Terug
Gepubliceerd op 22/09/2021

2021_CBS_01016 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2021/00183 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 14/09/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01016 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2021/00183 - Goedkeuring 2021_CBS_01016 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2021/00183 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verwijderen van niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord), het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

De aanvraag werd op 5 juni 2021 ontvangen.

Op 2 juli 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 14 juli 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 16 juli 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 30 mei 1962 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning.  (1962/00052)

Op 26 maart 2001 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning.  (2001/08575)

Op 19 december 2006 werd een stedenbouwkundige weigering afgeleverd voor het omvormen van 2 vijvers tot 2 poelen.   (2006/10424)

Op 7 maart 2011 werd een vergunning afgeleverd voor het zuiver maken en aanpassen van de vormgeving van 2 bestaande vijvers.  (2010/11926)

Op 24 september 2012 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een nieuw tuinhuis.   (2012/00111)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2017_005)

mei 2019

“Recent ontvingen wij van u een e-mail waarin de wens werd geuit tot uitbreiding van de praktijkruimte. En dit aansluitend op de zijgevel links, met een oppervlakte van ±39m² en zonder stabiliteitswijzigingen.

U vroeg ons te onderzoeken of in deze situatie een meldingsplicht kon toegepast worden.

Op het eerste zicht lijkt de uitbreiding overeen te komen met artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Aan de initiële vergunde woning uit 1962 werd echter reeds in 2001 uitbreidingen gerealiseerd. De huidig voorgestelde uitbreiding zal samen met de reeds in 2001 gerealiseerde uitbreiding de maximale oppervlakte van 40m² overschrijden waardoor geen melding meer mogelijk is.

Bijgevolg zal er een aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning moeten ingediend worden.

Graag geven we als randopmerking mee dat uit de kadastrale gegevens blijkt dat er in de linker zijtuinzone een niet vergunde constructie aanwezig is. Deze zal in de omgevingsaanvraag moeten weergegeven worden als af te breken. Dit gebouw is op deze locatie niet vergunbaar.

Bij eventuele vragen mag u ons steeds contacteren.”

Januari 2021

“Hierbij onze bemerkingen:

  • T.o.v. de vergunde toestand werd het maaiveld (deels) gewijzigd.  Dit is te regulariseren.  Een wijziging van het maaiveld mag geen overlast veroorzaken tov de aanpalende percelen.  Gezien het perceel achter de woning in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen is dienen wij bij een omgevingsaanvraag advies te vragen.  Reliëfwijzigingen in overstromingsgevoelig gebied zijn niet wenselijk, een advies hierover zal dan ook gevolgd worden.

Wanneer de reliëfwijziging vergunbaar is, is het bijkomende bordes dat ook.

  • Wanneer de publiciteit niet voldoet aan het vrijstellingsbesluit dient deze ook geregulariseerd te worden.
  • Zoals ik het lees is de voorgestelde activiteit vrijgesteld van vergunning.  
  • Gezien de voorziene aanbouw op voldoende afstand tot de perceelsgrens wordt ingeplant zal deze geen bijkomende hinder veroorzaken en is deze aanvaardbaar.
  • Het perceel telt slechts 1 inrit en de voortuin is voornamelijk groen aangeplant, de parkeerplaatsen zijn bijgevolg vergunbaar.  Een inrit mag, omwille van de waterhuishouding, niet tot tegen de perceelsgrens ingeplant worden.  De kiezelstrook rechts van de inrit dient om die reden met groen aangeplant te worden.
  • Op eerste zicht lijken zwembad en terras toelaatbaar.  Echter, om een concrete uitspraak te kunnen doen over de bebouwings- en verhardingsgraad binnen het woongebied dienen we een gedetailleerd inplantingsplan te ontvangen.  Het zwembad lijkt een voorlopige constructie te zijn, is  het de bedoeling deze nog verder af te werken?

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

Mei 2021

“gezien er reeds uitbreidingen werden uitgevoerd aan de woning kan de gewenste uitbreiding niet aangevraagd worden via een melding.  De aanvraag is bijgevolg vergunningsplichtig.  Er dienen bovendien ook nog andere zaken geregulariseerd te worden (zie de haalbaarheidsstudie in de mail van de architect d.d. 24/12/2020). Of de medewerking van een architect verplicht is hangt er van af.  Wanneer de 'veranda of een soortgelijke constructie' uit minstens 75 % glas of doorzichtig materiaal bestaat, is de medewerking van een architect niet verplicht.  Hierbij wordt het dak ook meegeteld.

Alle eerdere bemerkingen blijven ook van kracht.  Het is op dit moment niet duidelijk of de nevenactiviteit aan alle voorwaarden voldoet om als vrijgesteld te kunnen worden beschouwd.  De vrijstelling geldt enkel als aan een aantal voorwaarden voldaan is:

  • het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied
  • de woonfunctie blijft de hoofdfunctie van het gebouw
  • de complementaire functie beslaat minder oppervlakte dan de woonfunctie en nooit meer dan 100 vierkante meter
  • de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg en minder dan 15 jaar oude verkavelingen.

Een tijdelijke gebruikswijziging van een gebouw, met een maximale duur van vier keer dertig dagen per jaar, is ook vrijgesteld van vergunning.

Ook een zwembad in de vorm van een 'tijdelijke' constructie is vergunningsplichtig wanneer er niet voldaan wordt aan het vrijstellingsbesluit (zie hiervoor art. 2.1 van het vrijstellingsbesluit).  Hierbij worden zowel verhardingen als zwembaden lager dan 1,5m boven het maaiveld beschouwd als niet-overdekte constructies.  Wanneer de oppervlakte hiervan minder dan 80m² bedraagt in zij- en achtertuin (m.u.v. strikt noodzakelijke toegangen tot en opritten naar het gebouw), en de constructies zijn ingeplant tot op 1m van de perceelsgrenzen, zijn deze constructies vrijgesteld van vergunning.

Enkel volgende publiciteit is vrijgesteld van vergunning: de bevestiging aan een vergund gebouw van niet-lichtgevende zaakgebonden publiciteit, met een totale oppervlakte van maximaal 4 vierkante meter.

Een vrijstaand publiciteitspaneel is m.a.w. vergunningsplichtig.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

Juni 2021

“ik verwijs hiervoor naar de nota (haalbaarheidsstudie) die de architect aan ons bezorgd heeft eind december 2020, ik neem aan dat de bouwheer over deze nota beschikt?
 Volgende zaken werden hierin aangegeven als onvergund:

  • open houten bijgebouw - te slopen
  • verhoogd terras achter de woning
  • bordes aan voorgevel
  • zwembad en zonneterras
  • 2 parkeerplaatsen in de voortuin

Hierbij de bemerkingen die wij destijds als antwoord aan de architect hebben overgemaakt:

  • "Tov de vergunde toestand werd het maaiveld (deels) gewijzigd.  Dit is te regulariseren.  Een wijziging van het maaiveld mag geen overlast veroorzaken tov de aanpalende percelen.  Gezien het perceel achter de woning in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen is dienen wij bij een omgevingsaanvraag advies te vragen.  Reliëfwijzigingen in overstromingsgevoelig gebied zijn niet wenselijk, een advies hierover zal dan ook gevolgd worden.

Wanneer de reliëfwijziging vergunbaar is, is het bijkomende bordes dat ook.

  • Tov de vergunde toestand werd het maaiveld (deels) gewijzigd.  Dit is te regulariseren.  Een wijziging van het maaiveld mag geen overlast veroorzaken tov de aanpalende percelen.  Gezien het perceel achter de woning in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen is dienen wij bij een omgevingsaanvraag advies te vragen.  Reliëfwijzigingen in overstromingsgevoelig gebied zijn niet wenselijk, een advies hierover zal dan ook gevolgd worden.
  • Wanneer de reliëfwijziging vergunbaar is, is het bijkomende bordes dat ook.
  • Wanneer de publiciteit niet voldoet aan het vrijstellingsbesluit dient deze ook geregulariseerd te worden.
  • Zoals ik het lees is de voorgestelde activiteit vrijgesteld van vergunning. 
  • Gezien de voorziene aanbouw op voldoende afstand tot de perceelsgrens wordt ingeplant zal deze geen bijkomende hinder veroorzaken en is deze aanvaardbaar.
  • Het perceel telt slechts 1 inrit en de voortuin is voornamelijk groen aangeplant, de parkeerplaatsen zijn bijgevolg vergunbaar.  Een inrit mag, omwille van de waterhuishouding, niet tot tegen de perceelsgrens ingeplant worden.  De kiezelstrook rechts van de inrit dient om die reden met groen aangeplant te worden.
  • Op eerste zicht lijken zwembad en terras toelaatbaar.  Echter, om een concrete uitspraak te kunnen doen over de bebouwings- en verhardingsgraad binnen het woongebied dienen we een gedetailleerd inplantingsplan te ontvangen.  Het zwembad lijkt een voorlopige constructie te zijn, is  het de bedoeling deze nog verder af te werken?"

