De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 23 november goedgekeurd.
GR 31/05/2021 betreffende de goedkeuring selectieleidraad en procedure;
GR 28/06/2021 betreffende de goedkeuring lastenboek;
CBS 01/06/2021 betreffende de start van de procedure;
CBS 20/07/2021 betreffende de kwalitatieve selectie uit te nodigen firma's;
Vergelijkingsrapport offertes.
De opdracht “Doorlichting risico’s en verzekeringspolissen – Begeleiding overheidsopdracht verzekeringen voor lokale besturen” werd gegund aan AON Belgium bvba, Telecomlaan 5-7 te 1831 Diegem.
De ontwerper AON Belgium bvba heeft in het kader van de opdracht een selectieleidraad verzekeringen alsook een lastenboek opgesteld.
De gemeenteraad dd. 31 mei 2021 besliste de plaatsing van de opdracht “Afsluiten van de volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële Schade, Verzekeringen Aansprakelijkheid, Verzekeringen Auto en Bijstandsverzekering en Gezondheidszorg voor de Gemeente en OCMW Zonhoven” via de mededingingsprocedure met onderhandeling goed te keuren.
Het college van burgemeester en schepenen dd. 1 juni 2021 besliste de plaatsingsprocedure te starten.
De ontwerper AON Belgium bvba stelde op 5 juni 2021 het selectierapport verzekeringen op.
Het college van burgemeester
besloot op 20 juni 2021 om volgende kandidaten uit te nodigen om een offerte in te dienen in het kader van de verdere procedure:
- AXA Belgium, Troonplein 1 te 1000 Brussel
- Belfius Insurance, Karel Rogierplein 11 te 1210 Brussel
- DKV Belgium, Loksumstraat 25 te 1000 Brussel
- Ethias nv, Prins-Bissschopssingel 73 te 3500 Hasselt
- P&V Verzekeringen nv, Koningsstraat 151 te 1210 Brussel.
De gemeenteraad dd. 28 juni 2021 heeft het lastenboek en diens bijlagen voor de opdracht “Afsluiten van de volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële Schade, Verzekeringen Aansprakelijkheid, Verzekeringen Auto en Bijstandsverzekering en Gezondheidszorg voor de Gemeente en OCMW Zonhoven” goed gekeurd.
Op 7 september 2021 dienden de offertes worden ingediend.
De volgende kandidaten hebben hun interesse getoond voor de verzekeringsportefeuille van de Gemeente en OCMW Zonhoven en hebben een offerte ingediend voor de volgende percelen in het lastenboek:
- AXA Belgium, Troonplein 1 te 1000 Brussel;
- Belfius Insurance, Karel Rogierplein 11 te 1210 Brussel;
- Ethias nv, Prins-Bissschopssingel 73 te 3500 Hasselt;
- P&V Verzekeringen nv, Koningsstraat 151 te 1210 Brussel.
Inschrijvers | Perceel 1 | Perceel 2 | Perceel 3 | Perceel 4 | Perceel 5 |
| Verzekeringen Personen | Verzekeringen Materiële Schade | Verzekeringen Aansprakelijkheid | Verzekeringen Auto | Verzekeringen Hospitalisatie |
Axa Belgium | X | / | X | X | / |
Belfius Verzekeringen | / | / | / | / | X |
ETHIAS | X | X | X | X | X |
P&V Verzekeringen | X | X | X | / | / |
Na een eerste vergelijking van de offertes, werden er onderhandelingen gevoerd door AON met alle inschrijvers, waarbij het gelijkheidsbeginsel en de bepalingen uit het bestek steeds in acht werden genomen.
De definitieve offertes van Axa Belgium, Belfius Verzekeringen, Ethias en P&V werden als regelmatig beschouwd.
Een uitvoerige vergelijking van de offertes is te vinden in het vergelijkingsrapport in bijlage, dewelke integraal deel uitmaakt van deze beslissing en motivering.
Op basis van het vergelijkingsrapport komen we tot het volgend totaalbeeld en dit voor het geheel van de criteria Premie, Waarborgen en Dienstverlening (bijkomende en andere, eigen aan de verzekeraar) en Premievoetgarantie.
Aon wenst hierbij toe te voegen dat de waarborgen die in het lastenboek als basis gehanteerd werden steeds gelijkaardig of beter zijn dan de huidige dekkingen en dat de verschillende offertes van de verzekeraars steeds een verbetering in globaliteit inhouden. Er worden dus geen beperkingen ingevoerd op gebied van waarborgen of dienstverlening.
Zonder inachtname van de commerciële kortingen, dienen de percelen toegewezen te worden als volgt (voor het geheel van de criteria Premie, Bijkomende en Andere Waarborgen, Bijkomende en Andere Dienstverlening en Premievoetgarantie):
Perceel 1 dient toegewezen te worden aan Axa Belgium;
Perceel 2 dient toegewezen te worden aan Ethias;
Perceel 3 dient toegewezen te worden aan Ethias;
Perceel 4 dient toegewezen te worden aan Ethias;
Perceel 5 dient toegewezen te worden aan Belfius.
Bovenstaande toewijzing houdt de volgende verbetering in globaliteit aan met beter of gelijkblijvende waarborgen en dienstverlening:
Huidige premie | € 165.566,44 |
Nieuwe premie | € 163.685,85 |
Besparing | € 1.880,69 |
Percentage | Besparing: 1,135913% |
Hierna kan U eveneens het detail per perceel terugvinden (jaarlijkse brutopremie):
Percelen | Huidig budget | Nieuw budget | Besparing (-) / verhoging (+) | Nieuwe Verzekeraar |
Perceel 1 | € 33.688,30 | € 31.521,88 | - € 2.166,42 | Axa |
Perceel 2 | € 17.963,34 | € 17.859,79 | - € 103,55 | Ethias |
Perceel 3 | € 14.170,30 | € 19.020,29 | + € 4.849,99 | Ethias |
Perceel 4 | € 30.246,16 | € 25.535,71 | - € 4.710,45 | Ethias |
Perceel 5 | € 69.498,34 | € 69.748,08 | + € 249,74 | Belfius |
Alle percelen | € 165.566,44 | € 163.685,75 | - € 1.880,69 |
|
Goedkeuring wordt verleend aan het vergelijkingsrapport van 17 november 2021 opgesteld voor de opdracht “Afsluiten van de volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële Schade, Verzekeringen Aansprakelijkheid, Verzekeringen Auto en Bijstandsverzekering en Gezondheidszorg voor de Gemeente en OCMW Zonhoven” door AON Belgium bvba. Het vergelijkingsrapport in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist de opdracht te gunnen aan:
Perceel 1 aan Axa Belgium, Troonplein 1 te 1000 Brussel.
Perceel 2 aan Ethias, Prins-Bisschopsingel 73 te 3500 Hasselt.
Perceel 3 aan Ethias, Prins-Bisschopsingel 73 te 3500 Hasselt .
Perceel 4 aan Ethias, Prins-Bisschopsingel 73 te 3500 Hasselt .
Perceel 5 aan Belfius Verzekeringen, Karel Rogierplein 12 te 1210 Brussel.
Artikel 3
De uitvoering van de opdracht dient te gebeuren overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd in de opdrachtdocumenten, aangevuld met de ingediende offertes zoals vergeleken in het vergelijkingsrapport.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 9.225,36.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijkomende bestelbon 2021005998 goed voor een bedrag van € 574,40.
De kerkraad van de parochie Onze-Lieve-Vrouw Maagd der Armen (Zonhoven-Termolen)
bracht op 31 maart 2021 een gunstig advies uit over deze samenvoeging.
De kerkraad van de parochie Sint-Quintinus (Zonhoven-centrum) bracht op 29 maart 2021
een gunstig advies uit over deze samenvoeging.
De gemeenteraad van Zonhoven bracht op 28 juni 2021 een positief advies uit over deze
samenvoeging.
De minister van Justitie bracht op 18 oktober 2021 een gunstig advies uit over deze
samenvoeging.
De bovenvermelde adviezen zijn gunstig.
De samenvoeging van twee geloofsgemeenschappen betreft de interne organisatie van de
eredienst. De scheiding tussen Kerk en Staat, en meer in het bijzonder artikel 21 van de
Grondwet, garandeert de organisatorische autonomie van de erediensten. De territoriale
en bestuurlijke organisatie behoren tot de organisatorische autonomie van de eredienst.
Het samenvoegen van twee geloofsgemeenschappen is dus een exclusieve bevoegdheid
van het erkend representatief orgaan van de eredienst, met toepassing van en met respect
voor alle interne regels van de eredienst. De Vlaamse Regering hoeft enkel na te gaan of
die beslissing genomen is door het binnen die eredienst bevoegde orgaan, maar kan noch
de pastorale overwegingen, noch het respecteren van alle nadere interne vormvoorschriften in vraag stellen. Alle kerkrechtelijke bezwaren kunnen via de geëigende
canonieke procedures worden aangevoerd, maar ze kunnen niet het voorwerp uitmaken
van een beoordeling door de Vlaamse Regering.
Bijgevolg werd een positief gevolg gegeven worden aan het verzoek tot samenvoeging van
de parochie Onze-Lieve-Vrouw Maagd der Armen (Zonhoven-Termolen) met de te
behouden parochie Sint-Quintinus (Zonhoven-centrum) te Zonhoven.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ministerieel besluit van 12 november 2021 waarbij de samenvoeging van de parochie O.L.V. Maagd der Armen (Termolen) met de te behouden parochie Sint-Quintinus (centrum) wordt erkend. De huidige mandaten van beide kerkraden vervallen en een nieuwe kerkraad wordt op voordracht van de pastoor geïnstalleerd. Er zal per 31 december 2021 voor de beide parochies een eindrekening opgemaakt worden.
De concessieovereenkomst dd. 14 september 2020.
Sedert 15 september 2020 staat Voetbalclub Zonhoven United in voor de uitbating van de cafetaria in het centraal gebouw op de sportvelden Basvelden. Er werd een concessieovereenkomst aangegaan die automatisch en van rechtswege eindigt op 31 mei 2022.
Zonhoven United heeft gevraagd om de concessie met een jaar te verlengen, namelijk tot 31 mei 2023.
Zowel voor de voetbalclub als voor de gemeente, lijkt deze verlenging de beste oplossing. Er zijn geen redenen voorhanden om deze verlenging te weigeren.
Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord met een verlenging met 1 jaar van de concessie met Zonhoven United vzw voor de uitbating van de cafetaria centraal gebouw Basvelden. De nieuwe einddatum zal worden vastgelegd op 31 mei 2023.
De verlenging zal worden vastgelegd in een addendum bij de concessieovereenkomst dd. 14 september 2020, dat ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
D.d. 14/10/2021 werd door Gerald Kindermans, advocaat, volgend schrijven gericht aan het college van burgemeester en schepenen met de vraag tot overleg:
"U. Ref. :
O. Ref. : 18/12012 – D8/T1 – 643496 IMMO INDUSTRIE /c DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE LIMBURG /i GEMEENTE ZONHOVEN
Geachte burgemeester en schepenen
Ik kom terug op dit dossier en verwijs naar mijn schrijven, dd. 5 juli 2021. Ik heb nog geen enkele reactie mogen ontvangen op dit schrijven. Ik wil u vriendelijk verzoeken mij te willen berichten wanneer wij eventueel een ontmoeting kunnen hebben teneinde het dossier te bespreken omtrent de eventuele mogelijkheden tot regularisatie. Kan u mij hierover berichten.
Met oprechte hoogachting G. KINDERMANS"
Dit schrijven werd bezorgd via mail aan ruimtelijke.ordening@zonhoven.be op 14/10/2021. Dhr. Kindermans wenst een overleg aangaande Oudestraat 13B en 13C, kadastraal gekend als Afdeling 1, Sectie A, perc. 517P, 515G2 en 517R. Dhr. Kindermans treedt op namens Immo Industrie nv, met als zetel Molemstraat 87, 3560 Lummen.
De percelen Oudestraat 13B en 13C zijn gelegen binnen agrarisch gebied volgens het gewestplan.
Volgende vergunningen/weigeringen/PV's werden verleend:
De vergunde toestand betreft een opslagruimte met een bouwbreedte van 39,70m en een bouwdiepte van 50m. De opslagruimtes werden vergund met een zadeldak, een kroonlijsthoogte van 3,20m en een nokhoogte van 5m ten opzichte van het maaiveld.
De aanwezige bebouwing op de percelen bestaat opslaghallen en burelen. De totale bouwbreedte bedraagt 44,70m en de maximale bouwdiepte 50,20m. De opslaghallen, met gedeeltelijke bureelruimte, werden uitgevoerd met een plat dak en een dakrandhoogte van 7,45m ten opzichte van het maaiveld. De uiterst linkse constructie (breedte 4,50m), bestaande uit bijkomende burelen, werd uitgevoerd met een hellend dak en een maximale hoogte van 3,20m ten opzichte van het maaiveld.
Het uitgevoerde volume bedraagt praktisch een verdubbeling. De functie verschilt van de vergunde functie.
Het betreffen zonevreemde constructies. Men kan geen toepassing maken van de basisrechten zonevreemde constructies gezien de bebouwing geen hoofdzakelijk vergunde constructie betreft.
D.d. 05/07/2021 werd door dhr. Kindermans reeds een schrijven gericht aan de dienst ruimtelijke ordening/ de omgevingsambtenaar met het verzoek tot overleg, bezorgd via mail aan de dienst op 05/07/2021, met als doel de bespreking van de regularisatie van de gebouwen:
"U. Ref. :
T.a.v. de dienst ruimtelijke ordening
T.a.v. de gemeentelijke omgevingsambtenaar
O. Ref. : 18/12012 – D1/T1 – 636727
IMMO INDUSTRIE /c DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE LIMBURG /i GEMEENTE ZONHOVEN
Geachte burgemeester en schepenen
Ik ben de raadsman van IMMO INDUSTRIE NV, met zetel te 3560 Lummen, Molemstraat 87.
Mijn cliënte is eigenaar van een terrein gelegen te Zonhoven, Oudestraat 13B en 13C met als kadastrale gegevens Afdeling 1, Sectie A, perceelnummers 517P, 515G2 en 517R.
Ik ben zo vrij u te verzoeken mij te laten weten of het mogelijk is samen met mijn opdrachtgeefster, vertegenwoordigd door de heer Julien CONVENTS, een ontmoeting met u te hebben teneinde te bespreken hoe één en ander kan geregulariseerd worden.
Ik zal mij samen met mijn cliënte graag schikken naar de mogelijkheden die u doorgeeft.
Met oprechte hoogachting
G. KINDERMANS"
De dienst heeft hierop d.d. 13/07/2021 het volgende geantwoord via mail: "Een afspraak is mogelijk, maar gezien de verlofperiodes past dit ons pas vanaf midden september.
Daarnaast wil ik alvast het volgende meegeven. Het dossier werd meermaals geweigerd, op verschillende niveaus. Een regularisatie is m.a.w. niet mogelijk. De enige optie lijkt ons een herstel naar de vergunde toestand, zowel op vlak van volume/oppervlakte als op vlak van functie.
Tijdens een overleg gaan we onze standpunt hierover, dat meermaals werd bevestigd door de Deputatie, niet wijzigen."
Hierop werd niet gereageerd door dhr. Kindermans. In zijn huidig schrijven haalt hij aan geen reactie te hebben ontvangen op het schrijven d.d. 05/07/2021.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van dhr. Kindermans namens Immo Industrie Nv, d.d. 14/10/2021.
Het college van burgemeester en schepenen beslist niet in te gaan op de vraag tot overleg. Dit gezien de bebouwing op het perceel niet regulariseerbaar is, wat blijkt uit de diverse afgeleverde weigeringen.
Dhr. Kindermans zal hiervan op de hoogte worden gesteld.
Naar aanleiding van een overleg over de heropstart van de opmaak van het LIP Multifunctioneel Landschap Roosterbeek, geeft Departement Omgeving te kennen de procedure te willen verderzetten, met in acht name van de beslissing van het CBS dd. 10.09.2019, n.a.v. de besproken agendapunten tijdens de vergadering van de stuurgroep dd. 20.06.2019. Het negatieve standpunt van het CBS ten aanzien van de voorgestelde inrichting van het binnengebied tussen Boddenveldweg, Katschotseweg en Hazendansweg (DG3. Recreatie en Waterbuffer) en het afwijzen van onteigening als instrument voor de realisatie, gaven echter aanleiding tot het grondig herbekijken en herdefiniëren van de opdracht aan het ontwerp- en studiebureau PLOT/Delva met o.a. een uitvoerig onderzoek naar alternatieve maatregelen, de in te zetten instrumenten en haalbaarheid, de contouren van de projectzone(s), timing en aanpak.
