Terug
Gepubliceerd op 12/01/2022

2021_CBS_01378 - OMV - Vergunning - Industrieweg 2050 - 2021/00250 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 21/12/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01378 - OMV - Vergunning - Industrieweg 2050 - 2021/00250 - Gedeeltelijke goedkeuring 2021_CBS_01378 - OMV - Vergunning - Industrieweg 2050 - 2021/00250 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast en er een extra poort met inrit voorzien werd, de regularisatie van de buitenaanleg, het regulariseren van 2 containers op het terrein en het toevoegen van milieutechnische rubrieken.

De aanvraag werd op 18/08/2021 ontvangen.

Op 16/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 04/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 03/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 12/03/2007 werd een weigering tot stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een industriehal, door het college van burgemeester en schepenen. (2006/10547)
  • Op 14/112007 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een industriehal voor ambachtelijke bedrijvigheden, door de deputatie. (2007/10655)
  • Op 09/04/2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het regulariseren van een industriehal met bijhorende terreinaanleg, door het college van burgemeester en schepenen. (2012/00269)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag handelingen verricht werden en constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft 2 containers die permanent aanwezig zijn op het terrein, het aanleggen van een parkeerterrein met fietsenstalling en het wijzigen van de voorgevel.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren. 

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Inter

POM Limburg

Dienst Patrimonium

Dienst Mobiliteit

Dienst Facilitair Management 

Agentschap voor Natuur en Bos

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in een zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. 

Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. 

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Er werd advies gevraagd aan Inter gezien de aanvraag valt onder art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m². De bepalingen van de artikel 10, §1, 12 tot en met 14, 16, 18, 19, 22 tot en met 25 en 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 23/11/2021 valt het project buiten het toepassingsgebied van de verordening aangezien het gaat om een regularisatie zonder nieuwe structurele verbouwingswerken.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Stedenbouwkundige voorschriften voor bedrijventerrein De Waerde

Bijzondere voorwaarden betrekking hebbende op stedenbouwkundige aspecten, van toepassing binnen ambachtelijke zone De Waerde zoals bepaald in de aankoopakte:

  • Bouwvoorwaarden en groenvoorziening

Een groenbeplanting – bufferzone – van tenminste 5m breed langs de zijdelingse en achterste perceelsscheidingen en minstens gelijk aan de normale hoogte van het gebouw is verplicht. De bufferzone dient in een streekeigen beplanting aangelegd.

De niet bebouwbare zones met inbegrip van de niet door gebouwen, toegangswegen en uitgeruste parkeerterreinen ingenomen oppervlakten, dienen beschouwd te worden als groenzone.

Afsluitingen, zowel op de perceelgrenzen als op de rooilijn, moeten uitgevoerd worden in natuurhagen al dan niet versterkt met draad, op beplantingsstroken.

Ter hoogte van de inritten dient de riolering afdoende verstevigd  teneinde beschadiging door zwaar transport te vermijden. De aanleg van de oprit over de strook der nutsvoorzieningen mag enkel uitgevoerd worden met uitneembare monolietblokken.

Er dient verplicht parkeerruimte voorzien te worden die ruimte biedt voor al de voertuigen van het bedrijf, het personeel en de bezoekers. Ook het laden en lossen dient op het eigen terrein te gebeuren.

De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de hoger gestelde voorwaarden. De aanvraag voorziet nl. in een groenstrook van slechts 2,50m tot 3m in de linker zijstrook, achteraan wordt er dan een groene buffer voorzien met een breedte van 10,50m.  De afsluitingen worden niet allemaal in een haagvorm voorzien.

  • Detailhandel

Detailhandel en het met dat doel inrichten van een toonzaal toegankelijk voor het publiek zijn niet toegestaan. 

De aanvraag voldoet aan de hoger gestelde voorwaarden. 

Met betrekking tot de bijzondere voorwaarden werd de aanvraag tevens voor advies voorgelegd aan POM Limburg.

