Terug
Gepubliceerd op 13/10/2021

2021_CBS_01081 - OMV - Vergunning - Kleine Zouwstraat 37 - 2021/00176 - Gedeeltelijke goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 05/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01081 - OMV - Vergunning - Kleine Zouwstraat 37 - 2021/00176 - Gedeeltelijke goedkeuring 2021_CBS_01081 - OMV - Vergunning - Kleine Zouwstraat 37 - 2021/00176 - Gedeeltelijke goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.

De aanvraag werd op 27 mei 2021 ontvangen en op 23 juni 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 3 juli 2021 tot en met 1 augustus 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 10 mei 1979 werd een weigering van de verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen.   (7204.V.465/1)

Op 19 december 1979 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen.  (7204.V.465)

Op 31 augustus 1982 werd een verkavelingswijziging afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften, nl.:

In art. 9 par. A dient volgende zin weggelaten te worden:

“Derhalve voor de loten 2 en 3 waarvan de voorgevel op dezelfde bouwlijn ligt als de woning.”

Op 9 mei 1983 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1983/00046)

Op 21 januari 2002 werd een verkavelingswijziging afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften, nl.:

Gunstig voor het bouwen van kleinere constructies (zoals kippenhok, hondenhok, tuinhuisje) met een oppervlakte van maximum 12m².

Op 29 september 2015 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een bestaande woning en het regulariseren van een tuinmuur en een tuinhuis.  (2015/00086)

De aanvraag werd op 23 november 2018 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.

“De verkavelingsvoorschriften bepalen onder meer dat:

  • de hoogte tussen het wegpeil en de bovenkant van de kroonlijst gelegen moet zijn tussen 2,70m en 3,50m;
  • zadeldaken met een hellingsgraad tussen 30°en 45° verplicht zijn.

Er zal bij de dossierbehandeling dan ook een openbaar onderzoek georganiseerd moeten worden voor het afwijken van onder meer deze voorschriften.

Het voorzien van 2 bouwlagen met een plat dak kan positief beoordeeld worden.

Toch wensen wij u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van concreet dossier, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.  Het ontwerp voorziet een kroonlijsthoogte / dakrandhoogte gelegen tussen 2,80m en 3,55m ten opzichte van de as van de weg.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 3 juli 2021 tot en met 1 augustus 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen het BPA Centrum 3 – sociale woningbouw goedgekeurd op 17 december 1973 (Zouwstraat).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 33 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19 december 1979 door het college van burgemeester en schepenen. (7204.465)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik (1 woongelegenheid per lot)

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Inplanting (art. 1):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de open zijgevels dienen ingeplant te worden op minimum 3m van de perceelgrenzen, conform het verkavelingsplan.

De woning wordt ingeplant op minimum 0,30m van de achterste perceelgrens.

  • Materiaalkeuze (art. 2):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de gevels dienen uitgevoerd te worden in geel-rood genuanceerde baksteen.

De gevels van de bestaande woning zullen wit gekaleid worden en de uitbreiding zal uitgevoerd worden met donkergrijs gevelparament.

  • Dakhelling (art. 3):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de daken dienen uitgevoerd te worden met een dakhelling tussen 30° en 45°.

Het ontwerp voorziet een zadeldak met een dakhelling van 45° en de uitbreidingen worden voorzien van een plat dak.

  • Dakvensters (art. 4):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat in het dakvlak rechtstaande vensters met horizontale platte afdekking ingebouwd mogen worden.

Het ontwerp voorziet in het voorste dakvlak 2 dakvlakvensters en in het achterste dakvlak 3 dakvlakvensters.

  • Kroonlijsthoogte (art. 5):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de hoogte tussen het wegpeil en de bovenkant van de kroonlijst gelegen moet zijn tussen 2,70m en 3,50m.

Het ontwerp voorziet een kroonlijsthoogte / dakrandhoogte gelegen tussen 2,80m en 3,55m ten opzichte van de as van de weg.

  • Bouwdiepte (art. 6):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte 17m (i.f.v. de Burkweg) bedraagt.

Het ontwerp voorziet een bouwdiepte van maximum 21,12m (i.f.v. de Burkweg).

  • Bouwbreedte (art. 7):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat bouwbreedte (i.f.v. de Burkweg) maximum 2/3de van de kavelbreedte mag bedragen.

Het ontwerp voorziet een bouwbreedte van maximum 13,70m.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat de bestaande woning met een horizontale dakoppervlakte van 170m² wordt uitgebreid met een horizontale dakoppervlakte van 61,92m².  De bestaande woning beschikte niet over een hemelwaterput waardoor de horizontale dakoppervlakte met een maximum gelijk aan de oppervlakte van de uitbreiding, mee in rekening dient gebracht te worden, nl. 61,92m².

Uit de plannen blijkt dat een hemelwaterput voorzien wordt met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan.  De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6,9m²) en het volume (4 500 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde opgenomen worden dat voldaan moet worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.

De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 19/12/1979 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen op de hoek van de Kleine Zouwstraat en de Burkweg, beide gemeentewegen.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning.

De woning werd ingeplant i.f.v. de Kleine Zouwstraat.

De woning heeft 1 bouwlaag met een zadeldak.

De kroonlijsthoogte is gelegen op 2,92m en de nokhoogte op 6,05m ten opzichte van de as van de weg.

Tegen de linker zijgevel werd een tuinmuur opgericht met een breedte van 3m.

Tot slot werd een tuinhuis geplaatst met een oppervlakte van 15,16m².  Dit tuinhuis werd ingeplant tegen de linker- en achterste perceelgrens.

De huidige aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is aldus functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Momenteel bevindt zich reeds een garage in de woning.

Na het verbouwen en uitbreiden wenst de aanvrager de huidige garage te verbouwen tot berging en zal er in de uitbreiding een nieuwe garage voorzien worden.

Het stallen van voertuigen kan hierdoor geheel op eigen terrein gebeuren waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de Visueel-vormelijke elementen

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.

Deze verbouwing en uitbreiding omvat het vervangen van het zadeldak met een dakhelling van 30° naar een zadeldak met een dakhelling van 45°, het bijbouwen van een garage aan de linkerzijde van de woning, het aanbrengen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning.

Momenteel is de woning voorzien van een zadeldak met een hellingsgraad van 30°.  De dakverdieping wordt momenteel gebruikt als zolderruimte.

De aanvrager wenst de dakverdieping in te richten met slaapkamers, een badkamer en de technische ruimte.  Om meer ruimte te creëren op de dakverdieping wordt het bestaande zadeldak verwijderd en vervangen door een zadeldak met een dakhelling van 45°.

Hierdoor zal de kroonlijsthoogte van de woning gelegen zijn op 2,92m en de nokhoogte op 8,02m ten opzichte van de as van de weg (Kleine Zouwstraat).

De bebouwing in de omgeving varieert qua dakhelling en dakprofiel waardoor een zadeldak met een hellingsgraad van 45° niet als storend ervaren zal worden in het straatbeeld.

Om te voldoen aan de woonkwaliteit (qua lichtinval en verluchting) zullen zowel in het dak alsook in de zijgevels van de woning vensters aangebracht worden.  Het aanbrengen van deze vensters zal geen privacyhinder met zich meebrengen voor de aangrenzende percelen.

Aan de achterzijde van de woning bevindt zich ter hoogte van de keuken een niet-overdekt terras.  De aanvrager wenst dit terras te overkappen.

De terrasoverkapping met een oppervlakte van 20,72m² (3,70m x 5,60m) wordt ingeplant op 0,30m van de achterste perceelgrens (i.f.v. Kleine Zouwstraat).

Om het bouwvolume te beperken wordt de terrasoverkapping voorzien van een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 2,80m ten opzichte van de as van de weg (Kleine Zouwstraat).

De terrasoverkapping heeft een open karakter.

De terrasoverkapping heeft een beperkte oppervlakte, is ondergeschikt aan het hoofdvolume en heeft een open karakter.   Tevens werden geen bezwaarschriften ingediend door de eigenaars van de aanpalende percelen.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat het open karakter van de terrasoverkapping ten allen tijde behouden moet blijven.

Tot slot wenst de aanvrager de woning aan de linkerzijde uit te breiden.

Zoals eerder aangehaald zal de bestaande garage in de woning omgevormd worden tot berging.  Hierdoor zal in de uitbreiding een nieuwe garage voorzien worden.

De uitbreiding heeft een bouwbreedte van 4,12m en een bouwdiepte van 10m.  Hierdoor wordt de totale bouwbreedte van de woning gebracht op 21,12m.

De verkavelingsvoorschriften werden opgesteld met het oog op een inplanting in functie van de Burkweg.  Bijgevolg stellen de verkavelingsvoorschriften dat de maximale bouwdiepte (i.f.v. de Burkweg) 17m bedraagt.  Gezien de woning is ingeplant in functie van de Kleine Zouwstraat is de bouwbreedte dan ook de bouwdiepte volgens de verkavelingsvoorschriften.  Hierdoor wordt de maximale bouwdiepte van 17m dan ook ruim overschreden.

Door de ligging van het perceel (hoekperceel) is de huidige tuinzone reeds beperkt.  Momenteel beschikt de woning aan de achterzijde over een tuinzone met een diepte van 4m.  Aan de linkerzijde van de woning bevindt zich nog een tuinzone met een breedte van 11,50m.

Door de uitbreiding wordt deze reeds beperkte tuinzone herleid tot een breedte van 7,38m.  Om te spreken van een kwalitatieve buitenruimte wordt algemeen een tuinzone van minimum 10m gehanteerd.  Door de uitbreiding resteert er dan ook een onvoldoende kwalitatieve tuinzone.

Hiermee rekening houdend kan niet akkoord gegaan worden met de voorgestelde uitbreiding van de woning.

Om de last van het autobezit niet geheel af te schuiven op het openbaar domein en dus het stallen van voertuigen geheel op eigen terrein op te vangen wordt als voorwaarde opgenomen dat de garage in het bestaande bouwvolume behouden moet blijven.

Bodemreliëf

Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinniveau ongewijzigd en dus behouden blijft.

De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) o.w.v. een overdreven bouwdiepte i.f.v. de Burkweg en een onvoldoende kwalitatieve tuinzone.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Het open karakter van de terrasoverkapping moet ten allen tijde behouden blijven.
  • De garage in het bestaande bouwvolume moet behouden blijven.  De poort in de voorgevel (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) mag dan ook niet dichtgemaakt worden.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is gedeeltelijk verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp gedeeltelijk verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is gedeeltelijk vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig.

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier ongunstig voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat).

De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het open karakter van de terrasoverkapping moet ten allen tijde behouden blijven.
  2. De garage in het bestaande bouwvolume moet behouden blijven.  De poort in de voorgevel (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) mag dan ook niet dichtgemaakt worden.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  13. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  14. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook (i.f.v. de Burkweg en de Kleine Zouwstraat) mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  22. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.  Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat), zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat), zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. Het open karakter van de terrasoverkapping moet ten allen tijde behouden blijven.
  2. De garage in het bestaande bouwvolume moet behouden blijven. De poort in de voorgevel (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) mag dan ook niet dichtgemaakt worden.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  13. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  14. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook (i.f.v. de Burkweg en de Kleine Zouwstraat) mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  21. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  22. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.  Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.