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies, uitgezonderd dat de kiezelstrook rechts van de inrit met groen diende aangeplant te worden.  Dit zal dan ook in de voorwaarden worden opgenomen.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw, een verhoogd terras, bordes aan de voorgevel, zwembad en zonneterras en 2 parkeerplaatsen in de voortuin.  Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren (verhoogd terras, bordes voorgevel, zonneterras en parkeerplaatsen) of als te verwijderen (bijgebouw en zwembad).

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Lozing NHA en mazoutopslag 5 000 liter (3VL622/nde)

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Provinciale dienst Water & Domeinen

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het perceel is gedeeltelijk gelegen in natuurgebied (achterste gedeelte).  Dit deel van het perceel is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.

Gezien de voorgestelde werken zich volledig bevinden in het woongebied met landelijk karakter dient geen rekening gehouden te worden met het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht

Uit de ingediende stukken blijkt dat de eengezinswoning deels zal omgevormd worden tot praktijkruimte voor consultaties en huidverzorging.

De praktijkruimte omvat ca. 91m².

Artikel 2 §3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen stelt dat het uitoefenen van functies, complementair aan het wonen, in een woongebouw vrijgesteld is van vergunning mits voldaan is aan volgende voorwaarden:

  1. het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied;
  2. de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie;
  3. de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, minder dan 15 jaar oude verkavelingsvergunningen of minder dan 15 jaar oude omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden.

Bovenstaande voorwaarden zijn voldaan waardoor de nevenfunctie (praktijk) vrijgesteld is van vergunning.  Er wordt dan ook besloten dat dit zonder voorwerp is.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding kleiner is dan 40m².

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “collectief te optimaliseren buitengebied”. Een individuele waterbehandeling is noodzakelijk.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject is gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied.  Bijgevolg werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen.  Zij verleenden op 30 juli 2021 een gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies.

Het advies werd opgenomen onder de titel ‘bespreking adviezen’

De aanvraag doorstaat de watertoets mits voldaan wordt aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.
  • Er dient voldaan te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verwijderen van niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord), het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Koningsbergweg, een gemeenteweg.

Het perceel is gedeeltelijk gelegen in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.  De aangevraagde werken bevinden zich volledig binnen het woongebied met landelijk karakter.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevinden zich momenteel een vrijstaande eengezinswoning, 2 bijgebouwen, een zwembad en een vijver.

Uit de ingediende stukken blijkt dat de woning reeds werd uitgebreid zonder vergunning.

In de achtertuin werd een bijgebouw opgericht op 1m van de linker perceelgrens.  Dit bijgebouw met een oppervlakte van 24,63m² werd vergund in 2012.

Het 2de bijgebouw werd ingeplant in de linker zijtuin, tegen de linker perceelgrens.  Dit bijgebouw met een oppervlakte van 28,5m² werd opgericht zonder vergunning.

Eveneens werden zonder vergunning bijkomende verhardingen aangebracht alsook een zwembad in de achtertuin aangelegd en een publiciteitsbord geplaatst in de voortuin.

Tot slot bevindt zich achteraan op het perceel (natuurgebied) een vergunde vijver.

De huidige aanvraag omvat:

  • het verwijderen van niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord);
  • het regulariseren van het verhoogd terras;
  • het regulariseren van de terreinverhardingen;
  • het aanleggen van een zwembad;
  • het verbouwen en uitbreiden van de eengezinswoning;
  • het plaatsen van een publiciteitsbord.

Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De hoofdfunctie wonen blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen het hoofdvolume is reeds een dubbele carport aanwezig.

Tevens werden er 2 parkeerplaatsen aangelegd in de voortuin.

Er kunnen dan ook meerdere voertuigen gestald worden op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

Aan de achterzijde van de woning werd een verhoogd terras aangelegd en aan de voorzijde van de woning werd een ingangsbordes aangebracht. Gezien er een aanzienlijk hoogteverschil is op het terrein (ca. 0,60m) werd in de oorspronkelijke vergunning voorzien dat het maaiveld geleidelijk aan overliep. Door het aanbrengen van het verhoogde terras en het ingangsbordes is deze vloeiende overloop aangepast en is het hoogteverschil in het maaiveld dan ook ca. 0,60m ter hoogte van deze zones. Gezien het verhoogde terras alsook het ingangsbordes zich centraal bevinden op het perceel blijft t.o.v. de aangrenzenden het vergunde maaiveld behouden.

De aanvrager wenst de bestaande woning tevens te verbouwen en uit te breiden.

Het verbouwen betreft voornamelijk interne aanpassingen i.k.v. de nevenbestemming (praktijk).

De praktijk zal voorzien worden op het gelijkvloers met centraal de ontvangstruimte en aan de rechterzijde 2 praktijkruimtes. Zoals hoger aangehaald is deze nevenfunctie vrijgesteld van vergunning.

Het overige deel van de woning blijft behouden als gezinswoning.

De aanvrager wenst de woning aan de linkerzijde uit te breiden met een keuken.

De uitbreiding wordt ingeplant op 15,06m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op 3m van de linker perceelgrens.

De uitbreiding heeft een bouwbreedte van maximum 4,81m en een bouwdiepte van 7,92m.

De uitbreiding bestaat uit 1 bouwlaag en wordt uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is voorzien op 3,28m ten opzichte van het maaiveld.

De keuken wordt voorzien van grote raampartijen met zicht naar de tuin. Hierdoor ontstaat er meer woonkwaliteit en een kwalitatieve relatie tussen de woonvertrekken en de tuinzone.

Net zoals de bestaande woning wordt de uitbreiding uitgevoerd met een geelgetinte gevelsteen waardoor de uitbreiding een geheel vormt met de bestaande bebouwing.

In de voortuin werd op minimum 1,03m achter de rooilijn / voorste perceelgrens een publiciteitsbord geplaatst.  Dit niet-vergunde publiciteitsbord wordt, zoals eerder aangehaald, verwijderd.

Omwille van de praktijkruimte wenst de aanvrager een nieuw publiciteitsbord aan te brengen.

Het nieuwe publiciteitsbord wordt haaks op de rooilijn / voorste perceelgrens ingeplant en op ca. 12,50m van de rechter perceelgrens.

Het publiciteitsbord zal bestaan uit een zwart frame bestaan met daaraan een doek bevestigd.

Het frame heeft een hoogte van 2m, een breedte van 0,80m en een dikte van 0,10m.

Rekening houdend met de afmetingen, de voorgestelde inplanting en de breedte van het perceel zal het plaatsen van het publiciteitsbord geen hinder veroorzaken bij het in- en uitrijden noch enige negatieve invloed hebben op de verkeersveiligheid.

In de achtertuin bevindt zich momenteel een bovengronds zwembad. Dit niet-vergunde zwembad zal, zoals eerder aangehaald, verwijderd worden.

De aanvrager wenst een nieuw zwembad aan te leggen in de achtertuin met een oppervlakte van 32m² (8m x 4m) en een diepte van 1,50m.

Rondom het zwembad wordt een boordsteen aangelegd met een breedte van 1m.

Tot slot wenst de aanvrager een bijkomend terras aan te leggen aan de achterzijde van de nieuwe uitbreiding en de bestaande verhardingen te regulariseren.

De totale te regulariseren verharding bedraagt 330m² (= 253m² klinkerverharding en 77,4m² kiezelverharding).

Het zuidwestelijk georiënteerde nieuw aan te leggen terras heeft een oppervlakte van 12,48m² en sluit aan op de nieuwe keuken.

De totale voorziene verharde oppervlakte verharding is overdreven en dient beperkt te worden.

In de voortuin werd een inrit aangelegd die toegang verleent tot de dubbele carport alsook tot 2 parkeerplaatsen.

De 2 parkeerplaatsen zijn evenwijdig met de voorliggende weg ingeplant en werden aangelegd in kiezelverharding.

De inrit heeft een totale breedte van 8,42m.  Deze inrit werd deels uitgevoerd in klinkers en deels in kiezelverharding. De kiezelverharding werd aangebracht langsheen de rechter perceelgrens over een breedte van 1,58m.

Om de bereikbaarheid van de carport alsook het vlot in- en uitrijden van de parkeerplaatsen te garanderen is de inritverharding uitgevoerd in klinkers (breedte max. 6,84m) wenselijk.

Toch dient de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot maximum 4m zodat de verkeersveiligheid bij het in- en uitrijden gegarandeerd blijft.

De kiezelverharding langsheen de rechterperceelgrens is overbodig en dient dan ook verwijderd te worden. Deze strook dient aangelegd met groenaanplanting.

Vanaf de achterzijde van de carport wordt de breedte van de inrit herleid tot 3,53m waarvan 1,53m kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens en 2m klinkerverharding.

Aansluitend werd, aan de rechterzijde van de buitentrap aan de achtergevel van de woning, een klinkerverharding aangelegd met een oppervlakte van ca. 50m². Gezien de woning reeds over een terras aan de achterzijde van de woning beschikt is deze bijkomende verharding eerder overbodig.  Bijgevolg zal als voorwaarde worden opgenomen dat deze verharding beperkt dient te worden tot een toegangspad vanaf de achterzijde van de carport naar het terras aan de achtergevel van de woning. De breedte van het toegangspad dient beperkt te worden tot 1m.  Op de locaties van de te verwijderen verharding dient een groenaanplanting voorzien te worden.

In de achtertuin bevindt zich tevens een zonneterras met een oppervlakte van ca. 70m². Dit zonneterras bevindt zich aan de rechterzijde van het zwembad.

Er kan akkoord gegaan worden met een beperkt zonneterras in de directe omgeving van het zwembad, 70m² is echter overdreven gezien het perceel over meerdere terrassen beschikt.  Bijgevolg dient het zonneterras beperkt te worden tot 20m² met aansluitend een toegangspad (breedte 1m) naar de woning. De overige verhardingen dienden verwijderd te worden, in plaats hiervan dient een groenaanplanting voorzien te worden.

Om de aanvrager de mogelijkheid te bieden zelf te bepalen waar en hoe het zonneterras van 20m² ingeplant wordt, alsook de aanleg van de toegangspaden zelf te bepalen, zal opgenomen worden in de vergunning dat de aanvrager een nieuw inplantingsplan dient over te maken aan de afdeling planning en vergunningen vooraleer de werken in uitvoering gaan.  Op dit inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, alsook de oppervlakte en de materialen. En dit conform de opgelegde beperkingen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.   Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  • De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  • De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 20m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.

De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.

De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen.  Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 30 juli 2021 verleende de provinciale dienst Water en Domeinen een gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier zowel voor wat betreft de bindende bepalingen i.v.m. de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.

Ik verzoek u de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in bijgaande 2 adviezen.”

27/07/2021:

“Advies in verband met bindende bepalingen en machtigingen rond onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie over

  • de afstand van gebouwen, vaste constructies en beplantingen naast de waterloop
  • het plaatsen van afsluitingen naast de waterloop
  • machtigingen

DOSSIER: het verwijderen van niet-vergunde constructies e.a.

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

(…)

Ligging van het perceel:

  • kadaster:               gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nr. 55F
  • adres:                    Koningsbergweg 89

Gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de
  • watering: neen
  • machtiging nodig: neen
  • voldoende uitgewerkt om machtigingsadvies af te leveren: ja

DEEL 2 AFSTAND TOT DE WATERLOOP: VIJFMETERZONE VRIJHOUDEN – ZONE NON AEDIFICANDI  

De vergunninghouder moet volgende ALGEMENE VOORWAARDEN naleven:

2.1 Afstand tot de waterloop 

  • De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf bedragen zowel op de linker- als de rechteroever zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft.
  • Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met aslast 15 ton en totaal gewicht tot 30 ton.
  • Geen grondbewerkingen zijn toegelaten op minder dan 1 m langs de waterloop volgens het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018.
  • Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden.
  • Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien:
    - een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt
    - de houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder
    - voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
  • Ophoging van de oever binnen de vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop is vergunningsplichtig en moet beoordeeld worden in kader van de watertoets. 

2.2. Afrasteringen en afsluitingen

  • Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren.
  • Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop.
  • De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn.
  • De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.

DEEL 3 MACHTIGINGEN

ALGEMENE VOORWAARDEN met betrekking tot inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop.

Machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:

  • Ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop.

Er is geen ophoging van de oever van de waterloop op de plannen aangeduid.

Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

  • Aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop.

Er is geen werk aan de waterloop op de plannen aangeduid.

Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

  • Lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater ) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen).

Er is geen lozing in de waterloop op de plannen aangeduid.

Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

DEEL 4 CONCLUSIE

Het dossier wordt in het kader van de bindende bepalingen rond onbevaarbare waterlopen VOORWAARDELIJK GUNSTIG beoordeeld.

De voorwaarden onder Deel 2 en 3 moeten worden opgenomen in de vergunning.”

29/07/2021:

“Advies in verband met de watertoets

DOSSIER: het verwijderen van niet-vergunde constructies e.a.

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

(…)

Ligging van het perceel:

  • kadaster:               gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nr. 55F
  • adres:                    Koningsbergweg 89

Gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de
  • watering: neen
  • machtiging nodig: neen
  • voldoende uitgewerkt om machtigingsadvies af te leveren: ja

DEEL 2  WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018) 

1 Beschrijving van het watersysteem 

  • Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
  • Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied met een landelijk karakter
  • Het perceel is daarenboven gelegen in:
    - een habitatgebied (SBZ) - enkel de achtertuin
    - een VEN-gebied - enkel de achtertuin
    - het bekken van de Demer
    - het deelbekken van de Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over:

  • richtlijn gewijzigd overstromingsregime
  • richtlijn gewijzigd afstromingsregime

RICHTLIJN GEWIJZIGD OVERSTROMINGSREGIME

Het perceel is gelegen in mogelijk overstromingsgevoelig gebied.

Tekening: zie advies

Binnen het overstromingsgevoelig gebied en de vijfmeterzone van de waterloop mag het terrein niet opgehoogd worden.

RICHTLIJN GEWIJZIGD AFSTROMINGSREGIME

Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater.

Aangezien de totale oppervlakte van daken en verhardingen op het perceel kleiner is dan 1 000 m², is een wateradvies van de provinciale dienst Waterbeheer niet vereist. Voor de richtlijn “gewijzigde afstromingsregime” is een positieve uitspraak mogelijk indien voldaan wordt aan de vigerende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen (5 juli 2013).

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER  

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het verwijderen van niet-vergunde constructies e.a. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.

Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende VOORWAARDE wordt opgenomen in de vergunning:

  • Binnen het overstromingsgevoelig gebied en de vijfmeterzone van de waterloop mag het terrein niet opgehoogd worden.

Het wateradvies is dan ook VOORWAARDELIJK GUNSTIG

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.
  • Er dient voldaan te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.
  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.   Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  • De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  • De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 20m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.

De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.

De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen.  Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Het slopen / verwijderen van de niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord) is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de nevenbestemming (praktijk) omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonder de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  3. De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  4. De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 20m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.
    De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.
    De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen.  Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.
    Riolering:
  5. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  12. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  13. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  19. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  20. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  22. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager, maar wenst de opgelegde voorwaarde omtrent het zonneterras (terras rechts van het zwembad) te nuanceren.

Gezien de aanwezige verhardingsgraad op het terrein is het college van burgemeester en schepenen akkoord om overige te regulariseren verharding te beperken. Men is echter van oordeel dat een beperking tot 35m² zonneterras volstaat om tot een aanvaardbare verhardingsgraad te komen, gezien het specifieke perceel. Daarnaast wordt het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar gevolgd dat deze overige verhardingen beperkt dienen te worden tot een  toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras, en aldus een zonneterras van max. 35m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.    

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het slopen / verwijderen van de niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord) is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de nevenbestemming (praktijk) omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m. Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  3. De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  4. De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 35m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.
    De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.
    De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen. Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.
    Riolering:
  5. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder (zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid. Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool. De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  12. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  13. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  19. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  20. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  22. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.