De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 3 augustus goedgekeurd.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 48.492,71.
Het college beslist tevens om een bijkomende bestelbon (2021004160) goed te keuren voor het demonteren, stockeren en terugplaatsen van de overdekte fietsenstalling bij Velopa, Interleuvenlaan 15 te 3001 Leuven voor een bedrag van € 4.527,82 (MJP000161 - parking Tentakel - voorzijde - wordt opnieuw aangelegd).
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de budgetwijziging 2021 van de kerkfabriek Sint-Jozef Halveweg. De gemeentelijke exploitatietoelage vermindert met € 23,55 (van € 22.365,96 tot € 22.342,41).
Het college beslist de budgetwijziging ter akte name voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.
In het geval van Zonhoven bestaan er echter nog steeds de 4 parochies tot aan de goedkeuring van het ministerieel besluit. De kerkfabrieken kunnen dan ook niet anders dan hun budget 2022 op te maken. Wanneer de samenvoeging een feit is, kunnen de budgetten mits een budgetwijziging ineen geschoven worden.
De totale exploitatietoelage 2022 bedraagt € 103.933,59 en ligt € 55.402,12 lager dan deze die voorzien is in het goedgekeurd meerjarenplan (€ 159.335,71).
| Overzicht | exploitatietoelage | exploitatietoelage |
| MJP | budget | |
| O.L.V. Maagd der Armen Termolen | 22 465,36 | 10 853,75 |
| Sint-Eligius Ter Donk | 29 807,00 | 13 651,66 |
| Sint-Jozef Halveweg | 34 167,00 | 14 666,31 |
| Sint-Quintinus Centrum | 72 896,35 | 64 761,87 |
| 159 335,71 | 103 933,59 |
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de ontwerpen van budget 2022 van de kerkfabrieken van Zonhoven en beslist ze ter akte name voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.
Het perceel 2de afdeling, sectie C, nrs. 913F is voor de eerste 50m gelegen in een woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979. Na de 50m is het perceel gelegen in een agrarisch gebied.
Het perceel is binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk gelegen.
Er gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften op dit terrein.
Op het perceel 913F werd op 24/10/2017 een stedenbouwkundige vergunning (2017/00151) afgeleverd voor het bouwen van 4 halfopen woningen. Volgens de notaris zijn de woningen reeds opgetrokken tot wind- en waterdichte toestand en wordt de verkoop casco beschreven.
De splitsing beoogt iedere woning zelfstandig te maken en onafhankelijk van elkaar.
Er bestaat geen bezwaar tegen het principe van de opdeling in 4 afzonderlijke loten.
In de voorafgaandelijk geweigerde splitsingsaanvraag 2021/00012/SPLITSING bleek dat de afmetingen van de percelen op het opmetingsplan van de landmeter afweken van het inplantingsplan opgesteld door de architect en vergund in 2017. Volgens de landmeter is er minder bouwbreedte aanwezig dan de architect voorzag. Het vermoeden bestond dat de zijdelingse tuinzones niet gerespecteerd bleven.
Om die reden werd de voorgaande splitsingsaanvraag geweigerd en gevraagd om de afmetingen van de zijdelingse perceelsgrenzen toe te voegen aan het opmetingsplan van de landmeter.
Uit het delingsplan dat bij de splitsingsaanvraag 2021/00020/SPLITSING werd gevoegd blijkt echter dat de afmetingen van de zijtuinstroken gerespecteerd blijven. Ze beschikken zelfs over meer dan 3m.
Uit de voorliggende gegevens blijkt dus dat de totale breedte van het terrein iets minder is dan op het vergunde bouwplan voorzien was. De zijtuinstroken werden ruimer voorzien dan vergund. Doordat het bouwprogramma een aaneenschakeling van bebouwing omvat is het dus niet mogelijk dat de bebouwing opgericht werd zoals vergund. Op basis van het delingsplan is niet mogelijk af te leiden op welk lot dit verschil zich situeert.
Een regularisatie dringt zich op. Zeker gezien de afmetingen van bepaalde loten al flirten met de minimale perceelsbreedtes.
De regularisatie dient bekomen te worden vooraleer er een verkoop mag plaatsvinden, zodat de nieuwe koper niet de gevolgen moet dragen van een bouwovertreding welke gemaakt werd door de verkoper, en van eventuele voorwaarden in de regularisatie.
Het opmetingsplan bij de huidige splitsingsaanvraag geeft enkel meer duidelijkheid over de afmetingen van de opgerichte constructies.
Het college van burgemeester en schepenen handhaaft de beslissing van 20/07/2021 en gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 2de afdeling, sectie C, nrs. 913F in 4 loten voor individuele woningen gezien het opmetingsplan van de landmeter weergeeft dat het totale perceel beperkter in breedte is dan de vergunningstoestand.
Gezien in de stedenbouwkundige vergunning 2017/00151 een maximale benutting van de bouwbreedte vergund werd en volgens het plan van de landmeter de zijtuinstroken over meer dan 3m beschikken kan het vergunde bouwprogramma niet gerealiseerd zijn op het beschikbare terrein. De woningen zouden reeds opgericht zijn. Het is onduidelijk op welke loten een aanpassing van de bouw uitgevoerd werd.
De regularisatie dient bekomen te worden vooraleer er een verkoop mag plaatsvinden, zodat de nieuwe koper niet de gevolgen moet dragen van een bouwovertreding welke gemaakt werd door de verkoper, en van eventuele voorwaarden in de regularisatie.
Het college van burgemeester en schepenen verklaart de hiernavolgende verkaveling vervallen:
1211.F.874.2, 3de afdeling sectie F nummers (93H, 93E, 94/deelH, 96G)/deel, huidige nummer 844C:
Gelet op de aanvraag ingediend op 5 februari 2016 door Stouten BVBA. wonende te 3580 Beringen, Everselstraat 133 bus 1 met betrekking tot het verkavelen van het perceel, 3de afdeling sectie F nummers (93H, 93E, 94/deelH, 96G)/deel, huidige nummer 844C, gelegen langs de Heuvenstraat;
Gelet op artikel 102 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op het feit dat de verkavelingsvergunning afgeleverd op 12 juli 2016 aan Stoutenveld BVBA., onder nummer 1211.F.874.2, vervallen is voor alle loten om reden dat er vóór 12 juli 2021 de verkoop en registrering van minstens één derde van de kavels niet heeft plaats gehad.
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
De goedgekeurde verkavelingsvergunning van 12 juli 2016, op naam van Stoutenveld BVBA., voornoemd voor de grond gelegen langs de Heuvenstraat vervallen te verklaren voor alle loten.
Een afschrift van dit besluit zal betekend worden aan volgende eigenaars:
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in 2 loten voor halfopen bebouwing (lot 1B en lot 2) na het deels ontbossen van het perceel en het slopen van de aanwezige constructies. Het achterliggende gedeelte van het perceel ligt in natuurgebied en wordt uit de verkaveling gehouden (lot 3). Lot 1A moet aangekocht worden van de gemeente.
De aanvraag werd op 5 maart 2021 ontvangen.
Op 2 april 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 13 april 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 5 mei 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 15 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig:
Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.
De aanvraag werd verschillende malen in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Het parkeren wordt immers voorzien binnen het hoofdvolume en de maximale kroonlijsthoogte bij een plat dak bedraagt maximaal 6,5 meter.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 15 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Op 5 mei 2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.
Op 5 mei 2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.
Op 5 mei 2021 werd advies gevraagd aan Proximus.
Op 5 mei 2021 werd advies gevraagd aan het Agentschap voor Natuur en Bos.
Op 5 mei 2021 werd advies gevraagd aan Dienst Contractmanagement.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-m.e.r.-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied i.f.v. de weg (50 meter); dieperliggend natuurgebied. De aanvraag beperkt zich tot het deel dat gelegen is in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Bijzonder plan van aanleg of verkaveling.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 5 mei 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT
Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.
§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.
§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.
Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Artikel 4.2.17. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt als omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken, zoals in het bijzonder:
1° de aanleg van nieuwe verkeerswegen, of de tracéwijziging, verbreding of opheffing daarvan;
2° de wijziging van het reliëf van de bodem;
3° de ontbossing, met behoud van de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990;
4° het afbreken van constructies.
Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geldt tevens als omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie, vermeld in artikel 9bis, § 7, en artikel 13, § 4 en § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, wat betreft alle handelingen die zijn opgenomen in de vergunning en die de verkaveling bouwrijp maken.
Het eerste en het tweede lid gelden als de vergunningsaanvraag voor het verkavelen van gronden voldoet aan de vereisten inzake ontvankelijkheid en volledigheid die gelden voor de aanvraag voor stedenbouwkundige handelingen of voor het wijzigen van de vegetatie.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen voor wat betreft het ontbossen. Het advies van 23 juni 2021 van het Agentschap voor Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:
De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor het ontbossen van het perceel.
Het aanwezige kleine landschapselement nr. 305 (bomenrij) bevindt zich in de zone die niet ontbost mag worden (het uit te sluiten lot) en dient behouden te blijven.
De aanvraag voldoet aan deze bepalingen voor wat betreft het slopen van de bestaande constructies. Het dossier bevat immers voldoende gegevens over het bouwrijp maken van de percelen door de sloop van de bestaande constructies. De omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan dus gelden als omgevingsvergunning voor de sloop van de bestaande constructies.
OVERIGE REGELGEVING
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Alle bebouwing dient afgebroken te worden alvorens er een verkoop van een lot en/of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan bekomen worden. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van materialen.
Erfdienstbaarheden
Uit het opmetingsplan, opgesteld door landmeter-expert Johan Paquay, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.
Decreet grond- en pandenbeleid
De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare.
De verkaveling sluit niet aan op een andere, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verkavelen van een perceel in 2 loten voor halfopen bebouwing.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Oppelsenweg, een gemeenteweg. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband en een achterliggend natuurgebied.
Op het perceel bevinden zich enkele sparren en loofbomen. Daarnaast zijn er twee
bouwvallige stallen op het perceel aanwezig. Zowel de bomen als de stallen dienen te worden verwijderd voor het bouwrijp maken van het perceel.
Verkavelingsvoorwerp
Er worden 2 bouwpercelen gecreëerd door het verdelen van een kadastraal perceel in 2 loten voor halfopen bebouwing.
De loten 1 en 2 hebben volgens de aanvraag een minimale diepte van ca. 50 meter en een breedte op de voorgevelbouwlijn van 11,71 meter en 9,80 meter. De bouwvrije zijtuinstroken bedragen minimum 3 meter en de voorgevelbouwlijn is gelegen op minimum 13,50 meter uit de as van de voorliggende weg. De maximale bouwdiepte bedraagt 15 meter op het gelijkvloers en 10 meter op de verdieping volgens de bijgevoegde voorschriften. De bouwbreedte wordt vastgelegd op maximaal 8,71 meter.
Er werd een indicatief ontwerp voor beide woningen gevoegd aan de aanvraag, waarop bijgevoegd verkavelingsplan en -voorschriften werden gebaseerd.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Een woonfunctie in een residentiële woonomgeving is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. Ook een zorgwoning of een kleinschalige nevenfunctie (kantoorfunctie, vrij beroep en dienstverlening) kan hier aanvaard worden. Dit zal mee worden opgenomen in de verkavelingsvoorschriften.
Mobiliteitsimpact
De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. In de verkavelingsvoorschriften wordt gesteld dat elke woning dient te beschikken over een
geïntegreerde garage/carport voor het stallen van 1 wagen. Dit is aanvaardbaar omdat garages in vrijstaande bijgebouwen niet worden toegestaan om de tuinen maximaal te vrijwaren van bebouwing en verharding en gezien er geen carports of garages worden toegelaten in de zijtuinstrook om zo de openheid naar het achterliggende natuurgebied te vrijwaren.
Indien er nood is aan bijkomende parkeerplaatsen, kunnen deze voorzien worden in de voortuinstrook onder de voorwaarde dat 50% van deze zone groen aangeplant blijft.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De omgeving wordt gekenmerkt door bebouwing in open en halfopen verband, bestaande uit overwegend twee bouwlagen en afgedekt met een schuin dak. Sporadisch komen er ook woningen voor bestaande uit 2 bouwlagen en plat dak. De aangegeven bouwzone en de maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter bij een plat dak, stemmen overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving. Om de footprint van bebouwing en verharding zoveel als mogelijk te beperken wordt een maximale bouwdiepte van 12 meter ter hoogte van het verdiepingsniveau toegelaten.
De inplanting van de woningen wordt voorzien op minimum 13,5 meter uit de as van voorliggende weg. De vrijstaande zijgevels op minimum 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrens. Deze inplanting sluit aan bij de bebouwing op de aanpalende percelen.
Er worden bijgebouwen tot 30m² voorgesteld. De loten kunnen deze oppervlakte dragen. Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat. Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel in functie van een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) toegelaten worden. Een garagefunctie wordt uitgesloten in het vrijstaand achtergebouw. Er rest nog voldoende ruimte op het perceel om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone.
Bij de inplanting van het bijgebouw dient er rekening mee te worden gehouden dat de doorkijk naar het achterliggend natuurgebied bewaard blijft.
Het eigendom is gelegen binnen de afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk dat definitief vastgesteld werd door de Vlaamse Regering op 20/06/2014. Door het oprichten van 2 woningen op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 22 woningen per hectare. Gezien de afstand tot het centrum, de ligging in de buitenste rand van de afbakening en het achterliggend natuurgebied kan dit als vrij dens worden beschouwd en past dit mogelijk niet langer binnen de thans gehanteerde zienswijze binnen de gemeente. Gezien de voorbesprekingen echter reeds geruime tijd geleden van start zijn gegaan en er oorspronkelijk akkoord werd gegaan met deze opdeling, kan hier uitzonderlijk in mee worden gedacht, onder strikte voorwaarden.
Binnen de verkavelingsvoorschriften wordt opgelegd dat de te gebruiken materialen in overeenstemming moeten zijn met de omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door de voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen. Er werden ook geen bezwaarschriften ingediend aangaande opgesomde aspecten.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
1.- Het advies van 10 mei 2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Geen advies
Advies Ontwerpbureau
Volledig gunstig advies met voorwaarden
Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:
Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
2.- Het advies van 7 mei 2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 5/05/2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering.
Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten aardgas - elektriciteit - kabeltelevisie kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.
De initiatiefnemer dient de gevraagde tussenkomsten, zoals vermeld in deze offerte, steeds te betalen aan Fluvius vóór het in uitvoering brengen van zijn vergunning.
Indien de woningen niet 100% verticaal gescheiden zijn moet – omwille van veiligheidsredenen met betrekking tot aardgas - één (of meerdere) gemeenschappelijke tellerlokalen worden voorzien op de gelijkvloerse verdieping die voor alle woonheden beschikbaar zijn, en dit zowel voor de tellers aardgas als elektriciteit.
Riolering
Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.
De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.
ndien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.
Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.
Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.
Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van gecertificeerde keurders kan u vinden op www.vlario.be.
Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:
- De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
3.- Het advies van 6 mei 2021 van Proximus is gunstig:
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.
Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800.
In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
4.- Het advies van 23 juni 2021 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
5.- Het advies van 6 mei 2021 van de dienst Contractmanagement is voorwaardelijk gunstig:
“Het deel van het perceel private eigendom van de gemeente Zonhoven, afd. 3 sectie E met nummer 590/02, dewelke gelegen is tussen het perceel van de aanvrager (afd. 3 sectie E met nummer 591E) en de openbare weg dient aangekocht worden van de gemeente Zonhoven. Deze aankoop dient te gebeuren conform art. 293 decreet lokaal bestuur zoals uitgelegd in de omzendbrief 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten waarbij er aldus door de gemeente Zonhoven een landmeter-expert aangesteld dient te worden om de schattingsprijs te bepalen. De aankoop dient te gebeuren aan minimum deze schattingsprijs. De kosten voor het verlijden van de akte alsook de schattingskosten zijn ten laste van de aanvragers.
De aankoop van het deel van het perceel eigendom van de gemeente Zonhoven, afd. 3 sectie E met nummer 590/02, dewelke gelegen is tussen het perceel van de aanvrager (afd. 3 sectie E met nummer 591E) en de openbare weg.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich voldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving en dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een perceel in 2 loten voor halfopen bebouwing, mits te voldoen aan voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verkavelen van een perceel in 2 loten voor halfopen bebouwing, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een perceel in 2 loten voor halfopen bebouwing, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH ADVIES – verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging.
De aanvraag werd op 16/02/2021 ontvangen.
Op 18/03/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 07/04/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 04/05/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 14/05/2021 tot en met 12/06/2021, gesloten met 0 bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag, en het achterliggend perceel dat eveneens in eigendom is van de aanvrager (en toegankelijk is via het perceel van de aanvraag) constructies werden opgericht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verschillende voertuigen, een tent,…
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen op het perceel van de aanvraag, en te behouden op het achterliggend perceel.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 14/05/2021 tot en met 12/06/2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Fluvius
Proximus
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.
Uit deze nota blijkt dat de aanvraag geen aanzienlijke effecten veroorzaakt, wat kan worden bijgetreden.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Het achterliggend perceel, dat niet wordt weergegeven binnen de aanvraag, maar wel betrekking heeft op de aanvraag (in eigendom van aanvrager, toegankelijk via het perceel van de aanvraag, in de toekomst te gebruiken als tuinuitbreiding van de eigenaar), is gelegen binnen bufferzone.
De bufferzones dienen in hun staat bewaard te worden of als groene ruimte ingericht te worden, om te dienen als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn of die ten behoeve van de goede plaatselijke ordening van elkaar moeten gescheiden worden.
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is gelegen binnen het BPA Genkerbaan-Grote Hemmenweg, goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999.
Het goed kreeg als bestemming zone voor wonen.
Het achterliggend perceel, dat niet wordt weergegeven binnen de aanvraag, maar wel betrekking heeft op de aanvraag (in eigendom van aanvrager, toegankelijk via het perceel van de aanvraag, in de toekomst te gebruiken als tuinuitbreiding van de eigenaar), is gelegen binnen bufferzone volgens het BPA.
Verkaveling
De verkavelingsvergunningen zijn voor dit perceel vervallen:
De aanvraag voldoet, voor wat het perceel binnen de woning betreft, principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzonder plan van aanleg.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen van artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De aanvraag voldoet, voor wat het achterliggend perceel betreft, principieel niet aan de geldende bestemmingsvoorschriften, noch aan de BPA-voorschriften. Afwijken hierop is niet mogelijk gezien de onderliggende bestemming.
AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Handelingen sorterend onder voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan 15 jaar
Art. 4.4.9/1.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
Afwijkingen kunnen niet toegestaan worden voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan slechts worden toegepast voor stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die een aanvulling vormen op:
1° de volgende gebiedsaanduidingen, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen:
a) woongebieden, met uitzondering van woonparken;
b) industriegebieden in de ruime zin;
c) dienstverleningsgebieden;
d) gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;
2° de volgende aanvullende voorschriften van het gewestplan:
a) gebieden voor service-residentie;
b) kantoor- en dienstenzones;
c) gebieden voor handelsbeursactiviteiten en grootschalige activiteiten;
d) lokale en regionale bedrijventerreinen;
e) luchthavengebonden bedrijventerreinen;
f) gebieden voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten;
g) businessparken;
h) teleport;
i) gebieden voor hoofdkwartierfunctie;
j) gebieden hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging van grootwinkelbedrijven;
k) zones voor kleinhandel en kleine en middelgrote ondernemingen;
l) kleinhandelszones;
m) zones van handelsvestigingen;
n) gebieden voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;
o) zeehavengebieden;
p) gebieden voor watergebonden bedrijven;
q) transportzones;
r) regionale gemengde zones voor diensten en handel;
s) research-, universiteits- en wetenschapsparken;
t) bedrijfsgebied met stedelijk karakter;
u) gemengde woon- en industriegebieden;
v) gemengde gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied;
w) stedelijke ontwikkelingsgebieden;
x) gebieden voor duurzame stedelijke ontwikkeling;
y) gebieden voor kernontwikkeling.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.
Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.
Voorliggende aanvraag wijkt af van de volgende BPA-voorschriften:
De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten appartementen, de carports en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 155m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 8 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten eengezinswoning en tuinberging met een horizontale dakoppervlakte van 138m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van
5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Het advies van 26/05/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 4-05-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 616T, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Voor beide nieuwbouwen geldt:
De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.
Volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 05/07/2013 gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, dient het opgevangen hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt te worden voor het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. Een stedenbouwkundige vergunning kan enkel worden afgeleverd als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten. De pomp en/of de aftappunten staan niet ingetekend op het rioleringsplan.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.
Advies D/ 0000288340 – 26/05/2021:
Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 04.05.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.
Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.
Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.
Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.
Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Uit het advies van Fluvius blijkt echter dat er een operationele pompinstallatie dient te worden aangesloten op de hemelwaterput, deze staat niet ingetekend op de plannen (noch de aftappunten). Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets indien er voldaan wordt aan de voorwaarde van Fluvius omtrent de hemelwaterput.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag is gelegen langs de Grote Hemmenweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhallen, het tellerlokaal en de nachthallen.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving gezien de betrokkenheid van het achterliggend perceel bij het perceel van de aanvraag, en het feit dat de aanwezige constructies/zaken op dat perceel in strijd zijn met de gewestplanbestemming en -voorschriften.
Daarnaast dient er voldaan te worden aan de voorwaarde van Fluvius omtrent de hemelwaterput om zo te voldoen aan de verordening hemelwater/de watertoets.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
BPA ouder dan 15 jaar (Codextrein)( dus geen RUP! )
Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat in een vergunning – na een openbaar onderzoek – afwijkingen kunnen worden toegestaan van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg of een wijziging ervan, voor zover dit plan ouder is dan 15 jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag
Het hierboven genoemde bijzonder plan van aanleg is goedgekeurd op 5 januari 1988 en gedeeltelijk gewijzigd op 8 augustus 1999 en dus kan er principieel worden afgeweken van de voorschriften.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de afwijking worden toegestaan. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. ( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Grote Hemmenweg, net buiten de kern van de gemeente Zonhoven. De bebouwing in de nabije omgeving kenmerkt zich door hoofdzakelijk grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in een vrijstaande bebouwing, met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen.
