Terug
Gepubliceerd op 13/10/2021

2021_CBS_01073 - Verpachting jachtrecht op gemeente-eigendom te "Groote Heide lot II" - Wijze van aanbesteden en lastenkohier - Principiële Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 05/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01073 - Verpachting jachtrecht op gemeente-eigendom te "Groote Heide lot II" - Wijze van aanbesteden en lastenkohier - Principiële Goedkeuring 2021_CBS_01073 - Verpachting jachtrecht op gemeente-eigendom te "Groote Heide lot II" - Wijze van aanbesteden en lastenkohier - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De lopende verpachting van volgende jachtrechten liep ten einde op 30 juni 2021:
- Wijvenheide – 4de afdeling – sectie C – groot 19ha 13a 85ca
- Groote Heide – lot I – 2de afdeling – sectie A – groot 48ha o8a 65ca
- Groote Heide – lot II – 2de afdeling – sectie A – groot 43ha 75a 97ca.

Er werd een procedure opgestart voor het openbaar verpachten van deze jachtrechten en de loten "Wijvenheide" en "Groote Heide – lot I" werden ook toegewezen.

Voor het lot "Groote Heide – lot II" werd geen bod uitgebracht dewelke aan de minimumprijs voldeed. Het college van burgemeester en schepenen besliste daarom op 20 juli 2021 om dit lot aan niemand toe te wijzen en de procedure opnieuw op te starten in april 2022.

Gelet op de everzwijnenproblematiek kwam de vraag om de procedure versneld opnieuw op te starten, met dien verstande dat er enkel zittend gejaagd kan worden, enkel op everzwijnen en aan een lagere minimumprijs.

De gemeenteraad is exclusief bevoegd de lastenvoorwaarden vast te stellen. Na goedkeuring van de nieuwe lastenvoorwaarden kan het college van burgemeester en schepenen de procedure opnieuw doorlopen.

Verwijzingsdocumenten

Het kadasterplan met aanduiding percelen opgenomen in het jachtrecht en de overeenkomst voor verpachting van jachtrechten Hasselt “Groote Heide lot II” dd. 25 juni 2012;

De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 21 juli 2021.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord om de verpachting van het jachtrecht op het lot "Groote Heide lot II", waarvan het plan is toegevoegd in bijlage, openbaar aan te besteden.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist volgende aanbestedingsvoorwaarden voor te stellen aan de gemeenteraad:

Artikel 1

Voorwerp
De gemeenteraad besluit dat onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden en lasten wordt overgegaan tot de aanbesteding van het jachtrecht van volgende lot:
- Groote Heide – lot II – 2de afdeling – sectie A – groot 43ha 75a 97ca.

De verpachting vindt plaats zonder waarborg voor de oppervlakte en wildstand.


Artikel 2

Aanbestedingsvoorwaarden: Bod
De verpachtingen zullen gebeuren op grond van geschreven biedingen onder gesloten en dan wel ter post per aangetekende zending dan wel persoonlijk door afgifte aan het onthaal ten laatste aangekomen bij het gemeentebestuur op vrijdag 26 november 2021 om 11 uur in het gemeentehuis te Zonhoven.

Indien meerdere personen een lot samen willen pachten, vermelden zij elk hun gegevens op hetzelfde formulier. Zij zijn allen evenveel verantwoordelijk voor het naleven van dit lastenkohier en voor de betaling van het pachtgeld.

De geschreven aanbiedingen worden als volgt opgesteld:

 Ondergetekende(n)
 … … … … … … (naam), voornamen en volledig adres)
(ev. bij meerdere:)… … … … … … (na(a)m(en), voornamen en volledig adres(sen))

na kennis te hebben genomen van de voorwaarden van het lastenkohier zoals goedgekeurd door de gemeenteraad dd. 25 oktober 2021 voor de verpachting van het jachtrecht waaraan hij zich zal houden, verklaart de jaarlijkse som van 
…………………..€ (in cijfers) 
… … … … … … Euro (voluit in letters)

aan te bieden, als pacht voor het jachtrecht op:
□  Groote Heide – lot II – 2de afdeling – sectie A – groot 43ha 75a 97ca

op eigendom van de gemeente Zonhoven volgens plan in bijlage.

