STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting.
De aanvraag werd op 02/09/2021 ontvangen.
Op 27/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 01/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 11/10/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 15/03/2021 (VB_2020_065). Het betrof een algemene vraagstelling betreffende bestemming en geldende regelgeving. Volgende info werd aangeleverd door de dienst:
“De woning gelegen langs de Breilaarschansweg 84 is gelegen in een agrarisch gebied volgens het gewestplan Hasselt-Genk dd. 03/04/1979. Voor de woning werd geen verkaveling goedgekeurd, noch is er een BPA of RUP hierop van toepassing. Uit onze gegevens blijkt dat er momenteel geen professionele landbouwactiviteit wordt uitgeoefend, waardoor we ervan uit gaan dat het een private woning betreft en geen bedrijfswoning. Het betreft hier aldus een ‘zonevreemde woning’. Hierop geldt een aangepaste regelgeving zijnde de basisrechten voor zonevreemde woning.” De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (vergunning 1956, luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de verhardingen en bijgebouwen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Fluvius
Dienst Patrimonium
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften. De bestaande woning maakt immers geen deel uit van een leefbaar land- of tuinbouwbedrijf, en moet derhalve als een zonevreemde constructie beschouwd worden. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
ZONEVREEMDE CONSTRUCTIE
De aanvraag is van toepassing op een zonevreemde constructie waarvoor binnen de Vlaamse codex ruimtelijke ordening onder Hoofdstuk IV, Afdeling 2, basisrechten zijn opgenomen.
De aanvraag voldoet aan deze afwijkingsbepalingen zoals hieronder beschreven.
Volgende elementen werden juridisch onderzocht: verbouwen, uitbreiden, functie bestaand gebouw, vergunningstoestand.
Art. 4.4.10.
§ 1. Deze afdeling is van toepassing op vergunningsaanvragen die betrekking hebben op hoofdzakelijk vergunde en niet verkrotte zonevreemde constructies, met uitzondering van publiciteitsinrichtingen of uithangborden.
Het voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt beoordeeld op het ogenblik van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen, herbouwen of uitbreiden, of, in de gevallen, vermeld in onderafdeling 3 en 4, op de vooravond van de afbraak, de vernietiging of de beschadiging.
§ 2. De basisrechten van deze afdeling zijn van toepassing in gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg.
Een ruimtelijk uitvoeringsplan kan de basisrechten van deze afdeling aanvullen en uitbreiden. Dergelijk plan kan evenwel ook strengere voorwaarden bepalen op het vlak van de maximaal toegelaten volumes bij herbouw.
Art. 4.4.12.
In alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.
Art. 4.4.15.
Het uitbreiden van een bestaande zonevreemde woning is vergunbaar, voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1 000 m3 en op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.
De mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, gelden niet in:
1° ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden;
2° recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan, die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » sorteren.
De aanvraag voldoet aan deze voorwaarden:
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
In principe is slechts een infiltratieput verplicht aangezien het om een uitbreiding/ verbouwing van een bestaand gebouw gaat. Gelet op de omvang van de werken en opportuniteit om een installatie voor hergebruik te plaatsen, kan de aanvraag opgevat worden als “nieuwbouw eengezinswoning” wat betreft de voorzieningen.
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de eengezinswoning met een totale horizontale dakoppervlakte van 159,93m² (na de werken) een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter (op plan wordt 10 000 liter aangegeven) en de recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en buitenkraantjes/ tuinbesproeiing.
De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 5000 liter en een infiltratieoppervlakte van 10,17m². De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren. De inrit, parking en paden (47,76m²) worden aangelegd in waterdoorlatende klinkers, omrand door groen. Het terras in tegels (11m²) aan de achterzijde van de woning kan afwateren in de aangrenzende groenzone.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “collectief te optimaliseren buitengebied”. Volgens de gekende gegevens is een gracht aanwezig.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius. Het advies van 15/10/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-10-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 1226t, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer (niet van toepassing indien geen bijkomende rioleringsaansluiting wordt aangevraagd)
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de eetruimte gelijkvloers, de nachthal op de verdieping en de zolderruimte op de dakverdieping.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak van constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet ingericht worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies op deze plaats aangevraagd worden.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Breilaarschansweg, een gemeenteweg, dewelke parallel loopt met de E314, en gelegen is aan de rand van de gemeente.
De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door agrarisch gebied met een cluster van een 5-tal woningen in een open bebouwingsstructuur met 1 tot 2 bouwlagen onder de kroonlijst en in een gevarieerde architectuur.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag voorziet enerzijds in het slopen van het bestaand tuinhuis, het slopen van het bestaande bijgebouw en in het verwijderen van de aanwezige kiezelverharding.
Anderzijds betreft de aanvraag het grondig verbouwen, uitbreiden en renoveren van de bestaande eengezinswoning. Het hoofdvolume van het woongedeelte wordt enerzijds 50cm opgetrokken en voorzien van een andere dakhelling, en anderzijds uitgebreid aan de rechterzijde met een volume met hellend dak dat aansluit op het hellend dak van de hoofdbouw. De gevels en het dak van de bestaande woning worden volledig gerenoveerd om de buitenschil van de woning voldoende te kunnen isoleren. Achteraan de woning wordt de bestaande aanbouw volledig afgebroken om een nieuw gedeelte in dezelfde materialen als de woning op te richten. Dit nieuw gedeelte omvat nog een deel van de woning (bergplaats / wasplaats) en een overdekt terras gericht naar de achtertuin. Aan de linker zijgevel wordt nog een carport opgericht.
Tenslotte wordt in de voortuin een waterdoorlatende klinkerverharding aangelegd met een oppervlakte van 47,76m² dewelke dienst doet als oprit naar de carport, parking en toegang tot de woning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woning maakt geen deel uit van een leefbaar land- of tuinbouwbedrijf, en moet als een zonevreemde woning beschouwd worden. Aangezien voorliggende aanvraag voldoet aan de basisrechten opgenomen in de VCRO brengt voorliggende aanvraag de bestemming van het gebied niet verder in het gedrang en is deze aanvaardbaar.
Mobiliteitsimpact
Voorliggende aanvraag voorziet niet in extra woongelegenheden. De bestaande woning wordt verbouwd en uitgebreid met onder andere een carport. In de voortuin wordt bijkomend nog een extra parking voorzien waardoor er geen negatieve impact op de mobiliteit te verwachten valt door voorliggende aanvraag.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
Zoals hierboven reeds gesteld voldoet voorliggende aanvraag aan de basisrechten zonevreemde constructies. Bovendien is er rekening gehouden met de algemeen geldende voorschriften voor vrijstaande woningen. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 17 meter en op de verdieping 12 meter. Het totale volume van de woning inclusief overdekt terras en carport bedraagt 998,07m³ (814,93m³ + 112,60m³ + 70,54m³). De afstanden tot de perceelgrenzen voor wat betreft het hoofdgebouw en het overdekt terras bedragen minimaal 3 meter. De kroonlijsthoogte bedraagt maximaal 6,27 meter en de nokhoogte 10,59 meter gemeten t.o.v. de as van de weg. De schaal van de woning integreert zich in de omgeving en is aanvaardbaar.
De carport aan de linkerzijde van de woning wordt op minimum 62 cm van de linker perceelgrens opgericht. Gelet op de bouwhoogte van de carport, dit is 3,24 meter gemeten t.o.v. de as van de weg, gelet op de inplanting van de links aanpalende woning dewelke zich achter de achtergevel situeert van voorliggende woning waardoor de carport geen negatieve impact m.b.t. lichten en zichten heeft op deze woning en aangezien door voorliggende inplanting de verhardingen op het eigendom kunnen beperkt worden, is de carport op voorgestelde inplantingsplaats aanvaardbaar.
De nieuwe gevelmaterialen, m.n. witte gevelsteen voor het zichtbaar metselwerk en rood / bruin genuanceerde dakpannen met daarbij de passende detailleringen in het metselwerk en het buitenschrijnwerk, sluiten aan met de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving en zijn aanvaardbaar.
De gemeente Zonhoven streeft naar een maximale verhardingsgraad van 50% ter hoogte van de voortuinstrook zodoende de verhardingen te beperken en het groene straatbeeld zoveel mogelijk te behouden en te versterken. De verharding van de parkeerplaats in de voortuinstrook is breder dan noodzakelijk en kan dus ingekort worden waardoor dit maximaal verhardingspercentage in de voortuinstrook haalbaar is. De verharding in de voortuinstrook moet beperkt worden tot max. 50%, de overige voortuinzone moet groen aangeplant worden. Dit wordt opgenomen als vergunningsvoorwaarde.
Bodemreliëf
Het bestaande maaiveld blijft grotendeels behouden. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voorwaarden.
BESPREKING ADVIEZEN
1.- Het advies van 15/10/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds weergegeven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 12/10/2021 van de Dienst Patrimonium is gunstig:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voorwaarden.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 23/11/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.