Het perceel betreft een braakliggend perceel, ingezaaid met gras. Uit foto’s (google street view, …) blijkt dat op het perceel verschillende constructies/zaken aanwezig waren (auto’s, caravans, tent, aanhangwagen, enz.). De foto’s gevoegd bij de aanvraag tonen aan dat deze constructies/zaken zich niet meer op het perceel van de aanvraag bevinden, maar verplaatst werden naar het achterliggend perceel 614W. Dit perceel is eveneens in eigendom van de aanvrager en is toegankelijk via het perceel van de aanvraag. In de nota van de architect wordt vermeld dat dit perceel betrokken wordt bij het project als tuinzone.
Omschrijving van de aanvraag
Op het perceel worden twee woningen in een halfopen bebouwing ingeplant. De linkse woning betreft een grondgebonden eengezinswoning met inpandige garage, de rechtse woning een meergezinswoning met 2 wooneenheden. De woningen worden ingeplant op 7,37m vanaf de rooilijn en op 3m van de zijdelingse perceelsgrenzen.
De woningen tellen 2 bouwlagen onder een hellend dak met een kroonlijsthoogte van max. 5,83m boven het maaiveld ter hoogte van de voorgevel, en een nokhoogte van 11,58m. De gelijkvloerse bouwdiepte van de eengezinswoning bedraagt max. 16,50m, die van de meergezinswoning 15m. Achter de woningen wordt op de grens tussen beide een tuinmuur ingeplant, met een hoogte van ongeveer 2,03m, tot op een bouwdiepte van 20m. De bouwdiepte op de verdieping bedraagt bij de eengezinswoning 11,50m en bij de meergezinswoning 9m. Doordat de meergezinswoning op de verdieping minder diep wordt gebouwd dan de eengezinswoning, maar wel hetzelfde gabarit volgt, ontstaat aan de achterzijde een kroonlijsthoogte van +/- 8,18m hoog.
Op de verdieping wordt bij beide woningen op het plat dak een dakterras voorzien, gescheiden van elkaar door een volle muur.
Beide woningen worden opgetrokken in grijs genuanceerde gevelsteen, zwart aluminium schrijnwerk en zwarte pannen.
Achteraan op het perceel, op min. 5m van de achterste perceelsgrens, wordt een vrijstaand bijgebouw ingeplant. Het gedeelte hiervan dat op het linkse perceel wordt voorzien krijgt als functie tuinberging, met een oppervlakte van 22,50m². Op het rechts perceel bevat het bijgebouw een tuinberging en een dubbele carport, met een oppervlakte van 50m². Het bijgebouw telt 1 bouwlaag onder een plat dak met een hoogte van max. ongeveer 3m en wordt afgewerkt in dezelfde materialen als de hoofdvolumes.
In de voortuin worden 2 inritten aangelegd. Eén in de rechter bouwvrije strook, met een breedte van 3m, i.f.v. de meergezinswoning. Eén i.f.v. de eengezinswoning, ook met een breedte van 3m, die leidt tot aan de inpandige garage.
De inrit van de meergezinswoning gaat na ongeveer een tien meter over in een karrespoor. Dit karrespoor leidt tot vooraan de carports. Vooraan de meergezinswoning wordt ter hoogte van de voorgevel een looppad aangelegd vanaf de inrit, over de breedte van de voorgevel.
De inrit van de eengezinswoning gaat ter hoogte van de voorgevel over in een looppad voor de woning. Dit looppad sluit aan op een, volgens het inplantingsplan, oprit in de linker bouwvrije strook.
Achter iedere woning wordt een terras aangelegd met een oppervlakte van resp. 27m².
De constructies/zaken die verplaatst werden naar het achterliggend perceel worden niet weergegeven in de aanvraag, noch het achterliggend perceel.
In de bijkomende motivatie wordt vermeld dat het gaat om wagens, een tijdelijke partytent i.f.v. een buurtfeest, enz. Hierin wordt eveneens aangegeven dat de toegang tot het achterliggend perceel en de daarop aanwezige constructies/zaken genomen zal worden via het karrespoor.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De woonfunctie, zowel in de vorm van een grondgebonden eengezinswoning, als in de vorm van een meergezinswoning, is functioneel inpasbaar in de omgeving.
De functie aanwezig op het achterliggend perceel, nl. o.a. opslagplaats, is functioneel niet inpasbaar in deze omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen/ garages voor 2 woongelegenheden, voor wat betreft de meergezinswoning. Er zijn nl. 2 autostaanplaatsen in de carport. Op de inrit kan geen wagen worden geparkeerd, gezien de toegang tot de carport daardoor zou geblokkeerd worden.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt voor de meergezinswoning bijgevolg niet overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid. Een bezoekersparkeerplaats ontbreekt.
De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid, voor wat betreft de eengezinswoning. 1 autostaanplaats in de inpandige garage en 1 op de inrit voor de garage. De ‘oprit’ in de bouwvrije strook is niet benutbaar voor het parkeren van een wagen gezien deze niet aansluit op de voorliggende weg of op de voorziene inrit.
Het aantal autostaanplaatsen stemt voor de eengezinswoning wel overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
Volgende bemerking wordt gemaakt: in de gemeente Zonhoven wordt principieel slechts 1 inrit toegelaten per perceel, met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn. Gezien de verkaveling voor dit perceel vervallen is, worden de 2 woningen op hetzelfde perceel ingeplant, waardoor de 2 inritten in strijd zijn met dit algemeen principe.
Uit de verdere motivatie blijkt dat het aantal wooneenheden en de gekozen typologie aanvaardbaar zijn op deze locatie. Het perceel zou dus opnieuw verkavelbaar zijn waarna opnieuw 2 inritten kunnen worden aangelegd. Om die reden zijn de 2 inritten op het perceel uitzonderlijk toelaatbaar. De voortuinstrook is daarnaast te beperkt om slechts 1 inrit te voorzien voor beide woningen die vervolgens uitwaaiert. Dit zou bovendien de verhardingsgraad aanzienlijk doen stijgen.
Bij meergezinswoningen dient men voldoende fietsenstalling te voorzien, en dit voor min. 1 fiets/hoofdkussen, wat neerkomt op een totaal van 6 fietsen die gestald dienen te worden bij de meergezinswoning. Iedere wooneenheid beschikt over een eigen tuinberging waar deze fietsen kunnen worden gestald.
De schaal van de voorgenomen werken
Hoewel het BPA ouder is dan 15 jaar en hier bijgevolg van kan worden afgeweken, zijn de voorschriften ervan een interpretatie van de goede ruimtelijke ordening.
Het volume van de woning, bouwdiepte, nokhoogte, hellingsgraad van het dak, volgen deze voorschriften. De inplanting volgt die van de links aanpalende bebouwing.
De kroonlijsthoogte aan de achtergevel van de meergezinswoning bedraagt 8,18m, dit is een gevolg van het niet volledig benutten van de toegelaten bouwdiepte. De achtergevel van de meergezinswoning springt echter terug binnen het gabarit van het dak en valt dus volledig binnen dit gabarit.
Achter de verdieping wordt op de grens tussen beide woningen een muur geplaatst met een hoogte van 5,16m t.o.v. het maaiveld. Het gaat om een gemetste muur, en bijgevolg een niet licht doorlatende muur. Deze muur zal bijgevolg hinder veroorzaken.
Deze muur mag niet worden uitgevoerd zoals voorzien. De hoogte van deze muur dient beperkt te worden tot max. 1,20m boven het afgewerkte plat dak zodat er een balustrade ontstaat tussen beide daken.
De tuinmuur op maaiveldniveau is toelaatbaar tot een max. hoogte van 2m.
Deze aspecten dienen te worden opgenomen als vergunningsvoorwaarden.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
Het perceel heeft een oppervlakte van 996m². Er worden 3 wooneenheden op voorzien, waardoor de woondichtheid ongeveer 30 woningen/hectare bedraagt, wat aanvaardbaar is op deze locatie.
Op deze locatie, net buiten de kern van Zonhoven, is een woontypologie in de vorm van meergezinswoningen aanvaardbaar.
De bebouwde oppervlakte bedraagt binnen de aanvraag 293m², de verharde oppervlakte 139m² (de karresporen buiten beschouwing gelaten). De totale bebouwde en verharde oppervlakte bedraagt bijgevolg 432m², minder dan 45% van de perceelsoppervlakte. Er dient steeds gestreefd te worden naar een correcte verhouding tussen bebouwing/verharding en groenaanleg. Een verhouding van 40-60 in het voordeel van de groenaanleg is hierbij wenselijk, met afwijkingen tot een verhouding van 50-50.
De inrit in de linker bouwvrije strook, langs de eengezinswoning, heeft geen functie. Deze sluit niet aan op de voorliggende weg, noch op de inrit naar de garage. Indien beide verbonden zouden worden, ontstaat een te hoge verhardingsgraad in de voortuinstrook. Gezien deze inrit niet functioneel is voor het parkeren van een wagen dient deze herleid te worden tot een looppad met een max. breedte van 1m, en dit tot aan de zij ingang van de woning. Hierdoor kan ongeveer een 15m² aan verharding worden geschrapt, waardoor de verhardingsgraad wordt teruggebracht tot een 42%.
Het karrespoor leidt net tot vooraan de carports. Ter hoogte van de carports wordt geen verharding voorzien. Het is niet realistisch de wagens voor de carport te laten draaien en keren in een groenzone. Er kan van worden uitgegaan dat hier een verharding zal worden aangelegd. Gesteld dat hier een bijkomende verharding van +/- 30m² zou worden toegevoegd, bedraagt de bebouwings- en verhardingsgraad op het perceel 45%. Het kan niet zijn dat de bebouwing en verharding in de toekomst verder uitgebreid wordt tot een niet-aanvaardbare bebouwings- en verhardingsgraad. Met eventuele uitbreidingen in het achterhoofd dient de maximale verhardings- en bebouwingsgraad op het totale perceel verankerd te worden op 50%.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk in een vrijstaande bebouwing, met twee bouwlagen onder een hellend dak, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen.
De voorziene bebouwing integreert zich goed binnen dit straatbeeld.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Uit het terreinprofiel blijkt dat het terrein bijna volledig wordt opgehoogd. Gezien het karrespoor langs de rechter bouwvrije strook wordt ingeplant zal de terreinophoging gevolgen hebben t.o.v. het aanpalend perceel. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Het karrespoor dient na 30m het natuurlijk maaiveld te volgen. Het vrijstaand bijgebouw dient te worden ingeplant op het bestaande maaiveld.
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Het dakterras van de meergezinswoning sluit aan bij de leefruimte en is noodzakelijk i.f.v. een kwalitatieve private buitenruimte voor de wooneenheid op de verdieping. Dit dakterras wordt volgens de plannen aan de achterzijde niet afgewerkt met een balustrade. De kroonlijsthoogte van de achtergevel heeft een hoogte van slechts 3,18m boven de gelijkvloerse pas en vormt dus geen balustrade. Het dakterras dient aan de achterzijde afgewerkt te worden met een balustrade (in glas of metaal bv.) die voldoet aan alle veiligheidsvoorschriften.
Het dakterras wordt gescheiden van het aanpalend plat dak van de eengezinswoning (ook ingetekend als dakterras) door een volle muur die, zoals hierboven beschreven wordt, beperkt dient te worden in hoogte. Door de beperking van deze hoogte zal het dakterras in strijd zijn met de regelgeving rond lichten en zichten uit het Burgerlijk Wetboek. Om die reden dient er op deze muur een ondoorzichtig, lichtdoorlatend scherm te worden geplaatst over de volledige diepte van het dakterras, met een hoogte van max. 2m boven de afgewerkte vloer van dit dakterras.
Het plat dak van de eengezinswoning wordt ook ingetekend als dakterras. Dit is niet gebruikelijk bij eengezinswoningen en creëert enkel bijkomende hinder t.o.v. de aanpalende percelen. De woning beschikt over voldoende tuinzone en een terras aanpalend aan de leefruimte op gelijkvloers niveau. Het plat dak achter de verdieping van de eengezinswoning dient bijgevolg te worden aangelegd en afgewerkt als plat dak en mag niet worden gebruikt als dakterras.
Bovenstaande bemerkingen dienen te worden vertaald in de vergunningsvoorwaarden.
Het perceel achter het perceel van de aanvraag is in eigendom van dezelfde eigenaar. In de bijgevoegde nota wordt aangegeven dat dit perceel wordt aanzien als uitbreiding van de tuinzone. En dat dit perceel bereikbaar zal zijn via het voorziene karrespoor. Het blijkt duidelijk dat dit perceel onlosmakend verbonden is aan het perceel van de aanvraag en dus mee beoordeeld dient te worden binnen deze aanvraag.
Op dit perceel staan een aantal zaken en constructies die oorspronkelijk aanwezig waren op het perceel van de aanvraag maar verplaatst werden: (race-) wagens, caravans, een grote tent, enz. In de aanvraag wordt gesteld dat de aanvrager hiervoor gemeentebelasting betaalt. Dit gegeven staat echter los van de stedenbouwkundige wetgeving en de vergunningstoestand. In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) staat volgende vermeld:
“art. 4.2.1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen:
1° de hiernavolgende bouwwerken verrichten, met uitzondering van onderhoudswerken:
a) het optrekken of plaatsen van een constructie,
b) het functioneel samenbrengen van materialen waardoor een constructie ontstaat, …,
5° een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten voor:
a) het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval,
b) het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens,
c) het plaatsen van één of meer verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt, in het bijzonder woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen en tenten, …” Het mag dus duidelijk zijn dat de aanwezige zaken en constructies vergunningsplichtig zijn. Het achterliggend perceel is gelegen in buffergebied, zowel zo benoemd door het geldende gewestplan als door het BPA. Een buffergebied is een groengebied, vergelijkbaar met een natuurgebied, hiervoor wordt ook verwezen naar het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 22/06/2021.
Het stallen van de verschillende zaken en constructies op dit perceel zijn niet toegelaten binnen dit buffergebied. Al deze zaken dienen verwijderd te worden. Dit kan niet worden opgelegd als vergunningsvoorwaarde gezien vergunningsvoorwaarden niet mogen worden aangewend als herstelmaatregel.
Uit de aanvraag blijkt duidelijk dat de intentie niet bestaat deze zaken te verwijderen en dat men deze situatie wenst te bestendigen door de toegang over het perceel met de meergezinswoning. Dit is niet toelaatbaar.
Het perceel maakt daarnaast deel uit van de bufferzone uit het BPA. Deze bufferzone werd voorzien als bufferzone rond het aanwezige bedrijf Limelco, in kader waarvan het BPA deels werd opgemaakt. Om de hinder van dit bedrijf te beperken voor de omliggende woningen is het noodzakelijk dat de bufferzones volgens het BPA als bufferzone worden aangelegd:
“Art. 12: Bufferzone
Een groene bufferzone is verplicht op de aangeduide plaatsen. Zij heeft een esthetische en afschermende functie. Om deze afschermende functie te kunnen vervullen moet de beplanting een dichte structuur hebben, opgebouwd uit een bodembedekkende kruidlaag, heestermassieven en hoogstammig groen. … Indien de breedte van de buffer 5.00 m of meer bedraagt zullen de beplantingen gerealiseerd worden op een aarden wal met een minimum hoogte van 1.50 m.
De beplanting moet permanent zijn over de volledige oppervlakte van de zone met de noodzakelijke verscheidenheid om haar functie te vervullen. …
Het doorbreken van de bufferzone is in geen enkel geval toegelaten, …
Alle bebouwing, reclame of stapelen van materialen erin is verboden.”
De opslag van de aanwezige zaken is niet enkel in strijd met de voorschriften van het BPA voor deze bufferzone, waarbij niet kan worden afgeweken van het BPA conform art. 4.4.9/1 van de VCRO, deze zaken hypothekeren bovendien de aanleg van de noodzakelijke buffer rondom het aanwezige bedrijf. Ook vertuining van deze zone is niet toelaatbaar.
Tenslotte kan worden gesteld dat deze zaken hinder veroorzaken. In eerste instantie visuele hinder, in tweede instantie mogelijke andere hinder indien deze zaken niet louter gestockeerd zouden staan op dit perceel (bv. geluidshinder).
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving:
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Wij hebben uw vraag om advies op naam van Broux - Thuwis , te Zonhoven, met referentie 2021025174 goed ontvangen.
De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-209041.
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Bespreking stedenbouwkundige vergunning
Uit het dossier blijkt dat er geen vermijdbare schade aan de natuur zal veroorzaakt worden.
Conclusie
Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad. De aanvraag wordt gunstig geadviseerd mits naleving van de volgende voorwaarde:
Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden.
Advies voor de appartementen :
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.
In het gebouw dient een aftakput te worden voorzien van 1X1X1,2m. Wanneer de aftakput niet wordt voorzien, behoudt De Watergroep zich het recht voor de aftakking niet uit te voeren.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
Advies voor woning:
Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.
Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Bij het plaatsen van de energiebocht dient rekening gehouden te worden met de afmetingen van de drinkwateraftakking.
Elke aftakking moet in rechte lijn, haaks op de rijweg kunnen uitgevoerd worden.
De kosten van de nieuwe aftakking(en) zijn ten laste van de aanvrager(s).”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.
Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800.
In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.“
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving:
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 29/07/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afwijken van de BPA- voorschriften en tot het weigeren van de omgevingsaanvraag:
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het weigeren van de omgevingsaanvraag voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning met een losstaande tuinberging en 2 appartementen met een losstaande carport/tuinberging, zoals weergegeven op de ingediende plannen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH ADVIES – verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van het bestaande tuinhuis, het bouwen van een nieuw tuinhuis, het regulariseren van de uitbreiding van de woning, het plaatsen van een omheining, omvormen van de garage naar een bureau en het kappen van 2 bomen.
De aanvraag werd op 29/04/2021 ontvangen.
Op 26/05/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 31/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 24/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 20/03/1978 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van 20 woningen.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de uitbreiding achteraan de woning.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
De dienst facilitair management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. De dakoppervlakte van de te regulariseren uitbreiding bedraagt slechts 34,60m². De dakoppervlakte van de losstaande tuinberging bedraagt 40m².
De aanvrager heeft wel reeds een hemelwaterput voorzien voor de opvang van het dakoppervlak van de woning. De te regulariseren uitbreiding werd hier ook reeds op aangesloten. Verder voorziet de aanvrager ook een grindbak van 1m² voor de infiltratie van het regenwater dat opgevangen wordt op de losstaande tuinberging. Beiden systemen zijn niet noodzakelijk binnen deze aanvraag, maar zijn altijd een goed initiatief.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal en de overloop.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van het bestaande tuinhuis, het bouwen van een nieuw tuinhuis, het regulariseren van de uitbreiding van de woning, het plaatsen van een omheining, omvormen van de garage naar een bureau en het kappen van 2 bomen.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
( Deze wordt verderop uitgevoerd )
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Leeuwerikstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag betreft het slopen van het bestaande tuinhuis, het bouwen van een nieuw tuinhuis, het regulariseren van de uitbreiding van de woning, het plaatsen van een omheining, omvormen van de garage naar een bureau en het kappen van 2 bomen.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
Het uitbreiden van de woning, het plaatsen van een terrasoverkapping, het bouwen van een nieuw tuinhuis en het kappen van bomen is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar.
Mobiliteitsimpact
De aanvraag voorziet in 2 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het slopen van het bestaande tuinhuis, het bouwen van een nieuw tuinhuis, het regulariseren van de uitbreiding van de woning, het plaatsen van een omheining, omvormen van de garage naar een bureau en het kappen van 2 bomen.
Rechts achteraan de bestaande halfopen woning werd er reeds een uitbreiding uitgevoerd. Het betreft een uitbreiding van de living om zo de leefruimte te vergroten. De oppervlakte van de uitbreiding bedraagt 18,89m². Door de uitbreiding bedraagt de maximale bouwdiepte op het gelijkvloers 11,32m, hetgeen een beperkte bouwdiepte is. De reeds uitgevoerde uitbreiding wordt voorzien van een plat dak waarvan de kroonlijsthoogte 3,17m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De uitvoering hiervan is gebeurd in een bruine gevelsteen.
Links achteraan de bestaande woning werd er reeds een overkapping opgericht op 3,10m van de linker perceelgrens. De oppervlakte van deze overkapping bedraagt 15,80m² en heeft dezelfde bouwdiepte als de uitbreiding van de living, namelijk maximaal 11,32m gemeten vanaf de voorgevel. De overkapping heeft eveneens een plat dak waarvan de koonlijsthoogte ±2,90m bedraagt ten opzichte van het maaiveld. De afwerking van deze constructie werd uitgevoerd in een wit aluminium.
De bestaande garage wordt omgevormd tot een bureau. Hiervoor wordt de bestaande garagepoort verwijderd en zal er een raam en een deur in wit aluminium geplaatst worden met dezelfde contouren. De deur naar de keuken wordt hiervoor ook nog verplaatst. Volgens de aanvraag is de bestaande inrit met een breedte van ±5m voldoende om 2 wagens te stallen. Aangezien de gemeente Zonhoven streeft naar een verhouding van maximaal 50% verharding in de voortuin kan het toegelaten worden dat de inrit en het beperkt pad naar de voordeur voorzien worden als enige verharding in deze voortuin. Er wordt dan ook een uitzondering gemaakt om ter hoogte van de rooilijn de breedte van de inrit groter te voorzien dan de normale 3m, aangezien het beperkt pad van de voordeur hierin meegerekend wordt en er slechts een beperkte afstand is tot aan de voorgevel. Hierdoor kan al de verharding gegroepeerd worden aan 1 zijde van de voortuin en dient er geen lange inrit voorzien te worden aan de rechter zijtuinstrook, hetgeen meer verharding met zich mee zou brengen.
De aanvraag voorziet ook in het slopen van de bestaande tuinberging en het bouwen van een nieuwe tuinberging met een oppervlakte van 40m². De nieuwe tuinberging wordt voorzien op 2m van de linker perceelgrens en op 1m van de achterste perceelgrens. De hoogte van de constructie bedraagt maximaal 3,17m ten opzichte van het maaiveld. Uit de aanvraag blijkt dus dat deze handeling vrijgesteld is van vergunning, dus zal de aanvraag voor het plaatsen van het bijgebouw uitgesloten worden uit deze vergunning.
