De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 28 september goedgekeurd.
Het verdelen van de beleidsdomeinen onder de leden van het college van burgemeester en schepenen gebeurt door de leden zelf. Ze spreken onderling af wie het aanspreekpunt zal zijn van bepaalde beleidsdomeinen voor de burger, uitgezonderd de burgemeester aan wie wettelijk een aantal bevoegdheden zijn toegewezen.
Het is daarom belangrijk dat hierover op een correcte en transparante manier gecommuniceerd wordt. Op dit moment worden de beleidsdomeinen slechts beknopt vermeld op de gemeentelijke website (https://www.zonhoven.be/college).
Het is de bedoeling om deze vermelding op de gemeentelijke website aan te passen. Het beknopt niveau blijft behouden, maar er wordt een extra niveau toegevoegd. Elk lid van het college van burgemeester en schepenen krijgt een aparte webpagina, waar de beleidsdomeinen meer uitgebreid worden opgesomd. Deze pagina kan je bereiken door het betrokken lid van het college van burgemeester en schepenen aan te klikken.
Een gelijkaardig voorbeeld kan je vinden op de website van de stad Leuven (https://www.leuven.be/college-samenstelling).
De laatst goedgekeurde overzichtlijst van de beleidsdomeinen is in bijlage terug te vinden en deze zal op de website overgenomen worden.
Het college van burgemeester en schepenen keurt goed dat de vermelding van de beleidsdomeinen op de gemeentelijke website wordt aangepast door een extra niveau toe te voegen waar deze domeinen per lid van het college van burgemeester en schepenen worden opgesomd.
- e-mail van 24 september 2021 van de firma Assa Abloy Entrance Systems Belux nv., Gontrode-Heirweg 192, 9090 Melle betreffende onderhoudscontracten voor de binnen- en buitendeur van het OCMW-gebouw en de inkomdeur van de raadzaal gemeentehuis.
- servicevoorstel Gemeente Zonhoven - OCMW Zonhoven GOLD
- servicevoorstel Gemeente Zonhoven - Gemeentehuis Kerkplein
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de e-mail van 24 september 2021 van de firma Assa Abloy Entrance Systems Belux nv., Gontrode-Heirweg 192, 9090 Melle inzake een servicevoorstel voor het onderhoud aan de automatische toegangsdeuren van het OCMW-gebouw en de inkom raadzaal van het gemeentehuis.
Het bestaande onderhoudscontract "Brons" voor het OCMW-gebouw is nog in voege tot en met 31/12/2021 en zal, na goedkeuring van de offerte, dan ook de overeenkomst "Gold" overnemen, ingaand vanaf 01/01/2022.
De nieuwe automatische toegangsdeur aan de inkom van de raadzaal in het gemeentehuis werd nog niet voorzien van een onderhoudscontract en dit betekent dat bij een eventuele panne de volledige onkosten vergoed dienen te worden (voorrijkosten, uurlonen, enz.).
Het voorgestelde onderhoudscontract "Maintenance - Gold" omvat het preventief onderhoud, de verplaatsingskosten in geval van interventie, de werkuren in geval van interventie en het materiaalverbruik)" wordt het volgende voorzien:
- 2 x preventief onderhoud per jaar;
- inclusief voorrijkosten;
- inclusief uurlonen;
- inclusief materialen.
Reparaties als gevolg van oorzaak derden vallen niet binnen de overeenkomst, evenals vandalisme, blikseminslag, brand, storm, waterschade, enz. Reparaties worden ter plaatse, gedurende het hele jaar, 7 dagen op 7, verholpen.
De jaarlijkse kostprijs voor het onderhoud van de automatische toegangsdeur van de inkom raadzaal gemeentehuis, Kerkplein 1, 3520 Zonhoven bedraagt € 556,33 exclusief 21% BTW.
De jaarlijkse kostprijs voor het onderhoud van de automatische toegangsdeuren (binnen- en buitendeur) van het OCMW-gebouw, Kerkplein 60, 3520 Zonhoven bedraagt € 1.112,66 exclusief 21% BTW.
Het college van burgemeester en schepenen beslist om een onderhoudscontract voor de automatische toegangsdeuren van de inkom raadzaal en het OCMW-gebouw af te sluiten met de firma Assa Abloy Entrance Systems Belux nv., Gontrode-Heirweg 192, 9090 Melle.
De globale prijzen van beide contracten bedragen:
- € 556,33 (excl. 21% BTW) voor de buitendeur van de inkom raadzaal gemeentehuis;
- € 1.112,66 (excl. 21% BTW) voor de binnen- en buitendeur van het OCMW-gebouw.
Uitnodiging
3 uitnodigingen van tentoonstellingen dit jaar in Tentakel.
Ze worden enkel nog per mail verzonden.
De samenwerkingsovereenkomst tussen PROCLIM en het gemeentebestuur van Zonhoven goedgekeurd door de gemeenteraad dd. 23 februari 2015.
De brief dd. 24 september 2021 van PROCLIM betreffende de raamovereenkomst "Ophalen en milieuvriendelijk verwerken van in beslag genomen lachgas".
De meetstaat.
De gemeenteraad van 23 februari 2015 keurde de samenwerkingsovereenkomst met de opdrachtencentrale van de provincie Limburg (PROCLIM) goed.
PROCLIM is door het Arrondissementeel Informatie- en Expertise Centrum gecontacteerd met de vraag om hen bij te staan in de opmaak van een raamovereenkomst betreffende het ophalen en (milieuvriendelijk) laten verwerken van lachgas, in beslag genomen door de politiediensten.
Via de brief dd. 24 september 2021 van PROCLIM wordt aan de gemeentebesturen de mogelijkheid geboden om deel te nemen aan deze raamovereenkomst.
De opdracht zal worden gesloten voor een periode van 4 jaar.
De opdracht zal geplaatst worden middels een openbare procedure met Europese bekendmaking en zal onderverdeeld zijn in 2 percelen:
- Perceel 1: Ophaling en verwerking door inzamelaars die beschikken over een EURAL-code 16 05 04 (controlled release methode);
- Perceel 2: Ophaling en verwerking door inzamelaars die overgaan tot een thermische vernietiging hetgeen een milieuvriendelijkere verwerking is, doch de kostprijs hiervan zal hoger zijn.
Instappen in de raamovereenkomst kan volledig kosteloos doch enkel na een mandaatstelling van PROCLIM en na invulling van een ingevulde meetstaat.
Het college van burgemeester en schepenen beslist in te stappen in de raamovereenkomst "Ophalen en milieuvriendelijk verwerken van in beslag genomen lachgas". De ingevulde meetstaat zal worden overgemaakt aan PROCLIM.
Het college van burgemeester en schepenen beslist aan PROCLIM mandaat te geven om op te treden als aankoopcentrale en de gunningsprocedure te voeren.
Het gemeentebestuur Zonhoven draagt zelf de last van de wettelijke pensioenen die verschuldigd zijn uit hoofde van het wettelijke pensioenstelsel van zijn statutaire personeelsleden.
De huidige pensioenverzekering is een levensverzekering, onderschreven door de verzekeringnemer op het hoofd en in het voordeel van zijn statutaire personeelsleden met het oog op het verzekeren van de financiering, het beheer en de betaling van de wettelijke rust- en overlevingspensioenen die verschuldigd zijn aan hen en/of aan hun rechtverkrijgenden.
Het beheer voor de berekening en de uitbetaling van de pensioenen werd uitbesteed aan pensioenverzekeraar Ethias die in het kader van de huidige overeenkomst een pensioeninstelling is, zijnde een instelling beoogd door boek II en III van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen.
De recentste pensioenstudie van Ethias voor de gemeente Zonhoven toont aan dat de pensioenlasten de volgende jaren hoger gaan uitvallen dan de basisbijdragen aan de huidige pensioenverzekering. Deze last stijgt sneller, hoofdzakelijk door het minder statutair vervangen van het vastbenoemd personeel. Hierdoor is een aansluiting bij het “gesolidariseerde pensioenfonds” van de provinciale en plaatselijke besturen, opgericht in de schoot van de voormalige RSZPPO (thans overgenomen door de Federale Pensioendienst – FPD) aan te bevelen.
De gemeente kan gebruik maken van de mogelijkheid voorzien in artikel 29 van de wet van 24 oktober 2011 en Ethias aanduiden als voorzorgsinstelling belast met het toekennen, het beheer en de betaling van de rust- en overlevingspensioenen ten laste van het gesolidariseerd pensioenfonds van de lokale besturen bij de RSZ/FPD. Eveneens kan het gemeentebestuur bevestigen dat Ethias verantwoordelijk is voor het betalen van de verschuldigde maandelijkse basispensioenbijdragen en de eventuele aanvullende responsabiliseringsbijdragen zoals voorzien in artikel 32 van voornoemde wet, zodat :
- De gemeente toetreedt tot de pool van de lokale besturen bij de RSZ/FPD maar Ethias verantwoordelijk is voor het betalen van de pensioenbijdragen van 43,00% in 2021.
- Ethias elke maand rechtstreeks aan de RSZ/FPD de pensioenbijdragen van 43,00% betaalt in plaats van de gemeente.
- Ethias betaalt eveneens de jaarlijkse responsabiliseringsfactuur.
- De RSZ/FPD neemt de financiering van de pensioenen van de gemeente Zonhoven over voor een bedrag gelijk aan het bedrag aan bijdragen voor 2022, te weten 43,00% van de loonmassa (verdeling wordt definitief vastgesteld in 2023 wanneer de loonmassa en pensioenbetalingen 2012 gekend zijn). De recentste pensioenen worden eerst overgenomen.
- De huidige pensioenovereenkomst met Ethias wordt aangepast met inbegrip van een bijdragenverzekering, waarbij Ethias in de plaats van de gemeente Zonhoven wordt gesteld voor wat de pensioenbijdragen betreft verschuldigd aan de RSZ/FPD, zoals voorzien in artikel 15 van de huidige overeenkomst.
- Het verschil tussen de 43,00% die Ethias moet betalen aan de RSZ/FPD en de premie die de gemeente aan Ethias moet storten in het kader van de budgettaire meerjarenplanning wordt gedragen door de toegewezen en opgebouwde pensioenreserves, of eraan toegevoegd.
- De gemeente moet de werkgeverscode in de DMFA aangifte aanpassen naar 972 (43,00%) in de aangifte aan de RSZ/FPD zodat deze de correcte facturen kan opmaken aan Ethias.
- Voor de gepensioneerden verandert er niets. Ethias blijft hun pensioenen beheren, berekenen en uitbetalen.
- Nieuwe pensioendossiers moeten vanaf 2022 niet langer meer door de gemeente worden goedgekeurd. Deze pensioenen vallen immers ten laste van de RSZ/FPD en Ethias die de pensioenen vaststelt is onderworpen aan controle van de RSZ en de FPD.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis dat een toetreding van de pensioenen van het statutair personeel
tot het Gesolidariseerd Pensioenfonds van de lokale besturen bij de RSZ/FPD aangewezen is gezien de jaarlijkse pensioenlast de volgende jaren hoger bedraagt dan de jaarlijkse bijdragen en beslist de toetreding vanaf 1 januari 2022 ter goedkeuring voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad volgens volgende modaliteiten :
- De RSZ/FPD neemt in het jaar van toetreding de last van de pensioenen over gelijk aan het bedrag van de basisbijdragen (43,00% in 2022), het betreft bij voorrang de recentste pensioenen.
- Alle nieuwe pensioenen vallen, na jaar van toetreding, ten laste van de RSZ/FPD.
- Blijft ten laste van de gemeente Zonhoven: de eventueel niet door de RSZ/FPD overgenomen pensioenen.
- Volgens de wet van 24/10/2011 op het gemeenschappelijk pensioenfonds van de lokale besturen bij de RSZ/FPD wordt aan de voorzorgsinstelling (Ethias) gevraagd te blijven instaan voor de berekening en de betaling van de pensioenen en dat de vermelde voorzorgsinstelling ook in de plaats van het gemeentebestuur de pensioenbijdragen zal betalen aan de RSZ/FPD met inzet van het opgebouwde reservefonds. Op deze manier kunnen blijvend de voordelen van beide systemen gecombineerd worden, namelijk genieten van de externe financieringsmiddelen die herverdeeld worden binnen het pensioenfonds van de lokale besturen bij de RSZ/FPD en onafhankelijk van de RSZ/FPD zelf het financieringstraject bepalen met inzet van de opgebouwde reserves en kennis van de evolutie van de pensioenfactuur op lange termijn middels het actuarieel model. Het gemeentebestuur zal dus de pensioenbijdragen blijven betalen aan Ethias zoals budgettair voorzien in de meerjarenplanning en toch alle verplichtingen ten aanzien van de RSZ/FPD (43,00% bijdrage in 2021) en ten aanzien van de eventueel niet-overgehevelde pensioenen nakomen.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 18.714,33.
Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijkomende bestelbon 2021005081 voor € 2.480,50 goed.
Context
Het gebouw van de Christengemeenschap situeert zich ter hoogte van Zavelstraat 71A. De site tussen Zavelstraat en gewestweg is verdeeld in 3 verschillende eigendommen, waarbij het perceel in eigendom van de Christengemeenschap volledig omgeven is door de aanpalende private percelen. In de nacht van 10 op 11 april 2020 is er een brand uitgebroken op het terrein, waarbij nr. 71 en nr. 71A zeer zwaar te lijden hebben gehad. Het gebouw van de Christengemeenschap is hierbij zwaar beschadigd en is onbruikbaar.
De Christengemeenschap overweegt zich op een andere locatie te vestigen en heeft zich reeds beraad op welke locatie dit mogelijk zou zijn. De 'Melosport'-site langs de Herestraat lijkt hiervoor in aanmerking te komen.
De Christengemeenschap vraagt per brief, in bijlage gevoegd, aan het college van burgemeester en schepenen het terrein en gebouw langs de Herestraat in gebruik te mogen nemen.
Men wenst het bestaande gebouw om te vormen tot een multifunctioneel gebouw waar men de eigen kerkdiensten, maar ook andere activiteiten, kan laten plaatsvinden. Men wenst dit niet te beperken tot de eigen leden, maar open te trekken naar alle inwoners van Zonhoven, bv. door het organiseren van een buurtrestaurant, praatcafƩ, kinderactiviteiten, enz. De nodige parkeervoorzieningen zijn reeds aanwezig.
Men vraagt aan het college van burgemeester en schepenen of dit binnen de mogelijkheden valt en onder welke condities. Hierbij wenst men te benadrukken de kosten voor de aanpassingen/verbouwingen zelf te dragen. Men wenst over een eigen gebouw in eigen beheer te beschikken.
Men vraagt niet de beschikking over het volledige terrein. Het achterliggend deel zou nog steeds kunnen worden aangewend voor andere doeleinden, zoals bv. een begraafbos.
Tenslotte vraagt men naar een voorstel voor eventuele andere alternatieve locaties in de gemeente.
Standpunt
De site waarvan sprake is nog steeds in gebruik door Zonhoven United, dit zal in alle waarschijnlijkheid de komende jaren ook nog het geval zijn.
Daarnaast is het op ruimtelijk vlak beter te gaan voor een verwevenheid van functies, waarbij bestaande kerkgebouwen gedeeld worden door verschillende geloofsgemeenschappen. In het kerkenbeleidsplan is het de intentie om naast de hoofdkerk in Zonhoven centrum en de kapel van Ten Eikenen, ook de kerk te Halveweg te behouden. Momenteel is de Christengemeenschap hier gehuisvest.
Het college van burgemeester en schepenen wenst geen nieuw 'kerkelijk' gebouw te creëren/vergunnen in de gemeente Zonhoven, gezien dit contradictorisch is aan de visie de bestaande kerkgebouwen af te bouwen. Het college van burgemeester en schepenen geeft er de voorkeur aan de bestaande situatie, waarbij een bestaand kerkgebouw wordt gedeeld door verschillende geloofsgemeenschappen, te bestendigen.
