Voorwerp van de melding
De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen: Het plaatsen van een tijdelijke zorgunit.
De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Oudestraat 35 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1, sectie A, nr. 549P.
De meldingsaanvraag werd op 09/10/2021 ontvangen.
Bevoegdheid
De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project.
Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.
Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter
Artikel 4.2.4. VCRO:
De verwezenlijking van een ondergeschikte wooneenheid met het oog op de creatie van een vorm van zorgwonen is meldingsplichtig, voor de duur van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), van deze codex:
- De ondergeschikte wooneenheid wordt verwezenlijkt binnen het bestaande bouwvolume van de hoofdzakelijk vergunde woning, waarbij voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
- de ondergeschikte wooneenheid vormt één fysiek geheel met de hoofdwooneenheid;
- de brutovloeroppervlakte van de ondergeschikte wooneenheid maakt ten hoogste één derde uit van de brutovloeroppervlakte van de volledige woning. De ruimten die gedeeld worden met de hoofdwooneenheid, worden niet meegerekend bij het bepalen van de brutovloeroppervlakte van de ondergeschikte wooneenheid;
- De ondergeschikte wooneenheid wordt verwezenlijkt in een bestaand, hoofdzakelijk vergund vrijstaand bijgebouw, waarbij voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
- de brutovloeroppervlakte van de ondergeschikte wooneenheid bedraagt maximaal vijftig vierkante meter;
- er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van een strikt noodzakelijke toegang tot de ondergeschikte wooneenheid;
- de noodzakelijke nutsvoorzieningen van de ondergeschikte wooneenheid takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid;
- de afvoer van het afvalwater van de ondergeschikte wooneenheid sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid;
- Een tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt geplaatst waarin de ondergeschikte wooneenheid wordt verwezenlijkt en waarbij voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
- de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt volledig geplaatst binnen een straal van dertig meter van de hoofdwooneenheid op hetzelfde perceel als de hoofdwooneenheid of op een perceel dat onmiddellijk paalt aan het perceel van de hoofdwooneenheid;
- de tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt op een van de volgende plaatsen geplaatst:
- in de zijtuin, al dan niet vrijstaand, tot op drie meter van de perceelsgrenzen;
- in de achtertuin, al dan niet vrijstaand, tot op een meter van de perceelsgrenzen. De ondergeschikte wooneenheid kan in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht wordt en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt;
- de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale hoogte van 3,5 meter;
- de tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale brutovloeroppervlakte van vijftig vierkante meter;
- er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van de tijdelijke, verplaatsbare constructie zelf en een strikt noodzakelijke toegang tot de tijdelijke, verplaatsbare constructie;
- de plaatsing van de tijdelijke, verplaatsbare constructie gaat niet gepaard met een ontbossing als vermeld in artikel 4, 15, van het Bosdecreet van 13 juni 1990 of met het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, en gebeurt niet in een overstromingsgebied, vermeld in artikel 1.1.2, 10°, a), 10), van deze codex, noch in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied;
- de noodzakelijke nutsvoorzieningen takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid;
- de afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid;
- de plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van drie jaar per hoofdwooneenheid. De duur van de plaatsing kan met een nieuwe melding één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar;
- binnen een termijn van drie maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), van deze codex, worden de tijdelijke, verplaatsbare constructie en de hiervoor aangelegde strikt noodzakelijke toegang verwijderd.
Het beëindigen van de zorgsituatie, vermeld in artikel 4.1.1, 18°, b), is ook meldingsplichtig.
Als de zorgwoning na het beëindigen van de zorgsituatie aangewend zal worden voor de huisvesting van meerdere gezinnen of alleenstaanden is daartoe een voorafgaande omgevingsvergunning voor het wijzigen van het aantal woongelegenheden vereist.
Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:
- 1965/00151: bouwvergunning op 01/09/1965 voor het bouwen van een woonhuis;
- 2006/10351: bouwvergunning op 22/05/2006 voor regularisatie van veranda + overdekking + carport.
Toetsing aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater:
De stedenbouwkundige verordening hemelwater is niet van toepassing.
Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften:
De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied landelijk karakter (deel) en agrarisch gebied (deel).
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurd BPA/RUP.
De aanvraag is niet gelegen in een goedgekeurde verkaveling.
De gevraagde handelingen voldoen niet aan artikel 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:
Sinds 16 augustus 2021 is zorgwonen in een tijdelijke, verplaatsbare constructie meldingsplichtig wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
- De tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt volledig geplaatst binnen een straal van 30m van de hoofdwooneenheid op hetzelfde perceel als de hoofdwooneenheid of op een perceel dat onmiddellijk paalt aan het perceel van de hoofdwooneenheid.
- De constructie werd ingeplant tot op ca. 33,00 meter van de woning.
- De tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt op een van de volgende plaatsen geplaatst:
- In de zijtuin, al dan niet vrijstaand, tot op 3m van de perceelsgrenzen.
- In de achtertuin, al dan niet vrijstaand, tot op 1m van de perceelsgrenzen. De ondergeschikte wooneenheid kan in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht wordt en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt.
- De constructie werd ingeplant tot op ca. 2,00 meter van de perceelsgrenzen.
- De tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale hoogte van 3,5 m.
- Er werd geen inplantingsplan toegevoegd aan het dossier waardoor de hoogte niet bepaald kan worden.
- De tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale bruto vloeroppervlakte van 50m².
- Hieraan wordt voldaan, d constructie heeft een oppervlakte van 35,47m².
- Er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van de tijdelijke, verplaatsbare constructie zelf en een strikt noodzakelijke toegang tot de tijdelijke, verplaatsbare constructie.
- Er werd geen inplantingsplan toegevoegd aan het dossier waardoor de bijkomende verharding niet bepaald kan worden.
- De plaatsing van de tijdelijke, verplaatsbare constructie gaat niet gepaard met een ontbossing, het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, en gebeurt niet in een overstromingsgebied noch in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied.
- Er werd geen inplantingsplan toegevoegd aan het dossier waardoor dit niet bepaald kan worden.
- De noodzakelijke nutsvoorzieningen takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid.
- Er werd geen inplantingsplan toegevoegd aan het dossier waardoor niet bepaald kan worden hoe de aansluitingen op de bestaande nutsvoorzieningen worden uitgevoerd.
- De afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid.
- Er werd geen inplantingsplan toegevoegd aan het dossier waardoor niet bepaald kan worden hoe de aansluiting op de bestaande waterafvoer wordt uitgevoerd.
- De plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van drie jaar per hoofdwooneenheid. De duur kan met een nieuwe melding slechts één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar.
- De aanvraag is voor 36 maanden.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet voldoet aan artikel 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de aktename van het melden van de plaatsing van een tijdelijke zorgunit (regularisatie), zoals voorgesteld op het voorgebrachte plan dat als bijlage aan de aanvraag is verbonden.
Motivatie:
De gevraagde handelingen (plaatsen van een tijdelijke zorgunit) voldoen niet aan artikel 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, aangezien:
- De tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt opgericht tot op ca. 33,00 meter achter de bestaande hoofdwooneenheid in plaats van maximum op 30,00 meter achter de woning;
- Omwille van het ontbreken van een duidelijk inplantingsplan met aanduiding van noodzakelijke informatie kan er geen bepaling worden gedaan van:
- Hoogte van de zorgunit (max. 3,50 meter).
- De hoeveelheid bijkomende verharding naar de zorgunit.
- Reliëfwijziging aanwezig of niet?
- Hoe worden de nutsvoorzieningen aangesloten?
- Hoe wordt het afvalwater/regenwater afgevoerd?
- Rookmelders aanwezig?
De zorgunit werd al geplaatst zonder vergunning. Er dient dan ook een regularisatie te worden gevraagd. Foto’s (3st.) van de geplaatste unit dienen bijgevoegd te worden aan een toekomstig dossier.
In het geval de situatie niet wordt aangepast naar een meldingsplichtige situatie, die vervolgens geacteerd kan worden via een nieuwe meldingsaanvraag, dient er een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor de regularisatie van het plaatsen van de tijdelijke zorgunit.