Terug
Gepubliceerd op 22/09/2021

2021_CBS_01002 - OMV - Vergunning - Lazarijstraat 18 - 2021/00171 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 14/09/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01002 - OMV - Vergunning - Lazarijstraat 18 - 2021/00171 - Goedkeuring 2021_CBS_01002 - OMV - Vergunning - Lazarijstraat 18 - 2021/00171 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding. 

De aanvraag werd op 18/05/2021 ontvangen.

Op 14/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 05/07/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 20/07/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 15/01/1960 werd er een stedenbouwkundige vergunning verleend, voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1960/00008)
  • Op 28/04/2015 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het regulariseren van de woning, het regulariseren van het bijgebouw (dubbele garage en carport), het rooien van naaldbomen en het heraanplanten van hoogstammige loofbomen( eik, beuk en kastanje). (2014/00229)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst patrimonium 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Lazarijstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het plaatsen van een zwembad achter de woning en het aanleggen van verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het aanleggen van een zwembad en verhardingen is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

Op het perceel werden reeds 2 garages vergund. Op de inrit kunnen nog enkele wagens gestationeerd worden. 

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het aanleggen van een zwembad en bijkomende verhardingen.

De gehele bestaande verharding op het perceel wordt verwijderd. Dit gaat om een klinkerverharding met een oppervlakte van 248,76m².

Achteraan de woning wordt er een zwembad voorzien met een oppervlakte van 34,2m (9m x 3,80m) en diepte van 1,50m. Het zwembad wordt ingeplant op 1m van de rechter perceelgrens en op ±4m van de achtergevel. Rondom het zwembad wordt er een boord aangelegd uit granieten boordstenen met een breedte van 0,40m. De totale oppervlakte van deze boordstenen bedraagt 10,72m². Tussen de achtergevel en het zwembad wordt er ook nog een terras voorzien in keramische tegels. De afwatering hiervan kan gebeuren in het naastliggende groen. 

Voor het overige wordt er een inrit aangelegd met een breedte van 3m, en op meerdere plaatsen iets breder, tot aan de bestaande vergunde garages. De breedte van de inrit mag maximaal 3m bedragen.  Links van de inrit dient er een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden om de opvang van het hemelwater te kunnen garanderen en de infiltratie op eigen terrein te kunnen voorzien. Deze inrit bestaat deels uit gebakken klinkers (±100m²) en deels uit dolomiet (55,50m²). Deze inrit kan beschouwd worden als een strikt noodzakelijke toegang naar de vergunde garage indien er aan bovenstaande voldaan wordt en is dus conform artikel 2.1.9° van het vrijstellingsbesluit vrijgesteld van vergunning. 

Vanuit de inrit wordt er een beperkt pad voorzien. Dit pad loopt verder rondom de woning aan de rechterzijde tot aan het terras achteraan de woning. Deze verharding wordt ook uitgevoerd in gebakken klinkers en heeft een totale oppervlakte van ±50m². Rechts van de woning en het pad ter plaatse wordt er een strook dolomiet aangelegd in de zijtuin met een oppervlakte van 33,22m². Vooraan de woning bij de trap wordt er een vlak voorzien in hoevedallen (blauwe steen) waarvan de oppervlakte 3,78m² bedraagt. 

De totale oppervlakte van de verhardingen op het perceel bedraagt 316,54m² inclusief het zwembad. Na het aftrekken van de inrit aangezien deze vrijgesteld is van vergunning zoals bovenstaand verklaard werd, bedraagt de totale te vergunnen verharding 161,64m² waarvan 26,65m² niet water doorlaatbaar. Samen met de bestaande bebouwing zal het perceel, in de eerste 50m gemeten van de rooilijn (binnen het woongebied), bebouwd/verhard zijn voor een oppervlakte van 565,30m². Dit geeft een percentage van 61,65% aan bebouwing/verharding op de eerste 50m gemeten vanaf de rooilijn, wat overdreven is gezien een deel van deze verhardingen overbodig is.  Hierdoor wordt er besloten dat de dolomiet verharding aan de rechterzijde van de woning met een oppervlakte van 33,22m² niet mag uitgevoerd worden.  

Naast de inrit wordt er ook nog dolomiet verharding in de berm op het openbaar domein voorzien. Dergelijke verhardingen kunnen niet toegestaan worden in deze bermen. Dit werd bevestigd door het advies van de dienst patrimonium dat afgeleverd werd op 22/07/2021 en het volgende omvat:

“De oprit op openbaar domein mag maar maximum 3m breed zijn. Aan de wegkant mag deze inrit de laatste meter links en rechts uitwaaieren, zodat de maximale breedte aan de straat 4m is. De oprit op openbaar domein moet met waterdoorlatende of water passerende materialen worden aangelegd. “

Hieruit kan besloten worden dat er enkel verhardingen toegelaten worden op het openbaar domein in functie van de inrit. De dolomiet die daar voorzien is dient dus vervangen te worden door een groenaanplant.”

Er kan wel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit om eventuele bezoekers te ontvangen.

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarden dat: 

  • De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting
  • De berm op het openbaar domein ook groen wordt aangeplant in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit.
  • Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden om het hemelwater op deze verharding te kunnen opvangen.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 22/07/2021 van de dienst patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

De oprit op openbaar domein mag maar maximum 3m breed zijn. Aan de wegkant mag deze inrit de laatste meter links en rechts uitwaaieren, zodat de maximale breedte aan de straat 4m is. De oprit op openbaar domein moet met waterdoorlatende of water passerende materialen worden aangelegd.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting
  • De berm op het openbaar domein ook groen wordt aangeplant in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit.
  • Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden om het hemelwater op deze verharding te kunnen opvangen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is )vatbaar voor een omgevingsvergunning voor mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting.
  2. De berm op het openbaar domein dient groen aangeplant te worden in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit. 
  3. Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden.
  4. Het advies van de dienst patrimonium dient nageleefd te worden.
    Riolering
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  13. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting.
  2. De berm op het openbaar domein dient groen aangeplant te worden in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit. 
  3. Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden.
  4. Het advies van de dienst patrimonium dient nageleefd te worden.
    Riolering
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  13. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.