Terug
Gepubliceerd op 27/10/2021

2021_CBS_01142 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 54 bus 1 en 2 en 54A - 2021/00216 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 19/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01142 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 54 bus 1 en 2 en 54A - 2021/00216 - Goedkeuring 2021_CBS_01142 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 54 bus 1 en 2 en 54A - 2021/00216 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

De aanvraag werd op 6 juli 2021 ontvangen.

Op 4 augustus 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 11 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 26 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 24 oktober 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1950/00112)

Op 18 april 1961 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1961/00048)

Op 30 augustus 1966 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een afsluiting in betonplaten. (1966/00118)

Op 29 januari 2019 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het regulariseren van een woning met handelsruimte en een garage en het slopen van een tuinhuis, een hondenhok en een berging.  (2018/00219)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructies werd opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de garage.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Inter (toegankelijkheidsbureau)
Fluvius
Dienst Mobiliteit
Dienst Lokale Economie
Proximus
Dienst Patrimonium

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien het regenwater van de te regulariseren garage (42,25m²) infiltreert op eigen terrein.

Riolering

Op 10 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 26-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 0057/00D002 , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein dienen de nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.

Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte (in dit geval de nieuwe garage) of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer (niet van toepassing indien geen bijkomende rioleringsaansluiting wordt aangevraagd)

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Toegankelijkheid

Op 10 september 2021 verleende Inter Vlaanderen een ongunstig advies, nl.:

“Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding

In toepassing van art. 4.3.7., art. 4.3.3. en art. 4.3.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid

Ongunstig

De knelpunten, vermeld in dit advies, hebben geleid tot de ongunstige evaluatie.

Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

  1. Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheid
  • Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig.
  • Er worden geen afwijkingen aangevraagd.
  1. Verplichting advies
  • Niet verplicht
  1. Toepassingsgebied

Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.  De aanvraag betreft:

  • Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m².
  • De bepalingen van de artikelen 10 §1, artikel 12 tot en met 14, artikel 16, 18, 19, artikel 22 tot en met 25 en artikel 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

Enkel het handelspand is publiek toegankelijk en valt binnen het toepassingsgebied van de verordening.

Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

  1. Normen

4.1. Buitenomgeving

4.1.1. Opvangen niveauverschillen buiten (art. 18 – 21)

Op snede A-B is er een hoogteverschil van 15cm tussen buiten en afgewerkte vloer binnen. De inkomdeur van de handelsruimte moet overbrugd worden met een helling. Zie meer info hieronder.

Tekening: zie advies

Algemeen:

  • Niveauverschillen tot en met 18cm moeten minstens met een helling overbrugd worden (tolerantie 2 cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas).
  • Niveauverschillen van meer dan 18 cm moeten overbrugd worden met een combinatie traphelling, trap-lift of helling-lift.

Hellingen:

  • Hellingspercentages mogen maximaal (het totale niveauverschil moet in aanmerking genomen worden):
  • 10% bedragen voor niveauverschillen tot 10cm (tolerantie van 2cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas);
  • 8,3% bedragen voor niveauverschillen tussen 10cm en 25cm;
  • 6,25% bedragen voor niveauverschillen tussen 25cm en 50cm;
  • 5% bedragen bij niveauverschillen vanaf 50cm.
  • Tussen twee hellingen moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 120cm x 150cm, minstens 150cm x 150cm bij richtingsveranderingen.
  • Zowel boven- als onderaan hellingen van meer dan 4% moet een vrije en vlakke draairuimte van 150cm omschreven kunnen worden.
  • Hellingen van meer dan 4% mogen maximaal 10m lang zijn.
  • Hellingen van meer dan 4% moeten minstens ruwbouw 145cm breed zijn, zodat afgewerkt, tussen leuningen en eventuele plinten, minstens 120cm vrije doorgangsbreedte aanwezig is.
  • Niveauverschillen van meer dan 10cm moeten aan de open zijkanten van de helling en aan eventuele tussenbordessen over de volledige lengte beveiligd worden met een afrijdbeveiliging van minstens 5cm hoogte.
  • Niveauverschillen van meer dan 25cm met het naastliggende maaiveld of naastliggende vloerpas en hellingen die meer dan 25cm overbruggen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na hellingen of loopbruggen. Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

Principetekeningen: zie advies

Trappen:

  • De voorschriften met betrekking tot trappen gelden niet voor meergezinswoningen, kamerwoningen en studenten (gemeenschaps)huizen, wanneer deze voorzien zijn van een toegankelijke lift.
  • Over de volledige breedte van trappen moet voor een ruwbouwbreedte van minstens 125vm gezorgd worden, zodat na afwerking, tussen leuningen en plinten, minstens 100cm vrije doorgangsbreedte gerealiseerd is.
  • Na maximaal 17 treden moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 100cm diep.
  • De optrede mag hoogstens 18cm bedragen, de aantrede moet minstens 23cm bedragen.
  • Alle treden moeten zo gelijkvormig mogelijk zijn.  De som van tweemaal de optrede en eenmaal de aantrede moet tussen 57 en 63 bedragen, of een veelvoud daarvan.
  • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen.   Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

Principetekeningen: zie advies

Liften:

  • Gebouw voor industrie en ambacht: alle publiek toegankelijke ruimtes.  Van de verplichting tot het plaatsen van een lift kan worden afgeweken indien alle functies op een toegankelijk niveau aanwezig zijn en de niet toegankelijke oppervlakte beperkt blijft tot maximaal 25% van de totale publiek toegankelijke oppervlakte;
  • Enkel kokerliften of verticale plateauliften zijn toegestaan.
  • Een kokerlift moet minstens voldoen aan het type 2 omschreven in de EN 81-70.  Concreet hebben deze liften een binnenruimte van minstens 140cm x 110cm en een vrije doorgangsbreedte aan de deuren van minstens 90cm.
  • Voor een lifttoegang moet een vrije en vlakke draairuimte van minstens 150cm kunnen omschreven worden.
  • Kokerliften mogen uitsluitend automatische deuren hebben.
  • Plateauliften moeten minstens 100cm breed zijn (netto 90cm) en 140cm diep.
  • Over de volledige lengte van de plateaulift, alsook ter hoogte van de doorgangen van de deuren, moet een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 90cm gegarandeerd worden.

4.2. Het gebouw

4.2.1. Toegangen, deuropeningen en deuren (art. 22 – 26)

Op grondplan staat de breedte van de inkomdeur niet vermeld. De vrije doorgangsbreedte moet minstens ruwbouw 105cm bedragen (afgewerkt 90cm).

Tekening: zie advies

Verplichting tot het creëren van een toegankelijke toegang:

  • Als de bestaande toegang niet voldoet aan deze bepalingen, moet bij uitbreidings- of verbouwingswerken een toegang voorzien worden die voldoet aan de normen, tenzij de handelingen niet raken aan een gevel, of wanneer het onmogelijk is een ontsluiting naar het openbaar domein te realiseren.

Drempel aan inkom:

  • Art. 22 §2 (art. 1, 26°): De inkomdeur is niet drempelloos.  Er mag echter een niveauverschil van max. 2cm zijn bij de overgang tussen de binnen- en buitenruimte (art. 18).  Dit niveauverschil wordt best afgeschuind uitgevoerd.  Het niveauverschil is echter X cm.

Maatvoering algemeen:

  • De vrije doorgangshoogte in toegangen en deuropeningen moet minstens 209cm bedragen, de vrije doorgangsbreedte moet minstens ruwbouw 105cm bedragen (afgewerkt 90cm).

Draaideuren (carrousel / draaikruisdeur):

  • Bij elke draaideur, die niet kan gebruikt worden door personen met een handicap, moet een alternatieve toegang of deur voorzien zijn.  Deze verplichting geldt niet bij draaideuren die uitgerust zijn met mechanismen die het gebruik door personen met een handicap garanderen.

Aanliggende circulatieruimte:

  • Voor en na elke deur moet een vrije en vlakke draairuimte beschreven kunnen worden van 150cm.
  • Bij manueel bedienbare deuren moet de vrije en vlakke draairuimte aan de duwzijde tegen het deurvlak van de deur en aan de trekzijde tegen het draaivlak van de deur raken.
  • Bij manueel bedienbare deuren moet aan de krukzijde van de deur een aanliggende vlakke wand en vloer gezorgd worden van minstens 45cm breed (ruwbouw), na afwerking minstens 50cm breed.

Principetekeningen: zie advies

  1. Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO

Niet van toepassing.

  1. Bijkomende informatie

Evacuatie bij brand:

De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.”

Op 11 oktober 2021 werd een gewijzigde projectinhoudversie (V4) overgemaakt.

Deze gewijzigde plannen komen deels tegemoet aan het ongunstig advies van Inter Vlaanderen.

Er werd onder meer geen rekening gehouden met volgende opmerkingen/voorwaarden uit het ongunstig advies:

- Niveauverschillen buiten:

  • Niveauverschillen (buiten) tot en met 18cm moeten minstens met een helling overbrugd worden (tolerantie 2cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas.

Zowel op het gewijzigde terreinprofiel (gedeeltelijk) alsook op de rechter zijgevel werd dit niveauverschil wel aangepast.  Vermoedelijk vergat de architect de snede A-B aan te passen.

- Hellingen:

  • Zowel boven- als onderaan hellingen van meer dan 4% moet een vrije en vlakke draairuimte van 150cm omschreven kunnen worden.
  • Niveauverschillen van meer dan 10cm moeten aan de open zijkanten van de helling en aan eventuele tussenbordessen over de volledige lengte beveiligd worden met een afrijdbeveiliging van minstens 5cm hoogte.
  • - Trappen:

    • Over de volledige breedte van trappen moet voor een ruwbouwbreedte van minstens 125cm gezorgd worden, zodat na afwerking, tussen leuningen en plinten, minstens 100cm vrije doorgangsbreedte gerealiseerd is.
    • De optrede mag hoogstens 18cm bedragen, de aantrede moet minstens 23cm bedragen.  Alle treden moeten zo gelijkvormig mogelijk zijn.  De som van tweemaal de optrede en eenmaal de aantrede moet tussen 57 en 63 bedragen, of een veelvoud daarvan.
    • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen.        Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

    - Toegangen, deuropeningen en deuren

    • Voor en na elke deur moet een vrije en vlakke draairuimte beschreven kunnen worden van 150cm.
    • Bij manueel bedienbare deuren moet de vrije en vlakke draairuimte aan de duwzijde tegen het deurvlak van de deur en aan de trekzijde tegen het draaivlak van de deur raken.

    Watertoets

    Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

    Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

    Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

    De aanvraag doorstaat de watertoets.

    Archeologienota

    Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

    Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

    Overige regelgeving

    Decreet rookmelders

    Het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders van 1 juni 2012, in werking getreden op 1 januari 2013, bepaalt dat alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is en waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van dit decreet, moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders.

    De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de winkelruimte, de zitkamer en in de hal op de verdieping (2).

    Energiedecreet

    De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

    Slopen

    De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

    Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

    Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

    Grondverzet

    Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

    Erfdienstbaarheden / gemene muren

    Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

    Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

    De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

    De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

    Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

    Lichten en zichten

    De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

    De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

    De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving voor wat betreft/ omwille van volgende redenen:

    • Er wordt slechts gedeeltelijk voldaan aan de opmerkingen/voorwaarden van Inter Vlaanderen.

    Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

    OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

    De aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

    De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

    1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

    2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

    Omschrijving ligging en omgeving

    Het perceel is gelegen langs de Genkerbaan, een gemeenteweg.

    De aanvraag is gelegen in een woongebied. Het straatbeeld in de omgeving bestaat uit open, halfopen en gesloten bebouwingen, bestaande uit 2 bouwlagen, afgedekt met een zadeldak. Een diversiteit aan bebouwing in de omgeving is er aanwezig door middel van handelsruimtes, particuliere alsook meergezinswoningen.

    Omschrijving van de aanvraag

    De woning met handelsruimte is een halfopen bebouwing en sluit aan de linkerzijde aan op een halfopen eengezinswoning.

    De handelswoning heeft een totale gelijkvloerse bouwdiepte van 22,28m.  De bouwdiepte op het verdiep bedraagt 11,07m.  De verdieping sluit volledig aan bij de linker aanpalende woning.

    Het hoofdvolume werd uitgevoerd met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen op 5,90m en de nokhoogte op 10,20m ten opzichte van het maaiveld. De achterbouw werd uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,90m ten opzichte van het maaiveld.

    In de achtertuin werd een garage opgericht zonder vergunning.

    De garage werd ingeplant op 3,79m achter de achtergevel van de bestaande handelswoning, op ca. 2,26m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.

    De garage heeft een oppervlakte van 42,25m².

    De aanvrager wenst deze garage te regulariseren.

    De huidige aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

    Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

    De omgeving wordt gekenmerkt door zowel handelsruimtes, eengezins- alsook meergezinswoningen.

    Een handelsruimte gecombineerd met 2 woongelegenheden is dan ook functioneel inpasbaar in de omgeving.

    Mobiliteitsimpact

    Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 1 parkeerplaats per 20m² verkoopsruimte, vermeerderd met 1 parkeerplaats per 200m² magazijn en 1,5 parkeerplaats per woongelegenheid.

    Huidig ontwerp voorziet een verkoopsruimte van 55,18m² en 2 woonentiteiten.

    Bijgevolg dienen minimum 6 parkeerplaatsen voorzien te worden op eigen terrein.

    Het project voorziet een garage in de achtertuin waar 2 wagens gestald kunnen worden.  Vooraan op het terrein zijn 5 insteekparkings.  Het project voorziet aldus 7 parkeerplaatsen, wat in overeenstemming is met de algemeen gehanteerde parkeernorm.

    De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan de dienst Mobiliteit en de dienst Patrimonium.  Beide adviezen, weergegeven onder de titel ‘bespreking adviezen’ kunnen integraal gevolgd worden.

    Uit deze adviezen blijkt onder meer het volgende:

    • Het hemelwater van de parkeerplaatsen vloeit af naar het openbaar domein en wordt niet opgevangen op eigen terrein;
    • De afstand tussen de rooilijn / voorste perceelgrens en de voorgevel werd vermoedelijk foutief weergegeven. Hierdoor zouden de aanwezige parkeerplaatsen dan ook deels gelegen zijn op het openbaar domein.
    • De toegang naar de handelsruimte wordt voorzien van een hellend vlak.  Dit hellend vlak vangt aan op het openbaar domein.
    • Geen fietsenstalling i.f.v. de handelsruimte.

    De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en visueel-vormelijke elementen

    De aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    De bestaande handelswoning beschikt momenteel op het gelijkvloers over een winkelruimte, bureau, eetkamer, bijkeuken, wasplaats, badkamer, veranda en een berging.  Op de verdieping bevinden zich 6 slaapkamers en een badkamer.  Onder het dakvolume bevindt zich een zolder.

    De huidige aanvraag omvat onder meer het verbouwen van de bestaande handelswoning tot een handelsruimte en 2 woonentiteiten.

    Op het gelijkvloers zal zich na de verbouwing de handelsruimte bevinden met een bureelruimte en een opslagplaats.

    Achter de handelsruimte bevindt zich op het gelijkvloers 1 woonentiteit bestaande uit een inkomhal, wasplaats, badkamer, toilet, leefruimte, keuken, bergplaats en een slaapkamer.

    Deze woongelegenheid beschikt over een tuin met een niet-overdekt terras van ca. 30m².  Het terras is toegankelijk via de keuken.

    Op de eerste verdieping wordt een 2de woonentiteit voorzien.  Deze woonentiteit beschikt over een zithoek met bureauruimte, een keuken met eethoek, een berging / wasplaats, een badkamer en 2 slaapkamers.

    Deze woonentiteit beschikt over een niet-overdekt terras van ca. 23m².  Het terras bevindt zich aan de linker achterzijde van het gebouw.  Het terras grenst aan slaapkamer en eethoek en is bereikbaar via de eethoek.

    Het terras wordt aan de linkerzijde voorzien van een terrasscherm met een hoogte van 2m zodat de privacy naar het aangrenzende perceel gerespecteerd blijft.  Door de dakrand tegen de linker perceelgrens en de plantenbak die aan die zijde op het terras voorzien wordt, wordt er, indien de beplanting voldoende hoog is (min. 1,70m hoog) voldaan aan de voorwaarden omtrent ‘schuine zichten’ conform het Burgerlijk Wetboek.

    Beide woningen bieden, intern en op vlak van buitenruimte, voldoende woonkwaliteit en garanderen voldoende gebruiksgenot.

    De woonentiteiten zijn toegankelijk via de gemeenschappelijke toegangsdeur in de rechter zijgevel.  Deze bevindt zich op ca. 7,40m achter de voorgevel.

    Het project voorziet tevens een fietsenberging. Deze fietsenberging is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel.  De fietsenberging heeft een bruikbare oppervlakte van 4,32m².  De berging heeft een diepte van 2,24m en een breedte variërend tussen 1,72m en 2,10m.  Gezien het project een 1-slaapkamer en een 2-slaapkamer appartement voorziet, wat overstemt met circa 5 bewoners, biedt de fietsenberging onvoldoende ruimte voor het stallen van een zelfde aantal fietsen.  De voorziene oppervlakte is dan ook te beperkt.

    Tot slot werd in de achtertuin, op 3,79m achter de achtergevel van de bestaande handelswoning, op ca. 2,26m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens een garage gebouwd zonder vergunning.

    De dubbele garage heeft een oppervlakte van 42,25m².

    De garage werd uitgevoerd met een lessenaarsdak. De kroonlijsthoogtes zijn gelegen op 3m en 3,39m ten opzichte van het maaiveld.

    De garage werd uitgevoerd in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen wat aansluit bij het hoofdvolume.

    Het voorgestelde bouwvolume is gebruikelijk en niet overdreven. De gebruikte materialen zijn in overeenstemming met de bestaande bebouwing en omgeving.

    Bodemreliëf

    Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinprofiel behouden blijft.

    De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

    De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening voor het regulariseren van de garage.

    De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden omwille van:

    • Het hemelwater van de parkeerplaatsen vloeit af naar het openbaar domein en wordt niet opgevangen op eigen terrein;
    • De afstand tussen de rooilijn / voorste perceelgrens en de voorgevel werd vermoedelijk foutief weergegeven.  Hierdoor zouden de aanwezige parkeerplaatsen dan ook deels gelegen zijn op het openbaar domein.
    • De toegang naar de handelsruimte wordt voorzien van een hellend vlak.  Dit hellend vlak vangt aan op het openbaar domein.
    • Geen fietsenstalling i.f.v. de handelsruimte.
    • Onvoldoende bruikbare fietsenstalling i.f.v. de woonentiteiten.

    BESPREKING ADVIEZEN

    Op 27 augustus 2021 verleende de dienst Patrimonium een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Op het inplantingsplan staat dat de verharding van de parkings vooraan op eigen terrein infiltreren.

    Dit is echter niet zo. De klinkerverharding loopt af naar het openbaar domein en komt daar in de riolering terecht.

    Ik vermoed dat ze dit er zo hebben op gezet, zodat ze geen hemelwaterput of infiltratieput moeten steken...

    Als de parkings opnieuw worden aangelegd, dienen ze dit aan te leggen in waterdoorlatende of waterpasserende materialen.

    Maar ik vermoed ook hier dat ze dit niet gaan heraanleggen.

    Op de bestaande en vergunde toestand staat dat dit in asfaltverharding is. Op de foto's zien we echter dat dit al geklinkerd is.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 30 augustus 2021 verleende de dienst Lokale Economie een gunstig advies.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    Op 30 augustus 2021 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Van toepassing zijnde wetgeving

    Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.

    Het decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft d.d. 10 maart 2017 en latere wijzigingen.

    Evenals navolgende regelgeving:

    • De codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 3: Brandpreventie op de arbeidsplaatsen; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 6: Veiligheids- en gezondheidssignalering; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 4: Ruimten met risico’s voor een explosieve atmosfeer;
    • Het AREI;
    • VLAREM milieuwetgeving;…

    De politieverordening omtrent de brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen is van toepassing op het handelspand van zodra dit gebruikt wordt voor horecadoeleinden.

    Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.

    Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons vooradvies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit vooradvies met als ref. nummer 2021-0289-001 dd. 25/06/2021 dienen strikt te worden nageleefd.

    Besluit

    De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

    Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 30 augustus 2021 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Advies van De Watergroep

    Advies Aftakkingen en Aansluitingen

    Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

    Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

    Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

    Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.

    Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.

    Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.

    De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 31augustus 2021 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:

    “Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.

    Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    Op 10 september 2021 verleende Inter Vlaanderen een ongunstig advies, zoals hoger aangehaald.

    Op 11 oktober 2021 werd een 

    Op 10 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 11 oktober 2021 verleende de dienst Mobiliteit een ongunstig advies, nl.:

    • “De Genkerbaan is in het mobiliteitsplan Zonhoven gecategoriseerd als lokale weg type 2. Lokale wegen type 2 zijn (inter)lokale ontsluitingswegen. De hoofdfunctie van de weg is verzamelen c.q. ontsluiten op lokaal en interlokaal niveau. De weg heeft slechts in tweede instantie een verbindende functie. De ontsluitingsfunctie primeert op deze weg. Het toegang geven neemt ook een belangrijke plaats in.
    • Het parkeren binnen het project wordt georganiseerd door middel van insteekparkings ten opzichte van de voorliggende Genkerbaan.
      De aanvrager geeft aan dat zijn voortuinstrook 5,10 meter bedraagt. In het voorgaande dossier werd een voortuinstrook van ca. 4,50 meter weergegeven.
       Onze opmeting vermoedt dat de voortuinstrook zelfs nog kleiner zal zijn.
    • Het parkeren door middel van insteekparkings zal dus deels georganiseerd worden op het openbaar domein.
    • Indien toch blijkt dat de voortuinzone minimum 5,10 meter bedraagt heeft de aanvrager de mogelijkheid om via een inrit in het midden van het perceel 4 langsparkeerplaatsen te voorzien (2 links, 2 rechts).
    • Het parkeren door middel van insteekparking geeft een conflictsituatie met fietsers.
    • Voor de toegankelijkheid wordt naar de toegang van de handelsruimte een hellend vlak voorzien vertrekkende vanuit het openbaar domein. Het is nodig om de nodige voorzieningen te treffen opdat het hemelwater kan worden opgevangen op het eigen terrein door middel van een groene aanplant.
    • Het is noodzakelijk om te voorzien in de mogelijkheid om fietsen te stallen.

    Advies dienst:

    Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd.

    De aanvrager is niet in de mogelijkheid om voldoende parkeerplaatsen te voorzien op zijn eigen terrein. Vermoedelijk kan de aanvrager slechts 2 parkeerplaatsen in de voortuin realiseren op eigen terrein. Hierdoor zal de aanvrager het project best aanpassen aan de mogelijkheden.

    De haagafsluiting moet ten opzichte van de perceelgrens met het openbaar domein voorzien worden op minimum 0,50 meter.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich ruimtelijk deels inpassen in de omgeving. De aanvraag is gedeeltelijk verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

    De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het regulariseren van de garage.

    De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden omwille van:

    • Er wordt slechts gedeeltelijk voldaan aan de opmerkingen/voorwaarden van Inter Vlaanderen.
    • Het ongunstig advies van de dienst Mobiliteit.
    • Het hemelwater van de parkeerplaatsen vloeit af naar het openbaar domein en wordt niet opgevangen op eigen terrein;
    • De afstand tussen de rooilijn / voorste perceelgrens en de voorgevel werd vermoedelijk foutief weergegeven.  Hierdoor zouden de aanwezige parkeerplaatsen dan ook deels gelegen zijn op het openbaar domein.
    • De toegang naar de handelsruimte wordt voorzien van een hellend vlak.  Dit hellend vlak vangt aan op het openbaar domein.
    • Geen fietsenstalling i.f.v. de handelsruimte.
    • Onvoldoende bruikbare fietsenstalling i.f.v. de woonentiteiten.

    MILIEUTECHNISCH ADVIES

    Niet van toepassing.

    GECOÖRDINEERD EINDADVIES

    Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

    De aanvraag is gedeeltelijk vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

    De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden.

    De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het regulariseren van de garage.

    1. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    3. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    4. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
      Andere voorwaarden:
    5. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
    6. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
    7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    9. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
    10. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
      Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager niet.

    Gezien de haakse parkeerplaatsen eerder vergund werden, wenst men deze niet te weigeren.

    Daarnaast stelt men dat de garage voldoende ruim is voor het stallen van fietsen, waardoor de voorziene inpandige fietsenstalling wel voldoet.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

    Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van de garage, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Artikel 3

    Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

      1. De beplanting in de plantenbak aan de linkerzijde van het terras (verdiep) dient een minimale hoogte van 1,70m te hebben.
      2. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
        Riolering:
      3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
      4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
      5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
      6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
        Terrein en gelijkgrondse berm:
      7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
      8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
      9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
      10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
        Andere voorwaarden:
      11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
      12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
      13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
      14. De garages dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen / woningen uit dit project;
      15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
      16. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
        Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
        Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
      17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
      18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
      19. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Patrimonium, zoals gevoegd in bijlage;
      20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
      21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
      22. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.

      Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

      Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.