Terug
Gepubliceerd op 23/09/2021

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 14/09/2021 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2021_CBS_00991 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2021_CBS_00991 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2021_CBS_00991 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 7 september goedgekeurd.

2.

2021_CBS_00992 - Uitnodigingen - Kennisneming

Goedgekeurd
2.

2021_CBS_00992 - Uitnodigingen - Kennisneming

2021_CBS_00992 - Uitnodigingen - Kennisneming
3.

2021_CBS_00993 - Aanvraag deelname Internationale Dag van de Vrede - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2021_CBS_00993 - Aanvraag deelname Internationale Dag van de Vrede - Goedkeuring

2021_CBS_00993 - Aanvraag deelname Internationale Dag van de Vrede - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Bijlage

  • Brief Vrede vzw
  • Brief 'ICAN Cities Appeal: Een wereldwijde oproep van steden en gemeenten ter ondersteuning van het VN-Kernwapenverbod' 
Feiten context en argumentatie

Nota van de dienst

De dienst communicatie gaat akkoord met het uithangen van de vredesvlag op 21 september 2021.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om de vredesvlag te hijsen op 21 september 2021.

4.

2021_CBS_00994 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
4.

2021_CBS_00994 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2021_CBS_00994 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
5.

2021_CBS_00995 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2021_CBS_00995 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2021_CBS_00995 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 26.758,01.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van geschatte uitgaven voor uitdag van 17/9 goed voor een bedrag van € 570,00.

6.

2021_CBS_00996 - Gratis grondafstand van 89ca uit een perceel grond gelegen Vaartstraat, sectie C 685h, voor inlijving bij het openbaar domein - Aanstelling notaris - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2021_CBS_00996 - Gratis grondafstand van 89ca uit een perceel grond gelegen Vaartstraat, sectie C 685h, voor inlijving bij het openbaar domein - Aanstelling notaris - Goedkeuring

2021_CBS_00996 - Gratis grondafstand van 89ca uit een perceel grond gelegen Vaartstraat, sectie C 685h, voor inlijving bij het openbaar domein - Aanstelling notaris - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van de gemeenteraad dd. 13 september 2021 houdende aanvaarding van de gratis grondafstand van 89ca uit een perceel grond gelegen Vaartstraat, sectie C 685h, voor inlijving bij het openbaar domein.

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad dd. 13 september 2021 ging akkoord met de gratis grondafstand van Frieda, Gerda, Maria en Martha Bielen van 89ca uit een perceel grond gelegen Vaartstraat, sectie C 685h, voor inlijving bij het openbaar domein van de gemeente Zonhoven.

De akte zal verleden worden door een notaris aan te stellen door het college van burgemeester en schepenen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist notaris Nathalie Bovend'aerde, Heuveneindeweg 40B te 3520 Zonhoven aan te stellen om de akte te verlijden.

7.

2021_CBS_00997 - Onderhandse verkoop van 63ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Moverkensstraat, sectie B 952/03b - Aanstelling notaris - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2021_CBS_00997 - Onderhandse verkoop van 63ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Moverkensstraat, sectie B 952/03b - Aanstelling notaris - Goedkeuring

2021_CBS_00997 - Onderhandse verkoop van 63ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Moverkensstraat, sectie B 952/03b - Aanstelling notaris - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van de gemeenteraad dd. 13 september 2021 houdende onderhandse verkoop van 63ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Moverkensstraat, sectie B 952/03b.

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad dd. 13 september 2021 ging akkoord met de onderhandse verkoop aan Stephan Beer en Ingrid Hendrikx van 63ca uit een perceel gemeentegrond gelegen langs de Moverkensstraat, sectie B 952/03b.

De gemeenteraad besliste dat de akte zal verleden worden voor een notaris aan te stellen door het college van burgemeester en schepenen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist notaris Natalie Cabes, Sint-Trudoplein 7/1 te 3530 Houthalen-Helchteren aan te stellen om de akte te verlijden.

8.

2021_CBS_00998 - Starten procedure "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening" - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2021_CBS_00998 - Starten procedure "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening" - Goedkeuring

2021_CBS_00998 - Starten procedure "Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening" - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Gemeenteraad in zitting van 13/09/2021;

Bestek.

Feiten context en argumentatie

In het kader van de opdracht “Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening” werd een bestek met nr. ID 570 opgesteld door Gemeente Zonhoven.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 28.925,62 excl. btw of € 35.000,00 incl. 21 % btw.

De gemeenteraad verleende in zitting van 13 september 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

Er wordt voorgesteld om de plaatsingsprocedure op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 15 september 2021.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor de opdracht “Aanstellen ontwerper voor opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Hondenschool Teutseweg met inbegrip van plan-MER-screening” wordt opgestart.

Artikel 2

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld en bekendgemaakt op nationaal niveau.

Artikel 3

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 18 oktober 2021.

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de meerjarenplanning, waarbij een budget voorzien is van € 30.000 bij MJP000451.

Artikel 5

Het krediet zal verhoogd worden bij de volgende budgetwijziging.

9.

2021_CBS_00999 - OMV - Besluit Deputatie - Waardstraat 118 en 120 - 2021/00093 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2021_CBS_00999 - OMV - Besluit Deputatie - Waardstraat 118 en 120 - 2021/00093 - Kennisneming

2021_CBS_00999 - OMV - Besluit Deputatie - Waardstraat 118 en 120 - 2021/00093 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Beslissing van de Bestendige deputatie van 02 september 2021:

Artikel 1
§1. Aan de heer David Vanderheyden, Kleine Hellekensstraat 23 te 3520 Zonhoven wordt de omgevingsvergunning geweigerd voor het bouwen van 2 halfopen ééngezinswoningen, met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven ter plaatse Waardstraat 1 18 en 120, kadastraal gekend: Afdeling 2, Sectie C, perceelnr. 1255N3.

Artikel 2
De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
1) de beroeper, met name mevrouw Sofie Maes, Runstersteenweg 204 te 3500 Hasselt namens de heer David Vanderheyden, Kleine Hellekensstraat 23 te 3520 Zonhoven, aanvrager
2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.

Artikel 3
De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
5°  de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.

Artikel 4
Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
Het beroep kan worden ingesteld door:
1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
2° het betrokken publiek;
3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
5° (...)
6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
1°   de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
2°   de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 02 september 2021.

10.

2021_CBS_01000 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - Grote Eggestraat 23 - 2021/00264M - Afwijzing

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2021_CBS_01000 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - Grote Eggestraat 23 - 2021/00264M - Afwijzing

2021_CBS_01000 - OMV - Melding stedenbouwkundige handeling - Grote Eggestraat 23 - 2021/00264M - Afwijzing

Motivering

Feiten context en argumentatie

Voorwerp van de melding

De melding omvat de volgende stedenbouwkundige handelingen:

  • het aanleggen van een zwembad

De melding heeft betrekking op een terrein, gelegen Grote Eggestraat 23 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 3, sectie E, nr. 139W

De meldingsaanvraag werd op 04/09/2021 ontvangen.

Bevoegdheid

De melding heeft geen betrekking op een Vlaams of provinciaal project, noch op een ingedeelde inrichting van klasse 1, noch op een gemeentegrensoverschrijdend project. 

Het college van burgemeester en schepenen is dan ook bevoegd voor de aktename.

Onderzoek van het meldingsplichtig en niet-verboden karakter

Er zijn geen ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de melding.

De melding omvat het aanleggen van een zwembad in de achtertuin.

Deze stedenbouwkundige handeling valt NIET onder toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, Hoofdstuk 2 Aanwijzing van meldingsplichtige handelingen met toepassing van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige of verkavelingsvoorschriften:

De melding is volgens het gewestplan ‘Hasselt-Genk’, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 03/04/1979, gelegen in woongebied.

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurd gewestelijk RUP.

De aanvraag is gelegen in een goedgekeurde verkaveling 7204.V.87/10 (lot 3).

De aanvraag is verenigbaar met de planologische voorschriften.

Voor het perceel waar de aanvraag gelegen is werden volgende vergunningen afgeleverd:

  • 7204.V.87/10: verkavelingsvergunning op 07/12/1987;
  • 7204.V.87/10\02: verkavelingswijziging op 09/07/2007;
  • 2008/10912: stedenbouwkundige vergunning op 21/01/2008 voor het bouwen van een eengezinswoning;
  • 2014/00014: stedenbouwkundige vergunning op 06/05/2014 voor het bouwen van een tuinhuis met zonnepanelen – VERVALLEN (uit het fotodossier van huidige aanvraag blijkt dat het tuinhuis niet uitgevoerd werd).

Toetsing aan het Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is

Uit voorgaande dossiers valt af te leiden dat de oppervlakte van de niet overdekte constructies in zij- en achtertuin de 80m² reeds overschrijden. Voor de aanleg van een zwembad is een omgevingsvergunning vereist.

Uit het fotodossier, gevoegd bij de aanvraag, blijkt dat de verharding/ fundering van het in 2014 vergunde tuinhuis voorzien werd maar dat het gebouw niet binnen de gestelde vervaltermijnen gebouwd werd. Gelet op de inplanting tot tegen de linker perceelgrens is voor het bouwen van de tuinberging een omgevingsvergunning vereist.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de aktename van de stedenbouwkundige handelingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt geen akte van de melding ingediend door Severi Christophe voor het aanleggen van een zwembad in de achtertuin, gelegen Grote Eggestraat 23 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend als afdeling 3, sectie E, nr. 139W.

De aanvrager dient een omgevingsvergunning aan te vragen voor het aanleggen van een zwembad.

De aanvrager dient er tevens rekening mee te houden dat de stedenbouwkundige vergunning dd. 06/05/2014 voor het bouwen van een bijgebouw tegen de linker perceelgrens, vervallen is. Indien de aanvrager deze tuinberging alsnog wenst uit te voeren zal hiervoor eveneens een omgevingsvergunning vereist zijn.

 

11.

2021_CBS_01001 - OMV - Vergunning - Daalheideweg 4 - 2021/00164 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2021_CBS_01001 - OMV - Vergunning - Daalheideweg 4 - 2021/00164 - Goedkeuring

2021_CBS_01001 - OMV - Vergunning - Daalheideweg 4 - 2021/00164 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van een tuinberging, het bouwen van een carport en het verbouwen en uitbreiden van de woning.

De aanvraag werd op 10/05/2021 ontvangen.

Op 09/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 24/06/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 16/07/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 27/12/1961 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1961/00156)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft 2 losstaande bijgebouwen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de uitbreiding van de woning met een horizontale dakoppervlakte van 68,70m² een infiltratievoorziening wordt voorzien waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal en de nachthal.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Vermits het af te breken bedrijfsgebouw groter is dan 1000m³ dient een sloopinventaris opgemaakt te worden conform de bepalingen van art. 4.3.3. § 1 van VLAREMA.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van een tuinberging, het bouwen van een carport en het verbouwen en uitbreiden van de woning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Daalheideweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het slopen van een losstaand bijgebouw achteraan het perceel en nog een losstaand gebouw rechts achter de woning. Achteraan de woning zal er een uitbreiding gebeuren om hier een berging te creëren en rechts van de woning wordt er een dubbele carport voorzien.  Ook op het verdiepingsniveau zullen er uitbreidingen gebeuren om de bestaande ruimtes te vergroten en te verhogen.  

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het uitbreiden van de bestaande woning met een berging en het voorzien van een carport is functioneel inpasbaar, zowel in de onmiddellijke als in de ruime omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in een dubbele carport en ook nog enkele autostaanplaatsen op de inrit voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag betreft het slopen van een tuinberging, het bouwen van een carport en het verbouwen en uitbreiden van de woning.

De bestaande losstaande bijgebouwen rechts achteraan de woning en helemaal achteraan het perceel zullen worden gesloopt. 

De bestaande woning wordt behouden en zal worden uitgebreid. Deze uitbreiding zal gebeuren rechts achteraan de woning. De maximale bouwbreedte van 10,28m en de maximale bouwdiepte van 13,26m zullen hierdoor niet veranderen. De uitbreiding heeft een oppervlakte van 17,20m², bestaat uit 1 bouwlaag en heeft een plat dak. De dakrandhoogte hiervan zal 3,35m bedragen ten opzichte van het maaiveld. De afwerking van de uitbreiding zal gebeuren met een zwarte volkernplaat als gevelbekleding.

