Terug
Gepubliceerd op 12/01/2022

2021_CBS_01369 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00336MM - Genkerbaan 45 - Kennisneming

College van burgemeester en schepenen
di 21/12/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01369 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00336MM - Genkerbaan 45 - Kennisneming 2021_CBS_01369 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00336MM - Genkerbaan 45 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een kelder bestemd als bergruimte, voor 8 appartementen, te Genkerbaan 45, 3de afd, sectie E, nrs. 13K2; 13R; 13A2.

Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,75 meter bekomen worden. Er zullen 18 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.

Het gevraagde debiet bedraagt in de eerste fase 30 m³/uur, gedurende 5 dagen. Dit komt neer  een debiet van 3.605 m³

Na de bekomen grondwatertafelverlaging zal het debiet terugvallen naar 19,8 m³/uur; 476 m³/dag voor een totaal van 37.582 m³.

In totaal komt dit uit op een debiet van 41187 m³.

Er is rekening gehouden met het worst case scenario qua duur voor de bemaling.

De kelder zal dienst doen als bergruimtes voor de appartement, niet als ondergrondse parkeergarage.

Het lozingspunt bevindt zich op de Roosterbeek.  Een machtiging van het provinciebestuur is reeds bekomen en toegevoegd aan het dossier.

De aanvraag voegt een kaart toe met hierom de invloedstraal in relatie tot de potentieel verontreinigde gronden.

Hierop wordt vermeld dat een gekend beschrijvend bodemonderzoek op een afstand van 100 meter ligt van de bemaling en dat ‘dit gaat over een beschrijvend bodemonderzoek, niet over een melding van bodemverontreiniging’.

Op diezelfde kaart is het perceel te Dorpsstraat 26 aangeduid als zijnde een bodemsaneringsproject.   Dit betekent echter niet dat deze grond reeds gesaneerd is. Na onderzoek op het webloket blijkt dat deze bodemsanering nog dient opgestart te worden.

Dit bodemsaneringsproject ligt binnen de invloedstraal van de bemaling, wat maakt dat het risico op verontreinigd grondwater reëel is. Bijkomend risico is dat het grondwater geloosd wordt op oppervlaktewater. Hier werd geen rekening mee gehouden in de aanvraag.

Gelet op dit gegeven dienen er bijzondere voorwaarden opgelegd te worden naar de kwaliteit van het grondwater voordat dit geloosd wordt in het oppervlaktewater.

Verder houdt de aanvraag geen rekening met diepte van de liftput.  De verlaging zou niet dieper gaan dan 3,75 meter. Dit betekent dat, bij realisatie van de lift, er geen grondwaterverlaging dieper dan 4 meter mag gebeuren.

Verder staan op het inplantingsplan 18 aanzuigpunten ingetekend, waarvan er ook staan ingetekend buiten de contouren van de kelder, thv de gelijkvloerse bebouwing.  De kelder heeft een grootte van 8,89 m x 16 meter. De aanduiding van de filters komen niet overeen met de contouren van de kelder.  

Gunstig voor een bronbemaling te Genkerbaan 45, voor de realisatie van een kelder voor berging behorende bij de bouw van 8 appartementen, voor een totaaldebiet van 41187 m³ mits volgende voorwaarden:

  • De lozingsvoorwaarden voor oppervlaktewater dienen nageleefd te worden. Om hieraan te voldoen laat de aanvrager na 5 dagen na de opstart van de bemaling een analyse uitvoeren op het indelingscriterium van VL II, bijlage 2.3.1. basismilieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, art. 3.  Deze resultaten worden na het bekomen onmiddellijk overgemaakt aan de dienst leefmilieu (niet later dan 10 dagen na de staalname, bij vertraging wordt dit teruggekoppeld met de dienst leefmilieu).

Indien blijkt dat er een overschrijding wordt vastgesteld, neemt de aanvrager alle noodzakelijk middelen om de verontreiniging op het oppervlaktewater te beperken vb. door een waterzuiveringsinstallatie te plaatsen voor de lozing. 

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De bemaling wordt enkel geplaatst voor de realisatie van de kelder en ev. ondergrondse putten zoals hemelwaterput.
  • De grondwatertafelverlaging mag niet dieper zijn dan 4 m-mv, ook niet voor realisatie van de liftput.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 10/12/2021 akte genomen van de melding ingediend door Brix²Build, Grasheide 5 te 2460 Kasterlee voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het plaatsen van een tijdelijke bemaling voor de realisatie van een kelder behorende bij 8 nieuwbouwappartementen voor een totaaldebiet van 41.187 m³, gelegen aan de Genkerbaan 45 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie E, nr. 13A2; 13K2; 13R met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • De lozingsvoorwaarden voor oppervlaktewater dienen nageleefd te worden. Om hieraan te voldoen laat de aanvrager na 5 dagen na de opstart van de bemaling een analyse uitvoeren op het indelingscriterium van VL II, bijlage 2.3.1. basismilieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, art. 3.  Deze resultaten worden na het bekomen onmiddellijk overgemaakt aan de dienst leefmilieu (niet later dan 10 dagen na de staalname, bij vertraging wordt dit teruggekoppeld met de dienst leefmilieu). Indien blijkt dat er een overschrijding wordt vastgesteld, neemt de aanvrager alle noodzakelijk middelen om de verontreiniging op het oppervlaktewater te beperken vb. door een waterzuiveringsinstallatie te plaatsen voor de lozing.
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De bemaling wordt enkel geplaatst voor de realisatie van de kelder en ev. ondergrondse putten zoals hemelwaterput.
  • De grondwatertafelverlaging mag niet dieper zijn dan 4 m-mv, ook niet voor realisatie van de liftput.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.