Terug
Gepubliceerd op 12/01/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 21/12/2021 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2021_CBS_01352 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2021_CBS_01352 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2021_CBS_01352 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 14 december 2021 goedgekeurd.

2.

2021_CBS_01353 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
2.

2021_CBS_01353 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2021_CBS_01353 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
3.

2021_CBS_01354 - Bestuurlijke inbeslagname voertuigen wegens gevaarlijk rijgedrag - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2021_CBS_01354 - Bestuurlijke inbeslagname voertuigen wegens gevaarlijk rijgedrag - Principiële Goedkeuring

2021_CBS_01354 - Bestuurlijke inbeslagname voertuigen wegens gevaarlijk rijgedrag - Principiële Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

GR 26/03/2018 betreffende de goedkeuring "Protocolakkoord bestuurlijke handhaving criminaliteit en onveiligheid";

Bijlage: Model-retributiereglement;

Bijlage: Model addendum bij Protocolakkoord bestuurlijke handhaving criminaliteit en onveiligheid;

Feiten context en argumentatie

1 CONTEXT

Meer en meer gemeenten worden geconfronteerd met bestuurders die al dan niet voor het plezier de openbare weg onveilig maken: veel te hard rijden, met opzet slippen en driften, e.d. Andere weggebruikers worden geconfronteerd met acute gevaarsituaties en omwonenden klagen over overlast en onveiligheid. Als gevolg hiervan ontstaan, naast een algemeen gevoel van onveiligheid, op bepaalde ogenblikken situaties van acuut gevaar.

De maatregel die in deze omstandigheden door het parket kan worden opgelegd, namelijk de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, wordt als onvoldoende effectief ervaren. Ook bestaat er een reëel risico dat de bestuurder in kwestie, ondanks de intrekking van zijn rijbewijs, toch opnieuw zijn voertuig zal besturen, en dit op dezelfde gevaarlijke manier. Omdat, omwille van het rijgedrag zelf, de pakkans klein is, is het risico op herhaling reëel. Een manier om dat te voorkomen en de omgeving te beveiligen is de bestuurlijke inbeslagname van het voertuig. Door samen te werken kunnen parket en bestuur tot een gezamenlijke aanpak komen waarbij beveiliging en vervolging hand in hand gaan.

Evenwicht en vrijwaring van de verschillende doelstellingen van vervolging en beveiliging zijn daarbij belangrijk. Het doel van bestuurlijk beslag is beveiliging. Bestraffing hoort bij vervolging. Gedrag waarbij overlast en acuut gevaar wordt veroorzaakt moet onmiddellijk worden gestopt, terwijl de mogelijkheid om achteraf strafrechtelijk te vervolgen, moet worden gewaarborgd. Het zal immers steeds gaan om inbreuken waarvoor het parket systematisch vervolgt. Dat betekent dat bestuurlijk zal worden ingegrepen zonder echt sanctionerend op te treden. De bestuurlijke maatregel bestaat uit het loutere beslag, en de vrijgave van het voertuig mag niet afhankelijk worden gesteld van andere voorwaarden dan de betaling van de aan dat beslag verbonden kosten.

Deze gezamenlijke aanpak komt tot stand via informatiedeling: het bestuurlijk beslag is immers gebaseerd op feiten die door de politie worden vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal. Opdat deze vaststellingen zouden kunnen worden gebruikt om over te gaan tot bestuurlijk beslag, moet er toelating zijn van het parket om deze informatie, die gerechtelijk van aard is, te delen. In overeenstemming met de omzendbrief BH 10/2017 en met het Protocolakkoord Bestuurlijke Handhaving wordt in deze richtlijn bepaald in welke gevallen de informatie mag worden gedeeld en op welke voorwaarden dit mag gebeuren.

2 TOEPASSINGSGEBIED

2.1 Algemene voorwaarden

Informatie uit de processen-verbaal zoals omschreven in de volgende rubrieken wordt enkel gedeeld indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :

    •     de gemeente heeft de uitbreiding van het basisprotocol Bestuurlijke Handhaving met de materie van ‘verkeersveiligheid’ goedgekeurd;

    •     de gemeente heeft een retributiereglement goedgekeurd;

2.2 Dossiergebonden voorwaarden :

Bovendien moeten per dossier de volgende drie voorwaarden zijn vervuld :

    • het gaat om een situatie van acuut gevaar;

    • er is geen grond voor beslag wegens niet-verzekering;

    • er is geen grond voor immobilisatie;

2.3 Wanneer is er sprake van acuut gevaar?

Het moet gaan om manifest en eerder uitzonderlijk gevaarlijk rijgedrag waarbij duidelijk gevaar wordt gecreëerd voor andere weggebruikers en omwonenden. Men moet hierbij denken aan rijgedrag dat verder gaat dan de gebruikelijke ‘onachtzaamheidsmisdrijven’ in het verkeer. Het gaat dus niet om gevallen waarin men ‘per ongeluk’ te hard rijdt maar om doelbewust hard en gevaarlijk rijden met miskenning van elke verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de andere weggebruikers. Loutere snelheidsovertredingen, hoewel belangrijkste oorzaak van ongevallen, geven niet per definitie aanleiding tot bestuurlijk beslag. Acuut gevaar moet duidelijk uit de vaststellingen blijken. Anders zou in principe elke overtreding waarvoor het rijbewijs kan worden ingetrokken ook automatisch leiden tot bestuurlijk beslag. Dit laatste is niet de bedoeling.

2.4 Gerechtelijke bewarende maatregelen (beslag en immobilisatie) krijgen voorrang

Indien tijdens de vaststellingen blijkt dat het voertuig waarmee de feiten werden gepleegd in aanmerking komt voor beslag wegens niet-verzekering of immobilisatie wegens inbreuken op rijbewijs en verval, dan moet hier voorrang aan worden gegeven. Uitzondering is de situatie waarin het voertuig kan worden geïmmobiliseerd op grond van inbreuken op rijbewijs en verval doch de bestuurder niet de eigenaar is van het voertuig.

Concreet :

Indien bij vaststellingen van manifest gevaarlijk rijgedrag waarbij acuut gevaar wordt gecreëerd voor andere weggebruikers en omwonenden, tevens wordt vastgesteld :

    • Dat het voertuig niet verzekerd is : beslag wegens niet verzekering gaat voor.

    • Dat de bestuurder stuurt spijts verval/proeven/OIRB/zonder houder te zijn van een RB :

        o Bestuurder is eigenaar van het voertuig : immobilisatie gaat voor.

        o Bestuurder is geen eigenaar : bestuurlijk beslag is mogelijk.

3 PROCEDURE

3.1 Delen van de informatie d.m.v. een bestuurlijk verslag

Bestuurlijk beslag op basis van strafrechtelijke vaststellingen kan enkel indien er toelating is voor het delen van de informatie uit de vaststellingen. Deze toelating wordt globaal verleend indien voldaan is aan de voorwaarden onder 2.1 en 2.2. :

    • de gemeente heeft de uitbreiding van het basisprotocol Bestuurlijke Handhaving met de materie van ‘verkeersveiligheid’ goedgekeurd;

    • de gemeente heeft een retributiereglement goedgekeurd;

    • het gaat om een situatie van acuut gevaar;

    • er is geen grond voor beslag wegens niet-verzekering;

    • er is geen grond voor immobilisatie;

Indien aan deze voorwaarden is voldaan en men wil overgaan tot bestuurlijk beslag, dan stelt de politie, conform het protocolakkoord, een ‘bestuurlijk verslag’ op voor de bestuurlijke overheid. In dit bestuurlijk verslag worden de vaststellingen opgenomen die kunnen worden gedeeld.

Dit bestuurlijk verslag zal worden overgemaakt aan de betreffende gemeente, t.a.v. de burgemeester. Aan de hand van een burgemeesterbesluit, op basis van het bestuurlijk verslag en na een (verplichte) hoorzitting met de betrokenne, zal besloten worden om de inbeslagname te bevestigen dan wel deze inbeslagname te beëindigen.

Na afloop van de periode tot inbeslagname, 15 dagen, dient de betrokkene de retributie zoals bepaald in het retributiereglement te betalen, waarna deze diens voertuig kan afhalen bij de door de gemeente aangestelde takeldienst.

Over de exacte bewoordingen en modaliteiten van het retributiereglement dienen nog de laatste afstemmingen gemaakt worden tussen de politiezone en de gemeentes behorende tot politiezone LRH. Dit dient, net zoals de goedkeuring van het addendum, goedgekeurd worden door de gemeenteraad.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist principieel het addendum bij Protocolakkoord bestuurlijke handhaving criminaliteit en onveiligheid goed te keuren en ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

4.

2021_CBS_01355 - Aankoop headsets - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2021_CBS_01355 - Aankoop headsets - Goedkeuring

2021_CBS_01355 - Aankoop headsets - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Offerte "CentralPoint_offerte_377070.pdf"

Feiten context en argumentatie

Naar aanleiding van de migratie naar teams voor telefonie, het telewerk en de verhoogde flexibiliteit van telefonie is er binnen de organisatie een grote vraag naar betere headsets.
Omdat er geen lijn valt te trekken over welke collega's een meer kwalitatieve headset "verdienen" wensen we te investeren in de werkplek en het welzijn van alle medewerkers.

De vraag werd besproken en goedgekeurd op  het MAT van 4/10/2021.

De grootste voordelen van de meer kwalitatieve headsets zijn:

  • Minder 'ruis' vanuit de microfoon verhoogd de verstaanbaarheid. 
  • Het draagcomfort is beter, wat voor lange telefoongesprekken en vergaderingen aangenamer is.
  • Draadloze headsets maken het eenvoudiger om tijdens een gesprek zich te verplaatsen om bv. een fysiek dossier erbij te nemen.
  • De draadloze functie maakt het ook eenvoudiger om af te wisselen tussen een zittende en staande houding. (=gezonder)


Verschillende aanbieders werden vergeleken waarbij de goedkoopste CentralPoint via het raamcontract van C-smart naar voren komt.

De  kostprijs is €110,12 per headset (Excl. BTW)

Voor 160 headsets komen we op een totaalkost van €17.619,20 Excl. BTW (€21.319,23 Incl BTW)

Adviezen
Contractmanagement Gunstig advies

Via raamovereenkomst aangekocht dus in orde qua wetgeving overheidsopdrachten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft een goedkeuring voor de aankoop via het raamcontract van C-smart met CentralPoint voor 160 headsets aan de totaalkost van €17.619,20 Excl. BTW (€21.319,23 Incl BTW)

5.

2021_CBS_01356 - Geo-IT GIS server - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2021_CBS_01356 - Geo-IT GIS server - Goedkeuring

2021_CBS_01356 - Geo-IT GIS server - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Offerte dd. 15 december 2021 van Geo-IT.
SLA (Service Level Agreement).

Feiten context en argumentatie

Wegens stopzetting van de huidige hostomgeving, dient een nieuwe overeenkomst worden aangegaan om de modules van Geo-IT te ondersteunen.

Geo-IT heeft een SLA (Service Level Agreement) en offerte overgemaakt voor "Geo-IT GIS sever via RemPaaS".  Deze SLA is van toepassing op de dienstverlening voor het hosten van huidige en toekomstige Geo-IT GIS modules op een toepassingsgerichte server in een Remmicom RemPaaS datacenter.

De hosting van de RemPaaS server is voorzien voor een periode van 4 jaar en kan jaarlijks opgezegd worden.

De prijs bedraagt € 310,00 per maand (excl. btw).  Extra ondersteuning op afroep bedraagt € 135,00 per uur (excl. btw).

Adviezen
Gunstig advies

Positief advies vanuit de dienst ICT.
De nieuwe SaaS hosting is een upgrade t.o.v. het vorige.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de offerte en SLA "Geo-IT GIS server via RemPaaS" van Geo-IT voor de maandelijkse kost van € 310,00 excl. btw goed.  De overeenkomst wordt aangegaan voor vier jaar.

6.

2021_CBS_01357 - Stopzetten advertentieruimte infozine 'de Zonhovenaar' - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2021_CBS_01357 - Stopzetten advertentieruimte infozine 'de Zonhovenaar' - Goedkeuring

2021_CBS_01357 - Stopzetten advertentieruimte infozine 'de Zonhovenaar' - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Infogids in bijlage

Feiten context en argumentatie

Er wordt al meer dan 20 jaar advertentieruimte voor lokale handelaars voorzien op de achterzijde van het tweemaandelijks infozine ‘de Zonhovenaar’. Per editie is er ruimte voor acht advertenties (1/8 A4-pagina, 90x64 mm). De kostprijs bedraagt € 150 exclusief btw per advertentie. De adverteerders dienen zelf het ontwerp aan te leveren. 

De start van een nieuw jaar in combinatie met de nabije overstap naar een mogelijk nieuwe leverancier voor de lay-out, druk en belevering van het infozine zorgt voor een moment om stil te staan bij deze werkwijze. Past het aanbieden van deze advertentieruimte nog steeds in de visie? Is het nog steeds de bedoeling om gemeentelijke communicatiekanalen voor dit doeleinde ter beschikking te stellen?

Doel en kenmerken gemeentelijke infozine

  • de bevolking informeren over het beleid, regelgeving en dienstverlening
  • neutrale en objectieve informatie
  • commercieel neutraal
  • behoeftevervullend in plaats van aanbodgestuurd
  • gratis in alle brievenbussen van de gemeente bezorgd
  • Artikel 3.II.14. (Decreet Bestuursdecreet)
    "De overheidsinstanties kunnen in hun eigen communicatiekanalen of media alleen ruimte laten voor betalende reclame van private bedrijven, merken of personen, als die reclame duidelijk wordt onderscheiden van de communicatie van de overheid zelf."

Gemeentelijke kanalen voor de lokale economie

Het gemeentebestuur biedt verschillende kanalen aan voor lokale ondernemers, zoals onder andere de infogids.

Infogids (zie bijlage)

Jaarlijks wordt er een infogids in alle brievenbussen van Zonhoven bedeeld. Deze infogids bestaat voor de helft uit advertentieruimte en de andere helft gemeentelijke info. Onder de rubriek ‘nuttige nummers’ worden ook apothekers, dierenartsen, kinesisten, thuisverpleging, vroedvrouwen, enzoverder benoemd met hun contactgegevens. Onder de rubriek ‘kinderopvang’ worden de erkende kinderdagverblijven, onthaalouders en de buitenschoolse kinderopvang in Zonhoven benoemd met hun contactgegevens. 

De firma Gentle contacteert Zonhovense ondernemers met de vraag of zij advertentieruimte willen inkopen.

Aanpak andere besturen

Kortom vzw, vereniging voor overheidscommunicatie, bevestigt dat er in de overgrote meerderheid van de gemeentelijke informatiebladen  geen advertenties worden opgenomen. Daarnaast zijn de inkomsten, afgemeten aan de uitgaven, verwaarloosbaar.

Conclusie

In de rubrieken van het infozine 'de Zonhovenaar' worden commerciële boodschappen bewust niet opgenomen wegens de verplichting dat overheidscommunicatie (commercieel) neutraal en objectief dient te zijn. De advertenties op de achterzijde van het infozine zijn niet duidelijk gescheiden van de gemeentelijke communicatie zelf.

Wegens het feit dat we in onze gemeentelijke communicatiekanalen commercieel neutraal moeten communiceren en het feit dat de baten niet opwegen t.o.v. de kosten, wordt er besloten om vanaf 2022 geen advertentieruimte meer te voorzien in het infozine.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de stopzetting van het aanbod van advertentieruimte in het infozine 'de Zonhovenaar' vanaf 2022.

7.

2021_CBS_01358 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2021_CBS_01358 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2021_CBS_01358 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 30.525,79.

8.

2021_CBS_01359 - Gemeentelijke dotatie politiebegroting 'Limburg Regio Hoofdstad' - dienstjaar 2022 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2021_CBS_01359 - Gemeentelijke dotatie politiebegroting 'Limburg Regio Hoofdstad' - dienstjaar 2022 - Kennisneming

2021_CBS_01359 - Gemeentelijke dotatie politiebegroting 'Limburg Regio Hoofdstad' - dienstjaar 2022 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Volgens de omzendbrief BB 2013 van minister Bourgeois moet voor de goede gang van zaken in een meer-gemeentezone de gemeentelijke dotatie van elke gemeente niet alleen worden ingeschreven in de budgetten (meerjarenplan) van de gemeente, maar ook vastgesteld worden in een afzonderlijk besluit.

De afzonderlijke vaststelling van de gemeentelijke dotatie is in het kader van de uitoefening van het bestuurlijk toezicht, maar ook aan specifiek federaal toezicht onderworpen voor wat de bepaling van het bedrag betreft.

De dotaties in de begroting van de politiezone komen ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en van de federale staat.
De respectievelijke bijdrage van de gemeenten van een meergemeentezone in de globale gemeentelijke dotatie wordt in principe in onderling overleg en bij algemeen akkoord bepaald. De begroting 2022 werd aan de politieraad van 16 december  2021 voorgelegd, rekening houdend met dotaties die vanaf 2020 voorlopig en tot nader order met maximum 3,8% per jaar stijgen, doch tussentijds zullen worden geëvalueerd om daarna te worden geactualiseerd aan de hand van de resultaten uit de begrotingsrekeningen en de gewijzigde cijfers tijdens een begrotingsjaar (bijvoorbeeld in verband met de nog te verwachten achterstallen uit het verkeersveiligheidsfonds).

Volgens het besluit van de politieraad van 16 december  2021 van de politiezone Limburg Regio Hoofdstad bedraagt de dotatie 2022 voor de gemeente Zonhoven € 2.445.325.
In het meerjarig financieel beleidsplan van de gemeente Zonhoven is voor het jaar 2022 hetzelfde bedrag voorzien.
De dotatie voor 2020 en 2021 was respectievelijk € 2.269.561 en € 2.355.804.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de politieraad om voor de gemeente Zonhoven voor het jaar 2022 een dotatie aan de politiezone Limburg Regio Hoofdstad te voorzien van € 2.445.325 en beslist het ter goedkeuring voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.

9.

2021_CBS_01360 - Gasboete - dossiers inning door deurwaarder - Goedkeuring

Goedgekeurd
9.

2021_CBS_01360 - Gasboete - dossiers inning door deurwaarder - Goedkeuring

2021_CBS_01360 - Gasboete - dossiers inning door deurwaarder - Goedkeuring
10.

2021_CBS_01361 - Onderhandse verkoop van 68ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Grote Hemmenweg, sectie C 755r2 - Aanstelling notaris - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2021_CBS_01361 - Onderhandse verkoop van 68ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Grote Hemmenweg, sectie C 755r2 - Aanstelling notaris - Goedkeuring

2021_CBS_01361 - Onderhandse verkoop van 68ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Grote Hemmenweg, sectie C 755r2 - Aanstelling notaris - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van de gemeenteraad dd. 13 december 2021 houdende onderhandse verkoop van 68ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Grote Hemmenweg, sectie C 755r2.

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad dd. 13 december 2021 ging akkoord met de onderhandse verkoop van 68ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Grote Hemmenweg, sectie C 755r2/ex, aan Gerry Kimpen en Loes Jacobs.

De gemeenteraad besliste dat de akte zal verleden worden door een notaris aan te stellen door het college van burgemeester en schepenen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist notaris Natalie Cabes, Sint-Trudoplein 7/1 te 3530 Houthalen-Helchteren aan te stellen om de akte te verlijden.

11.