Langsheen de beide zijdelingse perceelgrenzen voorziet de aanvrager in het plaatsen van een omheining met betonplaten. Deze betonplaten zullen op eigen terrein voorzien worden en hebben een hoogte van 2m. Links over een afstand van 18,50m vanaf de achtergevel van de woning en rechts 20m vanaf de achtergevel van de woning. Dergelijke omheining is vrijgesteld conform het vrijstellingsbesluit en zal dus uitgesloten worden uit de vergunning.
Achteraan het perceel zijn er ook nog 2 sparren aanwezig met een diameter van 0,80m. Deze worden in de aanvraag opgenomen als te kappen. Er werd door de dienst facilitair management volgend gunstig advies met voorwaarden afgeleverd:
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen; mits invullen volgende voorwaarde:
Aanplanten van één hoogstam boom. De boom dient aangeplant te worden in een maat niet kleiner dan 18/20 en er dient een soort gekozen te worden uit volgende lijst:
- Prunus avium,
- Quercus petraea,
- Quercus robur,
- Sorbus aucuparia,
- Betula pendula,
- Alnus glutinosa,
- Acer campestre”
Het advies omtrent het heraanplanten van een nieuwe hoogstammige boom wordt door de omgevingsambtenaar gevolgd met volgende bijkomende voorwaarden:
In de aanvraag worden nog enkele verhardingen voorzien als te regulariseren en enkele verhardingen als te verwijderen. In de voortuin zal enkel de bestaande inrit met een breedte van 5m behouden blijven en een beperkt pad naar de voordeur. Deze werden aangelegd met waterdoorlatende klinkers. Voor het overige wordt de aanwezige kiezelverharding in de voortuin verwijderd en vervangen door een groenzone met streekeigen beplanting.
Links achteraan de woning werd er reeds een terras voorzien van 10m² bestaande uit betondallen. Deze betondallen worden ook gebruik bij een beperkt pad achteraan de woning en bij een pad naar de nieuw te bouwen tuinberging. Voor het overige zal in de zijtuin en achtertuin enkel een groenzone met streekeigen beplanting aangeplant worden.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits er voldaan wordt aan de bovenstaande voorwaarden.
BESPREKING ADVIEZEN
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen; mits invullen volgende voorwaarde:
Aanplanten van één hoogstam boom. De boom dient aangeplant te worden in een maat niet kleiner dan 18/20 en er dient een soort gekozen te worden uit volgende lijst:
- Prunus avium,
- Quercus petraea,
- Quercus robur,
- Sorbus aucuparia,
- Betula pendula,
- Alnus glutinosa,
- Acer campestre”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies met volgende bijkomende voorwaarden:
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het slopen van het bestaande tuinhuis, het bouwen van een nieuw bijgebouw en het plaatsen van betonplaten langsheen de zijdelingse perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de uitbreiding van de woning, het omvormen van de garage naar een bureau en het kappen van 2 bomen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen doet geen uitspraak over het slopen van het bestaande tuinhuis, het bouwen van een nieuw bijgebouw en het plaatsen van betonplaten langsheen de zijdelingse perceelgrenzen omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de uitbreiding van de woning, het omvormen van de garage naar een bureau en het kappen van 2 bomen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande schuur en stal, het kappen van bomen, het uitbreiden van de woning, het verbouwen van de woning naar 4 appartementen en het bouwen van losstaande carports met tuinbergingen.
De aanvraag werd op 05/05/2021 ontvangen.
Op 02/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 04/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 24/06/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft kiezelverharding en een vrijstaand bijgebouw van circa 15m² links achteraan het perceel.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Fluvius
Dienst Facilitair Management
Proximus
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de te verbouwen en uit te breiden woning naar 4 appartementen, met een horizontale dakoppervlakte van 286,95m², een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Het advies van 27/07/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling , sectie , nummer(s) , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen:
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering
De bouwpromotor moet voldoen aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen en in dit geval hier in het bijzonder het verkavelingsreglement "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten ". Dit reglement kan u en de bouwpromotor terugvinden op onze website www.fluvius.be.
De bouwheer dient Fluvius alle gegevens te bezorgen met betrekking tot gevraagde vermogens om de tussenkomst die de bouwpromotor dient te betalen, te bepalen.
De bouwheer dient zijn aanvraag te doen op de website www.fluvius.be, via ‘Mijn Fluvius’ nadat de bouwvergunning is verleend. Dit dient tijdig te gebeuren zodat de aanvraag op een efficiënte manier kan afgehandeld worden en de uitvoering tijdig kan gebeuren. Bij de aanvraag engageert de aanvrager zich tot het betalen van de studiekosten.
Het is mogelijk bij grote vermogens dat de bouwheer een ruimte voor een elektriciteitscabine ter beschikking moet stellen. Deze ruimte heeft altijd minimale binnenafmetingen van 5m x 3.70m. De bereikbaarheid en bouwkundige voorwaarden dienen steeds besproken te worden met Fluvius.
Een gedetailleerde aansluitstudie zal dit uitwijzen. Fluvius maakt deze studie na ontvangst van de aansluitingsaanvraag met de benodigde vermogens.
Indien bij de definitieve aanvraag blijkt dat de gevraagde vermogens buiten de standaardnormen vallen kan onze visie nog wijzigen in functie van de gevraagde vermogens. De kosten voor de eventueel te verplaatsen leidingen vallen integraal ten laste van de aanvrager.
Bij uw aanvraag voor een aansluiting elektriciteit en/of gas is het aan te raden meteen ook uw aanvraag voor de aansluiting op kabeltelevisie te doen. Dit zal helpen om tot een vlotte uitvoering te komen van alle aansluitwerken. Aansluitingen elektriciteit, gas en kabeltelevisie zijn aan te vragen op de algemene site www.fluvius.be waarna een infobrochure toegestuurd wordt.
Algemene voorschriften:
• Gasafsluiters, distributienetten van elektriciteit aardgas en kabeltelevisie (boven- en ondergronds) moeten steeds en gemakkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
• Voor de aansluiting op kabeltelevisie is er in het teller lokaal elektriciteit voldoende ruimte te voorzien voor de plaatsing van de aansluitpunten. Afhankelijk van de lengte van de aansluitkabels kan het zijn dat de aansluitpunten verspreid zijn over het gebouw. De locatie van deze aansluitpunten wordt in samenspraak met Fluvius bepaald. Alle aansluitpunten moeten ten alle tijden bereikbaar zijn voor onze technici. Dit gebeurt via een sleutelkastje die in overleg geplaatst wordt.
• In de meterlokalen mogen geen afvoerleidingen, waterleidingen of dergelijke voorzien zijn.
• Alle meterlokalen bevinden zich direct aan de straatzijde en zijn voldoende ruim bemeten. Er moet voor de meters steeds een vrije doorgang blijven van 80cm ten opzichte van een muur of ander obstakel.
• Nuttige vrije hoogte van de meterlokalen bedraagt minimaal 2m over de ganse vloeroppervlakte.
• De boven- en onderverluchting van gasmeterlokalen moeten steeds rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staan.
Riolering:
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² tegen een bestaand gebouw een even groot deel van de bestaande verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien deze bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.
Groendaken worden best niet aangesloten op de regenwaterput, maar rechtstreeks op de infiltratievoorziening, omdat dit water niet geschikt is voor hergebruik.
De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
We raden aan om:
• Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
• Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
• Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
• Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
• Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Gelieve ons advies op te nemen in uw stedenbouwkundig dossier.”
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
De aanvraag wordt voorzien langsheen de Donkweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de eetruimtes van elk appartement, in de hallen van appartementen 1 en 2 en in de nachthallen van appartementen 3 en 4.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande schuur en stal, het kappen van bomen, het uitbreiden van de woning, het verbouwen van de woning naar 4 appartementen en het bouwen van losstaande carports met tuinbergingen.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel bevindt zich langs de Donkweg, een gemeenteweg binnen het centrum van Zonhoven.
De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit zowel grondgebonden eengezinswoningen als meergezinswoningen, in een vrijstaande of gekoppelde vorm. De bebouwing is in hoofdzaak opgetrokken uit 1 of 2 bouwlagen onder hellende daken en is afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen.
Recent werd aan de overzijde van de weg een meergezinswoning opgetrokken met 2 bouwlagen en 3e als setback onder platte daken, afgewerkt in een witte gevelbepleistering.
Op het perceel staat een vrijstaande eengezinswoning ingeplant, met max. 2 bouwlagen onder hellende daken, afgewerkt in een rode baksteen. De breedte van de rechter bouwvrije strook bedraagt slechts min. 1m. Het rechts aanpalend perceel functioneert als inrit naar de achterliggende woning Donkweg nr. 45.
De woning werd opgetrokken in 1935. Achter de woning bevindt zich een grote schuur. Rondom woning en schuur zijn grind- en tegelverhardingen aanwezig. Achteraan links op het perceel staat een stalletje ingeplant. Voor het overige is het perceel begroeid met gras en enkele bomen.
Omschrijving van de aanvraag
De bestaande bijgebouwen worden afgebroken, de verhardingen verwijderd. Er worden enkele (naald-)bomen gerooid.
De woning wordt verbouwd tot meergezinswoning met 4 appartementen.
Er wordt een nieuw bijgebouw ingeplant in de tuinzone en er worden nieuwe verhardingen aangelegd.
De bestaande woning wordt geïsoleerd. Hierdoor wijzigt de afstand tot de rechter perceelsgrens naar min. 74cm. De woning wordt uitgebreid tot op min. 3,09m van de linker perceelsgrens. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt na verbouwing 17m. De bouwdiepte van de verdiepingen bedraagt max. 11m vanaf de voorbouwlijn (excl. dakterras).
De woning wordt opgetrokken naar 3 bouwlagen, waarbij de 3e terugspringend wordt voorzien, onder platte daken. De max. hoogte bedraagt 9,40m boven het aanliggend maaiveld.
De eerste verdieping springt zijdelings terug en telt een breedte van 13,10m, op min. 3m van de rechter perceelsgrens. De tweede verdieping springt eveneens zijdelings terug tot een breedte van 11,60m.
Het pand wordt afgewerkt in een lichtgrijze gevelsteen met zwart aluminium schrijnwerk. De derde bouwlaag wordt afgewerkt in een verticale zinkbekleding.
Er worden 4 wooneenheden voorzien in het gebouw, 2 op het gelijkvloers met daarboven 2 duplex appartementen.
De woningen op het gelijkvloers beschikken elk over een terras aansluitend op de leefruimte over de volledige breedte van de woning, met een diepte van 3,40m. Deze terrassen worden volledig omringd door een haagafsluiting met een hoogte van 1m achteraan, en een grotere hoogte aan de zijkanten.
De bovenliggende appartementen beschikken op de eerste verdieping over een leefruimte en berging. Aansluitend aan de leefruimte wordt op het achterliggend plat dak een terras voorzien met een diepte van 4m. Achter deze terrassen wordt het plat dak als groendak aangelegd. Beide terrassen worden van elkaar gescheiden door een brede plantenbak. De overige afsluitingen bestaan uit glazen balustrades. Ter hoogte van de derde bouwlaag worden de appartementen ingericht met slaap- en sanitaire ruimtes.
De ramen ter hoogte van de achtergevel (zuid georiënteerd), aansluitend op de terrassen, worden voorzien van uitkragende lamellenluifels i.f.v. zonnewering.
Op 4,40m vanaf de achtergevel en op min. 1m tot de rechter perceelsgrens (die schuin loopt) wordt een nieuw vrijstaand bijgebouw ingeplant. Dit bijgebouw functioneert als carport met 4 staanplaatsen en als afval-/fietsenberging (opgedeeld in 4 private bergruimtes). Het wordt volledig voorzien van een groendak.
De totale bouwdiepte bedraagt 16,70m, de breedte 5,50m.
De hoogte bedraagt 3,20m. De bergruimte wordt afgewerkt in dezelfde materialen als het hoofdgebouw.
Achter dit bijgebouw bevindt zich nog een ruime tuinzone, die gemeenschappelijk is. Hier wordt een inheemse boom aangeplant.
Links van het gebouw wordt de inrit voorzien in waterdoorlatende klinkers. Deze sluit aan, ter hoogte van de voorbouwlijn van het bijgebouw, op een verharding in grasdallen. Aansluitend op deze verharding wordt een niet-overdekte parkeerplaats in hetzelfde materiaal aangelegd. Rondom de tuin-/fietsenberging wordt een looppad aangelegd.
In de voortuinstrook wordt aansluitend op de inrit een tweede niet overdekte autostaanplaats in grasdallen voorzien. Ten slotte wordt er in de voortuin een looppad tot aan de voordeur ingeplant.
Voor het overige wordt het perceel groen aangeplant, met gazon, haagaanplantingen en de inheemse boom in de achtertuin.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De bestaande woonfunctie blijft behouden, weliswaar in de vorm van een meergezinswoning. Deze functie is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
De aanvraag voorziet in 6 autostaanplaatsen/ garages voor 4 woongelegenheden.
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
Voornamelijk de autostaanplaats in de voortuin zal door bezoekers worden gebruikt. De niet-overdekte autostaanplaats in de achtertuin vermoedelijk door bewoners of gekende bezoekers.
Gezien de locatie en in het kader van duurzaamheid dient er te worden ingezet op het fietsgebruik boven het autogebruik. Een voldoende ruime en comfortabele fietsenstalling is bijgevolg vereist. Er dient ruimte te worden voorzien voor min. 1 fiets/hoofdkussen. Deze min. 12 vereiste fietsen kunnen gestald worden in de tuinberging.
De schaal van de voorgenomen werken
Bouwdiepte en bouwhoogte voldoen aan de gebruikelijke normen. Enkel de inplanting t.o.v. de rechter perceelsgrens, min. 74cm i.p.v. de gebruikelijke 3m, voldoet hier niet aan. Het rechts aanpalend perceel is momenteel enkel in gebruik als toegang naar de achterliggende woning nr. 45 waardoor er geen hinder ontstaat. Deze afstand is het rechtstreeks gevolg van het feit dat de bestaande woning verbouwd wordt (en er dus geen herbouw/nieuwbouw wordt voorzien) en de voorziene isolatie. In de gevel die zich op min. 74cm van de grens bevindt, wordt geen gevelopening voorzien.
De derde bouwlaag is wat ongebruikelijk in het straatbeeld. Deze bouwlaag valt niet binnen het gabarit van een zadeldak. Langs de straatzijde zal het effect echter, door het terugspringen t.o.v. de voorgevel, vergelijkbaar zijn.
Zeer recent werd aan de overzijde van de weg een vergelijkbaar project opgetrokken.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De inplanting van de bestaande woning blijft behouden, breedte en diepte worden uitgebreid.
Gezien het om een verbouwing gaat, is het niet mogelijk het parkeren voor de bewoners ondergronds te voorzien. Om die reden wordt een carportconstructie opgericht in de tuin waardoor een vrij grote oppervlakte aan verharding wordt aangelegd. Dit wordt enigszins gecompenseerd door de verhardingen zoveel als mogelijk in grasdallen aan te leggen en door het vrijstaand bijgebouw te voorzien van een groendak.
Er werd een motivatienota gevoegd bij het dossier omtrent de bebouwing en verharding. Hieruit blijkt dat de balans zeer licht omslaat in het voordeel van de bebouwing/verharding, die ongeveer 51% van het perceel bedraagt. Hoewel er steeds naar gestreefd dient te worden percelen maximaal groen te houden/aan te leggen, met een verhouding van 40/60 à 50/50 (steeds in het voordeel van het groen) is de lichte afwijking hierop binnen de aanvraag aanvaardbaar gezien bovenstaande motivatie en gezien de getroffen maatregelen.
Het oprichten van appartementen / meergezinswoningen in deze omgeving kan aanvaard worden gelet op het huidig stedenbouwkundig beleid waar gestreefd wordt naar verdichting van de bebouwing in dorps- en stadskernen, voor zover de schaal, inplanting en uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de omgeving en de goede plaatselijke ordening niet schaden.
De woondichtheid bedraagt 37 wooneenheden/hectare, wat aanvaardbaar is op deze locatie.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door zeer veel diversiteit.
Het huidig project zal zich goed integreren binnen dit straatbeeld.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De woningen beschikken over voldoende bergruimte en over kwalitatieve leefruimtes. De ruime private buitenruimtes sluiten aan op de leefruimtes. De gelijkvloerse terrassen sluiten weliswaar aan op de verharding i.f.v. de carports, door de aanplanting van een brede haag en het feit dat de carports/autostaanplaatsen achteraan in principe enkel door bewoners worden gebruikt bieden deze terrassen toch voldoende kwaliteit. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van de gemeenschappelijke tuinzone.
Het project bevat voldoende woonkwaliteit en zal dus ook genoeg gebruiksgenot opleveren.
Er worden geen bijkomende hinderaspecten gecreëerd.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.
In het gebouw dient een aftakput te worden voorzien van 1X1X1,2m. Wanneer de aftakput niet wordt voorzien, behoudt De Watergroep zich het recht voor de aftakking niet uit te voeren.
Automatische brandblusinstallaties mogen nooit rechtstreeks op het drinkwaternet aangesloten worden, enkel met tussenschakeling van een drukloos voorraadreservoir.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.
Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien. “
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande schuur en stal, het kappen van bomen, het uitbreiden van de woning, het verbouwen van de woning naar 4 appartementen en het bouwen van losstaande carports met tuinbergingen, mits het opleggen van voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 29/07/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande schuur en stal, het kappen van bomen, het uitbreiden van de woning, het verbouwen van de woning naar 4 appartementen en het bouwen van losstaande carports met tuinbergingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH ADVIES – verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het regulariseren van het rooien van een eik.
De aanvraag werd op 28 mei 2021 ontvangen en op 24 juni 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 28 juli 2020 werd er een weigering afgeleverd, voor het slopen van de bestaande bebouwing, het kappen van een boom en het bouwen van een tweewoonst. (2020/00084)
Op 2 maart 2021 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing, het kappen van bomen en het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen. (2020/00269)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een eik werd gerooid zonder vergunning. Deze wederrechtelijk uitgevoerde handeling werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Dienst Facilitair Management
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het regulariseren van het rooien van een eik.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Herestraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Op het perceel werd recent het slopen van de voormalige bebouwing vergund en het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen. De bouwwerken hiervoor zijn reeds gestart.
Omschrijving van de aanvraag
Binnen de vorige aanvraag werd de eik rechts in de voortuin als te behouden aangeduid. Gezien er een inrit werd ingeplant ter hoogte van deze eik werd hieromtrent volgende vergunningsvoorwaarde opgelegd: “2d)De rand van de rechter inrit wordt op minstens 1 meter van de stam van de bestaande boom aangelegd. Hierbij dient aan de rand van de verharding een wortelwerende plaat (geen worteldoek) geplaatst te worden tot op 1 meter diepte om zo de verharding te beschermen tegen opdrukken door wortels”. Alsook: “17) De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. 18) Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden.”
De betreffende eik werd echter na het verkrijgen van deze vergunning onvergund gerooid.
Via deze aanvraag wenst men dit te regulariseren.
Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening
Volgens de aanvraag was de boom ziek en werd deze gekapt uit voorzorg. Indien een zieke boom dreigt om te vallen, kan men een aanvraag doen bij de gemeente in het kader van acuut gevaar. Dit is niet gebeurd.
Indien men vermoedt dat een boom ziek is dient dit vastgesteld te worden door een erkend boomdeskundige en dient men deze motivatie te voegen bij een omgevingsaanvraag tot kappen van de boom.
De boom werd echter onvergund gekapt.
Het ging om een inlandse eik met een zeer grote beeldbepalende waarde in het straatbeeld, alsook een zeer grote waarde op vlak van biodiversiteit. Het feit dat deze werd gekapt kan niet meer worden teruggedraaid. Om die reden dient men de boom te compenseren.
De dienst Facilitair Management legt in haar advies de voorwaarde tot heraanplant op van twee bomen in maat 20/25, te kiezen uit een aantal soorten.
In feite is het niet mogelijk een dergelijke oude hoogwaardige boom met jonge bomen te compenseren, om die reden dient de heraanplant reeds voldoende ouderdom/grootte te hebben om zo snel mogelijk de waarde van de gekapte boom te evenaren. De voorwaarden omschreven in het advies vormen een onvoldoende compensatie.
Er wordt aangegeven dat de boom een diameter van 50 à 60 cm had, dit wil zeggen een omtrek van min. 160cm. Het is niet mogelijk een boom met een dergelijke omtrek her aan te planten.
Er wordt opgelegd dat er 2 nieuwe inlandse eiken dienen te worden aangeplant, 1 in de tuin van iedere woning om de last te spreiden voor de toekomstige nieuwe eigenaars. Deze eiken dienen te worden aangeplant in de maat 80/90.
In de voorgaande vergunning werden reeds volgende voorwaarden opgelegd ter compensatie van de destijds aangevraagde en vergunde te kappen bomen:
“1)Er dienen 2 hoogstam bomen ter compensatie van al de bomen die gerooid worden aangeplant te worden. Er dient dus 1 boom bij elke entiteit aangeplant te worden zodat de compensatie ten laste valt van beide woningen. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden bij de dienst vergunningen en handhaving ten laatste 3 maanden na aanplant.
2) Het advies van de dienst facilitair management dient daarnaast nog gevolgd te worden omtrent het volgende:
a) De nieuw aan te planten bomen worden geplant in het plantseizoen (november t.e.m. maart) volgend op het beëindigen van de werken.
b) De bomen dienen een hoogstam boom van minstens 2de grootte te zijn en worden aangeplant in een plantmaat die niet kleiner is dan plantmaat 20/25.
c) Ook dient de eigenaar nodige maatregelen te treffen om deze bomen onder goede omstandigheden te laten uitgroeien tot een volwassen boom. Dit laatste houdt in dat als de bomen binnen de eerste 10 jaar na aanplant zou afsterven, de eigenaar deze opnieuw dient her aan te planten.”
Bewijs van heraanplant werd nog niet aangeleverd, bijgevolg blijven deze voorwaarden van kracht en worden deze herhaald in deze vergunning.
Dit wil zeggen dat er per woning 2 nieuwe bomen (in totaal 4 bomen) dienen te worden aangeplant onder de vernoemde voorwaarden. De locatie tot heraanplant dient zo gekozen te worden en alle noodzakelijke maatregelen dienen te worden getroffen zodat deze 4 bomen kunnen uitgroeien tot gezonde volwassen bomen. Toekomstige eigenaars dienen zich te realiseren dat deze bomen steeds beschermd dienen te worden en dat deze deel zullen uitmaken van de betreffende tuinzones.
Indien 1 van de her aan te planten eiken op de locatie van de gekapte eik zou kunnen worden aangeplant, zou dit voor het straatbeeld de beste keuze zijn. Gezien de beperkte voortuinstrook en de beperkte afstand tot de aanpalende eigendommen is het echter niet zeker of dit haalbaar is.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving. Gezien de boom echter reeds gekapt werd dient de regularisatie gunstig te worden beoordeeld, op voorwaarde dat:
BESPREKING ADVIEZEN
Het advies van 25/06/2021 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:
“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld in de aangeleverde documenten, mits volgende voorwaarden worden vervuld:
Aanplanten van minstens 2 streekeigen hoogstam bomen.
De bomen dienen minstens in de maat 20/25 te worden aangeplant, en er kan gekozen worden uit volgende soorten:
- Quercus robur,
- Quercus petraea,
- Prunus avium,,
- Sorbus aucuparia,
- Tilia platyphylos”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich niet aan bij dit advies, zie bovenstaande argumentatie.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd. Gezien de boom echter reeds gekapt werd dient de regularisatie gunstig te worden beoordeeld, op voorwaarde dat:
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp in principe niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. Gezien de boom echter reeds gekapt werd dient de regularisatie gunstig te worden beoordeeld onder strikte voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het rooien van een eik zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
1. Er dienen 2 nieuwe inlandse eiken (1 boom bij elke woning) te worden aangeplant, met elk een plantmaat 80/90. Deze nieuw aan te planten bomen worden geplant in het plantseizoen (november t.e.m. maart) volgend op het beëindigen van de werken. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden bij de dienst vergunningen en handhaving ten laatste 3 maanden na aanplant.
De eigenaar moet alle nodige maatregelen treffen en de juiste locatie kiezen om deze bomen onder goede omstandigheden te laten uitgroeien tot een volwassen boom. Dit houdt ook in dat als de bomen binnen de eerste 10 jaar na aanplant zou afsterven, de eigenaar deze opnieuw dient her aan te planten.
2. Volgende vergunningsvoorwaarden uit de omgevingsvergunning d.d. 02/03/2021 blijven van kracht en worden herhaald:
a) De nieuw aan te planten bomen worden geplant in het plantseizoen (november t.e.m. maart) volgend op het beëindigen van de werken.
b) De bomen dienen een hoogstam boom van minstens 2de grootte te zijn en worden aangeplant in een plantmaat die niet kleiner is dan plantmaat 20/25.
c) Ook dient de eigenaar nodige maatregelen te treffen om deze bomen onder goede omstandigheden te laten uitgroeien tot een volwassen boom. Dit laatste houdt in dat als de bomen binnen de eerste 10 jaar na aanplant zou afsterven, de eigenaar deze opnieuw dient her aan te planten.
3. Ook de overige relevante vergunningsvoorwaarden uit de omgevingsvergunning 2020/00269 blijven van kracht.
Terrein en gelijkgrondse berm:
4. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
5. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
6. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek.
Andere voorwaarden:
7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 04/08/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager gedeeltelijk.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om de plantmaat van de 2 nieuw aan te planten inlandse eiken (1 boom bij elke woning) te verlagen van 80/90 naar 40/45. Deze eiken dienen in de achtertuin te worden aangeplant. Er wordt ook opgelegd dat men bijkomend 2 nieuwe bomen (1 boom bij elke woning) plantmaat 20/25 dient te voorzien in de voortuin, keuze uit volgende lijst:
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het rooien van een eik zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
1. Er dienen 2 nieuwe inlandse eiken plantmaat 40/45 (1 boom bij elke woning) te worden aangeplant in de achtertuin. Bijkomend dienen 2 nieuwe bomen plantmaat 20/25
(1 boom bij elke woning) te worden aangeplant in de voortuin, keuze uit volgende lijst: Pyrus calleryana ‘Chanticleer’, Acer campestre 'Elsrijk', Carpinus betulus 'Frans Fontaine', Magnolia kobus, Liquidambar styraciflua 'Oakville Highlight', Liquidambar styraciflua 'Moraine', Tilia cordata 'Rancho'.
Deze nieuw aan te planten bomen worden geplant in het plantseizoen (november t.e.m. maart) volgend op het beëindigen van de werken. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden bij de dienst vergunningen en handhaving ten laatste 3 maanden na aanplant. De eigenaar moet alle nodige maatregelen treffen en de juiste locatie kiezen om deze bomen onder goede omstandigheden te laten uitgroeien tot een volwassen boom. Dit houdt ook in dat als de bomen binnen de eerste 10 jaar na aanplant zouden afsterven, de eigenaar deze opnieuw dient her aan te planten.
2. Volgende vergunningsvoorwaarden uit de omgevingsvergunning d.d. 02/03/2021 blijven van kracht en worden herhaald:
a) De nieuw aan te planten bomen worden geplant in het plantseizoen (november t.e.m. maart) volgend op het beëindigen van de werken.
b) De bomen dienen een hoogstam boom van minstens 2de grootte te zijn en worden aangeplant in een plantmaat die niet kleiner is dan plantmaat 20/25.
c) Ook dient de eigenaar nodige maatregelen te treffen om deze bomen onder goede omstandigheden te laten uitgroeien tot een volwassen boom. Dit laatste houdt in dat als de bomen binnen de eerste 10 jaar na aanplant zou afsterven, de eigenaar deze opnieuw dient her aan te planten.
3. In totaal dienen dus 6 nieuwe bomen te worden aangeplant:
4. Ook de overige relevante vergunningsvoorwaarden uit de omgevingsvergunning 2020/00269 blijven van kracht.
Terrein en gelijkgrondse berm:
5. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
6. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
7. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek.
Andere voorwaarden:
8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
9. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning en het oprichten van een tuinberging met overdekt terras.
De aanvraag werd op 1 juni 2021 ontvangen en op 29 juni 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Hierop werd geen reactie ontvangen.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 21 december 1972 werd een weigering voor het verkavelen van gronden afgeleverd. (7204.V.353/1)
Op 13 oktober 1976 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 3 loten voor open bebouwing. (7204.V.353)
Op 25 september 2018 werd een omgevingsvergunning voor het bijstellen van de verkaveling afgeleverd voor het opsplitsen van lot 2 in lot 2A en 2B voor halfopen bebouwing. (7204.V.353\01)
De aanvraag werd op 29 oktober 2020 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl. (2020/141):
Het perceel is gelegen in een verkaveling. Voor dit perceel werd ook een verkavelingswijziging goedgekeurd. Binnen deze wijziging werden voorschriften opgelegd.
In bijlage vindt u de verkavelingswijziging, het plan van de wijziging en de voorschriften.
Volgens de voorschriften dient het gabarit tussen de halfopen woningen op elkaar aangesloten te worden. Het gabarit van de eerst vergunde woning is dus bepalend.
Aangezien de naastliggende woning 2 bouwlagen heeft en als eerste vergund werd, dient men ook 2 bouwlagen te voorzien. Men dient aan te sluiten op de naastliggende woning.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Hierop werd geen reactie ontvangen.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 2A binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 13 oktober 1976 en bijgesteld op 25 september 2018. (7204.V.353)
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning met inbegrip van zorgwoning.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw op te richten woning en het bijgebouw met een totale horizontale dakoppervlakte van 167,64m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een buitenkraan en een wasmachine. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (4,5m²) en het volume (3 000 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Individueel te optimaliseren buitengebied”. Een individuele waterbehandeling is noodzakelijk.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd.
In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.
Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5.
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs de Schutenseweg, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de hal, de wasplaats, slaapkamer 1, slaapkamer 2 en slaapkamer 3.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
Het perceel is gelegen langs de Schutenseweg, in deelkern Terdonk. De bebouwing in de nabije omgeving bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen in een vrijstaande of halfopen vorm, met 1 of 2 bouwlagen onder hellende of platte daken, afgewerkt in baksteen in diverse kleuren en texturen.
Het perceel van de aanvraag is braakliggend en begroeid met gras. Op het rechts aanpalend perceel is de woning in opbouw waar men tegen aan zal bouwen.
De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning en het oprichten van een tuinberging met overdekt terras.
De woning wordt ingeplant tegen de rechter perceelsgrens, op dezelfde voorbouwlijn als de rechts aanpalende woning, nl. op 8m van de rooilijn. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt max. 17m (incl. een overdekt terras met een bouwdiepte van 3,44m), de bouwdiepte op de verdieping 12m. De breedte van de linker bouwvrije strook bedraagt 3m.
De woning telt 2 bouwlagen onder platte daken met een max. hoogte van 6,50m, aansluitend op het gabarit van de rechts aanpalende woning.
De woning wordt afgewerkt in een grijze gevelsteen met zwart aluminium schrijnwerk.
Achteraan rechts in de tuin wordt een vrijstaand bijgebouw ingeplant tegen de rechter en achterste perceelsgrens. Hiervoor werden de handtekeningen van de betrokken eigenaars gevoegd bij het dossier. Het bijgebouw, met een oppervlakte van 30m², bevat een tuinberging en een overdekt terras. Het sluit rechts aan op het bijgebouw op het rechts aanpalend perceel. Het wordt opgetrokken met een plat dak met een hoogte van 3,45m, en afgewerkt in hout.
In de voortuin wordt een inrit met een breedte van 3m aangelegd tot aan de inpandige garage, en een looppad naar de voordeur. Dit looppad wordt doorgetrokken langs de linker zijgevel, tot aan het terras achteraan de woning, dat aansluit aan de leefruimte.
De rest van het perceel wordt groen aangeplant.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door verkavelingsvergunning waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume.
Wat betreft de gemeenschappelijke delen werden de nodige afspraken gemaakt met de aanpalende eigenaars omtrent het materiaalgebruik.
Volgende bemerking wordt meegegeven: voor het vrijstaand bijgebouw wordt hout gekozen. Hout is niet altijd een duurzame keuze. Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), al dan niet thermisch behandeld. Een tropische houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Volgende bemerking wordt meegegeven: voor het vrijstaand bijgebouw wordt hout gekozen. Hout is niet altijd een duurzame keuze. Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), al dan niet thermisch behandeld. Een tropische houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning en het oprichten van een tuinberging met overdekt terras.
Volgende aandachtspunten worden meegegeven:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 05/08/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een halfopen eengezinswoning en het oprichten van een tuinberging met overdekt terras, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden.
Volgend aandachtspunt wordt meegegeven: voor het vrijstaand bijgebouw wordt hout gekozen. Hout is niet altijd een duurzame keuze. Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), al dan niet thermisch behandeld. Een tropische houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
Riolering:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, handels- en dienstenzaken, een politiecommissariaat en een polyvalente zaal, met omgevingsaanleg. De uitvoering zal gebeuren in 2 fases:
Fase 1: start na ontvangst van de omgevingsvergunning (en de bijhorende beroepstermijn): Oprichting gebouw A en B, de gemeenschappelijke ondergrondse parking en de tussenliggende omgevingsaanleg
Fase 2: start op woensdag 5 oktober 2022:
Oprichting gebouw C met haar ondergrondse parking en overige omgevingsaanleg.
Vervat in deze aanvraag zit de uitbating van de polyvalente zaal, met activiteiten die gebruik maken van elektronisch versterkte muziek, de verwarming van het gehele gebouw (polyvalente zaal, handelsruimtes, politiecommissariaat en appartementen) met warmtepompen en de bemaling voor de realisatie van de kelder/ondergrondse parkeergarage.
De aanvraag werd op 30/12/2020 ontvangen.
Op 27/01/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd, deze werd tijdig aangeleverd. Op 17/03/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27/03/2021 tot en met 25/04/2021, gesloten met 2 bezwaarschriften.
GEGEVENS VAN HET BEDRIJF
De activiteiten van het bedrijf zijn de volgende: het betreft een gebouwen complex met hierin vervat diverse functies o.a. politiecommissariaat en polyvalente zaal.
Huidige aanvraag behelst een nieuwe activiteit. De voormalige feestzaal de Kwint zal gesloopt worden. In de plaats komt het nieuwe project waarin eveneens een polyvalente zaal is.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Heuvenstraat 9
Heuvenstraat 5b
Heuvenstraat 5a
Heuvenstraat 7
Heuvenstraat zn
Heuvenstraat 11
Grote Eggestraat 2
Grote Eggestraat zn
De aanvraag werd meermaals in overleg gebracht met de gemeentelijke administraties. Het gaat om een PPS-project (publiek-private samenwerking).
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Alle bestaande gebouwen en constructies op de betreffende percelen worden gesloopt, ook eventuele niet-vergunde constructies en gebouwen.
Milieu
Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Milieuvergunning klasse 2, voor de exploitatie van een parochiezaal en het lozen van huishoudelijk afvalwater, voor Heuvenstraat 9, op naam van vzw Parochiale werken St; Quintinus.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27/03/2021 tot en met 25/04/2021.
Er werden 2 bezwaren ingediend.
Bezwaar 1:
“Betreft : bezwaarschrift tegen project De Kwint, Heuvenstraat te Zonhoven
1.
Het gebied waar gebouwd wordt, is begrensd door twee wegen, de Heuvenstraat en de Grote Eggestraat. In de Heuvenstraat en de Eggestraat zijn er voornamelijk gebouwen van 2 en 3 bouwlagen. Het lijkt mij logisch deze bebouwing verder door te trekken en zeker niet nog te verhogen naar VIJF bouwlagen ! België is het lelijkste land en jullie zijn goed op weg om van Zonhoven de lelijkste gemeente te maken.
2.
Het betreffend terrein behoort tot één van de natste gebieden van Zonhoven. In het verleden zijn er reeds meermaals problemen geweest ! Ik stel mij dan ook grote vragen bij het voorzien van ondergrondse garages en de impact op de grondwaterhuishouding en afwatering.
3.
De afgelopen jaren zijn er ontelbare wooneenheden gecreëerd in de buurt van de Eggestraat, Rosmolenweg, Gulden Boomkensweg, Batenstraat, … en dit is nog steeds in volle expansie. Bij hogervermeld project komt er nog maar eens een uitrit langs de Grote Eggestraat. Een uitrit voor een garage voor 78 wagens ! Binnenkort kunnen we met z’n allen in de wagen zitten om stapvoets te rijden …. Volgens mij is de verkeersveiligheid hierdoor een zeer groot probleem, écht onverantwoord. Ik zal me als fietsster dienen overeind te houden op ‘moordstrookjes’.
Vandaag ontwaken onze kinderen in een door projectontwikkelaars en betonboeren verminkt Zonhoven, door jullie goedgekeurd en zelfs aangemoedigd.
Ik lig daar van wakker maar jullie blijkbaar niet !”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:
Daarnaast voldoet de aanvraag aan de verordening hemelwater. Men zet in op opvang van hemelwater en hergebruik ervan. Ook worden er verschillende groendaken voorzien, die het hemelwater bufferen.
De gemeente Zonhoven bekijkt momenteel de mogelijkheden om de bestaande straten meer fietsveilig te maken. De verkeersveiligheid in het centrum van Zonhoven staat echter los van huidig project.
Het ingediende bezwaar is niet gegrond en wordt niet weerhouden.
Bezwaar 2:
“Bij deze enkele opmerkingen ivm deze bouwwerken :
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:
Wat de bemerking i.v.m. de inkijk betreft: gebouw C wordt aan de rechter zijde ingeplant op een afstand van 3m tot het aanpalende perceel. De gebouwen binnen het project worden in hoogte afgebouwd richting de omliggende percelen tot max. 3 bouwlagen. De aanvraag wordt getoetst aan de regelgeving omtrent lichten en zichten uit het Burgerlijk Wetboek.
Bij gebouw C worden geen gevelopeningen voorzien in de rechter zijgevel. De terrassen van de appartementen op de 1e en 2e verdiepingen zijn gelegen aan de voorzijde van het gebouw waardoor deze weinig impact hebben op vlak van privacyhinder.
Het dakterras op de derde verdieping wordt aangelegd tot tegen de rechter zijgevel van gebouw C, tot op een bouwdiepte van 9,37m vanaf de voorgevellijn. Gezien deze voorgevellijn ongeveer 5,5m dieper naar achter wordt ingeplant dan die van het rechts aanpalend gebouw kan dit terras privacyhinder veroorzaken. Om die reden wordt volgende vergunningsvoorwaarde opgelegd: het dakterras van appartement C3.1 mag een max. benutbare breedte hebben van 4,50m, gemeten vanaf de rechter zijgevel van dit appartement. De rest dient ontoegankelijk zijn (door plaatsing van balustrade, plaatsing van plantenbak,…).
Wat de overige bemerkingen betreft: Het gaat hierbij om een burgerlijke aangelegenheid. Hierover worden dan ook geen verdere uitspraken gedaan.
Het ingediende bezwaar is deels gegrond maar wordt niet weerhouden, er wordt nl. een bijkomende vergunningsvoorwaarde opgelegd om te voorkomen dat er privacyhinder ontstaat.
ADVIEZEN
Agentschap Wegen en Verkeer
Astrid Veiligheidscommissie
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Vlaamse MilieuMaatschappij
De Watergroep
Provinciale dienst Water & Domeinen
Inter
Fluvius
De Lijn
Dienst Patrimonium
Dienst Mobiliteit
Dienst Contractmanagement
Dienst Facilitair Management
Dienst Lokale Economie
Gemeenteraad
Proximus
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit (rubriek 10b_stadsontwikkelingsproject) wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen at het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd.
De mer-screeningsnota heeft volgende conclusie: geen aanzienlijke effecten.
Deze conclusie kan bijgetreden worden.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
“De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).”
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Het addendum hemelwater zoals ingegeven in het omgevingsloket komt niet meer overeen met het voorgestelde. Na overleg met o.a. de Provincie, dienst Water en Domeinen, naar aanleiding van hun ongunstig advies, werden nieuwe hemelwaterformulieren (en bijhorende plannen) aan de aanvraag toegevoegd:
Er wordt een grotere hemelwaterput voorzien dan vereist door de verordening, m.n. 20.000l in totaal. Dit is motiveerbaar door het voorziene groter hergebruik: voor de toiletten van de woningen en de polyvalente zaal/horeca, de (buiten-)kranen van de gemeenschappelijke gedeelten. Dit hergebruik zorgt voor meer duurzaamheid. Door een aparte recuperatietank te voorzien van 5.000l voor de polyvalente zaal/horeca kan hergebruik voor private en publieke delen gescheiden blijven. De overloop van de hemelwaterputten wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
Er wordt een grotere hemelwaterput voorzien dan vereist door de verordening, m.n. 20.000l. Dit is motiveerbaar door het voorziene groter hergebruik: voor de toiletten van de woningen en de (buiten-)kranen van de gemeenschappelijke gedeelten. Dit hergebruik zorgt voor meer duurzaamheid. De overloop van de hemelwaterputten wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.
De verhardingsinfrastructuur wordt in het betreffende hemelwaterformulier opgesplitst in volgende deelzones: het binnenplein tussen blok A en B, het plein tussen blok A/B en de Heuvenstraat, de voorzijde van blok C. De totale oppervlakte van deze deelzones bedraagt 736m².
Het grondwaterpeil zit op de locatie van het project zodanig hoog dat het niet mogelijk is, voor het gedeelte infrastructuur, een infiltratiesysteem met voldoende dekking te plaatsen. Ter vervanging werd gekozen voor een buffersysteem van rioleringsbuizen met voldoende buffercapaciteit en een vertraagde afvoer naar het gemengd stelsel d.m.v. knijpleidingen en overstortmuren. Hiervoor wordt een afwijking gevraagd op de verordening.
Er werd daarnaast naar gestreefd zoveel mogelijk gebruik te maken van waterpasserende verharding en groenvakken zodoende rechtstreeks in de ondergrond te infiltreren.
Er werd een nota toegevoegd ter motivatie.
Hierin staat o.a. te lezen dat enkel de dakoppervlakken met gewone dakbedekking worden afgevoerd naar een hemelwater recuperatietank. Hemelwater van terrassen, de groendaken en private verhardingen worden rechtstreeks afgevoerd naar de infiltratie-eenheid.
Gelet op de voorziene fasering van de uitvoering worden blokken A en B enerzijds en blok C anderzijds van mekaar gescheiden.
Voor het overige werden de verschillende berekeningswijzen opgenomen in deze nota.
Er kan akkoord worden gegaan met de gevraagde afwijkingen.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.
Er werd geen advies geformuleerd door Fluvius binnen de gestelde adviestermijn. Er kan bijgevolg van uitgegaan worden dat aan het advies voorbijgegaan kan worden.
Na onderzoek kunnen evenwel volgende opmerkingen en voorwaarden geformuleerd worden:
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter per vierkante meter referentieoppervlakte te bedragen. De grondwaterstand dient nagegaan te worden. Het buffervolume dient zich volledig tussen de gemiddelde grondwaterstand en het peil van de noodoverlaat te bevinden. De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimaal 4 vierkante meter per begonnen 100 vierkante meter referentieoppervlakte te bedragen.
De eventuele noodoverloop dient voldoende hoog voorzien te worden, en niet dieper dan 30 cm onder het laagste deksel of aangesloten kolk, zodat de noodoverlaat zich boven de hoogste grondwaterstand bevindt. Deze noodoverlaat dient te allen tijde inspecteerbaar en bereikbaar te zijn (bv. onder een deksel). Er wordt enkel een aansluiting met max. diam. 160 mm als overloop van de infiltratievoorziening toegestaan. We raden tevens aan om op de overloop van de infiltratievoorziening een terugslagklep te plaatsen.
Indien een hemelwaterput gebouwd wordt dient de overloop van de hemelwaterput aangesloten te worden op de toevoer naar de infiltratievoorziening.
Toegankelijkheid
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.
Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 07/05/2021 voldoet de aanvraag aan deze stedenbouwkundige verordening mits voldaan wordt aan de opgelegde voorwaarden en opmerkingen.
Voetgangersverkeer
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende project grenst aan een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is tot de veiligheid van het vergunde project zelf. De aanvraag werd voorgelegd aan de Provincie, dienst Water en Domeinen. Het advies van de Provincie, dienst Water en domeinen, d.d. 15/04/2021, is ongunstig.
Naar aanleiding van dit advies werden diverse besprekingen gehouden tussen de Provincie, de aanvrager en de gemeente en werden de plannen en bijhorende documenten hemelwaterverordening aangepast. De laatst ingediende plannen en documenten hemelwaterverordening dienen te worden gevolgd.
Onder deze voorwaarden is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
De aanvraag situeert zich langs de Heuvenstraat en de Grote Eggestraat, beide voldoende uitgeruste wegen.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Beslissing gemeenteraad inzake gemeentewegen
Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De gemeenteraad heeft in zitting van 28/06/2021 het volgende beslist:
“De gemeenteraad keurt de nieuwe rooilijn van de fiets- en voetgangersverbinding/pleintje tussen Heuvenstraat en Grote Eggestraat, zoals weergegeven op het ingediende plan van Landmeter-expert Johan Paquay van 11 maart 2020 goed. De rooilijn wordt gedefinieerd met de knikpunten 1 – 37 volgens de coördinatenlijst voorzien op het rooilijnplan d.d. 11/03/2020.
De gemeenteweg blijft in private eigendom met een openbaar karakter.”
Zie hiervoor ook ‘Rooilijnenplan De Kwint 11032021_definitief’.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is een bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte groter is dan 3 000m².
Er werd een archeologienota gevoegd bij de aanvraag, nl. ID17383 (https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/17383).
Er werd d.d. 06/02/2021 akte genomen van deze archeologienota door het Agentschap Onroerend Erfgoed.
De maatregelen in de archeologienota met referentienummer ID17383 (https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/17383) moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in die archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. Dit wordt opgenomen als vergunningsvoorwaarde.
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet niet hieraan: er worden op de plannen niet in elke wooneenheid rookmelders ingetekend. Ook op het kelderplan staan geen rookmelders ingetekend.
Er wordt als vergunningsvoorwaarde opgelegd dat er voldaan dient te worden aan het decreet rookmelders.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Een sloopopvolgingsplan is verplicht bij de sloop of ontmanteling van gebouwen of infrastructuurwerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, vanaf een bepaalde omvang van het betrokken volume. Er werd een sloopopvolgingsplan gevoegd bij de omgevingsaanvraag.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek:
Voor wat betreft het rechtstreeks zicht vanuit dit raam dient er (gemeten loodrecht op de gevelopening) een afstand bewaard te blijven van minstens 1,90m tot de perceelsgrens.
Voor wat betreft het schuine zicht dient de gevelopening zich minstens op 0,60m van de perceelsgrens te bevinden.
Dit heeft waarschijnlijk tot gevolg dat slechts ongeveer de helft van de gevelopening kan worden uitgevoerd.
Deze voorwaarden worden opgenomen in de vergunningsvoorwaarden.
Decreet grond- en pandenbeleid
Aan de afgifte van de vergunning is van rechtswege een last inzake bescheiden woonaanbod verbonden: de verwezenlijking van een bescheiden woonaanbod dat in lijn is met het op het project toepasselijke percentage. Dit percentage bedraagt voor voorliggende aanvraag 20%, of een aantal van 13,6 wooneenheden (van de 68 in totaal). Men geeft aan deze last uit te voeren in natura, er werd een oppervlaktetabel gevoegd bij de aanvraag die aantoont dat hieraan wordt voldaan.
Een woning is bescheiden als ze aan volgende voorwaarden voldoet:
Min. 20% van de wooneenheden dient een bouwvolume te hebben van ten hoogste 240m³, of 290m³ in geval van 3-slaapkamerappartementen.
Uit de oppervlaktetabel blijkt dat 14 wooneenheden hieraan voldoen.
KLEINHANDELSACTIVITEIT
De voorziene handelsruimten hebben een netto verkoopoppervlakte kleiner dan 400m². Er dient geen omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten te worden aangevraagd.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving onder volgende voorwaarden:
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, handels- en dienstenzaken, een politiecommissariaat en een polyvalente zaal, met omgevingsaanleg.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
De percelen van de aanvraag situeren zich tussen de Heuvenstraat, een gewestweg, en de Grote Eggestraat, een gemeenteweg, midden in de kern van het centrum van Zonhoven. Aan de overzijde van de Heuvenstraat is het kerkplein gelegen.
De bebouwing in de nabije omgeving bestaat voornamelijk uit een gesloten bebouwing met 2 bouwlagen onder een hellend dak, hoofdzakelijk afgewerkt in baksteen in diverse tinten en texturen. De gelijkvloerse functies bestaan uit een variëteit van handels-, diensten- en horecafuncties, veelal met bovenliggend wonen.
Langs de Grote Eggestraat bevinden zich nog enkele vrijstaande eengezinswoningen. Aan de overzijde van deze weg werd recent het woonproject ‘het Koolhof’ opgericht, met verschillende meergezinswoningen in een parkomgeving, onder een plat dak tot 4 bouwlagen hoog.
De percelen van de aanvraag langs de Heuvenstraat staan bekend als ‘de Kwint’, een complex met polyvalente zalen en een horecagelegenheid. Deze gebouwen bevatten ook enkele andere functies, zoals een CM-kantoor en ruimte voor de plaatselijke chiro. Rechts ervan bevinden zich de ‘kapelanijen’, 2 woningen in een halfopen bebouwing in eigendom van de Kerkfabriek. Links van de gebouwen van de Kwint staat een kantoorgebouw in een halfopen bebouwing ingeplant.
Langs de Grote Eggestraat bevindt zich een vrijstaande eengezinswoning.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag voorziet alle gebouwen en constructies gelegen op de percelen van de aanvraag af te breken en te verwijderen.
In de plaats hiervan wordt een grootschalig project opgericht. Dit project bestaat uit de gebouwen A, B en C, zo genoemd binnen de aanvraag en op de bijgevoegde plannen. De drie gebouwen worden op verschillende posities ingeplant op het terrein en worden verbonden door buitenruimten met een publiek, privaat of semi-publiek karakter.
Gebouw A wordt opgetrokken tegen de linker perceelsgrens (bekeken vanuit de Heuvenstraat) en zal aansluiten tegen de bestaande aanpalende bebouwing Heuvenstraat nr. 5.
Vooraan in dit gebouw zal ter hoogte van de gelijkvloerse plint een horecazaak voorzien worden met daarachter een polyvalente zaal. Op de bovenliggende verdiepingen worden 24 wooneenheden ingericht. Zowel de toegang naar de horeca, naar de zaal als naar de appartementen, wordt ter hoogte van de voorgevel voorzien.
Tegen de bestaande bebouwing wordt op dezelfde lijn aangesloten, ter hoogte van de rooilijn, over een breedte van ongeveer 16m. Daarna wordt de voorgevel schuin t.o.v. de rooilijn geplaatst, over een breedte van ongeveer 25m.
De bebouwing wordt ingeplant tegen de volledige linker perceelsgrens, van Heuvenstraat tot Grote Eggestraat, met een bouwdiepte ter hoogte van de linker perceelsgrens van 57,68m. De voorgevel ter hoogte van de Grote Eggestraat heeft een breedte van 13,34m. In deze gevel wordt een toegang voorzien voor leveranciers (i.f.v. de polyvalente zaal).
Gebouw A telt langs de Heuvenstraat max. 5 bouwlagen onder een plat dak, met een max. hoogte van 17,45m boven de gelijkvloerse vloerpas. Richting de links aanpalende bebouwing wordt afgebouwd tot 3 bouwlagen. Na een bouwdiepte van 17,60m (gemeten ter hoogte van de hoek van rechter zijgevel en voorgevel) telt gebouw A (ter hoogte van de polyvalente zaal) 1 bouwlaag met een maximum hoogte van 6,38m boven het aanliggend maaiveld. Deze hoogte wordt deels terugliggend voorzien (het dak van de polyvalente zaal is nl. hoger dan de gang langs deze zaal). Dit volume wordt afgewerkt in een bronskleurige aluminium gevelbekleding. Langs de Grote Eggestraat wordt de hoogte opnieuw opgetrokken naar 3 bouwlagen (11,24m) zodat ook langs de Grote Eggestraat een voorgevel wordt gecreëerd.
Gebouw A wordt hoofdzakelijk afgewerkt in rood/geel genuanceerde gevelsteen in verticaal of halfsteens verband. Het buitenschrijnwerk wordt voorzien in bronskleurig aluminium. De gelijkvloerse plint langs de Heuvenstraat wordt geaccentueerd door het gebruik van glas en geprefabriceerde beton. Ter hoogte van de voorgevel en vooraan de rechter zijgevel springt de voorgevel op gelijkvloers niveau naar achteren zodat er een overdekte gaanderij ontstaat. Hieronder bevindt zich, langs de rechter zijgevel, een publieke fietsenstalling.
Ter hoogte van de voorgevel worden tredes ingewerkt in de buitenaanleg om het reliëfverschil op te vangen dat ontstaat binnen dit project door het verschil in niveau van de wegen waartussen het project wordt ingeplant. De as van de Grote Eggestraat bevindt zich nl. ongeveer 60cm boven deze van de Heuvenstraat. Deze tredes lopen door in de omgevingsaanleg en worden deels uitgevoerd als zitelement.
De blinde muur langs Heuvenstraat nr. 5 wordt eveneens afgewerkt in rood/geel genuanceerde gevelsteen. Een deel hiervan (boven een hoogte van 4,42m) wordt afgewerkt in bronskleurig aluminium gevelbekleding (het dakvolume van de polyvalente zaal).
Aan de rechterzijde van het perceel (bekeken vanaf de Heuvenstraat) wordt gebouw C ingeplant op min. 3,02m van de rechter perceelsgrens. De voorgevel springt t.o.v. de rechts aanpalende bestaande bebouwing 5,51m naar achteren. Gebouw C situeert zich langs de Heuvenstraat en krijgt een L-vorm. De voorgevel heeft een totale breedte van 61,41m, de bouwdiepte bedraagt ter hoogte van de rechter zijgevel 15,10m. Ter hoogte van de linker zijgevel snijdt het gebouw het perceel dieper aan, met een bouwdiepte van 29,94m. De achtergevel komt zo op een afstand van min. 3,57m van de achteraan grenzende percelen (woningen Grote Eggestraat 4 en 6) te liggen. Zo wordt er tussen de aangrenzende percelen en het L-vormig gebouw C een groen binnengebied gecreëerd.
Gebouw C telt 3 bouwlagen met op 3 locaties een 4e bouwlaag in de vorm van een setback. Ter hoogte van de linkerzijde van het gebouw telt de setback 2 bouwlagen als hoekaccent. De maximum hoogte van gebouw C telt bijgevolg maximum 5 bouwlagen met een max. hoogte van 16,80m t.o.v. de gelijkvloerse vloerpas.
De afwerking van het gebouw gebeurt in beige genuanceerde gevelsteen met lichtgroen aluminium schrijnwerk en accenten in beton.
Op het gelijkvloers wordt in het rechts gedeelte van gebouw C het politiecommissariaat ingericht. De publieke ingang bevindt zich aan de voorzijde van het gebouw, aan de achterzijde wordt een tweede ingang voorzien. In de rechter bouwvrije strook wordt de inrit (in uitgewassen beton) aangelegd. Ter hoogte van de voorgevel wordt deze afgesloten d.m.v. een poort.
De resterende gelijkvloerse plint van gebouw C wordt ingericht als handelsruimte. Bovenliggend worden 28 woonentiteiten voorzien. Deze zijn bereikbaar via toegangsdeuren in de achtergevels, grenzend aan het binnengebied. Tussen de 2 delen van de ‘L’ waaruit het gebouw is opgebouwd wordt een overdekt pad aangelegd richting dit binnengebied.
In het binnengebied wordt, op min. 7,32m van de achtergevel van gebouw C en op min. 1m van de perceelsgrens aan de achtertuinen van de bestaande woningen Grote Eggestraat 4 en 6 een vrijstaand bijgebouw ingeplant. Het bijgebouw van 13,40m op 11,50m, heeft een hoogte van 3m t.o.v. het aanliggend maaiveld. Het bijgebouw wordt afgewerkt in beige genuanceerde gevelsteen met hekwerk in lichtgroen gemoffeld staal en een lichtgroene dakrand.
De functie is tweeledig. Aan de ene zijde wordt de inrit van het commissariaat doorgetrokken tot aan dit bijgebouw zodat er 3 wagens overdekt gestald kunnen worden. Rechts hiervan wordt een berging ingericht in dit bijgebouw voor het commissariaat. Aan de andere zijde is het bijgebouw toegankelijk voor de bewoners van de appartementen en wordt het ingericht als fietsenstalling.
Tussen gebouw A en gebouw C bevindt zich gebouw B, dat dieper op de site wordt ingeplant (bekeken t.o.v. de Heuvenstraat), gelijk met de achtergevel van gebouw C en in lijn met de voorgevel van gebouw A. Gebouw B loopt door tot aan de Grote Eggestraat. De totale bouwdiepte van gebouw B bedraagt 54,59m. De voorgevel aan de zijde van de Heuvenstraat heeft een totale breedte van 20,52m, de voorgevel aan de zijde van de Grote Eggestraat een breedte van 19,53m. Door een verspringing in de breedte bedraagt de totale max. breedte van dit gebouw 25,32m.
Aan de zijde van de Grote Eggestraat telt gebouw B 3 bouwlagen, met langs het nieuwe binnenplein een afbouw naar 2 bouwlagen en een accent op de kop aan de zijde van de Heuvenstraat met 5 bouwlagen, met een max. hoogte van 16,80m.
Gebouw B wordt afgewerkt met een parement in lichtgrijze geprefabriceerde beton/baksteen en bronskleurig schrijnwerk. Als accent wordt er tegen de voorgevel een gevelklok geplaatst.
Ter hoogte van het gelijkvloers wordt vooraan aan de zijde van de Heuvenstraat een handelsruimte voorzien. De overige ruimtes die op het gelijkvloers, dieper op het perceel en langs de Grote Eggestraat, worden ingeplant krijgen een dienstenfunctie. Bovenliggend worden 16 wooneenheden voorzien, toegankelijk via het nieuwe plein dat gecreëerd wordt door de afstand tussen gebouw A en gebouw B.
Onder de gebouwen wordt een gemeenschappelijke parkeerkelder voorzien. De inrit hiervan situeert zich in gebouw B, in de voorgevel aan de zijde van de Grote Eggestraat.
Aansluitend op de voorgevel langs de Grote Eggestraat wordt in de rechter zijgevel (bekeken vanaf de Grote Eggestraat) een overdekte fietsenstalling geïntegreerd binnen het volume van gebouw B.
De vloerpas bevindt zich op 50cm boven de as van de Heuvenstraat en 11cm onder de as van de Grote Eggestraat (gemeten ter hoogte van blok C).
Behoudens de nieuwe gebouwen worden de percelen volledig heraangelegd. Er dienen hiervoor enkele bomen te worden gekapt.
Vooraan gebouw A wordt een terraszone ingericht in uitgewassen beton, i.f.v. de nieuwe horecafunctie.
Tussen de gebouwen A en B wordt, van Heuvenstraat tot Grote Eggestraat, een trage verbinding voor voetgangers en fietsers aangelegd. Ook deze wordt voorzien in uitgewassen beton. Betonnen grastegels met lijnmotief zorgen voor de meanderende aflijning van deze verbinding.
Centraal tussen de gebouwen verbreedt de verbinding tot een binnenpleintje met groen en zitgelegenheid.
Ter hoogte van de Heuvenstraat, vooraan gebouw B en links van gebouw C wordt verharding in uitgewassen beton aangelegd. In het geval de handelsfunctie hieraan grenzend in de toekomst zou wijzigen naar een horecafunctie kan deze verharding functioneren als terraszone. Deze verharding sluit (via een poortje) aan op het binnengebied achter gebouw C en op de bouwvrije strook tussen gebouw B en het aanpalend perceel Grote Eggestraat 4.
Het binnengebied achter gebouw C functioneert deels als inrit/autostaanplaats voor het politiecommissariaat. Aan deze zijde wordt er grotendeels een verharding in uitgewassen beton aangelegd. Buiten deze verharding en het vrijstaand bijgebouw wordt het binnengebied grotendeels groen aangeplant met beplanting, gazon en bomen. De perceelsafsluitingen t.o.v. de aangrenzende percelen bestaan uit hagen. Links van het bijgebouw worden bijkomend bomen in leivorm voorzien om zo privacyhinder t.o.v. Grote Eggestraat 4 en 6 te voorkomen. Tenslotte worden er paden aangelegd in een halfverharding in honingraatstructuur om zo de toegangen naar de appartementen en naar de fietsenstalling bereikbaar te maken.
De bouwvrije strook tussen gebouw B en aanpalend perceel Grote Eggestraat 4 heeft een min. breedte van 6,10m en wordt nagenoeg volledig (op een terraszone langs de handelsruimte na) aangeplant met groen. Als perceelsafsluiting worden een haag en bomen in leivorm aangeplant. In de bouwvrije strook worden enkele bijkomende bomen voorzien.
Langs de Grote Eggestraat, links van de inrit naar de ondergrondse parkeergarage, wordt een verzonken containersysteem ingeplant voor restafval en PMD.
Men wenst de vergunning uit te voeren in twee fasen:
In Fase 1 worden Gebouw A en B, de gemeenschappelijke ondergrondse parking en de tussenliggende omgevingsaanleg opgericht. Fase 1 gaat van start zodra dit wettelijk toegelaten is na ontvangst van de omgevingsvergunning.
In Fase 2 wordt Gebouw C met haar ondergrondse parking en de overige omgevingswerken voltooid. De opdrachtgever wenst de uitvoering van de bouwwerken voor Fase 2 te starten op woensdag 5 oktober 2022.
De nieuwe polyvalente zaal wordt gebouwd ter vervanging van de huidige feestzaal ‘De Kwint’. De bestaande horeca ‘De Quint’ bij de huidige feestzaal zal eveneens een nieuwe plek krijgen bij de nieuwe polyvalente zaal.
Een gefaseerde afbraak is bijgevolg noodzakelijk, rekening houdende met de vereiste continuïteit van de polyvalente zaal en horeca ‘De Quint’ op de site.
De volledige gefaseerde planning werd toegevoegd aan de aanvraag.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De voorziene functies, wonen in de vorm van meergezinswoningen, handel, horeca en diensten, passen functioneel in binnen het woongebied en zijn op deze locatie, gezien de ligging binnen de kern van de gemeente, op hun plaats.
Mobiliteitsimpact
In het project wordt een ondergrondse parkeergarage voorzien die de verschillende bouwblokken verbindt, toegankelijk via de Grote Eggestraat.
In de kelder worden 78 parkeerplaatsen ingericht voor 68 appartementen, alsook diverse, al dan niet afgesloten, locaties voor het stallen van fietsen.
Er worden twee deelwagens voorzien voor de bewoners van de appartementen, hiervoor worden 2 parkeerplaatsen gereserveerd.
Bovengronds worden diverse fietsenstalplaatsen ingericht, zowel voor bewoners als voor bezoekers.
Door de dienst Mobiliteit werd d.d. 24/03/2021 volgend advies verleend:
“Situatie
Het dossier omvat de aanvraag tot het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, meerdere handelszaken, een politiecommissariaat en een polyvalente zaal.
Het dossier omvat eveneens het realiseren van een rooilijn voor de aanleg van een nieuwe gemeenteweg.
Bespreking:
Locatie:
Parkeren:
Andere:
Advies dienst:
Vanuit de dienst mobiliteit vinden we het een gemiste kans om te voorzien in een aanbod voor bezoekersparkeren. Nu wordt het bezoekersparkeren volledig afgewend naar het openbaar domein waardoor de parkeerdruk langs de Genkerbaan, de Grote Eggestraat en op het plein aan de kiosk zal toenemen.
Zelfs de parkeerbehoefte van de eigenaars van de handelszaken wordt afgewend naar het openbaar domein terwijl er ondergronds een aantal parkeerplaatsen extra voorhanden zijn.
De inplanting van de halte dient best op een andere locatie gelegd. Beter in het zicht en aangepast als toegankelijke halte. Dit in samenspraak met De Lijn.”
Naar aanleiding van dit advies werd een motivatienota gevoegd bij het dossier omtrent de mobiliteit. De verluchtingsroosters werden verplaatst naar minder hinderlijke locaties, die wel nog steeds haalbaar zijn en aanvaardbaar voor de brandweer.
De nota geeft aan dat men zich heeft gebaseerd op het mobiliteitsplan van Zonhoven van 2011. Er wordt gewerkt via het STOP-principe, zodat duurzame mobiliteitsbewegingen worden gestimuleerd. Daarnaast wordt verwezen naar de onmiddellijke nabijheid van openbaar vervoer.
Wat de inplanting van de bushalte betreft, deze zal men in samenspraak met De Lijn bepalen.
Het mobiliteitsplan geeft aan dat het verkeersvrij maken van het kerkplein een actie is die pas op zeer lange termijn zal gebeuren, bij de realisatie van een alternatieve randparking.
Het is niet wenselijk bezoekers toegang te verlenen tot een privatieve ondergrondse parking. Het bovengronds voorzien van bezoekersparkeren op eigen terrein zou zorgen voor een onnuttig ruimtegebruik en overbodige verharding en is, gezien de omgeving, niet noodzakelijk voor dit specifiek project.
