Terug
Gepubliceerd op 13/10/2021

2021_CBS_01080 - OMV - Vergunning - 7204.V.99_01_01 gelegen langs Haagstraat 10 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 05/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01080 - OMV - Vergunning - 7204.V.99_01_01 gelegen langs Haagstraat 10 - Goedkeuring 2021_CBS_01080 - OMV - Vergunning - 7204.V.99_01_01 gelegen langs Haagstraat 10 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt.

De aanvraag werd op 1 juni 2021 ontvangen en op 30 juni 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 10 juli 2021 tot en met 8 augustus 2021.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

7204.V.99/01: Op 29 juni 1999 werd er een verkavelingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verkavelen van grond in 4 loten voor vrijstaande bebouwing. 

De aanvraag werd verschillende malen in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. De perceelconfiguratie van lot 1 wordt gewijzigd door enerzijds de linker perceelgrens loodrecht te leggen op voorliggende rooilijn en door anderzijds het achterste gedeelte van het lot uit de verkaveling te sluiten.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 10 juli 2021 tot en met 8 augustus 2021. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 29 juni 1999 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.99/01. De kavels kregen als bestemming residentieel gebruik.

Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De bestaande verkaveling werd vergund in woongebied met landelijk karakter. Het wijzigen van de kavelgrens van lot 1 wijzigt niets aan bestemming van het gewestplan. De aanvraag voldoet principieel aan deze bestemmingsvoorschriften.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 30 juni 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. 

OVERIGE REGELGEVING

Erfdienstbaarheden

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het wijzigen van de perceelconfiguratie van lot 1 door enerzijds de linker perceelgrens loodrecht te leggen op voorliggende rooilijn en door anderzijds het achterste gedeelte van het lot uit de verkaveling te sluiten.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

De verkaveling is gelegen in een rustige woonstraat in het gehucht Kolveren. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen bebouwing. Voorliggende aanvraag heeft betrekking op lot 1 van de bestaande verkaveling. Het lot is momenteel onbebouwd en heeft een breedte op de rooilijn van 14,5 meter en een gemiddelde diepte van ca. 76 meter. 

Door de linker perceelgrens loodrecht te leggen op voorliggende rooilijn wordt er een rechthoekige bouwstrook gecreëerd i.p.v. de bestaande trapeziumvormige bouwstrook, hetgeen niet alleen de constructie ten goede komt (er kan hierdoor een ruimere woning gebouwd worden) maar waardoor ook het lot qua perceelconfiguratie aansluit met de rechts aanpalende loten. Lot 1 krijgt na het verleggen van de linker perceelgrens immers een breedte op de rooilijn van 17,92 meter.

Ook wordt het achterste gedeelte van het lot 1 uit de verkaveling gesloten. Hierdoor houdt lot 1 een perceeldiepte van ca. 50 meter over, hetgeen ruim voldoende is binnen een woongebied met landelijk karakter. De achterliggende grond wordt voorlopig bij het perceel 319E17 gevoegd. In de toekomst kan perceel 319E17 nog verder verkaveld worden.

De voorgestelde wijziging is niet strijdig met de goede ruimtelijke aanleg van de omgeving en is aanvaardbaar binnen het straatbeeld.

De bestaande verkavelingsvoorschriften blijven integraal behouden, met uitzondering van volgende aanpassingen:

  • “2.1.1. Bestemming: één – of tweegezinswoningen”

Dit wordt gewijzigd naar:

“2.1.1. Bestemming: uitsluitend eengezinswoningen”

  • “2.2. Vrijstaande bijgebouwen:”

Dit voorschrift wordt aangevuld met: “Vrijstaande bijgebouwen in de achtertuin mogen geen garagefunctie hebben.”

Deze aanpassingen worden doorgevoerd om enerzijds een verdichting binnen dit buitengebied te beperken en anderzijds een overdreven verhardingsgraad te voorkomen.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving. 

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
    - De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    - Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
    - Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  2. De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften, goedgekeurd bij de verkavelingsvergunning dd. 29 juni 1999, blijven integraal van toepassing. De bestaande verkavelingsvoorschriften blijven integraal behouden, met uitzondering van volgende aanpassingen:
  • “2.1.1. Bestemming: één – of tweegezinswoningen”
    Dit wordt gewijzigd naar:
    “2.1.1. Bestemming: uitsluitend eengezinswoningen”
  • “2.2. Vrijstaande bijgebouwen:”
    Dit voorschrift wordt aangevuld met: “Vrijstaande bijgebouwen in de achtertuin mogen geen garagefunctie hebben.”

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:
    - De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    - Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.
    - Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 
  2. De oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften, goedgekeurd bij de verkavelingsvergunning dd. 29 juni 1999, blijven integraal van toepassing. De bestaande verkavelingsvoorschriften blijven integraal behouden, met uitzondering van volgende aanpassingen:
  • “2.1.1. Bestemming: één – of tweegezinswoningen”
    Dit wordt gewijzigd naar:
    “2.1.1. Bestemming: uitsluitend eengezinswoningen”
  • “2.2. Vrijstaande bijgebouwen:”
    Dit voorschrift wordt aangevuld met: “Vrijstaande bijgebouwen in de achtertuin mogen geen garagefunctie hebben.”

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.