Terug
Gepubliceerd op 22/12/2021

2021_CBS_01343 - OMV - Tijdelijke vergunning - Moverkensstraat 6 - 2021/00255 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 14/12/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01343 - OMV - Tijdelijke vergunning - Moverkensstraat 6 - 2021/00255 - Goedkeuring 2021_CBS_01343 - OMV - Tijdelijke vergunning - Moverkensstraat 6 - 2021/00255 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het plaatsen van een zorgunit.

De aanvraag werd op 20 augustus 2021 ontvangen en op 9 augustus 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 19 september 2021 tot en met 18 oktober 2021.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 6 december 1967 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1967/00206)

Op 13 mei 1969 werd een weigering van de verkaveling afgeleverd.  (7203.V.280)

Op 19 mei 1969 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 5 loten.   (7204.V.240)

Op 17 oktober werd een gedeeltelijke weigering van een verkavelingswijziging afgeleverd door college van burgemeester en schepenen. De aanvrager ging in beroep bij de deputatie tegen deze beslissing. De deputatie besliste op 17 januari 1980 dat het beroep werd ingewilligd. Bijgevolg werd een vergunning voor het wijzigen van de verkavelingsvergunning afgeleverd voor het wijzigen van de perceelgrens tussen lot 4 en lot 5 en voor het bouwen van een opslagplaats in hout van 11m x 25m.  (7204.V.240\02)

Op 14 april 1980 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een opslagplaats.  (1980/00051)

Op 27 maart 1995 werd een weigering afgeleverd voor de regularisatie van een uitbreiding van een opslagplaats voor hout.  (1995/07169)

Op 26 maart 2001 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veranda.  (2001/08609)

Op 30 juni 2003 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor de afbraak van een houtopslagplaats en het herstellen van de plaats in zijn oorspronkelijke staat.  (2003/09286)

Op 2 februari 2016 werd een vergunning afgeleverd voor het kappen van 1 den en 1 spar.  (2015/00190)

De aanvraag werd in juli 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:

(2020/00146)

“Wij merken dat de omgevingsaanvraag voor deze zorgwoning reeds ingediend werd op 14/07/2021. (Dossier 2021/00222 - OMV_2021115258)

Toch willen wij u alsnog volgende opmerkingen overmaken.

Achtergrondgegevens:

Locatie links van woning Moverkensstraat 6 -  op perceel 1ste afdeling, sectie B, nr. 949E2
Gewestplan: 1ste deel woongebied met landelijk karakter. Daarna woonuitbreidingsgebied.

Geen BPA of RUP, niet in regionaal stedelijk gebied.

Wel verkaveling 7204.V.240 - lot 5 (ouder dan 15 jaar - voorschriften richtinggevend)

Gezien de verkavelingsvergunning ouder is dan 15 jaar dienen aanvragen getoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening (afwijkingen op de voorschriften geven aanleiding tot een openbaar onderzoek, maar kunnen geen reden tot weigering vormen).

Locatie:

Wij willen in dit specifieke geval meegaan met de voorziene locatie van de zorgwoning op het naastgelegen aangrenzende perceel. De zorgunit dient echter verder naar achter verschoven te worden. Ze moet zo weinig mogelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In principe zou deze zelfs achter de (toekomstige) achtergevellijn ingeplant worden. Doch willen we in dit specifieke geval hieraan tegemoet komen en de constructie gedeeltelijk in de bebouwbare zone van het perceel te laten oprichten. De unit zal dus wel nog verschillende meters naar achter moeten verschuiven.

Kroonlijsthoogte:

We kunnen niet akkoord gaan over de hoogte van 3m75. Dit dient beperkt te blijven tot maximum 3,5m.

Toegang tot perceel/percelen:

Er is slechts 1 inrit op beide percelen mogelijk. Dat is de bestaande inrit bij de woning.

De aanwezige aardeweg moet verwijderd worden.

Er mag geen bijkomende verharding meer voorzien worden dan de zorgunit, zijn beperkte terras en een toegangspad aan de achterzijde tussen de woning en unit in.

Parkeergelegenheid:

De parkeerplaats i.f.v. de zorgwoning moet gekoppeld worden aan de inrit van de woning. Dit moet dus op het perceel van de bestaande woning voorzien worden, bij voorkeur de bestaande parkeergelegenheid die daar reeds aanwezig is benutten.

Bestaand bijgebouw bij de woning:

Op het perceel van de woning staat in het woonuitbreidingsgebied een onvergund bijgebouw. Dit is niet vergunbaar. Binnen een aanvraag voor een zorgwoning willen we deze niet bestendigen maar we gaan de aanvraag hierop niet tegenhouden. Bij overige stedenbouwkundige ingrepen zal dat wel gebeuren.

Constructies op achterliggend gebied:

De aardeweg op het onbebouwde perceel (welke verwijderd moet worden) leidt naar een reeks gebouwen en gestalde materialen gelegen op het achterliggende woonuitbreidingsgebied. Dit is een onvergunde en niet vergunbare situatie. Dit moet opgeruimd worden vooraleer we de zorgfunctie kunnen vergunnen.

Hulpbehoevendheid:

De persoon in kwestie waarvoor deze ingreep uitgevoerd wordt zal een verminderde zelfredzaamheid moeten hebben en de persoon van de ene wooneenheid (ondergeschikte dan wel hoofdwooneenheid) moet taken op zich nemen om die te ondervangen, zodat de persoon in kwestie in een thuismilieu kan verblijven.

Aan deze criteria moet minstens voldaan zijn.

Dit kan enkel kaderen in een zorgbehoevendheid met betrekking tot de zorg- en welzijnssector en dus niet bijvoorbeeld een loutere financiële behoevendheid.

Dit moet ontegensprekelijk blijken uit het dossier.

Nutsvoorzieningen:

Gegevens rond aansluiting op de nutsvoorzieningen van de bestaande woning ontbreken (info stopt aan de perceelsgrens). De wijze van opbouw en verwijdering en de wijze van fundering moet duidelijk blijken uit de plannen die bij de omgevingsvergunningsaanvraag worden ingediend.

Het is niet toegestaan om afzonderlijke nutsvoorzieningen en/of afvoeren te voorzien voor de tijdelijke zorgunit.

Alle noodzakelijke nutsvoorzieningen dienen aan te takken op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwoning en de afvoer van het hemel- en afvalwater dient aan te sluiten op de bestaande respectievelijke hemelwaterafvoer en riolering van de hoofdwoning.

De tijdelijke zorgunit dient te voldoen aan de verordening van hemelwater.
Het is beter van een wadi te voorzien i.p.v. een infiltratieput (gezien zoiets niet tijdelijk is).
 Alle ingrepen in functie van de nutsvoorzieningen moeten zoveel mogelijk op het perceel van de woning voorzien worden (ook de wadi).

Materiaalkeuze:

Uit de beschikbare gegevens lijkt er een minderwaardig materiaal te worden gebruikt (pvc planken beige).

De tijdelijke zorgunit, hoewel het om een tijdelijke/verplaatsbare constructie gaat, dient opgetrokken te worden in duurzame en esthetische materialen en in een kwalitatieve architectuur. Indien de materiaalkeuze vergelijkbaar is met een 'woonwagen' kan hier niet mee akkoord gegaan worden.

Indienen dossier:

De zorgwoning wordt niet beschouwd als een eengezinswoning. Ze maakt deel uit van het geheel (woning + zorgfunctie). Dit is geen alleenstaande functie maar blijft steeds gekoppeld aan de reeds bestaande hoofdfunctie.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het bijgebouw achteraan op het reeds bebouwde perceel en een niet-vergunde inrit op perceel 952F46 zal verwijderd worden.

Het bijgebouw werd niet opgenomen in de huidige aanvraag.  De niet-vergunde inrit op perceel 952F46 zal verwijderd worden.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Schrijnwerkerij – houtbewerking (752.2-8)

Het perceel is wel opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 19 september 2021 tot en met 18 oktober 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in woonuitbreidingsgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 5 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19 mei 1969 door het college van burgemeester en schepenen.   (7204.V.240)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik en/of handelshuis.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten zorg-unit met een horizontale dakoppervlakte van 44m² een infiltratievoorziening wordt aangelegd met een inhoud van 1 500 liter en een oppervlakte van 5,2m², conform de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

De riolering van de zorgunit wordt aangesloten op het rioleringsstelsel van de woning Moverkensstraat 6.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier  niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan moet worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het plaatsen van een zorgunit.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen langs de Moverkensstraat, een gemeenteweg.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het plaatsen van een zorgunit.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De zorgunit wordt geplaatst met het oog op het huisvesten van de zorgverlener.  De zorgbehoevende personen, ouder dan 65 jaar, zijn gehuisvest in de woning Moverkensstraat 6.   Een dergelijk zorgunit is functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Er worden geen bijkomende parkeerplaatsen aangelegd gezien de verkeersgeneratie beperkt is voor het plaatsen van een zorgunit.   Het parkeren wordt geheel opgevangen op de bestaande inrit van de naastliggende woning, Moverkensstraat 6.

De niet-vergunde inrit op perceel 952F46 zal verwijderd worden.

De impact op de mobiliteit is bijgevolg beperkt.

Aftoetsing BGO

De aanvraag omvat het plaatsen van een zorgunit. De aanvraag voldoet niet aan de voorwaarden van art. 4.2.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), waardoor de aanvraag niet meldingsplichtig maar vergunningsplichtig is.

De gemeente Zonhoven heeft een Beleidsmatig Gewenste Ontwikkeling (BGO) opgesteld met richtlijnen over de plaatsing van vergunningsplichtige tijdelijke zorgunits. De herziening hiervan werd goedgekeurd door de Gemeenteraad d.d. 13/09/2021. Deze richtlijnen vormen een aftoetsing aan de goede ruimtelijke ordening.

De aanvraag wordt, op vlak van inplanting, volume, …, verder afgetoetst aan de richtlijnen uit dit BGO:

De aanvrager wenst een zorgunit te plaatsen voor het huisvesten van een zorgverlener.

Uit bijgevoegde gegevens blijkt dat in de woning, gelegen te Moverkensstraat 6, het naastliggende perceel (rechts), 2 personen ouder dan 65 jaar gehuisvest worden.

Gezien de zorgunit een tijdelijk karakter heeft wordt de vergunning voor een bepaalde duur afgeleverd, meer bepaald voor een termijn van 10 jaar.

Met uitzondering van de afwijking voor de inplanting op het aanpalend perceel, wordt er voldaan aan alle richtlijnen uit de BGO:

Inplanting

De zorgunit, met een oppervlakte van 44m² (11m x 4m) wordt ingeplant op het perceel 952F46, op minimum 2m van de rechter perceelgrens.

Conform de BGO aangaande tijdelijke zorgunits in de tuin dient de zorgunit opgericht te worden op hetzelfde perceel als de hoofdwoning.  Aan deze voorwaarde voldoet de huidige aanvraag niet.  Gezien het om een onbebouwd perceel gaat, dat grenst aan dat van de zorgbehoevenden, en de constructie wordt opgericht in de bebouwbare zone van het perceel kan uitzonderlijk akkoord gegaan worden met de voorgestelde inplanting.  Door de zorgunit in te planten binnen de bebouwbare zone kan het perceel pas effectief bebouwd worden na het verwijderen van de zorgunit.

Constructie

De zorgunit betreft een eenvoudig op te richten en te verwijderen constructie, die op eenvoudige wijze steunt op de grond.

Materiaalgebruik

De gevels worden afgewerkt met hout en de dakbedekking is voorzien in antracietkleurige dakpannen.

Gezien uit de aanvraag niet blijkt welke houtsoort gebruikt zal worden, wordt als bemerking meegegeven dat er best gekozen wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Oppervlakte

De zorgunit, met een oppervlakte van 44m² (11m x 4m).

Aan de linkerzijde van de zorgunit wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van 15m².  Hierdoor beschikt de zorgunit over een kwalitatieve private buitenruimte.

Door de oppervlakte van het terras te beperken blijft de totale bebouwbare (44m²) en verharde oppervlakte (15m²) beperkt tot minder dan 60m² en dus tot minder dan de maximum toegestane oppervlakte (bebouwde + verharde) voor zorgunits volgens de BGO.

Hoogte

De kroonlijsthoogte is gelegen op 2,99m en de nokhoogte op 3,50m ten opzichte van het maaiveld.

Tuinzone

Uitgezonderd het terras van 15m² en een beperkt toegangspad naar de woning Moverkensstraat 6 worden geen bijkomende verhardingen aangelegd. Het nieuwe toegangspad sluit aan op een bestaand tuinpad van de hoofdwoning.

De niet-vergunde inrit op perceel 952F46 zal verwijderd worden en de bestaande bomen en groenaanplanting blijven behouden.

De aanvraag omvat geen wijziging van het bestaande terreinprofiel. Bijgevolg kan er van uit gegaan worden dat het bestaande terreinniveau ongewijzigd en dus behouden blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een tijdelijke omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit voor 10 jaar zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Bij stopzetting van de zorgrelatie moet dit schriftelijk gemeld worden aan de dienst bevolking.
  2. De tijdelijke zorgunit dient binnen de 3 maanden na het tijdstip van het beëindigen van de zorgrelatie verwijderd te worden, alsook voor het einde van de vergunning.  Het perceel dient hierbij in de oorspronkelijke (vergunde) staat worden hersteld.
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afleveren van een tijdelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een tijdelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het plaatsen van een tijdelijke zorgunit voor 10 jaar zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het plaatsen van een tijdelijke zorgunit voor 10 jaar zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Bij stopzetting van de zorgrelatie moet dit schriftelijk gemeld worden aan de dienst bevolking.
  2. De tijdelijke zorgunit dient binnen de 3 maanden na het tijdstip van het beëindigen van de zorgrelatie verwijderd te worden, alsook voor het einde van de vergunning.  Het perceel dient hierbij in de oorspronkelijke (vergunde) staat worden hersteld.
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  7. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).