2021_CBS_01362 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00042/SPLITSING - Grote Hellekensstraat 31-33 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2021_CBS_01362 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00042/SPLITSING - Grote Hellekensstraat 31-33 - Weigering

2021_CBS_01362 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00042/SPLITSING - Grote Hellekensstraat 31-33 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

De percelen 3de afdeling, sectie F, nr. 178V en 3de afdeling, sectie F, nr. 178W zijn gelegen in woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

Op het terrein gelden geen BPA-voorschriften.

Het perceel 3F178W is gelegen in de goedgekeurde verkaveling 7204.V.16 (lot 5).

Het perceel is niet gelegen binnen het GRUP-afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk.

  • Op het perceel 3F178V (Grote Hellekensstraat 31) staan constructies, opgericht zonder de nodige stedenbouwkundige vergunningen.
    Er dient voorafgaandelijk aan een nieuwe aanvraag tot notariële splitsing een aanvraag tot regularisatie te gebeuren of de toestand dient hersteld te worden in zijn oorspronkelijke staat (afbraak).
     De bestaande toestand komt niet overeen met de goedgekeurde plannen bij de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning.
  • Op het deel van het perceel 3F178W (Grote Hellekensstraat 33) staan eveneens constructies waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning werd bekomen.
    Er dient voorafgaandelijk aan de nieuwe aanvraag tot notariële splitsing een aanvraag tot regularisatie te gebeuren of de toestand dient hersteld te worden in zijn oorspronkelijke staat (afbraak).
     De bestaande toestand komt niet overeen met de goedgekeurde plannen bij de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning.
  • Zowel in 2013 als in 2018 werd aan de betrokkenen reeds meegedeeld dat er vooraleer een ruiling van grond kan plaatsvinden er een regularisatie of afbraak dient te gebeuren van de niet vergunde constructies.
     Dit standpunt blijft behouden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de gevraagde splitsing zoals aangegeven op het bijgevoegd opmetingsplan van landmeter-expert Jean-Pierre Ernots dd.23/06/2020.

Vooraleer er een ruiling kan plaatsvinden dienen de niet vergunde constructies ofwel geregulariseerd te worden ofwel afgebroken.

12.

2021_CBS_01363 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00043/SPLITSING te Houthalenseweg 66 - 68 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2021_CBS_01363 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00043/SPLITSING te Houthalenseweg 66 - 68 - Goedkeuring

2021_CBS_01363 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00043/SPLITSING te Houthalenseweg 66 - 68 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Historiek:

Het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2, is volgens het gewestplan Hasselt – Genk, ggk 03/04/1979, gedeeltelijk gelegen in woongebied en gedeeltelijk in een woonuitbreidingsgebied.

In het verleden werden er 6 stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

  • 1950/00054 – vergund op 12/05/1950 – bouwen van een handelshuis
  • 2000/08381 – vergund op 31/07/2000 – bouwen van een sauna-centrum met zwembad + verbouwen van een eengezinswoning tot schoonheidscentrum
  • 2001/08840 – vergund op 12/03/2002 – plaatsen van een houten afsluiting (nr. 66)
  • 2004/09682 – vergund op 13/09/2004 – het bouwen van een veranda (nr. 68)
  • 2007/10793 – vergund op 17/09/2007 – het plaatsen van 67,27 m2 fotovoltaïsche zonnepanelen (nr. 68)
  • 2021/00210 – vergund op 19/10/2021 - het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning) (nrs. 66 en 68)

Het kadaster bevestigt het opbouwjaar van 1950 met als aard ‘handelshuis’.

Tot op heden geldt hier een milieuvergunning voor het uitbaten van een schoonheidsinstituut met sauna en zwembad.

Het perceel is gelegen langs de Houthalenseweg. Dit is een gewestweg wat onder de bevoegdheid van het Agentschap Wegen en Verkeer valt.

In het verleden werd een eerdere splitsingsaanvraag geweigerd:

  • 2021/00007/SPLITSING – geweigerd op 16/03/2021 om reden dat de gevraagde opsplitsing en bestemmingswijziging eerst diende afgetoetst te worden in een omgevingsaanvraag.

Motivering:

Op 16/03/2021 weigerde het college van burgemeester en schepenen splitsingsaanvraag 2021/00007/SPLITSING om reden dat de gevraagde opsplitsing en bestemmingswijziging eerst diende afgetoetst te worden in een omgevingsaanvraag. Met deze splitsing wenst men huisnummer 66 om te vormen naar een woning. Hiervoor diende eerst een bestemmingswijziging naar wonen aangevraagd te worden. Huisnummer 66 was immers vergund als een ontspanningsruimte (gelijkvloers) en verzorgingskamer ( 1ste verdieping). Tevens is huisnummer 66 middels een doorgang (deur) verbonden met nummer 68. Beide panden dienen volledig gescheiden te zijn.

Het goed is tevens gelegen langs een gewestweg waardoor het Agentschap Wegen en Verkeer hierover de bevoegdheid heeft. Tijdens de procedure van bestemmingswijziging werd hun advies/visie hierin afgetoetst. Het Agentschap Wegen en Verkeer leverde een voorwaardelijk gunstig advies af mits het handelshuis (huisnummer 66) wordt ingericht als privé-welness en geen vrij toegankelijke welness. Dit wegens onvoldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. De gemeentelijke omgevingsambtenaar sloot zich aan bij dit advies. Het college van burgemeester en schepenen volgde integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. Bijgevolg moeten de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van AWV gevolgd worden.

Op 19/10/2021 vergunde het college van burgemeester en schepenen onder voorwaarden de omgevingsaanvraag (2021/00210) voor het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning), zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage bij de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden, kadastraal gelegen op 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2 – Houthalenseweg 66 en 68.

Als gevolg van de afgeleverde omgevingsvergunning (2021/00210) kan de huidige splitsingsaanvraag met als doel de verkoop als twee aparte panden met bestemming woonhuis en handelshuis op het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2, gelegen Houthalenseweg 66 en 68 gunstig beoordeeld worden.

De gestelde voorwaarden uit de afgeleverde omgevingsvergunning (2021/00210) dienen evenwel strikt nageleefd te worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de verkoop als twee aparte panden met bestemming woonhuis en handelshuis op het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2, gelegen Houthalenseweg 66 en 68 -   zoals voorzien op het delingsplan, dd 06/02/2021, opgesteld door bestuurder Guido Scheers vr de bv Scheers St& G.

De gestelde voorwaarden uit de afgeleverde omgevingsvergunning (2021/00210) dienen evenwel strikt nageleefd te worden.

13.

2021_CBS_01364 - OMV - Hoorzitting beroep - Hasseltse Beverzakstraat 8 - 2021/00102 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2021_CBS_01364 - OMV - Hoorzitting beroep - Hasseltse Beverzakstraat 8 - 2021/00102 - Kennisneming

2021_CBS_01364 - OMV - Hoorzitting beroep - Hasseltse Beverzakstraat 8 - 2021/00102 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Aanvraag van de heer Matthias Maris met als adres Hasseltsesteenweg 607 te 3700 Tongeren (2021/00102), tot het bouwen van 2 eengezinswoningen in halfopen verband, gelegen op een kadastraal perceel gekend als 3de afdeling, sectie E, nummer 1110P2, gelegen aan Hasseltse Beverzakstraat 8.

De hoorzitting inzake het beroep van de heer Peter Cabus namens Departement Omgeving tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven d.d. 03 augustus 2021 waarbij een vergunning werd verleend voor het bouwen van 2 eengezinswoningen in halfopen verband, zal plaats vinden op dinsdag 11 januari 2022 om 09u00 uur.

Gelet op de verstrengde maatregelen d.d. 20 november 2021 m.b.t. de verspreiding van het coronavirus zal de geplande hoorzitting niet fysiek doorgaan. De hoorzitting kan op 3 verschillende manieren doorgaan:

"1) Videoconferentie

De videoconferentie zal georganiseerd worden via de toepassing ‘Microsoft Teams’. U zal een digitaal vergaderverzoek ontvangen op het mailadres dat u hebt ingegeven via het omgevingsloket. U kan deze link via uw internet browser openen. Het deelnemen aan de vergadering vergt geen installatie van de toepassing. U dient wel minimaal een micro ter beschikking te hebben wanneer u deelneemt.

Indien u dit vergaderverzoek op een ander mailadres wenst te ontvangen dan hetgeen u hebt ingegeven op het omgevingsloket kan u dit ten laatste laten weten vóór 5 januari 2022 op het mailadres omgevingsvergunning@limburg.be.

2) Teleconferentie

U zal op het vermelde uur opgebeld worden op een telefoonnummer naar keuze. U kan het gewenste telefoonnummer overmaken aan onze dienst vóór 5 januari 2022 op het mailadres omgevingsvergunning@limburg.be met de vermelding van uw dossiernummer.

3) Schriftelijk

Schriftelijke replieken moeten uiterlijk op de dag van de hoorzitting per e-mail verstuurd worden aan de dienst Omgevingsvergunning, via omgevingsvergunning@limburg.be met de vermelding van uw dossiernummer. Indien u de mogelijkheid heeft deze stukken op te laden in het omgevingsloket, vragen wij u dit ook te doen. Replieken van de partijen die toegang hebben tot het omgevingsloket MOETEN opgeladen worden in dat omgevingsloket, via de actie 'verstuur een bericht'.

Wij vragen u vriendelijk om uw keuze van horen te laten weten ten laatste op 5 januari 2022 via het mailadres van omgevingsvergunning@limburg.be. Voor een optimale behandeling van uw dossier is de keuze voor videoconferentie het meest aangewezen."

Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap ‘fase beroepsperiode’ > ‘beroepschrift’ > ‘acties en overzicht’. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist niet deel te nemen aan de hoorzitting van 11 januari 2022.

14.

2021_CBS_01365 - OMV - Hoorzitting beroep - Kapelhof/Batenstraat - 2021/00134 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2021_CBS_01365 - OMV - Hoorzitting beroep - Kapelhof/Batenstraat - 2021/00134 - Kennisneming

2021_CBS_01365 - OMV - Hoorzitting beroep - Kapelhof/Batenstraat - 2021/00134 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Aanvraag van de heer Jeffrey Vandeput namens Idylia NV met als contactadres Hendrik van Veldekesingel 150 bus 49 te 3500 Hasselt (2021/00134), tot het slopen van de bestaande bebouwing (Batenstraat 2 en Kapelhof 24, 24A en 24B) en het bouwen van 8 appartementen (Batenstraat 2 bus 1 t.e.m. 8), gelegen op een kadastraal perceel gekend als 3de afdeling, sectie E, nrs. 833N, 835E en 835F.

De hoorzitting inzake het beroep van de heer Luc Deckers namens Idylia NV tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven d.d. 03 augustus 2021, waarbij een vergunning werd geweigerd aan de heer Jeffrey Vandeput namens Idylia NV voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van 8 appartementen, zal plaats vinden op dinsdag 11 januari 2022 om 09u30 uur.

Gelet op de verstrengde maatregelen d.d. 20 november 2021 m.b.t. de verspreiding van het coronavirus zal de geplande hoorzitting niet fysiek doorgaan. De hoorzitting kan op 3 verschillende manieren doorgaan:

"1) Videoconferentie

De videoconferentie zal georganiseerd worden via de toepassing ‘Microsoft Teams’. U zal een digitaal vergaderverzoek ontvangen op het mailadres dat u hebt ingegeven via het omgevingsloket. U kan deze link via uw internet browser openen. Het deelnemen aan de vergadering vergt geen installatie van de toepassing. U dient wel minimaal een micro ter beschikking te hebben wanneer u deelneemt.

Indien u dit vergaderverzoek op een ander mailadres wenst te ontvangen dan hetgeen u hebt ingegeven op het omgevingsloket kan u dit ten laatste laten weten vóór 5 januari 2022 op het mailadres omgevingsvergunning@limburg.be.

2) Teleconferentie

U zal op het vermelde uur opgebeld worden op een telefoonnummer naar keuze. U kan het gewenste telefoonnummer overmaken aan onze dienst vóór 5 januari 2022 op het mailadres omgevingsvergunning@limburg.be met de vermelding van uw dossiernummer.

3) Schriftelijk

Schriftelijke replieken moeten uiterlijk op de dag van de hoorzitting per e-mail verstuurd worden aan de dienst Omgevingsvergunning, via omgevingsvergunning@limburg.be met de vermelding van uw dossiernummer. Indien u de mogelijkheid heeft deze stukken op te laden in het omgevingsloket, vragen wij u dit ook te doen. Replieken van de partijen die toegang hebben tot het omgevingsloket MOETEN opgeladen worden in dat omgevingsloket, via de actie 'verstuur een bericht'.

Wij vragen u vriendelijk om uw keuze van horen te laten weten ten laatste op 5 januari 2022 via het mailadres van omgevingsvergunning@limburg.be. Voor een optimale behandeling van uw dossier is de keuze voor videoconferentie het meest aangewezen."

Met het oog op een vlot verloop van de hoorzitting wordt aangeraden om het verslag van de Provinciale Omgevingsambtenaar voorafgaandelijk te raadplegen. Een afschrift van dit verslag zal beschikbaar worden gesteld via het Omgevingsloket door middel van een bericht voor het beroepschrift dat u kan terugvinden onder de procedurestap ‘fase beroepsperiode’ > ‘beroepschrift’ > ‘acties en overzicht’. Zodra het verslag wordt opgeladen op het Omgevingsloket zal u hiervan een melding ontvangen per e-mail.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist niet deel te nemen aan de hoorzitting van 11 januari 2022.

15.

2021_CBS_01366 - OMV - Vergunning - Zavelstraat 108 - 2021/00299 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2021_CBS_01366 - OMV - Vergunning - Zavelstraat 108 - 2021/00299 - Goedkeuring

2021_CBS_01366 - OMV - Vergunning - Zavelstraat 108 - 2021/00299 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een nieuwe achterbouw aan een vrijstaande eengezinswoning na het slopen van de bestaande achterbouw en 2 bijgebouwen en de herinrichting van het terrein.

De aanvraag werd op 15/10/2021 ontvangen en op 09/11/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken in navolging van artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1951/00033: bouwvergunning op 27/10/1951 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 1954/00111: bouwvergunning op 18/03/1954 voor het oprichten van een bijgebouw.

Uit een kadastrale schets van 1969, gevoegd bij de aanvraag, blijkt dat het bijgebouw nog verruimd werd en een 2de bijgebouw opgericht werd. Deze constructies kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund ingevolge artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht waarvoor geen vergunning verleend werd en waarvoor niet aangetoond werd dat deze werden opgericht voor de inwerkingtreding van het gewestplan.

Het betreft een veranda (20,8m²) links achteraan het hoofdgebouw, een stalling (29m²) in betonplaten achter een vergund geacht bijgebouw, een stalling (49m²) in de achtertuin links.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen opmerkingen of bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

Het perceel van de aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

Woongebied

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Woonuitbreidingsgebied

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Binnen het woonuitbreidingsgebied worden slechts niet vergunde constructies verwijderd, de overige werken situeren zich binnen het woongebied.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Er zijn tegenstrijdigheden tussen de aanstiplijst en de plannen, dit betreffende het hergebruik van hemelwater en de inhoud van de infiltratieput. De gegevens zoals voorzien op de plannen dienen gevolgd te worden voor wat betreft het hergebruik.

De plannen geven aan dat voor de uitbreiding met een horizontale dakoppervlakte van 48m² en de bestaande nog niet aangesloten dakoppervlakte van de woning van 64,50m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachine en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 3 000 liter en een infiltratieoppervlakte van ca. 4m².

Op de aanstiplijst wordt geen hemelwaterput aangegeven, wel een hergebruik voor “tuinbesproeiing” en wordt aangegeven dat een infiltratieput van 2500 liter geplaatst wordt.

Om de tegenstrijdigheden weg te werken en met zekerheid te voldoen aan de verordening worden volgende minimale bepalingen opgelegd:

  • Hemelwaterput van minimaal 5 000 liter met hergebruik voor sanitair, wasmachine/ dienstkraan en buitenkraantje. Overloop te voorzien naar de infiltratievoorziening.
  • Infiltratievoorziening met een minimale inhoud van 2400 liter en een minimale infiltratieoppervlakte van 3,7m². Berekening  voor 92,50m², op basis van de totale dakoppervlakte, inclusief de garage (48m² + 64,50m² + 40m²) minus 60m² aftrek omwille van de plaatsing van de hemelwaterput met hergebruik die niet verplicht is.

De afvoer van de bestaande garage links achter de woning dient mee aangesloten te worden op de hemelwaterput; er is thans geen opvang voorzien en minstens 1 dakvlak watert af naar de linkerbuur toe.

De huidige watertoetskaarten geven geen overstromingsrisico weer, doch de nieuwe pluviale overstromingskaarten die ter goedkeuring liggen, geven wel een overstromingsrisico weer voor het voorste gedeelte van het terrein. Het is om deze reden sterk aangewezen om een oppervlakte-infiltratie te voorzien ipv een infiltratieput.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De grindverharding tussen de oprit en de linker perceelgrens dient evenwel verwijderd te worden; een groene infiltratiezone dient daar aangelegd te worden.

Er wordt voldaan aan de verordening hemelwater mits de hoger vermelde voorwaarden nageleefd worden.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

  • Het hemelwater en afvalwater moeten afzonderlijk afgevoerd worden tot vlak voor het openbaar domein om apart aan te sluiten op het gescheiden rioleringsstelsel in de straat.
  • Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
  • Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  • Ambachtelijke zone Molenheide geen lozing hemelwater in riool.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
  • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.
  • De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
  • Volgens de GSV hemelwater, dient voor de verharding en dakoppervlakte een infiltratievoorziening toegepast te worden.

Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter per vierkante meter referentieoppervlakte te bedragen. De grondwaterstand dient nagegaan te worden. Het buffervolume dient zich volledig tussen de gemiddelde grondwaterstand en het peil van de noodoverlaat te bevinden. De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimaal 4 vierkante meter per begonnen 100 vierkante meter referentieoppervlakte te bedragen.

De eventuele noodoverloop dient voldoende hoog voorzien te worden, en niet dieper dan 30 cm onder het laagste deksel of aangesloten kolk, zodat de noodoverlaat zich boven de hoogste grondwaterstand bevindt. Deze noodoverlaat dient te allen tijde inspecteerbaar en bereikbaar te zijn (bv. onder een deksel). Er wordt enkel een aansluiting met max. diam. 160 mm als overloop van de infiltratievoorziening toegestaan. We raden tevens aan om op de overloop van de infiltratievoorziening een terugslagklep te plaatsen.

Indien een hemelwaterput gebouwd wordt dient de overloop van de hemelwaterput aangesloten te worden op de toevoer naar de infiltratievoorziening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits naleving van de opgelegde voorwaarden. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De gemeente doet de watertoets en legt desgevallend gepaste maatregelen op ter voorkoming van schadelijke effecten op de waterhuishouding van de omgeving. Hetzelfde geldt voor de toepassing van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater met eventueel de daaraan gekoppelde verplichtingen. 

Zoals reeds aangehaald bij de bespreking van de stedenbouwkundige verordening hemelwater, is de voorzijde van het terrein op de nieuwe pluviale overstromingskaarten opgenomen als overstromingsgevoelig.

Het vloerpeil van de woning bevindt zich reeds op 40cm boven het (ongewijzigde) maaiveld en voldoet op dat vlak aan de constructievoorwaarden voor bouwen in overstromingsgevoelig gebied. 

Om mogelijke problemen voor het project en de omgeving te voorkomen, dienen de algemene constructievoorwaarden nageleefd te worden zoals ze algemeen genomen door de waterbeheerder opgelegd worden.

Constructievoorwaarden:

  • Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch bouwpeil gelegen zijn (i.e. 40 cm boven de as van de weg).
  • Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch bouwpeil plus 10 cm.
  • Nieuwe kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
  • Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch bouwpeil is verboden.
  • Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch bouwpeil.
  • Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
  • Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch bouwpeil opgesteld worden.
  • Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
  • Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
  • Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot het gebouw zelf met een randzone van 3 m rond het gebouw die in helling aansluit bij het niet-opgehoogde gedeelte. Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen.
  • Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is

De aanvraag doorstaat de watertoets mits voldaan wordt aan de hierboven opgelegde constructievoorwaarden en de voorwaarden zoals opgenomen bij de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal en doorgang zij-inkom gelijkvloers en in de nachthal op de verdieping.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak van de constructies en verwijdering van verhardingen, dient te gebeuren tot in de grond en de vrijgekomen plaats moet ingericht worden als groenzone voor zover er geen nieuwe constructies werden aangevraagd en toegestaan.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Scheidingsmuren/  gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een gemene muur.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren  geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de opgelegde constructievoorwaarden van de watertoets en aan de voorwaarden zoals opgenomen bij de stedenbouwkundige verordening hemelwater en afvalwater.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een nieuwe achterbouw aan een vrijstaande eengezinswoning na het slopen van de bestaande achterbouw en 2 bijgebouwen en de herinrichting van het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

 ( Deze wordt verderop uitgevoerd )De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Zavelstraat, een gemeenteweg, nabij de aansluiting met de Engstegenseweg ten westen van  het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Aan de linkerzijde van de woning bevindt zich een vrijstaand woongebouw met 2 bouwlagen onder het hellend dak en met 2 woonentiteiten, Aan de rechterzijde van de woning bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning met 1 bouwlaag en hellend dak.

De achtertuin grenst aan de tuinzone van de deels bebouwde percelen langsheen de Timmerveldweg. Tegenover de woning is een groen ingericht pleintje aanwezig, eigendom van de gemeente Zonhoven.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd anno 1951 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en later werden bijgebouwen geplaatst in de tuinzone langsheen de linker perceelgrens en een kleine uitbreiding met een veranda links achteraan de woning.

Met de huidige aanvraag wenst men de bestaande woning aan de achterzijde aan te passen aan de behoeften van de bewoners en worden tevens de onvergunde bijgebouwen in de tuinzone verwijderd.

De aanvraag omvat het bouwen van een nieuwe achterbouw aan een vrijstaande eengezinswoning na het slopen van de bestaande achterbouw en 2 bijgebouwen en de herinrichting van het terrein.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft ongewijzigd en is verenigbaar met de woonfuncties in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag beschikt over minstens 2 tot 4 autostaanplaatsen. 1 overdekte staanplaats in de bestaande garage en 3 mogelijke staanplaatsen in openlucht op de oprit. 

Het aantal autostaanplaatsen (4) stemt overeen met het aantal woongelegenheden (1) à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Het bestaande hoofdgebouw met 2 bouwlagen onder een zadeldak, blijft behouden. 

De gevels zijn afgewerkt met een roodbruin genuanceerde gevelsteen, het zadeldak is belegd met pannen in een rode kleur en het buitenschrijnwerk bestaat uit pvc met witte kleur.

De kroonlijsthoogte bedraagt 5,98m tov het maaiveld, de nokhoogte 10,46m.

Het hoofdgebouw wordt intern beperkt verbouwd. De bestaande keukenruimte wordt verbouwd tot badkamer met apart toilet en vestiaire. De bestaande leefruimte omvat een zithoek en speelhoek. Een gevelopening in de achtergevel aan de leefruimte wordt breder gemaakt om toegang te geven tot de nieuwe aanbouw.

Op de verdieping wordt een bijkomend toilet geplaatst, de 3 slaapkamers blijven verder behouden.

De bestaande aanbouw met hellend dak en aangebouwde (niet vergunde) veranda worden verwijderd om ruimte te beiden aan een nieuwe aanbouw.

Binnen deze nieuwe uitbreiding zijn een overdekte inkomzone naar de zij-inkomhal, wasplaats/ berging, open keuken en eetruimte voorzien.

De gevelbekleding zal uitgevoerd worden in hout, het buitenschrijnwerk in aluminium met zwarte kleur. Als bemerking wordt hier meegegeven dat hout niet altijd de meest duurzame oplossing is. Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

De aanbouw heeft 1 bouwlaag, afgewerkt met een plat dak met een dakrandhoogte tot 3,75m boven het maaiveld.

De bouwbreedte bedraagt 6,75m en de bouwdiepte 7,21m. Door de schuine ligging van de zijdelingse perceelgrenzen en om vrije ruimte te laten tussen de woning en de garage, wordt een trapsgewijze inplanting aangehouden. Ten opzichte van de linker zijgevel verspringt de zijgevel van de aanbouw 2,68m naar rechts, de minimale afstand tot de rechter perceelgrens is 4,07m.

De minimale afstand tot de garage/ berging bedraagt 1,88m.

De totale bouwdiepte van hoofdgebouw met nieuwe aanbouw zal 15,75m bedragen, wat binnen de algemene norm van 17m blijft.

De omvang is aanvaardbaar evenals het uiterlijk dat contrasteert met de bestaande gebouwen  maar er wel een harmonieus geheel mee vormt.

De garage/ berging links achter de woning wenst men te behouden. Dit bijgebouw heeft een voorgevelbreedte van 4,39m, de achtergevel heeft een breedte van 3,96m  en de bouwdiepte bedraagt 9,40m. De garage werd uitgevoerd met een zadeldak, de nok evenwijdig aan de perceelgrens links, en ingeplant tot op 22cm van de linker perceelgrens. De voorzijde is op ca. 4m afstand tot het hoofdgebouw gelegen. De kroonlijsthoogte bedraagt 2,25m, de nokhoogte 4,59m.

Uit de foto’s, gevoegd bij de aanvraag blijken de gevels nog in goede staat. De dakbedekking in gegolfde platen (niet aangegeven op de plannen) lijkt minder degelijk. Gezien de materiaalaanduiding nieuwe toestand, gaan we er vanuit dat er rode dakpannen worden gelegd.

Gelet op de inplanting tot bijna tegen de perceelgrens en het linkse dakvlak dat afwatert richting buur, de omvang van de werken aan de achterzijde van het woongebouw en de plaatsing van nieuwe voorzieningen voor hemelwateropvang, zal de hemelwaterafvoer van de garage/ berging mee aangesloten moeten worden op de hemelwaterput (en vervolgens de infiltratievoorziening). Dit werd ook aangehaald bij de bespreking van de hemelwaterverordening en als dusdanig opgelegd.

Op ongeveer 18,30m achter de garage/berging is nog een bijgebouw van 20m² aanwezig dat men wenst te behouden. Het uiterlijk sluit aan bij dit van de garage (gevels in metselwerk en zadeldak met gegolfde platen, eveneens op zo’n 20cm afstand tot de linker perceelgrens ingeplant. Een aansluiting op de hemelwaterput zal hier praktisch gezien niet uitgevoerd kunnen worden; er dient op gelet dat de afvoer van het hemelwater geenszins kan afvloeien naar de linker buren! 

Naast de overdekte constructie worden ook verhardingen aangelegd en behouden.

De nieuwe verhardingen zijn voorzien aan de achterzijde en linkerzijde van de nieuwe aanbouw. Het betreft een gebruikelijk terras (21m²) en een looppad (14,5m²). De afwatering gebeurt op eigen terrein in de aangrenzende groenzones.

De oprit in asfalt wenst men te behouden en deze zou afwateren naar de links gelegen grindverharding. De infiltratiezone mag niet aangelegd worden met een (onnodige) verharding; hier dient een groenaanplant (gras, siergrassen, struiken, bodembedekkers…) uitgevoerd te worden. Bij voorkeur wordt de asfalt vervangen door een waterdoorlatende verharding aangezien het een overstromingsgevoelige zone betreft. Gelet op de vergunde toestand is dit niet afdwingbaar doch wel ten zeerste aangewezen.

De niet vergunde bijgebouwen in de tuinzone worden allen verwijderd. Het betreft een aanbouw van 29m² achter het te behouden bijgebouw en nog een oude stalling van 49m² dieper op het terrein.

Het perceel van 1778m² is voldoende groot gelet op de voorgestelde bebouwde en verharde oppervlakte van zo’n 260m²; er resteert voldoende open ruimte die aangehouden blijft als tuin/ groenzone.

De voorziene bebouwing en verharding is dan ook aanvaardbaar.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag en gelet op de pluviale overstromingskaarten, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven.

Het maaiveld bevindt zich op 10cm boven het peil van de wegas. Het vloerpeil gelijkvloers bevindt zich op 40cm boven het maaiveld.

Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van een aantal voorwaarden. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuwe achterbouw aan een vrijstaande eengezinswoning na het slopen van de bestaande achterbouw en 2 bijgebouwen en de herinrichting van het terrein mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een nieuwe achterbouw aan een vrijstaande eengezinswoning na het slopen van de bestaande achterbouw en 2 bijgebouwen en de herinrichting van het terrein zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De hemelwaterafvoer van de bestaande garage links achter de woning dient mee aangesloten te worden op de hemelwaterput;
  2. De grindverharding tussen de oprit en de linker perceelgrens dient verwijderd te worden en de zone moet aangelegd worden als groenzone;
  3. Ingevolge de opname van een gedeelte van het perceel van de aanvraag op de nieuwe pluviale overstromingskaarten, opgenomen als overstromingsgevoelig, dienen de volgende constructievoorwaarden gevolgd te worden:
    - Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch bouwpeil gelegen zijn (i.e. 40 cm boven de as van de weg).
    - Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch bouwpeil plus 10 cm.
    - Nieuwe kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
    - Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch bouwpeil is verboden.
    - Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch bouwpeil.
    - Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
    - Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch bouwpeil opgesteld worden.
    - Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
    - Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
    - Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot het gebouw zelf met een randzone van 3 m rond het gebouw die in helling aansluit bij het niet-opgehoogde gedeelte.
    Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen. Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is
    Het is tevens aangewezen om een oppervlakte-infiltratie te voorzien ipv een infiltratieput gezien het overstromingsrisico volgens de pluviale overstromingskaarten, alsook om de bestaande verhardingen waterdoorlatend uit te voeren/ heraan te leggen.
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3m, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de verwijdering van eventuele scheidingsmuren/ gemene muren, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet aangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien en toegelaten zijn. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 16/12/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een nieuwe achterbouw aan een vrijstaande eengezinswoning na het slopen van de bestaande achterbouw en 2 bijgebouwen en de herinrichting van het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De hemelwaterafvoer van de bestaande garage links achter de woning dient mee aangesloten te worden op de hemelwaterput;
  2. De grindverharding tussen de oprit en de linker perceelgrens dient verwijderd te worden en de zone moet aangelegd worden als groenzone;
  3. Ingevolge de opname van een gedeelte van het perceel van de aanvraag op de nieuwe pluviale overstromingskaarten, opgenomen als overstromingsgevoelig, dienen de volgende constructievoorwaarden gevolgd te worden:
    - Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch bouwpeil gelegen zijn (i.e. 40 cm boven de as van de weg).
    - Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch bouwpeil plus 10 cm.
    - Nieuwe kelders en ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
    - Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch bouwpeil is verboden.
    - Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch bouwpeil.
    - Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
    - Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch bouwpeil opgesteld worden.
    - Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
    - Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
    - Ophoging van het perceel moet beperkt blijven tot het gebouw zelf met een randzone van 3 m rond het gebouw die in helling aansluit bij het niet-opgehoogde gedeelte.
    Ophoging van een inrit van maximaal 3 m breed is toegestaan. De ophoging mag er niet toe leiden dat water wordt afgevoerd naar lager gelegen aanpalende percelen. Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is
    Het is tevens aangewezen om een oppervlakte-infiltratie te voorzien ipv een infiltratieput gezien het overstromingsrisico volgens de pluviale overstromingskaarten, alsook om de bestaande verhardingen waterdoorlatend uit te voeren/ heraan te leggen.
    Riolering:
  4. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  5. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  6. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3m, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de verwijdering van eventuele scheidingsmuren/ gemene muren, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet aangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien en toegelaten zijn. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten gevelafwerking bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

16.

2021_CBS_01367 - OMV - Vergunning - ’t Zant 15 D en 15E - 2021/00209 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2021_CBS_01367 - OMV - Vergunning - ’t Zant 15 D en 15E - 2021/00209 - Goedkeuring

2021_CBS_01367 - OMV - Vergunning - ’t Zant 15 D en 15E - 2021/00209 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een tweewoonst en een bijgebouw.

De aanvraag werd op 4 juli 2021 ontvangen en op 28 juli 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 7 augustus 2021 tot en met 5 september 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

Op 8 november 2021 werd een gewijzigde projectinhoudversie overgemaakt waardoor een tweede openbaar onderzoek georganiseerd diende te worden.

Het tweede openbaar onderzoek werd georganiseerd van 19 november tot en met 18 december 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 29 oktober 2019 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden voor het verkavelen van het perceel in 1 lot voor open bebouwing.  (1288.B.874.2)

De aanvraag werd op 12 november 2019 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2015_171)

“Wij ontvingen uw ontwerp in goede orde. Op basis van deze aangeleverde informatie hebben we een aantal opmerkingen.

  • De inplanting van de constructie dient op de bouwlijn (bij voorkeur voorgevelaslijn van het BPA) ingeplant te worden. Deze bouwlijn loopt evenwijdig met de rooilijn. Het volume dat de landmeter op het verkavelingsvoorstelplan weergegeven heeft strookt hier niet mee.

Het is de bedoeling dat de toekomstige woning de bouwlijn volgens het BPA volgt.

  • Op het gelijkvloers wordt er een veranda voorzien. Gezien er geen inplantingsplan bijgevoegd werd is dit moeilijk te beoordelen, maar het vermoeden bestaat dat de veranda niet voldoet aan de minimale afstandsregel van 3m t.o.v. de zijdelingse perceelsgrenzen.

Het is aangewezen dit nader te bekijken bij de opmaak van het definitieve ontwerp.

  • Het raam van de gelijkvloerse slaapkamer lijkt inpandig opgericht. Dit wil zeggen dat er niet voldaan kan worden aan de verluchtingsnorm. Het is aangewezen dat ook dit besproken wordt met uw architect.
  • Uit de overgemaakte plannen kan niet afgeleid worden hoeveel voertuigen op eigen terrein worden gestald, noch waar op het terrein de stalling van de voertuigen worden ingericht. Ook ontbreekt de weergave van de locatie van de inrit, terreinverharding, bijgebouwen, …

Mogelijk bestaan er in de toekomst bijkomende opmerkingen of voorwaarden op basis van het definitieve ontwerp.

Het staat u vrij om door uw architect een uitgewerkt voorontwerp ter nazicht aan de dienst voor te leggen alvorens de definitieve aanvraag in te dienen.

Het afleveren van een vergunning is ten alle tijden afhankelijk van het concrete aanvraagdossier, de ruimtelijke context, de in te winnen adviezen en de resultaten van het openbaar onderzoek, …”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 7 augustus tot en met 5 september 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

Op 8 november 2021 werd een gewijzigde projectinhoudversie overgemaakt waardoor een tweede openbaar onderzoek georganiseerd diende te worden.

Het tweede openbaar onderzoek werd georganiseerd van 19 november tot en met 18 december 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

De Watergroep

Inter (toegankelijkheidsbureau)

Fluvius

Proximus

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in recreatiegebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA "Halveweg-Beskensstraat herziening 2", goedgekeurd op 15 juni 2006.

Het goed kreeg als bestemming maximum 2 wooneenheden per perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 29 oktober 2019 door het college van burgemeester en schepenen.   (1288.B.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming maximum 2 woongelegenheden per perceel.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende BPA-voorschriften:

  • Dakrandhoogte woning (art. 12.2):

De BPA-voorschriften bepalen dat de dakrandhoogte voor een woning met 2 bouwlagen maximum 6,50m mag bedragen vanaf het gemiddelde peil van de weg.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte van 6,67m ten opzichte van de as van de weg.

  • Dakrandhoogte bijgebouw (art. 12.4):

De BPA-voorschriften bepalen dat de dakrandhoogte voor een bijgebouw gelegen mag zijn tussen 2,50m en 3m vanaf het gemiddelde peil van de weg.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte van 3,42m ten opzichte van de as van de weg.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten meergezinswoning en een bijgebouw met een totale horizontale dakoppervlakte van 161m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening (wadi) waarvan de oppervlakte (5,10m²) en het volume (9 420 liter)voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 25 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 28-07-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie B, nummer(s) 770b, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be.

Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager.

Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het vuilwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. Indien binnenkort een project van start gaat in de straat, kan u best met Fluvius contact opnemen voor de voorwaarden naar voorbehandeling van het vuilwater.

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit kan door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) als grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put of door twee afzonderlijke septische putten. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Gelet op de omzendbrieven, decreten en de code van goede praktijk voor de herwaardering van grachtenstelsels;

Gelet op de overname door Fluvius van riolering- en grachtenstelsels van de gemeente ZONHOVEN is Fluvius van mening dat baangrachten enkel mits grondige motivering mogen overwelfd worden. Er wordt slechts 1 overwelving per kadastraal perceel toegestaan. Fluvius geeft positief advies voor een grachtinbuizing van 5 meter. Na het ontvangen van de vergunning kan de bouwheer zijn verzoek tot inbuizing baangracht indienen bij Fluvius via een aanvraag op www.fluvius.be.

Mogelijke afwijkingen:

  • De standaardlengte van 5 m kan verhoogd worden naar 7,5 m indien de afstand tussen de as van de openbare weg en de as van de baangracht < 4 m of voor landbouwdoeleinden/natuurbeheerdoeleinden.
  • De standaardlengte wordt verhoogd naar 10 m voor industrie na bewijs handelsactiviteit en motivering vb voor doorgang vrachtwagens.

De gemeente kan een afwijking toestaan omwille van één van de volgende redenen:

  • voor werken van algemeen belang;
  • omwille van redenen van gezondheid of veiligheid voor de bewoners van de woning waarvoor de grachtinbuizing wordt aangelegd;
  • indien blijkt dat 1 grachtinbuizing of de lengte van de grachtinbuizing volgens art. 4 niet volstaat voor de normale gebruik van de gronden.

Indien de breedte van de grachtinbuizing afwijkt van de door Fluvius toegestane breedtes dient deze extra tekst opgenomen te worden:

‘De aanvrager dient de noodzakelijkheid van afwijking uitdrukkelijk te motiveren. De aanvraag dient te gebeuren bij Fluvius, waarna de netbeheerder de aanvraag ter goedkeuring overmaakt aan de gemeente. Bij goedkeuring door de gemeente wordt door de gemeente de schriftelijke toestemming aan de aanvrager bezorgd met een kopie aan de netbeheerder.’

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Toegankelijkheid

Op 24 augustus 2021 verleende Inter een gunstig advies, nl.:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Gunstig advies.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning:

Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheid

  • Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig

2 Verplichting advies

  • Niet verplicht

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

  • Art 2 §1, 2°: Het betreft handelingen waarvoor in dit besluit geen normen worden opgelegd.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs ’t Zant, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de kelder, de berging en de badkamer.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een tweewoonst en een bijgebouw.

