wordt hoofdzakelijk groen aangeplant, met uitzondering van een looppad naar de voordeur en een inrit tot aan de garage en een extra parkeerplaats. In de achtertuinzone worden geen constructies voorzien aangezien er een terras wordt aangelegd binnen de bouwstrook voor hoofdgebouwen. Het terrein is nagenoeg vlak. Het bestaande reliëf wordt plaatselijk opgehoogd i.f.v. de bouw van de woningen met terras. De afsluitingen in de achtertuinzone bestaan uit inheemse hagen met een max. hoogte van 2m. Op het perceel staan twee kleinere bomen dewelke dienen gerooid te worden aangezien deze te dicht tegen de woning staan. De stammen staan slechts op 1,9m en 0,4m van de woning.
Op het aanpalend perceel bevinden zich enkele grote bomen, waarvan er 2 gesnoeid dienen te worden om de woning te kunnen bouwen.
Op lot 7 wordt een vrijstaande eengezinswoning opgericht met aansluitend een carport/berging. De woning wordt ingeplant op min. 3,50m van de rooilijn, binnen de daartoe bestemde woonzone volgens het vergunde verkavelingsplan. De bouwdiepte van de vrijstaande woning bedraagt maximum 12m en de breedte bedraagt maximum 6,50m. De woning word opgetrokken in 2 bouwlagen onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van 6,35m boven het maaiveld en 6,57m boven de voorliggende (nieuwe) weg. De gelijkvloerse vloerpas bevindt zich op 0,37m boven de (nieuwe) wegas. De woningen worden afgewerkt in een wit genuanceerd gevelmetselwerk/parament, met een bruinzwart aluminium schrijnwerk.
De carport telt 1 bouwlaag onder een plat dak, met een totale hoogte van 2,90m t.o.v. het maaiveld. Achteraan elke carport bevindt zich een open, maar overdekte fietsenstalling die één geheel vormt met de carport. Het volume wordt afgewerkt met een houten gevelbekleding. Om de carport te bereiken en aangezien lot 7 een hoekperceel betreft heeft de inrit ter hoogte van de rooilijn een breedte van 9,24m.
In de achtertuinzone beschikt de woning over een terras dat aansluit op de leefruimte. Het terrein is licht hellend. Het bestaande reliëf wordt plaatselijk opgehoogd i.f.v. de bouw van de woning met terras. Vanaf de bouwzone helt het gewijzigd maaiveld via een zachte helling omlaag naar achteren toe. De afsluitingen in de achtertuinzone bestaan uit inheemse hagen met een max. hoogte van 2m.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua inplanting, bestemming, architectuur, volume en materiaalgebruik, behoudens voor wat betreft het vloerpeil en de breedte van de inrit van de woning op lot 7.
De gevraagde afwijking op het vloerpeil van de woning dewelke gelegen is op maximum 0,37m i.p.v. maximaal 0,30m boven de as van de weg is zeer beperkt en heeft geen negatieve impact op de aanpalenden, noch op het straatbeeld. De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.
De gevraagde afwijking op de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn m.n. 9,24m i.p.v. maximum 3m is het gevolg van de ligging van het lot in een bocht van de straat en de positionering van de carport tegen de carport van het rechts aanpalende lot. Om de carport makkelijk te kunnen bereiken is de gevraagde verharding vereist. Deze bredere verharding zal echter geen negatieve impact hebben op het straatbeeld en is derhalve aanvaardbaar.
De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.
De woningen beschikken over voldoende bergruimte en kwalitatieve leefruimtes om voldoende woonkwaliteit en gebruiksgenot te garanderen. Door variatie te voorzien in de architectuur van de woningen, zowel op vlak van materiaalgebruik als volumematig, krijgt iedere woning, ondanks het uniforme totaalbeeld, een eigen identiteit en karakter wat het straatbeeld ten goede komt.
De carports worden in hout afgewerkt, ook worden er gevelaccenten in hout voorzien. De aanvraag vermeldt niet om welke houtsoort het gaat. Niet enkel het uitzicht dient een rol te spelen bij deze keuze, ook op ecologisch vlak dient er een verantwoorde keuze gemaakt te worden. Om die reden wordt de bemerking meegegeven dat er enkel gebruik mag worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.
De verkavelingsvoorschriften vermelden onder Art. 2.1 Zone voor voortuinen het volgende: “De zone voor voortuinen dient zoveel mogelijk met groen ingericht te worden. Enkel de minimale verhardingen van inrit en tuinpaden in waterdoorlatende materialen vormen hierop een uitzondering.”
Het inplantingsplan vermeldt omtrent de verhardingen in de zone voor voortuinen het volgende: “waterdoorlatende verharding of afwaterend op eigen terrein”. Gezien de verkavelingsvoorschriften uitsluitend een verharding in waterdoorlatende materialen toelaten binnen deze zone dienen en hierop geen afwijking werd aangevraagd mogen deze verhardingen uitsluitend in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd. Dit zal opgelegd worden als vergunningsvoorwaarde.
BESPREKING ADVIEZEN
1.- Het advies van 23/06/2021 van de Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:
“Gedeeltelijk gunstig advies voor uitvoering van de werken zoals voorgesteld.
Dit advies wordt vnl. zo geformuleerd omwille van volgende redenen:
- van de twee bomen die gesnoeid moeten worden om de woning te realiseren moet, voor de boom het dichtst bij de woning bijna de helft van de kruin verwijderd worden. Bij de andere boom moet er circa 25% van de kruin verwijderd worden,
- bij beide bomen moeten er meerdere takken met een diameter van meer dan 20 cm worden verwijderd,
- bij de boom dichtst bij de woning gaat circa 50% van het wortelpakket zwaar beschadigd of verwijderd worden
- bij de andere boom gaat minstens 25 % van de wortels zwaar beschadigd of verwijderd worden
Gezien de grote schade aan de kroon als aan de wortels van beide bomen, lijkt het ons aangewezen enkele voorwaarden te stellen m.b.t. het behoud en bescherming van deze bomen.
Voorwaarden
Aanleveren van een nota door een erkend boomverzorger. Indien uit deze nota blijkt dat er voldoende maatregelen kunnen getroffen worden om het behoud van de bomen te verzekeren, dan zal er ook in deze nota duidelijk beschreven hoe deze bomen dienen beschermd te worden, en welke flankerende maatregelen er dienen genomen te worden.
Moest blijken uit deze nota dat er geen of onvoldoende maatregelen genomen kunnen worden om het behoud van de bomen te verzekeren, dan zullen de bomen moeten gerooid worden en worden ze gecompenseerd door de aanplant van minstens 3 hoogstam bomen.
De hoogstam bomen die ter compensatie worden aangeplant, zijn minstens van de maat 20/25, en er kan gekozen worden uit volgende soorten:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.
2.- Het advies van 30/07/2021 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:
“Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarde:
- De bomen dienen buiten de schoontijd gekapt te worden (schoontijd= april tot einde juni);
- Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies dient men na te gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (in vullen contactpersoon).”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies indien uit een nota door een erkend boomverzorger blijkt dat er geen of onvoldoende maatregelen genomen kunnen worden om het behoud van de bomen te verzekeren. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Voorwaarden
Volgende bemerking wordt meegegeven: Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Voorwaarden
Volgende bemerking wordt meegegeven: Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel van de diensten FAM, Patrimonium en Milieubeleid betreffende de doorsteek Weutenswijerweg - Heidebloemstraat.