POM Limburg heeft laten weten geen advies te verlenen.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

Het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast en er een extra poort met inrit voorzien werd, de regularisatie van de buitenaanleg en het regulariseren van 2 containers op het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen tussen Pleinstraat en Industrieweg, beide gemeentewegen.  Het perceel is gelegen op het bedrijventerrein ‘De Waerde’.

De omgeving wordt, aan de zijde van de industrieweg, gekenmerkt door bedrijven met een industriële architectuur.  Aan de zijde van de Pleinstraat, een woonstraat, bevinden zich grondgebonden eengezinswoningen, in open en halfopen verband, in diverse stijlen en materialen, met twee bouwlagen onder hellende en platte daken.  Het perceel sluit in het oosten, met ertussen de Pleinstraat, aan tegen natuurgebied, een bos dat uitloopt tot tegen natuurgebied de Teut.

Op het perceel bevindt zich een bedrijfsgebouw met aanhorigheden.  Het gebouw en terrein werden niet volledig uitgevoerd conform de vergunning.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag bevat grotendeels een regularisatie.

In de voorgevel gericht naar de Industrieweg werd een bijkomende poort geplaatst, er werd een bijkomende inrit aangelegd naar deze poort.

De gevels zijn anders uitgevoerd dan vergund.   Ze zijn afgewerkt met donker- en lichtgrijze geïsoleerde silexpanelen die anders geplaatst werden dan vergund.   Ook werden enkele gevelopeningen gewijzigd t.o.v. de vergunde toestand.

De parkeerplaatsen werden niet conform de vergunning aangelegd.  Er werden 2 containers achteraan aan het perceel geplaatst, grenzend aan de Pleinstraat.

Intern werden, boven de kantoorruimtes, opslagplaatsen ingericht, bereikbaar via trappen.

Op het inplantingsplan ‘bestaand’ worden ter hoogte van de groenzones de voorziene beplantingen opgesomd.  In werkelijkheid is er enkel een gazon met enkele boompjes aanwezig.

Ook wordt er een fietsenstalling rechts van het gebouw aangegeven.  Volgens de gegevens waarover wij beschikken en de foto’s in het dossier, bevindt zich op deze locatie een kleine gazon met een boompje.

Het bestaande inplantingsplan is m.a.w. niet volledig correct.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het bedrijf kan beschouwd worden als autoherstelwerkplaats voor racevoertuigen, wat functioneel inpasbaar is op deze locatie.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 15 autostaanplaatsen.

De dienst Mobiliteit gaat in haar advies akkoord met dit aantal en geeft aan dat indien  parkeerplaatsen 1, 14 en 15 niet gebruikt worden (gesteld dat 12 parkeerplaatsen voldoen), deze onthard kunnen worden en groen aangeplant.

Uit de gegevens waarover wij beschikken, net zoals uit de foto’s gevoegd bij de aanvraag, blijkt dat het openbaar domein langs de zijde van de Industrieweg, dat ingezaaid is met gras, veelvuldig in gebruik is als parkeerzone met insteekparkings.  Dit is niet toelaatbaar.

Ook de bijzondere voorwaarden betrekking hebbende op stedenbouwkundige aspecten, van toepassing binnen ambachtelijke zone De Waerde zoals bepaald in de aankoopakte leggen het volgende op: “Er dient verplicht parkeerruimte voorzien te worden die ruimte biedt voor al de voertuigen van het bedrijf, het personeel en de bezoekers. Ook het laden en lossen dient op het eigen terrein te gebeuren.”

Uit de gegevens waarover wij beschikken, blijkt dat het laden en lossen ook o.a. vanop de voorliggende weg gebeurt, wat niet aanvaardbaar is.

Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel en voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein te worden ingericht.  Het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.

De dienst Patrimonium verleent een ongunstig advies voor de bijkomende inrit die leidt naar de zonder vergunning geplaatste bijkomende poort.

De gemeente Zonhoven staat in principe, in het kader van zowel de veiligheid, als in het kader van beperking van verharding, slechts 1 inrit per perceel toe.  

Voor het betreffend perceel werden reeds 4 inritten vergund, wat afwijkt van deze norm.

Er wordt geen grondige motivatie gevoegd bij het dossier om een vijfde poort/vijfde inrit toe te staan.  Het gebouw heeft een grotendeels open indeling waardoor de bijkomende poort overbodig is, net zoals de bijkomende inrit.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

De regularisatie van zowel de bijkomende poort, als de bijkomende inrit, wordt ongunstig geadviseerd.

De schaal van de voorgenomen werken

De footprint, zowel als het volume van het vergunde gebouw, blijft ongewijzigd.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Hoewel het terrein een grote bebouwings- en verhardingsgraad kent, is er voldoende ruimte aanwezig voor de aanplant van een degelijke groenbuffer, zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaande toestand.  Deze groenbuffer werd in werkelijkheid niet aangeplant conform dit plan.   Dit wordt verder besproken onder de volgende titel.

De inplanting van de 2 containers belemmeren de aanplant van een goed functionerende groenbuffer.  Ze staan volledig in het zicht ingeplant, vanuit de Pleinstraat bekeken.  Daarnaast is de afstand tot de verharding te groot, waardoor er tussen de containers en de voorziene verharding enkel een gazonaanplant mogelijk is, geen andere beplanting, om de containers te kunnen bereiken.

De dienst Facilitair Management legt hieromtrent volgende voorwaarde op: “Containers voor opslag gesorteerd afval mogen niet verder dan 7,5 meter van het gebouw staan.”

Dit standpunt wordt bijgetreden.  In de vergunningsvoorwaarden wordt specifiek opgenomen dat de containers aan de zijde van de Pleinstraat verschoven moeten worden tot binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.

De zone waar de fietsenstalling wordt voorzien, is vrij beperkt.  Het groen dat dient te verdwijnen voor de fietsenstalling is verwaarloosbaar.  De fietsenstalling betreft een niet-overdekte fietsenstalling.

In het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.   Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  Dit wordt meegegeven als bemerking.

De niet-overdekte fietsenstalling kan in dat geval behouden blijven voor bezoekers of het bestaande groen kan behouden blijven.

Visueel-vormelijke elementen

Uit de foto’s blijkt dat de groenbuffer niet werd aangeplant conform het plan bestaande toestand.  

Volgens het plan wordt in de groenbuffer een gemengde aanplanting voorzien van: Viburnum opulus, Euonymus allatus, Salix cinerea.  In werkelijkheid is er enkel een gazon met enkele boompjes aanwezig.

De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan ‘bestaand’, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.

Bovendien dient deze beplanting doorgetrokken te worden in de groenzone langs de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.  Dit wordt opgelegd in de vergunningsvoorwaarden.   Hoewel niet volledig conform de voorwaarden omtrent groenbeplanting en afsluitingen in de bijzondere voorwaarden bepaald in de aankoopakte, ontstaat op die manier kwalitatief groen op het perceel en een groenbuffer t.o.v. Pleinstraat, natuurgebied en links aanpalend perceel.  

De wijzigingen in de gevels zijn, behoudens de bijkomende poort, aanvaardbaar.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het terreinprofiel is ongewijzigd t.o.v. het vergunde terreinprofiel.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De bijkomende inrit zorgt voor minder veiligheid en is niet toelaatbaar.

Het ontbreken van een degelijke buffer t.o.v. het woongebied zorgt voor hinder t.o.v. dit woongebied.  De voorwaarden zoals hierboven gesteld omtrent de ingroening dienen te worden gevolgd.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijkomende poort en inrit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein op voorwaarde dat:

  • Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel en voor bezoekers, als voor opslag van wagens, op eigen terrein wordt ingericht.   Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  • De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  • De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.

Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 23/11/2021 van Inter is gunstig:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Niet van toepassing

Het project valt niet onder de toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv

• Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig.

• Er worden geen afwijkingen aangevraagd

2 Verplichting advies

• Niet verplicht.

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

• Art 3: Gebouw(en) waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150 m².

o De bepalingen van de artikelen 10, §1, artikel 12 tot en met 14, artikel 16, 18, 19, artikel 22 tot en met 25 en artikel 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Aangezien het gaat om een regularisatie zonder nieuwe structurele verbouwingswerken valt het project buiten het toepassingsgebied van de verordening.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

4 Normen

Niet van toepassing.

5 Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO

Niet van toepassing.

6 Bijkomende informatie

Evacuatie bij brand:

De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.

Aanbevelingen voor het realiseren van een integraal toegankelijk gebouw: 

• Handboek Toegankelijkheid Publieke Gebouwen (www.toegankelijkgebouw.be

• Vademecum ‘Publiek toegankelijk domein’”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • POM Limburg liet weten geen advies te verlenen. 
  • Het advies van 06/11/2021 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen, mits voldaan aan volgende voorwaarden:

Containers voor opslag gesorteerd afval mogen niet verder dan 7,5 meter van het gebouw staan.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarde gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dient gevolgd te worden.

  • Het advies van 02/12/2021 van het Agentschap voor Natuur en Bos is gunstig:

“Na screening van de aanvraag is ons Agentschap van oordeel dat er  geen effecten ontstaan op de natuurwaarden ter hoogte van het project en in de omgeving.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 15/11/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 13/12/2021 van de dienst Patrimonium is ongunstig:

“Ongunstig advies om 5de inrit te vergunnen. We willen de in -en uitritten beperken.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 29/11/2021 van de dienst Mobiliteit is gunstig:

“De Industrieweg is een lokale weg type 3 (straat met verblijfsfunctie). Hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). Deze weg ligt in een industriegebied.

De extra vervoersbewegingen naar en van de industrieweg t.g.v. de extra poort met inrit (die deel uitmaakt van deze regularisatie) zijn aanvaardbaar.

Het aantal parkeerplaatsen in de vergunde toestand is 7; in de bestaande toestand zijn 15 parkeerplaatsen en 1 fietsenstalling aanwezig. Indien de parkeerplaatsen langs het gebouw niet gebruikt worden om te parkeren, kan overwogen worden deze te ontharden en te vergroenen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies, met uitzondering van het standpunt omtrent de bijkomende inrit.

De opmerking gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, kan bekeken en overwogen worden indien er teveel parkeerplaatsen zouden aanwezig zijn op het terrein.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken deels op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijkomende poort en inrit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein op voorwaarde dat:

  • Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel, voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein wordt ingericht.   Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  • De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  • De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.

Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een nieuwe inrichting zijnde een autoherstelwerkplaats voor racevoertuigen.

Met volgende aangevraagde rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Niet-vergunningsplichtig:

  • Lozing van huishoudelijk afvalwater < 600 m³/jaar;
  • Stookinstallatie < 300 kW

Ligging ten opzichte van de buurt

In een straal van 100 meter zijn een 18-tal woningen gelegen.  

Op 18 meter van de perceelsgrenzen en op 30 meter van de bedrijfsgebouwen staat een woning. 

Dit maakt dat de inrichting voor hinder kan zorgen voor de buurt. 

BODEM

Het bedrijf valt met volgende rubrieknummers uit de Vlaremindelingslijst onder de categorie van risico-inrichting:15.2; 29.5.2.1°a; 29.5.7.1°a; waarbij categorie 

A - oriënterend bodemonderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de 20 jaar.

Een oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd in 2018 door het voormalige bedrijf, gevestigd op de locatie.  

De uitgevoerde activiteit vormt een risico voor bodemverontreiniging.  De nodige maatregelen moeten getroffen worden om bodemverontreiniging tegen te gaan: lekbakken; 

Er zullen geen geaccidenteerde wagens of wrakken opgeslaan worden. 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf: afkomstig van de autoherstelwerkplaats. 

Het bedrijf zal werkzaam zijn tussen 8.30 – 17.00 uur van maandag tem vrijdag. 

LUCHTVERONTREINIGING

De verwarming van de gebouwen gebeurt met :gas.

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.   

Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

LOZING VAN AFVALWATER

Enkel lozing van huishoudelijk afvalwater aanwezig, onder het indelingscriterium, waardoor dit niet vergunningsplichtig is.

Volgens de aanvraag worden geen andere afvalwaters geloosd. 

AFVALSTOFFEN

Het bedrijf dient zich te houden aan de geldende wettelijke bepalingen wat betreft sorteerverplichtingen.

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.

Gelet op bovenstaande, kan dit gevolgd worden.   

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II zijn van toepassing 
  • De sorteerverplichtingen inzake Vlarema zijn van toepassing;
  • Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

Duur:

De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijkomende poort en inrit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein, mits voorwaarden.

Voor volgende rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de regularisatie van de bijkomende poort in de voorgevel en de inrit naar deze poort, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Voor volgende rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel, voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein wordt ingericht.  Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  2. De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  3. De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.
    Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.
    De groenbuffer dient uitgevoerd te worden het plantseizoen volgend op het verkrijgen van de vergunning.  Bewijs hiervan moet aangeleverd worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, max. 6 maanden na de aanplant.
    Milieuvoorwaarden:
  4. De sectorale voorwaarden van Vlarem II zijn van toepassing;
  5. De sorteerverplichtingen inzake Vlarema zijn van toepassing;
  6. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
    Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Uitgezonderd de 4 vergunde inritten, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inritten dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek.
    Andere voorwaarden:
  12. De bemerkingen gesteld in het advies van Inter d.d. 23/11/2021 dienen gevolgd te worden;
  13. In de voortuinstrook aan de zijde van de Industrieweg mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  17. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
  18. Alvorens een nieuwe omgevingsvergunning aan te vragen in de toekomst dient aangetoond te worden dat voldaan is aan de voorwaarden van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen / omgevingsvergunningen, waaronder de huidige.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 13/12/2021 tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor: 

  • de regularisatie van de bijkomende poort in de voorgevel;
  • de regularisatie van de inrit naar deze poort

zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor:

  • het regulariseren van de aanpassing van de gevels, met uitzondering van de bijkomende poort;
  • de buitenaanleg zoals voorzien op het inplantingsplan bestaand (deels regularisatie), met uitzondering van de bijkomende inrit;
  • het regulariseren van 2 containers op het terrein;

zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Met volgende rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel, voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein wordt ingericht.  Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  2. De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  3. De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.
    Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.
    De groenbuffer dient uitgevoerd te worden het plantseizoen volgend op het verkrijgen van de vergunning.  Bewijs hiervan moet aangeleverd worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, max. 6 maanden na de aanplant.
    Milieuvoorwaarden:
  4. De sectorale voorwaarden van Vlarem II zijn van toepassing;
  5. De sorteerverplichtingen inzake Vlarema zijn van toepassing;
  6. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.
    Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Uitgezonderd de 4 vergunde inritten, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inritten dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek.
    Andere voorwaarden:
  12. De bemerkingen gesteld in het advies van Inter d.d. 23/11/2021 dienen gevolgd te worden;
  13. In de voortuinstrook aan de zijde van de Industrieweg mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  17. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
  18. Alvorens een nieuwe omgevingsvergunning aan te vragen in de toekomst dient aangetoond te worden dat voldaan is aan de voorwaarden van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen / omgevingsvergunningen, waaronder de huidige.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.