STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.
De aanvraag werd op 6 juli 2021 ontvangen.
Op 4 augustus 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 11 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 26 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 24 oktober 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1950/00112)
Op 18 april 1961 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1961/00048)
Op 30 augustus 1966 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een afsluiting in betonplaten. (1966/00118)
Op 29 januari 2019 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het regulariseren van een woning met handelsruimte en een garage en het slopen van een tuinhuis, een hondenhok en een berging. (2018/00219)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructies werd opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de garage.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Inter (toegankelijkheidsbureau)
Fluvius
Dienst Mobiliteit
Dienst Lokale Economie
Proximus
Dienst Patrimonium
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien het regenwater van de te regulariseren garage (42,25m²) infiltreert op eigen terrein.
Riolering
Op 10 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Naar aanleiding van uw brief/mail van 26-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 0057/00D002 , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.
In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:
Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.
De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).
Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.
Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.
Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.
1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.
2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject
Bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein dienen de nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.
Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte (in dit geval de nieuwe garage) of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
We raden aan om:
3. Keuring privéwaterafvoer (niet van toepassing indien geen bijkomende rioleringsaansluiting wordt aangevraagd)
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.
Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).
Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.
Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”
Toegankelijkheid
Op 10 september 2021 verleende Inter Vlaanderen een ongunstig advies, nl.:
“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding
In toepassing van art. 4.3.7., art. 4.3.3. en art. 4.3.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid
Ongunstig
De knelpunten, vermeld in dit advies, hebben geleid tot de ongunstige evaluatie.
Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.
Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt. De aanvraag betreft:
Enkel het handelspand is publiek toegankelijk en valt binnen het toepassingsgebied van de verordening.
Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.
4.1. Buitenomgeving
4.1.1. Opvangen niveauverschillen buiten (art. 18 – 21)
Op snede A-B is er een hoogteverschil van 15cm tussen buiten en afgewerkte vloer binnen. De inkomdeur van de handelsruimte moet overbrugd worden met een helling. Zie meer info hieronder.
Tekening: zie advies
Algemeen:
Hellingen:
Principetekeningen: zie advies
Trappen:
Principetekeningen: zie advies
Liften:
4.2. Het gebouw
4.2.1. Toegangen, deuropeningen en deuren (art. 22 – 26)
Op grondplan staat de breedte van de inkomdeur niet vermeld. De vrije doorgangsbreedte moet minstens ruwbouw 105cm bedragen (afgewerkt 90cm).
Tekening: zie advies
Verplichting tot het creëren van een toegankelijke toegang:
Drempel aan inkom:
Maatvoering algemeen:
Draaideuren (carrousel / draaikruisdeur):
Aanliggende circulatieruimte:
Principetekeningen: zie advies
Niet van toepassing.
Evacuatie bij brand:
De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.”
Op 11 oktober 2021 werd een gewijzigde projectinhoudversie (V4) overgemaakt.
Deze gewijzigde plannen komen deels tegemoet aan het ongunstig advies van Inter Vlaanderen.
Er werd onder meer geen rekening gehouden met volgende opmerkingen/voorwaarden uit het ongunstig advies:
- Niveauverschillen buiten:
Zowel op het gewijzigde terreinprofiel (gedeeltelijk) alsook op de rechter zijgevel werd dit niveauverschil wel aangepast. Vermoedelijk vergat de architect de snede A-B aan te passen.
- Hellingen:
- Trappen:
- Toegangen, deuropeningen en deuren
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders van 1 juni 2012, in werking getreden op 1 januari 2013, bepaalt dat alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is en waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van dit decreet, moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de winkelruimte, de zitkamer en in de hal op de verdieping (2).
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.
De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving voor wat betreft/ omwille van volgende redenen:
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Genkerbaan, een gemeenteweg.
De aanvraag is gelegen in een woongebied. Het straatbeeld in de omgeving bestaat uit open, halfopen en gesloten bebouwingen, bestaande uit 2 bouwlagen, afgedekt met een zadeldak. Een diversiteit aan bebouwing in de omgeving is er aanwezig door middel van handelsruimtes, particuliere alsook meergezinswoningen.
Omschrijving van de aanvraag
De woning met handelsruimte is een halfopen bebouwing en sluit aan de linkerzijde aan op een halfopen eengezinswoning.
De handelswoning heeft een totale gelijkvloerse bouwdiepte van 22,28m. De bouwdiepte op het verdiep bedraagt 11,07m. De verdieping sluit volledig aan bij de linker aanpalende woning.
Het hoofdvolume werd uitgevoerd met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen op 5,90m en de nokhoogte op 10,20m ten opzichte van het maaiveld. De achterbouw werd uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,90m ten opzichte van het maaiveld.
In de achtertuin werd een garage opgericht zonder vergunning.
De garage werd ingeplant op 3,79m achter de achtergevel van de bestaande handelswoning, op ca. 2,26m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.
De garage heeft een oppervlakte van 42,25m².
De aanvrager wenst deze garage te regulariseren.
De huidige aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De omgeving wordt gekenmerkt door zowel handelsruimtes, eengezins- alsook meergezinswoningen.
Een handelsruimte gecombineerd met 2 woongelegenheden is dan ook functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 1 parkeerplaats per 20m² verkoopsruimte, vermeerderd met 1 parkeerplaats per 200m² magazijn en 1,5 parkeerplaats per woongelegenheid.
Huidig ontwerp voorziet een verkoopsruimte van 55,18m² en 2 woonentiteiten.
Bijgevolg dienen minimum 6 parkeerplaatsen voorzien te worden op eigen terrein.
Het project voorziet een garage in de achtertuin waar 2 wagens gestald kunnen worden. Vooraan op het terrein zijn 5 insteekparkings. Het project voorziet aldus 7 parkeerplaatsen, wat in overeenstemming is met de algemeen gehanteerde parkeernorm.
De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan de dienst Mobiliteit en de dienst Patrimonium. Beide adviezen, weergegeven onder de titel ‘bespreking adviezen’ kunnen integraal gevolgd worden.
Uit deze adviezen blijkt onder meer het volgende:
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en visueel-vormelijke elementen
De aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.
De bestaande handelswoning beschikt momenteel op het gelijkvloers over een winkelruimte, bureau, eetkamer, bijkeuken, wasplaats, badkamer, veranda en een berging. Op de verdieping bevinden zich 6 slaapkamers en een badkamer. Onder het dakvolume bevindt zich een zolder.
De huidige aanvraag omvat onder meer het verbouwen van de bestaande handelswoning tot een handelsruimte en 2 woonentiteiten.
Op het gelijkvloers zal zich na de verbouwing de handelsruimte bevinden met een bureelruimte en een opslagplaats.
Achter de handelsruimte bevindt zich op het gelijkvloers 1 woonentiteit bestaande uit een inkomhal, wasplaats, badkamer, toilet, leefruimte, keuken, bergplaats en een slaapkamer.
Deze woongelegenheid beschikt over een tuin met een niet-overdekt terras van ca. 30m². Het terras is toegankelijk via de keuken.
Op de eerste verdieping wordt een 2de woonentiteit voorzien. Deze woonentiteit beschikt over een zithoek met bureauruimte, een keuken met eethoek, een berging / wasplaats, een badkamer en 2 slaapkamers.
Deze woonentiteit beschikt over een niet-overdekt terras van ca. 23m². Het terras bevindt zich aan de linker achterzijde van het gebouw. Het terras grenst aan slaapkamer en eethoek en is bereikbaar via de eethoek.
Het terras wordt aan de linkerzijde voorzien van een terrasscherm met een hoogte van 2m zodat de privacy naar het aangrenzende perceel gerespecteerd blijft. Door de dakrand tegen de linker perceelgrens en de plantenbak die aan die zijde op het terras voorzien wordt, wordt er, indien de beplanting voldoende hoog is (min. 1,70m hoog) voldaan aan de voorwaarden omtrent ‘schuine zichten’ conform het Burgerlijk Wetboek.
Beide woningen bieden, intern en op vlak van buitenruimte, voldoende woonkwaliteit en garanderen voldoende gebruiksgenot.
De woonentiteiten zijn toegankelijk via de gemeenschappelijke toegangsdeur in de rechter zijgevel. Deze bevindt zich op ca. 7,40m achter de voorgevel.
Het project voorziet tevens een fietsenberging. Deze fietsenberging is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel. De fietsenberging heeft een bruikbare oppervlakte van 4,32m². De berging heeft een diepte van 2,24m en een breedte variërend tussen 1,72m en 2,10m. Gezien het project een 1-slaapkamer en een 2-slaapkamer appartement voorziet, wat overstemt met circa 5 bewoners, biedt de fietsenberging onvoldoende ruimte voor het stallen van een zelfde aantal fietsen. De voorziene oppervlakte is dan ook te beperkt.
Tot slot werd in de achtertuin, op 3,79m achter de achtergevel van de bestaande handelswoning, op ca. 2,26m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens een garage gebouwd zonder vergunning.
De dubbele garage heeft een oppervlakte van 42,25m².
De garage werd uitgevoerd met een lessenaarsdak. De kroonlijsthoogtes zijn gelegen op 3m en 3,39m ten opzichte van het maaiveld.
De garage werd uitgevoerd in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen wat aansluit bij het hoofdvolume.
Het voorgestelde bouwvolume is gebruikelijk en niet overdreven. De gebruikte materialen zijn in overeenstemming met de bestaande bebouwing en omgeving.
Bodemreliëf
Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinprofiel behouden blijft.
De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening voor het regulariseren van de garage.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden omwille van:
BESPREKING ADVIEZEN
Op 27 augustus 2021 verleende de dienst Patrimonium een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Op het inplantingsplan staat dat de verharding van de parkings vooraan op eigen terrein infiltreren.
Dit is echter niet zo. De klinkerverharding loopt af naar het openbaar domein en komt daar in de riolering terecht.
Ik vermoed dat ze dit er zo hebben op gezet, zodat ze geen hemelwaterput of infiltratieput moeten steken...
Als de parkings opnieuw worden aangelegd, dienen ze dit aan te leggen in waterdoorlatende of waterpasserende materialen.
Maar ik vermoed ook hier dat ze dit niet gaan heraanleggen.
Op de bestaande en vergunde toestand staat dat dit in asfaltverharding is. Op de foto's zien we echter dat dit al geklinkerd is.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 30 augustus 2021 verleende de dienst Lokale Economie een gunstig advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Op 30 augustus 2021 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Van toepassing zijnde wetgeving
Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.
Het decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft d.d. 10 maart 2017 en latere wijzigingen.
Evenals navolgende regelgeving:
De politieverordening omtrent de brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen is van toepassing op het handelspand van zodra dit gebruikt wordt voor horecadoeleinden.
Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.
Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons vooradvies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit vooradvies met als ref. nummer 2021-0289-001 dd. 25/06/2021 dienen strikt te worden nageleefd.
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 30 augustus 2021 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Advies van De Watergroep
Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 31augustus 2021 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.
Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Op 10 september 2021 verleende Inter Vlaanderen een ongunstig advies, zoals hoger aangehaald.
Op 11 oktober 2021 werd een
Op 10 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 11 oktober 2021 verleende de dienst Mobiliteit een ongunstig advies, nl.:
Advies dienst:
Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd.
De aanvrager is niet in de mogelijkheid om voldoende parkeerplaatsen te voorzien op zijn eigen terrein. Vermoedelijk kan de aanvrager slechts 2 parkeerplaatsen in de voortuin realiseren op eigen terrein. Hierdoor zal de aanvrager het project best aanpassen aan de mogelijkheden.
De haagafsluiting moet ten opzichte van de perceelgrens met het openbaar domein voorzien worden op minimum 0,50 meter.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich ruimtelijk deels inpassen in de omgeving. De aanvraag is gedeeltelijk verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het regulariseren van de garage.
De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden omwille van:
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is gedeeltelijk vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden.
De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het regulariseren van de garage.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager niet.
Gezien de haakse parkeerplaatsen eerder vergund werden, wenst men deze niet te weigeren.
Daarnaast stelt men dat de garage voldoende ruim is voor het stallen van fietsen, waardoor de voorziene inpandige fietsenstalling wel voldoet.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van de garage, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.