Terug
Gepubliceerd op 01/12/2021

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 23/11/2021 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2021_CBS_01251 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2021_CBS_01251 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2021_CBS_01251 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 16 november goedgekeurd.

2.

2021_CBS_01252 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
2.

2021_CBS_01252 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2021_CBS_01252 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
3.

2021_CBS_01253 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2021_CBS_01253 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2021_CBS_01253 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 10.754,10.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijkomende bestelbon 2021005584 goed voor een bedrag van € 5.094,10.

4.

2021_CBS_01254 - Ontwerp aanpassing strategisch meerjarenplan 2020-2025 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2021_CBS_01254 - Ontwerp aanpassing strategisch meerjarenplan 2020-2025 - Kennisneming

2021_CBS_01254 - Ontwerp aanpassing strategisch meerjarenplan 2020-2025 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het ontwerp van het meerjarenplan wordt minstens veertien dagen voor de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de raad bezorgd.
De gemeente en OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheid voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontwerp van het strategisch meerjarenplan 2020-2025 (gemeente en OCMW) en beslist volgende aanpassingen aan te brengen :
- aanleg geluidsmuur Basvelden, investeringstoelage voor infrastructuur hondenschool en uitvoering LIP Heidestraat worden uit het ontwerp gehaald ;
- het budget voor aankoop meubilair voor polyvalente zaal De Kwint wordt verschoven van 2022 naar 2023 ;
- het bedrag van de doorstorting van de personenbelasting wordt voor 2025 aangepast naar de reële raming ;
- er komt voorlopig geen budget voor een nieuw conferentiesysteem in de raadszaal ;
- de verkoop van de pastorij (parochie Centrum) wordt behouden.
Na een laatste lezing in het overleg MAT-college van 24 november 2021 wordt dit voorstel van aanpassing meerjarenplan voorgelegd aan de gemeenteraad van 13 december 2021.

5.

2021_CBS_01258 - GEB - opname vergunningenregister – Ballewijerweg 80 en 82 – 2021/00011 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2021_CBS_01258 - GEB - opname vergunningenregister – Ballewijerweg 80 en 82 – 2021/00011 - Goedkeuring

2021_CBS_01258 - GEB - opname vergunningenregister – Ballewijerweg 80 en 82 – 2021/00011 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 29/11/1965 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.139. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:

bouwvergunning op 3 oktober 1973 voor het bouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1973/00167.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt blijkt dat de huidige toestand niet overeenkomt met de vergunde toestand:

  • De woning werd uitgevoerd als twee woningen
  • De 2 woningen werden uitgebreid zowel aan de achterzijde als aan de rechterzijde
  • Er werd een vrijstaand bijgebouw links van de woningen opgericht zonder vergunning

KADASTRALE GEGEVENS

Het huis op perceel 412V werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1974.

Het huis op perceel 412W werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1974.

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werd een historische kadasterschets van 1974 toegevoegd.

Aan de aanvraag werd een legger van het kadaster van 1/1/1979 toegevoegd.

Aan de aanvraag werd een motiverende nota toegevoegd.

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. 

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten. 

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat slechts een gedeelte van de aanwezige constructies kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund.

Op de historische kadasterschets en de kadastrale legger van 1/1/1979 zijn de 2 woningen gedeeltelijk terug te vinden waardoor enkel dit gedeelte bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.

De uitbreiding achteraan van de woningen, de uitbreiding rechts van de woningen en het vrijstaand bijgebouw links van de woningen, dewelke niet terug te vinden zijn op de historische kadasterschets, kunnen niet beschouwd worden als zijnde vergund.

Algemeen besluit

De 2 woningen kunnen beschouwd worden als zijnde vergund voor dat gedeelte aangeduid op de historische kadasterschets. De uitbreidingen achteraan en rechts van de woningen en het vrijstaand bijgebouw links, die niet terug te vinden zijn op de historische kadasterschets, kunnen niet beschouwd worden als zijnde vergund.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1974, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt de 2 woningen op in het vergunningenregister als vergund geacht voor dat gedeelte aangeduid op de bijgevoegde historische kadasterschets.

Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

De uitbreidingen achteraan en rechts van de woningen en het vrijstaand bijgebouw links van de woningen, die niet terug te vinden zijn op de historische kadasterschets, kunnen niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1974, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.

6.

2021_CBS_01259 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2020/00296, gelegen langs Heuvenstraat – Lieve Baetenplein – Drie Pistolenpad - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2021_CBS_01259 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2020/00296, gelegen langs Heuvenstraat – Lieve Baetenplein – Drie Pistolenpad - Goedkeuring

2021_CBS_01259 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2020/00296, gelegen langs Heuvenstraat – Lieve Baetenplein – Drie Pistolenpad - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 6 oktober 2021, nl.:

“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van mevrouw Carina Meuwissen, Genkerbaan 20 te 3520 Zonhoven ingesteld tegen de beslissing d.d. 17 augustus 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een omgevingsvergunning werd verleend aan Bart Tans – Jeroen Van Neck – Steven Adams voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, meerdere handelszaken, een politiecommissariaat, een polyvalente zaal en de aanleg van een nieuwe gemeenteweg aan de Heuvenstraat – Lieve Baetenplein – Drie Pistolenpad gelegen te Zonhoven, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd.  Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.

Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.

Het dossier zal op de agenda worden geplaatst van de Provinciale Omgevingsvergunningscommissie, die haar advies moet uitbrengen binnen een termijn van 90 kalenderdagen na ontvangst van de adviesvraag (voorlopige agenda POVC d.d. 6 december 2021).

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”

Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:

“1. Het gebied waar gebouwd wordt, is begrensd door twee wegen, de Heuvenstraat en de Grote Eggestraat. In de Heuvenstraat en de Eggestraat zijn er voornamelijk gebouwen van 2 en 3 bouwlagen. Het lijkt mij logisch deze bebouwing verder door te trekken en zeker niet nog te verhogen naar VIJF bouwlagen! België is het lelijkste land en jullie zijn goed op weg om van Zonhoven de lelijkste gemeente van België te maken. 

2. Het betreffende terrein behoort tot één van de natste gebieden van Zonhoven. In het verleden zijn er reeds meermaals problemen geweest! Ik stel mij dan ook grote vragen bij het voorzien van ondergrondse garages en de impact op de grondwaterhuishouding en afwatering. 

3. De afgelopen jaren zijn er ontelbare wooneenheden gecreëerd in de buurt van de Eggestraat, Rosmolenweg, Gulden Boomkensweg, Batenstraat, … en dit is nog steeds in volle expansie. Bij hogervermeld project komt er nog maar eens een uitrit langs de Grote Eggestraat. Een uitrit voor een garage voor 78 wagens ! Binnenkort kunnen we met z’n allen in de wagen zitten om stapvoets te rijden …. Volgens mij is de verkeersveiligheid hierdoor een zeer groot probleem, écht onverantwoord. Ik zal me als fietsster dienen overeind te houden op ‘moordstrookjes’. De gevaarlijke verkeerssituatie wil ik hieronder verder uiteenzetten. Zelf woon ik op de Genkerbaan maar ik verlaat mijn woning met de fiets via Het Koolhof, gelegen langs de Eggestraat tegenover de uitrit van de geplande parkeergarage (78 wagens) van de Kwintsite. Ik doe ook de meeste boodschappen per fiets in de supermarkten in het centrum van Zonhoven. Op de as Eggestraat, Batenstraat zijn er sinds 3 jaar minstens 200 wooneenheden gebouwd en zijn er minstens nog evenveel gepland ZEER BINNENKORT ! Ik som deze met plezier even voor u op : 

- Het Koolhof, gelegen langs de Eggestraat 11-13 : 87 appartementen en 2 zelfstandige praktijken 

- Rosmolenweg 12 : 20 appartementen OMV 2020168702 

- Rosmolenweg 13 : gepland project Olivia door bouwbedrijf Dethier : - Hoek Eggestraat-Edouard Eeversstraat : 20 wooneenheden 

- Edouard Eeversstraat (zijstraat Eggestraat) : 6 woningen 

- Gulden Boomkensweg : gepland project voor 3 woningen - Liebenshof 1, 8, 2, 4 (zijstraat Batenstraat in het verlengde van de Eggestraat) : 33 appartementen en nog eens evenveel gepland op dit terrein Liebenshof 6, 8, 10, 12 

- Batenstraat 18 : 12 appartementen , OMV 2020 046859 Al het verkeer van deze bewoners richting centrum passeert via de Eggestraat. 

