De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 6 juli 2021 goedgekeurd.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 23 maart 2021 houdende gunning van de opdracht “Doorlichting risico’s en verzekeringspolissen – Begeleiding overheidsopdracht verzekeringen voor lokaal bestuur Zonhoven”.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 31 mei 2021 houdende goedkeuring selectieleidraad en procedure voor de overheidsopdracht verzekeringen.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 1 juni 2021 houdende starten procedure voor de overheidsopdracht verzekeringen.
Het besluit van de gemeenteraad dd. 28 juni 2021 houdende goedkeuring lastenboek voor de overheidsopdracht verzekeringen.
Het selectierapport verzekeringen dd. 5 juli 2021 opgesteld door Aon Belgium bv te Diegem.
De opdracht “Doorlichting risico’s en verzekeringspolissen – Begeleiding overheidsopdracht verzekeringen voor lokale besturen” werd gegund aan AON Belgium bvba, Telecomlaan 5-7 te 1831 Diegem.
De ontwerper AON Belgium bvba heeft in het kader van de opdracht een selectieleidraad verzekeringen opgesteld.
De gemeenteraad dd. 31 mei 2021 besliste de plaatsing van de opdracht “Afsluiten van de volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële Schade, Verzekeringen Aansprakelijkheid, Verzekeringen Auto en Bijstandsverzekering en Gezondheidszorg voor de Gemeente en OCMW Zonhoven” via de mededingingsprocedure met onderhandeling goed te keuren.
Het college van burgemeester en schepenen dd. 1 juni 2021 besliste de plaatsingsprocedure te starten.
De kandidaturen dienden het bestuur ten laatste op 5 juli 2021 om 11.00 uur te bereiken.
De gemeenteraad dd. 28 juni 2021 heeft het lastenboek en diens bijlagen voor de opdracht “Afsluiten van de volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële Schade, Verzekeringen Aansprakelijkheid, Verzekeringen Auto en Bijstandsverzekering en Gezondheidszorg voor de Gemeente en OCMW Zonhoven” goed gekeurd.
Uit het proces-verbaal van de opening van de kandidaatstellingen van 5 juni 2021 blijkt dat volgende kandidaturen werden ontvangen:
- AXA Belgium, Troonplaats 1 te 1000 Brussel
- Belfius Insurance, Karel Rogierplein 11 te 1210 Brussel
- DKV Belgium, Loksumstraat 25 te 1000 Brissem
- Ethias nv, Prins Bisschopsingel 73 te 3500 Hasselt
- MH Advies, Grote Markt 6 te 2800 Mechelen
- P&V Verzekeringen nv, Koningsstraat 151 te 1210 Brussel.
De ontwerper AON Belgium bvba stelde op 5 juni 2021 het selectierapport verzekeringen op.
De ontwerper besluit om volgende kandidaten uit te nodigen om een offerte in te dienen in het kader van de verdere procedure:
- AXA Belgium, Troonplaats 1 te 1000 Brussel
- Belfius Insurance, Karel Rogierplein 11 te 1210 Brussel
- DKV Belgium, Loksumstraat 25 te 1000 Brissem
- Ethias nv, Prins-Bissschopssingel 73 te 3500 Hasselt
- P&V Verzekeringen nv, Koningsstraat 151 te 1210 Brussel.
MH Advies wordt niet geselecteerd, daar niet alle gevraagde documenten toegevoegd werden aan de kandidatuurstelling.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 7 september 2021 om 11.00 uur voorgesteld.
Goedkeuring wordt verleend aan het selectierapport van 5 juni 2021 opgesteld voor de opdracht “Afsluiten van de volgende verzekeringscontracten: Personenverzekeringen, Verzekeringen Materiële Schade, Verzekeringen Aansprakelijkheid, Verzekeringen Auto en Bijstandsverzekering en Gezondheidszorg voor de Gemeente en OCMW Zonhoven” opgesteld door AON Belgium bvba. Het selectierapport in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
De geselecteerde kandidaten AXA Belgium, Belfius Insurance, DKV Belgium, Ethias nv en P&V Verzekeringen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen. Het lastenboek met bijlagen zal aan de kandidaten worden overgemaakt.
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 7 september 2021 om 11.00 uur.
Overeenkomst voor de levering van aardgas door het VEB aan Gemeente Zonhoven.
In uitvoering van de gemeenteraadsbeslissing dd. 31/05/2021, waarbij de gemeente en OCMW Zonhoven een mandaat gaf aan VEB voor de plaatsing van de opdrachten voor de levering van aardgas en groene elektriciteit, dient er een overeenkomst aangegaan te worden met het VEB voor de levering van aardgas.
De overeenkomst vangt aan op 1 januari 2022 en loopt af op 1 januari 2025.
De prijs voor de levering van aardgas bestaat uit de (i) energieprijs, (ii) de kostendekkende vergoeding (KDV), en (iii) de netkosten, heffingen en toeslagen. Voor de berekening daarvan wordt verwezen naar art. 7 en 8 van de overeenkomst in bijlage.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de overeenkomst voor de levering van aardgas door het VEB aan gemeente Zonhoven, zoals toegevoegd in bijlage, goed.
Het gemeenteraadsbesluit dd. 29 april 2019 houdende goedkeuring deelname raamovereenkomst "ICT-aankoopcentrale stad Brugge".
De offerte dd. 14 juni 2021 van Inetum Realdolmen Belgium nv.
De ICT dienst van de gemeente Zonhoven doet het beheer van het computerpark op dit moment volledig manueel. Voor nieuwe installaties, het updaten en uitfaseren van elke toestel zijn manuele acties nodig door ICT-medewerkers of door elke medewerker zelf.
De dienst wenst gebruik te maken van de functionaliteiten binnen de Office 365 abonnementen om zoveel mogelijk taken centraal, vanop afstand en automatisch uit te werken. Nieuwe pc’s kunnen zichzelf automatisch installeren op basis van vooraf ingestelde configuraties, de veiligheid van een toestel kan beter worden gegarandeerd door een centraal beheer van updates, antivirus en applicaties. Ook toegang tot resource kunnen beter worden afgeschermd met extra lagen van veiligheid zonder af te doen aan de flexibiliteit.
Zo werken we verder de grondlaag uit van een “full-cloud” infrastructuur die netwerkonafhankelijk werken, blijvend kan ondersteunen zonder in te boeten op veiligheid.
Om deze functionaliteiten te gebruiken is er een upgrade nodig van de huidige O365 Business Standard licenties naar O365 Business Premium licenties.
Op termijn kunnen tot 300 licenties gebruikt worden om alle functionaliteiten binnen de Business Premium licenties optimaal in te zetten vooraleer omgeschakeld zou moeten worden naar duurdere Enterprise E3 of hogere licenties.
Vervanging van Business standard licenties
O365 Business Standard: € 8,87 excl. btw/gebruiker /maand zal worden vervangen door O365 Business Premium: € 14,05 excl. btw/gebruiker /maand;
Vervanging van McAfee antivirus
McAfee: € 0,73 excl. btw/gebruiker /maand zal worden vervangen door Defender: Inbegrepen in Business Premium.
In het kader van onze raamovereenkomst "ICT-aankoopcentrale stad Brugge" heeft Inetum Realdolmen Belgium nv een offerte overgemaakt voor deze vervangingen, namelijk:
- Eenmalige projectkost: € 8.092,80 excl. btw
- Maandelijks kost: Business Premium € 2.388,50 excl. btw voor 170 gebruikers.
Het visum kan verleend worden volgens art. 266 van het Decreet Lokaal Bestuur: ‘de voorgenomen financiële verbintenissen, die resulteren in een uitgaande netto-kasstroom, zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan’.
De procedure voor deze voorgenomen verbintenis is wettig en regelmatig.
Er zijn in het meerjarenplan 2020-2025 kredieten voorzien voor de aankoop van software.
De prijzen in het besluit zijn excl .BTW. Hierop dient 21 % BTW op toegevoegd te worden.
Deze aankoop heeft een meerkost van € 915,36 (incl. BTW) per maand of € 10.984 (incl. BTW) op jaarbasis .
Tot en met 2025 wordt gerekend op een meerkost van € 49.430 (incl. BTW) dat extra voorzien dient te worden bij de volgende aanpassing van het meerjarenplan.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de offerte dd. 14 juni 2021 van Inetum Realdolmen Belgium nv, Industriezone Zenneveld - A. Vaucampslaan 42 te 1654 Huizingen voor de basis implementatie van O365 Business Premium met Azure AD, Intune en AutoPilot voor de eenmalige kost van € 8.092,80 excl. btw en de maandelijkse kost van € 2.388,5 excl. btw voor 170 gebruikers.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 60.045,10.
Omwille van de nieuwe tariefmethodologie laat Fluvius weten dat het management, bestuurders en aandeelhouders van Fluvius 'ingrijpende maatregelen' moeten nemen om de gezondheid te vrijwaren :
- voorschotten door Fluvius aanvragen en door VREG toegekend krijgen;
- investeringen onder de loep nemen;
- nog meer in (operationele) kosten snoeien;
- dividenden uit de gereguleerde activiteiten vanaf 2022 drastisch verlagen.
Zonder deze maatregelen komt de financiële gezondheid van Fluvius in gevaar.
Fluvius geeft ter info vernieuwde ramingen voor de jaren vanaf 2021, die mogelijks nog bijgestuurd kunnen worden. In de loop van november 2021 wordt de definitieve raming voor 2022 verwacht.
Gezien Fluvius haar reserves dient af te bouwen zullen de dividenden in 2021 stijgen met € 136.438. Vanaf 2022 zullen de dividenden echter sterk dalen. Vanaf 2025 wordt verwacht dat ze stabiel zullen blijven op het niveau van 2025.
Voor de periode van het huidig meerjarenplan (tot en met 2025) voorziet Fluvius voor de gemeente Zonhoven momenteel een daling van de dividenden met € 828.880.
| nieuwe | |||
| jaar | raming MJP | vooruitzichten | verschil |
| 2021 | 977 669 | 1 114 107 | 136 438 |
| 2022 | 977 669 | 808 994 | -168 675 |
| 2023 | 977 669 | 757 614 | -220 055 |
| 2024 | 977 669 | 761 435 | -216 234 |
| 2025 | 977 669 | 609 095 | -368 574 |
| -828 880 |
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de mededeling van Fluvius dat in het kader van de nieuwe tariefmethodologie vanwege de VREG de dividenden vanaf 2022 sterk zullen dalen om de financiële gezondheid van Fluvius te vrijwaren. Voor de gemeente Zonhoven betekent dit een daling van de verwachte ontvangst van € 828.880 voor het huidig meerjarenplan.
Vraag m.b.t. campers op parking GC Tentakel.
De jeugddienst deed navraag over de situatie:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de jeugdraad.
Het bestek voor de opdracht “Elektronische veiling van uit dienst gestelde roerende goederen” opgesteld door de dienst contractmanagement.
De inventaris van de te verkopen goederen.
Materialen die het gemeentebestuur niet meer nodig heeft voor haar werking zullen openbaar worden verkocht. Hiervoor dient een externe firma een elektronische veiling te organiseren.
In het kader van de opdracht “Elektronische veiling van uit dienst gestelde roerende goederen” werd een bestek opgesteld door de dienst contractmanagement.
De waarde van deze opdracht wordt geraamd op € 8.264,46 excl. btw of € 10.000,00 incl. 21 % btw, waardoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is op basis van de definitie van het begrip dagelijks bestuur zoals vastgelegd door de gemeenteraad in zitting van 25/03/2019. Deze waarde is geen directe uitgave van de gemeente maar een percentage dewelke het veilinghuis op de verkochte goederen zal kunnen innen en aldus de waarde en raming bepaalt in de zin van de wetgeving overheidsopdrachten.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 24 augustus 2021 om 11.00 uur voorgesteld.
Financieel advies is positief gelet op het verminderen van de afvalberg en bijkomende inkomsten.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het bestek en de raming voor de opdracht “Elektronische veiling van uit dienst gestelde roerende goederen”, opgesteld door de dienst contractmanagement, goed te keuren. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 8.264,46 excl. btw of € 10.000,00 incl. 21 % btw.
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- I&O-Auctions bvba, Pieter De Nefstraat 2 te 2300 Turnhout
- BVA Auctions België, Desguinlei 22 bus 3 te 2018 Antwerpen
- Lussis M&N Verkoopzaal, Hasseltsesteenweg 544 te 3700 Tongeren
- Vavato Belgium, Passtraat 15 te 9100 Sint-Niklaas.
De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 24 augustus 2021 om 11.00 uur.
