Terug
Gepubliceerd op 22/09/2021

2021_CBS_01003 - OMV - Vergunning - Bremstraat 9 - 2021/00199 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 14/09/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01003 - OMV - Vergunning - Bremstraat 9 - 2021/00199 - Goedkeuring 2021_CBS_01003 - OMV - Vergunning - Bremstraat 9 - 2021/00199 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin.

De aanvraag werd op 29 juni 2021 ontvangen en op 16 juli 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 7 april 1949 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1949/00114)

Op 28 februari 2017 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing, het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en het kappen van 3 bomen (2 naaldbomen en een kastanjeboom).  (2016/00240)

Op 12 november 2019 werd de splitsing goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen voor het opdelen van het perceel in 2 loten met telkens één halfopen woning per perceel.

Op 11 mei 2021 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van een omheining.  (2021/00057)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het aanleggen van onvergunde verhardingen en het kappen van een bos.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Boscompensatie

Op 29 juli 2021 verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“De aanvraag betreft het plaatsen van omheining en regularisatie van het kappen van bomen. De te kappen bomen stonden niet in bosverband, bijgevolg is het bosdecreet niet van toepassing en een compensatievoorstel voor de ontbossing dient dan ook niet goedgekeurd te worden.

Gelet op de ruimtelijke bestemming is er voor de aangevraagde werken geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap.

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies.

Algemene opmerking soortenbesluit:

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).

Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn.

Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens.”

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Bremstraat, een gemeenteweg in deelkern Terdonk.

De nabije omgeving kenmerkt zich door grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk vrijstaand, met 1 tot 2 bouwlagen onder hoofdzakelijk hellende daken, afgewerkt in diverse texturen en kleuren.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is reeds bebouwd met een halfopen eengezinswoning.

De huidige aanvraag omvat het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is functioneel inpasbaar in de omgeving.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, mobiliteitsimpact en de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

Men wenst op het L-vormig perceel ter hoogte van de achterste perceelsgrens, over een afstand van 22,54m, en ter hoogte van de uiterste linkse perceelsgrens, over een afstand van 22,74m, een afsluiting te plaatsen.  De afsluiting wordt voorzien in de vorm van houten schermen in een betonnen/metalen kader.   De afsluiting heeft een hoogte van 2m.   De afsluiting wordt geplaatst op 0,50m van de linker en achterste perceelgrens.

Er wordt hout gebruikt voor de schutting.  Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort. Dit wordt meegegeven als bemerking.

Verder omvat de aanvraag het regulariseren van het rooien van bomen.  Op het perceel, net zoals op het rechts aanpalend perceel, dat ten tijde van de stedenbouwkundige vergunning van beide woningen nog één geheel vormde met het perceel uit de aanvraag, bevond zich een bos.  Dit bos bevond zich minstens op de laatste 23 meter van beide percelen.  Dit bos staat aangegeven op het inplantingsplan van de stedenbouwkundige vergunning.  In deze vergunning staat duidelijk vermeld dat het bos (een gemengd bos) behouden blijft.  Er werd geen aanvraag tot kappen van dit bos ingediend.  De huidige aanvraag bevat een regularisatie van een ontbossing.

De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan het Agentschap Natuur en Bos.  Uit hun advies van 29 juli 2021 blijkt dat de gerooide bomen niet in bosverband stonden.   Bijgevolg is het bosdecreet niet van toepassing.

Conform het advies van de dienst Facilitair Management dient ter compensatie van het rooien van de bomen een heraanplant te gebeuren.  In de achtertuin, op minimum 2m van de perceelgrenzen, dienen minstens 2 hoogstammige loofbomen aangeplant te worden met een minimale plantmaat van 18/20.  De volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.  Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

De overige voorwaarden gesteld in het advies zoals hieronder aangehaald, dienen gevolgd te worden zoals aangehaald door de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Tot slot omvat de aanvraag het herinrichten van de voortuin.

Momenteel is de hele voortuin verhard d.m.v. een grindverharding.

De aanvrager wenst deze verharding te beperken zodat een inrit met een breedte van 3m behouden blijft, een toegangspad naar de voordeur van de woning en een parkeerplaats evenwijdig met de weg.

Een standaard parkeerplaats heeft een breedte van 2,50m en een lengte van 5m.  Uit de ingediende plannen blijkt dat de aanvrager een parkeerplaats wenst aan te leggen van 4,73m x 6,47m.  Om de verharding in de voortuin te beperken zal als voorwaarde worden opgenomen dat de parking beperkt dient te worden tot maximum 3,5m x 5m.

Tot slot dienen de niet-verharde delen in de voortuin aangeplant te worden met groenaanleg. Bijgevolg dient de schors dan ook uitgevoerd te worden met groenaanplanting.  Dit zowel in het kader van een groen straatbeeld, als in het kader van de biodiversiteit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • Er minimaal 2 nieuwe hoogstammige loofbomen worden aangeplant in de achtertuin op minimum 2m van de perceelgrenzen, met een minimale plantmaat 18/20.  Volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.

Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

  • Er voldaan wordt aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos;
  • Er voldaan wordt aan het advies van de dienst Facilitair Management (uitgezonderd de voorwaarde m.bt.t. het verhardingspercentage in de voortuin);
  • De parkeerplaats in de voortuin dient beperkt te worden tot een maximale afmeting van 3,50m x 5m.
  • De niet-verharde delen in de voortuin (inclusief de schors) dienen uitgevoerd te worden met groenaanplanting.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 29 juli 2021 verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 9 augustus 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“voorwaardelijk gunstig

Voorwaarden:

  • Verharding en/of halfverharding in de voortuin beperken tot maximaal 40% van de totale opp.
  • Verharding op openbaar domein beperken tot één inrit van max. 3 meter breed, T.h.v. de straat mag deze over een afstand van 1 meter een breedte van max. 4 meter hebben om zo inrijden te vereenvoudigen. Rest van  het openbaar domein mag er geen verharding en/of halfverharding worden voorzien.
  • In de achtertuin worden er minstens 2 hoogstam loofbomen in een maat niet kleiner dan 18/20 aangeplant. Volgende soorten komen hiervoor in aanmerking: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.

De aanvrager wenst in de voortuin een parkeerplaats aan te leggen.  Gezien het een halfopen bebouwing betreft is de voortuin eerder beperkt waardoor een maximale verharding van 40% niet haalbaar is bij het aanleggen van een parkeerplaats.

De voortuin heeft een oppervlakte van ca. 94m².   Indien slechts 40% verharding mag aangebracht worden bedraagt dit 37,6m².

De inrit met een breedte van 3m heeft reeds een verharde oppervlakte van 27,5m² waardoor er slechts een bijkomende verharding in de voortuin zou aangelegd mogen worden van 10m².

Het aanleggen van een bijkomende parking bedraagt minimum 15m².

De gemeentelijke omgevingsambtenaren gaan dan ook niet akkoord met deze opgelegde voorwaarde.  Zoals aangehaald onder de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening zullen er evenwel vergunningsvoorwaarden worden opgelegd omtrent de verharding/ingroening van de voortuin.

Tot slot dient bijkomend opgelegd te worden dat de nieuw aan te planten bomen dienen ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen.

De bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgend (eventueel lopend) plantseizoen volgend op het bekomen van de omgevingsvergunning.

Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

De overige voorwaarden gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voorwaarden.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dienen minimaal 2 nieuwe hoogstammige loofbomen aangeplant te worden in de achtertuin op minimum 2m van de perceelgrenzen, met een minimale plantmaat 18/20.  Volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.  De bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgend (eventueel lopend) plantseizoen volgend op het bekomen van de omgevingsvergunning.
    Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
  2. Er dient voldaan te worden aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos;
  3. Er dient voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management (uitgezonderd de voorwaarde m.b.t. het verhardingspercentage in de voortuin);
  4. De parkeerplaats in de voortuin dient beperkt te worden tot een maximale afmeting van 3,50m x 5m.
  5. De niet-verharde delen in de voortuin (inclusief de schors) dienen uitgevoerd te worden met groenaanplanting.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dienen minimaal 2 nieuwe hoogstammige loofbomen aangeplant te worden in de achtertuin op minimum 2m van de perceelgrenzen, met een minimale plantmaat 18/20.  Volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.  De bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgend (eventueel lopend) plantseizoen volgend op het bekomen van de omgevingsvergunning.
    Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
  2. Er dient voldaan te worden aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos;
  3. Er dient voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management (uitgezonderd de voorwaarde m.b.t. het verhardingspercentage in de voortuin);
  4. De parkeerplaats in de voortuin dient beperkt te worden tot een maximale afmeting van 3,50m x 5m.
  5. De niet-verharde delen in de voortuin (inclusief de schors) dienen uitgevoerd te worden met groenaanplanting.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.