Terug
Gepubliceerd op 27/10/2021

2021_CBS_01148 - Problematiek everzwijnen in gebied Dennenweg-Sparrenweg - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 19/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01148 - Problematiek everzwijnen in gebied Dennenweg-Sparrenweg - Goedkeuring 2021_CBS_01148 - Problematiek everzwijnen in gebied Dennenweg-Sparrenweg - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de problematiek dat een rotte everzwijnen zich schuilt houdt in het bosje tussen de Dennenweg - Sparrenweg. Meerdere meldingen met foto's van de dieren in de achtertuinen komen binnen bij de dienst. Gezien deze zone volledig omgeven is door straten en quasi volledig door bewoning, is het opportuun om de dieren hier weg te halen.  De vraag die voorligt, is op welke manier dit dient te gebeuren gezien de begrenzing van het gebied door bewoning.  Het gebied is ongeveer 5 hectare groot, waarvan 1 perceel van 33 are eigendom is van de gemeente. Het merendeel is eigendom van Kempisch Tehuis.

Advies dienst contractmanagement:

"Het betreffende bos gelegen tussen Sparrenweg, Vossenbergstraat, Dennenweg en Elstrekenweg is grotendeels omringd door woningen met tuinen, met hier en daar een onbebouwd perceel tussen het bos en de openbare wegen. Afhankelijk welk perceel je al dan niet meerekent om het bos te bepalen, is dit bos ongeveer 5,3ha groot en bestaat dit uit 8 verschillende percelen. De gemeente is eigenaar van 1 enkel perceel, 33 are groot. Het grootste perceel is eigendom van het Kempisch Tehuis (1,9ha). De overige 6 percelen zijn onverdeeld eigendom, voor elk perceel is dit verschillend en steeds van een aanzienlijk aantal individuen.

Het jachtdecreet (art. 2) bepaalt dat een jachtdaad de handeling is waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In het decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad. Een wild zwijn valt onder het toepassingsgebied van “wild” (art. 3).

Conform art. 7 van het jachtdecreet is het verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende. Dit vormt geen probleem voor het perceel eigendom van de gemeente maar om te kunnen jagen op eender welk ander perceel is de toestemming van de (alle) eigenaar(s) van dat perceel nodig.

Door de beperkte grootte van het bos is een jacht met geweer hoe dan ook niet mogelijk daar het jachtdecreet bepaalt dat de jacht met het geweer verboden is op elk jachtterrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan 40 hectaren. Daarnaast is het conform het jachtdecreet eveneens verboden in de richting van bebouwing te schieten indien dit minder op 150 meter bevindt, wat in dit relatief kleine bosje bijna altijd het geval is. (art. 8). "

Er kan dus gejaagd worden op het perceel van de gemeente, maar niet met een geweer. Om de andere percelen te kunnen bejagen is er steeds de goedkeuring nodig van de eigenaars, maar dan opnieuw zonder geweer. 

Gelet op bovenstaande, dient gekeken te worden naar een andere manier van bejaging zoals het werken met vangkooien. Er werd reeds contact gelegd met ANB, dhr. Engels, die beschikt over de nodige expertise over jacht. Hij meldt ons dat werken met vangkooien mogelijk is, op het perceel van de gemeente. De vraag rijst wie de vangkooien plaatst en daarna de eventueel gevangen everzwijnen afschiet. 

Er wordt evenwel gewezen op het feit dat dergelijke maatregelen geen garantie bieden dat er zich na verloop van tijd niet opnieuw everzwijnen zouden gaan vestigen. Waarom vestigen de dieren zich in deze zone? Sluikstorten van voedsel? Vlucht door bejaging vanuit nabij gelegen gebieden? Een te grote populatie?

Gezien de nodige expertise niet aanwezig is binnen onze organisatie en de vacature van everzwijncoördinator nog niet ingevuld is bij de provincie Limburg, wordt voorgesteld om op terrein te gaan met ANB, dhr. Engels en de WBE, dhr. Marc Ulenaers, om te komen tot een oplossing.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen vraagt aan het Agentschap Natuur en Bos en de WBE om een plaatsbezoek af te leggen om te komen tot de best mogelijke oplossing om de dieren in dit gebied weg te krijgen.