Het college van burgemeester en schepenen gaat niet in op de vraag van de Christengemeenschap Zonhoven om het terrein/gebouw 'de Melosportsite' (deels) in gebruik te nemen.
De omgevingsvergunning dd. 17 augustus 2021 afgeleverd aan Jimmy Gierts.
Het splitsingsplan dd. 22 september 2021 opgesteld door landmeter-expert Raoul Creemers.
Het schattingsverslag dd. 22 september 2021 opgesteld door landmeter-expert Raoul Creemers.
Op 17 augustus 2021 werd aan Jimmy Gierts (voor GC Immo bvba) te Houthalen-Helchteren een omgevingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van een grond in 2 loten voor halfopen bebouwing. De vergunning heeft betrekking op een terrein gelegen Oppelsenweg 96 en 96A te Zonhoven.
De omgevingsvergunning werd afgeleverd onder voorwaarde van aankoop door de aanvrager van een deel private eigendom van de gemeente Zonhoven, gelegen tussen het perceel van de aanvrager en de openbare weg, nl. een gedeelte van het perceel sectie E 590/2.
Aan landmeter-expert Raoul Creemers werd gevraagd om de schattingsprijs te bepalen.
Er werd een splitsingsplan opgemaakt op 22 september 2021. GC Immo bvba dient lot 1 van het perceel sectie E 590/2, groot 03ca, aan te kopen.
Het schattingsverslag werd opgemaakt op 22 september 2021. De schattingsprijs bedraagt 150,00 euro.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schattingsverslag dd. 22 september 2021 opgesteld door landmeter-expert Raoul Creemers. Het collega gaat principieel akkoord met de verkoop van 03ca uit het perceel sectie E 590/2 aan de schattingsprijs van € 150,00.
Aan de kandidaat-koper GC Immo bvba te Houthalen zal worden gevraagd of zij akkoord gaan met de aankoop van 03ca uit het perceel gemeentegrond sectie E 590/2 aan de schattingsprijs van € 150,00. Na ontvangst van de akkoordverklaring zal het dossier ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
De lopende verpachting van volgende jachtrechten liep ten einde op 30 juni 2021:
- Wijvenheide – 4de afdeling – sectie C – groot 19ha 13a 85ca
- Groote Heide – lot I – 2de afdeling – sectie A – groot 48ha o8a 65ca
- Groote Heide – lot II – 2de afdeling – sectie A – groot 43ha 75a 97ca.
Er werd een procedure opgestart voor het openbaar verpachten van deze jachtrechten en de loten "Wijvenheide" en "Groote Heide – lot I" werden ook toegewezen.
Voor het lot "Groote Heide – lot II" werd geen bod uitgebracht dewelke aan de minimumprijs voldeed. Het college van burgemeester en schepenen besliste daarom op 20 juli 2021 om dit lot aan niemand toe te wijzen en de procedure opnieuw op te starten in april 2022.
Gelet op de everzwijnenproblematiek kwam de vraag om de procedure versneld opnieuw op te starten, met dien verstande dat er enkel zittend gejaagd kan worden, enkel op everzwijnen en aan een lagere minimumprijs.
De gemeenteraad is exclusief bevoegd de lastenvoorwaarden vast te stellen. Na goedkeuring van de nieuwe lastenvoorwaarden kan het college van burgemeester en schepenen de procedure opnieuw doorlopen.
Het kadasterplan met aanduiding percelen opgenomen in het jachtrecht en de overeenkomst voor verpachting van jachtrechten Hasselt “Groote Heide lot II” dd. 25 juni 2012;
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen dd. 21 juli 2021.
Het college van burgemeester en schepenen gaat principieel akkoord om de verpachting van het jachtrecht op het lot "Groote Heide lot II", waarvan het plan is toegevoegd in bijlage, openbaar aan te besteden.
Het college van burgemeester en schepenen beslist volgende aanbestedingsvoorwaarden voor te stellen aan de gemeenteraad:
Artikel 1Voorwerp
De gemeenteraad besluit dat onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden en lasten wordt overgegaan tot de aanbesteding van het jachtrecht van volgende lot:
- Groote Heide – lot II – 2de afdeling – sectie A – groot 43ha 75a 97ca.
De verpachting vindt plaats zonder waarborg voor de oppervlakte en wildstand.
Aanbestedingsvoorwaarden: Bod
De verpachtingen zullen gebeuren op grond van geschreven biedingen onder gesloten en dan wel ter post per aangetekende zending dan wel persoonlijk door afgifte aan het onthaal ten laatste aangekomen bij het gemeentebestuur op vrijdag 26 november 2021 om 11 uur in het gemeentehuis te Zonhoven.
Indien meerdere personen een lot samen willen pachten, vermelden zij elk hun gegevens op hetzelfde formulier. Zij zijn allen evenveel verantwoordelijk voor het naleven van dit lastenkohier en voor de betaling van het pachtgeld.
De geschreven aanbiedingen worden als volgt opgesteld:
Ondergetekende(n)
… … … … … … (naam), voornamen en volledig adres)
(ev. bij meerdere:)… … … … … … (na(a)m(en), voornamen en volledig adres(sen))
na kennis te hebben genomen van de voorwaarden van het lastenkohier zoals goedgekeurd door de gemeenteraad dd. 25 oktober 2021 voor de verpachting van het jachtrecht waaraan hij zich zal houden, verklaart de jaarlijkse som van
…………………..€ (in cijfers)
… … … … … … Euro (voluit in letters)
aan te bieden, als pacht voor het jachtrecht op:
ā” Groote Heide – lot II – 2de afdeling – sectie A – groot 43ha 75a 97ca
op eigendom van de gemeente Zonhoven volgens plan in bijlage.
Gedaan te Zonhoven (datum) (handtekening onderschrijver(s))
…….
Bijgevoegd:
I.g.v. natuurlijke persoon:
- Jachtverlof onderschrijvers
- Eventueel: Bewijs jagen met roofvogels
I.g.v. WBE:
- Statuten/huishoudelijk reglement
- Aanduiding leden die hier gaan jagen
De gesloten omslag moet als adres vermelden: “Gemeente Zonhoven, Kerkplein 1 te 3520 Zonhoven” en “Aanbieding voor verpachting van het jachtrecht”.
Om geldig deel te kunnen nemen aan de mededingingsprocedure en om in aanmerking te kunnen komen voor een eventuele toewijzing dient de onderschrijver een geldig jachtrechtverlof te bezitten of in de voorwaarden verkeren om een jachtverlof te verkrijgen voor 31/12/2021.
Door de wildbeheereenheid (WBE) dient - om in aanmerking te komen voor eventuele toewijzing op basis van het wettelijk toegekend voorkeurrecht - een afschrift van hun statuten en/of huishoudelijk reglement aangereikt te worden waaruit de omschrijving van het werkingsgebied blijkt, waarbinnen het lot moet liggen. De WBE dient erkend te zijn door het Agentschap Natuur en Bos. De WBE geeft dan aan wie van hun leden daar gaat jagen. Als bewijs moeten de wildbeheereenheden een afschrift van hun statuten en van hun huishoudelijk reglement bijbrengen waaruit de omschrijving van hun werkgebied blijkt én de conformiteit van deze documenten met het principe van de openbare aanbesteding.
Een vereniging van wie de statuten of het huishoudelijk reglement strijdig zijn met het principe van de openbare aanbesteding, wordt uitgesloten van deelname aan de openbare aanbesteding houdende de verpachting van jachtrechten. Zo onder meer wanneer de statuten of het huishoudelijk reglement de leden van de wildbeheereenheid op enigerlei wijze verbieden om nog een individueel bod te doen bij openbare verpachting van jachtrechten.
Recht hoger bod zittend jager en WBE
Op grond van de bepalingen van artikel 11 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 (B.S. van 7 september 1991) hebben de zittende jager en de plaatselijke WBE, zoals bedoeld in artikel 12 van het Jachtdecreet, het recht - voor zover zij deelgenomen hebben aan de aanbesteding - een hoger bod te doen. Het jachtrecht zal worden toegekend aan het hoogste bod zo dit hoger bod gedaan werd binnen de tien dagen volgend op de aanbesteding en meer dan één tiende hoger ligt dan de bij de openbare verpachting verkregen prijs.
Bij gelijk hoger bod tussen de zittend jager en de WBE geniet de zittende jager de voorkeur op voorwaarde dat hij geen inbreuk heeft gepleegd op de vroegere verpachtingsvoorwaarden. De onderschrijvende WBE’s zijn gehouden onmiddellijk alle nuttige bewijzen voor te leggen waaruit blijkt dat zij voldoen aan de bepalingen van artikel 12 van het Jachtdecreet.
Ook wanneer er noch door een zittend jager noch door een wildbeheereenheid een hoger bod gedaan werd, kan het bestuur beslissen om wanneer er twee of meer hoogste biedingen zijn, deze bieders de mogelijkheid te geven om een hoger bod te doen totdat er uiteindelijk één hoogste bod verkregen wordt.
Aanbestedingsvoorwaarden: Minimumprijs
De minimum pachtprijs per hectare bedraagt: 15,00 euro
Wanneer de biedingen beneden de minimumpachtprijs zijn, kan het bestuur beslissen om ofwel het jachtrecht van de in artikel 1 vermelde loten niet te verpachting ofwel om over te gaan tot een nieuwe inschrijving tegen een lagere pachtprijs.
Duur
Depacht van de jachtrechten aangegaan voor een termijn van bepaalde duur, zonder mogelijkheid tot stilzwijgende pachtvernieuwing. De termijn vangt aan op 1 december 2021 en zal eindigen 30 juni 2026.
De pacht wordt niet automatisch verlengd en neemt sowieso een definitief einde op bovenstaand vernoemde data.
Elke partij heeft evenwel het recht om jaarlijks tegen de vervaldag een einde te stellen aan de overeenkomst tot verpachting van de jachtrechten, op voorwaarde dat minstens drie maanden op voorhand met een aangetekende brief de overeenkomst wordt opgezegd. Ingeval van vroegtijdige opzegging door de pachter zonder gegronde reden wordt deze uitgesloten deel te nemen aan de eerstvolgende verpachting van het jachtrecht en van elke jachtverpachting gedurende de daaropvolgende vijf jaar.
Eenmalige vergoeding
Naast de geboden pachtprijs moet degene aan wie de jachtrechten toegewezen worden een eenmalige forfaitaire vergoeding van 20% van de vastgestelde pachtprijs van één jaar betalen ter dekking van de onkosten van de openbare aanbesteding.
Betaling
De pachtprijs moet jaarlijks overgeschreven worden op rekeningnummer BE84 0910 0049 7759 van het bestuur. De pachtprijs moet de eerste maal binnen 15 dagen nadat de toewijzing aan de pachter schriftelijk meegedeeld werd, betaald worden samen met de in artikel 5 vermelde toeslag. Nadien moet de pachtprijs jaarlijks ten laatste op de verjaardag van de inwerkingtreding van de overeenkomst op de rekening van het bestuur gestort worden.
De pachtprijs wordt gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen en wordt ieder jaar op de verjaardag van de inwerkingtreding van de pachtovereenkomst van de jachtrechten aangepast volgens de formule:
nieuwe pachtprijs = basispachtprijs x nieuw indexcijfer
aanvangsindexcijfer
waarbij het aanvangsindexcijfer het consumptie-indexcijfer is van de maand waarin het bestuur de verpachting zal toewijzen. Het nieuwe indexcijfer is het consumptie-indexcijfer van de maand die voorafgaat aan deze waarin de pachtaanpassing, conform wat hierboven werd gesteld, zal doorgevoerd worden.
Bij vertraging in de betaling zal vanaf de vijftiende dag na de dag van verzuim van betaling de wettelijke intrest van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd zijn op de geïndexeerde pachtprijs, alsook een bedrag van 100,00 euro voor verhoogde administratiekosten.
Wanneer de pachter na twee formele ingebrekestellingen van het bestuur binnen 8 dagen na de laatste waarschuwing niet overgegaan is tot betaling van de jacht, is de pachtovereenkomst van rechtswege ontbonden. Het bestuur kan dan overgaan tot een nieuwe verpachting van de desbetreffende jachtrechten. De eerste pachter wordt uitgesloten om gedurende de eerstvolgende vijf jaar deel te nemen aan alle aanbestedingen inzake verpachting van jachtrechten door het bestuur.
Ondertekening
Alle akten worden geldig getekend op het adres van de administratieve zetel van het bestuur, Kerkplein 1 te Zonhoven.
Vervreemding van de goederen
In geval van vervreemding van een gedeelte van de goederen die het voorwerp uitmaken van de pachtovereenkomst, wordt deze verbroken voor het vervreemde gedeelte van de goederen en de pachtprijs wordt vanaf de dag van de vervreemding verminderd naar verhouding tot de onttrokken oppervlakte, op voorwaarde dat de vermindering minstens 1 ha bedraagt.
Ingeval van vervreemding van het geheel van de goederen die het voorwerp uitmaken van de pachtovereenkomst, zal het bestuur een bepaling in de koopakte laten opnemen waardoor de pachtovereenkomst met de nieuwe eigenaar voorgezet zal worden tegen de hierna volgende voorwaarden.
Met name kan de nieuwe eigenaar een einde stellen aan de overeenkomst, mits een vooropzeg met een aangetekende brief van minstens drie maanden. Hij kan van dit recht slechts gebruik maken gedurende de eerste drie maanden na de datum van het verwerven van de goederen. Indien de nieuwe eigenaar gebruik maakt van dit recht kan de pachter van de nieuwe eigenaar een schadevergoeding eisen gelijk aan de pachtprijs voor het nog resterende gedeelte van het jaar van de verpachting van het jachtrecht.
Indien het bestuur zou nalaten een dergelijke clausule in de koopakte te laten opnemen, kan de pachter zich evenwel enkel richten tot het bestuur voor eventuele vergoeding van de geleden schade. De verpachting van het jachtrecht zal echter van rechtswege beëindigd zijn door de verkoop.
Overlijden of ontbinding van de pachter
Ingeval van overlijden van de pachter van het jachtrecht neemt de pachtovereenkomst een einde.
Zo de pachtovereenkomst afgesloten is met twee of meer personen, zal ingeval één of meer van hen overlijden, de pachtovereenkomst met de overige(n) voortgezet worden. Deze(n) is (zijn) verplicht hiervan kennis te geven aan het bestuur binnen drie maanden na het overlijden van bedoelde persoon.
Wanneer de pachter een WBE is, zal de overeenkomst van rechtswege eindigen bij ontbinding en vereffening van de rechtspersoon.
Pachtoverdracht en onderverpachting
De overdracht van de pacht en de onderverpachting van het jachtrecht zijn verboden. Bij inbreuk op deze bepaling kan het bestuur de pacht onmiddellijk beëindigen met een aangetekende brief. De initiële pachter zal evenwel verplicht zijn om de pachtsom van het lopende jaar volledig te betalen.
Bejaging door andere personen
De pachter mag de terreinen, waarop hij het jachtrecht in pacht heeft, slechts bij uitnodiging laten bejagen door andere personen of door anderen dan zijn leden indien de pachter een WBE is, die indien zij met vuurwapens jagen eveneens houder moeten zijn van een geldig jachtverlof of indien zij jagen met roofvogels, roofvogels moeten hebben waarvan het bezit reglementair toegestaan is.
Verplichtingen en verantwoordelijkheid pachter
§1. De pachter is als jachtrechthouder zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wettelijk vastgelegde administratieve verplichtingen die aan het uitoefenen van het jachtrecht verbonden zijn (o.a. de indiening van het jachtplan voor het uitoefenen van de jacht, de aanvraag van het afschotplan, het indienen van een faunabeheerplan, de afschotmeldingen en een wildrapport).
§2. Het verpachtend bestuur is niet verantwoordelijk voor ongevallen die kunnen gebeuren ten gevolge van de jacht. De jagers handelen onder eigen verantwoordelijkheid en zien af van elke vorm van schadevergoeding door het verpachtend bestuur voor schade die zou veroorzaakt worden door de jacht of schade aan de jachtinfrastructuur (bv. jachtkansels).
De jagers zijn verantwoordelijk voor schade aan derden en het bestuur veroorzaakt door de uitoefening van hun jachtactiviteit.
Veroordeling pachter
Indien één van de pachters een veroordeling mocht krijgen of onderwerp is als verdachte van een proces-verbaal op natuur-, bos- of jachtwetgeving tijdens de duur van de pacht, zal het verpachtend bestuur aan de pacht onmiddellijk een einde kunnen stellen aan deze pachter of aan alle pachters. Dit dient te gebeuren per aangetekende brief.
De opgezegde pachter moet in ieder geval de ganse pachtsom van het lopend jaar betalen. De pachter kan geen schadevergoeding eisen van het verpachtend bestuur als om voornoemde reden onmiddellijk beëindigd wordt.
Hij wordt daarenboven uitgesloten van deelname aan de jacht.
Schade door bejaging
De pachter is verantwoordelijk voor alle schade die aan de eigendommen, vermeld in artikel 1, toegebracht wordt, hetzij door hem zelf hetzij door de wachters die hij eventueel aanstelt, hetzij door andere personen die met hem jagen, hetzij door honden of roofvogels die voor de jacht gebruikt worden.
Welke ook de maatregelen mogen zijn genomen in uitvoering van voorgaande bepalingen of bij toepassing van de wettelijk voorgeschreven regelingen, zal de pachter ten opzichte van het verpachtende bestuur verantwoordelijk zijn voor de schade aan zijn bossen, zaailingen, aanplantingen en meer algemeen eigendommen veroorzaakt door het wild. Hetzelfde geldt voor schade op de verpachte goederen waarop derden (huurder, landbouwer-pachter van het verpachtende bestuur) eigendomsrechten hebben.
De schatting van de wildschade zal gemaakt worden door in onderling overleg aangeduide deskundigen, in aanwezigheid van de titularis van het jachtrecht en de afgevaardigde(n) van het verpachtende bestuur, die per aangetekende brief daartoe uitgenodigd worden.
Bij onenigheid zal het bedrag van de schade vastgesteld worden door een deskundige, aan te duiden door de vrederechter van de plaats waar de goederen gelegen zijn. In dit laatste geval zijn de schattingskosten ten laste van de pachter van het jachtrecht.
Zo het bedrag van de wildschade dat van de jaarlijkse pachtprijs overtreft, zal de pachtovereenkomst kunnen opgezegd worden door het bestuur op het einde van het lopende pachtjaar.
Zo de pachter mocht nalaten de kosten en schadevergoeding te voldoen binnen de gestelde termijn, zal het verpachtende bestuur gebruik kunnen maken van dezelfde sancties als deze bepaald in artikel 7.
De pachter zal zich uit hoofde van de hierboven bepaalde maatregelen niet mogen beroepen op de schade, hem veroorzaakt door het toepassen van deze maatregelen, noch zich aan die maatregelen mogen onttrekken, noch enige hinderpaal mogen stellen tot de uitvoering ervan. Deze maatregelen kunnen voor de pachter ook geen aanleiding zijn om pachtvermindering, vergoeding of enige verandering of verbreking van de overeenkomst te eisen.
Schade aangrenzende eigenaars
De pachter is verantwoordelijk voor alle schadevergoeding die door de aangrenzende eigenaars zou kunnen gevorderd worden wegens schade veroorzaakt door het wild.
Veranderingen bestemming percelen
De pachter zal geen vergoeding kunnen eisen van het bestuur wegens beplantingen, bosaanleggingen, verbeteringen of welke verandering ook het bestuur of derden zouden uitvoeren aan de verpachte gronden. Deze regel zal ook gelden ten opzichte van de koper van gronden, toebehorende aan het bestuur.
Het bestuur houdt zich het recht voor bij toepassing van het bosdecreet de huidige exploitatievorm van de bossen te bepalen of te wijzigen, onder meer in verband met toeristische inrichting van deze bossen, waarvoor de jacht geen beperking mag vormen. Zo nieuwe gedeelten in de loop van de verpachting het voorwerp zouden zijn van een toeristische inrichting kan het verpachtende bestuur die gedeelten zelfs uit de verpachting nemen. De pachtprijs zal dan, vanaf de eerstvolgende vervaldag, worden verminderd evenredig met de vermindering in oppervlakte.
De pachter zal eveneens geen vergoeding kunnen eisen wanneer hij in het rustig genot van zijn pacht gestoord wordt door overmacht.
Overlast door diersoorten
De pachter mag er zich in geen geval tegen verzetten dat ambtenaren en aangestelden van het agentschap Natuur en Bos overgaan tot het verdrijven of vernietigen van diersoorten, die schade aan de eigendommen zouden toebrengen of overlast bezorgen, zelfs met vuurwapens, overeenkomstig de wettelijke bepalingen.
Vigerende wetten en reglementen
De pachter moet zich onderwerpen aan de wetten en reglementen toepasselijk op de jacht. Hij zal van het bestuur geen vergoeding kunnen eisen wegens het weigeren van een jachtverlof of het niet (meer) erkennen van een WBE.
Indien de pachter zich niet houdt aan de toepasselijke wetten en reglementen toepasselijk op de jacht, kan het verpachtend bestuur deze overeenkomst eenzijdig onmiddellijk verbreken.
Verbod plaatsen afsluitingen
De pachter van het jachtrecht mag, zonder een uitdrukkelijke en geschreven machtiging van het verpachtende bestuur, geen afsluitingen plaatsen op de gepachte eigendom, noch nabij de omtrek ervan. De afsluitingen die hij zou gemachtigd worden te plaatsen, zullen nooit voor doel mogen hebben om wilde dieren het weglopen te beletten, noch op zo’n manier ingericht zijn dat het weglopen verhinderd wordt.
Daarentegen is de eigenaar het recht voorbehouden zo nodig de afsluitingen op te richten vereist om de bosgroei en inzonderheid de jonge plantsoenen te beschermen tegen verwoesting, aangericht door het wild, zonder dat de pachter daarin een reden kan vinden tot vergoeding, tot inkorting van de pacht of tot vernietiging van de pachtceel, noch een verzachting van zijn gebeurlijke verantwoordelijkheid. Zo deze afgerasterde percelen wild bevatten moet de pachter dit wild daaruit verwijderen, zodra de ter plaatse bevoegde woudmeester er hem met een eenvoudige brief om verzoekt.
Zo de pachter in gebreke blijft zal het Agentschap Natuur en Bos het wild uit de afrastering verdrijven, zonder enige aansprakelijkheid voor eventuele schade van het wild.
De eventuele kosten verbonden aan het verdrijven van het wild vallen ten laste van de pachter, die altijd aansprakelijk blijft voor schade aangericht aan de eigendommen binnen de afrastering.
Wetenschappelijke activiteiten
Het verpachtende bestuur of het Agentschap Natuur en Bos mogen te allen tijde over de volledig verpachte oppervlakte gelijk welke wetenschappelijke of technische activiteit toestaan.
De pachter mag geen enkele handeling stellen die de begunstigden van dergelijke vergunning zou hinderen. De uitoefening van de jacht mag onder geen beding het normale vrije verkeer belemmeren van derden op de boswegen of in de gedeelten van het bos, waar hun aanwezigheid door het Bosdecreet of het Agentschap Natuur en Bos wettelijk toegelaten wordt, welke ook de reden is. Geen vermindering van de pachtprijs kan gevraagd worden indien er storing is door overmacht.
Jachtkansels
Jachtkansels mogen slechts met voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de ter plaatse bevoegde woudmeester van het Agentschap Natuur en Bos worden opgericht op plaatsen door deze te bepalen. Van het door de woudmeester goedgekeurde inplantingsplan zal kennis gegeven worden aan het bestuur. De nodige vergunningen inzake ruimtelijke ordening moeten door de pachter van het jachtrecht aangevraagd worden.
Opleggen afschotplan
Zo nodig kan op advies van de bevoegde woudmeester het verpachtende bestuur een afschotplan opleggen aan de pachter.
Verbod plaatsen borden
De pachter mag geen enkel bord of aanduiding met verbodsbepalingen op de goederen van het bestuur aanbrengen zonder voorafgaande vergunning van de voor het gebied bevoegde woudmeester van de Agentschap Natuur en Bos en van het verpachtende bestuur. Alle borden, geplaatst zonder vergunning, zullen worden verwijderd en de pachter zal een boete van 250,00 euro betalen per onregelmatig geplaatst bord aan het verpachtende bestuur.
Opschorting
Het verpachtend bestuur kan steeds de verpachting eenzijdig onmiddellijk opschorten wegens veiligheidsredenen, ecologische motieven (o.a. wolf en lynx) of andere wettelijke bepalingen. De pachtprijs wordt dan in mindering gebracht voor de periode dat niet gejaagd kan worden. Deze opschorting gebeurt per aangetekende brief.
Niet-naleven
Het niet-naleven van één van de clausules van deze voorwaarden door de pachter van het jachtrecht kan leiden tot onmiddellijke verbreking van de overeenkomst zonder recht op enige vergoeding vanwege het bestuur, alsook uitsluiting tot deelname aan jachtverpachtingen gedurende vijf jaar.
Uitvoering overeenkomst
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
BIJZONDERE VOORWAARDEN IN VERBAND MET JACHTUITOEFENING
Het verpachte jachtrecht in de terreinen die deel uitmaken van deze openbare aanbesteding is beperkt tot de jachtwijzen en soorten hierna bepaald:
- Soorten:
De jacht onder deze openbare aanbesteding is beperkt tot enkel en alleen het wild zwijn (sus scrofa).
- Jachtwijzen:
De jacht onder deze openbare aanbesteding is beperkt tot jacht met geweer vanop een jachtkansel.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
De aanvraag werd op 27 mei 2021 ontvangen en op 23 juni 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 3 juli 2021 tot en met 1 augustus 2021.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 10 mei 1979 werd een weigering van de verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen. (7204.V.465/1)
Op 19 december 1979 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen. (7204.V.465)
Op 31 augustus 1982 werd een verkavelingswijziging afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften, nl.:
In art. 9 par. A dient volgende zin weggelaten te worden:
“Derhalve voor de loten 2 en 3 waarvan de voorgevel op dezelfde bouwlijn ligt als de woning.”
Op 9 mei 1983 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1983/00046)
Op 21 januari 2002 werd een verkavelingswijziging afgeleverd voor het wijzigen van de verkavelingsvoorschriften, nl.:
Gunstig voor het bouwen van kleinere constructies (zoals kippenhok, hondenhok, tuinhuisje) met een oppervlakte van maximum 12m².
Op 29 september 2015 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een bestaande woning en het regulariseren van een tuinmuur en een tuinhuis. (2015/00086)
De aanvraag werd op 23 november 2018 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.
“De verkavelingsvoorschriften bepalen onder meer dat:
Er zal bij de dossierbehandeling dan ook een openbaar onderzoek georganiseerd moeten worden voor het afwijken van onder meer deze voorschriften.
Het voorzien van 2 bouwlagen met een plat dak kan positief beoordeeld worden.
Toch wensen wij u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van concreet dossier, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”
De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Het ontwerp voorziet een kroonlijsthoogte / dakrandhoogte gelegen tussen 2,80m en 3,55m ten opzichte van de as van de weg.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 3 juli 2021 tot en met 1 augustus 2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Bijzonder plan van aanleg
Het goed is gelegen binnen het BPA Centrum 3 – sociale woningbouw goedgekeurd op 17 december 1973 (Zouwstraat).
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 33 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 19 december 1979 door het college van burgemeester en schepenen. (7204.465)
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik (1 woongelegenheid per lot)
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de open zijgevels dienen ingeplant te worden op minimum 3m van de perceelgrenzen, conform het verkavelingsplan.
De woning wordt ingeplant op minimum 0,30m van de achterste perceelgrens.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de gevels dienen uitgevoerd te worden in geel-rood genuanceerde baksteen.
De gevels van de bestaande woning zullen wit gekaleid worden en de uitbreiding zal uitgevoerd worden met donkergrijs gevelparament.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de daken dienen uitgevoerd te worden met een dakhelling tussen 30° en 45°.
Het ontwerp voorziet een zadeldak met een dakhelling van 45° en de uitbreidingen worden voorzien van een plat dak.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat in het dakvlak rechtstaande vensters met horizontale platte afdekking ingebouwd mogen worden.
Het ontwerp voorziet in het voorste dakvlak 2 dakvlakvensters en in het achterste dakvlak 3 dakvlakvensters.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de hoogte tussen het wegpeil en de bovenkant van de kroonlijst gelegen moet zijn tussen 2,70m en 3,50m.
Het ontwerp voorziet een kroonlijsthoogte / dakrandhoogte gelegen tussen 2,80m en 3,55m ten opzichte van de as van de weg.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale bouwdiepte 17m (i.f.v. de Burkweg) bedraagt.
Het ontwerp voorziet een bouwdiepte van maximum 21,12m (i.f.v. de Burkweg).
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat bouwbreedte (i.f.v. de Burkweg) maximum 2/3de van de kavelbreedte mag bedragen.
Het ontwerp voorziet een bouwbreedte van maximum 13,70m.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat de bestaande woning met een horizontale dakoppervlakte van 170m² wordt uitgebreid met een horizontale dakoppervlakte van 61,92m². De bestaande woning beschikte niet over een hemelwaterput waardoor de horizontale dakoppervlakte met een maximum gelijk aan de oppervlakte van de uitbreiding, mee in rekening dient gebracht te worden, nl. 61,92m².
Uit de plannen blijkt dat een hemelwaterput voorzien wordt met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6,9m²) en het volume (4 500 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Er zal als voorwaarde opgenomen worden dat voldaan moet worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan het decreet betreffende optische rookmelders.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 19/12/1979 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen op de hoek van de Kleine Zouwstraat en de Burkweg, beide gemeentewegen.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband en tevens gecombineerd met kleinschalige handelsfuncties.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning.
De woning werd ingeplant i.f.v. de Kleine Zouwstraat.
De woning heeft 1 bouwlaag met een zadeldak.
De kroonlijsthoogte is gelegen op 2,92m en de nokhoogte op 6,05m ten opzichte van de as van de weg.
Tegen de linker zijgevel werd een tuinmuur opgericht met een breedte van 3m.
Tot slot werd een tuinhuis geplaatst met een oppervlakte van 15,16m². Dit tuinhuis werd ingeplant tegen de linker- en achterste perceelgrens.
De huidige aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning blijft behouden en is aldus functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Momenteel bevindt zich reeds een garage in de woning.
Na het verbouwen en uitbreiden wenst de aanvrager de huidige garage te verbouwen tot berging en zal er in de uitbreiding een nieuwe garage voorzien worden.
Het stallen van voertuigen kan hierdoor geheel op eigen terrein gebeuren waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de Visueel-vormelijke elementen
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning.
Deze verbouwing en uitbreiding omvat het vervangen van het zadeldak met een dakhelling van 30° naar een zadeldak met een dakhelling van 45°, het bijbouwen van een garage aan de linkerzijde van de woning, het aanbrengen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning.
Momenteel is de woning voorzien van een zadeldak met een hellingsgraad van 30°. De dakverdieping wordt momenteel gebruikt als zolderruimte.
De aanvrager wenst de dakverdieping in te richten met slaapkamers, een badkamer en de technische ruimte. Om meer ruimte te creëren op de dakverdieping wordt het bestaande zadeldak verwijderd en vervangen door een zadeldak met een dakhelling van 45°.