Indien men niet kan terugvallen op reguliere processen, moeten alternatieve trajecten en instrumenten onderzocht worden voor een aanpak op maat. Vooral voor het scenario van het toekennen van bouwrechten in ruil voor ruimte voor water (deelproject DG 2. Noordelijke Woonrand) betekent dit pionierswerk, waarvoor specifieke expertise van externen moet aangesproken worden. Omwille van de erg hoge complexiteit is een uitvoering op korte termijn niet haalbaar. Dit onderdeel van het scenario wordt niet opgenomen in het LIP (enkel KT-maatregelen). Het minimale scenario, nl. het inrichten van een trage verbinding langs het water, kan wél in aanmerking komen. De eventuele verdere ontwikkeling van de Noordelijke Woonrand kan op eigen initiatief van de gemeente parallel (apart traject) of op langere termijn opgestart worden.
Uit het reeds afgelegde traject is gebleken dat een gefaseerde en meer temporiserende aanpak aangewezen is, met het oog op het behoud en het versterken van het draagvlak voor de uitvoering van de maatregelen en acties. Niettegenstaande het LIP enkel korte termijn (KT)-inrichtingsmaatregelen realiseert, zal het LIP toch ook de kapstok bevatten voor een uitvoering op lange termijn (LT). Het Masterplan Multifunctioneel Landschap Roosterbeek met de ononderbroken verbinding Teut-Vijvergebied als ruggengraat voor het gebied en voorstel-scenario’s voor pilootprojecten (zie eindrapport Atelier ML Roosterbeek, 2018) vormt hiervoor de basis. Ook de oversteek van de N74 komt hierbij in het vizier en vormt een belangrijke, zelfs cruciale schakel om de ononderbroken fietsverbinding te kunnen realiseren.
Mede op vraag van de planbegeleidingsgroep (PBG), verwacht men concreet de steun en het engagement van de gemeente voor de realisatie van de volledige verbinding Teut-Vijvergebied op lange termijn. Departement Omgeving wenst te benadrukken dat het inzetten van (dwingende) instrumenten, zoals inrichting uit kracht van wet met erfdienstbaarheid, niet verhinderd mag worden indien deze nodig zijn om tot de realisatie van de maatregelen (KT) te komen. De ontwerper van het LIP, zal dit bij het contacteren en informeren van de betrokken eigenaars ook zo vermelden.
Het zou een grote meerwaarde zijn voor het versterken van het LIP als er vanuit het gemeentelijk beleid zo veel mogelijk suggesties voor kansrijke KT-acties aangebracht worden, bv. acties aansluitend op het centrumproject, het schrappen van slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden, onthardingsinitiatieven,…
Er wordt gevraagd deze zo snel mogelijk over te maken aan het project- en ontwerpteam (PLOT/Delva, VLM, DOMG).
Advies van de dienst
Project vergroening dorpshart is opgestart: in zitting van 25 mei 2020 keurde de gemeenteraad de procedure goed voor de "Ontwerpopdracht voor de herontwikkeling van het dorpshart van de gemeente Zonhoven". Deze ontwerpopdracht omvat de opmaak van een masterplan voor het centrale dorpshart dat gezien kan worden als een globale ontwerpschets voor het centrale dorpshart van de gemeente, waarbij het projectgebied wordt opgedeeld in afzonderlijk uitvoerbare deelprojecten. Eén van de deelprojecten is het openleggen van de Roosterbeek in de zone tussen kerk en gemeentehuis en gelijktijdig het ontharden en vergroenen van deze zone. De beekvallei van de Roosterbeek loopt dwars door het centrum, maar is sinds jaar en dag overwelfd en dus niet zichtbaar. Volgens de huidige projectplanning stroomt het verborgen water van de Roosterbeek als een groenblauw netwerk opnieuw zichtbaar door het centrum van Zonhoven tegen het najaar van 2024! Een trage verbinding doorheen de projectzone is voorzien!
Naast de realisatie van een trage verbinding langs het water tussen het Vijvergebied en de fietsring (Sprinkwaterstraat) in het centrum, ziet de dienst nog volgende kansrijke KT-acties, allen gesitueerd in park Den Dijk en dus aansluitend op het centrumproject voor het vergroenen en ontharden van het dorpshart Zonhoven.
KT-acties die in het najaar van 2021 in uitvoer gaan:
Kansrijke KT-acties verder uit te werken vanaf 2022:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de heropstart van de opmaak van het LIP Multifunctioneel Landschap Roosterbeek.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om de haalbaarheid van volgende kansrijke korte termijn inrichtingsmaatregelen in park Den Dijk (en dus aansluitend op het centrumproject voor het vergroenen en ontharden van het dorpshart Zonhoven) verder te laten onderzoeken:
Het college engageert zich voor de realisatie van de volledige verbinding Teut-Vijvergebied op lange termijn maar verbindt zich momenteel niet tot een concreet traject. Het college wenst voor het ontbrekend stuk tussen centrum en Teut op korte termijn geen dwingende instrumenten in te zetten.
Op 20 oktober 2020 werd een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd aan Vaes Patrick (2020/00153), Pleinstraat 45 te 3520 Zonhoven, tot het regulariseren van de inplanting en uitbreiding van de woning, een carport en terreinaanleg en het slopen van bijgebouwen, gelegen op kadastraal perceel afdeling 2, sectie C, nr. 1127B2, gelegen aan de Pleinstraat 45.
Volgende voorwaarden werden onder meer opgelegd:
1. Er dient voldaan te worden aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater en de doelstellingen van het decreet integraal waterbeleid binnen een termijn van 6 maanden vanaf uitvoerbaarheid van deze omgevingsvergunning. Er dient een infiltratievoorziening geplaatst te worden met een minimale inhoud van 3930,50 liter en minimale infiltratieoppervlakte van 6,29m². Het hemelwater van de woning dient hierop aangesloten te worden en de overloop naar de boordgracht dient apart aangelegd tot vlak voor het openbaar domein om via 1 toezichtsput of 2 aparte toezichtsputten aan te sluiten op de (ingebuisde) boordgracht. De bewijzen van de uitvoering (foto’s, facturen…) dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving
4. De niet vergunde verhardingen dienen verwijderd te worden tot in de grond binnen een termijn van 6 maanden vanaf uitvoerbaarheid van deze omgevingsvergunning. De bewijzen van de uitvoering (foto’s, facturen…) dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
Op 3 december 2020 en 21 april 2021 werden door de aanvrager foto’s en facturen overgemaakt aan de afdeling planning en vergunningen.
Uit deze ingediende stukken blijkt dat voldaan werd aan de hierboven vermelde voorwaarden opgelegd in de afgeleverde omgevingsvergunning.
De overige voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning blijven van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvrager schriftelijk in kennis te stellen dat voldaan werd aan voorwaarde 1 en 4 van de omgevingsvergunning.
De overige voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning blijven van toepassing.
Op 20 juli 2021 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd aan Luc Beerten namens Begeco Projectontwikkeling BVBA (2020/00289) Middenstraat 63 te 3582 Beringen, tot het bouwen van 20 appartementen met ondergrondse parkeerkelders en het kappen van bomen, op perceel 3de afdeling, sectie E, nummer 86, gelegen aan Grote Eggestraat / Rosmolenweg7.
Volgende voorwaarden werden onder meer opgelegd:
11. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage. Het hemelwaterhergebruik dient hiervoor te worden uitgebreid (ook voor de toiletten en de privatieve buitenkranen). Om verder aan de voorwaarden van Fluvius te voldoen dient een nieuw rioleringsplan te worden opgemaakt conform deze voorwaarden. Dit plan dient te worden aangeleverd aan zowel Fluvius als aan de dienst Vergunningen en Handhaving, ten laatste 1 maand na aflevering van de omgevingsvergunning;
Op 18 november 2021 werd een gewijzigd plan alsook de goedkeuring van Fluvius overgemaakt aan de afdeling planning en vergunningen.
Uit deze ingediende stukken blijkt dat voldaan werd aan voorwaarde 11 opgelegd in de afgeleverde omgevingsvergunning.
De overige voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning blijven van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen beslist de aanvrager schriftelijk in kennis te stellen dat voldaan werd aan voorwaarde 11 van de omgevingsvergunning.
De overige voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning blijven van toepassing.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting.
De aanvraag werd op 02/09/2021 ontvangen.
Op 27/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 01/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 11/10/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 15/03/2021 (VB_2020_065). Het betrof een algemene vraagstelling betreffende bestemming en geldende regelgeving. Volgende info werd aangeleverd door de dienst:
“De woning gelegen langs de Breilaarschansweg 84 is gelegen in een agrarisch gebied volgens het gewestplan Hasselt-Genk dd. 03/04/1979. Voor de woning werd geen verkaveling goedgekeurd, noch is er een BPA of RUP hierop van toepassing. Uit onze gegevens blijkt dat er momenteel geen professionele landbouwactiviteit wordt uitgeoefend, waardoor we ervan uit gaan dat het een private woning betreft en geen bedrijfswoning. Het betreft hier aldus een ‘zonevreemde woning’. Hierop geldt een aangepaste regelgeving zijnde de basisrechten voor zonevreemde woning.” De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (vergunning 1956, luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de verhardingen en bijgebouwen.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Fluvius
Dienst Patrimonium
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.
Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften. De bestaande woning maakt immers geen deel uit van een leefbaar land- of tuinbouwbedrijf, en moet derhalve als een zonevreemde constructie beschouwd worden. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
ZONEVREEMDE CONSTRUCTIE
De aanvraag is van toepassing op een zonevreemde constructie waarvoor binnen de Vlaamse codex ruimtelijke ordening onder Hoofdstuk IV, Afdeling 2, basisrechten zijn opgenomen.
De aanvraag voldoet aan deze afwijkingsbepalingen zoals hieronder beschreven.
Volgende elementen werden juridisch onderzocht: verbouwen, uitbreiden, functie bestaand gebouw, vergunningstoestand.
Art. 4.4.10.
§ 1. Deze afdeling is van toepassing op vergunningsaanvragen die betrekking hebben op hoofdzakelijk vergunde en niet verkrotte zonevreemde constructies, met uitzondering van publiciteitsinrichtingen of uithangborden.
Het voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt beoordeeld op het ogenblik van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen, herbouwen of uitbreiden, of, in de gevallen, vermeld in onderafdeling 3 en 4, op de vooravond van de afbraak, de vernietiging of de beschadiging.
§ 2. De basisrechten van deze afdeling zijn van toepassing in gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg.
Een ruimtelijk uitvoeringsplan kan de basisrechten van deze afdeling aanvullen en uitbreiden. Dergelijk plan kan evenwel ook strengere voorwaarden bepalen op het vlak van de maximaal toegelaten volumes bij herbouw.
Art. 4.4.12.
In alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.
Art. 4.4.15.
Het uitbreiden van een bestaande zonevreemde woning is vergunbaar, voor zover het bouwvolume beperkt blijft tot ten hoogste 1 000 m3 en op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De creatie van een zorgwoning in de zin van artikel 4.1.1, 18°, is wel toegelaten.
De mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, gelden niet in:
1° ruimtelijk kwetsbare gebieden, met uitzondering van parkgebieden;
2° recreatiegebieden, zijnde de als dusdanig door een plan van aanleg aangewezen gebieden, en de gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan, die onder de categorie van gebiedsaanduiding « recreatie » sorteren.
De aanvraag voldoet aan deze voorwaarden:
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
In principe is slechts een infiltratieput verplicht aangezien het om een uitbreiding/ verbouwing van een bestaand gebouw gaat. Gelet op de omvang van de werken en opportuniteit om een installatie voor hergebruik te plaatsen, kan de aanvraag opgevat worden als “nieuwbouw eengezinswoning” wat betreft de voorzieningen.
De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de eengezinswoning met een totale horizontale dakoppervlakte van 159,93m² (na de werken) een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter (op plan wordt 10 000 liter aangegeven) en de recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en buitenkraantjes/ tuinbesproeiing.
De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 5000 liter en een infiltratieoppervlakte van 10,17m². De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren. De inrit, parking en paden (47,76m²) worden aangelegd in waterdoorlatende klinkers, omrand door groen. Het terras in tegels (11m²) aan de achterzijde van de woning kan afwateren in de aangrenzende groenzone.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “collectief te optimaliseren buitengebied”. Volgens de gekende gegevens is een gracht aanwezig.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius. Het advies van 15/10/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 11-10-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 1226t, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer (niet van toepassing indien geen bijkomende rioleringsaansluiting wordt aangevraagd)
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de eetruimte gelijkvloers, de nachthal op de verdieping en de zolderruimte op de dakverdieping.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak van constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet ingericht worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies op deze plaats aangevraagd worden.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Breilaarschansweg, een gemeenteweg, dewelke parallel loopt met de E314, en gelegen is aan de rand van de gemeente.
De onmiddellijke omgeving wordt gekenmerkt door agrarisch gebied met een cluster van een 5-tal woningen in een open bebouwingsstructuur met 1 tot 2 bouwlagen onder de kroonlijst en in een gevarieerde architectuur.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag voorziet enerzijds in het slopen van het bestaand tuinhuis, het slopen van het bestaande bijgebouw en in het verwijderen van de aanwezige kiezelverharding.
Anderzijds betreft de aanvraag het grondig verbouwen, uitbreiden en renoveren van de bestaande eengezinswoning. Het hoofdvolume van het woongedeelte wordt enerzijds 50cm opgetrokken en voorzien van een andere dakhelling, en anderzijds uitgebreid aan de rechterzijde met een volume met hellend dak dat aansluit op het hellend dak van de hoofdbouw. De gevels en het dak van de bestaande woning worden volledig gerenoveerd om de buitenschil van de woning voldoende te kunnen isoleren. Achteraan de woning wordt de bestaande aanbouw volledig afgebroken om een nieuw gedeelte in dezelfde materialen als de woning op te richten. Dit nieuw gedeelte omvat nog een deel van de woning (bergplaats / wasplaats) en een overdekt terras gericht naar de achtertuin. Aan de linker zijgevel wordt nog een carport opgericht.
Tenslotte wordt in de voortuin een waterdoorlatende klinkerverharding aangelegd met een oppervlakte van 47,76m² dewelke dienst doet als oprit naar de carport, parking en toegang tot de woning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woning maakt geen deel uit van een leefbaar land- of tuinbouwbedrijf, en moet als een zonevreemde woning beschouwd worden. Aangezien voorliggende aanvraag voldoet aan de basisrechten opgenomen in de VCRO brengt voorliggende aanvraag de bestemming van het gebied niet verder in het gedrang en is deze aanvaardbaar.
Mobiliteitsimpact
Voorliggende aanvraag voorziet niet in extra woongelegenheden. De bestaande woning wordt verbouwd en uitgebreid met onder andere een carport. In de voortuin wordt bijkomend nog een extra parking voorzien waardoor er geen negatieve impact op de mobiliteit te verwachten valt door voorliggende aanvraag.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
Zoals hierboven reeds gesteld voldoet voorliggende aanvraag aan de basisrechten zonevreemde constructies. Bovendien is er rekening gehouden met de algemeen geldende voorschriften voor vrijstaande woningen. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 17 meter en op de verdieping 12 meter. Het totale volume van de woning inclusief overdekt terras en carport bedraagt 998,07m³ (814,93m³ + 112,60m³ + 70,54m³). De afstanden tot de perceelgrenzen voor wat betreft het hoofdgebouw en het overdekt terras bedragen minimaal 3 meter. De kroonlijsthoogte bedraagt maximaal 6,27 meter en de nokhoogte 10,59 meter gemeten t.o.v. de as van de weg. De schaal van de woning integreert zich in de omgeving en is aanvaardbaar.
De carport aan de linkerzijde van de woning wordt op minimum 62 cm van de linker perceelgrens opgericht. Gelet op de bouwhoogte van de carport, dit is 3,24 meter gemeten t.o.v. de as van de weg, gelet op de inplanting van de links aanpalende woning dewelke zich achter de achtergevel situeert van voorliggende woning waardoor de carport geen negatieve impact m.b.t. lichten en zichten heeft op deze woning en aangezien door voorliggende inplanting de verhardingen op het eigendom kunnen beperkt worden, is de carport op voorgestelde inplantingsplaats aanvaardbaar.