De woning wordt ingeplant op minimum 8,73m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 3m van de rechter perceelgrens en op minimum 3,03m van de linker perceelgrens.

Het ontwerp voorziet een tweewoonst.  Er wordt zowel op het gelijkvloers als op de verdieping 1 woonentiteit voorzien.

De gelijkvloerse woongelegenheid beschikt over een leefruimte met geïntegreerde keuken, een slaapkamer, badkamer en berging.

Deze woonentiteit beschikt over een terras en ruime tuin.  Het terras wordt voorzien aan de rechter achterzijde van het gebouw waardoor het grenst aan de leefruimte en de slaapkamer.

Op de verdieping wordt een 2de woonentiteit voorzien.  Deze woonentiteit beschikt over een leefruimte met geïntegreerde keuken, twee slaapkamers, een badkamer en een berging.

Deze woonentiteit beschikt over een terras van 10,78m².  Het terras bevindt zich aan de linker achterzijde van het gebouw.  Het terras biedt via een buitentrap tevens toegang tot de tuinruimte.

Het terras op de verdieping dient aan de linkerzijde voorzien te worden van een ondoorzichtige, lichtdoorlatende afsluiting met een hoogte van 1,80m zodat de privacy van het linker aangrenzende perceel gewaarborgd blijft.

De tweewoonst heeft een maximale bouwbreedte van 12,21m en een maximale bouwdiepte van 14m.

Het gebouw wordt uitgevoerd met een plat dak.   De dakrandhoogte is gelegen op 6,23m ten opzichte van het maaiveld (= 6,67m ten opzichte van de as van de weg).

De gevelafwerking is voorzien in zichtbeton.

Beide woonentiteiten bieden, intern en op vlak van buitenruimte, voldoende woonkwaliteit en garanderen voldoende gebruiksgenot.

Tot slot wordt in de achtertuin, op 15,52m achter de achtergevel van de hoofdgebouw en tegen de rechter perceelgrens een bijgebouw opgericht.

Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 39m² (6m x 6,50m).

Het bijgebouw wordt net zoals het hoofdgebouw uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 2,98m ten opzichte van het maaiveld (= 3,42m ten opzichte van de as van de weg).

De gevelafwerking is voorzien in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen.

Behoudens de bebouwing worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een oprit aangelegd met aansluitend 2 niet-overdekte parkeerplaatsen. De oprit en de parkeerplaatsen worden uitgevoerd in grasdallen (76,45m²).

Aansluitend op de inrit wordt, tevens in grasdallen, een toegangspad naar de toegangsdeur aangelegd (14,59m²).

In de achtertuin wordt zoals eerder aangehaald een niet-overdekt terras aangelegd voor de gelijkvloerse woonentiteit.  Dit niet-overdekte terras, uitgevoerd in waterdoorlatende terrastegels, heeft een oppervlakte van 21m².

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de bouwhoogte van de woning alsook het bijgebouw.

De BPA-voorschriften bepalen dat de dakrandhoogte voor een woning met 2 bouwlagen maximum 6,50m mag bedragen vanaf het gemiddelde peil van de weg.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte van 6,67m ten opzichte van de as van de weg.

De bebouwing in de omgeving varieert sterk qua bouwhoogte alsook dakprofiel.  De voorgestelde bouwhoogte zal dan ook niet als storend ervaren worden in het bestaande straatbeeld.

De BPA-voorschriften bepalen dat de dakrandhoogte voor een bijgebouw gelegen mag zijn tussen 2,50m en 3m vanaf het gemiddelde peil van de weg.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte van 3,42m ten opzichte van de as van de weg.

Het bijgebouw is ondergeschikt aan het hoofdgebouw en bestaat uit 1 bouwlaag en een plat dak.  De voorgestelde dakrandhoogte is niet overdreven en niet storend in de omgeving.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 2 augustus 2021 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Advies van De Watergroep

Advies Aftakkingen en Aansluitingen

Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

Bij het plaatsen van de muurdoorgang dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bijkomend aan te sluiten kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.

De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 3 augustus 2021 liet de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg weten dat zij voor de huidige aanvraag geen advies verlenen.

Op 4 augustus 2021 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.

Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 24 augustus 2021 verleende Inter een gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

Op 25 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een tweewoonst en een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het terras op de verdieping dient aan de linkerzijde voorzien te worden van een ondoorzichtige, lichtdoorlatende afsluiting met een hoogte van 1,80m.
  2. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
    Riolering: (indien advies van Fluvius)
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De garages/ autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen / woningen uit dit project;
  20. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  21. Zolang de milieuvergunning (Vlarem) niet verkregen is of een melding binnen de Vlaremwetgeving gebeurd is wordt de omgevingsvergunning geschorst;
  22. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  23. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een tweewoonst en een bijgebouw zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het terras op de verdieping dient aan de linkerzijde voorzien te worden van een ondoorzichtige, lichtdoorlatende afsluiting met een hoogte van 1,80m.
  2. Er dient integraal voldaan te worden aan het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
    Riolering: (indien advies van Fluvius)
  3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving omtrent grondverzet van toepassing.
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De garages/ autostaanplaatsen, dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen / woningen uit dit project;
  20. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  21. Zolang de milieuvergunning (Vlarem) niet verkregen is of een melding binnen de Vlaremwetgeving gebeurd is wordt de omgevingsvergunning geschorst;
  22. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  23. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

17.

2021_CBS_01368 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2A - verkaveling 1263.E.874.2_01 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2021_CBS_01368 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2A - verkaveling 1263.E.874.2_01 - Gedeeltelijke goedkeuring

2021_CBS_01368 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2A - verkaveling 1263.E.874.2_01 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 (nevenfunctie in kelder, grotere bouwbreedte, grotere bouwdiepte, reliëfwijziging, locatie toegang garage en extra toegang terrein).

De aanvraag werd op 17 juli 2021 ontvangen.

Op 11 augustus 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 28 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 7 september 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 17 september 2021 tot en met 16 oktober 2021.

Het openbaar onderzoek werd gesloten met één bezwaarschrift.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

  • Op 27 mei 1968 werd er een bouwvergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis door het college van burgemeester en schepenen. (1968/00061)
  • Op 28 augustus 2018 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden  afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verkavelen van een perceel in 5 loten voor open bebouwing (1263.E.874.2)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 17 september 2021 tot en met 16 oktober 2021. Er werd één bezwaar ingediend.

Het bezwaarschrift kan samengevat worden als volgt 

1.- Bezwaar tegen de maximale verhardingen van de voor- en zijtuinstrook

  • inrichten van 6 parkeergelegenheden in de voortuinstrook
  • inrichten van een bijkomend toegangspad (dat notabene fungeert als 2de inrit)

2.- Bezwaar tegen de toegang tot de garage via de linker gevel (i.p.v. de voorgevel) en tegen de inkomdeur voor nevenactiviteit via de linker gevel. Het toestaan van deze aanpassingen zal rechtstreekse en negatieve gevolgen hebben voor de privacy en woon- & leefervaring op de aanpalende eigendom.

De gemeentelijk omgevingsambtenaar neemt omtrent dit bezwaarschrift volgend standpunt in: 

Zonhoven profileert zich als een groene gemeente. Vanuit ruimtelijk oogpunt dient het groene karakter optimaal gevrijwaard te worden. Een overwegend groene voor- en zijtuinzone draagt hiertoe bij. Daarom werd er in de verkavelingsvoorschriften verplicht één interne garage binnen het hoofdvolume te voorzien dewelke toegankelijk is vanaf de voorgevel waardoor de inrit op het terrein tot een minimum beperkt kan worden. Hiervan afwijken zal er enkel toe leiden dat de verhardingsgraad van de voortuin en zijtuin wordt vergroot, hetgeen niet aanvaard kan worden in deze groene omgeving. Het aantal inritten dient daarom beperkt te blijven tot 1 en de toegang tot de garage dient voorzien te worden via de voorgevel. Een tweede toegang geeft bijkomend aanleiding tot een extra conflictpunt met het doorgaand verkeer, hetgeen evenmin wenselijk is.  Het bezwaar m.b.t. de maximale verharding in de voortuin/zijtuin en de 2de inrit  is gegrond en wordt weerhouden

Vanuit praktisch oogpunt (herkenbaarheid en kortste afstand) lijkt het aangewezen dat de toegangsdeur naar een nevenfunctie zich aan de voorgevel bevindt. Het voorzien van een inkomdeur voor een nevenactiviteit via de linker gevel kan extra overlast met zich meebrengen naar de aanpalende eigenaars. Indien er in het definitief ontwerp gekozen wordt om de toegang via deze zijde te voorzien dan dienen de nodige maatregelen te worden genomen door de aanvrager om de privacy en woon- & leefervaring op het aanpalende eigendom te vrijwaren. Het bezwaar is gegrond maar wordt niet weerhouden in deze procedure.

ADVIEZEN

Op 07/09/2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap voor Natuur en Bos.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied i.f.v. de Nieuwe Hazendansweg (50 meter); dieperliggend natuurgebied. De aanvraag beperkt zich tot het deel dat gelegen is in woongebied. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen). 

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 28/08/2018 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 1263.E.874.2. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.

Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De aanvraag voldoet principieel aan deze bestemmingsvoorschriften.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 7 september 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. 

OVERIGE REGELGEVING

Erfdienstbaarheden

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4. Meer specifiek worden volgende wijzigingen gevraagd:

1.1.B. Nevenbestemming Hoofdgebouwen

Vergund: Enkel te voorzien op het gelijkvloers.

Gevraagd: Te voorzien op het gelijkvloers of kelderverdieping.

2.1.C. Bouwvolume - Bouwdiepte

Vergund: Bouwdiepte verdieping: maximaal 10m diep vanaf de bouwlijn.

Gevraagd: Bouwdiepte verdieping: aan de voorzijde is een overkraging van 0,60m toegestaan. Maximum bouwdiepte vanaf de bouwlijn: 12,25m.

2.1.C. Bouwvolume - Bouwbreedte

Vergund: maximaal zoals aangegeven op het verkavelingsplan.

Gevraagd: maximaal zoals aangegeven op het verkavelingsplan. Verdieping links: een overkraging van 10cm toegelaten. Verdieping rechts: een luifel van 60cm toegelaten.

3.1. Reliefwijzigingen

Vergund: tot maximum 30cm boven het niveau van de voorliggende weg.

Gevraagd: tot maximum 80cm boven het niveau van de voorliggende weg.

3.2. Verhardingen

Vergund: inrit maximum 3m breed aan de rooilijn.

Gevraagd: Inrit maximum 3m breed aan de rooilijn. In het geval van een nevenbestemming mag een 2e inrit van 3m breed aan de rooilijn aangelegd worden.

3.5. Inrichtingselementen

Vergund: Minstens één interne garage binnen het hoofdvolume is verplichtend. Deze garage dient toegankelijk te zijn vanaf de voorgevel van de woning waardoor de inritten op het terrein tot een minimum beperkt worden.

Gevraagd: Minstens één interne garage binnen het hoofdvolume is verplichtend. Deze garage dient toegankelijk te zijn vanaf de voorgevel of de linker zijgevel van de woning waardoor de inritten op het terrein tot een minimum beperkt worden.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Het eigendom is gelegen aan de Nieuwe Hazendansweg, een gemeenteweg die gekenmerkt wordt door residentiële eengezinswoningen in open bebouwing. De huidige goedgekeurde verkavelingsvoorschriften wensen de bestaande invulling langs de straat verder te zetten en leggen daarom beperkingen op m.b.t. de locatie en de oppervlakte van de nevenbestemming, het bouwvolume en de verhardingsgraad. Tevens leggen ze ook een minimum aantal parkeerplaatsen op in functie van het wonen en de nevenbestemming.

Deze beperkingen en voorwaarden moeten er voor zorgen dat het groene karakter van de omgeving optimaal wordt bewaard en dat het ontworpen gebouw zich inpast in de omgeving. 

Het voorzien van een nevenfunctie op het gelijkvloers en/of kelderverdieping kan toegestaan worden mits de nodige lichtinval er voor zorgt dat er kwaliteitsvolle ruimtes kunnen ingericht worden op de kelderverdieping. De gevraagde bijstelling heeft ruimtelijk gezien geen negatieve impact op de omgeving. De overige verkavelingsvoorschriften m.b.t. de nevenfunctie blijven voor het overige onverminderd van toepassing.

Het vergroten van de bouwdiepte van 10 meter naar 12,25 meter (inclusief een overkraging aan de voorzijde van 0,60m) kan toegestaan worden. Binnen de gemeente Zonhoven werden nog reeds woningen met een bouwdiepte van 12 meter op het verdiepingsniveau toegestaan. Gezien de grootte van het perceel en gezien de afmetingen van de naastgelegen woningen, bekomt het nieuwe bouwblok een vergelijkbare schaalverhouding als de naastgelegen bebouwing.

Het vergroten van de bouwbreedte op de verdieping louter in functie van het architecturaal ontwerp d.m.v. een overkraging van 10 cm links of luifel van 60 cm rechts en zonder volumevermeerdering is ruimtelijk gezien aanvaardbaar. De gevraagde wijzigingen beperken immers het zicht naar het achterliggende natuurgebied niet.

Op de plannen die informatief werden gevoegd bij de aanvraag is ook een luifel achteraan de verdieping zichtbaar, net zoals een schuine wand in de achtergevel die dieper voorzien wordt dan 12,25m.  

In de bijgestelde verkavelingsvoorschriften zoals opgenomen in de aanvraag, wordt hier echter nergens vermelding van gemaakt.  Hier worden dan ook verder geen uitspraken over gedaan. 

De gevraagde reliëfwijziging tot maximum 80cm boven het niveau van de voorliggende weg kan toegestaan worden voor zover ze in haar ruimtelijke omgeving verantwoord is en mits grondverzet en wateroverlast op eigen terrein wordt opgevangen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.

Zonhoven profileert zich als een groene gemeente. Vanuit ruimtelijk oogpunt dient het groene karakter optimaal gevrijwaard te worden. Een overwegend groene voor- en zijtuinzone draagt hiertoe bij. Daarom werd er in de verkavelingsvoorschriften verplicht één interne garage binnen het hoofdvolume te voorzien dewelke toegankelijk is vanaf de voorgevel waardoor de inrit op het terrein tot een minimum beperkt kan worden. Hiervan afwijken zal er enkel toe leiden dat de verhardingsgraad van de voortuin en zijtuin wordt vergroot, hetgeen niet aanvaard kan worden in deze groene omgeving. Het aantal inritten dient daarom beperkt te blijven tot 1 en de toegang tot de garage dient voorzien te worden via de voorgevel. Een tweede toegang geeft bijkomend aanleiding tot een extra conflictpunt met het doorgaand verkeer, hetgeen evenmin wenselijk is.  

Er dient nog opgemerkt te worden dat de lage groene haag met een hoogte van 40 cm aan de voorzijde gelegen is voor de rooilijn, op openbaar domein, hetgeen niet aanvaardbaar is. De noodzakelijke groenvoorzieningen dienen op eigen terrein te worden uitgevoerd.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving - mits het naleven van de opgelegde voorwaarden - voor wat betreft: 

  • Het voorzien van de nevenbestemming op het gelijkvloers en/of kelderverdieping.
  • Het vergroten van de bouwdiepte op de verdieping van 10 meter naar 12,25 meter (inclusief een overkraging aan de voorzijde van 0,60m). 
  • Het vergroten van de bouwbreedte op de verdieping louter in functie van het architecturaal ontwerp d.m.v. een overkraging van 10 cm links en/of een luifel van 60 cm rechts en zonder volumevermeerdering.
  • De gevraagde reliëfwijziging tot maximum 80cm boven het niveau van de voorliggende weg.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft: 

  • Het voorzien van een 2de inrit van 3 meter breed.
  • Het voorzien van de toegang naar de garage in de linker zijgevel.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

Het Agentschap Natuur en Bos laat weten geen advies uit te brengen. 

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hiervan akte.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich slechts deels ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is deels verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

EINDADVIES

Deels voorwaardelijk gunstig/deels ongunstig.

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving voor wat betreft:

  • Het voorzien van een 2de inrit (van 3 meter breed).
  • Het voorzien van de toegang naar de garage in de linker zijgevel. 

De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 (locatie toegang garage en extra toegang terrein).

Deze gevraagde wijzigingen zorgen voor een onaanvaardbare verhardingsgraad in de voortuinzone.

Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar ongunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 (locatie toegang garage en extra toegang terrein), zoals voorgesteld in het aanvraagdossier .

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving voor wat betreft:

  • Het voorzien van de nevenbestemming op het gelijkvloers en/of kelderverdieping.
  • Het vergroten van de bouwdiepte op de verdieping van 10 meter naar 12,25 meter (inclusief een overkraging aan de voorzijde van 0,60m). 
  • Het vergroten van de bouwbreedte op de verdieping louter in functie van het architecturaal ontwerp d.m.v. een overkraging van 10 cm links en/of een luifel van 60 cm rechts en zonder volumevermeerdering.
  • De gevraagde reliëfwijziging tot maximum 80cm boven het niveau van de voorliggende weg.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 (nevenfunctie in kelder, grotere bouwbreedte, grotere bouwdiepte, reliëfwijziging), mits naleving van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden voor wat betreft het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 (nevenfunctie in kelder, grotere bouwbreedte, grotere bouwdiepte, reliëfwijziging) zoals voorgesteld in het aanvraagdossier en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De gevraagde reliëfwijziging tot maximum 80cm boven het niveau van de voorliggende weg kan toegestaan worden voor zover ze in haar ruimtelijke omgeving verantwoord is en mits grondverzet en wateroverlast op eigen terrein wordt opgevangen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
  2. Het voorzien van een nevenfunctie op de kelderverdieping kan toegestaan worden mits de nodige lichtinval er voor zorgt dat er kwaliteitsvolle ruimtes kunnen ingericht worden.
  3. De groenaanplantingen dienen op eigen terrein te worden voorzien, op de wettelijk bepaalde afstanden.
  4. Voor het overige blijven de bestaande voorschriften horende bij de oorspronkelijke verkavelingsvergunning van 28 augustus 2018 integraal van toepassing.
  5. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets: 
  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt deels het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen stelt dat de locatie van de toegang tot de garage, in de zijgevel, aanvaardbaar is en geen bijkomende hinder zal veroorzaken.  De verhardingen dienen evenwel tot het minimale te worden beperkt.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 voor wat betreft de extra toegang tot het terrein, zoals weergegeven in de door de aanvrager voorgestelde aangepaste verkavelingsvoorschriften.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften van lot 4 voor wat betreft de locatie van de toegang tot de garage, de nevenfunctie in kelder, de grotere bouwbreedte, de grotere bouwdiepte en de reliëfwijziging, zoals weergegeven in de door de aanvrager voorgestelde aangepaste verkavelingsvoorschriften en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. De gevraagde reliëfwijziging tot maximum 80cm boven het niveau van de voorliggende weg kan toegestaan worden voor zover ze in haar ruimtelijke omgeving verantwoord is en mits grondverzet en wateroverlast op eigen terrein wordt opgevangen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
  2. Het voorzien van een nevenfunctie op de kelderverdieping kan toegestaan worden mits de nodige lichtinval er voor zorgt dat er kwaliteitsvolle ruimtes kunnen ingericht worden.
  3. De groenaanplantingen dienen op eigen terrein te worden voorzien, op de wettelijk bepaalde afstanden.
  4. Voor het overige blijven de bestaande voorschriften horende bij de oorspronkelijke verkavelingsvergunning van 28 augustus 2018 integraal van toepassing.
  5. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets: 
  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

18.

