Terug
Gepubliceerd op 20/10/2021

2021_CBS_01106 - OMV - Vergunning - Klapstraat 2 - 2021/00229 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 12/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01106 - OMV - Vergunning - Klapstraat 2 - 2021/00229 - Goedkeuring 2021_CBS_01106 - OMV - Vergunning - Klapstraat 2 - 2021/00229 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen.

De aanvraag werd op 22/07/2021 ontvangen en op 18/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1949/00016: bouwvergunning op 03/02/1949 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1964/00124: bouwvergunning op 19/05/1964 voor het bouwen van een garage;
  • 1991/00090: bouwvergunning op 15/07/1991 voor het bouwen van een garage.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen 15/09/2021 en 06/10/2021 (VB_2020_290).

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. Wat betreft de overdekte verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw werd volgende geformuleerd:

“In principe zijn vrijstaande bijgebouwen en hoofdgebouwen niet verbonden. In dit geval kan er, onder voorwaarden, meegedacht worden in een gedeeltelijke overdekking tussen beide gebouwen, al is dit volgens ons niet persé nodig of noodzakelijk/architecturaal een meerwaarde. De overdekking dient zo minimaal mogelijk te zijn in afmetingen, dit wil zeggen zowel in breedte als in hoogte en dient terug te springen t.o.v. beide voorgevels. Ook de materiaalkeuze dient het ondergeschikt karakter en de minimalistische vormgeving ervan te ondersteunen. Wanneer men in de toekomst zou overwegen de overdekking een gesloten karakter te geven dient dit steeds via een omgevingsvergunning goedgekeurd te worden (gezien het om een voorgevel gaat). De kans op een gunstig advies zal in dat geval zeer klein zijn.

De afsluiting tussen hoofd- en bijgebouw dient, zoals weergegeven in de 3D, een (semi-) open karakter te hebben.”

Er dient opgemerkt dat de architecturale uitstraling van de 3D die bij het voorontwerp getoond werd toch wel kwalitatiever is dan hetgeen aangevraagd wordt, dit doordat alle gevels volledig wit gekaleid worden ipv een gedeelte van de gevels in hout uit te voeren. De uitbreiding langsheen de Batenstraat omvat geen gevelopeningen en komt door de uniformiteit in kleur/ materiaal nu zwaarder over dan bij het voorontwerp. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies  aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de aanleg van niet strikt noodzakelijke verhardingen in de voortuinstroken..

Deze wederrechtelijk uitgevoerde constructies werden  opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. 

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing voor wat betreft de uitbreiding van de woning en de aanleg van de voorziene verhardingen omdat de uitbreiding minder dan 40m² bedraagt (32,56m²) en het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Opmerkingen

Hierbij wordt opgemerkt dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 55% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

  • het hemelwater en afvalwater moeten afzonderlijk afgevoerd worden tot vlak voor het openbaar domein om via één toezichtput aan te sluiten op de bestaande riolering (of 2 toezichtputten om apart aan te sluiten indien een gescheiden rioleringsstelsel in de straat aanwezig is).
  • Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
  • Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  • Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier gedeeltelijk aan: er worden rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse leefruimte en wasplaats. Op de 1ste verdieping werd geen rookmelder aangegeven, voor de toegankelijke dakverdieping werd geen plan voorgelegd.

Elke toegankelijke bouwlaag dient voorzien van een rookmelder conform de bepalingen van het decreet rookmelders, dus ook op de verdieping en dakverdieping.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving op voorwaarde dat voldaan wordt aan het decreet optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Klapstraat op de hoek met de Batenstraat, beide gemeentewegen in het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing met een gevarieerde bebouwingtypologie, eigen aan een centrum.

Zowel aan de Klapstraat als aan de Batenstraat zijn de aangrenzende percelen bebouwd met een eengezinswoning in open verband, aan de overzijde van de straat bevinden zich een aantal meergezinswoningen.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat de uitbreiding van de bestaande eengezinswoning op het gelijkvloers en de verdieping en de (her)aanleg van verhardingen.

Het perceel werd anno 1949 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en hellend dak. 

In 1964 werd een vrijstaand bijgebouw (garage) met 1 bouwlaag en hellend dak opgericht dat in 1991 verbouwd en uitgebreid werd tot een dubbele garage.

Met de huidige aanvraag wenst men de woning uit te breiden rechts achteraan (zijde Batenstraat) met een volume met plat dak, deels over 2 bouwlagen voorzien. Er wordt een overdekte verbinding naar de garage gevraagd evenals een aanpassing van de verhardingen.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Voor de bestaande eengezinswoning zijn reeds 2 overdekte autostaanplaatsen aanwezig en een dubbele oprit waar 2 wagens kunnen parkeren. Dit aantal (4) blijft behouden; de aanvraag voorziet geen verhoging van de verkeersgeneratie.

Er wordt langsheen de Batenstraat wel een breedte voor de inrit van maar liefst 7,5m voorzien.

Aangezien inritten principieel beperkt dienen te worden tot het strikt noodzakelijk om de conflictzone met (zwakke) weggebruikers zo klein mogelijk te houden, dient hier een beperking opgelegd.

Aangezien het bijgebouw op ca. 5m afstand tot de grens aan de Batenstraat ingeplant werd, volstaat een inrit van 3m niet om beide garages toegankelijk te maken. 

Volgens de vergunde plannen anno 1991 zou de afstand 7,40m bedragen. Er kan besloten worden dat daarop de afstand tot de wegrand werd aangegeven en niet de thans bestaande kavelsgrens. Er kan uitzonderlijk een toegang voor wagens over een breedte van 6m aanvaard worden.

De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De bestaande woning bevindt zich op minimaal 1,49m afstand tot de voorste perceelgrens en op minimaal 3,13m afstand tot de rechter perceelgrens (Batenstraat). Tussen de linker zijgevel en de perceelgrens is een afstand van 8,29m aanwezig.

De bestaande eengezinswoning heeft een gevelbreedte van 9,76m aan de voorzijde en een bouwdiepte tot 8,84m. De inkom situeert zich aan de rechterzijde waar tevens een insprong van 4m aanwezig is op een bouwdiepte van 6,88m. De kroonlijsthoogte bedraagt 5,37m, de nokhoogte 8,65m à 9,21m. Het bijgebouw werd ingeplant op 6m afstand tot het hoofdgebouw. De voorgevelbreedte (tov de Klapstraat) bedraagt 8,60m, de bouwdiepte 7,50m. Het bijgebouw met 1 bouwlaag is afgewerkt met een zadeldak met een kroonlijsthoogte van 2,40m en een nokhoogte van 5,59m.

Het bestaande gebouw blijft qua afmetingen en indeling behouden. Op het gelijkvloers wordt slechts een raamopening gewijzigd naar een deuropening om toegang te beiden tot het nieuwe gedeelte, op de verdieping eveneens.

Met de uitbreiding rechts achteraan met een breedte tot 4,56m en een bouwdiepte van 6,45m, komt de totale bouwdiepte op 13,33m. 

Op de verdieping krijgt de uitbreiding een bouwdiepte van 3,92m, tot op 10,80m in totaal.

Gelijkvloers biedt de uitbreiding ruimte voor een wasplaats, sanitair en een bijkeuken, op de verdieping wordt een badkamer en toilet ingericht.

De bouwhoogte tot de bovenrand van het plat dak bedraagt 3,49m voor het gedeelte met 1 bouwlaag en 6,15m voor het gedeelte met 2 bouwlagen.

De afmetingen van de voorziene uitbreiding vallen binnen de algemeen gehanteerde normen voor een eengezinswoning.

Het buitenschrijnwerk wordt voor de gehele woning voorzien in aluminium met kleur antraciet en de bestaande en nieuwe gevels worden wit gekaleid.

Door de uitbreiding wordt de afstand tussen hoofdgebouw en bijgebouw verminderd tot 1,50m in plaats van 6m. Daarnaast wenst men een verbinding door middel van een afdak te realiseren tussen beide constructies. Dit is niet gebruikelijk en algemeen genomen ook niet wenselijk. Zoals echter aangegeven in het voorafgaandelijk advies van de dienst kan dit voor dit hoekperceel aanvaard worden mits de overdekking dient zo minimaal mogelijk gehouden wordt in afmetingen, zowel in breedte als in hoogte, en terugspringt t.o.v. beide voorgevels. Ook de materiaalkeuze dient het ondergeschikt karakter en de minimalistische vormgeving ervan te ondersteunen. Wanneer men in de toekomst zou overwegen de overdekking een gesloten karakter te geven dient dit steeds via een omgevingsvergunning goedgekeurd te worden (gezien het om een voorgevel gaat).

Uit de plannen blijkt dat het gewenste afdak terugspringt tegenover de gevel van zowel hoofdgebouw als bijgebouw, de afmetingen zijn beperkt tot een breedte van 2,10m, een lengte van 1,50m en een hoogte tot 2,55m.

Naast de uitbreiding van de woning worden ook verhardingen voorzien.

De gewenste oppervlakte aan verhardingen bedraagt 130,77m², deze van de bebouwing bedraagt 174,40m². Gelet op de perceeloppervlakte van 551m² en de verharde oppervlakte van 305,17m² wordt vastgesteld dat het verhardingspercentage nagenoeg 55% bedraagt. Er dient gestreefd te worden naar een betere verhouding tussen verharde ruimte en groene ruimte. Een gedeelte van de verhardingen kan niet beschouwd worden als noodzakelijk voor een normaal gebruik. 

De inrit ter hoogte van de perceelgrens heeft een breedte van 7,50m, zoals reeds hoger aangehaald onder “mobiliteitsimpact” kan slechts een toegang tot maximaal 6m breed aanvaard worden.

Het pad langs de (blinde) achtergevel van het bijgebouw tot aan de Batenstraat dient verwijderd te worden (ca. 22,8m²).

Het pad langs de linker zijgevel van het bijgebouw dient beperkt te worden tot een breedte van maximaal 1m (ipv ca. 1,50m) en het aansluitende terras dient evenredig verminderd te worden (ca. 6,75m²).

Door het doorvoeren van deze aanpassingen zal het verhardingspercentage verminderd worden tot ca. 50% zonder afbreuk te doen aan het normaal gebruik van het goed.

Bodemreliëf

De aanvraag voorziet geen wijzigingen van het terreinniveau. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • de verhardingen gereduceerd worden als volgt:
  • De inrit tot de garages te beperken tot maximaal 6m breedte ter hoogte van de grens met het openbaar domein. De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen;
  • De breedte van het pad van links van het bijgebouw richting de woning te beperken tot maximaal 1m en de breedte van het aansluitende terras evenredig te verminderen;
  • Het pad achter het bijgebouw tot aan de perceelgrens aan de Batenstraat te verwijderen.
  • Het open karakter van de verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw door middel van een afdak dient behouden te blijven. Indien men een gesloten karakter wil realiseren is dit steeds vergunningsplichtig.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden mits naleving van de voorwaarden. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voorwaarden:

  • inperking van de verhardingen als volgt:
    1. De inrit tot de garages te beperken tot maximaal 6m breedte ter hoogte van de grens met het openbaar domein. De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen;
    2. De breedte van het pad van links van het bijgebouw richting de woning te beperken tot maximaal 1m en de breedte van het aansluitende terras evenredig te verminderen;
    3. Het pad achter het bijgebouw tot aan de perceelgrens aan de Batenstraat te verwijderen.
  • Het open karakter van de verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw door middel van een afdak dient behouden te blijven. Indien men een gesloten karakter wil realiseren is dit steeds vergunningsplichtig.

Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp  verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van voorwaarden

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen mits het opleggen van voorwaarden:

  • De verhardingen in te perken als volgt:
    • De inrit tot de garages te beperken tot maximaal 6m breedte ter hoogte van de grens met het openbaar domein. De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen;
    • De breedte van het pad van links van het bijgebouw richting de woning te beperken tot maximaal 1m en de breedte van het aansluitende terras evenredig te verminderen;
    • Het pad achter het bijgebouw tot aan de perceelgrens aan de Batenstraat te verwijderen;
  • Het open karakter van de verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw door middel van een afdak dient behouden te blijven. Indien men een gesloten karakter wil realiseren is dit steeds vergunningsplichtig. Indien men een gesloten karakter wil realiseren is dit steeds vergunningsplichtig;
  • Te voldoen aan het decreet optische rookmelders;

Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De verhardingen dienen gereduceerd worden als volgt:
    - De inrit tot de garages te beperken tot maximaal 6m breedte ter hoogte van de grens met het openbaar domein. De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen;
    - De breedte van het pad van links van het bijgebouw richting de woning te beperken tot maximaal 1m en de breedte van het aansluitende terras evenredig te verminderen;
    - Het pad achter het bijgebouw tot aan de perceelgrens aan de Batenstraat te verwijderen.
  2. Het open karakter van de verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw door middel van een afdak dient behouden te blijven. Indien men een gesloten karakter wil realiseren is dit steeds vergunningsplichtig;
  3. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  13. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  14. De verwijdering/ afbraak van de niet overdekte constructies/ verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet ingericht worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 05/10/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De verhardingen dienen gereduceerd worden als volgt:
    - De inrit tot de garages te beperken tot maximaal 6m breedte ter hoogte van de grens met het openbaar domein. De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen;
    - De breedte van het pad van links van het bijgebouw richting de woning te beperken tot maximaal 1m en de breedte van het aansluitende terras evenredig te verminderen;
    - Het pad achter het bijgebouw tot aan de perceelgrens aan de Batenstraat te verwijderen.
  2. Het open karakter van de verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw door middel van een afdak dient behouden te blijven. Indien men een gesloten karakter wil realiseren is dit steeds vergunningsplichtig;
  3. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  13. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  14. De verwijdering/ afbraak van de niet overdekte constructies/ verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet ingericht worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.