STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het aanleggen van een (zwem)vijver.
De aanvraag werd op 20/07/2021 ontvangen en op 18/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Geregulariseerd/ hersteld met uitvoering omgevingsvergunning dd. 29/01/2019.
Huidige aanvraag betreft een nieuwe aanvraag voor de aanleg van een (zwem)vijver dewelke de reeds vergunde vijver binnen dossier 2019/00112 zal vervangen (werd niet uitgevoerd).
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen maart 2021 en juli 2021 (VB_2013_19).
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt niet dat op het perceel van de aanvraag nog constructies en/of handelingen werden opgericht/ uitgevoerd, waarvoor geen vergunning verleend werd.
Milieu
Volgende melding werd afgeleverd:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in natuurgebied en deels voorbehouden als reservatiestrook.
De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.
In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.
De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden.
In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk.
De reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden zijn die waar perken kunnen worden opgesteld aan de handelingen en werken ten einde de nodige ruimten te reserveren voor de uitvoering van werken van openbaar nut, of om deze werken te beschermen of in stand te houden.
Gewestplanwijziging
Bij besluit van de Vlaamse Regering van 30-04-1996 en van 6-10-2000 werd het gewestplan deels
gewijzigd.
Enerzijds werd het militair domein herbestemd naar zone voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s en naar pleisterplaats voor nomaden en woonwagenbewoners en anderzijds werd de reservatiestrook ten oosten van het centrum geschrapt.
De reservatiestrook werd ook op voorliggend perceel geschrapt.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.
Er worden drie deelgebieden als een perimeterplan afgebakend met een aanvullend voorschrift dat onder voorwaarden van toepassing is. Dit voorschrift wijzigt het gewestplan niet. De drie perimeterplannen zijn:
Het voorschrift behorend bij het RUP is slechts onder volgende voorwaarden van toepassing:
De aanvraag is gelegen binnen perimeterplan Heidegebied.
Voorschriften RUP - Artikel 4 DE INRICHTING VAN DE BUITENRUIMTE – TUINEN
De tuin is een zone in een straal van 10 m rond de woning. Verharding moet beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke toegangen en paden naar de woning. Deze paden moeten uitgevoerd worden in kleinschalige, waterdoorlatende materialen. De aanleg van een buitenterras door middel van verharding is enkel direct aansluitend bij het hoofdgebouw van de woning toegestaan en dit met een maximum oppervlakte van 20.00 m2. Een natuurlijke, landschappelijk te integreren (zwem)vijver of poel is toegestaan. De beplantingen zullen bestaan uit streekeigen standplaats gebonden soorten. Het betreft beplanting, of plantengroei die van nature, spontaan voorkomt bij de fysische omstandigheden die zich in de streek en/of op deze specifieke plaats voordoen. Deze planten kunnen zowel van autochtone oorsprong zijn, dan wel in het verleden ingevoerd en inmiddels geïntegreerd zijn in het natuurlijk milieu. De tuinen en de buitenruimte moeten qua inrichting inspelen op de karakteristieken van het omgevende landschap. De percelen worden afgebakend met landschappelijke hagen, haagkanten, houtkanten, een houtwal, solitair bomen of bomenrijen of afhankelijk van de plaats wordt de buitenruimte open gehouden, om zichten te bewaren. Vertuining mag enkel in de directe omgeving van het hoofdgebouw, dit in een straal van 10.00 m rond de woningen, is niet waarneembaar van uit het landschap in de omgeving. Dat wil zeggen dat het niet zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. Op die manier is de oppervlakte van de tuinkavel beperkt.
Het aangevraagde voldoet aan de voorschriften en voorwaarden van het RUP.
Een landschappelijk geïntegreerde natuurlijke (zwem)vijver wordt aangelegd binnen de strook van 10m rond de woning, reeds aanwezige verhardingen worden ingeperkt en beplantingen zijn voorzien.
Met betrekking tot de inrichting van de buitenruimte algemeen, werd de aanvraag overgemaakt aan het agentschap Natuur en Bos.
Op 16/09/2021 werd door het agentschap Natuur en Bos vastgesteld dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad (zie volledig advies onder “Overige regelgeving – Natuurdecreet”).
De aanvraag voldoet principieel niet aan de bestemmingsvoorschriften maar voldoet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het geldende ruimtelijk uitvoeringsplan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing gezien de overloop van de vijver infiltreert op eigen terrein en verhardingen waterdoorlatend worden aangelegd en/of infiltreren op eigen terrein.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Individueel te optimaliseren buitengebied”.
Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit / zwemvijver dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.
Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Natuurdecreet
De aanvraag ligt binnen een natuurgebied, binnen een speciale beschermingszone zijnde habitatgebied en binnen VEN “De Teut – Tenhaagdoornheide”.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.
In het advies van 16/09/2021 van het agentschap Natuur en Bos wordt aangegeven dat de bestaande natuurwaarden niet geschaad worden:
“Wij hebben uw vraag om advies op naam van Joris Valkenborgh, te Zonhoven, met referentie 2021122961 goed ontvangen.
De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-215631.
Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad.
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mail adres van AVES.
Wij brengen verder geen schriftelijk advies uit.
Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.”
Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 1 maart tot 1 juli.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het aanleggen van een (zwem)vijver bij een zonevreemde woning.
Op 13/08/2019 werd reeds een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een (zwem)vijver doch deze werd niet uitgevoerd. Met de huidige aanvraag wenst men een opnieuw een (zwem)vijver aan te vragen met gewijzigde afmetingen en inplanting alsook worden verhardingen en beplantingen in de tuinzone aangepast.
De vijver wordt rechts achteraan de woning voorzien, binnen de 10m-zone, aansluitend op het terras van de woning.
Het terras van 19,8m² wordt (her)aangelegd in een kasseiverharding en daarachter wordt een (zwem)vijver aangelegd over een breedte van 13,50m en een lengte van 3,25m. De plantenfilter voor natuurlijke zuivering wordt aan de rechterzijde van het terras aangelegd (4,90m x 2,40m).
De diepte van het zwemgedeelte van de vijver bedraagt 1,50m en via een hellend vlak wordt overgegaan naar de ondiepe zone met een diepte tot 0,60m.
Het betreft een natuurlijke vijver met een strak uiterlijk door de rechthoekige vorm.
De vijver zal tevens de terreinovergang vormen tussen terras en de 0,80m lager liggende tuinzone. Door het voorzien van een lichte talud met beplanting aan een gedeelte van de vijver zal deze laatste voldoende integreren in de omgeving. Tussen de beplanting en de vijver is een looppad in hout voorzien, de zichtbaar blijvende wanden van de zwemvijver met een hoogte tot max. 0,60m, worden uitgevoerd met een stalen afranding.
De bestaande grindverharding aan de linkerzijde van de woning wordt verminderd tot een pad van ca. 1m breed langsheen de gevellijn. Alle verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende materialen (kasseiverharding met open voeg, grindverharding en hout).
Er worden rond de woning ook diverse bloemborders (insektenborders) voorzien, een kruidenbak aan het terras en de plantenfilter met inheemse waterzuiverende planten.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
Voorschriften RUP - Artikel 4 DE INRICHTING VAN DE BUITENRUIMTE – TUINEN
De tuin is een zone in een straal van 10 m rond de woning. Verharding moet beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke toegangen en paden naar de woning. Deze paden moeten uitgevoerd worden in kleinschalige, waterdoorlatende materialen. De aanleg van een buitenterras door middel van verharding is enkel direct aansluitend bij het hoofdgebouw van de woning toegestaan en dit met een maximum oppervlakte van 20.00 m2. Een natuurlijke, landschappelijk te integreren (zwem)vijver of poel is toegestaan. De beplantingen zullen bestaan uit streekeigen standplaats gebonden soorten. Het betreft beplanting, of plantengroei die van nature, spontaan voorkomt bij de fysische omstandigheden die zich in de streek en/of op deze specifieke plaats voordoen. Deze planten kunnen zowel van autochtone oorsprong zijn, dan wel in het verleden ingevoerd en inmiddels geïntegreerd zijn in het natuurlijk milieu. De tuinen en de buitenruimte moeten qua inrichting inspelen op de karakteristieken van het omgevende landschap. De percelen worden afgebakend met landschappelijke hagen, haagkanten, houtkanten, een houtwal, solitair bomen of bomenrijen of afhankelijk van de plaats wordt de buitenruimte open gehouden, om zichten te bewaren. Vertuining mag enkel in de directe omgeving van het hoofdgebouw, dit in een straal van 10.00 m rond de woningen, is niet waarneembaar van uit het landschap in de omgeving. Dat wil zeggen dat het niet zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. Op die manier is de oppervlakte van de tuinkavel beperkt.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua inplanting, landschappelijke integratie, materiaalgebruik en omvang.
De zwemvijver situeert zich binnen de 10m-zone rond de woning, sluit aan op het terras achter de woning en vormt een overgang tussen het niveau van het terras en lager gelegen tuinzone (-80cm lager). Het betreft een natuurlijke (zwem)vijver met een strakke rechthoekige vorm (13,5m x 3,25m en een maximale diepte tot 1,50m) die omrand wordt met diverse plantenzones.
Er wordt een helling voorzien tussen het diepere zwemgedeelte en een minder diepe zone in functie van gebruik en veiligheid voor wilde dieren en amfibieën.
Hier dient opgemerkt dat in de ondiepe zone het water nog steeds 60cm diep is. Voor amfibieën en kleiner wild is dit geen praktisch haalbare diepte om het water te verlaten.
Ter voorkoming van versnippering en verdrinking onder niet-vliegende fauna is het vervangen van verticale harde oevers door natuurvriendelijke oevers een effectieve maatregel. Waar het creëren van natuurvriendelijke oevers niet haalbaar is, zijn fauna-uitstapplaatsen (FUP’s) een noodzakelijke maatregel om sterfte onder te water geraakte fauna, die niet tegen de steile oeverafwerking op kan klimmen, te voorkomen. Op een FUP kunnen te water geraakte dieren weer op de oever klimmen. Voor FUP’s geldt: hoe breder, hoe beter, maar een FUP van 1 meter breed wordt in veel gevallen al zeer goed gebruikt. (bron: https://www.mjpo.nl/downloads/202/leidraad-2013-bijlagen[1].pdf )
Er moeten zachte hellingen worden gecreëerd zodat dieren die in de vijver afdalen of er in vallen, er gemakkelijk weer kunnen uit komen.
In de ondiepe zone van de zwemvijver dient eveneens een gedeelte in lichte helling voorzien te worden van de bodem tot de randhoogte als fauna uitstapplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat in de ondiepe zone van de zwemvijver eveneens een gedeelte in lichte helling voorzien wordt van de bodem tot de randhoogte als fauna uitstapplaats.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren.
De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat in de ondiepe zone van de zwemvijver ook een lichte helling tussen het ondiepe watergedeelte en de rand voorzien wordt als fauna uitstapplaats.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een (zwem)vijver mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het aanleggen van een (zwem)vijver, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 28/09/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het aanleggen van een (zwem)vijver, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.