Gedaan te Zonhoven (datum) (handtekening onderschrijver(s))

…….

Bijgevoegd:
I.g.v. natuurlijke persoon:
- Jachtverlof onderschrijvers
- Eventueel: Bewijs jagen met roofvogels
I.g.v. WBE:
- Statuten/huishoudelijk reglement
- Aanduiding leden die hier gaan jagen

De gesloten omslag moet als adres vermelden: “Gemeente Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven” en “Aanbieding voor verpachting van het jachtrecht”.

Om geldig deel te kunnen nemen aan de mededingingsprocedure en om in aanmerking te kunnen komen voor een eventuele toewijzing dient de onderschrijver een geldig jachtrechtverlof te bezitten of in de voorwaarden verkeren om een jachtverlof te verkrijgen voor 31/12/2021.

Door de wildbeheereenheid (WBE) dient - om in aanmerking te komen voor eventuele toewijzing op basis van het wettelijk toegekend voorkeurrecht - een afschrift van hun statuten en/of huishoudelijk reglement aangereikt te worden waaruit de omschrijving van het werkingsgebied blijkt, waarbinnen het lot moet liggen. De WBE dient erkend te zijn door het Agentschap Natuur en Bos. De WBE geeft dan aan wie van hun leden daar gaat jagen. Als bewijs moeten de wildbeheereenheden een afschrift van hun statuten en van hun huishoudelijk reglement bijbrengen waaruit de omschrijving van hun werkgebied blijkt én de conformiteit van deze documenten met het principe van de openbare aanbesteding.

Een vereniging van wie de statuten of het huishoudelijk reglement strijdig zijn met het principe van de openbare aanbesteding, wordt uitgesloten van deelname aan de openbare aanbesteding houdende de verpachting van jachtrechten. Zo onder meer wanneer de statuten of het huishoudelijk reglement de leden van de wildbeheereenheid op enigerlei wijze verbieden om nog een individueel bod te doen bij openbare verpachting van jachtrechten.

Recht hoger bod zittend jager en WBE

Op grond van de bepalingen van artikel 11 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 (B.S. van 7 september 1991) hebben de zittende jager en de plaatselijke WBE, zoals bedoeld in artikel 12 van het Jachtdecreet, het recht - voor zover zij deelgenomen hebben aan de aanbesteding - een hoger bod te doen. Het jachtrecht zal worden toegekend aan het hoogste bod zo dit hoger bod gedaan werd binnen de tien dagen volgend op de aanbesteding en meer dan één tiende hoger ligt dan de bij de openbare verpachting verkregen prijs.

Bij gelijk hoger bod tussen de zittend jager en de WBE geniet de zittende jager de voorkeur op voorwaarde dat hij geen inbreuk heeft gepleegd op de vroegere verpachtingsvoorwaarden. De onderschrijvende WBE’s zijn gehouden onmiddellijk alle nuttige bewijzen voor te leggen waaruit blijkt dat zij voldoen aan de bepalingen van artikel 12 van het Jachtdecreet.

Ook wanneer er noch door een zittend jager noch door een wildbeheereenheid een hoger bod gedaan werd, kan het bestuur beslissen om wanneer er twee of meer hoogste biedingen zijn, deze bieders de mogelijkheid te geven om een hoger bod te doen totdat er uiteindelijk één hoogste bod verkregen wordt.


Artikel 3

Aanbestedingsvoorwaarden: Minimumprijs
De minimum pachtprijs per hectare bedraagt: 15,00 euro

Wanneer de biedingen beneden de minimumpachtprijs zijn, kan het bestuur beslissen om ofwel het jachtrecht van de in artikel 1 vermelde loten niet te verpachting ofwel om over te gaan tot een nieuwe inschrijving tegen een lagere pachtprijs.


Artikel 4

Duur

Depacht van de jachtrechten aangegaan voor een termijn van bepaalde duur, zonder mogelijkheid tot stilzwijgende pachtvernieuwing.  De termijn vangt aan op 1 december 2021 en zal eindigen 30 juni 2026.

De pacht wordt niet automatisch verlengd en neemt sowieso een definitief einde op bovenstaand vernoemde data.