Er worden 78 parkeerplaatsen voorzien, waarvan 2 gereserveerd voor deelwagens. Men kan dus stellen dat er 76 parkeerplaatsen worden ingericht voor 68 wooneenheden. Gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorbehouden worden per wooneenheid (wat op deze locatie, met de nabijheid van het openbaar vervoer, de twee voorziene deelwagens en de ruime fietsvoorzieningen voldoende is) zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden gereserveerd voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
Het project voorziet ruime mogelijkheden tot het stallen van fietsen, zowel onder- als bovengronds, zowel afgesloten als vrij toegankelijk, zowel voor standaard als voor buitenmaatse fietsen. Hierdoor biedt het project voldoende mogelijkheden tot het stallen van fietsen, voor zowel bewoners als bezoekers.
Wat de bemerking van de dienst Mobiliteit omtrent de oversteekplaatsen betreft, deze is niet relevant binnen deze aanvraag gezien dit niet de projectzone betreft.
De voorwaarden in het advies zijn bijgevolg opgelost/aangepast en dienen niet herhaald te worden in de vergunningsvoorwaarden.
Volgende suggestie kan wel worden meegegeven: gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorzien worden per wooneenheid zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden voorbehouden voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
De schaal van de voorgenomen werken
De percelen zijn gelegen binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied en midden in het hart van de gemeente Zonhoven, tegenover het kerkplein.
Het voorliggend project is het resultaat van een wedstrijdprocedure waarna een PPS-project werd opgestart.
Het project voldoet aan de gunningscriteria uit de gunningsleidraad van het PPS-project, waaronder de vloer-terreinindex, de bebouwingsindex,…
Ook aan de ruimtelijke randvoorwaarden uit de gunningsleidraad werd voldaan, zoals gemotiveerd in de bijgevoegde nota.
De gebouwen vinden ruimtelijk aansluiting op de omringende gebouwen, met een kops accent tot 5 bouwlagen. Aansluitend op de bestaande gebouwen worden hoogte en schaal afgebouwd voor een kwalitatieve overgang.
Heuvenstraat nr. 5 heeft een zeer grote (vergunde) bouwdiepte waardoor de inbreiding tegen deze perceelgrens, om zo een voorgevel te creëren langs het nieuw gevormde binnenplein, geen schaalbreuk betreft. Door de bomen die nu aanwezig zijn op het terrein zal het verschil qua lichtinval in de nieuwe situatie, t.o.v. perceel Heuvenstraat nr. 5, eerder beperkt zijn, desondanks de oriëntatie.
Gebouw C wordt op de gebruikelijke afstand ingeplant tot het rechts aanpalend perceel, en heeft aan deze zijde een gangbare bouwdiepte.
Door de inplanting van de gebouwen ontstaat een kwalitatieve trage verbinding met aantrekkelijk binnenplein, beide een meerwaarde op deze locatie.
Ook aan de zijde van de Heuvenstraat ontstaan nieuwe interessante pleinen, bruikbaar voor horeca-terrassen of andere doeleinden.
De gebouwen vormen een nieuwe aantrekkelijke pleinwand ter hoogte van de Heuvenstraat, die de verouderde en gedateerde bestaande situatie vervangt.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
Het oprichten van meergezinswoningen in deze omgeving kan aanvaard worden gelet op het huidig stedenbouwkundig beleid waar gestreefd wordt naar verdichting van de bebouwing in dorps- en stadskernen, voor zover de schaal, inplanting en uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de omgeving en de goede plaatselijke ordening niet schaden.
Het project is gelegen te midden van het dorpscentrum. Het oprichten van meergezinswoningen kan hier, gelet op de bestaande omgeving, aanvaard worden.
Hierbij is het echter belangrijk dat bij het inrichten van de ruimte voor woningbouw de draagkracht van het gebied niet overschreden wordt. De draagkracht van de ruimte wordt omschreven als de mogelijkheid om nu en in de toekomst menselijke activiteiten op te nemen zonder dat dit tot conflicten leidt. Zo mag de te realiseren bestemming de aanwezige en de te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen. Meer bepaald kan onbestaanbaarheid met de al dan niet voorziene verweving van functies worden veroorzaakt door het al dan niet storend karakter van hetgeen gepland wordt.
In eerste instantie moet op perceelsniveau gezocht worden naar een ruimtelijk evenwicht. Er kan hieromtrent gesteld worden dat geenszins de bedoeling is om de beoogde verdichting op één perceel te realiseren. Waar mogelijk dient gestreefd te worden naar een evenwicht tussen de open ruimte en bebouwing zonder hierbij de bestemming van het perceel, zijnde woningbouw, uit het oog te verliezen.
Het perceel is voldoende groot gelet op de voorgestelde bebouwbare oppervlakte; er resteert voldoende open ruimte die wordt ingericht als tuinzone, plein, trage verbinding,...
Hoewel de bebouwings- en verhardingsgraad op het terrein vrij hoog ligt, wordt dit zoveel als mogelijk gecompenseerd door groene aanplantingen te voorzien zodat de site toch enigszins een groen karakter krijgt.
De woondichtheid bedraagt bij benadering 100 woningen/hectare. Deze dichtheid is aanvaardbaar gezien de locatie, gezien de specifieke aard van het project en gezien de kwaliteit die wordt geboden in het project op vlak van woonkwaliteit, omgevingsaanleg,…
Visueel-vormelijke elementen
Door een mix van diverse woontypologieën gecombineerd met een variatie aan in- en uitpandige terrassen, open en gesloten gevelvlakken, diverse raamtypes en een speelse maar uitgekiende toepassing van verscheidene metselwerkverbanden ontstaat als vanzelf een erg levendig gevelbeeld dat dynamiek teweegbrengt aan het openbaar domein.
Het overkoepelende idee is dat gebouw A, B en C elk hun eigen identiteit weerspiegelen, met hun eigen materialisatie, kleurenpalet en detaillering, maar tegelijkertijd tot een onderlinge symbiose komen als ware ze familie van elkaar.
Een inspiratiebron voor wat betreft het kleurenpalet van de verschillende gebouwen is de naastgelegen Sint-Quintinuskerk, de oude toren en het oud-gemeentehuis. De dominante kleuren van deze drie-eenheid zijn zacht rood, zandkleurig geel en grijs.
De gebouwen/de nieuwe site zal zich goed integreren binnen het straatbeeld en zorgen voor een opwaardering ervan.
De nieuwe omgevingsaanleg creëert een aantrekkelijke aankleding van de gebouwen, ook de voorziene groene aanplantingen leveren hiervoor een belangrijke bijdrage.
Het college van burgemeester en schepenen besliste op 5 maart 2019 om akkoord te gaan met het voorstel van de administratie om voor een bouw- of verbouwproject gelegen langs de Dorpsstraat, Heuvenstraat, Genkerbaan en Rode Kruisweg 3 volwaardige bouwlagen mét zadeldak toe te laten.
Huidig project wordt niet afgetoetst aan deze visie, gezien het om een PPS-project gaat met een lang voortraject, dat op een andere manier, als een inbreidingsproject, werd benaderd.
Op het gevelplan van gebouw C staat de poort rechts van het gebouw niet ingetekend, op het inplantingsplan staat het materiaal hiervan niet vermeld. Het is belangrijk dat ook deze poort in dezelfde materialen, kleuren en vormgeving als de rest van gebouw C wordt uitgevoerd. Dit wordt opgenomen als vergunningsvoorwaarde.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Het bestaande reliëf wordt gewijzigd i.f.v. het hoogteverschil tussen Grote Eggestraat en Heuvenstraat. Gezien de parkeerkelder de 3 gebouwen verbindt, heeft dit invloed op de hoogte. Langs de Heuvenstraat worden om die reden tredes en hellingen ingewerkt in de omgevingsaanleg.
De terreinhoogtes van de aanpalende percelen worden niet weergegeven in de aanvraag. Het is onduidelijk hoe de overgang gebeurt richting deze percelen. Daarom zal volgende vergunningsvoorwaarde worden opgelegd: een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt deels natuurinclusief gebouwd. Er worden nl. nestkastjes geïntegreerd voor gierzwaluwen.
De mogelijke privacyhinder werd reeds aangehaald in het kader van de bezwaarbespreking en de wetgeving rond lichten en zichten. Hiervoor zullen vergunningsvoorwaarden worden opgelegd.
De wooneenheden beschikken allen over voldoende woonkwaliteit. Er is bergruimte in elke wooneenheid alsook in de parkeergarage. Elke woning beschikt over een ruime buitenruimte aansluitend aan de leefruimte. De woningen zullen voldoende gebruiksgenot opleveren. Waar bewoners uitkijken op platte daken worden de daken uitgevoerd als groendak wat een aangenaam uitzicht oplevert, naast het duurzaamheidsaspect.
De mogelijke hinderaspecten van de polyvalente zaal worden bekeken onder het milieutechnisch luik. De overige aanwezige activiteiten, zoals horeca, zijn functies die reeds aanwezig zijn op deze locatie en die typerend zijn voor een dorpscentrum.
Er werd in de architectuur rekening gehouden met het zicht vanop de inrit van de parkeergarage op het voorliggend openbaar domein zodat de veiligheid van andere weggebruikers niet in het gedrang komt bij het verlaten van het perceel.
Voor de fietsers die de parkeergarage wensen te betreden/te verlaten werd een aparte strook voorzien op de inrit.
In de vergunningsvoorwaarden zal opgenomen worden dat de groenelementen aangeplant dienen te worden op de wettelijk bepaalde afstanden.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:
Volgende suggestie wordt meegegeven: gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorzien worden per wooneenheid zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden voorbehouden voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
BESPREKING ADVIEZEN
“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN
1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N7150001 van 1.6 +95 tot 1.8 +41):
Publiciteit:
2. Constructie voor rooilijn
3.Constructie in zone van achteruitbouw
4. Constructie op of over openbaar domein
Voor elke inname van het openbaar domein zie punt 10 van de algemene voorwaarden.
Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein.
5. Toegang
6. Mobiliteitsimpact
7. Publiciteit
Zie punt 17 van de algemene voorwaarden.
BESLUIT
Er wordt een GUNSTIG advies verleend indien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.
AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG
In bijlage.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Motivatie beslissing/advies Veiligheidscommissie ASTRID in bijlage.
Het Project betreft het slopen van de bestaande bebouwing en omgevingsaanleg en het ontwerp en de bouw "de Kwint” van: het Publieke projectgedeelte dat bestaat uit de ontwikkeling van:
• een polyvalente zaal (gelegen in Gebouw A): zaal, berging, keuken, sanitair, inkomhal, vestiaire; ter vervanging van de huidige Polyvalente zaal 'De Kwint'. Deze zal vanaf de oplevering volledig eigendom worden van de gemeente.
• een handelsruimte en een appartement (gelegen in Gebouw B) die eigendom zullen worden van de kerkfabriek.
• omgevingsaanleg het Private projectgedeelte dat bestaat uit de ontwikkeling van:
• Gebouw A: bestaat uit een horecaruimte op het gelijkvloers ter vervanging van de huidige horecaruimte 'De Quint'. Deze heeft een link met de nieuwe polyvalente zaal. Op de hoger gelegen verdiepingen bestaat de ontwikkeling uit 24 appartementen.
• Gebouw B: bestaat op het gelijkvloers uit 4 ruimtes voor handel/diensten/horeca. Op de hoger gelegen verdiepingen bestaat de ontwikkeling uit 16 appartementen (waarvan 1 voor de kerkfabriek) ruimtes (waarvan 1 voor de kerkfabriek).
• Gebouw C: bestaat op het gelijkvloers uit 2 ruimtes voor handel/diensten/horeca, een wijkkantoor van de politie en een gemeenschappelijke doorgang naar het binnengebied. Op de hoger gelegen verdiepingen bestaat de ontwikkeling uit 28 appartementen.
• Bijgebouw achter Gebouw C: een overdekte, afsluitbare collectieve fietsenstalling voor 50 fietsen; tevens een carport voor dienstwagens van de politie en geïntegreerde berging.
• een gemeenschappelijke ondergrondse parking: bestaat uit 78 autostaanplaatsen en 68 bergingen
Beslissing ASTRID-veiligheidscommissie
Noodzaak van een ASTRID-indoorradiodekking : JA.
De beslissing is: VOORWAARDELIJK GUNSTIG
Motivering
Gezien de mogelijke gelijktijdige publieke toegankelijkheid in de polyvalente zaal en de horeca van gebouw A het criterium van 150 personen ruim overschrijdt, heeft de commissie besloten dat er indoordekking dient aanwezig te zijn. Gezien de oppervlakte van de ondergrondse parking dient er in de parking indoordekking aanwezig te zijn.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarde gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dient gevolgd te worden.
“Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van onze adviezen inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in deze adviezen met als ref. nummers HA-93-149-003 dd. 18/12/2020 en HA-93-149-003B dd. 18/12/2020 dienen strikt te worden nageleefd.
Er dient een DIP (digitaal interventie plan) worden opgemaakt van het type aanvalsplan. Voor het opmaken van het digitaal interventieplan dient men contact op te nemen met de brandweer via dip@zuidwestlimburg.be.
De plannen werden meermaals besproken en gewijzigd. Het vooradvies waarnaar hierboven wordt verwezen vermeldt de voornaamste aandachtspunten uit de vigerende wetgeving. Voor de verschillende handels- en horecapanden dient er echter een apart brandweeradvies worden aangevraagd.
Het RWA-concept dient voorafgaandelijk besproken te worden met de Hulpverleningszone. (Zie advies)
Gelet op de grootte van het project wordt het ten zeerste aangeraden de brandweer uit te nodigen voor tussentijdse vergaderingen/controles.
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen hier akte van.
Advies van De Watergroep
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers. Het tellerlokaal moet grenzen aan de voorgevel of een bereikbare zijgevel van het gebouw.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
De muurdoorgangen moeten bij voorkeur voorzien worden in de hoeken van de tellerruimte. De opening moet minsten 150mm bedragen. De afdichting van de doorgang is verantwoordelijkheid van de klant.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.
na overleg mat architect :
In bijlage bezorg ik u de positie van de tellerlokalen. Deze staan duidelijk benoemd op de plannen op het omgevingsloket.
De afmetingen van de tellerlokalen houden rekening met de nodige ruimte die nodig is voor de opstelling van de tellers. De afmetingen werden ons doorgegeven door Frederik Heedfeld ¿ onze ingenieur technieken ¿ in CC van deze mail.
Aangezien de gevraagde info terug te vinden is op de plannen achten wij het niet nodig om de bouwaanvraagplannen aan te passen.
De werkput is een gegeven dat opgenomen zal worden op de aanbestedingsplannen. “
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorlopig ongunstig beoordeeld werd. In bijgaand advies vindt u de voorwaarden waaraan het dossier moet voldoen.”
“Advies in verband met de watertoets
DOSSIER: HET SLOPEN VAN BESTAANDE BEBOUWING EN OMGEVINGSAANLEG, E.A.
DEEL 1 INLICHTINGENFICHE
Aanvrager:
Ontwerper:
Ligging van het perceel:
Documenten
Waterloop en machtiging
DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS
(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)
1 Beschrijving van het watersysteem
• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied
• Het perceel is daarenboven gelegen in:
o het bekken van de Demer
o het deelbekken Midden-Demer
2 Waterplannen
Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.
3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2
De adviesvraag handelt over de
Richtlijn gewijzigd overstromingsregime
Het perceel is gelegen op de rand van een effectief overstromingsgevoelig gebied: het kritisch overstromingspeil (bouwpeil) bedraagt 43m50 TAW. Het peil van de weg ter hoogte van het projectgebied bedraagt 43m10 à 43m30 TAW.
Er mag gebouwd worden omdat de berging die verloren gaat, beperkt blijft en er dus geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande constructievoorwaarden:
Richtlijn gewijzigd afstromingsregime.
Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater. In het kader daarvan moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:
Het volume van de infiltratievoorziening moet minimaal 250 m³/ha verharde oppervlakte bedragen (los van de aanwezige hemelwaterputten), de infiltratieoppervlakte moet minimaal 4 % van de verharde oppervlakte bedragen. Indien een infiltratieproef wordt uitgevoerd kan de dimensionering van de infiltratievoorziening aangepast worden aan de infiltratieoppervlakte en de infiltratiecapaciteit (rekening houdend met een terugkeerperiode van 20 jaar). Richtwaarden in dat verband zijn terug te vinden in onderstaande tabel. De infiltratiegracht/bekken moet minimaal 30 cm dekking behouden boven de hoogste grondwaterstand (aan te tonen), en moet vlak of in tegenhelling worden aangelegd. Bodem en wanden moeten in waterdoorlatende materialen worden uitgevoerd. De infiltratiegracht/bekken kan niet worden beplant met verlandingsvegetatie (bv. riet).
Infiltratiecap. | Minimale dimensioneringsvoorwaarden | Of |
20-50 mm/h (fijn zand) | 400 m³/ha verharde oppervlakte (v.o.), inf.opp. van min. 4% vd v.o. | 250 m³/ha vo en 20% inf.opp. |
50-100 | 350 m³/ha vo en 4% inf.opp. | 250 m³/ha vo en 10% inf.opp. |
>100 | 250 m³/ha vo en 4% inf.opp. |
|
Er moet een dwarsprofiel van het bufferbekken bijgebracht worden met het niveau van de verschillende inloopleidingen en noodoverloop. Het volume dat voor nuttige buffering instaat is het volume onder de overloop.
Aan deze voorwaarden is niet voldaan: er kan niet akkoord gegaan worden met het concept van de regenwateropvang, en in het bijzonder de stelling dat infiltratie hier niet mogelijk is. Het grondwater is vastgesteld op 42m34 - 42m42 TAW, zijnde 1m30 à 1m40 onder het voorziene vloerpeil. Er wordt voorzien in 3 vertraagde afvoeren met diameter 110 mm. Het uitloopdebiet ligt daarmee vele malen hoger dan de vermelde 20 l/s.ha. Het buffervolume is op die manier volledig virtueel en wordt niet aangewend. Het regenwater wordt op die manier volledig en quasi ongebufferd geloosd op het overstromingsgevoelig gebied van de Heuvenstraat en Grote Eggestraat, waarbij het risico op wateroverlast hier toeneemt.
DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER
Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het slopen van bestaande bebouwing en omgevingsaanleg, e.a. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft een betekenisvol schadelijk effect op het milieu omdat het regenwater ter plaatse moet worden gehouden dmv infiltratie.
De plannen moeten aan de bovenvermelde opmerkingen aangepast worden en opnieuw voorgelegd worden, eventueel na een overlegmoment tussen de aanvrager en de dienst Water en Domeinen.
Het wateradvies is dan ook voorlopig ongunstig.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit advies volgend standpunt in:
Hoewel het niet om een bindend advies gaat, is het, gezien de ligging tegen een effectief overstromingsgevoelig gebied, gezien de hoge verhardings- en bebouwingsgraad en gezien de ruime ondergrondse parkeerkelder van groot belang dat er wordt tegemoet gekomen aan de gestelde voorwaarden.
Tijdens de procedure tot omgevingsvergunning werd meermaals overleg gepleegd tussen Provincie, gemeente, aanvrager en architect om te bekijken hoe er kon worden tegemoet gekomen. De plannen werden aangepast om aan alle bemerkingen van de Provincie te voldoen.
Alle voorwaarden en opmerkingen dienen te worden gevolgd, de aangepaste plannen n.a.v. dit advies dienen te worden aangehouden.
“Aftoetsing toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning
in toepassing van art. 4.3.7.i, art. 4.3.3.ii en art. 4.3.4.iii van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
in toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheidiv
In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 tot vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Ministeriële omzendbrief van 3 april 2001 betreffende het voorbehouden van parkeerplaatsen voor personen met een handicap.
Ministeriële omzendbrief van 25 april 2003 betreffende parkeerplaatsen, voorbehouden voor personen met een handicap.
Voorwaardelijk gunstig
In toepassing van art. 4.2.19.§1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordeningv, adviseren we de voorwaarden opgenomen in dit advies op te leggen.
Voorwaarden gebouw opgenomen in de aftoetsing.
Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.
1 Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheid vi
2 Toepassingsgebied
Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.
De aanvraag betreft:
o Het besluit is van toepassing op: alle nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden publiek toegankelijke delen van een constructie.
o Het besluit is van toepassing op: de nieuw te bouwen, te herbouwen, te verbouwen of uit te breiden gemeenschappelijke delen, met inbegrip van de publieke zijde van de toegangsdeuren tot elke wooneenheid.
o Voor die gebouwen, die uit verschillende aansluitende delen bestaan, zijn de bepalingen van de verordening die gelden voor de verdiepingen en voor de trappen naar andere niveaus alleen van toepassing op de onderdelen die toegangsdeuren tot wooneenheden op meer dan twee niveaus hebben.
Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvii te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.
3 Normen
Gebouw B 1ste verdieping de vrije ruimte van 45 cm in ruwbouwmaat ontbreekt.
De vrije ruimte aan de deurkruk ontbreekt.
De vrije ruimte aan de deurkruk van de deur naar het vergaderlokaal ontbreekt.
Verplichting tot het creëren van een toegankelijke toegang:
Drempel aan inkom
Maatvoering algemeen:
Draaideuren (carrousel/draaikruisdeur):
Aanliggende circulatieruimte:
Principetekeningen:
De deur van het aangepast toilet moet voldoen aan de voorschriften opgenomen onder 3.3.1. De vrije ruimte aan de deurkruk ontbreekt.
Principetekeningen: “aangepast toilet met de deur aan de korte zijde”
Principetekeningen: “aangepast toilet met de deur aan de lange zijde”
Principetekeningen: “voorzetwanden”
4 Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO
Artikel 4.3.4. uit de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, TITEL 4. Vergunningenbeleid:
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder “doelstellingen of zorgplichten” verstaan: internationaalrechtelijke, Europeesrechtelijke, wetskrachtige, reglementaire of beschikkende bepalingen die de overheid bij de uitvoering of de interpretatie van de regelgeving of het voeren van een beleid verplichten tot de inachtneming van een bepaalde doelstelling of van bepaalde voorzorgen, zonder dat deze op zichzelf beschouwd voldoende juridisch duidelijk zijn om onmiddellijk te kunnen worden uitgevoerd.
5 Bijkomende informatie
Evacuatie bij brand:
De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.
Alsook de specifieke voorzieningen bepaald in het BVR van 09 december 2011 inzake brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten
voldoen.
Ruimtes voor personeel:
Volgens de bepalingen art. 1 punt 15° en art. 2 §1 vallen de ruimtes die “alleen toegankelijk zijn voor werknemers” niet onder in de hierboven vermelde stedenbouwkundige verordening.
Doch volgens de bepalingen van de codex over het welzijn op het werk (Hoofdstuk 1, art. III. 1-3) is het noodzakelijk van nieuwe arbeidsplaatsen in te richten rekening houdend de eventuele tewerkstelling van werknemers met een handicap.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. De plannen van de omgevingsaanleg die werden aangepast om tegemoet te komen aan het oorspronkelijk ongunstig advies dienen aangehouden te worden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen akte van dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich niet aan bij dit advies. Zoals beschreven onder de titel ‘Mobiliteit’ werden alle voorwaarden gesteld in het advies opgelost/aangepast en dienen deze niet herhaald te worden in de vergunningsvoorwaarden.
Volgende suggestie kan wel worden meegegeven: gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorzien worden per wooneenheid zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden voorbehouden voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
“Positief advies omtrent rooilijnplan zoals weergegeven in het plan van landmeter-expert Paquay dd. 16/02/2021.
De loten 1 t.e.m. 9 zoals weergegeven in het plan van landmeter-expert Paquay dd. 16/02/2021 dienen, indien toepasselijk, overgedragen te worden naar de gemeente voor inlijving bij het openbaar domein.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich niet aan bij dit advies.
Tijdens de procedure tot omgevingsvergunning bleek dat inlijving bij het openbaar domein geen optie is gezien de aanwezigheid van private riolering op deze percelen. Om die reden blijven de loten behouden als private eigendom. Zie hiervoor het definitief rooilijnplan, goedgekeurd door de gemeenteraad. Dit aspect werd ook doorgesproken met de dienst Contractmanagement.
“Gunstig mits invullen volgende voorwaarden:
Duidelijk nota en plan van aanpak m.b.t. de grote boom op het naburige perceel.
Boom staat op de plannen ingetekend met opmerking 'niet ingemeten'.
Aangezien de boom op minder dan 6 meter van de te realiseren bouwput staat, en de bouwput voor een stuk binnen de kroonpojectie van de boom gerealiseerd wordt, gaat er gegarandeerd ernstige schade aan de wortels worden toegebracht.
In de nota en plan van aanpak zal aangegeven worden welke maatregels er getroffen worden om deze boom maximaal te beschermen. Deze nota dient opgemaakt te worden door een erkende boomverzorger.
Lijst van erkende boomverzorgers kan men via volgende link raadplegen:
http://www.bomenbeterbeheren.org/boomverzorgers/wp-content/uploads/2014/10/EuropeanTreeWorker.pdf“
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Naar aanleiding van dit advies werd een Bomen Effecten Analyse (BEA) aan de aanvraag toegevoegd. Hierin wordt de impact van de geplande werken op de betreffende (linde-)boom nagegaan. Hieruit blijkt duidelijk dat zowel bij de voorziene droogzuiging, als bij de verdere werken de nodige voorzorgsmaatregelen noodzakelijk zijn om de boom te beschermen.
De maatregelen zoals benoemd in de Bomen Effecten Analyse (i.f.v. de bestaande lindeboom), dienen strikt gevolgd te worden. Het gaat, kort samengevat, om volgende maatregelen:
Men dient de dienst Facilitair Management op de hoogte te brengen van alle genomen en geplande maatregelen en dit voor afbraak van de gebouwen rondom deze boom.
“Op basis van de informatie waarover wij momenteel beschikken, geven wij graag een gunstig advies indien u volgende voorwaarden opneemt in uw vergunning :
- Een finale netwerkanalyse zal gebeuren na ontvangst van het vergunde plan.
- Uitbreiding van de telecominfrastructuur van Proximus is ten laste van de aanvrager.
- Van zodra vergund en minimaal 6 maanden voor oplevering dient de aanvrager zijn project kenbaar te maken bij Proximus door het formulier als bijlage ingevuld te versturen naar werf.a2@proximus.com.
- De Proximus infrastructuur dient proactief voorzien te worden in het project. De technische documentatie hiervoor wordt ter beschikking gesteld na ontvangst van het vergunde plan.
- Proximus wenst betrokken te worden bij alle coördinatievergaderingen via netwerkstudie.a22@proximus.com
Na de werken kunnen de bewoners eenvoudig aansluiten op de nutsvoorzieningen voor telefonie-, internet- en televisiediensten. Hiervoor kan de aanvrager terecht bij onze klantendienst op het gratis nummer 0800 22 800. Meer informatie op www.proximus.be/bouwen.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening, mits voorwaarden:
Voor wat betreft het rechtstreeks zicht vanuit dit raam dient er (gemeten loodrecht op de gevelopening) een afstand bewaard te blijven van minstens 1,90m tot de perceelsgrens.
Voor wat betreft het schuine zicht dient de gevelopening zich minstens op 0,60m van de perceelsgrens te bevinden.
Dit heeft waarschijnlijk tot gevolg dat slechts ongeveer de helft van de gevelopening kan worden uitgevoerd.
Men dient de dienst Facilitair Management op de hoogte te brengen van alle genomen en geplande maatregelen en dit voor afbraak van de gebouwen rondom deze boom.
Volgende suggestie wordt meegegeven: gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorzien worden per wooneenheid zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden voorbehouden voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
De aanvraag betreft een nieuwe inrichting en houdt in: de uitbating van een polyvalente zaal met elektronisch versterkte muziek, de verwarming met warmtepompen en de bemaling voor de realisatie van de kelder/ondergrondse garages.
Met volgende aangevraagde rubrieken:
Volgende onderdelen zijn niet-vergunningsplichtig en aldus niet opgenomen: lozing huishoudelijk afvalwater;
Ligging ten opzichte van de buurt
De inrichting is volgens het gewestplan gelegen in woongebied.
In een straal van 100 meter zijn 70-tal woningen gelegen.
Dit maakt dat de inrichting voor hinder kan zorgen voor de buurt.
AFWIJKING OP DE MILIEUVOORWAARDEN
Het bedrijf vraagt geen afwijkingen aan.
BODEM
Het bedrijf valt onder de regelgeving omtrent het grondverzet. Een technisch verslag zal opgemaakt worden olv een erkend bodemsaneringsdeskundige.
Tijdens de bouwfase is mazout voor de brandstofbevoorrading aanwezig. De tank is dubbelwandig, uitgerust met permanent lekdetectie en overvulbeveiliging.
GELUIDSHINDER
Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen zijn buiten het bedrijf: afkomstig van de activiteiten van de polyvalente zaal, in het bijzonder wanneer elektronisch versterkte muziek wordt toegepast, warmtepompen en tijdens de uitvoeringsfase.
Polyvalente zaal:
Het maximaal intern geluidsniveau zal 95 dB(A) zijn. Een akoestische studie werd uitgevoerd en toegevoegd bij de aanvraag. Hierin staan meerdere maatregelen omschreven om de geluidshinder te beperken en onder de geldende geluidsnormen te blijven.
Het is van belang dat alle omschreven maatregelen (ovv beglazing, laagfrequente geluidsoverdracht en de aandachtspunten) allen ter degen worden uitgevoerd.
Warmtepompen:
De installaties zullen onderworpen worden aan periodieke onderhoudsbeurten door erkende koeltechnici.
Uitvoeringsfase:
Er wordt getracht om geen geluidsproducerende werken uit te voeren tijdens het weekend en tijdens de week voor 7 uur en na 19 uur.
GEURHINDER
nvt
ENERGIE
Vermoedelijk worden dit elektrische boilers. Een elektrische boiler is niet energiezuinig. Een duurzaam alternatief is meer dan wenselijk, niet enkel voor het klimaat, eveneens voor de toekomstige huurders/eigenaars van de handelspanden.
Gezien het plaatsen van zonnepanelen als facultatief beschreven wordt in de aanvraag, is de keuze voor elektrische boilers allerminst milieuvriendelijk indien er geen zonnepanelen geplaatst worden.
Er dient gekozen te worden voor een duurzaam alternatief (ipv elektrische boilers) voor het opwekken van warm water voor de handelspanden, het politiecommissariaat en de keuken van de polyvalente zaal. Bij voorkeur worden zonnepanelen geplaatst om het duurzame en groene karakter van de site consequent door te trekken.
De warmtepompen zullen geplaatst worden op het gebouw. Noch geluidshinder, noch afvalgassen worden verwacht bij de installaties indien deze naar behoren functioneren.
STOFHINDER
Tijdens de bouwfase zal er stofhinder zijn en worden volgende maatregelen genomen:
LICHTBEHEERSING
Op het nieuwe plein en in de passage zullen o.a. verlichtingspalen geplaatst worden en eveneens boomspots. De buitenverlichting wordt zo opgebouwd dat er geen sprake is van niet-functionele lichtoverdracht, conform hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht is beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.
Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
De boomspots worden uitgeschakeld tussen 23 uur en 5 uur.
HUISHOUDELIJK AFVALWATER
Het huishoudelijk afvalwater bedraagt 120m³/week, 6240 m³/jaar. Aanvrager stelt dat dit is vrijgesteld. De lozing van huishoudelijk afvalwater, afkomstig van woongelegenheden, minder dan 600 m³/jaar , is vrijgesteld.
GRONDWATER
De aanvraag behelst rubriek 53.2.2°.b)2°, zijnde een bemaling voor de realisatie van de kelder/ondergrondse parkeergarage, meer dan 4 m-mv, voor een totaal debiet van ca. 493000 m³. Gelijklopend met deze aanvraag, werd omgevingsaanvraag OMV_2021113134 ingediend, waarbij eveneens de bemaling werd aangevraagd voor de realisatie van de ondergrondse garages. Zowel aanvrager als architect werden gecontacteerd voor nadere uitleg. Het was volgens hen niet de bedoeling dat in de huidige aanvraag de bemaling werd aangevraagd, noch vergund. Vandaar de aparte aanvraag.
Gelet op art. 7§2 van het omgevingsdecreet is het conform de wet om een hinderlijke inrichting die alleen nodig is tijdens de uitvoeringsfase aan te vragen, los van de stedenbouwkundige handeling.
Gezien bovenstaande, zal rubriek 53.2.2°b)2° negatief geadviseerd worden.
Externe adviezen
Voor rubriek 53.2.2°b)2° dient de Vlaamse Milieumaatschappij, advisering grondwater, om advies gevraagd te worden voor wat betreft de bemaling. Dit is niet gebeurd.
Gelet op het feit dat de aanvrager te kennen heeft gegeven deze rubriek niet wensen aan te vragen in de huidige procedure en gelet op de ingediende omgevingsaanvraag met nr. OMV_2021113134 komt de ontbrekende adviesvraag aan de VMM, advies grondwater, te vervallen. De rubriek 53.2.2°b)2° zal geweigerd worden in de huidige vergunningsaanvraag.
AFVALSTOFFEN
Een sloopinventaris werd opgemaakt.
Ondergrondse afvalcontainers worden geplaatst in samenspraak met Limburg.net.
vergunningstermijnen
Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.
Gelet op de hierboven aangehaalde motivering, adviseren wij dat de vergunning deels geweigerd moet worden, voor volgend onderdeel:
ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:
Advies – voorwaarden:
Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:
De aanvraag wordt geweigerd voor wat betreft
Volgende voorwaarden worden opgelegd:
Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
De boomspots worden uitgeschakeld tussen 23 uur en 5 uur.
Duur:
De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is gedeeltelijk vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, handels- en dienstenzaken, een politiecommissariaat en een polyvalente zaal, met omgevingsaanleg, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Vervat in deze aanvraag zit de uitbating van de polyvalente zaal, met activiteiten die gebruik maken van elektronisch versterkte muziek, de verwarming van het gehele gebouw (polyvalente zaal, handelsruimtes, politiecommissariaat en appartementen) met warmtepompen en de bemaling voor de realisatie van de kelder/ondergrondse parkeergarage.
Met volgende rubrieken:
De uitvoering zal gebeuren in 2 fases:
Fase 1: start na ontvangst van de omgevingsvergunning (en de bijhorende beroepstermijn): Oprichting gebouw A en B, de gemeenschappelijke ondergrondse parking en de tussenliggende omgevingsaanleg
Fase 2: start op woensdag 5 oktober 2022:
Oprichting gebouw C met haar ondergrondse parking en overige omgevingsaanleg.
Rubriek 53.2.2°b)2°: Bemaling meer dan 4 meter onder het maaiveld, zijnde een bemaling dieper dan 4 m-mv, maximale dagdebiet ca. 2.160 m³/dag met een totaal van ca. 265.000m³ voor fase 1 en ca. 228.000 m³ voor fase 2 wordt geweigerd gelet op de eveneens ingediende omgevingsaanvraag OMV_2021113134.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gedeeltelijk gunstig onder voorwaarden voor het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, handels- en dienstenzaken, een politiecommissariaat en een polyvalente zaal, met omgevingsaanleg, met de uitbating van de polyvalente zaal, met activiteiten die gebruik maken van elektronisch versterkte muziek, en de verwarming van het gehele gebouw (polyvalente zaal, handelsruimtes, politiecommissariaat en appartementen) met warmtepompen,
zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden, met uitvoering in twee fases, en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
1. Het dakterras van appartement C3.1 mag een max. benutbare breedte hebben van 4,50m, gemeten vanaf de rechter zijgevel van dit appartement. De rest dient ontoegankelijk zijn (door plaatsing van balustrade, plaatsing van plantenbak,…);
2. De plannen en documenten hemelwaterverordening, zoals aangepast n.a.v. het advies van de Provincie, dienst Water en Domeinen, dienen gevolgd te worden (= laatst ingediende plannen en documenten);
3. Er dient voldaan te worden aan de bepalingen inzake zichten en lichten uit het Burgerlijk Wetboek:
4. De poort aan de inrit van de politie dient op vlak van vormgeving, kleur en materiaalgebruik te worden afgestemd op gebouw C;
5. De maatregelen zoals benoemd in de Bomen Effecten Analyse (i.f.v. de bestaande lindeboom), dienen strikt gevolgd te worden. Het gaat, kort samengevat, om volgende maatregelen:
Men dient de dienst Facilitair Management op de hoogte te brengen van alle genomen en geplande maatregelen en dit voor afbraak van de gebouwen rondom deze boom.
Milieu:
6. De omschreven maatregelen in de akoestische studie “119016 – Onderzoek geluidsafstraling polyvalente zaal”, onder punt 3. Besluit moeten allen toegepast worden;
7. Er dient gekozen te worden voor een duurzaam alternatief (ipv elektrische boilers) voor het opwekken van warm water voor de handelspanden, het politiecommissariaat en de keuken van de polyvalente zaal. Bij voorkeur worden zonnepanelen geplaatst om het duurzame en groene karakter van de site consequent door te trekken.
8. De buitenverlichting wordt zo opgebouwd dat er geen sprake is van niet-functionele lichtoverdracht, conform hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.
Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
9. De boomspots worden uitgeschakeld tussen 23 uur en 5 uur.
Riolering:
10. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
11. Er mag geen afwatering of drainage van de kelder gerealiseerd worden;
12. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
13. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
14. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
15. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
16. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
17. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Terrein en gelijkgrondse berm:
18. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
19. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
20. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
21. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
Andere voorwaarden:
22. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
23. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
24. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
25. Rookkanalen worden aangebracht tot boven de daknok om hinder en terugslag van rook te vermijden;
26. De autostaanplaatsen dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen uit dit project;
27. De maatregelen in de archeologienota met referentienummer ID17383 (https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/17383) moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in die archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
28. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
29. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
30. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
31. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Proximus, zoals gevoegd in bijlage;
32. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
33. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van de ASTRID Veiligheidscommissie, zoals gevoegd in bijlage;
34. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
35. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
36. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken.
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager.
Volgende suggestie wordt meegegeven: gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorzien worden per wooneenheid zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden voorbehouden voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaren van 05/08/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen van 68 appartementen, handels- en dienstenzaken, een politiecommissariaat en een polyvalente zaal, met omgevingsaanleg, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De uitvoering zal gebeuren in 2 fases:
Fase 1: start na ontvangst van de omgevingsvergunning (en de bijhorende beroepstermijn): Oprichting gebouw A en B, de gemeenschappelijke ondergrondse parking en de tussenliggende omgevingsaanleg
Fase 2: start op woensdag 5 oktober 2022:
Oprichting gebouw C met haar ondergrondse parking en overige omgevingsaanleg.
met de uitbating van de polyvalente zaal, met activiteiten die gebruik maken van elektronisch versterkte muziek, en de verwarming van het gehele gebouw (polyvalente zaal, handelsruimtes, politiecommissariaat en appartementen) met warmtepompen, waarbij volgende rubrieken van toepassing zijn:
Rubriek 53.2.2°b)2°: Bemaling meer dan 4 meter onder het maaiveld, zijnde een bemaling dieper dan 4 m-mv, maximale dagdebiet ca. 2.160 m³/dag met een totaal van ca. 265.000m³ voor fase 1 en ca. 228.000 m³ voor fase 2 wordt geweigerd gelet op de eveneens ingediende omgevingsaanvraag OMV_2021113134.
Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
1. Het dakterras van appartement C3.1 mag een max. benutbare breedte hebben van 4,50m, gemeten vanaf de rechter zijgevel van dit appartement. De rest dient ontoegankelijk zijn (door plaatsing van balustrade, plaatsing van plantenbak,…);
2. De plannen en documenten hemelwaterverordening, zoals aangepast n.a.v. het advies van de Provincie, dienst Water en Domeinen, dienen gevolgd te worden (= laatst ingediende plannen en documenten);
3. Er dient voldaan te worden aan de bepalingen inzake zichten en lichten uit het Burgerlijk Wetboek:
4. De poort aan de inrit van de politie dient op vlak van vormgeving, kleur en materiaalgebruik te worden afgestemd op gebouw C;
5. De maatregelen zoals benoemd in de Bomen Effecten Analyse (i.f.v. de bestaande lindeboom), dienen strikt gevolgd te worden. Het gaat, kort samengevat, om volgende maatregelen:
Men dient de dienst Facilitair Management op de hoogte te brengen van alle genomen en geplande maatregelen en dit voor afbraak van de gebouwen rondom deze boom.
Milieu:
6. De omschreven maatregelen in de akoestische studie “119016 – Onderzoek geluidsafstraling polyvalente zaal”, onder punt 3. Besluit moeten allen toegepast worden;
7. Er dient gekozen te worden voor een duurzaam alternatief (ipv elektrische boilers) voor het opwekken van warm water voor de handelspanden, het politiecommissariaat en de keuken van de polyvalente zaal. Bij voorkeur worden zonnepanelen geplaatst om het duurzame en groene karakter van de site consequent door te trekken.
8. De buitenverlichting wordt zo opgebouwd dat er geen sprake is van niet-functionele lichtoverdracht, conform hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.
Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen.
9. De boomspots worden uitgeschakeld tussen 23 uur en 5 uur.
Riolering:
10. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
11. Er mag geen afwatering of drainage van de kelder gerealiseerd worden;
12. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
13. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
14. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen;
15. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
16. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
17. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
Terrein en gelijkgrondse berm:
18. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
19. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
20. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
21. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
Andere voorwaarden:
22. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
23. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
24. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
25. Rookkanalen worden aangebracht tot boven de daknok om hinder en terugslag van rook te vermijden;
26. De autostaanplaatsen dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen uit dit project;
27. De maatregelen in de archeologienota met referentienummer ID17383 (https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/17383) moeten uitgevoerd worden overeenkomstig het programma geformuleerd in die archeologienota, inclusief de opgelegde voorwaarden, en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
28. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
29. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
30. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
31. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Proximus, zoals gevoegd in bijlage;
32. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
33. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van de ASTRID Veiligheidscommissie, zoals gevoegd in bijlage;
34. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
35. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
36. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst openbare werken.
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager.
Volgende suggestie wordt meegegeven: gesteld dat er 1 parkeerplaats zou voorzien worden per wooneenheid zijn er 8 ‘reserve’ parkeerplaatsen. Deze kunnen worden voorbehouden voor de eigenaars van de handel-/horeca- en dienstenzaken en hun personeel.
De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.
Beslissing van de Bestendige deputatie van 29 juli 2021:
Artikel 1
§1. Aan mevrouw Tine Joos wordt, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit, de omgevingsvergunning verleend voor het regulariseren van een bijgebouw (afdak) en het wijzigen van de voorgevel, met als voorwerp:
- de volgende stedenbouwkundige handelingen:
o Gevelwijziging
o Regularisatie van een bijgebouw
met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven ter plaatse Schouwenstraat 36A, kadastraal gekend: Afdeling 3, Sectie F, perceelnr.(s) 556D2 en 556P;
Artikel 2 De in artikel 1 bedoelde vergunning wordt verleend voor onbepaalde duur.
Artikel 3
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de beroeper, met name mevrouw Tine Joos, Lange Schouwenstraat 36A te 3520 Zonhoven
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.
Artikel 4
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
5° de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.
Artikel 5
Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° (...)
6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.
De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.
Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
1° de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 29 juli 2021.
Het college van burgemeester en schepenen besluit over te gaan tot de bekendmaking van deze beslissing overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.
Het betreft een droogzuiging voor de herbouw van een woning, onderkelderd, te Elstrekenweg 79, sectie D, nrs. 132L63; 132M63 en 132N63.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,3 meter bekomen worden. Er zullen 16 aanzuigpunten geplaatst worden.
Het gevraagde debiet bedraagt 10 m³/uur, gedurende 45 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 10800 m³.
Het lozingspunt bevindt zich op eigen terrein, in de achtertuin. Hierdoor kan het water maximaal infiltreren in de bodem, hetgeen de voorkeur geniet gezien de Elstrekenweg niet over een gescheiden stelsel beschikt en er geen grachten in de nabijheid zijn. Een lozing van dit volume op een gemengd stelsel zou een toelating van Aquafin (met heffing!) inhouden.
Gezien er water kan stromen naar de naastliggende percelen dienen de aanvragers de aangrenzenden hiervan in kennis te stellen. Het grondwater mag geen overlast creëren naar derden.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.
Gunstig voor een bronbemaling te Elstrekenweg 79, voor de realisatie van een woning, mits volgende voorwaarden:
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 09/08/2021 akte genomen van de melding ingediend door Indekeu Ruben wonende te Elstrekenweg 87 te 3520 Zonhoven voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde de plaatsing van een tijdelijke droogzuiging voor de realisatie van de woning met kelder, voor een totaaldebiet van 10800 m³, gelegen Elstrekenweg 79 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 2, sectie D, nummer 132L63, 132M63 en 132N63, met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan notaris Bovend' aerde / Sarah Vrijsen met volgende opmerkingen:
In het college van burgemeester en schepenen van 12 november 2019 werd een borgstelling aanvaard. Er werd een financiële waarborg verleend van 635.164,41 euro met borgtocht n° 20001843 door Euler Hermes NV, vanwege Matexi Projects NV, tot de aanleg van infrastructuur, nutsvoorzieningen en afpalen van de percelen.
Op basis van de borgstelling werden volgende voorwaarden gedekt:
4) Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de Watergroep.
5) Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.
6) Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van Fluvius.
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
1) Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
2) De verkavelingsvoorschriften zoals bijgevoegd door de aanvrager zijn van toepassing op lot 27, met volgende aanvulling:
3) De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften, goedgekeurd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden d.d. 21 mei 2019, blijven voor het overige van toepassing.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan notaris Bovend' aerde / Sarah Vrijsen met volgende opmerkingen:
In het college van burgemeester en schepenen van 12 november 2019 werd een borgstelling aanvaard. Er werd een financiële waarborg verleend van 635.164,41 euro met borgtocht n° 20001843 door Euler Hermes NV, vanwege Matexi Projects NV, tot de aanleg van infrastructuur, nutsvoorzieningen en afpalen van de percelen.
Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
4) Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van Fluvius.
5) Voldoen aan de voorwaarden en opmerkingen van de Watergroep.
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
1) Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
2) De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften, goedgekeurd bij de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden d.d. 21 mei 2019, zijn van toepassing voor lot 6 (art. 1.1, zone voor type 1: open bebouwing).
3) Alle woningen binnen de verkaveling moeten in één of meerdere collectieve omgevingsvergunningsaanvragen aangevraagd worden.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Pallenhof op zaterdag 4 september 2021 uit te vaardigen.
Van zaterdag 4 september 2021 van 12 uur tot 23.30 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in het Pallenhof.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Kapelhof op zaterdag 4 september 2021 uit te vaardigen.
Van zaterdag 4 september 2021 van 20 uur tot zondag 5 september 2021 om 04.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in Kapelhof tussen Grote Eggestraat en Kapelhof (doorsteek).
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden: Grote eggestraat – Klapstraat – Batenstraat – Herestraat.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Kortestraat op zaterdag 11 september 2021 uit te vaardigen.
Van zaterdag 11 september 2021 om 18.00 uur tot zondag 12 september 2021 om 02.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Kortestraat (vanaf het Kruispunt met de Delheidestraat tot aan de Moverkensstraat).
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan200 meter.
Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden:
Delheidestraat - Wijvestraat - Moverkensstraat en omgekeerd.
Deze wegomleggingen worden ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens C3, en bijvoeging van de tekens F41 geplaatst op een nadarafsluiting. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen
Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake buurtfeest Buitenhof op zondag 5 september 2021 uit te vaardigen.
Van zondag 5 september 2021 van 12 uur tot 23 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in het Buitenhof.
Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijbaan. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.
Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.
Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.
De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.
De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.
Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het gemeentedecreet.
Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.
Natuurpunt vraagt ondersteuning van de gemeente om afvalstoffen op hun eigendom (in aankoop) op te halen, in natuurgebied Wijvenheide.
Het betreft afval afkomstig van de afbraak van een illegale chalet en aanbouwsels, gelegen op percelen sectie D, nrs. 73E en 73F. De percelen dienen nog aangekocht te worden door Natuurpunt.
De afvalstoffen worden geschat op volgende hoeveelheden en fracties:
- 1 container zuiver steenpuin;
- 1 container houtafval;
- 1 container restafval;
De plaats zou bereikbaar zijn met zwaar vervoer.
Nota dienst:
De vraag werd ruimschoots op voorhand gesteld gezien de percelen nog niet in hun eigendom zijn. De dienst facilitair management werd gevraagd een inschatting te maken van de kostprijs.
Voor de 3 containers wordt per container een kost van 160 euro geteld. Bijkomend komen hier nog verwerkingskosten bij voor de fracties (restafval: 0,236 euro/kg; houtafval: 0,106 euro/kg). Uit te voeren in eigen beheer. Het vullen van de containers dient te gebeuren door Natuurpunt. De kosten van de containers, arbeidsuren en verwerkingskosten worden gedragen door de gemeente.
Het college van burgemeester en schepenen besluit Natuurpunt te ondersteunen en in te gaan op hun vraag. Het vullen van de containers dient te gebeuren door hun vrijwilligers, overige kosten worden gedragen door het gemeentebestuur.
De percelen dienen in eigendom te zijn van Natuurpunt alvorens wij de nodige ondersteuning bieden.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel omtrent een gemeentelijke plantactie.
Dit najaar zal ANB een 13000-tal bomen en struiken aanplanten te Schemmersberg. Rondom de bestaande naaldbossen werden stroken bos gekapt. Bedoeling is om de zones te heraanplanten met inheemse bomen en struiken om meer biodiversiteit te bekomen. Het bestek van ANB laat ruimte om een deel van het plantgoed te laten aanplanten door burgers.
Tijdens het overleg met de boswachter is volgende naar voor gekomen:
De aanplant gebeurt best in november, december. De doelgroepen die gevraagd worden om deel te nemen, zijn vrij te bepalen. De aan te planten zones en aantallen zijn vrij groot. De locatie van aanplant is moeilijk bereikbaar met wagens en biedt slechts parkeergelegenheid aan een beperkt aantal voertuigen. Er kan ev. met een shuttledienst gewerkt worden met als verzamelplaats de KMO-zone Molenheide. De vrijwilligers dienen in groepjes opgesplitst te worden zodat, onder begeleiding, correct (!) kan aangeplant worden. Een versnapering aanbieden behoort tot de mogelijkheid via foodtrucks.
Nota dienst:
De dienst Milieubeleid staat positief t.o.v. deze actie, doch is er geen ruimte binnen de dienst om een dergelijke grootschalige actie uit te werken. We wensen hiervoor beroep te doen op de kennis en ervaring van de dienst Vrije Tijd.
Indien dit niet mogelijk is voor de dienst Vrije Tijd, is het voorstel van de dienst Milieubeleid om dit kleinschalig te organiseren met enkel de jeugdverenigingen, op 1 zondagnamiddag.
In samenwerking met het UiTpunt kan breder gekeken worden. Een voorstel:
- 1 open oproep naar alle Zonhovenaren, ongeacht leeftijd;
- begeleiders per groepjes zodat het planten correct gebeurt;
- schup zelf mee te brengen door de vrijwilligers;
- plantactie is eenmalig op 1 zaterdagvoormiddag
- foodtruck wordt geregeld drank (koffie, fris) en een stuk vlaai;
- alle vrijwilligers moeten te voet naar een centraal punt komen (ongeveer 1 km).
Beste Kristel,
wij kunnen vanuit de dienst Vrije Tijd zeker ondersteuning bieden bij het uitwerken van deze plantactie met verenigingen en inwoners. Ons advies is om deze actie te bundelen in 1 weekend omdat dit logistiek eenvoudiger is en ook communicatief en promotioneel veel sterker/kernachtiger is. Wij adviseren eveneens om dit open te trekken naar iedereen en dus een open oproep te lanceren bij onze burgers en verenigingen. Dit kan via de gemeentelijke kanalen gebeuren en inschrijvingen kunnen geautomatiseerd worden via de website zodat dit relatief weinig werklast meebrengt. Vanuit onze dienst kunnen we helpen met het mobiliseren van onze plaatselijke verenigingen en eventueel ook het onthaal en de ontvangst van vrijwilligers tijdens de plantactie coördineren (vb. met een foodtruck) maar de algemene coördinatie en uitvoering van deze plantactie (inschrijvingen, afspraken ANB, opvolging op het terrein de dag zelf en uitvoering van de werken met vrijwilligers) gebeurt best door de dienst Milieubeleid.
groetjes,
An
Het college van burgemeester en schepenen beslist de plantactie Schemmersberg te laten uitwerken met ondersteuning van het UiTpunt. Er wordt 1 plantdag (zaterdag) gekozen, waarbij een open oproep gelanceerd wordt naar alle Zonhovenaren om mee te helpen.
De percelen 3de afdeling, sectie E, nrs. 801V2 en 801W2 zijn gelegen in een woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.
Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.
Het perceel is binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk gelegen.
Op de percelen 3de afdeling, sectie E, nrs. 801V2 en 801W2 werd op 07/03/1962 een vergunning afgeleverd voor het bouwen van stallingen.
De woning werd veelvuldig uitgebreid, er werden verschillende vrijstaande bijgebouwen opgericht, er werd een 2de woonfunctie voorzien en er werd een grote hoeveelheid aan verharding op het terrein voorzien. Dit alles werd zonder voorafgaandelijke vergunning uitgevoerd. Via een gebouwendossier dient de vergunbaarheid van al deze ingrepen bewezen te worden. Indien niet kan aangetoond worden dat deze onderdelen als vergund kunnen worden beschouwd, dient een procedure tot regularisatie doorlopen te worden en/of dienen de onvergunde delen afgebroken/verwijderd te worden.
De constructie die aanwezig is op het lot 3 omvat een onvergunde situatie. Deze constructie dient direct afgebroken te worden zodat het lot 3 een volwaardig en onbelast onderdeel kan worden van de eigendom Klapstraat 18. De huidige constructie op het lot 3 is niet vergunbaar. (locatie, materiaalkeuze, …)
Het perceel 3 E 801T2 (Klapstraat 18) is samen met het perceel 3 E 801M2 betrokken in de omgevingsvergunning 2018/00128, waarop op 11/09/2018 een vergunning werd afgeleverd voor het bouwen van een gebouw bestaande uit 4 appartementen en 1 eengezinswoning en het bouwen van 3 tuinbergingen. De eengezinswoning omslaat het gedeelte op het perceel 3 E 801T2 waartoe het lot 3 uit deze splitsingsaanvraag zal gevoegd worden.
De splitsingsaanvraag omschrijft de vraag tot goedkeuren van een splitsing waarbij de huidige vermelde perceelnummers (801V2 en 801W2) worden opgedeeld in 2 loten. Tevens wordt er verwezen naar het plan opgesteld door landmeter-expert Joeri Van Hirtum opgesteld op 01/07/2021 waarbij het lot 3 gevoegd wordt bij de woning in aanbouw zoals aangeduid op het plan als lot 1.
Voor zover duidelijk omvat dit het afsplitsen van het lot 3 van de percelen 801V2 en 801W2 om te voegen bij de naastgelegen woning in opbouw 801T2. De splitsingsaanvraag werd niet beoordeeld alsof het een vraag is tot het splitsen van de woningen 16 en 16A. Deze woningen blijven één geheel tot het moment dat de vergunbaarheid ervan bewezen is en de splitsingsaanvraag voor die specifieke beweging afzonderlijk aangevraagd en beoordeeld werd. Over de vergunbaarheid van zulke opsplitsing kan enkel uitspraken gedaan worden na voorlegging actuele situatie en het doorlopen van de noodzakelijke procedures.
Het opmetingsplan dat aan deze splitsingsaanvraag werd toegevoegd geeft de percelen 801V2 en 801W2 niet volledig weer. Er wordt thans een gedeelte van deze percelen afgesplitst. Er bestaat dus geen inzicht/duidelijkheid over de afmetingen van het resterende gedeelte.
Het is aangewezen om dit alsnog te laten opmeten zodat hierover duidelijkheid bestaat op het moment de regularisatieaanvraag opgesteld wordt.
Gezien het maar een beperkt gedeelte is dat afgesplitst wordt (lot 3 – 16ca) wordt er geen grote negatieve impact op het overblijvend gedeelte verwacht.
Dit perceelsdeel ligt tevens binnen de 30m achter de nieuwe woning Klapstraat 18.
Het toevoegen van dit lot 3 bij de voorliggende woning is een positieve evolutie en zal een meerwaarde betekenen voor de tuinbeleving van deze woning.
Door toevoeging van het lot 3 bij de eigendom Klapstraat 18 is het mogelijk dat de eigenaar de locatie van het vergunde bijgebouw wenst te herbekijken. Het oprichten van het bijgebouw (vergund in de omgevingsvergunning 2018/00128) op een andere locatie is in een aantal gevallen vergunningsplichtig. Hiermee dient rekening gehouden te worden.
Het college van burgemeester en schepenen gaat voorwaardelijk akkoord met de voorgestelde splitsing van de percelen 3de afdeling sectie E nummers 801V2 en 801W2, waarbij een perceelsdeel met een oppervlakte van 16ca (lot 3) wordt onttrokken om als tuinzone te voegen bij de woning Klapstraat 18 (3 E 801T2).
Op volgende voorwaarden:
Overzicht budgetten
zie bijlage 2021_financieel_overzicht_programmatie_20212022
Overzicht programma
Podium
2021
04/09/2021 DANSKNY(try out) - Mich Walschaerts & Alano Gruarin
10/09/2021 Rookie Comedy - Peter Hens
12/09/2021 Fwiet Fwiet - Begijn Le Bleu
01/10/2021 B30VA - William Boeva
17/10/2021 Kom Wel – 4Hoog familievoorstelling
22/10/2021 Jaren van verstand - Mama’s Jasje
05/11/2021 De Gezonde vrouw - Martine Prenen
12/12/2021 Pjotr en de wolfski – De Maan familievoorstelling
18/12/2021 Perenlicht – Paljasso vzw familievoorstelling
2022
23/01/2022 Nieuwjaarsconcert – Limburgs kamerorkest
29/01/2022 WELCOME TO THE REBELLION! (try out) – Michael Van Peel
06/02/2022 Dikkie Dik - 2-theater producties familievoorstelling
11/02/2022 Els De Schepper ziet ze vliegen
18/02/2022 Eindejaarconference - Bert Gabriëls
06/03/2022 Zeep – Het Wolk familievoorstelling
11/03/2022 Belpop 80’s - Gust De Coster, Marcel Vanthilt, Peter Slabbynck, Jo Lemaire en Elsje Helewaut
Film
2021
11/09/2021 Film in de kuil - Dolittle
05/10/2021 1917
09/11/2021 Call me by your name
07/12/2021 A start is born (lady’s night)
2022
04/01/2022 Downton Abbey
01/02/2022 Little Woman
01/03/2022 Il A Deja Tes Yeux
08/04/2022 Green Book (Drive-in)
Cursus
2021
06/10/2021 Haken
07/10/2021 Ukelele
09/10/2021 Stiltewandeling
19/10/2021 Pizza maken
28/10/2021 Schilderen - Aquarel
17/11/2021 Handletteren
23/11/2021 Snel sauzen maken voor bij pasta
30/11/2021 Herstel je kleding zonder naaimachine
07/12/2021 Feestelijke en gezonde hapjes
09/12/2021 Maak je eigen snijplank
2022
13/01/2022 Ukelele deel 2
30/01/2022 Vlechtjes en staartjes maken
08/02/2022 Koken voor mannen
10/02/2022 Kleuradvies
16/02/2022 Leren omgaan met tegenslagen
24/02/2022 Leer de boogie-disco dansen
04/03/2021 baby-ouder yoga
10/03/2022 Stijladvies
15/03/2022 Zelf pasta maken
Expo
2021
01/09 tot 30/09 kunstacademie Zonhoven
08/10 tot 24/10 Kunstkring met karakter ’t Daget Zonue
29/10 tot 14/11 fotoclub Zonhoven centrum vzw
19/11 tot 19/12 Wim Hurkmans
2022
04/02 tot 06/03 Prijs Jos Elsen
09/04 tot 08/05 erfgoeddag expo onderwijs
01/06 tot 30/06 40 jaar kunstacademie Zonhoven
Extra info
Er zijn verschillende categorieën van ticketprijzen:
De budgetten zijn de uitgavenbedragen gebaseerd op de uitkoopsommen, BTW op de uitkoopsom en auteursrechten.
De overige kosten verbonden aan de programmatie (o.a. vervoer, catering, recepties, tentoonstellingen,... ) vallen onder de werkingsmiddelen MJP000159.
De eindejaarstentoonstelling van het kunstonderwijs valt onder MJP000119: GC Tentakel staat in voor de praktische en inhoudelijke ondersteuning bij activiteiten zoals opendeurdagen en concerten.
Brochure
De Vrijetijdsbrochure valt in de bussen in de week van 16 augustus. We brengen vanaf nu twee keer per jaar een brochure uit met het volledige overzicht van de activiteiten georganiseerd door de vrijetijdsdiensten.
In de bijlage vind je in detail het financieel overzicht van het volledige programma en een proef van de brochure najaar 2021.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorgestelde programma van GC Tentakel voor het seizoen 2021-2022.
In de fase van de COVID-19-crisis waarin we ons momenteel bevinden, is nog steeds een cruciale rol weggelegd voor contactonderzoek en bronopsporing.
Ter ondersteuning van de centrale contactopsporing heeft de Vlaamse Regering op 16 oktober 2020 de lokale besturen gemobiliseerd om complementair in te zetten op preventie, sensibilisering, bronopsporing, quarantaine-coaching en lokaal contactonderzoek.
De contouren werden verder uitgewerkt in het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
De Gemeenteraad nam op 25 januari 2021 het besluit om te opteren voor 'optie 1' (inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing, quarantainecoaching en aandacht voor kwetsbare personen of groepen) en keurde -net als de andere gemeenten binnen de eerstelijnszone- in die zin de voorgelegde samenwerkingsovereenkomst goed. De lokale besturen werken in deze opdracht ondersteunend en/of aanvullend op de werking van de COVID-19-teams binnen de zorgraden alsook op de werking van de centrale contactcenters.
De lokale besturen die inzetten op optie 1 krijgen een forfaitaire subsidie van 0,125 euro per inwoner per maand. Hiertoe werd destijds door de gemeente een samenwerkingsovereenkomst opgesteld met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.
Tijdens de gemeenteraad van 26 april jl. werd de periode van contactonderzoek en bronopsporing verlengd t/m 30/6/2021, tijdens de gemeenteraad van 31 mei jl. nogmaals t/m 31 augustus 2021.
De Vlaamse Regering gaf inmiddels haar goedkeuring aan een nieuw wijzigingsbesluit van 16 juli 2021 dat de opdrachten en subsidieperiode voor optie 1 verlengt tot 15 oktober 2021. Hiertoe dient voor 30 september 2021 opnieuw een addendum worden opgemaakt en bezorgd aan het Agentschap Binnenlands Bestuur.
De verlenging zal formeel worden voorgelegd tijdens de eerstvolgende gemeenteraad dd. 13 september 2021.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het wijzigingsbesluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorgelegde addendum en besluit deze ter goedkeuring voor te leggen aan de eerstkomende gemeenteraad dd. 13 september 2021.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van onderstaande meldingen van Kind en Gezin:
Kennisgeving stopzetting van een kinderopvanglocatie in de gemeente Zonhoven.
Op 29 juli 2021 heeft de dienst welzijn en economie een brief ontvangen van Kind en Gezin waarin vermeld wordt dat zij op 9 juli 2021 een vergunning voor opvang van baby’s en peuters toekende aan de organisator FERM Kinderopvang vzw voor de kinderopvanglocatie The Bumblebees, Sparrenweg 4 te 3520 Zonhoven.
De vergunning wordt toegekend voor 7 kinderopvangplaatsen.
Het gaat hier over een bestaande opvanglocatie die van adres verandert vanaf 9/09/21.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van onderstaande melding van Kind en Gezin:
Kennisgeving toekenning vergunning voor een kinderopvanglocatie in de gemeente Zonhoven.
Binnen het stoepenproject worden in de Vlasbergweg, Eksterstraat, Roerdompstraat, Leeuwerikstraat, Lijsterstraat en Heivinkstraat de bestaande voetpaden opgebroken, de aansluitingen van de slokkers en de woningen op de riolering hersteld om nadien een nieuw voetpad aan te leggen.
Aannemer Nooyens is dit project aan het uitvoeren en is bezig aan de aansluitingen van de woningen in de Vlasbergweg, de eerste van alle straten.
Gezien de zware regenval van afgelopen weken en de wateroverlast die op de wijk naar voor is gekomen, zijn alle mogelijke maatregelen die het bestuur kan nemen om wateroverlast te vermijden, uiteraard nuttig. Er wordt voorgesteld om de normale betonstraatstenen te vervangen door waterdoorlatende betonstraatstenen. Aannemer Nooyens heeft hiervoor een offerte ingediend op 11/08/2021.
De meerprijs van waterdoorlatende betonstraatstenen ten opzichte van de normale bedraagt € 5,87 per m² x 4820 m² = € 28.293,40.
De opbraak van het gedeelte reeds voorzien in de Vlasbergweg bedraagt € 4,85 per m² x 200 m² = € 970.
Om alle voorziene betonstraatstenen te vervangen binnen het project bedraagt dit € 29.263.40 excl BTW ofwel € 35.408,71 incl BTW.
Advies van de dienst Patrimonium:
Gezien de klimaatverandering en toenemende neerslag is het vervangen van alle betonstraatstenen door waterdoorlatende betonstraatstenen een opportuniteit die op de hele wijk ongeveer 4820 m² verharding bijkomend afkoppelt. De ondergrond in deze regio van Zonhoven leent zich ook goed om infiltratie van oppervlaktewater toe te laten. De fundering die aannemer Nooyens voorziet kan ook voor de waterdoorlatende betonstraatstenen dienen.
Het college van burgemeester en schepenen besluit om de klassieke betonstraatstenen in het stoepenproject in de Vlasbergweg, Roerdompstraat, Leeuwerikstraat, Eksterstraat, Lijsterstraat en Heivinkstraat te vervangen door waterdoorlatende betonstraatstenen volgens de offerte van Guy Nooyens van 21/08/2021 voor een totale meerkost van € 29.263.40 excl BTW ofwel € 35.408,71 incl BTW.