Terug
Gepubliceerd op 27/10/2021

2021_CBS_01141 - OMV - Vergunning - Senator A. Jeurissenlaan 1026 - 2021/00198 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 19/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01141 - OMV - Vergunning - Senator A. Jeurissenlaan 1026 - 2021/00198 - Goedkeuring 2021_CBS_01141 - OMV - Vergunning - Senator A. Jeurissenlaan 1026 - 2021/00198 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij. 

De aanvraag werd op 28/06/2021 ontvangen.

Op 22/07/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 17/08/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 20/08/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 04/08/1997 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een schrijnwerkerij, door het college van burgemeester en schepenen. (19977/07640)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 20/05/2021.

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Er werden door de dienst de volgende opmerkingen meegegeven na het indienen van een voorontwerp door de aanvrager:

  • De rechter perceelsgrens dient ook afgesloten te worden dmv een beperkte groene buffer, dit mag in haagvorm.
  • We willen benadrukken dat het omgevingsdossier een gemengd dossier dient te zijn (dus met milieuluik), zoals reeds gecommuniceerd tijdens ons overleg.
  • De achterste buffer dient te bestaan uit 100% volwaardig groen (eventueel in samenspraak met de milieuambtenaar), voldoende hoog en voldoende dens.  In deze zone mogen absoluut geen andere activiteiten plaatsvinden (stockage, parkeren,...).  Omdat de handhaving van deze buffers zeer moeilijk is, verwachten we reeds een blijk van inzet hiervoor.  We stellen voor dat deze buffer reeds ontruimd/onthard wordt en dat dit dmv foto's aangetoond wordt in de omgevingsaanvraag.  De buffer dient het volgende plantseizoen aangeplant te worden.  We willen garanties dat deze buffer aangeplant wordt.
  • Volgens de gegevens waarover wij beschikken zou de breedte van de rechter slechts 3,70m ipv 5m?  
  • De berekening rond de parkeerplaatsen begrijp ik niet helemaal.  De grootste oppervlakte lijkt me voor 'andere bedrijfsruimte' te zijn, niet voor magazijn?  Meer parkeerplaatsen inrichten op het terrein lijkt me in elk geval niet mogelijk te zijn.  Ik zou in elk geval ook een motivatie toevoegen omtrent het aantal personen dat dagelijks een wagen moet parkeren op het terrein (eigenaars/personeel) en het max. aantal verwachte bezoekers.  Al biedt dat uiteraard geen garanties op vlak van mogelijk toekomstige invullingen.
  • Indien parkeerplaats 11 niet noodzakelijk is, kan deze misschien eerder als reserve locatie worden beschouwd en (voorlopig) groen worden aangeplant.  Anders zal deze verharding al snel als opslagruimte in beslag worden genomen wat niet wenselijk is.

De aanvraag houdt rekening met bovenstaande bemerkingen.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het oprichten van een losstaand bijgebouw links achteraan het perceel.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Fluvius

POM Limburg

Dienst Lokale Economie

Dienst Contractmanagement

Dienst Facilitair Management 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in een zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. 

Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. 

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de uitbreiding van de hal met een horizontale dakoppervlakte van 391m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een buitenkraan en een tappunt voor de schrijnwerkerij. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het advies van 16/09/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 20-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 761D, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² tegen een bestaand gebouw een even groot deel van de bestaande verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien deze bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.

Volgens het definitief zoneringsplan bevindt het perceel zich in centraal gebied. Het openbaar rioleringsstelsel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie.

De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Stedenbouwkundige voorschriften voor bedrijventerrein De Waerde

Het goed is gelegen binnen de onteigende zone voor de ontwikkeling van Industriezone De Waerde. Het onteigeningsplan werd goedgekeurd door de Gemeenschapsminister op 28 oktober 1991.

Bijzondere voorwaarden betrekking hebbende op stedenbouwkundige aspecten, van toepassing binnen ambachtelijke zone De Waerde zoals bepaald in de aankoopakte:

  • Bouwvoorwaarden en groenvoorziening

Een groenbeplanting – bufferzone – van tenminste 5m breed langs de zijdelingse en achterste perceelsscheidingen en minstens gelijk aan de normale hoogte van het gebouw is verplicht. De bufferzone dient in een streekeigen beplanting aangelegd.

De niet bebouwbare zones met inbegrip van de niet door gebouwen, toegangswegen en uitgeruste parkeerterreinen ingenomen oppervlakten, dienen beschouwd te worden als groenzone.

Afsluitingen, zowel op de perceelgrenzen als op de rooilijn, moeten uitgevoerd worden in natuurhagen al dan niet versterkt met draad, op beplantingsstroken.

Ter hoogte van de inritten dient de riolering afdoende verstevigd  teneinde beschadiging door zwaar transport te vermijden. De aanleg van de oprit over de strook der nutsvoorzieningen mag enkel uitgevoerd worden met uitneembare monolietblokken.

Er dient verplicht parkeerruimte voorzien te worden die ruimte biedt voor al de voertuigen van het bedrijf, het personeel en de bezoekers. Ook het laden en lossen dient op het eigen terrein te gebeuren.

De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de hoger gestelde voorwaarden. 

De aanvraag voorziet in natuurhagen voor wat betreft de hagen die voorzien worden op de perceelgrenzen. Met uitzondering van de voorste perceelgrens, waar er een hekwerk met poorten wordt voorzien en vooraan de linker perceelgrens  waar een draadafsluiting wordt voorzien.

  • Vervreemding

Het is verboden om zonder voorafgaande toestemming van de verkoper (de gemeente), de grond en de opgerichte gebouwen en installaties geheel of gedeeltelijk te verkopen of te verhurenbehoudens het geval van noodzakelijke uitwinning of gerechtelijke verkoop,binnen een termijn van 20 jaar vanaf de beëindiging van de bouwwerken. Nochtans zal de koper de gronden en de gebouwen kunnen verhuren of verkopen aan, of inbrengen in een aanverwante vennootschap onder voorwaarde dat de uitgeoefende bedrijvigheid wordt voortgezet en dat deze vennootschap de verplichtingen van onderhavige verkoop overneemt. Eveneens is er geen bezwaar dat de gronden door de koper, onder welke vorm ook, in pand worden gegeven.

(“Het is de koper verboden de grond en de op te richten gebouwen geheel of gedeeltelijk te verkopen of te verhuren, behoudens het geval van noodzakelijke uitwinning of gerechtelijke verkoop,binnen een termijn van 20 jaar vanaf de beëindiging van de bouwwerken, zonder toestemming van de gemeenteraad. Nochtans zal de koper de gronden en de gebouwen kunnen verhuren of verkopen aan, of inbrengen in een aanverwante vennootschap onder voorwaarde dat de uitgeoefende bedrijvigheid wordt voortgezet en dat deze vennootschap de verplichtingen van onderhavige verkoop overneemt. Eveneens is er geen bezwaar dat de gronden door de koper, onder welke vorm ook, in pand worden gegeven.”)

  • Detailhandel

Detailhandel en het met dat doel inrichten van een toonzaal toegankelijk voor het publiek zijn niet toegestaan. 

De aanvraag voldoet aan de hoger gestelde voorwaarden. 

De aanvraag wijkt af van enkele voorschriften die gekoppeld zijn aan de verkoopsvoorwaarden van dit perceel, nl.:

  • De afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen bedragen slechts 5m i.p.v. de hoogte van de te voorziene gebouwen met een hoogte van 6,40m.
  • De verharding van de voortuinstrook bedraagt meer dan 35% zoals aangegeven in deze voorschriften. De volledige voortuin wordt verhard (deels met grasdallen)

De aanvraag is deels verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Senator A. Jeurissenlaan, een voldoende uitgeruste gemeenteweg gelegen in het bedrijventerrein “De Waerde”.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk KMO’s en ambachtelijke bedrijven met eventueel een conciërgewoning hieraan gekoppeld.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag omvat het uitbreiden van een bestaande industriehal aan de voor- en achterzijde. Hierbij wordt de parking dan ook uitgebreid en opnieuw aangelegd. Het bestaande losstaand bijgebouw achteraan het perceel zal gesloopt worden. Verder zit er in de aanvraag ook de uitbating van een schrijnwerkerij vervat met de nodige gegevens van de machines die gebruikt worden.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een schrijnwerkerij in een zone voor KMO’s en ambachtelijke bedrijven is functioneel inpasbaar in zowel de ruime als de onmiddellijke omgeving.

Mobiliteitsimpact

Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 

1 parkeerplaats per 50m² bedrijfsruimte 

en/of

vermeerderd met 1 parkeerplaats per 200m² magazijn

en/of

vermeerderd met 1 parkeerplaats per 20m² verkoopsruimte + kantoorruimte

en/of

vermeerderd met 2 parkeerplaatsen voor de conciërgewoning.

De aanvrager geeft volgende motivatie omtrent het afwijken van bovenstaande norm:

Voor het aantal parkeerplaatsen wordt, in de mate van het mogelijke, de richtlijnen van de gemeente gevolgd:

  • Het gebouw bevat 351,4m² magazijnruimte (opslag plaatmateriaal, opslag, laad – en loszone en opslag afgewerkte producten). Er dienen 2 parkeerplaatsen voorzien te worden (1/200m²)
  • Er is 94m² verkoops- en kantoorruimte in het gebouw aanwezig. Hiervoor dienen er 5 parkeerplaatsen voorzien te worden (1/20m²) 
  • Tot slot is er 396m² overige bedrijfsruimte voorzien( atelier en montageruimte. Met 1 parkeerplaats per 50m² zouden er hiervoor nog 8 extra parkeerplaatsen voorzien dienen te worden.

Er dienen bijgevolg 15 parkeerplaatsen voorzien te worden.

De schrijnwerkerij heeft weliswaar een grote oppervlakte door de grootte van de toestellen en afgewerkte producten, er zijn maar 3 mensen aan het werk in het hele gebouw.

Bovendien zullen er zelden meer dan 2 bezoekers in de showroom zijn. Er zijn bijgevolg een stuk minder parkeerplaatsen nodig dan volgens de gemeentelijke richtlijn voorgeschreven wordt. 

Aan de voorzijde wordt parkeerruimte voorzien voor 8 wagens en een fietsenstalling. 

Bij het laden en lossen kunnen er 4 (bestel)wagens in het gebouw zelf parkeren. Tot slot wordt aan de achterzijde van het terrein ruimte voorzien voor een extra parkeerplaats, indien nodig.

Dit brengt het aantal parkeerplaatsen op 13, hetgeen gezien het gebruik van de schrijnwerkerij ruim voldoende zou moeten zijn. Er wordt daarom een beperkte afwijking op de verordening gevraagde wat betreft het aantal parkeerplaatsen. “

De aanvraag voorziet in 11 autostaanplaatsen, waarvan 7 vooraan het gebouw en 4 binnen het gebouw. Verder wordt er links achteraan het gebouw ruimte voorzien voor nog een parkeerplaats, waardoor het aantal parkeerplaatsen nog tot een totaal van 12 kan vermeerderd worden. Deze zal momenteel nog niet uitgevoerd worden. Hier zal een groenaanplant komen, en dit tot zolang er geen extra parkeerplaats nodig blijkt te zijn op het terrein.

Het aantal autostaanplaatsen stemt niet overeen met het aantal plaatsen (15) die voorzien zouden moeten worden volgens de parkeernorm die door de gemeente Zonhoven gehanteerd wordt. De gemotiveerde afwijking van deze norm, die aangeleverd werd door de aanvrager, kan wel gevolgd worden door de gemeente. De gemeente is voorstander om voldoende groen op het perceel te bewaren en dus zo weinig mogelijk verhardingen, hetgeen extra (overbodige) parkeerplaatsen toch met zich meebrengen, te voorzien op het terrein. In de motiverende nota bij het dossier werd voldoende aangetoond dat er momenteel geen bijkomende parkeerplaatsen voorzien moeten worden op het perceel. De gemeente wil wel dat de aanvrager hier als een goede huisvader mee omgaat en indien nodig de reserve parkeerplaats ook uitvoert bij eventuele uitbreiding van personeel of andere factoren die een rol spelen bij het aantal parkeerplaatsen. Het kan nooit de bedoeling zijn dat het openbaar domein hiervoor gebruikt zal worden. 

Indien blijkt dat de parkeerplaatsen die voorzien zijn in deze aanvraag niet volstaan dan dient de aanvrager een nieuwe aanvraag tot omgevingsvergunning in te dienen aangezien bijkomende verhardingen vergunningsplichtig zijn.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij.

Momenteel is er op het perceel een bestaande industriehal aanwezig samen met een niet-vergund, losstaand bijgebouw achteraan het perceel. Dit losstaand bijgebouw met een oppervlakte van 58,60m² zal gesloopt worden. 

De uitbreidingen worden voorzien aan de voor- en achterzijde van de bestaande industriehal. Door de uitbreiding aan de voorzijde met 11m komt de constructie op 10m vanaf de rooilijn te liggen, hetgeen in overeenstemming is met deze van de naastliggende gebouwen. Ten opzichte van de linker en de rechter perceelgrens verandert er niets, waardoor de afstand van het gebouw tot beide zijdelingse perceelgrenzen minstens 5m blijft. Om deze 5m overal te garanderen langsheen de zijdelingse perceelstroken wordt de afzuigingsinstallatie links achteraan verwijderd. 

De uitbreiding vooraan heeft een totale oppervlakte van 162,80m² en wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 6,40m ten opzichte van het maaiveld bedraagt. De uitvoering van deze uitbreiding gebeurt in betonnen sandwichpanelen met een aluminium dakrand. 

De uitbreiding die achteraan plaatsvindt zorgt voor een extra bouwdiepte van 15,25m waardoor de totale bouwdiepte van het gebouw 56,54m bedraagt. Deze uitbreiding wordt voorzien op minstens 9,16m van de achterste perceelgrens en heeft een totale oppervlakte van 228,60m². Ook deze uitbreiding wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 6,40m ten opzichte van het maaiveld bedraagt. De gevels hiervan worden ook uitgevoerd met betonnen sandwichpanelen en afgewerkt met een aluminium dakrand. 

In het nieuwe volume aan de voorzijde van het gebouw worden de kantoor- en verkoopsruimtes ondergebracht. Een centrale glaspartij geeft toegang tot de inkomhal. Van hieruit kan de kantoorruimte op het gelijkvloers, met aangrenzend teamlokaal en sanitaire ruimtes, bereikt worden. de trap naar het verdiepingsniveau wordt hier ook voorzien. Op het verdiepingsniveau bevindt er zich een kleine showroom en nog een kantoorruimte. 

Aan de linkerzijde van het gebouw leidt een inrit naar de laad- en loszone aan de voorzijde van het gebouw dat te bereiken is via de poort. Binnen dit volume is er ook een opslagruimte voor afgewerkte producten en een montageruimte. 

Centraal in het gebouw bevindt zich het atelier van de schrijnwerkerij. In het nieuwe volume achteraan wordt het materiaal gelost en opgeslagen voor verwerking. De aanvraag voorziet in 2 aparte huisnummers en aansluitingen voor 2 delen van het gebouw. Eén voor de verkoop- en kantoorruimte en één voor de schrijnwerkerij (atelier, opslag, e.d.), elk met hun eigen toegang.

Rechts van het gebouw wordt er een inrit voorzien voor leveringen tot achteraan de laad- en loszone. Deze inrit heeft een breedte van 4,10m en wordt voorzien in klinkers. Deze verharding betreft een oppervlakte van 349,5m². Aansluitend hieraan zou links achteraan het gebouw een extra parkeerplaats voorzien kunnen worden indien dit nodig blijkt in de toekomst. Momenteel wordt deze zone, met een oppervlakte van 22,05m²(5m x 4,41m), groen aangeplant. Het regenwater dat opgevangen wordt op de rechter inrit wordt gerecupereerd naar de infiltratieput waar dit kan infiltreren. 

Verder wordt er nog een tweede inrit voorzien in klinkers met een breedte van 7,20m, deze zorgt voor de toegang tot het atelier en het magazijn, de toegang tot de verkoop en het kantoor en de toegang tot de parkeerplaatsen vooraan het gebouw. De oppervlakte van deze klinkerverharding bedraagt 72m². De parkeerplaatsen zelf worden aangelegd in waterdoorlatende grasdallen die op eigen terrein kunnen infiltreren. Er wordt ook nog een fietsenstalling voorzien rechts vooraan het gebouw. Tussen de fietsenstalling en de voorliggende weg worden ook nog grasdallen voorzien die geen functie hebben. Deze dienen als voorwaarde binnen deze vergunning vervangen te worden door een plantvak met groenaanplanting om toch wat extra groen te voorzien aan de voorzijde van het gebouw bij de parkings. 

De overige zones op het terrein worden groen aangeplant. Zowel links als achteraan het gebouw wordt er een groene bufferzone, met een breedte van 5m, met hoogstammige inlandse bomen en heesters voorzien. Op de rechter, linker en achterste perceelgrens wordt er ook een haag ingeplant met draadafsluiting om zo de buffer naar naastliggende bedrijven te voorzien. De hoogte van deze afsluiting bedraagt 2m. Enkel ter hoogte van de parking links vooraan wordt er geen haag voorzien, maar slechts een draadafsluiting met een hoogte van 2m.

Uit de verklarende nota van de aanvraag blijkt ook dat de aanvrager een tweede huisnummer wil bekomen op dit perceel. Aangezien er slechts sprake is van één bedrijf en er geen conciërgewoning wordt voorzien kan er geen tweede huisnummer toegekend worden voor dit gebouw. Er wordt ook slechts één voordeur voorzien aan de voorgevel om het gebouw te betreden. De andere ingang zou dan via een poort genomen worden, hetgeen geen normale toegang betreft. Uit de plannen blijkt ook dat er slechts 1 bedrijf aanwezig is op het terrein en er geen effectieve opsplitsing zichtbaar is. Elke ruimte is bereikbaar vanuit de kantoorruimtes naar het atelier en andersom. Er kan hieromtrent dus besloten worden dat er slechts één huisnummer kan toegekend worden aan dit bedrijf. Aangezien het bekomen van een tweede huisnummer geen stedenbouwkundige handeling is kan er ook geen uiteindelijke beslissing genomen worden binnen dit dossier. Dit kan enkel indien blijkt dat er een conciërgewoning wordt voorzien of indien er een opsplitsing van meerdere bedrijven is binnen een dossier, hetgeen hier geen van beide het geval is.

Er kan wel akkoord gegaan worden met de bebouwing op het terrein aangezien er nog steeds voldoende bufferzone aanwezig is en dit goed wordt aangepakt door zowel links als achteraan een groene bufferzone met een breedte van 5m te voorzien. De hoogte van de gebouwen sluiten ook aan bij deze van naastliggende bedrijven en zijn niet overdreven. 

Wat betreft de buitenaanleg kan er ook akkoord gegaan worden aangezien er voldoende infiltratiemogelijkheden worden voorzien en er ook voldoende groene zones aanwezig blijven op dit perceel. Wel dient er opgemerkt dat het voorzien van 2 inritten uitzonderlijk wordt toegestaan, omwille van een efficiënte werking op het terrein. Dit zal wel gebeuren met de voorwaarde dat de breedte van de linker inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 5m breed mag zijn. ter hoogte van de rooilijn mogen er dus 2 inritten voorzien worden, namelijk één met een breedte van 5m ter hoogte van de rooilijn en één met een breedte van 4,10m. Voor het overige dient de rooilijn niet-overrijdbaar gemaakt te worden. Dit kan door het hekwerk met een hoogte van 1,80m ook wat verder te voorzien dan nu voorgesteld op de plannen. Hiermee wordt er ook deels rekening gehouden met de adviezen van de dienst mobiliteit en de dienst patrimonium.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de breedte van de linker inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 5m bedraagt en de grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg vervangen worden door een plantvak met groenaanplant.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 27/08/2021 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“De klinkers van de inrit voor bezoekers en de klinkers voor leveringen moeten waterdoorlatend of waterpasserend zijn. Mag in combinatie met goot.

De toegangspoort of doorgang van de bezoekersparking mag maximaal 3m bedragen.

De inritten op het openbaar domein dienen in waterdoorlatende materialen te gebeuren.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich deels aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen deels gevolgd te worden. De breedte van de inrit links mag 5m bedragen i.p.v. 3m aangezien er hier de nodige draaibewegingen dienen gemaakt te worden om al de parkeerplaatsen te bereiken.

  • Het advies van 16/09/2021 van  Fluvius is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven beschreven.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Er werd volgend advies afgeleverd op 26/08/2021 door POM Limburg:

Dit dossier handelt over een adviesvraag waarover POM Limburg zich niet wenst uit te spreken. Uw vraag om advies ter attentie van POM Limburg beoordelen wij immers als onontvankelijk.

Bijgevolg verleent POM Limburg geen advies, zonder dat deze afwezigheid van advies mag worden aanzien of vermoed een gunstig advies te zijn.

  • Het advies van 08/10/2021 van de dienst Facilitair Management is gunstig:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 11/10/2021 van de dienst Mobiliteit is voorwaardelijk gunstig:

Situatie

Het dossier omvat de aanvraag tot het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij.

Bespreking

  • De Senator A. Jeurissenlaan is in het mobiliteitsplan Zonhoven gecategoriseerd als lokale weg type 3. Lokale wegen type 3 zijn straten met verblijfsfunctie. Hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). De verblijfsfunctie primeert op deze weg.
  • Overwegende dat er 2 inritten worden voorzien om de toegangspoorten van de industriehal te bereiken. Dat omwille van de bereikbaarheid van deze toegangspoorten met vrachtwagens deze 2 inritten noodzakelijk zijn. Dat de breedte van de linker toegang (7,20 meter) moet beperkt worden tot 5,00 meter. Dat het overige breedte van het perceel aan de rooilijn niet overrijdbaar wordt gemaakt.
  • Overwegende dat er 12 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dat de mogelijkheid wordt gelaten om in de toekomst bijkomend 2 parkeerplaatsen te realiseren.

Gelet op het gegeven dat de KMO-zone De Waerde geen verkoop aan particulieren toelaat en in deze het handelt over een schrijnwerkerij.

Hierdoor kan de hoeveelheid parkeerplaatsen aanvaard worden.

Advies dienst:

Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd.

  • De breedte van de linker toegang (7,20 meter) moet beperkt worden tot 5,00 meter. Dat het overige breedte van het perceel aan de rooilijn niet overrijdbaar wordt gemaakt.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 25/08/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Het advies van de dienst lokale economie en de dienst contractmanagement werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn een advies ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat de breedte van de linker inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 5m bedraagt en de grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg vervangen worden door een plantvak met groenaanplant.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een nieuwe inrichting voor een schrijnwerkerij, met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
  • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
  • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout.

Op de huidige locatie werd op 1 december 1997 een milieuvergunning klasse 2 afgeleverd op naam van Thijs Erik voor volgende rubrieken: 3.6.1; 19.3.2 met als eindtermijn 01/12/2017.  Dit betekent dat de milieuvergunning klasse 2 is komen te vervallen na het aflopen van de termijn van 20 jaar. 

De aangevraagde rubrieken zijn aangevraagd als nieuwe rubrieken, doch geeft overige info aan dat het hier om een verandering van een vergunde inrichting zou gaan, hetgeen incorrect is.  

De uitbating moet beschouwd worden als nieuwe inrichting. 

Ligging ten opzichte van de buurt

De inrichting is volgens het gewestplan gelegen in KMO-zone. 

In een straal van 100 meter zijn 11 woningen gelegen, uitgezonderd conciërge woningen. 

Op 70-tal meter van de perceelsgrenzen en op 95 meter van de bedrijfsgebouwen staat een woning. Dit maakt dat de inrichting voor hinder kan zorgen voor de buurt. 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen zijn buiten het bedrijf: 

Afkomstig van de houtbewerkingsmachines, afzuiginstallatie (buiten geplaatst).  De aanvraag behelst een uitbreiding zowel aan de voor- als aan de achterzijde van de bestaande hal. Aan de achterzijde komt een toegangspoort.

Artikel 5.19.1.3. van Vlarem II bepaalt dat rustverstorende werkzaamheden verboden zijn gedurende 19 uur en 7 uur.  Evenals op zon- feestdagen. Gezien de aanvraag geen melding maakt van rustverstorende werkzaamheden buiten deze uren, dient de uitbater zich te houden aan dit artikel. 

GEURHINDER

Chemische behandeling (of eender ander type van behandeling van het hout) wordt niet uitgevoerd.  Onder normale bedrijfsvoering zal geen geurhinder veroorzaakt worden. 

LUCHTVERONTREINIGING

De verwarming van de gebouwen gebeurt met : gas.

STOFHINDER

Een stofafzuiginstallatie wordt geplaatst binnenin de loods, in de achterste uitbreiding.  Het is van belang dat gewerkt wordt met gesloten poort en deur, ook bij warm weer.  

LICHTBEHEERSING

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

LOZING VAN AFVALWATER

De aanvraag behelst geen lozing van afvalwaters. Het enige aanwezige afvalwater is afkomstig van de sanitaire installaties en is niet vergunningsplichtig gezien dit onder de minimumdrempel van rubriek 3 ligt. 

HEMELWATER

Er zal een gescheiden hemelwaterafvoer aangelegd worden voor de uitbreiding, gekoppeld aan een hemelwaterput van 10.000 liter. Hierop aansluitend is een buitenkraan, toiletten, tappunt in het magazijn. 

AFVALSTOFFEN

De nieuwe sorteerverplichtingen voor bedrijven cfr. Vlarema zijn van toepassing.  22 Verschillende afvalstoffen moeten verplicht gesorteerd ingezameld worden.  

AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

  • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
  • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
  • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout.

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.  

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

  • De achterste poort moet gesloten blijven tijdens de bedrijvigheid, evenzeer bij warme temperaturen. 

Duur:

De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Te vergunnen rubrieken:

  • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
  • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
  • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout.

Voorwaarden:

  1. De linker inrit mag maximaal 5m breed zijn ter hoogte van de rooilijn.
  2. De grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg dienen vervangen te worden door een plantvak met groenaanplant
  3. De poort in de achtergevel dient tijdens de uitbating maximaal gesloten te blijven omwille van geluidshinder. 
  4. De nieuwe sorteerverplichtingen voor bedrijven volgens het Vlarema zijn van toepassing. 
  5. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan. Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen (hoofdstuk 4.6 Vlarem II). 
    Riolering:
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
  9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  11. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  12. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  13. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  14. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  15. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 5m en 4,10m dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  16. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  17. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  18. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  19. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Mobiliteit;
  20. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Patrimonium, met uitzondering van de breedte van de inrit. 
  21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  22. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  23. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  24. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  25. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende rubrieken worden vergund voor onbepaalde duur:

  • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
  • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
  • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout. 

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. De linker inrit mag maximaal 5m breed zijn ter hoogte van de rooilijn.
  2. De grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg dienen vervangen te worden door een plantvak met groenaanplant
  3. De poort in de achtergevel dient tijdens de uitbating maximaal gesloten te blijven om wille van geluidshinder. 
  4. De nieuwe sorteerverplichtingen voor bedrijven volgens het Vlarema zijn van toepassing. 
  5. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan. Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen (hoofdstuk 4.6 Vlarem II). 
    Riolering:
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
  9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  11. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  12. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  13. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  14. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  15. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 5m en 4,10m dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  16. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  17. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  18. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  19. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Mobiliteit;
  20. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Patrimonium, met uitzondering van de breedte van de inrit. 
  21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  22. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  23. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  24. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  25. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.