Terug
Gepubliceerd op 01/12/2021

2021_CBS_01260 - OMV - Vergunning - Poelstraat 7 - 2021/00223 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 23/11/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01260 - OMV - Vergunning - Poelstraat 7 - 2021/00223 - Goedkeuring 2021_CBS_01260 - OMV - Vergunning - Poelstraat 7 - 2021/00223 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging. 

De aanvraag werd op 15/07/2021 ontvangen en op 13/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23/08/2021 tot en met 21/09/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 30/05/1994 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het verkavelen van gronden in 7 loten voor open bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.318)
  • Op 6 oktober 1997 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, door het college van burgemeester en schepenen, voor het wijzigen van de perceelconfiguratie van de loten 5 en 6 volgens het verkavelingsplan van 15 juli 19977 opgesteld door architect D. Tholen. De voorschriften gehecht aan het advies van 18 mei 1994 blijven ter zake. (7204.V.318\01)
  • Op 29 december 1997 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, door het college van burgemeester en schepenen, voor het wijzigen van de perceelconfiguratie van de loten 5 en 6 volgens het verkavelingsplan van 15 juli 1997 opgesteld door architect D. Tholen en voor het bouwen van een ééngezinswoning. De overige voorschriften gehecht aan het advies 18 mei 1994 blijven geldig. Dit advies vernietigt en vervangt het advies van 25/09/1997. (7204.V.318\02)
  • Op 01/02/2010 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft de inplanting, de bouwbreedte, het aantal bouwlagen en de kroonlijsthoogte voor lot 6 en een weigering voor het voorzien van een plat dak en het verbreden van de inrit, door het college van burgemeester en schepenen. 
  • Op 15/02/2010 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een ééngezinswoning in open bebouwing en een carport, door het college van burgemeester en schepenen. (2010/11620)
  • Op 14/05/2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een woning met carport door de oprichting van een gesloten berging van 19,78m² achter de carport, door het college van burgemeester. (2013/00007)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag handelingen werden verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het materiaalgebruik van de berging achteraan de carport en het uitvoeren van een bredere inrit.

Deze wederrechtelijk opgerichte uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23/08/2021 tot en met 21/09/2021.

Er werden geen  bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestplanwijziging

Bij besluit van de Vlaamse Regering van 30-04-1996 en van 6-10-2000 werd het gewestplan deels gewijzigd.

Enerzijds werd het militair domein herbestemd naar zone voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s en naar pleisterplaats voor nomaden en woonwagenbewoners en anderzijds werd de reservatiestrook ten oosten van het centrum geschrapt.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 6 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 30/05/1994 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.318 . De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming wonen (één woning per kavel).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de dakoppervlakte van de te bouwen gebouwen minder bedraagt dan 40m².

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de garage, de berging en de eetruimte.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 30/05/1994 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Poelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gesloten verband, tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het plaatsen van een veranda en een overkapping achteraan de bestaande woning. Verder wordt er ook een regularisatie aangevraagd van de materialen van de bestaande tuinberging.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een overkapping en een veranda is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar. 

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in minstens 2 parkeerplaatsen voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van de materialen van de tuinberging.

Rechts achteraan de woning wordt een uitbreiding voorzien met een veranda. Deze veranda wordt opgericht op 3,21m van de rechter perceelgrens. De oppervlakte hiervan bedraagt 21,2m² (4m x 5,30m). De veranda wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 3m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. In dit dak wordt ook een lichtstraat geplaatst die 19cm uitsteekt boven het dak en een dakhelling heeft van 2°. Hierdoor zal de nokhoogte van de veranda 3,19cm bedragen ten opzichte van het maaiveld. Door het plaatsen van de veranda zal de maximale bouwdiepte van de woning met 4m vergroot worden waardoor deze 15,50m bedraagt.

Tussen de bestaande (aangebouwde) tuinberging en de nieuw te plaatsen veranda wordt er een overkapping geplaatst met een oppervlakte van 15,32m² (4m x 3,83m). De afstand van de overkapping tot de tuinberging is 15cm. De dakrandhoogte is dezelfde als deze van de veranda. Er wordt hier ook een lichtstraat voorzien in het dak. De bouwdiepte van de overkapping is ook dezelfde als deze van de veranda waardoor de maximale bouwdiepte van de woning 15,50m bedraagt. 

Zowel de veranda als de overkapping bestaan uit een aluminium constructie waarbij gelaagd dubbel glas gebruikt wordt voor de wanden en de schuifdeuren in de veranda en zonwerend gelaagd dubbel glas in de lichtstraten van beide constructies. 

De bouwdiepte van 15,50m die gecreëerd wordt door het plaatsen van bovenstaande constructies is aanvaardbaar. Ook blijft er voldoende tuinzone over die groen aangeplant wordt. Er wordt voldoende afstand bewaard tot de naastliggende percelen en de bouwhoogte van de constructies blijft beperkt. De materialen die gebruikt worden, sluiten aan bij de bestaande woning en aanhorigheden. Het uitbreiden van de woning met bovenstaande constructies kan dus aanvaard worden.

De aanvraag betreft ook het regulariseren van het materiaalgebruik van de bestaande berging. Deze werd uitgevoerd in donkergrijze geïsoleerde panelen i.p.v. licht en /of donkergrijze betongevelstenen zoals opgegeven in de voorwaarden van de stedenbouwkundige vergunning die afgeleverd werd op 14/05/2013. Dergelijke materialen zijn hedendaags materialen  die zich goed integreren bij de woning en de nieuwe uitbreidingen en dus aanvaard kunnen worden voor de tuinberging. 

Vooraan werd de inrit anders uitgevoerd dan getekend op de plannen van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Op deze wijze wordt er niet voldaan worden aan de minimale 50% groenaanplantwaar de gemeente Zonhoven naar streeft in de voortuinen. De afwijking bedraagt echter slechts een 6m² en is daardoor, bij uitzondering, aanvaardbaar.  Op het openbaar domein bevinden zich, behoudens de toegestane inritverharding van 3m², verhardingen in de vorm van kiezel en worteldoek (= plastic), deze dienen te worden verwijderd en vervangen te worden door een groenaanplant.  Dit wordt opgenomen in de vergunningsvoorwaarden.

De verhardingen die in de zij- en achtertuin aangelegd werden en die op de aangeleverde plannen worden aangeduid, bedragen minder dan 80m². Deze zijn dus conform art. 2.1.8° van het vrijstellingsbesluit vrijgesteld van vergunning. Voor het overige wordt het perceel groen aangeplant.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat, behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) worden verwijderd en vervangen worden door een groenaanplant..

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits, behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) worden verwijderd en vervangen worden door een groenaanplant. 

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, dienen de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) te worden verwijderd en vervangen te worden door een groenaanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    Andere voorwaarden:
  4. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, dienen de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) te worden verwijderd en vervangen te worden door een groenaanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    Andere voorwaarden:
  4. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.