STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen.
De aanvraag werd op 22/07/2021 ontvangen en op 18/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen 15/09/2021 en 06/10/2021 (VB_2020_290).
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. Wat betreft de overdekte verbinding tussen hoofdgebouw en bijgebouw werd volgende geformuleerd:
“In principe zijn vrijstaande bijgebouwen en hoofdgebouwen niet verbonden. In dit geval kan er, onder voorwaarden, meegedacht worden in een gedeeltelijke overdekking tussen beide gebouwen, al is dit volgens ons niet persé nodig of noodzakelijk/architecturaal een meerwaarde. De overdekking dient zo minimaal mogelijk te zijn in afmetingen, dit wil zeggen zowel in breedte als in hoogte en dient terug te springen t.o.v. beide voorgevels. Ook de materiaalkeuze dient het ondergeschikt karakter en de minimalistische vormgeving ervan te ondersteunen. Wanneer men in de toekomst zou overwegen de overdekking een gesloten karakter te geven dient dit steeds via een omgevingsvergunning goedgekeurd te worden (gezien het om een voorgevel gaat). De kans op een gunstig advies zal in dat geval zeer klein zijn.
De afsluiting tussen hoofd- en bijgebouw dient, zoals weergegeven in de 3D, een (semi-) open karakter te hebben.”
Er dient opgemerkt dat de architecturale uitstraling van de 3D die bij het voorontwerp getoond werd toch wel kwalitatiever is dan hetgeen aangevraagd wordt, dit doordat alle gevels volledig wit gekaleid worden ipv een gedeelte van de gevels in hout uit te voeren. De uitbreiding langsheen de Batenstraat omvat geen gevelopeningen en komt door de uniformiteit in kleur/ materiaal nu zwaarder over dan bij het voorontwerp.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de aanleg van niet strikt noodzakelijke verhardingen in de voortuinstroken..
Deze wederrechtelijk uitgevoerde constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing voor wat betreft de uitbreiding van de woning en de aanleg van de voorziene verhardingen omdat de uitbreiding minder dan 40m² bedraagt (32,56m²) en het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Opmerkingen
Hierbij wordt opgemerkt dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 55% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”.
Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.
Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
Herbouw of verbouwing
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.
Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier gedeeltelijk aan: er worden rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse leefruimte en wasplaats. Op de 1ste verdieping werd geen rookmelder aangegeven, voor de toegankelijke dakverdieping werd geen plan voorgelegd.
Elke toegankelijke bouwlaag dient voorzien van een rookmelder conform de bepalingen van het decreet rookmelders, dus ook op de verdieping en dakverdieping.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving op voorwaarde dat voldaan wordt aan het decreet optische rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Klapstraat op de hoek met de Batenstraat, beide gemeentewegen in het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing met een gevarieerde bebouwingtypologie, eigen aan een centrum.
Zowel aan de Klapstraat als aan de Batenstraat zijn de aangrenzende percelen bebouwd met een eengezinswoning in open verband, aan de overzijde van de straat bevinden zich een aantal meergezinswoningen.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag omvat de uitbreiding van de bestaande eengezinswoning op het gelijkvloers en de verdieping en de (her)aanleg van verhardingen.
Het perceel werd anno 1949 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en hellend dak.
In 1964 werd een vrijstaand bijgebouw (garage) met 1 bouwlaag en hellend dak opgericht dat in 1991 verbouwd en uitgebreid werd tot een dubbele garage.
Met de huidige aanvraag wenst men de woning uit te breiden rechts achteraan (zijde Batenstraat) met een volume met plat dak, deels over 2 bouwlagen voorzien. Er wordt een overdekte verbinding naar de garage gevraagd evenals een aanpassing van de verhardingen.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Voor de bestaande eengezinswoning zijn reeds 2 overdekte autostaanplaatsen aanwezig en een dubbele oprit waar 2 wagens kunnen parkeren. Dit aantal (4) blijft behouden; de aanvraag voorziet geen verhoging van de verkeersgeneratie.
Er wordt langsheen de Batenstraat wel een breedte voor de inrit van maar liefst 7,5m voorzien.
Aangezien inritten principieel beperkt dienen te worden tot het strikt noodzakelijk om de conflictzone met (zwakke) weggebruikers zo klein mogelijk te houden, dient hier een beperking opgelegd.
Aangezien het bijgebouw op ca. 5m afstand tot de grens aan de Batenstraat ingeplant werd, volstaat een inrit van 3m niet om beide garages toegankelijk te maken.
Volgens de vergunde plannen anno 1991 zou de afstand 7,40m bedragen. Er kan besloten worden dat daarop de afstand tot de wegrand werd aangegeven en niet de thans bestaande kavelsgrens. Er kan uitzonderlijk een toegang voor wagens over een breedte van 6m aanvaard worden.
De overige delen van de perceelgrenzen langsheen het openbaar domein dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De bestaande woning bevindt zich op minimaal 1,49m afstand tot de voorste perceelgrens en op minimaal 3,13m afstand tot de rechter perceelgrens (Batenstraat). Tussen de linker zijgevel en de perceelgrens is een afstand van 8,29m aanwezig.
De bestaande eengezinswoning heeft een gevelbreedte van 9,76m aan de voorzijde en een bouwdiepte tot 8,84m. De inkom situeert zich aan de rechterzijde waar tevens een insprong van 4m aanwezig is op een bouwdiepte van 6,88m. De kroonlijsthoogte bedraagt 5,37m, de nokhoogte 8,65m à 9,21m. Het bijgebouw werd ingeplant op 6m afstand tot het hoofdgebouw. De voorgevelbreedte (tov de Klapstraat) bedraagt 8,60m, de bouwdiepte 7,50m. Het bijgebouw met 1 bouwlaag is afgewerkt met een zadeldak met een kroonlijsthoogte van 2,40m en een nokhoogte van 5,59m.
Het bestaande gebouw blijft qua afmetingen en indeling behouden. Op het gelijkvloers wordt slechts een raamopening gewijzigd naar een deuropening om toegang te beiden tot het nieuwe gedeelte, op de verdieping eveneens.
Met de uitbreiding rechts achteraan met een breedte tot 4,56m en een bouwdiepte van 6,45m, komt de totale bouwdiepte op 13,33m.
Op de verdieping krijgt de uitbreiding een bouwdiepte van 3,92m, tot op 10,80m in totaal.
Gelijkvloers biedt de uitbreiding ruimte voor een wasplaats, sanitair en een bijkeuken, op de verdieping wordt een badkamer en toilet ingericht.
De bouwhoogte tot de bovenrand van het plat dak bedraagt 3,49m voor het gedeelte met 1 bouwlaag en 6,15m voor het gedeelte met 2 bouwlagen.
De afmetingen van de voorziene uitbreiding vallen binnen de algemeen gehanteerde normen voor een eengezinswoning.
Het buitenschrijnwerk wordt voor de gehele woning voorzien in aluminium met kleur antraciet en de bestaande en nieuwe gevels worden wit gekaleid.
Door de uitbreiding wordt de afstand tussen hoofdgebouw en bijgebouw verminderd tot 1,50m in plaats van 6m. Daarnaast wenst men een verbinding door middel van een afdak te realiseren tussen beide constructies. Dit is niet gebruikelijk en algemeen genomen ook niet wenselijk. Zoals echter aangegeven in het voorafgaandelijk advies van de dienst kan dit voor dit hoekperceel aanvaard worden mits de overdekking dient zo minimaal mogelijk gehouden wordt in afmetingen, zowel in breedte als in hoogte, en terugspringt t.o.v. beide voorgevels. Ook de materiaalkeuze dient het ondergeschikt karakter en de minimalistische vormgeving ervan te ondersteunen. Wanneer men in de toekomst zou overwegen de overdekking een gesloten karakter te geven dient dit steeds via een omgevingsvergunning goedgekeurd te worden (gezien het om een voorgevel gaat).
Uit de plannen blijkt dat het gewenste afdak terugspringt tegenover de gevel van zowel hoofdgebouw als bijgebouw, de afmetingen zijn beperkt tot een breedte van 2,10m, een lengte van 1,50m en een hoogte tot 2,55m.
Naast de uitbreiding van de woning worden ook verhardingen voorzien.
De gewenste oppervlakte aan verhardingen bedraagt 130,77m², deze van de bebouwing bedraagt 174,40m². Gelet op de perceeloppervlakte van 551m² en de verharde oppervlakte van 305,17m² wordt vastgesteld dat het verhardingspercentage nagenoeg 55% bedraagt. Er dient gestreefd te worden naar een betere verhouding tussen verharde ruimte en groene ruimte. Een gedeelte van de verhardingen kan niet beschouwd worden als noodzakelijk voor een normaal gebruik.
De inrit ter hoogte van de perceelgrens heeft een breedte van 7,50m, zoals reeds hoger aangehaald onder “mobiliteitsimpact” kan slechts een toegang tot maximaal 6m breed aanvaard worden.
Het pad langs de (blinde) achtergevel van het bijgebouw tot aan de Batenstraat dient verwijderd te worden (ca. 22,8m²).
Het pad langs de linker zijgevel van het bijgebouw dient beperkt te worden tot een breedte van maximaal 1m (ipv ca. 1,50m) en het aansluitende terras dient evenredig verminderd te worden (ca. 6,75m²).
Door het doorvoeren van deze aanpassingen zal het verhardingspercentage verminderd worden tot ca. 50% zonder afbreuk te doen aan het normaal gebruik van het goed.
Bodemreliëf
De aanvraag voorziet geen wijzigingen van het terreinniveau. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden mits naleving van de voorwaarden. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van voorwaarden.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen mits het opleggen van voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 05/10/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden van een eengezinswoning en de aanleg van verhardingen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat het toch wel aangewezen was om bij deze verbouwing/ uitbreiding enige inspanning te leveren om hemelwater op te vangen en te recupereren en infiltreren. Na de werken zal het terrein voor zo’n 50% verhard zijn zonder enige aanwezigheid van hemelwaterput of infiltratieput. Alle hemelwater van de dakoppervlakte van 174,40m² wordt rechtstreeks afgevoerd naar de riolering. Men voorziet nochtans binnen de nieuwe constructie een toilet en wasplaats/ bijkeuken waarbij de recuperatie van hemelwater praktisch mogelijk is evenals een dienstkraan en/ of buitenkraan. Een gemiste kans lijkt ons om bij te dragen aan een goed waterbeheer.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.