De nieuwe gevelmaterialen, m.n. witte gevelsteen voor het zichtbaar metselwerk en rood / bruin genuanceerde dakpannen met daarbij de passende detailleringen in het metselwerk en het buitenschrijnwerk, sluiten aan met de aanwezige bebouwingen in de onmiddellijke omgeving en zijn aanvaardbaar.
De gemeente Zonhoven streeft naar een maximale verhardingsgraad van 50% ter hoogte van de voortuinstrook zodoende de verhardingen te beperken en het groene straatbeeld zoveel mogelijk te behouden en te versterken. De verharding van de parkeerplaats in de voortuinstrook is breder dan noodzakelijk en kan dus ingekort worden waardoor dit maximaal verhardingspercentage in de voortuinstrook haalbaar is. De verharding in de voortuinstrook moet beperkt worden tot max. 50%, de overige voortuinzone moet groen aangeplant worden. Dit wordt opgenomen als vergunningsvoorwaarde.
Bodemreliëf
Het bestaande maaiveld blijft grotendeels behouden. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voorwaarden.
BESPREKING ADVIEZEN
1.- Het advies van 15/10/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds weergegeven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 12/10/2021 van de Dienst Patrimonium is gunstig:
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voorwaarden.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 23/11/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een zonevreemde woning, na het slopen van een aanbouw en bijgebouwen, en terreininrichting, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en een poolhouse, het aanleggen van een zwembad.
De aanvraag werd op 24 juni 2021 ontvangen.
Op 16 juli 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 5 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 18 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 28 augustus 2021 tot en met 26 september 2021.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
Het openbaar onderzoek werd gesloten met 1 bezwaarschrift.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 3 augustus 2007 werd een verkavelingsaanvraag ingediend. Deze aanvraag werd ingetrokken. (1052.B.874.2)
Op 23 juli 2013 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd. Deze verkavelingsvergunning is vervallen. (1160.B.874.2)
Op 19 maart 2019 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden verleend voor het verkavelen van de percelen in 2 loten voor open bebouwing. (1276.B.874.2)
(VB_2017_067)
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op:
15/05/2017:
“Wij vermoeden dat uw vraag betrekking heeft op lot 2 uit de goedgekeurde verkaveling 1160.B.874.2.
Het betreft een recente verkaveling die werd goedgekeurd op 23/7/2013. Het lot heeft een iets kleinere perceelsbreedte.
het stallen van voertuigen dient op eigen terrein te gebeuren (niet in de tuinzone). Het voorzien van een nevenfunctie zorgt hierdoor voor een aanzienlijke verzwaring van de draagkracht op het perceel. Het is dan ook niet aangewezen aan deze recente verkavelingsvoorschriften wijzigingen door te voeren.
Hopend u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Het afleveren van een vergunning is ten alle tijden afhankelijk van het concrete aanvraagdossier, de ruimtelijke context, de in te winnen adviezen en de resultaten van het openbaar onderzoek, …”
03/05/2021:
“Hierbij onze bemerkingen:
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
20/05/2021:
“Er kan beperkt worden afgeweken voor de nokhoogte.
Er kan een afwijking worden gevraagd voor de trapconstructie naar de kelder, indien deze minimaal op 1m van de rechter perceelsgrens wordt ingeplant. De balustrade dient in hoogte beperkt te worden tot het strikt noodzakelijke in kader van de veiligheid. Deze constructie zal mee gerekend worden bij de 'niet-overdekte constructies' (verhardingen, zwembad), hier dient bij eventuele latere aanvragen of uitbreidingen van de verhardingen rekening mee te worden gehouden.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
26/05/2021:
“Betreffende de wijzigingen aan het bijgebouw (de plannen van de woning werden niet opnieuw doorgenomen): wordt de helling overdekt? Zo ja dient dit gedeelte beschouwd te worden als deel van het bijgebouw en wordt de toegelaten max. oppervlakte van 50m² overschreden. (wat mogelijk kan leiden tot een bijstelling indien de v/t wordt overschreden)
Indien dit deel niet overdekt is kunnen we dit beschouwen als niet-overdekte constructie en wordt de oppervlakte mee beoordeeld in de totale oppervlakte van verhardingen/zwembad. Of deze helling naast de woning wordt voorzien of naast het bijgebouw maakt geen verschil in deze beoordeling. De verhouding tussen groen en bebouwd/verhard dient in evenwicht te zijn.
De bijgebouwen mogen ingeplant worden tot op 1m van de perceelsgrenzen, de inplanting tot op 1m van de achterste perceelsgrens is dus mogelijk. Gezien er 'groot gerief' richting het hellend vlak gebracht moet worden en een perceelsafsluiting (eventuele haag) ook plaats inneemt, lijkt de inplanting tot op 3m wel de meest praktische te zijn.
De inplanting t.o.v. de linker perceelsgrens is afhankelijk van het akkoord van de eigenaar van het links aanpalend perceel.
Alle water dat op bijgebouw/constructies valt dient uiteraard te worden opgevangen op eigen terrein.
Er wordt een haag getekend links van het bijgebouw, er dient bekeken te worden of dit realistisch is (onderhoud haag).
De kelder van het bijgebouw wordt doorgetrokken tot tegen het zwembad. Het is niet de bedoeling dit gedeelte op maaiveldniveau ook te verharden. Er dient dus rekening te worden gehouden met een groendak boven op deze kelder.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is wel opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 28 augustus 2021 tot en met 26 september 2021.
Er werd 1 bezwaar ingediend, nl.:
Bezwaarschrift 1, ingediend op 12 september 2021:
“Op 05 12 2018 werd een openbaar onderzoek geopend in verband met de verkaveling van gronden, toenmalig geadresseerd Veldhinweg 22 (Dossiernr OV/1276.B.874.2). Hieraan werd een gunstig gevolg gegeven waardoor één mooie bouwgrond opgesplitst werd in twee 'slanke' percelen, met alle gevolgen vandien wat betreft mogelijke afmetingen van het te bouwen huis en te volgen bouwregels.
Zelf hadden we gedacht dat de Familie Theuwissen-Damiaens de bouwwijze van de buur van Veldhinweg 20 zou volgen, ttz met de vrijwaring van de vrije zone van 3 meter met de zijdelings perceelgrens naar de ene buur (X), en met een garage/carport tot op de gezamenlijke perceelgrens tussen nr 18 en nr 20. Dit gaf voor hen echter geen mooi esthetisch resultaat, waardoor de carport, groot genoeg voor het plaatsen van een bestelwagen, ingepland werd, eerst tot op onze perceelgrens, nadien na enig overleg/discussie tot op 15cm van de perceelgrens van onze woning (X).
Na enkele discussies met Familie Theuwissen-Damiaens waren mijn echtgenote en ikzelf verplicht, omwille van de goede burenvrede, akkoord te gaan met de inplanting van deze carport (dakrand (!) tot op 15 cm van de perceelgrens), waarbij de rechter voorste steunpaal van de carport (bekeken vanaf de straat) op minstens 45cm van de perceelgrens zou worden ingepland. We hadden op dat ogenblik echter geen notie 'over het vrijwaren van de doorgang naar de achterliggende tuin', welke hierdoor zeker niet gegarandeerd wordt en waarvoor we ook geen toestemming gaven.
Kortom, we zijn niet blij met deze carport, welke bij ons de indruk wekt van een aanbouwsel dat lijkt op deze welke onze andere buur destijds gebouwd heeft. In elk geval draagt het niet bij tot een mooi esthetisch resultaat in deze residentiële omgeving, integendeel. Deze carport kan ook voor of naast de geplande garage worden gebouwd, aan de zijde/grens met de buur van Veldhinweg 20.
Daarenboven willen we u melden dat Familie Theuwissen-Damiaens een containerwoning plaatste in hun achtertuin. Vermoedelijk bent u hiervan op de hoogte en hebt u hiervoor een in tijd beperkte toestemming verleend.”
Bespreking bezwaarschrift:
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:
“Op 05 12 2018 werd een openbaar onderzoek geopend in verband met de verkaveling van gronden, toenmalig geadresseerd Veldhinweg 22 (Dossiernr OV/1276.B.874.2). Hieraan werd een gunstig gevolg gegeven waardoor één mooie bouwgrond opgesplitst werd in twee 'slanke' percelen, met alle gevolgen vandien wat betreft mogelijke afmetingen van het te bouwen huis en te volgen bouwregels.
Zelf hadden we gedacht dat de Familie Theuwissen-Damiaens de bouwwijze van de buur van Veldhinweg 20 zou volgen, ttz met de vrijwaring van de vrije zone van 3 meter met de zijdelings perceelgrens naar de ene buur (X), en met een garage/carport tot op de gezamenlijke perceelgrens tussen nr 18 en nr 20. Dit gaf voor hen echter geen mooi esthetisch resultaat, waardoor de carport, groot genoeg voor het plaatsen van een bestelwagen, ingepland werd, eerst tot op onze perceelgrens, nadien na enig overleg/discussie tot op 15cm van de perceelgrens van onze woning (X).
Na enkele discussies met Familie Theuwissen-Damiaens waren mijn echtgenote en ikzelf verplicht, omwille van de goede burenvrede, akkoord te gaan met de inplanting van deze carport (dakrand (!) tot op 15 cm van de perceelgrens), waarbij de rechter voorste steunpaal van de carport (bekeken vanaf de straat) op minstens 45cm van de perceelgrens zou worden ingepland. We hadden op dat ogenblik echter geen notie 'over het vrijwaren van de doorgang naar de achterliggende tuin', welke hierdoor zeker niet gegarandeerd wordt en waarvoor we ook geen toestemming gaven.
Kortom, we zijn niet blij met deze carport, welke bij ons de indruk wekt van een aanbouwsel dat lijkt op deze welke onze andere buur destijds gebouwd heeft. In elk geval draagt het niet bij tot een mooi esthetisch resultaat in deze residentiële omgeving, integendeel. Deze carport kan ook voor of naast de geplande garage worden gebouwd, aan de zijde/grens met de buur van Veldhinweg 20.
De carport wordt uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3,35m ten opzichte van het maaiveld. Deze hoogte is gebruikelijk. De carport is ondergeschikt aan het hoofdvolume. De carport wordt uitgevoerd in hout.
De carport wordt mee geïntegreerd in de architectuur van het woonhuis door de inplanting en de uitvoering in dezelfde bouwstijl als de rest van de woning.
De bebouwing in de omgeving varieert qua bouwhoogte, inplanting alsook bouwstijl. Het ontwerp zal niet als storend ervaren worden in het straatbeeld.
De carport wordt opgericht in de rechter zijtuinstrook. Aan de rechter achterzijde van de carport wordt een houten pilaar voorzien waardoor de doorgang naar de achterliggende tuin niet gevrijwaard kan worden via de rechter zijtuinstrook.
Door de woning in te planten op 3m van de linker perceelgrens zou er aan de linker zijde van de woning een doorgang gerespecteerd kunnen worden naar de achterliggende tuinzone. De verkavelingsvoorschriften leggen de vrije doorgang naar de tuin op zodoende een praktisch tuinonderhoud te stimuleren. De eigenaar is erop gewezen dat door de voorziene inplanting van de carport dit gebruik mogelijks benadeeld worden. De enige mogelijke hinder die hierdoor wordt gecreëerd is ten aanzien van de gebruiker van de grond, niet van de aanpalenden.
Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.
Daarenboven willen we u melden dat Familie Theuwissen-Damiaens een containerwoning plaatste in hun achtertuin. Vermoedelijk bent u hiervan op de hoogte en hebt u hiervoor een in tijd beperkte toestemming verleend.”
Uit recente luchtfoto’s blijkt dat de aanvrager een container plaatste op het perceel. Uit de gegevens van het bevolkingsregister blijkt dat er geen domicilie werd gevraagd waardoor niet duidelijk is of de aanvrager deze containers effectief gebruikt als tijdelijke woning of als werkkeet.
Artikel 7.2. van het vrijstellingsbesluit stelt het volgende:
Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de tijdelijke plaatsing van constructies, met uitzondering van publiciteitsinrichtingen, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden voldaan is :
Mits voldaan wordt aan artikel 7.2. van het vrijstellingsbesluit is de oprichting van de tijdelijke containers op het perceel vrijgesteld van vergunning.
Dit gedeelte van het bezwaarschrift is dan ook ongegrond.
ADVIEZEN
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19 maart 2019 door het college van burgemeester en schepenen. (1276.B.874.2)
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Beperkte afwijkingen
Art. 4.4.1.
§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.
Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:
1° de bestemming;
2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;
3° het aantal bouwlagen.
Het ontwerp wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat binnen de voorziene zijtuinstroken geen constructies opgericht mogen worden, uitgezonderd een carport in de zijtuinstrook voor zover:
Het ontwerp voorziet een carport in de rechter zijtuinstrook. De carport wordt ingeplant op 0,50m achter de voorgevel van het hoofdvolume en tot op minimum 0,15m van de rechter perceelgrens. De carport heeft een bouwdiepte van 5,44m.
De carport is aan de rechter achterzijde voorzien van een houten pilaar waardoor de doorgang naar de achterliggende tuin niet gevrijwaard wordt.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte op de verdieping 10m bedraagt vanaf de bouwlijn.
Het ontwerp voorziet een bouwdiepte van 10,70m op de verdieping.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de kroonlijsthoogte maximum 6m mag bedragen ten opzichte van het maaiveld.
Het ontwerp voorziet een maximale kroonlijsthoogte van 6,49m ten opzichte van het maaiveld.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de nokhoogte maximaal gelegen mag zijn op 10,50m ten opzichte van het maaiveld.
Het ontwerp voorziet een maximale nokhoogte van 10,91m ten opzichte van het maaiveld.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat:
Het ontwerp voorziet een inrit (karrenspoor uitgevoerd in grasdallen) die zich in de voortuin splitst. De inrit zal dan toegang verlenen naar de carport in de rechter zijtuinstrook en de berging/fietsenstalling aan de linkerzijde van het hoofdvolume.
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning en poolhouse met een totale horizontale dakoppervlakte van 232,94m² twee hemelwaterputten worden voorzien. Er wordt een hemelwaterput voorzien bij de woning met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. Tevens wordt een hemelwaterput voorzien bij het poolhouse met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik.
De overloop van elke hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Op 6 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 18-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie B, nummer(s) 1221A (lot 2), kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.
Het hemelwater van de dakoppervlakte van het vrijstaand poolhouse kan best aangesloten worden op de hemelwaterput voor een optimaal hergebruik van hemelwater of op een infiltratievoorziening of mag infiltreren op het privéterrein in de groenzones. De afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs de Veldhinweg, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkom, de sas, de nachthal en de zolder.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en een poolhouse, het aanleggen van een zwembad.
De woning wordt ingeplant op minimum 10,16m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 0,15m van de rechter perceelgrens en op 3m van de linker perceelgrens.
De inplanting op 0,15m van de rechter perceelgrens is te wijten aan de carport die gedeeltelijk wordt opgericht in de rechter zijtuinstrook.
De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 17m en op de verdieping 10,70m.
De ramen in de zijgevels op de verdieping worden voorzien binnen de eerste 10m vanaf de voorgevel van de woning. De privacy van de aangrenzenden blijft dan ook gerespecteerd.
De kroonlijsthoogte is gelegen op maximaal 6,49m en de nokhoogte op 10,91m ten opzichte van het maaiveld.
De gevelafwerking is voorzien in rode recuperatie gevelsteen gecombineerd met een gecementeerde plint. De hellende daken worden deels afgewerkt met blauw gesmoorde recuperatie pannen en deels met natuurleien.
De aanvraag omvat tevens het bouwen van een poolhouse en het aanleggen van een zwembad.
Het poolhouse met een oppervlakte van 49,50m² wordt ingeplant op 10,83m achter de achtergevel van de woning en op 1,40m van de linker perceelgrens. Aan de linkerzijde van het poolhouse wordt een hellend vlak voorzien dat toegang verleent tot de kelder en de technische ruimte.
De eigenaar van het linker aangrenzende perceel tekende het inplantingsplan mee voor akkoord.
Het bijgebouw wordt uitgevoerd met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen op 2,42m en de nokhoogte op 4,50m ten opzichte van het maaiveld.
Het bijgebouw wordt uitgevoerd in dezelfde gevelmaterialen en dakbedekking als de woning.
Het zwembad met een oppervlakte van 35m² wordt ingeplant op 10,83m achter de achtergevel van de woning en op 3,32m van de rechter zijgevel van het poolhouse.
Het zwembad heeft een diepte van 1,50m.
Rondom het zwembad wordt een boordsteen aangelegd met een breedte van 0,50m.
Behoudens de woning, het bijgebouw en het zwembad worden ook verhardingen voorzien.
In de voortuin wordt een inrit aangelegd die toegang verleent tot de carport alsook tot de fietsen / winterberging. De inrit betreft een karrenspoor, uitgevoerd in grasdallen. Hierdoor wordt de verharding in de voortuin beperkt en heeft de voortuin visueel een ‘groen uitzicht’.
In de voortuin wordt nog een toegangspad naar de voordeur van de woning aangelegd.
Aan de achterzijde van de woning is een niet-overdekt terras voorzien met een oppervlakte van 26m².
De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat binnen de voorziene zijtuinstroken geen constructies opgericht mogen worden, uitgezonderd een carport in de zijtuinstrook voor zover:
Het ontwerp voorziet een carport in de rechter zijtuinstrook. De carport wordt ingeplant op 0,50m achter de voorgevel van het hoofdvolume en tot op minimum 0,15m van de rechter perceelgrens. De carport heeft een bouwdiepte van 5,44m.
De carport is aan de rechter achterzijde voorzien van een houten pilaar waardoor de doorgang naar de achterliggende tuin niet gevrijwaard wordt.
De eigenaar van het rechter aanpalende perceel tekende het inplantingsplan mee voor akkoord.
Toch werd een bezwaarschrift ingediend o.w.v. het niet vrijwaren van de doorgang naar de achterliggende tuin. Daar de woning wordt ingeplant op 3m van de linker perceelgrens blijft de achterliggende tuinzone principieel bereikbaar via deze zijtuinstrook. Indien er geen doorgang gevrijwaard blijft, liggen de eventueel hinderlijke gevolgen hiervan uitsluitend bij de gebruiker van de grond.
De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte op de verdieping 10m bedraagt vanaf de bouwlijn.
Het ontwerp voorziet een bouwdiepte van 10,70m op de verdieping.
Het betreft een beperkte meerdiepte op de verdieping.
Tevens worden de ramen in de zijgevels op de verdieping geheel voorzien binnen de eerste 10m vanaf de voorgevel van de woning. De privacy ten opzichte van de aangrenzenden blijft dan ook gerespecteerd.
Tot slot wordt de maximale vloerterreinindex niet overschreden.
De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de kroonlijsthoogte maximum 6m mag bedragen en de nokhoogte 10,50m ten opzichte van het maaiveld.
Het ontwerp voorziet een maximale kroonlijsthoogte van 6,49m en een maximale nokhoogte van 10,91m ten opzichte van het maaiveld.
De bebouwing in de omgeving varieert qua bouwhoogte. De voorgestelde kroonlijsthoogte en nokhoogte zullen dan ook niet als storend ervaren worden in het bestaande straatbeeld.
De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat:
Het ontwerp voorziet een inrit (karrenspoor uitgevoerd in grasdallen) die zich in de voortuin splitst. De inrit zal dan toegang verlenen naar de carport in de rechter zijtuinstrook en de fietsen- / winterberging aan de linkerzijde van het hoofdvolume.
De inrit betreft een karrenspoor, uitgevoerd in grasdallen. Hierdoor wordt de verharding in de voortuin beperkt en heeft de voortuin visueel een ‘groen uitzicht’.
De gevraagde afwijking is aanvaardbaar.
De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 6 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning en een poolhouse, het aanleggen van een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een eengezinswoning en een poolhouse, het aanleggen van een zwembad zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.
De aanvraag werd op 05/09/2021ontvangen en op 04/10/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 14/10/2021 tot en met 12/11/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.
GEGEVENS VAN HET BEDRIJF
De activiteiten van het bedrijf/ de vereniging zonder winstoogmerk zijn de volgende: voetbalclub “Zonhoven United FC”.
Huidige aanvraag behelst een verandering, zijnde het boren van 1 grondwaterwinningput met een diepte van 45 meter op een locatie waar het dieptecriterium 73 meter bedraagt en minder dan 5000 m³/jaar grondwater zal opgepompt worden. Het betreft de beregening van 2,5 voetbalvelden gedurende +/- 5 maanden via een computergestuurd programma (enkel 's nachts beregening) voor een debiet van 4500 m³/jaar – rubriek 53.8.1°a).
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Huidige aanvraag betreft een gewijzigde aanvraag tov de geweigerde aanvraag 2020/00297. Er werden de nodige aanpassingen doorgevoerd om een gebouw aan te vragen dat volledig voldoet aan de toegankelijkheidsvereisten.
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie november/ december 2020 voor wat betreft het oprichten van een nieuwe voetbalkantine (VB_2014_133). Hierbij werd aangegeven dat gemeente Zonhoven zal instaan voor de aanvraag tot slopen van het bestaande gebouw.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 14/10/2021 tot en met 12/11/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Inter Vlaanderen
Fluvius
Dienst Patrimonium
Dienst Contractmanagement
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.
Bijlage III - Rubriek 10. j) werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater, die niet zijn opgenomen in bijlage I of II.
De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: geen aanzienlijke effecten.
Deze conclusie kan bijgetreden worden.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en grotendeels gelegen in recreatiegebied. De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het recreatiegebied.
De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor het nieuw op te richten gebouw met een horizontale dakoppervlakte van 960,74m² 2 hemelwaterputten worden voorzien met elk een inhoud van 20.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachines en buitenkranen. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een overloopsysteem naar een bestaand bufferbekken/ infiltratiebekken door middel van infiltratiebuizen die een opvangcapaciteit hebben van 5.317 liter en een infiltratieoppervlakte van 76,14m².
De aanstiplijst hemelwater geeft aan dat de horizontale dakoppervlakte 957,55m² bedraagt, dit is slechts een beperkte afwijking t.o.v. de plannen en heeft geen impact op het eindresultaat.
Afwijking verordening:
De minimale inhoud van de hemelwaterput bedraagt 10.000 liter. De aanvraag voorziet de plaatsing van 2 hemelwaterputten met elk een inhoud van 20.000 liter.
Om de waterkwaliteit te bewaren dient een groter hergebruik dan standaard gemotiveerd te worden.
De motivatienota geeft aan dat het hemelwater hergebruikt zal worden voor een totaal van 12 toiletten en 15 urinoirs, 2 wasmachines voor reiniging van de kledij, 4 buitenkranen die mogelijk ook voor beregening van de speelvelden gebruikt kunnen worden. Een verbruik van 2000 liter/ dag is te verwachten (wanneer het gebouw gebruikt wordt weliswaar).
Volgens de rekentool mag een dakoppervlakte van 867,18m² in mindering gebracht worden voor berekening van de infiltratievoorziening (= min. 2260 liter, min. 3,61m²).
De voorziene opvangcapaciteit en infiltratieoppervlakte van de infiltratiebuizen voldoet ruimschoots aan de vereisten.
De verhardingen worden niet uitgebreid.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”.
Volgens de gekende gegevens is nog een gemengd rioleringsstelsel aanwezig.
Met betrekking tot de riolering en afwijking hemelwater werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan rioleringsbeheerder Fluvius.
Het advies van 20/10/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig.
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 5-10-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 269D, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
Het dossier mag voorwaardelijk gunstig geadviseerd worden mits volgende opmerkingen:
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het
"Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten", meer bepaald inzake capaciteitsbeslag en mogelijke netuitbreidingen en/of netaanpassingen om de nieuwe units aansluitbaar te maken.
Dit reglement is terug te vinden op onze website www.fluvius.be.
Afhankelijk van de grootte van het project zal in overleg met de projectontwikkelaar bepaald worden of er zal gewerkt worden met gemeenschappelijke tellerlokalen of met ringleidingen op het terrein.
Het is ook mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. Deze ruimte heeft altijd minimale binnenafmetingen van 5m x 3.70m, dient zich op het gelijkvloers te bevinden en moet rechtstreeks toegankelijk zijn. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds vooraf besproken te worden met Fluvius.
Een gedetailleerde aansluitstudie zal dit uitwijzen. Fluvius maakt deze studie na ontvangst van de aansluitingsaanvraag waarbij de benodigde vermogens worden opgegeven. Hiertoe dient de initiatiefnemer tijdig, en dit vóór het uitvoeren van zijn stedenbouwkundige vergunning, een offerte te vragen aan Fluvius aan de hand van het aanvraagformulier "Studie- en offerteaanvraag voor verkavelingen & bouwprojecten" welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Indien bij de definitieve aanvraag blijkt dat de gevraagde vermogens buiten de standaardnormen vallen kan onze visie nog wijzigen in functie van de gevraagde vermogens. De kosten voor de eventueel te verplaatsen bestaande leidingen vallen integraal ten laste van de aanvrager.
Algemene voorschriften:
Riolering:
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34. Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Toegankelijkheid
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.
Het betreft art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte groter of gelijk is aan 400m².
De toegankelijkheidsnormen zijn van toepassing op alle nieuw te bouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen.
De omgevingsaanvraag werd voor advies voorgelegd aan Inter Vlaanderen. Op 13/10/2021 werd een gunstig advies verleend door Inter Vlaanderen.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
§ 4. De voorwaarde, vermeld in § 1, is niet van toepassing:
1° in verkavelingen waar geen of beperktere lasten op het vlak van de weguitrusting zijn opgelegd;
2° voor land- of tuinbouwbedrijven en voor bedrijfswoningen van een land- of tuinbouwbedrijf;
3° op het verbouwen, herbouwen of uitbreiden van bestaande constructies.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen archeologienota vereist gezien de bodemingreep kleiner is dan 1.000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune, het rooien van 2 bomen en een nieuwe grondwaterwinning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een gemeenteweg ten zuidoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband langsheen de straten die het recreatiegebied omzomen en ten zuiden bevindt zich een ingesloten groengebied.
Op het perceel van de aanvraag zelf zijn diverse gebouwen en aangelegde terreinen in functie van sport en recreatie aanwezig. Op het terrein staat een voetbalkantine ingeplant die gesloopt zal worden. Deze situeert zich op het noordwestelijke deel van het perceel, tussen 2 voetbalvelden en met een aansluiting naar de parking aan de Herestraat. Er zijn diverse hoogstambomen en ander groen aanwezig op het terrein.
Omschrijving van de aanvraag
Op de locatie van de bestaande voetbalkantine wordt een nieuwe voetbalaccommodatie opgetrokken. Het nieuwe gebouw zal zich, meer dan het bestaande gebouw, richten op het bestaande A-plein. De as van de ontworpen spelerstunnel zal uitkomen op de middellijn van plein A. Omwille van deze inplanting dienen 2 bestaande eiken gerooid worden. Binnen het bestaande dossier wordt geen compensatie voor deze kap opgenomen.
Het nieuwe gebouw telt 2 bouwlagen onder een plat dak, met een hoogte van 7,30m boven het maaiveld, en wordt aan de zijde van het A-plein voorzien van een tribune. De max. breedte van het hoofdgebouw bedraagt 17,94m, de breedte inclusief de tribuneconstructie bedraagt 23,89m. De max. bouwdiepte bedraagt 39,05m (excl. een trapje i.f.v. de tribune).
De toegangspaden naar dit gebouw maken in feite geen deel uit van de aanvraag, gezien de gemeente Zonhoven deze zal voorzien, kaderend binnen het grote geheel van site de Basvelden.
Het gelijkvloers wordt ingericht met kleedkamers, technische ruimtes, sanitair, berging en een ehbo-lokaal. De toegang bevindt zich aan de zijde van de parking langs de Herestraat.
De verdieping wordt voornamelijk ingericht als kantine met aanhorigheden. Gezien de verdieping niet de volledige footprint van het gelijkvloers inneemt, ontstaat er aan de achterzijde, op het dak van de gelijkvloerse bouwlaag, ruimte voor een terras, aansluitend aan de kantine. De tribune is toegankelijk via de kantine en het terras.
Het geheel krijgt een strakke vormgeving, afgewerkt in een lichtgrijze gevelsteen en zwart aluminium schrijnwerk, met een dominerende luifel in zwarte stalen sandwichpanelen. Tegen de voorgevel wordt het logo van de voetbalclub geplaatst. De lengte van de gelijkvloerse plint van de linker zijgevel wordt gebroken doordat een viertal vlakken van deze gevel volledig met groen begroeid zullen worden.
Op het dak worden zonnepanelen geplaatst.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De inplanting van een nieuwe voetbalaccommodatie is functioneel inpasbaar op de recreatieve site de Basvelden.
Mobiliteitsimpact
Het gaat om een bestaande voetbalclub. De bezoekers kunnen gebruik maken van de bestaande parking langs de Herestraat, alsook van de bestaande parking aan de Muizenstraat die ook toegang verleent aan de site. De aanvraag heeft in dat opzicht weinig impact op de mobiliteit.
De schaal van de voorgenomen werken
De hoogte van het gebouw, 2 bouwlagen onder een plat dak, zorgt voor een andere schaal dan de huidige kantine (1 bouwlaag onder een plat dak). Door de tribune in het gebouw te integreren ontstaat een gebundeld geheel. Het gebouw wordt op voldoende afstand ingeplant tot de toegang zodat de hoogte aanvaardbaar is op het terrein.
Het gebouw zal een nieuwe, hedendaagse voorgevel vormen voor de site, vanaf de toegang aan de zijde van de Herestraat.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De site van de Basvelden betreft een zeer ruim sportpark, met verschillende aanwezige sporttakken, alsook zeer veel groen. De site kan de gevraagde oppervlakte dragen. Het gebouw wordt ingeplant tussen twee bestaande voetbalpleinen wat zorgt voor een efficiënt ruimtegebruik.
De gevraagde inplanting is voor de voetbalclub de enige mogelijke, omwille van diverse redenen, andere scenario’s werden uitgebreid onderzocht maar bleken niet mogelijk te zijn. Door de gewenste inplanting dienen 2 waardevolle eiken gerooid te worden. De dienst Facilitair management verleende hieromtrent d.d. 11/10/2021 volgend advies:
“Gunstig mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
Dit wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde.
Visueel-vormelijke elementen
Op de site bevinden zich diverse sporttakken waarbij ook enkele gebouwen. Deze gebouwen zijn divers in architectuur en kleur en bevinden zich verspreid over de site. Het voorziene gebouw integreert zich goed binnen dit geheel, door de vrij eenvoudige vormgeving en materiaalgebruik. Door de linker zijgevel te laten begroeien met planten ontstaat een (gedeeltelijke) groengevel, in harmonie met de parkomgeving.
Op de gevelplannen zijn de zonnepanelen op het platte dak zichtbaar. Wanneer deze ook in de realiteit op een dergelijke manier zichtbaar zijn zal dit storend zijn en afbreuk doen aan de architectuur. De zonnepanelen dienen op een wijze te worden geplaatst (door de afstand tot de dakrand en de hellingsgraad) dat deze zo weinig mogelijk zichtbaar zijn vanaf de site. Dit wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Door het voorzien van dit nieuwe gebouw zal de club beschikken over een hedendaagse accommodatie, aangepast aan de huidige normen van comfort, duurzaamheid, enz.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voorwaarden.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
De aanvraag betreft een verandering van een vergunde inrichting, zijnde het boren van een nieuwe grondwaterwinning, voor een diepte van 45 meter, voor een totaaldebiet van 4500 m³/jaar.
Met volgende aangevraagde rubrieken:
53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar.
GRONDWATERWINNINGEN
De voetbalclub vraagt volgende grondwaterwinningen aan, voor de toepassing: beregening van 2,5 voetbalvelden (2 volwaardige pleinen en 1 duiveltjesveld), gedurende +/- 5 maanden. Er wordt enkel ’s nachts beregend.
Momenteel is een grondwaterwinning aanwezig, voor hetzelfde debiet en diepte. Doch door de afbraak van de bestaande kantine en bouw van de nieuwe, zou de oude put onder het gebouw komen te liggen (onder kleedkamer 11). Gezien dit niet wenselijk is, wordt ervoor gekozen om een nieuwe put te boren, naast de nieuwe kantine, ten zuiden van de hemelwaterputten.
Artikel 5.53.2.3 Vlarem II voorziet een vrijstelling voor het herboren van een grondwaterwinningsput maar voor deze aanvraag wordt niet voldaan aan de voorwaarden van deze vrijstelling (niet binnen de 10 meter van de bestaande put) waardoor inderdaad een verandering van de vergunde grondwaterwinning moet aangevraagd worden.
Een vermoedelijke boorstaat werd toegevoegd door de boorfirma Aqua Vrijsen, waarbij de waterwinning op 45 m diepte staat aan een uurdebiet van 15 m³.
In de aanvraag is er onduidelijkheid over het maximaal aangevraagde debiet. De aanvraag vermeldt 3 verschillende debieten: 4500 m³/jaar, minder dan 5000 m³/jaar en maximaal 5000 m³/jaar.
Het dieptecriterium op deze locatie is 73 meter. Wanneer meer dan 5000 m³ op jaarbasis wordt opgepompt, is een klasse 2 noodzakelijk. Vandaar het belang dat duidelijk is hoeveel op jaarbasis opgepompt wordt. Geadviseerd wordt om dit vast te leggen op maximaal 4500 m³/jaar, het laagst doorgegeven debiet in de aanvraag.
Medio 2021 besliste de VMM, dienst grondwater, om haar advisering naar grondwaterwinningen te wijzigen. Zij adviseren om een termijn van 10 jaar op te leggen, voor grondwaterwinningen voor laagwaardige toepassingen. Gelet op het gewijzigde klimaat en de onzekere gevolgen hiervan op termijn voor de grondwatervoorraad, verdient het de voorkeur om laagwaardige toepassingen (zoals beregening) te beperken tot maximaal 10 jaar. De omgevingsambtenaar adviseert om deze voorwaarde op te nemen voor voorliggende aanvraag.
De vergunning wordt niet verleend voor onbepaalde duur, maar voor een periode van 10 jaar.
Een milieumelding werd op 9 januari 2018 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor een grondwaterwinning op 45 meter diepte, voor minder dan 5000 m³/jaar. Een einddatum werd niet vermeld op de melding.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
In de maand januari van elk jaar geeft de voetbalclub spontaan de meterstand van de debietsteller door aan de dienst milieubeleid van de gemeente Zonhoven.
MEET- EN REGISTRATIEVERPLICHTINGEN
Het bedrijf moet voldoen aan de meet- en registratieverplichtingen vallende onder 53 .
Zijnde een meetinrichting voor het opgepompte grondwater in de vorm van een debietsmeter.
vergunningstermijnen
Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.
Gelet op het gewijzigde klimaat en de onzekere gevolgen hiervan op termijn voor de grondwatervoorraad, adviseert de omgevingsambtenaar om laagwaardige toepassingen (zoals beregening) te beperken tot maximaal 10 jaar.
ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:
Advies – voorwaarden:
Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:
Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd, voor een termijn van 10 jaar:
In de maand januari van elk jaar geeft de voetbalclub spontaan de meterstand van de debietsteller door aan de dienst milieubeleid van de gemeente Zonhoven.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune en het rooien van 2 bomen mits het opleggen van voorwaarden.
Alsook voor een nieuwe grondwaterwinning voor een jaardebiet van 4500 m³, op een diepte van 45 meter, voor een vergunningstermijn van 10 jaar, met volgende rubriek:
53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar.
mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Alsook voor een nieuwe grondwaterwinning voor een jaardebiet van 4500 m³, op een diepte van 45 meter, voor een vergunningstermijn van 10 jaar, met volgende rubriek:
53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar
zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 23/11/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en
tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune en het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Alsook voor een nieuwe grondwaterwinning voor een jaardebiet van 4500 m³, op een diepte van 45 meter, voor een vergunningstermijn van 10 jaar, met volgende rubriek:
53.8.1°a) Winning van grondwater zijnde het boren van één grondwaterwinningsput met een diepte van 45 meter voor een totaal debiet van 4500 m³/jaar
zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Aanvraag van de heer Bart Tans wonende te Leuvensesteenweg 1188 te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, de heer Jeroen Van Neck wonende te Havermarkt 45 te 3500 Hasselt en de heer Steven Adams wonende te Lammerdries 12 te 2440 Geel, tot het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, meerdere handelszaken, een politiecommissariaat, een polyvalente zaal en de aanleg van een nieuwe gemeenteweg, gelegen aan Heuvenstraat, Lieve Baetenplein en Drie Pistolenpad,
De deputatie, de provinciale omgevingsambtenaar of een persoon die de deputatie of de provinciale omgevingsambtenaar gemachtigd heeft vraagt het advies van de POVC over vergunningsaanvragen voor projecten of voor veranderingen aan projecten die de gewone vergunningsprocedure doorlopen en die beantwoorden aan een van de volgende voorwaarden :
1° de deputatie is de in eerste administratieve aanleg bevoegde overheid en de aanvraag beantwoordt aan een van de volgende voorwaarden :
a) het gaat om een aanvraag van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste klasse;
b) een project-MER is opgesteld of een ontheffing van de rapportageverplichting is verkregen;
c) de opmaak van een mobiliteitsstudie is vereist;
d) minstens vijf adviezen als vermeld in artikel 35, 37, 38/1 en 38/3 moeten worden ingewonnen, de adviezen van de afdeling RO, van de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, en van de ASTRID-veiligheidscommissie, vermeld in artikel 35, § 17, niet inbegrepen;
e) het gaat om een aanvraag met betrekking tot kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter;
2° het gaat om een beroep tegen een beslissing van het college van burgemeester en schepenen, waarbij de POVC de vergunningsaanvraag in eerste administratieve aanleg conform het eerste lid moest adviseren;
3° het gaat om een beroep tegen een beslissing van het college van burgemeester en schepenen over een vergunningsaanvraag voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de tweede klasse.
Het dossier staat geagendeerd om te bespreken op de vergadering van de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie (POVC) van maandag 06 december 2021.
Omwille van de corona-crisis vergadert de POVC digitaal via Microsoft Teams. De voorzitter van de POVC heeft beslist om de hoorzittingen in principe alleen schriftelijk te houden.
Indien we wensen gehoord te worden, moeten we uiterlijk op woensdagavond 01 december 2021 onze input opladen op het Omgevingsloket (via de actie ‘verstuur een bericht’ naar de POVC Limburg, gemeente en alle adviserende diensten).
Indien we niet akkoord gaan met een schriftelijke hoorzitting en toch willen deelnemen aan de video-vergadering, moeten we dit laten weten vóór vrijdag 26 november 2021 via povc@limburg.be en daarbij de e-mailadressen van maximum 2 personen opgeven die wensen deel te nemen aan de vergadering. Deze personen zullen dan de vergaderlink ontvangen met meer instructies.
Ann Biesmans (diensthoofd Vergunningen en handhaving) en Michael Vanderhoydonk (afdelingshoofd Planning en vergunningen) wensen deel te nemen aan de video-vergadering.
Het college van burgemeester en schepenen wenst geen input op te laden voor de schriftelijke hoorzitting, maar wenst met 2 personen deel te nemen aan de video-vergadering van 06 december 2021.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten voor open bebouwing waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd.
De aanvraag werd op 7 juli 2021 ontvangen.
Op 26 juli 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 3 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 18 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 28 augustus 2021 tot en met 26 september 2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Op 26 mei 2021 werd het volgende gesteld:
“Ik verwijs naar eerder overgemaakte bemerkingen, die voor een deel (als aandachtspunt) herhaald kunnen worden:
De opsplitsing in 2 loten is mogelijk. Het voorstel geeft geen bemating van de tuinzones weer. Deze dienen voor beide loten voldoende kwaliteit te bieden. Let wel, door de schuine inplanting van de tuinzone van het nieuwe lot komt deze tuin achter de tuinzone van de bestaande woning te liggen, wat hinder kan opleveren wanneer er in deze tuinzone een vrijstaand bijgebouw wordt ingeplant. De tuinzone lijkt vrij smal te zijn, mogelijk wordt een vrijstaand bijgebouw beter geïntegreerd in het bouwvolume bij voorgestelde indeling.
Het zou ruimtelijk gezien nog beter zijn een deel van het links aanpalend perceel als tuinzone bij het nieuwe lot te betrekken.
Wanneer er waardevolle bomen aanwezig zijn, dient er bekeken te worden hoe deze te behouden/beschermen.
Er wordt best een pré-advies gevraagd bij het Agentschap wegen en verkeer.
Ik wil hieraan graag nog volgende toevoegen:
Het dossier zal waarschijnlijk ook een ontbossing inhouden, het compensatieformulier dient te worden toegevoegd, hiervoor zal advies worden gevraagd aan ANB.
Gezien de ligging binnen vogelrichtlijngebied dient er te worden bekeken ook bomen te behouden (zie ook mijn eerder gemaakte bemerking).
De bebouwbare oppervlakte is aanzienlijk. Gezien de grote voorgevelbreedte en de beperkte achtertuinzone achter de woning lijkt het me interessanter de bouwdiepte te beperken tot 12m, zo ontstaat een brede woning die zich volledig oriënteert richting de achtertuinzone. En resteert er effectief nog achtertuinzone direct achter de woning (gezien het overige deel van de tuin zich achter de rechts aanpalende woning situeert).
Het is me niet duidelijk wat de aanduiding links achteraan op het nieuwe lot is. Is dit een (bestaand/nieuw) tuinhuis? Zie hiervoor ook mijn eerdere bemerking aangaande de tuinberging.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Het bestaande eigendom wordt o.a. opgesplitst naar 2 loten, de bouwstrook op lot 1 wordt beperkt tot 12 meter op het gelijkvloers en er worden geen vrijstaande bijgebouwen toegelaten in de tuinzone.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 28 augustus 2021 tot en met 26 september 2021. Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Op 18/08/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.
Op 18/08/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.
Op 18/08/2021 werd advies gevraagd aan Proximus.
Op 18/08/2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap Wegen en Verkeer.
Op 18/08/2021 werd advies gevraagd aan Dienst Facilitair Management.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Bijzonder plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 18 augustus 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Uit het verkavelingsplan, opgesteld door bvba Scheers St&G, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid
De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.
De verkaveling sluit niet aan op een andere, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten voor open bebouwing waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Vogelsancklaan, een gewestweg, op de hoek met de Nachtegalenstraat en situeert zich aan de rand van de gemeente. De onmiddellijke omgeving bestaat uit vrijstaande en halfopen grondgebonden woningen bestaande uit 1 of 2 bouwlagen afgedekt met een zadeldak of plat dak.
Op het eigendom is een vrijstaande eengezinswoning met aansluitend een garage aanwezig bestaande uit 2 bouwlagen en afgedekt met plat dak. In de tuinzone bevinden zich enkele waardevolle bomen.
Verkavelingsvoorwerp
Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van een lot met een oppervlakte van 912m² voor het oprichten van een vrijstaande ééngezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak. De woning wordt opgericht op 21 meter uit de as van de weg en op 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. De bouwstrook heeft een maximale breedte van 17,15 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 12 meter op het gelijkvloers. De waardevolle bomen in de tuinzone worden maximaal bewaard.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het voorzien van een vrijstaande ééngezinswoning, met een kleinschalige ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient minstens één inpandige garage/carport in het hoofdvolume voorzien te worden.
De schaal van de voorgenomen werken
In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuin of plat dak. De maximale bouwdiepte van 12 meter op het gelijkvloers en 10 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De inplanting van de woning wordt voorzien op 21 meter uit de as van de weg en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de aanpalende woningen. Om de doorzichten naar het achterliggende gebied maximaal vrij te houden worden er geen carports toegelaten in de bouwvrije zijtuinstroken. Gelet op de perceelconfiguratie waarbij de tuinzone van lot 1 grotendeels achter de woning van lot 2 is gelegen, worden er eveneens geen vrijstaande bijgebouwen toegestaan in de tuinzone.
Door het oprichten van 1 extra woning op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 9 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde), dakvorm (schuin dak en plat dak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Het betreft een vrij vlak terrein. Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de voorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Het advies van 20/08/2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:
“Volledig gunstig advies met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 06/09/2021 van Fluvius)is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 18/08/2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.
Riolering
Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.
De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be/aansluitingen. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.
Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.
Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.
Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.
Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van Fluvius erkende keurders kan u vinden op: www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen/keuring-riolering.
Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:
- De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Het advies van 20/08/2021 van Proximus is gunstig: “Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
4.- Het advies van 16/09/2021 van het Agentschap Wegen en Verkeer is voorwaardelijk gunstig.
“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN
1.Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720002 van 3.6 +24 tot 3.6 +1):
Publiciteit:
2. Constructie voor rooilijn
De parkings op privégrond dienen ingepland te worden achter de voorgeschreven rooilijn.
3. Constructie in zone van achteruitbouw
4. Constructie op of over openbaar domein
5. Toegang
6. Mobiliteitsimpact
Er dienen voldoende parkeerplaatsen (1,5 per woongelegenheid en 1/20 m² handelsruimte) te worden voorzien op de privégrond. Dit zal anders zoekverkeer en overlast bezorgen aan het openbaar domein wat de verkeersveiligheid in het gedrang brengt.
GUNSTIG ADVIES ONDER VOORWAARDEN
Er is een uitsprong in het openbaar domein van +/- 4x2 meter. Dit deel wenst AWV in de toekomst nog te gebruiken voor een eventuele aanpassing/uitbreiding van de bushalte en is vandaag eveneens in het beheer van AWV.
Er wordt een rooilijn van 13 meter gehanteerd door AWV met een zone van achteruitbouw van 8m voor eventuele uitbreiding van het openbaar domein. De perceelgrens ligt echter op +/- 10.3 meter.
De toegang tot de gewestweg N72 van lot 1 dient te worden geclusterd tegen de perceelgrens van lot 2.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.
AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG
Zie advies.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Het advies van 20/08/2021 van de Dienst Facilitair management is gunstig.
“Gunstig voor het verkavelen zoals aangegeven op de aangeleverde plannen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in 2 loten voor open bebouwing waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een grond in 2 loten voor open bebouwing waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
a) De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
b) Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
c) Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een grond in 2 loten voor open bebouwing waarbij lot 2 uit de verkaveling wordt gesloten wegens reeds bebouwd, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
a) De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
b) Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
c) Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De percelen zijn gelegen in woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk 03/04/1979.
Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.
De huidige aanvraag omvat het aankopen van een deel van een perceel van de gemeente om te voegen bij hun perceel.
Het resterende deel (lot 2) wordt gevoegd bij het openbaar domein van de Kapelbergweg.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de voorgestelde afsplitsing van een deel van het perceel 2D124B10 om te voegen bij het perceel 2de afdeling, sectie D, nummer 124Y13, zoals aangeduid als lot 1 met een oppervlakte van 60ca op het bijgevoegd opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Guy Gillissen op 11 januari 2021. Het deel van het perceel 2D124B10, aangeduid als lot 2 met een oppervlakte van 7ca, wordt gevoegd bij het openbaar domein.
Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan notariaat Bovend’aerde / Sarah Gerrits met volgende opmerkingen:
Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
3) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door Proximus.
4) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door Dienst Contractmanagement, Interne Zaken.
10) Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van alle constructies op het perceel.
11) Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
12) De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4..
13) De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst worden.
14) De gemeenteraad dient akkoord te gaan met de gratis grondafstand aan de gemeente, alsook de definitieve aanvaarding van het wegtracé.
15) De akte van deze gratis grondafstand aan de gemeente en de definitieve aanvaarding wegtracé dient beschreven te zijn alvorens een lot kan vervreemd worden of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.
16) Bij de effectieve gratis grondafstand van lot 9, dient een aangevuld opmetingsplan van de landmeter toegevoegd te worden waarop het af te staan perceelsdeel wordt weergegeven met al zijn afmetingen en zijn oppervlakte (met XY-coördinaten), alsook de benaming van dit lot.
17) De kosten van de akte overdracht openbaar domein dienen gedragen te worden door de verkavelaar.
Gemeenteraadsbesluit d.d.13/09/2021, art.3: alle kosten van deze transactie (akte, registratie, hypotheek en attesten) zijn ten laste van het gemeentebestuur.
19) Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
20) Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
Er werd gedeeltelijk voldaan aan de volgende voorwaarden, andere onderdelen zijn pas uit te voeren bij ontwikkeling waardoor de voorwaarde geldig blijft:
1) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in beide adviezen van Eandis System Operator. (vloerpeil)
2) Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld door de Watergroep. (watermeter, aftakkingen)
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
5) Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
- De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
- Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
- Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
6) De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
7) Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar.
8) Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
9) Het programma van maatregelen horende bij de archeologienota dient nageleefd te worden. (meldingsplicht archeologische vondsten)
18) De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de aanvraag, zijn niet van toepassing. Te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door de gemeente.
21) Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden. De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag omgevingsambtenaar
REGELGEVING
VCRO - HOOFDSTUK III Het stedenbouwkundig attest
Artikel 5.3.1. (23/02/2017- ...)
§ 1. Het stedenbouwkundig attest geeft op basis van een plan aan of een overwogen project voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening zal kunnen doorstaan. Het wordt afgeleverd door de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het stedenbouwkundig attest kan niet leiden tot de vrijstelling van een vergunningsaanvraag.
§ 2. De bevindingen van het stedenbouwkundig attest kunnen bij het beslissende onderzoek over een aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden niet worden gewijzigd of tegengesproken, als:
1° in de periode waarin het stedenbouwkundig attest geldt, geen sprake is van substantiële wijzigingen van het betrokken terrein of wijzigingen van de stedenbouwkundige voorschriften of de eventuele verkavelingsvoorschriften;
2° de verplicht in te winnen adviezen of de tijdens het eventuele openbaar onderzoek ingediende standpunten, opmerkingen en bezwaren geen feiten of overwegingen aan het licht brengen waarmee bij de opmaak van het stedenbouwkundig attest geen rekening is gehouden;
3° het stedenbouwkundig attest niet is aangetast door manifeste materiële fouten.
§ 3. Het stedenbouwkundig attest blijft geldig gedurende twee jaar vanaf het ogenblik van de uitreiking ervan.
§ 4. De Vlaamse Regering kan nadere formele en procedurele regels bepalen voor de toepassing van dit artikel.
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende stedenbouwkundige attesten en stedenbouwkundige inlichtingen
HOOFDSTUK 1 Stedenbouwkundige attesten
Artikel 1. (01/04/2010- ...)
Het stedenbouwkundig attest doet een uitspraak op stedenbouwkundig en ruimtelijk vlak in de zin van artikel 5.3.1, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en sorteert de rechtsgevolgen, vermeld in artikel 5.3.1, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het stedenbouwkundig attest kan uitdrukkelijk aangeven onder welke voorwaarden een overwogen project in redelijkheid de toets aan de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening doorstaat.
Artikel 2. (23/10/2020- ...)
Het stedenbouwkundig attest wordt aangevraagd door het formulier, dat is opgenomen in bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd, en de bewijsstukken, vermeld in dat formulier, in tweevoud te bezorgen aan het bevoegde vergunningverlenende bestuursorgaan. Dat bestuursorgaan kan bijkomende exemplaren eisen om de adviezen, vermeld in artikel 3, § 1, in te winnen.
De aanvraag wordt aangetekend of tegen afgifte tegen ontvangstbewijs ingediend.
Artikel 3. (23/02/2017- ...)
§ 1. In de gevallen waarin met toepassing van artikel 24 en 42 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning advies moet worden gevraagd over de aanvragen tot een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden, wordt ook advies gevraagd bij de behandeling van de aanvraag van een stedenbouwkundig attest.
Aan de adviesvereiste, vermeld in het eerste lid, kan worden voorbijgegaan als het advies niet wordt verleend binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de dag van de ontvangst van de adviesvraag.
§ 2. De adviesprocedure, termijnen en rechtskracht van de adviezen, vermeld in paragraaf 1, zijn dezelfde als deze die gelden binnen de vergunningenprocedure.
Artikel 4. (23/10/2020- ...)
Het stedenbouwkundig attest wordt binnen een ordetermijn van 75 dagen na de ontvangst van de aanvraag afgegeven.
AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning in halfopen verband.
De aanvraag werd op 26/05/2021 ontvangen en op 23/08/2021 ontvankelijk verklaard.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Voor het perceel van de aanvraag werden verder geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 30/03/2021 (VB_2021_028) met betrekking tot de te volgen procedure en algemene voorschriften voor bebouwing alsook specifieke zaken.
“perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 1291E, gelegen langs de Waardstraat.
Achtergrond verkaveling 7204.V.04/02:
In 2004 was er een procedure tot verkavelen (7204.V.04/02) waarbinnen dit perceel betrokken werd. Hierin werden uiteindelijk 2 loten vergund (1 halfopen en 1 open) langs de Berkenenstraat.
Binnen de beslissing in dit dossier werd het perceel 1292E aan de Waardstraat uit deze verkaveling gesloten. (Toen benoemd als 230E/overige) En dit met de uitdrukkelijke vermelding dat dit achterliggende grond betreft.
Het perceel 1292E heeft dus nooit deel uitgemaakt van de verkaveling.
Bebouwbaarheid perceel – Stedenbouwkundig Attest:
Na contact met het notariaat hebben wij begrepen dat jullie in de aankoopakte een schriftelijke bevestiging wensen dat het perceel 1292E ‘bouwgrond’ omvat.
Binnen de opgevraagde stedenbouwkundige inlichtingen werd de ligging in ‘woongebied met landelijk karakter’ alvast bevestigd. Of dit perceel dan ook door een zelfstandige woning kan bebouwd worden dient ruimtelijk onderzocht te worden.
Gezien er geen verkaveling, BPA, RUP, … van toepassing is kan de bebouwbaarheid van het perceel enkel bevestigd worden op basis van een aanvraag tot ‘Stedenbouwkundig Attest’.
Ongeacht het perceel op het eerste zicht leent tot het bebouwen met een halfopen woning, aansluitend tegen de woning 227W (Waardstraat 47), kan de ruimtelijke aftoetsing daarvan dus enkel gebeuren op basis van concrete gegevens en het doorlopen van de procedure.
In bijlage kan je het aanvraagformulier tot het aanvragen van een stedenbouwkundig attest terug vinden. Aan de aanvraag dient tevens een ontwerp (schets) en foto’s toegevoegd te worden. Een Stedenbouwkundig attest kost 100€.
Meer informatie kan je op onze website terugvinden.
Verkavelen geen optie:
Het indienen van een nieuwe verkavelingsaanvraag kan hier geen oplossing bieden.
De definitie van “verkavelen” in de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening omschrijft namelijk “Verkavelen: een grond vrijwillig verdelen in twee of meer kavels om […]”.
Het bijstellen van de naastgelegen verkaveling wensen wij tevens te onraden. Het perceelsdeel heeft nooit deel uitgemaakt van de verkaveling 7204.V.04/02. Er wordt geen bestaand lot uit de verkaveling gewijzigd of een nieuw lot aan de verkaveling toevoegen wat ontstaat uit delen van de bestaande verkaveling.
Daarnaast is een bijstellingsprocedure erg omslachtig en biedt het stedenbouwkundig attest voldoende bevestiging over de bebouwbaarheid van het perceel.
Standaard voorschriften:
Informatief wensen wij mee te geven dat onze gemeente een aantal standaard voorschriften hanteert. Ieder voorstel wordt daarnaast altijd afgetoetst aan de ‘goede ruimtelijke ordening’, de kenmerken van het perceel en de straat, adviesaanvragen, …
In geval het een halfopen bouwlot betreft dient men rekening te houden dat er moet worden aangesloten aan de bestaande woning.
Deze algemene regels zijn stelregels die kunnen bijgesteld worden afhankelijk van de individuele situatie van dit terrein. Enkel op basis van een stedenbouwkundig attest of een omgevingsvergunning kan garantie geboden worden over de ontwikkelbaarheid van het perceel en dit op basis van een concreet ontwerp.
Gemeenschappelijke perceelsgrens:
We willen jullie erop wijzen dat de perceelsgrens niet volledig gelijk loopt met de bestaande wachtgevel op huisnummer 47. Deze situatie (en potentieel een aankoop van een gedeelte van de eigendom 2 C 227W) zal binnen het stedenbouwkundig attest (of omgevingsaanvraag) uitgeklaard moeten worden.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
ADVIEZEN
De Watergroep
Fluvius
Proximus
Dienst Patrimonium
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag bevat onvoldoende gegevens om het dossier te beoordelen op de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Bij een aanvraag tot omgevingsvergunning, zal het ontwerp minstens moeten voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater om verenigbaar te zijn met de regelgeving.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 07/09/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Ref. 0000289982 - Aanvraag tot Stedenbouwkundig Attest voor Berkenenstraat, 3520 Zonhoven
Naar aanleiding van uw brief/mail van 6-09-2021 over het stedenbouwkundig attest voor bovenvermeld project, afdeling 2. sectie C, nummer(s) 1291E, kunnen we volgende informatie geven:
De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.
Volgens het definitief zoneringsplan bevindt het perceel zich in centraal gebied. Het openbaar rioleringsstelsel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden:
We raden aan om:
Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager van de omgevingsvergunning.
Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige stedenbouwkundige aanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager van de omgevingsvergunning. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een stedenbouwkundige aanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager van de omgevingsvergunning.
Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke stedenbouwkundige aanvraag en verkavelingsaanvraag. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.
Zoals hoger aangehaald bevat de aanvraag onvoldoende gegevens om het dossier te beoordelen op de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Bij een aanvraag tot omgevingsvergunning, zal het ontwerp minstens moeten voldoen aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater om verenigbaar te zijn met de regelgeving.
Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid, rekening houdend met de thans geldende watertoetskaarten.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders van 1 juni 2012, in werking getreden op 1 januari 2013, bepaalt dat alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is en waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van dit decreet, moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders.
Een omgevingsaanvraag voor het bouwen van de woning dient te voldoen aan het decreet rookmelders.
Energiedecreet
Een omgevingsaanvraag voor het bouwen van de woning dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Een omgevingsaanvraag voor het bouwen van de woning dient te voldoen aan de regelgeving omtrent grondverzet indien een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m3 zal plaatsvinden.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
Aangezien er enige onduidelijkheid bestond betreffende de eigendomsgrens met het links aanpalende perceel, werd een kopie van de akte van grondruiling dd. 12/12/1966 toegevoegd aan de aanvraag. Er kan principieel vanuit gegaan worden dat de eigendomsgrens/ perceelgrens zich bevindt zoals aangegeven op de ingediende plannen, opgemaakt door een beëdigd landmeter-expert.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de mandeligheid van muren, erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning in halfopen verband.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Waardstraat, een gemeenteweg ten noordoosten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Het links aanpalende perceel werd bebouwd met een halfopen eengezinswoning met 2 bouwlagen onder een hellend dak. De wachtgevel situeert zich op/ tegen de rechter perceelgrens, de grens met het perceel van de aanvraag.
Het rechts aanpalende perceel is thans onbebouwd.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag voorziet in het bouwen van een eengezinswoning in halfopen verband tegen de links aanpalende woning.
Het ontwerp bevat het profiel van het aanpalende gebouw en terreinniveau alsook de voorziene indeling van het terrein met een bouwzone, voortuinstrook en tuinstrook (zij- en achtertuin).
De aanvraag richt zich louter op de bebouwbaarheid van het goed met een eengezinswoning in halfopen verband.
De aanvraag omvat geen gegevens betreffende materiaalgebruik, bouwhoogtes/ bouwprofiel, terreininrichting. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan, er worden slechts richtlijnen en algemene principes meegegeven zoals deze vandaag de dag toegepast worden.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De aanvraag voorziet in een eengezinswoning.
Deze woonfunctie is inpasbaar binnen de omgeving.
Een zorgwoning wordt hiermee niet uitgesloten mits voldaan wordt aan de geldende regelgeving.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
De inplanting van de bouwzone voor de eengezinswoning is voorzien op 6,22m afstand tot de voorste perceelgrens en op 3m afstand tot de rechter perceelgrens.
Hiermee wordt de bouwlijn van de links aanpalende woning gevolgd en wordt tevens voldaan aan de algemene normen voor inplanting.
Er wordt voorzien in een bouwdiepte van 17m (gelijkvloers) en een bouwbreedte van 9,24m.
Achter de bouwzone rest nog een tuinzone van zo’n 27m.
De vooropgestelde bebouwbare oppervlakte (157,08m²) en inplanting voor de eengezinswoning is gangbaar en het perceel van 585m² is voldoende ruim.
De linker zijgevel van de nieuwbouwwoning is voorzien tot tegen de linker perceelgrens. Deze kan dan grotendeels aansluiten op de bestaande bebouwing op het naastliggende perceel.
De aanvraag betreffende bebouwbaarheid van het perceel met een eengezinswoning in halfopen verband, zoals voorgesteld op het ontwerpplan gevoegd bij de aanvraag, is positief.
Met betrekking tot het profiel en bouwvolume worden volgende algemene normen meegegeven als richtlijn:
Principieel dient het profiel van de aangrenzende bestaande woning gevolgd te worden. Deze heeft 2 bouwlagen onder een zadeldak met de nok evenwijdig met de straat. Volgens het ingediende profiel en gemeten vanaf de peil van de wegas, bedraagt de kroonlijsthoogte 5,93m en de nokhoogte 9,67m. Deze hoogtes bedragen minder dan het algemeen toegestane, nl. kroonlijsthoogte tot 6m en nokhoogte tot 10,50m, telkens gemeten vanaf het maaiveld (dat op maximaal 30cm boven het peil van de wegas mag liggen).
De bouwdiepte op de verdieping is in principe beperkt tot 10m (vanaf de bouwlijn gemeten).
Eventuele afwijkingen zijn niet uitgesloten mits verenigbaar met de omgeving, een akkoord van de aanpalende en een degelijke motivatie.
Materiaalgebruik
Het ontwerp bevat geen gegevens betreffende het materiaalgebruik.
De materialen dienen qua voorkomen en kleur duurzaamheid, esthetisch en constructief verantwoord te zijn. Ze moeten harmonisch passen in de omgeving en bovendien moeten ze binnen de eigen kavel onderling een samenhorend geheel vormen.
Bijgebouwen
Het ontwerp bevat geen gegevens betreffende eventuele bijgebouwen.
Eventuele bijgebouwen moeten complementair zijn aan de residentiële hoofdbestemming en er, qua vorm en afwerking, een architecturaal geheel mee vormen.
Bijgebouwen in de achtertuin omvatten bij voorkeur geen autostaanplaats aangezien dit de verhardingsgraad op het terrein onnodig zou verhogen.
Bijgebouwen bestaan maximaal uit één bouwlaag. Andere materialen en vormen dan het hoofdgebouw kunnen toegestaan worden op voorwaarde dat ze steeds een duurzaam en afgewerkt geheel vormen.
Mobiliteitsimpact
Het ontwerp bevat geen gegevens betreffende parkeergelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages op eigen terrein dient principieel overeen te stemmen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
Voor een eengezinswoning dienen dus in principe 2 autostaanplaatsen gerealiseerd te worden.
Deze mogen voorzien worden in de voortuin, zijtuin of binnen het hoofdvolume (toegankelijk via de voorgevel).
Terreininrichting
Het ontwerp voorziet niet in een voorstel voor verhardingen of bebouwing in de tuinstroken.
Algemeen kunnen volgende principes reeds meegegeven worden:
De verhardingen dienen tot het strikte minimum beperkt te worden omwille van de duurzaamheidsaspecten. Kunstgras wordt om dezelfde reden niet toegestaan.
Inritten voor garages of parkeerterreinen moeten tot een minimum beperkt worden, zowel in de lengte (door de inplanting van de garages zover mogelijk vooraan op het terrein), als in de breedte (zeker ter hoogte van de aansluiting op het openbaar domein, waar een breedte van maximaal 3 meter toelaatbaar is). De toegang tot het perceel kan enkel genomen worden via de voortuinstrook.
Noodzakelijke voorzieningen voor tuinpaden en oprit mogen voorzien worden, omrand door groenaanleg. De onverharde delen dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.
Minimaal 50% van de voortuin dient groen aangeplant te worden. Eventuele afwijkingen hierop kunnen enkel, gemotiveerd, worden toegestaan bij nevenactiviteiten. Deze mogen echter niet leiden tot een volledige verharding van de voortuinstrook.
Tuinen dienen maximaal te worden gevrijwaard van bebouwing.
Binnen de voorziene voor- en zijtuinstroken kunnen in principe geen constructies aanvaard worden.
Afsluitingen moeten bij voorkeur uitgevoerd worden met groenaanplantingen, al dan niet ondersteund met een draadafsluiting (inheemse hagen, struiken…).
Bodemreliëf
Het gaat om een relatief vlak terrein waarvan het niveau zich tot ca. 15cm boven het peil van de wegas bevindt ter hoogte van de bouwzone.
Reliëfwijzigingen dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.
Het vloerpeil van het gelijkvloers dient altijd boven de as van de weg gelegen te zijn.
Grondverzet en wateroverlast dient te allen tijde op/ via het eigen terrein opgevangen te worden.
De toekomstige omgevingsvergunning voor de stedenbouwkundige handelingen dient voldoende uitgewerkt te worden en voldoende gegevens te bevatten, zodat een correcte beoordeling kan gemaakt worden.
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
“Adviesvraag stedenbouwkundig attest STA/2021/00001
Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project.
Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.
Het advies van De Watergroep werd niet ontvangen tot op heden. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar geeft aan dat eventuele kosten voor aansluiting/ uitbreidingen door de aanvrager van een omgevingsaanvrager gedragen dienen te worden indien dit noodzakelijk blijkt. Ook de eventuele voorwaarden van de nutsmaatschappij voor de aansluiting zullen van toepassing zijn.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar adviseert een voorwaardelijk positief stedenbouwkundig attest af te leveren aan de aanvrager voor het bouwen van een eengezinswoning in halfopen verband, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Riolering:
Een eventuele aanvraag tot omgevingsvergunning kan slechts positief geëvalueerd worden indien minstens voldaan wordt aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, het decreet integraal waterbeleid, het decreet rookmelders, het energiedecreet en het onroerenderfgoeddecreet.
De aanvraag voorziet geen specifieke informatie betreffende het architecturale ontwerp, het materiaalgebruik, de parkeerbehoefte, de terreininrichting met verhardingen, bijgebouwen en groeninrichting en de bouwhoogtes, er wordt bijgevolg dan ook geen uitspraak over gedaan.
Dit attest stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar van 22/11/2021 tot het afleveren van een voorwaardelijk positief stedenbouwkundig attest aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een voorwaardelijk positief stedenbouwkundig attest aan de aanvrager.
Het stedenbouwkundig attest omvat het bouwen van een eengezinswoning in halfopen verband, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Het stedenbouwkundige attest wordt aldus afgeleverd onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Een eventuele aanvraag tot omgevingsvergunning kan slechts positief geëvalueerd worden indien minstens voldaan wordt aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater, het decreet integraal waterbeleid, het decreet rookmelders, het energiedecreet en het onroerenderfgoeddecreet.
De aanvraag voorziet geen specifieke informatie betreffende het architecturale ontwerp, het materiaalgebruik, de parkeerbehoefte, de terreininrichting met verhardingen, bijgebouwen en groeninrichting en de bouwhoogtes, er wordt bijgevolg dan ook geen uitspraak over gedaan.
Dit attest stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het perceel 3de afdeling, sectie F, nr. 65C2 is gelegen in een woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.
Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.
Het perceel is gelegen binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk.
Volgens de kadastrale gegevens blijkt de bebouwing op Heuvenstraat 80 en 80A opgericht in 1938.
In 1996 werd er wel nog een vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woonhuis (dossier 1996/07486 – ggk 16/09/1996).
De toestand ter plaatse (zoals het plan van de landmeter weergeeft) lijkt tevens niet geheel overeen te komen met de laatst vergunde situatie, waaronder minstens volgende afwijkingen:
Gezien de juiste vergunningstoestand op dit moment niet geheel gekend is, doordat er nooit een gebouwendossier werd aangevraagd en door het plan van de landmeter waardoor het vermoeden ontstaan is dat de bestaande constructie niet helemaal overeenkomt met de laatst vergunde toestand, zal hierover uitsluitsel moeten gegeven worden.
Eventueel door een voorafgaandelijk gebouwendossier, maar door de vergelijking van het plan van de landmeter met de laatst vergunde toestand, vermoedelijk eerder via een procedure tot regularisatie binnen een omgevingsaanvraag.
Het doel van de opdeling is het afsplitsen van het recht van doorgang (deel 2, oppervlakte 0a11ca) in functie van verkoop ten voordele van de buur Heuvenstraat 82.
De vergunbaarheid van de huidige rechtstreekse uitweg van de carport op het openbaar domein (en dit tevens op zulke dichte afstand van het kruispunt) wordt in vraag gesteld. Binnen de context van een een omgevingsaanvraag dient beoordeeld te worden of het naar achteren verplaatsen van de carport tot tegen de perceelsgrens van het naastliggend perceel (Heuvenstraat 82), in combinatie met het teniet doen van de rechtstreekse uitweg van de carport tot het openbaar domein (slechts 1 inrit met een breedte van 3 meter ter hoogte van het openbaar domein wordt toegestaan) een ruimtelijk gezien betere situatie oplevert. Op het eerste zicht lijkt dit wel het geval, omdat op die manier een verdere verharding van het perceel kan worden vermeden. Wanneer de carport met 90° wordt gedraaid, dan zal logischerwijs ook de zone vóór de carport volledig verharden om toegang te verschaffen tot de carport. Dit is ruimtelijk gezien geen gewenste situatie. De resterende tuinzone wordt best groen ingekleed in functie van de woonkwaliteit. Het akkoord van de naaste buur om de carport tot tegen de perceelsgrens te mogen plaatsen, is d.m.v. een onderhands getekend document aan de huidige aanvraag toegevoegd. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning moet worden ingediend om uitsluitsel te geven over de vergunbaarheid.
De voorwaarden eerder gesteld in de vergunning 1996/07486 blijven van toepassing.
Er dient steeds rekening gehouden met de kavelverdeler die langs het gebouw op het openbaar domein van de Donkweg gelegen is.
Het college van burgemeester en schepenen gaat voorwaardelijk akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 3de afdeling, sectie F, nr. 65C2, Heuvenstraat 80, in 2 delen aangezien het afgesplitste deel het recht van doorgang vervat.
Het college merkt echter op dat de vergunningstoestand van de aanwezige bebouwing op het perceel 3de afdeling, sectie F, nr. 65C2, Heuvenstraat 80 onduidelijk en onbekend is. Als voorwaarde wordt opgelegd dat de vergunningstoestand wordt aangetoond op basis van een gebouwendossier en/of regularisatie binnen een omgevingsaanvraag.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het plaatsen van een tijdelijke grondwatertafelverlaging dmv bemaling, die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken. Dit voor een gezamenlijke duur van 1 jaar, voor een totaaldebiet van 493000 m³/jaar.
Bijkomend wordt er een bijstelling gevraagd van artikel 4.2.3.1. – lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meerdere gevaarlijke stoffen bevat, m.n. aangepaste lozingsnormen.
De bemaling wordt aangevraagd voor het nieuwbouwproject De Kwint. Het project heeft 1 ondergrondse bouwlaag (o.a. parkings) die in 2 fasen zal aangelegd en bemaald worden.
Per fase van de ondergrondse bouwlaag moet 6 maanden bemaald worden. Tussen beide fasen zal er waarschijnlijk een periode niet bemaald worden. Er is een grondwatertafelverlaging nodig van 2,60 m, voor de liftputten zal dit 3,79m zijn.
De aanvraag werd op 22/07/2021 ontvangen en op 18/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 28/08/2021 tot en met 26/09/2021, gesloten met 3 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Heuvenstraat 9
Heuvenstraat 5b
Heuvenstraat 5a
Heuvenstraat 7
Heuvenstraat zn
Heuvenstraat 11
Grote Eggestraat 2
Grote Eggestraat zn
2020/00296: omgevingsvergunning op 17/08/2021 voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, meerdere handelszaken, een politiecommissariaat, een polyvalente zaal en de aanleg van een nieuwe gemeenteweg (beroepsprocedure lopende).
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Milieuvergunning klasse 2, voor de exploitatie van een parochiezaal en het lozen van huishoudelijk afvalwater, voor Heuvenstraat 9, op naam van vzw Parochiale werken St; Quintinus.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 28/08/2021 tot en met 26/09/2021.
Er werden 3 bezwaren ingediend.
Het eerste en tweede bezwaar (identiek aan mekaar):
“Ik ben eigenaar van aanpalende eigendom en teken bezwaar aan omdat tijdens het online infomoment, gegeven door Vanhout-Kolmont, op donderdag 28 januari 2021 ons beloofd werd dat er voor aanvang van de werken en een tijdelijke, gefaseerde bronbemaling, door de hoofdaannemer een deskundige wordt aangesteld om een plaatsbeschrijving ("staat van bevinding") uit te voeren. Het ereloon hiervoor is ook ten laste van de hoofdaannemer.
Tot op heden is er nog niets gebeurd.”
Weerlegging:
Het handelt hier om het feit dat er geen plaatsbeschrijving werd uitgevoerd door de aanvrager. Dit aspect staat los van de voorliggende aanvraag. Bijgevolg wordt het bezwaar niet weerhouden.
Het derde bezwaar:
“Het betreffend terrein behoort tot één van de natste gebieden van Zonhoven. In het verleden zijn er reeds meermaals problemen geweest ! Ik stel mij dan ook grote vragen bij het voorzien van ondergrondse garages en de impact op de grondwaterhuishouding en afwatering.
Mijn woning ligt op minder dan 200 m van het perceel waar eerstdaags gestart wordt met de immense voorbereidende werken. De aannemer vindt het blijkbaar niet nodig om over te gaan tot een plaatsbeschrijving van de omringende gebouwen.
Uw diensten laten mij weten dat de laatst ingediende plannen en documenten inzake de hemelwaterverordening dienen gevolgd te worden. Wie gaat dit controleren of dit ook effectief ook zo wordt gevolgd ?
Het lijkt me bovendien logisch dat deze werken uitgesteld worden aangezien er nog een beroepsschrift lopende is bij de Provincie Limburg.”
Weerlegging:
Het handelt hier om het feit dat er geen plaatsbeschrijving werd uitgevoerd door de aanvrager. Dit aspect staat los van de voorliggende aanvraag.
De bemaling werd niet vergund in het dossier wat momenteel in beroep ligt. Wat betekent dat de huidige aanvraag en de vergunning in beroep via twee afzonderlijke procedures verlopen.
Bijgevolg wordt het bezwaar niet weerhouden.
ADVIEZEN
Vlaamse milieumaatschappij, afdeling afvalwater
Vlaamse milieumaatschappij, afdeling grondwater
Geen adviezen mogen ontvangen.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van bijlage III, nummer 10j van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
De aanvraag betreft een nieuwe, tijdelijke inrichting zijnde een bronbemaling voor het verlagen van de grondwatertafel voor een totaaldebiet van 493000 m³/jaar. Met een bijstelling van artikel 4.2.3.1. lozen van bedrijfsafvalwater dat één of meerdere gevaarlijke stoffen bevat.
Met volgende aangevraagde rubrieken:
BIJSTELLING OP DE MILIEUVOORWAARDEN
Het bedrijf vraagt volgende afwijkingen aan van de sectorale milieuvoorwaarden:
Artikel 4.2.3.1. – lozing van bedrijfsafvalwater dat één of meerdere gevaarlijke stoffen bevat;
Voor deze parameters wordt een aangepaste lozingsnorm aangevraagd.
Deze aangevraagde lozingsnormen zijn gebaseerd op het indelingscriterium maar zijn niet hoger dan de gangbare lozingsnorm voor deze parameters in kader van bodemsaneringsprojecten bij lozing op oppervlaktewater of riolering:
Gelet op het lozingsdebiet en de verdunningsfactor zijn de bijgestelde lozingsnormen aanvaardbaar voor het ontvangende oppervlaktewater zijnde de Roosterbeek.
GELUIDSHINDER
Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen zijn buiten het bedrijf: afkomstig van de pompen; Indien blijkt dat de pompen voor geluidshinder zorgen, dienen de gepaste maatregelen genomen te worden. Er dient alleszins gewerkt te worden met geluidsarme pompen.
GRONDWATER
Het project heeft 1 ondergrondse bouwlaag (parking) die in 2 fasen zal aangelegd en bemaald worden.
Per fase van de ondergrondse bouwlaag moet 6 maanden bemaald worden. Tussen beide fasen zal waarschijnlijk een periode niet bemaald worden. Er is een grondwatertafelverlaging nodig van 2,60 m, voor de liftputten zal dit 3,79m zijn.
Het maximale dagdebiet bedraagt ca. 2.160 m³/d (voor fase 1) en het totaal waterbezwaar bedraagt ca. 265.000 m³ voor fase 1 en ca. 228.000 m³ voor fase 2.
De invloedstralen van beide bemalingen bedragen ca. 1000 m. De afstanden tot waar grondwaterverlagingen van 0,50 m gesimuleerd werden bedragen ca. 250 à 300 m. De bemalingen zullen geen significante invloed hebben op bijzonder beschermde gebieden.
Voor fase 1 bedraagt het initieel bemalingsdebiet ca. 90 m³/uur. Het stationair debiet is 56 m³/uur.
Voor fase 2 bedraagt het initieel bemalingsdebiet ca. 73 m³/uur. Het stationair debiet is 49 m³/uur.
Bij elke bemalingsfase is een liftput voorzien.
Het lozingspunt bevindt zich op de Roosterbeek. Een machtiging tot lozen dient bekomen te worden bij de provincie Limburg.
Om het debiet enigszins te kunnen beperken, wordt bij de bemaling gebruikt gemaakt van dataloggers, om de grondwaterstand te monitoren. De ‘Richtlijnen bemaling ter bescherming van het milieu van de VMM, 2019’ worden hierbij gevolgd. Een verantwoordelijke voor de monitoring wordt hierbij aangesteld.
Indien blijkt uit de data dat de bemaling overgedimensioneerd is, wordt een bijstelling doorgevoerd van de bemalingspompen.
VERONTREINIGD GRONDWATER DAT AL DAN NIET GEVAARLIJKE STOFFEN BEVAT
Ca. 120 m ten noorden van de projectsite werd een afgraving van verontreinigde grond uitgevoerd (OVAM dossier 30988). Er bevinden zich echter nog verhoogde concentraties tetrachlooretheen, trichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen en vinylchloride in het grondwater (recentste metingen dateren uit 2017). Er wordt aangeraden voor aanvang van de bemaling de resultaten van de meest recente monitoringsronde op te vragen. Mogelijk zijn de verhoogde concentraties uit 2017 verdund omwille van de afgraving van de verontreinigde grond, de natuurlijke afbraak en de natuurlijke grondwaterstroming.
Er werd in 2 peilbuizen een staalanalyse uitgevoerd op het grondwater. In één van beide stalen werd voor verschillende parameters overschrijdingen vastgesteld van het indelingscriterium van VL II, bijl. 2.3.1., art 3 m.n. voor de parameters arseen, cadmium, chroom, kwik, nikkel, lood, zink en barium.
Indien uit nieuwe staalanalyses blijkt dat het bemalingswater niet voldoet aan de verkregen lozingsnormen, zal een waterzuiveringsinstallatie (WZI) geplaatst worden. Het ontwerp hiervan zal afgestemd worden op de analyseresultaten van het bemalingswater. De inplanting ervan zal in de uitvoeringsfase bepaald worden in functie van de terreinomstandigheden, werfwegen, toeritten en dergelijke.
In afwachting van analyseresultaten van het opgepompte grondwater wordt alvast rubriek 3.6.3.2° aangevraagd voor een debiet van 50 m³/uur. Deze rubriek is enkel van toepassing wanneer een waterzuiveringsinstallatie moet ingeschakeld worden indien het bemalingswater boven de lozingsnormen ligt. Voor dit water geloosd wordt, wordt een zuivering toegepast.
Gezien de lozing in oppervlaktewater (Roosterbeek) wordt alvast volgende bijstelling op de lozingsnormen aangevraagd:
Gelet op het lozingsdebiet per uur en de verdunningsfactor kan positief geadviseerd worden op de bijstelling.
EXTERNE ADVIEZEN
VMM, afdeling grondwater heeft geen advies uitgebracht.
VMM, afdeling afvalwater heeft adviesvraag ontvangen. Deze afdeling werd telefonisch gecontacteerd en de aanvraag werd summier doorgesproken. Gezien de verdunning en het lozingsdebiet was er geen bezwaar tegen de bijstelling van de lozingsnorm.
MEET- EN REGISTRATIEVERPLICHTINGEN
Het bedrijf moet voldoen aan de meet- en registratieverplichtingen vallende onder rubriek 53, zijnde debietstellers op elke pomp.
LIGGING IN KWETSBAAR GEBIED
De invloedstraat is 1000 meter, wat maakt dat er geen effect zal zijn in SBZ-gebied, noch VEN.
AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN
Volgende rubrieken werden aangevraagd:
vergunningstermijnen
Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van bepaalde duur. De aangevraagde duur bedraagt ca. 6 maanden voor fase 1 en eveneens ca. 6 maanden voor fase 2, dit brengt de totale duur op 1 jaar.
ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:
Advies – voorwaarden:
Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd:
Duur:
Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van bepaalde duur. De aangevraagde duur bedraagt ca. 6 maanden voor fase 1 en eveneens ca. 6 maanden voor fase 2, dit brengt de totale duur op 1 jaar.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving,
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het plaatsen van een tijdelijke grondwatertafelverlaging dmv bemaling, die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken. Dit voor een gezamenlijke duur van 1 jaar, voor een totaaldebiet van 493000 m³/jaar, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden,
Voor rubrieken:
Voor de bijstelling op de lozingsnormen als volgt:
Voor de bepaalde duur van in totaal 1 jaar.
voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het plaatsen van een tijdelijke grondwatertafelverlaging dmv bemaling, die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken, voor een gezamenlijke duur van 1 jaar, voor een totaaldebiet van 493000 m³/jaar.
Voor rubrieken:
Voor de bijstelling op de lozingsnormen als volgt:
Voor de bepaalde duur van in totaal 1 jaar.
Zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Subsidiereglement straat-, wijk- en buurtfeesten dd. 24 februari 2014.
aanvragen De Warmste Kerstbuurt
In het kader van ons subsidiereglement voor straat-, buurt- en wijkfeesten werd een oproep gedaan voor de Warmste Kerstbuurt. Er zijn 19 aanvragen ontvangen die binnen de voorwaarden van het reglement aanspraak kunnen maken op een subsidie van max. 250 euro. Alle aanvragen werden beoordeeld op basis van het reglement en het college neemt kennis van de aanvragen.
Aanvragen subsidie de Warmste Kerstbuurt
Aanvraag Ballewijerweg
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Basveldweg
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Buitenhof
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag De Beverjoutjes (Joutstraat)
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag De Donkturvers (Donkeindeweg)
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag De Zavelstraters
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Delheidestraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Hulsbergweg
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Karekietstraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Kortestraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Kretenveldweg
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Nachtegalenstraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Perkstraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Putsmolen
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Schelstraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Schopdriesweg
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Vogelzangstraat
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Wies van Teun Langsteeg (deel Grote Hemmenweg)
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Aanvraag Wijk Halveweg ( Heikensstraat, Manshof, Sint Jozefsstraat, Moverkensstraat)
Aanvraag is tijdig en volledig.
Er wordt een maximum subsidiebedrag van 250 euro voorzien.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om voor elke aanvrager een maximumbedrag van 250 euro te voorzien. Het juiste bedrag wordt uitbetaald na evaluatie van de ingediende dossiers.
Nota van de dienst
Daar heel wat evenementen niet zijn doorgegaan en ook opnieuw dreigen te worden afgelast, vraagt de heer Timmy Panis een vernieuwing van de vergunning die hem werd toegekend door het college van burgemeester en schepenen in de vergadering van 29 september 2020.
Op het adres Senator A. Jeurissenlaan 1025 is de firma Hasselts Gebak gevestigd, uitbater / eigenaar is Timmy Panis. Bij nazicht in KBO blijkt dat dit adres het vestigingsadres is van de firma. In principe valt verkoop op het adres van de vestigingseenheid niet onder de wetgeving van ambulante handel. Echter mag er op de KMO-zone geen detailhandel doorgaan (Zie tekst in bijlage). De heer Panis heeft veel inkomensverlies gehad doordat veel gemeentebesturen nog steeds geen kermissen laten doorgaan. De foorreizigers hebben de hele winter (2019-2020) stil gelegen, bij de opstart van het kermisseizoen kwam Covid-19 en binnenkort na Luik-kermis is het seizoen voorbij.
De frituur is alleen op vrijdag, zaterdag en zondag van 16 tot 21 uur geopend.
Er kan een vergunning van 4 X 30 dagen toegekend worden (conform zomerbars ed.)
In het kader van de maatregelen mbt. de bestrijding van de Covid-19 pandemie en ter ondersteuning van de lokale handel levert het college van burgemeester en schepenen de firma Hasselts gebak, p.a. Timmy Panis, Senator A. Jeurissenlaan 1025 te Zonhoven een vergunning af voor de verkoop van frieten en andere gelinkte producten.
Dhr. Panis kan op bovenvermeld vestigingsadres op vrijdag, zaterdag en zondag van 16 tot 21 uur een frietkraam uitbaten, en dit gedurende de periode van 3 december 2021 tot en met 27 februari 2022.
Werking zorgraad en eerstelijnszone
In het kader van de reorganisatie van de eerstelijnszorg in Vlaanderen werden er 60 eerstelijnszones opgericht. Zonhoven maakt deel uit van eerstelijnszone (ELZ) Herkenrode. Bedoeling is om in elke eerstelijnszone sterk in te zetten op de intersectorale samenwerking tussen lokale besturen, welzijnsactoren en gezondheidspartners.
Elke ELZ wordt aangestuurd door een zorgraad. In de zorgraad zetelen vertegenwoordigers van de verschillende betrokken partners. De werking ervan is opgedeeld in de volgende 4 clusters: de cluster welzijn, de cluster zorg, de cluster lokale besturen en de cluster PZON (personen met een zorg- en ondersteuningsvraag). De verschillende leden van de zorgraad van ELZ Herkenrode, en hun vertegenwoordigers, staan opgelijst in de statuten en het verslag van de jaarvergadering van mei 2021 in bijlage.
Naast de leden van de zorgraad uit de vier clusters die hierboven genoemd werden, is er een mogelijkheid voorzien om maximaal vier bijkomende bestuurders te benoemen (art. 21, §2, laatste lid statuten).
Lidmaatschap Jessa ziekenhuis
Recent gaf het Jessa ziekenhuis te kennen aan te willen sluiten bij de eerstelijnszone Herkenrode en lid te willen worden van de zorgraad. De covid-19-pandemie drukte ons immers nog eens met de neus op de feiten: een lokaal ziekenhuis is een belangrijke partner in het kader van de goede werking van de eerstelijnszorg. In het wekelijks overleg met het covid-19-team op het niveau van de eerstelijnzone, was het Jessa ziekenhuis een vaste deelnemers. Door dit reguliere overleg en de nauwere samenwerking, ook met de lokale besturen, groeiden de partijen naar elkaar toe.
De deelname van een ziekenhuis aan de zorgraad moet bijdragen aan het beter organiseren en opvolgen van de kwaliteit en afstemming van de zorg (zorgcontinuïteit) tussen de eerstelijnszorgaanbieders van de eerstelijnszone en het ziekenhuis als aanbieder van meer gespecialiseerde zorg. Een deelname van een ziekenhuis aan specifieke werkgroepen, bvb rond zorgcontinuïteit of samenwerking, kan zeker een meerwaarde hebben en zou in het verlengde vallen van de logica die gevolgd werd tijdens de covid-19-crisis.
Kadering binnen eerstelijnsdecreet en statuten
In de (re)organisatie van de eerstelijnszorg in Vlaanderen voorzag de decreetgever voor ziekenhuisnetwerken vooral een rol in de regionale zorgplatformen. Die zitten een schaalgrootte boven de eerstelijnszones en behandelen bvb kwesties die niet door de eerstelijnszones opgelost kunnen worden. Door een deelname op het niveau van een regionaal zorgplatform, spreekt men meerdere eerstelijnszones tegelijk aan. In de ogen van de decreetgever is het dan ook efficiënter om ziekenhuizen te laten deelnemen aan een regionale zorgzone, ook omdat er aangenomen wordt dat hun werkingsgebied de grootte van de eerstelijnszone overstijgt. Andere partners op het niveau van de regionale zorgzone zijn de Logo's, palliatieve netwerken, netwerken geestelijke gezondheidszorg,.... Het is volgens de decreetgever efficiënter om deze actoren te laten deelnemen aan een regionale zorgzone, eerder dan hen lid te laten zijn van elke zorgraad apart.
Het is echter wel mogelijk om een lokaal ziekenhuis ook te laten deelnemen aan de zorgraad, het eerstelijnsdecreet sloot dit immers niet expliciet uit. Dit werd ook bevestigd door de Vlaamse overheid, aan wie advies gevraagd werd. Een participatie in de eerstelijnszone via de zorgraad biedt meer mogelijkheden tot rechtstreeks contact tussen ziekenhuis en andere gezondheidspartners, welzijnsactoren en lokale besturen in een ELZ: de zorgraad en clusterwerking brengen de partners binnen een eerstelijnszone immers dichter bij elkaar.
Het ziekenhuis valt echter onder geen van de categorieën van leden die opgesomd worden in artikel 9 van de statuten (zie bijlage) en zal daarom niet als lid toetreden tot de vzw eerstelijnszone Herkenrode. Daarom kan enkel een natuurlijk persoon, personeelslid van het Jessa ziekenhuis, als extern bestuurder van het bestuursorgaan aangesteld worden door de algemene vergadering, conform artikel 21 van de statuten. Dit in die zin dat het Jessa ziekenhuis wel over een bestuurder in het bestuursorgaan van de ELZ beschikt, maar niet over een stemrecht in de algemene vergadering, hetgeen ook werd voorgesteld in het advies van de hogere overheid.
Tijdens de vergadering van de zorgraad van september werd toelichting gegeven bij de kandidatuur van dokter Jos Vandekerkhof, medisch directeur van het Jessa ziekenhuis, als bijkomend bestuurder. Hij zal niet deelnemen aan de clusterwerking, maar wel een stem hebben binnen het bestuursorgaan van de eerstelijnszone. Tijdens de volgende algemene vergadering van de vzw ELZ Herkenrode zal dokter Vandekerkhof formeel voorgedragen worden als bijkomend bestuurder. Er wordt machtiging gevraagd om akkoord te kunnen gaan met deze benoeming.
Het college van burgemeester en schepenen machtigt Stijn Ooms, adj. algemeen directeur, en Anneleen De Smedt, afdelingshoofd sociaal beleid, als afgevaardigde leden binnen de zorgraad om op de eerstvolgende algemene vergadering van de ELZ Herkenrode vzw akkoord te gaan met de benoeming van dokter Jos Vandekerkhof, medisch directeur van het Jessa ziekenhuis, als bijkomend bestuurder conform artikel 21 van de statuten van de vzw.
Aanleggen van een groenbuffer tussen de padelterreinen en de aangrenzende buren, om zo een groenscherm te maken dat inkijk vanaf basvelden naar buren vermindert.
Om een zo breed mogelijke groenbuffer te realiseren, stellen we ook voor om de finse piste ter hoogte van deze groenbuffer te verleggen tot vlak achter de padelterreinen. Op die manier kunnen we een bredere groenbuffer maken tussen bestaande, te behouden, gracht en de nieuwe locatie van de finse piste. Plan heraanleg site als bijlage.
De aanleg zou bestaan uit:
- realiseren van een talud over een lengte van circa 80 meter met een hoogte tussen de 1 en 1,5 meter,
- beplanten van deze talud met buffergroen, om zo een groene, op termijn, ondoorzichtige wand te creëren,
- Aanplanten van bomen tussen bestaande gracht en onderzijde talud om zo op termijn ook sportveldverlichting wat af te schermen naar buren toe.
Timing project:
- december 2021: goedkeuring bestelbon plantgoed op CBS van 6 december 2021
- januari 2022: voorbereidende werken, zoals verleggen Finse piste, aanleg talud en zone plantklaar maken,
- februari 2022: eerste week van februari bomen en groenbuffer aanplanten en
- maart/april 2022: inzaaien gazon
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de aanleg van een groenbuffer op een talud tussen de padelterreinen en de aangrenzende buren.
Melding 21M24219 in Topdesk.
De email van Stijn Cardinaels van Fluvius van 18 oktober 2021 met daarin de mogelijke opties.
De email van Dirk Tytgat van 10 november 2021 aan Fluvius met daarin de vraag tot het plaatsen van een dubbel armatuur en een verledding.
De email van 10 november 2021 met het antwoord van Fluvius m.b.t. de vereiste documenten en gegevens om aan onze vraag tegemoet te kunnen komen.
Op 5 oktober kwam de vraag van onze collega's van het Uitpunt om de locatie aan de nieuwe muurschildering extra te verlichten. Aanleiding was de wens om er het veiligheidsgevoel te verhogen.
Volgens Fluvius is het eenvoudig mogelijk om bijkomende armaturen te plaatsen op bestaande verlichtingspalen, maar het plaatsen van nieuwe bijkomende accentverlichting aan de muurschildering noodzaakt de opstart van een project.
De administratie geeft daarom een gunstig advies voor de volgende aanpassingen:
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het verdubbelen van de bestaande openbare verlichting met het ID-nummer 282781884 door een bijkomende verlichting te plaatsen van de categorie M5.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het verledden van de bestaande openbare verlichting met ID-nummer 18938066, waarbij de rijwegzijde voorzien wordt van een armatuur volgens categorie M5 en de fietspadzijde met een armatuur volgens categorie M3.
De samenwerkingsovereenkomst tussen PROCLIM en het gemeentebestuur van Zonhoven goedgekeurd door de gemeenteraad dd. 23 februari 2015.
De brief dd. 29 oktober 2021 van PROCLIM betreffende de raamovereenkomst "Persoonlijke beschermingsmiddelen".
De meetstaat.
De gemeenteraad van 23 februari 2015 keurde de samenwerkingsovereenkomst met de opdrachtencentrale van de provincie Limburg (PROCLIM) goed.
In hun brief van 29 oktober 2021 brengt PROCLIM ons bestuur op de hoogte van een nieuwe raamovereenkomst "Persoonlijke beschermingsmiddelen en kledij" die door PROCLIM zal worden afgesloten. De opdracht zal worden afgesloten voor een periode van 4 jaar (2022-2026) en wordt opgedeeld in volgende percelen:
- Perceel 1: hoofd-, gehoor-, ademhalings-, gelaats- en oogbescherming
- Perceel 2: voetbescherming
- Perceel 3: handbescherming
- Perceel 4: lassen en uitrusting.
Deelname aan de raamovereenkomst kan volledig kosteloos doch enkel na een mandaatstelling van PROCLIM.
Jan Houben, deskundige interne preventie en welzijn, en Tommy Timmermans, verantwoordelijke FAM, hebben aangegeven dat het interessant is om in te stappen in de raamovereenkomst.
Het college van burgemeester en schepenen beslist in te stappen in de raamovereenkomst "Persoonlijke beschermingsmiddelen". De ingevulde meetstaat zal worden overgemaakt aan PROCLIM.
Het college van burgemeester en schepenen beslist aan PROCLIM mandaat te geven om op te treden als aankoopcentrale en de gunningsprocedure te voeren.
Het college van burgemeester en schepenen deelt de agendapunten mee aan de voorzitter van de gemeenteraad Sofie Vanoppen voor agendering op de eerstvolgende zitting van de gemeenteraad:
Agenda
1. Notulen gemeenteraad 29 november 2021 – goedkeuring.
Burgemeester Johny De Raeve
2. Dienstverlenende Vereniging Cipal - gewone algemene vergadering van 16 december 2021
- goedkeuring agenda en vaststelling mandaat vertegenwoordiger – goedkeuring.
Schepen Bram De Raeve
3. Aanpassing strategisch meerjarenplan 2020-2025 - deel gemeente – vaststelling.
4. Aanpassing strategisch meerjarenplan 2020-2025 - deel OCMW – goedkeuring.
5. Reglement betreffende de tarieven op aanvoer van afvalstoffen aan de geautomatiseerde recyclageparken van Limburg.net – goedkeuring.
6. Reglement betreffende de belasting voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen – goedkeuring.
Schepen Frederick Vandeput
7. Onderhandse verkoop van 68ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Grote Hemmenweg, 2de afdeling, sectie C 755r2 – goedkeuring.
8. Overdracht naar openbaar domein van de gemeente Zonhoven van een perceel grond gelegen hoek Dorpsstraat-Grote Hemmenweg – goedkeuring.
9. Wijziging rooilijn deel van de gemeenteweg Genkerbaan - definitieve vaststelling – goedkeuring.
10. Wijziging rooilijn Mierenleeuwstraat – goedkeuring.
11. Aanvaarding tracé gemeenteweg 1267.B.874.201 – Mierenleeuwstraat – goedkeuring.
12. Woonbeleid – visie sociaal wonen gemeente Zonhoven – goedkeuring.
13. Reglement betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen – goedkeuring.
Schepen Johan Schraepen
14. Goedkeuring opdrachtdocumenten en procedure - occasioneel gezamenlijke opdracht Fluvius System Operator cvba - "Grote Hemmenweg, Blikveldweg, Korenmolenweg e.a."
– goedkeuring.
Voorzitter Sofie Vanoppen roept de gemeenteraad bijeen op maandag 13 december 2021 om 20.00 uur, aansluitend aan de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn met als agenda de punten zoals hierboven meegedeeld.