De uitbreidingen op het verdiepingsniveau betreffen het verhogen van de linker achterzijde van het bestaande gebouw. Het hellend dak zal vervangen worden door een ander hellend dak waarvan de nokhoogte hoger gelegen is, namelijk op 6,08m ten opzichte van het maaiveld. De kroonlijsthoogte blijft behouden. Door de verhoging van het dak zullen deze ruimtes beter tot hun recht komen. Het dak zal uitgevoerd worden in antraciet dakpannen. 

Aan de rechterzijde van het verdiepingsniveau zal er zowel vooraan als achteraan een uitbreiding gebeuren met een dakkapel. Deze dakkappelen worden voorzien met een plat dak. De hoogte van de dakrand van de dakkapellen zal vooraan de woning 5,55m bedragen en achteraan de woning 5,35m ten opzichte van het maaiveld. Binnen de kamer zal dit zorgen voor een degelijker gebruik dan bij een hellend dak. Hierdoor zorgen ze meteen voor extra ruimte op de slaapkamer en op de nachthal waardoor het gebruik hiervan bevorderd wordt. Beide dakkapellen worden afgewerkt met een zwarte volkernplaat als gevelbekleding.

In de rechter zijtuinstrook, tegen de rechtergevel en tegen de rechter perceelgrens zal er een dubbele carport voorzien worden. Deze carport heeft een oppervlakte van 49,4m² en wordt afgewerkt met een plat dak. De dakrandhoogte van deze constructie bedraagt 2,93m ten opzichte van het maaiveld. De zijde tegen de rechter perceelgrens zal uitgevoerd worden met stalen steunkolommen. De uitvoering van de carport zelf gebeurt in een zwart aluminium gevelbekleding en zwarte volkernplaten als gevelbekleding. 

De woning wordt ook volledig geïsoleerd aan de buitenzijde en bepleisterd met een witgrijze gevelbepleistering. 

Naar de carport wordt er een inrit voorzien die ter hoogte van de rooilijn een breedte heeft van 3m,naarmate deze op het perceel komt zal deze verbreden tot aan de dubbele carport. Vanuit de inrit wordt er een pad naar de voordeur aangelegd met een breedte van 1m. Dit pad wordt doorgetrokken langsheen de linkerzijde van de woning tot aan het terras achteraan. Deze verharding zal uitgevoerd worden in waterdoorlatende betonklinkers en heeft een totale oppervlakte van 100,70m². De overige zones op het perceel zullen aangeplant worden met gras. Langsheen de linker en de rechter perceelgrens wordt er een draad- en haagafsluiting voorzien met een hoogte van 2m.

Bovenstaande aanvraag kan aanvaard worden aangezien de gevraagde uitbreiding rechts achteraan de woning niet voor een extra bouwdiepte zorgt die de maximale, vaak gehanteerde norm van 17m overschrijdt. De uitbreidingen op het verdiepingsniveau zorgen niet voor extra hinder ten opzichte van de buren en zorgen voor een kwalitatiever gebruik van de woning. Voor het uitbreiden van de woning met een carport tot tegen de rechter perceelgrens werd er een akkoord bekomen met de rechterbuur en tijdens de procedure werd er ook geen bezwaar ingediend hieromtrent. 

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van een tuinberging, het bouwen van een carport en het verbouwen en uitbreiden van de woning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  2. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  7. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  8. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  9. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.  
  10. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het slopen van een tuinberging, het bouwen van een carport en het verbouwen en uitbreiden van de woning, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  2. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden.
    Andere voorwaarden:
  7. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  8. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  9. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. ( 
  10. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14.  De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

12.

2021_CBS_01002 - OMV - Vergunning - Lazarijstraat 18 - 2021/00171 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2021_CBS_01002 - OMV - Vergunning - Lazarijstraat 18 - 2021/00171 - Goedkeuring

2021_CBS_01002 - OMV - Vergunning - Lazarijstraat 18 - 2021/00171 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding. 

De aanvraag werd op 18/05/2021 ontvangen.

Op 14/06/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 05/07/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 20/07/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 15/01/1960 werd er een stedenbouwkundige vergunning verleend, voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1960/00008)
  • Op 28/04/2015 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het regulariseren van de woning, het regulariseren van het bijgebouw (dubbele garage en carport), het rooien van naaldbomen en het heraanplanten van hoogstammige loofbomen( eik, beuk en kastanje). (2014/00229)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst patrimonium 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

De woonuitbreidingsgebieden zijn bij uitstek die zones waar aan een woningbeleid kan worden gedaan; Voor het aansnijden van de woonuitbreidingsgebieden is het nodig te kunnen beschikken over bijkomende gegevens, zoals bepaald in het KB van 6 januari 1980.

Bij de ontwikkeling van woonuitbreidingsgebieden dient een woonbehoeftestudie te worden voorgelegd ter verantwoording van de te creëren bijkomende woongelegenheden.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Lazarijstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het plaatsen van een zwembad achter de woning en het aanleggen van verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het aanleggen van een zwembad en verhardingen is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

Op het perceel werden reeds 2 garages vergund. Op de inrit kunnen nog enkele wagens gestationeerd worden. 

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid;

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het aanleggen van een zwembad en bijkomende verhardingen.

De gehele bestaande verharding op het perceel wordt verwijderd. Dit gaat om een klinkerverharding met een oppervlakte van 248,76m².

Achteraan de woning wordt er een zwembad voorzien met een oppervlakte van 34,2m (9m x 3,80m) en diepte van 1,50m. Het zwembad wordt ingeplant op 1m van de rechter perceelgrens en op ±4m van de achtergevel. Rondom het zwembad wordt er een boord aangelegd uit granieten boordstenen met een breedte van 0,40m. De totale oppervlakte van deze boordstenen bedraagt 10,72m². Tussen de achtergevel en het zwembad wordt er ook nog een terras voorzien in keramische tegels. De afwatering hiervan kan gebeuren in het naastliggende groen. 

Voor het overige wordt er een inrit aangelegd met een breedte van 3m, en op meerdere plaatsen iets breder, tot aan de bestaande vergunde garages. De breedte van de inrit mag maximaal 3m bedragen.  Links van de inrit dient er een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden om de opvang van het hemelwater te kunnen garanderen en de infiltratie op eigen terrein te kunnen voorzien. Deze inrit bestaat deels uit gebakken klinkers (±100m²) en deels uit dolomiet (55,50m²). Deze inrit kan beschouwd worden als een strikt noodzakelijke toegang naar de vergunde garage indien er aan bovenstaande voldaan wordt en is dus conform artikel 2.1.9° van het vrijstellingsbesluit vrijgesteld van vergunning. 

Vanuit de inrit wordt er een beperkt pad voorzien. Dit pad loopt verder rondom de woning aan de rechterzijde tot aan het terras achteraan de woning. Deze verharding wordt ook uitgevoerd in gebakken klinkers en heeft een totale oppervlakte van ±50m². Rechts van de woning en het pad ter plaatse wordt er een strook dolomiet aangelegd in de zijtuin met een oppervlakte van 33,22m². Vooraan de woning bij de trap wordt er een vlak voorzien in hoevedallen (blauwe steen) waarvan de oppervlakte 3,78m² bedraagt. 

De totale oppervlakte van de verhardingen op het perceel bedraagt 316,54m² inclusief het zwembad. Na het aftrekken van de inrit aangezien deze vrijgesteld is van vergunning zoals bovenstaand verklaard werd, bedraagt de totale te vergunnen verharding 161,64m² waarvan 26,65m² niet water doorlaatbaar. Samen met de bestaande bebouwing zal het perceel, in de eerste 50m gemeten van de rooilijn (binnen het woongebied), bebouwd/verhard zijn voor een oppervlakte van 565,30m². Dit geeft een percentage van 61,65% aan bebouwing/verharding op de eerste 50m gemeten vanaf de rooilijn, wat overdreven is gezien een deel van deze verhardingen overbodig is.  Hierdoor wordt er besloten dat de dolomiet verharding aan de rechterzijde van de woning met een oppervlakte van 33,22m² niet mag uitgevoerd worden.  

Naast de inrit wordt er ook nog dolomiet verharding in de berm op het openbaar domein voorzien. Dergelijke verhardingen kunnen niet toegestaan worden in deze bermen. Dit werd bevestigd door het advies van de dienst patrimonium dat afgeleverd werd op 22/07/2021 en het volgende omvat:

“De oprit op openbaar domein mag maar maximum 3m breed zijn. Aan de wegkant mag deze inrit de laatste meter links en rechts uitwaaieren, zodat de maximale breedte aan de straat 4m is. De oprit op openbaar domein moet met waterdoorlatende of water passerende materialen worden aangelegd. “

Hieruit kan besloten worden dat er enkel verhardingen toegelaten worden op het openbaar domein in functie van de inrit. De dolomiet die daar voorzien is dient dus vervangen te worden door een groenaanplant.”

Er kan wel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit om eventuele bezoekers te ontvangen.

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarden dat: 

  • De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting
  • De berm op het openbaar domein ook groen wordt aangeplant in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit.
  • Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden om het hemelwater op deze verharding te kunnen opvangen.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 22/07/2021 van de dienst patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

De oprit op openbaar domein mag maar maximum 3m breed zijn. Aan de wegkant mag deze inrit de laatste meter links en rechts uitwaaieren, zodat de maximale breedte aan de straat 4m is. De oprit op openbaar domein moet met waterdoorlatende of water passerende materialen worden aangelegd.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting
  • De berm op het openbaar domein ook groen wordt aangeplant in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit.
  • Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden om het hemelwater op deze verharding te kunnen opvangen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is )vatbaar voor een omgevingsvergunning voor mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting.
  2. De berm op het openbaar domein dient groen aangeplant te worden in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit. 
  3. Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden.
  4. Het advies van de dienst patrimonium dient nageleefd te worden.
    Riolering
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  13. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het aanleggen van een zwembad en verhardingen na het verwijderen van de bestaande verharding, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De verharding in dolomiet in de rechter zijtuinstrook met een oppervlakte van 33,22m² wordt vervangen door groenaanplanting.
  2. De berm op het openbaar domein dient groen aangeplant te worden in plaats van de dolomietverharding. Er kan eventueel één schuine insteekparking voorzien worden in de voortuin aansluitend op de inrit. 
  3. Er dient links van de inrit een groenstrook van minstens 50cm voorzien te worden.
  4. Het advies van de dienst patrimonium dient nageleefd te worden.
    Riolering
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  13. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

13.

2021_CBS_01003 - OMV - Vergunning - Bremstraat 9 - 2021/00199 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2021_CBS_01003 - OMV - Vergunning - Bremstraat 9 - 2021/00199 - Goedkeuring

2021_CBS_01003 - OMV - Vergunning - Bremstraat 9 - 2021/00199 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin.

De aanvraag werd op 29 juni 2021 ontvangen en op 16 juli 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 7 april 1949 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1949/00114)

Op 28 februari 2017 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het slopen van de bestaande bebouwing, het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen en het kappen van 3 bomen (2 naaldbomen en een kastanjeboom).  (2016/00240)

Op 12 november 2019 werd de splitsing goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen voor het opdelen van het perceel in 2 loten met telkens één halfopen woning per perceel.

Op 11 mei 2021 werd een weigering afgeleverd voor het plaatsen van een omheining.  (2021/00057)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het aanleggen van onvergunde verhardingen en het kappen van een bos.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Boscompensatie

Op 29 juli 2021 verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“De aanvraag betreft het plaatsen van omheining en regularisatie van het kappen van bomen. De te kappen bomen stonden niet in bosverband, bijgevolg is het bosdecreet niet van toepassing en een compensatievoorstel voor de ontbossing dient dan ook niet goedgekeurd te worden.

Gelet op de ruimtelijke bestemming is er voor de aangevraagde werken geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap.

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies.

Algemene opmerking soortenbesluit:

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).

Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn.

Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens.”

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Bremstraat, een gemeenteweg in deelkern Terdonk.

De nabije omgeving kenmerkt zich door grondgebonden eengezinswoningen, voornamelijk vrijstaand, met 1 tot 2 bouwlagen onder hoofdzakelijk hellende daken, afgewerkt in diverse texturen en kleuren.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is reeds bebouwd met een halfopen eengezinswoning.

De huidige aanvraag omvat het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is functioneel inpasbaar in de omgeving.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, mobiliteitsimpact en de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

Men wenst op het L-vormig perceel ter hoogte van de achterste perceelsgrens, over een afstand van 22,54m, en ter hoogte van de uiterste linkse perceelsgrens, over een afstand van 22,74m, een afsluiting te plaatsen.  De afsluiting wordt voorzien in de vorm van houten schermen in een betonnen/metalen kader.   De afsluiting heeft een hoogte van 2m.   De afsluiting wordt geplaatst op 0,50m van de linker en achterste perceelgrens.

Er wordt hout gebruikt voor de schutting.  Hout is niet altijd de meest duurzame oplossing.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort. Dit wordt meegegeven als bemerking.

Verder omvat de aanvraag het regulariseren van het rooien van bomen.  Op het perceel, net zoals op het rechts aanpalend perceel, dat ten tijde van de stedenbouwkundige vergunning van beide woningen nog één geheel vormde met het perceel uit de aanvraag, bevond zich een bos.  Dit bos bevond zich minstens op de laatste 23 meter van beide percelen.  Dit bos staat aangegeven op het inplantingsplan van de stedenbouwkundige vergunning.  In deze vergunning staat duidelijk vermeld dat het bos (een gemengd bos) behouden blijft.  Er werd geen aanvraag tot kappen van dit bos ingediend.  De huidige aanvraag bevat een regularisatie van een ontbossing.

De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan het Agentschap Natuur en Bos.  Uit hun advies van 29 juli 2021 blijkt dat de gerooide bomen niet in bosverband stonden.   Bijgevolg is het bosdecreet niet van toepassing.

Conform het advies van de dienst Facilitair Management dient ter compensatie van het rooien van de bomen een heraanplant te gebeuren.  In de achtertuin, op minimum 2m van de perceelgrenzen, dienen minstens 2 hoogstammige loofbomen aangeplant te worden met een minimale plantmaat van 18/20.  De volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.  Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

De overige voorwaarden gesteld in het advies zoals hieronder aangehaald, dienen gevolgd te worden zoals aangehaald door de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

Tot slot omvat de aanvraag het herinrichten van de voortuin.

Momenteel is de hele voortuin verhard d.m.v. een grindverharding.

De aanvrager wenst deze verharding te beperken zodat een inrit met een breedte van 3m behouden blijft, een toegangspad naar de voordeur van de woning en een parkeerplaats evenwijdig met de weg.

Een standaard parkeerplaats heeft een breedte van 2,50m en een lengte van 5m.  Uit de ingediende plannen blijkt dat de aanvrager een parkeerplaats wenst aan te leggen van 4,73m x 6,47m.  Om de verharding in de voortuin te beperken zal als voorwaarde worden opgenomen dat de parking beperkt dient te worden tot maximum 3,5m x 5m.

Tot slot dienen de niet-verharde delen in de voortuin aangeplant te worden met groenaanleg. Bijgevolg dient de schors dan ook uitgevoerd te worden met groenaanplanting.  Dit zowel in het kader van een groen straatbeeld, als in het kader van de biodiversiteit.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • Er minimaal 2 nieuwe hoogstammige loofbomen worden aangeplant in de achtertuin op minimum 2m van de perceelgrenzen, met een minimale plantmaat 18/20.  Volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.

Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

  • Er voldaan wordt aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos;
  • Er voldaan wordt aan het advies van de dienst Facilitair Management (uitgezonderd de voorwaarde m.bt.t. het verhardingspercentage in de voortuin);
  • De parkeerplaats in de voortuin dient beperkt te worden tot een maximale afmeting van 3,50m x 5m.
  • De niet-verharde delen in de voortuin (inclusief de schors) dienen uitgevoerd te worden met groenaanplanting.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 29 juli 2021 verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Op 9 augustus 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“voorwaardelijk gunstig

Voorwaarden:

  • Verharding en/of halfverharding in de voortuin beperken tot maximaal 40% van de totale opp.
  • Verharding op openbaar domein beperken tot één inrit van max. 3 meter breed, T.h.v. de straat mag deze over een afstand van 1 meter een breedte van max. 4 meter hebben om zo inrijden te vereenvoudigen. Rest van  het openbaar domein mag er geen verharding en/of halfverharding worden voorzien.
  • In de achtertuin worden er minstens 2 hoogstam loofbomen in een maat niet kleiner dan 18/20 aangeplant. Volgende soorten komen hiervoor in aanmerking: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.

De aanvrager wenst in de voortuin een parkeerplaats aan te leggen.  Gezien het een halfopen bebouwing betreft is de voortuin eerder beperkt waardoor een maximale verharding van 40% niet haalbaar is bij het aanleggen van een parkeerplaats.

De voortuin heeft een oppervlakte van ca. 94m².   Indien slechts 40% verharding mag aangebracht worden bedraagt dit 37,6m².

De inrit met een breedte van 3m heeft reeds een verharde oppervlakte van 27,5m² waardoor er slechts een bijkomende verharding in de voortuin zou aangelegd mogen worden van 10m².

Het aanleggen van een bijkomende parking bedraagt minimum 15m².

De gemeentelijke omgevingsambtenaren gaan dan ook niet akkoord met deze opgelegde voorwaarde.  Zoals aangehaald onder de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening zullen er evenwel vergunningsvoorwaarden worden opgelegd omtrent de verharding/ingroening van de voortuin.

Tot slot dient bijkomend opgelegd te worden dat de nieuw aan te planten bomen dienen ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen.

De bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgend (eventueel lopend) plantseizoen volgend op het bekomen van de omgevingsvergunning.

Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

De overige voorwaarden gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voorwaarden.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dienen minimaal 2 nieuwe hoogstammige loofbomen aangeplant te worden in de achtertuin op minimum 2m van de perceelgrenzen, met een minimale plantmaat 18/20.  Volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.  De bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgend (eventueel lopend) plantseizoen volgend op het bekomen van de omgevingsvergunning.
    Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
  2. Er dient voldaan te worden aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos;
  3. Er dient voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management (uitgezonderd de voorwaarde m.b.t. het verhardingspercentage in de voortuin);
  4. De parkeerplaats in de voortuin dient beperkt te worden tot een maximale afmeting van 3,50m x 5m.
  5. De niet-verharde delen in de voortuin (inclusief de schors) dienen uitgevoerd te worden met groenaanplanting.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het rooien van bomen, het plaatsen van een houten afsluiting en het herinrichten van de voortuin zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dienen minimaal 2 nieuwe hoogstammige loofbomen aangeplant te worden in de achtertuin op minimum 2m van de perceelgrenzen, met een minimale plantmaat 18/20.  Volgende boomsoorten komen in aanmerking voor de heraanplanting: Acer campestre, Quercus robur, Quercus petraea, Prunus avium (of een variëteit van deze soort), Betula pendula en/of Tilia cordata.  De bomen dienen te worden aangeplant in het eerstvolgend (eventueel lopend) plantseizoen volgend op het bekomen van de omgevingsvergunning.
    Indien de bomen afsterven, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de bomen aanslaan.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
  2. Er dient voldaan te worden aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos;
  3. Er dient voldaan te worden aan het advies van de dienst Facilitair Management (uitgezonderd de voorwaarde m.b.t. het verhardingspercentage in de voortuin);
  4. De parkeerplaats in de voortuin dient beperkt te worden tot een maximale afmeting van 3,50m x 5m.
  5. De niet-verharde delen in de voortuin (inclusief de schors) dienen uitgevoerd te worden met groenaanplanting.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten schutting bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

14.

2021_CBS_01004 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 36B - 2021/00126 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2021_CBS_01004 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 36B - 2021/00126 - Goedkeuring

2021_CBS_01004 - OMV - Vergunning - Berkenenstraat 36B - 2021/00126 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van de bestaande woning en een bijgebouw en het uitbreiden van de woning.

De aanvraag werd op 16 april 2021 ontvangen.

Op 5 mei 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 11 mei 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 17 mei 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 27 mei 2021 tot en met 25 juni 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 23 juli 1963 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 5 loten voor open bebouwing.  (7204.V.40)

Op 21 juni 2010 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning.   (2010/11711)

De aanvraag werd in begin 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2020/090)

8 januari 2021

“Het perceel is gelegen binnen een verkaveling ouder dan 15 jaar, waardoor elke aanvraag getoetst dient te worden aan de goede ruimtelijke ordening.

Gezien de inplanting van het nieuwe volume in de diepte behouden blijft zie ik hier volumematig geen probleem in.

Op zich is de functie ook mogelijk, als het gaat om burelen i.f.v. het thuiswerken van de eigenaars.  Ik neem aan dat het niet de bedoeling is dat deze ruimtes ingericht worden voor een bijkomende kantoorfunctie of dat er personeel/bezoekers gebruik van zullen maken?

Daarnaast stel ik me wel vragen bij het verdwijnen van de carport-functie.  Klopt het dat de wagens nergens overdekt gestald kunnen worden?  Is dit wenselijk voor de gebruikers van de woning?

Daarnaast stellen zich toch een aantal problemen:

  • Op dit moment is enkel een zeer beperkte inrit tot de carport + een toegangspad naar de voordeur vergund.  In de praktijk zijn nagenoeg de volledige voortuinstrook + de rechter bouwvrije strook + het openbaar domein voor het perceel verhard.  Kiezel wordt ook beschouwd als verharding.  Deze toestand is niet vergunbaar.  Uitsluitend de strikt noodzakelijke verhardingen zijn vrijgesteld van vergunning/vergunbaar in voor- en zijtuinstroken.  Het is niet de bedoeling bij een eventuele omgevingsaanvraag meer groen in te tekenen op de plannen en dit daarna niet uit te voeren.  De verhardingsproblematiek is zeer groot in onze gemeente en blijft zich uitbreiden.  
  • Een carport is in principe vergunbaar in de bouwvrije stroken.  Een gesloten volume, zoals het te regulariseren bijgebouw, is op deze locatie niet vergunbaar in de bouwvrije stroken, het doorzicht naar achteren dient bewaard te blijven.
  • Op de luchtfoto zijn constructies/vrijstaande gebouwen zichtbaar die mogelijk niet voldoen aan het vrijstellingsbesluit.

Ter info wil ik meegeven dat wanneer de vloerterreinindex wordt overschreven een bijstelling van de verkaveling vereist is.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

2 februari 2021

“Dossierstukken, vergunningen en bouwplannen kunnen i.k.v. openbaarheid van bestuur opgevraagd worden (alsook verkavelingsvoorschriften).

Deze documenten dient u via een e-loket op de gemeentelijke website aan te vragen.

In Zonhoven laten we doorgaans een carport toe (mits vergunningen) in de bouwvrije strook.  (waarbij we m.a.w. reeds afwijken van het 'bouwvrije' aspect).  We wensen echter het doorzicht te bewaren, zeker in de buitengebieden en bij lintbebouwing met achterliggend gebied dat een andere bestemming dan woongebied heeft.

Daarnaast streven we naar minimale verhardingen.  Om die reden (en in kader van de veiligheid) laten we slechts 1 inrit toe per perceel, met een max. breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn.  Voor het overige worden enkel de strikt noodzakelijke verhardingen toegestaan, zoals een looppad, eventueel een parkeerplaats in de voortuinstrook,...

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.
 
Dit schrijven biedt geen garanties op volledigheid/vergunning van een dossier.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het uitbreiden van de woning met een tuinberging, een tuinhuis in de achtertuin en verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren (tuinhuis) en de tuinberging wordt verbouwd.  De verhardingen worden deels verwijderd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 27 mei 2021 tot en met 25 juni 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Dienst Contractmanagement

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in woonuitbreidingsgebied.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 23 juli 1963 door het college van burgemeester en schepenen.   (7204.V.40)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming woon- en handelshuizen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Inplanting woning:
  • De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de woning dient ingeplant te worden op 5m achter de rooilijn.

De woning is momenteel ingeplant 11,58m achter de rooilijn.

Na de uitbreiding is de inplanting voorzien op 6,98m achter de rooilijn.

  • De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de woning dient ingeplant te worden op 3m van zijdelingse perceelgrenzen.

De woning is momenteel ingeplant op 3m van de linker perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.

  • Bouwbreedte woning:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwbreedte 12m bedraagt.

De woning heeft momenteel een bouwbreedte van 15m.

  • Bouwdiepte woning:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte 15m bedraagt.

De bouwdiepte van de woning wordt na de uitbreiding gebracht op 16,82m.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van de carport alsook van de uitbreiding minder dan 40m² bedraagt.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van de bestaande woning en een bijgebouw en het uitbreiden van de woning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.

De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 23/07/1963 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Berkenenstraat, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

De bebouwing in de directe omgeving is zeer gevarieerd qua inplanting, bouwvolume, dakprofiel alsook materiaalgebruik.

Omschrijving van de aanvraag 

Op het perceel bevindt zich reeds een eengezinswoning en een losstaand bijgebouw.

Op 21 juni 2010 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een eengezinswoning.  Deze woning werd ingeplant op 3m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.  Gezien de carport aan de voorzijde van de woning niet werd uitgevoerd is de woning ingeplant op 7,60m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.

De woning werd aan de rechterzijde uitgebreid met een tuinberging zonder vergunning.

Tot slot bevindt zich in de achtertuin een niet-vergund tuinhuis.

De huidige aanvraag omvat het regulariseren van de bestaande woning en een bijgebouw en het uitbreiden van de woning.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is aldus inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De reeds (niet-vergunde) aanwezige tuinberging in de rechter zijtuinstrook zal omgevormd worden tot carport.

De 2 niet-vergunde inritten die beide toegang verlenen tot een 2-tal parkeerplaatsen worden verwijderd.  Er wordt 1 nieuwe inrit aangelegd langsheen de rechter perceelgrens die toegang verleent tot de carport.

De nieuwe inrit heeft een breedte van 3m en zal uitgevoerd worden in dolomiet (44m²).

Het stallen van voertuigen gebeurt aldus geheel op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.

De schaal van de voorgenomen werken en het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het regulariseren van de bestaande woning en een bijgebouw en het uitbreiden van de woning.

Zoals hoger aangehaald werd de in 2010 vergunde carport aan de voorzijde van de woning niet uitgevoerd waardoor de woning werd ingeplant op 7,60m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.  Tevens werd de woning uitgebreid met een tuinberging in de rechter zijtuin.

De huidige aanvraag omvat onder meer het uitbreiden van de woning.  Deze uitbreiding wordt aan de voorzijde van de woning voorzien, ter hoogte van de in 2010 vergunde carport.  De uitbreiding heeft een bouwbreedte van 6,88m en een bouwdiepte van maximum 5,68m.

De uitbreiding wordt ingeplant op 3m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, net zoals de carport voorzien was in de oorspronkelijke bouwvergunning.  De uitbreiding wordt ingeplant op 3,52m van de rechter perceelgrens.

De uitbreiding wordt hoofdzakelijk ingevuld met 2 bureauruimtes om het telewerk comfortabeler te maken.

De huidige bureauruimte wordt omgevormd tot wasplaats.  In deze ruimte wordt een doorgang voorzien naar de uitbreiding waar tevens een gedeelte gebruikt wordt als wasplaats.

Verder worden op het gelijkvloers van de uitbreiding een bureauruimte voorzien, een verruiming van de inkomhal en zoals eerder aangehaald een verruiming van de wasplaats.

Op de dakverdieping van de uitbreiding wordt een tweede bureauruimte voorzien.  De restruimte wordt gebruikt als bergruimte.

De uitbreiding is ondergeschikt aan het hoofdvolume van de woning.  De kroonlijsthoogte is gelegen op 2,32m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte op 5,69m ten opzichte van het maaiveld.

De gevelafwerking is voorzien in een nieuwe oud beerse rijnvorm gevelsteen gecombineerd met een natuurlijk vergrijsde eiken gevelbekleding.  De dakbedekking wordt uitgevoerd in blauw gesmoorde dakpannen.  De materialen sluiten aan bij deze van de bestaande woning.

De bestaande, niet-vergunde tuinberging werd opgericht in de rechter zijtuinstrook.  Deze tuinberging heeft een bouwbreedte van 2,82m en een bouwdiepte van 7,99m.

De kroonlijsthoogte is gelegen op 2,32m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte (tegen de rechter zijgevel van de woning) op 4,04m ten opzichte van het maaiveld.

De tuinberging werd uitgevoerd in natuurlijk vergrijsde eiken gevelbekleding en een dakbedekking in blauw gesmoorde dakpannen.   De gebruikte materialen sluiten aan bij deze van de bestaande woning.

De bestaande tuinberging zal worden verbouwd tot een carport.  De voor- en achtergevel van de tuinberging worden verwijderd zodat een open structuur bekomen wordt.

Rekening houdend met het bestaande straatbeeld dat qua inplanting, bouwvolume, dakprofiel alsook materiaalgebruik sterk varieert zal de voorgestelde bebouwing / uitbreiding niet als storend ervaren worden in het straatbeeld.

De aanvraag omvat tevens het regulariseren van een bijgebouw.

Het bijgebouw betreft een tuinberging met een oppervlakte van 35,75m².

Het bijgebouw is ingeplant op 9,79m van de achterste perceelgrens, op 3,18m van de rechter perceelgrens en op 4,32m van de linker perceelgrens.

De kroonlijsthoogte is gelegen op 2m ten opzichte van het maaiveld en de nokhoogte op 2,80m ten opzichte van het maaiveld.

Het bijgebouw werd uitgevoerd in een grijs gebeitst hout.  De dakbedekking werd uitgevoerd in roofing.

De tuinberging voldoet aan de verkavelingsvoorschriften.

Bodemreliëf

Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinprofiel behouden blijft en dus ongewijzigd blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 26 augustus 2021 verleende de dienst Contractmanagement een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Het perceel privé-eigendom van de gemeente,  afd. 2, sectie C, nr. 195/02B, scheidt het perceel van de aanvragers met het openbaar domein. Het perceel van de aanvragers grenst dus niet rechtstreeks aan een uitgeruste weg. Om dit te regulariseren wordt de mogelijkheid geboden dit aan te kopen dan wel te huren van de gemeente Zonhoven.

Gunstig onder de voorwaarde dat het deel van het perceel afd. 2, sectie C, nr. 195/02B, privé-eigendom van de gemeente Zonhoven, dewelke in gebruik wordt genomen door de aanvragers en gelegen is tussen het perceel eigendom van de aanvragers en het openbaar domein, wordt aangekocht of gehuurd van de gemeente aan de schattingsprijs zoals bepaald door een landmeter-expert.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de bestaande woning en een bijgebouw en het uitbreiden van de woning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het deel van het perceel afd. 2, sectie C, nr. 195/02B, privé-domein van de gemeente Zonhoven, gelegen tussen het perceel, eigendom van de aanvragers, en het openbaar domein, dient aangekocht of gehuurd worden van de gemeente aan de schattingsprijs, bepaald door een landmeter-expert.
    De aanvrager dient voor de aankoop of de huur contact op te nemen met de dienst contract management.
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  16. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de bestaande woning en een bijgebouw en het uitbreiden van de woning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het deel van het perceel afd. 2, sectie C, nr. 195/02B, privé-domein van de gemeente Zonhoven, gelegen tussen het perceel, eigendom van de aanvragers, en het openbaar domein, dient aangekocht of gehuurd worden van de gemeente aan de schattingsprijs, bepaald door een landmeter-expert.
    De aanvrager dient voor de aankoop of de huur contact op te nemen met de dienst contract management.
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  16. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

15.

2021_CBS_01005 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00033/SPLITSING - Eikenenweg 25 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2021_CBS_01005 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00033/SPLITSING - Eikenenweg 25 - Goedkeuring

2021_CBS_01005 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00033/SPLITSING - Eikenenweg 25 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 1ste afdeling, sectie B, nr. 85H is gelegen in een woongebied met landelijk karakter conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Op deze locatie werd op 08/04/1968 een omgevingsvergunning (1968/00028) afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis en op 04/01/1979 een omgevingsvergunning (1979/00001) voor het bouwen van een garage.

ADVIES DIENST

Er wordt een ongunstig advies verleend.

Dit om volgende redenen:

  • Gelet dat de aanliggende grond dezelfde eigenaar betreft is een omgevingsvergunning voor het verkavelen van grond vereist.
  • Er wordt weliswaar aangegeven dat er geen intentie is om  het aangrenzende perceel te verkopen voor woningbouw (verklaring eigenaars) en in de akte zal worden opgenomen dat niet voldaan is aan de verplichting tot verkavelen.
  • Het is evenwel niet wenselijk om de lasten voor het verkavelen van de grond in de toekomst te leggen bij de nieuwe eigenaars van zowel perceel 85H als 86K.
  • De bestaande constructies op het perceel komen niet overeen met de afgeleverde vergunningen en dienen geregulariseerd:
    - De woning werd uitgebreid met een afdak/veranda.
    - De garage heeft een andere functie gekregen en werd verder uitgebreid zonder vergunning.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de dienst niet en gaat akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 1ste afdeling, sectie B, nr. 85H, waarbij  het perceel zal worden verkocht, zoals weergegeven op het kadastraal percelenplan aangemaakt op 02/07/2021.

En dit op basis van de bijgevoegde verklaring omtrent de intentie dit perceel niet te bebouwen.

Wanneer het perceel verkocht wordt en men wenst dit in de toekomst alsnog te bebouwen dient een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden te worden ingediend.

De aanwezige onvergunde bebouwing/constructies dienen verwijderd of geregulariseerd te worden.

16.

2021_CBS_01006 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00032/SPLITSING - Moleneindeweg 30 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2021_CBS_01006 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00032/SPLITSING - Moleneindeweg 30 - Weigering

2021_CBS_01006 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00032/SPLITSING - Moleneindeweg 30 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 2de afdeling, sectie D, nr. 130K38 is gelegen in een woongebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Op deze locatie werd op 30/11/1950 een omgevingsvergunning (1950/00052) afgeleverd voor het bouwen van een woning.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 2de afdeling, sectie D, nr. 130K38, waarbij een deel van het perceel zal worden afgesplitst, zoals weergegeven op het opmetingsplan van Landmeter-expert Johan Paquay, opgesteld op 14/02/2021.

En dit op basis van de aangehaalde motivering betreffende geen duiding gegeven wat met het afgesplitste deel zal gebeuren alsook welke functie het afgesplitste deel zal krijgen.

17.

2021_CBS_01007 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00254MM - Klapstraat 10 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2021_CBS_01007 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00254MM - Klapstraat 10 - Kennisneming

2021_CBS_01007 - Aktename melding voor droogzuiging - 2021/00254MM - Klapstraat 10 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de realisatie van een zwembad met onderkelderd poolhouse, te Klapstraat 10, sectie E, nr. 827E.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 2,6 meter bekomen worden. Er zullen 26 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 3,5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 200 m³/dag, gedurende 42 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 8400 m³. Er wordt een debiet van 10000 m³ aangevraagd.
Het lozingspunt bevindt zich op de Klapstraat, dit is een gemengd stelsel. In de voorliggende straat is geen gescheiden riolering aanwezig, wel in de achterliggende straat het Binnenpad. Daar is het bufferbekken gesitueerd voor de infiltratie van het hemelwater. De aanvrager kan via een darm naar achter, over een perceel van de gemeente Zonhoven aansluiten op een RWA-putje, waardoor het water in het infiltratiebekken terecht komt.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen andere mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlaktewater.
Een omgevingsvergunning voor de bouw van het poolhouse en zwembad werd bekomen op 22.06.2021.
De aanvraag is licht overgedimensioneerd maar kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Klapstraat 10, voor de realisatie van een onderkelderd poolhouse met zwembad, voor een totaaldebiet van 8400 m³, mits volgende voorwaarden:

  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de achterliggende weg het Binnenpad. Indien nodig wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Een permanente drainage rondom het zwembad is niet toegestaan.

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 07/09/2021 akte genomen van de melding ingediend door Wirix Fabienne, Senator A. Jeurissenlaan 1108 te 3520 Zonhoven voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde de plaatsing van een tijdelijke droogzuiging voor de realisatie van een onderkelderd poolhouse met zwembad, voor een totaaldebiet van 8400 m³, gelegen Klapstraat 10 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 3, sectie E, nummer 827E, met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de achterliggende weg het Binnenpad. Indien nodig wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Een permanente drainage rondom het zwembad is niet toegestaan.

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

18.

2021_CBS_01008 - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten - Inventarisatie - Openbaar Onderzoek - geregistreerde bedrijfsruimten van 2021 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2021_CBS_01008 - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten - Inventarisatie - Openbaar Onderzoek - geregistreerde bedrijfsruimten van 2021 - Kennisneming

2021_CBS_01008 - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten - Inventarisatie - Openbaar Onderzoek - geregistreerde bedrijfsruimten van 2021 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van:

De Vlaamse Overheid, Departement Omgeving, leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, van 27 augustus 2021 betreffende het ter inzage leggen van het uittreksel van de in de inventaris geregistreerde onroerende goederen gelegen op het grondgebied van de gemeente van de volgende leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten:

Dossiernummer

2021/71066/0065

Leegstand en verwaarlozing

Ligging

Houthalenseweg 70

 

Dossiernummer

2021/71066/0066

Leegstand

Ligging

Roosterkensweg 18

 

Dossiernummer

2021/71066/0074

Leegstand en verwaarlozing

Ligging

Oppelsenweg 80

 

Dossiernummer

2021/71066/0092

Leegstand

Ligging

Opheldingsweg 2/2A

 

Dossiernummer
2021/71066/0093Leegstand
LiggingIndustrieweg 2029/2031
Dossiernummer2021/71066/0094Leegstand
LiggingZavelstraat 51

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit het uittreksel ter inzage te leggen van 15 september 2021 t/m 14 oktober 2021 en dit kenbaar te maken aan het departement Omgeving, Vlaamse Overheid, Leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten Koning Albert II-laan 20 bus 8 te 1000 Brussel.

19.

2021_CBS_01009 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Strapdag De Horizon - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2021_CBS_01009 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Strapdag De Horizon - Goedkeuring

2021_CBS_01009 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Strapdag De Horizon - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake “Strapdag” op vrijdag 17 september 2021 uit te vaardigen als volgt:

Artikel 2

Op vrijdag 17 september 2021 tussen 8.45 en 15.00 uur is het stilstaan en parkeren van voertuigen verboden op de parking sporthal Ter Donk (deel rechts van de ingang). 

Artikel 3

Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3 met gepast onderbord.

Artikel 4

Op vrijdag 17 september 2021 tussen 8.45 en 15.00 uur is het verkeer van voertuigen verboden op de parking sporthal Ter Donk, de Doktersstraat en de Kievitveldstraat.

Artikel 5

Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3, geplaatst op een nadarafsluiting welke de volledige rijbaan inneemt. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.

Artikel 6

Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in artikels 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.

Artikel 7

Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.

Artikel 8

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.

Artikel 9

Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.

Artikel 10

Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

20.

2021_CBS_01010 - Deelname Nacht van de Duisternis 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2021_CBS_01010 - Deelname Nacht van de Duisternis 2021 - Goedkeuring

2021_CBS_01010 - Deelname Nacht van de Duisternis 2021 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het aanbod van Nacht van de Duisternis 2021, op zaterdagavond 9 oktober 2021.  

Via deze campagne wordt aandacht gevraagd aan de impact van lichtvervuiling op mens en milieu en wordt opgeroepen om 's nachts zo energie-efficiënt te verlichten. Fluvius wenst haar gemeentes hierin te ondersteunen. Zij stellen voor om in alle gemeentes die over een dubbel regime beschikken (avond- en nachtverlichting) de avondverlichting uitzonderlijk te doven om 19 uur ipv het gebruikelijke uur (zijnde 23.30 uur). Vanaf dan zal enkel nog de verlichting op nachtregime branden. De ingreep is volledig gratis, op voorwaarde dat alle steden en gemeentes in de regio akkoord gaan.

Zonder tegenbericht voor maandag 27 september onzentwege zal Fluvius bovenstaande uitvoeren.  Bijkomende acties kunnen, in overleg met Fluvius bekeken worden.

Nota dienst milieubeleid: 

Concreet betekent het voorstel van Fluvius dat de straten met aangepast regime om 19 uur (of op het tijdstip dat de lampen aangaan) lamp om lamp zullen branden. Voor het overige blijft dit onveranderd. Het voorstel is hiermee akkoord te gaan.

Het voorstel van de dienst is om af te stappen van voormalige acties, zijnde het volledig doven van alle straatverlichting, gezien dit in de praktijk vaak problemen geeft en moeilijk haalbaar bleek.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met het aanbod van Fluvius om de avondverlichting te doven om 19 uur, waarna enkel nog de verlichting op nachtregime zal branden. Dit zal gebeuren zaterdagavond 9 oktober 2021.

21.

2021_CBS_01011 - Inwerkingtreding Optimo - wijzigingen ovv huis-aan-huis afvalophaling - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2021_CBS_01011 - Inwerkingtreding Optimo - wijzigingen ovv huis-aan-huis afvalophaling - Goedkeuring

2021_CBS_01011 - Inwerkingtreding Optimo - wijzigingen ovv huis-aan-huis afvalophaling - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het gewijzigde huis-aan-huis afvalinzamelsysteem van Limburg.net, genaamd Optimo. 

Wijzigingen tgv Optimo: 

Op 1 januari 2022 gaat het Optimo ophaalsysteem van start.  In onze gemeente zal om de veertien dagen op 1 ophaaldag het pmd, huisvuil, keukenafval, tuinafval en textiel worden opgehaald. Deze ophaaldag verschuift van maandag naar donderdag. Elke fractie heeft haar eigen gekleurde zak, die aangekocht kan worden. Enkel voor huisvuilzakken krijgt men tegoedzakken. (zie bijlage). 

Voor papier en karton verschuift de ophaaldag van de derde woensdag naar de laatste maandag van de maand. Voor het overige blijft dit ongewijzigd. De huidige papierophaling door de jeugdverenigingen blijft dus behouden.  De ophaling voor grofvuil blijft eveneens ongewijzigd.  De 14-daagse ophaling van snoeihout verdwijnt. Hiervoor komt een ophaling op aanvraag in de plaats. Deze is net zoals bij het grofvuil betalend (15 euro op max. 2 m³). 

Limburg.net is reeds gestart met de communicatie van Optimo. Wij pikken in op dit communicatieverhaal en gebruiken hiervoor onze gemeentelijke kanalen. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de wijzigingen ten gevolge van Optimo. 

22.

2021_CBS_01016 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2021/00183 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2021_CBS_01016 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2021/00183 - Goedkeuring

2021_CBS_01016 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2021/00183 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verwijderen van niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord), het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

De aanvraag werd op 5 juni 2021 ontvangen.

Op 2 juli 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 14 juli 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 16 juli 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 30 mei 1962 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning.  (1962/00052)

Op 26 maart 2001 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning.  (2001/08575)

Op 19 december 2006 werd een stedenbouwkundige weigering afgeleverd voor het omvormen van 2 vijvers tot 2 poelen.   (2006/10424)

Op 7 maart 2011 werd een vergunning afgeleverd voor het zuiver maken en aanpassen van de vormgeving van 2 bestaande vijvers.  (2010/11926)

Op 24 september 2012 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een nieuw tuinhuis.   (2012/00111)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2017_005)

mei 2019

“Recent ontvingen wij van u een e-mail waarin de wens werd geuit tot uitbreiding van de praktijkruimte. En dit aansluitend op de zijgevel links, met een oppervlakte van ±39m² en zonder stabiliteitswijzigingen.

U vroeg ons te onderzoeken of in deze situatie een meldingsplicht kon toegepast worden.

Op het eerste zicht lijkt de uitbreiding overeen te komen met artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Aan de initiële vergunde woning uit 1962 werd echter reeds in 2001 uitbreidingen gerealiseerd. De huidig voorgestelde uitbreiding zal samen met de reeds in 2001 gerealiseerde uitbreiding de maximale oppervlakte van 40m² overschrijden waardoor geen melding meer mogelijk is.

Bijgevolg zal er een aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning moeten ingediend worden.

Graag geven we als randopmerking mee dat uit de kadastrale gegevens blijkt dat er in de linker zijtuinzone een niet vergunde constructie aanwezig is. Deze zal in de omgevingsaanvraag moeten weergegeven worden als af te breken. Dit gebouw is op deze locatie niet vergunbaar.

Bij eventuele vragen mag u ons steeds contacteren.”

Januari 2021

“Hierbij onze bemerkingen:

  • T.o.v. de vergunde toestand werd het maaiveld (deels) gewijzigd.  Dit is te regulariseren.  Een wijziging van het maaiveld mag geen overlast veroorzaken tov de aanpalende percelen.  Gezien het perceel achter de woning in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen is dienen wij bij een omgevingsaanvraag advies te vragen.  Reliëfwijzigingen in overstromingsgevoelig gebied zijn niet wenselijk, een advies hierover zal dan ook gevolgd worden.

Wanneer de reliëfwijziging vergunbaar is, is het bijkomende bordes dat ook.

  • Wanneer de publiciteit niet voldoet aan het vrijstellingsbesluit dient deze ook geregulariseerd te worden.
  • Zoals ik het lees is de voorgestelde activiteit vrijgesteld van vergunning.  
  • Gezien de voorziene aanbouw op voldoende afstand tot de perceelsgrens wordt ingeplant zal deze geen bijkomende hinder veroorzaken en is deze aanvaardbaar.
  • Het perceel telt slechts 1 inrit en de voortuin is voornamelijk groen aangeplant, de parkeerplaatsen zijn bijgevolg vergunbaar.  Een inrit mag, omwille van de waterhuishouding, niet tot tegen de perceelsgrens ingeplant worden.  De kiezelstrook rechts van de inrit dient om die reden met groen aangeplant te worden.
  • Op eerste zicht lijken zwembad en terras toelaatbaar.  Echter, om een concrete uitspraak te kunnen doen over de bebouwings- en verhardingsgraad binnen het woongebied dienen we een gedetailleerd inplantingsplan te ontvangen.  Het zwembad lijkt een voorlopige constructie te zijn, is  het de bedoeling deze nog verder af te werken?

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

Mei 2021

“gezien er reeds uitbreidingen werden uitgevoerd aan de woning kan de gewenste uitbreiding niet aangevraagd worden via een melding.  De aanvraag is bijgevolg vergunningsplichtig.  Er dienen bovendien ook nog andere zaken geregulariseerd te worden (zie de haalbaarheidsstudie in de mail van de architect d.d. 24/12/2020). Of de medewerking van een architect verplicht is hangt er van af.  Wanneer de 'veranda of een soortgelijke constructie' uit minstens 75 % glas of doorzichtig materiaal bestaat, is de medewerking van een architect niet verplicht.  Hierbij wordt het dak ook meegeteld.

Alle eerdere bemerkingen blijven ook van kracht.  Het is op dit moment niet duidelijk of de nevenactiviteit aan alle voorwaarden voldoet om als vrijgesteld te kunnen worden beschouwd.  De vrijstelling geldt enkel als aan een aantal voorwaarden voldaan is:

  • het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied
  • de woonfunctie blijft de hoofdfunctie van het gebouw
  • de complementaire functie beslaat minder oppervlakte dan de woonfunctie en nooit meer dan 100 vierkante meter
  • de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, ruimtelijke uitvoeringsplannen, plannen van aanleg en minder dan 15 jaar oude verkavelingen.

Een tijdelijke gebruikswijziging van een gebouw, met een maximale duur van vier keer dertig dagen per jaar, is ook vrijgesteld van vergunning.

Ook een zwembad in de vorm van een 'tijdelijke' constructie is vergunningsplichtig wanneer er niet voldaan wordt aan het vrijstellingsbesluit (zie hiervoor art. 2.1 van het vrijstellingsbesluit).  Hierbij worden zowel verhardingen als zwembaden lager dan 1,5m boven het maaiveld beschouwd als niet-overdekte constructies.  Wanneer de oppervlakte hiervan minder dan 80m² bedraagt in zij- en achtertuin (m.u.v. strikt noodzakelijke toegangen tot en opritten naar het gebouw), en de constructies zijn ingeplant tot op 1m van de perceelsgrenzen, zijn deze constructies vrijgesteld van vergunning.

Enkel volgende publiciteit is vrijgesteld van vergunning: de bevestiging aan een vergund gebouw van niet-lichtgevende zaakgebonden publiciteit, met een totale oppervlakte van maximaal 4 vierkante meter.

Een vrijstaand publiciteitspaneel is m.a.w. vergunningsplichtig.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

Juni 2021

“ik verwijs hiervoor naar de nota (haalbaarheidsstudie) die de architect aan ons bezorgd heeft eind december 2020, ik neem aan dat de bouwheer over deze nota beschikt?
 Volgende zaken werden hierin aangegeven als onvergund:

  • open houten bijgebouw - te slopen
  • verhoogd terras achter de woning
  • bordes aan voorgevel
  • zwembad en zonneterras
  • 2 parkeerplaatsen in de voortuin

Hierbij de bemerkingen die wij destijds als antwoord aan de architect hebben overgemaakt:

  • "Tov de vergunde toestand werd het maaiveld (deels) gewijzigd.  Dit is te regulariseren.  Een wijziging van het maaiveld mag geen overlast veroorzaken tov de aanpalende percelen.  Gezien het perceel achter de woning in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen is dienen wij bij een omgevingsaanvraag advies te vragen.  Reliëfwijzigingen in overstromingsgevoelig gebied zijn niet wenselijk, een advies hierover zal dan ook gevolgd worden.

Wanneer de reliëfwijziging vergunbaar is, is het bijkomende bordes dat ook.

  • Tov de vergunde toestand werd het maaiveld (deels) gewijzigd.  Dit is te regulariseren.  Een wijziging van het maaiveld mag geen overlast veroorzaken tov de aanpalende percelen.  Gezien het perceel achter de woning in mogelijk overstromingsgevoelig gebied gelegen is dienen wij bij een omgevingsaanvraag advies te vragen.  Reliëfwijzigingen in overstromingsgevoelig gebied zijn niet wenselijk, een advies hierover zal dan ook gevolgd worden.
  • Wanneer de reliëfwijziging vergunbaar is, is het bijkomende bordes dat ook.
  • Wanneer de publiciteit niet voldoet aan het vrijstellingsbesluit dient deze ook geregulariseerd te worden.
  • Zoals ik het lees is de voorgestelde activiteit vrijgesteld van vergunning. 
  • Gezien de voorziene aanbouw op voldoende afstand tot de perceelsgrens wordt ingeplant zal deze geen bijkomende hinder veroorzaken en is deze aanvaardbaar.
  • Het perceel telt slechts 1 inrit en de voortuin is voornamelijk groen aangeplant, de parkeerplaatsen zijn bijgevolg vergunbaar.  Een inrit mag, omwille van de waterhuishouding, niet tot tegen de perceelsgrens ingeplant worden.  De kiezelstrook rechts van de inrit dient om die reden met groen aangeplant te worden.
  • Op eerste zicht lijken zwembad en terras toelaatbaar.  Echter, om een concrete uitspraak te kunnen doen over de bebouwings- en verhardingsgraad binnen het woongebied dienen we een gedetailleerd inplantingsplan te ontvangen.  Het zwembad lijkt een voorlopige constructie te zijn, is  het de bedoeling deze nog verder af te werken?"

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies, uitgezonderd dat de kiezelstrook rechts van de inrit met groen diende aangeplant te worden.  Dit zal dan ook in de voorwaarden worden opgenomen.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw, een verhoogd terras, bordes aan de voorgevel, zwembad en zonneterras en 2 parkeerplaatsen in de voortuin.  Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren (verhoogd terras, bordes voorgevel, zonneterras en parkeerplaatsen) of als te verwijderen (bijgebouw en zwembad).

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Lozing NHA en mazoutopslag 5 000 liter (3VL622/nde)

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Provinciale dienst Water & Domeinen

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het perceel is gedeeltelijk gelegen in natuurgebied (achterste gedeelte).  Dit deel van het perceel is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.

Gezien de voorgestelde werken zich volledig bevinden in het woongebied met landelijk karakter dient geen rekening gehouden te worden met het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht

Uit de ingediende stukken blijkt dat de eengezinswoning deels zal omgevormd worden tot praktijkruimte voor consultaties en huidverzorging.

De praktijkruimte omvat ca. 91m².

Artikel 2 §3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen stelt dat het uitoefenen van functies, complementair aan het wonen, in een woongebouw vrijgesteld is van vergunning mits voldaan is aan volgende voorwaarden:

  1. het woongebouw is gelegen in een woongebied of in een daarmee vergelijkbaar gebied;
  2. de woonfunctie blijft behouden als hoofdfunctie;
  3. de complementaire functie is niet strijdig met de voorschriften van stedenbouwkundige verordeningen, bouwverordeningen, verkavelingsverordeningen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, bijzondere plannen van aanleg, minder dan 15 jaar oude verkavelingsvergunningen of minder dan 15 jaar oude omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden.

Bovenstaande voorwaarden zijn voldaan waardoor de nevenfunctie (praktijk) vrijgesteld is van vergunning.  Er wordt dan ook besloten dat dit zonder voorwerp is.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van de uitbreiding kleiner is dan 40m².

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “collectief te optimaliseren buitengebied”. Een individuele waterbehandeling is noodzakelijk.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject is gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied.  Bijgevolg werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen.  Zij verleenden op 30 juli 2021 een gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies.

Het advies werd opgenomen onder de titel ‘bespreking adviezen’

De aanvraag doorstaat de watertoets mits voldaan wordt aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.
  • Er dient voldaan te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verwijderen van niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord), het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Koningsbergweg, een gemeenteweg.

Het perceel is gedeeltelijk gelegen in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.  De aangevraagde werken bevinden zich volledig binnen het woongebied met landelijk karakter.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevinden zich momenteel een vrijstaande eengezinswoning, 2 bijgebouwen, een zwembad en een vijver.

Uit de ingediende stukken blijkt dat de woning reeds werd uitgebreid zonder vergunning.

In de achtertuin werd een bijgebouw opgericht op 1m van de linker perceelgrens.  Dit bijgebouw met een oppervlakte van 24,63m² werd vergund in 2012.

Het 2de bijgebouw werd ingeplant in de linker zijtuin, tegen de linker perceelgrens.  Dit bijgebouw met een oppervlakte van 28,5m² werd opgericht zonder vergunning.

Eveneens werden zonder vergunning bijkomende verhardingen aangebracht alsook een zwembad in de achtertuin aangelegd en een publiciteitsbord geplaatst in de voortuin.

Tot slot bevindt zich achteraan op het perceel (natuurgebied) een vergunde vijver.

De huidige aanvraag omvat:

  • het verwijderen van niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord);
  • het regulariseren van het verhoogd terras;
  • het regulariseren van de terreinverhardingen;
  • het aanleggen van een zwembad;
  • het verbouwen en uitbreiden van de eengezinswoning;
  • het plaatsen van een publiciteitsbord.

Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De hoofdfunctie wonen blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen het hoofdvolume is reeds een dubbele carport aanwezig.

Tevens werden er 2 parkeerplaatsen aangelegd in de voortuin.

Er kunnen dan ook meerdere voertuigen gestald worden op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

Aan de achterzijde van de woning werd een verhoogd terras aangelegd en aan de voorzijde van de woning werd een ingangsbordes aangebracht. Gezien er een aanzienlijk hoogteverschil is op het terrein (ca. 0,60m) werd in de oorspronkelijke vergunning voorzien dat het maaiveld geleidelijk aan overliep. Door het aanbrengen van het verhoogde terras en het ingangsbordes is deze vloeiende overloop aangepast en is het hoogteverschil in het maaiveld dan ook ca. 0,60m ter hoogte van deze zones. Gezien het verhoogde terras alsook het ingangsbordes zich centraal bevinden op het perceel blijft t.o.v. de aangrenzenden het vergunde maaiveld behouden.

De aanvrager wenst de bestaande woning tevens te verbouwen en uit te breiden.

Het verbouwen betreft voornamelijk interne aanpassingen i.k.v. de nevenbestemming (praktijk).

De praktijk zal voorzien worden op het gelijkvloers met centraal de ontvangstruimte en aan de rechterzijde 2 praktijkruimtes. Zoals hoger aangehaald is deze nevenfunctie vrijgesteld van vergunning.

Het overige deel van de woning blijft behouden als gezinswoning.

De aanvrager wenst de woning aan de linkerzijde uit te breiden met een keuken.

De uitbreiding wordt ingeplant op 15,06m achter de rooilijn / voorste perceelgrens en op 3m van de linker perceelgrens.

De uitbreiding heeft een bouwbreedte van maximum 4,81m en een bouwdiepte van 7,92m.

De uitbreiding bestaat uit 1 bouwlaag en wordt uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is voorzien op 3,28m ten opzichte van het maaiveld.

De keuken wordt voorzien van grote raampartijen met zicht naar de tuin. Hierdoor ontstaat er meer woonkwaliteit en een kwalitatieve relatie tussen de woonvertrekken en de tuinzone.

Net zoals de bestaande woning wordt de uitbreiding uitgevoerd met een geelgetinte gevelsteen waardoor de uitbreiding een geheel vormt met de bestaande bebouwing.

In de voortuin werd op minimum 1,03m achter de rooilijn / voorste perceelgrens een publiciteitsbord geplaatst.  Dit niet-vergunde publiciteitsbord wordt, zoals eerder aangehaald, verwijderd.

Omwille van de praktijkruimte wenst de aanvrager een nieuw publiciteitsbord aan te brengen.

Het nieuwe publiciteitsbord wordt haaks op de rooilijn / voorste perceelgrens ingeplant en op ca. 12,50m van de rechter perceelgrens.

Het publiciteitsbord zal bestaan uit een zwart frame bestaan met daaraan een doek bevestigd.

Het frame heeft een hoogte van 2m, een breedte van 0,80m en een dikte van 0,10m.

Rekening houdend met de afmetingen, de voorgestelde inplanting en de breedte van het perceel zal het plaatsen van het publiciteitsbord geen hinder veroorzaken bij het in- en uitrijden noch enige negatieve invloed hebben op de verkeersveiligheid.

In de achtertuin bevindt zich momenteel een bovengronds zwembad. Dit niet-vergunde zwembad zal, zoals eerder aangehaald, verwijderd worden.

De aanvrager wenst een nieuw zwembad aan te leggen in de achtertuin met een oppervlakte van 32m² (8m x 4m) en een diepte van 1,50m.

Rondom het zwembad wordt een boordsteen aangelegd met een breedte van 1m.

Tot slot wenst de aanvrager een bijkomend terras aan te leggen aan de achterzijde van de nieuwe uitbreiding en de bestaande verhardingen te regulariseren.

De totale te regulariseren verharding bedraagt 330m² (= 253m² klinkerverharding en 77,4m² kiezelverharding).

Het zuidwestelijk georiënteerde nieuw aan te leggen terras heeft een oppervlakte van 12,48m² en sluit aan op de nieuwe keuken.

De totale voorziene verharde oppervlakte verharding is overdreven en dient beperkt te worden.

In de voortuin werd een inrit aangelegd die toegang verleent tot de dubbele carport alsook tot 2 parkeerplaatsen.

De 2 parkeerplaatsen zijn evenwijdig met de voorliggende weg ingeplant en werden aangelegd in kiezelverharding.

De inrit heeft een totale breedte van 8,42m.  Deze inrit werd deels uitgevoerd in klinkers en deels in kiezelverharding. De kiezelverharding werd aangebracht langsheen de rechter perceelgrens over een breedte van 1,58m.

Om de bereikbaarheid van de carport alsook het vlot in- en uitrijden van de parkeerplaatsen te garanderen is de inritverharding uitgevoerd in klinkers (breedte max. 6,84m) wenselijk.

Toch dient de breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot maximum 4m zodat de verkeersveiligheid bij het in- en uitrijden gegarandeerd blijft.

De kiezelverharding langsheen de rechterperceelgrens is overbodig en dient dan ook verwijderd te worden. Deze strook dient aangelegd met groenaanplanting.

Vanaf de achterzijde van de carport wordt de breedte van de inrit herleid tot 3,53m waarvan 1,53m kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens en 2m klinkerverharding.

Aansluitend werd, aan de rechterzijde van de buitentrap aan de achtergevel van de woning, een klinkerverharding aangelegd met een oppervlakte van ca. 50m². Gezien de woning reeds over een terras aan de achterzijde van de woning beschikt is deze bijkomende verharding eerder overbodig.  Bijgevolg zal als voorwaarde worden opgenomen dat deze verharding beperkt dient te worden tot een toegangspad vanaf de achterzijde van de carport naar het terras aan de achtergevel van de woning. De breedte van het toegangspad dient beperkt te worden tot 1m.  Op de locaties van de te verwijderen verharding dient een groenaanplanting voorzien te worden.

In de achtertuin bevindt zich tevens een zonneterras met een oppervlakte van ca. 70m². Dit zonneterras bevindt zich aan de rechterzijde van het zwembad.

Er kan akkoord gegaan worden met een beperkt zonneterras in de directe omgeving van het zwembad, 70m² is echter overdreven gezien het perceel over meerdere terrassen beschikt.  Bijgevolg dient het zonneterras beperkt te worden tot 20m² met aansluitend een toegangspad (breedte 1m) naar de woning. De overige verhardingen dienden verwijderd te worden, in plaats hiervan dient een groenaanplanting voorzien te worden.

Om de aanvrager de mogelijkheid te bieden zelf te bepalen waar en hoe het zonneterras van 20m² ingeplant wordt, alsook de aanleg van de toegangspaden zelf te bepalen, zal opgenomen worden in de vergunning dat de aanvrager een nieuw inplantingsplan dient over te maken aan de afdeling planning en vergunningen vooraleer de werken in uitvoering gaan.  Op dit inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, alsook de oppervlakte en de materialen. En dit conform de opgelegde beperkingen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.   Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  • De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  • De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 20m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.

De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.

De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen.  Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 30 juli 2021 verleende de provinciale dienst Water en Domeinen een gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier zowel voor wat betreft de bindende bepalingen i.v.m. de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.

Ik verzoek u de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in bijgaande 2 adviezen.”

27/07/2021:

“Advies in verband met bindende bepalingen en machtigingen rond onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie over

  • de afstand van gebouwen, vaste constructies en beplantingen naast de waterloop
  • het plaatsen van afsluitingen naast de waterloop
  • machtigingen

DOSSIER: het verwijderen van niet-vergunde constructies e.a.

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

(…)

Ligging van het perceel:

  • kadaster:               gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nr. 55F
  • adres:                    Koningsbergweg 89

Gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de
  • watering: neen
  • machtiging nodig: neen
  • voldoende uitgewerkt om machtigingsadvies af te leveren: ja

DEEL 2 AFSTAND TOT DE WATERLOOP: VIJFMETERZONE VRIJHOUDEN – ZONE NON AEDIFICANDI  

De vergunninghouder moet volgende ALGEMENE VOORWAARDEN naleven:

2.1 Afstand tot de waterloop 

  • De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf bedragen zowel op de linker- als de rechteroever zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft.
  • Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met aslast 15 ton en totaal gewicht tot 30 ton.
  • Geen grondbewerkingen zijn toegelaten op minder dan 1 m langs de waterloop volgens het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018.
  • Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden.
  • Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien:
    - een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt
    - de houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder
    - voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
  • Ophoging van de oever binnen de vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop is vergunningsplichtig en moet beoordeeld worden in kader van de watertoets. 

2.2. Afrasteringen en afsluitingen

  • Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren.
  • Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop.
  • De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn.
  • De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.

DEEL 3 MACHTIGINGEN

ALGEMENE VOORWAARDEN met betrekking tot inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop.

Machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:

  • Ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop.

Er is geen ophoging van de oever van de waterloop op de plannen aangeduid.

Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

  • Aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop.

Er is geen werk aan de waterloop op de plannen aangeduid.

Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

  • Lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater ) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen).

Er is geen lozing in de waterloop op de plannen aangeduid.

Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

DEEL 4 CONCLUSIE

Het dossier wordt in het kader van de bindende bepalingen rond onbevaarbare waterlopen VOORWAARDELIJK GUNSTIG beoordeeld.

De voorwaarden onder Deel 2 en 3 moeten worden opgenomen in de vergunning.”

29/07/2021:

“Advies in verband met de watertoets

DOSSIER: het verwijderen van niet-vergunde constructies e.a.

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

(…)

Ligging van het perceel:

  • kadaster:               gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nr. 55F
  • adres:                    Koningsbergweg 89

Gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nummer 43, categorie: 2de
  • watering: neen
  • machtiging nodig: neen
  • voldoende uitgewerkt om machtigingsadvies af te leveren: ja

DEEL 2  WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018) 

1 Beschrijving van het watersysteem 

  • Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
  • Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied met een landelijk karakter
  • Het perceel is daarenboven gelegen in:
    - een habitatgebied (SBZ) - enkel de achtertuin
    - een VEN-gebied - enkel de achtertuin
    - het bekken van de Demer
    - het deelbekken van de Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over:

  • richtlijn gewijzigd overstromingsregime
  • richtlijn gewijzigd afstromingsregime

RICHTLIJN GEWIJZIGD OVERSTROMINGSREGIME

Het perceel is gelegen in mogelijk overstromingsgevoelig gebied.

Tekening: zie advies

Binnen het overstromingsgevoelig gebied en de vijfmeterzone van de waterloop mag het terrein niet opgehoogd worden.

RICHTLIJN GEWIJZIGD AFSTROMINGSREGIME

Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater.

Aangezien de totale oppervlakte van daken en verhardingen op het perceel kleiner is dan 1 000 m², is een wateradvies van de provinciale dienst Waterbeheer niet vereist. Voor de richtlijn “gewijzigde afstromingsregime” is een positieve uitspraak mogelijk indien voldaan wordt aan de vigerende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen (5 juli 2013).

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER  

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het verwijderen van niet-vergunde constructies e.a. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.

Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende VOORWAARDE wordt opgenomen in de vergunning:

  • Binnen het overstromingsgevoelig gebied en de vijfmeterzone van de waterloop mag het terrein niet opgehoogd worden.

Het wateradvies is dan ook VOORWAARDELIJK GUNSTIG

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.
  • Er dient voldaan te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.
  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.   Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  • De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  • De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 20m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.

De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.

De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen.  Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Het slopen / verwijderen van de niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord) is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de nevenbestemming (praktijk) omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonder de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  3. De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  4. De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 20m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.
    De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.
    De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen.  Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.
    Riolering:
  5. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  12. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  13. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  19. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  20. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  22. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager, maar wenst de opgelegde voorwaarde omtrent het zonneterras (terras rechts van het zwembad) te nuanceren.

Gezien de aanwezige verhardingsgraad op het terrein is het college van burgemeester en schepenen akkoord om overige te regulariseren verharding te beperken. Men is echter van oordeel dat een beperking tot 35m² zonneterras volstaat om tot een aanvaardbare verhardingsgraad te komen, gezien het specifieke perceel. Daarnaast wordt het advies van de gemeentelijke omgevingsambtenaar gevolgd dat deze overige verhardingen beperkt dienen te worden tot een  toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras, en aldus een zonneterras van max. 35m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.    

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het slopen / verwijderen van de niet-vergunde constructies (zwembad, bijgebouw en publiciteitsbord) is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Er wordt geen uitspraak gedaan over de nevenbestemming (praktijk) omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m. Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  3. De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  4. De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 35m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.
    De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.
    De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen. Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.
    Riolering:
  5. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder (zie www.fluvius.be); algemene voorwaarde voor riolering
  6. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid. Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool. De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  12. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  13. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  16. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  17. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  18. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  19. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  20. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  22. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  23. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  24. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

23.

2021_CBS_01017 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00034/SPLITSING - gehucht 'Hort Weiden' - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2021_CBS_01017 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00034/SPLITSING - gehucht 'Hort Weiden' - Weigering

2021_CBS_01017 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00034/SPLITSING - gehucht 'Hort Weiden' - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 1ste afdeling, sectie A, nr. 457C is gelegen in een agrarisch gebied conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Het perceel is tevens niet binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk gelegen.

Op het perceel werden tot op heden geen omgevingsvergunningen afgeleverd.

Uit het schrijven van de notaris en de weergave op het delingsplan van landmeter-Expert Rik Claes, opgesteld op 30/03/2021, blijkt dat de splitsing het doel heeft het perceel op te delen in 4 delen om deze te ‘verkopen’ met bestemming ‘achterliggende grond’.

Na opdeling zouden de percelen beschikken over volgende oppervlakten:

  • Lot 1 - 98A77ca
  • Lot 2 – 9a44ca
  • Lot 3 – 1a41ca
  • Lot 4 – 1a80ca

Gezien de ligging in een agrarisch gebied volgens het gewestplan is een bestemming enkel mogelijk i.f.v. de landbouw in de ruime zin.

De verdeling heeft een versnippering van het agrarische gebied tot gevolg. Hierdoor wordt deze zone minder geschikt voor een landbouwer in hoofdberoep. Een evolutie naar hobbyisten is niet gewenst.

Mogelijk zullen loten 2 t.e.m. 4 gevoegd worden bij de voorliggende bouwloten gelegen langs de Kolverenstraat waardoor in dat geval een vertuining van deze loten ontstaat. Het gebruik zoals bestemd voor agrarische doeleinden gaat hierdoor verloren. De landbouwgebieden zijn schaars geworden waardoor deze evolutie ruimtelijk niet gewenst is.

Om die reden werd tevens in de verkavelingsprocedure 1102.A.874.2 het huidig gekende perceelsdeel 457C – toen gekend als het lot 6 (457B) – uitgesloten uit de verkaveling. Daardoor kon het zijn bestemming als agrarisch gebied vervullen.

Enkel de bereikbaarheid van de loten 1 en 2 werd vastgelegd.

Het lot 2 grenst aan de erfdienstbaarheid gelegen op de percelen 455K en 538V. Volgens het delingsplan van de landmeter heeft het lot 2 de rechten tot die erfdienst. Deze erfdienst grenst echter enkel half (te paard zoals vermeld op het delingsplan van de landmeter) aan het lot 2 waardoor een landbouwvoertuig niet volledig op het lot geraakt zonder de percelen 455K en/of 539B te betreden. Zolang dat hier geen rechtszekerheid over bestaat, is de ontsluiting van het lot 2 onvoldoende vastgelegd.

Het lot 2 zal op zich een erfdienstbaarheid van overgang met een breedte van 3,50m voorzien ten voordele van het lot 1. De bereikbaarheid met een landbouwvoertuig zal tevens vastlopen op de trechter aan de grens tussen de percelen 455K, 538V en het lot 2. Daarnaast werd op het eerste gedeelte een erfdienstbaarheid van 4m voorzien. Mogelijk volstaat de voorgestelde erfdienstbaarheid van 3,50m niet. Het is noodzakelijk dat het Agentschap voor Landbouw en Visserij hier hun advies over geeft.

De landbouwactiviteit op het lot 1 dient ten allen tijde gegarandeerd te blijven.

Voor de loten 3 en 4 werd geen vermelding gemaakt van de bereikbaarheid. Gezien de notaris omschrijft dat deze loten verkocht zullen worden als ‘achterliggende loten’ zal dit echter wel vastgelegd moeten worden.

Mogelijk worden de loten 2, 3 en 4 gevoegd bij de voorliggende bouwloten welke reeds over een normale bouwkaveldiepte van 50m beschikken. In dat geval is de toegankelijkheid ervan geregeld. De bestemming echter niet zoals reeds eerder aangehaald in deze beslissing. Vertuining van dit agrarisch gebied is niet gewenst.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 1ste afdeling, sectie A, nr. 457C, waarbij dit perceel in 4 delen wordt opgedeeld.

Zoals voorgesteld in het schrijven van de notaris en weergegeven op het delingsplan van landmeter-Expert Rik Claes, opgesteld op 30/03/2021.

Deze verdeling heeft een versnippering van het agrarisch gebied tot gevolg.

Mogelijk zullen de loten 2 t.e.m. 4 gevoegd worden bij de voorliggende bouwloten waardoor tevens een vertuining van deze loten ontstaat. Het gebruik zoals bestemd voor agrarische doeleinden gaat verloren. De landbouwgebieden zijn schaars geworden waardoor deze evolutie ruimtelijk niet gewenst is.

Ook de bereikbaarheid van de percelen is onvoldoende uitgeschreven. De nodige garanties over vastlegging erfdienstbaarheden moeten verleend worden.

24.

2021_CBS_01018 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00031/SPLITSING - Houthalenseweg 78 - Weigering

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
24.

2021_CBS_01018 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00031/SPLITSING - Houthalenseweg 78 - Weigering

2021_CBS_01018 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2021/00031/SPLITSING - Houthalenseweg 78 - Weigering

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 422F2 is hoofdzakelijk gelegen in een woongebied met landelijk karakter conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979. Achteraan is het perceel gelegen in een woonuitbreidingsgebied.

Op het terrein gelden geen BPA- of verkavelingsvoorschriften.

Het perceel is tevens niet gelegen binnen het GRUP afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt – Genk.

Op deze locatie werden volgende stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

  • 1946/00039 voor het bouwen van een achterbouw (noodwoning). Vergund op 14/03/1946.
  • 1950/00108 voor het bouwen van een woning. Vergund op 06/04/1950.
  • 1958/00149 voor het bouwen van een auto-garage. Vergund op 05/07/1958.

Op 11/09/2018 werd een omgevingsvergunning (2018/00128) afgeleverd voor het bouwen van een gebouw bestaande uit 4 appartementen en 1 eengezinswoning en het bouwen van 3 tuinbergingen.

Uit het schrijven van de notaris en weergegeven op het splitsingsplan van landmeter-Expert Guy Gillissen, opgesteld op 23/06/2021, blijkt dat de splitsing tot doel heeft het voorste gedeelte af te splitsen en het gedeelte waarop het ‘woonhuis’ staat te verkopen.

Wat er met het achterliggende perceel gebeurt, wordt niet omschreven. Dit blijft vermoedelijk in eigendom van de huidige eigenaar.

Het is onduidelijk welke bestemming dit resterende perceelsdeel verkrijgt. Wat zal er met de aanwezige constructies gebeuren? Hoe zal dit ingesloten perceelsdeel bereikbaar zijn?

Door deze onduidelijkheden is een inschatting van de mogelijke gevolgen van deze splitsing niet mogelijk.

Op het perceel werden midden vorige eeuw 3 stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd. Vergelijking van de bestaande toestand zichtbaar op het kadasterplan en de luchtfoto’s doet het volgende vermoeden:

“De woning werd beperkt uitgebreid waardoor de bouwdiepte van de woning meer bedraagt dan vergund. Er werden buiten de vergunde garage nog meerdere bijgebouwen voorzien in de achtertuin. Ook werd er een tweede huisnummer/woonst voorzien binnen het hoofdvolume zonder dat hiervoor een vergunning werd bekomen.”

Mogelijk bestaan er nog meer onvergundheden op het terrein. (onvergunde bestemmingen, materiaalwijzigingen, …)

Gezien de vroege oprichtingsdatum van de constructies zal er een gebouwdossier moeten doorlopen worden vooraleer de juiste vergunningstoestand van het perceel gekend is.

Doordat die procedure nog niet doorlopen werd, kan er op dit moment geen gemotiveerd standpunt ingenomen worden over de mogelijkheid van behoud van constructies en regularisatiemogelijkheden.

De realisatie van de 2de woonentiteit baart zorgen. Welke woonkwaliteit wordt er aan de woningen geboden? Welke bebouwingsdichtheid is van toepassing op dit perceel? Het perceel is gelegen in een woongebied met landelijk karakter en buiten de afbakening van het stedelijk gebied gelegen. Een grote woondichtheid is hier niet gewenst. Hoe wordt de behoefte aan een tuinzone (niet beschikbaar o.w.v. de hoeveelheid aan bijgebouwen) ingevuld? Hoe wordt het parkeren op het terrein geregeld? De ligging van het perceel is langs een gewestweg. Het agentschap voor Wegen en Verkeer zal hierin tevens adviesverlenende partij zijn.

Het nog verkleinen van het perceel zal hier alvast een negatieve impact op hebben.

Daarnaast wordt de afsplitsing niet voorgesteld op de normale diepte van 50m. Er wordt namelijk maar een diepte van 42,28m behouden. Dit strookt niet met de visie van een normale bouwkavel.

Op het perceel werd zonder voorafgaandelijke vergunning een 2de woonentiteit opgericht. De vergunbaarheid kan in vraag gesteld worden. De bebouwingsdichtheid is onbekend maar zal door de splitsing nog meer onder druk komen te staan.

Het terrein blijkt volledig verhard en bebouwd met constructies. Stedenbouwkundig werden hiervoor geen aanvragen ingediend. De materiaalkeuze is bedenkelijk, de hoeveelheid terreinverharding niet verantwoord (totaalverharding van het terrein). Een normale tuinbeleving is hierdoor onmogelijk. Enkel op basis van een gebouwendossier kan een eventuele beschouwing als vergund zijnde nog aangetoond worden. Een afbraak van meerdere constructies dringt zich op.

De splitsing wordt voorgesteld doorheen een bestaande constructie. De stabiliteit van de overblijvende constructie na deze ingreep is onbekend.

Deze evolutie door opsplitsing is nadelig voor de woonkwaliteit. Er bestaan te veel onduidelijkheden vooraleer er concreet over de maximale ruimtelijke ordening op het terrein kan geoordeeld worden.

Het doorlopen van een gebouwendossier met aansluitend een regularisatieaanvraag en/of afbraak van meerdere constructies is noodzakelijk vooraleer een nieuwe splitsingsaanvraag positief kan beoordeeld worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met de voorgestelde splitsing van het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 422F2, waarbij dit perceel in 2 delen worden opgedeeld als volgt:

  • het lot 1 (4a75ca) met bestemming ‘woonhuis’.
  • Onbenoemd lot. Geen verduidelijking wat hiermee gebeurt.

Zoals voorgesteld in het schrijven van de notaris en weergegeven op het splitsingsplan van landmeter-Expert Guy Gillissen, opgesteld op 23/06/2021.

En dit op basis van de in de motivatie aangehaalde redenen.

25.

2021_CBS_01012 - Feestelijke opening Schoolstraat Horizon op 17/09/2021 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
25.

2021_CBS_01012 - Feestelijke opening Schoolstraat Horizon op 17/09/2021 - Kennisneming

2021_CBS_01012 - Feestelijke opening Schoolstraat Horizon op 17/09/2021 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Deze zomer werd in de Doktersstraat de signalisatie geplaatst voor een permanente schoolstraat. De directie wenst hiervoor tijdens de strapdag op 17/09/2021 de burgemeester en/of schepen van mobiliteit uit te nodigen om aanwezig te zijn bij de feestelijke inhuldiging.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Een afvaardiging van het  gemeentebestuur is aanwezig bij de feestelijke inhuldiging van de schoolstraat 'de Horizon' op 17/09/2021 om 11u.

26.

2021_CBS_01013 - Starten procedure "Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken " - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
26.

2021_CBS_01013 - Starten procedure "Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken " - Goedkeuring

2021_CBS_01013 - Starten procedure "Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken " - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Gemeenteraad in zitting van 13/09/2021;

Bestek.

Feiten context en argumentatie

De ontwerpopdracht voor de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken” werd gegund aan Fernand Bollen, Holsteenweg 15 te 3520  Zonhoven.

In het kader van deze opdracht werd een bestek met nr. ID 569 opgesteld door de ontwerper, Fernand Bollen, Holsteenweg 15 te 3520  Zonhoven.

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 241.606,84 excl. btw of € 292.344,28 incl. 21 % btw (€ 42.399,53 Btw medecontractant).

De gemeenteraad verleende in zitting van 13 september 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.

Er wordt voorgesteld om de plaatsingsprocedure op te starten en een aankondiging van opdracht op nationaal niveau te verzenden op 15 september 2021.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor de opdracht “Uitbreiding van de evenementenhal "Den Dijk" met een semi-professionele keuken” wordt opgestart.

Artikel 2

De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld en bekendgemaakt op nationaal niveau.

Artikel 3

De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 15 oktober 2021.

Artikel 4

De uitgave voor deze opdracht is gedeeltelijk voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.  In de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan dient het bedrag worden verhoogd.

27.

2021_CBS_01014 - Herinrichting bibliotheek centrum: prijsoffertes - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
27.

2021_CBS_01014 - Herinrichting bibliotheek centrum: prijsoffertes - Goedkeuring

2021_CBS_01014 - Herinrichting bibliotheek centrum: prijsoffertes - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 november 2020 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming, gunningswijze en starten procedure van de opdracht “Aanstelling interieurontwerper – Herinrichting bibliotheek Zonhoven”.

Het verslag van nazicht van de offertes dd. 9 december 2020 opgesteld door Ronny Peeters, deskundige patrimonium.

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2020 om de opdracht te gunnen aan de economisch meest voordelige bieder zijnde Langendries & Nivelle bvba, Rode Kruisweg 20 te 3520 Zonhoven, tegen een ereloonpercentage van 12%.

Feiten context en argumentatie

Na het goedgekeurd definitief ontwerp zijn er bij verschillende schrijnwerkers uit Zonhoven prijzen opgevraagd (Bammens interieur, schrijnwerkerij Erik (Thijs) en Klados). zie prijsvergelijking in bijlage
Ook werd er overleg gepleegd met de dienst facilitair management om te bekijken welke werken in eigen beheer kunnen uitgevoerd worden, om op die manier met het beschikbaar budget een zo ruim mogelijk resultaat te bekomen. 
De firma Klados heeft uiteindelijk de goedkoopste prijsofferte ingediend voor het leveren en plaatsen van het gevraagde schrijnwerk, nl. balie incl. achterwand, zitbank met voorleesboom en opzoek pc meubel.
Onze interne schrijnwerker maakt de inkomkast, de kasten op de kop van de boekenrekken en het meubel rond de kolommen aan de boekenscanner.

De uitgaven voor deze werken zijn gebudgetteerd in MJP000042: "In de bibliotheek worden een infobalie, selfscanbalies en rekken+balie (Halveweg) voorzien" (€40.000) en MJP000043: "De hoofdbibliotheek wordt onderhouden (buitengewone onderhoudskosten)" (€40.178,81).

Een overzicht van alle kosten vinden jullie in bijlage samen met de prijsoffertes.
Voor de ronde tafel en de stoelen voor de IT tafel, de stoelen voor de leeszaal (volwassenen) verkregen we van Puur Office al een eerste offerte. zie in overzicht

De voorbereidende werken worden uitgevoerd buiten de openingsuren van de bibliotheek, het meubilair wordt maximaal gemonteerd in het atelier. Hierdoor kan de sluiting van de bibliotheek beperkt blijven: van maandag 22/11 tot en met vrijdag 26/11 volledig gesloten en van zaterdag 27/11 tot dinsdag 30/11 enkel nog de jeugdafdeling gesloten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om een gedeelte van het binnenschrijnwerk, incl. leveren en plaatsen, te gunnen aan de firma Klados voor de herinrichting bibliotheek centrum en het ander gedeelte te laten maken door onze interne schrijnwerker.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord met de offertes voor de inrichting van de bib.

28.

2021_CBS_01015 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
28.

2021_CBS_01015 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2021_CBS_01015 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming