Terug
Gepubliceerd op 06/10/2021

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 28/09/2021 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2021_CBS_01037 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2021_CBS_01037 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2021_CBS_01037 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 21 september goedgekeurd.

2.

2021_CBS_01038 - Uitnodigingen - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2021_CBS_01038 - Uitnodigingen - Kennisneming

2021_CBS_01038 - Uitnodigingen - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Uitnodiging

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Wie: Voka Limburg

Wat: ledenbijeenkomst Ondernemersclub Zonhoven

Waar: ten huize JBC

Wanneer: donderdag 14 oktober 2021

Aanwezig: schepen Frank Vandebeek en schepen Johan Schraepen

3.

2021_CBS_01041 - Baseball Sunville Tigers: toekomstvisie infrastructuur en vragen aan de gemeente - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2021_CBS_01041 - Baseball Sunville Tigers: toekomstvisie infrastructuur en vragen aan de gemeente - Goedkeuring

2021_CBS_01041 - Baseball Sunville Tigers: toekomstvisie infrastructuur en vragen aan de gemeente - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In een overzichtsdocument bezorgde de club ons hun toekomstvisie op vlak van infrastructuur en de bijhorende vragen aan het gemeentebestuur (zie nota in bijlage). De vragen en mogelijkheden werden in een overleg ter plaatse besproken en worden hieronder kort opgesomd. 

Verplaatsing omheining en draaipoortje

Er bevindt zich nog een draadafsluiting met poortje tussen het voetbal- en baseball plein dat verhindert dat minder mobielen vanaf de parking ook vlot naar de andere terreinen kunnen gaan (zie foto's in bijlage). Vraag is om het poortje en de draad te verplaatsen zodat de doorgang voor iedereen mogelijk wordt.

Dit is slechts een kleine ingreep die in eigen beheer aangepast kan worden en de toegankelijkheid voor bezoekers vanop de parking van de Kleebergweg verhoogt. 

Vernieuwing batting cage (met verlichting)

De huidige kooi is tot op de draad versleten en niet meer veilig (zie foto's in bijlage). De club wil een volledige nieuwe kooi met verlichting plaatsen zodat deze terug conform de vereisten is en veilig is voor alle gebruikers. Raming van de kostprijs bedraagt 8000 euro aan materialen en de club plaatst en werkt alles zelf af. Hiervoor stellen wij voor om binnen de bestaande budgetten van de sportdienst voor vernieuwing van sportinfrastructuur een tussenkomst te voorzien van 50%. 

Clubhuis: nood aan een nieuw gebouw en nieuwe locatie?

De situatie van het clubhuis is nu onvergund maar wordt gedoogd. Er kunnen kleine aanpassings- of verfraaiingswerken gebeuren om het gebouw bruikbaar te houden, maar het gemeentebestuur kan geen vergunning afleveren voor een nieuw gebouw of een uitbreiding aangezien de terreinen deels in natuurgebied liggen. 

Er wordt gevraagd naar de stand van zaken in het RUP - en de mogelijkheden om op middellange termijn eventueel een nieuw clubhuis te kunnen bouwen. De club wordt geïnformeerd over het feit dat er geen plannen zijn om dit RUP uit te voeren; en er op middellange termijn voorlopig geen andere mogelijkheden zijn voor een nieuw clubhuis. 

Verhogen van de omheining

De huidige omheining is op verschillende plaatsen stuk en aan vervanging toe. Op sommige plaatsen is deze nog geen 2 meter hoog waardoor dit soms een gevaar vormt voor spelers bij het vangen van een bal, maar ook voor nietsvermoedende voorbijgangers. Om het onderhoud te vergemakkelijken kan er bij vervanging best een boord onderaan voorzien worden of een "buffer" in ander materiaal zodat dit het maaien vergemakkelijkt. Dit voorstel zal met de groendienst besproken worden en bij vervanging van de omheining kan best rekening gehouden worden met deze opmerkingen.

Voor de overige punten (sproei installatie, scoordershokjes, dugouts, scorebord, veldverlichting) zal de club zelf zoveel mogelijk oplossingen zoeken. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de jaarlijkse onderhoudssubsidies voor de terreinen en van de werkingssubsidies die de club ontvangt van het gemeentebestuur. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met het verplaatsen van de omheining tussen het voetbalplein en baseball veld in eigen beheer.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om bij te dragen in de kosten voor de vernieuwing van de batting cage. De kosten worden geraamd op 8 000 euro en het gemeentebestuur zal voor maximum 50% van de effectieve kosten (na voorlegging van facturen) tussenkomen via een toelage aan de club met een maximumbedrag van 4000 euro. De werken gebeuren door en onder verantwoordelijkheid van de club. 

4.

2021_CBS_01040 - Turnkring Olympia Zonhoven - Bouw turn-/trampolinehal - Voorontwerp - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2021_CBS_01040 - Turnkring Olympia Zonhoven - Bouw turn-/trampolinehal - Voorontwerp - Kennisneming

2021_CBS_01040 - Turnkring Olympia Zonhoven - Bouw turn-/trampolinehal - Voorontwerp - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Voorafgaand kader

De gemeente Zonhoven zal, samen met 3 sportverenigingen, op sportsite 'de Basvelden' investeringen doen op vlak van sportinfrastructuur. Investeringen die een bovenlokaal karakter hebben en passen binnen de subsidieoproep van de Vlaamse overheid: padelterreinen, een voetbalcomplex voor de lokale (gefusioneerde) voetbalclub en een trampolinehal met multifunctionele ruimtes. Bedoeling van deze investeringen is dat ze mekaar en de reeds aanwezige sportinfrastructuren op de unieke site versterken.

Het samenwerkingsproject met Turnkring Olympia voor de bouw van een turn-/trampolinehal is één van deze projecten. Turnkring Olympia is binnen de gemeente Zonhoven met zijn 650 leden één van de grootste sportclubs. Ook binnen Vlaanderen staat zij op basis van haar ledenaantal en prestaties binnen de top 25 op een totaal van meer dan 300 gymclubs.

Om zowel recreatieve- als topsportturners kwalitatief, maar ook veilig te laten turnen zijn permanente aanloopstroken, olympische trampolines, een valkuil, een voldoende vrije hoogte (trampoline: 10m) en videoanalyse een must. Een nieuwe trampolinehal geeft onrechtstreeks ook een bijkomend positief gevolg: doordat de turnkring haar activiteiten terugplooit tot één (nieuwbouw) locatie, zijn er meer vrije uren voor de turnkring en komen er binnen de gemeente 53 uren vrij voor andere zaalsporters/clubs. Hierdoor kan het gemeentebestuur eveneens inspelen op het huidige gebrek aan infrastructuur voor de overige zaalsporten. Bovendien kan de sterk verouderde sporthal ‘Windekind’ in dat geval worden afgestoten.

Stand van zaken - voorontwerp

Het gemeentebestuur heeft vzw Turnkring Olympia op administratief vlak ondersteund met het doorlopen van een overheidsopdracht voor de eerste stap in het bouwproject, nl. de aanstelling van een ontwerper-architect. Na het doorlopen van een mededingingsprocedure met onderhandeling werd ingenieurs- en architectenbureau ESSA in zitting van het CBS van 25 mei jl. aangesteld om de turnkring en het gemeentebestuur hierin te begeleiden. 

Van begin juni t/m augustus kwam een werkgroep (ESSA, een afvaardiging van TK Olympia en een afvaardiging van het gemeentebestuur) meerdere malen samen. Op basis van de gesprekken werd -rekening houdend met de financiële contouren, het programma van eisen, de specifieke omgeving van site de Basvelden- gekomen tot een voorontwerp. Dit voorontwerp werd inmiddels ook afgetoetst bij de eigen dienst Ruimtelijke ordening. 

Het college van burgemeester en schepenen wordt nu gevraagd kennis te nemen van het voorontwerp en de bijhorende nota. Ook het pre-advies van toegankelijkheidsbureau Inter werd aangevraagd en toegevoegd.

Bij principieel akkoord kan architectenbureau ESSA de volgende stappen zetten (gunning archeologienota en grondonderzoek met het oog op het indienen van de aanvraag tot omgevingsvergunning).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorontwerp en de bijbehorende nota van architectenbureau ESSA mbt. de bouw van een turn-/trampolinehal van Turnkring Olympia op sportsite de Basvelden. 

5.

2021_CBS_01039 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2021_CBS_01039 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2021_CBS_01039 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 42.249,88.

6.

2021_CBS_01051 - Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen 2021-2025 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2021_CBS_01051 - Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen 2021-2025 - Kennisneming

2021_CBS_01051 - Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen 2021-2025 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

VERKEERSVEILIGHEIDSPLAN VLAANDEREN 2021-2025

Het verkeersveiligheidsplan Vlaanderen is een vijfjaarlijks actieplan dat richting geeft aan het Vlaamse verkeersveiligheidsbeleid. Het meest recente verkeersveiligheidsplan van de Vlaamse overheid dateert van juli 2021. In dat plan staat de actieve weggebruiker centraal. De verkeersveiligheidscijfers bij die doelgroep evolueren minder goed. Daarom worden voetgangers en fietsers voorop geplaatst.

Het nieuwe plan moet helpen om het aantal verkeersdoden opnieuw te doen dalen. Uiteraard is er oog voor de andere vervoerswijzen en voor domeinen die een problematische rol blijven spelen, zoals rijden onder invloed, overdreven en/of onaangepaste snelheid en afleiding.

Het verkeersveiligheidsplan bestaat uit volgende grote onderdelen:

1. MIA, een nieuwe aanpak

Om de verkeersveiligheidscijfers op het juiste spoor te krijgen, wordt gekozen voor een nieuwe bestuurlijke aanpak: MIA. MIA staat voor Mobiliteit Innovatief Aanpakken en focust op eenvoud, versnelde output, inspraak en bottom-up benadering. De kernwoorden zijn samen, sneller en alert. Dit innovatieve denkproces heeft geleid tot een nieuwe governancestructuur en een nieuwe procesaanpak voor de realisatie van het verkeersveiligheidsplan, die uiteindelijk resulteerde in de ‘Alliantie Veilig Onderweg’.

2. Doelstellingen

Streefcijfers

In dit verkeersveiligheidsplan Vlaanderen wordt met 6 streefcijfers gewerkt:

  • aantal verkeersdoden
  • aantal zwaargewonden
  • aantal letselongevallen
  • aantal dode en zwaargewonde voetgangers
  • aantal dode en zwaargewonde fietsers
  • aantal doden en zwaargewonden bij ongevallen met jonge autobestuurders

Drie van deze streefcijfers zijn nieuw: aantal dode en zwaargewonde voetgangers, aantal dode en zwaargewonde fietsers en aantal doden en zwaargewonden bij ongevallen met jonge autobestuurders. De 2 nieuwe streefcijfers voor de voetgangers en fietsers sluiten aan op de promotie van duurzame vervoersmodi en het STOP-principe, met specifieke aandacht voor de stappers en trappers.

Voor deze 6 streefcijfers wordt gestreefd naar een reductiepercentage van -25% tegen 2025 en van -50% tegen 2030, met 2019 als referentiejaar. In 2040 mogen er geen voetgangers- en fietsdoden meer vallen op Vlaamse wegen.

Overkoepelende doelstellingen als onderdeel van een veilig verkeerssysteem

Volgende belangrijke overkoepelende doelstellingen of kwaliteitsrandvoorwaarden vormen mee de basis van het verkeersveiligheidsplan. Ze vormen ook de sleutel tot het waarborgen van een veilig verkeerssysteem en zijn essentieel om te evolueren naar een veilig en slachtoffervrij verkeers- en vervoersysteem.

1/ Veilige en goed onderhouden infrastructuur: een veilige weginfrastructuur is:

  • Goed leesbaar (om fouten zo veel mogelijk te voorkomen)
  • Vergevingsgezind (zodat niet elke fout automatisch leidt tot ernstige letsels)
  • Uniform (om verwarring en verkeerde interpretaties te vermijden
  • Functioneel en herkenbaar
  • Goed onderhouden

2/ Kwalitatieve educatie en permanente, doeltreffende sensibilisering

Om ongevallen te vermijden en wenselijk en bewust gedrag te creëren in het verkeer, is het belangrijk dat weggebruikers het nodige inzicht en de vereiste kennis en vaardigheden hebben. Hiervoor wordt er een kwalitatief educatief aanbod uitgewerkt. Met permanente en doeltreffende sensibilisering willen we de verkeersmentaliteit van de Vlaming ook positief beïnvloeden.

3/ Duidelijke regelgeving

Vanuit Vlaanderen wordt (mee) gewerkt aan een duidelijke regelgeving voor de weggebruiker (het verkeersreglement) enerzijds en de wegbeheerder (de code van de wegbeheerder) anderzijds. Dit is een belangrijke stap naar een duidelijke, leesbare en juridisch consistente Vlaamse wegcode en een kader voor een herkenbare en vlot leesbare weginrichting.

4/ Engagement: sterke partnerships met de verkeersveiligheidspartners en de actieve medewerking van alle weggebruikers

Engagement is een essentiële randvoorwaarde om op een efficiënte manier en met de nodige ondersteuning de verkeersveiligheid te verbeteren. Het gaat niet alleen om de samenwerking met politie, parket en federale overheid, maar ook met middenveldorganisaties, kennisinstellingen en alle actoren die het verkeersveiligheidsbeleid mee vormgeven en uitvoeren. Ook weggebruikers moeten we voldoende motiveren.

5/ Onderzoek, evaluatie en monitoring, geïntegreerd in het plan en de maatregelen

Op het vlak van monitoring wordt ingezet op kernprestatie-indicatoren (KPI’s). Zo volgen we de vooruitgang van verkeersveiligheid op verschillende niveaus op. Nieuw onderzoek wordt via een onderzoeksagenda op een structurele manier gepland en uitgevoerd. De focus ligt daar waar de grootste inhaalbeweging nodig is of waar de cijfers stagneren of de verkeerde kant uitgaan, zodat bijsturing mogelijk wordt.

6/ Continue aandacht voor nieuwe vervoerswijzen en -ontwikkelingen, voertuigtechnologieën en innovatie

Er is aandacht voor nieuwe vervoerswijzen, concepten en vervoersontwikkelingen. Onder meer het Mobilidata-programma moet de verkeersveiligheid in Vlaanderen verhogen, de doorstroming van het verkeer verbeteren en de uitstoot doen dalen. Hoe? Door in te zetten op een duurzame digitale datainfrastructuur en door het gebruik van deze data in innovatieve applicaties te stimuleren.

7/ Sterke en efficiënte handhavingsketen voor een kwalitatief handhavingsbeleid

Handhaving blijft het sluitstuk van het verkeersveiligheidsbeleid. Een goed overleg en degelijke afstemming met de verschillende handhavingspartners is daarbij cruciaal. We zetten daarom verder in op een uitbreiding van de handhavingssystemen en op een doorgedreven automatisering van de verkeershandhaving.

8/ Maximaal rekening houden met het klassieke denkkader inzake duurzame mobiliteitsontwikkeling

  • We zorgen voor een ruimtelijke ontwikkeling die verplaatsingen korter of overbodig maakt en die een natuurlijke basis vormt voor vervoersmodi met een laag risico ten opzichte van derden.
  • We stimuleren vervolgens die vervoersmodi.
  • We optimaliseren de netwerken voor elke modus.
  • We nemen infrastructurele maatregelen om de overblijvende potentiële conflicten te voorkomen.

9/ Subjectief (on)veiligheidsgevoel

Subjectieve verkeersonveiligheid verwijst naar de zorgen die mensen zich maken over de verkeersonveiligheid. Toch is er hooguit een zwak positief verband tussen objectieve en subjectieve verkeersonveiligheid.3 Subjectieve onveiligheid kan mensen aanzetten tot veiliger of alerter gedrag, waardoor het objectief gezien veiliger wordt. Maar het omgekeerde is ook waar. Voelen mensen zich veiliger, dan nemen ze soms meer risico’s.

3. Analyse van de verkeersveiligheid in Vlaanderen met 9 prioritaire aandachtspunten

De probleemanalyse van de verkeersveiligheid levert 9 prioritaire aandachtspunten waar ook de actieve weggebruiker een prominente plaats krijgt. Het gaat om ongevallen met voetgangers, fietsers, gemotoriseerde tweewielers, onervaren weggebruikers, senioren, (lichte) vrachtwagens en uiteraard ook om de drie killers: rijden onder invloed, snelheid en afleiding.

ONGEVALLEN MET VOETGANGERS

  • Het aandeel van de voetgangers onder de verkeersslachtoffers stijgt, zowel bij de doden en de zwaargewonden als bij de lichtgewonden.
  1. Het aandeel dode en zwaargewonde voetgangers is gestegen van 9,9% in 2010 naar 12,2% in 2019. (+2,3%)
  2. Ten opzichte van 2018 is het aantal voetgangers dat omkwam in het verkeer in 2019 sterk gestegen: van 33 naar 45, het hoogste aantal sinds 2014. (+36,4%)
  3. Het aantal lichtgewonde voetgangers blijft hetzelfde, waardoor het aandeel voetgangersslachtoffers is gestegen van 5,9% in 2010 naar 7,4% in 2019. (+1,5%)
  • We zetten volop in op actieve modi om ons duurzamer te verplaatsen.
  • Vanuit het STOP-principe4 willen we de aandacht voor de voetganger in het verkeer verhogen.

ONGEVALLEN MET FIETSERS

  • Het aandeel van de fietsers onder de verkeersslachtoffers stijgt, zowel bij de doden en de zwaargewonden als bij de lichtgewonden.
  1. Het aantal fietsslachtoffers is zowel in absolute als in relatieve aantallen gestegen.
  2. Het aandeel dode en zwaargewonde fietsers is gestegen van 20,4% in 2010 naar 33,1% in 2019. (+12,7%)
  3. Het aandeel fietsslachtoffers in het algemeen is gestegen van 20,3% in 2010 naar 30,4% in 2019. (+10,1%)
  4. Bij deze groep weggebruikers is er ook een grotere onderregistratie van de ongevallen. Dit komt het meest voor bij eenzijdige fietsongevallen.
  • We zetten volop in op actieve modi om ons duurzamer te verplaatsen, vooral voor woon-werk- en woon-schoolverplaatsingen.
  • Vanuit het STOP-principe willen we de aandacht voor de fietser in het verkeer verhogen.
  • Het stijgend gebruik van nieuwe fietstypes (elektrische fietsen, speedpedelecs, bakfietsen, goederenvervoer per fiets …) is merkbaar in de ongevallenstatistieken.

ONGEVALLEN MET GEMOTORISEERDE TWEEWIELERS

  • Bromfietsers en motorrijders hebben het hoogste overlijdensrisico in het verkeer (1e en 2e plaats).
  • Ongeveer 1 op de 6 verkeersdoden (15,9%) is een gemotoriseerde tweewieler, meestal een motorrijder.
  • Ongeveer 1 op de 8 verkeersslachtoffers (12,8%) is een gemotoriseerde tweewieler.
  • Veel ernstige eenzijdige ongevallen: ongeveer de helft van de verkeersdoden onder de gemotoriseerde tweewielers komt voort uit een eenzijdig ongeval.
  • Overdreven en onaangepaste snelheid komt veel voor bij gemotoriseerde tweewielers, al is dit minder vaak de ongevalsoorzaak bij bromfietsers binnen de bebouwde kom.

ONGEVALLEN MET ONERVAREN WEGGEBRUIKERS

  • Er bestaat een duidelijk verband tussen ongevallen, leeftijd en ervaring, dus de doelgroep kinderen en jongeren komt hier sterk naar voor.
  • Vooral opvallend bij beginnende fietsers (12-17 jaar), bromfietsers (16-17 jaar) en autobestuurders (18-24 jaar), in mindere mate bij jonge voetgangers (6-24 jaar).
  • Jongeren gebruiken vaak actieve transportmodi.
  • De zelfstandige mobiliteit van kinderen en jongeren neemt wel af. Dat heeft een impact op hun welzijn, autonomie en vrijetijdsbesteding.

ONGEVALLEN MET SENIOREN

  • Het aantal senioren dat slachtoffer wordt in het verkeer blijft stijgen, net als het bevolkingsaandeel.
  • 1 op de 3 (33,7%) verkeersdoden is 65+: we spreken daarom van oververtegenwoordiging van senioren onder de verkeersdoden.
  • Het aandeel is hoger bij actieve weggebruikers: meer dan de helft van de voetgangers en fietsers die omkomen in het verkeer is 65+.
  • Het aandeel senioren onder de bevolking blijft de komende decennia stijgen.

ONGEVALLEN MET (LICHTE) VRACHTWAGENS

  • Ondanks een dalende trend zijn vrachtwagens nog altijd betrokken bij 1 op de 5 (17,9%) dodelijke ongevallen. De betrokkenheid van een vrachtwagen bij een ongeval vergroot ook de kans op ernstige gevolgen.
  • Bijna 1 op de 10 (8,6%) verkeersdoden valt in een ongeval met een lichte vrachtwagen.
  • Heel lichte daling van het aantal ongevallen met lichte vrachtwagens de laatste jaren (-3% tussen 2017 en 2019).
  • Meestal aanrijdingen met personenwagens en fietsers.

ONGEVALLEN ALS GEVOLG VAN AFLEIDING

  • Afleiding is een belangrijk probleem in het verkeer en kan ernstige gevolgen hebben.
  • Volgens internationaal onderzoek speelt afleiding een rol bij 5 tot 25% van alle verkeersongevallen8 en vormt afleiding een van de vijf belangrijkste oorzaken van dodelijke ongevallen.
  • Het aantal door de politie vastgestelde inbreuken voor gsm-gebruik achter het stuur daalt niet. In 2020 werden in Vlaanderen 62.645 verkeersinbreuken voor gsm-gebruik achter het stuur vastgesteld.
  • Uit zelfgerapporteerd gedrag blijkt dat verschillende vormen van afleiding, zoals het instellen van het navigatiesysteem tijdens het rijden (20%), mails of berichten lezen achter het stuur (10%), niet-handenvrij bellen (8%) of een foto nemen tijdens het rijden (7%), vaak worden toegegeven (verkeersonveiligheidsenquête Vias 2021).
  • Recent onderzoek wijst op de gevaren van HMI10/infotainment en meer specifiek het gebruik van aanraakschermen tijdens het rijden. Dit kan een heel schadelijk effect hebben op bestuurders.

ONGEVALLEN ALS GEVOLG VAN RIJDEN ONDER INVLOED

  • Belangrijke risicofactor in het verkeer. Bovendien wordt het risico nog groter bij een combinatie van alcohol met drugs of geneesmiddelen.
  • 12% (1 op de 8) van de gecontroleerde bestuurders bij een ongeval test positief op rijden onder invloed van alcohol.
  • Op het vlak van rijden onder invloed van alcohol is België bij de slechter presterende landen in Europa. Belgen zijn meer dan andere Europeanen te tolerant voor drinken en rijden13:
    1. 33% van de Belgen geeft aan nog te rijden na het drinken van alcohol (vs. gemiddeld 20,6% in de EU).
    2. 3,1% van de Belgen vindt het voor zichzelf aanvaardbaar om nog te rijden na het drinken van meer dan de wettelijke limiet (vs. gemiddeld 1,9% in de EU).
  • In 2018 was 1,7% van de gecontroleerde automobilisten in Vlaanderen onder invloed van alcohol. Doorheen de verschillende edities blijft dit cijfer relatief stabiel14 (gedragsmeting Vias 2019).
  • Het aantal vastgestelde inbreuken voor rijden onder invloed van alcohol door de politie blijft hoog.
  • Het aantal vastgestelde inbreuken voor rijden onder invloed van drugs lag in 2019 bijna 24% hoger dan in 2018 (al worden er ook wel meer tests afgenomen).
  • Het zelfgerapporteerd gedrag over het gebruik van drugs tijdens het rijden is met 6% heel hoog (verkeersonveiligheidsenquête Vias 2021).
  • Gerapporteerd gedrag bij 65+’ers over het gebruik van medicatie tijdens het rijden, en dus mogelijke invloed op de rijgeschiktheid, is 1 op 10.

ONGEVALLEN ALS GEVOLG VAN ONAANGEPASTE EN/OF OVERDREVEN SNELHEID

  • Belangrijke risicofactor in het verkeer.
  • Overdreven snelheid ligt aan de basis van een derde van de dodelijke verkeersongevallen (internationaal onderzoek16). Het begrip ‘overdreven snelheid’ evolueert mee met de geldende snelheidslimieten (cf. standaardsnelheidsregime van 70 km per uur buiten de bebouwde kom en het toenemend aantal zones 30 binnen de bebouwde kom).
  • Snelheid beïnvloedt zowel de kans op een ongeval als de ernst ervan. De spreiding van de snelheid van de voertuigen op een weg speelt ook een rol. Hoe minder de snelheden van de voertuigen verschillen, hoe kleiner de kans op een ongeval.
  • 2020 heeft aangetoond dat een daling van het verkeersvolume sommige bestuurders aanzet tot sneller rijden.

4. Maatregelen

Met het oog op de geformuleerde aandachtspunten wordt een specifiek maatregelenpakket uitgewerkt en worden meer concreet 37 maatregelen naar voor geschoven.

ACTIEVE WEGGEBRUIKERS

  1. Er wordt gezorgd voor een zo veilig mogelijk snelheidsregime, rekening houdend met voetgangers en fietsers.
  2. Er wordt meer ingezet op kwalitatieve, comfortabele, herkenbare en vergevingsgezinde fietsinfrastructuur.
  3. De voetganger heeft recht op voldoende, kwalitatieve, veilige en overzichtelijke voetgangersoversteekplaatsen.
  4. Het aantal gevleugelde zebrapaden wordt uitgebreid.
  5. Conflictvrije & slimme lichtenregelingen krijgen absolute voorrang.
  6. Er wordt gezorgd voor veilige schoolroutes en -omgevingen langs gewest- en gemeentewegen. Daarnaast wordt de focus verruimd naar woon-werk- en woon-vrijetijdsroutes.
  7. Conflicten en risico’s met voetgangers en fietsers worden in beeld gebracht. Er is ook aandacht voor het onveiligheidsgevoel van deze weggebruikers.
  8. Lokale besturen worden gestimuleerd om voetgangers en fietsers meer ruimte te geven.
  9. Er wordt gevraagd om te handhaven op incorrect gedrag van voetgangers en fietsers.

GEMOTORISEERDE TWEEWIELERS

  1. Er komt een uitgebreider aanbod van opleidingen, trainingen en sensibiliseringsacties voor motorrijders.
  2. De aandacht voor risicoperceptie bij motorrijders wordt verhoogd.
  3. Er komt een technische keuring voor tweedehandsmotorfietsen en motorfietsen na een ongeval.

(LICHTE) VRACHTWAGENS

  1. Lokale besturen worden ondersteund bij het veilig leiden van verkeersstromen.
  2. De dodehoekproblematiek wordt vanuit verschillende invalshoeken aangepakt.
  3. De kwaliteit van de nascholing vakbekwaamheid (code 95) wordt verhoogd.
  4. De handhaving bij (lichte) vrachtwagens wordt opgevoerd.
  5. Samen met de koerier- en bezorgbedrijven worden afspraken rond verkeersveiligheid gemaakt.
  6. De regelgeving over ladingzekering voor vrachtverkeer wordt uitgebreid naar kleinere bedrijfsvoertuigen. Er wordt ook gevraagd aan Europa om andere geldende veiligheidsmaatregelen voor vrachtwagens uit te breiden naar bestelwagens.

ONERVAREN WEGGEBRUIKERS

  1. De rijopleiding categorie B wordt geëvalueerd en de resultaten worden gebruikt om inhoudelijke verbeteringen door te voeren.
  2. De aandacht voor (veiligheidsverhogende) voertuigtechnologieën in de rijopleiding en nascholing vakbekwaamheid (code 95) wordt verhoogd.

KILLERS: SNELHEID, RIJDEN ONDER INVLOED EN AFLEIDING

  1. Er wordt gericht gesensibiliseerd over de verkeersveiligheidskillers: overdreven en/of onaangepaste snelheid, rijden onder invloed en afleiding.
  2. Er wordt ingezet op educatie over de verkeersveiligheidskillers: overdreven en/of onaangepaste snelheid, rijden onder invloed en afleiding.
  3. Het aantal controles van en de handhavingssystemen voor overdreven en/of onaangepaste snelheid, rijden onder invloed van alcohol en drugs en afleiding achter het stuur worden verhoogd en geoptimaliseerd.
  4. Er wordt werk gemaakt van een echte verkeersveiligheidscultuur bij bedrijven.
  5. Er wordt geïnvesteerd in gedragsondersteunende infrastructuur.
  6. Met innovatieve technologische hulpmiddelen wordt het gewenste gedrag gefaciliteerd.

GLOBAAL

  1. Er wordt gezorgd voor leesbare, veilige en consistente snelheidsregimes.
  2. Gevaarlijke punten op de dynamische lijst worden sneller aangepakt.
  3. De veiligheid bij wegenwerken wordt verhoogd.
  4. Er wordt toegezien op de kwaliteit van de infrastructuurprojecten voor de verkeersveiligheid.
  5. Er worden extra sensibiliseringsacties uitgewerkt voor specifieke doelgroepen: kinderen en jongeren, senioren, (lichte) vrachtwagens en landbouwvoertuigen.
  6. Verkopers worden gesensibiliseerd en aangemoedigd om aan nieuwe gebruikers de juiste informatie en richtlijnen mee te geven bij de aankoop van een voertuig en om te verwijzen naar opleidingen.
  7. De kennis en vaardigheden en de risicoperceptie bij specifieke doelgroepen worden verhoogd.
  8. De kennis van de verkeersregels wordt verhoogd bij alle weggebruikers via de verticale leerlijn.
  9. Goed incidentmanagement vermindert de kans op bijkomende incidenten.
  10. Onderzoeksresultaten worden gebruikt bij concrete beleidsacties.
  11. Weggebruikers moeten op een vlotte manier onveilige verkeerssituaties kunnen melden en garanties krijgen over een performante aanpak van hun melding

Opvolging

Via een semestriële voortgangsrapportering gebeurt de monitoring en zal het maatregelenpakket, waar nodig nog verder worden geconcretiseerd, uitgewerkt en vertaald, met specificering van middelen, verantwoordelijkheden en timing. Van zodra het kan, zal ook de evaluatie van de maatregelen worden opgenomen in deze rapportering. Zo kunnen we tijdig ingrijpen en bijsturen als de maatregelen onvoldoende werken of als er nieuwe risico’s ontstaan.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit om het verkeersveiligheidsplan Vlaanderen "actieve weggebruikers centraal" voor de periode 2021-2025 per mail ter kennisgeving te bezorgen aan de leden van de gemeenteraad.

7.

2021_CBS_01042 - Openbare verkoop industriegebouw Industrieweg-Zuid 1319 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2021_CBS_01042 - Openbare verkoop industriegebouw Industrieweg-Zuid 1319 - Goedkeuring

2021_CBS_01042 - Openbare verkoop industriegebouw Industrieweg-Zuid 1319 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De mail dd. 20 september 2021 van notarissen Verlinden & Jaspers te Heusden-Zolder.

Feiten context en argumentatie

Notarissen Verlinden & Jaspers te Heusden-Zolder zijn gelast met de openbare verkoop van een industriegebouw met grond en aanhorigheden gelegen Industrieweg-Zuid 1319 te Zonhoven.  Het gebouw met grond is eigendom van Antonio Etneo ingevolgde akte van afstand verleden voor notaris Jean-Paul van Ussel te Retie dd. 30 juni 2003.

De notarissen vragen het akkoord van de gemeente met deze transactie en ook of het terugkooprecht zal worden uitgeoefend door de gemeente.

Het akkoord van de gemeente zal opgenomen worden in de verkoopsvoorwaarden, die moeten worden aanvaard door alle geïnteresseerde kandidaat-kopers, alvorens te kunnen bieden.

Gezien het een openbare verkoop betreft is de uiteindelijke koper nog niet gekend.  Indien gewenst zal na de toewijs een uittreksel van het proces-verbaal aan de gemeente worden bezorgd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de openbare verkoop van het industriegebouw gelegen Industrieweg-Zuid 1319 te Zonhoven. De gemeente wenst haar recht van terugkoop niet uit te oefenen.

8.

2021_CBS_01048 - OMV - Vergunning - Pieter Demuynckstraat 20 en 21 - 2021/00160 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2021_CBS_01048 - OMV - Vergunning - Pieter Demuynckstraat 20 en 21 - 2021/00160 - Goedkeuring

2021_CBS_01048 - OMV - Vergunning - Pieter Demuynckstraat 20 en 21 - 2021/00160 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen.

De aanvraag werd op 07/05/2021 ontvangen.

Op 02/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 16/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 21/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 01/07/2021 tot en met 30/07/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig:  

Op 30/07/2019 werd een gedeeltelijke verkavelingsvergunning met voorwaarden, met refnr. 1280.C.874.2, verleend voor het verkavelen van een grond in 22 loten waarvan 3 loten voor meergezinswoningen, 7 loten voor open bebouwing en 12 loten voor halfopen bebouwing, het aanleggen van wegenis en openbaar domein en het slopen van een constructie.  Lot 6 werd uit de vergunning gesloten.

Op 09/02/2021 werd de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van 

gronden door het toevoegen van lot 6 - voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning - aan  de vergunde verkaveling om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject - afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen (refnr. 1280.C.874.2\03).

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende melding werd afgeleverd op het perceel:

Op 31/03/2020 werd akte genomen van de melding voor het plaatsen van droogzuiging voor de realisatie van wegeniswerken met riolering voor de nieuwe verkaveling te Pieter Demuynckstraat.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 01/07/2021 tot en met 30/07/2021. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Op 21/06/2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair Management.

Op 21/06/2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap Natuur en bos.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit (rubriek 10b – stadsontwikkelingsprojecten) wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.   Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.

De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: het voorgenomen project zal geen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken zodat de opmaak van een project-MER niet vereist is.

Deze conclusie kan bijgetreden worden, er dient bijgevolg geen project-MER te worden opgemaakt.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woonuitbreidingsgebied en deels in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 6 en lot 7 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 30/07/2019 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1280.C.874.2 en op 09/02/2021 bijgesteld werd en gekend is onder nummer 1280.C.874.2\03.  De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De betreffende kavels kregen als bestemming eengezinswoningen. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Het vloerpeil van de woning op lot 7 is gelegen op maximum 0,37m boven de as van de weg i.p.v. maximaal 0,30m boven de as van de weg (art. 1.1.2.).
  • De inrit ter hoogte van de rooilijn van lot 7 heeft een breedte van 9,24m i.p.v. de max. toegelaten breedte van 3m die de inritten ter hoogte van de rooilijn mogen hebben (art. 2.1).

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor elke nieuw opgerichte woning, met een horizontale dakoppervlakte per woning van 102,50m² en 96,20m², een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. Dit in de vorm van een combinatieput waarin ook een infiltratievoorziening vervat zit waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
  • De aansluitputjes voor hemelwaterafvoer en vuilwaterafvoer werden reeds geplaatst. Hierop kan het private afvoerstelsel met respectievelijk hemelwater en vuilwater pas lozen na het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg 

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing :

1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;

2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;

3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.

De percelen horen toe aan een goedgekeurde verkaveling met aanleg van een nieuwe wegenis.  

Op 12/11/2019 ging het college van burgemeester en schepenen principieel akkoord met een financiële borgstelling wat zowel bouwen als verkopen mogelijk maakt vooraleer de werken aan het openbaar domein zijn uitgevoerd. 

Op 9/03/2020 werd een schrijven ontvangen waarbij Euler Hermes NV zich tegenover de Gemeente Zonhoven borg stelt voor Matexi tot zekerheid van de verplichtingen tot aanleg van infrastructuur, nutsvoorzieningen en afpalen van percelen te verkaveling Vilhoekstraat en dit voor een maximaal bedrag van 635.164,41 euro.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Bij de aanvraag tot verkaveling werd een archeologienota opgesteld met ref. https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/10215. Als vergunningsvoorwaarde werd opgelegd dat het archeologisch onderzoek diende te gebeuren conform de omschrijving in deze archeologienota.  Dit onderzoek is afgerond ter hoogte van de te bebouwen percelen:  “De nota – bestaande uit een proefsleuvenonderzoek – kan met zekerheid aantonen dat aangetroffen archeologische waarden geen mogelijkheid bieden op kennispotentieel. Verder onderzoek binnen het projectgebied is dus niet aangewezen en zal in dit geval ook niet leiden tot kenniswinst. De geplande werken zullen met zekerheid de aanwezige waarden verstoren, maar dit vormt geen probleem wegens het gebrek aan kenniswinst.”

Indien men niet verplicht is (zoals het geval is binnen de huidige aanvraag) tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal en nachthal van iedere woning.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De projectzone waarbinnen de percelen gelegen zijn, bevindt zich langs de Kleine Hemmenweg, een gemeenteweg net buiten het centrum van de gemeente Zonhoven.  De straat vormt één van de toegangswegen tot het centrum en is gelegen binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied. De bebouwing in de nabije omgeving bestaat voornamelijk uit grondgebonden eengezinswoningen, in open of halfopen bebouwing, hoofdzakelijk in 2 bouwlagen onder hellende daken, veelal afgewerkt in gevelsteen in diverse kleuren en texturen.   Langs dezelfde weg bevinden zich, richting het centrum, diverse schoolgebouwen, een woonzorgcentrum en in beperkte mate meergezinswoningen.  De woonfuncties worden in dat deel van de straat af en toe gecombineerd met andere functies, zoals handel of horeca.

Voor de projectzone werd recent een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van één- en meergezinswoningen en de aanleg van een nieuwe wegenis. De verkaveling is momenteel in volle ontwikkeling. Zo worden de woningen op loten 1-5 en loten 13-20 gerealiseerd alsook het appartementsgebouw op lot 21 aan de Kleine Hemmenweg. 

Deze aanvraag heeft betrekking op de loten 6 en 7 van de verkaveling. Lot 6 grenst aan de achtertuinen van de woningen te Vilhoekstraat 20 en 22. Rechts van het perceel ligt een groot stuk braakliggend terrein. Het lot is zodanig georiënteerd dat de tuin zich op het zuidwesten bevindt en de voorliggende straat op het noordoosten. Lot 7 grenst aan de achtertuinen van de woningen op Steentweg 22 en 24 alsook de toekomstige woning op lot 8 van de verkaveling. De tuin van lot 7 is op het noordoosten georiënteerd en de straat bevindt zich op het zuidwesten. 

Op lot 6 wordt een vrijstaande eengezinswoning opgericht met een inpandige garage. De woning wordt ingeplant op min. 3,50m van de rooilijn, binnen de daartoe bestemde woonzone volgens het vergunde verkavelingsplan.  De bouwdiepte van de vrijstaande woning bedraagt maximum 14m en de breedte bedraagt maximum 7,60m. De woning word opgetrokken in 2 bouwlagen onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van 6,35m boven het maaiveld en 6,50m boven de voorliggende (nieuwe) weg. De gelijkvloerse vloerpas bevindt zich op 0,30m boven de (nieuwe) wegas. De woningen worden afgewerkt in gevelmetselwerk/parament, in een bruine tint, donker gevoegd, met een bruinzwart aluminium schrijnwerk. 

De voortuinstrook wordt hoofdzakelijk groen aangeplant, met uitzondering van een looppad naar de voordeur en een inrit tot aan de garage en een extra parkeerplaats. In de achtertuinzone worden geen constructies voorzien aangezien er een terras wordt aangelegd binnen de bouwstrook voor hoofdgebouwen. Het terrein is nagenoeg vlak.  Het bestaande reliëf wordt plaatselijk opgehoogd i.f.v. de bouw van de woningen met terras.  De afsluitingen in de achtertuinzone bestaan uit inheemse hagen met een max. hoogte van 2m. Op het perceel staan twee kleinere bomen dewelke dienen gerooid te worden aangezien deze te dicht tegen de woning staan. De stammen staan slechts op 1,9m en 0,4m van de woning.

Op het aanpalend perceel bevinden zich enkele grote bomen, waarvan er 2 gesnoeid dienen te worden om de woning te kunnen bouwen.

Op lot 7 wordt een vrijstaande eengezinswoning opgericht met aansluitend een carport/berging. De woning wordt ingeplant op min. 3,50m van de rooilijn, binnen de daartoe bestemde woonzone volgens het vergunde verkavelingsplan.  De bouwdiepte van de vrijstaande woning bedraagt maximum 12m en de breedte bedraagt maximum 6,50m.  De woning word opgetrokken in 2 bouwlagen onder een plat dak met een kroonlijsthoogte van 6,35m boven het maaiveld en 6,57m boven de voorliggende (nieuwe) weg.  De gelijkvloerse vloerpas bevindt zich op 0,37m boven de (nieuwe) wegas. De woningen worden afgewerkt in een wit genuanceerd gevelmetselwerk/parament, met een bruinzwart aluminium schrijnwerk. 

De carport telt 1 bouwlaag onder een plat dak, met een totale hoogte van 2,90m t.o.v. het maaiveld.  Achteraan elke carport bevindt zich een open, maar overdekte fietsenstalling die één geheel vormt met de carport.  Het volume wordt afgewerkt met een houten gevelbekleding. Om de carport te bereiken en aangezien lot 7 een hoekperceel betreft heeft de inrit ter hoogte van de rooilijn een breedte van 9,24m. 

In de achtertuinzone beschikt de woning over een terras dat aansluit op de leefruimte. Het terrein is licht hellend. Het bestaande reliëf wordt plaatselijk opgehoogd i.f.v. de bouw van de woning met terras. Vanaf de bouwzone helt het gewijzigd maaiveld via een zachte helling omlaag naar achteren toe. De afsluitingen in de achtertuinzone bestaan uit inheemse hagen met een max. hoogte van 2m.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua inplanting, bestemming, architectuur, volume en materiaalgebruik, behoudens voor wat betreft het vloerpeil en de breedte van de inrit van de woning op lot 7.

De gevraagde afwijking op het vloerpeil van de woning dewelke gelegen is op maximum 0,37m i.p.v. maximaal 0,30m boven de as van de weg is zeer beperkt en heeft geen negatieve impact op de aanpalenden, noch op het straatbeeld. De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.

De gevraagde afwijking op de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn m.n. 9,24m i.p.v. maximum 3m is het gevolg van de ligging van het lot in een bocht van de straat en de positionering van de carport tegen de carport van het rechts aanpalende lot. Om de carport makkelijk te kunnen bereiken is de gevraagde verharding vereist. Deze bredere verharding zal echter geen negatieve impact hebben op het straatbeeld en is derhalve aanvaardbaar.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De woningen beschikken over voldoende bergruimte en kwalitatieve leefruimtes om voldoende woonkwaliteit en gebruiksgenot te garanderen. Door variatie te voorzien in de architectuur van de woningen, zowel op vlak van materiaalgebruik als volumematig, krijgt iedere woning, ondanks het uniforme totaalbeeld, een eigen identiteit en karakter wat het straatbeeld ten goede komt.

De carports worden in hout afgewerkt, ook worden er gevelaccenten in hout voorzien.  De aanvraag vermeldt niet om welke houtsoort het gaat.  Niet enkel het uitzicht dient een rol te spelen bij deze keuze, ook op ecologisch vlak dient er een verantwoorde keuze gemaakt te worden.   Om die reden wordt de bemerking meegegeven  dat er enkel gebruik mag worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout.  Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.  

De verkavelingsvoorschriften vermelden onder Art. 2.1 Zone voor voortuinen het volgende: “De zone voor voortuinen dient zoveel mogelijk met groen ingericht te worden.  Enkel de minimale verhardingen van inrit en tuinpaden in waterdoorlatende materialen vormen hierop een uitzondering.”

Het inplantingsplan vermeldt omtrent de verhardingen in de zone voor voortuinen het volgende: “waterdoorlatende verharding of afwaterend op eigen terrein”.  Gezien de verkavelingsvoorschriften uitsluitend een verharding in waterdoorlatende materialen toelaten binnen deze zone dienen en hierop geen afwijking werd aangevraagd mogen deze verhardingen uitsluitend in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd.   Dit zal opgelegd worden als vergunningsvoorwaarde.

BESPREKING ADVIEZEN

1.- Het advies van 23/06/2021 van de Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gedeeltelijk gunstig advies voor uitvoering van de werken zoals voorgesteld.

Dit advies wordt vnl. zo geformuleerd omwille van volgende redenen:

- van de twee bomen die gesnoeid moeten worden om de woning te realiseren moet, voor de boom het dichtst bij de woning bijna de helft van de kruin verwijderd worden. Bij de andere boom moet er circa 25% van de kruin verwijderd worden,

- bij beide bomen moeten er meerdere takken met een diameter van meer dan 20 cm worden verwijderd,

- bij de boom dichtst bij de woning gaat circa 50% van het wortelpakket zwaar beschadigd of verwijderd worden

- bij de andere boom gaat minstens 25 % van de wortels zwaar beschadigd of verwijderd worden

Gezien de grote schade aan de kroon als aan de wortels van beide bomen, lijkt het ons aangewezen enkele voorwaarden te stellen m.b.t. het behoud en bescherming van deze bomen.

Voorwaarden

Aanleveren van een nota door een erkend boomverzorger. Indien uit deze nota blijkt dat er voldoende maatregelen kunnen getroffen worden om het behoud van de bomen te verzekeren, dan zal er ook in deze nota duidelijk beschreven hoe deze bomen dienen beschermd te worden, en welke flankerende maatregelen er dienen genomen te worden.

Moest blijken uit deze nota dat er geen of onvoldoende maatregelen genomen kunnen worden om het behoud van de bomen te verzekeren, dan zullen de bomen moeten gerooid worden en worden ze gecompenseerd door de aanplant van minstens 3 hoogstam bomen.

De hoogstam bomen die ter compensatie worden aangeplant, zijn minstens van de maat 20/25, en er kan gekozen worden uit volgende soorten:

  • Quercus robur,
  • Quercus petraea,
  • Tilia platyphylos,
  • Prunus avium,
  • Sorbus aucuparia”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.  De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.

2.- Het advies van 30/07/2021 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:

“Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarde: 

- De bomen dienen buiten de schoontijd gekapt te worden (schoontijd= april tot einde juni); 

- Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart – 1 juli moet men er zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies dient men na te gaan of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (in vullen contactpersoon).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies indien uit een nota door een erkend boomverzorger blijkt dat er geen of onvoldoende maatregelen genomen kunnen worden om het behoud van de bomen te verzekeren. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Voorwaarden

  1. De verhardingen in de voortuinstrook mogen enkel uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen.
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de Dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage. De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.;
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van het Agentschap Natuur en Bos, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De algemene en specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer dienen te worden nageleefd :
  6. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op één meter van de zijdelingse en achterste perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.  Reliëfwijzigingen mogen in geen geval zorgen voor wateroverlast t.o.v. aanpalende percelen, hemelwater dient steeds op eigen terrein worden opgevangen;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Volgende bemerking wordt meegegeven: Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.  

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van 2 woningen en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Voorwaarden

  1. De verhardingen in de voortuinstrook mogen enkel uitgevoerd worden in waterdoorlatende materialen.
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van de Dienst Facilitair Management, zoals gevoegd in bijlage. De nota waarvan sprake dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en Handhaving max. 3 maanden na aflevering van de omgevingsvergunning.;
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van het Agentschap Natuur en Bos, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De algemene en specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer dienen te worden nageleefd :
  6. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op één meter van de zijdelingse en achterste perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.  Reliëfwijzigingen mogen in geen geval zorgen voor wateroverlast t.o.v. aanpalende percelen, hemelwater dient steeds op eigen terrein worden opgevangen;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Volgende bemerking wordt meegegeven: Er mag uitsluitend gebruik worden gemaakt van een ecologisch verantwoorde houtsoort, m.a.w. duurzaam geproduceerd hout. Dit wil zeggen lokaal hout uit bossen die duurzaam beheerd worden, bv. met een FSC- of PEFC-label.  

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

9.

2021_CBS_01043 - Inrichting doorsteek Weutenswijerweg - Heidebloemstraat - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2021_CBS_01043 - Inrichting doorsteek Weutenswijerweg - Heidebloemstraat - Goedkeuring

2021_CBS_01043 - Inrichting doorsteek Weutenswijerweg - Heidebloemstraat - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel van de diensten FAM, Patrimonium en Milieubeleid betreffende de doorsteek Weutenswijerweg - Heidebloemstraat.

Tijdens het Landinrichtingsplan Kiewit-Zonhoven werd beslist de trage verbinding van Weutenswijerweg naar Heidebloemstraat (gelegen op openbaar domein tussen woningen Heidebloemstraat 17 en 19) te bestendigen. De groenambtenaar heeft een ontwerp uitgewerkt van deze trage verbinding.

Het ontwerp (zie bijlage):

Het betreft een pad in semi-verharding met aan 1 zijde een laanbeplanting van bomen. Verder worden er struiken aangeplant en 1 lindeboom op het einde van de trage verbinding, aan de Weutenswijerweg (dit ter vervanging van een illegaal gekapte boom op gemeente-eigendom). 

Na overleg met de dienst FAM wordt voorgesteld om de grond- en verhardingswerken uit te besteden (zie raming in bijlage). De groenaanplant zal wel in eigen beheer uitgevoerd kunnen worden. 

Timing:

Het is de intentie om deze verbinding dit jaar nog te realiseren doch is dit afhankelijk van volgende:

  • de eigenaar van de woning in aanbouw, Heidebloemstraat 17, gebruikt dit openbaar domein om de grond afkomstig van zijn woning te stockeren. Op 10 september jl. werden deze eigenaars aangetekend aangemaand om hun grond te verwijderen ten laatste op 5 oktober.  Indien dit niet verwijderd is op 6 oktober, zal de opdracht gegeven worden aan de dienst FAM om de gronden te verwijderen en de kosten door te rekenen aan de eigenaars.  De inrichtingswerken kunnen niet verder zonder dat de grond verwijderd wordt.
  • de aangestelde landmeter is begin oktober uit verlof. Hij zal de opdracht krijgen dit gedeelte openbaar domein uit te palen.
  • gelijklopend voert de dienst Patrimonium een prijsvraag, met uitvoering dit jaar, voor een raming van 20.800 euro (incl. btw) (budget te voorzien onder MJP496 - ontharden en vergroenen);
  • aanplant: plantseizoen eind 2021 - begin 2022.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het inrichtingsvoorstel van de trage verbinding. 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het feit dat een gedeelte van deze werken wordt uitbesteed, voor een geraamd budget van 20.813 euro (incl. btw). 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wenst de eigenaars van de gestockeerde grond na de gestelde termijn mondeling aan te spreken om tot een akkoord te komen.

10.

2021_CBS_01050 - Regionaal Mobiliteitsplan Limburg - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2021_CBS_01050 - Regionaal Mobiliteitsplan Limburg - Kennisneming

2021_CBS_01050 - Regionaal Mobiliteitsplan Limburg - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Regionaal mobiliteitsplan Limburg

Het regionaal mobiliteitsplan legt de globale mobiliteitsvisie voor een langere termijn vast voor de vervoerregio, en dat voor alle vervoersmodi. Dat plan doet onder andere uitspraken over de belangrijke mobiliteitsuitdagingen van de regio, tekent het openbaar vervoersnetwerk uit en stelt maatregelen voor de verbetering van de doorstroming, de verkeersveiligheid en het fietsbeleid voor.

De inhoudelijke invulling van het regionaal mobiliteitsplan is specifiek voor elke vervoerregio. Verschillende thema’s kunnen aan bod komen: verkeersveiligheid, deelsystemen, de link met het ruimtelijk beleid, de ondersteuning door ITS, werken rond innovatieve logistieke concepten, …

De synthesenota omvat:

  1. Toekomstvisie op mobiliteit voor Limburg (ambities voor 2030 en doorkijk tot 2050)
    • Doelen:
      • Kansrijke en aantrekkelijke regio
      • Toeristische en recreatieve regio
      • Over de grenzen van de regio
      • Gezonde en duurzame regio
      • Slimme en innovatieve regio
      • Logistieke en welvarende regio
    • Ambities: (11 ambities)
      • Een selectieve, aantrekkelijke kernversterking
      • Vlotte reisbeleving van deur tot deur bevorderen
      • Kwaliteitssprong van het fietsparadijs
      • Combimodaal en gelaagd OV-netwerk als toonbeeld van snel en betrouwbaar reizen
      • Optimaliseren van het wegennet
      • Modusneutraal denken als speerpunt voor de logistieke ontwikkeling
      • Creëren van een nieuwe mobiliteitscultuur
      • Verminderen vervuilende kilometers
      • Nul als streefdoel voor het aantal verkeersdoden
      • Van bezit naar gebruik
      • Limburg voor en door partnerschap
    • Targets voor 2030 met doorkijk naar 2050
    • Drie pijlers voor een integrale aanpak:
      • Verbeteren mobiliteitsaanbod
      • Actief ondersteunen van gedragsverandering
      • Beter afstemmen ruimte en mobiliteit
    • Leidende principes:
      • Mobiliteitsaanbod
        • Vlotte en aangename deur-tot-deur-verplaatsing
        • Naar een gelaagd multimodaal vervoerssysteem
        • Het STOEP- (of STOEDEF-)principe als basis
        • Bestemmingen zijn voor iedereen bereikbaar door een toegankelijk mobiliteitssysteem
        • Gebiedstypen als basis voor de gebiedsgerichte uitwerking van de ambities
      • Gedrag
        • Modal shift 60/40 via mental shift
        • Gedragsbeïnvloeding via doelgerichte aanpak
        • Regelgeving en fiscaliteit
        • Parkeerbeleid
        • Vrachtstromen verduurzamen en sturen
        • Limburg voor en door partnerschap via de Quadruple Helix
      • Ruimte
        • Nabijheid + kwalitatieve publieke ruimte
        • Transit oriented development + aantrekkelijke knooppunten
        • Afname ontwikkelingen op slecht bereikbare plaatsen
        • Logistiek: juiste functie op juiste locatie
  2. Gebiedstypologiën
  3. Vervoersrelaties op vier schaalniveaus
    • Internationaal niveau
    • Interregionale vervoersrelaties
      • Vanuit de stedelijke zone Hasselt-Diepenbeek-Genk-Zonhoven zijn op interregionaal niveau ook de verbindingen naar Roermond,Sittard, landen, Diest in de aangrenzende regio’s van belang
    • Regionale vervoersrelaties
    • Lokale vervoersrelaties
  4. Mobiliteitsaanbod: netwerken en knopen
    • Netwerkopbouw, kwaliteitseisen & bouwstenen
      • Fiets
      • Openbaar vervoer
        • Verbeteren van de treininfrastructuur. Het gaat hier om de elektrificatie en het voorzien van dubbelspoor op, spoorlijn 15 Hasselt-Mol
      • Weg/auto
        • Nieuwe wegencategorisering
    • Scenario's
      • Extreme scenario’s
      • Kansrijke scenario’s
        • Fiets
        • Openbaar vervoer
          • Frequentieverhoging op alle bestaande tot 2 ritten per richting per uur.
        • Weg
        • Ondersteunende maatregelen
      • Vervolgstappen
    • Hoppinpunten
      • Visie op hoppinpunten
      • Typen Hoppinpunten
      • Kwaliteitseisen voor interregionale, regionale en lokale hoppinpunten vanuit de netwerklogica
      • Uitgangspunten selectie mobiliteitsknopen
      • Korte en lange termijn
    • Logistiek
      • Multimodale knopen
      • Spoor
      • Binnenvaart
      • Vrachtgeleidingsnetwerk
  5. Gedrag
    • Rol van de vervoerregio
    • Mental shift
    • Vanuit behoeften en leefwerelden van gebruikers
    • Corona een gamechanger
    • Vrachtgeleiding, meer dan een netwerk selecteren
    • Parkeerbeleid
  6. Ruimte
    • Ruimtelijke strategieën Beleidsplan Ruimte Limburg
      • RS1: De ruimtelijke regionale eigenheid respecteren
      • RS2: Kernen en strategische gebieden versterken
      • RS3: Vervoersverbindingen uitbouwen
      • RS4: De open ruimte versterken
      • RS5: Een gedifferentieerde economie faciliteren
         RS6: Hernieuwbare energie ruimtelijk integreren
    • Ruimte voor ondernemen
  7. Verder proces
    • Doorrekening Regionaal Verkeersmodel
    • MER
    • Fase 3 - Ontwikkeling beleidsscenario

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontwerp Regionaal Mobiliteitsplan Limburg.

11.

2021_CBS_01044 - Verdere ruimtelijke ontwikkeling Achter De Hoven - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2021_CBS_01044 - Verdere ruimtelijke ontwikkeling Achter De Hoven - Goedkeuring

2021_CBS_01044 - Verdere ruimtelijke ontwikkeling Achter De Hoven - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Context

Op 25/08/2020 werd door het college van burgemeester en schepenen (cbs) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van meergezinswoningen in het binnengebied tussen Dorps- en Kerkplein (achter de supermarkt Alvo).  

Dit project vervat eveneens de omvorming van de trage verbinding 'het Kattepeke' (Achter De Hoven) tot een wegenis in de vorm van een 'tractorspoor'.  Deze wegenis zal toegang verlenen tot de ondergrondse garage van het project en is bedoeld voor de bewoners van de meergezinswoningen (niet voor bezoekers).

Door de omvorming van deze trage verbinding tot wegenis voor lokaal verkeer, kunnen de tuinzones van de percelen langs de Dorpsstraat die aanpalen aan deze weg, gelegen binnen woongebied, ontwikkeld worden.  De nieuwe wegenis kan in principe langs beide zijden afgewerkt worden met bebouwing.

Het gaat om een tiental percelen met over het algemeen een beperkte breedte.  Om te voorkomen dat er een weinig kwalitatieve bebouwing ontstaat en dat bepaalde percelen worden gehypothekeerd, dient er nagedacht te worden over het gewenste eindbeeld.

Typologie

De locatie leent zich bij uitstek tot een verdere verdichting van de kern in de vorm van wonen. 

Er kan geopteerd worden voor meergezinswoningen, in een kleinschalige vorm of, door het samenvoegen van enkele percelen, in de vorm van een groter project.  Deze typologie sluit aan op deze die momenteel in opbouw is in het binnengebied.

Er kan daarnaast geopteerd worden voor grondgebonden eengezinswoningen, een typologie die een overgang zou kunnen vormen richting de Dorpsstraat, waar nog grondgebonden eengezinswoningen, al dan niet in combinatie met een andere gelijkvloerse functie, aanwezig zijn.

Architectuur

Het woonproject in ontwikkeling bestaat uit vrijstaande volumes, overwegend opgebouwd uit 3 bouwlagen onder een plat dak, met accenten tot een hoogte van 4 en 5 bouwlagen.  

Een dergelijke maximale hoogte langs de andere zijde van de weg (tot 4 of 5 bouwlagen) zou overdreven zijn, voor een onaangename beleving ter hoogte van de nieuwe wegenis zorgen en mogelijk de natuurlijke lichthinder op de eigen percelen beperken.

D.d. 05/03/2019 werd door het cbs het besluit genomen 3 bouwlagen onder een zadeldak toe te staan ter hoogte van o.a. de Dorpsstraat.  Deze visie zou kunnen worden doorgetrokken naar de achterzijde van de percelen langs de Dorpsstraat, waarbij optioneel het zadeldak vervangen zou kunnen worden door een setback binnen het toegelaten gabarit.  Steeds onder voorbehoud van een goede ruimtelijke ordening.

Gezien de locatie is een overwegend geschakelde typologie aanvaardbaar.

Advies dienst

In Zonhoven werden de laatste jaren verschillende verdichtingsprojecten goedgekeurd, gebouwd en in gebruik genomen.  Doorgaans gaat het om grootschalige meergezinswoningen.  Deze verdichtingsevolutie is principieel een goede zaak.  Een radicale 'appartementisering' dient echter voorkomen te worden.  Er dient vermeden te worden dat het aanbod in nieuwbouw te eenzijdig is. 

Er kan worden vastgesteld dat deze meergezinswoningen doorgaans bewoond worden door een oudere generatie die haar, te groot geworden, woning verkoopt om in een meer onderhoudsvriendelijke en meer compacte woning, m.n. een appartement, te gaan wonen, nabij de voorzieningen in het centrum van de gemeente.  Meergezinswoningen hebben, in een dorp zoals Zonhoven, weinig aantrekkingskracht op gezinnen met kinderen. 

Verdichting is bedoeld voor alle generaties.  In het centrum van Zonhoven dienen voldoende voorzieningen, voldoende groen en een ruim woonaanbod voorhanden te zijn om alle generaties aan te trekken.

De dienst adviseert om die reden om de percelen langs de nieuwe wegenis, aan de zijde van de Dorpsstraat, af te werken d.m.v. grondgebonden eengezinswoningen.  Deze woningen zullen over een grotere hoogte kunnen beschikken (3 bouwlagen onder een hellend dak) dan wat de doorgaans gehanteerde norm voorschrijft.  Daardoor kan de breedte van deze woningen beperkt worden.  Op deze manier ontstaan compacte, kwalitatieve 'stadswoningen' (zie de voorbeelden in bijlage, woonproject te Maastricht en Amsterdam).

De voordelen van grondgebonden eengezinswoningen op deze locatie t.o.v. meergezinswoningen zijn de volgende:

  • Er is een beperkt aanbod aan grondgebonden (nieuwbouw) eengezinswoningen in de kern van Zonhoven, waar het aanbod aan appartementen steeds groter wordt (nieuwbouw, maar ook door splitsing van bestaande eengezinswoningen).  Deze ontwikkeling zou het aanbod aan grondgebonden eengezinswoningen kunnen vergroten.  
  • Door het voorzien van grondgebonden eengezinswoningen in de kern worden gezinnen met kinderen aangetrokken.
  • De percelen hebben een beperkte breedte.  Voor de ontwikkeling van meergezinswoningen dienen meerdere percelen te worden samengevoegd, wat moeilijk realiseerbaar is voor een particulier en gezien de versnipperde eigendomsstructuur.
  • De bestaande perceelbreedtes worden gerespecteerd en er ontstaat een verticaliteit.  Beide versterken het dorpsgevoel en creëren een gezellige sfeer, wat aansluit op het karakter van de nieuwe wegenis.

Aandachtspunten

Ook bij de realisatie van grondgebonden eengezinswoningen op deze locatie dient er rekening te worden gehouden met enkele belangrijke aandachtspunten:

  • Ieder ontwerp dient te worden getoetst en dient te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening.
  • Het mobiliteitsaspect is hierbij belangrijk. In zitting van 11/06/2019 ging het college principieel akkoord om gemotoriseerd verkeer in het bouwblok Achter de Hoven toe te laten, waarbij parkeren op eigen terrein is toegestaan en parkeren langs de openbare weg in het bouwblok niet is toegestaan. De nieuwe wegenis is enkel bedoeld voor bewoners van woningen langs deze weg.  Het parkeren van deze bewoners dient op eigen terrein te worden voorzien, maar mag niet gebeuren in de voortuin. In het kader van parkeren op eigen terrein zijn enkele opties mogelijk:
    • De gelijkvloerse bouwlaag kan aangewend worden voor het parkeren, in de vorm van een garage of geïntegreerde carport.  Er is echter niet de bedoeling de volledige gelijkvloerse plint, over de volledige weg, als parkeerplaats te laten functioneren.  Dit zou architecturaal weinig kwalitatief zijn en het onveiligheidsgevoel bevorderen door een gesloten gevelwand op gelijkvloers niveau.
    • Het parkeren gebeurt ondergronds.  Hiervoor kunnen verschillende percelen, op kelderniveau, worden samengevoegd.  Een ondergrondse parkeerkelder kan ook bekeken worden op perceelsniveau, i.f.v. de nieuwe woning(en) en de woning(en) aan de zijde van de Dorpsstraat.
  • Iedere woning moet over voldoende en makkelijk bereikbare fietsenstalling beschikken.
  • Er dient rekening te worden gehouden met de bestaande toestand.  Indien er waardevolle bomen aanwezig zijn, dient hier zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden bij het ontwerp van een nieuw project.
  • Er moet voldoende groen aanwezig blijven op de percelen.  Gezien de ligging en de beperkte oppervlaktes van de percelen zal de bebouwings- en verhardingsgraad mogelijk hoger liggen dan wat standaard aanvaardbaar is.  Het is echter niet de bedoeling de percelen overdreven te verharden/bebouwen.
  • De woningen/percelen dienen te beschikken over voldoende (woon-)kwaliteit.
  • Het zou positief zijn bijkomende trage verbindingen te creëren tussen Dorpsstraat en Achter De Hoven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de nieuwe wegenis Achter De Hoven ter hoogte van de percelen gelegen langs de Dorpsstraat te laten afbouwen.  Er wordt hierbij geopteerd voor grondgebonden eengezinswoningen met max. 3 bouwlagen onder een hellend dak.  De voorstellen/ontwerpen hiervoor dienen steeds op alle vlakken te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening.  De toevoeging van nieuwe trage verbindingen wordt toegejuicht.  

12.

2021_CBS_01063 - OMV - Vergunning - Kapelbergweg 26 bus 1 t/m 3 - 2021/00215 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2021_CBS_01063 - OMV - Vergunning - Kapelbergweg 26 bus 1 t/m 3 - 2021/00215 - Goedkeuring

2021_CBS_01063 - OMV - Vergunning - Kapelbergweg 26 bus 1 t/m 3 - 2021/00215 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.

De aanvraag werd op 7 juli 2021 ontvangen en op 5 augustus 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 2008/11234: stedenbouwkundige vergunning op 16/09/2009 door de Deputatie Limburg voor het bouwen van een meergezinswoning met 4 woongelegenheden voor minder mobiele mensen en senioren;
  • 2010/11822: Stedenbouwkundige vergunning op 27/09/2010 voor het bouwen van een bijgebouw met 4 afzonderlijke garages;
  • 2018/00139: omgevingsvergunning op 22/01/2019 voor het bouwen van een tuinhuis en het regulariseren van de terreinverhardingen;
  • STA/2007/00027 :positief stedenbouwkundig attest op 08/01/2008 voor het bouwen van 4 wooneenheden voor minder mobiele mensen of bejaarden.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • een tijdelijke bronbemaling voor de bouw van een meergezinswoning;
  • een tijdelijke bronbemaling voor de bouw van een woning.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Riolering

Op 30 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 5-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 124e29 - 124h29 , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.

Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Kapelbergweg, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door vrijstaande eengezinswoningen en meergezinswoningen.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel werd een meergezinswoning opgericht met 4 woonentiteiten en 2 bijgebouwen in de achtertuin.

Het bijgebouw dat is ingeplant tegen de rechter perceelgrens bevat 4 garages.  Het bijgebouw aan de linker achterzijde werd vergund als tuinberging.

De huidige aanvraag omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als meergezinswoning blijft behouden en is dan ook inpasbaar inde omgeving.

Mobiliteitsimpact

Er is reeds een bijgebouw aanwezig met 4 garages.   Tevens bevinden zich in de voortuin parkeerplaatsen.  Er zijn bijgevolg voldoende parkeerplaatsen aanwezig op eigen terrein.

De last van het autobezit wordt dan ook geheel op eigen terrein opgevangen en niet afgeschoven naar het openbaar domein.

Uit de gegevens waar de gemeente over beschikt blijkt dat het openbaar domein, uitgezonderd de inrit, geheel verhard werd met kiezel.  Uitgezonderd de inritverharding dient het openbaar domein uitgevoerd te worden als groenzone.   Er zal dan ook als voorwaarde worden opgenomen dat de kiezelverharding op het openbaar domein verwijderd moet worden en aangeplant als groenzone.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.

Het huidige appartementsgebouw heeft 4 woongelegenheden waarvan 2 gelijkvloerse appartementen en 2 duplex-appartementen.

De aanvrager wenst de 2 appartementen op de verdieping samen te voegen tot 1 woonentiteit.

Het appartement op de verdieping beschikt over een ruime leefruimte en keuken.  Aansluitend op deze leefruimtes bevindt zich een ruim terras.  Het terras bevindt zich aan de achterzijde van het gebouw en heeft een oppervlakte van ca. 55m².

Onder het dak bevinden zich 3 slaapkamers, 2 dressings, 2 badkamers, een technische ruimte en een berging.

De voor- en zijgevels blijven ongewijzigd.   In de achtergevel worden grote raampartijen aangebracht.

Het bestaande bouwvolume blijft dan ook ongewijzigd.

De aanvraag omvat tevens het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.

In 2019 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een tuinhuis.  Dit tuinhuis zal in de toekomst gebruikt worden als poolhouse.

Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 42,50m².

De raampartijen in de achtergevel van het bijgebouw werden verruimd ten opzichte van de vergunde toestand.

Het zwembad wordt aan de achterzijde van het poolhouse aangelegd waardoor de privacy ten opzichte van de aangrenzenden gerespecteerd blijft.

Het zwembad (inclusief boordstenen) heeft een oppervlakte van 32m² (4m x 8m) en een diepte van 1,58m.

Tot slot wordt vanaf het poolhouse een tuinpad aangelegd naar het zwembad en naar de inrit.

Er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Momenteel is een grote hoeveelheid verharding aangebracht in de voortuin, ca. 8m x 15m.

Gezien het aantal appartementen verminderd wordt zijn minder parkeerplaatsen noodzakelijk.

Rekening houdend met de algemeen gehanteerde parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit dienen op eigen terrein minimum 5 parkeerplaatsen aanwezig te zijn.

In het bijgebouw zijn reeds 4 parkeergarages aanwezig.  Bijgevolg dient er in de voortuin nog minimum 1 parkeerplaats voor bezoekers behouden te blijven.

Tevens wordt de totale verharding uitgebreid door de plaatsing van het zwembad.

Om de totale verharding te beperken zal als voorwaarde worden opgenomen dat de verharding in de voortuin beperkt dient te worden tot maximum 50%.  De ontharde zone dient ingericht te worden met groenaanplanting.

Bodemreliëf

Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinniveau behouden blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat

  • De kiezelverharding op het openbaar domein verwijderd wordt en deze zone aangeplant wordt als groenzone.
  • De verharding in de voortuin dient beperkt te worden tot maximum 50%.  De ontharde zone dient ingericht te worden met groenaanplanting.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 6 augustus 2021 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 9 augustus 2021 verleende de Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

De plaats van de watermeter moet een gemeenschappelijke ruimte zijn en ook na de verbouwing aan de voorschriften voldoen.

Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.

Het plaatsen van een energiebocht is voor appartementen niet toegelaten, er moeten aparte wachtbuizen geplaatst worden die ver genoeg van mekaar staan zodat er voldoende ruimte is voor de plaatsing van alle nutsleidingen.

De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 30 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het advies van de Watergroep, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
  2. De kiezelverharding op het openbaar domein dient verwijderd te worden en aangeplant te worden als groenzone.
  3. De verharding in de voortuin dient beperkt te worden tot maximum 50%.  De ontharde zone dient ingericht te worden met groenaanplanting.
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. De groenelementen die niet weergegeven zijn op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
  18. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een appartementsgebouw met 4 appartementen naar 3 appartementen, het regulariseren van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het advies van de Watergroep, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
  2. De kiezelverharding op het openbaar domein dient verwijderd te worden en aangeplant te worden als groenzone.
  3. De verharding in de voortuin dient beperkt te worden tot maximum 50%.  De ontharde zone dient ingericht te worden met groenaanplanting.
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. De groenelementen die niet weergegeven zijn op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
  18. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

13.

2021_CBS_01045 - OMV - Vergunning - 1280.C.874.2_04 gelegen langs Vilhoekstraat 10, 12, 14 en 16 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2021_CBS_01045 - OMV - Vergunning - 1280.C.874.2_04 gelegen langs Vilhoekstraat 10, 12, 14 en 16 - Goedkeuring

2021_CBS_01045 - OMV - Vergunning - 1280.C.874.2_04 gelegen langs Vilhoekstraat 10, 12, 14 en 16 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject en dit na het slopen van de bestaande constructies.

De aanvraag werd op 02/04/2021 ontvangen.

Op 28/04/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 27/05/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 17/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27/06/2021 tot en met 26/07/2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1956/00017: bouwvergunning op 27/07/1956 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1956/00060: bouwvergunning op 28/07/1956 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1957/00045: bouwvergunning op 01/02/1957 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1957/00063: bouwvergunning op 18/03/1957 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1280.C.874.2 : een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 30/07/2019 voor 22 loten, waarvan 3 loten voor meergezinswoningen, 7 loten voor open bebouwing en 12 loten voor halfopen bebouwing, het aanleggen van wegenis en openbaar domein en het slopen van een constructie.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27/06/2021 tot en met 26/07/2021. Er werden geen bezwaren ingediend. 

ADVIEZEN

Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan Proximus

Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep

Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius

Op 17/06/2021 werd advies gevraagd aan Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Bijzonder plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een verkaveling

Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. Het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de vergunde verkaveling om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject voldoet principieel aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. Als voorwaarde zal bijkomend opgelegd worden dat alle woningen binnen de verkaveling in één of meerdere collectieve omgevingsvergunningsaanvragen aangevraagd moeten worden.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 17 juni 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. § 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. 

§ 3. In het geval de opdrachtgever instaat voor zowel het bouwen van de gebouwen als de verwezenlijking van de voor het project noodzakelijke wegeniswerken, of in het geval de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een overheid de wegenis aanbesteedt, kan de omgevingsvergunning voor de gebouwen worden afgeleverd zodra de omgevingsvergunning voor de wegeniswerken is verleend. 

Het vergunningverlenende bestuursorgaan kan in dat geval een afdoende financiële waarborg voor de uitvoering van de wegeniswerken eisen.

De aanvraag voldoet aan deze bepalingen.

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Art. 4.2.15 §1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt. 

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

Op deze verkavelingsvoorschriften kunnen beperkte afwijkingen worden toegestaan met toepassing van artikel 4.4.1.

Art. 4.2.16 §1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor meer dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

De verkavelingsakte is evenwel niet vereist voor de overdracht en de indeplaatsstelling, vermeld in artikel 4.1.21 en 4.1.22 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, in zoverre alle geldende voorwaarden daartoe zijn vervuld.

§2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:

  1. de storting van een afdoende financiële waarborg;
  2. een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

Art. 4.2.17 Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
 Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.

De aanvraag voldoet aan deze bepalingen:

Het dossier bevat voldoende gegevens over het bouwrijp maken van de percelen door de sloop van bestaande constructies. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande constructies.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor deze aanvraag. Er werd een aktename gedaan door het Agentschap Onroerend Erfgoed van de ingediende archeologienota ID 18427 met referentie  https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/18427 op 3 mei 2021. Als voorwaarde bij de omgevingsvergunning zal worden opgelegd dat de bepalingen opgenomen in het Programma van maatregelen horende bij de archeologienota dienen te worden nageleefd.

OVERIGE REGELGEVING

Erfdienstbaarheden

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.

Bomen – te kappen:

Uit het dossier blijkt dat er voorgesteld wordt om 4 bomen te kappen. De bestaande hoogstammige bomen dienen maximaal bewaard te blijven. Alvorens het kappen van de bomen, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een groepswoningbouwproject bekomen te worden.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject en dit na het slopen van de bestaande constructies.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Het toevoegen van 3 loten, waarbij lot 28 en lot 29 voorzien zijn voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning en lot 30 voorzien is voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals aangegeven op het bijgevoegd verkavelingsplan, is ruimtelijk aanvaardbaar. De bouwstrook voor hoofdgebouwen wordt voorzien op 3,50 meter uit de rooilijn, hetgeen aansluit bij de bebouwing op de andere loten aan deze zijde van de straat binnen de goedgekeurde verkaveling. De afstand van de bouwstrook voor hoofdgebouwen  tot de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt minimum 3 meter. In de zijtuinstroken wordt een zone voor gekoppelde bijgebouwen voorzien. 

De bijgevoegde verkavelingsvoorschriften stemmen overeen met de reeds goedgekeurde verkavelingsvoorschriften bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 30/07/2019 waardoor de ruimtelijke samenhang tussen de verschillende loten wordt gegarandeerd.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Het advies van 23/06/2021 van De Watergroep is gunstig

“Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Geen advies

Advies Ontwerpbureau

Volledig gunstig advies zonder voorwaarden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

2.- Het advies van 18/06/2021 van Proximus is gunstig:

“Netuitbreiding reeds gebeurd met JMS 447553.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

3.- Het advies van 23/06/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig

Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 17.06.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.

Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.

Voor dit project waarbij netuitbreidingen nodig zijn, zal Fluvius een netstudie starten waaruit een gedetailleerde offerte zal volgen aan de initiatiefnemer. De initiatiefnemer dient de gevraagde tussenkomsten, zoals vermeld in deze offerte, steeds te betalen aan Fluvius vóór het in uitvoering brengen van zijn vergunning.

In deze offerte zullen tevens alle specifieke voorwaarden voor dit project worden opgenomen. Zo dient o.a. een vrije, openbare ruimte ter beschikking te zijn langsheen alle percelen, en dit met een breedte van minstens 1,5 m tegen de rooilijn en indien van toepassing langs beide zijden van de straat, waarin de nutsvoorzieningen aangelegd worden. Zowel bovengronds als ondergronds (tot op een diepte van 1,5 m ten opzichte van het maaiveld) mogen zich geen hindernissen bevinden in deze ruimte. Afhankelijk van de grootte van het project dienen mogelijks een of meerdere ruimte(s) voor een distributiecabine elektriciteit en/of aardgas ter beschikking gesteld te worden aan Fluvius. Voor elektriciteit heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 7,95m x 5,70m. Voor aardgas heeft deze zone altijd minimale afmetingen van 3,50m x 3,60m. Beide zones moeten rechtstreeks bereikbaar zijn vanop het openbaar domein. De bereikbaarheid, inplanting en bouwkundige voorwaarden dienen besproken te worden met Fluvius, en dit vóór het in uitvoering brengen van de vergunning. Wij dienen van de initiatiefnemer de schriftelijke toelating(en) te ontvangen in verband met de inplanting(en) en de kosteloze overdracht van de nodige grond(en) voor zover deze niet in het openbaar domein wordt voorzien.

Indien de woningen niet 100% verticaal gescheiden zijn moet – omwille van veiligheidsredenen met betrekking tot aardgas - één (of meerdere) gemeenschappelijke tellerlokalen worden voorzien op de gelijkvloerse verdieping die voor alle woonheden beschikbaar zijn, en dit zowel voor de tellers aardgas als elektriciteit 

Riolering 

Ter hoogte van de verkaveling bevindt er zich momenteel geen openbaar afwateringsstelsel. In afwachting van de aanleg van het rioleringsnet in de straat, dient de bouwheer conform Vlarem II, het huishoudelijk afvalwater eerst aan te sluiten op een septische put voordat het geloosd kan worden in een besterfput. Op het ogenblik dat er riolering in uw straat wordt aangelegd, zal de bouwheer verplicht worden om het afvalwater op deze riolering aan te sluiten. De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. 

Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.

De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.

Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.

Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.

Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.

Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van gecertificeerde keurders kan u vinden op www.vlario.be.

Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden: 

- De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.

Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.

Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.

Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

4.- Het advies van 21/06/2021 van de Dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig

“Gunstig voor de voorgestelde werken, mits nakomen volgende voorwaarde:

Aanplanten van 4 hoogstam loofbomen, één in elke achtertuin van de nieuw te realiseren kavels.

De bomen worden minstens in de maat 18/20 aangeplant en er kan uit volgende soorten gekozen worden:

- Alnus glutinosa,

- Prunus avium,

- Acer campestre,

- Prunus padus,

- Quercus petraea,

- Quercus robur.

Bij bouwen van de woningen zullen ook de nodige maatregelen moeten genomen worden om deze bomen te beschermen tegen schade en afsterven ten gevolge van de werken.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich niet aan bij dit advies. Alvorens de bomen kunnen gekapt worden, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een groepswoningbouwproject bekomen te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject, voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
    -De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    - Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
    - Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
  2. De bijgevoegde verkavelingsvoorschriften, opgemaakt door de aanvrager, zijn van toepassing.
  3. Alle woningen binnen de verkaveling moeten in één of meerdere collectieve omgevingsvergunningsaanvragen aangevraagd worden.
  4. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van Fluvius.
  5. De bepalingen opgenomen in het Programma van maatregelen horende bij de archeologienota dienen te worden nageleefd.
  6. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
    Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
  7. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  8. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
    Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van alle constructies op het perceel, op voorwaarde dat alle constructies in hun geheel afgebroken worden.
  9. Alvorens de bomen kunnen gekapt worden, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een groepswoningbouwproject bekomen te worden.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden door het toevoegen van 3 loten (lot 28, lot 29 en lot 30) - bestaande uit 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing - aan de reeds vergunde verkaveling 1280.C.874.2 om deel uit te kunnen maken van het groepswoningbouwproject,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
    -De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    - Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
    - Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  2. De bijgevoegde verkavelingsvoorschriften, opgemaakt door de aanvrager, zijn van toepassing.
  3. Alle woningen binnen de verkaveling moeten in één of meerdere collectieve omgevingsvergunningsaanvragen aangevraagd worden.
  4. Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van Fluvius.
  5. De bepalingen opgenomen in het Programma van maatregelen horende bij de archeologienota dienen te worden nageleefd.
  6. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning tot het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
    Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
  7. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  8. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
    Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van alle constructies op het perceel, op voorwaarde dat alle constructies in hun geheel afgebroken worden.
  9. Alvorens de bomen kunnen gekapt worden, dient er eerst een omgevingsvergunning voor het oprichten van een groepswoningbouwproject bekomen te worden.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

14.

2021_CBS_01046 - OMV - Vergunning - Molenweg 142, 144 bus 1 t.e.m. 3 - 2021/00214 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2021_CBS_01046 - OMV - Vergunning - Molenweg 142, 144 bus 1 t.e.m. 3 - 2021/00214 - Goedkeuring

2021_CBS_01046 - OMV - Vergunning - Molenweg 142, 144 bus 1 t.e.m. 3 - 2021/00214 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.

De aanvraag werd op 6 juli 2021 ontvangen en op 3 augustus 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 6 februari 2017 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van 4 wooneenheden.   (2017/00250)

Op 15 juni 2021 werd een gedeeltelijke omgevingsvergunning afgeleverd.  Er werd een vergunning verleend voor het regulariseren van de meergezinswoning en een weigering voor het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.  (2021/00104)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de gevels van de meergezinswoning.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Het hemelwater van het bijgebouw infiltreert op eigen terrein.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Molenweg, een gemeenteweg in de kern van Termolen.

De omgeving wordt gekenmerkt door een gevarieerde bebouwing.  In de omgeving komt zowel residentiële bebouwing in open, halfopen en gesloten verband al dan niet gecombineerd met handel, alsook meergezinswoningen voor.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevindt zich een meergezinswoning bestaande uit 4 woonentiteiten.

De bebouwing bestaat visueel uit twee aparte volumes die op de verdieping met elkaar verbonden zijn.

Het linker volume sluit aan tegen de halfopen bebouwing op het linker aangrenzende perceel.

De huidige aanvraag omvat het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als meergezinswoning blijft ongewijzigd en behouden.  Bijgevolg is deze dan ook inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Het college verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.

Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 1,5 parkeerplaatsen per woongelegenheid.

Het ontwerp voorziet de oprichting van een carport voor 4 wagens.  In de voortuin worden 3 parkeerplaatsen aangelegd voor bezoekers.

Het aantal voorziene autostaanplaatsen voldoet aan de algemeen gehanteerde norm.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein.

De carports met tuinberging worden ingeplant op minimum 12,54m achter de achtergevel van het hoofdvolume, op 7m van de rechter perceelgrens en op minimum 3,30m van de achterste perceelgrens.

Het bijgebouw bestaat uit 4 carports en 4 tuinbergingen.

Het houten bijgebouw heeft een aanzienlijke oppervlakte van 96m².

De uitvoering wordt voorzien met een groen dak.   De dakrandhoogte is gelegen op 3m ten opzichte van het maaiveld.

Om de carports te bereiken wordt een inrit voorzien in grasdallen.

De inrit verleent tevens toegang tot 3 parkeerplaatsen in de voortuin.  Deze parkeerplaatsen, tevens uitgevoerd in grasdallen, worden evenwijdig met de weg aangelegd.  De totale verharding in grasdallen bedraagt ca. 298,50m² (= 261,5m² inrit + 37m² parkings).

Rekening houdend met de aanzienlijke oppervlakte van de inrit werd geopteerd voor grasdallen.  Hierdoor wordt toch een groen uiterlijk gecreëerd.

Tevens wordt een klinkerverharding aangelegd naar de carports met tuinberging vanaf de toegangsdeuren van de meergezinswoning.   Deze bevinden zich ter hoogte van de doorgang tussen de bouwvolumes.  De voorziene klinkerverharding heeft een oppervlakte van 29,37m².

Tot slot omvat de aanvraag het rooien van een den.

Uit het advies van de dienst Facilitair Management blijkt dat de den reeds gerooid werd.  Bijgevolg betreft de aanvraag het regulariseren van het rooien van een den.

De overlevingskansen van deze den zouden zeer beperkt zijn na de oprichting van het bijgebouw.

Er kan dan ook akkoord gegaan worden met de regularisatie van het rooien van de den mits voldaan wordt aan de voorwaarden opgelegd in het advies van de dienst Facilitair Management zoals aangehaald onder de titel ‘bespreking adviezen’.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 10 augustus 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“gunstig onder voorwaarden

Gezien de den waarvan sprake in deze aanvraag al gerooid is, en we bijgevolg de waarde en/of de conditie van deze den niet kunnen bepalen, gaan we ervan uit dat het hier om een exemplaar in goede conditie ging.

Er wordt dan ook opgelegd deze reeds gerooide den te vervangen door een streekeigen hoogstam boom. Deze heraanplant gebeurd met een boom in een maat niet kleiner dan 18/20. Volgende soorten komen in aanmerking voor deze heraanplant:

  • Tilia cordata,
  • -Acer campestre,
  • Prunus avium, en variëteiten van deze soort,
  • Quercus robur,
  • Quercus petraea
  • Betula pendula.”

De gemeentelijk omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.

Aan de opgelegde voorwaarde in het advies dient toegevoegd te worden dat de nieuwe boom dient ingeplant te worden in de achtertuin op minimum 2m van de perceelsgrenzen.

De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de vergunning.

Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde:

  • Er dient minimaal 1 nieuwe streekeigen hoogstam boom aangeplant te worden in de achtertuin tuin, minimale plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen.

De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de vergunning.

Volgende soorten komen in aanmerking voor de heraanplant:

  • Tilia cordata,
  • Acer campestre,
  • Prunus avium, en variëteiten van deze soort,
  • Quercus robur,
  • Quercus petraea
  • Betula pendula.

Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient minimaal 1 nieuwe streekeigen hoogstam boom aangeplant te worden in de achtertuin tuin, minimale plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen. De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de vergunning.
    Volgende soorten komen in aanmerking voor de heraanplant:
    - Tilia cordata,
    - Acer campestre,
    - Prunus avium, en variëteiten van deze soort,
    - Quercus robur,
    - Quercus petraea
    - Betula pendula.”
    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  4. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3,50 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  5. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  6. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  7. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  8. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager maar wenst de voorwaarde rond de lijst met boomsoorten niet op te nemen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het rooien van 1 den, het bouwen van carports met tuinberging en de aanleg van het terrein zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient minimaal 1 nieuwe streekeigen hoogstam boom aangeplant te worden in de achtertuin tuin, minimale plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen.
    De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de vergunning.
    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  4. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3,50 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  5. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  6. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  7. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  8. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  12. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

15.

2021_CBS_01049 - OMV - Vergunning - Daalheideweg 72 - 2021/00151 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2021_CBS_01049 - OMV - Vergunning - Daalheideweg 72 - 2021/00151 - Gedeeltelijke goedkeuring

2021_CBS_01049 - OMV - Vergunning - Daalheideweg 72 - 2021/00151 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad. 

De aanvraag werd op 02/05/2021 ontvangen.

Op 31/05/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 01/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 23/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 03/07/2021 tot en met 01/08/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 28/06/1978 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd , voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1978/00076)
  • Op 08/09/1964 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het verkavelen van gronden in 12 loten, door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.83)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 03/07/2021 tot en met 01/08/2021.

Er werden geen  bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Departement Landbouw en Visserij

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in agrarisch gebied. 

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 11 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 08/09/1964 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.83. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming residentiële woningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat enkel levende hagen, gesteund door draad of traliewerk met grote mazen, vastgemaakt aan palen in metaal of beton met een maximum van 1,50m hoogte, met eventueel een laag muurtje of een plaat van ten hoogste 0,40m hoogte, toegelaten zijn.

In het ontwerp wordt er enkel een draadafsluiting voorzien in de achtertuin. 

In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de dakhelling tussen 25° en 50° dient te bedragen.

In het ontwerp worden er dakkapellen voorzien met een dakhelling van 20° of minder. 

In de verkavelingsvoorschriften wordt voorzien dat de maximale kroonlijsthoogte 6m mag bedragen ten opzichte van het grondpeil.

In het ontwerp wordt een maximale kroonlijsthoogte van 6,60m voorzien ten opzichte van het grondpeil.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 133,72m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering 

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 27/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

Naar aanleiding van uw brief/mail van 23-06-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie D, nummer(s) 132A103, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen. 

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: 

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering 

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be). 

Algemene voorschriften: 

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel. 

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn. 

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk. 

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer 

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven. 

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven. 

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013. 

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein. 

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel. 

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang. 

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject 

Het is uiterst belangrijk dat de aanvrager na het verkrijgen van de bouwvergunning zo snel mogelijk zijn aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aanvraagt gezien de beperkte diepte waarop deze in de straat ligt. De putjes worden geplaatst op een afstand van 60 cm van elkaar, met een diameter voor regenwater van 160 mm en voor afvalwater van 125 mm. De effectieve plaats en diepte van de huisaansluiting is pas gekend na plaatsing van de aansluitputjes door Fluvius. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle aanpassingen die de bouwheer moet doen om aan te sluiten, indien niet voldaan aan deze voorwaarden, zijn uitsluitend ten laste van de bouwheer. Het aanvraag kan gebeuren op www.fluvius.be. 

Het openbaar rioleringsstelsel voor uw perceel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie. Een sterfput mag hier nooit geplaatst worden. 

Volgens de GSV hemelwater moet de inhoud van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening verplicht op het rioleringsplan vermeld staan. 

Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden. 

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren. 

We raden aan om: 

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben. 
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. 
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden. 
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak. 
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden. 

3. Keuring privéwaterafvoer 

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. 

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius). 

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. 

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag is gelegen langsheen de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal, de overloop en de zolder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 08/09/1964 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en het aanleggen van een zwembad, waarbij er beperkte afwijkingen ten opzichte van de verkavelingsvoorschriften worden voorzien. Deze beperkte afwijkingen zijn niet van toepassing op de bestemming, het aantal bouwlagen en/of de vloerterreinindex. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning waarbij er een zwembad wordt voorzien is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving ruimtelijk inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen op de inrit en 1 inpandige garage die vooraan in de woning wordt voorzien voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande woning en het aanleggen van een zwembad. 

De woning wordt ingeplant op 6m van de rooilijn en op minstens 3m van de zijdelingse perceelgrenzen. De woning wordt opgericht met 2 bouwlagen waarvan de maximale kroonlijsthoogte 6,60m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De woning wordt voorzien van een hellend dak met een hellingsgraad van 40° waardoor de nokhoogte 10,99m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 17m. Voor het verdiepingsniveau wordt een maximale bouwdiepte voorzien van 10,60m. Aan de voor- en achtergevel worden er dakkappelen voorzien met een dakhelling van 20°. In de woning wordt er ook een inpandige garage ingericht die bereikbaar is via de voorgevel.

Zowel voor de dakhelling van de dakkappellen als voor de kroonlijsthoogte van de woning geldt een afwijking van de geldende verkavelingsvoorschriften. Aangezien deze niet de bestemming, de vloerterreinindex of het aantal bouwlagen verandert ten opzichte van de geldende verkavelingsvoorschriften worden deze afwijkingen slechts als “beperkte afwijkingen” beschouwd die geen afbreuk doen aan het huidige straatbeeld en dus ook niet dusdanig hard verschillen van de geldende verkavelingsvoorschriften. Hierdoor kan de woning zoals aangevraagd aanvaard worden op deze locatie.

Verder wordt er in de achtertuin nog een zwembad voorzien met een zwembadboord. De oppervlakte hiervan bedraagt ±42m². Samen met het terras en de paden die in de zijtuinen worden voorzien zal de maximum toegelaten oppervlakte van 80m² aan niet-overdekte constructies die, volgens het vrijstellingsbesluit, vrijgesteld is van vergunning, overschreden worden. Gezien de verkavelingsvoorschriften zich niet uitspreken over de toegelaten oppervlakte aan niet-overdekte constructies (waaronder zwembaden/verhardingen) is een oppervlakte groter dan 80m² vergunningsplichtig.  Het perceel bevindt zich echter binnen een (deels) zonevreemde verkaveling, met als onderliggende bestemming agrarisch gebied.  Door de zonevreemdheid zijn bijkomende verhardingen (t.o.v. de vrijgestelde 80m²) niet vergunbaar.

Hierdoor kunnen de verhardingen(inclusief het zwembad), die weergegeven worden binnen deze aanvraag niet aanvaard worden. Indien men toch verhardingen(inclusief een zwembad) wenst te voorzien in de zij- en achtertuin, dienen deze te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit en dient hiervoor bijgevolg geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het totaal aan niet-overdekte constructies kan nooit groter worden voorzien dan 80m² op het perceel van de aanvraag.

Vooraan de woning wordt er een inrit aangelegd met een breedte van 4m over de lengte van 6m. Vanuit deze inrit vertrekt er ook nog een pad richting de voordeur. Beide vallen onder de strikt noodzakelijke (en dus vrijgestelde) toegangen tot de woning.  Deze verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers en hebben een oppervlakte van ±30m². Binnen de gemeente Zonhoven is er de norm dat debreedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 3m mag bedragen en dat deze hierna wel breder mag voorzien worden ermee rekening houdend dat de voortuin voldoende groen bevat. De gevraagde inrit kan dus voorzien worden op voorwaarde dat de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn beperkt wordt tot 3m.

De overige zones op het terrein dienen groen aangeplant te worden, met uitzondering van de max. 80m² verharding (incl. zwembad) in de zij- en achtertuin die wordt toegelaten volgens art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit. Langsheen de perceelgrenzen wordt ook een draadafsluiting voorzien. Aangezien de verkaveling ouder is dan 15 jaar kan er voldaan worden aan het vrijstellingsbesluit voor wat betreft het plaatsen van omheiningen. Dergelijke afsluiting kan dus aanvaard worden zolang er voldaan wordt aan art. 2.1 punten 5°, 6° en 7°. 

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn beperkt wordt tot 3m.

Buiten de inrit tot aan de woning en het pad naar de voordeur zijn de voorziene niet-overdekte constructies (verhardingen en zwembad) niet aanvaardbaar.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 24/06/2021 van het departement landbouw en visserij is voorwaardelijk gunstig:

Het Departement Landbouw en Visserij heeft uw in het onderwerp vermelde adviesaanvraag vanuit landbouwkundig standpunt onderzocht en formuleert er om de volgende redenen een voorwaardelijk gunstig advies bij.

De aanvraag omvat het oprichten van een eengezinswoning en aanleg van een zwembad. De aanvraag heeft geen betrekking op professionele agrarische noch para-agrarische activiteiten.

Het betreffende perceel is volgens het gewestplan gelegen binnen agrarisch gebied. In de nota wordt vermeld dat het perceel is gelegen in een verkaveling van 8 september 1964 met als gemeentelijk dossiernr. 7204.V.83. Voor verkavelingen daterend vóór 22 december 1970 bestaat het vermoeden van verval, volgens art. 7.5.4 VCRO.

Het departement Landbouw en Visserij benadrukt dat residentiële woningbouw principieel in strijd is met de agrarische gebiedsbestemming. Van deze bestemmingsvoorschriften kan enkel worden afgeweken indien de verkavelingsvergunning voor dit onbebouwd gedeelte van de verkaveling niet is komen te vervallen.

Met betrekking tot de afwijking op de kroonlijsthoogte stelt het departement zich de vraag of dit in een straat met woningen gekenmerkt met anderhalve bouwlaag ruimtelijk inpasbaar is, gezien het bouwvolume van de nieuw te bouwen woning hierdoor volgens de dossierstukken circa 1.216m³ bedraagt, terwijl bij bestaande zonevreemde woningen dit bouwvolume decretaal wordt beperkt tot maximaal 1.000m³.

De aangevraagde nieuwbouw wordt opgericht tussen reeds twee bestaande residentiële woningen. De bouwkavel wordt volledig omringd door tuinzones. Op basis van de beschikbare landbouwgegevens is het terrein niet in landbouwgebruik.

Gelet op de ruimtelijke ligging en het omliggende bebouwing ontstaat er geen bijkomend nadeel voor de lokale landbouwstructuur en kan er vanuit het Departement Landbouw en Visserij enkel een gunstig advies worden verleend onder voorwaarde:

- Dat de verkavelingsvergunning voor dit onbebouwd perceel niet is vervallen.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 27/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven vermeld.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in deze omgevingsvergunning.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het bouwen van de eengezinswoning.

De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het aanleggen van het zwembad en het aanleggen van de verhardingen in de zijtuinen en achtertuin (terras). Deze verhardingen (inclusief zwembad) zijn, zoals aangevraagd, niet vergunbaar.   Eventuele niet-overdekte constructies (verhardingen, zwembad) op het perceel dienen te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit aangezien de ligging binnen een zonevreemde verkaveling.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de draadafsluiting langsheen de perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier: 

  • Ongunstig voor zwembad en verhardingen (m.u.v. inrit en looppad tot aan voordeur) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
  • Voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    Andere voorwaarden:
  10. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn in het advies van het agentschap landbouw en visserij;
  14. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  15. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de draadafsluiting langsheen de perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het aanleggen van het zwembad en het aanleggen van de verhardingen in de zijtuinen en achtertuin (terras), zoals weergegeven op de/het ingediende plannen. Eventuele niet-overdekte constructies (verhardingen, zwembad) op het perceel dienen te voldoen aan art. 2.1.8° en art. 2.2 van het vrijstellingsbesluit aangezien de ligging binnen een zonevreemde verkaveling.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een eengezinswoning, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

Riolering

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    Andere voorwaarden:
  10. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn in het advies van het agentschap landbouw en visserij;
  14. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  15. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

16.

2021_CBS_01052 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2021_CBS_01052 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

2021_CBS_01052 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college neemt kennis van het verslag van de marktcommissie

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de marktcommissie dd. 16.09.2021.

17.

2021_CBS_01062 - Speelvergunning circus - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2021_CBS_01062 - Speelvergunning circus - Goedkeuring

2021_CBS_01062 - Speelvergunning circus - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Nota van de dienst

Er wordt één circus per jaar toegelaten in Zonhoven. Circus Vegas diende de aanvraag in op 25.02.2019. We hebben nog een tweede aanvraag ontvangen van Pacific circus op datum van 16 april 2019.

Het circus kan geplaatst worden op de terreinen van vzw De Waerde.

Ingevolge het koninklijk besluit van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstellingen vragen wij volgende documenten aan ons over te maken:

een kopie van het contract met een erkende dierenarts

een kopie van het meldingsformulier voor de dieren die niet voorkomen op lijst A

een afschrift van de combinatiepolis

een afschrift van de inschrijving in de in de kruispuntbank van de ondernemingen

een technisch beschrijving van de installaties (verblijven van de dieren, tent enz.)

een beschrijving van de voorstelling

het schema van de tournee en de naam van de contactpersoon

er wordt een borgsom van 250 euro (terrein) betaald bij de financieel beheerder

en een som van 350 euro voor de standpijp van het water

De elektriciteit wordt afgenomen bij vzw De Waerde.

De voorschriften van de dienst Wegen en Verkeer betreffende de reclamepanelen worden nageleefd.


De reclamepanelen dienen ten laatste de dag na de laatste voorstelling opgeruimd te worden en het terrein dient terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht te worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit een speelvergunning af te leveren aan circus Vegas, p.a. Samuel Prein, Boite Postals 30, 1040 Evere-Haecht voor de periode 28/09/2021 tot en met 22/10/2021 mits het naleven van volgende voorwaarden: 

Het circus kan geplaatst worden op de terreinen van vzw De Waerde mits het naleven van volgende voorwaarden:

Ingevolge het koninklijk besluit van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstelling vragen wij volgende documenten aan ons over te maken:

een kopie van het contract met een erkende dierenarts

een kopie van het meldingsformulier voor de dieren die niet voorkomen op lijst A

een afschrift van de combinatiepolis

een afschrift van de inschrijving in de in de kruispuntbank van de ondernemingen

een technisch beschrijving van de installaties (verblijven van de dieren, tent enz.)

een beschrijving van de voorstelling

het schema van de tournee en de naam van de contactpersoon

Er wordt een borgsom  betaald aan vzw De Waerde

De elektriciteit wordt afgenomen bij vzw De Waerde. 

De voorschriften van de dienst Wegen en Verkeer betreffende de reclamepanelen worden nageleefd.

De reclamepanelen dienen ten laatste de dag na de laatste voorstelling opgeruimd te worden en het terrein dient terug in zijn oorspronkelijke staat gebracht te worden.

18.

2021_CBS_01055 - Renovatie gemeentehuis: budgettering HVAC, sanitair en elektriciteit - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2021_CBS_01055 - Renovatie gemeentehuis: budgettering HVAC, sanitair en elektriciteit - Goedkeuring

2021_CBS_01055 - Renovatie gemeentehuis: budgettering HVAC, sanitair en elektriciteit - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het studiebureau Multis heeft bekeken welk type verwarming in aanmerking komt voor het gemeentehuis, rekening houdend met de CO2 reductie die we moeten realiseren, fossielvrije gemeentelijke gebouwen, future proof bouwen, ...    

In het kader van het burgemeesterconvenant dienen we tegen 2030 een CO2 reductie van 50% voor ons eigen patrimonium te behalen.
Voor SURE2050 (Europa) dienen al onze gemeentelijke gebouwen tegen 2050 volledig fossiel vrij te zijn.

Dit resulteert in het gebruik van een  warmtepomp  voor verwarming en koeling via een klimaatplafond in het ganse gemeentehuis en een ventilatiesysteem type D.
In bijlage zijn de opties volledig uitgewerkt met de voor- en nadelen.

De basisoptie is de beste optie. Dit is een geothermische water / water warmtepomp gekoppeld met bodemenergie.
Een geothermische warmtepomp zorgt voor het hoogst haalbare rendement voor zowel warmtepopwekking als koudeopwekking. Door de stabiele brontemperatuur van de bodem heeft de buitentemperatuur zéér weinig invloed op het rendement van de warmtepomp.
Doordat het een water/water warmtepomp is, zorgt dit niet voor geluidshinder.
raming: +- € 815 000 

Bij optie 1 stelt men een lucht / water warmtepomp voor. Doordat de warmtepomp afhankelijk is van buitenlucht, dient deze groter gedimensioneerd te worden om dezelfde vermogens bij de dezelfde buitencondities te kunnen genereren en heeft bijgevolg ook een lager rendement. Ook moet deze warmtepomp op het dak gemonteerd worden, wat een geluid producerende unit tot gevolg heeft, waardoor we extra geluidsdemping nodig gaan hebben.
Doordat hier zowel de warmtepomp als de ventilatie unit op het dak komen, is er hier minder plaats voor zonnepanelen.
raming: +- € 735 000

Optie 2 is de minderwaardige variant met condenserende gasketels. Aangezien dit niet fossielvrij is, is dit geen optie meer.
raming: +- € 740 000

In de begroting die op tafel ligt is rekening gehouden met de volgende cijfers:



excl. BTWincl. BTW
dakrenovatie
€ 132.000,00€ 159.720,00
zonnepanelen
€ 100.000,00€ 121.000,00
HVAC
€ 815.000,00€ 986.150,00
sanitair
€ 95.000,00€ 114.950,00
elektriciteit (incl. verlichting en branddetectie)
€ 136.363,64€ 165.000,00


Momenteel zijn er veel te veel sanitaire ruimtes in het gemeentehuis. Deze zijn niet nodig om allemaal te vervangen.
Als we de berekening doen van de maximale bezetting per verdieping, komen we per verdieping toe met 3 damestoiletten, 3 herentoiletten (of 2 toiletten en 1urinoir) en 1 anders valide toilet.
In bijlage dan ook het voorstel om de toiletten in het inkomsas drastisch te verminderen (wordt bijna enkel gebruikt door bezoekers en bij evenementen), de toiletten aan de dienst ruimte verder uit te werken met een anders valide toilet, de toiletten op de verdieping langs de keuken verder uit te werken met een anders valide toilet en de toiletten aan de lift en de toiletten op het einde van de gang aan contractmanagement te schrappen.
Dit gaat het budget voor het sanitair ten goede komen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de basisoptie met geothermische warmtepomp verder uit te werken voor de HVAC van het gemeentehuis.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de sanitaire ruimtes van het gemeentehuis te verminderen naar het noodzakelijke aantal.

19.

2021_CBS_01053 - Goedkeuring verfraaiing elektriciteitskast: Buitenhof 73 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2021_CBS_01053 - Goedkeuring verfraaiing elektriciteitskast: Buitenhof 73 - Goedkeuring

2021_CBS_01053 - Goedkeuring verfraaiing elektriciteitskast: Buitenhof 73 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Melding 21M20371 via ons meldingensysteem.

Feiten context en argumentatie

De eigenares van Buitenhof nr.73 vraagt of zij de elektriciteitskast op het openbaar domein voor haar woning ook mag (laten) verfraaien. Zij heeft vernomen dat wij bezig zijn met 'Tour Elektric' en vroeg zich af of het mogelijk was dat zij dit ook mochten.

De elektriciteitskast staat op het openbaar domein.

De eigenaar Fluvius vraagt een voorafgaand akkoord van de gemeente Zonhoven.  Er is echter ook toestemming nodig van de eigenaar van de kast. 

De eigenaar kan, bovenop eventuele voorwaarden van het college van burgemeester en schepenen, nog bijkomende voorwaarden opleggen.

Volgende voorwaarden willen we stellen:

- De gemeente Zonhoven staat niet in voor de kosten van de verfraaiing, noch voor de eventuele onmiddellijke of latere verwijdering of aanpassingen ervan.

- de aanvrager moet op voorhand het ontwerp laten goedkeuren door de gemeente

- de aanvrager dient de nodige signalisatie te voorzien tijdens de werken

- de aanvrager dient de gemeente minstens 10 dagen op voorhand te laten weten wanneer de werken worden uitgevoerd

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de aanvraag van een burger om verfraaiingswerken aan 1 elektriciteitskast ter hoogte van Buitenhof 73 uit te voeren.

20.

2021_CBS_00843 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - verrekeningsvoorstel 1 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2021_CBS_00843 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - verrekeningsvoorstel 1 - Goedkeuring

2021_CBS_00843 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - verrekeningsvoorstel 1 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Tijdens de uitvoering van de werken kwamen een aantal onvoorziene zaken aan het licht (stabiliteit gevelpanelen, onderschatte hoeveelheid betonrot, opbouw bestaande balk boven de garagepoorten,...) maar werden ook een aantal verbeteringen en kwalitatievere oplossingen voorgesteld (positie ramen, groter dikteverschil verspringing gevelvlak, vereenvoudigde uitsprong ter hoogte van de raadzaal, verbeterde isolatie,...).

De prijsconsequenties voor deze aanpassingen werden samen met de architect onderhandeld met de aannemers en hebben geleid tot bijgevoegd "financieel overzicht". Het totale bedrag van de verrekeningen die hierin staan opgelijst en beschreven (minprijzen staan tussen haakjes) bedraagt € 77.068,65 exclusief btw (€ 24.683,04 voor lot 1 en € 52.385,61 voor lot 2).

Deze verrekeningen zijn aanvullende werken dewelke conform artikel 38/4 KB Uitvoering zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor deze opdracht kunnen worden doorgevoerd, mits in acht name dat deze niet hoger zijn dan vijftien procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht, dewelke in casu niet overschreden wordt.

Nota van de dienst:

- verrekening 1.2.11.1 en 1.2.11.2: werden reeds goedgekeurd in de zitting van 31 augustus 2021;

- verrekening 1.3.5: meerkosten die te wijten zijn aan fasering, planning en uitvoeringsmethode kunnen niet aan het bestuur worden doorgerekend;

- verrekening 2.1.1: kosten voor arbeidsmiddelen - werken op hoogte / steigers zitten vervat in de aanneming als PM en kunnen geen aanleiding geven tot verrekeningen;

-verrekening 2.1.5: de bestaande gevels met al hun in- en uitsprongen waren gekend bij de start van de procedure. Deze meerprijs lijkt ons niet gepast.

verrekening 2.1.8.2: Een snelle meting van de lengte van de verspringingen tussen donkere en witte gevelvlakken resulteert in een lengte van ongeveer 105 lopende meter. Met de meerdikte van 3 cm (5 cm oversteek in plaats van 2 cm) geeft dat 105 m x 0,03 m = 3,15 m2. De aannemer dient voor deze verrekening een detailopgave te maken.

Voor de bevestiging van de buitensirene van het inbraakalarm werd door de aannemer een verrekeningsvoorstel verstuurd per mail op 14 september voor het plaatsen van vier bevestigingsblokken voor een totaalbedrag van € 140,00 exclusief btw of € 169,40 inclusief btw. Hoewel niet gelabeld benoemen we deze verrekening als 2.1.14.

De dienst adviseert om de verrekeningen in bijgaand document goed te keuren met uitzondering van verrekeningen 1.2.11 en 1.2.12 (reeds goedgekeurd), verrekeningen 1.3.5, 2.1.1, 2.1.5 en 2.1.8.2.

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 12 september 2017 houdende gunning van de ontwerpopdracht voor de opdracht “Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis” aan SFAR Architectenbureau bvba, Lange Schouwenstraat 31C te 3520 Zonhoven.

Het besluit van de gemeenteraad dd. 24 juni 2019 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming en plaatsingsprocedure voor de opdracht "Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - lot 1"

Het bestek voor deze opdracht opgesteld door de ontwerper, SFAR Architectenbureau bvba.

Het verslag van nazicht van de offertes dd. 24 maart 2020 opgesteld door SFAR Architectenbureau bvba.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 31 maart 2020 houdende gunning van de opdracht aan de economisch meest voordelige regelmatige bieders. Zijnde voor lot 1: Moors nv, Europark 1041 te 3530 Houthalen-Helchteren tegen de som van € 657.552,15 exclusief btw of € 795.638,10 inclusief btw (inclusief verbouwingswerken van de garage, de technische ruimte en de stalen trap) en voor lot 2: Marc Indestege bvba, KMO-zone Molenheide 4061 te 3520 Zonhoven, tegen de som van € 311.155,67 exclusief btw of € 376.498,36 inclusief btw (inclusief de extra coating Stocolor Lotusan G).

De goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen van 31 augustus 2021 betreffende de wijziging van de materialen voor de buitenverharding voor een meerprijs van € 6.450,00 exclusief btw of € 7.804,50 inclusief btw.  

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de verrekeningen beschreven in het document "financieel overzicht", opgesteld door de ontwerper, SFAR Architectenbureau bvba, op 26 augustus 2021 goed met uitzondering van verrekeningen 1.2.11.1, 1.2.11.2, 1.3.5, 2.1.1, 2.1.5 en 2.1.8.2 voor een totaalbedrag van € 51.098,65 exclusief btw (€ 14.933,04 voor lot 1 en € 36.165,61 voor lot 2) of € 61.829,37 inclusief btw (€ 18.068,98 voor lot 1 en € 43.760,39 voor lot 2). 

Artikel 2

Voor de verrekening 2.1.8.2 wordt de aannemer gevraagd een detailberekening voor te leggen.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen keurt de verrekening beschreven in de mail van 14 september 2021 (leveren en plaatsen van vier bevestigingsblokken, hierna genoemd verrekening 2.1.14) goed voor een bedrag van € 140,00 exclusief btw of € 169,40 inclusief btw.

21.

2021_CBS_01054 - Ondersteuning Ter Heide - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2021_CBS_01054 - Ondersteuning Ter Heide - Goedkeuring

2021_CBS_01054 - Ondersteuning Ter Heide - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De werken van Ter Heide dienen om de parkings en dienstwegen beter toegankelijk te maken voor zowel leveranciers, personenwagens als mindervaliden. De dienstwegen zijn op sommige plaatsten in zeer slechte staat en de opritten voor de parkings zijn te smal.

De dienst Civiele Werken ondersteunt Ter Heide in het verwijderen van asfalt en puin en in het voorbereiden van de heraanleg, die door Ter Heide zelf wordt uitgevoerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om vanuit de dienst Civiele Werken logistieke ondersteuning te verlenen aan zorgcentrum Ter Heide volgens voorgelegde kostenraming.

22.

2021_CBS_01056 - Projectoproep Publieke Ruimte 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2021_CBS_01056 - Projectoproep Publieke Ruimte 2021 - Goedkeuring

2021_CBS_01056 - Projectoproep Publieke Ruimte 2021 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Regionaal Landschap Lage Kempen (RLLK) zou graag het project 'Vlonderpiëke' indienen binnen de projectoproep Publieke Ruimte 2021. Indien we geselecteerd worden is er is helaas geen geld aan verbonden maar wel een mooie eervolle vermelding in het tijdschrift Publieke Ruimte.

RLLK heeft nodige gedaan om dossier klaar te maken voor indiening (als bijlage). En aangezien wij bouwheer/opdrachtgever zijn hebben ze onze toestemming nodig om dit te mogen indienen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft Regionaal Landschap Lage Kempen toestemming om het dossier in te dienen in kader van de projectoproep Publieke Ruimte 2021

23.

2021_CBS_01058 - Voorstel pensioenviering personeelsleden gemeentebestuur Zonhoven - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2021_CBS_01058 - Voorstel pensioenviering personeelsleden gemeentebestuur Zonhoven - Goedkeuring

2021_CBS_01058 - Voorstel pensioenviering personeelsleden gemeentebestuur Zonhoven - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op dit moment wordt het afscheid van een collega, die op pensioen gaat, op eigen wijze gevierd per gebouw/dienst/afdeling. Hierdoor zijn er historisch gezien toch wel wat verschillen ontstaan:

  • het al dan niet vieren (dit gebeurt niet voor alle collega's)
  • de manier waarop er gevierd wordt
  • op de hoogte stellen van een naderend pensioen van een collega
  • ...

Om toch op gepaste wijze onze collega's, die op het punt staan om te genieten van hun welverdiend pensioen, uit te zwaaien, is het idee ontstaan om de viering toch wat meer te stroomlijnen.

Via een werkgroep met medewerkers van een aantal verschillende diensten is dit onderwerp besproken en daaruit is volgend voorstel ontstaan, dat ook aan de leden van het managementteam is voorgelegd.


Uitgangspunt: 

Wat is die "gepaste" wijze om een collega uit te zwaaien?

Het is de bedoeling om een kleine receptie te organiseren in een gebouw van het gemeentebestuur, bekostigd door de werkgever.

De viering vindt plaats in 1 van de volgende 3 groepen (afhankelijk van tot welke groep de medewerker behoort)

  • Groep van administratieve medewerkers
  • Groep van de thuisdiensten
  • Groep van medewerkers van facilitair management

Op deze manier is de collega omringd door de mensen met wie hij het meest samenwerkt.

De collega's zijn op deze manier ook op de hoogte van de viering (en het nakend pensioen) van de betrokken collega.


Een aantal praktische afspraken:

  • Twee opties:
    1. Het huidig etentje (met partner) tijdens de viering van de jubilarissen wordt vervangen door deze receptie. Dit was het (kostenneutraal) voorstel vanuit de werkgroep.
    2. Deze receptie is aanvullend op het huidig etentje (met partner) tijdens de viering van de jubilarissen.
  • Het is de bedoeling om deze receptie te laten plaatsvinden op de laatste effectieve werkdag van het betrokken personeelslid. De leidinggevende neemt het voortouw om de gesprekken met de collega, waarvoor het pensioen nadert, te starten. De laatste werkdag wordt in de loop van de gesprekken bepaald (rekening houdend met verlof etc). Er wordt tevens gepolst of de medewerker een viering wilt of niet.
  • De uitnodiging wordt verstuurd vanuit de dienst HRM naar 1 van de 3 groepen zoals hierboven beschreven. Elke collega uit die groep die graag aan de festiviteiten wilt deelnemen dient zich in te schrijven.
  • Er wordt steeds een uur dienstvrijstelling voorzien voor de deelnemers (op basis van de inschrijvingen). De dienst HRM zal dit in orde brengen. De afspraak is dat je uittikt voor je naar de viering gaat. Op deze manier maakt het niet uit tot hoe laat de activiteit duurt en is er geen verschil tussen de groepen.
  • Het tijdstip van de viering is afhankelijk van de groep. Algemeen wordt bekeken dat de receptie een half uurtje voor het einde van de werkdag start. Voor de thuisdiensten is dit aansluitend aan de werkdag omwille van de aard van het takenpakket.
  • De viering (drank en versnaperingen) wordt bekostigd door de werkgever.
  • De dienst mag aansluitend of op een ander tijdstip nog een extra activiteit voorzien maar dit is op eigen initiatief en staat los van dit concept. Dit wordt ook niet aanzien als een activiteit georganiseerd door de werkgever.
  • Vanuit de werkgroep is gemeld dat er in principe geen alcohol geschonken mag worden, conform het arbeidsreglement. De leden van het managementteam hebben hiervan akte genomen maar stellen toch voor om gematigd/beperkt alcohol te schenken om het feestelijk karakter te bewaken.


Gemiste pensioenvieringen door corona:

Wat wordt er georganiseerd voor de personen die hun viering misgelopen zijn door corona?

Het voorstel vanuit de werkgroep is om met de nieuwe regeling te starten op 01/01/2022.

De personen die niet gevierd zijn in 2020 en 2021 worden op het etentje van de jubilarissen met het college van burgemeester en schepenen uitgenodigd.

Volgende data worden voorgesteld voor de etentjes. De groep van jubilarissen en gepensioneerden is te groot, vandaar de opsplitsing per jaar (de lijsten zijn in bijlage terug te vinden):

  • donderdag 18 november voor de jubilarissen en gepensioneerden van 2020
  • donderdag 2 december voor de jubilarissen en gepensioneerden van 2021

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt het nieuw voorstel voor het vieren van personeelsleden die met pensioen gaan goed. Dit voorstel is aanvullend op het etentje (met partner) tijdens de viering van de jubilarissen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat op donderdag 18 november en donderdag 2 december de viering voor de jubilarissen en gepensioneerden van respectievelijk 2020 en 2021 wordt georganiseerd.

24.

2021_CBS_01057 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds deskundige onderhoud gebouwen sector facilitair management - Goedkeuring

Goedgekeurd
24.

2021_CBS_01057 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds deskundige onderhoud gebouwen sector facilitair management - Goedkeuring

2021_CBS_01057 - Openverklaring betrekking via interne en externe personeelsmobiliteit: voltijds deskundige onderhoud gebouwen sector facilitair management - Goedkeuring
25.

2021_CBS_01061 - Verbreking arbeidsovereenkomst onbepaalde duur technisch assistent zaalwachter, sector mens en maatschappij - Goedkeuring

Goedgekeurd
25.

2021_CBS_01061 - Verbreking arbeidsovereenkomst onbepaalde duur technisch assistent zaalwachter, sector mens en maatschappij - Goedkeuring

2021_CBS_01061 - Verbreking arbeidsovereenkomst onbepaalde duur technisch assistent zaalwachter, sector mens en maatschappij - Goedkeuring
26.

2021_CBS_01059 - Verletdagen 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
26.

2021_CBS_01059 - Verletdagen 2022 - Goedkeuring

2021_CBS_01059 - Verletdagen 2022 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

FEESTDAGEN 2022

Maandag 18 april 2022              Paasmaandag

Donderdag 26 mei 2022            O.H. Hemelvaart

Maandag 6 juni 2022                Pinkstermaandag

Maandag 11 juli 2022                Vlaamse Feestdag*

Donderdag  21 juli 2022             Nationale Feestdag

Maandag 15 augustus 2022      O.L.V. Hemelvaart

Dinsdag 1 november 2022        Allerheiligen

Woensdag 2 november 2022     Allerzielen*

Vrijdag 11 november 2022        Wapenstilstand 1918

Dinsdag 15 november 2022      Koningsdag*

Maandag 26 december 2022     2de Kerstdag*

* Geen verletdag voor het personeelslid zoals bedoeld in RPR artikel 1, 5° (verzorgende in dienst na 2014)

COMPENSATIEDAGEN  =  feestdagen die in het weekend vallen, deze worden bij het verlof geteld.

Zaterdag 1 januari 2022             Nieuwjaar

Zondag 1 mei 2022                   Feest van de Arbeid

Zondag 25 december 2022       Kerstmis          

Ook hier wordt de tewerkstellingsbreuk op toegepast.

KERMISDAGEN

Voor voltijdse tewerkstelling:     1 ganse dag (maandag)

Voor andere tewerkstellingen wordt dit berekend a rato van de tewerkstellingsbreuk.

BRUGDAGEN  

Vrijdag 27 mei 2022

Vrijdag 22 juli 2022

Maandag 31 oktober 2022

De gemeentelijke diensten die regelmatige uurroosters werken van maandag tot vrijdag zijn gesloten op deze brugdagen. Uitzondering hierop is de dienst gezinszorg.

Voor de helft van de te presteren uren op de brugdagen is elk personeelslid verplicht verlofuren op te nemen voor de andere helft krijgt men dienstvrijstelling.

De datum van de  jaarlijkse Uitdag voor het personeel wordt later gecommuniceerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de voornoemde verletdagen, kermis-, compensatie-, brugdagen en dienstvrijstellingen voor 2022.

27.

2021_CBS_01060 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
27.

2021_CBS_01060 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2021_CBS_01060 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming