STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning, slopen van 2 bijgebouwen en terreininrichting.
De aanvraag werd op 27/07/2021 ontvangen.
Op 19/08/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 13/09/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 15/09/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag handelingen werden verricht waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft minstens de verbouwingswerken aan de woning en de aanzet voor het oprichten van een carport.
Deze wederrechtelijk uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, grotendeels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in gebied voor dagrecreatie.
De voorgestelde werken die vallen onder de vergunningsplicht, bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
Woongebied met landelijk karakter
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Recreatiegebied
De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Behoudens een niet vergund en te slopen bijgebouw en een bijgebouw dat vrijgesteld is van de vergunningsplicht, situeren alle werken zich binnen het woongebied met landelijk karakter.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bijbouw van 18m² met een hoogte tot 2,86m, op minimaal 1,50m afstand tot de perceelsgrenzen in de achtertuinstrook en binnen een straal van 30m van de woning zonder voorwerp op voorwaarde dat de 2 andere bijgebouwen effectief verwijderd zijn/ worden!
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het bijbouw van 18m² in de achtertuin zoals aangegeven op het inplantingsplan en op voorwaarde dat de 2 andere bijgebouwen effectief verwijderd zijn/ worden! Hierover wordt dan ook geen verdere uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de bestaande bebouwing en de uitbreiding met een totale horizontale dakoppervlakte van 137,75m² een regenwaterput met een inhoud van 10 000 liter aanwezig is.
Voor de uitbreiding van de woning met een dakoppervlakte van 66m², wordt een nieuwe infiltratieput voorzien na de hemelwaterput (dewelke daar zal naar overlopen) met een inhoud van 2000 liter (min. 1943 liter) en een infiltratieoppervlakte van 4m² (min. 3,11m²). De berekening van de infiltratieput is gebaseerd op een dakoppervlakte van 77,75m² (137,75m² minus aftrek 60m² voor de hemelwaterput).
De oppervlakte en het volume van de voorzieningen, uitgaande van de totale dakoppervlakte, voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Het toegangspad (19,15m²) en de oprit (128,16m²) worden uitgevoerd in (waterdoorlatende) dolomietverharding.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 01/10/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 15-09-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie A, nummer(s) 485K , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer (niet van toepassing indien er geen bijkomende rioleringsaansluiting wordt aangevraagd)
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er worden op de plannen geen rookmelders aangegeven.
Als voorwaarde dient opgenomen dat elke bouwlaag (gelijkvloers, verdieping en dakverdieping) van minstens één rookmelder voorzien dient te worden op een daartoe aangewezen plaats en volgens de geldende regelgeving.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet ingericht worden als groenzone.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet optische rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het regulariseren van de verbouwing van een eengezinswoning, een nieuwe uitbreiding met een carport, herinrichting van het terrein, het slopen van 2 bijgebouwen en behouden van 1 (vrijgesteld) bijgebouw.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Hortweidenweg, een gemeenteweg ten noorden van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband. Het rechts aanpalende perceel is thans nog onbebouwd en in principe bestemd voor een open bebouwing, het links aangrenzende perceel werd bebouwd met een vrijstaande woning.
Aan de overzijde van de straat zijn een bebouwde kavel met vrijstaande woning, een kavel met woning en aansluitende werkplaats en een onbebouwde kavel aanwezig.
Aan de achterzijde van het woonlint is een gebied voor dagrecreatie aanwezig (speelterrein en groene inrichting) en een gedeelte agrarisch gebied (weilanden).
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag werd anno 1948 bebouwd met een vrijstaande woning met 2 bouwlagen en een zadeldak. De woning bevindt zich op bijna 18m afstand tot de (huidige) voorste perceelgrens en op 2m afstand tot de linker perceelgrens. De bebouwde oppervlakte is eerder beperkt (6,45m breed op 8m bouwdiepte). Ergens tussen 1948 en 1992 werd een aanbouw van 10m breed en ca. 9m diep gerealiseerd aan de rechterzijde van de woning, deze is thans niet meer aanwezig behoudens een beperkt gedeelte van ca. 7,25m x 2,65m.
In 1992 werd een verbouwing/ uitbreiding vergund maar niet uitgevoerd.
In 2010 werd een verbouwing/ uitbreiding vergund maar niet uitgevoerd.
Er werden evenwel een aantal werkzaamheden uitgevoerd waarvoor geen vergunning gekend is. Het betreft verbouwingwerken aan het hoofdgebouw zijnde nieuwe gevelafwerking in leien en dakbedekking in leien (vermoedelijk werd hieronder ook isolatie voorzien), nieuw buitenschrijnwerk en intern werden een aantal aanpassingen doorgevoerd. De bestaande aanbouw met plat dak heeft een gevel in vakwerk met leem op rood metselwerk.
De huidige aanvraag omvat het regulariseren van de verbouwing van de woning en aanzet tot oprichting van de carport, het voltooien van de carport en herinrichting van het terrein.
In de achtertuin worden 2 (niet vergunde) bijgebouwen verwijderd en 1 bijgebouw behouden dat voldoet aan de bepalingen van het vrijstellingsbesluit mits effectieve verwijdering van de 2 andere.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft behouden en past binnen de bestemming en in de bestaande woonomgeving.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 2 nieuwe overdekte autostaanplaatsen binnen de carport.
Voor de carport is ruimte om 2 voertuigen te parkeren en op de oprit met een lengte van zo’n 18m kunnen bijkomend 3 voertuigen parkeren. Er kunnen dus tot 7 wagens op eigen terrein gestald worden; dat voldoet ruimschoots aan de vooropgestelde 1,5 parkeerplaats per woongelegenheid.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
Aan de inplanting en basis van het bestaande hoofdgebouw en de aanbouw worden geen wijzigingen doorgevoerd. De afstand tot de perceelgrenzen is iets beperkter door de nieuwe gevelbekleding maar aangezien geen gevelopeningen aanwezig zijn en de linker zijgevel ontstaat geen hinder door inkijk.
Het hoofdgebouw heeft een breedte van 6,51m verkregen, een bouwdiepte van 9,17m en de afstand tot de linker perceelgrens bedraagt 1,63m.
De volledige afwerking van het hoofdgebouw met zwarte leien is minder gebruikelijk doch het uitzicht van het gebouw past voldoende in de omgeving en vormt een hedendaags geheel. De aanbouw bestaat uit vakwerk met leem.
De nieuwe carport in hout met de rechtergevel in vakwerk met leem, afgewerkt met een plat dak, wordt op dezelfde voorgevellijn ingeplant als de woning over de breedte van de bestaande aanbouw van 7,20m en met 6,52m bouwdiepte. De totale bouwdiepte van zowel woning als aanbouw, bedraagt 9,17m.
De afstand van de nieuwe aanbouw tot de rechter perceelgrens bedraagt minimaal 4,55m. De bouwhoogte van de carport bedraagt 3,04m tegenover het maaiveld.
De aanbouw en zijgevel van de carport in vakwerk met leem met rood metselwerk aan de basis, sluit visueel minder goed aan bij het hedendaagse hoofdgebouw met leien. De combinatie van oude en nieuwe materialen en vormgeving kan soms een architecturale meerwaarde geven door het contrast, doch deze combinatie van materialen lijkt ons minder geslaagd. Een gevelafwerking in hout of metselwerk (geschilderd) in een lichtere kleur zou hier visueel een betere combinatie zijn. Evenwel is de omvang beperkt en de impact op het straatbeeld minimaal door de diepe inplanting en het beperkte volume.
Qua volume, afmetingen, functie, uiterlijk en indeling, voldoet de eengezinswoning met aanbouw aan de algemene normen en comforteisen. De inplanting op het perceel is vrij diep tegenover de gangbare bouwlijn in de straat, doch deze is reeds bestaande sinds 1948.
Wat de verdere inrichting van het terrein betreft, wordt een onnodige verharding rechts van de aanbouw verwijderd. De bestaande inrit met een breedte van 2,85m loopt breder uit aan de voorzijde van de dubbele carport tot 10,75m en wordt uitgevoerd in dolomiet. Ook het pad naar de inkom is voorzien in dolomiet. De totale oppervlakte aan verhardingen bedraagt 147,31m².
Voor het overige worden geen verhardingen aangevraagd.
In de achtertuin zijn thans 3 bijgebouwen aanwezig waarvoor geen vergunning vereist is.
De houtopslagplaats van 20,57m² achteraan op het terrein en de oude gemetste tuinberging van 21,30m² achter het woongebouw, worden verwijderd.
De container van 18m², uitgevoerd in wit metaal met blauwe rand, blijft behouden. Mits de overige bijgebouwen effectief verwijderd worden, valt dit bijgebouw onder de bepalingen van het vrijstellingsbesluit. De hoogte is beperkt tot 2,86m en de inplanting is op minstens 1,50m afstand tot de perceelgrenzen en binnen de 30m afstand tot de woning. Er worden geen officiële uitspraken gedaan over dit bijgebouw gelet op het feit dat geen vergunning vereist is, wel wordt de bemerking meegegeven dat het aangewezen is om deze constructie te schilderen in een neutrale kleur die past binnen de omgeving en beter aansluit op de overige gebouwen (bijvoorbeeld antraciet in aansluiting met het hoofdgebouw).
Het perceel (1386m²) is voldoende groot gelet op de voorgestelde bebouwde en verharde oppervlakte; er resteert voldoende open ruimte voor en achter de woning met aanbouw die ingericht is/ kan worden als tuin.
Met de volledigheid van huidige aanvraag werd volgende opmerking reeds meegegeven aan de aanvrager:
“Wij wensen de aanvrager er attent op te maken dat door de inplanting en omvang van de carport/ berging, een eventuele toekomstige uitbreiding van de woning zelf gehypothekeerd wordt.
Aan de achterzijde kan het woongedeelte niet meer uitgebreid worden gelet op de diepe inplanting van het gebouw op het terrein. Een uitbreiding aan de voorzijde lijkt ons evenmin mogelijk omdat de toegang tot de carport dan belemmerd wordt en de bestaande woning (ca. 6,8m breed) slechts tot op zo’n 1,5m van de linker perceelgrens voorzien is.”
Bodemreliëf
Het bestaande terreinprofiel blijft ongewijzigd.
Ter hoogte van de voorgevel en dieper op het terrein bedraagt de hoogte van het maaiveld 35cm boven het peil van de weg, 30cm boven het peil ter hoogte van de voorste perceelgrens.
De voortuinzone van zo’n 18m à 20m diep is licht hellend (30cm niveauverschil), de vloerpas van het gelijkvloers bevindt zich op 55cm boven het peil van de wegas.
Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het graven van de funderingen/ putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Als bemerking wordt meegegeven dat de gevelmaterialen van de aanbouw (vakwerk met leem op een basis van rood metselwerk) niet zo’n geslaagde combinatie vormen met de zwartgrijze leien van het hoofdgebouw. De (vrijgestelde) container in de achtertuin, wit met blauwe rand, wordt best geschilderd in een neutrale kleur die aansluit bij het woongebouw (bijvoorbeeld antraciet).
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Als bemerking wordt meegegeven dat de gevelmaterialen van de aanbouw (vakwerk met leem op een basis van rood metselwerk) niet zo’n geslaagde combinatie vormen met de zwartgrijze leien van het hoofdgebouw. De (vrijgestelde) container in de achtertuin, wit met blauwe rand, wordt best geschilderd in een neutrale kleur die aansluit bij het woongebouw (bijvoorbeeld antraciet).
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning, slopen van 2 bijgebouwen en terreininrichting mits het opleggen van voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat de gevelmaterialen van de aanbouw (vakwerk met leem op een basis van rood metselwerk) niet zo’n geslaagde combinatie vormen met de zwartgrijze leien van het hoofdgebouw. De (vrijgestelde) container in de achtertuin, wit met blauwe rand, wordt best geschilderd in een neutrale kleur die aansluit bij het woongebouw (bijvoorbeeld antraciet).
Er wordt geen officiële uitspraak gedaan over het te behouden bijgebouw in de achtertuin omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning, slopen van 2 bijgebouwen en terreininrichting, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat de gevelmaterialen van de aanbouw (vakwerk met leem op een basis van rood metselwerk) niet zo’n geslaagde combinatie vormen met de zwartgrijze leien van het hoofdgebouw. De (vrijgestelde) container in de achtertuin, wit met blauwe rand, wordt best geschilderd in een neutrale kleur die aansluit bij het woongebouw (bijvoorbeeld antraciet).
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 26/10/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning, slopen van 2 bijgebouwen en terreininrichting, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Als bemerking wordt meegegeven dat de gevelmaterialen van de aanbouw (vakwerk met leem op een basis van rood metselwerk) niet zo’n geslaagde combinatie vormen met de zwartgrijze leien van het hoofdgebouw. De (vrijgestelde) container in de achtertuin, wit met blauwe rand, wordt best geschilderd in een neutrale kleur die aansluit bij het woongebouw (bijvoorbeeld antraciet).