Bovendien heeft de Gemeente sinds kort de rijrichting veranderd op de hoek van de Genkerbaan met de Dorpsstraat-Heuvenstraat. Hierdoor is er nog meer verkeer dat de Eggestraat passeert. Aangezien ik in het centrum van Zonhoven woon doe ik ook de meeste boodschappen per fiets in de supermarkten in het centrum van Zonhoven. 

Op de as Dorpsstraat, Heuvenstraat, Heuveneindeweg zijn er sinds 3 jaar eveneens meer dan 250 wooneenheden gebouwd. Ik som deze eveneens met plezier even voor u op : 

- de geplande Kwintsite, Heuvenstraat 5 : 68 appartementen, handels- en dienstenzaken - OMV 20200170262 

- Moenshof 1, 3, 5, 5, 7 en geplande blok Moenshof 9,11 : totaal 28 appartementen (zijstraat Heuvenstraat) 

- Heuvenstraat 37 : 12 appartementen en 1 kantoorruimte , OMV 2019 152616 

- Heuvenstraat 76 : 6 appartementen, OMV 2018 095761

- Donkweg 3-5-9: 6 appartementen 

- Donkweg 32 : 12 - appartementen 

- Donkweg 43 : 4 appartementen, OMV 2020 79937 

- Donkweg 14 : 10 appartementen 

- Heuvenstraat 81-87 : 17 appartementen en 1 handelspand (residentie Zonnehof), OMV 2018 104356 - Heuvenstraat 106 : gepland project voor 23 appartementen 

- Heuveneindeweg 20 : 7 appartementen 

- Heuveneindeweg 62 : 6 woningen - Dorpsplein : residentie Dorpsdreef, 46 appartementen , OMV 2020 034876 

De as Dorpsstraat, Heuvenstraat, Heuveneindeweg, Zavelstraat is bovendien een zeer druk traject daar er hier maar liefst 7 supermarkten liggen, zijnde : 

- Jumbo, Zavelstraat 51 

- C & B, Achter de Hoven 17 (zijstraat Dorpsstraat) 

- Aldi, Genkerbaan 85 (zijstraat Dorpsstraat, Heuvenstraat) 

- Delhaize, Heuvenstraat 75 

- Albert Heijn, Heuveneindeweg 20 

- Lidl, Heuveneindeweg 24 

- Colruyt, Heuveneindeweg 62 

Door de grote verkeersdrukte wat de vermeerdering van het aantal bewoners en supermarkten met zich meebrengt is de verkeerssituatie onhoudbaar. Bovendien is er geen fietspad in de Heuvenstraat en Dorpsstraat. De laatste jaren zijn er geregeld ongevallen, vaak ook met (zwaar) gewonden. Het lijkt mij dan ook vanzelfsprekend om bovengenoemd woonproject drastisch te laten wijzigen !”

Advies dienst:

De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij het voorgaand standpunt en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 12/08/2021.

De GOA wenst te reageren op de beroepsargumenten door haar eerdere standpunten te herhalen en aan te vullen:

  1.  Op 5 maart 2019 werd door het college van burgemeester en schepenen (cbs) het besluit genomen 3 bouwlagen toe te laten in een groot deel van de dorpskern.  Op die manier ontstaan er meer mogelijkheden om binnen de kern te verdichten, naar analogie met het Vlaamse beleid.  Dit besluit cbs geeft aan dat er mogelijkheden zijn om verder af te wijken van deze 3 maximale bouwlagen, indien wordt geoordeeld dat een ontwerp ruimtelijk beter past in de omgeving: “Dit zou kunnen indien het een ruimtelijk afgebakend project betreft waarbij meerdere percelen of gebouwen betrokken zijn of wanneer het gaat om een hoekperceel of hoekgebouw, waarbij op de hoek een extra accent wordt gelegd door daar nog hoger te bouwen.”

Het project voldoet volledig aan de beschreven normen waardoor de voorziene afwijkingen op het aantal bouwlagen te verantwoorden zijn.

Het project heeft daarnaast een uitgebreid traject doorlopen, waarbij het ontwerp voortgekomen is uit een wedstrijd en door de deskundige jury als beste werd beoordeeld.  Daarna werd dit ontwerp verder verfijnd, in overleg met de betrokken gemeentelijke diensten.

De site heeft een zeer centrale ligging, tegenover het kerkplein, waar een meer prominente architectuur passend is.  Zowel in de architectuur, als bij het materiaalgebruik, werd rekening gehouden met de omgeving en werd erover gewaakt een rustige aanblik te creëren.  

Het klopt dat Zonhoven zeer lange tijd gedefinieerd werd door haar typisch dorps karakter met overwegend woningen met max. 2 bouwlagen onder een zadeldak, met het uitzicht van een eengezinswoning. Door de opgave om binnen de kern te verdichten is het behoud van dit uitzicht niet langer houdbaar.  Daarnaast kan er gesteld worden dat de tijden veranderd zijn.  Materialen, architectuur, ruimtelijke ordening,… zijn veranderlijke gegevens waardoor ook het uitzicht van onze dorpen en steden door de jaren heen zal veranderen.  Voor de een is dit een jammerlijke zaak, voor de andere net een positief gegeven, gezien architectuur deels ook beoordeeld wordt op basis van persoonlijke smaak.

  1. Volgens de gegevens waarover we beschikken zijn de percelen niet gelegen binnen mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied, maar zijn ze wel aan 3 zijden begrensd door effectief overstromingsgevoelig gebied, waardoor dit absoluut als aandachtspunt dient te worden beschouwd.

Het dossier werd dan ook voorgelegd aan de Provincie, dienst Water en Domeinen, ter advies. Er werd een ongunstig advies verleend door de Provincie.

Op basis hiervan werd tijdens het verloop van de procedure meermaals rond de tafel gezeten samen met de Provincie, de betrokken gemeentelijke diensten, de architecten en projectontwikkelaars.  De toepassing van de hemelwaterverordening werd op basis hiervan aangepast en er werden nieuwe plannen ingediend die tegemoet komen aan de vereisten van de Provincie.  In de vergunningsvoorwaarden werd opgenomen dat deze plannen en aangepaste documenten gevolgd dienen te worden.  De Provincie heeft aangegeven aan de gemeentelijke diensten akkoord te gaan met deze werkwijze.

Er kan dus gesteld worden dat er maximaal wordt ingezet op het voorkomen van enige waterproblematiek, door opvang en hergebruik van hemelwater, door de aanleg van groendaken, enz.

Momenteel is ook het project van de vergroening van de dorpskern van Zonhoven in ontwerpfase, waarbij voorzien wordt de Roosterbeek open te leggen en een grote oppervlakte te ontharden/in te groenen.  Deze ingrepen zullen een positieve invloed hebben op de waterhuishouding binnen de kern.

  1. De kern van Zonhoven, en een ruim gebied daarbuiten, zijn afgebakend als regionaalstedelijk gebied, en dit volgens de juridische afbakeningslijn vastgelegd in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘afbakening regionaalstedelijk gebied Hasselt-Genk’ dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  De doelstelling van dit GRUP wordt als volgt omschreven: 

“De Vlaamse overheid wenst conform de principes van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen het regionaalstedelijk gebied Hasselt – Genk af te bakenen. De afbakening van het regionaalstedelijk gebied laat toe om binnen de contour een stedelijk gebiedbeleid te voeren dat gericht is op het creëren van een aanbod aan bijkomende ruimte voor kwalitatief wonen, werken, en andere stedelijke voorzieningen in de open ruimte in het stedelijk gebied, in relatie tot een goed functionerend openbaar vervoersnetwerk en rekening houdend met de aanwezige open ruimte. Buiten de contouren van het regionaalstedelijk gebied zal de Vlaamse Overheid dan een buitengebiedbeleid voeren waarbij eerder terughoudend wordt opgetreden ten aanzien van hoogdynamische, bovenlokale activiteiten die een mogelijke concurrentie met de stedelijke gebieden kunnen betekenen. Wonen en werken kunnen er blijven functioneren in de kernen en er wordt in hoofdzaak ruimte geboden aan landbouw, natuur en bos.”

Binnen de afbakening dient er gestreefd te worden naar een minimale woondichtheid van 25 woningen/hectare.  Gezien het om een gemiddeld cijfer gaat, en de afbakeningslijn een vrij groot gebied bestrijkt, is het logisch dat er in het centrum/in de kern hogere woondichtheden voorzien worden, en in minder goed gelegen straten binnen de afbakening lagere woondichtheden.

De logische verdichtingswens en -taakstelling heeft er toe geleid dat er in het recente verleden meerdere grote projecten voor meergezinswoningen werden vergund.  Er moet evenwel gesteld worden dat Zonhoven, op het vlak van meergezinswoningen, ten opzichte van andere gemeenten nog steeds een achterstand heeft, zowel in absolute aantallen als wat betreft de procentuele verhouding tussen meer- en eengezinswoningen. Maar Zonhoven is dus wel een inhaalbeweging aan het maken. Er is nog sprake van een evenwichtige verdeling tussen meer- en eengezinswoningen in Zonhoven. De administratie is zich er van bewust dat er in de toekomst over gewaakt dient te worden het juiste evenwicht te behouden in de diverse woontypologieën om zo een gevarieerd woonaanbod te kunnen aanbieden binnen de kern.

Daarnaast wordt er, zeker bij de recentere projecten, zeer streng gewaakt over een hoge kwaliteit, waarbij de focus ligt op de verhouding tussen groen en bebouwd/verhard, woonkwaliteit, duurzaamheid, enz. Door in de centra in de hoogte te bouwen, blijft er meer ruimte over voor kwalitatieve groenvoorzieningen. Beroepsindiener verwijst naar de overdreven bouwhoogte van 5 bouwlagen, maar midden in het centrum van een gemeente gelegen binnen regionaal stedelijk gebied mag dit geen vreemd gegeven zijn. De gemeente zal er steeds over waken dat er op kwalitatieve wijze verdicht wordt op de juiste locatie, wat hier zeker het geval is.

Tenslotte dient er op te worden gewezen dat er in de kern, en met uitbreiding binnen de afbakening en deels binnen de kleinere woonkernen, gestreefd wordt naar een bepaalde maat van verdichting.  Maar daarnaast wordt er evenzeer naar gestreefd verdere verdichting in de buitengebieden een halt toe te roepen.   Zo ontstaat er op termijn een correct evenwicht binnen de gemeente, waarbij de open ruimte zoveel mogelijk gevrijwaard en hersteld wordt en waarbij burgers voornamelijk woonachtig zullen zijn op de juiste locaties, met name dicht bij voorzieningen en openbaar vervoer. Het voorliggende project is hiervan een goed voorbeeld.

Binnen het huidige project wordt ten zeerste ingezet op het STOP-principe en op een duurzame mobiliteit.  De locatie an sich leent zich hier uitermate toe.  Het project voorziet niet alleen deelwagens, maar ook zeer veel faciliteiten voor het stallen van fietsen, zowel voor bezoekers als voor inwoners, zowel boven- als ondergronds.  Ook aan ruimte voor buitenmaatse fietsen is gedacht.  

Het project creëert bovendien een nieuwe trage verbinding die Grote Eggestraat en Heuvenstraat verbindt, wat ten voordele is van de trage weggebruikers.  Beroepsindiener geeft aan gebruik te maken van een recht van doorgang op de site van het project ‘het Koolhof’.  Door huidig project zal zij niet meer de beweging dienen te maken via de Grote Eggestraat en vervolgens Genkerbaan om de kern te bereiken, maar zal zij onmiddellijk kunnen oversteken vanaf site ‘Koolhof’ en van de nieuwe trage verbinding kunnen gebruik maken, wat haar veiligheid ten goede zal komen en haar ervaring aangenamer zal maken.

De verkeerssituatie in het centrum van Zonhoven is ongetwijfeld voor verbetering vatbaar.  Hier wordt door administratie en bestuur over nagedacht (en uitgetest, vandaar ook de proefopstelling waarvan sprake), maar deze zaken staan los van huidig project.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te beoordelen en behoudt het standpunt van 17 augustus 2021. 

7.

2021_CBS_01260 - OMV - Vergunning - Poelstraat 7 - 2021/00223 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2021_CBS_01260 - OMV - Vergunning - Poelstraat 7 - 2021/00223 - Goedkeuring

2021_CBS_01260 - OMV - Vergunning - Poelstraat 7 - 2021/00223 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging. 

De aanvraag werd op 15/07/2021 ontvangen en op 13/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23/08/2021 tot en met 21/09/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 30/05/1994 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het verkavelen van gronden in 7 loten voor open bebouwing, door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.318)
  • Op 6 oktober 1997 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, door het college van burgemeester en schepenen, voor het wijzigen van de perceelconfiguratie van de loten 5 en 6 volgens het verkavelingsplan van 15 juli 19977 opgesteld door architect D. Tholen. De voorschriften gehecht aan het advies van 18 mei 1994 blijven ter zake. (7204.V.318\01)
  • Op 29 december 1997 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, door het college van burgemeester en schepenen, voor het wijzigen van de perceelconfiguratie van de loten 5 en 6 volgens het verkavelingsplan van 15 juli 1997 opgesteld door architect D. Tholen en voor het bouwen van een ééngezinswoning. De overige voorschriften gehecht aan het advies 18 mei 1994 blijven geldig. Dit advies vernietigt en vervangt het advies van 25/09/1997. (7204.V.318\02)
  • Op 01/02/2010 werd een wijziging van de verkavelingsvergunning afgeleverd, voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft de inplanting, de bouwbreedte, het aantal bouwlagen en de kroonlijsthoogte voor lot 6 en een weigering voor het voorzien van een plat dak en het verbreden van de inrit, door het college van burgemeester en schepenen. 
  • Op 15/02/2010 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een ééngezinswoning in open bebouwing en een carport, door het college van burgemeester en schepenen. (2010/11620)
  • Op 14/05/2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van een woning met carport door de oprichting van een gesloten berging van 19,78m² achter de carport, door het college van burgemeester. (2013/00007)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag handelingen werden verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het materiaalgebruik van de berging achteraan de carport en het uitvoeren van een bredere inrit.

Deze wederrechtelijk opgerichte uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23/08/2021 tot en met 21/09/2021.

Er werden geen  bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestplanwijziging

Bij besluit van de Vlaamse Regering van 30-04-1996 en van 6-10-2000 werd het gewestplan deels gewijzigd.

Enerzijds werd het militair domein herbestemd naar zone voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s en naar pleisterplaats voor nomaden en woonwagenbewoners en anderzijds werd de reservatiestrook ten oosten van het centrum geschrapt.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 6 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 30/05/1994 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.318 . De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming wonen (één woning per kavel).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de dakoppervlakte van de te bouwen gebouwen minder bedraagt dan 40m².

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de garage, de berging en de eetruimte.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 30/05/1994 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Poelstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gesloten verband, tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het plaatsen van een veranda en een overkapping achteraan de bestaande woning. Verder wordt er ook een regularisatie aangevraagd van de materialen van de bestaande tuinberging.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een overkapping en een veranda is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar. 

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in minstens 2 parkeerplaatsen voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van de materialen van de tuinberging.

Rechts achteraan de woning wordt een uitbreiding voorzien met een veranda. Deze veranda wordt opgericht op 3,21m van de rechter perceelgrens. De oppervlakte hiervan bedraagt 21,2m² (4m x 5,30m). De veranda wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 3m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. In dit dak wordt ook een lichtstraat geplaatst die 19cm uitsteekt boven het dak en een dakhelling heeft van 2°. Hierdoor zal de nokhoogte van de veranda 3,19cm bedragen ten opzichte van het maaiveld. Door het plaatsen van de veranda zal de maximale bouwdiepte van de woning met 4m vergroot worden waardoor deze 15,50m bedraagt.

Tussen de bestaande (aangebouwde) tuinberging en de nieuw te plaatsen veranda wordt er een overkapping geplaatst met een oppervlakte van 15,32m² (4m x 3,83m). De afstand van de overkapping tot de tuinberging is 15cm. De dakrandhoogte is dezelfde als deze van de veranda. Er wordt hier ook een lichtstraat voorzien in het dak. De bouwdiepte van de overkapping is ook dezelfde als deze van de veranda waardoor de maximale bouwdiepte van de woning 15,50m bedraagt. 

Zowel de veranda als de overkapping bestaan uit een aluminium constructie waarbij gelaagd dubbel glas gebruikt wordt voor de wanden en de schuifdeuren in de veranda en zonwerend gelaagd dubbel glas in de lichtstraten van beide constructies. 

De bouwdiepte van 15,50m die gecreëerd wordt door het plaatsen van bovenstaande constructies is aanvaardbaar. Ook blijft er voldoende tuinzone over die groen aangeplant wordt. Er wordt voldoende afstand bewaard tot de naastliggende percelen en de bouwhoogte van de constructies blijft beperkt. De materialen die gebruikt worden, sluiten aan bij de bestaande woning en aanhorigheden. Het uitbreiden van de woning met bovenstaande constructies kan dus aanvaard worden.

De aanvraag betreft ook het regulariseren van het materiaalgebruik van de bestaande berging. Deze werd uitgevoerd in donkergrijze geïsoleerde panelen i.p.v. licht en /of donkergrijze betongevelstenen zoals opgegeven in de voorwaarden van de stedenbouwkundige vergunning die afgeleverd werd op 14/05/2013. Dergelijke materialen zijn hedendaags materialen  die zich goed integreren bij de woning en de nieuwe uitbreidingen en dus aanvaard kunnen worden voor de tuinberging. 

Vooraan werd de inrit anders uitgevoerd dan getekend op de plannen van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Op deze wijze wordt er niet voldaan worden aan de minimale 50% groenaanplantwaar de gemeente Zonhoven naar streeft in de voortuinen. De afwijking bedraagt echter slechts een 6m² en is daardoor, bij uitzondering, aanvaardbaar.  Op het openbaar domein bevinden zich, behoudens de toegestane inritverharding van 3m², verhardingen in de vorm van kiezel en worteldoek (= plastic), deze dienen te worden verwijderd en vervangen te worden door een groenaanplant.  Dit wordt opgenomen in de vergunningsvoorwaarden.

De verhardingen die in de zij- en achtertuin aangelegd werden en die op de aangeleverde plannen worden aangeduid, bedragen minder dan 80m². Deze zijn dus conform art. 2.1.8° van het vrijstellingsbesluit vrijgesteld van vergunning. Voor het overige wordt het perceel groen aangeplant.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat, behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) worden verwijderd en vervangen worden door een groenaanplant..

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits, behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) worden verwijderd en vervangen worden door een groenaanplant. 

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, dienen de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) te worden verwijderd en vervangen te worden door een groenaanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    Andere voorwaarden:
  4. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden van de woning met een veranda en een overkapping en het regulariseren van het materiaalgebruik voor de bestaande tuinberging, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Behoudens de inritverharding met een breedte van 3m, dienen de verhardingen op het openbaar domein (kiezel en plastic worteldoek) te worden verwijderd en vervangen te worden door een groenaanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    Andere voorwaarden:
  4. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

 

8.

2021_CBS_01271 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 159 - 2021/00219 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2021_CBS_01271 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 159 - 2021/00219 - Goedkeuring

2021_CBS_01271 - OMV - Vergunning - Grote Hemmenweg 159 - 2021/00219 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 2 bomen, het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het bouwen van een bijgebouw, het aanleggen van een zwembad met tijdelijke bronbemaling voor de kelderwerken van de woning.

De aanvraag werd op 8 juli 2021 ontvangen.

Op 6 augustus 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 9 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 10 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden lopende van 20 augustus 2021 tot en met 18 september 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 10 februari 1969 werd een verkavelingsweigering afgeleverd voor het verkavelen van de percelen.

De aanvrager ging in beroep bij de deputatie.   De deputatie besliste de aanvraag tevens te weigeren.  (7204.V.242/1)

Op 7 december 1970 werd een verkavelingsweigering afgeleverd voor het verkavelen van de percelen.

De aanvrager ging in beroep bij de deputatie.   De deputatie besliste een verkavelingsvergunning af te leveren.  (7204.V.242)

Op 13 augustus 1971 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1971/00070)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2020_131)

“Wij hebben uw ontwerpvoorstel intern met de dienst besproken.
Ik kan u het volgende meedelen:
* De totale oppervlakte van het bijgebouw mag maximum 60m² bedragen
* Ook de totale hoogte van het bijgebouw lijkt ons hoog te zijn (5,30 meter)
* Het burgerlijk wetboek stelt ook dat gevelopeningen zich ten opzichte van de aanpalende percelen op minimum 1,90 meter moeten voorzien worden.
   In uw ontwerp bevinden de raamopeningen zich op 1,00 meter van de achterste aanpalende eigenaar/perceel.
* Bovendien is het perceel vermoedelijk gedeeltelijk (achterste stuk) gelegen in habitatgebied.
   Hiervoor is het advies van het Agentschap Natuur en Bos nodig.
* De oppervlakte aan verhardingen welke werd voorzien is het absolute maximum.
* Het voorziene terreinprofiel zal duidelijk moeten worden weergegeven.
   Er zal een profiel moeten toegevoegd worden van het perceel en de linker en rechter percelen.
   Dit om mogelijke hinder ten opzichte van de buren in kaart te brengen. Het terreinniveau zal afgetoetst worden met de buren.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 20 augustus 2021 tot en met 18 september 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Fluvius

Dienst Facilitair Management (Werken in eigen beheer)

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 9 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 4 februari 1971 door de deputatie.  (7204.V.242)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik en/of handelshuizen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. 

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Inplanting woning (art. 8b):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat woning dient ingeplant te worden op minimum 5m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Het ontwerp voorziet de inplanting van de woning op minimum 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.

  • Bouwbreedte woning (art. 9):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bouwbreedte van de woning maximum 15m mag bedragen.

Het ontwerp voorziet een bouwbreedte van maximum 18,93m.

  • Kroonlijsthoogte woning (art. 9):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de kroonlijsthoogte van de woning maximum 6m mag bedragen tussen het grondpeil en de kroonlijst.

Het ontwerp voorziet de maximale kroonlijsthoogte van 6,50m ten opzichte van het maaiveld.

  • Dakhelling woning (art. 9):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de dakhelling van de woning gelegen moet zijn tussen 25° en 40°.

Het ontwerp voorziet een dakhelling tussen 44° en 55°.

  • Inplanting bijgebouw (art. 2):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bijgebouwen dienen ingeplant te worden op een minimum afstand tot de perceelgrenzen gelijk aan de hoogte van het bijgebouw.

Het ontwerp voorziet de inplanting van het bijgebouw op minimum 1m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.

  • Oppervlakte bijgebouw (art. 2):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de totale oppervlakte van de bijgebouwen maximum 30m² mag bedragen.

Het ontwerp voorziet een bijgebouw met een oppervlakte van 77m².

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 232m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (17,62m²) en het volume (6 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 27 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 10-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 957V, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: 

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het vuilwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. Indien binnenkort een project van start gaat in de straat, kan u best met Fluvius contact opnemen voor de voorwaarden naar voorbehandeling van het vuilwater. In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit kan door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) als grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put of door twee afzonderlijke septische putten. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Het spoelwater van de filters van het zwembad dient bij chemische filters aangesloten te worden op de vuilwaterafvoer en moet bij zuivere biologische filters (zonder toevoeging chloor of andere chemicaliën) aangesloten worden op de infiltratievoorziening. De overloop van een buitenzwembad dient aangesloten te worden op de infiltratievoorziening of mag op eigen terrein in de naastliggende groenzones infiltreren. Als het zwembad in 1 keer geledigd gaat worden, dient de infiltratievoorziening hierop berekend te worden. De chloordosering dient 14 dagen voor de lediging uitgeschakeld te worden.

Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein. Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn. Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Grote Hemmenweg, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er wordt als voorwaarde opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.   Het bijgebouw voorziet een grote raampartij in de achtergevel.  Het bijgebouw wordt ingeplant op 1m van de achterste perceelgrens.

Er kan uitzonderlijk akkoord gegaan worden met het voorgestelde ontwerp gezien het achterliggende perceel gelegen is in de bufferzone (natuurgebied) volgens het gewestplan Hasselt-Genk, bijgevolg niet bebouwbaar is en er nooit enige privacyhinder zal ontstaan.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 2 bomen, het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het bouwen van een bijgebouw, het aanleggen van een zwembad met tijdelijke bronbemaling voor de kelderwerken van de woning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.

De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 07/12/1970 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Grote Hemmenweg.  Het achterliggende perceel is, volgens het gewestplan Hasselt-Genk gelegen in de bufferzone.  Tevens grenst het perceel aan het natuurreservaat ‘De Teut’.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

De bebouwing in de omgeving varieert qua bouwhoogte, dakprofiel alsook materiaalgebruik.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is momenteel bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning en een niet vergund bijgebouw.

De huidige aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 2 bomen, het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het bouwen van een bijgebouw, het aanleggen van een zwembad met tijdelijke bronbemaling voor de kelderwerken van de woning.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De nieuw op te richten woning betreft net zoals de te slopen bebouwing een eengezinswoning.  De functie blijft dan ook ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.

Het project voorziet een interne garage alsook een autolift naar de kelder.  De woning voorziet hierdoor de mogelijkheid om 4 wagens intern te stallen.  De last van het autobezit wordt dan ook geheel gedragen op eigen terrein en niet afgeschoven op het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 2 bomen, het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het bouwen van een bijgebouw, het aanleggen van een zwembad met tijdelijke bronbemaling voor de kelderwerken van de woning.

De aanvraag betreft onder meer het slopen van de bestaande vrijstaande eengezinswoning en een bijgebouw.

Deze woning heeft een grondoppervlakte van 182m² en een bouwvolume van 835m³.  Het bijgebouw heeft een grondoppervlakte van 18,4m².

Na de sloop zal een nieuwe eengezinswoning worden opgericht.

Deze op te richten eengezinswoning wordt ingeplant op 12m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op minimum 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.

De maximale bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 16,80m en op de verdieping 10,80m.  Het verdiep vangt aan op 5,50m achter de voorgevellijn.

De ramen, in de zijgevels, op de verdieping situeren zich in de slaapkamers en de dressing waardoor de inkijk naar de aangrenzende percelen eerder beperkt is.

De kroonlijsthoogte van de woning is gelegen op maximaal 6,50m en de nokhoogte op 10,31m ten opzichte van het maaiveld.

De woning wordt uitgevoerd in een recuperatie gevelsteen.  De dakbedekking wordt deels uitgevoerd in natuurleien en deels met riet.

In de achtertuin wordt een poolhouse en een zwembad voorzien.

Het poolhouse wordt ingeplant op 10m achter de achtergevel van de woning, tegen de rechter perceelgrens en op minimum 1m van de achterste perceelgrens.  Er werd een getekend akkoord van de eigenaar van het rechts aanpalend perceel gevoegd bij de aanvraag.

Het poolhouse heeft een grondoppervlakte van 77m².

Het meest rechtse gedeelte van het bijgebouw wordt uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 2,72m ten opzichte van het maaiveld.  Het overige gedeelte wordt uitgevoerd met een lessenaarsdak.  De kroonlijsthoogte is hier gelegen op 2,32m en de nokhoogte op 5,80m ten opzichte van het maaiveld.

Het poolhouse wordt net zoals de woning uitgevoerd in een recuperatie gevelsteen.  Het zadeldak wordt uitgevoerd met riet.

Op 3m van de achterste perceelgrens en links van het bijgebouw wordt een zwembad aangelegd met een oppervlakte van 40m² (10m x 4m).

Het zwembad heeft een diepte van 1,50m.

Behoudens de woning, het bijgebouw en het zwembad worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een inrit aangelegd met aansluitend een toegangspad naar de voordeur van de woning.  De inrit verleent toegang tot de dubbele garage (incl. autolift).

Deze verharding heeft een totale oppervlakte van ca. 79m².

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd met een oppervlakte van ca. 24m².

Tot slot wordt rondom het zwembad een terrasverharding voorzien van ca. 38m².

Het hemelwater infiltreert naar de aangrenzende groenzones.

Ter hoogte van het zwembad bevinden zich momenteel 2 hoogstammige bomen die de aanvrager wenst te rooien.

Hieromtrent werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de dienst Facilitair Management, zoals aangehaald en besproken onder de titel ‘Bespreking adviezen’.

Bodemreliëf

Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau ongewijzigd en dus behouden blijft.

De nieuw op te richten bebouwing zal niet als storend ervaren worden in het bestaande straatbeeld gezien de bebouwing in de omgeving varieert qua bouwhoogte, dakprofiel alsook materiaalgebruik.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 12 augustus 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Gunstig onder voorwaarden

  1. Aanplanten van minstens één streekeigen hoogstam boom in de achtertuin, in een maat niet kleiner dan 18/20.
  2. Nodige flankerende maatregelen nemen om de aanwezige bomen te beschermen tijdens de afbraak- en bouwwerken. Zeker voor de grote boom net achter het huis zal er de nodige aandacht moeten besteed worden aan deze flankerende maatregelen. Zo mag er geen materiaal gestapeld worden onder de kroonprojectie, mag er geen werfverkeer passeren onder de kroonprojectie. Best wordt de zone onder de kroonprojectie afgeschermd d.m.v. hekken tijdens de werken zodat deze zone gevrijwaard blijft van verkeer en/of andere verstoringen.
  3. De grondslag binnen de kroonprojectie van de bestaande bomen mag niet gewijzigd worden, Er zal dus nog een plan bestaande toestand moeten afgeleverd worden waarop de huidige maaiveldpeilen, binnen de kruinprojecties, duidelijk zijn aangegeven.
  4. Nutsleidingen,, zoals gas, elektriciteit, afvoer water, ea. dienen allemaal voorzien te worden waar de bestaande inrit zich situeert. Dit laatste om schade aan bestaande wortels tot het minimum te beperken. Indien er toch hoofdwortels beschadigd worden, dienen deze mooi recht te worden afgezet en worden ze behandeld met wondafdichtmiddel.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren wenst de eerste voorwaarde m.b.t. de aanplant van minstens 1 streekeigen hoogstam boom aan te vullen met het volgende:

De nieuw aan te planten inheemse hoogstam boom dient ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (conform het veldwetboek).

De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.

Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden.  Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

Op 27 augustus 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Het betreft een droogzuiging voor de realisatie van de kelder van de woning (met 2 ondergrondse parkeerplaatsen dmv een schaarlift), te Grote Hemmenweg 159, sectie C, nr. 957V.

Voor de realisatie van het zwembad moet een grondwatertafelverlaging van 3,29 meter bekomen worden. Er zullen 21 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 3,79m. 

Het gevraagde debiet bedraagt 312  m³/dag, gedurende 56 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 17472 m³.  

Het lozingspunt bevindt zich op het gemengd stelsel van de Grote Hemmenweg.  

De droogzuiging wordt louter aangevraagd voor de kelder van de woning en dus niet voor de realisatie van het zwembad. Indien blijkt dat voor het zwembad droogzuiging noodzakelijk is, dient hiervoor een nieuwe aanvraag te worden ingediend gezien dit niet vervat zit in de huidige aanvraag.

In de onmiddellijke omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlaktewater.  

De aanvraag vermeldt dat de bomen een bevloeiing zullen krijgen om de levenskansen tijdens de bouwwerken/droogzuiging te garanderen. Dit dient te gebeuren met het water van de droogzuiging. 

De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur. 

Gunstig voor een bronbemaling te Grote Hemmenweg 159, voor de bouw van woning met kelder, voor een totaal debiet van 17472m³/jaar, mits volgende voorwaarden:

  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  • De bevloeiing van de bomen op het perceel of andere groenelementen gebeurt met het water van de bemaling. 
  • Er wordt een volume van meer dan 10 m³/uur geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, wat maakt dat op voorhand een toelating bekomen moet worden van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.  
  • De droogzuiging wordt louter aangevraagd voor de kelder van de woning en dus niet voor de realisatie van het zwembad. Indien blijkt dat voor het zwembad droogzuiging noodzakelijk is, dient hiervoor een nieuwe aanvraag te worden ingediend gezien dit niet vervat zit in de huidige aanvraag.
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 2 bomen, het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het bouwen van een bijgebouw, het aanleggen van een zwembad en een tijdelijke bronbemaling voor de kelderwerken van de woning.

En voor rubriek:

53.2.2.a°) tijdelijke verlaging van de grondwatertafel voor de realisatie van de kelderwerken behorende bij de woning voor een totaal van 17472 m³.

Zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management, nl.:
    - Er dient minimaal 1 nieuwe inheemse hoogstammige boom aangeplant te worden in de achtertuin, plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen (conform veldwetboek).
    De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden.  Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

    - Nodige flankerende maatregelen nemen om de aanwezige bomen te beschermen tijdens de afbraak- en bouwwerken. Zeker voor de grote boom net achter het huis zal er de nodige aandacht moeten besteed worden aan deze flankerende maatregelen. Zo mag er geen materiaal gestapeld worden onder de kroonprojectie, mag er geen werfverkeer passeren onder de kroonprojectie. Best wordt de zone onder de kroonprojectie afgeschermd d.m.v. hekken tijdens de werken zodat deze zone gevrijwaard blijft van verkeer en/of andere verstoringen.
    - De grondslag binnen de kroonprojectie van de bestaande bomen mag niet gewijzigd worden, Er zal dus nog een plan bestaande toestand moeten afgeleverd worden waarop de huidige maaiveldpeilen, binnen de kruinprojecties, duidelijk zijn aangegeven.
    - Nutsleidingen,, zoals gas, elektriciteit, afvoer water, ea. dienen allemaal voorzien te worden waar de bestaande inrit zich situeert. Dit laatste om schade aan bestaande wortels tot het minimum te beperken. Indien er toch hoofdwortels beschadigd worden, dienen deze mooi recht te worden afgezet en worden ze behandeld met wondafdichtmiddel.”
    Milieu:
  2. De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij.
  3. De bevloeiing van de bomen op het perceel of andere groenelementen gebeurt met het water van de bemaling.
  4. Er wordt een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, wat maakt dat op voorhand een toelating bekomen moet worden van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
  5. De droogzuiging wordt louter aangevraagd voor de kelder van de woning en dus niet voor de realisatie van het zwembad. Indien blijkt dat voor het zwembad droogzuiging noodzakelijk is, dient hiervoor een nieuwe aanvraag te worden ingediend gezien dit niet vervat zit in de huidige aanvraag.
  6. Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
  7. De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  8. Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid.
  9. De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  10. De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  11. De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  12. Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
    Riolering:
  13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  14. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  15. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; (bv. igv slopen woningen)
  16. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  17. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  18. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  19. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving betreffende grondverzet van toepassing;
  20. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  21. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3,12 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  22. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  23. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  24. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  25. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  26. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  27. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  28. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  29. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  30. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  31. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  32. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  33. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  34. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  35. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager, en wenst een bijkomende voorwaarde te formuleren om het behoud van het aanwezige aantal bomen te garanderen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing, het rooien van 2 bomen, het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, het bouwen van een bijgebouw, het aanleggen van een zwembad met tijdelijke bronbemaling voor de kelderwerken van de woning.

En voor rubriek:

53.2.2.a°) tijdelijke verlaging van de grondwatertafel voor de realisatie van de kelderwerken behorende bij de woning voor een totaal van 17472 m³.

Zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management, nl.:
    -
    Er dient minimaal 1 nieuwe inheemse hoogstammige boom aangeplant te worden in de achtertuin, plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen (conform veldwetboek).
    De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden.  Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
    - Nodige flankerende maatregelen nemen om de aanwezige bomen te beschermen tijdens de afbraak- en bouwwerken. Zeker voor de grote boom net achter het huis zal er de nodige aandacht moeten besteed worden aan deze flankerende maatregelen. Zo mag er geen materiaal gestapeld worden onder de kroonprojectie, mag er geen werfverkeer passeren onder de kroonprojectie. Best wordt de zone onder de kroonprojectie afgeschermd d.m.v. hekken tijdens de werken zodat deze zone gevrijwaard blijft van verkeer en/of andere verstoringen.
    - De grondslag binnen de kroonprojectie van de bestaande bomen mag niet gewijzigd worden, Er zal dus nog een plan bestaande toestand moeten afgeleverd worden waarop de huidige maaiveldpeilen, binnen de kruinprojecties, duidelijk zijn aangegeven.
    - Nutsleidingen,, zoals gas, elektriciteit, afvoer water, ea. dienen allemaal voorzien te worden waar de bestaande inrit zich situeert. Dit laatste om schade aan bestaande wortels tot het minimum te beperken. Indien er toch hoofdwortels beschadigd worden, dienen deze mooi recht te worden afgezet en worden ze behandeld met wondafdichtmiddel.”
  2. Indien de grote boom achter de woning (vermeld in het advies van de dienst Facilitair management), om een of andere reden, zou afsterven, dient deze gecompenseerd te worden door aanplant van een nieuwe boom op het perceel.  Het dient te gaan om een hoogstammige, inheemse boom, aangeplant op de wettelijke afstanden tot de perceelsgrenzen.  De aanplant van deze boom dient herhaald te worden tot de aanplant aanslaat.  Wanneer een dergelijke aanplant is gebeurd, dient bewijs hiervan aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving.
    Milieu:
  3. De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de open gracht/gemengd stelsel, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij.
  4. De bevloeiing van de bomen op het perceel of andere groenelementen gebeurt met het water van de bemaling.
  5. Er wordt een volume van meer dan 10 m³/uur wordt geloosd op een gemengd rioleringsstelsel, wat maakt dat op voorhand een toelating bekomen moet worden van Aquafin (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II) op www.aquafin.be. Het startvolume van de bronbemaling wordt ook in rekening gebracht bij het bepalen van het uurdebiet.
  6. De droogzuiging wordt louter aangevraagd voor de kelder van de woning en dus niet voor de realisatie van het zwembad. Indien blijkt dat voor het zwembad droogzuiging noodzakelijk is, dient hiervoor een nieuwe aanvraag te worden ingediend gezien dit niet vervat zit in de huidige aanvraag.
  7. Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
  8. De start- en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  9. Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid.
  10. De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  11. De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
  12. De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  13. Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
    Riolering:
  14. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  15. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  16. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; (bv. igv slopen woningen)
  17. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  18. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  19. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  20. Indien het grondverzet meer dan 250m³ bedraagt is de regelgeving betreffende grondverzet van toepassing;
  21. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  22. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3,12 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  23. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  24. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  25. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  26. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  27. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  28. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  29. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  30. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  31. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  32. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  33. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  34. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  35. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  36. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

9.

2021_CBS_01261 - Stilzwijgende aktename melding voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit - 2021/00290M - Oudestraat 35 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2021_CBS_01261 - Stilzwijgende aktename melding voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit - 2021/00290M - Oudestraat 35 - Kennisneming

2021_CBS_01261 - Stilzwijgende aktename melding voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit - 2021/00290M - Oudestraat 35 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Behandelende afdeling en dienst

Stadsontwikkeling - Planning en Vergunningen

Motivatie

Het college van burgemeester en schepenen nam geen akte van de melding, in de zitting van 26 oktober 2021, ingediend door Bammens Geert voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit, gelegen Oudestraat 35 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie A, nr. 549P.

De gevraagde handelingen (plaatsen van een tijdelijke zorgunit) voldeden nl. niet aan artikel 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 26 oktober 2021 zoals hierboven vermeld, werd niet tijdig uitgewisseld met het omgevingsloket, waardoor er een automatische stilzwijgende aktename werd gegenereerd door het omgevingsloket op 10 november 2021.

Door de verplichte digitale meldingen (art. 14 ev. decr. 25/04/2014), heeft dergelijke digitale beslissing - of een automatisch gegenereerde digitale beslissing (art. 111 in fine decr. 25/04/2014 ) - voorrang op een tegenstrijdig analoog bericht.  De niet-aktename komt m.a.w. te vervallen en wordt vervangen door een stilzwijgende aktename voor een zorgwoning in een nieuwe, tijdelijke verplaatsbare unit.

Het effectief bewonen door de hulpbehoevende (of de 65-plusser) moet binnen de twee jaar na datum van de meldingsakte gebeuren, anders vervalt de meldingsakte.

De plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van drie jaar per hoofdwooneenheid. De duur kan met een nieuwe melding slechts één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar.  Een nieuwe melding, voor het einde van deze termijn, zal enkel geakteerd worden indien de unit op dat moment aan alle meldingsvoorwaarden voldoet.  Aan de aanvrager wordt aangeraden zich hiermee zo snel als mogelijk in orde te stellen.

Het stopzetten van het zorgwonen moet eveneens gemeld worden.  Binnen drie maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, worden de tijdelijke, verplaatsbare constructie en de hiervoor aangelegde strikt noodzakelijke toegang verwijderd. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de stilzwijgende aktename van de melding, ingediend door Bammens Geert.

10.

2021_CBS_01262 - Woonbeleid - visie sociaal wonen gemeente Zonhoven - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2021_CBS_01262 - Woonbeleid - visie sociaal wonen gemeente Zonhoven - Goedkeuring

2021_CBS_01262 - Woonbeleid - visie sociaal wonen gemeente Zonhoven - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 omschrijft de gemeente als regisseur van het lokaal woonbeleid en legt drie Vlaamse beleidsprioriteiten op het vlak van wonen vast. Het sociale aspect, met bijzondere aandacht voor de meest woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, speelt in de uitvoering van elk van deze beleidsprioriteiten een belangrijke rol. Het uitwerken en toepassen van een visie op sociaal wonen valt onder de eerste beleidsprioriteit, die stelt dat de gemeente moet zorgen voor een divers en betaalbaar woonaanbod, in functie van de woonnoden.

De gemeente Zonhoven maakt sinds 01/01/2020 deel uit van het intergemeentelijk samenwerkingsverband “IGSW Wonen aan Mombeek en Wijers”, op basis van het BVR op het lokaal woonbeleid van 16/11/2018, samen met de gemeenten Diepenbeek en Kortessem en Stebo vzw als projectuitvoerder. Vanuit deze rol, werd in samenwerking met Stebo vzw, de gemeentelijke visie op sociaal wonen opgesteld. 

Eind 2021 dient er een door het college van burgemeester en schepenen (en/of de gemeenteraad) goedgekeurde visie op sociaal wonen te zijn, die vanaf 2022 wordt toegepast.

Totstandkoming visie sociaal wonen

De visie op sociaal wonen brengt het bestaande sociaal woonaanbod van de lokale sociale woonactoren (SHM, SVK en OCMW) in kaart en zet dit af tegen de huidige wachtlijsten. Op deze manier wordt de sociale woonbehoefte in Zonhoven zichtbaar. Naast het bestaande sociaal woonaanbod, wordt er rekening gehouden met het bindend sociaal objectief (BSO) dat tegen 2025 moet worden behaald, het groeipad van het sociaal verhuurkantoor en de geplande nieuwe sociale woonprojecten. Daarnaast gaat de visietekst in op de noden van specifieke doelgroepen in Zonhoven en lokale aandachtspunten. Op basis van deze bevindingen, wordt ten slotte een toekomstvisie op het sociaal woonbeleid in Zonhoven geformuleerd. 

De ontwerptekst van de visie op sociaal wonen kwam tot stand tijdens diverse overlegmomenten tussen de dienst ruimtelijke ordening, het OCMW en de sociale huisvestingsactoren. Op het lokaal woonoverleg van 22/09/2021 werden de voornaamste elementen en aandachtspunten voor sociaal wonen, opgenomen in de ontwerptekst, nogmaals besproken en verwerkt tot een finale versie. De finale versie van de gemeentelijke visie op sociaal wonen, houdt rekening met de conclusies en suggesties, geuit door de partners en de gemeente op het lokaal woonoverleg. 

De gemeentelijke visie op sociaal wonen is niet statisch en is onderhevig aan de veranderingen en noden die een toekomstig lokaal woonbeleid met zich meebrengt. De omvorming van de sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren tot één woonmaatschappij, tegen 1 januari 2023, zal hierin onvermijdelijk een belangrijke rol spelen. De gemeentelijke visietekst biedt een algemene blik op de sociale woonnood in Zonhoven, ongeacht de wijzigingen die de omvorming tot één woonmaatschappij met zich zal meebrengen, en geeft weer hoe de gemeente haar sociaal woonbeleid wenst vorm te geven in de nabije en verdere toekomst.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de gemeentelijke visie op sociaal wonen goed te keuren, maar wenst de paragraaf “Indien het project Sparrenweg/Dennenweg niet gerealiseerd kan worden voor 2025, dan wenst het huidige beleid, zoals bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen, dit zo snel mogelijk na 2025 verwezenlijkt te zien.” niet in de visietekst op te nemen, aangezien men geen voorafname kan doen op wat er tijdens een volgende legislatuur beslist zal worden.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist de gemeentelijke visie op sociaal wonen voor goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

11.

2021_CBS_01263 - Ondergrondse glasbak Engstegenseweg - voorstel nieuwe locatie - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2021_CBS_01263 - Ondergrondse glasbak Engstegenseweg - voorstel nieuwe locatie - Goedkeuring

2021_CBS_01263 - Ondergrondse glasbak Engstegenseweg - voorstel nieuwe locatie - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel van de dienst milieubeleid aangaande de ondergrondse glasbakken op het plein Engstegenseweg.  Het college wenst de ondergrondse glasbakken op de huidige locatie niet te behouden, wat betekent dat opnieuw zou moeten worden omgeschakeld naar bovengrondse glasbakken op deze site.

De dienst stelt voor om de bestaande site langs de Engstegensweg te verwijderen en een geheel nieuwe locatie in te richten met de ondergrondse glasbak aan de andere zijde van het plein met als motivatie dat de huidige, bovengrondse site onaantrekkelijk oogt en er bovendien een conflict is met het aanwezige fietspad. Door de glasbak te verplaatsen naar de overzijde van het plein, nabij de cabine/kapel, ontstaat er een bundeling van elementen (cabine, ondergrondse glasbak, kledingcontainers) en kan deze nieuwe locatie opnieuw ingericht worden met nieuwe beplanting en semi-verharding. Volgens de gegevens van Fluvius zou deze locatie vrij zijn van ondergrondse leidingen (klipplannen moeten dit nog bevestigen). De aanwezige beplanting is verouderd en kan tegelijk een vernieuwingsbeurt krijgen.

De bestaande site wordt opgekuist en aantrekkelijk ingericht waarbij de bermen tussen de bomen opnieuw ingezaaid worden en desnoods beplanting wordt aangebracht zodat parkeren (en het toebrengen van schade aan de aanwezige bomen) niet meer mogelijk is.

De voorgestelde aanpak kadert binnen de visie van het bestuur om op termijn alle bovengrondse bakken te vervangen door ondergrondse.

Adviezen
Patrimonium Gunstig advies

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met het voorstel van de dienst om de ondergrondse bakken te verplaatsen naar de andere zijde van het plein. De bestaande site wordt behouden.

Er wordt gekozen om de bovengrondse glasbaksite te Schelstraat te vervangen door ondergrondse bakken. 

12.

2021_CBS_01264 - Toekenning toelages ontwikkelingshulp 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd
12.

2021_CBS_01264 - Toekenning toelages ontwikkelingshulp 2021 - Goedkeuring

2021_CBS_01264 - Toekenning toelages ontwikkelingshulp 2021 - Goedkeuring
13.

2021_CBS_01265 - Aanvraag noodhulp Filippijnen - Samenleven vzw - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2021_CBS_01265 - Aanvraag noodhulp Filippijnen - Samenleven vzw - Weigering

2021_CBS_01265 - Aanvraag noodhulp Filippijnen - Samenleven vzw - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het project waarvoor noodhulp wordt aangevraagd:

Aanvrager: Samenleven vzw

BE14 7350 3029 2983

Titel: Noodhulp Sociale ontwikkeling bij kinderen en kinderen met een beperking.

Locatie: Biri - Filippijnen

Project: Aangezien de coronapandemie nog heel sterk aanwezig is, en de besmettingscijfers zelfs nog hoger oplopen, is er nog steeds een lockdown. Kinderen kunnen niet naar school gaan. Het project wil voorzien in educatief materiaal voor de kinderen, bv. papier, pennen, boeken, knutselmateriaal,....Het doel is dat de kinderen de lessen thuis kunnen volgen. Dit lukt niet online aangezien er geen internet of computer aanwezig is bij de gezinnen.

De aanvraag is volledig en gunstig bevonden door het projectencomité voor een bedrag van 500 euro.

Beschikbaarheid budget: onder artikelnummer MJP000484 is er nog 2.500 euro voorzien voor subsidies inleefreizen en noodhulp.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord om 500 euro aan Samenleven vzw uit te betalen voor noodhulp in de Filippijnen, omdat geoordeeld wordt dat de huidige aanvraag niet onder de noemer noodhulp valt.

14.

2021_CBS_01266 - Werving nieuwe leden Neos - standplaats markt - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2021_CBS_01266 - Werving nieuwe leden Neos - standplaats markt - Goedkeuring

2021_CBS_01266 - Werving nieuwe leden Neos - standplaats markt - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie
De vereniging Neos wil op de markt nieuwe leden werven. Ze verkopen niets.

De personen die zich als lid aanmelden, krijgen een fruitkorf aangeboden.

Deze moet afgehaald worden bij Yannick Aerts.

Neos vraagt dan ook een standplaats dicht bij deze marktkramer.

De marktleiding kan deze plaats niet op voorhand toekennen daar dit afhankelijk is van de aan- of afwezigheid van de vaste marktkramers.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan 'Neos Zonhoven', p.a. Linda Roebben, Kremerstraat 34 te Zonhoven om een standplaats in te nemen op de markt van 28 november 2021. Er wordt niets verkocht. Er wordt zondagmorgen door de marktleiding beslist waar de standplaats is. Dit gebeurt op basis van vrijgekomen plaatsen door afwezige marktkramers.

15.

2021_CBS_01267 - Aankoop van een dumper - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2021_CBS_01267 - Aankoop van een dumper - Goedkeuring

2021_CBS_01267 - Aankoop van een dumper - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Marktonderzoek dumper.
Offerte dd. 5 november 2021 van Geert-Jan De Kok bv.

Feiten context en argumentatie

Ter vervanging van de vrachtwagen MAN 4x4, bouwjaar 1999, heeft het bestuur op 25 februari 2021 een vrachtwagen aangekocht bij de firma Garage Bielen nv - Renault Trucks te Heusden-Zolder.  De levering van deze vrachtwagen zal pas plaatsvinden in november of december 2022. 

De vrachtwagen MAN 4x4 kan niet meer worden gebruikt, daarom werd in eerste instantie voorgesteld om voor een jaar een vrachthuren te huren. De kostprijs hiervoor zou ongeveer € 30.0000 bedragen.

De dienst Facilitair Management (FAM) is op zoek gegaan naar een noodoplossing waarbij een dumper (aanhangwagen met kipper) wordt aangekocht die de voornaamste functies van de nog te leveren vrachtwagen kan overnemen. Op lange termijn kan de dumper ook nog gebruikt worden. Zonder vrachtwagen of vervangmiddel kan de werking van FAM niet worden gegarandeerd.

Er werd een marktonderzoek gehouden (zie bijlage). De aangeboden dumpers voldoen aan de gestelde minimumeisen.

De Krampe kipper type Big Body 550 Carrier van de firma Geert-Jan De Kok nv te Etsbeek (NL) met een kostprijs van € 29.800,00 excl. btw is de meest voordelige offerte dewelke voldoet aan de noden en eisen van de dienst. Hiernaast wordt er € 9.000,00 excl. btw in mindering gebracht voor de overname van de vrachtwagen MAN en een schamelwagen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de aankoop van een Krampe kipper type Big Body 550 Carrier bij de firma Geert-Jan De Kok bv, Notelstraat 53 te 5085 ET Esbeek voor de som van € 29.800,00 excl. btw.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de overname van de vrachtwagen MAN en een schamelwagen door de firma Geert-Jan De Kok bv, Notelstraat 53 te 5085 ET Esbeek voor de som van € 9.000,00 excl. btw.

Artikel 3

De betaling zal gebeuren met de kredieten voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.

16.

2021_CBS_01268 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - voorlopige oplevering Lot 2 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2021_CBS_01268 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - voorlopige oplevering Lot 2 - Goedkeuring

2021_CBS_01268 - Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis - voorlopige oplevering Lot 2 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 31 maart 2020 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis  - Lot 2” aan Indesteghe Marc, KMO-zone Molenheide 4061 te 3520 Zonhoven tegen het nagerekende offertebedrag van € 311.155,67 exclusief btw of € 376.498,36 inclusief 21 % btw.

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 861.1 - IV 521 van 24 juni 2019.

Feiten context en argumentatie

De aannemer Indesteghe Marc, KMO-zone Molenheide 4061 te 3520 Zonhoven heeft aan zijn verplichtingen voldaan.

De ontwerper, SFAR Architectenbureau bvba, Lange Schouwenstraat 31C te 3520 Zonhoven stelde een proces-verbaal op van voorlopige oplevering, die plaatsvond op 9 november 2021.

In het bijgevoegde proces-verbaal van voorlopige oplevering worden volgende opmerkingen vermeld: 

- Gevel 1: afzakking plintpleister rechts van uitstekende wand herstellen;

- Gevel 4: ruwe pleister: roestplekjes bijwerken;

- Afwerking uitstekende wand op gevel 1 kan pas gebeuren na uitvoering door aannemer lot 1. De afwerking zo snel mogelijk uit te voeren in functie van weersomstandigheden.

De eerste helft van borgtocht nr. VLAAGO0012380 (Borgstellingskas: KBC Bank) van € 15.560,00 mag worden vrijgegeven.

De waarborgtermijn werd in het bestek vastgesteld op 12 maanden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De opdracht “Vervanging van het buitenschrijnwerk en het isoleren en afwerken van de buitengevels van het gemeentehuis  - Lot 2” wordt voorlopig opgeleverd.

Artikel 2

De eerste helft van borgtocht nr. VLAAGO0012380 (Borgstellingskas: KBC Bank) van € 15.560,00 mag worden vrijgegeven.