Elke partij heeft evenwel het recht om jaarlijks tegen de vervaldag een einde te stellen aan de overeenkomst tot verpachting van de jachtrechten, op voorwaarde dat minstens drie maanden op voorhand met een aangetekende brief de overeenkomst wordt opgezegd.  Ingeval van vroegtijdige opzegging door de pachter zonder gegronde reden wordt deze uitgesloten deel te nemen aan de eerstvolgende verpachting van het jachtrecht en van elke jachtverpachting gedurende de daaropvolgende vijf jaar.


Artikel 5

Eenmalige vergoeding
Naast de geboden pachtprijs moet degene aan wie de jachtrechten toegewezen worden een eenmalige forfaitaire vergoeding van 20% van de vastgestelde pachtprijs van één jaar betalen ter dekking van de onkosten van de openbare aanbesteding.


Artikel 6

Betaling
De pachtprijs moet jaarlijks overgeschreven worden op rekeningnummer BE84 0910 0049 7759 van het bestuur.  De pachtprijs moet de eerste maal binnen 15 dagen nadat de toewijzing aan de pachter schriftelijk meegedeeld werd, betaald worden samen met de in artikel 5 vermelde toeslag.  Nadien moet de pachtprijs jaarlijks ten laatste op de verjaardag van de inwerkingtreding van de overeenkomst op de rekening van het bestuur gestort worden.

De pachtprijs wordt gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen en wordt ieder jaar op de verjaardag van de inwerkingtreding van de pachtovereenkomst van de jachtrechten aangepast volgens de formule:

nieuwe pachtprijs = basispachtprijs x nieuw indexcijfer
                                            aanvangsindexcijfer

waarbij het aanvangsindexcijfer het consumptie-indexcijfer is van de maand waarin het bestuur de verpachting zal toewijzen.  Het nieuwe indexcijfer is het consumptie-indexcijfer van de maand die voorafgaat aan deze waarin de pachtaanpassing, conform wat hierboven werd gesteld, zal doorgevoerd worden.

Bij vertraging in de betaling zal vanaf de vijftiende dag na de dag van verzuim van betaling de wettelijke intrest van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd zijn op de geïndexeerde pachtprijs, alsook een bedrag van 100,00 euro voor verhoogde administratiekosten.

Wanneer de pachter na twee formele ingebrekestellingen van het bestuur binnen 8 dagen na de laatste waarschuwing niet overgegaan is tot betaling van de jacht, is de pachtovereenkomst van rechtswege ontbonden.  Het bestuur kan dan overgaan tot een nieuwe verpachting van de desbetreffende jachtrechten.  De eerste pachter wordt uitgesloten om gedurende de eerstvolgende vijf jaar deel te nemen aan alle aanbestedingen inzake verpachting van jachtrechten door het bestuur.


Artikel 7

Ondertekening
Alle akten worden geldig getekend op het adres van de administratieve zetel van het bestuur, Kerkplein 1 te Zonhoven.


Artikel 8

Vervreemding van de goederen
In geval van vervreemding van een gedeelte van de goederen die het voorwerp uitmaken van de pachtovereenkomst, wordt deze verbroken voor het vervreemde gedeelte van de goederen en de pachtprijs wordt vanaf de dag van de vervreemding verminderd naar verhouding tot de onttrokken oppervlakte, op voorwaarde dat de vermindering minstens 1 ha bedraagt.

Ingeval van vervreemding van het geheel van de goederen die het voorwerp uitmaken van de pachtovereenkomst, zal het bestuur een bepaling in de koopakte laten opnemen waardoor de pachtovereenkomst met de nieuwe eigenaar voorgezet zal worden tegen de hierna volgende voorwaarden.

Met name kan de nieuwe eigenaar een einde stellen aan de overeenkomst, mits een vooropzeg met een aangetekende brief van minstens drie maanden.  Hij kan van dit recht slechts gebruik maken gedurende de eerste drie maanden na de datum van het verwerven van de goederen.  Indien de nieuwe eigenaar gebruik maakt van dit recht kan de pachter van de nieuwe eigenaar een schadevergoeding eisen gelijk aan de pachtprijs voor het nog resterende gedeelte van het jaar van de verpachting van het jachtrecht.

Indien het bestuur zou nalaten een dergelijke clausule in de koopakte te laten opnemen, kan de pachter zich evenwel enkel richten tot het bestuur voor eventuele vergoeding van de geleden schade.  De verpachting van het jachtrecht zal echter van rechtswege beëindigd zijn door de verkoop.


Artikel 9

Overlijden of ontbinding van de pachter
Ingeval van overlijden van de pachter van het jachtrecht neemt de pachtovereenkomst een einde.

Zo de pachtovereenkomst afgesloten is met twee of meer personen, zal ingeval één of meer van hen overlijden, de pachtovereenkomst met de overige(n) voortgezet worden.   Deze(n) is (zijn) verplicht hiervan kennis te geven aan het bestuur binnen drie maanden na het overlijden van bedoelde persoon.

Wanneer de pachter een WBE is, zal de overeenkomst van rechtswege eindigen bij ontbinding en vereffening van de rechtspersoon.


Artikel 10

Pachtoverdracht en onderverpachting
De overdracht van de pacht en de onderverpachting van het jachtrecht zijn verboden.  Bij inbreuk op deze bepaling kan het bestuur de pacht onmiddellijk beëindigen met een aangetekende brief.  De initiële pachter zal evenwel verplicht zijn om de pachtsom van het lopende jaar volledig te betalen.


Artikel 11

Bejaging door andere personen
De pachter mag de terreinen, waarop hij het jachtrecht in pacht heeft, slechts bij uitnodiging laten bejagen door andere personen of door anderen dan zijn leden indien de pachter een WBE is, die indien zij met vuurwapens jagen eveneens houder moeten zijn van een geldig jachtverlof of indien zij jagen met roofvogels, roofvogels moeten hebben waarvan het bezit reglementair toegestaan is.


Artikel 12

Verplichtingen en verantwoordelijkheid pachter
§1. De pachter is als jachtrechthouder zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wettelijk vastgelegde administratieve verplichtingen die aan het uitoefenen van het jachtrecht verbonden zijn (o.a. de indiening van het jachtplan voor het uitoefenen van de jacht, de aanvraag van het afschotplan, het indienen van een faunabeheerplan, de afschotmeldingen en een wildrapport). 

§2. Het verpachtend bestuur is niet verantwoordelijk voor ongevallen die kunnen gebeuren ten gevolge van de jacht. De jagers handelen onder eigen verantwoordelijkheid en zien af van elke vorm van schadevergoeding door het verpachtend bestuur voor schade die zou veroorzaakt worden door de jacht of schade aan de jachtinfrastructuur (bv. jachtkansels).

De jagers zijn verantwoordelijk voor schade aan derden en het bestuur veroorzaakt door de uitoefening van hun jachtactiviteit.


Artikel 13

Veroordeling pachter
Indien één van de pachters een veroordeling mocht krijgen of onderwerp is als verdachte van een proces-verbaal op natuur-, bos- of jachtwetgeving tijdens de duur van de pacht, zal het verpachtend bestuur aan de pacht onmiddellijk een einde kunnen stellen aan deze pachter of aan alle pachters. Dit dient te gebeuren per aangetekende brief.

De opgezegde pachter moet in ieder geval de ganse pachtsom van het lopend jaar betalen. De pachter kan geen schadevergoeding eisen van het verpachtend bestuur als om voornoemde reden onmiddellijk beëindigd wordt.

Hij wordt daarenboven uitgesloten van deelname aan de jacht.


Artikel 14

Schade door bejaging
De pachter is verantwoordelijk voor alle schade die aan de eigendommen, vermeld in artikel 1,  toegebracht wordt, hetzij door hem zelf hetzij door de wachters die hij eventueel aanstelt, hetzij door andere personen die met hem jagen, hetzij door honden of roofvogels die voor de jacht gebruikt worden.

Welke ook de maatregelen mogen zijn genomen in uitvoering van voorgaande bepalingen of bij toepassing van de wettelijk voorgeschreven regelingen, zal de pachter ten opzichte van het verpachtende bestuur verantwoordelijk zijn voor de schade aan zijn bossen, zaailingen, aanplantingen en meer algemeen eigendommen veroorzaakt door het wild. Hetzelfde geldt voor schade op de verpachte goederen waarop derden (huurder, landbouwer-pachter van het verpachtende bestuur) eigendomsrechten hebben.

De schatting van de wildschade zal gemaakt worden door in onderling overleg aangeduide deskundigen, in aanwezigheid van de titularis van het jachtrecht en de afgevaardigde(n) van het verpachtende bestuur, die per aangetekende brief daartoe uitgenodigd worden.

Bij onenigheid zal het bedrag van de schade vastgesteld worden door een deskundige, aan te duiden door de vrederechter van de plaats waar de goederen gelegen zijn.   In dit laatste geval zijn de schattingskosten ten laste van de pachter van het jachtrecht.

Zo het bedrag van de wildschade dat van de jaarlijkse pachtprijs overtreft, zal de pachtovereenkomst kunnen opgezegd worden door het bestuur op het einde van het lopende pachtjaar.

Zo de pachter mocht nalaten de kosten en schadevergoeding te voldoen binnen de gestelde termijn, zal het verpachtende bestuur gebruik kunnen maken van dezelfde sancties als deze bepaald in artikel 7.

De pachter zal zich uit hoofde van de hierboven bepaalde maatregelen niet mogen beroepen op de schade, hem veroorzaakt door het toepassen van deze maatregelen, noch zich aan die maatregelen mogen onttrekken, noch enige hinderpaal mogen stellen tot de uitvoering ervan.  Deze maatregelen kunnen voor de pachter ook geen aanleiding zijn om pachtvermindering, vergoeding of enige verandering of verbreking van de overeenkomst te eisen.


Artikel 15

Schade aangrenzende eigenaars
De pachter is verantwoordelijk voor alle schadevergoeding die door de aangrenzende eigenaars zou kunnen gevorderd worden wegens schade veroorzaakt door het wild.


Artikel 16

Veranderingen bestemming percelen
De pachter zal geen vergoeding kunnen eisen van het bestuur wegens beplantingen, bosaanleggingen, verbeteringen of welke verandering ook het bestuur of derden zouden uitvoeren aan de verpachte gronden.  Deze regel zal ook gelden ten opzichte van de koper van gronden, toebehorende aan het bestuur.

Het bestuur houdt zich het recht voor bij toepassing van het bosdecreet de huidige exploitatievorm van de bossen te bepalen of te wijzigen, onder meer in verband met toeristische inrichting van deze bossen, waarvoor de jacht geen beperking mag vormen. Zo nieuwe gedeelten in de loop van de verpachting het voorwerp zouden zijn van een toeristische inrichting kan het verpachtende bestuur die gedeelten zelfs uit de verpachting nemen. De pachtprijs zal dan, vanaf de eerstvolgende vervaldag, worden verminderd evenredig met de vermindering in oppervlakte.

De pachter zal eveneens geen vergoeding kunnen eisen wanneer hij in het rustig genot van zijn pacht gestoord wordt door overmacht.


Artikel 17

Overlast door diersoorten
De pachter mag er zich in geen geval tegen verzetten dat ambtenaren en aangestelden van het agentschap Natuur en Bos overgaan tot het verdrijven of vernietigen van diersoorten, die schade aan de eigendommen zouden toebrengen of overlast bezorgen, zelfs met vuurwapens, overeenkomstig de wettelijke bepalingen.


Artikel 18

Vigerende wetten en reglementen
De pachter moet zich onderwerpen aan de wetten en reglementen toepasselijk op de jacht.   Hij zal van het bestuur geen vergoeding kunnen eisen wegens het weigeren van een jachtverlof of het niet (meer) erkennen van een WBE.

Indien de pachter zich niet houdt aan de toepasselijke wetten en reglementen toepasselijk op de jacht, kan het verpachtend bestuur deze overeenkomst eenzijdig onmiddellijk verbreken.


Artikel 19

Verbod plaatsen afsluitingen
De pachter van het jachtrecht mag, zonder een uitdrukkelijke en geschreven machtiging van het verpachtende bestuur, geen afsluitingen plaatsen op de gepachte eigendom, noch nabij de omtrek ervan.  De afsluitingen die hij zou gemachtigd worden te plaatsen, zullen nooit voor doel mogen hebben om wilde dieren het weglopen te beletten, noch op zo’n manier ingericht zijn dat het weglopen verhinderd wordt.

Daarentegen is de eigenaar het recht voorbehouden zo nodig de afsluitingen op te richten vereist om de bosgroei en inzonderheid de jonge plantsoenen te beschermen tegen verwoesting, aangericht door het wild, zonder dat de pachter daarin een reden kan vinden tot vergoeding, tot inkorting van de pacht of tot vernietiging van de pachtceel, noch een verzachting van zijn gebeurlijke verantwoordelijkheid.  Zo deze afgerasterde percelen wild bevatten moet de pachter dit wild daaruit verwijderen, zodra de ter plaatse bevoegde woudmeester er hem met een eenvoudige brief om verzoekt.

Zo de pachter in gebreke blijft zal het Agentschap Natuur en Bos het wild uit de afrastering verdrijven, zonder enige aansprakelijkheid voor eventuele schade van het wild.

De eventuele kosten verbonden aan het verdrijven van het wild vallen ten laste van de pachter, die altijd aansprakelijk blijft voor schade aangericht aan de eigendommen binnen de afrastering.


Artikel 20

Wetenschappelijke activiteiten
Het verpachtende bestuur of het Agentschap Natuur en Bos mogen te allen tijde over de volledig verpachte oppervlakte gelijk welke wetenschappelijke of technische activiteit toestaan.

De pachter mag geen enkele handeling stellen die de begunstigden van dergelijke vergunning zou hinderen.  De uitoefening van de jacht mag onder geen beding het normale vrije verkeer belemmeren van derden op de boswegen of in de gedeelten van het bos, waar hun aanwezigheid door het Bosdecreet of het Agentschap Natuur en Bos wettelijk toegelaten wordt, welke ook de reden is.  Geen vermindering van de pachtprijs kan gevraagd worden indien er storing is door overmacht.


Artikel 21

Jachtkansels
Jachtkansels mogen slechts met voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de ter plaatse bevoegde woudmeester van het Agentschap Natuur en Bos worden opgericht op plaatsen door deze te bepalen. Van het door de woudmeester goedgekeurde inplantingsplan zal kennis gegeven worden aan het bestuur. De nodige vergunningen inzake ruimtelijke ordening moeten door de pachter van het jachtrecht aangevraagd worden.


Artikel 22

Opleggen afschotplan
Zo nodig kan op advies van de bevoegde woudmeester het verpachtende bestuur een afschotplan opleggen aan de pachter.


Artikel 23

Verbod plaatsen borden
De pachter mag geen enkel bord of aanduiding met verbodsbepalingen op de goederen van het bestuur aanbrengen zonder voorafgaande vergunning van de voor het gebied bevoegde woudmeester van de Agentschap Natuur en Bos en van het verpachtende bestuur.   Alle borden, geplaatst zonder vergunning, zullen worden verwijderd en de pachter zal een boete van 250,00 euro betalen per onregelmatig geplaatst bord aan het verpachtende bestuur.


Artikel 24

Opschorting
Het verpachtend bestuur kan steeds de verpachting eenzijdig onmiddellijk opschorten wegens veiligheidsredenen, ecologische motieven (o.a. wolf en lynx) of andere wettelijke bepalingen. De pachtprijs wordt dan in mindering gebracht voor de periode dat niet gejaagd kan worden. Deze opschorting gebeurt per aangetekende brief.


Artikel 25

Niet-naleven
Het niet-naleven van één van de clausules van deze voorwaarden door de pachter van het jachtrecht kan leiden tot onmiddellijke verbreking van de overeenkomst zonder recht op enige vergoeding vanwege het bestuur, alsook uitsluiting tot deelname aan jachtverpachtingen gedurende vijf jaar.


Artikel 26

Uitvoering overeenkomst
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.


Artikel 27

BIJZONDERE VOORWAARDEN IN VERBAND MET JACHTUITOEFENING

Het verpachte jachtrecht in de terreinen die deel uitmaken van deze openbare aanbesteding is beperkt tot de jachtwijzen en soorten hierna bepaald:

    - Soorten:

De jacht onder deze openbare aanbesteding is beperkt tot enkel en alleen het wild zwijn (sus scrofa).

    - Jachtwijzen:

De jacht onder deze openbare aanbesteding is beperkt tot jacht met geweer vanop een jachtkansel.