Terug
Gepubliceerd op 27/10/2021

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 19/10/2021 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2021_CBS_01126 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2021_CBS_01126 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2021_CBS_01126 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 12 oktober goedgekeurd.

2.

2021_CBS_01127 - Uitnodigingen - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2021_CBS_01127 - Uitnodigingen - Kennisneming

2021_CBS_01127 - Uitnodigingen - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Uitnodiging

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Wie: Hubo Doe-Het-Zelf-zaak namens Groep Heeren

Wat: receptie officiële heropening

Waar: Hubo Zonhoven

Wanneer: woensdag 27 oktober vanaf 19.00 tot 22.00 uur

Inschrijven: via e-mailadres heeren@groepheeren.be

3.

2021_CBS_01128 - Ontvangst oudstrijders - Wapenstilstand - Kennisneming

Goedgekeurd
3.

2021_CBS_01128 - Ontvangst oudstrijders - Wapenstilstand - Kennisneming

2021_CBS_01128 - Ontvangst oudstrijders - Wapenstilstand - Kennisneming
4.

2021_CBS_01129 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
4.

2021_CBS_01129 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2021_CBS_01129 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
5.

2021_CBS_01130 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2021_CBS_01130 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2021_CBS_01130 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van €35.600,31.

6.

2021_CBS_01132 - Gemeentelijke dienstenbelasting voor bedrijven 2021 (gezinnen) - Definitief kohier - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2021_CBS_01132 - Gemeentelijke dienstenbelasting voor bedrijven 2021 (gezinnen) - Definitief kohier - Goedkeuring

2021_CBS_01132 - Gemeentelijke dienstenbelasting voor bedrijven 2021 (gezinnen) - Definitief kohier - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In uitvoering van het gemeentelijk belastingreglement op de dienstenbelasting (dienstjaren 2019 tot en met 2024), gestemd in de gemeenteraad van 24 juni 2019, worden elk dienstjaar 2 kohieren opgemaakt.

Dit eerste kohier betreft alle gezinshoofden en alleenstaanden, die op 1 januari van een dienstjaar ingeschreven zijn in het bevolkingsbestand met uitzondering van de inwoners, die via een OCMW-lijst (collectieve schuldenregeling) of de gemeentelijst (Schuldenregeling via deurwaarder of schuldbemiddelaars) geschrapt zijn.  Het belastingbedrag werd in 2019 bij reglement vastgesteld op € 59,87. Het gemeentelijke belastingreglement voorziet in een jaarlijkse indexering van het tarief, wat neerkomt voor 2021 op € 60,87.   Berekening (basistarief 2019 x index jan 2021 / index jan 2019 of € 59,87 x 109,97 / 108,17)

 Dit kohier voor gezinnen heeft een opbrengst van € 529.447,26 en omvat 8562 aanslagen. Dit zijn er zo'n 136 aanslagen meer dan in 2020 (nieuwe gezinnen).  Dit kohier wordt  tijdens dit college van burgemeester en schepenen van 19/10/2021 uitvoerbaar verklaard, zodat de opbrengst in de jaarrekening van 2021 geboekt kan worden.

Het tweede kohier vermeldt de bedrijven en vennootschappen, doch dit kohier (met een vermoedelijke opbrengst van ongeveer 30.000 €) zal later op het jaar worden voorgelegd. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen stelt het kohier van de gemeentelijke dienstenbelasting voor gezinnen vast ten bedrage van € 529.447,26
De opbrengst voor de dienstenbelasting bedrijven 2021 is nog niet gekend. (In 2020 was de opbrengst  € 32.297,72 )

In het meerjarenplan is onder MJP000235 een bedrag van € 544.000,00 ingeschreven voor deze dienstenbelasting.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist deze rol uitvoerbaar te verklaren en over te maken aan de financieel directeur.

7.

2021_CBS_01133 - Viseren en uitvoerbaarverklaring van bevelen tot betaling dienstenbelasting 2019 - Goedkeuring

Goedgekeurd
7.

2021_CBS_01133 - Viseren en uitvoerbaarverklaring van bevelen tot betaling dienstenbelasting 2019 - Goedkeuring

2021_CBS_01133 - Viseren en uitvoerbaarverklaring van bevelen tot betaling dienstenbelasting 2019 - Goedkeuring
8.

2021_CBS_01134 - Ontbijtactie Dag van de jeugdbeweging 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2021_CBS_01134 - Ontbijtactie Dag van de jeugdbeweging 2021 - Goedkeuring

2021_CBS_01134 - Ontbijtactie Dag van de jeugdbeweging 2021 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Dag van de jeugdbeweging

  • Vrijdag 22 oktober 2021
  • Ontbijtactie op het kioskplein van 7 tot 9 uur
  • Verwacht aantal bezoekers: 300 à 500 (moeilijk in te schatten) 

Materiaal

Materiaal gemeente

  • 2 kadertenten 5 x 10 m
  • Nadarhekken langs de Heuveneindeweg en Dijkbeemdenweg
  • 4 vuilnisringen + zakken
  • 1 set biertafels en -banken
  • Standpijp (met gardena-kop)
  • Percolators (GC Tentakel & sportdienst)
  • Kabelhaspels en stekkerdozen (uitpunt)

Opbouw en opruim van de tenten en hekken door de werkplaatsen.

Materiaal verenigingen

  • Muziekinstallatie
  • Kookplaat & ketels (warme choco)
  • Waterdarmen
  • Verlichting (ontbijttent) 
  • Handgel

Parkeerverbod op het kioskplein

  • Vanaf woensdag 0.00 uur achterste gedeelte (opbouw tenten)
  • Vanaf vrijdag 0.00 uur tot de middag: hele kioskplein

 

Tijdlijn vrijdag 22 oktober

  • 6.00 uur: briefing vrijwilligers/medewerkers
  • 7.00 uur: start ontbijt
  • 9.00 uur: einde ontbijt + start opruim
  •  

    Financieel

    • De jeugdraad/jeugdverenigingen zoeken sponsoring bij Zonhovense bedrijven en handelaars (o.a. Limelco, Konings…).
    • Resterende kosten worden gedragen door de gemeente. Raming:
      1. Sabam + billijke vergoeding: 218,10 euro
      2. Verzekering BA + LO: 120 euro
      3. Resterende kosten ontbijt: 750 à 1.000 euro (worden door de jeugdverenigingen betaald en terugbetaald door gemeente na voorleggen bewijsstukken).
      4. Meerjarenplan
        • Actie AC1247: werkingsmiddelen jeugddienst: 1.500 euro
        • Actie AC1243: ondersteuning jeugdraad: 500 euro

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen geeft goedkeuring aan de organisatie van een ontbijtactie voor de Dag van de Jeugdbeweging op vrijdag 22 oktober 2021 op het kioskplein.

    9.

    2021_CBS_01135 - Verslag jeugdraad 25 september 2021 - Kennisneming

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    9.

    2021_CBS_01135 - Verslag jeugdraad 25 september 2021 - Kennisneming

    2021_CBS_01135 - Verslag jeugdraad 25 september 2021 - Kennisneming

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Erkenningsvraag East & West

    East & West kan onvoldoende bewijzen dat zij voldoen aan de definitie van jeugdwerk, zijnde "sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door kinderen en jongeren van drie tot en met dertig jaar, in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de kinderen en jongeren die daaraan deelnemen op vrijwillige basis en dat wordt georganiseerd door jongeren, particuliere jeugdverenigingen, gemeentelijke openbare besturen of de Vlaamse Gemeenschapscommissie".

    De voorstelling die gegeven werd aan de jeugdraad doet vermoeden dat de organisatie een eerder (semi-)commercieel en therapeutisch doel heeft. Daarom adviseert de jeugddienst deze organisatie niet te erkennen als jeugdwerk.

    Vraag jeugdhuis m.b.t. buitenterras

    Het jeugdhuis vraagt om de twee pergola's van het zomerterras te mogen laten staan. Want wanneer ze uit elkaar gehaald worden, kunnen ze niet meer heropgebouwd worden. 

    Op 23 maart 2021 gaf het schepencollege geen toelating op de vraag van het jeugdhuis om een vaste terrasconstructie te bouwen. 

    De dienst vergunningen en handhaving gaf op die vraag een ongunstig advies, o.a. omdat de constructie niet uit duurzame materialen wordt opgebouwd. 

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de jeugdraad. 

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist East & West niet te erkennen als lokaal jeugdwerk, gezien deze organisatie niet voldoet aan de definitie van jeugdwerk. 

    Artikel 3

    Het college van burgemeester en schepenen geeft geen toelating aan Jeugdhuis Nachtwacht om de pergola's van het zomerterras te laten staan. Op 23 maart werd reeds beslist om geen permanente terrasconstructie toe te laten. 

    10.

    2021_CBS_01136 - Opzeg huurovereenkomst wegoverschot Berkenenstraat - Goedkeuring

    Goedgekeurd
    10.

    2021_CBS_01136 - Opzeg huurovereenkomst wegoverschot Berkenenstraat - Goedkeuring

    2021_CBS_01136 - Opzeg huurovereenkomst wegoverschot Berkenenstraat - Goedkeuring
    11.

    2021_CBS_01137 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Vlasbergweg 3 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    11.

    2021_CBS_01137 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Vlasbergweg 3 - Goedkeuring

    2021_CBS_01137 - Voorkooprecht - Verzaking recht van voorkoop Vlasbergweg 3 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het aanbiedingsdossier 143894 bij het e-voorkooploket van de Vlaamse landmaatschappij betreffende uitoefening van het voorkooprecht waarbij het gemeentebestuur de begunstigde is.

    Op 5 oktober 2021 heeft het kantoor van notaris Bovend'aerde een dossier aangeboden via het e-voorkooploket van de Vlaamse landmaatschappij.

    Het betreft een onroerend goed gelegen Vlasbergweg 3 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend afdeling 2, sectie D, nummer 124B22 met een oppervlakte van 6a voor de prijs van €115.000.

    De woning werd opgenomen in de lijst van leegstand woningen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen beslist te verzaken aan haar voorkooprecht betreffende het onroerend goed Vlasbergweg 3 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend afdeling 2, sectie D, nummer 124B22.

    12.

    2021_CBS_01138 - OMV - Besluit Deputatie - Zwanenstraat 18A, 20 en 22 - 1321.C.874.2 - Kennisneming

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    12.

    2021_CBS_01138 - OMV - Besluit Deputatie - Zwanenstraat 18A, 20 en 22 - 1321.C.874.2 - Kennisneming

    2021_CBS_01138 - OMV - Besluit Deputatie - Zwanenstraat 18A, 20 en 22 - 1321.C.874.2 - Kennisneming

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Beslissing van de Bestendige deputatie van 07 oktober 2021:

    Artikel 1
    §1. Aan de heer Baudouin Van Damme wordt de omgevingsvergunning geweigerd voor het verkavelen van gronden in 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing, met als voorwerp:
    - de volgende stedenbouwkundige handelingen: verkavelen (in 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing), met betrekking tot een terrein gelegen te Zonhoven ter plaatse Zwanenstraat 18A, 20 en 22, kadastraal gekend: Afdeling 4, Sectie C, perceelnr.(s) 6H3, 6K3 en 12D.

    Artikel 2
    De beslissing wordt ter beschikking gesteld van:
    1) de beroeper, met name de heer Baudouin Van Damme, Pater Valentinuslaan 11 bus 1.01 te 3500 Hasselt
    2) het college van burgemeester en schepenen van Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven
    3) de adviesinstanties, vermeld in artikel 35 en/of 37 die advies verlenen in eerste aanleg.

    Artikel 3
    De beslissing wordt, overeenkomstig de artikelen 56 t.e.m. 63 van het besluit van 27 november 2015 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet betreffende de Omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVB), bekendgemaakt door:
    1° in voorkomend geval, de aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 59;
    2° de publicatie op de website van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 60;
    3° in voorkomend geval, de publicatie in een dag- of weekblad, conform artikel 61;
    4° in voorkomend geval, de individuele kennisgeving, conform artikel 62;
    5°  de analoge of digitale terinzagelegging van de beslissing in het gemeentehuis van de gemeente waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag uitgevoerd zal worden, conform artikel 63.

    Artikel 4
    Tegen deze beslissing is geen georganiseerd administratief beroep mogelijk.
    Er kan enkel nog een beroep ingesteld worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, Ellips-gebouw, Koning Albert ll-laan 35 bus 81 in 1030 Brussel.
    Het beroep kan worden ingesteld door:
    1° de vergunningsaanvrager, de vergunningshouder, de exploitant of de persoon die de melding heeft verricht;
    2° het betrokken publiek;
    3° de leidend ambtenaar van de adviesinstanties, vermeld in artikel 24 of in artikel 42 (van het OVD) of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde, als die instantie tijdig advies heeft verstrekt of als aan hem ten onrechte niet om advies werd verzocht;
    4° het college van burgemeester en schepenen als het tijdig advies heeft verstrekt of als het ten onrechte niet om advies werd verzocht;
    5° (...)
    6° de leidend ambtenaar van het departement Omgeving, of bij zijn afwezigheid zijn gemachtigde;
    7° de leidend ambtenaar van het agentschap lnnoveren & Ondernemen of bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde, als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat;
    8° de leidend ambtenaar van het agentschap, bevoegd voor natuur en bos, of, bij zijn afwezigheid, zijn gemachtigde als het project vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie omvat.

    De persoon aan wie kan worden verweten dat hij een voor hem nadelige vergunningsbeslissing niet heeft bestreden door middel van het daartoe openstaande georganiseerd administratief beroep bij de bevoegde overheid, vermeld in artikel 52 (van het OVD) wordt geacht te hebben verzaakt aan zijn recht om zich tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen te wenden.

    Het beroep moet met een verzoekschrift tot vernietiging, al of niet gepaard gaande met een vordering tot schorsing op straffe van onontvankelijkheid per beveiligde zending worden ingesteld binnen een vervaltermijn van 45 dagen, die ingaat:
    1°   de dag na de datum van de betekening voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt;
    2°   de dag na de eerste dag van de aanplakking van de beslissing in de overige gevallen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de beslissing van de Bestendige deputatie van 07 oktober 2021.

    13.

    2021_CBS_01139 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2B - 2021/00182 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    13.

    2021_CBS_01139 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2B - 2021/00182 - Goedkeuring

    2021_CBS_01139 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2B - 2021/00182 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

    De aanvraag betreft het rooien van 2 bomen en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

    De aanvraag werd op 7 juni 2021 ontvangen.

    Op 6 juli 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

    Op 6 juli 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

    Op 7 juli 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

    De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

    Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 17 juli 2021 tot en met 15 augustus 2021.

    De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

    Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

    HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

    Stedenbouwkundig

    Op 27 mei 1968 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1968/00061)

    Op 28 augustus 2018 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd.  De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een perceel in 5 loten voor open bebouwing.

    De vergunning omvat tevens het afbreken van alle constructies op het perceel.  (1263.E.874.2)

    Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

    Milieu

    Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

    OPENBAAR ONDERZOEK

    Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

    Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

    Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 17 juli 2021 tot en met 15 augustus 2021.

    Er werden geen bezwaren ingediend.

    ADVIEZEN

    Agentschap Natuur en Bos

    Dienst Facilitair Management (Werken in eigen beheer)

    MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

    STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

    TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

    OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

    Gewestplan

    De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in natuurgebied.

    De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

    De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

    Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

    Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

    Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

    Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

    Het achterste gedeelte van het perceel is gelegen in natuurgebied.  Dit gedeelte van het perceel is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.

    Gezien de voorgestelde werken zich volledig bevinden in het woongebied dient geen rekening gehouden te worden met het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.

    Verkaveling

    Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 28 augustus 2018 door het college van burgemeester en schepenen.   (1263.E.874.2)

    De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

    De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning met inbegrip van een zorgwoning.

    De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

    AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

    Beperkte afwijkingen

    Art. 4.4.1.

    §1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

    Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

    1° de bestemming;

    2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

    3° het aantal bouwlagen.

    Het ontwerp wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

    • Reliëfwijzigingen (art; 3.1.)

    De verkavelingsvoorschriften bepalen dat reliëfwijzigingen worden toegestaan onder volgende voorwaarden:

    • Tot maximum 30cm boven het niveau van de voorliggende weg;
    • Tot maximum 30m ten aanzien van de rooilijn;
    • Mits grondverzet en wateroverlast op eigen terrein worden opgevangen.

    Het ontwerp voorziet een terreinophoging van maximum 37cm waardoor de zone rond de woning opgehoogd wordt tot 1m boven de as van de voorliggende weg.

    De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

    Stedenbouwkundige verordeningen

    Hemelwater

    De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

    De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 144,4m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (8m²) en het volume (3 000 liter) voldoen aan de verordening.

    De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

    De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

    Riolering

    Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “collectief te optimaliseren buitengebied”. Een individuele waterbehandeling is noodzakelijk.

    Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

    De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

    Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

    De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

    Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

    Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

    We raden aan om:

    • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
    • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
    • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
    • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

    Keuring privéwaterafvoer

    Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

    Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

    Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

    In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

    Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

    Watertoets

    Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

    Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

    Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

    De aanvraag doorstaat de watertoets.

    Decretale beoordelingselementen

    Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

    § 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

    § 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

    Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

    Het perceel is gelegen langs de Nieuwe Hazendansweg, een gemeenteweg.

    De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

    Archeologienota

    Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

    Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

    Overige regelgeving

    Decreet rookmelders

    Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

    De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkomhal en de overloop.

    Energiedecreet

    De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

    Grondverzet

    Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

    De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

    Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

    OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

    De aanvraag betreft het rooien van 2 bomen en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

    De inplanting is voorzien op 10m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op 3m van de linker perceelgrens en op 4m van de rechter perceelgrens.

    De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 12,70m en op de verdieping 8m. Het verdiep vangt aan op 1m achter de voorgevel.

    De woning wordt uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is deels voorzien op 3,20m en deels op 6m ten opzichte van het nieuwe maaiveld.

    De gevels van de woning worden voorzien van witte gevelbepleistering gecombineerd met een arduinen plint.

    Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.

    In de voortuin wordt een oprit met een breedte van 3m aangelegd die toegang biedt tot de interne garage.

    Aansluitend op de inrit wordt zowel een pad naar de voordeur van de woning als naar de achterzijde van de woning aangelegd. Beide paden hebben een breedte van 1m.

    Aan de achterzijde van de woning is een niet-overdekt terras voorzien met een oppervlakte van 36m².

    Alle verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers.

    Tot slot omvat de aanvraag het rooien van 2 bomen.

    Hieromtrent wordt het advies van de dienst Facilitair Management, zoals aangehaald en besproken onder de titel ‘bespreking adviezen’ gevolgd.

    De nieuw aan te planten bomen dienen ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (= conform veldwetboek).

    Tevens dient bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs, …) overgemaakt te worden aan de afdeling Planning en Vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

    BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

    De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

    De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor het terreinniveau.

    De verkavelingsvoorschriften bepalen dat reliëfwijzigingen worden toegestaan onder volgende voorwaarden:

    • Tot maximum 30cm boven het niveau van de voorliggende weg;
    • Tot maximum 30m ten aanzien van de rooilijn;
    • Mits grondverzet en wateroverlast op eigen terrein worden opgevangen.

    Het ontwerp voorziet een terreinophoging van maximum 37cm waardoor de zone rond de woning opgehoogd wordt tot 1m boven de as van de voorliggende weg.

    Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande maaiveld gelegen is op maximum 1,06m boven de as van de voorliggende weg.

    Het terreinniveau wordt enkel rond de woning aangepast tot maximum 1m boven de as van de weg.  Vanaf ca. 2m van de zijdelingse perceelgrenzen wordt het bestaande terreinniveau behouden zodat het aansluit op het niveau van de aangrenzende percelen.

    Voor het rechter aangrenzende perceel is momenteel een omgevingsaanvraag lopende voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften.  Deze aanvraag omvat tevens het aanpassen van het terreinniveau.  Uit de ingediende plannen blijkt dat het niveau zal aansluiten.

    Bijgevolg wordt uitzonderlijk akkoord gegaan met het voorgestelde terreinniveau.

    De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden.   De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

    De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

    BESPREKING ADVIEZEN

    Op 22 juli 2021 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Gunstig advies voor de voorgestelde werken, mits nakomen van volgende voorwaarden:

    • De boom op de perceelsgrens met lot nr. 2 moet gerooid worden, in overleg met de buurman en wel om volgende redenen:
    • de afstand van boom tot woning dusdanig klein is dat het behoud van de boom niet realistisch is. 
    • Om de woning te bouwen gaat er meer dan 1/3 van de wortels dusdanig beschadigd worden dat de stabiliteit van de boom niet meer gegarandeerd kan worden;
    • er moeten minstens 2 nieuwe hoogstambomen aangeplant worden in de achtertuin. Deze bomen dienen minstens in maat 18/20 te worden aangeplant in het plantseizoen (15 oktober tot 15 april) volgende op het beëindigen van de werken. Er dient na aanplant een groeigarantie te worden gegeven voor deze bomen, d.w.z. dat deze bomen telkens ze afsterven dienen vervangen te worden. Volgende soorten mogen er aangeplant worden:
    • Quercus petraea,
    • Quercus robur,
    • Prunus avium,
    • Acer Campestre,
    • Betula pendula,
    • Prunus padus.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich niet aan bij de eerste voorwaarde, nl. dat de boom op de perceelgrens met lot nr. 2 gerooid moet worden in overleg met de buurman.

    Deze voorwaarde is afhankelijk van een derde partij. Bijgevolg is het niet mogelijk om dit als effectieve voorwaarde op te leggen.

    Zoals het advies aangeeft zal het behoud van de boom alsook de stabiliteit op termijn een probleem opleveren.

    Gezien het rooien van de boom niet als voorwaarde kan opgelegd worden zal als voorwaarde opgenomen worden dat bij het afsterven van deze boom (door beschadiging van het wortelgestel) een nieuwe aanplant dient te gebeuren.  Het rooien van de boom blijft vergunningsplichtig, wanneer een kap zich opdringt zal een nieuwe omgevingsaanvraag dienen te worden ingediend.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren wensen bijkomende voorwaarden op te leggen omtrent het rooien van de 2 bomen.

    De nieuw aan te planten bomen dienen ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (= conform veldwetboek).

    Tevens dient bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs, …) overgemaakt te worden aan de afdeling Planning en Vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

    Op 4 augustus 2021 liet het Agentschap Natuur en Bos weten omtrent de huidige aanvraag geen advies te verlenen, nl.:

    “Het volledige bouwlot 3 werd ontbost via de verkaveling met kenmerk OMV_2018049502. Voor het rooien van solitaire bomen of bomenrijen in woonzone en buiten de speciale beschermingszones i.k.v. de Europese richtlijngebieden is er geen adviesvereiste vanwege onze administratie.”

    Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

    • Het rooien van de boom op de perceelsgrens met lotnr. 2 (in het geval de boom onherroepelijk beschadigd zou worden door de bouw van de woning) kan enkel mits het bekomen van een nieuwe omgevingsaanvraag.  In dat geval dient een heraanplant te gebeuren.
    • Er dienen minimaal 2 nieuwe inheemse hoogstammige bomen aangeplant te worden in de achtertuin, plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen.

    Volgende soorten mogen aangeplant worden:

    • Quercus petraea,
    • Quercus robur,
    • Prunus avium,
    • Acer Campestre,
    • Betula pendula,
    • Prunus padus.”

    De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen (15 oktober tot 15 april) volgend op het beëindigen van de werken.

    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.

    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

    MILIEUTECHNISCH ADVIES

    Niet van toepassing.

    GECOÖRDINEERD EINDADVIES

    Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

    De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

    Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het rooien van 2 bomen en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

    1. Het rooien van de boom op de perceelsgrens met lotnr. 2 (in het geval de boom onherroepelijk beschadigd zou worden door de bouw van de woning) kan enkel mits het bekomen van een nieuwe omgevingsaanvraag.  In dat geval dient een heraanplant te gebeuren.
    2. Er dienen minimaal 2 nieuwe inheemse hoogstammige bomen aangeplant te worden in de achtertuin, plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen.
      Volgende soorten mogen aangeplant worden:
      - Quercus petraea,
      - Quercus robur,
      - Prunus avium,
      - Acer Campestre,
      - Betula pendula,
      - Prunus padus.”
      De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen (15 oktober tot 15 april) volgend op het beëindigen van de werken.
      Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
      Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
      Riolering:
    3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
    4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
    7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    9. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    13. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
    14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
      Andere voorwaarden:
    16. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
    18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.  Men wenst evenwel de soortenlijst als vergunningsvoorwaarde te schrappen.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

    De omgevingsvergunning omvat het rooien van 2 bomen en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Artikel 3

    De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

    1. Het rooien van de boom op de perceelsgrens met lotnr. 2 (in het geval de boom onherroepelijk beschadigd zou worden door de bouw van de woning) kan enkel mits het bekomen van een nieuwe omgevingsaanvraag.  In dat geval dient een heraanplant te gebeuren.
    2. Er dienen minimaal 2 nieuwe inheemse hoogstammige bomen aangeplant te worden in de achtertuin, plantmaat 18/20, op minimum 2m van de perceelgrenzen.
      De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen (15 oktober tot 15 april) volgend op het beëindigen van de werken.
      Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden, dit tot de boom aanslaat.
      Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de afdeling planning en vergunningen, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
      Riolering:
    3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
    4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
    7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    9. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    13. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
    14. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    15. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
      Andere voorwaarden:
    16. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
    18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    19. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    20. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    14.

    2021_CBS_01140 - OMV - Vergunning - Houthalenseweg 66 en 68 - 2021/00210 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    14.

    2021_CBS_01140 - OMV - Vergunning - Houthalenseweg 66 en 68 - 2021/00210 - Goedkeuring

    2021_CBS_01140 - OMV - Vergunning - Houthalenseweg 66 en 68 - 2021/00210 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

    De aanvraag betreft het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de 

    bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning).

    De aanvraag werd op 5 juli 2021 ontvangen.

    Op 2 augustus 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

    Op 10 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

    Op 20 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

    De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

    Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

    Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

    Er werden geen bezwaren ingediend.

    HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

    Stedenbouwkundig

    • Op 12 mei 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een handelshuis.  (1950/00054)
    • Op 31 juli 2000 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een sauna-centrum met zwembad en het verbouwen van een eengezinswoning tot schoonheidscentrum.   (2000/08381)
    • Op 12 maart 2002 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een houten afsluiting.   (2001/08840)
    • Op 13 september 2004 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een veranda van 15m².   (2004/09682)
    • Op 17 september 2007 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het plaatsen van 67,27m² fotovoltaïsche zonnepanelen op de daken van de achterbouwen van de handelswoning.   (2007/10793)
    • Op 16 maart 2021 besliste het college van burgemeester en schepenen een splitsingsaanvraag (art. 5.2.2.) negatief te beoordelen (2021/00007/SPLITSING), nl.:

    “Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met het apart verkopen van een handelshuis als twee aparte huizen, kadastraal gelegen op 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2 – Houthalenseweg 66 en 68 -  zoals voorzien op het delingsplan, dd 06/02/2021, opgesteld door bestuurder Guido Scheers vr de bv Scheers St& G.

    De beoordeling van de gevraagde opsplitsing en bestemmingswijziging dient vooraf afgetoetst te worden in een omgevingsaanvraag.”

    • Op 30 juni 2021 werd een omgevingsvergunning ingediend voor het regulariseren van een eengezinswoning.  Deze aanvraag werd ingetrokken op 5 juli 2021.  (2021/00201)
    • Op 30 juni 2021 werd een omgevingsvergunning ingediend voor het regulariseren van een handelsruimte.  Deze aanvraag werd ingetrokken op 5 juli 2021.  (2021/00206)

    De aanvraag werd verschillende keren in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2020_353). Op 9 april 2021 werd volgende meegedeeld:
    “Het pand gelegen langs de Houthalenseweg 66/68 is kadastraal 1 perceel.  Gezien het pand zal opgesplitst worden zodat het verkocht kan worden als 2 goederen werd een splitsingsaanvraag ingediend door de notaris.
    Op 16 maart 2021 besliste het college van burgemeester en schepenen deze splitsingsaanvraag negatief te beoordelen. Hieronder de motivering.
    Historiek:
    Het perceel 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2, is volgens het gewestplan Hasselt – Genk, ggk 03/04/1979, gedeeltelijk gelegen in woongebied en gedeeltelijk in een woonuitbreidingsgebied.
     In het verleden werden er 5 stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

    • 1950/00054 – vergund op 12/05/1950 – bouwen van een handelshuis
    • 2000/08381 – vergund op 31/07/2000 – bouwen van een sauna-centrum met zwembad + verbouwen van een eengezinswoning tot schoonheidscentrum
    • 2001/08840 – vergund op 12/03/2002 – plaatsen van een houten afsluiting (nr. 66)
    • 2004/09682 – vergund op 13/09/2004 – het bouwen van een veranda (nr. 68)
    • 2007/10793 – vergund op 17/09/2007 – het plaatsen van 67,27 m2 fotovoltaïsche zonnepanelen (nr. 68)

    Het kadaster bevestigt het opbouwjaar van 1950 met als aard ‘handelshuis’.
    Tot op heden geldt hier een milieuvergunning voor het uitbaten van een schoonheidsinstituut met sauna en zwembad.
    Het perceel is gelegen langs de Houthalenseweg. Dit is een gewestweg wat onder de bevoegdheid van het Agentschap Wegen en Verkeer valt.

    Motivering:
    Volgens de vergunde plannen van 2000 bestaat huisnummer 68 (het linkergedeelte) uit een woning met schoonheidssalon en werd nr. 66 omgebouwd tot een ontspanningsruimte met zwembad en sauna.
    Met deze splitsing wenst men huisnr. 66 om te vormen naar een woning. Hiervoor dient echter eerst een bestemmingswijziging naar wonen aangevraagd te worden. Momenteel is nr. 66 vergund als een ontspanningsruimte (gelijkvloers) en verzorgingskamer ( 1ste verdieping). Tevens is huisnummer 66 middels een doorgang (deur) verbonden met nummer 68. Uiteraard dienen beide panden volledig gescheiden te zijn.
    Het goed is tevens gelegen langs een gewestweg waardoor het Agentschap Wegen en Verkeer hierover de bevoegdheid heeft. Tijdens de procedure van bestemmingswijziging zal ook hun advies/visie hierin afgetoetst worden.
    Uit de vergelijking van het kadasterplan, de afgeleverde vergunningen en de beschikbare luchtfoto bestaat het vermoeden dat niet alle constructies op het terrein vergund zijn.
    Wij beschikken in deze splitsingsaanvraag over te weinig gegevens om over een bestemmingswijziging te kunnen oordelen en om een uitspraak te doen over de vergunbaarheid. Dit kan pas onderzocht worden op basis van bijkomende plannen van de bestaande toestand en van de gewenste toestand.
    Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.
    Besluit
    Het college van burgemeester en schepenen gaat niet akkoord met het apart verkopen van een handelshuis als twee aparte huizen, kadastraal gelegen op 2de afdeling, sectie C, nr. 435A2 – Houthalenseweg 66 en 68 - zoals voorzien op het delingsplan, dd 06/02/2021, opgesteld door bestuurder Guido Scheers vr de bv Scheers St& G.”
    De beoordeling van de gevraagde opsplitsing en bestemmingswijziging dient vooraf afgetoetst te worden in een omgevingsaanvraag.
    Het perceel is gelegen langs de Houthalenseweg, een gewestweg. Bij een eventuele omgevingsaanvraag zal het dossier voor advies overgemaakt worden aan het Agentschap Wegen en Verkeer.
    Vanuit de dienst staan we niet negatief tegenover de omvorming van de functie van schoonheidssalon (dienst) naar een handelshuis.
    U dient echter rekening te houden dat bij een handelshuis slechts 1 huisnummer wordt toegekend waardoor eventueel verhuur van de handelruimte of van de woning niet mogelijk is. De handelsfunctie en het wonen vormen 1.
    Uiteraard kan de functiewijziging enkel gunstig beoordeeld worden vanuit de dienst mits voldaan wordt aan de parkeernorm.
    Het aantal parkeerplaatsen dient overeen te stemmen met 1 parkeerplaats per 50m² bedrijfsruimte, vermeerderd met 1 parkeerplaats per 200m² magazijn, vermeerderd met 1 parkeerplaats per 20m² verkoopsruimte / kantoorruimte / praktijkruimte en vermeerderd met 2 parkeerplaatsen voor de woongelegenheid.
    Het parkeren dient te gebeuren op eigen terrein en niet op het openbaar domein.
    Er wordt slechts 1 inrit tot het perceel toegestaan met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens.
    Insteekparkings zijn niet toegestaan.
    Uiteraard dient de woongelegenheid voldoende kwalitatief te zijn en te beschikken over een kwalitatieve buitenruimte (tuin / terras).
    U gaf reeds aan dat de bestaande toestand niet overeenstemt met de vergunde toestand.
    Een omgevingsaanvraag voor de regularisatie en eventuele verbouwingen dient bijgevolg samengesteld te worden door een architect.”

    De aanvraag houdt deels rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. 

    • Huisnr. 66 wordt niet als woning ingericht maar blijft een wellness.
    • De bestaande verbindingsdeur tussen de twee panden werd reeds dichtgemaakt.
    • De woongelegenheid is voldoende kwalitatief en beschikt over een kwalitatieve buitenruimte.
    • De aanvraag omvat de regularisatie van alle niet vergunde constructies.
    • De aanvraag voorziet evenwel nog steeds twee toegangen tot het terrein vanaf de gewestweg, terwijl er slechts 1 inrit tot het perceel toegestaan wordt met een breedte van 3m (in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer wordt 4,5 meter toegestaan) ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens.

    Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

    Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft o.a. de veranda, de constructie waaronder de jacuzzi staat, een tuinhuis, de verhardingen en een serre.

    Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen.

    Milieu

    Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

    Schoonheidsinstituut met sauna en zwembad.

    Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

    OPENBAAR ONDERZOEK

    Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

    Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

    Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

    Er werden geen bezwaren ingediend.

    ADVIEZEN

    Agentschap Wegen en Verkeer
    Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
    De Watergroep
    Inter (toegankelijkheidsbureau)
    Fluvius
    Dienst Lokale Economie
    Proximus

    MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

    STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

    TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

    OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

    Gewestplan

    De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied.

    De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

    De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de  ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

    Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

    Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

    De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften. 

    Vrijstelling vergunningsplicht

    Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het regulariseren van het bouwen van het tuinhuis in de achtertuinstrook zonder voorwerp. De oppervlakte van het tuinhuis bedraagt minder dan 40 m² (25,2m²), is minimum 1 meter van de perceelgrens gelegen en bevindt zich op minder dan 30 meter van de woning.

    Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit niet vergunningsplichtig. Als strikt noodzakelijke toegang tot de garage, het tuinhuis en de woning wordt hier de verharding in de achtertuin bedoeld met een maximale breedte van 3m.

    Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het regulariseren van het bouwen van het tuinhuis en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage, het tuinhuis en de woning met een maximale breedte van 3m in de achtertuin. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

    Stedenbouwkundige verordeningen

    Hemelwater

    De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater omdat de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder bedraagt dan 40m² en omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

    Riolering

    Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

    Het advies van 16/09/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

    “Naar aanleiding van uw brief/mail van 20-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 435A2/deel (lot 1) - 435A2/deel (lot 2), kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

    In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

    Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

    De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

    Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

    Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

    Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

    1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

    De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

    De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

    De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

    Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

    Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

    Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

    2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

    Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.

    We raden aan om:

    • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
    • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
    • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
    • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
    • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

    Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

    Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

    Toegankelijkheid

    De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid. Dit besluit trad in werking op 1 maart 2010.

    Het betreft Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publieke oppervlakte toegankelijke oppervlakte 

    groter is dan 150 m² en kleiner of gelijk is aan 400 m². 

    Volgens het advies van Inter Vlaanderen verleend op 06/09/2021 voldoet de aanvraag aan deze stedenbouwkundige verordening.

    Watertoets

    Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

    Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

    Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

    Archeologienota

    Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m². Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

    Overige regelgeving

    Decreet rookmelders

    Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem. De voorliggende aanvraag voldoet niet hieraan: er worden geen rookmelders voorzien op plan.

    Energiedecreet

    De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

    Slopen

    De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

    Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

    Grondverzet

    Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

    De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet rookmelders.

    Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

    OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

    De aanvraag betreft het regulariseren van de bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning).

    BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

    De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

    1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

    2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

    Omschrijving ligging en omgeving

    Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Houthalenseweg, een gewestweg, aan de rand van het centrum. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open/ halfopen/ gegroepeerd verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties. Links van het eigendom is een beperkte KMO-zone gelegen waarop een bedrijf in bouwmaterialen is gevestigd. Achteraan het perceel is de buurtweg nr. 88 “Steentweg” gelegen.

    Omschrijving van de aanvraag

    De aanvraag betreft het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning). 

    T.o.v. de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning van 31 juli 2000 voor het bouwen van een sauna-centrum met zwembad en de verbouwing van een eengezinswoning tot schoonheidscentrum en de afgeleverde stedenbouwkundige vergunning van 13 september 2004 voor het bouwen van een veranda werden o.a. volgende vergunningsplichtige werken uitgevoerd:

    • De interne doorgang tussen het pand nr. 68 en het pand nr. 66 werd dichtgemaakt.
    • De inkom aan de voorzijde van het pand nr. 66 werd verplaatst naar de rechterzijde.
    • Intern werd het pand nr. 66 op het gelijkvloers en op de eerste verdieping anders ingedeeld.
    • In de achtertuin van het pand nr. 66 is er een kleine overdekking bijgekomen (= jacuzzi) van 7,50m².
    • De veranda aan het pand nr. 68 werd groter uitgevoerd dan vergund (28, 8m² i.p.v. 15m²).
    • De voortuinstrook met bijhorende parkeerplaatsen werd niet uitgevoerd conform de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen. Uit de foto’s gevoegd bij het dossier blijkt dat al de parkeerplaatsen rechtstreeks ontsluiten en haaks werden uitgevoerd op de gewestweg. 

    Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

    Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

    Een wellness en een eengezinswoning sluiten aan bij de reeds bestaande bebouwing in de omgeving en zijn derhalve functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving.

    Mobiliteitsimpact

    Er dienen voldoende parkeerplaatsen (1,5 per woongelegenheid en 1/20 m² handelsruimte) te worden voorzien op de privégrond. Dit zal anders zoekverkeer en overlast bezorgen aan het openbaar domein wat de verkeersveiligheid in het gedrang brengt. Voor wat betreft de eengezinswoning (pand nr. 68) is er een garage en een voldoende grote oprit aanwezig in de achtertuin om het parkeren op eigen terrein te organiseren.

    Voor de wellness (pand nr. 66) worden er 2 parkeerplaatsen voorzien in de voortuin. Deze 2 parkeerplaatsen zijn enkel voldoende mits het handelshuis (huisnummer 66) wordt ingericht als privé-wellness en geen vrij toegankelijke wellness. Dit wegens onvoldoende parkeerplaatsen op eigen terrein (cfr. Advies AWV). Dit zal mee opgenomen worden in de voorwaarden van de omgevingsvergunning.

    In voorliggende aanvraag worden twee toegangen van 3 meter breed voorzien ter hoogte van de gewestweg. Dit is niet aanvaardbaar. Voor private woningen en gebouwen met een beperkte verkeersgenererende activiteit wordt slechts 1 gebundelde in- en uitrit toegestaan met een maximumbreedte van 4,5 m rekening houdend met de op het openbare domein aanwezige hindernissen (cfr. Advies AWV en de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen in 2000 en 2004). Een aangepast inplantingsplan dient te worden bezorgd aan de gemeente vooraleer de werken te starten in de voortuin. Dit zal mee opgenomen worden in de voorwaarden van de omgevingsvergunning.

    Mits naleving van bovenstaande voorwaarden zal voorliggende aanvraag geen negatieve impact op de mobiliteit veroorzaken.

    De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen.

    De te regulariseren handelingen zijn beperkt van omvang en hebben geen negatieve impact op het straatbeeld. De uitbreiding van de veranda en de jacuzzi bevinden zich in de tuinzone en sluiten aan bij de reeds aanwezige bebouwing. Er blijft nog voldoende onbebouwde ruimte over op het eigendom na uitvoering van de werken om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone. De overkapping van de jacuzzi wordt afgewerkt in hout en de veranda wordt uitgevoerd in gevelsteen en glas. De voorgestelde materialen zijn algemeen gangbaar in deze woonomgeving.

    Bodemreliëf

    Het bestaande bodemreliëf wordt niet gewijzigd.

    Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

    Er wordt geen hinder verwacht m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen door voorliggende aanvraag mits de voorwaarden worden nageleefd zoals opgelegd in het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer.

    De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits naleving van de opgelegde voorwaarden.

    BESPREKING ADVIEZEN

    1.- Het advies van 16/09/2021 van het Agentschap Wegen en Verkeer is voorwaardelijk gunstig:

    “Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.

    INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN

    1.Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N7150001 van 2.8 +85 tot 2.9 +5):

    • de grens van het openbaar domein is geschat op ca 8.75 meter.
    • de rooilijn ligt op 8.75 meter volgens de vigerende wegnormen.
    • de zone van achteruitbouw bedraagt 7.15 meter.
    • de minimaal te respecteren bouwlijn ligt op 15.90 meter.

    Publiciteit:

    • geen

    2. Constructie voor rooilijn

    De parkings op privégrond dienen ingepland te worden achter de voorgeschreven rooilijn.

    3. Constructie in zone van achteruitbouw

    • Peil van de dorpels van het gebouw : 31 cm hoger dan het peil van de uiterste rand van de verharding.
    • Regenwaterputten, septische putten , bufferbekkens, een afrit naar een ondergrondse kelder/garage/souterrains, …e.d. dienen achter de bouwlijn te worden ingeplant.
    • De sloopwerken / terreinwerken / kapwerken mogen geen hinder veroorzaken voor de weggebruikers. Eventuele vervuiling op openbaar domein ten gevolge van deze werken dient men dagelijks ten eigen laste te verwijderen.

    4. Constructie op of over openbaar domein

    • De berm dient in zijn oorspronkelijke toestand, zijnde grasberm, te worden hersteld . Op de onverharde/verharde berm langs de gewestweg mogen er geen parkeerplaatsen ingericht worden. (Cfr BVR 29/03/2002 retributiebesluit).
    • Voor elke inname van het openbaar domein zie punt 10 van de algemene voorwaarden. Er dient voorafgaandelijk aan de werken een afzonderlijke aanvraag aan de diensten van Agentschap Wegen en Verkeer te gebeuren (District Centraal-Limburg, Trekschurenstraat 270, B-3500 Hasselt). Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein.

    5. Toegang

    • Conform de bepalingen dient het perceel aan de perceelgrens onoverrijdbaar te worden afgesloten behoudens vergunde inrit.
    • Voor private woningen en gebouwen met een beperkte verkeersgenererende activiteit wordt slechts 1 gebundelde in- en uitrit toegestaan met een maximumbreedte van 4,5 m rekening houdend met de op het openbare domein aanwezige hindernissen.

    6. Mobiliteitsimpact

    • Er dienen voldoende parkeerplaatsen (1,5 per woongelegenheid en 1/20 m² handelsruimte) te worden voorzien op de privégrond. Dit zal anders zoekverkeer en overlast bezorgen aan het openbaar domein wat de verkeersveiligheid in het gedrang brengt.
    • Insteekparkings langs een gewestweg zijn niet toegestaan omwille van de verkeersveiligheid. Het gebruik van insteekparkings geeft onvoldoende zicht bij het oprijden van de gewestweg, wat een gevaar is voor automobilisten en zwakke weggebruikers.