2021_CBS_01369 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00336MM - Genkerbaan 45 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2021_CBS_01369 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00336MM - Genkerbaan 45 - Kennisneming

2021_CBS_01369 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00336MM - Genkerbaan 45 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een kelder bestemd als bergruimte, voor 8 appartementen, te Genkerbaan 45, 3de afd, sectie E, nrs. 13K2; 13R; 13A2.

Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,75 meter bekomen worden. Er zullen 18 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.

Het gevraagde debiet bedraagt in de eerste fase 30 m³/uur, gedurende 5 dagen. Dit komt neer  een debiet van 3.605 m³

Na de bekomen grondwatertafelverlaging zal het debiet terugvallen naar 19,8 m³/uur; 476 m³/dag voor een totaal van 37.582 m³.

In totaal komt dit uit op een debiet van 41187 m³.

Er is rekening gehouden met het worst case scenario qua duur voor de bemaling.

De kelder zal dienst doen als bergruimtes voor de appartement, niet als ondergrondse parkeergarage.

Het lozingspunt bevindt zich op de Roosterbeek.  Een machtiging van het provinciebestuur is reeds bekomen en toegevoegd aan het dossier.

De aanvraag voegt een kaart toe met hierom de invloedstraal in relatie tot de potentieel verontreinigde gronden.

Hierop wordt vermeld dat een gekend beschrijvend bodemonderzoek op een afstand van 100 meter ligt van de bemaling en dat ‘dit gaat over een beschrijvend bodemonderzoek, niet over een melding van bodemverontreiniging’.

Op diezelfde kaart is het perceel te Dorpsstraat 26 aangeduid als zijnde een bodemsaneringsproject.   Dit betekent echter niet dat deze grond reeds gesaneerd is. Na onderzoek op het webloket blijkt dat deze bodemsanering nog dient opgestart te worden.

Dit bodemsaneringsproject ligt binnen de invloedstraal van de bemaling, wat maakt dat het risico op verontreinigd grondwater reëel is. Bijkomend risico is dat het grondwater geloosd wordt op oppervlaktewater. Hier werd geen rekening mee gehouden in de aanvraag.

Gelet op dit gegeven dienen er bijzondere voorwaarden opgelegd te worden naar de kwaliteit van het grondwater voordat dit geloosd wordt in het oppervlaktewater.

Verder houdt de aanvraag geen rekening met diepte van de liftput.  De verlaging zou niet dieper gaan dan 3,75 meter. Dit betekent dat, bij realisatie van de lift, er geen grondwaterverlaging dieper dan 4 meter mag gebeuren.

Verder staan op het inplantingsplan 18 aanzuigpunten ingetekend, waarvan er ook staan ingetekend buiten de contouren van de kelder, thv de gelijkvloerse bebouwing.  De kelder heeft een grootte van 8,89 m x 16 meter. De aanduiding van de filters komen niet overeen met de contouren van de kelder.  

Gunstig voor een bronbemaling te Genkerbaan 45, voor de realisatie van een kelder voor berging behorende bij de bouw van 8 appartementen, voor een totaaldebiet van 41187 m³ mits volgende voorwaarden:

  • De lozingsvoorwaarden voor oppervlaktewater dienen nageleefd te worden. Om hieraan te voldoen laat de aanvrager na 5 dagen na de opstart van de bemaling een analyse uitvoeren op het indelingscriterium van VL II, bijlage 2.3.1. basismilieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, art. 3.  Deze resultaten worden na het bekomen onmiddellijk overgemaakt aan de dienst leefmilieu (niet later dan 10 dagen na de staalname, bij vertraging wordt dit teruggekoppeld met de dienst leefmilieu).

Indien blijkt dat er een overschrijding wordt vastgesteld, neemt de aanvrager alle noodzakelijk middelen om de verontreiniging op het oppervlaktewater te beperken vb. door een waterzuiveringsinstallatie te plaatsen voor de lozing. 

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De bemaling wordt enkel geplaatst voor de realisatie van de kelder en ev. ondergrondse putten zoals hemelwaterput.
  • De grondwatertafelverlaging mag niet dieper zijn dan 4 m-mv, ook niet voor realisatie van de liftput.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 10/12/2021 akte genomen van de melding ingediend door Brix²Build, Grasheide 5 te 2460 Kasterlee voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het plaatsen van een tijdelijke bemaling voor de realisatie van een kelder behorende bij 8 nieuwbouwappartementen voor een totaaldebiet van 41.187 m³, gelegen aan de Genkerbaan 45 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie E, nr. 13A2; 13K2; 13R met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • De lozingsvoorwaarden voor oppervlaktewater dienen nageleefd te worden. Om hieraan te voldoen laat de aanvrager na 5 dagen na de opstart van de bemaling een analyse uitvoeren op het indelingscriterium van VL II, bijlage 2.3.1. basismilieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater, art. 3.  Deze resultaten worden na het bekomen onmiddellijk overgemaakt aan de dienst leefmilieu (niet later dan 10 dagen na de staalname, bij vertraging wordt dit teruggekoppeld met de dienst leefmilieu). Indien blijkt dat er een overschrijding wordt vastgesteld, neemt de aanvrager alle noodzakelijk middelen om de verontreiniging op het oppervlaktewater te beperken vb. door een waterzuiveringsinstallatie te plaatsen voor de lozing.
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De bemaling wordt enkel geplaatst voor de realisatie van de kelder en ev. ondergrondse putten zoals hemelwaterput.
  • De grondwatertafelverlaging mag niet dieper zijn dan 4 m-mv, ook niet voor realisatie van de liftput.
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

19.

2021_CBS_01377 - OMV - Vergunning - Bremstraat 15 - verkaveling 7204.V.MI_06_01 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2021_CBS_01377 - OMV - Vergunning - Bremstraat 15 - verkaveling 7204.V.MI_06_01 - Goedkeuring

2021_CBS_01377 - OMV - Vergunning - Bremstraat 15 - verkaveling 7204.V.MI_06_01 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, na het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk. Het stuk grond met een oppervlakte van 32,81m² wordt gratis afgestaan aan de gemeente.

De aanvraag werd op 11 mei 2021 ontvangen. 

Op 3 juni 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 19 juni 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 13 juli 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23 juli 2021 tot en met 21 augustus 2021. Het openbaar onderzoek werd gesloten met 6 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

  • 7204.V.MI/06: Op 5 juni 2000 werd er een verkavelingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verkavelen van grond in 1 lot voor vrijstaande bebouwing (lot 1). Lot 1A, achterliggende grond, is uit de verkaveling te sluiten. 
  • 1958/00093: Op 17 april 1958  werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis.
  • 1970/00112: Op 20 augustus 1970  werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verbouwen en vergroten van een woning.
  • 2005/09929: Op 9 mei 2005  werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een kippenstal/nachtverblijf voor hobbypluimvee.

De aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. Op 1 oktober 2020 werd door de administratie het volgende gesteld:

“Zoals ik eerder liet weten zijn we bezig met de opmaak van een visie rond verdichting en ontdichting.  Deze is nog niet afgeklopt, waardoor het soms moeilijk is om al concrete uitspraken te doen zonder precedenten te scheppen. 

Alleszins is de conclusie dat er bij jullie vraag op dit moment geen rekening zal worden gehouden met de achterliggende gronden, in tegenstelling tot wat ik eerder liet weten.

Gezien na bebouwing met 3 woningen zoals voorgesteld de woondichtheid lager zal liggen dan 13 wooneenheden/hectare, de perceelsbreedte van het geheel zeer groot is, lijkt deze verdichting ons aanvaardbaar. We zouden hierbij willen vragen de open bebouwing te voorzien van een gevelbreedte van 9m (en de overige gevelbreedtes op basis hiervan in te perken). Ook geef ik graag mee dat het linkse perceel deel uitmaakt van een bestaande verkaveling. 

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. Er worden 2 halfopen woningen en 1 vrijstaande woning voorzien waarbij de vrijstaande woning een gevelbreedte heeft van 9 meter.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23 juli 2021 tot en met 21 augustus 2021. Er werden 6 bezwaren ingediend.

Gelet op de vereisten die de Raad voor Vergunningsbetwistingen ter zake oplegt aan de vergunningsverlener: 

Om te voldoen aan de opgelegde motiveringsverplichting volstaat het dat de vergunningverlener in haar beslissing de redenen vermeldt waarop deze is gesteund. 

Zij is er niet toe gehouden alle in de loop van de procedure aangevoerde bezwaren één voor één te beantwoorden (RvVb/A/1516/0884 van 31 maart 2016, in dezelfde zin: RvVb nr. A/2015/0261 van 21 april 2015 en RvVb/A/1516/0239 van 24 november 2015).

De bezwaarschriften werden onderzocht en kunnen als volgt worden samengevat en beoordeeld:

1.- Het bouwen van woningen met 2 bouwlagen past niet in het straatbeeld. Het overgrote gedeelte van de woningen in onze straat zijn gelijkvloerse woningen met dak. Destijds werden in deze straat de bouwplannen met meer dan een gelijkvloerse verdieping verboden omdat dit niet in het straatbeeld van de Bremstraat paste.

2.- Door het bouwen van woningen met 2 bouwlagen verliest de aanpalende woning alle direct zonlicht aan de zuidwest kant van de woning waar de belangrijkste ruimte van het huis, namelijk de woonkamer, voor altijd zou ontzegd worden van direct zonlicht noodzakelijk voor welzijn, gezondheid en leefbaarheid van de woning. Dit betekent een enorme vermindering van de leef- en woonkwaliteit. En een serieuze waardevermindering van de woning.

3.- Door het bouwen van woningen met 2 bouwlagen wordt een serieuze inbreuk gepleegd op de privacy van de bewoners. Een woning met verdieping op 3 meter van de perceelsgrens zal van de vroege morgen tot de late avond, de nacht inbegrepen, een totale inkijk hebben in de leefvertrekken, in de tuin,...

4.- De vrees dat bouwwerken/graafwerken op korte afstand, en droogzuiging, een ernstig risico inhouden voor het behoud en de stabiliteit van de bestaande woning.

5.- Bezwaar tegen het aantal woningen. Tussen de bestaande woningen zijn 2 percelen gelegen die voorbestemd waren om de nrs 13 en 15 te huisvesten. In het kader, van waarschijnlijk geldgewin, wenst men nu in deze ruimtes die in een rustige straat gelegen in het buitengebied, 3 woonsten te bouwen (winst 1 halfopen woning). Drie woningen in plaats van twee heeft zijn consequenties naar mobiliteit en lawaaihinder (bv. extra grasmachine).

De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in:

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Bremstraat, een gemeenteweg ten zuidwesten van de kern van Zonhoven. In de directe omgeving van het eigendom, en dit bekeken i.f.v. de bebouwing aan de Bremstraat, bestaat de bebouwing uit vrijstaande eengezinswoningen (woningen nr. 11, 17, 19 en 24) en halfopen bebouwing (woningen nr. 6 en 8 en 9 en 9A). Aan de achterzijde van het eigendom (Rozenstraat, Anjerstraat,…) is de bebouwing denser onder de vorm van gekoppelde en gegroepeerde bebouwing. De bestaande woningen bestaan uit 1 of 2 bouwlagen en hebben een schuin of plat dak.

De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften voorzien in een één – of tweegezinswoning, een bebouwing op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrens en een bouwdiepte van maximaal 17 meter op het gelijkvloers en 10 meter op de verdieping met een maximum van 2 bouwlagen onder de kroonlijst.

Gelet op de bestaande, aanwezige bebouwing in de onmiddellijke omgeving (recentste bebouwing bestaat uit twee halfopen bebouwingen met twee bouwlagen en afgedekt met plat dak - woningen nr. 9 en 9A) en de voorziene  bouwmogelijkheden conform de bestaande verkavelingsvoorschriften, kunnen twee bouwlagen worden toegestaan in de Bremstraat. Het bezwaar m.b.t. het aantal bouwlagen is ongegrond en wordt niet weerhouden.

Het eigendom is gelegen in woongebied en is vandaag de dag reeds bebouwbaar conform de goedgekeurde verkavelingsvoorschriften. De afstand van de nieuw op te richten woningen tot de perceelgrenzen wijzigt niet t.o.v. de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften. Ook de bouwdiepte op het gelijkvloers (max. 17 meter) en de verdieping (max. 10 meter) wijzigt niet t.o.v. de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften. De voorliggende aanvraag tot bijstelling heeft derhalve geen bijkomende negatieve impact op de bezonning, privacy en woonkwaliteit van de aanpalende woningen. Het is evident dat het bebouwen van een aanpalende eigendom een impact heeft op de woonbeleving van de bestaande woningen. Voorliggende aanvraag voldoet qua bouwvolume en afstand evenwel aan de algemeen gehanteerde normen binnen de gemeente Zonhoven. Er kan hierdoor vanuit gegaan worden dat er geen abnormale hinder veroorzaakt wordt naar de aanpalende eigendommen. Het ontnemen van zonlicht of extra schaduwwerping op aanpalende eigendommen is niet abnormaal in een woonomgeving en algemeen aanvaardbaar. Aangezien het hier gaat om grondgebonden eengezinswoningen zal er tenslotte ook geen abnormale privacy hinder ontstaan naar de aanpalende eigendommen. Het bezwaar m.b.t. de negatieve impact op de bezonning, privacy en woonkwaliteit van de aanpalende woningen is ongegrond en wordt niet weerhouden.

De toekomstige eigenaars van de nieuwe woningen dienen hun woning (te laten) op te richten conform het principe van een goede huisvader en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om schade te voorkomen aan de aanpalende eigendommen. Het bezwaar m.b.t. de stabiliteit is gegrond maar wordt niet weerhouden.

De bestaande verkavelingsvoorschriften laten reeds één- of tweegezinswoningen toe, waardoor er ook 3 woongelegenheden kunnen opgericht worden op het voorliggende eigendom. Voorliggende aanvraag resulteert in een woondichtheid van ca. 12,45 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving. De Bremstraat is een voldoende uitgeruste weg dewelke het extra verkeer probleemloos kan afhandelen. Het bezwaar m.b.t. het aantal woongelegenheden is ongegrond en wordt niet weerhouden.

ADVIEZEN

Op 13 juli 2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Contractmanagement, Interne Zaken.

Op 13 juli 2021 werd advies gevraagd aan de Dienst Facilitair management.

Op 13 juli 2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.

Op 13 juli 2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.

Op 13 juli 2021 werd advies gevraagd aan Proximus.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 5 juni 2000 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.MI/06. 

Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De aanvraag situeert zich volledig binnen het woongebied. De aanvraag voldoet principieel aan de bestemmingsvoorschriften.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 13 juli 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m². Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.

Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :

1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:

1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;

2° de wijziging van het reliëf van de bodem;

3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;

4° het afbreken van constructies.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.

Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.

De aanvraag voldoet aan deze bepalingen voor wat betreft het slopen van de bestaande constructies. Het dossier bevat immers voldoende gegevens over het bouwrijp maken van de percelen door de sloop van de bestaande constructies. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande constructies.

OVERIGE REGELGEVING

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4. 

Alle bebouwing dient afgebroken te worden alvorens er een verkoop van een lot en/of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan bekomen worden. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van materialen.

Erfdienstbaarheden

Uit het verkavelingsplan, opgesteld door landmeter Dirk Landuyt, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.  

Decreet grond- en pandenbeleid – bescheiden woonaanbod

De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare. De verkaveling sluit niet aan op een andere, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.

Gratis grondafstand

De grond, gelegen binnen het bij K.B. van 1 oktober 1977 goedgekeurde rooilijnplan van de ‘Bremstraat’, kadastraal gekend Zonhoven 3de afd. sectie F nrs. 594G8/deel, 594M20/deel, met een oppervlakte van 32,81m², zoals weergegeven op het verkavelingsplan opgemaakt op 23 april 2021, wordt gratis voor openbaar nut afgestaan aan de gemeente. Dit blijkt uit de belofte van grondafstand bijgevoegd in het verkavelingsdossier. 

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verkavelen van 2 gronden naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, na het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk. Het stuk grond met een oppervlakte van 32,81m² wordt gratis afgestaan aan de gemeente om bij te voegen aan het openbaar domein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Bremstraat, een gemeenteweg ten zuidwesten van de kern van Zonhoven. In de directe omgeving van het eigendom, en dit bekeken i.f.v. de bebouwing aan de Bremstraat, bestaat de bebouwing uit vrijstaande eengezinswoningen (woningen nr. 11, 17, 19 en 24) en halfopen bebouwing (woningen nr. 6 en 8 en 9 en 9A). Aan de achterzijde van het eigendom (Rozenstraat, Anjerstraat,…) is de bebouwing denser onder de vorm van gekoppelde en gegroepeerde bebouwing. De bestaande woningen bestaan uit 1 of 2 bouwlagen en hebben een schuin of plat dak.

Verkavelingsvoorwerp

Het verkavelingsontwerp voorziet enerzijds in 2 loten (lot 1 en lot 2) met een oppervlakte van respectievelijk 737,29m² en 696,89m² voor het oprichten van halfopen eengezinswoningen met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak.  De woningen wordt opgericht op 5 meter uit de rooilijn en op 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. De achtertuinzone is minimum 44 meter diep. De bouwstrook heeft een maximale breedte van respectievelijk 7,54 meter en 7,53 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 17 meter. 

Anderzijds voorziet het verkavelingsontwerp in 1 lot (lot 3) met een oppervlakte van 974,85m² voor het oprichten van een vrijstaande ééngezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak.  De woning wordt opgericht op 5 meter uit de rooilijn en op 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. De achtertuinzone is minimum 44 meter diep. De bouwstrook heeft een maximale breedte van 9 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 17 meter. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van vrijstaande – en halfopen eengezinswoningen, met een kleinschalige ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers of een zorgwoning, in een residentiële woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. 

Mobiliteitsimpact

De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.

Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient minstens één inpandige garage/carport in het hoofdvolume voorzien te worden en/of een carport in de zijtuinstrook.

De schaal van de voorgenomen werken

In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuin of plat dak. Een maximale bouwdiepte van 17 meter op het gelijkvloers en 10 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak past zich goed in in deze omgeving.  Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De inplanting van de woningen wordt voorzien op 5 meter uit de rooilijn en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelsgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de aanpalende woningen. 

Er worden bijgebouwen tot 40m² voorgesteld.  Het lot kan deze oppervlakte dragen.  Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat.  Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel i.f.v. een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) mogelijk zijn. Een garagefunctie wordt uitgesloten voor het vrijstaand bijgebouw. Er rest nog voldoende ruimte op het perceel om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.

Door het oprichten van 3 woningen wordt een woondichtheid bekomen van ca. 12,45 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving. 

Visueel-vormelijke elementen

In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuin of plat dak. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving, hetgeen algemeen aanvaardbaar is binnen de gemeente. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.  

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het betreft een vrij vlak terrein.  Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen.