Op 27 mei 2021 verleende de deputatie aan KONINGS nv, Beringersteenweg 98 te 3520 Zonhoven, een vergunning onder voorwaarden voor het project 'Konings Zonhoven - site K1 - verhoging productiecapaciteit' voor de verandering door uitbreiding en wijziging van de inrichting voor het produceren van dranken (site K1) met inrichtingsnummer: 20180809-0062.
Als antwoord op de ongunstige adviezen van Water en Domeinen, de gemeente en de provinciale desk RO werd er een aangepast voorstel uitgewerkt door de architect waarbij voldoende buffer- en infiltratievoorziening wordt voordien, in overeenstemming met de stedenbouwkundige vergunning van 2012.
KONINGS nv vroeg een bijzondere voorwaarde op te leggen waarin een termijn van een jaar voorzien wordt voor de kwalitatieve uitvoering van de werken (of een alternatief goedgekeurd plan) met eenzelfde garantie voor buffering en infiltratie.
Uitbreiding van de bestaande buffer- en infiltratievoorzieningen:
Volgens de recent toegekende omgevingsvergunning voor de vestiging aan de Alkenhoofseweg, dient KONINGS nv
zijn huidige buffer- en infiltratiecapaciteit nog met +/- 350m³ te vergroten.
Na overleg met de Provincie is het alternatieve idee ontstaan om de mogelijkheid te onderzoeken deze uitbreiding van infiltratiebekken niet te voorzien op het huidige bedrijfsterrein K2 aan de Alkenhoofseweg, maar op de kadastrale percelen met als nummers 515-516-517 in te plannen. Dit kan tevens een oplossing betekenen voor de opvang van hemelwaterpieken, die via het gemeentelijke rioleringsstelsel worden afgevoerd. Omwille van de hoge waterstand / moeilijke infiltratie en de nood om het hemelwater maximaal in het vijvergebied te krijgen, is het idee geopperd om een buffervijver met een knijpleiding aan te leggen in het huidig recreatie gebied. Deze aangelegde bufferzone kan ingericht worden als parkzone die tijdens perioden van droogte en normale regenval kan worden opengesteld voor omwonenden en op die manier een meerwaarde kan betekenen voor de buurt. Graag wil KONINGS nv in overleg met de gemeente deze gronden verwerven en dit project realiseren. De Provincie geeft een periode van één jaar om de nodige aanvragen te doen om dit project te realiseren.
Eigendomstoestand kadastrale percelen: (zie ook plan projectzone in bijlage)
Het geheel der percelen wordt als 'projectzone' benoemd bij de verdere bespreking.
Ligging volgens gewestplan:
De projectzone is deels gelegen in woongebied en deels in recreatiegebied:
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De recreatiegebieden zijn bestemd voor het aanbrengen van recreatieve en toeristische accommodatie, al dan niet met inbegrip van de verblijfsaccommodatie. In deze gebieden kunnen de handelingen en werken aan beperkingen worden onderworpen teneinde het recreatief karakter van de gebieden te bewaren (artikel 16 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen).
Advies vanuit de gemeentelijke administratie:
Op dinsdag 8 juni 2021 vond er een overleg plaats tussen Luc Nulens (CEO KONINGS nv), Frederick Vandeput (schepen bevoegd voor o.a. Ruimtelijke Ordening), Kristel Ceulemans (deskundige Milieubeleid), Ann Biesmans (diensthoofd Vergunningen en Handhaving) en Michael Vanderhoydonk (afdelingshoofd Ruimte).
Een eerste analyse vanuit de afdeling Ruimte levert volgende bevindingen op:
Verdere analyse door de dienst Contractmanagement levert volgende informatie op:
De afdeling Ruimte merkt nog op dat het afschaffen van de gemeenteweg op het stuk openbaar domein niet wenselijk is, gezien deze nog een verbindende functie heeft in kader van bereikbaarheid en ontsluitbaarheid van de achterliggende percelen grond, zoals bv. 3de afdeling sectie F 522 N, F 525 A en F 526 B.
Conclusie:
Op basis van bovenstaande argumentering volgt een voorwaardelijk gedeeltelijk gunstig advies vanuit de afdeling Ruimte voor de aanleg van een buffer- en infiltratievoorziening door KONINGS nv.
Er volgt een ongunstig advies voor de aanleg van een buffer- en infiltratievoorziening op percelen grond in privé eigendom van de gemeente Zonhoven of op openbaar domein, omdat de gemeente niet onderhands privé eigendom kan verkopen en omdat het afschaffen van de gemeenteweg op het stuk openbaar domein niet wenselijk is.
Maar uiteraard staan we niet weigerachtig tegenover de goede intenties vanwege KONINGS nv om te willen voldoen aan de gestelde voorwaarden uit de afgeleverde omgevingsvergunning. Echter kan de gemeente daartoe geen privé eigendom of openbaar domein beschikbaar stellen. De gemeente is bijgevolg geen "rechtstreeks" betrokken partij en dus staat het KONINGS nv vrij om met particuliere eigenaars het gesprek aan te gaan in kader van de verwerving van percelen grond voor de realisatie van een buffer- en infiltratievoorziening.
We adviseren daarom voorwaardelijk gunstig voor de realisatie van een buffer- en infiltratievoorziening op gronden die KONINGS nv van één of meerdere particuliere eigenaars weet te verwerven. Uiteraard dient KONINGS nv voorafgaandelijk aan de realisatie een omgevingsvergunning aan te vragen en te verkrijgen. Deze buffer- en infiltratievoorziening kan niet gekoppeld worden aan een publiek toegankelijke parkzone, aangezien het verplicht publiek toegankelijk maken van percelen grond in privé eigendom een te grote schending zou betekenen op het juridische eigendomsrecht. Verdere afstemming met ANB wordt noodzakelijk geacht.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van KONINGS nv voor de aanleg van een buffer- en infiltratievoorziening naast het huidige bedrijfsterrein K2 aan de Alkenhoofseweg.
Het college van burgemeester en schepenen volgt deels het advies van de gemeentelijke administratie en gaat op dit moment niet akkoord met de aanleg van een buffer- en infiltratievoorziening door KONINGS nv op percelen grond in privé eigendom van de gemeente Zonhoven of op openbaar domein, gezien hiervoor eerst nog een aantal stappen dienen gezet te worden (onder meer onttrekken van gemeentelijk eigendom uit het openbaar domein, mogelijke openbare verkoop perceel in eigendom van de gemeente, aanwezigheid gemeenteweg...).
Er wordt voorwaardelijk akkoord gegaan met de realisatie van een buffer- en infiltratievoorziening op gronden die KONINGS nv van één of meerdere particuliere eigenaars weet te verwerven. Uiteraard dient men daartoe voorafgaandelijk een omgevingsvergunning aan te vragen en te verkrijgen. Deze buffer- en infiltratievoorziening kan echter niet kaderen binnen de aanleg van een (semi-)publiek toegankelijke parkzone, aangezien het verplicht publiek toegankelijk maken van percelen grond in privé eigendom een te grote schending zou betekenen op het juridische eigendomsrecht. Verdere afstemming met ANB én de creatie van een zo natuurlijk mogelijke stapsteen die connecteert met het aanwezige vijvergebied worden noodzakelijk geacht.
Het college van burgemeester en schepenen suggereert aan de firma Konings nv om in overleg te gaan met de buurtbewoners. Indien er een onderling akkoord is en de firma Konings concreet de vraag stelt kan er overwogen worden de gemeenteweg af te schaffen (indien dit geen private percelen zou ontoegankelijk maken). Ook is het college van burgemeester en schepenen in dat geval bereid gronden uit het openbaar domein te onttrekken en in private eigendom van de gemeente te nemen. Het college van burgemeester en schepenen staat er tenslotte voor open private gronden van de gemeente openbaar te verkopen. Indien de firma Konings deze gronden van de gemeente zou verwerven, wordt er, naast hoger aangehaalde voorwaarden, eveneens de verplichting opgelegd, via notariële akte, hier een publiek toegankelijke parkzone te creëren, in beheer en onderhoud van de firma.
Historiek
Op 22/12/2015 werd door de deputatie aan Ipon NV en Liburni NV een verkavelingsvergunning met ref. nr. 1192.E.874.2 verleend voor het verkavelen van gronden gelegen in het binnengebied Herestraat-Batenstraat-Klapstraat op het kadastraal perceel afd. 3 sectie E nr(s) 804B, 817K, 820D, 823C, 824E, 802D, 790K2, 790N2, 790S2, 803P, 804B.
Verkavelingsvoorschriften
De verkavelingsvoorschriften voor lot 32 bepalen dat centraal gelegen binnen het project, omgeven door wegenis, pleinfunctie en nieuw te creëren woonkavels, het lot 32 voorzien is in functie van de realisatie van één of meerdere meergezinswoningen binnen één architecturaal concept. Door de gekozen ligging van dit lot 32 en de opbouw van de wegenis, pleinfuncties, de afmetingen van dit lot, ... is een verdichting mogelijk, zonder grote hinder te doen ontstaan naar de omgeving. Tevens blijft het voorgestelde volume beperkt tot maximaal 2 volwaardige bouwlagen wat overeenkomt met de voorziene ééngezinswoningen op de overige loten. Door de ligging van deze projectzone aan de voorzijde van de overige loten ontstaat tevens geen privacy hinder binnen eigen project. De ontwikkeling van dit lot gebeurt in zijn totaliteit. De bouw zelf kan gefaseerd uitgevoerd in geval van afzonderlijke bouwvolumes. Men voorziet meerdere woningen binnen één architecturaal concept met een maximum van 13 woonentiteiten op het gehele lot 32. Nevenbestemmingen zijn niet toegelaten. Vrijstaande bijgebouwen zijn volledig verboden. Alle voorzieningen dienen inpandig in het hoofdvolume gerealiseerd te worden, zoals ondergrondse garages, inpandige bergingen i.f.v. tuin, meterlokaal, fietsenstallingen, afval/recyclageruimte.
Last sociaal wonen
Door Kempisch Tehuis werd in het verleden geclaimd dat Liburni/Ipon lot 32 van de verkaveling diende te ontwikkelen i.k.v. sociale woningbouw. Echter, het decreet grond- en pandenbeleid is door het Grondwettelijk Hof vernietigd, met als gevolg dat er geen last sociaal wonen kan worden opgelegd. Liburni heeft destijds op vrijwillige basis aangeboden alsnog een sociale last te willen opnemen, buiten de vernietigde socialelastenregeling om, rekening houdend met enkele specifieke voorwaarden. In zitting van 25/02/2014 verklaarde de gemeente zich hiermee principieel akkoord, doch werd daarbij gesteld dat het college niet wenst tussen te komen in de wijze waarop deze verbintenis ten uitvoer zal worden gebracht. Volgens ingewonnen juridische advies blijkt dat hieruit voortvloeit dat de gemeente door het nemen van deze beslissing weinig tot niets nog te zeggen heeft over die sociale last. Tenzij er andere wetgeving zou bestaan die de verkavelaar hier toe zou verplichten, kunnen wij als gemeente niet eisen dat eender welke sociale last nog moet worden opgenomen. In de vergunning die de provincie destijds afleverde, zit bovendien geen last sociaal wonen vervat. Het gegeven dat verkavelaar en Kempisch Tehuis het niet eens raken over de verkoopprijs, is een geschil tussen derden waar wij als gemeente niets mee te maken hebben, tenzij er andere wetgeving zou spelen waarvan we niet op de hoogte zijn. Als er nooit duidelijke afspraken zijn gemaakt tussen verkavelaar en Kempisch Tehuis d.m.v. een overeenkomst of iets dergelijk -de gemeente heeft hier alleszins geen weet van- dan kan de verkavelaar de onderhandelingen met Kempisch Tehuis stopzetten en andere mogelijkheden onderzoeken, maar in geen geval zijn wij als gemeente betrokken partij tussen Kempisch Tehuis en verkavelaar.
Nieuw ontwerpvoorstel
Gezien deze context heeft de gemeente zich open gesteld voor een nieuw voorstel voor lot 32. Tijdens een overleg dat plaatsvond op 11 september 2020 werd geopperd om geschakelde eengezinswoningen te voorzien (via groepswoningbouw) en af te stappen van traditionele appartementstypologie zoals voorzien voor deze locatie. Deze keuze impliceert echter een bijstelling van de bestaande verkaveling. Deze piste vormde het vertrekpunt voor een nieuw ontwerpvoorstel uitgewerkt door Liburni/Ipon. Tijdens deze bespreking werd ook gemeld dat men bereid zou zijn om mee te denken in een concept waarbij enkele woningen via SVK Pro kunnen worden aangeboden. Deze piste dient nog verder uitgeklaard te worden.
Het ontwerpvoorstel dat werd besproken met de dienst kenmerkt zich als volgt:
Advies van de dienst
De dienst adviseert het voorgestelde concept voor een nieuwe ontwikkeling op lot 32 van verkaveling Drieskensveld met als referentie 1192.E.874.2 positief, waardoor er principieel goedkeuring wordt verleend aan de verdere uitwerking van een concept waarbij via groepswoningbouw geschakelde eengezinswoningen worden voorzien in plaats van traditionele appartementstypologie zoals juridisch vastgelegd in de verkavelingsvoorschriften. Liburni/Ipon dient hiertoe eerst een bijstelling van de verkaveling aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorgestelde concept voor een nieuwe ontwikkeling op lot 32 van verkaveling Drieskensveld met als referentie 1192.E.874.2.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de dienst en verleent principieel goedkeuring aan de verdere uitwerking van een concept waarbij via groepswoningbouw geschakelde eengezinswoningen worden voorzien op lot 32 van vermelde verkaveling in plaats van traditionele appartementstypologie zoals juridisch vastgelegd in de verkavelingsvoorschriften. Liburni/Ipon dient hiertoe eerst een bijstelling van de verkaveling aan te vragen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontwerpproject-MER 'Uitbreiding productiecapaciteit en hervergunning Limelco' en van het advies van de afdeling stadsontwikkeling:
"Ontwerpversie project-MER 'Uitbreiding productiecapaciteit en hervergunning LIMELCO'
Limelco is een zuivelverwerkend bedrijf dat melk, aangeleverd vanuit landbouwbedrijven, verwerkt tot diverse eindproducten zoals verse kaas, melk geschikt voor menselijke en dierlijke consumptie, proteïnedranken en desserten. Samen met de productieverhoging gaat een verhoging van het grondwaterverbruik gepaard. Het afvalwater wordt gezuiverd in de eigen afvalwaterzuiveringsinstallatie, daterend van de jaren 70. Een nieuwe zuivering zal gebouwd worden op het terrein (omgevingsvergunning reeds bekomen).
De basisvergunning van het bedrijf eindigt op 15 mei 2022. Het project-MER heeft betrekking op de hervergunning en valt onder volgende categorieën van bijlage II:
7 b) Inrichting voor het conserveren van dierlijke en/of plantaardige producten met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer;
7 c) zuivelfabrieken met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer.
Het advies m.b.t. het project-MER luidt als volgt:
Het bedrijf dient toekomstgericht in te zetten op het verduurzamen van haar activiteiten, op diverse domeinen.
Qua waterverbruik wordt vermeld dat er geen mogelijkheid is tot hergebruik van hemelwater. Waarop wordt dit gebaseerd? Het feit dat het een levensmiddelenbedrijf is, waarbij de producten of stoffen voor menselijke consumptie niet in aanraking mogen komen met hemelwater, sluit niet uit dat er geen hergebruik van hemelwater toegepast kan worden op de projectsite. Het bedrijf moet de oefening maken welke laagwaardige toepassingen als bron hemelwater kunnen krijgen.
Hetzelfde geldt voor haar energieverbruik. Het bedrijf dient in te zetten op energietransitie. Momenteel gebruikt het bedrijf voor geen enkele toepassing duurzame energieverbruik. Onderzoek moet uitwijzen welke installaties/toepassingen gevoed kunnen worden met hernieuwbare energiebronnen.
Nagenoeg 70% van de personeelsleden van het bedrijf komt met de wagen. Het bedrijf dient stimulerende maatregelen te treffen zodoende het personeel kiest voor duurzame verplaatsingen.
Geluid:
Betreffende het geluid van de ‘continue’, bestaande geluidsbronnen, wordt aangehaald dat een verregaande geluidssanering niet noodzakelijk is gezien de richtwaarde met minder dan 10 dB(A) wordt overschreden. Maatregelen aan de bron worden wel genomen.
Gezien de omsloten ligging van het bedrijf in woongebied, de niet-gerealiseerde bufferzone volgens het geldende BPA, de continue klachten van de omwonenden, kan hier niet mee akkoord gegaan worden.
Ongeacht het feit dat het bedrijf geen verplichting heeft om te saneren bij een richtwaarde minder dan 10 dB(A) EN bij maatregelen aan de bron, dient het bedrijf alsnog maximaal in te zetten op geluidssanering. Het bedrijf heeft immers een lange termijn intentie op deze locatie, gelet op haar lopende hernieuwingsaanvraag. Het is in het belang van het bedrijf en de omwoners dat verder gegaan worden dan louter de wettelijke verplichting. Vandaar dat in een saneringsplan de bestaande geluidsbronnen beschouwd worden als zijnde nieuwe geluidsbronnen.
Mobiliteit
Door de betekenisvolle toename van het goederentransport (65%) naar en van Limelco is er een bezorgdheid voor de veiligheid van de zwakke weggebruikers ter hoogte van de rotondes met aanliggend fietspad (Genkerbaan, Grote Hemmenweg) en de los/laadzone t.h.v. de Genkerbaan. De dienst mobiliteit adviseert het bedrijf inspanningen te leveren die een impact hebben op de veiligheid van deze weggebruikers. Dit kan o.a. via:
Ruimtelijke inpasbaarheid:
De ligging van het bedrijf is een historisch gegeven. De verdere ontwikkeling rond de site brengen meer conflicten met zich mee. Om dit enigszins tegemoet te komen werd in 1985 het BPA Genkerbaan goedgekeurd, met een partiële wijziging in 1999. Het BPA voorziet een bufferzone waarbij artikel 12 van het BPA volgende weergeeft:
"Art. 12 Bufferzone: Een groene bufferzone is verplicht op de aangeduide plaatsen. Zij heeft een esthetische en afschermende functie Om deze afschermende functie te kunnen vervullen moet de beplanting een dichte structuur hebben, opgebouwd uit een bodembedekkende kruidlaag, heestermassieven en hoogstammig groen. Bij een geringe breedte (-5.00m) is het aanplanten van een haag of de plaatsing van een draadafsluiting in combinatie met klimplanten verplicht, ter vervanging van de gelaagde beplanting. de landschappelijke waarde van deze zones zal verhoogd worden door het gebruik van streekgroen, ecologisch groen als ook door haar esthetisch uitzicht.
Indien de breedte van de buffer 5.00 m of meer bedraagt zullen de beplantingen gerealiseerd worden op een aarden wal met een minimum hoogte van 1.50 m.
De beplanting moet permanent zijn over de volledige oppervlakte van de zone met de noodzakelijke verscheidenheid om haar functie te vervullen. Enkel normale snoeiingen, onderhoud en vervanging zijn toegelaten.
Het doorbreken van de bufferzone is in geen geval toegelaten, ook niet om een toegang tot de zone voor ambachtelijke bedrijven te realiseren, uitgezonderd daar waar op het plan een ontsluiting is aangeduid en onder voorwaarden zoals deze in de betreffende voorschriften zijn bepaald.
Alle bebouwing, reclame of stapelen van materialen erin is verboden."
Het bedrijf heeft steeds als standpunt aangehouden dat ze niet kunnen voldoen aan de realisatie van de bufferzone aangezien de percelen (merendeel) in privé-eigendom is. Dit is inderdaad correct. Echter, is het de taak van het bedrijf om alsnog actief te werken om de bufferzone trachten te realiseren, hetzij met aankoop van de aan te planten gronden, hetzij met een ander soort overeenkomsten. Immers heeft deze bufferzone als functie dat de hinder en impact van het bedrijf op de bewoning beperkt wordt. Hier dient het bedrijf dringend werk van te maken.'
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het advies van de afdeling en laat dit geworden aan de dienst MER.
Het perceel 269E is gelegen in een gebied voor dagrecreatie conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk 03/04/1979.
Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.
Op deze locatie werden volgende stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:
- 23/06/1980: Bouwen van een tennislokaal, centraal gebouw, voetballokaal (1980/00046)
- 02/09/1998: Verbouwen van voetbalkantine (1998/07897)
- 24/05/2005: Uitbreiden van de voetbalkantine (2005/09872)
Uit het schrijven van de notaris blijkt dat op het lot 1 (18a43ca), zoals weergegeven op het opmetingsplan van landmeter-expert Gillissen Guy (d.d. 21/01/2021), een recht van opstal zal gevestigd worden en dit met als doel het bouwen van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune.
Het opstalrecht zal gevestigd worden in het voordeel van vzw Zonhoven United.
De bestemming van het perceel blijft ongewijzigd.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de voorgestelde vestiging van opstalrecht op het lot 1 (18a43ca), zoals weergegeven op het opmetingsplan van landmeter-expert Gillissen Guy (d.d. 21/01/2021) en dit met als doel het oprichten van een gebouw met kleedkamers, kantine en tribune.
Het perceel 2de afdeling, sectie C, nrs. 913F is voor de eerste 50m gelegen in een woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979. Na de 50m is het perceel gelegen in een agrarisch gebied.
Het perceel is binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk gelegen.
Er gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften op dit terrein.
Op het perceel 913F werd op 24/10/2017 een stedenbouwkundige vergunning (2017/00151) afgeleverd voor het bouwen van 4 halfopen woningen. Volgens de notaris zijn de woningen reeds opgetrokken tot wind- en waterdichte toestand en wordt de verkoop casco beschreven.
De splitsing beoogt iedere woning zelfstandig te maken en onafhankelijk van elkaar.
Er bestaat geen bezwaar tegen het principe van de opdeling in 4 afzonderlijke loten.
In de voorafgaandelijk geweigerde splitsingsaanvraag 2021/00012/SPLITSING bleek dat de afmetingen van de percelen op het opmetingsplan van de landmeter afweken van het inplantingsplan opgesteld door de architect en vergund in 2017. Volgens de landmeter is er minder bouwbreedte aanwezig dan de architect voorzag. Het vermoeden bestond dat de zijdelingse tuinzones niet gerespecteerd bleven.
Om die reden werd de voorgaande splitsingsaanvraag geweigerd en gevraagd om de afmetingen van de zijdelingse perceelsgrenzen toe te voegen aan het opmetingsplan van de landmeter.
Uit het delingsplan dat bij deze aanvraag werd gevoegd blijkt echter dat de afmetingen van de zijtuinstroken gerespecteerd blijven. Ze beschikken zelfs over meer dan 3m.
Uit de voorliggende gegevens blijkt dus dat de totale breedte van het terrein iets minder is dan op het vergunde bouwplan voorzien was. De zijtuinstroken werden ruimer voorzien dan vergund. Doordat het bouwprogramma een aaneenschakeling van bebouwing omvat is het dus niet mogelijk dat de bebouwing opgericht werd zoals vergund. Op basis van het delingsplan is niet mogelijk af te leiden op welk lot dit verschil zich situeert.
Een regularisatie dringt zich op. Zeker gezien de afmetingen van bepaalde loten al flirten met de minimale perceelsbreedtes.
De regularisatie dient bekomen te worden vooraleer er een verkoop mag plaatsvinden, zodat de nieuwe koper niet de gevolgen moet dragen van een bouwovertreding welke gemaakt werd door de verkoper, en van eventuele voorwaarden in de regularisatie.
Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 2de afdeling, sectie C, nrs. 913F in 4 loten voor individuele woningen gezien het opmetingsplan van de landmeter weergeeft dat het totale perceel beperkter in breedte is dan de vergunningstoestand.
Gezien in de stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 een maximale benutting van de bouwbreedte vergund werd en volgens het plan van de landmeter de zijtuinstroken over meer dan 3m beschikken kan het vergunde bouwprogramma niet gerealiseerd zijn op het beschikbare terrein. De woningen zouden reeds opgericht zijn. Het is onduidelijk op welke loten een aanpassing van de bouw uitgevoerd werd.
De regularisatie dient bekomen te worden vooraleer er een verkoop mag plaatsvinden, zodat de nieuwe koper niet de gevolgen moet dragen van een bouwovertreding welke gemaakt werd door de verkoper, en van eventuele voorwaarden in de regularisatie.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Holsteenweg op zaterdag 28 augustus 2021 uit te vaardigen.
Van zaterdag 28 augustus 2021 te 08.00 uur tot zondag 29 augustus 2021 te 01.30 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Holsteenweg tussen de Hengelhoefseweg en de Koningsbergweg (Holsteenweg tussen huisnummers 21 en 29B).
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden: Kapelbergweg – Holsteenweg – Koningsbergweg – Holsteenweg en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het gemeentedecreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Kapelhof op zaterdag 7 augustus 2021 uit te vaardigen.
Van zaterdag 7augustus 2021 te 19.30 uur tot zondag 8 augustus 2021 te 06.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in Kapelhof tussen Grote Eggestraat en Kapelhof 9 (doorsteek).
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden: Grote eggestraat – Klapstraat – Batenstraat – Herestraat.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake zomerstraat Grote Hemmenweg op woensdag 21 juli 2021 uit te vaardigen.
Op woensdag 21 juli 2021 tussen 09.00 en 17.30 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Grote Hemmenweg tussen de rotonde Boddenveldweg en de Katschotseweg.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden:
Grote Hemmenweg – Boddenveldweg – Oppelsenweg – Katschotseweg en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet Lokaal Bestuur.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
De fietsbeugels op het fietspad Sprinkwaterstraat werden geplaatst om de fietser te signaleren dat hij/zij een kruispunt nadert en dus moet afremmen om veilig over te steken. Sinds de plaatsing ontvangt de dienst mobiliteit echter regelmatig meldingen over gevaarlijke situaties bij het manoeuvreren tussen deze beugels door de fietsers (bijv. ook via de route2school app): o.a. valpartijen zijn het gevolg van het niet vlot uitvoeren van de slalombeweging tussen deze beugels. Bovendien blijkt de doorgang te smal voor buitenmaatse fietsen (riksja, bakfietsen,..) die als gevolg hiervan geen gebruik kunnen maken van dit fietspad.
Het fietspad Sprinkwaterstraat maakt deel uit van het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) en is een belangrijke fietsroute naar de scholen. Andere vrij liggende fietspaden in Zonhoven die deel uitmaken van dit BFF netwerk hebben deze beugeluitrusting niet.
Het vademecum fietsvoorzieningen stelt als algemene aanbeveling dat het plaatsen van obstakels (o.a. paaltjes) op het fietspad om de fietser te attenderen op de nadering van een kruispunt niet aanvaardbaar zijn. Op fietssnelwegen is de aanbeveling zelfs om nooit obstakels te plaatsen.
Mogelijk alternatief voor de fietsbeugels is een aangepaste belijning aanbrengen (bijv. ribbelmarkering in koudplast) die de fietser attent maakt op het naderend kruispunt en die ook effectief voelbaar is via een ribbelmarkering. Dit is volgens de aanbevelingen in het fietsvademecum de voorkeurssituatie. Een andere mogelijke aanpassing die de slalombeweging gemakkelijker maakt, is het verder uit elkaar zetten van de bestaande beugels. De passage van buitenmaatse fietsen blijft echter in dit geval een probleem omwille van een te smalle doorgang t.h.v. de doorgang aan de beugel.
Advies van de dienst mobiliteit
Het weghalen van de beugels op het fietspad geniet de voorkeur. Deze aanpassing is conform de aanbevelingen van het vademecum fietsvoorzieningen en biedt ook een oplossing voor de buitenmaatse fietsen die momenteel geen gebruik kunnen maken van dit fietspad.
We adviseren wel om de nodige belijning te voorzien die de fietser attent maakt op het naderen van een kruispunt (zie bijlage).
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de fietsbeugels in de Sprinkwaterstraat (ter hoogte van de ovonde Kleine Hemmenweg, kruispunt Grote Hemmenweg, kruispunt Genkerbaan, Kruispunt Gulden Boomkensweg) niet te verwijderen gezien dit de beste oplossing is op vlak van de verkeersveiligheid.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het plaatsbezoek met het studiebureau Arcadis, diensten patrimonium en milieubeleid en ANB. De aanleiding was de ingediende projectaanvraag bij ANB voor de plaatsing van 3 paddentunnels (goedkeuring CBS in zitting van 16.03.2021). Er werd immers beslist om tesamen met de geplande rioleringswerken 2 tunnels in de Ballewijerweg en 1 te Molenschansweg te plaatsen. De raming van de 3 tunnels werd geschat op 30.000 euro.
Aan het studiebureau werd gevraagd verder te onderzoeken of geleidingswanden kunnen en de kostprijs hiervan. Geleidingswanden zijn een noodzaak gezien de open grachten en de beperkte breedte van de wegbermen. De begeleidingselementen worden beperkt in lengte en dit tot 1 zijde van de wegen. Het feit dat begeleidingswanden voorzien moeten worden, heeft een impact op de kostprijs.
De totale kostprijs wordt geschat op 107.930 euro (25.300 euro voor de tunnels, het overige voor de geleidingswanden, roostergoot voor de inritten). In bijlage de kostenraming.
Het minimum subsidiebedrag bedraagt 50%.
Nota dienst:
Het realiseren van deze 3 tunnels zorgt ervoor dat we een verbinding krijgen tussen het Welleke, Ballewijer en de toekomstige vijver ikv LIP. De jaarlijkse paddenoverzetactie kan wegvallen. De werken worden uitgevoerd ikv het rioleringsproject de Ballewijerweg en Molenschansweg en kunnen vervat worden in dezelfde kostenraming.
Dienst patrimonium geeft mee dat, ongeacht het feit dat de amfibietunnels er wel of niet komen, er een keerwand (38380 euro) voorzien moet worden doordat de gracht heel dicht tegen het nieuwe fietspad komt te liggen. Het voordeel van de subsidieaanvraag is dat de keerwand (in de vorm van een begeleidingselement voor de amfibieën) mee gesubsidieerd wordt via ANB. Ook de kopmuren waar inritten of toegangen moeten behouden worden (€4000) wordt gesubsidieerd door ANB. Op de Molenschansweg moeten we de keerwand wel enkel en alleen voor de padden plaatsen. In bijlage de plannen.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de gewijzigde raming en maakt dit over aan ANB ikv de projectaanvraag.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de milieuraad van 9 juni jl. Zie bijlage.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de milieuraad van 9 juni jl.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van een stand van zaken van het bomenplan.
Het is wens van het college om deze legislatuur 500 bomen aan te planten op openbaar domein of gemeentegrond.
Een overzicht van de huidige stand van zaken:
2019: aanplant van 50 klimaatbomen (dit zijn bomen die we gratis krijgen van Centrum Duurzaam Groen);
2020: aanplant van 49 klimaatbomen en 122 andere bomen (171 in totaal);
2021: project ingediend om 57 klimaatbomen aan te planten (goedkeuring moet nog bekomen worden van CDG) en 124 andere bomen (181 in totaal) - in bijlage de lijst van aanplant die dit jaar nog gerealiseerd wordt.
Vanaf 2019 tem dit jaar zullen er 402 bomen aangeplant worden. Het streefdoel van 500 bomen zal hoogstwaarschijnlijk behaald worden.
Nota dienst:
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stand van zaken van het bomenplant en de aanplant van dit jaar.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het voorstel van de dienst om perceel 2de afd, sectie C, nr. 656d2 aan te planten.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verwijderen van niet vergunde constructies (verhardingen, carport, afdak), het bouwen van een veranda en afdak, de aanleg van verhardingen en het wijzigen van de bestemming garage naar leefruimte met voorgevelwijziging.
De aanvraag werd op 07/05/2021 ontvangen en op 03/06/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
In navolging van art. 83 van het omgevingsvergunningsbesluit:
Als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom, vraagt het bevoegde bestuur met een beveiligde zending het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen. Die eigenaars bezorgen hun standpunt binnen een vervaltermijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de dag van ontvangst van het verzoek om een standpunt van het bevoegde bestuur, aan het bevoegde bestuur dat erom gevraagd heeft.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verhardingen in de voortuinstrook, een bijgebouw van 58m² in de voortuinstrook, verhardingen in de rechter zijtuinstrook en achtertuin en een terrasoverdekking van 33m² aan de achterzijde van de woning.
Deze wederrechtelijk opgerichte/ uitgevoerde constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
De nieuwe terrasoverdekking komt tot tegen de linker perceelgrens, tot boven de bestaande scheidingsmuur.
Er werden geen standpunten, bezwaren of opmerkingen ingediend.
ADVIEZEN
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woonuitbreidingsgebied.
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.
Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.
De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.
Door de opmaak van het BPA en het afleveren van de vergunningen voor sociale (groeps-) woningbouw, is de inrichting van het gebied gekend.
De aanvraag is niet gelegen in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het bijzonder plan van aanleg BPA Centrum 1 – sociale woningbouw goedgekeurd op 10 juni 1974.
Het perceel kreeg als bestemming sociale woningbouw.
Er zijn geen overige voorschriften van toepassing.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.5° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het plaatsen van afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin zonder voorwerp.
Volgens art. 2.1.8° van dit besluit geldt ook de vrijstellingsplicht voor niet-overdekte constructies van minder dan 80 m² in de zij- en achtertuin voor zover zij aangebracht worden op minstens 1 m van de perceelscheiding. Het looppad in zij- en achtertuin van 26m² is niet vergunningsplichtig.
Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit niet vergunningsplichtig. Als strikt noodzakelijke kan hier de oprit tot de garage (3m breed) en het toegangspad naar de inkom (1m breed) in aanmerking genomen worden.
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het plaatsen van afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin, de aanleg van het looppad in zij- en achtertuin van 26m², de oprit tot de garage (3m breed) en het toegangspad naar de inkom (1m breed) in de voortuinstrook.
Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Er werd advies gevraagd aan Fluvius, het advies d.d. 24/06/2021 is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 3-06-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie F, nummer(s) 259F, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er worden geen rookmelders weergegeven op de plannen. Er wordt als vergunningsvoorwaarde opgenomen hieraan te voldoen.
Slopen
De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet ingericht worden als groenzone.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en bestemmingsvoorschriften van het BPA op voorwaarde dat er voldaan wordt aan het decreet rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verwijderen van niet vergunde constructies (verhardingen, carport, afdak), het bouwen van een veranda en afdak, de aanleg van verhardingen en het wijzigen van de bestemming garage naar leefruimte met voorgevelwijziging.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Dijkweidestraat, een gemeenteweg net buiten de kern van de gemeente Zonhoven. De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen, gerealiseerd binnen een bouwproject voor sociale woningen. De woningen tellen 1 tot 2 bouwlagen onder een hellend dak en zijn afgewerkt in roodbruine baksteen.
Op het perceel bevindt zich een vrijstaande woning die via een koppelelement (de garage) tegen de linker perceelsgrens met de links aanpalende woning is verbonden. De woning telt max. anderhalve bouwlaag onder verschillende hellende daken. De voortuinstrook is volledig verhard. In de voortuin bevindt zich een onvergunde carportconstructie. Daarnaast zijn er verhardingen in de vorm van looppaden en terrassen aanwezig.
Omschrijving van de aanvraag
De carportconstructie in de voortuin wordt verwijderd, net zoals een groot deel van de bestaande verhardingen en een onvergunde overkapping achteraan de woning.
Het verwijderen van onvergunde constructies is niet vergunningsplichtig, om die reden wordt hier verder geen uitspraak over gedaan.
Achteraan de woning wordt een veranda ingeplant met een oppervlakte van 14m², rechts tegen de achtergevel, met tussen veranda en linker perceelsgrens een overkapping van 20m². De overkapping vormt het verlengde van het dak van de veranda, beide vormen één geheel. De hoogte bedraagt 3m t.o.v. het aanliggend maaiveld. De constructies worden ingeplant over de volledige breedte van de woning, met een bouwdiepte van 3m. De totale bouwdiepte na plaatsing van deze constructies bedraagt 14,20m.
Er worden nieuwe verhardingen aangelegd, de bestaande houten terrasverharding en de perceelsafscheidingen wenst men te regulariseren. Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Over de vrijgestelde handelingen (zie hierboven) worden verder geen uitspraken gedaan.
Tenslotte wenst men de bestaande garage, in het koppelvolume tegen de linker perceelsgrens, om te vormen naar leefruimte. Hiervoor worden de gevelopeningen aangepast.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft ongewijzigd en is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De woning betreft een vrijstaande woning. D.m.v. een koppelelement wordt deze verbonden, ter hoogte van de linker perceelsgrens, met de aanpalende woning die beschikt over een identiek koppelelement.
Het koppelelement heeft als functie garage.
In de bouwvrije zijtuinstroken van vrijstaande woningen mogen in principe geen constructies/gebouwen worden opgericht. Hiervan kan in bepaalde situaties worden afgeweken voor de oprichting van een carport of, in dit geval, een garage. Het is niet de bedoeling de bouwvrije stroken aan te wenden voor andere functies, zoals een woonfunctie in huidige aanvraag.
De woning bevindt zich op 9m van de rechter perceelsgrens. Het perceel biedt bijgevolg mogelijkheden tot uitbreiding aan de rechterzijde van de woning.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door woningen die werden opgetrokken binnen een bouwproject. Typologie en architectuur zijn daarom voor een groot deel gelijkaardig. De woningen beschikken over identieke koppelelementen met garagefunctie. Deze karakteristieke typologie dient te worden behouden.
De schaal van de voorgenomen werken
De oppervlakte van het houten terras valt binnen de maximale oppervlakte zoals weergegeven in het vrijstellingsbesluit, maar voldoet hier niet aan gezien de inplanting op minder dan 1m van de perceelsgrens. Er resteert voldoende groene ruimte om aan te planten in de tuinzones (zeker na verwijdering van een deel van de verhardingen/constructies). Het terras is dan ook aanvaardbaar.
Gezien de bestaande garage behouden dient te blijven, blijft ook de inrit ernaar toe behouden. Er wordt steeds slechts 1 inrit per perceel toegestaan, in kader van o.a. veiligheid. De tweede inrit zoals voorzien mag bijgevolg niet worden uitgevoerd. Deze zone dient groen aangeplant te worden.
Er kan in de voortuinstrook wel een parkeerplaats worden aangelegd die aantakt op de inrit. Het looppad kan hierop aansluiten. De voorziene aanplantingen in deze zone kunnen vervolgens meer naar rechts worden aangeplant.
De breedte van de inrit, 3m, dient ter hoogte van de rooilijn bewaard te blijven.
Na inplanting van veranda en overkapping ontstaat een maximale bouwdiepte van 14,20m, wat aanvaardbaar is.
Mobiliteitsimpact
Gezien de garagefunctie behouden dient te blijven in het bestaande koppelelement, beschikt het perceel over 1 inpandige autostaanplaats en 1 parkeerplaats op de inrit. De insteekparking mag niet worden uitgevoerd zoals voorzien maar mag wel aansluitend aan de inrit (die ter hoogte van de rooilijn van 3m dient te behouden) ingeplant worden. Op die manier zou men beschikken over 3 parkeerplaatsen.
De gemeente verwacht min. 1,5 parkeerplaats per woonentiteit, hier wordt aan voldaan.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Het bestaande maaiveld blijft ongewijzigd.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag creëert geen bijkomende hinderaspecten.
Met uitzondering van de insteekparking (2e inrit), deze mag niet worden aangelegd.
De aanvraag voldoet deels aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
Zowel de woonfunctie in de bouwvrije strook als de tweede inrit zijn in strijd met de goede ruimtelijke ordening.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van een gedeelte van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft de plaatsing van een veranda en overkapping en voor de regularisatie van het houten terras.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat een gedeelte van de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd voor wat betreft het omvormen van de garagefunctie naar woonfunctie en voor de inplanting van een tweede inrit.
De insteekparking mag niet worden uitgevoerd zoals voorzien maar er mag wel een parkeerplaats worden ingeplant in de voortuinstrook aansluitend aan de inrit (die ter hoogte van de rooilijn van 3m dient te behouden).
Volgende zaken zijn vrijgesteld van vergunning: de perceelsafsluitingen en de strikt noodzakelijke toegangen tot de woning.
De afbraak van onvergunde constructies (verhardingen en carport) is niet vergunningsplichtig.
Deze zaken zijn bijgevolg zonder voorwerp.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een veranda en overkapping en voor de regularisatie van het houten terras, mits voorwaarden.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het omvormen van de garage naar een woonfunctie/het vervangen van de garagepoort door een raam-en deuropening en voor het aanleggen een tweede inrit/insteekparking.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het plaatsen van een veranda en overkapping en voor de regularisatie van het houten terras, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het ongunstig voor het omvormen van de garage naar een woonfunctie/het vervangen van de garagepoort door een raam-en deuropening en voor het aanleggen een tweede inrit/insteekparking zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
De insteekparking mag niet worden uitgevoerd zoals voorzien maar er mag wel een parkeerplaats worden ingeplant in de voortuinstrook aansluitend aan de inrit (die ter hoogte van de rooilijn van 3m dient te behouden).
Er wordt geen uitspraak gedaan over het plaatsen van afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin, de aanleg van het looppad in zij- en achtertuin van 26m², de oprit tot de garage (3m breed) en het toegangspad naar de inkom (1m breed) in de voortuinstrook omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het afbreken van niet vergunde constructies gezien dit niet vergunningsplichtig is.
Er dient voldaan te worden aan volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 15/07/2021 tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een veranda en overkapping en voor de regularisatie van het houten terras, mits voorwaarden.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het omvormen van de garage naar een woonfunctie/het vervangen van de garagepoort door een raam-en deuropening en voor het aanleggen een tweede inrit/insteekparking.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het plaatsen van afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin, de aanleg van het looppad in zij- en achtertuin van 26m², de oprit tot de garage (3m breed) en het toegangspad naar de inkom (1m breed) in de voortuinstrook omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het afbreken van niet vergunde constructies gezien dit niet vergunningsplichtig is.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het omvormen van de garage naar een woonfunctie/het vervangen van de garagepoort door een raam-en deuropening en voor het aanleggen een tweede inrit/insteekparking zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
De insteekparking mag niet worden uitgevoerd zoals voorzien maar er mag wel een parkeerplaats worden ingeplant in de voortuinstrook aansluitend aan de inrit (die ter hoogte van de rooilijn van 3m dient te behouden).
Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het plaatsen van een veranda en overkapping en voor de regularisatie van het houten terras, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een vrijstaand bijgebouw en de inrichting van het terrein.
De aanvraag werd op 15/03/2021 ontvangen en op 08/04/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 18/04/2021 tot en met 17/05/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.
GEGEVENS VAN HET BEDRIJF
De activiteiten van het bedrijf Benza nv zijn de volgende: verhuur en exploitatie van eigen of geleased onroerend goed.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 24/11/2020 (VB_2016_126) voor wat betreft de van toepassing zijnde voorschriften en inplanting van het gebouw. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.
Vraag 24/11/2020
1-Zijn er voor dit perceel voorschriften? – Verkavelingsvoorschriften / gemeentelijke verordening / bpa / ..
2-Wij zouden de woning (ruw weergegeven) als volgt willen inplanten
Met de linkerhoek sluiten we dan aan op de lijn van de bebouwing links van de woning, maar we kantelen de woning iets tov de andere woningen zodat we meer loodrecht op de weg komen en meer evenwijdig met de perceelsgrenzen.
Zo wordt er ruimtelijk ook een betere overgang gemaakt met de woning met huisnummer 17 (Ekkersputstraat)
Antwoord 01/12/2020
Het perceel 1ste afdeling, sectie B, nr. 202P, gelegen langs de Bunderweg (rechts van huisnummer 8) is begrepen in de verkaveling 7204.V.82/6. (plan, vergunning en voorschriften kan u in bijlage ter info terugvinden)
Gezien deze verkaveling ouder is dan 15 jaar vormen de voorschriften geen weigeringsgrond meer.
Er zal een aftoetsing gebeuren aan de goede ruimtelijke ordening.
Mocht binnen een omgevingsaanvraag blijken dat uw aanvraag niet voldoet aan deze verkavelingsvoorschriften zal er binnen de omgevingsaanvraag wel nog een afwijkingsprocedure met bijhorend openbaar onderzoek doorlopen worden.
Rekening houdend met de ondiepe zone van woongebied binnen het gewestplan Hasselt-Genk, een duidelijke inplantingslijn in de straat, de reeds grote voortuinen (> 8m) en het streven naar een evenwijdige inplanting t.o.v. de weg is de voorgestelde inplanting niet gewenst.
Mogelijk kan u de piste van een trapsgewijze verschuiving van de voorgevel onderzoeken.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 18/04/2021 tot en met 17/05/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Dienst Patrimonium
Dienst Contractmanagement
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied.
Woongebied
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Woonuitbreidingsgebied
De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.
De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.
Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.
De inrichting van het gedeelte woonuitbreidingsgebied binnen het perceel van de aanvraag is gekend door het afleveren van de verkavelingsvergunning 7204.V.82/6 dd. 10/11/1982.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 10/11/1982 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.82/6. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van verkaveling 7204.V.82/6 dd. 10/11/1982
In het ontwerp wordt de voorgevellijn voorzien op 12m tot de voorste perceelgrens.
Vrijstelling vergunningsplicht
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van de tuinberging/ tuinkamer in de achtertuin zonder voorwerp. De oppervlakte van het vrijstaande bijgebouw bedraagt minder dan 40 m² (39,6m²), de hoogte bedraagt 3m het gebouw bevindt zich op minder dan 30 m van de op te richten woning en op minstens 2m afstand tot de perceelgrenzen.
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de bouw van de tuinberging/ tuinkamer in de achtertuin. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning (292,94m²) en het bijgebouw (39,6 m²) met een totale horizontale dakoppervlakte van 332,54m², 2 hemelwaterputten worden voorzien met elk een inhoud van 10 000 liter (totaal 20 000 liter) en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachine en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratieput met een inhoud van 7500 liter en een infiltratieoppervlakte van 11,54m².
De voorzieningen voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren door het gebruik van een waterdoorlatende verharding en/ of afwatering in de aangrenzende groenzones op eigen terrein.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Artikel 4.3.8. Rooilijnplan
§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:
1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.
In afwijking van het eerste lid mag een vergunning worden verleend:
1° die afwijkt van de rooilijn als uit het advies van de wegbeheerder blijkt dat de rooilijn niet binnen vijf jaar na de afgifte van de vergunning zal worden gerealiseerd. Als er na het verstrijken van die termijn wordt onteigend, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde handelingen voortvloeit;
2° die afwijkt van de achteruitbouwstrook als de wegbeheerder een gunstig advies heeft gegeven.
Werkzaamheden en handelingen waarvoor geen vergunning is vereist, mogen onder dezelfde voorwaarden als vermeld in het eerste en tweede lid worden uitgevoerd na machtiging van de wegbeheerder.
Het perceel is gelegen aan een gemeenteweg.
Op de voorliggende weg is de door de Minister op 05/02/1991 goedgekeurde rooilijn van kracht.
Inzake de realisatie van het goedgekeurde rooilijn- en onteigeningsplan, werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke diensten Patrimonium en Contractmanagement.
Op 17/05/2021 werd door de dienst Patrimonium aangegeven dat de rooilijn zich op 6m uit de wegas bevindt maar tot op heden nog geen grondverwerving werd doorgevoerd om deze effectief te realiseren. De aanvragers/ eigenaars dienen hier rekening mee te houden; op het ingediende inplantingsplan werd de rooilijn ingetekend op 4m uit de wegas.
Op 15/04/2021 werd door de dienst Contractmanagement aangegeven dat tot op heden voor het betreffende perceel geen grondverwerving gerealiseerd werd.
Uit de adviezen en plannen kan geconcludeerd worden dat de aangevraagde werken niet in strijd zijn met het rooilijnplan maar dat naar de toekomst toe rekening gehouden moet worden met de feitelijke ligging van de rooilijn. Aangezien de eengezinswoning op 12m uit de huidige voorste perceelgrens voorzien wordt, zullen geen problemen ontstaan qua inplanting of diepte van de voortuinstrook bij realisatie van de rooilijn. De afstand van de woning tot de voorste perceelgrens zal daarna nog ca. 10m bedragen.
De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de kelder, de garage gelijkvloers en nachthal op de verdieping.
Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.
Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat mogelijk een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. Het grondvolume voor realisatie van de kelder en funderingen/ putten hemelwater… werd niet opgegeven. Een gedeelte van de grond kan gebruikt worden voor ophoging van het maaiveld. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing indien effectief meer dan 250m³ grond aan- of afgevoerd wordt.
Erfscheidingen, erfdienstbaarheden, gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van erfscheidingen.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de erfscheidingen geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een vrijstaand bijgebouw en de inrichting van het terrein.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 10/11/1982 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
De aanvraag wijkt af van de voorschriften van verkaveling 7204.V.82/6 dd. 10/11/1982
In het ontwerp wordt de voorgevellijn voorzien op 12m tot de voorste perceelgrens.
De aanvraag dient getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Bunderweg, een (doodlopende) gemeenteweg die aansluit op de Ekkersputstraat ten noordnoordwesten van het centrum van Zonhoven.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband en de achterliggende gronden aan de Bunderweg hebben een groene inrichting verkregen (weilanden met bomenrijen).
Het perceel links van de aanvraag werd anno 1961 bebouwd met een vrijstaande woning, de aangrenzende percelen langsheen de Ekkersputstraat werden eveneens bebouwd met vrijstaande woningen. Aan de overzijde zijn een aantal onbebouwde, groen ingerichte percelen aanwezig.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel van de aanvraag is thans onbebouwd en maakt deel uit van een goedgekeurde verkaveling.