    7. Publiciteit

    Zie punt 17 van de algemene voorwaarden.

    GUNSTIG ADVIES ONDER VOORWAARDEN

    AWV stelt vast bij deze nieuwe aanvraag, dat er niet voldaan is aan de uitdrukkelijke voorwaarden van de vorige adviezen: 712/B/BAV/200/1336 en 712/B/BAV/2004/2507.

    AWV verleent een voorwaardelijk gunstig advies mits het handelshuis (huisnummer 66) wordt ingericht als privé-welness en geen vrij toegankelijke welness. Dit wegens onvoldoende parkeerplaatsen op eigen terrein.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    2.- Het advies van 23/08/2021 van De Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

    “Advies Aftakkingen en Aansluitingen
     
    Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

    Voor hogervermeld perceel is geen uitbreiding van het waterleidingnet nodig.

    Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.

    De plaats van de watermeter moet ook na de verbouwing aan de voorschriften voldoen.

    De kosten van een nieuwe aftakking en/of eventuele aanpassingen ten gevolge van de verbouwing zijn ten laste van de aanvrager(s).”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    3.- Het advies van 16/09/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals hierboven reeds vermeld.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    4.- Het advies van 01/09/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    5.- Het advies van 06/09/2021 van Inter is gunstig zoals hierboven reeds gesteld.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

    6.- Het advies van 24/08/2021 van Proximus is gunstig:

    Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

    Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

    MILIEUTECHNISCH ADVIES

    Niet van toepassing.

    EINDADVIES

    Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

    De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning), mits het opleggen van voorwaarden.

    Er wordt geen uitspraak gedaan over het regulariseren van het bouwen van het tuinhuis en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage, het tuinhuis en de woning met een maximale breedte van 3m in de achtertuin omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

    Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

    Riolering: 

    1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
    2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. 
    5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 4,5 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater. Een aangepast inplantingsplan dient te worden bezorgd aan de afdeling Planning en Vergunningen binnen 3 maanden volgend op de vergunning.
    6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone terug aangelegd worden behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    7. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
      Andere voorwaarden:
    8. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
    9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    11. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
      Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. 
    12. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
    13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
    14. Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn. 
    15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
    16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

    Er wordt geen uitspraak gedaan over het regulariseren van het bouwen van het tuinhuis en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage, het tuinhuis en de woning met een maximale breedte van 3m in de achtertuin omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

    Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het regulariseren van de aanwezige bebouwing, de terreininrichting en de bestemmingswijziging (handelshuis naar wellness en een eengezinswoning), zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Artikel 3

    Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

    Riolering: 

    1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
    2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    3. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    4. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven.
    5. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 4,5 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater. Een aangepast inplantingsplan dient te worden bezorgd aan de afdeling Planning en Vergunningen binnen 3 maanden volgend op de vergunning.
    6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone terug aangelegd worden behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    7. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
      Andere voorwaarden:
    8. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
    9. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    11. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
      Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
    12. Het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, omvattende de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals als bijlage hierbij gevoegd wordt, dient integraal gevolgd te worden;
    13. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
    14. Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn.
    15. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
    16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    15.

    2021_CBS_01141 - OMV - Vergunning - Senator A. Jeurissenlaan 1026 - 2021/00198 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    15.

    2021_CBS_01141 - OMV - Vergunning - Senator A. Jeurissenlaan 1026 - 2021/00198 - Goedkeuring

    2021_CBS_01141 - OMV - Vergunning - Senator A. Jeurissenlaan 1026 - 2021/00198 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

    De aanvraag betreft het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij. 

    De aanvraag werd op 28/06/2021 ontvangen.

    Op 22/07/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

    Op 17/08/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

    Op 20/08/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

    De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

    Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

    HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

    Stedenbouwkundig

    • Op 04/08/1997 werd er een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een schrijnwerkerij, door het college van burgemeester en schepenen. (19977/07640)

    De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 20/05/2021.

    De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Er werden door de dienst de volgende opmerkingen meegegeven na het indienen van een voorontwerp door de aanvrager:

    • De rechter perceelsgrens dient ook afgesloten te worden dmv een beperkte groene buffer, dit mag in haagvorm.
    • We willen benadrukken dat het omgevingsdossier een gemengd dossier dient te zijn (dus met milieuluik), zoals reeds gecommuniceerd tijdens ons overleg.
    • De achterste buffer dient te bestaan uit 100% volwaardig groen (eventueel in samenspraak met de milieuambtenaar), voldoende hoog en voldoende dens.  In deze zone mogen absoluut geen andere activiteiten plaatsvinden (stockage, parkeren,...).  Omdat de handhaving van deze buffers zeer moeilijk is, verwachten we reeds een blijk van inzet hiervoor.  We stellen voor dat deze buffer reeds ontruimd/onthard wordt en dat dit dmv foto's aangetoond wordt in de omgevingsaanvraag.  De buffer dient het volgende plantseizoen aangeplant te worden.  We willen garanties dat deze buffer aangeplant wordt.
    • Volgens de gegevens waarover wij beschikken zou de breedte van de rechter slechts 3,70m ipv 5m?  
    • De berekening rond de parkeerplaatsen begrijp ik niet helemaal.  De grootste oppervlakte lijkt me voor 'andere bedrijfsruimte' te zijn, niet voor magazijn?  Meer parkeerplaatsen inrichten op het terrein lijkt me in elk geval niet mogelijk te zijn.  Ik zou in elk geval ook een motivatie toevoegen omtrent het aantal personen dat dagelijks een wagen moet parkeren op het terrein (eigenaars/personeel) en het max. aantal verwachte bezoekers.  Al biedt dat uiteraard geen garanties op vlak van mogelijk toekomstige invullingen.
    • Indien parkeerplaats 11 niet noodzakelijk is, kan deze misschien eerder als reserve locatie worden beschouwd en (voorlopig) groen worden aangeplant.  Anders zal deze verharding al snel als opslagruimte in beslag worden genomen wat niet wenselijk is.

    De aanvraag houdt rekening met bovenstaande bemerkingen.

    Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft het oprichten van een losstaand bijgebouw links achteraan het perceel.

    Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

    Milieu

    Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

    OPENBAAR ONDERZOEK

    Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

    Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

    ADVIEZEN

    Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

    Fluvius

    POM Limburg

    Dienst Lokale Economie

    Dienst Contractmanagement

    Dienst Facilitair Management 

    MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

    STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

    TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

    OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

    Gewestplan

    De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in een zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s.

    De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. 

    Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. 

    De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard.

    Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

    Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering. Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

    De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

    Stedenbouwkundige verordeningen

    Hemelwater

    De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

    De plannen geven aan dat voor de uitbreiding van de hal met een horizontale dakoppervlakte van 391m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een buitenkraan en een tappunt voor de schrijnwerkerij. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

    De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

    De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

    Riolering

    Het advies van 16/09/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

    “Naar aanleiding van uw brief/mail van 20-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 2, sectie C, nummer(s) 761D, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

    In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

    Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

    De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

    Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

    Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

    Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

    1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

    De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

    De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

    De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

    Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

    Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

    Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

    2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

    Het besluit van de Vlaamse Regering van 05/7/2013 betreffende de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, bepaalt dat bij een uitbreiding > 40 m² tegen een bestaand gebouw een even groot deel van de bestaande verharde oppervlakten mee dienen af te wateren naar de infiltratievoorziening, indien deze bestaande verharde oppervlakten nog niet zijn aangesloten op een hemelwaterput, infiltratievoorziening of buffering. De inhoud van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter/m² referentieoppervlakte te bedragen. De referentieoppervlakte is de som van alle oppervlakten die afwateren naar deze infiltratievoorziening.

    Volgens het definitief zoneringsplan bevindt het perceel zich in centraal gebied. Het openbaar rioleringsstelsel is aangesloten op een operationele waterzuiveringsinstallatie. Een septische put is voor Fluvius niet verplicht voor dit perceel. De plaatsing van een septische put (2000 liter) voor enkel fecaal water is een optie.

    De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.

    Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

    We raden aan om:

    • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
    • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
    • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
    • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
    • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

    Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

    Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

    Watertoets

    Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

    Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

    Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

    De aanvraag doorstaat de watertoets.

    Archeologienota

    Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

    Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

    Overige regelgeving

    Energiedecreet

    De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

    Slopen

    De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

    Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

    Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

    Grondverzet

    Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

    Stedenbouwkundige voorschriften voor bedrijventerrein De Waerde

    Het goed is gelegen binnen de onteigende zone voor de ontwikkeling van Industriezone De Waerde. Het onteigeningsplan werd goedgekeurd door de Gemeenschapsminister op 28 oktober 1991.

    Bijzondere voorwaarden betrekking hebbende op stedenbouwkundige aspecten, van toepassing binnen ambachtelijke zone De Waerde zoals bepaald in de aankoopakte:

    • Bouwvoorwaarden en groenvoorziening

    Een groenbeplanting – bufferzone – van tenminste 5m breed langs de zijdelingse en achterste perceelsscheidingen en minstens gelijk aan de normale hoogte van het gebouw is verplicht. De bufferzone dient in een streekeigen beplanting aangelegd.

    De niet bebouwbare zones met inbegrip van de niet door gebouwen, toegangswegen en uitgeruste parkeerterreinen ingenomen oppervlakten, dienen beschouwd te worden als groenzone.

    Afsluitingen, zowel op de perceelgrenzen als op de rooilijn, moeten uitgevoerd worden in natuurhagen al dan niet versterkt met draad, op beplantingsstroken.

    Ter hoogte van de inritten dient de riolering afdoende verstevigd  teneinde beschadiging door zwaar transport te vermijden. De aanleg van de oprit over de strook der nutsvoorzieningen mag enkel uitgevoerd worden met uitneembare monolietblokken.

    Er dient verplicht parkeerruimte voorzien te worden die ruimte biedt voor al de voertuigen van het bedrijf, het personeel en de bezoekers. Ook het laden en lossen dient op het eigen terrein te gebeuren.

    De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de hoger gestelde voorwaarden. 

    De aanvraag voorziet in natuurhagen voor wat betreft de hagen die voorzien worden op de perceelgrenzen. Met uitzondering van de voorste perceelgrens, waar er een hekwerk met poorten wordt voorzien en vooraan de linker perceelgrens  waar een draadafsluiting wordt voorzien.

    • Vervreemding

    Het is verboden om zonder voorafgaande toestemming van de verkoper (de gemeente), de grond en de opgerichte gebouwen en installaties geheel of gedeeltelijk te verkopen of te verhurenbehoudens het geval van noodzakelijke uitwinning of gerechtelijke verkoop,binnen een termijn van 20 jaar vanaf de beëindiging van de bouwwerken. Nochtans zal de koper de gronden en de gebouwen kunnen verhuren of verkopen aan, of inbrengen in een aanverwante vennootschap onder voorwaarde dat de uitgeoefende bedrijvigheid wordt voortgezet en dat deze vennootschap de verplichtingen van onderhavige verkoop overneemt. Eveneens is er geen bezwaar dat de gronden door de koper, onder welke vorm ook, in pand worden gegeven.

    (“Het is de koper verboden de grond en de op te richten gebouwen geheel of gedeeltelijk te verkopen of te verhuren, behoudens het geval van noodzakelijke uitwinning of gerechtelijke verkoop,binnen een termijn van 20 jaar vanaf de beëindiging van de bouwwerken, zonder toestemming van de gemeenteraad. Nochtans zal de koper de gronden en de gebouwen kunnen verhuren of verkopen aan, of inbrengen in een aanverwante vennootschap onder voorwaarde dat de uitgeoefende bedrijvigheid wordt voortgezet en dat deze vennootschap de verplichtingen van onderhavige verkoop overneemt. Eveneens is er geen bezwaar dat de gronden door de koper, onder welke vorm ook, in pand worden gegeven.”)

    • Detailhandel

    Detailhandel en het met dat doel inrichten van een toonzaal toegankelijk voor het publiek zijn niet toegestaan. 

    De aanvraag voldoet aan de hoger gestelde voorwaarden. 

    De aanvraag wijkt af van enkele voorschriften die gekoppeld zijn aan de verkoopsvoorwaarden van dit perceel, nl.:

    • De afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen bedragen slechts 5m i.p.v. de hoogte van de te voorziene gebouwen met een hoogte van 6,40m.
    • De verharding van de voortuinstrook bedraagt meer dan 35% zoals aangegeven in deze voorschriften. De volledige voortuin wordt verhard (deels met grasdallen)

    De aanvraag is deels verenigbaar met de regelgeving.

    Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

    OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

    De aanvraag omvat het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij.

    BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

    De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

    1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

    2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

    Omschrijving ligging en omgeving

    Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Senator A. Jeurissenlaan, een voldoende uitgeruste gemeenteweg gelegen in het bedrijventerrein “De Waerde”.

    De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk KMO’s en ambachtelijke bedrijven met eventueel een conciërgewoning hieraan gekoppeld.

    Omschrijving van de aanvraag

    De aanvraag omvat het uitbreiden van een bestaande industriehal aan de voor- en achterzijde. Hierbij wordt de parking dan ook uitgebreid en opnieuw aangelegd. Het bestaande losstaand bijgebouw achteraan het perceel zal gesloopt worden. Verder zit er in de aanvraag ook de uitbating van een schrijnwerkerij vervat met de nodige gegevens van de machines die gebruikt worden.

    Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

    Het voorzien van een schrijnwerkerij in een zone voor KMO’s en ambachtelijke bedrijven is functioneel inpasbaar in zowel de ruime als de onmiddellijke omgeving.

    Mobiliteitsimpact

    Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 

    1 parkeerplaats per 50m² bedrijfsruimte 

    en/of

    vermeerderd met 1 parkeerplaats per 200m² magazijn

    en/of

    vermeerderd met 1 parkeerplaats per 20m² verkoopsruimte + kantoorruimte

    en/of

    vermeerderd met 2 parkeerplaatsen voor de conciërgewoning.

    De aanvrager geeft volgende motivatie omtrent het afwijken van bovenstaande norm:

    Voor het aantal parkeerplaatsen wordt, in de mate van het mogelijke, de richtlijnen van de gemeente gevolgd:

    • Het gebouw bevat 351,4m² magazijnruimte (opslag plaatmateriaal, opslag, laad – en loszone en opslag afgewerkte producten). Er dienen 2 parkeerplaatsen voorzien te worden (1/200m²)
    • Er is 94m² verkoops- en kantoorruimte in het gebouw aanwezig. Hiervoor dienen er 5 parkeerplaatsen voorzien te worden (1/20m²) 
    • Tot slot is er 396m² overige bedrijfsruimte voorzien( atelier en montageruimte. Met 1 parkeerplaats per 50m² zouden er hiervoor nog 8 extra parkeerplaatsen voorzien dienen te worden.

    Er dienen bijgevolg 15 parkeerplaatsen voorzien te worden.

    De schrijnwerkerij heeft weliswaar een grote oppervlakte door de grootte van de toestellen en afgewerkte producten, er zijn maar 3 mensen aan het werk in het hele gebouw.

    Bovendien zullen er zelden meer dan 2 bezoekers in de showroom zijn. Er zijn bijgevolg een stuk minder parkeerplaatsen nodig dan volgens de gemeentelijke richtlijn voorgeschreven wordt. 

    Aan de voorzijde wordt parkeerruimte voorzien voor 8 wagens en een fietsenstalling. 

    Bij het laden en lossen kunnen er 4 (bestel)wagens in het gebouw zelf parkeren. Tot slot wordt aan de achterzijde van het terrein ruimte voorzien voor een extra parkeerplaats, indien nodig.

    Dit brengt het aantal parkeerplaatsen op 13, hetgeen gezien het gebruik van de schrijnwerkerij ruim voldoende zou moeten zijn. Er wordt daarom een beperkte afwijking op de verordening gevraagde wat betreft het aantal parkeerplaatsen. “

    De aanvraag voorziet in 11 autostaanplaatsen, waarvan 7 vooraan het gebouw en 4 binnen het gebouw. Verder wordt er links achteraan het gebouw ruimte voorzien voor nog een parkeerplaats, waardoor het aantal parkeerplaatsen nog tot een totaal van 12 kan vermeerderd worden. Deze zal momenteel nog niet uitgevoerd worden. Hier zal een groenaanplant komen, en dit tot zolang er geen extra parkeerplaats nodig blijkt te zijn op het terrein.

    Het aantal autostaanplaatsen stemt niet overeen met het aantal plaatsen (15) die voorzien zouden moeten worden volgens de parkeernorm die door de gemeente Zonhoven gehanteerd wordt. De gemotiveerde afwijking van deze norm, die aangeleverd werd door de aanvrager, kan wel gevolgd worden door de gemeente. De gemeente is voorstander om voldoende groen op het perceel te bewaren en dus zo weinig mogelijk verhardingen, hetgeen extra (overbodige) parkeerplaatsen toch met zich meebrengen, te voorzien op het terrein. In de motiverende nota bij het dossier werd voldoende aangetoond dat er momenteel geen bijkomende parkeerplaatsen voorzien moeten worden op het perceel. De gemeente wil wel dat de aanvrager hier als een goede huisvader mee omgaat en indien nodig de reserve parkeerplaats ook uitvoert bij eventuele uitbreiding van personeel of andere factoren die een rol spelen bij het aantal parkeerplaatsen. Het kan nooit de bedoeling zijn dat het openbaar domein hiervoor gebruikt zal worden. 

    Indien blijkt dat de parkeerplaatsen die voorzien zijn in deze aanvraag niet volstaan dan dient de aanvrager een nieuwe aanvraag tot omgevingsvergunning in te dienen aangezien bijkomende verhardingen vergunningsplichtig zijn.

    De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

    De aanvraag omvat het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij.

    Momenteel is er op het perceel een bestaande industriehal aanwezig samen met een niet-vergund, losstaand bijgebouw achteraan het perceel. Dit losstaand bijgebouw met een oppervlakte van 58,60m² zal gesloopt worden. 

    De uitbreidingen worden voorzien aan de voor- en achterzijde van de bestaande industriehal. Door de uitbreiding aan de voorzijde met 11m komt de constructie op 10m vanaf de rooilijn te liggen, hetgeen in overeenstemming is met deze van de naastliggende gebouwen. Ten opzichte van de linker en de rechter perceelgrens verandert er niets, waardoor de afstand van het gebouw tot beide zijdelingse perceelgrenzen minstens 5m blijft. Om deze 5m overal te garanderen langsheen de zijdelingse perceelstroken wordt de afzuigingsinstallatie links achteraan verwijderd. 

    De uitbreiding vooraan heeft een totale oppervlakte van 162,80m² en wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 6,40m ten opzichte van het maaiveld bedraagt. De uitvoering van deze uitbreiding gebeurt in betonnen sandwichpanelen met een aluminium dakrand. 

    De uitbreiding die achteraan plaatsvindt zorgt voor een extra bouwdiepte van 15,25m waardoor de totale bouwdiepte van het gebouw 56,54m bedraagt. Deze uitbreiding wordt voorzien op minstens 9,16m van de achterste perceelgrens en heeft een totale oppervlakte van 228,60m². Ook deze uitbreiding wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 6,40m ten opzichte van het maaiveld bedraagt. De gevels hiervan worden ook uitgevoerd met betonnen sandwichpanelen en afgewerkt met een aluminium dakrand. 

    In het nieuwe volume aan de voorzijde van het gebouw worden de kantoor- en verkoopsruimtes ondergebracht. Een centrale glaspartij geeft toegang tot de inkomhal. Van hieruit kan de kantoorruimte op het gelijkvloers, met aangrenzend teamlokaal en sanitaire ruimtes, bereikt worden. de trap naar het verdiepingsniveau wordt hier ook voorzien. Op het verdiepingsniveau bevindt er zich een kleine showroom en nog een kantoorruimte. 

    Aan de linkerzijde van het gebouw leidt een inrit naar de laad- en loszone aan de voorzijde van het gebouw dat te bereiken is via de poort. Binnen dit volume is er ook een opslagruimte voor afgewerkte producten en een montageruimte. 

    Centraal in het gebouw bevindt zich het atelier van de schrijnwerkerij. In het nieuwe volume achteraan wordt het materiaal gelost en opgeslagen voor verwerking. De aanvraag voorziet in 2 aparte huisnummers en aansluitingen voor 2 delen van het gebouw. Eén voor de verkoop- en kantoorruimte en één voor de schrijnwerkerij (atelier, opslag, e.d.), elk met hun eigen toegang.

    Rechts van het gebouw wordt er een inrit voorzien voor leveringen tot achteraan de laad- en loszone. Deze inrit heeft een breedte van 4,10m en wordt voorzien in klinkers. Deze verharding betreft een oppervlakte van 349,5m². Aansluitend hieraan zou links achteraan het gebouw een extra parkeerplaats voorzien kunnen worden indien dit nodig blijkt in de toekomst. Momenteel wordt deze zone, met een oppervlakte van 22,05m²(5m x 4,41m), groen aangeplant. Het regenwater dat opgevangen wordt op de rechter inrit wordt gerecupereerd naar de infiltratieput waar dit kan infiltreren. 

    Verder wordt er nog een tweede inrit voorzien in klinkers met een breedte van 7,20m, deze zorgt voor de toegang tot het atelier en het magazijn, de toegang tot de verkoop en het kantoor en de toegang tot de parkeerplaatsen vooraan het gebouw. De oppervlakte van deze klinkerverharding bedraagt 72m². De parkeerplaatsen zelf worden aangelegd in waterdoorlatende grasdallen die op eigen terrein kunnen infiltreren. Er wordt ook nog een fietsenstalling voorzien rechts vooraan het gebouw. Tussen de fietsenstalling en de voorliggende weg worden ook nog grasdallen voorzien die geen functie hebben. Deze dienen als voorwaarde binnen deze vergunning vervangen te worden door een plantvak met groenaanplanting om toch wat extra groen te voorzien aan de voorzijde van het gebouw bij de parkings. 

    De overige zones op het terrein worden groen aangeplant. Zowel links als achteraan het gebouw wordt er een groene bufferzone, met een breedte van 5m, met hoogstammige inlandse bomen en heesters voorzien. Op de rechter, linker en achterste perceelgrens wordt er ook een haag ingeplant met draadafsluiting om zo de buffer naar naastliggende bedrijven te voorzien. De hoogte van deze afsluiting bedraagt 2m. Enkel ter hoogte van de parking links vooraan wordt er geen haag voorzien, maar slechts een draadafsluiting met een hoogte van 2m.

    Uit de verklarende nota van de aanvraag blijkt ook dat de aanvrager een tweede huisnummer wil bekomen op dit perceel. Aangezien er slechts sprake is van één bedrijf en er geen conciërgewoning wordt voorzien kan er geen tweede huisnummer toegekend worden voor dit gebouw. Er wordt ook slechts één voordeur voorzien aan de voorgevel om het gebouw te betreden. De andere ingang zou dan via een poort genomen worden, hetgeen geen normale toegang betreft. Uit de plannen blijkt ook dat er slechts 1 bedrijf aanwezig is op het terrein en er geen effectieve opsplitsing zichtbaar is. Elke ruimte is bereikbaar vanuit de kantoorruimtes naar het atelier en andersom. Er kan hieromtrent dus besloten worden dat er slechts één huisnummer kan toegekend worden aan dit bedrijf. Aangezien het bekomen van een tweede huisnummer geen stedenbouwkundige handeling is kan er ook geen uiteindelijke beslissing genomen worden binnen dit dossier. Dit kan enkel indien blijkt dat er een conciërgewoning wordt voorzien of indien er een opsplitsing van meerdere bedrijven is binnen een dossier, hetgeen hier geen van beide het geval is.

    Er kan wel akkoord gegaan worden met de bebouwing op het terrein aangezien er nog steeds voldoende bufferzone aanwezig is en dit goed wordt aangepakt door zowel links als achteraan een groene bufferzone met een breedte van 5m te voorzien. De hoogte van de gebouwen sluiten ook aan bij deze van naastliggende bedrijven en zijn niet overdreven. 

    Wat betreft de buitenaanleg kan er ook akkoord gegaan worden aangezien er voldoende infiltratiemogelijkheden worden voorzien en er ook voldoende groene zones aanwezig blijven op dit perceel. Wel dient er opgemerkt dat het voorzien van 2 inritten uitzonderlijk wordt toegestaan, omwille van een efficiënte werking op het terrein. Dit zal wel gebeuren met de voorwaarde dat de breedte van de linker inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 5m breed mag zijn. ter hoogte van de rooilijn mogen er dus 2 inritten voorzien worden, namelijk één met een breedte van 5m ter hoogte van de rooilijn en één met een breedte van 4,10m. Voor het overige dient de rooilijn niet-overrijdbaar gemaakt te worden. Dit kan door het hekwerk met een hoogte van 1,80m ook wat verder te voorzien dan nu voorgesteld op de plannen. Hiermee wordt er ook deels rekening gehouden met de adviezen van de dienst mobiliteit en de dienst patrimonium.

    Bodemreliëf

    Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

    De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat de breedte van de linker inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 5m bedraagt en de grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg vervangen worden door een plantvak met groenaanplant.

    BESPREKING ADVIEZEN

    • Het advies van 27/08/2021 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

    “De klinkers van de inrit voor bezoekers en de klinkers voor leveringen moeten waterdoorlatend of waterpasserend zijn. Mag in combinatie met goot.

    De toegangspoort of doorgang van de bezoekersparking mag maximaal 3m bedragen.

    De inritten op het openbaar domein dienen in waterdoorlatende materialen te gebeuren.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich deels aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen deels gevolgd te worden. De breedte van de inrit links mag 5m bedragen i.p.v. 3m aangezien er hier de nodige draaibewegingen dienen gemaakt te worden om al de parkeerplaatsen te bereiken.

    • Het advies van 16/09/2021 van  Fluvius is voorwaardelijk gunstig, zoals hierboven beschreven.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    • Er werd volgend advies afgeleverd op 26/08/2021 door POM Limburg:

    Dit dossier handelt over een adviesvraag waarover POM Limburg zich niet wenst uit te spreken. Uw vraag om advies ter attentie van POM Limburg beoordelen wij immers als onontvankelijk.

    Bijgevolg verleent POM Limburg geen advies, zonder dat deze afwezigheid van advies mag worden aanzien of vermoed een gunstig advies te zijn.

    • Het advies van 08/10/2021 van de dienst Facilitair Management is gunstig:

    “Gunstig voor de werken zoals voorgesteld op de aangeleverde plannen.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    • Het advies van 11/10/2021 van de dienst Mobiliteit is voorwaardelijk gunstig:

    Situatie

    Het dossier omvat de aanvraag tot het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij.

    Bespreking

    • De Senator A. Jeurissenlaan is in het mobiliteitsplan Zonhoven gecategoriseerd als lokale weg type 3. Lokale wegen type 3 zijn straten met verblijfsfunctie. Hoofdfunctie van de weg is verblijven en toegang verlenen tot de aanpalende percelen (erffunctie). De verblijfsfunctie primeert op deze weg.
    • Overwegende dat er 2 inritten worden voorzien om de toegangspoorten van de industriehal te bereiken. Dat omwille van de bereikbaarheid van deze toegangspoorten met vrachtwagens deze 2 inritten noodzakelijk zijn. Dat de breedte van de linker toegang (7,20 meter) moet beperkt worden tot 5,00 meter. Dat het overige breedte van het perceel aan de rooilijn niet overrijdbaar wordt gemaakt.
    • Overwegende dat er 12 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dat de mogelijkheid wordt gelaten om in de toekomst bijkomend 2 parkeerplaatsen te realiseren.

    Gelet op het gegeven dat de KMO-zone De Waerde geen verkoop aan particulieren toelaat en in deze het handelt over een schrijnwerkerij.

    Hierdoor kan de hoeveelheid parkeerplaatsen aanvaard worden.

    Advies dienst:

    Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd.

    • De breedte van de linker toegang (7,20 meter) moet beperkt worden tot 5,00 meter. Dat het overige breedte van het perceel aan de rooilijn niet overrijdbaar wordt gemaakt.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    • Het advies van 25/08/2021 van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg is voorwaardelijk gunstig. Er dienen geen structurele aanpassingen aan de plannen doorgevoerd te worden om te voldoen aan de brandveiligheid.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Het advies van de dienst lokale economie en de dienst contractmanagement werd niet binnen de wettelijk opgelegde termijn een advies ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

    Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat de breedte van de linker inrit ter hoogte van de rooilijn maximaal 5m bedraagt en de grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg vervangen worden door een plantvak met groenaanplant.

    MILIEUTECHNISCH ADVIES

    De aanvraag betreft een nieuwe inrichting voor een schrijnwerkerij, met volgende aangevraagde rubrieken: 

    • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
    • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
    • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout.

    Op de huidige locatie werd op 1 december 1997 een milieuvergunning klasse 2 afgeleverd op naam van Thijs Erik voor volgende rubrieken: 3.6.1; 19.3.2 met als eindtermijn 01/12/2017.  Dit betekent dat de milieuvergunning klasse 2 is komen te vervallen na het aflopen van de termijn van 20 jaar. 

    De aangevraagde rubrieken zijn aangevraagd als nieuwe rubrieken, doch geeft overige info aan dat het hier om een verandering van een vergunde inrichting zou gaan, hetgeen incorrect is.  

    De uitbating moet beschouwd worden als nieuwe inrichting. 

    Ligging ten opzichte van de buurt

    De inrichting is volgens het gewestplan gelegen in KMO-zone. 

    In een straal van 100 meter zijn 11 woningen gelegen, uitgezonderd conciërge woningen. 

    Op 70-tal meter van de perceelsgrenzen en op 95 meter van de bedrijfsgebouwen staat een woning. Dit maakt dat de inrichting voor hinder kan zorgen voor de buurt. 

    GELUIDSHINDER

    Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen zijn buiten het bedrijf: 

    Afkomstig van de houtbewerkingsmachines, afzuiginstallatie (buiten geplaatst).  De aanvraag behelst een uitbreiding zowel aan de voor- als aan de achterzijde van de bestaande hal. Aan de achterzijde komt een toegangspoort.

    Artikel 5.19.1.3. van Vlarem II bepaalt dat rustverstorende werkzaamheden verboden zijn gedurende 19 uur en 7 uur.  Evenals op zon- feestdagen. Gezien de aanvraag geen melding maakt van rustverstorende werkzaamheden buiten deze uren, dient de uitbater zich te houden aan dit artikel. 

    GEURHINDER

    Chemische behandeling (of eender ander type van behandeling van het hout) wordt niet uitgevoerd.  Onder normale bedrijfsvoering zal geen geurhinder veroorzaakt worden. 

    LUCHTVERONTREINIGING

    De verwarming van de gebouwen gebeurt met : gas.

    STOFHINDER

    Een stofafzuiginstallatie wordt geplaatst binnenin de loods, in de achterste uitbreiding.  Het is van belang dat gewerkt wordt met gesloten poort en deur, ook bij warm weer.  

    LICHTBEHEERSING

    Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

    Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen. 

    LOZING VAN AFVALWATER

    De aanvraag behelst geen lozing van afvalwaters. Het enige aanwezige afvalwater is afkomstig van de sanitaire installaties en is niet vergunningsplichtig gezien dit onder de minimumdrempel van rubriek 3 ligt. 

    HEMELWATER

    Er zal een gescheiden hemelwaterafvoer aangelegd worden voor de uitbreiding, gekoppeld aan een hemelwaterput van 10.000 liter. Hierop aansluitend is een buitenkraan, toiletten, tappunt in het magazijn. 

    AFVALSTOFFEN

    De nieuwe sorteerverplichtingen voor bedrijven cfr. Vlarema zijn van toepassing.  22 Verschillende afvalstoffen moeten verplicht gesorteerd ingezameld worden.  

    AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

    Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

    • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
    • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
    • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout.

    vergunningstermijnen

    Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.  

    ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

    Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

    • De achterste poort moet gesloten blijven tijdens de bedrijvigheid, evenzeer bij warme temperaturen. 

    Duur:

    De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

    GECOÖRDINEERD EINDADVIES

    Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

    De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

    Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Te vergunnen rubrieken:

    • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
    • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
    • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout.

    Voorwaarden:

    1. De linker inrit mag maximaal 5m breed zijn ter hoogte van de rooilijn.
    2. De grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg dienen vervangen te worden door een plantvak met groenaanplant
    3. De poort in de achtergevel dient tijdens de uitbating maximaal gesloten te blijven omwille van geluidshinder. 
    4. De nieuwe sorteerverplichtingen voor bedrijven volgens het Vlarema zijn van toepassing. 
    5. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan. Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen (hoofdstuk 4.6 Vlarem II). 
      Riolering:
    6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
    7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    8. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
    9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
    11. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
    12. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    13. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    14. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    15. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 5m en 4,10m dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    16. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    17. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
      Andere voorwaarden:
    18. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    19. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Mobiliteit;
    20. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Patrimonium, met uitzondering van de breedte van de inrit. 
    21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    22. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
    23. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
    24. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    25. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

    Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het uitbreiden van een industriehal, het heraanleggen van de parking, het slopen van een losstaand bijgebouw en de uitbating van een schrijnwerkerij, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Artikel 3

    Volgende rubrieken worden vergund voor onbepaalde duur:

    • 16.3.2°: Inrichting voor het behandelen van gassen   zijnde 1 compressor van 7,5 kW;
    • 19.3.1°a): Inrichting voor de behandeling van hout voor een totaal vermogen van 100 kW zijnde een atelier met freesmachine, schuurmachine, paneelzaak, afplakmachine, CNC, corpuspers. 
    • 19.6.1°a) opslag van hout in een lokaal zijnde een opslagruimte voor plaatmateriaal, afgewerkte producten voor 351 m³ hout. 

    Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

    1. De linker inrit mag maximaal 5m breed zijn ter hoogte van de rooilijn.
    2. De grasdallen tussen de fietsenstalling en de openbare weg dienen vervangen te worden door een plantvak met groenaanplant
    3. De poort in de achtergevel dient tijdens de uitbating maximaal gesloten te blijven om wille van geluidshinder. 
    4. De nieuwe sorteerverplichtingen voor bedrijven volgens het Vlarema zijn van toepassing. 
    5. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan. Lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen (hoofdstuk 4.6 Vlarem II). 
      Riolering:
    6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
    7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
    8. De aanvrager dient de nodige stappen te ondernemen voor het afsluiten van de nutsleidingen; 
    9. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    10. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
    11. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
    12. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    13. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    14. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
    15. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 5m en 4,10m dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    16. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    17. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
      Andere voorwaarden:
    18. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    19. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Mobiliteit;
    20. Er dient voldaan te worden aan het advies dat werd afgeleverd door de dienst Patrimonium, met uitzondering van de breedte van de inrit. 
    21. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    22. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen. Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
    23. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
    24. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    25. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

     

    16.

    2021_CBS_01142 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 54 bus 1 en 2 en 54A - 2021/00216 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    16.

    2021_CBS_01142 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 54 bus 1 en 2 en 54A - 2021/00216 - Goedkeuring

    2021_CBS_01142 - OMV - Vergunning - Genkerbaan 54 bus 1 en 2 en 54A - 2021/00216 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

    De aanvraag betreft het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    De aanvraag werd op 6 juli 2021 ontvangen.

    Op 4 augustus 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

    Op 11 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

    Op 26 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

    De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

    Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

    Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

    Er werden geen bezwaren ingediend.

    HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

    Stedenbouwkundig

    Op 24 oktober 1950 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1950/00112)

    Op 18 april 1961 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.   (1961/00048)

    Op 30 augustus 1966 werd een vergunning afgeleverd voor het plaatsen van een afsluiting in betonplaten. (1966/00118)

    Op 29 januari 2019 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het regulariseren van een woning met handelsruimte en een garage en het slopen van een tuinhuis, een hondenhok en een berging.  (2018/00219)

    Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

    Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructies werd opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de garage.

    Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

    Milieu

    Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

    OPENBAAR ONDERZOEK

    Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

    Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

    Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

    Er werden geen bezwaren ingediend.

    ADVIEZEN

    Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
    De Watergroep
    Inter (toegankelijkheidsbureau)
    Fluvius
    Dienst Mobiliteit
    Dienst Lokale Economie
    Proximus
    Dienst Patrimonium

    MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

    STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

    TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

    OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

    Gewestplan

    De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

    De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

    Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

    Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

    Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

    De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

    Stedenbouwkundige verordeningen

    Hemelwater

    De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien het regenwater van de te regulariseren garage (42,25m²) infiltreert op eigen terrein.

    Riolering

    Op 10 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Naar aanleiding van uw brief/mail van 26-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 0057/00D002 , kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

    In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

    Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

    De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

    Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

    Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

    Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

    1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

    De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

    De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

    De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

    Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

    Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

    Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

    2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

    Bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein dienen de nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.

    Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte (in dit geval de nieuwe garage) of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.

    We raden aan om:

    • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
    • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
    • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
    • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
    • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

    3. Keuring privéwaterafvoer (niet van toepassing indien geen bijkomende rioleringsaansluiting wordt aangevraagd)

    Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

    Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

    Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

    Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

    Toegankelijkheid

    Op 10 september 2021 verleende Inter Vlaanderen een ongunstig advies, nl.:

    “Advies toegankelijkheid bij de aanvraag van een omgevingsvergunning / melding

    In toepassing van art. 4.3.7., art. 4.3.3. en art. 4.3.4. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

    In toepassing van het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid

    Ongunstig

    De knelpunten, vermeld in dit advies, hebben geleid tot de ongunstige evaluatie.

    Dit advies bekijkt de wettelijke voorschriften op basis van de op plan afleesbare elementen in de vergunningsfase. Dit advies doet geen uitspraak over de integrale toegankelijkheid van het gebouw na volledige afwerking. Afwerkingselementen die niet op plan staan, bepalen immers in grote mate mee de toegankelijkheid van het geheel. U kan, tijdens het project, bij ons inlichtingen verkrijgen of een begeleidingstraject volgen om de integrale toegankelijkheid van uw project te garanderen.

    1. Bijlage B26 verantwoordingsnota omgevingsvergunning: Toegankelijkheidstoelichting / checklist inzake toegankelijkheid
    • Er is geen toegankelijkheidstoelichting aanwezig.
    • Er worden geen afwijkingen aangevraagd.
    1. Verplichting advies
    • Niet verplicht
    1. Toepassingsgebied

    Dit advies is van toepassing op het (deel van het) gebouw dat gebouwd, herbouwd, verbouwd of uitgebreid wordt.  De aanvraag betreft:

    • Art. 3: Gebouw(en) waarbij de totale publiek toegankelijke oppervlakte kleiner is dan 150m².
    • De bepalingen van de artikelen 10 §1, artikel 12 tot en met 14, artikel 16, 18, 19, artikel 22 tot en met 25 en artikel 33 zijn van toepassing op de toegang tot deze gebouwen.

    Enkel het handelspand is publiek toegankelijk en valt binnen het toepassingsgebied van de verordening.

    Indien een aanvraag valt onder de toepassing van de Vlaamse stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid, dan dienen de normbepalingen van hoofdstuk IIIvi te worden nageleefd. De normen, principetekeningen en bijkomende info kan teruggevonden worden op www.toegankelijkgebouw.be.

    1. Normen

    4.1. Buitenomgeving

    4.1.1. Opvangen niveauverschillen buiten (art. 18 – 21)

    Op snede A-B is er een hoogteverschil van 15cm tussen buiten en afgewerkte vloer binnen. De inkomdeur van de handelsruimte moet overbrugd worden met een helling. Zie meer info hieronder.

    Tekening: zie advies

    Algemeen:

    • Niveauverschillen tot en met 18cm moeten minstens met een helling overbrugd worden (tolerantie 2 cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas).
    • Niveauverschillen van meer dan 18 cm moeten overbrugd worden met een combinatie traphelling, trap-lift of helling-lift.

    Hellingen:

    • Hellingspercentages mogen maximaal (het totale niveauverschil moet in aanmerking genomen worden):
    • 10% bedragen voor niveauverschillen tot 10cm (tolerantie van 2cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas);
    • 8,3% bedragen voor niveauverschillen tussen 10cm en 25cm;
    • 6,25% bedragen voor niveauverschillen tussen 25cm en 50cm;
    • 5% bedragen bij niveauverschillen vanaf 50cm.
    • Tussen twee hellingen moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 120cm x 150cm, minstens 150cm x 150cm bij richtingsveranderingen.
    • Zowel boven- als onderaan hellingen van meer dan 4% moet een vrije en vlakke draairuimte van 150cm omschreven kunnen worden.
    • Hellingen van meer dan 4% mogen maximaal 10m lang zijn.
    • Hellingen van meer dan 4% moeten minstens ruwbouw 145cm breed zijn, zodat afgewerkt, tussen leuningen en eventuele plinten, minstens 120cm vrije doorgangsbreedte aanwezig is.
    • Niveauverschillen van meer dan 10cm moeten aan de open zijkanten van de helling en aan eventuele tussenbordessen over de volledige lengte beveiligd worden met een afrijdbeveiliging van minstens 5cm hoogte.
    • Niveauverschillen van meer dan 25cm met het naastliggende maaiveld of naastliggende vloerpas en hellingen die meer dan 25cm overbruggen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na hellingen of loopbruggen. Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

    Principetekeningen: zie advies

    Trappen:

    • De voorschriften met betrekking tot trappen gelden niet voor meergezinswoningen, kamerwoningen en studenten (gemeenschaps)huizen, wanneer deze voorzien zijn van een toegankelijke lift.
    • Over de volledige breedte van trappen moet voor een ruwbouwbreedte van minstens 125vm gezorgd worden, zodat na afwerking, tussen leuningen en plinten, minstens 100cm vrije doorgangsbreedte gerealiseerd is.
    • Na maximaal 17 treden moet een tussenbordes aanwezig zijn van minstens 100cm diep.
    • De optrede mag hoogstens 18cm bedragen, de aantrede moet minstens 23cm bedragen.
    • Alle treden moeten zo gelijkvormig mogelijk zijn.  De som van tweemaal de optrede en eenmaal de aantrede moet tussen 57 en 63 bedragen, of een veelvoud daarvan.
    • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen.   Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

    Principetekeningen: zie advies

    Liften:

    • Gebouw voor industrie en ambacht: alle publiek toegankelijke ruimtes.  Van de verplichting tot het plaatsen van een lift kan worden afgeweken indien alle functies op een toegankelijk niveau aanwezig zijn en de niet toegankelijke oppervlakte beperkt blijft tot maximaal 25% van de totale publiek toegankelijke oppervlakte;
    • Enkel kokerliften of verticale plateauliften zijn toegestaan.
    • Een kokerlift moet minstens voldoen aan het type 2 omschreven in de EN 81-70.  Concreet hebben deze liften een binnenruimte van minstens 140cm x 110cm en een vrije doorgangsbreedte aan de deuren van minstens 90cm.
    • Voor een lifttoegang moet een vrije en vlakke draairuimte van minstens 150cm kunnen omschreven worden.
    • Kokerliften mogen uitsluitend automatische deuren hebben.
    • Plateauliften moeten minstens 100cm breed zijn (netto 90cm) en 140cm diep.
    • Over de volledige lengte van de plateaulift, alsook ter hoogte van de doorgangen van de deuren, moet een vrije en vlakke doorgangsbreedte van minstens 90cm gegarandeerd worden.

    4.2. Het gebouw

    4.2.1. Toegangen, deuropeningen en deuren (art. 22 – 26)

    Op grondplan staat de breedte van de inkomdeur niet vermeld. De vrije doorgangsbreedte moet minstens ruwbouw 105cm bedragen (afgewerkt 90cm).

    Tekening: zie advies

    Verplichting tot het creëren van een toegankelijke toegang:

    • Als de bestaande toegang niet voldoet aan deze bepalingen, moet bij uitbreidings- of verbouwingswerken een toegang voorzien worden die voldoet aan de normen, tenzij de handelingen niet raken aan een gevel, of wanneer het onmogelijk is een ontsluiting naar het openbaar domein te realiseren.

    Drempel aan inkom:

    • Art. 22 §2 (art. 1, 26°): De inkomdeur is niet drempelloos.  Er mag echter een niveauverschil van max. 2cm zijn bij de overgang tussen de binnen- en buitenruimte (art. 18).  Dit niveauverschil wordt best afgeschuind uitgevoerd.  Het niveauverschil is echter X cm.

    Maatvoering algemeen:

    • De vrije doorgangshoogte in toegangen en deuropeningen moet minstens 209cm bedragen, de vrije doorgangsbreedte moet minstens ruwbouw 105cm bedragen (afgewerkt 90cm).

    Draaideuren (carrousel / draaikruisdeur):

    • Bij elke draaideur, die niet kan gebruikt worden door personen met een handicap, moet een alternatieve toegang of deur voorzien zijn.  Deze verplichting geldt niet bij draaideuren die uitgerust zijn met mechanismen die het gebruik door personen met een handicap garanderen.

    Aanliggende circulatieruimte:

    • Voor en na elke deur moet een vrije en vlakke draairuimte beschreven kunnen worden van 150cm.
    • Bij manueel bedienbare deuren moet de vrije en vlakke draairuimte aan de duwzijde tegen het deurvlak van de deur en aan de trekzijde tegen het draaivlak van de deur raken.
    • Bij manueel bedienbare deuren moet aan de krukzijde van de deur een aanliggende vlakke wand en vloer gezorgd worden van minstens 45cm breed (ruwbouw), na afwerking minstens 50cm breed.

    Principetekeningen: zie advies

    1. Bijkomende eisen bij verplicht advies volgens art. 4.3.4 VCRO

    Niet van toepassing.

    1. Bijkomende informatie

    Evacuatie bij brand:

    De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.”

    Op 11 oktober 2021 werd een gewijzigde projectinhoudversie (V4) overgemaakt.

    Deze gewijzigde plannen komen deels tegemoet aan het ongunstig advies van Inter Vlaanderen.

    Er werd onder meer geen rekening gehouden met volgende opmerkingen/voorwaarden uit het ongunstig advies:

    - Niveauverschillen buiten:

    • Niveauverschillen (buiten) tot en met 18cm moeten minstens met een helling overbrugd worden (tolerantie 2cm in buitenruimtes of tussen binnen- en buitenpas.

    Zowel op het gewijzigde terreinprofiel (gedeeltelijk) alsook op de rechter zijgevel werd dit niveauverschil wel aangepast.  Vermoedelijk vergat de architect de snede A-B aan te passen.

    - Hellingen:

  • Zowel boven- als onderaan hellingen van meer dan 4% moet een vrije en vlakke draairuimte van 150cm omschreven kunnen worden.
  • Niveauverschillen van meer dan 10cm moeten aan de open zijkanten van de helling en aan eventuele tussenbordessen over de volledige lengte beveiligd worden met een afrijdbeveiliging van minstens 5cm hoogte.
  • - Trappen:

    • Over de volledige breedte van trappen moet voor een ruwbouwbreedte van minstens 125cm gezorgd worden, zodat na afwerking, tussen leuningen en plinten, minstens 100cm vrije doorgangsbreedte gerealiseerd is.
    • De optrede mag hoogstens 18cm bedragen, de aantrede moet minstens 23cm bedragen.  Alle treden moeten zo gelijkvormig mogelijk zijn.  De som van tweemaal de optrede en eenmaal de aantrede moet tussen 57 en 63 bedragen, of een veelvoud daarvan.
    • Trappen moeten aan beide zijden voorzien zijn van leuningen, die doorlopen over eventuele tussenbordessen, en minstens 40cm horizontaal doorlopen voor en na de trappen.        Indien de leuning in het ijle stopt, moet zij afbuigen naar de grond of de wand.

    - Toegangen, deuropeningen en deuren

    • Voor en na elke deur moet een vrije en vlakke draairuimte beschreven kunnen worden van 150cm.
    • Bij manueel bedienbare deuren moet de vrije en vlakke draairuimte aan de duwzijde tegen het deurvlak van de deur en aan de trekzijde tegen het draaivlak van de deur raken.

    Watertoets

    Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

    Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

    Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

    De aanvraag doorstaat de watertoets.

    Archeologienota

    Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

    Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

    Overige regelgeving

    Decreet rookmelders

    Het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders van 1 juni 2012, in werking getreden op 1 januari 2013, bepaalt dat alle nieuw te bouwen woningen en alle woningen waaraan renovatiewerken worden uitgevoerd waarvoor een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen vereist is en waarvoor de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van dit decreet, moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders.

    De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de winkelruimte, de zitkamer en in de hal op de verdieping (2).

    Energiedecreet

    De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

    Slopen

    De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

    Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

    Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

    Grondverzet

    Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

    Erfdienstbaarheden / gemene muren

    Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

    Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

    De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

    De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

    Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

    Lichten en zichten

    De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

    De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

    De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving voor wat betreft/ omwille van volgende redenen:

    • Er wordt slechts gedeeltelijk voldaan aan de opmerkingen/voorwaarden van Inter Vlaanderen.

    Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

    OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

    De aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

    De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

    1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

    2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

    Omschrijving ligging en omgeving

    Het perceel is gelegen langs de Genkerbaan, een gemeenteweg.

    De aanvraag is gelegen in een woongebied. Het straatbeeld in de omgeving bestaat uit open, halfopen en gesloten bebouwingen, bestaande uit 2 bouwlagen, afgedekt met een zadeldak. Een diversiteit aan bebouwing in de omgeving is er aanwezig door middel van handelsruimtes, particuliere alsook meergezinswoningen.

    Omschrijving van de aanvraag

    De woning met handelsruimte is een halfopen bebouwing en sluit aan de linkerzijde aan op een halfopen eengezinswoning.

    De handelswoning heeft een totale gelijkvloerse bouwdiepte van 22,28m.  De bouwdiepte op het verdiep bedraagt 11,07m.  De verdieping sluit volledig aan bij de linker aanpalende woning.

    Het hoofdvolume werd uitgevoerd met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen op 5,90m en de nokhoogte op 10,20m ten opzichte van het maaiveld. De achterbouw werd uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,90m ten opzichte van het maaiveld.

    In de achtertuin werd een garage opgericht zonder vergunning.

    De garage werd ingeplant op 3,79m achter de achtergevel van de bestaande handelswoning, op ca. 2,26m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens.

    De garage heeft een oppervlakte van 42,25m².

    De aanvrager wenst deze garage te regulariseren.

    De huidige aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

    Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

    De omgeving wordt gekenmerkt door zowel handelsruimtes, eengezins- alsook meergezinswoningen.

    Een handelsruimte gecombineerd met 2 woongelegenheden is dan ook functioneel inpasbaar in de omgeving.

    Mobiliteitsimpact

    Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. Er dient eenvormigheid nagestreefd te worden, rekening houdend met zo realistisch mogelijke gegevens. Het aantal standplaatsen dient overeen te stemmen met 1 parkeerplaats per 20m² verkoopsruimte, vermeerderd met 1 parkeerplaats per 200m² magazijn en 1,5 parkeerplaats per woongelegenheid.

    Huidig ontwerp voorziet een verkoopsruimte van 55,18m² en 2 woonentiteiten.

    Bijgevolg dienen minimum 6 parkeerplaatsen voorzien te worden op eigen terrein.

    Het project voorziet een garage in de achtertuin waar 2 wagens gestald kunnen worden.  Vooraan op het terrein zijn 5 insteekparkings.  Het project voorziet aldus 7 parkeerplaatsen, wat in overeenstemming is met de algemeen gehanteerde parkeernorm.

    De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan de dienst Mobiliteit en de dienst Patrimonium.  Beide adviezen, weergegeven onder de titel ‘bespreking adviezen’ kunnen integraal gevolgd worden.

    Uit deze adviezen blijkt onder meer het volgende:

    • Het hemelwater van de parkeerplaatsen vloeit af naar het openbaar domein en wordt niet opgevangen op eigen terrein;
    • De afstand tussen de rooilijn / voorste perceelgrens en de voorgevel werd vermoedelijk foutief weergegeven. Hierdoor zouden de aanwezige parkeerplaatsen dan ook deels gelegen zijn op het openbaar domein.
    • De toegang naar de handelsruimte wordt voorzien van een hellend vlak.  Dit hellend vlak vangt aan op het openbaar domein.
    • Geen fietsenstalling i.f.v. de handelsruimte.

    De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid en visueel-vormelijke elementen

    De aanvraag omvat het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van een garage.

    De bestaande handelswoning beschikt momenteel op het gelijkvloers over een winkelruimte, bureau, eetkamer, bijkeuken, wasplaats, badkamer, veranda en een berging.  Op de verdieping bevinden zich 6 slaapkamers en een badkamer.  Onder het dakvolume bevindt zich een zolder.

    De huidige aanvraag omvat onder meer het verbouwen van de bestaande handelswoning tot een handelsruimte en 2 woonentiteiten.

    Op het gelijkvloers zal zich na de verbouwing de handelsruimte bevinden met een bureelruimte en een opslagplaats.

    Achter de handelsruimte bevindt zich op het gelijkvloers 1 woonentiteit bestaande uit een inkomhal, wasplaats, badkamer, toilet, leefruimte, keuken, bergplaats en een slaapkamer.

    Deze woongelegenheid beschikt over een tuin met een niet-overdekt terras van ca. 30m².  Het terras is toegankelijk via de keuken.

    Op de eerste verdieping wordt een 2de woonentiteit voorzien.  Deze woonentiteit beschikt over een zithoek met bureauruimte, een keuken met eethoek, een berging / wasplaats, een badkamer en 2 slaapkamers.

    Deze woonentiteit beschikt over een niet-overdekt terras van ca. 23m².  Het terras bevindt zich aan de linker achterzijde van het gebouw.  Het terras grenst aan slaapkamer en eethoek en is bereikbaar via de eethoek.

    Het terras wordt aan de linkerzijde voorzien van een terrasscherm met een hoogte van 2m zodat de privacy naar het aangrenzende perceel gerespecteerd blijft.  Door de dakrand tegen de linker perceelgrens en de plantenbak die aan die zijde op het terras voorzien wordt, wordt er, indien de beplanting voldoende hoog is (min. 1,70m hoog) voldaan aan de voorwaarden omtrent ‘schuine zichten’ conform het Burgerlijk Wetboek.

    Beide woningen bieden, intern en op vlak van buitenruimte, voldoende woonkwaliteit en garanderen voldoende gebruiksgenot.

    De woonentiteiten zijn toegankelijk via de gemeenschappelijke toegangsdeur in de rechter zijgevel.  Deze bevindt zich op ca. 7,40m achter de voorgevel.

    Het project voorziet tevens een fietsenberging. Deze fietsenberging is bereikbaar via een toegangsdeur in de rechter zijgevel.  De fietsenberging heeft een bruikbare oppervlakte van 4,32m².  De berging heeft een diepte van 2,24m en een breedte variërend tussen 1,72m en 2,10m.  Gezien het project een 1-slaapkamer en een 2-slaapkamer appartement voorziet, wat overstemt met circa 5 bewoners, biedt de fietsenberging onvoldoende ruimte voor het stallen van een zelfde aantal fietsen.  De voorziene oppervlakte is dan ook te beperkt.

    Tot slot werd in de achtertuin, op 3,79m achter de achtergevel van de bestaande handelswoning, op ca. 2,26m van de achterste perceelgrens en tegen de rechter perceelgrens een garage gebouwd zonder vergunning.

    De dubbele garage heeft een oppervlakte van 42,25m².

    De garage werd uitgevoerd met een lessenaarsdak. De kroonlijsthoogtes zijn gelegen op 3m en 3,39m ten opzichte van het maaiveld.

    De garage werd uitgevoerd in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen wat aansluit bij het hoofdvolume.

    Het voorgestelde bouwvolume is gebruikelijk en niet overdreven. De gebruikte materialen zijn in overeenstemming met de bestaande bebouwing en omgeving.

    Bodemreliëf

    Uit de ingediende terreinprofielen blijkt dat het bestaande terreinprofiel behouden blijft.

    De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

    De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening voor het regulariseren van de garage.

    De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden omwille van:

    • Het hemelwater van de parkeerplaatsen vloeit af naar het openbaar domein en wordt niet opgevangen op eigen terrein;
    • De afstand tussen de rooilijn / voorste perceelgrens en de voorgevel werd vermoedelijk foutief weergegeven.  Hierdoor zouden de aanwezige parkeerplaatsen dan ook deels gelegen zijn op het openbaar domein.
    • De toegang naar de handelsruimte wordt voorzien van een hellend vlak.  Dit hellend vlak vangt aan op het openbaar domein.
    • Geen fietsenstalling i.f.v. de handelsruimte.
    • Onvoldoende bruikbare fietsenstalling i.f.v. de woonentiteiten.

    BESPREKING ADVIEZEN

    Op 27 augustus 2021 verleende de dienst Patrimonium een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Op het inplantingsplan staat dat de verharding van de parkings vooraan op eigen terrein infiltreren.

    Dit is echter niet zo. De klinkerverharding loopt af naar het openbaar domein en komt daar in de riolering terecht.

    Ik vermoed dat ze dit er zo hebben op gezet, zodat ze geen hemelwaterput of infiltratieput moeten steken...

    Als de parkings opnieuw worden aangelegd, dienen ze dit aan te leggen in waterdoorlatende of waterpasserende materialen.

    Maar ik vermoed ook hier dat ze dit niet gaan heraanleggen.

    Op de bestaande en vergunde toestand staat dat dit in asfaltverharding is. Op de foto's zien we echter dat dit al geklinkerd is.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 30 augustus 2021 verleende de dienst Lokale Economie een gunstig advies.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    Op 30 augustus 2021 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Van toepassing zijnde wetgeving

    Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.

    Het decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft d.d. 10 maart 2017 en latere wijzigingen.

    Evenals navolgende regelgeving:

    • De codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 3: Brandpreventie op de arbeidsplaatsen; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 6: Veiligheids- en gezondheidssignalering; de codex welzijn op het werk, boek III, Arbeidsplaatsen, Titel 4: Ruimten met risico’s voor een explosieve atmosfeer;
    • Het AREI;
    • VLAREM milieuwetgeving;…

    De politieverordening omtrent de brandveiligheid in horecazaken en gelijkaardige inrichtingen is van toepassing op het handelspand van zodra dit gebruikt wordt voor horecadoeleinden.

    Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.

    Het bijgebrachte ontwerp maakte reeds deel uit van ons vooradvies inzake te nemen brandbeveiligingsmaatregelen. De opmerkingen vervat in dit vooradvies met als ref. nummer 2021-0289-001 dd. 25/06/2021 dienen strikt te worden nageleefd.

    Besluit

    De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.

    Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 30 augustus 2021 verleende De Watergroep een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

    “Advies van De Watergroep

    Advies Aftakkingen en Aansluitingen

    Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

    Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.

    Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.

    Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.

    Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.

    Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben. De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.

    De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 31augustus 2021 verleende Proximus een gunstig advies, nl.:

    “Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.

    Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    Op 10 september 2021 verleende Inter Vlaanderen een ongunstig advies, zoals hoger aangehaald.

    Op 11 oktober 2021 werd een 

    Op 10 september 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Op 11 oktober 2021 verleende de dienst Mobiliteit een ongunstig advies, nl.:

    • “De Genkerbaan is in het mobiliteitsplan Zonhoven gecategoriseerd als lokale weg type 2. Lokale wegen type 2 zijn (inter)lokale ontsluitingswegen. De hoofdfunctie van de weg is verzamelen c.q. ontsluiten op lokaal en interlokaal niveau. De weg heeft slechts in tweede instantie een verbindende functie. De ontsluitingsfunctie primeert op deze weg. Het toegang geven neemt ook een belangrijke plaats in.
    • Het parkeren binnen het project wordt georganiseerd door middel van insteekparkings ten opzichte van de voorliggende Genkerbaan.
      De aanvrager geeft aan dat zijn voortuinstrook 5,10 meter bedraagt. In het voorgaande dossier werd een voortuinstrook van ca. 4,50 meter weergegeven.
       Onze opmeting vermoedt dat de voortuinstrook zelfs nog kleiner zal zijn.
    • Het parkeren door middel van insteekparkings zal dus deels georganiseerd worden op het openbaar domein.
    • Indien toch blijkt dat de voortuinzone minimum 5,10 meter bedraagt heeft de aanvrager de mogelijkheid om via een inrit in het midden van het perceel 4 langsparkeerplaatsen te voorzien (2 links, 2 rechts).
    • Het parkeren door middel van insteekparking geeft een conflictsituatie met fietsers.
    • Voor de toegankelijkheid wordt naar de toegang van de handelsruimte een hellend vlak voorzien vertrekkende vanuit het openbaar domein. Het is nodig om de nodige voorzieningen te treffen opdat het hemelwater kan worden opgevangen op het eigen terrein door middel van een groene aanplant.
    • Het is noodzakelijk om te voorzien in de mogelijkheid om fietsen te stallen.

    Advies dienst:

    Vanuit de dienst mobiliteit wordt de aanvraag ongunstig geadviseerd.

    De aanvrager is niet in de mogelijkheid om voldoende parkeerplaatsen te voorzien op zijn eigen terrein. Vermoedelijk kan de aanvrager slechts 2 parkeerplaatsen in de voortuin realiseren op eigen terrein. Hierdoor zal de aanvrager het project best aanpassen aan de mogelijkheden.

    De haagafsluiting moet ten opzichte van de perceelgrens met het openbaar domein voorzien worden op minimum 0,50 meter.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

    Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich ruimtelijk deels inpassen in de omgeving. De aanvraag is gedeeltelijk verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

    De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het regulariseren van de garage.

    De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden omwille van:

    • Er wordt slechts gedeeltelijk voldaan aan de opmerkingen/voorwaarden van Inter Vlaanderen.
    • Het ongunstig advies van de dienst Mobiliteit.
    • Het hemelwater van de parkeerplaatsen vloeit af naar het openbaar domein en wordt niet opgevangen op eigen terrein;
    • De afstand tussen de rooilijn / voorste perceelgrens en de voorgevel werd vermoedelijk foutief weergegeven.  Hierdoor zouden de aanwezige parkeerplaatsen dan ook deels gelegen zijn op het openbaar domein.
    • De toegang naar de handelsruimte wordt voorzien van een hellend vlak.  Dit hellend vlak vangt aan op het openbaar domein.
    • Geen fietsenstalling i.f.v. de handelsruimte.
    • Onvoldoende bruikbare fietsenstalling i.f.v. de woonentiteiten.

    MILIEUTECHNISCH ADVIES

    Niet van toepassing.

    GECOÖRDINEERD EINDADVIES

    Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp deels verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

    De aanvraag is gedeeltelijk vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

    De voorliggende aanvraag is niet verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening voor wat betreft het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden.

    De voorliggende aanvraag is verenigbaar met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening en is integreerbaar in zijn omgeving voor wat betreft het regulariseren van de garage.

    1. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    3. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    4. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
      Andere voorwaarden:
    5. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
    6. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
    7. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    8. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    9. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
    10. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.
      Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager niet.

    Gezien de haakse parkeerplaatsen eerder vergund werden, wenst men deze niet te weigeren.

    Daarnaast stelt men dat de garage voldoende ruim is voor het stallen van fietsen, waardoor de voorziene inpandige fietsenstalling wel voldoet.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

    Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van een handelshuis tot een handelsruimte en 2 woongelegenheden en het regulariseren van de garage, zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Artikel 3

    Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

      1. De beplanting in de plantenbak aan de linkerzijde van het terras (verdiep) dient een minimale hoogte van 1,70m te hebben.
      2. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
        Riolering:
      3. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
      4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
      5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
      6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
        Terrein en gelijkgrondse berm:
      7. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
      8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
      9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
      10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
        Andere voorwaarden:
      11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
      12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
      13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
      14. De garages dienen ter beschikking te blijven van de bewoners van de appartementen / woningen uit dit project;
      15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
      16. Het advies van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, zoals als bijlage hierbij gevoegd, dient integraal gevolgd te worden.
        Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.
        Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
      17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden, opmerkingen en aanbevelingen gesteld in het advies van Inter Vlaanderen, zoals gevoegd in bijlage;
      18. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het De Watergroep, zoals gevoegd in bijlage;
      19. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de dienst Patrimonium, zoals gevoegd in bijlage;
      20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
      21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
      22. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.

      Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

      Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    17.

    2021_CBS_01143 - OMV - Vergunning - Donkweg 20 - 2021/00236 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    17.

    2021_CBS_01143 - OMV - Vergunning - Donkweg 20 - 2021/00236 - Goedkeuring

    2021_CBS_01143 - OMV - Vergunning - Donkweg 20 - 2021/00236 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

    De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en plaatsen van een nieuw bijgebouw en heraanleg van het terrein.

    De aanvraag werd op 02/08/2021 ontvangen.

    Op 25/08/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

    Op 25/08/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

    Op 26/08/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

    De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

    Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

    De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken in navolging van art. 83 van het Omgevingsvergunningsbesluit.

    HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

    Stedenbouwkundig

    • 1955/00068: bouwvergunning op 13/09/1955 voor het bouwen van een woonhuis;
    • 1962/00203: bouwvergunning op 12/02/1962 voor het bouwen van een garage.

    De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op februari/ maart 2021(VB_2013_67).

    De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. 

    Advies dienst overgemaakt 23/03/2021

    Op basis van uw bijkomende motivering werd uw voorontwerp opnieuw besproken op ons intern overleg.
    Volgend standpunt werd door de dienst ingenomen:
    Er kan akkoord gegaan worden met het verruimen van de bouwdiepte op de verdieping omdat hierdoor de footprint van de woning eerder beperkt blijft.
    De uitbreiding op de verdieping dient echter wel ingeplant te worden op minimum 3m van de rechter perceelgrens.
    Het standpunt omtrent de carport en de parkeerplaats blijft ongewijzigd, nl.:
    De carport dient op min. 5m afstand geplaatst te worden t.o.v. de Rotenweg.
    De parkeerplaats aan de voorzijde is aanvaardbaar.
     Hou er rekening mee dat de plaatsing  van de carport op die locatie tot gevolg heeft dat het perceel in de toekomst niet meer kan verkaveld worden zoals dit in 2019 uitvoerig werd besproken.

    De uitbreiding op de verdieping (bouwdiepte tot 13,07m) is voorzien op een afstand tot 1,32m tot de rechter perceelgrens. 

    Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

    Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag niet overdekte constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft verhardingen in voortuin en zijtuinstrook.

    Deze wederrechtelijk uitgevoerde constructies werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren of te verwijderen.

    Milieu

    Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

    OPENBAAR ONDERZOEK

    Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

    Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

    Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

    Het aanvraagdossier bevat een document “burenverklaring”, ondertekend door de eigenaars van het rechts aanpalende perceel. Hieruit kan niet opgemaakt worden of de plannen van de aanvraag werden voorgelegd/ gekend zijn.

    Er werden geen bezwaren op opmerkingen ingediend.

    ADVIEZEN

    Dienst Patrimonium

    Fluvius

    MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

    De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

    STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

    TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

    OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

    Gewestplan

    De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

    De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

    De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

    Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

    Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

    Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

    De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

    Stedenbouwkundige verordeningen

    Hemelwater

    De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

    De aanvraag omvat de verbouwing/ uitbreiding van de bestaande woning (23,19m²) en nieuwbouw carport (35,23m²) met een totale dakoppervlakte van 58,42m².

    In principe dient enkel een infiltratievoorziening aangelegd te worden met een minimale inhoud van 1460 liter en een infiltratieoppervlakte van minimaal 2,34m².

    De voorziene infiltratie heeft een inhoud van 1500 liter en een infiltratieoppervlakte van 2,50m².

    Door de uitbreiding dient echter een bestaande RW-citerne (1500 liter) verwijderd te worden. Men wenst dan ook voor de woning een nieuwe hemelwaterput te voorzien met een inhoud van 5000 liter.

    Voor de eengezinswoning en carport met een totale horizontale dakoppervlakte na de werken van 151,27m² zal aldus een hemelwaterput voorzien worden met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, wasmachine en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 1500 liter en een infiltratieoppervlakte van 2,50m².

    Bij dit soort afwijkingen wordt normaliter de volledige dakoppervlakte minus 60m² in acht genomen voor berekening van de infiltratievoorziening, hier 91,27m².

    Men heeft hier enkel de uitbreiding met 58,42m² in rekening gebracht.

    Het vervangen van de hemelwaterput van 1500 liter door een nieuwe put van 5000 liter vangt dit echter op waardoor het gevraagde acceptabel is.

    Idealiter wordt een infiltratie met een inhoud van minimaal 2282 liter (ipv 1500 liter) en een infiltratieoppervlakte van minimaal 3,65m² (ipv 2,34m²) voorzien zoals het geval zou zijn bij een nieuwbouw eengezinswoning + carport van deze omvang. Deze aanpassing wordt dan ook aanbevolen.

    De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen in klinkers voor beide opritten en paden omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren; dit op voorwaarde dat men gebruik maakt van waterdoorlatende of waterpasserende klinkers met een afwatering naar de groenzones op eigen terrein. Dit wordt eveneens als voorwaarde opgelegd door de dienst Patrimonium (zie verder “Bespreking adviezen”).

    De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening op voorwaarde dat men voor de aanleg van de verhardingen gebruik maakt van waterdoorlatende of waterpasserende klinkers met een afwatering naar de groenzones op eigen terrein.

    Riolering

    Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

    Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

    Het advies van 20/09/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

    “Naar aanleiding van uw brief/mail van 26-08-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie F, nummer(s) 256S, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

    In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

    Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

    De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

    Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

    Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

    Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

    1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

    • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.
    • De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
    • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
    • Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
    • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
    • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

    2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

    • Het hemelwater van het dakoppervlakte van het bijgebouwd gedeelte of de nieuwe niet-waterdoorlatende verharding mag op het eigen terrein infiltreren in de groenzones of mag aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput of infiltratievoorziening. Deze afwatering mag nooit rechtstreeks naar het openbaar rioleringsstelsel gebracht worden.
    • De nieuwe afvoerleidingen hemelwater en/of vuilwater dienen volledig gescheiden van elkaar op de bestaande afvoerleidingen (DWA & RWA) richting openbaar rioleringsstelsel aangekoppeld te worden.
    • Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

    We raden aan om:

    • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
    • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
    • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
    • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
    • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

    Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

    Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

    Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

    Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

    Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

    Watertoets

    Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

    Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

    Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits naleven van de opgelegde voorwaarden. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

    De aanvraag doorstaat de watertoets.

    Archeologienota

    Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

    Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

    Overige regelgeving

    Decreet rookmelders

    Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

    De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de leefruimte op het gelijkvloers en de nachthal op de verdieping.

    Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

    Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

    Energiedecreet

    De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

    Slopen

    De afbraak van het bijgebouw en de verwijdering van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.

    Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

    Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

    Grondverzet

    Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

    Wettelijke erfdienstbaarheden

    Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

    Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, de aanvrager kan slechts gewezen worden op onverenigbaarheden.

    Ter hoogte van de perceelgrens, daar waar het bestaande bijgebouw verwijderd wordt, situeert zich een bijgebouw op het aangrenzende perceel van ca. 36m². Mogelijk is een gemeenschappelijke scheidingsmuur aanwezig, de aanvraag geeft hierover geen informatie weer. 

    De aanvraag bevat geen beschrijving van het al dan niet behouden van de scheidingsmuur of de afwerking ervan na verwijderen van het bestaande bijgebouw van de aanvraag.

    Het is aangewezen hierover een schriftelijke overeenkomst te sluiten met de aanpalende eigenaars alvorens te starten met de uitvoering van de sloopwerken.

    De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van het (nieuw) burgerlijk wetboek inzake zichten en lichten op een naburig erf (boek 3, inwerkingtreding 01/09/2021).

    De aanvraag is principieel in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek omdat een raamopening in de rechter zijgevel zich op minder dan 1,90m afstand tot de rechter perceelgrens bevindt.

    Men kan stellen dat deze raamopeningen reeds aanwezig waren (gelijkvloers en verdieping) sinds de oprichting anno 1956, doch de afstand tot de rechter perceelgrens bedroeg toen 5m ipv ca. 1,75m. Gelet op de beperkte afwijking, het bestaan van de opening sedert minstens 2007 (luchtfoto), de afstand van meer dan 4m tot de rechts aanpalende woning en de kennisname/ akkoordverklaring van de aanpalende eigenaars met huidige aanvraag, kan men er redelijkerwijs vanuit gaan dat er geen bezwaren zijn.

    De aanvrager wordt er evenwel op gewezen dat omtrent de wettelijke erfdienstbaarheden geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

    HOOFDSTUK 3. - Wettelijke erfdienstbaarheden - Afdeling 2. - Afstanden
    Art. 3.132. Afstanden voor vensters, muuropeningen en soortgelijke werken
     
    § 1. De eigenaar van een gebouw mag vensters met doorzichtige beglazing, muuropeningen, balkons, terrassen of soortgelijke werken aanbrengen voor zover deze op een rechte afstand van minstens negentien decimeter van de perceelsgrens zijn aangebracht. Deze afstand wordt gemeten met een loodrechte lijn op de dichtste plaats aan de buitenkant van het venster, de muuropening, het balkon, het terras of soortgelijke werken tot aan de perceelsgrens.
    In of op een gemene muur kan een eigenaar geen vensters, muuropeningen, balkons, terrassen of soortgelijke werken aanbrengen.
    § 2. De nabuur kan de verwijdering vorderen van de werken die in strijd met deze afstand zijn opgetrokken, behalve indien:
    1° hierover een akkoord bestaat tussen de buren;
    2° zijn perceel op het ogenblik van de oprichting ervan tot het openbare domein behoorde of een onverdeeld goed was dat accessoir was aan het gebouw waarvan het betrokken werk deel uitmaakt;
    3° de werken geen enkel risico voor het privéleven en het goede nabuurschap kunnen opleveren, bijvoorbeeld omdat het uitzicht niet verder reikt dan negentien decimeter vanaf deze werken;
     4° het venster, de muuropening, het terras, het balkon of de soortgelijke werken zich al minstens dertig jaar op de betrokken plaats bevinden.

    De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

    Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

    OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

    De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw, bouwen van een nieuw bijgebouw en herinrichting van het terrein.

    BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

    De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

    1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

    2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

    Omschrijving ligging en omgeving

    Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Donkweg op de hoek met de Rotenweg, beide gemeentewegen in het centrum van Zonhoven.

    De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

    Links van het perceel van de aanvraag, aan de overzijde van de Rotenweg, bevindt zich een vrijstaande woning met 2 bouwlagen en een hellend dak. Rechts van de aanvraag bevindt zich een woning in halfopen verband met 1 ½ bouwlaag en hellend dak. Aan de overzijde van de Donkweg zijn vrijstaande woningen met 1 bouwlaag en hellend dak aanwezig en aan de achterzijde werd het aangrenzende perceel bebouwd met een woning in halfopen verband met 1 bouwlaag en hellend dak.

    Omschrijving van de aanvraag

    De bestaande vrijstaande woning op het perceel van de aanvraag werd opgericht anno 1956 met 2 bouwlagen en een hellend dak. Volgens de vergunde plannen zou een afstand van 3,70m aanwezig zijn tussen de uiterst rechtse gevel en de rechter perceelgrens. Uit het ingediende plan blijkt dat de perceelbreedte aan de Donkweg gereduceerd werd tot 14,44m in plaats van 16m zoals opgegeven bij de oorspronkelijke vergunning. Het is niet duidelijk van waar deze wijziging komt, wanneer deze doorgevoerd werd, maar wel dat deze vermindering in breedte tussen de woning en rechter perceelgrens terug te vinden is. 

    Het gevolg is dat de rechter zijgevel zich tot op 1,32m afstand tot de perceelscheiding bevindt.

    Met de huidige aanvraag wenst men de woning intern te verbouwen en aan de achterzijde uit te breiden over 2 bouwlagen. De bijgebouwen in de achtertuin worden verwijderd en er wordt een nieuwe dubbele carport opgericht. Het terrein zelf wordt heringericht met verhardingen en groenaanleg.

    Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

    De bestaande woonfunctie blijft behouden en is verenigbaar met woonomgeving.

    Mobiliteitsimpact

    De aanvraag voorziet in 5 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid. Het betreft 2 overdekte staanplaatsen binnen de nieuw op te richten carport, de mogelijkheid tot het plaatsen van 2 voertuigen op de dubbele oprit tot de carport (aan de Rotenweg) en 1 bezoekersparkeerplaats situeert zich aan de Donkweg.

    Het aantal autostaanplaatsen stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

    Aangezien de bestaande functie van de eengezinswoning behouden blijft, wordt geen bijkomende verkeersgeneratie verwacht.

    De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

    De inplanting van de bestaande woning blijft behouden. 

    Na de werken bedraagt de afstand van de linker zijgevel tot de perceelgrens 4,20m ter hoogte van de voorgevel en 5,02m ter hoogte van de (nieuwe) achtergevel.

    Voor de rechter zijgevel blijft de afstand tot op 1,32m van de perceelgrens aangehouden op het gelijkvloers, de uitbreiding op de verdieping is tot op dezelfde beperkte afstand voorzien en dit tot een bouwdiepte van 13,76m en een bouwhoogte van 6,37m vanaf het maaiveld gemeten.

    In het advies, voorafgaand aan de aanvraag, werd reeds aangegeven dat een afwijking voor de bouwdiepte op de verdieping aanvaardbaar is - 13,76m ipv de gebruikelijk toegestane 10m, dit gezien de hoekligging en iets diepere inplanting van de rechts gelegen woningen – maar dat op de verdieping een minimale afstand van 3m tot de perceelgrens moet aangehouden worden.

    De huidige aanvraag houdt hier geen rekening mee. Op de verdieping wordt rechts achteraan een dressing van 4m breed en 3,94m diep voorzien tot op 1,32m afstand tot de rechter perceelgrens. Dit is niet aanvaardbaar.

    De bouwdiepte omvat reeds een afwijking, dit doortrekken tot op minder dan 3m afstand van de perceelgrens is niet wenselijk rekening houdende met de negatieve impact die dit voor het aanpalende perceel met woning kan meebrengen.

    Technische, praktische en economische argumenten kunnen deze afwijking niet verantwoorden. Een ontwerp dient zich te richten naar de algemeen gehanteerde normen betreffende inplanting en afmetingen; het is niet de bedoeling om deze normen aan te passen aan het gewenste ontwerp. Slechts degelijk gemotiveerde afwijkingen die geen hinder vormen voor de omgeving kunnen toegelaten worden.

    Intern worden een aantal muren verwijderd en bijgeplaatst en de achtergevel wordt verwijderd. De fundering achteraan worden aangepast voor een beperkte uitbreiding op het gelijkvloers en de uitbreiding op de verdieping.

    Op het gelijkvloers wordt een raamopening in de rechter zijgevel gedicht en de achterbouw wordt over een gevelbreedte van 8,49m doorgetrokken en voorzien van grote glaspartijen. De vernieuwde en ruimere achterbouw zal hier ruimte bieden aan een leefkeuken.

    Op de verdieping is binnen de uitbreiding een slaapkamer met aangrenzende dressing voorzien.

    Op het perceel van 817m² wordt, naast de verbouwing en uitbreiding van het hoofdgebouw, een bestaand bijgebouw verwijderd, een nieuwe dubbele carport voorzien en het volledige terrein wordt aangepast wat betreft verhardingen en groenaanleg.

    De nieuwe carport situeert zich in de achtertuin op 7,50m afstand tot de (nieuwe) achtergevel van de woning, op ca. 4,14m afstand tot de rechter perceelgrens en op minimaal 5,05m afstand tot de grens aan de Rotenweg.

    De carport zelf heeft een breedte van 5,30m en een bouwdiepte van 6,38m en wordt uitgevoerd met een plat dak waarvan de dakrand een hoogte heeft van 2,68m.

    In principe dient de inrit tot het perceel aan de Donkweg voorzien te worden. Door de beperkte afstand tot de kruising met de Rotenweg, wenst men de inrit voor dagelijks gebruik door de bewoners te voorzien via de Rotenweg waar men voldoende afstand tot het kruispunt kan aanhouden. Aan de Donkweg wordt een 2de toegang aangelegd in functie van bezoekersparkeren.

    Aan de Donkweg heeft de inrit een breedte van 2,78m, aan de Rotenweg bedraagt deze 6,50m. De breedte van de inrit aan de Rotenweg dient, zoals algemeen gehanteerd, beperkt te worden tot maximaal 6m ter hoogte van de perceelgrens. Op het terrein mag de oprit verder uitwaaieren tot 6,50m.

    Voor het overige wordt de verharding op het terrein gereduceerd naar een klinkerpad rechts van de woning dat de verbinding vormt tussen de bezoekersparkeerplaats,  inkom aan de voorzijde, zij-inkom, terras en carport.

    De klinkerverharding heeft een totale oppervlakte van zo’n 75m².

    Aan de achterzijde van de woning wordt een terras aangelegd op vloerniveau van ca. 26m².

    De bebouwde en verharde oppervlakte op het terrein laat voldoende ruimte om in te richten als groenzone.

    De onverharde ruimte wordt ingericht met gras, een haagbeplanting en een 6-tal bomen.

    Visueel-vormelijke elementen

    De bestaande rood genuanceerde gevelsteen wordt wit geschilderd, nieuw gevelmetselwerk wordt grijs/ antraciet geschilderd, het buitenschrijnwerk is overal voorzien in aluminium kleur antraciet, de uitbreiding op de verdieping krijgt een gevelbeplating in aluminium met kleur antraciet, het hellend dak is uitgevoerd met grijze pannen, het dak van de erker aan de voorzijde blijft voorzien van grijze leien.

    Ondanks het contrast tussen het nieuwe en bestaande gedeelte, wordt door het kleur- en materiaalgebruik een harmonisch geheel bekomen met een hedendaags uiterlijk.

    De nieuwe carport wordt uitgevoerd met een plat dak en in een deels open gevelstructuur, uitgevoerd in aluminium kolommen/stijlen met kleur antraciet.

    Voor de aanleg van de verhardingen voor opritten en paden worden klinkers gebruikt en het terras achteraan de woning wordt in tegels uitgevoerd.

    Het niet verharde en onbebouwde gedeelte van het goed wordt met gras aangelegd, de bestaande bomen langs de Rotenweg blijven behouden, er worden 3 bijkomende bomen aangeplant in de achtertuin en langsheen de rechter perceelgrens komt een haagafsluiting tot 1,80m hoogte.

    Het perceel is voldoende groot gelet op de voorgestelde bebouwbare oppervlakte; er resteert voldoende open ruimte die wordt ingericht als tuin.

    Bodemreliëf

    De aanvraag voorziet geen wijzigingen van het terreinniveau, slechts het terras aan de achterzijde van de woning wordt plaatselijk verhoogd tot het vloerpeil van de woning. Het maaiveld bevindt zich 40cm onder vloerpeil en volgens de terreinprofielen op eenzelfde hoogte als de as van de Donkweg en Rotenweg.

    Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

    Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

    Zoals reeds in het voorafgaandelijk advies van de dienst aangegeven, is de uitbreiding op de verdieping tot op 1,32m afstand tot de rechter perceelgrens niet wenselijk. 

    Volgens de algemeen gehanteerd normen voor afstand van gebouwen tot perceelgrenzen, dient een afstand van minimaal 3m aangehouden te worden en dient de bouwdiepte op de verdieping beperkt te worden tot 10m.

    Op het gelijkvloers wordt de bestaande gevel (op 1,32m afstand tot de rechter perceelgrens) behouden en een raamopening wordt daarbij gedicht.

    Op de verdieping voorziet men een uitbreiding tot op 1,32m afstand van de perceelgrens. De bouwhoogte bedraagt 6,37m ten opzichte van het maaiveld tot op een bouwdiepte van 13,76m.

    Door de combinatie van de oriëntatie, de grotere bouwdiepte én beperktere afstand tot de perceelgrens, kan dit een negatieve impact hebben op de bezonning en lichtinval vanuit het zuiden en westen voor het rechts aanpalende perceel met woongebouw.

    Hoewel geen opmerkingen geformuleerd werden door de aanpalende eigenaars, is het de taak van de vergunningverlenende overheid om een inschatting te maken van de hinder die het aangevraagde kan veroorzaken. Men kan niet verwachten van derden dat zij over dezelfde deskundigheid ter zake beschikken om alle gevolgen voldoende in te schatten.

    De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving omwille van de uitbreiding op de verdieping op minder dan 3m afstand tot de perceelgrens rechts.

    Voor het overige is het aangevraagde wat betreft de verbouwingswerken en gelijkvloerse uitbreiding van de eengezinswoning, de aanleg van de verhardingen, het verwijderen van een bijgebouw en nieuw oprichten van een carport wel aanvaardbaar mits voorwaarden:

    • De dakafwerking van het plat dak, zoals op de plannen voorzien voor de verdieping (totale hoogte tussen plafond en dakrand 57cm), wordt aangebracht boven de gelijkvloerse aanbouw (de vrije hoogte tussen vloerafwerking en plafond blijft behouden op 2,70m);
    • De deuropening tussen de nachthal op de verdieping en het plat dak wordt gewijzigd naar een raamopening;
    • Vooraleer de vergunde werken in uitvoering gaan, dienen aangepaste gevel- en grondplannen van de woning ingediend te worden die overeenstemmen met de vergunde situatie.

    BESPREKING ADVIEZEN

    • Het advies van 27/08/2021 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

    “Het water van de klinkerverharding dient op eigen terrein opgevangen te worden of te infiltreren.

    De verharding naar de carport wordt in waterdoorlatende of waterpasserende materialen aangelegd.”

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies en wenst bijkomend op te leggen dat de inrit aan de Rotenweg een maximale breedte van 6m mag hebben ter hoogte van de perceelgrens.

    De overige voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen eveneens gevolgd te worden.

    • Het advies van 20/09/2021 van rioleringsbeheerder Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen – riolering”). 

    De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

    De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

    Uit de bovenstaande motivering blijkt dat het uiterlijk van de voorgenomen werken en de verhouding verharde en groene ruimte op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving maar dat de uitbreiding op de verdieping tot op minder dan 3m afstand tot de rechter perceelgrens niet verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening en de bestemming in de onmiddellijke omgeving kan verstoren.

    MILIEUTECHNISCH ADVIES

    Niet van toepassing.

    EINDADVIES

    Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en integreerbaar is in zijn omgeving voor wat betreft de verbouwingswerken en gelijkvloerse uitbreiding van de eengezinswoning, de aanleg van de verhardingen, het verwijderen van een bijgebouw en nieuw oprichten van een carport.

    Het voorgestelde ontwerp is niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving voor wat betreft de uitbreiding op de verdieping tot op minder dan 3m afstand tot rechter perceelgrens:

    • de combinatie van de oriëntatie, de grotere bouwdiepte én beperktere afstand tot de perceelgrens (1,32m), kan een negatieve impact hebben op het gebruiksgenot, de bezonning en lichtinval vanuit het zuiden en westen voor het rechts aanpalende perceel met woongebouw;
    • een afwijking voor de bouwdiepte op de verdieping is aanvaardbaar tot 13,76m ipv de gebruikelijk toegestane 10m, dit gezien de hoekligging en iets diepere inplanting van de rechts gelegen woningen – maar slechts indien op de verdieping een minimale afstand van 3m tot de perceelgrens aangehouden wordt. Op de verdieping wordt rechts achteraan een dressing van 4m breed en 3,94m diep voorzien tot op 1,32m afstand tot de rechter perceelgrens. Dit is niet aanvaardbaar. Technische, praktische en economische argumenten kunnen deze afwijking niet verantwoorden. Een ontwerp dient zich te richten naar de algemeen gehanteerde normen betreffende inplanting en afmetingen; het is niet de bedoeling om deze normen aan te passen aan het gewenste ontwerp. Slechts degelijk gemotiveerde afwijkingen die geen hinder vormen voor de omgeving kunnen toegelaten worden.

    Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor de uitbreiding van de woning op de verdieping op  minder dan 3m afstand tot de perceelgrens, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

    De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor de verbouwingwerken en gelijkvloerse uitbreiding van de eengezinswoning, de aanleg van de verhardingen, het verwijderen van een bijgebouw en nieuw oprichten van een carport, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

    1. De dakafwerking van het plat dak, zoals op de plannen voorzien voor de verdieping (totale hoogte tussen plafond en dakrand 57cm), wordt aangebracht boven de gelijkvloerse aanbouw (de vrije hoogte tussen vloerafwerking en plafond blijft behouden op 2,70m);
    2. De deuropening tussen de nachthal op de verdieping en het plat dak wordt gewijzigd naar een raamopening;
    3. Vooraleer de vergunde werken in uitvoering gaan, dienen aangepaste gevel- en grondplannen van de woning ingediend te worden die overeenstemmen met de vergunde situatie;
      Riolering:
    4. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
    5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
    7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    9. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 6 meter aan de Rotenweg en 3m aan de Donkweg, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    10. De aanleg van de verhardingen voor opritten en paden dient uitgevoerd in waterdoorlatende of waterpasserende klinkers zoals opgelegd in het advies van de dienst Patrimonium
    11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    12. De hoogstammige bomen en groenelementen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien/ te verwijderen, dienen behouden te blijven;
    13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
      Andere voorwaarden:
    14. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
    15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
    17. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
    18. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    19. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
    20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 13/10/2021 tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager niet.

    Het voorgestelde ontwerp is wel verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving voor wat betreft de uitbreiding op de verdieping tot op minder dan 3m afstand tot rechter perceelgrens:

    • de bestaande muur rechts heeft reeds een grotere hoogte dan een standaard gelijkvloers hoogte;
    • er was een hoge schouw aanwezig achteraan rechts de woning, de hinder t.o.v. het rechts aanpalend perceel blijft nagenoeg ongewijzigd;
    • gezien de ligging nabij de kern van Zonhoven, waar eventueel ook een geschakelde bebouwing mogelijk zou zijn, is de doorkijk naar achteren minder relevant.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager. 

    Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning, slopen van een bijgebouw en plaatsen van een nieuw bijgebouw en heraanleg van het terreinzoals weergegeven op de ingediende en aangepaste plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

    Artikel 3

    De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

    Riolering:

    1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
    2. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
    3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
    4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
      Terrein en gelijkgrondse berm:
    5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
    6. Uitgezonderd de inritten met een breedte van 6 meter aan de Rotenweg en 3m aan de Donkweg, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
    7. De aanleg van de verhardingen voor opritten en paden dient uitgevoerd in waterdoorlatende of waterpasserende klinkers zoals opgelegd in het advies van de dienst Patrimonium;
    8. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    9. De hoogstammige bomen en groenelementen die niet aangegeven zijn op het inplantingplan als te rooien/ te verwijderen, dienen behouden te blijven;
    10. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
      Andere voorwaarden:
    11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
    12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
    13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
    14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
    15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
    16. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
      Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
    17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
    18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

    Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

     

    18.

    2021_CBS_01144 - Watering De Herk - Algemene vergadering van 26 oktober 2021 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    18.

    2021_CBS_01144 - Watering De Herk - Algemene vergadering van 26 oktober 2021 - Goedkeuring

    2021_CBS_01144 - Watering De Herk - Algemene vergadering van 26 oktober 2021 - Goedkeuring

    Motivering

    Verwijzingsdocumenten

    De brief van 12 oktober 2021 van Watering de Herk, Kapelhofstraat 22/1, 3500 Hasselt met de uitnodiging voor de algemene vergadering van 26 oktober 2021.

    Feiten context en argumentatie

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van 12 oktober 2021 van Watering de Herk met de uitnodiging voor de algemene vergadering van dinsdag 26 oktober 2021 om 14.00 uur in de grote zaal van het parochiecentrum "Elckerlyc", Pastorijstraat 4 te 3500 Hasselt (Sint-Lambrechts-Herk).

    De heer Theo Penders werd aangeduid als afgevaardigde voor de algemene vergadering van Watering de Herk.

    Mevrouw Katrien Hoebers werd aangeduid als plaatsvervangend afgevaardigde voor de algemene vergadering van Watering de Herk.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen beslist de uitnodiging van Watering de Herk voor de algemene vergadering van 26 oktober 2021 over te maken aan de heer Theo Penders.

    19.

    2021_CBS_01145 - Dorpshart Zonhoven - inrichtingsalternatieven verkeer - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    19.

    2021_CBS_01145 - Dorpshart Zonhoven - inrichtingsalternatieven verkeer - Goedkeuring

    2021_CBS_01145 - Dorpshart Zonhoven - inrichtingsalternatieven verkeer - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    De ontwerpopdracht herontwikkeling dorpshart Zonhoven omvat een onderdeel masterplanning voor het aanpakken en verbeteren van de onveilige verkeerssituatie in het centrum. Met name het stuk gewestweg tussen Timmers en Martenshuys is momenteel één verharde oppervlakte, waar gemotoriseerd verkeer tegen relatief hoge snelheid kan voorbij razen, ten koste van de veiligheid van de zwakke weggebruiker . Middels enkele ingrepen kan de verkeerveiligheid aanzienlijk worden verhoogd.

    Studiebureau Sweco heeft daartoe enkele inrichtingsalternatieven uitgewerkt en is deze komen toelichten op het college van 7 september 2021. De presentatie is te vinden in bijlage. De leden van het college kiezen nu een  voorkeursalternatief.

    • Alternatief 1a: voetgangers- en fietspromenade met een 3,5m brede wandel- en fietsboulevard aan weerszijden van de rijweg.
      • Voordelen:
        • Rijbaan wordt visueel versmald tot 6,4m wat de snelheid van het gemotoriseerd afremt.
        • Ruimte voor groenstroken.
      • Nadelen:
        • Oversteek t.h.v. Genkerbaan dient verkeerstechnisch beveiligd te worden met zebrapaden en dubbelrichtingsoversteken voor fietsers.
        • Beperkte zone om te flaneren en terrassen te plaatsen.
        • Wandel- en fietsverkeer wordt niet van mekaar gescheiden, wat voor conflicten zal zorgen.

    • Alternatief 1b: voetgangers- en fietspromenade met een 6m brede wandel- en fietsboulevard aan de zijde van de handelszaken en een 3m brede wandel- en fietsboulevard aan de zijde van de kerk.
      • Voordelen:
        • Ruimte voor een groenstrook, maar in mindere mate vergeleken met alternatief 1a.
        • Ruime zone om te flaneren en terrassen te plaatsen.
      • Nadelen:
        • Rijbaan wordt versmald tot 6,4m, maar dit zal visueel minder effect hebben, aangezien er slechts 1 groenstrook met bomen is voorzien. Hierdoor zal intrinsiek de snelheid van het gemotoriseerd minder worden afgeremd.
        • Oversteek t.h.v. Genkerbaan dient verkeerstechnisch beveiligd te worden met zebrapaden en dubbelrichtingsoversteken voor fietsers.
        • Wandel- en fietsverkeer worden niet van mekaar gescheiden, wat voor conflicten kan zorgen.

    • Alternatief 2: fietssuggestiestroken
      • Voordelen:
        • Ruimte voor veel groen. Dit alternatief biedt de meeste ruimte voor vergroening.
        • Fietser is zichtbaar in het straatbeeld.
        • Geen conflict tussen wandel- en fietsverkeer.
        • Wegprofiel versmalt zowel fysiek als visueel (door aanwezig groen).
        • Vloeiende aansluiting op bestaande fietssuggestiestroken in Dorpsstraat en Heuvenstraat mogelijk.
        • Verkeersontradend voor doorgaand verkeer.
      • Nadelen:
        • Fiets- en autoverkeer worden niet van elkaar gescheiden, wat voor conflicten kan zorgen.
        • Lagere doorstroming gemotoriseerd verkeer (kan ook als voordeel benoemd worden).
        • Inrichten zone 30 is gewenst. Het inrichten van een fietsstraat is het overwegen waard.

    • Alternatief 3: enkelrichtingsfietspaden aanliggend
      • Voordelen:
        • De verschillende verkeersmodi zijn duidelijk van elkaar gescheiden.
        • Vloeiende aansluiting op bestaande fietssuggestiestroken in Dorpsstraat en Heuvenstraat is mogelijk.
        • Fietser is zichtbaar in het straatbeeld.
      • Nadelen:
        • Vele oversteken ter hoogte van kruispunten + noodzaak om opstelzones te voorzien.
        • Belevingswaarde fietser is lager door moeilijke kruisingen
        • Wegprofiel versmalt fysiek, maar niet visueel. De snelheid van het gemotoriseerd verkeer op de rijweg zal intrinsiek verhogen.
        • Geen ruimte voor groen.
        • Geen ruimte om te ontharden.

    Advies van de dienst

    De dienst heeft een voorkeur voor inrichtingsalternatief 2, omdat dit voorstel de meeste voordelen en de minste nadelen oplevert. In dit voorstel duidt een fietssuggestiestrook de positie van de fietser aan op de rijbaan, waarbij zo'n strook een andere kleur of wegbedekking krijgt dan de rest van de rijbaan. Het is geen fietspad, aangezien er geen twee evenwijdige onderbroken strepen of verkeersborden zijn die een fietspad aangeven. Zo'n strook is niets anders dan een geverfde strook op de rijbaan waarop je ook met een auto mag rijden, stilstaan of parkeren. Een fietssuggestiestrook maakt vooral duidelijk dat er fietsers kunnen, maar niet moeten rijden. Automobilisten worden attent gemaakt op de mogelijke aanwezigheid van fietsers. Bovendien wordt de rijbaan visueel smaller gemaakt opdat chauffeurs hun snelheid zouden aanpassen. Het verlagen van de snelheid van doorgaand gemotoriseerd verkeer is een must. Dit alternatief biedt bovendien de meeste ruimte aan vergroening en ontharding.

    Bij inrichtingsalternatief 2 kan de suggestie worden meegenomen om het 2,5m brede voetpad tegen de kerk smaller te maken, waardoor het voetpad aan de zijde van de handelszaken kan verbreden.

    Het inrichten van een fietsstraat is het overwegen waard.

    Ook inrichtingsalternatief 3, waarbij volwaardige enkelrichtingsfietspaden worden voorzien aanliggend aan de rijweg, is interessant om verder te onderzoeken. Het grote voordeel van dit voorstel is dat de verschillende verkeersmodi duidelijk van elkaar worden gescheiden wat op papier tot een veiligere verkeerssituatie zou moeten leiden, maar waarvan de vraag is of dit in realiteit ook zo zal zijn. Ter hoogte van de kruispunten ontstaan immers gevaarlijke kruisbewegingen voor de fietser met het gemotoriseerd verkeer en omdat het wegprofiel visueel niet versmalt, zal de snelheid van het gemotoriseerd verkeer intrinsiek hoger liggen. Bovendien blijft er geen ruimte over om te vergroenen en te ontharden.

    Belangrijk bij de keuze van een inrichtingsalternatief is dat de inrichting kan worden doorgetrokken over het volledige tracé van de Dorpsstraat en Heuvenstraat in het centrum. Binnen die optiek is er onvoldoende ruimte om aanliggende of vrijliggende fietspaden te voorzien (over het volledige traject), aangezien het beleid ervoor kiest om tweerichtingsverkeer te behouden op de centrale as Dorpsstraat-Heuvenstraat in het centrum en omdat er ruimte moet overblijven voor langsparkeren en groenvoorziening. De mogelijkheden voor een herinrichting zijn daardoor eerder beperkt.

    De inrichtingsalternatieven 1a en 1b genieten minder de voorkeur, omwille van de conflicten tussen wandel- en fietsverkeer.

    De dienst stelt voor om alle inrichtingsalternatieven over te maken aan het Agentschap Wegen en Verkeer, in functie van verder overleg en concrete uitwerking.

    Er dient bijzondere aandacht te gaan naar de oversteekbaarheid (het veilig kunnen oversteken) van de drukke gewestweg doorheen het centrale Dorpshart van Zonhoven.

    Riolering: indien de openbare ruimte tussen Timmers en Martenshuys wordt vergroend, onthard en verkeersveiliger gemaakt, dan is dit dé uitgelezen kans om ook de noodzakelijke vernieuwing van de riolering door te voeren. De openbare ruimte ter hoogte van het kioskplein wordt reeds heraangelegd in functie van 2 aangrenzende projecten, enerzijds het project voor het openleggen van de Roosterbeek incl. modellering van een toekomstig performant hydrologische netwerk voor het Dorpshart, anderzijds het bouwproject van site Kwint incl. de terreinaanleg van de oostelijke rand van een nieuw centraal plein. Bijgevolg is het logisch om ook de voorliggende straat (gewestweg) dwars door het plein mee aan te pakken. Momenteel is hier geen gescheiden rioleringsstelsel aanwezig, wat niet conform de regels is van een goede waterhuishouding. De aanwezige riolering is daarenboven sterk verouderd en ondergedimensioneerd, wat een rem kan betekenen op toekomstige (woon)ontwikkelingen in het dorpshart.

    Nu zijn er 2 mogelijke sporen om te bewandelen:

    • Spoor A: AWV wenst naast de bovenbouw (terreinaanleg) ook de onderbouw (riolering) van de gewestweg te vernieuwen.
    • Spoor B: AWV wenst enkel de bovenbouw (terreinaanleg) van de gewestweg te vernieuwen.

    Het advies is om de beide sporen te bewandelen. Indien spoor A niet kan doorgaan, dan dient spoor B gevolgd te worden.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het voorstel van de dienst om inrichtingsalternatief 2 de voorkeur te laten genieten.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist alle inrichtingsalternatieven over te maken aan het Agentschap Wegen en Verkeer, in functie van verder overleg en concrete uitwerking. Daarbij wenst men de beide sporen te bewandelen, waarbij in spoor A naast het vernieuwen van de bovenbouw ook de opportuniteit wordt onderzocht om de onderbouw (riolering) van het stuk gewestweg in het Dorpshart aan te pakken. Indien spoor A niet kan doorgaan, dan dient spoor B gevolgd te worden.

    20.

    2021_CBS_01146 - Dorpshart Zonhoven - masterplan en parkeeraanbod - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    20.

    2021_CBS_01146 - Dorpshart Zonhoven - masterplan en parkeeraanbod - Goedkeuring

    2021_CBS_01146 - Dorpshart Zonhoven - masterplan en parkeeraanbod - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Situering van de opdracht

    De ontwerpopdracht herontwikkeling dorpshart Zonhoven omvat de opmaak van een masterplan voor het centrale dorpshart. Het masterplan wordt gezien als een globale ontwerpschets voor het centrale dorpshart van de gemeente, waarbij dit projectgebied kan worden opgedeeld in afzonderlijk uitvoerbare deelprojecten.

    Eén van de deelprojecten is het openleggen van de Roosterbeek in de zone tussen kerk en gemeentehuis en gelijktijdig het ontharden en vergroenen van deze zone. De beekvallei van de Roosterbeek loopt dwars door het centrum, maar is sinds jaar en dag overwelfd en dus niet zichtbaar. Het gemeentebestuur wil het verborgen water van de Roosterbeek als een groenblauw netwerk opnieuw zichtbaar door het centrum zien stromen, waardoor er unieke kansen ontstaan voor meer verblijfskwaliteit in het dorp.

    Ontwerpschets

    Door ontwerpbureau Sweco is ondertussen naarstig verder gewerkt om het initiële masterplan te verfijnen in functie van de ontvangen feedback.

    Op dinsdag 21 september vond daartoe een overleg plaats met de gemeentelijke diensten Jeugd, Vrije tijd en Lokale economie.

    Op donderdag 7 oktober was er een bespreking met de Provincie en Fluvius.

    De herwerkte versie van het masterplan is te vinden in bijlage.

    Volgende elementen verdienen aandacht:

    • Tracé opgelegde Roosterbeek:
      • Het tracé blijft behouden zoals initieel voorgesteld en ook de bochtstraal blijft ongewijzigd (in functie van behoud van waardevol groen).
      • Aan de noordzijde van de kerk blijft de eerste 20m ten opzichte van de Dorpsstraat overwelfd. Pas daarna verschijnt het water aan de oppervlakte. Over een korte afstand komt er daar aan weerszijden van de beek een harde oever, dit om constructieve redenen en om de stabiliteit van de kerk niet in het gedrang te brengen.

    • Waterbeleving en verblijfskwaliteit:
      • Aan de zijde van de kerk komt er een harde oever (zodat ook minder mobiele mensen de mogelijkheid krijgen om tot aan het water te komen).
      • Aan de zijde van het gemeentehuis komt er een zachte oever met gras om in te zitten en een betonnen zitelement verwerkt in de oever.
      • Ook komt hier een vlonder die dienst kan doen voor pasgehuwde koppels om zich te laten fotograferen met het water, het park en de kerk op de achtergrond.
      • Zitten aan het water d.m.v. een (deels) betonnen trappenstructuur ter hoogte van de brug over de Roosterbeek.
      • Stapstenen in het water als speelelement voor de jeugd. Het veiligheidsaspect voor kinderen dient bijzondere aandacht te genieten. We zijn voorstander om te werken met natuurelementen als speelelement voor kinderen in het water.
      • Zitelementen aan het water ter hoogte van de brug.
      • In functie van de zitelementen dient er ook aandacht te gaan naar het vermijden van zwerfvuil.
      • Behoud van de historische kerkhofmuur en het aanwezige achterliggende groen.
      • Aankondiging van de opengelegde Roosterbeek d.m.v. fonteinenzone.
      • De trajecten van enkele wandelroutes die doorheen het dorpshart passeren (Lotjeswandeling, cultuurhistorische dorpswandeling, Lange afstandswandeling De Wijers, ...) dienen te worden aangepast. De verbindingen tussen jeugdgerichte locaties blijven vlot mogelijk d.m.v. het huidige ontwerp.
      • Er dient voldoende vrije ruimte te zijn om evenementen te laten plaatsvinden, bv. door wegneembare banken, straatmeubilair, plantbakken, ... te voorzien. Maar bv. ook door de fonteinenzone uitschakelbaar te voorzien of door ondergrondse verdeelkasten en aftappunten voor water te voorzien.
      • Het huidige ontwerp houdt alle opties open voor het opstellen van de wekelijkse zondagsmarkt. De huidige opstelling van de markt zal wijzigen. De nieuwe Kwint wordt gezien als een opportuniteit om wekelijks een knip van de Dorpsstraat/Heuvenstraat te overwegen. De bussen van de Lijn dienen dan wel om te rijden.

    • Parkeren:
      • In de bestaande toestand zijn er in totaal 183 parkeerplaatsen aanwezig: parking kerk (50 pp), parking gemeentehuis (46 pp), parking Kerkplein (50 pp), parking bib (22 pp) en parking OCMW (15 pp).
      • Volgens het masterplan worden er in totaal 168 parkeerplaatsen voorzien, wat een afname is van 15 parkeerplaatsen oftewel 9% minder parkeergelegenheid: parking kerk (6 pp), parking gemeentehuis (90 pp), parking Kerkplein (50 pp), parking bib (22 pp) en parking OCMW (0 pp).
      • Een beperkte afname van het aantal parkeerplaatsen was voor het college steeds bespreekbaar.
      • Er komt een duidelijke aanduiding van de parkeervakken, ook op het Kerkplein. Een deel van het Kerkplein zal worden ingericht als parkeer-/autovrije zone. Er komt een duidelijke scheiding of afbakening tussen de beide delen.
      • De parkeerzone aan Timmers verdwijnt integraal, aangezien deze ruimte nodig is voor het openleggen van de Roosterbeek. Ter compensatie komt er langsparkeren ter hoogte van de handelspanden aan de kerk en zijn er extra parkeerplaatsen voorzien aan het gemeentehuis.
      • De parkeerzone aan het gemeentehuis houdt rekening met de nieuwe inkom van het gemeentehuis en het behoud van de oude kastanjeboom.
      • De parkings ter hoogte van residentie De Brug blijven maximaal behouden.

    • Mobiliteit:
      • Diverse inrichtingsalternatieven werden uitgewerkt om de onveilige verkeerssituatie in het dorpshart aan te pakken.
      • Een fietsverbinding / -traject wordt door de projectzone voorzien die de connectie zal vormen tussen De Wijers en de fietsring (Sprinkwaterstraat).
      • Er wordt nog verder bekeken waar er bijkomende fietsenstallingen kunnen worden voorzien.
      • Ter hoogte van het Kerkplein wordt een mobipunt voorzien.
      • De bus zal voortaan op de rijweg halteren. Er worden geen aparte bushavens meer voorzien.
      • De toegankelijkheid van het Kerkplein voor hulpdiensten, foodtrucks, marktwagens dient gevrijwaard te blijven.
      • De toegankelijkheid van de ceremoniële ingang van het gemeentehuis voor gemotoriseerd verkeer is nog een discussiepunt.

    • Groen:
      • Maximaal behoud van waardevol groen (met name bomen). Sweco is samen met de milieuambtenaar en groenambtenaar op terrein geweest om het groen te inventariseren.
      • De zone tussen Kerkplein en bibliotheek blijft de functie behouden als bouwzone, d.w.z. in de toekomst bebouwbaar voor de realisatie van de westelijke pleinwand. In afwachting daarvan kan deze zone worden ingegroend, bv. d.m.v. een extensief beheerd grasveld of een bloemenweide. Het is niet de bedoeling hier nieuwe bomen te gaan planten, om de bebouwbaarheid van deze zone niet te hypothekeren!
      • Er zal aandacht gaan naar het onderhoudsaspect van het aanwezige groen. De projectzone mag deels vertuinen (met gras om in te gaan zitten aan het water), maar zeker niet volledig. Er komt een combinatie van intensief en extensief beheerde grasvelden.

    • Materiaalgebruik:
      • Voor het afwerken van de harde oever kan worden gekozen voor een baksteen, die aansluit bij de baksteenkeuze van de kerk, het oud gemeentehuis en de oude kerkhofmuur. De steen kan gelijmd ofwel gemetst worden.
      • Bedoeling is om specifieke inrichtingselementen zoals bv. zitbanken, maar ook infodragers af te stemmen op de huisstijl van De Wijers. Aan het UiTpunt zijn reeds een zitbank en infodrager met 2 panelen in de huisstijl van De Wijers voorzien. Er wordt gewacht met het plaatsen van deze elementen zodat er maximale afstemming kan gebeuren met het project van het Dorpshart.
      • Qua materiaalgebruik zal er een afstemming gebeuren met de buitenafwerking van site Kwint.
      • Idem wat betreft de verlichting.

    • Duurzaamheid:
      • Bedoeling is om ook enkele klimaatadaptieve maatregelen mee te nemen in het ontwerp, waarbij het regenwater afkomstig van het dak van de kerk kan worden opgevangen en ingezet voor bevloeiing van de aanwezige groenzones.
      • Maximaal behoud en hergebruik van bestaande verharding.
        • Ofwel minimale aanpassing Kerkplein: mozaïekkeien behouden, bijkomend verharden locatie kiosk.
        • Ofwel nieuw plein Kerkplein: mozaïekkeien herbruiken in paden rond de kerk en de fonteinzone, mozaïekkeien Kerkplein vervangen door aanwezige kleiklinker.

    • Diversen:
      • De Kiosk zal verdwijnen.
      • Het oorlogsmonument van Zonhoven dient te verhuizen en krijgt een nieuwe plek in het park tussen Roosterbeek en kerk.
      • Voor de overige monumenten en gedenkplaten in de projectzone wordt verder onderzocht hoe deze in het masterplan geïntegreerd kunnen worden. Voor enkele monumenten is er een duidelijke link met bijv. de markt of met het oude kerkhof, deze relaties dienen zeker behouden te blijven.
      • Monumenten en gedenkplaatsen kunnen mogelijk een nieuwe plaats krijgen.
      • Sweco is bezig met de opmaak van een hydrologisch model en onderzoekt daarbij de mogelijkheid om de centrumvijver (vlondervijver) als buffer te laten fungeren. Daarbij komt er een natuurlijke bevloeiing van de centrumvijver, waardoor het probleem van het stilstaand water verdwijnt.
      • Het bestaande overstort aan de noordzijde van de kerk verdwijnt en wordt vervangen door een nieuw overstort stroomafwaarts (daar waar de Roosterbeek opnieuw overwelfd zal zijn). Hierdoor wordt vermeden dat er zichtbaar vuil water in de Roosterbeek wordt overgestort.
      • Diverse topografische opmetingen en proefboringen (voor het plaatsen van peilbuizen) hebben reeds plaatsgevonden.
      • In een volgende stap wordt het masterplan voorgesteld op de GECORO.
      • Met de dienst communicatie wensen we een communicatieplan voor dit project op te stellen.
      • Het huidige masterplan kan -indien gewenst- ook worden toegelicht op de commissie Gemeenteraad.
      • Bedoeling is in de loop van november een infomarkt te organiseren, enerzijds voor de handelaar, anderzijds voor de Zonhovenaar.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de herwerkte versie van het masterplan en de uitwerking van het parkeeraanbod.

    Artikel 2

    Het college van burgemeester en schepenen beslist om het masterplan te laten toelichten op één van de volgende zittingen van de gemeenteraad.

    Artikel 3

    Het college van burgemeester en schepenen beslist een infomarkt te organiseren, enerzijds voor de handelaar, anderzijds voor de Zonhovenaar.

    21.

    2021_CBS_01147 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - dag van de jeugdbeweging - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    21.

    2021_CBS_01147 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - dag van de jeugdbeweging - Goedkeuring

    2021_CBS_01147 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - dag van de jeugdbeweging - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake dag van de jeugdbeweging op vrijdag 22 oktober 2021 uit te vaardigen als volgt:

    Artikel 2

    Van woensdag 20 oktober 2021 om 6.00 uur tot vrijdag 22 oktober 2020 om 15.00 uur is het verboden stil te staan en te parkeren op parkeergedeelte ten westen van de kiosk.

    Artikel 3

    Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3 met gepast onderbord.

    Artikel 4

    Van vrijdag 22 oktober 2021 om 00.00 uur tot 15.00 uur is het verboden stil te staan en te parkeren op het volledige plein rond de kiosk.

    Artikel 5

    Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3 met gepast onderbord.

    Artikel 6

    Van vrijdag 22 oktober 2021 om 00.00 uur tot 15.00 uur is het verkeer van voertuigen verboden op het volledige plein rond de kiosk.

    Artikel 7

    Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3 met gepast onderbord.

    Artikel 8

    Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de voorgaande artikelen en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.

    Artikel 9

    Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.

    Artikel 10

    Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.

    Artikel 11

    De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.

    Artikel 12

    De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

    Artikel 13

    Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.

    Artikel 14

    Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

    22.

    2021_CBS_01148 - Problematiek everzwijnen in gebied Dennenweg-Sparrenweg - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    22.

    2021_CBS_01148 - Problematiek everzwijnen in gebied Dennenweg-Sparrenweg - Goedkeuring

    2021_CBS_01148 - Problematiek everzwijnen in gebied Dennenweg-Sparrenweg - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de problematiek dat een rotte everzwijnen zich schuilt houdt in het bosje tussen de Dennenweg - Sparrenweg. Meerdere meldingen met foto's van de dieren in de achtertuinen komen binnen bij de dienst. Gezien deze zone volledig omgeven is door straten en quasi volledig door bewoning, is het opportuun om de dieren hier weg te halen.  De vraag die voorligt, is op welke manier dit dient te gebeuren gezien de begrenzing van het gebied door bewoning.  Het gebied is ongeveer 5 hectare groot, waarvan 1 perceel van 33 are eigendom is van de gemeente. Het merendeel is eigendom van Kempisch Tehuis.

    Advies dienst contractmanagement:

    "Het betreffende bos gelegen tussen Sparrenweg, Vossenbergstraat, Dennenweg en Elstrekenweg is grotendeels omringd door woningen met tuinen, met hier en daar een onbebouwd perceel tussen het bos en de openbare wegen. Afhankelijk welk perceel je al dan niet meerekent om het bos te bepalen, is dit bos ongeveer 5,3ha groot en bestaat dit uit 8 verschillende percelen. De gemeente is eigenaar van 1 enkel perceel, 33 are groot. Het grootste perceel is eigendom van het Kempisch Tehuis (1,9ha). De overige 6 percelen zijn onverdeeld eigendom, voor elk perceel is dit verschillend en steeds van een aanzienlijk aantal individuen.

    Het jachtdecreet (art. 2) bepaalt dat een jachtdaad de handeling is waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In het decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad. Een wild zwijn valt onder het toepassingsgebied van “wild” (art. 3).

    Conform art. 7 van het jachtdecreet is het verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbende. Dit vormt geen probleem voor het perceel eigendom van de gemeente maar om te kunnen jagen op eender welk ander perceel is de toestemming van de (alle) eigenaar(s) van dat perceel nodig.

    Door de beperkte grootte van het bos is een jacht met geweer hoe dan ook niet mogelijk daar het jachtdecreet bepaalt dat de jacht met het geweer verboden is op elk jachtterrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan 40 hectaren. Daarnaast is het conform het jachtdecreet eveneens verboden in de richting van bebouwing te schieten indien dit minder op 150 meter bevindt, wat in dit relatief kleine bosje bijna altijd het geval is. (art. 8). "

    Er kan dus gejaagd worden op het perceel van de gemeente, maar niet met een geweer. Om de andere percelen te kunnen bejagen is er steeds de goedkeuring nodig van de eigenaars, maar dan opnieuw zonder geweer. 

    Gelet op bovenstaande, dient gekeken te worden naar een andere manier van bejaging zoals het werken met vangkooien. Er werd reeds contact gelegd met ANB, dhr. Engels, die beschikt over de nodige expertise over jacht. Hij meldt ons dat werken met vangkooien mogelijk is, op het perceel van de gemeente. De vraag rijst wie de vangkooien plaatst en daarna de eventueel gevangen everzwijnen afschiet. 

    Er wordt evenwel gewezen op het feit dat dergelijke maatregelen geen garantie bieden dat er zich na verloop van tijd niet opnieuw everzwijnen zouden gaan vestigen. Waarom vestigen de dieren zich in deze zone? Sluikstorten van voedsel? Vlucht door bejaging vanuit nabij gelegen gebieden? Een te grote populatie?

    Gezien de nodige expertise niet aanwezig is binnen onze organisatie en de vacature van everzwijncoördinator nog niet ingevuld is bij de provincie Limburg, wordt voorgesteld om op terrein te gaan met ANB, dhr. Engels en de WBE, dhr. Marc Ulenaers, om te komen tot een oplossing.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen vraagt aan het Agentschap Natuur en Bos en de WBE om een plaatsbezoek af te leggen om te komen tot de best mogelijke oplossing om de dieren in dit gebied weg te krijgen. 

    23.

    2021_CBS_01149 - Warmste Kerstbuurt 2021 - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    23.

    2021_CBS_01149 - Warmste Kerstbuurt 2021 - Goedkeuring

    2021_CBS_01149 - Warmste Kerstbuurt 2021 - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Door corona was het lange tijd moeilijk of niet mogelijk om een straatfeest te organiseren. Vorig jaar hebben we daar op ingespeeld door "de Warmste Kerstbuurt" te lanceren waarbij straten en buurten versierd werden in een kerstsfeer om op die manier buurbewoners op een "alternatieve" manier te laten samenkomen en het buurtgevoel te stimuleren op een coronaveilige manier. De reacties waren positief: 28 straten hebben meegedaan en hun straten mooi versierd. Ook de reacties van de inwoners waren positief. Veel Zonhovenaren hebben de versierde straten bezocht.

    Wij willen dit initiatief in 2021 herhalen. Niet alleen omdat het een succes was maar ook omdat de straatfeesten zelf voorlopig moeilijk op gang komen (overgangsjaar). Er zijn dit jaar tot nu toe 12 straatfeesten georganiseerd terwijl er tijdens een 'normaal jaar een 30-tal feesten georganiseerd worden. De meeste feesten vinden plaats in de zomerperiode maar de afgelopen zomer waren de coronamaatregelen nog niet voldoende versoepeld. Dat is momenteel wel terug het geval en wij willen daarom een oproep doen aan onze inwoners en aan de  straat- en buurtcomités om opnieuw deel te nemen aan het initiatief "De Warmste Kerstbuurt 2021". 

    Anders dan vorig jaar willen we deze aanvragen allemaal integreren en laten verlopen via het geldende subsidiereglement van straat-, buurt- en wijkfeesten. Belangrijk hierbij is dat deelnemers in dit geval wel degelijk een "activiteit" moeten organiseren om in aanmerking te komen voor de subsidie.

    In artikel 3 § 1 van het reglement lezen we: "Onder een straat-, buurt- en wijkfeest wordt in dit reglement verstaan: elke activiteit die zich richt tot alle inwoners van minstens één volledige straat of straatgedeelte met minimaal 20 geografisch gegroepeerde en geregistreerde huisnummers en die het buurtleven opwaardeert en ontmoeting stimuleert."

    Naar aanleiding van deelname aan de actie "De Warmste Kerstbuurt 2021" dienen de deelnemende straten dus zelf een "actie" te organiseren waarbij ontmoeting gestimuleerd wordt en het buurtleven opgewaardeerd wordt. Concreet kan het dan bijvoorbeeld gaan over een kerstborrel of nieuwjaarsdrink in de straat of buurt maar ook om het samen knutselen en aanbrengen van kerstversiering in de straat of buurt om een warme en gezellige kerstsfeer te creëren. Straten die willen meedingen naar de titel van "De Warmste Kerstbuurt 2021" dienen dit bij aanvraag van de subsidie expliciet te vermelden en zullen door een jury bezocht worden en beoordeeld worden op 3 criteria (elk 10 punten):

    1. creativiteit/originaliteit van de aangebrachte versiering
    2. samenwerking tussen de bewoners
    3. impact op het straatbeeld

    Om zoveel mogelijk straten te stimuleren om deel te nemen en hun straat op een originele en creatieve manier te versieren willen we dit jaar een "dubbele" prijs voorzien: enerzijds een straatnaambordje met de titel "Warmste Kerstbuurt 2021" (net zoals vorig jaar) en anderzijds een feestcheque van 500 euro, te gebruiken voor een traktatie of receptie voor de bewoners van de winnende straat. 

    Deelnemers kunnen hun aanvraag indienen via de gekende weg en uiterlijk op maandag 15 november (volgens het reglement moeten aanvragen minstens 4 weken op voorhand worden ingediend). De versiering dient klaar en geïnstalleerd te zijn uiterlijk op maandag 13 december. De jury zal de deelnemende straten bezoeken en beoordelen tussen 13 en 16 december en de winnaar kan bekend gemaakt worden op vrijdag 17 december.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen beslist om opnieuw een editie van de 'Warmste Kerstbuurt 2021" te organiseren en een oproep te doen naar straten/buurten om deel te nemen.

    Artikel 2

    De aanvragen van de "Warmste Kerstbuurt 2021" moeten verlopen volgens en voldoen aan de voorwaarden van het subsidiereglement voor straat-, wijk- en buurtfeesten en uiterlijk op maandag 15 november ingediend worden om van start te kunnen gaan op maandag 13 december. Deelnemers die willen meedingen naar de titel van "Warmste Kerstbuurt" dienen dit bij hun aanvraag expliciet te vermelden en zullen door een jury bezocht en beoordeeld worden.  

    Artikel 3

    Het college van burgemeester en schepenen beslist om de winnaar van "De Warmste Kerstbuurt 2021" een jaar lang een aangepast straatnaambord te bezorgen alsook een feestcheque te schenken ter waarde van 500 euro, te gebruiken voor een traktatie of receptie aan alle bewoners van de winnende straat. 

    24.

    2021_CBS_01152 - Algemene goedkeuring vergunningen "inname openbaar domein" voor terrassen - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    24.

    2021_CBS_01152 - Algemene goedkeuring vergunningen "inname openbaar domein" voor terrassen - Goedkeuring

    2021_CBS_01152 - Algemene goedkeuring vergunningen "inname openbaar domein" voor terrassen - Goedkeuring

    Motivering

    Verwijzingsdocumenten

    De brief van de Vlaamse Regering betreffende de verlenging van de uitzonderlijke maatregelen langs gewestwegen in het kader van de Covid-maatregelen.

    De richtlijnen voor winterterrassen van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg van september 2020.

    De email van de heer Cuylaerts van 12/10/2021, gericht naar de gemeente Zonhoven en specifiek de dienst Patrimonium, opgenomen in Topdesk onder het nummer 21M25037.

    Collegebesluit 2021_CBS_00051 d.d. 26/01/2021 betreffende de stopzetting van de looptijdverlenging van de uitbreiding terrassen in het kader van de versoepeling van de coronamaatregelen.

    Feiten context en argumentatie

    De heer Ferdy Cuylaerts vraagt om de vergunning van hun zomerterras te mogen verlengen en dit tot aan de start van de werken aan de Genkerbaan.

    Vandaar ligt de vraag voor aan het college van burgemeester en schepenen om een algemeen standpunt in te nemen voor wat de innames van het openbaar domein voor zomer- en winterterrassen betreft.

    Advies van de dienst Patrimonium:

    • Er dient eerst nagegaan te worden of de constructie voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling (of meldingsplicht) van een omgevingsvergunning.  
    • Indien de constructie vrijgesteld (of meldingsplichtig) is, dient er een vergunning "inname openbaar domein" aangevraagd en afgeleverd te worden.
    • Individuele  situaties moeten steeds afzonderlijk behandeld worden.  Mogelijk worden door de gemeente extra voorwaarden opgelegd.  Een weigering blijft ook steeds mogelijk.
    • Uitbreidingen, toegestaan in het kader van versoepelingen rond Covid-maatregelen, moeten volledig opgeruimd worden.
    • Illegale tijdelijke constructies of tijdelijke constructies met een vast karakter zijn niet toegestaan.
    • Goedkeuring voor het verlenen van vergunningen "inname openbaar domein" onder strikte voorwaarde dat er voldaan wordt aan alle voorwaarden zoals opgesteld in de Codex Politieverordeningen en het Politiereglement Horeca.  
      Dit betekent in de eerste plaats:
      1. Er mag geen terras geplaatst worden zonder vergunning.  
      2. Het terras mag enkel geplaatst worden volgens de voorwaarden in de vergunning, de betrokken wetgeving en de richtlijnen van de brandweer.
      3. Er moet elk jaar een aparte vergunning aangevraagd worden voor zomerterrassen en voor winterterrassen.
      4. Een vergunning voor zomerterrassen geldt van 1 maart tot en met 31 oktober, voor winterterrassen van 1 november tot en met einde februari.
      5. De terrassen mogen enkel uitgebaat worden tussen 9u 's morgens en 24u.
      6. De terrasconstructies moeten steeds eenvoudig verwijderbaar zijn.
      7. Het terras mag niet groter zijn dan als toegelaten in de vergunning.
      8. Ingangen van andere gebouwen moeten altijd vrij blijven. 
      9. De inname mag alleen gebeuren voor de eigen gevel, behalve na een de uitdrukkelijke en officiële toestemming van de betrokken buren.
      10. Aan de buitenkant van een terras moet er voor voetgangers op het trottoir altijd een volledig vrije doorgang van 1,5m voorzien blijven.  
      11. Er mag geen geluidshinder zijn door muziek of andere geluiden.
      12. Er mogen alleen losstaande meubels en decoraties geplaatst worden.  Het gaat om: tafels, stoelen, banken, zonnetenten, parasols en decoraties.
      13. Andere uitrusting moet altijd specifiek aangevraagd en vergund worden. (Enkele voorbeelden: verhoogde vloeren, verwarmingselementen, wind- en zonneschermen,...)
      14. Alle meubels moeten dagelijks binnen de inname opgestapeld (of binnengehaald) worden.
      15. Wanden, afbakeningen en windschermen mogen maximaal 1,2m hoog en altijd verplaatsbaar zijn.  
      16. Bijgevolg mogen er geen tenten, mini-huisjes, chalets of dergelijke en ook geen andere constructies met volledige wanden geplaatst worden.  Het maakt hierbij niet uit of de wanden geopend kunnen worden of niet.  Het maakt ook niet uit of het om 1 of meerdere wanden van de constructie gaat.
      17. Afval moet elke dag na einduur opgeruimd worden.
    • Bijkomend moet er voldaan worden aan alle richtlijnen van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg.
      Dit betekent in de eerste plaats:
      1. Het terras mag alleen verwarmd worden met elektriciteit, aardgas of warme luchtblazers en alleen op de manier zoals voorgeschreven door de brandweer.
      2. Verwarmingstoestellen moeten vast opgesteld worden.
      3. Er moeten voldoende blusmiddelen aanwezig zijn.
      4. Er mogen geen gemakkelijk brandbare materialen gebruikt worden.
      5. De gas- en/of elektrische installatie moet voor eerste gebruik en bij elke wijziging gekeurd worden door een externe dienst voor technische controle.
    • De handhaving bestaat uit volgende maatregelen en in deze volgorde:
      1. Een waarschuwing verbaal of schriftelijk gecommuniceerd door de politie.
      2. Een GAS-boete opgelegd door de gevolmachtigd ambtenaar, indien nodig begeleid door een proces verbaal opgemaakt door de politie
      3. Het intrekken van de vergunning en het verwijderen van het terras, zo nodig door de gemeente Zonhoven en op kosten van de aanvrager.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen besluit een principiële algemene goedkeuring te geven voor het verlenen van vergunningen voor terrassen op het openbaar domein.  Elke specifieke aanvraag, locatie en situatie moet steeds afzonderlijk onderzocht en behandeld worden.

    Artikel 2

    Het college gaat akkoord dat alle artikelen zoals vermeld in Codex Politieverordeningen, het Politiereglement Horeca en het GAS-reglement van de Politie Limburg Regio Hoofdstad, strikt moeten worden nageleefd. 

    Het college gaat akkoord dat alle richtlijnen van de Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, strikt moeten worden opgevolgd.

    Artikel 3

    Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord dat er door een gevolmachtigd ambtenaar en/of de politie opgetreden wordt indien de betrokken wetgeving, de reglementering of de voorwaarden opgelegd in de vergunningen niet nageleefd worden.

    25.

    2021_CBS_01150 - Aanstelling voltijds contractueel technisch assistent zaalwachter D1-D3 sector mens en maatschappij, afdeling socio-cultureel beleid sport : contract onbepaalde duur - Goedkeuring

    Goedgekeurd
    25.

    2021_CBS_01150 - Aanstelling voltijds contractueel technisch assistent zaalwachter D1-D3 sector mens en maatschappij, afdeling socio-cultureel beleid sport : contract onbepaalde duur - Goedkeuring

    2021_CBS_01150 - Aanstelling voltijds contractueel technisch assistent zaalwachter D1-D3 sector mens en maatschappij, afdeling socio-cultureel beleid sport : contract onbepaalde duur - Goedkeuring
    26.

    2021_CBS_01151 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

    Goedgekeurd
    26.

    2021_CBS_01151 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

    2021_CBS_01151 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming