Terug
Gepubliceerd op 13/10/2021

2021_CBS_01079 - OMV - Vergunning - Krijnswijerweg 1 - 2021/00228 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 05/10/2021 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2021_CBS_01079 - OMV - Vergunning - Krijnswijerweg 1 - 2021/00228 - Goedkeuring 2021_CBS_01079 - OMV - Vergunning - Krijnswijerweg 1 - 2021/00228 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het aanleggen van een (zwem)vijver.

De aanvraag werd op 20/07/2021 ontvangen en op 18/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1955/00092: bouwvergunning op 16/07/1965 voor het bouwen van een landhuis;
  • 1969/00186: bouwvergunning op 27/10/1969 voor het verbouwen van een landhuis;
  • 2013/00205: WEIGERING stedenbouwkundige aanvraag op 04/02/2014 voor de reconstructie van het dak en de regularisatie van een veranda en tuinberging;
  • 2014/00079: stedenbouwkundige vergunning op 09/09/2014 voor de reconstructie van het dak na brand;
  • 2018/00150: omgevingsaanvraag voor het slopen van niet vergunde constructies en verbouwen van de (zonevreemde) woning - ONVOLLEDIG;
  • 2018/00199: omgevingsvergunning op 29/01/2019 voor het regulariseren en verbouwen van een eengezinswoning;
  • 2019/00112: omgevingsvergunning op 13/08/2019 voor het aanleggen van een vijver en het gedeeltelijk ophogen van het terrein;
  • BI/2017/0004: bouwmisdrijf voor het verbouwen van een zonevreemde woning, strijdig met de stedenbouwkundige vergunning van 09/09/2014  -  PV dd. 12 december 2017. Er werd een herstelvordering opgelegd waarbij de volgende handelingen werden bevolen:
    - Het afbreken van de veranda en houten berging 
    - Het verwijderen van de niet vergunde constructies op de percelen 994D en 993D,
    - Het verwijderen van de beplanting en omheining op perceel 993D.
    - Het verwijderen van de inritten in kassei- en klinkerverharding en herlocalisatie van de inrit; 
    - Het verwijderen van het pad met een breedte van ca. 1m aangelegd in arduintegels; 
    - Het aanpassen van de dakkappellen zodat deze conform zijn met de vergunde plannen van 9 september 2014.

Geregulariseerd/ hersteld met uitvoering omgevingsvergunning dd. 29/01/2019.

  • KL/2020/00018: klacht nav het plaatsen van een gesloten afsluiting (draad en rietmatten) in natuurgebied en gebruik schutstal schapen niet conform vergunning – vermoedelijke inrichting van het terrein als tuinzone. Dossier afgehandeld op 08/03/2021 – herstel inrichting en gebruik.

Huidige aanvraag betreft een nieuwe aanvraag voor de aanleg van een (zwem)vijver dewelke de reeds vergunde vijver binnen dossier 2019/00112 zal vervangen (werd niet uitgevoerd).

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen maart 2021 en juli 2021 (VB_2013_19).

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt niet dat op het perceel van de aanvraag nog constructies en/of handelingen werden opgericht/ uitgevoerd, waarvoor geen vergunning verleend werd. 

Milieu

Volgende melding werd afgeleverd:

  • 3VL656/nde – melding lozing NHA en ondergrondse mazoutopslag 5000 L op 19/02/1992.

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in natuurgebied en deels voorbehouden als reservatiestrook.

De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.

In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.

De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden. 

In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk.

De reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden zijn die waar perken kunnen worden opgesteld aan de handelingen en werken ten einde de nodige ruimten te reserveren voor de uitvoering van werken van openbaar nut, of om deze werken te beschermen of in stand te houden.

Gewestplanwijziging

Bij besluit van de Vlaamse Regering van 30-04-1996 en van 6-10-2000 werd het gewestplan deels

gewijzigd.

Enerzijds werd het militair domein herbestemd naar zone voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s en naar pleisterplaats voor nomaden en woonwagenbewoners en anderzijds werd de reservatiestrook ten oosten van het centrum geschrapt.

De reservatiestrook werd ook op voorliggend perceel geschrapt.

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018. 

Er worden drie deelgebieden als een perimeterplan afgebakend met een aanvullend voorschrift dat onder voorwaarden van toepassing is. Dit voorschrift wijzigt het gewestplan niet. De drie perimeterplannen zijn:

  • Het vijvergebied
  • Het heidegebied
  • De voormalige reservatiezone A24

Het voorschrift behorend bij het RUP is slechts onder volgende voorwaarden van toepassing:

  • Namelijk enkel voor bestaande, niet – verkrotte, hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte gebouwen die een vergunde of vergund geachte residentiële hoofdfunctie, ééngezinswoning of een vergunde of vergund geachte functie als woningbijgebouw hebben.
  • Voor de gronden waarop ze staan en de tuinen en de omgeving bij de woningen in ruimtelijk kwetsbaar gebied.
  • Er moet voldaan zijn aan de inrichting van de buitenruimte (artikel 4 en 5 van het voorschrift).
  • Er moet voldaan zijn aan het systeem van een gescheiden rioleringsstelsel.

De aanvraag is gelegen binnen perimeterplan Heidegebied.

Voorschriften RUP - Artikel 4 DE INRICHTING VAN DE BUITENRUIMTE – TUINEN
 De tuin is een zone in een straal van 10 m rond de woning. Verharding moet beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke toegangen en paden naar de woning. Deze paden moeten uitgevoerd worden in kleinschalige, waterdoorlatende materialen. De aanleg van een buitenterras door middel van verharding is enkel direct aansluitend bij het hoofdgebouw van de woning toegestaan en dit met een maximum oppervlakte van 20.00 m2. Een natuurlijke, landschappelijk te integreren (zwem)vijver of poel is toegestaan. De beplantingen zullen bestaan uit streekeigen standplaats gebonden soorten. Het betreft beplanting, of plantengroei die van nature, spontaan voorkomt bij de fysische omstandigheden die zich in de streek en/of op deze specifieke plaats voordoen. Deze planten kunnen zowel van autochtone oorsprong zijn, dan wel in het verleden ingevoerd en inmiddels geïntegreerd zijn in het natuurlijk milieu. De tuinen en de buitenruimte moeten qua inrichting inspelen op de karakteristieken van het omgevende landschap. De percelen worden afgebakend met landschappelijke hagen, haagkanten, houtkanten, een houtwal, solitair bomen of bomenrijen of afhankelijk van de plaats wordt de buitenruimte open gehouden, om zichten te bewaren. Vertuining mag enkel in de directe omgeving van het hoofdgebouw, dit in een straal van 10.00 m rond de woningen, is niet waarneembaar van uit het landschap in de omgeving. Dat wil zeggen dat het niet zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. Op die manier is de oppervlakte van de tuinkavel beperkt. 

Het aangevraagde voldoet aan de voorschriften en voorwaarden van het RUP. 

Een landschappelijk geïntegreerde natuurlijke (zwem)vijver wordt aangelegd binnen de strook van 10m rond de woning, reeds aanwezige verhardingen worden ingeperkt en beplantingen zijn voorzien.

Met betrekking tot de inrichting van de buitenruimte algemeen, werd de aanvraag overgemaakt aan het agentschap Natuur en Bos.

Op 16/09/2021 werd door het agentschap Natuur en Bos vastgesteld dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad (zie volledig advies onder “Overige regelgeving – Natuurdecreet”).

De aanvraag voldoet principieel niet aan de bestemmingsvoorschriften maar voldoet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het geldende ruimtelijk uitvoeringsplan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing gezien de overloop van de vijver infiltreert op eigen terrein en verhardingen waterdoorlatend worden aangelegd en/of infiltreren op eigen terrein.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Individueel te optimaliseren buitengebied”. 