Tijdens het Landinrichtingsplan Kiewit-Zonhoven werd beslist de trage verbinding van Weutenswijerweg naar Heidebloemstraat (gelegen op openbaar domein tussen woningen Heidebloemstraat 17 en 19) te bestendigen. De groenambtenaar heeft een ontwerp uitgewerkt van deze trage verbinding.
Het ontwerp (zie bijlage):
Het betreft een pad in semi-verharding met aan 1 zijde een laanbeplanting van bomen. Verder worden er struiken aangeplant en 1 lindeboom op het einde van de trage verbinding, aan de Weutenswijerweg (dit ter vervanging van een illegaal gekapte boom op gemeente-eigendom).
Na overleg met de dienst FAM wordt voorgesteld om de grond- en verhardingswerken uit te besteden (zie raming in bijlage). De groenaanplant zal wel in eigen beheer uitgevoerd kunnen worden.
Timing:
Het is de intentie om deze verbinding dit jaar nog te realiseren doch is dit afhankelijk van volgende:
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het inrichtingsvoorstel van de trage verbinding.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het feit dat een gedeelte van deze werken wordt uitbesteed, voor een geraamd budget van 20.813 euro (incl. btw).
Het college van burgemeester en schepenen wenst de eigenaars van de gestockeerde grond na de gestelde termijn mondeling aan te spreken om tot een akkoord te komen.
Regionaal mobiliteitsplan Limburg
Het regionaal mobiliteitsplan legt de globale mobiliteitsvisie voor een langere termijn vast voor de vervoerregio, en dat voor alle vervoersmodi. Dat plan doet onder andere uitspraken over de belangrijke mobiliteitsuitdagingen van de regio, tekent het openbaar vervoersnetwerk uit en stelt maatregelen voor de verbetering van de doorstroming, de verkeersveiligheid en het fietsbeleid voor.
De inhoudelijke invulling van het regionaal mobiliteitsplan is specifiek voor elke vervoerregio. Verschillende thema’s kunnen aan bod komen: verkeersveiligheid, deelsystemen, de link met het ruimtelijk beleid, de ondersteuning door ITS, werken rond innovatieve logistieke concepten, …
De synthesenota omvat:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontwerp Regionaal Mobiliteitsplan Limburg.
Context
Op 25/08/2020 werd door het college van burgemeester en schepenen (cbs) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van meergezinswoningen in het binnengebied tussen Dorps- en Kerkplein (achter de supermarkt Alvo).
Dit project vervat eveneens de omvorming van de trage verbinding 'het Kattepeke' (Achter De Hoven) tot een wegenis in de vorm van een 'tractorspoor'. Deze wegenis zal toegang verlenen tot de ondergrondse garage van het project en is bedoeld voor de bewoners van de meergezinswoningen (niet voor bezoekers).
Door de omvorming van deze trage verbinding tot wegenis voor lokaal verkeer, kunnen de tuinzones van de percelen langs de Dorpsstraat die aanpalen aan deze weg, gelegen binnen woongebied, ontwikkeld worden. De nieuwe wegenis kan in principe langs beide zijden afgewerkt worden met bebouwing.
Het gaat om een tiental percelen met over het algemeen een beperkte breedte. Om te voorkomen dat er een weinig kwalitatieve bebouwing ontstaat en dat bepaalde percelen worden gehypothekeerd, dient er nagedacht te worden over het gewenste eindbeeld.
Typologie
De locatie leent zich bij uitstek tot een verdere verdichting van de kern in de vorm van wonen.
Er kan geopteerd worden voor meergezinswoningen, in een kleinschalige vorm of, door het samenvoegen van enkele percelen, in de vorm van een groter project. Deze typologie sluit aan op deze die momenteel in opbouw is in het binnengebied.
Er kan daarnaast geopteerd worden voor grondgebonden eengezinswoningen, een typologie die een overgang zou kunnen vormen richting de Dorpsstraat, waar nog grondgebonden eengezinswoningen, al dan niet in combinatie met een andere gelijkvloerse functie, aanwezig zijn.
Architectuur
Het woonproject in ontwikkeling bestaat uit vrijstaande volumes, overwegend opgebouwd uit 3 bouwlagen onder een plat dak, met accenten tot een hoogte van 4 en 5 bouwlagen.
Een dergelijke maximale hoogte langs de andere zijde van de weg (tot 4 of 5 bouwlagen) zou overdreven zijn, voor een onaangename beleving ter hoogte van de nieuwe wegenis zorgen en mogelijk de natuurlijke lichthinder op de eigen percelen beperken.
D.d. 05/03/2019 werd door het cbs het besluit genomen 3 bouwlagen onder een zadeldak toe te staan ter hoogte van o.a. de Dorpsstraat. Deze visie zou kunnen worden doorgetrokken naar de achterzijde van de percelen langs de Dorpsstraat, waarbij optioneel het zadeldak vervangen zou kunnen worden door een setback binnen het toegelaten gabarit. Steeds onder voorbehoud van een goede ruimtelijke ordening.
Gezien de locatie is een overwegend geschakelde typologie aanvaardbaar.
Advies dienst
In Zonhoven werden de laatste jaren verschillende verdichtingsprojecten goedgekeurd, gebouwd en in gebruik genomen. Doorgaans gaat het om grootschalige meergezinswoningen. Deze verdichtingsevolutie is principieel een goede zaak. Een radicale 'appartementisering' dient echter voorkomen te worden. Er dient vermeden te worden dat het aanbod in nieuwbouw te eenzijdig is.
Er kan worden vastgesteld dat deze meergezinswoningen doorgaans bewoond worden door een oudere generatie die haar, te groot geworden, woning verkoopt om in een meer onderhoudsvriendelijke en meer compacte woning, m.n. een appartement, te gaan wonen, nabij de voorzieningen in het centrum van de gemeente. Meergezinswoningen hebben, in een dorp zoals Zonhoven, weinig aantrekkingskracht op gezinnen met kinderen.
Verdichting is bedoeld voor alle generaties. In het centrum van Zonhoven dienen voldoende voorzieningen, voldoende groen en een ruim woonaanbod voorhanden te zijn om alle generaties aan te trekken.
De dienst adviseert om die reden om de percelen langs de nieuwe wegenis, aan de zijde van de Dorpsstraat, af te werken d.m.v. grondgebonden eengezinswoningen. Deze woningen zullen over een grotere hoogte kunnen beschikken (3 bouwlagen onder een hellend dak) dan wat de doorgaans gehanteerde norm voorschrijft. Daardoor kan de breedte van deze woningen beperkt worden. Op deze manier ontstaan compacte, kwalitatieve 'stadswoningen' (zie de voorbeelden in bijlage, woonproject te Maastricht en Amsterdam).
De voordelen van grondgebonden eengezinswoningen op deze locatie t.o.v. meergezinswoningen zijn de volgende:
Aandachtspunten
Ook bij de realisatie van grondgebonden eengezinswoningen op deze locatie dient er rekening te worden gehouden met enkele belangrijke aandachtspunten:
Het college van burgemeester en schepenen beslist de nieuwe wegenis Achter De Hoven ter hoogte van de percelen gelegen langs de Dorpsstraat te laten afbouwen. Er wordt hierbij geopteerd voor grondgebonden eengezinswoningen met max. 3 bouwlagen onder een hellend dak. De voorstellen/ontwerpen hiervoor dienen steeds op alle vlakken te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. De toevoeging van nieuwe trage verbindingen wordt toegejuicht.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.
De aanvraag werd op 7 juli 2021 ontvangen en op 5 augustus 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Riolering
Op 30 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 5-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 124e29 - 124h29 , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.
We raden aan om:
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Kapelbergweg, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen en meergezinswoningen.
Omschrijving van de aanvraag
Op het perceel werd een meergezinswoning opgericht met 4 woonentiteiten en 2 bijgebouwen in de achtertuin.
Het bijgebouw dat is ingeplant tegen de rechter perceelgrens bevat 4 garages. Het bijgebouw aan de linker achterzijde werd vergund als tuinberging.
De huidige aanvraag omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als meergezinswoning blijft behouden en is dan ook inpasbaar inde omgeving.
Mobiliteitsimpact
Er is reeds een bijgebouw aanwezig met 4 garages. Tevens bevinden zich in de voortuin parkeerplaatsen. Er zijn bijgevolg voldoende parkeerplaatsen aanwezig op eigen terrein.
De last van het autobezit wordt dan ook geheel op eigen terrein opgevangen en niet afgeschoven naar het openbaar domein.
Uit de gegevens waar de gemeente over beschikt blijkt dat het openbaar domein, uitgezonderd de inrit, geheel verhard werd met kiezel. Uitgezonderd de inritverharding dient het openbaar domein uitgevoerd te worden als groenzone. Er zal dan ook als voorwaarde worden opgenomen dat de kiezelverharding op het openbaar domein verwijderd moet worden en aangeplant als groenzone.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.
Het huidige appartementsgebouw heeft 4 woongelegenheden waarvan 2 gelijkvloerse appartementen en 2 duplex-appartementen.
De aanvrager wenst de 2 appartementen op de verdieping samen te voegen tot 1 woonentiteit.
Het appartement op de verdieping beschikt over een ruime leefruimte en keuken. Aansluitend op deze leefruimtes bevindt zich een ruim terras. Het terras bevindt zich aan de achterzijde van het gebouw en heeft een oppervlakte van ca. 55m².
Onder het dak bevinden zich 3 slaapkamers, 2 dressings, 2 badkamers, een technische ruimte en een berging.
De voor- en zijgevels blijven ongewijzigd. In de achtergevel worden grote raampartijen aangebracht.
Het bestaande bouwvolume blijft dan ook ongewijzigd.
De aanvraag omvat tevens het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.
In 2019 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een tuinhuis. Dit tuinhuis zal in de toekomst gebruikt worden als poolhouse.
Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 42,50m².
De raampartijen in de achtergevel van het bijgebouw werden verruimd ten opzichte van de vergunde toestand.
Het zwembad wordt aan de achterzijde van het poolhouse aangelegd waardoor de privacy ten opzichte van de aangrenzenden gerespecteerd blijft.
Het zwembad (inclusief boordstenen) heeft een oppervlakte van 32m² (4m x 8m) en een diepte van 1,58m.
Tot slot wordt vanaf het poolhouse een tuinpad aangelegd naar het zwembad en naar de inrit.
Er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.
Momenteel is een grote hoeveelheid verharding aangebracht in de voortuin, ca. 8m x 15m.
Gezien het aantal appartementen verminderd wordt zijn minder parkeerplaatsen noodzakelijk.
Rekening houdend met de algemeen gehanteerde parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit dienen op eigen terrein minimum 5 parkeerplaatsen aanwezig te zijn.
In het bijgebouw zijn reeds 4 parkeergarages aanwezig. Bijgevolg dient er in de voortuin nog minimum 1 parkeerplaats voor bezoekers behouden te blijven.
Tevens wordt de totale verharding uitgebreid door de plaatsing van het zwembad.
Om de totale verharding te beperken zal als voorwaarde worden opgenomen dat de verharding in de voortuin beperkt dient te worden tot maximum 50%. De ontharde zone dient ingericht te worden met groenaanplanting.
Bodemreliëf
Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat
BESPREKING ADVIEZEN
Op 6 augustus 2021 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 9 augustus 2021 verleende de Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De plaats van de watermeter moet een gemeenschappelijke ruimte zijn en ook na de verbouwing aan de voorschriften voldoen.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Het plaatsen van een energiebocht is voor appartementen niet toegelaten, er moeten aparte wachtbuizen geplaatst worden die ver genoeg van mekaar staan zodat er voldoende ruimte is voor de plaatsing van alle nutsleidingen.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 30 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject en dit na het slopen van de bestaande constructies.
De aanvraag werd op 02/04/2021 ontvangen.
Op 28/04/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 27/05/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 17/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27/06/2021 tot en met 26/07/2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27/06/2021 tot en met 26/07/2021. Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan Proximus
Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep
Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius
Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een verkaveling
Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. Het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de vergunde verkaveling om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject voldoet principieel aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. Als voorwaarde zal bijkomend opgelegd worden dat alle woningen binnen de verkaveling in één of meerdere collectieve omgevingsvergunningsaanvragen aangevraagd moeten worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 17 juni 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. § 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Art. 4.2.15 §1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
Op deze verkavelingsvoorschriften kunnen beperkte afwijkingen worden toegestaan met toepassing van artikel 4.4.1.
Art. 4.2.16 §1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor meer dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
De verkavelingsakte is evenwel niet vereist voor de overdracht en de indeplaatsstelling, vermeld in artikel 4.1.21 en 4.1.22 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, in zoverre alle geldende voorwaarden daartoe zijn vervuld.
§2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Art. 4.2.17 Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen:
Het dossier bevat voldoende gegevens over het bouwrijp maken van de percelen door de sloop van bestaande constructies. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande constructies.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor deze aanvraag. Er werd een aktename gedaan door het Agentschap Onroerend Erfgoed van de ingediende archeologienota ID 18427 met referentie https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18427 op 3 mei 2021. Als voorwaarde bij de omgevingsvergunning zal worden opgelegd dat de bepalingen opgenomen in het Programma van maatregelen horende bij de archeologienota dienen te worden nageleefd.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.
Bomen – te kappen:
Uit het dossier blijkt dat er voorgesteld wordt om 4 bomen te kappen. De bestaande hoogstammige bomen dienen maximaal bewaard te blijven. Alvorens het kappen van de bomen, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een groepswoningbouwproject bekomen te worden.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject en dit na het slopen van de bestaande constructies.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Het toevoegen van 3 loten, waarbij lot 28 en lot 29 voorzien zijn voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning en lot 30 voorzien is voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals aangegeven op het bijgevoegd verkavelingsplan, is ruimtelijk aanvaardbaar. De bouwstrook voor hoofdgebouwen wordt voorzien op 3,50 meter uit de rooilijn, hetgeen aansluit bij de bebouwing op de andere loten aan deze zijde van de straat binnen de goedgekeurde verkaveling. De afstand van de bouwstrook voor hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt minimum 3 meter. In de zijtuinstroken wordt een zone voor gekoppelde bijgebouwen voorzien.
De bijgevoegde verkavelingsvoorschriften stemmen overeen met de reeds goedgekeurde verkavelingsvoorschriften bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 30/07/2019 waardoor de ruimtelijke samenhang tussen de verschillende loten wordt gegarandeerd.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Het advies van 23/06/2021 van De Watergroep is gunstig:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Geen advies
Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies zonder voorwaarden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
2.- Het advies van 18/06/2021 van Proximus is gunstig:
“Netuitbreiding reeds gebeurd met JMS 447553.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
3.- Het advies van 23/06/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig.
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 17.06.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor dit project waarbij netuitbreidingen nodig zijn, zal Fluvius een netstudie starten waaruit een gedetailleerde offerte zal volgen aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer dient de gevraagde tussenkomsten, zoals vermeld in deze offerte, steeds te betalen aan Fluvius vóór het in uitvoering brengen van zijn vergunning.
In deze offerte zullen tevens alle specifieke voorwaarden voor dit project worden opgenomen. Zo dient o.a. een vrije, openbare ruimte ter beschikking te zijn langsheen alle percelen, en dit met een breedte van minstens 1,5 m tegen de rooilijn en indien van toepassing langs beide zijden van de straat, waarin de nutsvoorzieningen aangelegd worden. Zowel bovengronds als ondergronds (tot op een diepte van 1,5 m ten opzichte van het maaiveld) mogen zich geen hindernissen bevinden in deze ruimte. Afhankelijk van de grootte van het project dienen mogelijks een of meerdere ruimte(s) voor een distributiecabine elektriciteit en/of aardgas ter beschikking gesteld te worden aan Fluvius. Voor elektriciteit heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 7,95m x 5,70m. Voor aardgas heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 3,50m x 3,60m. Beide zones moeten rechtstreeks bereikbaar zijn vanop het openbaar domein. De bereikbaarheid, inplanting en bouwkundige voorwaarden dienen besproken te worden met Fluvius, en dit vóór het in uitvoering brengen van de vergunning. Wij dienen van de initiatiefnemer de schriftelijke toelating(en) te ontvangen in verband met de inplanting(en) en de kosteloze overdracht van de nodige grond(en) voor zover deze niet in het openbaar domein wordt voorzien.
Indien de woningen niet 100% verticaal gescheiden zijn moet – omwille van veiligheidsredenen met betrekking tot aardgas - één (of meerdere) gemeenschappelijke tellerlokalen worden voorzien op de gelijkvloerse verdieping die voor alle woonheden beschikbaar zijn, en dit zowel voor de tellers aardgas als elektriciteit
Riolering
Ter hoogte van de verkaveling bevindt er zich momenteel geen openbaar afwateringsstelsel. In afwachting van de aanleg van het rioleringsnet in de straat, dient de bouwheer conform Vlarem II, het huishoudelijk afvalwater eerst aan te sluiten op een septische put voordat het geloosd kan worden in een besterfput. Op het ogenblik dat er riolering in uw straat wordt aangelegd, zal de bouwheer verplicht worden om het afvalwater op deze riolering aan te sluiten. De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.
Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.
De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.
Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.
Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.
Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.
Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van gecertificeerde keurders kan u vinden op www.vlario.be.
Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:
- De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
4.- Het advies van 21/06/2021 van de Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig.
“Gunstig voor de voorgestelde werken, mits nakomen volgende voorwaarde:
Aanplanten van 4 hoogstam loofbomen, één in elke achtertuin van de nieuw te realiseren kavels.
De bomen worden minstens in de maat 18/20 aangeplant en er kan uit volgende soorten gekozen worden:
- Alnus glutinosa,
- Prunus avium,
- Acer campestre,
- Prunus padus,
- Quercus petraea,
- Quercus robur.
Bij bouwen van de woningen zullen ook de nodige maatregelen moeten genomen worden om deze bomen te beschermen tegen schade en afsterven ten gevolge van de werken.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich niet aan bij dit advies. Alvorens de bomen kunnen gekapt worden, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een groepswoningbouwproject bekomen te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.
De aanvraag werd op 6 juli 2021 ontvangen en op 3 augustus 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 6 februari 2017 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van 4 wooneenheden. (2017/00250)
Op 15 juni 2021 werd een gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd. Er werd een vergunning verleend voor het regulariseren van de meergezinswoning en een weigering voor het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein. (2021/00104)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de gevels van de meergezinswoning.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Het hemelwater van het bijgebouw infiltreert op eigen terrein.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Molenweg, een gemeenteweg in de kern van Termolen.
De omgeving wordt gekenmerkt door een gevarieerde bebouwing. In de omgeving komt zowel residentiële bebouwing in open, halfopen en gesloten verband al dan niet gecombineerd met handel, alsook meergezinswoningen voor.
Omschrijving van de aanvraag
Op het perceel bevindt zich een meergezinswoning bestaande uit 4 woonentiteiten.
De bebouwing bestaat visueel uit twee aparte volumes die op de verdieping met elkaar verbonden zijn.
Het linker volume sluit aan tegen de halfopen bebouwing op het linker aangrenzende perceel.
De huidige aanvraag omvat het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als meergezinswoning blijft ongewijzigd en behouden. Bijgevolg is deze dan ook inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het college verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 1,5 parkeerplaatsen per woongelegenheid.
Het ontwerp voorziet de oprichting van een carport voor 4 wagens. In de voortuin worden 3 parkeerplaatsen aangelegd voor bezoekers.
Het aantal voorziene autostaanplaatsen voldoet aan de algemeen gehanteerde norm.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De aanvraag omvat het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.
De carports met tuinberging worden ingeplant op minimum 12,54m achter de achtergevel van het hoofdvolume, op 7m van de rechter perceelgrens en op minimum 3,30m van de achterste perceelgrens.
Het bijgebouw bestaat uit 4 carports en 4 tuinbergingen.
Het houten bijgebouw heeft een aanzienlijke oppervlakte van 96m².
De uitvoering wordt voorzien met een groen dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3m ten opzichte van het maaiveld.
Om de carports te bereiken wordt een inrit voorzien in grasdallen.
De inrit verleent tevens toegang tot 3 parkeerplaatsen in de voortuin. Deze parkeerplaatsen, tevens uitgevoerd in grasdallen, worden evenwijdig met de weg aangelegd. De totale verharding in grasdallen bedraagt ca. 298,50m² (= 261,5m² inrit + 37m² parkings).
Rekening houdend met de aanzienlijke oppervlakte van de inrit werd geopteerd voor grasdallen. Hierdoor wordt toch een groen uiterlijk gecreëerd.
Tevens wordt een klinkerverharding aangelegd naar de carports met tuinberging vanaf de toegangsdeuren van de meergezinswoning. Deze bevinden zich ter hoogte van de doorgang tussen de bouwvolumes. De voorziene klinkerverharding heeft een oppervlakte van 29,37m².
Tot slot omvat de aanvraag het rooien van een den.
Uit het advies van de dienst Facilitair Management blijkt dat de den reeds gerooid werd. Bijgevolg betreft de aanvraag het regulariseren van het rooien van een den.
De overlevingskansen van deze den zouden zeer beperkt zijn na de oprichting van het bijgebouw.
Er kan dan ook akkoord gegaan worden met de regularisatie van het rooien van de den mits voldaan wordt aan de voorwaarden opgelegd in het advies van de dienst Facilitair Management zoals aangehaald onder de titel ‘bespreking adviezen’.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 10 augustus 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“gunstig onder voorwaarden
Gezien de den waarvan sprake in deze aanvraag al gerooid is, en we bijgevolg de waarde en/of de conditie van deze den niet kunnen bepalen, gaan we ervan uit dat het hier om een exemplaar in goede conditie ging.
Er wordt dan ook opgelegd deze reeds gerooide den te vervangen door een streekeigen hoogstam boom. Deze heraanplant gebeurd met een boom in een maat niet kleiner dan 18/20. Volgende soorten komen in aanmerking voor deze heraanplant:
De gemeentelijk omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.
Aan de opgelegde voorwaarde in het advies dient toegevoegd te worden dat de nieuwe boom dient ingeplant te worden in de achtertuin op minimum 2m van de perceelsgrenzen.
De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de vergunning.
Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde:
De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de vergunning.
Volgende soorten komen in aanmerking voor de heraanplant:
Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager maar wenst de voorwaarde rond de lijst met boomsoorten niet op te nemen.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad.
De aanvraag werd op 02/05/2021 ontvangen.
Op 31/05/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 01/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 23/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 03/07/2021 tot en met 01/08/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 03/07/2021 tot en met 01/08/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Departement Landbouw en Visserij
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 11 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 08/09/1964 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.83. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming residentiële woningen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat enkel levende hagen, gesteund door draad of traliewerk met grote mazen, vastgemaakt aan palen in metaal of beton met een maximum van 1,50m hoogte, met eventueel een laag muurtje of een plaat van ten hoogste 0,40m hoogte, toegelaten zijn.
In het ontwerp wordt er enkel een draadafsluiting voorzien in de achtertuin.
In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de dakhelling tussen 25° en 50° dient te bedragen.
In het ontwerp worden er dakkapellen voorzien met een dakhelling van 20° of minder.
In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de maximale kroonlijsthoogte 6m mag bedragen ten opzichte van het grondpeil.
In het ontwerp wordt een maximale kroonlijsthoogte van 6,60m voorzien ten opzichte van het grondpeil.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 133,72m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 27/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 23-06-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 132A103, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften:
Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het is uiterst belangrijk dat de aanvrager na het verkrijgen van de bouwvergunning zo snel mogelijk zijn aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aanvraagt gezien de beperkte diepte waarop deze in de straat ligt. De putjes worden geplaatst op een afstand van 60 cm van elkaar, met een diameter voor regenwater van 160 mm en voor afvalwater van 125 mm. De effectieve plaats en diepte van de huisaansluiting is pas gekend na plaatsing van de aansluitputjes door Fluvius. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle aanpassingen die de bouwheer moet doen om aan te sluiten, indien niet voldaan aan deze voorwaarden, zijn uitsluitend ten laste van de bouwheer. Het aanvraag kan gebeuren op www.fluvius.be.
Het openbaar rioleringsstelsel voor uw perceel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie. Een sterfput mag hier nooit geplaatst worden.
Volgens de GSV hemelwater moet de inhoud van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening verplicht op het rioleringsplan vermeld staan.
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag is gelegen langsheen de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal, de overloop en de zolder.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 08/09/1964 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad, waarbij er beperkte afwijkingen ten opzichte van de verkavelingsvoorschriften worden voorzien. Deze beperkte afwijkingen zijn niet van toepassing op de bestemming, het aantal bouwlagen en/of de vloerterreinindex.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning waarbij er een zwembad wordt voorzien is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving ruimtelijk inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen op de inrit en 1 inpandige garage die vooraan in de woning wordt voorzien voor 1 woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande woning en het aanleggen van een zwembad.
De woning wordt ingeplant op 6m van de rooilijn en op minstens 3m van de zijdelingse perceelgrenzen. De woning wordt opgericht met 2 bouwlagen waarvan de maximale kroonlijsthoogte 6,60m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De woning wordt voorzien van een hellend dak met een hellingsgraad van 40° waardoor de nokhoogte 10,99m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 17m. Voor het verdiepingsniveau wordt een maximale bouwdiepte voorzien van 10,60m. Aan de voor- en achtergevel worden er dakkappelen voorzien met een dakhelling van 20°. In de woning wordt er ook een inpandige garage ingericht die bereikbaar is via de voorgevel.
Zowel voor de dakhelling van de dakkappellen als voor de kroonlijsthoogte van de woning geldt een afwijking van de geldende verkavelingsvoorschriften. Aangezien deze niet de bestemming, de vloerterreinindex of het aantal bouwlagen verandert ten opzichte van de geldende verkavelingsvoorschriften worden deze afwijkingen slechts als “beperkte afwijkingen” beschouwd die geen afbreuk doen aan het huidige straatbeeld en dus ook niet dusdanig hard verschillen van de geldende verkavelingsvoorschriften. Hierdoor kan de woning zoals aangevraagd aanvaard worden op deze locatie.
Verder wordt er in de achtertuin nog een zwembad voorzien met een zwembadboord. De oppervlakte hiervan bedraagt ±42m². Samen met het terras en de paden die in de zijtuinen worden voorzien zal de maximum toegelaten oppervlakte van 80m² aan niet-overdekte constructies die, volgens het vrijstellingsbesluit, vrijgesteld is van vergunning, overschreden worden. Gezien de verkavelingsvoorschriften zich niet uitspreken over de toegelaten oppervlakte aan niet-overdekte constructies (waaronder zwembaden/verhardingen) is een oppervlakte groter dan 80m² vergunningsplichtig. Het perceel bevindt zich echter binnen een (deels) zonevreemde verkaveling, met als onderliggende bestemming agrarisch gebied. Door de zonevreemdheid zijn bijkomende verhardingen (t.o.v. de vrijgestelde 80m²) niet vergunbaar.
Hierdoor kunnen de verhardingen(inclusief het zwembad), die weergegeven worden binnen deze aanvraag niet aanvaard worden. Indien men toch verhardingen(inclusief een zwembad) wenst te voorzien in de zij- en achtertuin, dienen deze te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit en dient hiervoor bijgevolg geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het totaal aan niet-overdekte constructies kan nooit groter worden voorzien dan 80m² op het perceel van de aanvraag.
Vooraan de woning wordt er een inrit aangelegd met een breedte van 4m over de lengte van 6m. Vanuit deze inrit vertrekt er ook nog een pad richting de voordeur. Beide vallen onder de strikt noodzakelijke (en dus vrijgestelde) toegangen tot de woning. Deze verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers en hebben een oppervlakte van ±30m². Binnen de gemeente Zonhoven is er de norm dat debreedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 3m mag bedragen en dat deze hierna wel breder mag voorzien worden ermee rekening houdend dat de voortuin voldoende groen bevat. De gevraagde inrit kan dus voorzien worden op voorwaarde dat de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn beperkt wordt tot 3m.
De overige zones op het terrein dienen groen aangeplant te worden, met uitzondering van de max. 80m² verharding (incl. zwembad) in de zij- en achtertuin die wordt toegelaten volgens art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit. Langsheen de perceelgrenzen wordt ook een draadafsluiting voorzien. Aangezien de verkaveling ouder is dan 15 jaar kan er voldaan worden aan het vrijstellingsbesluit voor wat betreft het plaatsen van omheiningen. Dergelijke afsluiting kan dus aanvaard worden zolang er voldaan wordt aan art. 2.1 punten 5°, 6° en 7°.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn beperkt wordt tot 3m.
Buiten de inrit tot aan de woning en het pad naar de voordeur zijn de voorziene niet-overdekte constructies (verhardingen en zwembad) niet aanvaardbaar.
BESPREKING ADVIEZEN
“Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een voorwaardelijk gunstig advies bij.
De aanvraag omvat het oprichten van een eengezinswoning en aanleg van een zwembad. De aanvraag heeft geen betrekking op professionele agrarische noch para-agrarische activiteiten.
Het betreffende perceel is volgens het gewestplan gelegen binnen agrarisch gebied. In de nota wordt vermeld dat het perceel is gelegen in een verkaveling van 8 september 1964 met als gemeentelijk dossiernr. 7204.V.83. Voor verkavelingen daterend vóór 22 december 1970 bestaat het vermoeden van verval, volgens art. 7.5.4 VCRO.
Het departement Landbouw en Visserij benadrukt dat residentiële woningbouw principieel in strijd is met de agrarische gebiedsbestemming. Van deze bestemmingsvoorschriften kan enkel worden afgeweken indien de verkavelingsvergunning voor dit onbebouwd gedeelte van de verkaveling niet is komen te vervallen.
Met betrekking tot de afwijking op de kroonlijsthoogte stelt het departement zich de vraag of dit in een straat met woningen gekenmerkt met anderhalve bouwlaag ruimtelijk inpasbaar is, gezien het bouwvolume van de nieuw te bouwen woning hierdoor volgens de dossierstukken circa 1.216m³ bedraagt, terwijl bij bestaande zonevreemde woningen dit bouwvolume decretaal wordt beperkt tot maximaal 1.000m³.
De aangevraagde nieuwbouw wordt opgericht tussen reeds twee bestaande residentiële woningen. De bouwkavel wordt volledig omringd door tuinzones. Op basis van de beschikbare landbouwgegevens is het terrein niet in landbouwgebruik.
Gelet op de ruimtelijke ligging en het omliggende bebouwing ontstaat er geen bijkomend nadeel voor de lokale landbouwstructuur en kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij enkel een gunstig advies worden verleend onder voorwaarde:
- Dat de verkavelingsvergunning voor dit onbebouwd perceel niet is vervallen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in deze omgevingsvergunning.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het bouwen van de eengezinswoning.
De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het aanleggen van het zwembad en het aanleggen van de verhardingen in de zijtuinen en achtertuin (terras). Deze verhardingen (inclusief zwembad) zijn, zoals aangevraagd, niet vergunbaar. Eventuele niet-overdekte constructies (verhardingen, zwembad) op het perceel dienen te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit aangezien de ligging binnen een zonevreemde verkaveling.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de draadafsluiting langsheen de perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier:
Riolering
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de draadafsluiting langsheen de perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het aanleggen van het zwembad en het aanleggen van de verhardingen in de zijtuinen en achtertuin (terras), zoals weergegeven op de/het ingediende plannen. Eventuele niet-overdekte constructies (verhardingen, zwembad) op het perceel dienen te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit aangezien de ligging binnen een zonevreemde verkaveling.
Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een eengezinswoning, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
Riolering
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college neemt kennis van het verslag van de marktcommissie
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de marktcommissie dd. 16.09.2021.
Nota van de dienst
Er wordt één circus per jaar toegelaten in Zonhoven. Circus Vegas diende de aanvraag in op 25.02.2019. We hebben nog een tweede aanvraag ontvangen van Pacific circus op datum van 16 april 2019.
Het circus kan geplaatst worden op de terreinen van vzw De Waerde.
Ingevolge het koninklijk besluit van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstellingen vragen wij volgende documenten aan ons over te maken:
een kopie van het contract met een erkende dierenarts
een kopie van het meldingsformulier voor de dieren die niet voorkomen op lijst A
een afschrift van de combinatiepolis
een afschrift van de inschrijving in de in de kruispuntbank van de ondernemingen
een technisch beschrijving van de installaties (verblijven van de dieren, tent enz.)
een beschrijving van de voorstelling
het schema van de tournee en de naam van de contactpersoon
er wordt een borgsom van 250 euro (terrein) betaald bij de financieel beheerder
en een som van 350 euro voor de standpijp van het water
De elektriciteit wordt afgenomen bij vzw De Waerde.
De voorschriften van de dienst Wegen en Verkeer betreffende de reclamepanelen worden nageleefd.
De reclamepanelen dienen ten laatste de dag na de laatste voorstelling opgeruimd te worden en het terrein dient terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht te worden.
Het college van burgemeester en schepenen besluit een speelvergunning af te leveren aan circus Vegas, p.a. Samuel Prein, Boite Postals 30, 1040 Evere-Haecht voor de periode 28/09/2021 tot en met 22/10/2021 mits het naleven van volgende voorwaarden:
Het circus kan geplaatst worden op de terreinen van vzw De Waerde mits het naleven van volgende voorwaarden:
Ingevolge het koninklijk besluit van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstelling vragen wij volgende documenten aan ons over te maken:
een kopie van het contract met een erkende dierenarts
een kopie van het meldingsformulier voor de dieren die niet voorkomen op lijst A
een afschrift van de combinatiepolis
een afschrift van de inschrijving in de in de kruispuntbank van de ondernemingen
een technisch beschrijving van de installaties (verblijven van de dieren, tent enz.)
een beschrijving van de voorstelling
het schema van de tournee en de naam van de contactpersoon
Er wordt een borgsom betaald aan vzw De Waerde
De elektriciteit wordt afgenomen bij vzw De Waerde.
De voorschriften van de dienst Wegen en Verkeer betreffende de reclamepanelen worden nageleefd.
De reclamepanelen dienen ten laatste de dag na de laatste voorstelling opgeruimd te worden en het terrein dient terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht te worden.
Het studiebureau Multis heeft bekeken welk type verwarming in aanmerking komt voor het gemeentehuis, rekening houdend met de CO2 reductie die we moeten realiseren, fossielvrije gemeentelijke gebouwen, future proof bouwen, ...
In het kader van het burgemeesterconvenant dienen we tegen 2030 een CO2 reductie van 50% voor ons eigen patrimonium te behalen.
Voor SURE2050 (Europa) dienen al onze gemeentelijke gebouwen tegen 2050 volledig fossiel vrij te zijn.
Dit resulteert in het gebruik van een warmtepomp voor verwarming en koeling via een klimaatplafond in het ganse gemeentehuis en een ventilatiesysteem type D.
In bijlage zijn de opties volledig uitgewerkt met de voor- en nadelen.
De basisoptie is de beste optie. Dit is een geothermische water / water warmtepomp gekoppeld met bodemenergie.
Een geothermische warmtepomp zorgt voor het hoogst haalbare rendement voor zowel warmtepopwekking als koudeopwekking. Door de stabiele brontemperatuur van de bodem heeft de buitentemperatuur zéér weinig invloed op het rendement van de warmtepomp.
Doordat het een water/water warmtepomp is, zorgt dit niet voor geluidshinder.
raming: +- € 815 000
Bij optie 1 stelt men een lucht / water warmtepomp voor. Doordat de warmtepomp afhankelijk is van buitenlucht, dient deze groter gedimensioneerd te worden om dezelfde vermogens bij de dezelfde buitencondities te kunnen genereren en heeft bijgevolg ook een lager rendement. Ook moet deze warmtepomp op het dak gemonteerd worden, wat een geluid producerende unit tot gevolg heeft, waardoor we extra geluidsdemping nodig gaan hebben.
Doordat hier zowel de warmtepomp als de ventilatie unit op het dak komen, is er hier minder plaats voor zonnepanelen.
raming: +- € 735 000
Optie 2 is de minderwaardige variant met condenserende gasketels. Aangezien dit niet fossielvrij is, is dit geen optie meer.
raming: +- € 740 000
In de begroting die op tafel ligt is rekening gehouden met de volgende cijfers:
| excl. BTW | incl. BTW | ||
| dakrenovatie | € 132.000,00 | € 159.720,00 | |
| zonnepanelen | € 100.000,00 | € 121.000,00 | |
| HVAC | € 815.000,00 | € 986.150,00 | |
| sanitair | € 95.000,00 | € 114.950,00 | |
| elektriciteit (incl. verlichting en branddetectie) | € 136.363,64 | € 165.000,00 |
Momenteel zijn er veel te veel sanitaire ruimtes in het gemeentehuis. Deze zijn niet nodig om allemaal te vervangen.
Als we de berekening doen van de maximale bezetting per verdieping, komen we per verdieping toe met 3 damestoiletten, 3 herentoiletten (of 2 toiletten en 1urinoir) en 1 anders valide toilet.
In bijlage dan ook het voorstel om de toiletten in het inkomsas drastisch te verminderen (wordt bijna enkel gebruikt door bezoekers en bij evenementen), de toiletten aan de dienst ruimte verder uit te werken met een anders valide toilet, de toiletten op de verdieping langs de keuken verder uit te werken met een anders valide toilet en de toiletten aan de lift en de toiletten op het einde van de gang aan contractmanagement te schrappen.
Dit gaat het budget voor het sanitair ten goede komen.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de basisoptie met geothermische warmtepomp verder uit te werken voor de HVAC van het gemeentehuis.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de sanitaire ruimtes van het gemeentehuis te verminderen naar het noodzakelijke aantal.
Melding 21M20371 via ons meldingensysteem.
De eigenares van Buitenhof nr.73 vraagt of zij de elektriciteitskast op het openbaar domein voor haar woning ook mag (laten) verfraaien. Zij heeft vernomen dat wij bezig zijn met 'Tour Elektric' en vroeg zich af of het mogelijk was dat zij dit ook mochten.
De elektriciteitskast staat op het openbaar domein.
De eigenaar Fluvius vraagt een voorafgaand akkoord van de gemeente Zonhoven. Er is echter ook toestemming nodig van de eigenaar van de kast.
De eigenaar kan, bovenop eventuele voorwaarden van het college van burgemeester en schepenen, nog bijkomende voorwaarden opleggen.
Volgende voorwaarden willen we stellen:
- De gemeente Zonhoven staat niet in voor de kosten van de verfraaiing, noch voor de eventuele onmiddellijke of latere verwijdering of aanpassingen ervan.
- de aanvrager moet op voorhand het ontwerp laten goedkeuren door de gemeente
- de aanvrager dient de nodige signalisatie te voorzien tijdens de werken
- de aanvrager dient de gemeente minstens 10 dagen op voorhand te laten weten wanneer de werken worden uitgevoerd
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de aanvraag van een burger om verfraaiingswerken aan 1 elektriciteitskast ter hoogte van Buitenhof 73 uit te voeren.
Tijdens de uitvoering van de werken kwamen een aantal onvoorziene zaken aan het licht (stabiliteit gevelpanelen, onderschatte hoeveelheid betonrot, opbouw bestaande balk boven de garagepoorten,...) maar werden ook een aantal verbeteringen en kwalitatievere oplossingen voorgesteld (positie ramen, groter dikteverschil verspringing gevelvlak, vereenvoudigde uitsprong ter hoogte van de raadzaal, verbeterde isolatie,...).
De prijsconsequenties voor deze aanpassingen werden samen met de architect onderhandeld met de aannemers en hebben geleid tot bijgevoegd "financieel overzicht". Het totale bedrag van de verrekeningen die hierin staan opgelijst en beschreven (minprijzen staan tussen haakjes) bedraagt € 77.068,65 exclusief btw (€ 24.683,04 voor lot 1 en € 52.385,61 voor lot 2).
Deze verrekeningen zijn aanvullende werken dewelke conform artikel 38/4 KB Uitvoering zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor deze opdracht kunnen worden doorgevoerd, mits in acht name dat deze niet hoger zijn dan vijftien procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht, dewelke in casu niet overschreden wordt.
Nota van de dienst:
- verrekening 1.2.11.1 en 1.2.11.2: werden reeds goedgekeurd in de zitting van 31 augustus 2021;
- verrekening 1.3.5: meerkosten die te wijten zijn aan fasering, planning en uitvoeringsmethode kunnen niet aan het bestuur worden doorgerekend;
- verrekening 2.1.1: kosten voor arbeidsmiddelen - werken op hoogte / steigers zitten vervat in de aanneming als PM en kunnen geen aanleiding geven tot verrekeningen;
-verrekening 2.1.5: de bestaande gevels met al hun in- en uitsprongen waren gekend bij de start van de procedure. Deze meerprijs lijkt ons niet gepast.
verrekening 2.1.8.2: Een snelle meting van de lengte van de verspringingen tussen donkere en witte gevelvlakken resulteert in een lengte van ongeveer 105 lopende meter. Met de meerdikte van 3 cm (5 cm oversteek in plaats van 2 cm) geeft dat 105 m x 0,03 m = 3,15 m2. De aannemer dient voor deze verrekening een detailopgave te maken.
Voor de bevestiging van de buitensirene van het inbraakalarm werd door de aannemer een verrekeningsvoorstel verstuurd per mail op 14 september voor het plaatsen van vier bevestigingsblokken voor een totaalbedrag van € 140,00 exclusief btw of € 169,40 inclusief btw. Hoewel niet gelabeld benoemen we deze verrekening als 2.1.14.
De dienst adviseert om de verrekeningen in bijgaand document goed te keuren met uitzondering van verrekeningen 1.2.11 en 1.2.12 (reeds goedgekeurd), verrekeningen 1.3.5, 2.1.1, 2.1.5 en 2.1.8.2.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 12 september 2017 houdende gunning van de ontwerpopdracht voor de opdracht “Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis” aan SFAR Architectenbureau bvba, Lange Schouwenstraat 31C te 3520 Zonhoven.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 24 juni 2019 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en plaatsingsprocedure voor de opdracht "Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - lot 1"
Het bestek voor deze opdracht opgesteld door de ontwerper, SFAR Architectenbureau bvba.
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 24 maart 2020 opgesteld door SFAR Architectenbureau bvba.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 31 maart 2020 houdende gunning van de opdracht aan de economisch meest voordelige regelmatige bieders. Zijnde voor lot 1: Moors nv, Europark 1041 te 3530 Houthalen-Helchteren tegen de som van € 657.552,15 exclusief btw of € 795.638,10 inclusief btw (inclusief verbouwingswerken van de garage, de technische ruimte en de stalen trap) en voor lot 2: Marc Indestege bvba, KMO-zone Molenheide 4061 te 3520 Zonhoven, tegen de som van € 311.155,67 exclusief btw of € 376.498,36 inclusief btw (inclusief de extra coating Stocolor Lotusan G).
De goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen van 31 augustus 2021 betreffende de wijziging van de materialen voor de buitenverharding voor een meerprijs van € 6.450,00 exclusief btw of € 7.804,50 inclusief btw.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de verrekeningen beschreven in het document "financieel overzicht", opgesteld door de ontwerper, SFAR Architectenbureau bvba, op 26 augustus 2021 goed met uitzondering van verrekeningen 1.2.11.1, 1.2.11.2, 1.3.5, 2.1.1, 2.1.5 en 2.1.8.2 voor een totaalbedrag van € 51.098,65 exclusief btw (€ 14.933,04 voor lot 1 en € 36.165,61 voor lot 2) of € 61.829,37 inclusief btw (€ 18.068,98 voor lot 1 en € 43.760,39 voor lot 2).
Voor de verrekening 2.1.8.2 wordt de aannemer gevraagd een detailberekening voor te leggen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de verrekening beschreven in de mail van 14 september 2021 (leveren en plaatsen van vier bevestigingsblokken, hierna genoemd verrekening 2.1.14) goed voor een bedrag van € 140,00 exclusief btw of € 169,40 inclusief btw.
De werken van Ter Heide dienen om de parkings en dienstwegen beter toegankelijk te maken voor zowel leveranciers, personenwagens als mindervaliden. De dienstwegen zijn op sommige plaatsten in zeer slechte staat en de opritten voor de parkings zijn te smal.
De dienst Civiele Werken ondersteunt Ter Heide in het verwijderen van asfalt en puin en in het voorbereiden van de heraanleg, die door Ter Heide zelf wordt uitgevoerd.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om vanuit de dienst Civiele Werken logistieke ondersteuning te verlenen aan zorgcentrum Ter Heide volgens voorgelegde kostenraming.
Regionaal Landschap Lage Kempen (RLLK) zou graag het project 'Vlonderpiëke' indienen binnen de projectoproep Publieke Ruimte 2021. Indien we geselecteerd worden is er is helaas geen geld aan verbonden maar wel een mooie eervolle vermelding in het tijdschrift Publieke Ruimte.
RLLK heeft nodige gedaan om dossier klaar te maken voor indiening (als bijlage). En aangezien wij bouwheer/opdrachtgever zijn hebben ze onze toestemming nodig om dit te mogen indienen.
Het college van burgemeester en schepenen geeft Regionaal Landschap Lage Kempen toestemming om het dossier in te dienen in kader van de projectoproep Publieke Ruimte 2021
Op dit moment wordt het afscheid van een collega, die op pensioen gaat, op eigen wijze gevierd per gebouw/dienst/afdeling. Hierdoor zijn er historisch gezien toch wel wat verschillen ontstaan:
Om toch op gepaste wijze onze collega's, die op het punt staan om te genieten van hun welverdiend pensioen, uit te zwaaien, is het idee ontstaan om de viering toch wat meer te stroomlijnen.
Via een werkgroep met medewerkers van een aantal verschillende diensten is dit onderwerp besproken en daaruit is volgend voorstel ontstaan, dat ook aan de leden van het managementteam is voorgelegd.
Uitgangspunt:
Wat is die "gepaste" wijze om een collega uit te zwaaien?
Het is de bedoeling om een kleine receptie te organiseren in een gebouw van het gemeentebestuur, bekostigd door de werkgever.
De viering vindt plaats in 1 van de volgende 3 groepen (afhankelijk van tot welke groep de medewerker behoort)
Op deze manier is de collega omringd door de mensen met wie hij het meest samenwerkt.
De collega's zijn op deze manier ook op de hoogte van de viering (en het nakend pensioen) van de betrokken collega.
Een aantal praktische afspraken:
Gemiste pensioenvieringen door corona:
Wat wordt er georganiseerd voor de personen die hun viering misgelopen zijn door corona?
Het voorstel vanuit de werkgroep is om met de nieuwe regeling te starten op 01/01/2022.
De personen die niet gevierd zijn in 2020 en 2021 worden op het etentje van de jubilarissen met het college van burgemeester en schepenen uitgenodigd.
Volgende data worden voorgesteld voor de etentjes. De groep van jubilarissen en gepensioneerden is te groot, vandaar de opsplitsing per jaar (de lijsten zijn in bijlage terug te vinden):
Het college van burgemeester en schepenen keurt het nieuw voorstel voor het vieren van personeelsleden die met pensioen gaan goed. Dit voorstel is aanvullend op het etentje (met partner) tijdens de viering van de jubilarissen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat op donderdag 18 november en donderdag 2 december de viering voor de jubilarissen en gepensioneerden van respectievelijk 2020 en 2021 wordt georganiseerd.
FEESTDAGEN 2022
Maandag 18 april 2022 Paasmaandag
Donderdag 26 mei 2022 O.H. Hemelvaart
Maandag 6 juni 2022 Pinkstermaandag
Maandag 11 juli 2022 Vlaamse Feestdag*
Donderdag 21 juli 2022 Nationale Feestdag
Maandag 15 augustus 2022 O.L.V. Hemelvaart
Dinsdag 1 november 2022 Allerheiligen
Woensdag 2 november 2022 Allerzielen*
Vrijdag 11 november 2022 Wapenstilstand 1918
Dinsdag 15 november 2022 Koningsdag*
Maandag 26 december 2022 2de Kerstdag*
* Geen verletdag voor het personeelslid zoals bedoeld in RPR artikel 1, 5° (verzorgende in dienst na 2014)
COMPENSATIEDAGEN = feestdagen die in het weekend vallen, deze worden bij het verlof geteld.
Zaterdag 1 januari 2022 Nieuwjaar
Zondag 1 mei 2022 Feest van de Arbeid
Zondag 25 december 2022 Kerstmis
Ook hier wordt de tewerkstellingsbreuk op toegepast.
KERMISDAGEN
Voor voltijdse tewerkstelling: 1 ganse dag (maandag)
Voor andere tewerkstellingen wordt dit berekend a rato van de tewerkstellingsbreuk.
BRUGDAGEN
Vrijdag 27 mei 2022
Vrijdag 22 juli 2022
Maandag 31 oktober 2022
De gemeentelijke diensten die regelmatige uurroosters werken van maandag tot vrijdag zijn gesloten op deze brugdagen. Uitzondering hierop is de dienst gezinszorg.
Voor de helft van de te presteren uren op de brugdagen is elk personeelslid verplicht verlofuren op te nemen voor de andere helft krijgt men dienstvrijstelling.
De datum van de jaarlijkse Uitdag voor het personeel wordt later gecommuniceerd.
Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de voornoemde verletdagen, kermis-, compensatie-, brugdagen en dienstvrijstellingen voor 2022.