Men wenst het goed te bebouwen met een vrijstaande eengezinswoning en een vrijstaand bijgebouw en het terrein in te richten in functie van de woning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Wat betreft de bestemming wordt niet afgeweken van de verkavelingsvoorschriften, de functie “eengezinswoning” is verenigbaar met de bestemming van het perceel en de woonfuncties in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in een dubbele interne garage en op de voorliggende oprit kunnen tot 4 wagens parkeren. De mogelijkheid tot het stallen van 6 voertuigen op eigen terrein is ruim voldoende voor 1 woongelegenheid.
De realisatie van de eengezinswoning zal geen ongewenste toename van verkeersbewegingen met zich meebrengen.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen
Het perceel heeft een straatbreedte van 26,50m en een perceeldiepte van ca. 48,72m aan de linkerzijde en ca. 55,28m aan rechterzijde. De zijdelingse perceelgrenzen lopen schuin naar links toe tegenover de voorste perceelgrens.
De inplanting van de voorgevel is voorzien op 12m uit de voorste perceelgrens. Binnen de verkaveling wordt een inplanting op 8m uit de (nieuwe) rooilijn aangegeven. In feite komt de inplanting neer op 10m afstand tot het te realiseren rooilijnplan dd. 05/02/1991.
Men volgt hier enigszins de inplanting van de links gelegen woningen met de bouwlijn nagenoeg evenwijdig met de straat.
Visueel gezien is er geen bezwaar tegen de iets diepere inplanting, er dient wel nagegaan te worden of er geen negatieve impact door ontstaat wat betreft de bouwdieptes van de te realiseren woning en de resterende zone voor achtertuin.
De minimale afstand van de woning tot de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt 3m en achteraan resteert nog zo’n 22m diepe tuinzone.
De woning bestaat uit 3 verschillende volumes, afgewerkt met een plat dak, waarvan 2 volumes met 1 bouwlaag en 1 volume met 2 bouwlagen. Door het samenspel van deze volumes ontstaat een mooi eigentijds architecturaal geheel dat niet te zwaar overkomt en inpasbaar is in de omgeving waar tot op heden een eerder klassieke bouwvorm primeert met 1 tot 1 ½ bouwlaag en hellend dak.
De totale bouwdiepte van het gelijkvloers bedraagt 15m vanaf de voorgevellijn en de bouwdiepte op de verdieping bedraagt 12m vanaf de voorgevellijn.
De gelijkvloerse volumes hebben een totale bouwbreedte van 21m, het volume met 2 bouwlagen heeft een breedte van 10,30m.
Het volume op de verdieping wijkt enigszins af van de algemeen gehanteerde bouwdiepte (tot 10m) voor de verdieping maar kan hier aanvaard worden omdat voldoende afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen aangehouden wordt (minimaal 5,70m links en minimaal 9m rechts) en omdat geen raamopeningen in de zijgevels voorzien worden voorbij een bouwdiepte van 7m.
De bouwhoogte van het gelijkvloers bedraagt 3,20m à 3,75m, gemeten vanaf het maaiveld, en 6,68m voor de bovenste dakrand van de verdieping. De licht afwijkende hoogte van de 2de bouwlaag (18cm boven de gebruikelijke 6,50m) komt door de dakopbouw die een dikte heeft van 70cm tussen het plafond van de 2de verdieping en bovenste dakrand.
Gelet op de beperkte omvang en situering van het volume zal dit geen noemenswaardige impact hebben op het straatbeeld.
Een gedeelte van de woning (rechts vooraan) wordt onderkelderd in functie van bergruimte.
Op het gelijkvloers situeren zich de inkomhal met toilet en vestiaire (noot: op het plan ontbreekt de toegang tot het toilet), de ruime zithoek, eetkamer en open keuken, traphal, bijkeuken met lift, een fietsenberging en de dubbele garage.
Op de verdieping zijn 2 ruime slaapkamers voorzien waarvan 1 met aansluitende dressing en badkamer. Verder zijn een apart toilet, een doucheruimte en een open bureauruimte voorzien.
De woning wordt traditioneel opgericht en krijgt een gevelafwerking in een grijs genuanceerde gevelsteen en accenten in zwartkleurige vezelcementplaten. Het buitenschrijnwerk is voorzien in aluminium met zwarte kleur en in geprofileerd aluminium met zwarte kleur voor de poorten.
De gevelmaterialen voor het (vrijgestelde) bijgebouw zijn analoog aan deze van het hoofdgebouw.
Ter hoogte van de inkomzone wordt op 1,50m achter de voorgevellijn een tuinmuur ingeplant met een hoogte van 1,80m over een breedte van bijna 12m (tot op 0,30m tot de linker perceelgrens) die zorgt voor meer privacy voor de leefruimtes en tevens als afsluiting fungeert. De tuinmuur is ook in grijs genuanceerde gevelsteen afgewerkt en vormt een architecturaal element met meerdere praktische functies. Aan de rechterzijde van de woning wordt een poort voorzien met een hoogte van 2,20m. In principe kan deze afsluiting slechts tot een hoogte van 2m toegestaan worden doch men heeft hier de intentie om een visuele doortrekking van de garagepoort tot de rechter perceelgrens te maken, eveneens in geprofileerd zwartkleurig aluminium. De hoogte beperken tot 2m zou de architecturale meerwaarde teniet doen.
Voor de overige erfscheidingen voorziet men een draadafsluiting van 1,80m hoog, grotendeels aangevuld met een groenaanplanting (coniferenhaag) tot 1,80m hoogte op voldoende afstand tot grenzen ingeplant.
Hierbij dient opgemerkt dat in de voortuinstrook, voor minstens de 1ste 5m perceeldiepte, geen gesloten afsluitingen (zoals panelen, doeken, hagen, klimop…) hoger dan 1m voorzien mogen worden in functie van de zichtbaarheid voor het verkeer.
Aan de achterzijde van de woning wordt een terras aangelegd van ca. 73m² alsook aan het bijgebouw rechts achteraan de tuinzone is een terras van 48,6m² voorzien. Links achteraan de tuin wordt een smalle lange waterpartij aangelegd en voor het overige wordt overal een groenaanplant voorzien (gazon, hagen, enkele boompjes). Naast de toegangen tot de woning wordt ook de voortuin met voldoende groen ingericht.
Het totaal verhardingspercentage op het terrein bedraagt minder dan 40% ; een bebouwing 292,94 + 39,6 = 332,54m² en verharding van 220,73m², zijnde 553,27m² (40% = 584,4m²).
Bodemreliëf
Volgens de ingediende plannen wenst men het terrein op te hogen tot 40cm boven het peil van de wegas. De ophoging mag slechts uitgevoerd worden tot op 30cm boven het wegpeil, de bouwhoogtes van de constructies zoals hoger aangegeven, tegenover het maaiveld, dienen behouden te blijven.
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij deze adviezen.
De aangevraagde werken niet in strijd zijn met het rooilijnplan maar naar de toekomst toe dient rekening gehouden te worden met de feitelijke ligging van de rooilijn. Aangezien de eengezinswoning op 12m uit de huidige voorste perceelgrens voorzien wordt, zullen geen problemen ontstaan qua inplanting of diepte van de voortuinstrook bij realisatie van de rooilijn. De afstand van de woning tot de voorste perceelgrens zal daarna nog ca. 10m bedragen.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits:
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een vrijstaand bijgebouw en de inrichting van het terrein mits het opleggen van voorwaarden:
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van de tuinberging/ tuinkamer in de achtertuin omdat deze constructie valt onder toepassing van het vrijstellingsbesluit eerder omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en een vrijstaand bijgebouw en de inrichting van het terrein zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 15/07/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van de tuinberging/ tuinkamer in de achtertuin omdat deze constructie valt onder toepassing van het vrijstellingsbesluit eerder omschreven.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en de inrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning, carport, tuinmuur en zwembad.
De aanvraag werd op 29 april 2021 ontvangen en op 26 mei 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 8 maart 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1950/00042)
Op 13 november 2020 werd de woning opgenomen in de gemeentelijke inventaris leegstand woningen. (2020/045)
De aanvraag werd op 21 februari 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. (VB_2019_161)
“Het perceel Wijvestraat 91 is gelegen binnen woongebied met landelijk karakter volgens het gewestplan, en is niet gelegen binnen een verkaveling, RUP of BPA. Een aanvraag dient bijgevolg getoetst worden aan de goede ruimtelijke ordening.
Gezien de bestaande woning afgebroken zal worden is de huidige vergunningstoestand niet relevant, ter info kan ik meegeven dat slechts een zeer beperkt gedeelte van de bestaande situatie vergund werd.
Achteraan grenst het perceel aan groengebied.
Hierbij mijn bemerkingen voor jullie voorontwerp:
Informatief wil ik graag de doorgaans gehanteerde normen binnen onze gemeente doorgeven:
Ik wil hierbij niet persé aangeven dat een ontwerp hier steeds aan dient te voldoen, dit zijn richtlijnen. Wanneer een ontwerp voldoet aan een goede ruimtelijke ordening zijn we zeker bereid hiervan af te wijken. Uit mijn bovenvermelde opmerkingen blijkt echter dat het ontwerp niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening door de grote verhardingsgraad, de hinderaspecten en de effecten op het natuurgebied, waardoor dit ontwerp niet kan leiden tot een gunstig advies.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”
De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. De verhardingen werden enigszins beperkt. De inplanting van garage en woning blijft behouden.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een uitbreiding van de woning.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
agentschap Natuur en Bos
Watering de Herk
Provinciale dienst Water & Domeinen
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in natuurreservaat.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het achterste gedeelte van de percelen is gelegen in natuurreservaat en binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter en dus niet binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten woning en carport met een totale horizontale dakoppervlakte van 206,09m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. Er wordt een geïntegreerde infiltratievoorziening aangelegd waarvan de oppervlakte (8,08m²) en het volume (5 000 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Er werd advies gevraagd aan Fluvius. Het advies d.d. 16/06/2021 is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 26-05-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie B, nummer(s) 952A45 - 952/F45, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein.
Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn. Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be.
Het hemelwater van de dakoppervlakte van de vrijstaande carport kan best aangesloten worden op de hemelwaterput voor een optimaal hergebruik van hemelwater of op een infiltratievoorziening of mag infiltreren op het privéterrein in de groenzones. De afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs de Wijvestraat, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkom, de nachthal en de zolder.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Natuurdecreet
De aanvraag ligt binnen een speciale beschermingszone zijnde vogelrichtlijngebied.
Er werd advies gevraagd aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Het advies d.d. 24/06/2021 is voorwaardelijk gunstig:
“Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft uw vraag om advies met referentienummer 2021073237 betreft het bouwen van een woning met carport, op naam van Bosmans - Vanherck, te Wijvestraat 91 te Zonhoven goed ontvangen.
De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-210487.
Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad.
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
De aanvraag wordt gunstig geadviseerd, mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
Maatregelen in verband met bemaling.
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mailadres aves.vbr.anb@lne.vlaanderen.be.
Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.”
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning, carport, tuinmuur en zwembad.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Wijvestraat, een gemeenteweg in gehucht Halveweg. Het perceel ligt aan de buitenrand van Halveweg, met achterliggend het natuurgebied de Wijers. Het achterste deel van het perceel ligt dan ook in natuurreservaat en deels in habitatrichtlijngebied, een speciale beschermingszone.
De nabije bebouwing bestaat uit een lintbebouwing met grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk vrijstaand, hoofdzakelijk afgewerkt in baksteen en opgetrokken met 1 of 2 bouwlagen onder een hellend dak.
Op het perceel bevindt zich een oude woning met rondom verhardingen. Op het achterste deel van het perceel, in ruimtelijk kwetsbaar gebied, staat het Klein Landschapselement (KLE) nr. 1430 ingeplant, gekarteerd als bomengroep.
Omschrijving van de aanvraag
De bestaande woning met aanhorigheden wordt gesloopt.
Er wordt een nieuwe woning opgetrokken met 2 bouwlagen onder hellende daken. In de voortuinstrook wordt een vrijstaand bijgebouw ingeplant. In de achtertuin wordt een zwembad aangelegd.
De nieuwe woning wordt ingeplant op 11,80m vanaf de rooilijn, op min. 5,28m tot de linker perceelsgrens en op min. 3m tot de rechter perceelsgrens. De woning krijgt een totale bouwdiepte van 11,95m. De woning telt 2 bouwlagen onder hellende daken met een max. kroonlijsthoogte van 5,75m boven het maaiveld en een max. nokhoogte van 9,32m.
De woning krijgt een klassieke architectuur met bijhorende materialen, zoals een wit-beige gekaleide gevelsteen, antracietkleurige dakpannen en zwart aluminium schrijnwerk.
Het gelijkvloers wordt ingericht met de gebruikelijke leef- en bergruimtes, alsook met een bureelruimte. Rechts achteraan wordt een overdekt terras geïntegreerd in de architectuur.
Op de verdieping worden 5 slaapkamers en sanitaire ruimtes voorzien.
De zolderruimte is toegankelijk via een vaste trap maar wordt niet ingericht.
In de voortuinstrook, op 5,30m vanaf de rooilijn, wordt een vrijstaand bijgebouw ingeplant, met een breedte van 5,85m en een bouwdiepte van 6,40m. Het hoofdvolume bevindt zich, met een terugspringende voorgevel aan de rechterzijde, op 1,10m achter dit bijgebouw.
Het bijgebouw, met ruimte voor het parkeren van 2 wagens, telt één bouwlaag onder een schilddak met een hoogte van 4,98m boven het maaiveld. Het bijgebouw wordt afgewerkt in dezelfde materialen als het hoofdvolume.
Tussen wegenis, hoofdvolume en carport wordt een inritverharding aangelegd. Deze is 3m breed ter hoogte van de rooilijn en waaiert breder uit ter hoogte van de carport tot aan de voorgevel van de woning. Vanaf de inrit wordt de verharding in de vorm van 4 karresporen doorgetrokken tot aan de carport.
Op 4,40m achter de rooilijn wordt een tuinmuur met poort voorzien, met een hoogte van 2m, die aansluit op de carport.
Het volledige perceel, m.u.v. de achterzijde, wordt afgesloten d.m.v. een haagafsluiting. De hoogte hiervan wordt niet vermeld in de aanvraag.
Achter de woning wordt een zwembad ingeplant, met rondom een verharding met een breedte van 1m. Het zwembad heeft een oppervlakte van net geen 40m².
De overige tuinzone wordt groen aangeplant, o.a. met bomen. Er wordt geen fysieke grens voorzien tussen het deel van het perceel in woongebied en dat in natuurreservaat.
Er wordt geen tuinberging of poolhouse voorzien in de aanvraag.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft behouden en wordt niet vermeerderd. Deze functie is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
Het college verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
De aanvraag voorziet in 2 overdekte autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De schaal van de voorgenomen werken
Wanneer enkel het volume van de woning wordt bekeken, ongeacht de inplanting, met een bouwdiepte van 11,95m en 2 bouwlagen onder hellende daken, valt dit volume binnen de aanvaardbare normen.
Door de afwijkende inplanting van de woning echter, overschrijden de bouwdieptes, gemeten vanaf de rooilijn, de algemene normen ruimschoots (zie ruimtegebruik), wat niet aanvaardbaar is.
Wanneer de totale oppervlakte van het perceel binnen woongebied in rekening wordt genomen, is de bebouwing- en verhardingsgraad op het perceel niet overdreven. Er dient evenwel te worden opgemerkt dat er geen tuinberging of poolhouse wordt voorzien in de huidige aanvraag.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De woning wordt ingeplant op 11,80m achter de rooilijn en heeft een max. bouwdiepte van 11,95m.
Om zoveel mogelijk hinder t.o.v. aanpalende percelen te beperken is het aangewezen nieuwe woningen conform de bestaande woningen in het straatbeeld in te planten, dit is doorgaans op een afstand van 4 à 5m tot de rooilijn.
De bestaande woning op het links aanpalend perceel staat ingeplant op een afstand tussen 4 en 5m vanaf de rooilijn. De inplanting van de ontworpen woning wijkt hier sterk vanaf.
In Zonhoven wordt doorgaans een max. bouwdiepte van 17m gehanteerd (bij nieuwe verkavelingen wordt er gestreefd naar een maximum van 15m zodoende de footprint zoveel als mogelijk te beperken). De woning heeft een bouwdiepte van ongeveer 12m. Echter, wanneer deze geteld wordt vanaf een standaard afstand van 4,50m tot de rooilijn, bedraagt de bouwdiepte meer dan 19m, wat de maximale norm ruimschoots overschrijdt.
Ook de verdieping vat aan op de voorgevellijn van 11,80m achter de rooilijn.
De maximale bouwdiepte voor de verdieping gehanteerd in Zonhoven bedraagt 10m (mogelijks tot max. 12m). In dat geval bedraagt de bouwdiepte, gerekend met een standaard inplanting van de woning, bijna 16m.
Dit is ruimtelijk niet aanvaardbaar.
De carport, in de vorm van een vrijstaand bijgebouw met schilddak, wordt ingeplant in de voortuinstrook. Carports worden, in de vorm van open constructies, in veel gevallen aanvaard in de bouwvrije strook, aansluitend tegen de woning. Ook kan een carport- of garagevolume geïntegreerd worden in de woning. Vrijstaande bijgebouwen in de voortuinstrook zijn principieel niet aanvaardbaar. Gezien het om een nieuwbouwwoning gaat op een ruim perceel zijn er voldoende mogelijkheden de carport in de architectuur te integreren. Er is m.a.w. geen argument deze constructie als een vrijstaand bijgebouw op te vatten op deze locatie.
Het deel van het perceel dat gelegen is achter het woongebied bevindt zich in ruimtelijk kwetsbaar gebied. Dit deel van het perceel mag niet betrokken worden bij de tuinzone en dient een natuurlijke inrichting/aanplanting te krijgen. Er mogen m.a.w. geen constructies worden opgericht op dit deel van het perceel, maar ook de aanplant van een siertuin is hier niet aan de orde.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen, doorgaans met 1 of 2 bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen.
Op vlak van architectuur en volume is de woning in harmonie met het straatbeeld. De afwijkende inplanting is echter niet conform het straatbeeld. Ook de aanwezigheid van een vrijstaand bijgebouw in de voortuin is niet gebruikelijk.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing
Bodemreliëf
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Door de afwijkende inplanting ontstaat grote hinder t.o.v. de aanpalende percelen. De ramen op de verdieping zullen niet onmiddellijk voor privacyhinder zorgen (gezien ze uitkomen op de natte cel). Het volume zal echter de natuurlijke lichtinval beperken t.o.v. de aanpalende percelen. Gezien de inplanting wordt het natuurlijk licht belemmerd in de tuinzones van deze percelen. Daarnaast zal er vanuit deze (toekomstige) woningen en vanuit hun tuinzones direct uitzicht zijn op de verdieping van de aangevraagde woning, wat als zeer hinderlijk kan worden beschouwd.
In de voortuinstrook wordt ter hoogte van de perceelsgrenzen een haag aangeplant als perceelsafscheiding. De hoogte hiervan wordt niet vermeld. In het kader van de veiligheid bij het verlaten van het perceel en van de aanpalende percelen mag een dergelijke gesloten afsluiting in de voortuinstrook niet hoger zijn dan 1m.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning, carport, tuinmuur en zwembad.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 15/07/2021 tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het slopen van de bestaande bebouwing en verharding en het bouwen van woning, carport, tuinmuur en zwembad, zoals weergegeven op de ingediende plannen.
Gemeenteraad dd. 14/09/2020;
Samenwerkingsovereenkomst met de provincie inzake samenaankoop inrichtingselementen huisstijl De Wijers;
Gunningsverslag provincie dd. 01/07/2021.
De gemeente Zonhoven duidde, conform een samenwerkingsovereenkomst, de provincie Limburg aan om in gezamenlijke naam bij de gunning en uitvoering van de overheidsopdracht inzake "de uitvoering van een gemeenschappelijke aankoop huisstijlelementen De Wijers voor onthaalpunten, instapplaatsen en hotspots in De Wijers" op te treden.
De opdracht heeft als voorwerp het uitvoeren van een gemeenschappelijke aankoop huisstijlelementen De Wijers voor onthaalpunten, instapplaatsen en hotspots in De Wijers.
De provincie heeft, op basis van door de gemeente Zonhoven goedgekeurde opdrachtdocumenten, de plaatsingsprocedure doorlopen, aankondigen van de opdracht gedaan, de opening en beoordeling van de offertes verricht en heeft nu een gemotiveerd gunningsverslag opgemaakt.
De provincie kan de opdracht slechts toewijzen nadat de gemeente Zonhoven, en de andere deelnemende partners, schriftelijk heeft ingestemd met het gunningsverslag.
De provincie stelt voor de opdracht toe te wijzen aan Van Holme bvba, Oostvleterenstraat 1, 8647 Lo-Reninge tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van die inschrijver.
In het kader van de uitvoering van de overeenkomst, zal de gemeente rechtstreeks aan de opdrachtnemer de kosten voor de bestelde inrichtingselementen betalen. De gemeente Zonhoven heeft zich verbonden om minimum drie infoborden en één zitmeubel af te nemen. Het staat de gemeente Zonhoven echter vrij in de komende vier jaar te beslissen om meer inrichtingselementen te bestellen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt het gunningsverslag dd. 1 juli 2021 betreffende de overheidsopdracht "De Wijers - raamovereenkomst inrichtingselementen huisstijl 'De Wijers' voor instapplaatsen en hotspots" zoals toegevoegd in bijlage goed.
Het gunningsverslag dd. 01/07/2021 maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen stemt in dat de opdracht wordt gegund aan Van Holme bvba, Oostvleterenstraat 1, 8647 Lo-Reninge tegen de eenheidsprijzen vermeld in de offerte van die inschrijver.
Artikel 3
Een afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan de provincie Limburg.
Op 17 september 2020 besliste de stuurgroep De Wijers, waarin de gemeente Zonhoven als partner vertegenwoordigd is, om een aanvraag in te dienen voor een erkenning als landschapspark. Het gaat hierbij over de kwaliteit van het gebied en het toekennen van een label met bijhorende financiële ondersteuning voor het landschapspark, niet over wettelijke restricties. In overleg met de partners werd daarna gewerkt aan het verscherpen van de doelstellingen en ambities enerzijds en het detecteren van kansen en uitdagingen voor De Wijers voor de volgende jaren. Deze werden goedgekeurd tijdens de vergadering van de stuurgroep De Wijers van 20 oktober 2020.
De verdere uitbouw van nationale en landschapsparken werd op 19 april 2021 voorgesteld door minister Demir en minister Matthias Diependaele. Men streeft naar 3 bijkomende Nationale parken in Vlaanderen en 3 Landschapsparken die aan strenge criteria moeten voldoen:
• omvang minstens 10 000 ha
• samenhang
• aandeel landschappelijk erfgoed minstens 35%
• aandeel open ruimte minstens 70 %
• coalitie op maat van het gebied
• aandeel natuur minstens 15%
• hoge mate verwevenheid landbouw - natuur
• uniciteit / uniek verhaal
De Wijers voldoet aan alle criteria, behalve voor erfgoed.
Ondertussen werden door de stuurgroep ook de strategische lijnen vast gelegd:
• Water in balans voor een sterke topnatuur, een maximale biodiversiteit, een betere klimaatadaptatie, een betere levering van ecosysteemdiensten, een mooie De Wijers voor iedereen, …
• Wijeridentiteit als motor in alles wat we doen in en voor De Wijers en dit op vlak van internationale uitstraling, erfgoed, het beleven van De Wijers, …
• Sterk verbinden: inwoners, bezoekers, zachte mobiliteit, natuur, … iedereen De Wijers
• Sterk partnerschap voor een welvarende regio op alle vlakken.
Ondertussen heeft de Vlaamse overheid een FAQ n.a.v. de Nationale Parken en Landschapsparken opgesteld (zie in volgende link: Landschapsparken Vlaanderen (vlm.be)).
De titel ‘Landschapspark’ of ‘Nationaal Park’ is in eerste instantie een prestigieus label dat een gebied aantrekkelijk maakt voor bezoekers, bewoners en beleidsmakers. Het statuut brengt een dynamiek op gang die kan fungeren als motor voor de regionale ontwikkeling, o.a. op vlak van werkgelegenheid, toeristische recreatieve ontwikkeling, investeringen allerhande etc. Daarnaast opent het label veel deuren naar andere subsidiekanalen.
De toekenning van een parklabel gaat gepaard met een structurele ondersteuning van de werking vanuit de Vlaamse overheid voor 80% van de middelen als en wellicht als volgt:
- een jaarlijkse structurele ondersteuning voor de loonkosten t.b.v. 3 VTE vast en maximaal 1 VTE variabel
- 100.000 euro voor werkingskosten
- een hefboombudget voor investeringen van 200.000 euro.
Geschat wordt dat alle partners samen jaarlijks ca. 100 000 zal moeten bijdragen, als we het label behalen vanaf 2023. Maar deze zijn al voor een groot deel gedekt door onze jaarlijkse bijdrage aan de werkgroep communicatie van De Wijers. Die bedraagt nu € 9.000 in MJP000572 maar kan dus licht verhoogd worden, volgens de huidige voorwaarden, met maximaal ca. € 2.000.
Bij het aanvraagdossier voor erkenning als landschapspark moet ook een engagementsverklaring van alle partners toegevoegd worden. Vermits er nog geen financiële verbintenis aangegaan wordt, volstaat in dit stadium een principiële goedkeuring vanuit het CBS (zie FAQ – pagina 5 – punt 2.4). Gezien de structurele ondersteuning die wij vanuit de Vlaamse overheid krijgen via de erkenning als landschapspark, sta ik achter deze aanvraag voor erkenning als landschapspark.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om een aanvraag tot erkenning als landschapspark voor De Wijers en keurt de engagementsverklaring goed.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 november 2020 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming, gunningswijze en starten procedure van de opdracht “Aanstelling interieurontwerper – Herinrichting bibliotheek Zonhoven”.
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 9 december 2020 opgesteld door Ronny Peeters, deskundige patrimonium.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2020 om de opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder zijnde Langendries & Nivelle bvba, Rode Kruisweg 20 te 3520 Zonhoven, tegen een ereloonpercentage van 12%.
Na de gunning van de opdracht voor de herinrichting van de bibliotheek centrum werden diverse overlegmomenten tussen de ontwerper, de bibliothecaris en de dienst patrimonium georganiseerd. De besproken punten en diverse tussenstappen werden ook telkens teruggekoppeld naar de medewerkers in de bibliotheek, de sectormanager en de bevoegde schepen.
Momenteel zijn we gekomen tot een definitief ontwerp dat door alle betrokken partijen gedragen wordt.
Er werd eveneens overleg gepleegd met de dienst facilitair management om te bekijken welke werken in eigen beheer kunnen uitgevoerd worden, om op die manier met het beschikbaar budget een zo ruim mogelijk resultaat te bekomen.
De uitgaven voor deze werken zijn gebudgetteerd in MJP000042: "In de bibliotheek worden een infobalie, selfscanbalies en rekken+balie (Halveweg) voorzien" (€40.000) en MJP000043: "De hoofdbibliotheek wordt onderhouden (buitengewone onderhoudskosten)" (€40.178,81).
Rekening houdend met de reeds ontvangen prijsoffertes lijkt het dat het ontwerp kan gerealiseerd worden binnen het voorziene budget. Omwille van de diversiteit van de uit te voeren werken worden de bestellingen bij verschillende leveranciers geplaatst via aanvaarde factuur. Een gedeelte van de werken zal in eigen beheer worden uitgevoerd.
De voorbereidende werken worden uitgevoerd buiten de openingsuren van de bibliotheek, het meubilair wordt maximaal gemonteerd in het atelier. Hierdoor kan de sluiting van de bibliotheek beperkt blijven: van maandag 22/11 tot en met vrijdag 26/11 volledig gesloten en van zaterdag 27/11 tot dinsdag 30/11 enkel nog de jeugdafdeling gesloten.
Financieel advies is positief gelet op de nodige budgetten op MJP042 zen MJP043 in het meerjarenplan 2020-2025.
Het college van burgemeester en schepenen verleent goedkeuring aan de voorgelegde overzichts- en detailplannen voor de herinrichting bibliotheek centrum, opgemaakt door de ontwerper Langendries en Nivelle op 27/05/2021.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met een sluiting van de bibliotheek van maandag 22/11 tot en met vrijdag 26/11 en een bijkomende sluiting van de jeugdafdeling van zaterdag 27/11 tot en met dinsdag 30/11/2021.
Volgende documenten werden aangeleverd:
een kopie van de identiteitskaart
een uittreksel uit het strafregister
een bewijs sociale bijdragen
een attest fiscale lasten
aankoopfacturen voertuigen
keuringsbewijs taximeter
keuringsbewijs voertuig
attest verzekering voertuig
De voertuigen worden als straattaxi ingezet.
Nieuw voertuig
Na de recente overstromingen in juli 2021 tekent de economische schade in Wallonië zich steeds scherper af. Dorp na dorp hoopt het vergane huisraad zich langs de wegen op. Het Waalse spoornet ligt voor de helft plat, pas eind augustus verwacht het spoorbedrijf volledig operationeel te zijn. Negenduizend gezinnen moeten op zoek naar een ander onderkomen. Het kan weken of zelfs maanden duren voor duizenden andere gezinnen weer water, gas en elektriciteit hebben.
Vanuit de werkgroep ZAP (Zonhoven assisteert/aide Pepinster) is er een initiatief voor snelle hulp ter plaatse.
ZAP engageert zich om in samenwerking met de Zonhovense scholen, verenigingen en ondernemingen materiaal en fondsen in te zamelen voor de heropbouw van scholen in Pepinster.
Beschikbaarheid budget: Onder artikelnr MJP000484 is er 3.000 euro voorzien voor subsidies inleefreizen en noodhulp.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om 500 euro te voorzien voor het initiatief van de werkgroep ZAP (Zonhoven assisteert/aide Pepinster) ter ondersteuning van de heropbouw van scholen in Pepinster.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 1 juni 2021 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “GC Tentakel - Omgevingswerken fase 2” aan Roebben Jan bvba, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen tegen het nagerekende en verbeterde offertebedrag van € 239.449,99 excl. btw of € 289.734,49 incl. 21 % btw (€ 50.284,50 btw medecontractant).
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 861.53 - ID 549.
Er werd aan alle voorbereidende formaliteiten betreffende ontwerp en gunning voldaan. Bijgevolg kan het aanvangsbevel worden gegeven aan de aannemer Roebben Jan bvba, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen.
In overleg met de aannemer wordt overeengekomen de werken aan de verbindingsweg tussen de school en de Kneuterweg te voltooien voor de start van het nieuwe schooljaar op 1 september 2021. Er wordt voorgesteld om de aanvangsdatum vast te stellen op 16 augustus 2021. Zodra de werken aan de verbindingsweg afgerond zijn wordt de uitvoeringstermijn in onderling overleg enkele weken geschorst.
De aannemer is ertoe gehouden de opdracht te voltooien binnen een termijn van 60 werkdagen te rekenen vanaf de dag, aangeduid in dit aanvangsbevel.
De aanvangsdatum van de opdracht “GC Tentakel - Omgevingswerken fase 2” wordt vastgesteld op 16 augustus 2021. De aannemer moet de opdracht voltooien binnen een termijn van 60 werkdagen.
De aannemer, Roebben Jan bvba, Deense Wijersstraat 7 te 3740 Bilzen, wordt per mail in kennis gesteld van deze aanvangsdatum.
Fluvius heeft aan de gemeente Zonhoven gevraagd om als pilootgemeente op te treden voor de opmaak van een masterplan voor de openbare verlichting.
Een paar jaar geleden hadden we al een eerste aanzet gegeven tot de opmaak van dit masterplan.
De dienst patrimonium heeft samen met schepen Johan Schraepen, de dienst mobiliteit en de milieudienst nu dit plan gefinaliseerd en geoptimaliseerd.
Elke straat heeft een wegcategorie (deelruimte) gekregen waar verschillende parameters aan gekoppeld zijn.
Wij hebben 19 wegcategorieën (deelruimtes) gebruikt (van de 26) voor de gemeente Zonhoven.
Per wegcategorie / deelruimte wordt rekening gehouden met volgende parameters:
- prestatie eisen verlichting
- inplanting (enkelzijdig of projectafhankelijk)
- lichtpunthoogte (max. 6 - 8 - 10m of projectafhankelijk)
- kleur (neutraal wit, warm wit of projectafhankelijk)
- brandregime (dimmen, doven of te bepalen)
- kleur steun + armatuur (Zonhoven = RAL 7035)
- vormgeving verlichtingstoestel (functioneel of projectafhankelijk)
In bijlage vinden jullie het masterplan waarop elke straat een kleurcode heeft gekregen (in pdf) samen met de wegcategorieën en de bijbehorende parameters (in excel).
Het masterplan is een werkinstrument voor zowel de gemeente als voor Fluvius.
Fluvius kan via dit masterplan zien welke straat onder welke wegcategorie valt en zo een voorstel doen naar de gemeente qua type verlichting of het brandregime aanpassen naar onze wens.
Het blijft wel de bedoeling dat Fluvius bij projecten eerst nog terugkoppelt naar de gemeente of wij akkoord zijn met het voorgestelde uit het masterplan.
Het masterplan blijft een werkinstrument en kan ten alle tijde gewijzigd worden.
Zoals je kan zien op het plan, is het merendeel van de straten oranje gekleurd = wegcategorie 10 'woonstraat erftoegang'.
Hier horen volgende parameters bij:
- inplanting: enkelzijdig
- lichtpunthoogte: max. 6 m
- kleur: warm wit
- brandregime: te bepalen (dimmen of doven? kunnen jullie nog bepalen)
- kleur steun + armatuur: RAL 7035
- vormgeving verlichtingstoestel: functioneel
Enkele straten, zoals de Holsteenweg, Koningsbergweg, Teutseweg (waar geen bebouwing is), Vrankenschansweg en Witvenweg, hebben wegcategorie 11 'woonstraat natuur' (groene lijn op de kaart) gekregen. Deze wegcategorie heeft dezelfde parameters als nr. 10, behalve dat deze verlichting 's nachts worden gedoofd.
Onder wegcategrorie 23 'nachtgebied' (zwarte stippenlijn op kaart) hebben we o.a. de volgende straten onder geklasseerd: Vrunstraat, bovenste gedeelte Drij Dreven, gedeelte Nachtegalenstraat tegen natuurgebied, Bolderdal, laatste gedeelte Boomsteeg, Wiekstraat, Kauwbosstraat, Krijnswijerweg, Hengelhoefseweg, Weg op Genk, Kolverenschansweg en Billiksteeg.
Deze straten krijgen in de toekomst geen nieuwe openbare verlichting meer, aangezien ze in of tegen natuurgebied liggen.
Fluvius zal ook bekijken tot hoeveel procent we de openbare verlichting kunnen dimmen, zonder dat dit de verkeersveiligheid in het gedrang zal brengen.
De openbare verlichting is momenteel opgedeeld in 2 verschillende brandregimes:
* Nachtverlichting : IN via lichtcel, UIT via lichtcel - Hierbij worden bepaalde armaturen nu al 50% gedimd van 23u30 tot 5u30.
* Avondverlichting : IN via lichtcel, Uit 23:30, IN 05:30, UIT via lichtcel
Door het masterplan kunnen we een financiële besparing bekomen door minder energie te verbruiken en zal het ook een positieve impact hebben op het milieu.
We zullen door een goed gedragen plan ook een verminderde CO2-uitstoot realiseren.
Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met het opgestelde masterplan voor de openbare verlichting in de gemeente Zonhoven.
Fluvius wenst al zijn bovengrondse koperen leidingen te vervangen en ondergronds te brengen op het grondgebied van Zonhoven. Dit wordt voorzien over een periode van een aantal jaar en wordt indien mogelijk uitgevoerd binnen het kader van reeds geplande wegenwerken.
De locatie van de bestaande palen wordt zo veel mogelijk behouden. Waar de bestaande palen niet op de perceelsgrenzen stonden, wordt dit nu wel gedaan. De aftakkastjes voor televisie worden eveneens allemaal op de perceelsgrenzen voorzien.
Het ondergronds brengen van de leidingen in de Oppelsenweg wordt bekostigd door Fluvius zelf. De kosten van de palen en LED armaturen zijn voor de gemeente Zonhoven en worden afgehouden van de dividenden in het jaar van de beëindiging van de werken. De kosten van het grondwerk zijn voor de gemeente Zonhoven, maar deze kunnen vereffend worden via het saldo van de trekkingsrechten.
De werken worden toegestaan onder volgende voorwaarden:
Het college van burgemeester en schepenen keurt de plannen van Fluvius voor de sanering van de koperen netten in de Oppelsenweg goed en verleent toestemming aan Fluvius voor de uitvoering van de werken onder bovenstaande voorwaarden.
Aannemer V&V infra heeft de wegenis en riolering in de nieuwe verkaveling aan de Opheldingsweg aangelegd, in opdracht van bouwheer David Drillieux.
Op 7 september 2020 werd een proces verbaal van voorlopige oplevering van de werken opgesteld door volgende aanwezigen:
De opdracht wordt voorlopig aanvaard onder voorbehoud van de uitvoering van de hierna vermelde opmerkingen, die zullen uitgevoerd worden voordat er tot de vrijgave van de borgsom zal overgegaan worden:
Het college van burgemeester en schepenen keurt het proces verbaal van voorlopige oplevering van de wegenis van de verkaveling in de Opheldingsweg goed.