In uitvoering van het gemeentelijk belastingreglement op de dienstenbelasting (dienstjaren 2019 tot en met 2024), gestemd in de gemeenteraad van 24 juni 2019, worden elk dienstjaar 2 kohieren opgemaakt.
Het basisbelastingbedrag werd in 2019 bij reglement vastgesteld op € 59,87. Het gemeentelijke belastingreglement voorziet in een jaarlijkse indexering van het tarief, wat neerkomt voor 2021 op € 60,87. Berekening (basistarief 2019 x index jan 2021 / index jan 2019 of € 59,87 x 109,97 / 108,17)
Het eerste kohier betreft alle gezinshoofden en alleenstaanden, die op 1 januari van een dienstjaar ingeschreven zijn in het bevolkingsbestand met uitzondering van de inwoners, die via een OCMW-lijst (collectieve schuldenregeling) of de gemeentelijst (Schuldenregeling via deurwaarder of schuldbemiddelaars) geschrapt zijn. De belastingrol werd al in het college van burgemeester en schepenen op datum van 19/10/2021 uitvoerbaar verklaard ten bedrage van € 529.477,26 (8698 aanslagen aan € 60,87)
Het tweede kohier met name de dienstenbelasting voor bedrijven en vennootschappen staat hier op de agenda voor uitvoerbaarverklaring ten bedrage van € 33.904,59. Het betreft 557 aanslagen aan € 60,87. Ter info : in dienstjaar 2020 waren er 532 aanslagen aan een belastingbedrag van € 60,71 wat neerkwam op € 32.297,72
Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier van de gemeentelijke dienstenbelasting voor bedrijven en ondernemingen vast ten bedrage van € 33.904,59
Samen met het bedrag voorzien in het kohier voor gezinnen (€ 529.477,26) komt dit neer op een totaalopbrengst van € 563.381,85
In het meerjarenplan is onder MJP000235 een bedrag van € 544.000,00 ingeschreven voor deze dienstenbelasting.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen beslist deze rol uitvoerbaar te verklaren en over te maken aan de financieel directeur.