Het eigendom is gelegen in woongebied en is vandaag de dag reeds bebouwbaar conform de goedgekeurde verkavelingsvoorschriften. De afstand van de nieuw op te richten woningen tot de perceelgrenzen wijzigt niet t.o.v. de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften. Ook de bouwdiepte op het gelijkvloers (max. 17 meter) en de verdieping (max. 10 meter) wijzigt niet t.o.v. de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften. De voorliggende aanvraag tot bijstelling heeft derhalve geen bijkomende negatieve impact op de bezonning, privacy en woonkwaliteit van de aanpalende woningen. Het is evident dat het bebouwen van een aanpalende eigendom een impact heeft op de woonbeleving van de bestaande woningen. Voorliggende aanvraag voldoet qua bouwvolume en afstand evenwel aan de algemeen gehanteerde normen binnen de gemeente Zonhoven. Er mag vanuit gegaan worden dat er geen abnormale hinder veroorzaakt wordt naar de aanpalende eigendommen. Het ontnemen van zonlicht of extra schaduwwerping op aanpalende eigendommen is niet abnormaal in een woonomgeving en is algemeen aanvaardbaar. Aangezien het hier gaat om grondgebonden eengezinswoningen zal er tenslotte ook geen abnormale privacy hinder ontstaan naar de aanpalende eigendommen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits te voldoen aan de voorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Het advies van 13 juli 2021 van de Dienst Contractmanagement, Interne Zaken is voorwaardelijk gunstig:

“Gratis grondafstand van delen van de percelen met nr. 594G8 en 594M20 (totaal 32,81 m²), gelegen binnen de rooilijn KB 01/10/1977, zoals weergegeven op het verkavelingsplan van landmeter-expert Dirk Landuyt dd. 23/04/2021.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

2.- Het advies van 15 juli 2021 van De Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

Advies Ontwerpbureau
 
Volledig gunstig advies met voorwaarden.

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bijkomend aan te sluiten kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
 De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.

Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

3.- Het advies van 12 augustus 2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

‘Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 13/07/2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.

Voor de activiteiten aardgas - elektriciteit - kabeltelevisie kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.

Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag. 

De initiatiefnemer dient de gevraagde tussenkomsten, zoals vermeld in deze offerte, steeds te betalen aan Fluvius vóór het in uitvoering brengen van zijn vergunning.

Indien de woningen niet 100% verticaal gescheiden zijn moet – omwille van veiligheidsredenen met betrekking tot aardgas - één (of meerdere) gemeenschappelijke tellerlokalen worden voorzien op de gelijkvloerse verdieping die voor alle woonheden beschikbaar zijn, en dit zowel voor de tellers aardgas als elektriciteit. 

Riolering

Advies wordt gegeven door dienst Riolering.

“Voorwaardelijk gunstig advies riolering.

Naar aanleiding van uw adviesaanvraag betreffende het project langs de Bremstraat 15 te 3520 Zonhoven, kunnen wij u melden dat wij de desbetreffende aanvraag voorwaardelijk gunstig adviseren indien voldaan wordt aan de hieronder vermelde voorwaarden.

Deze loten kunnen aangesloten worden op de grachtinbuizing in de aanpalende straat.

De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor wat betreft hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be. De toekomstige eigenaars dienen bij aanvraag een aansluittarief te betalen. Deze aanvraag dient best zo vroeg mogelijk te gebeuren nog voor de start van de grondwerken voor de respectievelijke gebouwen.

Via hogervermelde aanvraag zal hun rioolaansluiting door Fluvius uitgevoerd worden.

De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.

Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.

Fluvius plaatst per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaanluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.

Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van gecertificeerde keurders kan u vinden op www.vlario.be.

Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:

  • De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.
  • Volgens het definitief zoneringsplan liggen de loten in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag met een septische put. De septische put dient een minimale inhoud te hebben van 3000 liter tot 5 inwoners en 600 liter/inwoner vanaf 5 inwoners. Op de septische put dient zowel het grijs ( keuken, was, badkamer, vaatwas ) als het zwart ( toiletspoeling) water aangesloten te worden.

Gelieve bovenstaande voorwaarden op te nemen in de vergunning.”

Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.

Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.

Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.’

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

4.- Het advies van 13 juli 2021 van Proximus is gunstig:

‘Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.’

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

5.- Het advies van 9 augustus 2021 van de Dienst Facilitair management is voorwaardelijk gunstig:

‘- Aanleveren correct volledig plan bestaande toestand. Op dit plan dienen niet enkel al de bomen aangeduid te worden die er nog staan, maar ook deze die al werden gerooid. Merken bij controle op terrein dat er fruitbomen staan, die niet op de plannen zijn ingetekend.  

- behouden van de aanwezige fruitbomen.’

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar/bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, na het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, na het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Dienst Contractmanagement – Interne Zaken: “Gratis grondafstand van delen van de percelen met nr. 594G8 en 594M20 (totaal 32,81 m²), gelegen binnen de rooilijn KB 01/10/1977, zoals weergegeven op het verkavelingsplan van landmeter-expert Dirk Landuyt dd. 23/04/2021.”
  3. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Dienst Facilitair management.  Het gevraagde plan dient te worden aangeleverd aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na verlening van de vergunning.  Indien uit dit plan blijkt dat er vergunningsplichtige handelingen werden gesteld (kappen bomen), dient dit ter regularisatie te worden opgenomen in de omgevingsaanvragen voor het bouwen van de woningen.
  4. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  5. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
       - De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
       - Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
       - Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft.
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  7. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  9. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  10. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van de constructies.
  11. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden. Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker.
    De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
    12. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4..
    13. paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
    14. De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
    15. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
    16. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
    17. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bijstellen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen naar 3 loten, waarvan loten 1 en 2 voor halfopen bebouwing en lot 3 voor open bebouwing, na het slopen van de bestaande bijgebouwen en het bestaande hekwerk, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door De Watergroep.
  2. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Dienst Contractmanagement – Interne Zaken: “Gratis grondafstand van delen van de percelen met nr. 594G8 en 594M20 (totaal 32,81 m²), gelegen binnen de rooilijn KB 01/10/1977, zoals weergegeven op het verkavelingsplan van landmeter-expert Dirk Landuyt dd. 23/04/2021.”
  3. Te voldoen aan de voorwaarden gesteld door de Dienst Facilitair management.  Het gevraagde plan dient te worden aangeleverd aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na verlening van de vergunning.  Indien uit dit plan blijkt dat er vergunningsplichtige handelingen werden gesteld (kappen bomen), dient dit ter regularisatie te worden opgenomen in de omgevingsaanvragen voor het bouwen van de woningen.
  4. Te voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies van Fluvius.
  5. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets
    1. De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    2. Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
    3. Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen.
  7. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  9. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijft ten laste van de aanvrager.
  10. Gelet op artikel 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening waarin bepaald wordt dat een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken. Dat rekening houdend met dit artikel een machtiging wordt verleend tot het afbreken van de constructies.
  11. Alle bebouwing dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht. Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden. Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van de vloerplaten en van al het materiaal / afval van het terrein bedoeld. Alle materialen / afval dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval.
    12.De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer. Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4..
    13.De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden.
    14.De verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door het college van burgemeester en schepenen zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.
    15. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
    16. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan.
    17. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

20.

2021_CBS_01378 - OMV - Vergunning - Industrieweg 2050 - 2021/00250 - Gedeeltelijke goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2021_CBS_01378 - OMV - Vergunning - Industrieweg 2050 - 2021/00250 - Gedeeltelijke goedkeuring

2021_CBS_01378 - OMV - Vergunning - Industrieweg 2050 - 2021/00250 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast en er een extra poort met inrit voorzien werd, de regularisatie van de buitenaanleg, het regulariseren van 2 containers op het terrein en het toevoegen van milieutechnische rubrieken.

De aanvraag werd op 18/08/2021 ontvangen.

Op 16/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 04/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 03/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 12/03/2007 werd een weigering tot stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een industriehal, door het college van burgemeester en schepenen. (2006/10547)
  • Op 14/112007 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een industriehal voor ambachtelijke bedrijvigheden, door de deputatie. (2007/10655)
  • Op 09/04/2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het regulariseren van een industriehal met bijhorende terreinaanleg, door het college van burgemeester en schepenen. (2012/00269)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag handelingen verricht werden en constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft 2 containers die permanent aanwezig zijn op het terrein, het aanleggen van een parkeerterrein met fietsenstalling en het wijzigen van de voorgevel.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren. 

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Inter

POM Limburg

Dienst Patrimonium

Dienst Mobiliteit

Dienst Facilitair Management 

Agentschap voor Natuur en Bos

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in een zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. 

Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. 

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Toegankelijkheid

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

Er werd advies gevraagd aan Inter gezien de aanvraag valt onder art. 3: gebouwen waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m². De bepalingen van de artikel 10, §1, 12 tot en met 14, 16, 18, 19, 22 tot en met 25 en 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 23/11/2021 valt het project buiten het toepassingsgebied van de verordening aangezien het gaat om een regularisatie zonder nieuwe structurele verbouwingswerken.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Stedenbouwkundige voorschriften voor bedrijventerrein De Waerde

Bijzondere voorwaarden betrekking hebbende op stedenbouwkundige aspecten, van toepassing binnen ambachtelijke zone De Waerde zoals bepaald in de aankoopakte:

  • Bouwvoorwaarden en groenvoorziening

Een groenbeplanting – bufferzone – van tenminste 5m breed langs de zijdelingse en achterste perceelsscheidingen en minstens gelijk aan de normale hoogte van het gebouw is verplicht. De bufferzone dient in een streekeigen beplanting aangelegd.

De niet bebouwbare zones met inbegrip van de niet door gebouwen, toegangswegen en uitgeruste parkeerterreinen ingenomen oppervlakten, dienen beschouwd te worden als groenzone.

Afsluitingen, zowel op de perceelgrenzen als op de rooilijn, moeten uitgevoerd worden in natuurhagen al dan niet versterkt met draad, op beplantingsstroken.

Ter hoogte van de inritten dient de riolering afdoende verstevigd  teneinde beschadiging door zwaar transport te vermijden. De aanleg van de oprit over de strook der nutsvoorzieningen mag enkel uitgevoerd worden met uitneembare monolietblokken.

Er dient verplicht parkeerruimte voorzien te worden die ruimte biedt voor al de voertuigen van het bedrijf, het personeel en de bezoekers. Ook het laden en lossen dient op het eigen terrein te gebeuren.

De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de hoger gestelde voorwaarden. De aanvraag voorziet nl. in een groenstrook van slechts 2,50m tot 3m in de linker zijstrook, achteraan wordt er dan een groene buffer voorzien met een breedte van 10,50m.  De afsluitingen worden niet allemaal in een haagvorm voorzien.

  • Detailhandel

Detailhandel en het met dat doel inrichten van een toonzaal toegankelijk voor het publiek zijn niet toegestaan. 

De aanvraag voldoet aan de hoger gestelde voorwaarden. 

Met betrekking tot de bijzondere voorwaarden werd de aanvraag tevens voor advies voorgelegd aan POM Limburg.

POM Limburg heeft laten weten geen advies te verlenen.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

Het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast en er een extra poort met inrit voorzien werd, de regularisatie van de buitenaanleg en het regulariseren van 2 containers op het terrein.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen tussen Pleinstraat en Industrieweg, beide gemeentewegen.  Het perceel is gelegen op het bedrijventerrein ‘De Waerde’.

De omgeving wordt, aan de zijde van de industrieweg, gekenmerkt door bedrijven met een industriële architectuur.  Aan de zijde van de Pleinstraat, een woonstraat, bevinden zich grondgebonden eengezinswoningen, in open en halfopen verband, in diverse stijlen en materialen, met twee bouwlagen onder hellende en platte daken.  Het perceel sluit in het oosten, met ertussen de Pleinstraat, aan tegen natuurgebied, een bos dat uitloopt tot tegen natuurgebied de Teut.

Op het perceel bevindt zich een bedrijfsgebouw met aanhorigheden.  Het gebouw en terrein werden niet volledig uitgevoerd conform de vergunning.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag bevat grotendeels een regularisatie.

In de voorgevel gericht naar de Industrieweg werd een bijkomende poort geplaatst, er werd een bijkomende inrit aangelegd naar deze poort.

De gevels zijn anders uitgevoerd dan vergund.   Ze zijn afgewerkt met donker- en lichtgrijze geïsoleerde silexpanelen die anders geplaatst werden dan vergund.   Ook werden enkele gevelopeningen gewijzigd t.o.v. de vergunde toestand.

De parkeerplaatsen werden niet conform de vergunning aangelegd.  Er werden 2 containers achteraan aan het perceel geplaatst, grenzend aan de Pleinstraat.

Intern werden, boven de kantoorruimtes, opslagplaatsen ingericht, bereikbaar via trappen.

Op het inplantingsplan ‘bestaand’ worden ter hoogte van de groenzones de voorziene beplantingen opgesomd.  In werkelijkheid is er enkel een gazon met enkele boompjes aanwezig.

Ook wordt er een fietsenstalling rechts van het gebouw aangegeven.  Volgens de gegevens waarover wij beschikken en de foto’s in het dossier, bevindt zich op deze locatie een kleine gazon met een boompje.

Het bestaande inplantingsplan is m.a.w. niet volledig correct.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het bedrijf kan beschouwd worden als autoherstelwerkplaats voor racevoertuigen, wat functioneel inpasbaar is op deze locatie.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 15 autostaanplaatsen.

De dienst Mobiliteit gaat in haar advies akkoord met dit aantal en geeft aan dat indien  parkeerplaatsen 1, 14 en 15 niet gebruikt worden (gesteld dat 12 parkeerplaatsen voldoen), deze onthard kunnen worden en groen aangeplant.

Uit de gegevens waarover wij beschikken, net zoals uit de foto’s gevoegd bij de aanvraag, blijkt dat het openbaar domein langs de zijde van de Industrieweg, dat ingezaaid is met gras, veelvuldig in gebruik is als parkeerzone met insteekparkings.  Dit is niet toelaatbaar.

Ook de bijzondere voorwaarden betrekking hebbende op stedenbouwkundige aspecten, van toepassing binnen ambachtelijke zone De Waerde zoals bepaald in de aankoopakte leggen het volgende op: “Er dient verplicht parkeerruimte voorzien te worden die ruimte biedt voor al de voertuigen van het bedrijf, het personeel en de bezoekers. Ook het laden en lossen dient op het eigen terrein te gebeuren.”

Uit de gegevens waarover wij beschikken, blijkt dat het laden en lossen ook o.a. vanop de voorliggende weg gebeurt, wat niet aanvaardbaar is.

Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel en voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein te worden ingericht.  Het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.

De dienst Patrimonium verleent een ongunstig advies voor de bijkomende inrit die leidt naar de zonder vergunning geplaatste bijkomende poort.

De gemeente Zonhoven staat in principe, in het kader van zowel de veiligheid, als in het kader van beperking van verharding, slechts 1 inrit per perceel toe.  

Voor het betreffend perceel werden reeds 4 inritten vergund, wat afwijkt van deze norm.

Er wordt geen grondige motivatie gevoegd bij het dossier om een vijfde poort/vijfde inrit toe te staan.  Het gebouw heeft een grotendeels open indeling waardoor de bijkomende poort overbodig is, net zoals de bijkomende inrit.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

De regularisatie van zowel de bijkomende poort, als de bijkomende inrit, wordt ongunstig geadviseerd.

De schaal van de voorgenomen werken

De footprint, zowel als het volume van het vergunde gebouw, blijft ongewijzigd.

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

Hoewel het terrein een grote bebouwings- en verhardingsgraad kent, is er voldoende ruimte aanwezig voor de aanplant van een degelijke groenbuffer, zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaande toestand.  Deze groenbuffer werd in werkelijkheid niet aangeplant conform dit plan.   Dit wordt verder besproken onder de volgende titel.

De inplanting van de 2 containers belemmeren de aanplant van een goed functionerende groenbuffer.  Ze staan volledig in het zicht ingeplant, vanuit de Pleinstraat bekeken.  Daarnaast is de afstand tot de verharding te groot, waardoor er tussen de containers en de voorziene verharding enkel een gazonaanplant mogelijk is, geen andere beplanting, om de containers te kunnen bereiken.

De dienst Facilitair Management legt hieromtrent volgende voorwaarde op: “Containers voor opslag gesorteerd afval mogen niet verder dan 7,5 meter van het gebouw staan.”

Dit standpunt wordt bijgetreden.  In de vergunningsvoorwaarden wordt specifiek opgenomen dat de containers aan de zijde van de Pleinstraat verschoven moeten worden tot binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.

De zone waar de fietsenstalling wordt voorzien, is vrij beperkt.  Het groen dat dient te verdwijnen voor de fietsenstalling is verwaarloosbaar.  De fietsenstalling betreft een niet-overdekte fietsenstalling.

In het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.   Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  Dit wordt meegegeven als bemerking.

De niet-overdekte fietsenstalling kan in dat geval behouden blijven voor bezoekers of het bestaande groen kan behouden blijven.

Visueel-vormelijke elementen

Uit de foto’s blijkt dat de groenbuffer niet werd aangeplant conform het plan bestaande toestand.  

Volgens het plan wordt in de groenbuffer een gemengde aanplanting voorzien van: Viburnum opulus, Euonymus allatus, Salix cinerea.  In werkelijkheid is er enkel een gazon met enkele boompjes aanwezig.

De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan ‘bestaand’, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.

Bovendien dient deze beplanting doorgetrokken te worden in de groenzone langs de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.  Dit wordt opgelegd in de vergunningsvoorwaarden.   Hoewel niet volledig conform de voorwaarden omtrent groenbeplanting en afsluitingen in de bijzondere voorwaarden bepaald in de aankoopakte, ontstaat op die manier kwalitatief groen op het perceel en een groenbuffer t.o.v. Pleinstraat, natuurgebied en links aanpalend perceel.  

De wijzigingen in de gevels zijn, behoudens de bijkomende poort, aanvaardbaar.

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het terreinprofiel is ongewijzigd t.o.v. het vergunde terreinprofiel.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

De bijkomende inrit zorgt voor minder veiligheid en is niet toelaatbaar.

Het ontbreken van een degelijke buffer t.o.v. het woongebied zorgt voor hinder t.o.v. dit woongebied.  De voorwaarden zoals hierboven gesteld omtrent de ingroening dienen te worden gevolgd.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijkomende poort en inrit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein op voorwaarde dat:

  • Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel en voor bezoekers, als voor opslag van wagens, op eigen terrein wordt ingericht.   Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  • De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  • De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.

Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 23/11/2021 van Inter is gunstig:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding.

In toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv.

Niet van toepassing

Het project valt niet onder de toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheidv

• Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig.

• Er worden geen afwijkingen aangevraagd

2 Verplichting advies

• Niet verplicht.

3 Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.

De aanvraag betreft:

• Art 3: Gebouw(en) waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150 m².

o De bepalingen van de artikelen 10, §1, artikel 12 tot en met 14, artikel 16, 18, 19, artikel 22 tot en met 25 en artikel 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Aangezien het gaat om een regularisatie zonder nieuwe structurele verbouwingswerken valt het project buiten het toepassingsgebied van de verordening.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

4 Normen

Niet van toepassing.

5 Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO

Niet van toepassing.

6 Bijkomende informatie

Evacuatie bij brand:

De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.

Aanbevelingen voor het realiseren van een integraal toegankelijk gebouw: 

• Handboek Toegankelijkheid Publieke Gebouwen (www.toegankelijkgebouw.be

• Vademecum ‘Publiek toegankelijk domein’”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • POM Limburg liet weten geen advies te verlenen. 
  • Het advies van 06/11/2021 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen, mits voldaan aan volgende voorwaarden:

Containers voor opslag gesorteerd afval mogen niet verder dan 7,5 meter van het gebouw staan.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarde gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dient gevolgd te worden.

  • Het advies van 02/12/2021 van het Agentschap voor Natuur en Bos is gunstig:

“Na screening van de aanvraag is ons Agentschap van oordeel dat er  geen effecten ontstaan op de natuurwaarden ter hoogte van het project en in de omgeving.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 15/11/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 13/12/2021 van de dienst Patrimonium is ongunstig:

“Ongunstig advies om 5de inrit te vergunnen. We willen de in -en uitritten beperken.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 29/11/2021 van de dienst Mobiliteit is gunstig:

“De Industrieweg is een lokale weg type 3 (straat met verblijfsfunctie). Hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). Deze weg ligt in een industriegebied.

De extra vervoersbewegingen naar en van de industrieweg t.g.v. de extra poort met inrit (die deel uitmaakt van deze regularisatie) zijn aanvaardbaar.

Het aantal parkeerplaatsen in de vergunde toestand is 7; in de bestaande toestand zijn 15 parkeerplaatsen en 1 fietsenstalling aanwezig. Indien de parkeerplaatsen langs het gebouw niet gebruikt worden om te parkeren, kan overwogen worden deze te ontharden en te vergroenen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies, met uitzondering van het standpunt omtrent de bijkomende inrit.

De opmerking gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, kan bekeken en overwogen worden indien er teveel parkeerplaatsen zouden aanwezig zijn op het terrein.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken deels op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijkomende poort en inrit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein op voorwaarde dat:

  • Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel, voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein wordt ingericht.   Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  • De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  • De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.

Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een nieuwe inrichting zijnde een autoherstelwerkplaats voor racevoertuigen.

Met volgende aangevraagde rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Niet-vergunningsplichtig:

  • Lozing van huishoudelijk afvalwater < 600 m³/jaar;
  • Stookinstallatie < 300 kW

Ligging ten opzichte van de buurt

In een straal van 100 meter zijn een 18-tal woningen gelegen.  

Op 18 meter van de perceelsgrenzen en op 30 meter van de bedrijfsgebouwen staat een woning. 

Dit maakt dat de inrichting voor hinder kan zorgen voor de buurt. 

BODEM

Het bedrijf valt met volgende rubrieknummers uit de Vlaremindelingslijst onder de categorie van risico-inrichting:15.2; 29.5.2.1°a; 29.5.7.1°a; waarbij categorie 

A - oriënterend bodemonderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de 20 jaar.

Een oriënterend bodemonderzoek werd uitgevoerd in 2018 door het voormalige bedrijf, gevestigd op de locatie.  

De uitgevoerde activiteit vormt een risico voor bodemverontreiniging.  De nodige maatregelen moeten getroffen worden om bodemverontreiniging tegen te gaan: lekbakken; 

Er zullen geen geaccidenteerde wagens of wrakken opgeslaan worden. 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf: afkomstig van de autoherstelwerkplaats. 

Het bedrijf zal werkzaam zijn tussen 8.30 – 17.00 uur van maandag tem vrijdag. 

LUCHTVERONTREINIGING

De verwarming van de gebouwen gebeurt met :gas.

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.   

Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

LOZING VAN AFVALWATER

Enkel lozing van huishoudelijk afvalwater aanwezig, onder het indelingscriterium, waardoor dit niet vergunningsplichtig is.

Volgens de aanvraag worden geen andere afvalwaters geloosd. 

AFVALSTOFFEN

Het bedrijf dient zich te houden aan de geldende wettelijke bepalingen wat betreft sorteerverplichtingen.

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.

Gelet op bovenstaande, kan dit gevolgd worden.   

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II zijn van toepassing 
  • De sorteerverplichtingen inzake Vlarema zijn van toepassing;
  • Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

Duur:

De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor wat betreft de bijkomende poort en inrit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein, mits voorwaarden.

Voor volgende rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de regularisatie van de bijkomende poort in de voorgevel en de inrit naar deze poort, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een industriegebouw waarbij de gevels werden aangepast, met uitzondering van de bijkomende poort, de regularisatie van de buitenaanleg, met uitzondering van de bijkomende inrit, en het regulariseren van 2 containers op het terrein, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Voor volgende rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel, voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein wordt ingericht.  Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  2. De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  3. De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.
    Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.
    De groenbuffer dient uitgevoerd te worden het plantseizoen volgend op het verkrijgen van de vergunning.  Bewijs hiervan moet aangeleverd worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, max. 6 maanden na de aanplant.
    Milieuvoorwaarden:
  4. De sectorale voorwaarden van Vlarem II zijn van toepassing;
  5. De sorteerverplichtingen inzake Vlarema zijn van toepassing;
  6. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
    Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Uitgezonderd de 4 vergunde inritten, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inritten dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek.
    Andere voorwaarden:
  12. De bemerkingen gesteld in het advies van Inter d.d. 23/11/2021 dienen gevolgd te worden;
  13. In de voortuinstrook aan de zijde van de Industrieweg mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  17. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
  18. Alvorens een nieuwe omgevingsvergunning aan te vragen in de toekomst dient aangetoond te worden dat voldaan is aan de voorwaarden van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen / omgevingsvergunningen, waaronder de huidige.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 13/12/2021 tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor: 

  • de regularisatie van de bijkomende poort in de voorgevel;
  • de regularisatie van de inrit naar deze poort

zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor:

  • het regulariseren van de aanpassing van de gevels, met uitzondering van de bijkomende poort;
  • de buitenaanleg zoals voorzien op het inplantingsplan bestaand (deels regularisatie), met uitzondering van de bijkomende inrit;
  • het regulariseren van 2 containers op het terrein;

zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Met volgende rubrieken:

  • 6.4.1°: opslagplaats voor brandbare vloeistoffen voor een totaal van 500 liter opslag van verschillende smeeroliën in vaten;
  • 15.2 een garagewerkplaats met 2 hefbruggen;
  • 16.3.2°a) 2 luchtcompressoren van 3 kW en 4 kW en airco’s met een totaal vermogen van 8 kW voor een totaal van 15 kW;
  • 17.3.6.1°a) opslagplaats voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen met GHS07 zijnde opslag van producten nl. antivries en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter voor een totaal van 0,35 ton;
  • 17.3.7.1°a) opslagplaats voor vloeistoffen en vaste stoffen met GHS08 zijnde opslag van producten nl. antivries, ontvetter en remreiniger in vaten van 60 tot 200 liter;
  • 17.4 opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met GHS01, in verpakking van max. 30 liter of 30 kg, met maximale opslag tussen de 50 kg of 50 liter en 5000 kg en 5000 liter zijnde de opslag van verschillende gevaarlijke producten in kleinverpakkingen nodig voor garagewerkplaats voor een totaal van 500 liter;
  • 29.5.2.1°a) metaalbewerkingsmachine voor een totaal van 5 kW;
  • 29.5.7.1°a)1) ontvetten van metalen of voorwerpen in metaal dmv een ontvettingstafel met opvangrecipiënt van 200 liter;

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. Alle parkeergelegenheid, zowel voor personeel, voor bezoekers, als voor opslag van wagens, dient op eigen terrein wordt ingericht.  Ook het laden en lossen dient op eigen terrein te gebeuren.
  2. De containers aan de zijde van de Pleinstraat moeten ingeplant worden binnen een afstand van max. 7,5m vanaf de achtergevel.  (steeds rekening houdend met de voorwaarden van de brandweer)
  3. De beplanting in de groenbuffer dient uitgevoerd te worden met de planten zoals aangegeven op het inplantingsplan bestaand, én dient op zo een wijze te worden uitgevoerd dat er een voldoende hoge en dense groenbuffer ontstaat t.o.v. de Pleinstraat.
    Deze beplanting dient doorgetrokken te worden in de groenzone langsheen de linker perceelgrens (op het inplantingsplan aangegeven als gazon) en rechts van parkeerplaatsen 12 en 13.
    De groenbuffer dient uitgevoerd te worden het plantseizoen volgend op het verkrijgen van de vergunning.  Bewijs hiervan moet aangeleverd worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, max. 6 maanden na de aanplant.
    Milieuvoorwaarden:
  4. De sectorale voorwaarden van Vlarem II zijn van toepassing;
  5. De sorteerverplichtingen inzake Vlarema zijn van toepassing;
  6. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.
    Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Uitgezonderd de 4 vergunde inritten, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inritten dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek.
    Andere voorwaarden:
  12. De bemerkingen gesteld in het advies van Inter d.d. 23/11/2021 dienen gevolgd te worden;
  13. In de voortuinstrook aan de zijde van de Industrieweg mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
    Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  17. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken.
    Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
  18. Alvorens een nieuwe omgevingsvergunning aan te vragen in de toekomst dient aangetoond te worden dat voldaan is aan de voorwaarden van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen / omgevingsvergunningen, waaronder de huidige.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt geformuleerd: in het kader van duurzaamheid wordt aangeraden een inpandige fietsenstalling voor personeel te voorzien binnen het gebouw.  Op die manier worden duurzame woon-werk verplaatsingen gestimuleerd.  

21.

2021_CBS_01379 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 130A - 2021/00247 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2021_CBS_01379 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 130A - 2021/00247 - Goedkeuring

2021_CBS_01379 - OMV - Vergunning - Wijvestraat 130A - 2021/00247 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van een tuinberging, een terrasoverkapping, een serre en een vijver. 

De aanvraag werd op 10/08/2021 ontvangen.

Op 08/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 14/09/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 24/09/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 04/10/2021 tot en met 02/11/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 04/09/2009 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van 6 woningen, carports en tuinbergingen en het rooien van 4 wilgen, door het college van burgemeester en schepenen. (2009/11259)
  • Op 19/05/1976 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het verkavelen van gronden in 4 loten voor open bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.404)
  • Op 6/10/2008 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het wijzigen van de loten1,2 en 3 in 6 loten voor halfopen bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.404\01)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een terrasoverkapping, een tuinberging en een serre.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 04/10/2021 tot en met 02/11/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

De gemeente Zonhoven beschikt reeds over een woonbehoeftestudie. Deze woonbehoeftestudie maakt vanuit de behoefte aan woningen duidelijk dat het gebied niet/wel aangesneden dient te worden.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 3A binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19/05/1976 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.404. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming halfopen eengezinswoningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Vrijstelling vergunningsplicht

Volgens art. 2.1.8° van dit besluit geldt de vrijstellingsplicht voor niet-overdekte constructies van minder dan 80 m² voor zover zij aangebracht worden op minstens 1 m van de perceelscheiding. Het terras achter de woning, de bestaande vijver en de verharde zone rondom de carport en de tuinberging werden aangelegd conform bovenstaand artikel van het vrijstellingsbesluit.

Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit niet vergunningsplichtig. Als strikt noodzakelijke toegang tot de carport en de woning wordt hier de verharde zijtuinstrook en een gedeelte van de voortuinstrook bedoeld met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de perceelsgrens.

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de verhardingen rondom de carport en tuinberging, het terras en de reeds aangelegde vijver aangezien de totale oppervlakte hiervan slechts ±52m² bedraagt. De strikt noodzakelijke toegang tot de carport en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de rechter perceelsgrens zijn ook vrijgesteld conform het vrijstellingsbesluit. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de referentieoppervlakte van dakoppervlaktes voor elke constructie minder bedraagt dan 40m².

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van een tuinberging, een terrasoverkapping, een serre en een vijver.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
 De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 19/05/1976 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Wijvestraat, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Op het perceel bevindt zich een halfopen eengezinswoning met aanhorigheden.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het regulariseren van de tuinberging achter de bestaande carport, het regulariseren van de overkapping achteraan de woning en het regulariseren van de serre en de vijver in de tuinzone. 

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een overkapping, een tuinberging, een serre en een vijver is functioneel inpasbaar in zowel de ruime als de onmiddellijke omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in minstens 2 autostaanplaatsen voor deze woongelegenheid, waarvan 1 onder de bestaande carport. 

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het regulariseren van een tuinberging, een terrasoverkapping, een serre en een vijver.

Achteraan de bestaande woning werd er reeds een terrasoverkapping geplaatst. Deze overkapping werd ingeplant tot tegen de rechter perceelgrens, tegen de bestaande veranda van de rechter buren en heeft een oppervlakte van 24m² (6m x 4m). Het betreft een hellend vlak met een bolle vorm. De maximale nokhoogte hiervan bedraagt 3,18m en de maximale kroonlijsthoogte bedraagt 2,20m. Deze constructie werd uitgevoerd in gelakt aluminium met een doorzichtig polycarbonaat dak. Door het bouwen van de terrasoverkapping is de totale bouwdiepte van de woning opgelopen tot 15,50m hetgeen een aanvaardbare diepte is aangezien er nog voldoende tuinzone aanwezig. Ook de gebruikte materialen kunnen aanvaard worden bij deze woning en in deze omgeving.

Achteraan de vergunde carport werd ook nog een tuinberging opgericht tot tegen de linker perceelgrens. Deze werd voorzien van een plat dak met dezelfde dakrandhoogte als de bestaande carport van 2,80m. Op dit dak werd er een lichtkoepel geplaatst uit polycarbonaat. De oppervlakte van deze constructie bedraagt 17,50m² (5m x 3,50m). De afwerking van de tuinberging gebeurde in Noorse den en gelakte aluminium. 

Verder werd er 2,50m achter deze tuinberging nog een losstaande serre opgericht met een oppervlakte van 4,50m² (2,50m x 1,80m). Deze werd ingeplant op 0,7m van de linker perceelgrens. Deze constructie werd opgericht met een hellend dak waarvan de nokhoogte 2,15m en de kroonlijsthoogte 1,40m bedraagt. De serre werd uitgevoerd met een aluminium geraamte samen met zijkanten die bestaan uit glas en polycarbonaat. 

De beide constructies die opgericht werden achter de carport zorgen voor een goed tuingebruik aangezien deze gegroepeerd zijn aan de linker zijde van het perceel. Hierdoor blijft er een open gevoel naar de overige tuinzone en kan ook de verharding naar deze constructies gegroepeerd aangelegd worden zodat deze beperkt blijft op het terrein. De serre en de tuinberging kunnen ook gezien worden als normale functies binnen een tuinzone. De totale oppervlakte van de bijgebouwen in de tuinzone bedraagt 50m², hetgeen aanvaardbaar is op het perceel omdat er nog voldoende groenzone overblijft. 

Rechts achteraan het perceel, op 17,50m vanaf de achtergevel en op 1m van de rechter perceelgrens, werd er ook nog een vijver aangelegd met een oppervlakte van 6,50m². 

Er werd reeds een inrit aangelegd en een beperkt pad naar de voordeur. Deze verhardingen werden aangelegd met klinkers. Verder wordt er nog een beperkt pad voorzien naar de tuinberging, aangelegd met kiezels. Deze verhardingen betreffen in principe beide waterdoorlatende verharding. De overige delen op het perceel werden groen aangeplant. 

De verhardings/bebouwingsgraad op het perceel bedraagt in totaal 43,61%. Dit wil zeggen dat het perceel een groenpercentage heeft van 56,39%, hetgeen voldoende is. Bovenstaande aanvraag tot regularisatie van bijgebouwen, de vijver en de overkapping kan dus aanvaard worden.  De verhardingen op het terrein betreffen vrijgestelde verhardingen aangezien deze voldoen aan het vrijstellingsbesluit aangezien het hier een strik noodzakelijke toegang betreft en de overige verhardingen in de achtertuin de 80m² niet overschrijden.  

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

De vijver die in de aanvraag vervat is voldoet aan het vrijstellingsbesluit en wordt daarom uit de omgevingsvergunning gesloten wegens vrijgesteld van vergunning. 

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een tuinberging, een terrasoverkapping en een serre, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  2. De hoogstammige bomen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  3. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  4. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De vijver die in de aanvraag vervat is voldoet aan het vrijstellingsbesluit en wordt daarom uit de omgevingsvergunning gesloten wegens vrijgesteld van vergunning.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van een tuinberging, een terrasoverkapping, en een serre, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  2. De hoogstammige bomen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  3. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  4. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

22.

2021_CBS_01380 - OMV - Vergunning - Hazendansweg 9A, 9B, 11 en 11A - 2021/00288 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2021_CBS_01380 - OMV - Vergunning - Hazendansweg 9A, 9B, 11 en 11A - 2021/00288 - Goedkeuring

2021_CBS_01380 - OMV - Vergunning - Hazendansweg 9A, 9B, 11 en 11A - 2021/00288 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van de perceelgrootte en de inplanting van de huizen, het regulariseren van de linkerzijde achteraan woning 1, het regulariseren van het materiaalgebruik bij zowel de gevelbekleding van de woningen, als bij de overdekte terrassen en het wijzigen van de afwerking van de tuinhuizen ten opzichte van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017. 

De aanvraag werd op 06/10/2021 ontvangen en op 04/11/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 24/10/2017 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van 4 eengezinswoningen in halfopen verband na het slopen van de bestaande bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen.(2017/00151)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de uitbreiding van de linkerzijde van woning 1 en het wijzigen van het materiaalgebruik van de overdekte terrassen en de gevelbekleding.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in agrarisch gebied. . 

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied .

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven.

Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300m van een woongebied of op ten minste 100m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden (artikel 11 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de bergingen en nachthallen.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van de perceelgrootte en de inplanting van de huizen, het regulariseren van de linkerzijde achteraan woning 1, het regulariseren van het materiaalgebruik bij zowel de gevelbekleding van de woningen, als bij de overdekte terrassen en het wijzigen van de afwerking van de tuinhuizen ten opzichte van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Hazendansweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag betreft het regulariseren van de perceelgrootte en de inplanting van de huizen, het regulariseren van de linkerzijde achteraan woning 1, het regulariseren van het materiaalgebruik bij zowel de gevelbekleding van de woningen, als bij de overdekte terrassen en het wijzigen van de afwerking van de tuinhuizen ten opzichte van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie wonen is in overeenstemming met de woonfuncties in de ruime en de onmiddellijke omgeving. De bijhorende constructies aan het wonen zoals de overkapping en het tuinhuis zijn dus ook functioneel inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet voor elke woning een garage of een carport. Per woongelegenheid kan er ook nog een wagen gestald worden op de inrit.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het regulariseren van de perceelgrootte en de inplanting van de huizen, het regulariseren van de linkerzijde achteraan woning 1, het regulariseren van het materiaalgebruik bij zowel de gevelbekleding van de woningen, als bij de overdekte terrassen en het wijzigen van de afwerking van de tuinhuizen ten opzichte van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017.

Nadat de woningen winddicht zijn uitgevoerd, werd het terrein opnieuw opgemeten door een erkend landmeter om deze te koop aan te bieden. Hieruit bleek dat het terrein groter blijkt te zijn dan de opmetingen die toegevoegd werden in de vergunning 2017/00151 afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen op 24/10/2017. Aan de achterzijde betekent dit dat deze volledige zijde 0,56m groter is dan eerst gemeten waardoor er per woonentiteit een breedte van 14cm bijkomt achteraan elk woonperceel. De voorzijde is in totaal 0,99m groter. Behalve het rechter perceel,  krijgen de percelen hierdoor een grotere oppervlakte zoals aangeduid op de bijgevoegde plannen in het dossier.

Door de nieuwe afmetingen van het perceel veranderde ook de inplanting van de woningen ten opzichte van de perceelgrenzen t.o.v. het vergunde. Woning 1 staat minstens ingeplant op 3,93m van de linker perceelgrens in plaats van op 3,20m. Woningen 2 en 3 hebben een afstand tot de zijdelingse perceelgrens van 3,10m in plaats van 3m. De afstand van woning 4 tot de rechter perceelgrens blijft behouden op minstens 3m. Ook de afstanden van de tuinbergingen ten opzichte van de perceelgrenzen vermeerderen t.o.v. het vergunde, waardoor deze zeker op voldoende afstand worden opgericht.

Woning 1 werd achteraan 50cm breder uitgevoerd dan op de reeds vergunde plannen d.d. 24/10/2017. Ondanks deze verbreding blijft de woning nog steeds op een afstand van 4,10m van de linker perceelgrens, hetgeen ruim voldoende is. De voorgevels van de woningen werden  afgewerkt met een gebroken wit crepi samen met grijs-beige steenstrips in plaats van gebroken wit crepi met thermo-wood en lichtgrijze trespaplaten. Ook de overkappingen bij de terrassen achteraan de woningen werden uitgevoerd in crepi in plaats van houtbekleding.

De aanvrager geeft aan de tuinhuizen te willen oprichten in dezelfde materialen als de reeds opgerichte woningen, namelijk een metselwerk met een wit gebroken crepi in plaats van de houten constructie. De afmetingen zoals deze reeds vergund zijn in de stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017 blijven behouden. 

De bovenvermelde wijzigingen kunnen aanvaard worden aangezien dit slechts om beperkte wijzigingen gaat. Op de meeste plaatsen van de desbetreffende percelen kan er meer ruimte worden gecreëerd voor groenzones. 

De reeds vergunde verhardingen op de inplantingsplannen blijven onveranderd. Er zal dus voldoende groen aanwezig blijven op het perceel na de voorgestelde wijzigingen.

De nieuwe plannen in dit dossier vervangen de oude plannen van het dossier 2017/00151 aangezien ook in deze omgevingsvergunningsaanvraag al de nodige plannen werden aangeleverd voor zowel de uitvoering van de woningen als de tuinbergingen. Dit om de vergunning leesbaar te houden.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de gewijzigde plannen in deze aanvraag de plannen vervangen van de vergunning met dossiernummer 2017/00151, afgeleverd op 24/10/2017 door het college van burgemeester en schepenen. Aan de voorwaarden opgenomen in bovengenoemde stedenbouwkundige vergunning dient wel voldaan te worden door de aanvrager.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de perceelgrootte en de inplanting van de huizen, het regulariseren van de linkerzijde achteraan woning 1, het regulariseren van het materiaalgebruik bij zowel de gevelbekleding van de woningen, als bij de overdekte terrassen en het wijzigen van de afwerking van de tuinhuizen ten opzichte van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient nog steeds voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn binnen de stedenbouwkundige vergunning met dossiernummer 2017/00151 die afgeleverd werd op 24/10/2017 door het college van burgemeester en schepenen.
  2. De plannen van deze omgevingsvergunning vervangen de plannen die gevoegd werden bij de stedenbouwkundige vergunning met dossiernummer 2017/00151.
  3. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de perceelgrootte en de inplanting van de huizen, het regulariseren van de linkerzijde achteraan woning 1, het regulariseren van het materiaalgebruik bij zowel de gevelbekleding van de woningen, als bij de overdekte terrassen en het wijzigen van de afwerking van de tuinhuizen ten opzichte van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 afgeleverd op 24/10/2017, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient nog steeds voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld zijn binnen de stedenbouwkundige vergunning met dossiernummer 2017/00151 die afgeleverd werd op 24/10/2017 door het college van burgemeester en schepenen.
  2. De plannen van deze omgevingsvergunning vervangen de plannen die gevoegd werden bij de stedenbouwkundige vergunning met dossiernummer 2017/00151.
  3. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

23.

2021_CBS_01381 - OMV - Vergunning - Sparrenweg 16 - 2021/00300 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2021_CBS_01381 - OMV - Vergunning - Sparrenweg 16 - 2021/00300 - Goedkeuring

2021_CBS_01381 - OMV - Vergunning - Sparrenweg 16 - 2021/00300 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van de woning na het slopen van de bestaande veranda en de bestaande overkapping en het bouwen van een carport. 

De aanvraag werd op 15/10/2021 ontvangen en op 10/11/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 06/10/1972 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een woning, door het college van burgemeester en schepenen. (1972/00180)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een uitbreiding achteraan de woning met een veranda en een terrasoverkapping en het bouwen van een losstaand bijgebouw. 

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden deels opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen voor wat betreft de veranda en de overkapping en dan opnieuw aangevraagd als nieuwe uitbreiding. Het losstaande bijgebouw voldoet dan weer aan het vrijstellingsbesluit.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de uitbreiding van het horizontale dakoppervlakte van de woning minder dan 40m² bedraagt.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Er zal in de voorwaarden van deze omgevingsvergunning opgenomen worden dat hieraan voldaan moet worden.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een carport, het verbouwen en uitbreiden van de woning na het slopen van de bestaande veranda en de bestaande overkapping.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Sparrenweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Op het perceel bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning met aanhorigheden.

Omschrijving van de aanvraag

Links achteraan de woning werd de vergunde woning uitgebreid met een veranda zonder het bekomen van een vergunning. Deze veranda wordt nu afgebroken en vervangen door een nieuwe veranda met aansluitend een overdekt terras. Links vooraan de woning wordt er ook nog een bureauruimte opgericht. In de rechter zijtuinstrook wordt er een carport voorzien met een geïntegreerde fietsenstalling. Voor het overige wordt de buitenaanleg nog aangepast.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een veranda, een bureauruimte en een carport is functioneel inpasbaar in zowel de ruime als de onmiddellijke omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in minstens 2 autostaanplaatsen, waarvan 1 onder de nog te bouwen carport voor één woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag betreft het bouwen van een carport, het verbouwen en uitbreiden van de woning na het slopen van de bestaande veranda en de bestaande overkapping.

De bestaande veranda links achteraan de woning wordt vervangen door een nieuwe veranda met aansluitend een overdekt terras. De veranda heeft een oppervlakte van 15,54m²(4,09m x 3,80m). Deze uitbreiding gebeurt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte ±3,20m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De uitvoering van deze veranda gebeurt in bruingrijze steenstrips en een donkerbruine aluminium gevelbekleding. De aansluitende overkapping wordt afgewerkt met dezelfde materialen en dezelfde dakrandhoogte. Deze heeft een oppervlakte van 9,42m² (2,48m x 3,80m) en wordt ingeplant op 2,79m van de linker perceelgrens, in lijn met de bestaande woning waartegen isolatie wordt aangebracht met een dikte van 16cm. 

Aan de linker voorzijde van de woning wordt er ook nog een bureauruimte gecreëerd. Deze ruimte heeft een oppervlakte van 20,30m² (6,15m x 3,30m) en wordt ingeplant op 2,79m van de linker perceelgrens en op 11,30m van de rooilijn. De uitbreiding aan de voorzijde wordt voorzien van een plat dak waarvan de dakrandhoogte 3,10m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. Ook deze uitbreiding aan de woning wordt uitgevoerd met bruingrijze steenstrips en een donkerbruine aluminium gevelbekleding. 

Ondanks de uitbreidingen vooraan en achteraan de woning zal de bouwdiepte van de bestaande woning niet zodanig vergroten. De beide uitbreidingen worden opgericht binnen de bestaande bouwdiepte van de bestaande woning. Enkel de isolatie die rondom de gehele woning wordt voorzien, zorgt voor een extra bouwdiepte van 32cm waardoor de totale bouwdiepte 17,38m bedraagt in de nieuwe toestand. Doordat het hier gaat om isolatie (14cm) die aangebracht wordt samen met de steenstrips (2cm) kan deze beperkte extra bouwdiepte van 38cm aanvaard worden, een dergelijke isolatie wordt niet aanzien als volume uitbreiding. Dit geldt ook de voor breedte van de woning. De afstand tot de linker perceelgrens zal door de plaatsing van de isolatie 2,79m bedragen en de afstand tot de rechter perceelgrens bedraagt hierdoor 2,84m, hetgeen aanvaardbaar isVerder worden de dakoversteken van 40cm aan de woning verwijderd.

In de aanvraag wordt een carport ingetekend aan de rechterzijde van de woning op 0,50m achter de voorgevel. Deze constructie heeft een oppervlakte van 19,26m² en wordt ingeplant tegen de rechter perceelgrens. De carport wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 2,74m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De uitvoering hiervan zal gebeuren in een donkerbruin aluminium. 

De buitenaanleg bestaat uit een inrit in klinkerverharding met een breedte van 3,80m ter hoogte van de rooilijn. Vanuit deze inrit wordt er ook een pad naar de voordeur voorzien, alsook langsheen de linkerzijde van de woning tot aan het terras achteraan de woning. Rondom het bestaande tuinhuis, dat vrijgesteld is van vergunning door de beperkte afmetingen die voldoen aan het vrijstellingsbesluit, werd er ook klinkerverharding voorzien. De totale klinkerverharding op het terrein bedraagt hierdoor ±95m². Rechts vooraan het perceel, tot aan de nieuw te bouwen carport wordt er een strook van ±30m² aangelegd in waterdoorlatende kiezelverharding. De overige zones op het perceel zullen groen aangeplant worden door gazon en lage sierbeplanting.

De totale verharding in de voortuin bedraagt ±70m². Dit betekent dat 38% van de voortuin bestaat uit verharding, hetgeen toegelaten kan worden. De totale verhardings-/bebouwingsgraad op het terrein bedraagt ±43%, hetgeen aanvaardbaar is.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor mits het opleggen van voorwaarden.

Er wordt geen uitspraak gedaan omtrent de bestaande tuinberging aangezien deze voldoet aan het vrijstellingsbesluit.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een carport, het verbouwen en uitbreiden van de woning na het slopen van de bestaande veranda en de bestaande overkapping, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  2. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  5. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  6. Uitgezonderd de inrit zoals ingetekend op het inplantingsplan, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen.
    Andere voorwaarden:
  7. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  8. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  9. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een carport, het verbouwen en uitbreiden van de woning na het slopen van de bestaande veranda en de bestaande overkapping, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  2. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  5. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  6. Uitgezonderd de inrit zoals ingetekend op het inplantingsplan, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen.
    Andere voorwaarden:
  7. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  8. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  9. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

 

 

24.

2021_CBS_01370 - Kunstproject Kauwbosstraat: forfaitaire vergoeding kunstenaar - Goedkeuring

Goedgekeurd
24.

2021_CBS_01370 - Kunstproject Kauwbosstraat: forfaitaire vergoeding kunstenaar - Goedkeuring

2021_CBS_01370 - Kunstproject Kauwbosstraat: forfaitaire vergoeding kunstenaar - Goedkeuring
25.

2021_CBS_01371 - Ontwerpplan Rendierjagerspad - Voorwaardelijk gedeelte: Uitvoering ontwerpplan - Gunning voorwaardelijk gedeelte - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
25.

2021_CBS_01371 - Ontwerpplan Rendierjagerspad - Voorwaardelijk gedeelte: Uitvoering ontwerpplan - Gunning voorwaardelijk gedeelte - Goedkeuring

2021_CBS_01371 - Ontwerpplan Rendierjagerspad - Voorwaardelijk gedeelte: Uitvoering ontwerpplan - Gunning voorwaardelijk gedeelte - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

GR van 14/09/2020.
CBS van 22/09/2020.
Verslag van nazicht dd. 26/11/2020.
CBS van 01/12/2020.
Kostenraming.

Feiten context en argumentatie

In het kader van de opdracht “Ontwerpplan Rendierjagerspad – Voorwaardelijk gedeelte: Uitvoering ontwerpplan” werd een bestek opgesteld door Guido Pirotte, deskundige toerisme.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 35.000,00 incl. btw voor het vast gedeelte en  € 110.000,00 incl. btw voor het voorwaardelijk gedeelte.

De gemeenteraad verleende in zitting van 14 september 2020 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 22 september 2020 om de plaatsingsprocedure op te starten en de kandidaten uit te nodigen een offerte in te dienen.

Er werden 2 offerte ontvangen:
- Fugzia bv, Karel Van Lotharingenstraat 40/301 te 3000 Leuven
- Buro Kloeg, Nijnensteinseweg 9 te Hagestein (NL)

Guido Pirotte, deskundige toerisme, stelde op 26 november 2020 het verslag van nazicht van de offertes op.

De jury stelt voor om op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes, de opdracht te gunnen aan de firma wiens voorstellen het best aansluiten bij het Rendierjagerspad zoals de gemeente dit wenst uit te werken, zijnde Fugzia bv, Karel Van Lotharingenstraat 4/301 te 3000 Leuven voor de prijs van € 34.999,00 voor de opmaak van het ontwerpplan en – onder voorbehoud van gunning van het voorwaardelijk gedeelte – een ereloon van 10% voor de begeleiding van de realisatie van het Rendierjagerspad.

Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 1 december 2020 het vast gedeelte van de opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige regelmatige bieder zijnde Fugzia bv, tegen het nagerekende offertebedrag van € 34.999,00 incl. btw.   Het voorwaardelijk gedeelte werd niet gegund.  Indien de nodige financiële middelen gevonden worden, kan het voorwaardelijk gedeelte later gegund worden.

De gemeenteraad in zitting van 13 december 2021 heeft de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 goedgekeurd.  De nodige kredieten voor de uitvoering van het voorwaardelijk gedeelte van de opdracht “Ontwerpplan Rendierjagerspad – Voorwaardelijk gedeelte: Uitvoering ontwerpplan” werden voorzien in de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025.

Het voorwaardelijk gedeelte wordt als volgt geraamd op basis van volgende sommen:
- Raming uitvoering aanleg van het pad € 571.217,50 excl. btw - ereloon 10% => € 57.121,75 excl. btw
- Raming uitvoering ontsluiting € 155.395,00 excl. btw – ereloon 10% => € 15.539,50 excl. btw
- Raming ereloon archeologienota => € 3.500,00 excl. btw
- Raming ereloon kapvergunning, vegetatiewijziging, rooilijnwijziging => € 8.000,00 excl. btw.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het voorwaardelijk gedeelte van de opdracht “Ontwerpplan Rendierjagerspad – Voorwaardelijk gedeelte: Uitvoering ontwerpplan” te gunnen aan de economisch meest regelmatige bieder, zijnde Fugzia bv, Karel Van Lotharingenstraat  4/301 te 3000 Leuven aan een ereloonpercentage van 10%.

Artikel 2

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.

Artikel 3

De betaling zal gebeuren met de kredieten voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.

26.

2021_CBS_01372 - Toekenning subsidie kinderopvang 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
26.

2021_CBS_01372 - Toekenning subsidie kinderopvang 2021 - Goedkeuring

2021_CBS_01372 - Toekenning subsidie kinderopvang 2021 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Besluit gemeentelijk subsidiereglement kinderopvang 2016 (zie bijlage)

Feiten context en argumentatie

In kader van het meerjarenplan 2020-2025 van de gemeente Zonhoven kan een gemeentelijke subsidie toegekend worden aan organisaties, initiatieven en personen die in Zonhoven activiteiten ontwikkelen op vlak van kinderopvang. Deze subsidie wordt toegekend onder de vermelde voorwaarden in het 'Besluit subsidiereglement kinderopvang', goedgekeurd op de gemeenteraad van 27 juni 2016 (in bijlage).

Toelichting subsidie aanvragen

Alle subsidieaanvragen voor het werkingsjaar 2021 (van 1 september 2020 t.e.m. 31 augustus 2021) werden tijdig en volledig met de gevraagde bijlagen ingediend. 

Overzicht uitbetaling kinderopvang 2020

ORGANISATIE  BEDRAG 
Kinderdagverblijf Kleine Maatjes  € 2 569
De Klodsberg  € 2 254,50
De Pagadder  € 1 504,50
t Alvermanneke  € 11 252
Ferm Kinderopvang  € 6 613
Opvang Toverfluit - Kosmos  € 3 957
De Kleurdoos  € 1 250,00
De Lettermolen  € 1 250,00
De Zonnewijzer  € 1 250,00
De Horizon  € 1 250,00
De St@rtbaan  € 1 250,00
TOTAAL:  € 34 400,00

In bijlage is de volledige berekeningswijze en puntentoekenning terug te vinden.

Adviezen
Cel visum Gunstig advies

Het financieel advies is positief. Er zijn ook de nodige kredieten voorzien.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de uitbetaling van de subsidies kinderopvang 2021 aan de kinderopvanginitiatieven en kleuter- en basisscholen goed.

27.

2021_CBS_01373 - Ambulante handel buiten de markt - op privé-domein - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
27.

2021_CBS_01373 - Ambulante handel buiten de markt - op privé-domein - Weigering

2021_CBS_01373 - Ambulante handel buiten de markt - op privé-domein - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Peter Geurts nam contact op met de dienst Lokale Economie met de melding dat hij op het braakliggend terrein naast de woning op de Beringersteenweg 3 een (mobiel) verkooppunt wil inrichten. Hij zou hiervoor het vestigingsadres van zijn firma verplaatsen naar de Beringersteenweg 3. 

De firma is in orde met de nodige vergunningen: FAVV, verzekeringen. De Nacebelcodes houden leurhandel en eetgelegenheden met beperkte bediening in. Het verkooppunt moet wel ingericht worden conform de voorschriften van Covid-19.

Dhr. Geurts vraagt hiervoor goedkeuring aan het gemeentebestuur. 

Opvallend is dat het de tweede maal op korte tijd is dat dhr. Geurts zijn vestigingsadres aanpast. Het is uiteraard niet de bedoeling dat er een handel ontstaat in (interessante) vestigingsadressen. Bovendien zou de verkoop georganiseerd worden langs de Beverzakbroekweg zodat het verkeer op de Beringersteenweg geen hinder zou ondervinden. Dit is echter een ander perceel waar geen officieel adres toegekend is.

De Kruispuntbank hanteert 2 voorwaarden om een vestigingsadres te plaatsen:

1. Uitbating op regelmatige basis

2. Er moet een officieel adres toegekend zijn. Het perceel moet niet bebouwd zijn.

Daar dit perceel niet voldoet aan de tweede voorwaarde is er een goedkeuring voor ambulante handel op privé-domein nodig. Zowel van de eigenaar als van het gemeentebestuur. 

Indien de uitbating zonder toestemming van het gemeentebestuur gebeurt, is er een belasting van € 250 per begonnen dag verschuldigd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft dhr. Peter Geurts, Ballewijerweg 140, geen goedkeuring voor het uitoefenen van ambulante handel op privédomein op het braakliggend perceel naast het pand op de Beringersteenweg 3.

28.

2021_CBS_01374 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract voor opdracht, 19u00/week, contractueel kabinetsmedewerker C1-C3 - Goedkeuring

Goedgekeurd
28.

2021_CBS_01374 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract voor opdracht, 19u00/week, contractueel kabinetsmedewerker C1-C3 - Goedkeuring

2021_CBS_01374 - Stopzetting met wederzijds akkoord contract voor opdracht, 19u00/week, contractueel kabinetsmedewerker C1-C3 - Goedkeuring
29.

2021_CBS_01375 - Vaste aanstelling halftijds administratief medewerker C1-C3 dienst vrije tijd afdeling socio cultureel beleid sector mens en maatschappij - Goedkeuring

Goedgekeurd
29.

2021_CBS_01375 - Vaste aanstelling halftijds administratief medewerker C1-C3 dienst vrije tijd afdeling socio cultureel beleid sector mens en maatschappij - Goedkeuring

2021_CBS_01375 - Vaste aanstelling halftijds administratief medewerker C1-C3 dienst vrije tijd afdeling socio cultureel beleid sector mens en maatschappij - Goedkeuring
30.

2021_CBS_01376 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
30.

2021_CBS_01376 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2021_CBS_01376 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming