Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 16/09/2021, nl.:
“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van mevrouw Nadia Jansen, JANSEN DIENSTENCENTRUM BVBA Eikenenweg 58/1-2, 3520 Zonhoven, ingesteld tegen de beslissing d.d. 20 juli 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een omgevingsvergunning werd geweigerd voor het overdekken en dichten van 2 wanden van een dakterras op de 2de verdieping, Eikenenweg 56 en 58, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.
Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”
Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:
“De door de Gemeente Zonhoven beschreven argumentatie om tot weigering van de omgevingsaanvraag over te gaan is niet correct:
Meer bepaald,
(i) zullen de gebruikte materialen geenszins leiden tot een verzwaring van het volume van de 2de verdieping;
(ii) of de architecturale kwaliteit van het gebouw zal verminderen, is een puur subjectieve beoordeling;
(iii) zal de overdekte buitenruimte helemaal niet van natuurlijke lichtinval of bezonning ontnomen worden en zal het uitzicht vanop het terras door de gebruikte materialen helemaal niet beperkt worden. Het beoogde gebruik van het dakterras wordt integendeel verhoogd door de overdekking;
(iv) creëren de beoogde aanpassingen aan de terrasruimte geenszins gebruiksbeperkingen. Integendeel, het verhoogt het gebruik, in meer omstandigheden. ;
(v) beperkt de zijdelingse afsluiting van de buitenruimte het gebruik niet en past het bijgevolg de woonkwaliteit niet aan.
Wij zijn dan ook van mening dat de omgevingsvergunning ten onrechte geweigerd werd en stellen om die reden beroep tegen deze weigering in.”
Advies dienst:
(i) De doortrekking van dak en zijgevels is bepalend voor de verzwaring van het volume in zijn geheel, deze wordt weliswaar in dezelfde materialen voorzien als gebruikt voor de rest van het bestaande gebouw, doch het betreft een dens en ondoorzichtig materiaalgebruik dat medebepalend is voor de verzwaring van het uiterlijk;
(ii) De vergunningverlenende overheid dient bij de beoordeling van een aanvraag rekening te houden met de visueel-vormelijke elementen. Hieronder vallen ook het algemeen voorkomen, de architecturale kwaliteit, vormgeving, materiaalgebruik.
Het standpunt dat de voorziene wijziging afbreuk doet aan het architecturale geheel, omvattende de inpassing van diverse volumes, inpassing van ruime glaspartijen, algemeen materiaal- en kleurgebruik en de samenhang met het aanpalende gebouw, werd mede gevormd door de planmatige weergave van de linker zijgevel en rechter zijgevel, het bestaande uitzicht en een (ervaren) inschatting van de impact die het bijkomende volume zal hebben op enerzijds het gebouw van de aanvraag zelf en anderzijds op de bedrijfssite waar een duidelijke samenhang aanwezig is tussen beide gebouwen en ook behouden dient te blijven. Beide gebouwen op het terrein bestaan uit een zorgvuldig uitgewerkt ontwerp met diverse in- en uitspringende volumes, dakterrassen met glazen balustrades en gevels met een degelijk evenwicht tussen gesloten delen en glaspartijen. Men kan moeilijk stellen dat het doortrekken van een gevellijn van 7,80m naar 11,60m hoogte en het verruimen van de bouwdiepte van 21,32m naar 25,99m geen impact zal hebben op het uiterlijk van het gebouw. De visueel- vormelijke elementen werden met de nodige zorgvuldigheid en objectiviteit beoordeeld;
(iii) Het is niet realistisch te stellen dat het terras zelf en ook de aangrenzende leefruimte dezelfde lichtinval / bezonning zullen behouden wanneer men het terras overdekt en tevens 2 gesloten zijwanden plaatst. Dit is eveneens van toepassing voor het uitzicht. Om het gebruik te optimaliseren voor zowel de huidige bewoner (die overdekt en uit de wind wil kunnen zitten) als toekomstige bewoners kan men beter opteren voor tijdelijke constructies zoals bijvoorbeeld een uitklapbare zonneluifel of uittrekbare windschermen.
(iv) Zoals hierboven reeds gesteld zal er wel degelijk een beperktere bezonning en lichtinval zijn voor het terras en de aangrenzende leefruimte. In tegenstelling tot tijdelijke constructies als een uitklapbare zonneluifel of uittrekbare windschermen, zal dit resulteren in een eerder beperkter gebruiksgenot dan een optimalisatie.
(v) Wederom dient herhaald dat de overdekking en zijdelingse wanden wel degelijk impact hebben op bezonning, lichtinval en uitzicht, vanaf het terras en de aangrenzende leefruimte. Beroeper toont op geen enkele wijze aan dat dit niet het geval zal zijn. Het standpunt dat de aangevraagde werken een negatieve impact hebben op de woonkwaliteit dient dan ook behouden te blijven.
Conclusie: de impact op het algemeen uiterlijk van het gebouw zelf en de samenhang met het naastliggende gebouw op de site is negatief evenals de impact op het gebruik van het terras en de aangrenzende woonruimte zoals hoger aangehaald tevens gemotiveerd in het verslag van de gemeentelijk omgevingsambtenaar d.d. 13/07/2021.
Bijkomend kan gesteld worden dat het dichtmaken van de resterende open achterzijde binnen de bepalingen van het vrijstellingsbesluit valt (indien gevraagde vergund zou worden) en het gebruik/ de aanwezigheid van een buitenruimte voor het appartement in dat geval dus niet meer gegarandeerd kan worden. Een voldoende ruime buitenruimte is echter een vereiste naar woonkwaliteit toe.
Het dakterras dient behouden te worden zoals oorspronkelijk vergund.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te beoordelen en behoudt het standpunt van 20/07/2021.