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

  • Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
  • Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit / zwemvijver dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Natuurdecreet

De aanvraag ligt binnen een natuurgebied, binnen een speciale beschermingszone zijnde habitatgebied en binnen VEN “De Teut – Tenhaagdoornheide”.

De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.

In het advies van 16/09/2021 van het agentschap Natuur en Bos wordt aangegeven dat de bestaande natuurwaarden niet geschaad worden:

“Wij hebben uw vraag om advies op naam van Joris Valkenborgh, te Zonhoven, met referentie 2021122961 goed ontvangen.

De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-215631.

Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad.

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:

  • Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mail adres van AVES.

Wij brengen verder geen schriftelijk advies uit.

Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.”

Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 1 maart tot 1 juli.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften. 

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het aanleggen van een (zwem)vijver bij een zonevreemde woning.

Op 13/08/2019 werd reeds een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een (zwem)vijver doch deze werd niet uitgevoerd. Met de huidige aanvraag wenst men een opnieuw een (zwem)vijver aan te vragen met gewijzigde afmetingen en inplanting alsook worden verhardingen en beplantingen in de tuinzone aangepast.

De vijver wordt rechts achteraan de woning voorzien, binnen de 10m-zone, aansluitend op het terras van de woning.

Het terras van 19,8m² wordt (her)aangelegd in een kasseiverharding en daarachter wordt een (zwem)vijver aangelegd over een breedte van 13,50m en een lengte van 3,25m. De plantenfilter voor natuurlijke zuivering wordt aan de rechterzijde van het terras aangelegd (4,90m x 2,40m).

De diepte van het zwemgedeelte van de vijver bedraagt 1,50m en via een hellend vlak wordt overgegaan naar de ondiepe zone met een diepte tot 0,60m.

Het betreft een natuurlijke vijver met een strak uiterlijk door de rechthoekige vorm.

De vijver zal tevens de terreinovergang vormen tussen terras en de 0,80m lager liggende tuinzone. Door het voorzien van een lichte talud met beplanting aan een gedeelte van de vijver zal deze laatste voldoende integreren in de omgeving. Tussen de beplanting en de vijver is een looppad in hout voorzien, de zichtbaar blijvende wanden van de zwemvijver met een hoogte tot max. 0,60m, worden uitgevoerd met een stalen afranding.

De bestaande grindverharding aan de linkerzijde van de woning wordt verminderd tot een pad van ca. 1m breed langsheen de gevellijn. Alle verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende materialen (kasseiverharding met open voeg, grindverharding en hout).

Er worden rond de woning ook diverse bloemborders (insektenborders) voorzien, een kruidenbak aan het terras en de plantenfilter met inheemse waterzuiverende planten.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Voorschriften RUP - Artikel 4 DE INRICHTING VAN DE BUITENRUIMTE – TUINEN
 De tuin is een zone in een straal van 10 m rond de woning. Verharding moet beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke toegangen en paden naar de woning. Deze paden moeten uitgevoerd worden in kleinschalige, waterdoorlatende materialen. De aanleg van een buitenterras door middel van verharding is enkel direct aansluitend bij het hoofdgebouw van de woning toegestaan en dit met een maximum oppervlakte van 20.00 m2. Een natuurlijke, landschappelijk te integreren (zwem)vijver of poel is toegestaan. De beplantingen zullen bestaan uit streekeigen standplaats gebonden soorten. Het betreft beplanting, of plantengroei die van nature, spontaan voorkomt bij de fysische omstandigheden die zich in de streek en/of op deze specifieke plaats voordoen. Deze planten kunnen zowel van autochtone oorsprong zijn, dan wel in het verleden ingevoerd en inmiddels geïntegreerd zijn in het natuurlijk milieu. De tuinen en de buitenruimte moeten qua inrichting inspelen op de karakteristieken van het omgevende landschap. De percelen worden afgebakend met landschappelijke hagen, haagkanten, houtkanten, een houtwal, solitair bomen of bomenrijen of afhankelijk van de plaats wordt de buitenruimte open gehouden, om zichten te bewaren. Vertuining mag enkel in de directe omgeving van het hoofdgebouw, dit in een straal van 10.00 m rond de woningen, is niet waarneembaar van uit het landschap in de omgeving. Dat wil zeggen dat het niet zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. Op die manier is de oppervlakte van de tuinkavel beperkt. 

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua inplanting, landschappelijke integratie, materiaalgebruik en omvang.

De zwemvijver situeert zich binnen de 10m-zone rond de woning, sluit aan op het terras achter de woning en vormt een overgang tussen het niveau van het terras en lager gelegen tuinzone (-80cm lager). Het betreft een natuurlijke (zwem)vijver met een strakke rechthoekige vorm (13,5m x 3,25m en een maximale diepte tot 1,50m) die omrand wordt met diverse plantenzones.

Er wordt een helling voorzien tussen het diepere zwemgedeelte en een minder diepe zone in functie van gebruik en veiligheid voor wilde dieren en amfibieën.

Hier dient opgemerkt dat in de ondiepe zone het water nog steeds 60cm diep is. Voor amfibieën en kleiner wild is dit geen praktisch haalbare diepte om het water te verlaten.

Ter voorkoming van versnippering en verdrinking onder niet-vliegende fauna is het vervangen van verticale harde oevers  door natuurvriendelijke oevers een effectieve maatregel. Waar het creëren van natuurvriendelijke oevers niet haalbaar is, zijn fauna-uitstapplaatsen (FUP’s) een noodzakelijke maatregel om sterfte onder te water geraakte fauna, die niet tegen de steile oeverafwerking op kan klimmen, te voorkomen. Op een FUP kunnen te water geraakte dieren weer op de oever klimmen. Voor FUP’s geldt: hoe breder, hoe beter, maar een FUP van 1 meter breed wordt in veel gevallen al zeer goed gebruikt.  (bron: https://www.mjpo.nl/downloads/202/leidraad-2013-bijlagen[1].pdf )

Er moeten zachte hellingen worden gecreëerd zodat dieren die in de vijver afdalen of er in vallen, er gemakkelijk weer kunnen uit komen.

In de ondiepe zone van de zwemvijver dient eveneens een gedeelte in lichte helling voorzien te worden van de bodem tot de randhoogte als fauna uitstapplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat in de ondiepe zone van de zwemvijver eveneens een gedeelte in lichte helling voorzien wordt van de bodem tot de randhoogte als fauna uitstapplaats.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 16/09/2021 van het agentschap Natuur en Bos geeft aan dat de bestaande natuurwaarden niet geschaad zoals reeds hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. 

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat in de ondiepe zone van de zwemvijver ook een lichte helling tussen het ondiepe watergedeelte en de rand voorzien wordt als fauna uitstapplaats.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een (zwem)vijver mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het aanleggen van een (zwem)vijver, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. In de ondiepe zone van de zwemvijver dient een lichte helling tussen het ondiepe watergedeelte en de rand voorzien te worden als fauna uitstapplaats;
    Riolering:
  2. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven behoudens de aanpassingen in kader van de uitvoering van de zwemvijver conform de plannen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. De groenelementen dienen aangeplant zoals aangegeven op de ingediende plannen, groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen als te verwijderen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen (soortenbesluit), gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos;
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 28/09/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het aanleggen van een (zwem)vijver, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. In de ondiepe zone van de zwemvijver dient een lichte helling tussen het ondiepe watergedeelte en de rand voorzien te worden als fauna uitstapplaats;
    Riolering:
  2. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven behoudens de aanpassingen in kader van de uitvoering van de zwemvijver conform de plannen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. De groenelementen dienen aangeplant zoals aangegeven op de ingediende plannen, groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen als te verwijderen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  5. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen (soortenbesluit), gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos;
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.