Hierdoor zal de kroonlijsthoogte van de woning gelegen zijn op 2,92m en de nokhoogte op 8,02m ten opzichte van de as van de weg (Kleine Zouwstraat).
De bebouwing in de omgeving varieert qua dakhelling en dakprofiel waardoor een zadeldak met een hellingsgraad van 45° niet als storend ervaren zal worden in het straatbeeld.
Om te voldoen aan de woonkwaliteit (qua lichtinval en verluchting) zullen zowel in het dak alsook in de zijgevels van de woning vensters aangebracht worden. Het aanbrengen van deze vensters zal geen privacyhinder met zich meebrengen voor de aangrenzende percelen.
Aan de achterzijde van de woning bevindt zich ter hoogte van de keuken een niet-overdekt terras. De aanvrager wenst dit terras te overkappen.
De terrasoverkapping met een oppervlakte van 20,72m² (3,70m x 5,60m) wordt ingeplant op 0,30m van de achterste perceelgrens (i.f.v. Kleine Zouwstraat).
Om het bouwvolume te beperken wordt de terrasoverkapping voorzien van een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,80m ten opzichte van de as van de weg (Kleine Zouwstraat).
De terrasoverkapping heeft een open karakter.
De terrasoverkapping heeft een beperkte oppervlakte, is ondergeschikt aan het hoofdvolume en heeft een open karakter. Tevens werden geen bezwaarschriften ingediend door de eigenaars van de aanpalende percelen. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat het open karakter van de terrasoverkapping ten allen tijde behouden moet blijven.
Tot slot wenst de aanvrager de woning aan de linkerzijde uit te breiden.
Zoals eerder aangehaald zal de bestaande garage in de woning omgevormd worden tot berging. Hierdoor zal in de uitbreiding een nieuwe garage voorzien worden.
De uitbreiding heeft een bouwbreedte van 4,12m en een bouwdiepte van 10m. Hierdoor wordt de totale bouwbreedte van de woning gebracht op 21,12m.
De verkavelingsvoorschriften werden opgesteld met het oog op een inplanting in functie van de Burkweg. Bijgevolg stellen de verkavelingsvoorschriften dat de maximale bouwdiepte (i.f.v. de Burkweg) 17m bedraagt. Gezien de woning is ingeplant in functie van de Kleine Zouwstraat is de bouwbreedte dan ook de bouwdiepte volgens de verkavelingsvoorschriften. Hierdoor wordt de maximale bouwdiepte van 17m dan ook ruim overschreden.
Door de ligging van het perceel (hoekperceel) is de huidige tuinzone reeds beperkt. Momenteel beschikt de woning aan de achterzijde over een tuinzone met een diepte van 4m. Aan de linkerzijde van de woning bevindt zich nog een tuinzone met een breedte van 11,50m.
Door de uitbreiding wordt deze reeds beperkte tuinzone herleid tot een breedte van 7,38m. Om te spreken van een kwalitatieve buitenruimte wordt algemeen een tuinzone van minimum 10m gehanteerd. Door de uitbreiding resteert er dan ook een onvoldoende kwalitatieve tuinzone.
Hiermee rekening houdend kan niet akkoord gegaan worden met de voorgestelde uitbreiding van de woning.
Om de last van het autobezit niet geheel af te schuiven op het openbaar domein en dus het stallen van voertuigen geheel op eigen terrein op te vangen wordt als voorwaarde opgenomen dat de garage in het bestaande bouwvolume behouden moet blijven.
Bodemreliëf
Uit de ingediende stukken blijkt dat het bestaande terreinniveau ongewijzigd en dus behouden blijft.
De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) o.w.v. een overdreven bouwdiepte i.f.v. de Burkweg en een onvoldoende kwalitatieve tuinzone.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening voor het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
BESPREKING ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is gedeeltelijk verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp gedeeltelijk verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is gedeeltelijk vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig.
De omgevingsambtenaar adviseert het dossier ongunstig voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat).
De omgevingsambtenaar adviseert het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat) zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een gedeeltelijke omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen weigert de omgevingsaanvraag voor het uitbreiden van de woning aan de linkerzijde (i.f.v. de Kleine Zouwstraat), zoals weergegeven op de ingediende plannen.
Het college van burgemeester en schepenen vergunt onder voorwaarden de omgevingsaanvraag voor het verbouwen van de bestaande woning uitgezonderd het gelijkvloers en het bouwen van een terrasoverkapping aan de achterzijde van de woning (i.f.v. de Kleine Zouwstraat), zoals weergegeven op de ingediende plannen die als bijlage de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Afdeling PLANNING EN VERGUNNINGEN ā omgevingsproject
Afleveren van een ongunstig advies omtrent het ingediende beroep tegen de beslissing van 12 juli 2021 van het college van burgemeester en schepenen waarbij een omgevingsaanvraag werd verleend. Volgende personen zijn in het omgevingsloket gekend als beroepsindiener, als ondersteuner van de beroepsindiener en/of hebben het beroepschrift op analoge wijze medeondertekend Ʃn hebben een dossiervergoeding van 100 euro, cfr. artikel 12 van het Omgevingsvergunningsdecreet betaald: Kim Fransen, Karolien De Decker, Anita Vandesteen, Jean-Pierre Gilissen, Lea Hofmans, Rudi Jans en Dieter Sadar.
Het college van burgemeester en schepen verleende de aanvraag voor het bouwen van 20 appartementen.
De vergunning werd afgeleverd aan Luc Beerten namens BEGECO Projectontwikkeling bvba, op het perceel 3 afdeling, sectie E nr. 86, gelegen langs de Rosmolenweg 12 bus 1-10 en Grote Eggestraat 25D bus 1-10.
Feiten context en argumentatie
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 16 september 2021, nl.:
āHierbij deel ik u mee dat het beroep van Karolien De Decker en Kim Franssen, ingesteld tegen de beslissing d.d. 12 juli 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij u een vergunning werd verleend voor het bouwen van 20 appartementen op het terrein Rosmolenweg z/n, Grote Eggestraat z/n als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.
Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.
Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.ā
Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:
āBij deze tekenen wij, de omwonenden van het gepland project Rosmolenpark, beroep aan tegen de bouwvergunning door de gemeente Zonhoven in het dossier OV/2020/00289.
Begeco Projectontwikkeling bvba had een bouwvergunning aangevraagd tot het bouwen van 20 appartementen. Er werden twee aanvragen ingediend. Wij hebben bij beide aanvragen met meer dan 30 omwonenden bezwaar ingediend. De argumenten zijn nog steeds de volgende:
Zowel langs de Rosmolenweg als langs de Grote Eggestraat zagen we de bekendmaking openbaar onderzoek over een aanvraag van omgevingsvergunning staan. Bij deze zijn wij zo vrij, zoals voorzien in de wet, om beroep in te dienen tegen de goedkeuring van hoger vernoemde stedenbouwkundige aanvraag. We sommen onze redenen op:
A We stellen ons vragen bij het voorzien van de ondergrondse parkeergarages en het effect op het grondwater en de afwatering in de buurt. Het grondwaterpeil zit hier, ƩƩn van de laagste en natste gebieden van Zonhoven, op geringe diepte. We vrezen schade aan de omliggende woningen ten gevolge van de grondwaterspiegelverlaging en het herstel van de grondwaterspiegel na afzuiging.
B Door de Administratie van Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw wordt er tegenwoordig een grote woondichtheid nagestreefd, zeker in dorpskernen, dat beseffen we. Dit kan volgens ook gerealiseerd worden met individuele woningbouw (we denken hierbij aan de grote woondichtheid in āde Teschā in Hasselt). Twintig appartementen lijkt ons een te zware bezetting op dit terrein, ook al keurde de Dienst Ruimtelijke Ordening Ondanks deze woondichtheid tijdens de ontwerpfase al goed.
Dit perceel ligt immers tussen de eengezinswoningen. Bovendien heeft Eggepark al een grotere woondichtheid van 55 woningeenheden/ha. Grond zal steeds schaarser worden en er zal steeds dichter op elkaar gebouwd moeten worden. Een hogere woondichtheid mag echter nooit ten koste gaan van de woonkwaliteit! De woonkwaliteit in de Rosmolenweg en in de Grote Eggestraat zal mede door dit project alweer een heel stuk minder worden.
C In beide straten (Rosmolenweg en Grote Eggestraat) treffen we voornamelijk eengezinswoningen aan. Rond het perceel liggen zelfs uitsluitend eengezinswoningen. Het lijkt ons niet logisch om te gaan verzwaren - appartementsbouw op dit terrein past totaal niet in het straatbeeld - maar om de lijn van de eengezinswoningen verder te zetten. Wonen met het zicht op huizen is anders dan zicht hebben op appartementsbouw.
D Ook de zonnetoetreding en lichtinval naar de omliggende woningen zal in het voor- en najaar worden verhinderd. Er moet niet enkel rekening gehouden worden met de oriƫntatie van de nieuw te bouwen gebouwen, ook de bestaande woningen hebben in een goede ruimtelijke ordening recht op zonneschijn en lichtinval.
E Nog een nadelig effect van dit project zal ongetwijfeld de impact op het verkeer zijn en de hieruit voortvloeiende hinder. Vooral in de smalle, doodlopende Rosmolenweg, waar geen doorgaand verkeer is, zullen de autoās van de bewoners van het Rosmolenpark en hun bezoekers een heel grote impact hebben: āmaarā verkeer naar 10 appartementen per straat is toch minstens 12 extra wagens per straat omdat er 25 ondergrondse parkeergarages voorzien worden. En dan spreken we nog niet van de autoās van de bezoekers. Er worden immers in totaal 11 bezoekersparkeerplaatsen voorzien. Zeker ās morgens en ās avonds zal dit voor een enorme toename en hinder gaan zorgen. Tijdens de spitsuren zal er ook een nóg grotere hinder zijn in de Kleine Eggestraat: sinds kort kan er op de Genkerbaan niet meer links gedraaid worden richting Hasselt waardoor de Kleine Eggestraat nu al als sluipweg gebruikt wordt. De overbelasting daar zal alleen maar toenemen.
F De huidige inplanting, bouwhoogte en terrassen kunnen geen enkele garantie op privacy bieden voor de omwonenden, dit ervaren we nu al door Eggepark. Ook de inkijk in de huizen gelegen tegenover de zuidgerichte kant van de appartementen zal enorm zijn. Het lijkt alsof enkel de privacy van het Rosmolenpark gegarandeerd en verkocht wordt. Ons totale verlies van privacy is dan ook ons grootste bezwaar. De inplanting van de 2 bouwvolumes zou uitgaan van aandacht voor de privacy van de aanpalende en omliggende percelen, zo wordt er onder andere wintergroene beplanting voorzien. Mooi in theorie maar in de praktijk zijn we zijn minstens 10 jaar verder vooraleer deze beplanting groot en vol genoeg is om de privacy waarnaar verwezen wordt te geven.
Ook zou er in de Rosmolenweg maar 1 boom gerooid dienen te worden, daar waar de inrit van de parkeergarage komt. Helaas blijkt nu dat de rest van de āhoogwaardigeā bomen tegenover gebouw R, volgens een erkende boomwerker aangesteld door aannemer Beerten, afgestorven zijn door mogelijks foutief insnoeien. De bomen kunnen dus gerooid worden waardoor het behoud van waardevolle hoogstammige bomen niet gegarandeerd kan worden. Deze toevalligheid zorgt er weer eens voor dat de privacy eveneens niet gegarandeerd kan worden aan de overliggende woningen in de Rosmolenweg (huisnummers 7, 9, 9A en 11).
G De gemeentelijke infrastructuur is niet aangepast aan een dergelijk project: er is geen riolering in de Rosmolenweg aanwezig en de bouwheer heeft niet de nodige voorzieningen getroffen om het afvalwater individueel te behandelen. De bouwheer zelf moet instaan voor het zuiveren van het afvalwater volgens de voorschriften van Vlario en volgens de normen van Vlarem.
We hopen dat u rekening zal houden met deze opmerkingen en bezwaren. En we verzoeken de Bestendige Deputatie dan ook beleefd de afgeleverde bouwvergunning te willen vernietigen.ā
Advies dienst:
De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij het voorgaand standpunt en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 12/07/2021.
De GOA wenst te reageren op de beroepsargumenten door haar eerdere standpunten te herhalen en aan te vullen:
De Provincie Limburg verleende in eerste instantie een ongunstig advies. Na indiening van nieuwe plannen volgde er op 25/03/2021 een voorwaardelijk gunstig advies.
Ook door Fluvius werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend.
In de vergunningsvoorwaarden werd opgenomen dat de voorwaarden van beide adviesverleners strikt dienen te worden gevolgd. Bovendien moest, i.f.v. de opgelegde voorwaarde door Fluvius, een aangepast plan worden aangeleverd, zoals door de dienst mondeling/per mail afgesproken met de architect. Er dient te worden opgemerkt dat dit plan tot op heden nog niet werd aangeleverd (in tegenstelling tot de gestelde uiterste datum, nl. uiterlijk 1 maand na ontvangst van de vergunning).
Het project voldoet aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater mits er voldaan wordt aan de voorwaarden van zowel de Provincie als van Fluvius.
Daarnaast werden vergunningsvoorwaarden opgelegd zodoende de voorziene verhardingen zoveel mogelijk te beperken.
De woondichtheid bedraagt ongeveer 48 woningen per hectare, in vergelijking met recente woonprojecten in de nabije omgeving is dit cijfer vrij laag. Dit is een rechtstreeks gevolg van de gekozen typologie, m.n. twee āurban villaāsā in een parkomgeving. In plaats van zowel langs de Rosmolenweg als langs de Grote Eggestraat de volledige perceelsbreedte nagenoeg vol te bouwen, wordt er langs iedere weg 1 bouwvolume geplaatst. Hierdoor blijft er een groot open terrein over dat, buiten de noodzakelijke inritten en parkeerplaatsen, volledig groen wordt aangeplant. Hierdoor krijgt het perceel een veel groener en meer open karakter dan wanneer het volledig verkaveld zou worden i.f.v. grondgebonden eengezinswoningen.
De gemeente streeft ernaar op te verdichten locaties een uitgebreid aanbod van woningen te voorzien (dus zowel grondgebonden eengezinswoningen als meergezinswoningen), zodat een gevarieerd publiek wordt aangetrokken en er een mix ontstaat in het centrum, zowel van woontypologieĆ«n als van inwoners (alleenstaanden, gezinnen, oud, jong,ā¦). Het project āde Teschā in Hasselt dat wordt aangehaald in het beroepsschrift, betreft trouwens eveneens een mix van zowel grondgebonden eengezinswoningen als meergezinswoningen.
Wat betreft de zonnetoetreding. Het akkoord van de eigenaars van beide aanpalende woningen die rechtstreeks grenzen aan het project werd toegevoegd aan de aanvraag. Het gaat hierbij om de eigenaars van de percelen die het meest āgetroffenā worden door dit project, die de meeste invloed hiervan zullen ondervinden, zeker op vlak van toetreding van natuurlijk licht. Het gaat nl. om de twee enige percelen waarbij het project rechtstreeks grenst aan de zij- en achtergevels van de bestaande woningen en aan hun achtertuinen.
Door de afstanden tot deze percelen en de terugliggende derde bouwlaag zal het natuurlijk licht zo weinig mogelijk beperkt worden. Zowel het bestaande als het nieuwe groen zal eerder het natuurlijk licht beperken dan de bouwvolumes. Gezien de tuinzone van de bestaande woning langs de Rosmolenweg volledig zuidelijk gelegen is zal het effect op het natuurlijk licht vrij beperkt zijn. Bij de woning langs de Grote Eggestraat gaat het voornamelijk om bestaand groen, zodat het effect op het natuurlijk licht t.o.v. dat perceel weinig tot niet wijzigt.
Het project grenst aan slechts 1 ander bebouwd perceel. Bij dit perceel grenst het project echter aan de zijtuin, waar een carport staat ingeplant. Aan de zijde van dit perceel wordt geen bouwvolume ingeplant, zodat dit perceel geen lichthinder ondervindt.
Wat de impact op het verkeer betreft. Het klopt dat de Rosmolenweg en de Grote Eggestraat eerder beperkte wegen zijn, uitsluitend voor plaatselijk verkeer, en dat er meer verkeersbewegingen zullen zijn in deze straten na voltooiing van voorliggend project. Het kan echter niet zijn dat om die reden geen verdichting mogelijk is op deze locaties. Dit zou betekenen dat dergelijke woonprojecten enkel langs wegenis ingeplant zouden kunnen worden waar reeds andere woonprojecten of meergezinswoningen aanwezig zijn. Dit zou alle druk leggen bij een zeer beperkt aantal wegen in de gemeente, terwijl het beter is deze druk te spreiden. Het kan niet zijn dat alle last bij die wegen en de bewoners langs die wegen wordt gelegd.
Het project voorziet ruim voldoende parkeerplaatsen, zodat er geen bijkomende parkeerdruk ontstaat op de voorliggende wegen. Desondanks dient er, gezien de nabijheid van de kern van Zonhoven en de nabijheid van het fietspad āSprinkwaterstraatā, ingezet te worden op duurzame mobiliteit. Het project werd ontworpen volgens het āSTOP-ā principe (Stappen ā Trappen ā Openbaar vervoer ā Personenwagens). Binnen het project worden zowel bovengrondse als ondergrondse fietsenstallingen ingeplant, voor een zeer ruim aantal fietsen. In de vergunningsvoorwaarden werd opgenomen dat er de nodige maatregelen dienen te worden voorzien zodat fietsers de parkeerkelder veilig kunnen betreden/verlaten. Daarnaast wordt opgelegd dat er ruimte moet worden ingericht voor 1 buitenmaatse fiets/blok. De verwachtingen zijn dat wanneer men op een dergelijke korte afstand gaat wonen van een kern/voorzieningen/⦠men zal opteren voor het gebruik van een fiets, eerder dan voor het gebruik van een wagen. Net om die reden zijn dergelijke locaties geschikt voor verdichting. Mogelijk dient de algemene mentaliteit omtrent fiets- en wagengebruik (in het algemeen en binnen de gemeente) nog meer te wijzigen. De omgeving en het centrum van Zonhoven zullen in de toekomst meer aangepast moeten worden zodoende het fietsgebruik te stimuleren. Wanneer bewoners en bezoekers optimaal gebruik zullen maken van een duurzame mobiliteit dient er geen verkeersoverlast gevreesd te worden door het project.
Bovendien zou men kunnen stellen dat indien het perceel āklassiekā verkaveld zou worden eveneens een impact zou ontstaan op de mobiliteit. Langs beide wegen zouden in dat geval diverse inritten worden ingeplant, i.p.v. de nu voorziene enkele inrit langs elke weg, wat voor meer onveiligheid zou zorgen op de voorliggende wegen.
De getroffen maatregelen betreffen de volgende:
Wat de bomen betreft: de eigenaars van de percelen die grenzen aan de voorziene groenbuffer/ bij aan te planten groenzone hebben voor akkoord getekend. Er kan van worden uitgegaan dat zij het eens zijn met de getroffen maatregelen wat betreft de groenbuffers.
Er wordt binnen het project naar gestreefd het bestaande waardevolle groen zoveel als mogelijk te behouden. Om die reden werd een bomen effecten analyse en boomonderzoek, opgemaakt door een erkend boomdeskundige, gevoegd bij het dossier. Hieruit blijkt inderdaad dat een aantal van de bomen langs de Rosmolenweg ondertussen dood zijn. Er werd in de vergunningsvoorwaarden opgelegd dat deze heraangeplant dienen te worden. Ook de andere te kappen boom (ter hoogte van de inrit) en de reeds gerooide boom (omwille van gevaar) dienen gecompenseerd te worden.
De bomen langs de Rosmolenweg staan echter los van de privacyhinder t.o.v. de percelen aan de overzijde van de weg, gezien deze met hun voorgevel gericht staan naar de Rosmolenweg en de voortuinstroken langs de Rosmolenweg voornamelijk als parkeerzones/siertuin worden aangewend. Het project āEggeparkā (āKoolhofā) dat wordt aangehaald grenst aan de achtertuinen van deze woningen, en kan dus niet worden aangehaald ter vergelijking.
Tenslotte wordt opgemerkt dat geen van de vermelde beroepsindieners/ondersteuners eigenaar of bewoners is van een rechtstreeks aanpalend perceel t.o.v. het project. Hierdoor kan worden gesteld dat enkele van de vernoemde hinderaspecten bezwaarlijk van toepassing zijn voor deze beroepsindieners/ondersteuners.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te beoordelen en behoudt het standpunt van 20 juli 2021. Er wordt hierbij de bemerking gemaakt dat er tot op heden nog niet werd voldaan aan de vergunningsvoorwaarde omtrent het bijkomend aan te leveren plan i.f.v. het advies van Fluvius. Het is noodzakelijk dat dit plan zsm wordt aangeleverd, zowel aan de gemeente als aan Fluvius.
verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt.
De aanvraag werd op 1 juni 2021 ontvangen en op 30 juni 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 10 juli 2021 tot en met 8 augustus 2021.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
7204.V.99/01: Op 29 juni 1999 werd er een verkavelingsvergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen voor het verkavelen van grond in 4 loten voor vrijstaande bebouwing.
De aanvraag werd verschillende malen in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie. De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. De perceelconfiguratie van lot 1 wordt gewijzigd door enerzijds de linker perceelgrens loodrecht te leggen op voorliggende rooilijn en door anderzijds het achterste gedeelte van het lot uit de verkaveling te sluiten.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 10 juli 2021 tot en met 8 augustus 2021. Er werden geen bezwaren ingediend.
ADVIEZEN
Geen adviezen vereist.
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde en niet-vervallen verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 29 juni 1999 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.99/01. De kavels kregen als bestemming residentieel gebruik.
Omdat de aanvraag een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat, dient de aanvraag getoetst te worden aan de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. De bestaande verkaveling werd vergund in woongebied met landelijk karakter. Het wijzigen van de kavelgrens van lot 1 wijzigt niets aan bestemming van het gewestplan. De aanvraag voldoet principieel aan deze bestemmingsvoorschriften.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
De watertoets werd uitgevoerd op 30 juni 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.
Algemeen kan wel gesteld worden dat:
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het wijzigen van de perceelconfiguratie van lot 1 door enerzijds de linker perceelgrens loodrecht te leggen op voorliggende rooilijn en door anderzijds het achterste gedeelte van het lot uit de verkaveling te sluiten.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
De verkaveling is gelegen in een rustige woonstraat in het gehucht Kolveren. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen bebouwing. Voorliggende aanvraag heeft betrekking op lot 1 van de bestaande verkaveling. Het lot is momenteel onbebouwd en heeft een breedte op de rooilijn van 14,5 meter en een gemiddelde diepte van ca. 76 meter.
Door de linker perceelgrens loodrecht te leggen op voorliggende rooilijn wordt er een rechthoekige bouwstrook gecreëerd i.p.v. de bestaande trapeziumvormige bouwstrook, hetgeen niet alleen de constructie ten goede komt (er kan hierdoor een ruimere woning gebouwd worden) maar waardoor ook het lot qua perceelconfiguratie aansluit met de rechts aanpalende loten. Lot 1 krijgt na het verleggen van de linker perceelgrens immers een breedte op de rooilijn van 17,92 meter.
Ook wordt het achterste gedeelte van het lot 1 uit de verkaveling gesloten. Hierdoor houdt lot 1 een perceeldiepte van ca. 50 meter over, hetgeen ruim voldoende is binnen een woongebied met landelijk karakter. De achterliggende grond wordt voorlopig bij het perceel 319E17 gevoegd. In de toekomst kan perceel 319E17 nog verder verkaveld worden.
De voorgestelde wijziging is niet strijdig met de goede ruimtelijke aanleg van de omgeving en is aanvaardbaar binnen het straatbeeld.
De bestaande verkavelingsvoorschriften blijven integraal behouden, met uitzondering van volgende aanpassingen:
Dit wordt gewijzigd naar:
“2.1.1. Bestemming: uitsluitend eengezinswoningen”
Dit voorschrift wordt aangevuld met: “Vrijstaande bijgebouwen in de achtertuin mogen geen garagefunctie hebben.”
Deze aanpassingen worden doorgevoerd om enerzijds een verdichting binnen dit buitengebied te beperken en anderzijds een overdreven verhardingsgraad te voorkomen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING VAN DE ADVIEZEN
Er werden geen adviezen opgevraagd.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat de bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarbij de perceelconfiguratie van lot 1 gewijzigd wordt, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een garage.
De aanvraag werd op 22 juni 2021 ontvangen.
Op 15 juli 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 8 augustus 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 9 augustus 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 21 december 1951 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis. (1951/00062)
Op 10 september 2013 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het verbouwen en uitbreiden van een bestaande eengezinswoning, het regulariseren van een dakvernieuwing, het afbreken van een bestaande garage en het bouwen van een vrijstaande garage in de tuinzone. (2013/00113)
Op 15 april 2014 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het uitbreiden van de woning door de voorgevel gedeeltelijk met 0,59m te verplaatsen. (2014/00009)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw.
Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Provinciale dienst Water & Domeinen
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien het op te richten bijgebouw een oppervlakte heeft van 40m².
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het perceel is gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied.
Hierdoor werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de provincie Limburg, dienst Water en Domeinen. Zij verleenden op 8 september 2021 een gunstig advies, nl.:
“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets gunstig beoordeeld werd.
Het perceel is gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied, maar gezien het hoogteverschil tussen het perceel en het lagergelegen, achterliggende bos, en de aard van de aanvraag is er geen enkele invloed op het watersysteem en het overstromingsregime. Dit standpunt wordt ondersteund door de afbakening van de pluviale overstromingskaarten, die beperkter zijn in omvang dan het effectief overstromingsgevoelig gebied.”
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een garage.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Hoekstraat, een gemeenteweg.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.
Omschrijving van de aanvraag
Op het perceel werd een vrijstaande eengezinswoning opgericht.
In de achtertuin werd een garage/bergplaats opgericht zonder vergunning.
Dit niet-vergunde bijgebouw heeft een oppervlakte van 17,82m² (5,40m x 3,30m).
Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager het tuinhuis wenst te slopen.
Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Dit gedeelte van de aanvraag is dan ook zonder voorwerp.
De huidige aanvraag betreft bijgevolg het bouwen van een garage.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie als eengezinswoning blijft behouden en is dan ook functioneel inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
Het ontwerp voorziet de oprichting van een vrijstaande garage.
Tevens worden 2 parkeerplaatsen voorzien in de voortuin. Deze parkeerplaatsen, evenwijdig met de voorliggende weg, zijn bereikbaar vanaf de inrit.
Het stallen van de voertuigen kan dan ook volledig opgevangen worden op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag betreft het bouwen van een garage.
Deze garage wordt ingeplant op 5m van de achterste perceelgrens en op 3,40m van de linker perceelgrens.
De garage heeft een oppervlakte van 40m² (10m x 4m).
De kroonlijsthoogte is gelegen op 3m en de nokhoogte op 4,50m ten opzichte van het maaiveld.
Door de sloop van het aanwezige bijgebouw en de inplanting van de nieuwe garage wordt een ruime en kwalitatieve tuinzone gecreëerd.
Bodemreliëf
De huidige aanvraag omvat geen reliëfwijziging waardoor er van uit gegaan kan worden dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 8 september 2021 verleende de provinciale dienst Water en Domeinen een gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Het slopen van het niet-vergunde bijgebouw is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een garage zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het slopen van het niet-vergunde bijgebouw is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een garage zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden, het bouwen van een garage met tuinberging en de regularisatie van de ontbossing van het perceel.
De aanvraag werd op 31 maart 2021 ontvangen.
Op 28 april 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.
Op 3 mei 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.
Op 4 mei 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.
De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 14 mei 2021 tot en met 12 juni 2021.
De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.
Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
I.f.v. een wijzigingslus werd een tweede openbaar onderzoek georganiseerd van 20 augustus tot en met 18 september. Ook dit openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Op 3 november 1977 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 3 loten. (7204.V.77/23)
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.
Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 14 mei 2021 tot en met 12 juni 2021.
Er werden geen bezwaren ingediend.
I.f.v. een wijzigingslus (n.a.v. een gewijzigde projectinhoudversie) werd een tweede openbaar onderzoek georganiseerd van 20 augustus tot en met 18 september. Ook dit openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.
ADVIEZEN
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
De Watergroep
Fluvius
Proximus
Agentschap voor Natuur en Bos
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. Er werd geen duidelijke project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd, zo blijkt bij de beoordeling van het dossier. Gezien de aanvraag zijn de effecten op milieu en omgeving echter niet aanzienlijk, zodat de opmaak van een project MER niet nodig is.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.
Verkaveling
Het goed is gekend als lot 4 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 3 november 1977 door het college van burgemeester en schepenen. (7204.V.77/23)
De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.
De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik (1 woongelegenheid per kavel).
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.
De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat slechts 1 woongelegenheid per kavel wordt toegestaan.
Het ontwerp voorziet 2 woongelegenheden.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat het hoofdvolume dient ingeplant te worden op 10m achter de bestaande rooilijn.
Het ontwerp voorziet de inplanting op 10,76m achter de voorste perceelgrens.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de daknok gelegen moet zijn op 5m achter het voorgevelvlak.
Het ontwerp voorziet de daknok op 4,80m achter het voorgevelvlak.
De verkavelingsvoorschriften bepalen dat bijgebouwen opgericht moeten worden op een minimum afstand tot de perceelgrenzen gelijk aan de hoogte van het bijgebouw.
Het ontwerp voorziet de inplanting van het bijgebouw (garage met tuinberging) tegen de rechter perceelgrens.
Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).
De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.
De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.
Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 183,9m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een wasmachine en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6m²) en het volume (3 500 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centraal gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Er werd geen advies geformuleerd door Fluvius binnen de gestelde adviestermijn. Er kan bijgevolg van uitgegaan kan worden dat aan het advies voorbijgegaan kan worden.
Na onderzoek kunnen evenwel volgende opmerkingen en voorwaarden geformuleerd worden:
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs het Eikenenpad, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de fietsenberging, de inkomhal en de eethoek voor woongelegenheid 1. In de berging, de eethoek de inkomhal en de zolder van woongelegenheid 2.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Boscompensatie
Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 en zijn latere wijzigingen is de aanvrager gehouden te voldoen aan de compensatieregel van ontbossing. Hiervoor werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het Agentschap voor Natuur en Bos.
Het advies van 13/08/2021 van het Agentschap voor Natuur en Bos is gunstig onder volgende voorwaarden:
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Erfdienstbaarheden / gemene muren
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.
Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.
De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.
De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.
Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag betreft het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden, het bouwen van een garage met tuinberging en de regularisatie van de ontbossing van het perceel.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 03/11/1977 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen.
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs het Eikenenpad, een gemeenteweg in het centrum van de gemeente Zonhoven.
De bebouwing in de nabije omgeving kenmerkt zich door voornamelijk vrijstaande eengezinswoningen met hoofdzakelijk 2 bouwlagen onder hellende daken, afgewerkt in baksteen in diverse tinten en texturen.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt blijkt dat het perceel van de aanvraag waarschijnlijk in gebruik was als tuinzone bij de aangrenzende woning nr. 15. Het perceel was in 2019 nog volledig beplant, met o.a. een aantal bomen. Uit de foto’s bij de aanvraag en de luchtfoto’s blijkt dat alle beplantingen (buiten gras) en alle bomen verdwenen zijn. Hiervoor werd een boscompensatieformulier gevoegd bij de aanvraag. Op dit moment is het perceel enkel nog begroeid met gras. De rechter perceelsgrens loopt schuin naar achteren, de linker loopt haaks op de voorliggende weg tot op ongeveer 25m en loopt dan ook schuin naar achteren.
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag betreft het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden, het bouwen van een garage met tuinberging en de regularisatie van de ontbossing van het perceel.
De woning wordt opgetrokken tegen de linker perceelsgrens, tegen de bestaande halfopen woning op het links aanpalend perceel, en volgt dezelfde voorbouwlijn, op 10,76m vanaf de rooilijn.
De woning telt 2 bouwlagen onder een hoofdzakelijk hellend dak dat eerst het gabarit van de links aanpalende woning volgt, met een kroonlijsthoogte van 5,55m boven het voorliggend maaiveld, en dan overgaat in een plat dak aan de rechter en achterzijde, met een kroonlijsthoogte van 6m boven het maaiveld.
De woning heeft ter hoogte van de voorgevel een breedte van 10,10m en wordt ingeplant op min. 3,71m van de rechter perceelsgrens. De rechter zijgevel volgt deels de schuine zijdelingse perceelsgrens.
De gelijkvloerse bouwdiepte bedraagt max. 17m, de bouwdiepte op de verdieping bedraagt max. 12m.
Ter hoogte van het gelijkvloers bevindt zich een wooneenheid met twee slaapkamers, op de verdieping een tweede wooneenheid met 1 slaapkamer. Op het gelijkvloers wordt de gemeenschappelijke toegang voorzien, met een gemeenschappelijke fietsenberging. Op het plat dak achter het appartement op de verdieping wordt een terras aangelegd, aansluitend aan de leefruimte, met een diepte van 2m, over de breedte van de achtergevel. Aan de linkerzijde wordt een buitenkast voorzien op dit terras, geïntegreerd in de architectuur. Achter het terras wordt de rest van het plat dak aangelegd als groendak.
De woning wordt voorzien in rood-bruin-wit-geel getinte gevelstenen, antracietkleurige pannen en antracietkleurig aluminium schrijnwerk.
De gemene muur wordt aan de zijde van het aanpalend perceel deels afgewerkt met leien.
Achter de woning, tegen de rechter perceelsgrens wordt een vrijstaand bijgebouw ingeplant, op min. 8m achter de achtergevel van de hoofdbouw, met een breedte van 4,20m en een bouwdiepte van 9,50m. Dit bijgebouw functioneert als garage en tuinberging voor het gelijkvloers appartement. Het telt 1 bouwlaag met een hoogte van 3m en wordt afgewerkt in dezelfde materialen als het hoofdgebouw.
In de voortuin wordt aan de rechterzijde een inrit aangelegd met een breedte van 3m ter hoogte van de rooilijn. Deze sluit in de voortuin aan op 2 parkeerplaatsen in grasdallen en een looppad naar de voordeur. De inrit loopt door tot aan de garage in de achtertuin. De voortuin wordt voor het overige aangeplant met een streekeigen beplanting. In de achtertuin wordt een terras van 16m² voorzien bij het gelijkvloers appartement, aansluitend op de leefruimte. De overige achtertuinzone wordt als gazon aangelegd. Deze achtertuin hoort bij het gelijkvloers appartement.
Het kappen van de bomen dient te worden geregulariseerd, hiervoor werd een boscompensatieformulier toegevoegd aan de aanvraag.
Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De woonfunctie is functioneel inpasbaar op deze locatie.
Mobiliteitsimpact
Het college van burgemeester en schepenen verwacht bij het oprichten van meergezinswoningen principieel een aantal autostaanplaatsen dat overeenkomt met het aantal woongelegenheden. De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.
De aanvraag voorziet in min. 4 autostaanplaatsen/ garages voor 2 woongelegenheden. (1 in de garage, min. 1 op de inrit, 2 op de parkeerplaatsen in de voortuin)
Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
Op het gelijkvloers wordt een gemeenschappelijke fietsenberging voorzien. Deze is bereikbaar via twee deuren en is bijgevolg niet erg praktisch.
Er dient ingezet te worden op duurzame mobiliteit, en dus op het fietsgebruik. Ruime comfortabele fietsenstallingen voor min. 1 fiets/hoofdkussen zijn bijgevolg noodzakelijk bij de oprichting van een meergezinswoning. Er moeten dus 5 fietsen gestald kunnen worden in de gelijkvloerse fietsenberging wat niet haalbaar lijkt. In de vrijstaande garage wordt ook een deel tuinberging ingericht. In dit vrijstaand bijgebouw, dat exclusief voor het gelijkvloers appartement bedoeld is, is ruimte voor het stallen van 3 fietsen. Op die manier zou de gelijkvloerse inpandige fietsenstalling gebruikt kunnen worden voor de (min.) 2 fietsen van het appartement op de verdieping, wat wel haalbaar lijkt binnen deze ruimte. Omwille van de bruikbaarheid van de ruimtes en de noodzaak tot comfortabele fietsenstalling wordt daarom volgende vergunningsvoorwaarde opgelegd:
De fietsen van de gebruikers van het gelijkvloers appartement dienen gestald te worden in het vrijstaand bijgebouw. De fietsenstalling op het gelijkvloers van het hoofdvolume dient exclusief voorbehouden te blijven voor de gebruikers van het appartement op de verdieping en mag niet gebruikt worden door de gebruikers van het gelijkvloers appartement.
De schaal van de voorgenomen werken
Het gabarit van de links aanpalende woning wordt grotendeels gevolgd. Het volume en de oppervlakte van woning en bijgebouw vallen binnen de gangbare bematingen.
Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De woning wordt ingeplant op dezelfde voorbouwlijn als de bestaande links aanpalende woning en past zich in binnen de gangbare bematingen.
Het perceel heeft een oppervlakte van 827m². De verharde en bebouwde oppervlakte zal 368m² bedragen. Dit komt neer op een verhardings- en bebouwingspercentage van 45%, wat vrij hoog (door de lengte van de inrit), maar nog net aanvaardbaar is.
In de toekomst verder uitbreiden van de verhardingen (door bv. een zwembad) is gezien de reeds hoge verhardingsgraad in principe niet wenselijk. Bijkomende verhardingen dienen om die reden getoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening. Daarom wordt als vergunningsvoorwaarde opgelegd dat de aanleg van bijkomende verhardingen (incl. een zwembad of -vijver) vergunningsplichtig is. Om de verhardingsgraad op het perceel te beperken en zo toekomstige uitbreidingen minder te hypothekeren zou de aanleg van een karrespoor (omringd door groen) i.p.v. een volledig verharde inrit kunnen worden overwogen. Dit wordt meegegeven als suggestie.
Gezien de locatie van het perceel is wonen in de vorm van een meergezinswoning toelaatbaar.
De woondichtheid bedraagt ongeveer 24 woningen/hectare, wat aanvaardbaar is op deze locatie.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt dat het perceel in 2019 nog volledig begroeid was, met o.a. een aantal hoogstammige bomen. Uit de foto’s bij de aanvraag en de luchtfoto blijkt dat alle beplantingen op het perceel werden verwijderd. Hiervoor werd een boscompensatievoorstel toegevoegd aan de aanvraag. Het Agentschap voor Natuur en Bos verleende hiervoor een voorwaardelijk gunstig advies.
Het is echter belangrijk, op vlak van biodiversiteit, om het kappen van de bomen toch enigszins te compenseren. Om die reden wordt volgende vergunningsvoorwaarde opgelegd:
Er dienen op het perceel twee nieuwe inheemse hoogstam bomen te worden aangeplant, met plantmaat 18/20. Op die manier zal het oorspronkelijke groene karakter van het perceel enigszins hersteld worden.
Visueel-vormelijke elementen
Het straatbeeld wordt gekenmerkt door voornamelijk vrijstaande eengezinswoningen met hoofdzakelijk 2 bouwlagen onder hellende daken, afgewerkt in baksteen in diverse tinten en texturen.
De woning zal zich goed integreren binnen dit straatbeeld.
Uit de plannen blijkt dat de gemene muur aan de zijde van het links aanpalend perceel deels met leien wordt afgewerkt. Het is onduidelijk waarom dit niet over de volledige lengte van deze muur gebeurt. De gemene muur dient aan de zijde van het links aanpalend perceel afgewerkt te worden in een kwalitatief en duurzaam materiaal, in samenspraak met de eigenaars van dit perceel. Dit wordt herhaald in de vergunningsvoorwaarden.
Cultuurhistorische aspecten
Niet van toepassing.
Bodemreliëf
Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
De aanvraag creëert geen bijkomende hinder.
Beide woningen, en hun buitenruimtes, bieden voldoende woonkwaliteit en gebruiksgenot.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving onder de vermelde voorwaarden.
BESPREKING ADVIEZEN
“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden
Er is geen uitbreiding van de waterleiding noodzakelijk.
Door de beslissing van de Vlaamse regering op 8/04/2011 moet elke wooneenheid over een eigen watermeter te beschikken. De plaats van de watermeters moet beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
Het tellerlokaal moet een gemeenschappelijke ruimte zijn, groot en hoog genoeg voor de plaatsing van alle tellers.
Voor gemeenschappelijke ruimten geldt dat deze ruimte op elk moment voor elk van de gebruikers toegankelijk moet zijn.
Bovendien moet er een tijdelijke put van 1 x 1 x 1.2m voorzien worden voor het binnenbrengen van de waterleidingen. Na het binnenbrengen van de aftakking mag deze put gedempt worden. De koker vanuit de werkput tot buiten het gebouw moet een diameter van 150mm hebben.
De plaatsing van een (energie) bocht is voor appartementen niet toegelaten.
In het gebouw dient een aftakput te worden voorzien van 1X1X1,2m. Wanneer de aftakput niet wordt voorzien, behoudt De Watergroep zich het recht voor de aftakking niet uit te voeren.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de aanvragers.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht.
Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800.
In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
“Dit betreft enkel een advies. Er moet gewacht worden met het kappen van bomen, totdat de vergunning verleend door de vergunningverlenende overheid dit toelaat.
Ruimtelijke bestemming
Het perceel is gelegen in woongebied op gewestplan.
Rechtsgrond
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing);
Artikel 35. §4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bespreking boscompensatievoorstel
In toepassing van art. 90 bis, §1, 2de lid van het Bosdecreet vroeg u advies over de aanvraag voor een omgevingsvergunning met referentienummer 2021040942.
Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 405 m² wenst te ontbossen omwille van bouwen meergezinswoning met 2 wooneenheden en bouwen van een garage met tuinberging.
Het betreft een natuurlijk gegroeid bos jonger dan 22 jaar.
Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 405 m², waarvan 405 m² ter regularisatie van al uitgevoerde ontbossing.
Het boscompensatievoorstel wordt goedgekeurd.
Als bijlage vindt u het door het Agentschap voor Natuur en Bos goedgekeurde compensatievoorstel, dat integraal moet deel uitmaken van de omgevingsvergunning. Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het nummer 21-215198.
Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen.
Bespreking aanvraag omgevingsvergunning
De aanvraag betreft het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden en het bouwen van een garage met tuinberging.
De ontbossing en de voorgestelde werken zijn verenigbaar met de bestemmingsvoorschriften in woongebied.
Conclusie
Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies.
Het goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de omgevingsvergunning.
De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:
• Artikel 90 bis Decreet Bosdecreet van 13.06.1990
• Artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001
Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:
• De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met nummer: 21-215198.
• De te ontbossen oppervlakte bedraagt 405 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
• De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage.
• De bosbehoudsbijdrage bedraagt € 0 omwille van natuurlijke bosopslag jonger dan 22 jaar.
Gelieve een afschrift van de beslissing te bezorgen aan het Agentschap voor Natuur en Bos. De vergunningverlenende instantie dient ons ook op de hoogte te brengen van een eventuele (opschortende) beroepsprocedure tegen de genomen beslissing.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. In het kader van de biodiversiteit en het (oorspronkelijke) groene karakter van het perceel wordt evenwel een compensatie opgelegd, zoals hierboven beschreven.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits volgende voorwaarden:
Volgende suggestie wordt meegegeven: Om de verhardingsgraad op het perceel te beperken en zo toekomstige uitbreidingen minder te hypothekeren zou de aanleg van een karrespoor (omringd door groen) i.p.v. een volledig verharde inrit kunnen worden overwogen.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden en het bouwen van een garage met tuinberging mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden en het bouwen van een garage met tuinberging zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Volgende suggestie wordt meegegeven: Om de verhardingsgraad op het perceel te beperken en zo toekomstige uitbreidingen minder te hypothekeren zou de aanleg van een karrespoor (omringd door groen) i.p.v. een volledig verharde inrit kunnen worden overwogen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 27/09/2021 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een meergezinswoning met 2 wooneenheden, het bouwen van een garage met tuinberging en de regularisatie van de ontbossing van het perceel, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Volgende suggestie wordt meegegeven: Om de verhardingsgraad op het perceel te beperken en zo toekomstige uitbreidingen minder te hypothekeren zou de aanleg van een karrespoor (omringd door groen) i.p.v. een volledig verharde inrit kunnen worden overwogen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
De aanvraag werd op 7 juli 2021 ontvangen en op 6 augustus 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 21 april 2021 (VB_2021_132)
“Hierbij beantwoord ik graag uw vragen voor het perceel 3E 514G, gelegen aan Molenweg 52.
Het goed is niet gelegen in een verkaveling, een BPA of een RUP. Het perceel ligt volgens de gewestplanbestemming in woongebied met landelijk karakter en achteraan in natuurgebied (50m vanaf rooilijn).
Er zijn geen bouwplannen voorhanden voor deze locatie.
Mbt de bouwvergunning:
Bij nieuwbouw dient met de volgende bouwvoorschriften rekening gehouden te worden:
Deze algemene regels zijn stelregels die kunnen bijgesteld worden afhankelijk van de individuele situatie van het terrein. Dit dient echter steeds afgetoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening, de kenmerken van het perceel en de straat, …
Het is steeds mogelijk een voorontwerp aan de dienst Ruimtelijke ordening voor te leggen.
Indien er zich waardevolle bomen bevinden op het perceel, dienen deze zoveel mogelijk bewaard te blijven. Een ontwerp dient rekening te houden met dergelijke bomen.
Het perceel is deels gelegen in natuurgebied (na 50m). Het deel dat gelegen is in natuurgebied mag niet ‘vertuind’ worden: geen aanleg van gazon, geen speeltuigen, geen afsluitingen,… dit dient als natuurgebied behouden te blijven en ook zo onderhouden te worden.
Voorzien van zo weinig mogelijk verhardingen omwille van het achterliggend natuurgebied.
Een tuinhuis kan voorzien worden binnen de bebouwbare zone van 50m, enkel in functie van tuinberging.
Om de correcte afmetingen te kennen van het perceel kan u best een landmeter-expert contacteren.
M.b.t. de sloopvergunning:
Vanaf 1.1.2021 is er de mogelijkheid voor een verlaagd BTW-tarief. Hiervoor zijn volgende voorwaarden van toepassing:
Meer informatie over deze premie en het verlaagd BTW-tarief vind je op volgende website: https://www.vlaanderen.be/sloop-en-heropbouwpremie
U kan een slooppremie bekomen. Belangrijk is dat de omgevingsvergunningsaanvraag bestaat uit een combinatie van sloop met wederopbouw. Wanneer je eerst een sloop aanvraagt en later een aanvraag voor nieuwbouw kom je niet in aanmerking. Voor meer info hieromtrent verwijs ik u door naar de dienst Duurzaamheid en Wonen: wonen@zonhoven.be Zij kunnen u verder informeren over de slooppremie.
Indien u nog vragen heeft, neem dan gerust contact op.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.
Dit schrijven biedt geen garanties op volledigheid/vergunning van een dossier.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels in natuurgebied.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.
De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.
De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter. Er worden geen werken uitgevoerd in het natuurgebied en dus niet binnen het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 82,48m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (6m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.
De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater.
Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Herbouw of verbouwing
De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Sloop van een pand
Bij de sloop van dit pand dient de bestaande huisaansluiting tijdelijk of definitief buiten dienst gesteld te worden door de klant. De huisaansluiting dient hierbij buiten dienst gesteld te worden op dergelijke wijze dat de huisaansluiting water- en gronddicht is afgesloten en detecteerbaar op terrein. Bij aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de nieuwe privéwaterafvoer voor regenwater en afvalwater ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting aangesloten te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Art. 4.3.5. Uitgeruste weg
§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.
§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.
Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.
Het perceel is gelegen langs de Molenweg, een gemeenteweg.
De aanvraag voldoet aan deze bepaling.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkom en de nachthal.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Natuurdecreet
De aanvraag is deels gelegen binnen een natuurgebied, een habitatgebied en biologisch waardevol gebied.
De aanvraag werd voor advies overgemaakt aan het Agentschap Natuur en Bos. Zij verleenden op 9 augustus 2021 een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Ruimtelijke bestemming
Het perceel is gelegen in woongebied met landelijk karakter/natuurgebied volgens gewestplan Hasselt-Genk.
Beschermingsstatus
Het perceel is deels gelegen in een Speciale Beschermingszone in uitvoering van de Habitatrichtlijn (Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden - BE2200031) en deels in VEN-zone (Het Vijvergebied Midden-Limburg – 433).
Rechtsgrond
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Bosdecreet van 13 juni 1990;
Artikel 36ter Natuurdecreet van 21 oktober 1997 (in het kader van passende beoordeling);
Artikel 26bis §2 van het Natuurdecreet van 21 oktober 1997 (in het kader van de verscherpte natuurtoets);
Artikel 38/3 Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Artikel 35. §4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bespreking aanvraag omgevingsvergunning
De aanvraag betreft het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
Het natuurlijk maaiveld blijft zo veel mogelijk behouden.
Conclusie
Het Agentschap voor Natuur en Bos geeft gunstig advies onder de volgende voorwaarden:
Wij zouden willen vragen om bij de (her)inrichting van de tuin in woongebied gebruik te maken van inheemse, standplaatsgeschikte soorten omwille van het grenzen van het woongebied aan het natuurgebied.
Het Agentschap voor Natuur en Bos stelt vast dat de vergunningsplichtige activiteit geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in het VEN kan veroorzaken mits rekening wordt gehouden met de voorwaarden in de conclusie.
Op basis van de gegevens in het dossier concludeert het Agentschap voor Natuur en Bos dat de vergunningsplichtige activiteit geen betekenisvolle aantasting veroorzaakt aan de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszone mits rekening wordt gehouden met de voorwaarden in de conclusie.
De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden (Artikel 16 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 25 §3 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 26 bis Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 36 ter §4 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 36 ter §5 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 5 §1 Besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen ter uitvoering van het gebiedsgericht natuurbeleid van 21.11.2003, Artikel 6 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 8 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 14 §1 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 18 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997, Artikel 25 §3 Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21.10.1997).
Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”
Slopen
De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.
Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.
Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits integraal voldaan wordt aan het advies van het Agentschap Natuur en Bos.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel is gelegen langs de Molenweg, een verbindingsweg tussen Zonhoven en de stad Genk.
De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.
Omschrijving van de aanvraag
Het perceel is momenteel bebouwd met een gelijkvloerse eengezinswoning met een zadeldak.
De woning is ingeplant op minimum 3,02m achter de rooilijn / voorste perceelgrens.
De huidige aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De nieuw op te richten woning betreft net zoals de te slopen bebouwing een eengezinswoning. De functie blijft dan ook ongewijzigd en is inpasbaar in de omgeving.
Mobiliteitsimpact
De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.
Op eigen terrein kunnen 2 voertuigen gestald worden waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven op het openbaar domein.
De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken
De aanvraag omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.
De aanvraag betreft onder meer het slopen van de bestaande vrijstaande eengezinswoning.
Deze woning heeft een grondoppervlakte van 143,34m² en een bouwvolume van 516m³.
Na de sloop zal een nieuwe eengezinswoning worden opgericht.
Deze op te richten eengezinswoning wordt ingeplant op minimum 3,02m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op minimum 3m van de linker perceelgrens en op 4,15m van de rechter perceelgrens. De inplanting ligt in dezelfde lijn als de naastliggende woningen.
De nieuw op te richten woning bestaat uit 1 bouwlaag met een zadeldak.
De bouwdiepte bedraagt 9m.
De kroonlijsthoogte is gelegen op 3,70m en de nokhoogte op 7,48m ten opzichte van de as van de weg.
De inplanting, de bouwdiepte alsook het gabarit van het dak vallen binnen de algemeen gehanteerde normen.
De woning wordt uitgevoerd in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen. De dakbedekking wordt uitgevoerd in rode dakpannen.
Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.
Aan de rechterzijde van de woning wordt een inrit aangelegd in waterdoorlatende verharding. De inrit heeft een breedte van 3m en een lengte van ca. 9,50m.
Aan de achterzijde van de woning wordt over de volledige breedte een terras aangelegd in waterdoorlatend materiaal.
Tot slot wordt een toegangspad aangelegd vanaf de achterzijde van de inrit tot de achterzijde van de woning. Dit pad wordt net als de inrit en het niet-overdekt terras uitgevoerd in waterdoorlatend materiaal.
De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.
Bodemreliëf
Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau gelegen is op maximum 0,30m onder de as van de weg.
Het bestaande terreinniveau zal ter hoogte van de nieuwe woning opgehoogd worden tot maximum 0,10m boven de as van de weg.
De terreinophoging mag maximaal uitgevoerd worden tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 9 augustus 2021 verleende het Agentschap Natuur en Bos een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.
De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.
De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het aanleggen van een (zwem)vijver.
De aanvraag werd op 20/07/2021 ontvangen en op 18/08/2021 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
Geregulariseerd/ hersteld met uitvoering omgevingsvergunning dd. 29/01/2019.
Huidige aanvraag betreft een nieuwe aanvraag voor de aanleg van een (zwem)vijver dewelke de reeds vergunde vijver binnen dossier 2019/00112 zal vervangen (werd niet uitgevoerd).
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie tussen maart 2021 en juli 2021 (VB_2013_19).
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.
Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt niet dat op het perceel van de aanvraag nog constructies en/of handelingen werden opgericht/ uitgevoerd, waarvoor geen vergunning verleend werd.
Milieu
Volgende melding werd afgeleverd:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Natuur en Bos
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in natuurgebied en deels voorbehouden als reservatiestrook.
De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.
In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.
De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden.
In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk.
De reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden zijn die waar perken kunnen worden opgesteld aan de handelingen en werken ten einde de nodige ruimten te reserveren voor de uitvoering van werken van openbaar nut, of om deze werken te beschermen of in stand te houden.
Gewestplanwijziging
Bij besluit van de Vlaamse Regering van 30-04-1996 en van 6-10-2000 werd het gewestplan deels
gewijzigd.
Enerzijds werd het militair domein herbestemd naar zone voor ambachtelijke bedrijven en kmo’s en naar pleisterplaats voor nomaden en woonwagenbewoners en anderzijds werd de reservatiestrook ten oosten van het centrum geschrapt.
De reservatiestrook werd ook op voorliggend perceel geschrapt.
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
Het goed is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.
Er worden drie deelgebieden als een perimeterplan afgebakend met een aanvullend voorschrift dat onder voorwaarden van toepassing is. Dit voorschrift wijzigt het gewestplan niet. De drie perimeterplannen zijn:
Het voorschrift behorend bij het RUP is slechts onder volgende voorwaarden van toepassing:
De aanvraag is gelegen binnen perimeterplan Heidegebied.
Voorschriften RUP - Artikel 4 DE INRICHTING VAN DE BUITENRUIMTE – TUINEN
De tuin is een zone in een straal van 10 m rond de woning. Verharding moet beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke toegangen en paden naar de woning. Deze paden moeten uitgevoerd worden in kleinschalige, waterdoorlatende materialen. De aanleg van een buitenterras door middel van verharding is enkel direct aansluitend bij het hoofdgebouw van de woning toegestaan en dit met een maximum oppervlakte van 20.00 m2. Een natuurlijke, landschappelijk te integreren (zwem)vijver of poel is toegestaan. De beplantingen zullen bestaan uit streekeigen standplaats gebonden soorten. Het betreft beplanting, of plantengroei die van nature, spontaan voorkomt bij de fysische omstandigheden die zich in de streek en/of op deze specifieke plaats voordoen. Deze planten kunnen zowel van autochtone oorsprong zijn, dan wel in het verleden ingevoerd en inmiddels geïntegreerd zijn in het natuurlijk milieu. De tuinen en de buitenruimte moeten qua inrichting inspelen op de karakteristieken van het omgevende landschap. De percelen worden afgebakend met landschappelijke hagen, haagkanten, houtkanten, een houtwal, solitair bomen of bomenrijen of afhankelijk van de plaats wordt de buitenruimte open gehouden, om zichten te bewaren. Vertuining mag enkel in de directe omgeving van het hoofdgebouw, dit in een straal van 10.00 m rond de woningen, is niet waarneembaar van uit het landschap in de omgeving. Dat wil zeggen dat het niet zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. Op die manier is de oppervlakte van de tuinkavel beperkt.
Het aangevraagde voldoet aan de voorschriften en voorwaarden van het RUP.
Een landschappelijk geïntegreerde natuurlijke (zwem)vijver wordt aangelegd binnen de strook van 10m rond de woning, reeds aanwezige verhardingen worden ingeperkt en beplantingen zijn voorzien.
Met betrekking tot de inrichting van de buitenruimte algemeen, werd de aanvraag overgemaakt aan het agentschap Natuur en Bos.
Op 16/09/2021 werd door het agentschap Natuur en Bos vastgesteld dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad (zie volledig advies onder “Overige regelgeving – Natuurdecreet”).
De aanvraag voldoet principieel niet aan de bestemmingsvoorschriften maar voldoet aan de stedenbouwkundige voorschriften van het geldende ruimtelijk uitvoeringsplan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing gezien de overloop van de vijver infiltreert op eigen terrein en verhardingen waterdoorlatend worden aangelegd en/of infiltreren op eigen terrein.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “Individueel te optimaliseren buitengebied”.
Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:
Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit / zwemvijver dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.
Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.
Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.
Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.
De aanvraag doorstaat de watertoets.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de bodemingreep kleiner is dan 1 000m².
Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Natuurdecreet
De aanvraag ligt binnen een natuurgebied, binnen een speciale beschermingszone zijnde habitatgebied en binnen VEN “De Teut – Tenhaagdoornheide”.
De aanvraag werd voor advies voorgelegd aan het agentschap Natuur en Bos.
In het advies van 16/09/2021 van het agentschap Natuur en Bos wordt aangegeven dat de bestaande natuurwaarden niet geschaad worden:
“Wij hebben uw vraag om advies op naam van Joris Valkenborgh, te Zonhoven, met referentie 2021122961 goed ontvangen.
De aanvraag is bij ons geregistreerd met het kenmerk 21-215631.
Op basis van het dossier dat ter advies is voorgelegd, stelt het Agentschap voor Natuur en Bos vast dat de bestaande natuurwaarden niet worden geschaad.
Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:
Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via het algemeen e-mail adres van AVES.
Wij brengen verder geen schriftelijk advies uit.
Het Agentschap wenst een afschrift van de vergunning te krijgen.”
Het verwijderen van beplanting kan enkel gebeuren buiten het broedseizoen. Het rooien is verboden van 1 maart tot 1 juli.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het aanleggen van een (zwem)vijver bij een zonevreemde woning.
Op 13/08/2019 werd reeds een vergunning afgeleverd voor de aanleg van een (zwem)vijver doch deze werd niet uitgevoerd. Met de huidige aanvraag wenst men een opnieuw een (zwem)vijver aan te vragen met gewijzigde afmetingen en inplanting alsook worden verhardingen en beplantingen in de tuinzone aangepast.
De vijver wordt rechts achteraan de woning voorzien, binnen de 10m-zone, aansluitend op het terras van de woning.
Het terras van 19,8m² wordt (her)aangelegd in een kasseiverharding en daarachter wordt een (zwem)vijver aangelegd over een breedte van 13,50m en een lengte van 3,25m. De plantenfilter voor natuurlijke zuivering wordt aan de rechterzijde van het terras aangelegd (4,90m x 2,40m).
De diepte van het zwemgedeelte van de vijver bedraagt 1,50m en via een hellend vlak wordt overgegaan naar de ondiepe zone met een diepte tot 0,60m.
Het betreft een natuurlijke vijver met een strak uiterlijk door de rechthoekige vorm.
De vijver zal tevens de terreinovergang vormen tussen terras en de 0,80m lager liggende tuinzone. Door het voorzien van een lichte talud met beplanting aan een gedeelte van de vijver zal deze laatste voldoende integreren in de omgeving. Tussen de beplanting en de vijver is een looppad in hout voorzien, de zichtbaar blijvende wanden van de zwemvijver met een hoogte tot max. 0,60m, worden uitgevoerd met een stalen afranding.
De bestaande grindverharding aan de linkerzijde van de woning wordt verminderd tot een pad van ca. 1m breed langsheen de gevellijn. Alle verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende materialen (kasseiverharding met open voeg, grindverharding en hout).
Er worden rond de woning ook diverse bloemborders (insektenborders) voorzien, een kruidenbak aan het terras en de plantenfilter met inheemse waterzuiverende planten.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.
Voorschriften RUP - Artikel 4 DE INRICHTING VAN DE BUITENRUIMTE – TUINEN
De tuin is een zone in een straal van 10 m rond de woning. Verharding moet beperkt blijven tot de strikt noodzakelijke toegangen en paden naar de woning. Deze paden moeten uitgevoerd worden in kleinschalige, waterdoorlatende materialen. De aanleg van een buitenterras door middel van verharding is enkel direct aansluitend bij het hoofdgebouw van de woning toegestaan en dit met een maximum oppervlakte van 20.00 m2. Een natuurlijke, landschappelijk te integreren (zwem)vijver of poel is toegestaan. De beplantingen zullen bestaan uit streekeigen standplaats gebonden soorten. Het betreft beplanting, of plantengroei die van nature, spontaan voorkomt bij de fysische omstandigheden die zich in de streek en/of op deze specifieke plaats voordoen. Deze planten kunnen zowel van autochtone oorsprong zijn, dan wel in het verleden ingevoerd en inmiddels geïntegreerd zijn in het natuurlijk milieu. De tuinen en de buitenruimte moeten qua inrichting inspelen op de karakteristieken van het omgevende landschap. De percelen worden afgebakend met landschappelijke hagen, haagkanten, houtkanten, een houtwal, solitair bomen of bomenrijen of afhankelijk van de plaats wordt de buitenruimte open gehouden, om zichten te bewaren. Vertuining mag enkel in de directe omgeving van het hoofdgebouw, dit in een straal van 10.00 m rond de woningen, is niet waarneembaar van uit het landschap in de omgeving. Dat wil zeggen dat het niet zichtbaar mag zijn vanuit de omgeving. Op die manier is de oppervlakte van de tuinkavel beperkt.
De aanvraag integreert zich hierin volledig qua inplanting, landschappelijke integratie, materiaalgebruik en omvang.
De zwemvijver situeert zich binnen de 10m-zone rond de woning, sluit aan op het terras achter de woning en vormt een overgang tussen het niveau van het terras en lager gelegen tuinzone (-80cm lager). Het betreft een natuurlijke (zwem)vijver met een strakke rechthoekige vorm (13,5m x 3,25m en een maximale diepte tot 1,50m) die omrand wordt met diverse plantenzones.
Er wordt een helling voorzien tussen het diepere zwemgedeelte en een minder diepe zone in functie van gebruik en veiligheid voor wilde dieren en amfibieën.
Hier dient opgemerkt dat in de ondiepe zone het water nog steeds 60cm diep is. Voor amfibieën en kleiner wild is dit geen praktisch haalbare diepte om het water te verlaten.
Ter voorkoming van versnippering en verdrinking onder niet-vliegende fauna is het vervangen van verticale harde oevers door natuurvriendelijke oevers een effectieve maatregel. Waar het creëren van natuurvriendelijke oevers niet haalbaar is, zijn fauna-uitstapplaatsen (FUP’s) een noodzakelijke maatregel om sterfte onder te water geraakte fauna, die niet tegen de steile oeverafwerking op kan klimmen, te voorkomen. Op een FUP kunnen te water geraakte dieren weer op de oever klimmen. Voor FUP’s geldt: hoe breder, hoe beter, maar een FUP van 1 meter breed wordt in veel gevallen al zeer goed gebruikt. (bron: https://www.mjpo.nl/downloads/202/leidraad-2013-bijlagen[1].pdf )
Er moeten zachte hellingen worden gecreëerd zodat dieren die in de vijver afdalen of er in vallen, er gemakkelijk weer kunnen uit komen.
In de ondiepe zone van de zwemvijver dient eveneens een gedeelte in lichte helling voorzien te worden van de bodem tot de randhoogte als fauna uitstapplaats.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat in de ondiepe zone van de zwemvijver eveneens een gedeelte in lichte helling voorzien wordt van de bodem tot de randhoogte als fauna uitstapplaats.
BESPREKING ADVIEZEN
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren.
De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening op voorwaarde dat in de ondiepe zone van de zwemvijver ook een lichte helling tussen het ondiepe watergedeelte en de rand voorzien wordt als fauna uitstapplaats.
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een (zwem)vijver mits het opleggen van voorwaarden.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het aanleggen van een (zwem)vijver, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 28/09/2021 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De omgevingsvergunning omvat het aanleggen van een (zwem)vijver, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Als bemerking wordt meegegeven dat er voor het houten pad bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Tropisch houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Onderzoeksstudie vergunningstoestand
BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:
Bouwvergunning op 1 juni 1955 voor het bouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1955/00036.
Bouwvergunning op 29 juni 1959 voor het bouwen van een garage met als dossiernummer 1959/00160.
Bouwvergunning op 5 januari 1999 voor het verbouwen van een woonhuis met als dossiernummer 1998/07996.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
VERMOEDEN VAN VERGUNNING
Artikel 4.2.14. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt:
‘§ 1. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden vóór 22 april 1962, worden voor de toepassing van deze codex te allen tijde geacht te zijn vergund.
§ 2. Bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, worden voor de toepassing van deze codex geacht te zijn vergund, tenzij het vergund karakter wordt tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Het tegenbewijs, vermeld in het eerste lid, kan niet meer worden geleverd eens de constructie één jaar als vergund geacht opgenomen is in het vergunningenregister. 1 september 2009 geldt als eerste mogelijke startdatum voor deze termijn van één jaar. Deze regeling geldt niet indien de constructie gelegen is in een ruimtelijk kwetsbaar gebied.
§ 3. Indien met betrekking tot een vergund geachte constructie handelingen zijn verricht die niet aan de voorwaarden van § 1 en § 2, eerste lid, voldoen, worden deze handelingen niet door de vermoedens, vermeld in dit artikel, gedekt.
§ 4. Dit artikel heeft nimmer voor gevolg dat teruggekomen wordt op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die het vergund karakter van een constructie tegenspreken.’
DE AANVRAAG
De aanvraag behelst de vraag tot opname in het gemeentelijk vergunningenregister voor wat betreft de uitbreiding van de garage links achter de woning.
KADASTRALE GEGEVENS
Het woonhuis op perceel 512R2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1956.
BEWIJSVOERING
Aan de aanvraag werd een luchtfoto van 19.10.1977 toegevoegd.
Aan de aanvraag werden de plannen van de bouwvergunning van de garage van 29 juni 1959 toegevoegd.
Aan de aanvraag werd het inplantingsplan van de bouwvergunning van het verbouwen van het woonhuis van 5 januari 1999 toegevoegd.
Aan de aanvraag werden foto’s van de huidige situatie toegevoegd.
OVERIGE REGELGEVING
Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten
Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten.
BEOORDELING
Uit de bewijsvoering en de huidige toestand blijkt dat de uitbreiding van de garage links achter de woning kan beschouwd worden als zijnde geacht vergund.
Op de historische luchtfoto is de uitbreiding immers terug te vinden waardoor de uitbreiding bijgevolg beschouwd kan worden als zijnde vergund.
Het vergund karakter wordt bovendien niet tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
Algemeen besluit
De uitbreiding van de garage links achter de woning kan beschouwd worden als zijnde geacht vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1977, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college van burgemeester en schepenen neemt de uitbreiding van de garage links achter de woning op in het vergunningenregister als vergund geacht, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.
In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1977, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.
Artikel 4.2.16§1 en §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening omschrijft:
§ 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.
§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door:
1° de storting van een afdoende financiële waarborg;
2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.
Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.
Het college van burgemeester en schepenen beslist het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening af te leveren aan Realmart bvba / Jan Martens met volgende opmerkingen:
Er werd voldaan aan de volgende voorwaarden:
3) De twee loten (4A en 4B) dienen vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval, alvorens er een verkoop van een lot en / of een stedenbouwkundige vergunning, voor het bebouwen van een lot, kan bekomen worden;
6) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld in het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos, dd. 02/12/2016;
8) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld in het advies van Infrax (relatiebeheer gemeenten), dd. 03/01/2017;
15) De paalstenen dienen geplaatst te worden;
Er werd gedeeltelijk voldaan aan de volgende voorwaarden, andere onderdelen zijn pas uit te voeren bij ontwikkeling waardoor de voorwaarde geldig blijft:
5) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld in het advies van de Watergroep, dd. 06/12/2016; (watermeter, aftakkingen)
7) Te voldoen aan de voorwaarden gesteld in het advies van Infrax (riolering), dd. 24/01/2017; (vloerpeil)
Wel dient opgemerkt te worden dat de volgende verplichtingen geldig blijven:
1) Te voldoen aan de voorschriften voor loten 4A en 4B in bijlage, opgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen;
2) De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de verkavelingsaanvraag, zijn niet van toepassing;
4) Er worden bijgebouwen toegestaan tot 21 m². Bij het benutten van een bouwdiepte van meer dan 15 m kan enkel een gesloten tuinhuis van maximum 10 m² of een overdekt terras van maximum 18 m² toegelaten worden. Er zijn dan geen overige bijgebouwen toegestaan.
Bij het benutten van een bouwdiepte van 15 m of minder, zijn de voorschriften in bijlage van toepassing.
9) Mandelige muren, opgericht op de perceelsgrens, dienen afgewerkt te worden in een duurzaam gevelmateriaal door de eerstbouwende;
10) Omtrent de uitvoering van de gemeenschappelijke/mandelige muren dient met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de bouwwerken;
11) De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen;
12) Kosten voor het voorzien/verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
13) Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de verkavelingsaanvraag of de toekomstige stedenbouwkundige aanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager.
14) Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een verkavelingsaanvraag of een stedenbouwkundige aanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager;
16) Op het eigen terrein moet de mogelijkheid bestaan tot het stallen van 2 voertuigen (1,5 parkeerplaatsen per woonentiteit – afgerond naar boven).
17) Het bestaande reliëf dient maximaal gerespecteerd te worden.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tevens een afschrift van dit attest te versturen naar:
Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van riolering, voor de percelen, te 1ste afd, sectie B, 1225M, 1225P, 1225R, 573S, 578C, en een gedeelte openbaar domein te Achter De Hoven, kaderend in de bouwwerken voor het appartementsgebouw van Dethier te Dorpsplein.
Voor de plaatsing van riolering moet een grondwatertafelverlaging van 3,5 meter bekomen worden. Er zullen 10 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 200 m³/dag, gedurende 10 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 2000 m³. Er wordt echter 3000 m³ aangevraagd. In de berekeningsnota is er sprake van 2488 m³ als totaaldebiet.
Het lozingspunt bevindt zich op Achter De Hoven. Hier ligt een gedeelte rwa-afvoer, hetgeen uitkomt in de Roosterbeek.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur, doch voor een totaaldebiet van 2488 m³.
Gunstig voor een bronbemaling te Achter De Hoven, voor de plaatsing van riolering, te 1ste afd, sectie B, 1225M, 1225P, 1225R, 573S, 578C en een gedeelte openbaar domein, voor een totaaldebiet van 2488 m³ mits volgende voorwaarden:
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
* Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van Achter De Hoven.
Besluit:
Artikel 1
De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 28/09/2021 akte genomen van de melding ingediend door De Coster Henri, Achterstraat 34 te 3990 Peer voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de plaatsing van riolering voor een totaaldebiet van 2488 m³, gelegen te Achter De Hoven te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: afdeling 1, sectie B, nummer 1225M, 1225P, 1225R, 573S, 578C en een gedeelte openbaar domein, met rubriek: 53.2.2°a).
Artikel 2
Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp).
* Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van Achter De Hoven.
Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het project omtrent de sterilisatie van huiskatten. Net als voorgaande jaren wordt een actie georganiseerd waarbij katteneigenaars een kortingsbon kunnen bekomen bij het onthaal van het gemeentehuis wanneer ze hun huiskat laten steriliseren of castreren. Per gezin kan 1 kortingsbon uitgereikt worden, hetzij voor een kater twv 15 euro, hetzij voor een kattin twv 25 euro. De actie start midden februari en loopt af op 15 september 2022.
In 2021 werden 27 bonnen uitgereikt voor kattinnen en 12 bonnen voor katers. Het nodige budget is voorzien onder actienummer MJP463 voor een budget van 1200 euro.
Het college van burgemeester en schepenen beslist deel te nemen aan de actie.
Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse overheid.
Zonhoven ondertekende het burgemeestersconvenant en ging hierdoor een engagement aan om 40% CO2-reductie te realiseren (50% voor Zonhoven) tegen 2030. De Vlaamse overheid reikt nu, samen met de provincies en 40 andere partners, financiële ondersteuning aan aan de gemeenten om het burgemeestersconvenant tot uitvoering te brengen via het Klimaatpact. De ondertekening van het pact zal de gemeente helpen de doelstellingen van het burgemeestersconvenant te realiseren.
Het pact focust zich op 4 werven: vergroening, energie, (deel)mobiliteit en ontharding.
Door de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact geeft de gemeente aan actie te ondernemen om de doelstellingen vermeld in de onderstaande werven waar te maken:
1. Laten we een boom opzetten
2. Verrijk je wijk
3. Elke buurt deelt en is duurzaam bereikbaar
4. Water het nieuwe goud
Bovenstaand zijn streefdoelen waar elke gemeente zelf kan bepalen waar ze de focus op legt. Naast de gezamenlijke basis kan elk bestuur zelf beslissen om nog verder te gaan. Een rapportering dient te gebeuren.
Door ondertekening krijgen we een subsidie van 70.225 euro van de Vlaamse overheid. Hier tegenover staat dat de gemeente moet kunnen aantonen dat ze eenzelfde bedrag voorziet in haar meerjarenbegroting om de doelstellingen uit te voeren. Het moet hier niet gaan om een bijkomend budget. Er kan de link gelegd worden met reeds voorziene budgetten voor de uitvoering van het klimaatplan/burgemeestersconvenant.
Ten laatste op 29 oktober moet de gemeenteraadsbeslissing geüpload worden.
Nota dienst:
Door de ondertekening van het burgemeestersconvenant heeft het gemeentebestuur zich geëngageerd om de doelstellingen te behalen. Het ondertekenen van het klimaatpact kadert in het burgemeestersconvenant en dient bijgevolg niet beschouwd te worden als een bijkomende verplichting, maar wel als een instrument om het burgemeestersconvenant uit te voeren. De dienst Milieubeleid adviseert om hierop in te tekenen.
Afgaande op de meerjarenbegroting zijn reeds voldoende budgetten voorzien waarbij de gemeente kan aantonen dat ze meer dan 70.225 euro ter beschikking heeft voor de uitvoering van de doelstellingen van de burgemeestersconvenant.
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatpact en brengt dit ter goedkeuring voor op de gemeenteraad van oktober.
Voorstel voor opening Tour Elentrik:
Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over de opening van Tour Elentrik
We ontvingen volgende aanvragen voor kienspel in de De Kwint, Heuvenstraat 9, 3520 Zonhoven
| Datum van het spel | Vereniging | Voorzitter | Doel van de opbrengst |
| 27-11-2021 | Team 911 | Julienne Timco | Activiteiten voor sportclub |
Het college van burgemeester en schepenen maakt de verenigingen van toekomstige kienspelen er op attent dat de verslagen binnen de twee maanden na het kienspel dienen te worden bezorgd.
Het college van burgemeester en schepenen maakt de verenigingen erop attent dat zij zelf voor de organisatie van het kienspel dienen in te staan en dat er niet om geldprijzen mag gespeeld worden.
Het college van burgemeester en schepenen verleent een vergunning aan het Sportclub Team 911 voor het organiseren van een kienspel.
Zij heeft nu een boete gekregen van Fluvius wegens een laattijdige aanvraag en moet nu 202 euro betalen ipv 67 euro.
Zij vraagt een terugbetaling van deze kosten.
nota financiƫle dienst:
Er is voldoende budget voorzien.
Het college van burgemeester en schepenen besluit de elektriciteitskosten voor de dorpskermis niet terug te betalen aan Marina Vanlingen, Molenweg 141A te Zonhoven.
Het bestek voor de opdracht “Leveren en plaatsen van een overdekte, afgesloten fietsenstalling” opgesteld door Ronny Peeters, deskundige patrimonium.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 18 mei 2021 houdende goedkeuring lastvoorwaarden, raming, plaatsingsprocedure + starten procedure voor de opdracht “Leveren en plaatsen van een overdekte, afgesloten fietsenstalling”.
Het verslag van nazicht van de offertes dd. 29 september 2021 opgesteld door Ronny Peeters, deskundige patrimonium.
In het kader van de opdracht “Leveren en plaatsen van een overdekte, afgesloten fietsenstalling” werd een bestek opgesteld door Ronny Peeters, deskundige patrimonium.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 40.000,00 excl. btw of € 48.400,00 incl. 21 % btw, en het maximale bestelbedrag bedraagt € 42.500,00 excl. btw of € 51.425,00 incl. 21 % btw.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 18 mei 2021 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 18 mei 2021 om de plaatsingsprocedure te starten en volgende ondernemers uit te nodigen om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure:
- Velopa nv, Interleuvenlaan 15, Green Hill Campus gebouw D te 3001 Leuven
- Koppen bvba, Industriepark Brechtsebaan 22 te 2900 Schoten
- Wolters Mabeg, Leuerbroek 1074 te 3640 Kinrooi
- Falco, Postbus 18 te NL-7670 AA Vriezenveen.
De offertes dienden het bestuur ten laatste op 22 juni 2021 om 11.00 uur te bereiken.
De verbintenistermijn van 120 kalenderdagen eindigt op 20 oktober 2021.
Er werden 2 offertes ontvangen:
- Velopa-Omniplay nv te Heverlee (€ 71.031,84 incl. 21 % btw)
- Wolters Mabeg te Kinrooi (€ 49.534,98 incl. 21 % btw).
Ronny Peeters, deskundige patrimonium, stelde op 29 september 2021 het verslag van nazicht van de offertes op.
Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het regelmatigheidsonderzoek van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in het verslag van nazicht van de offertes, stelt de ontwerper voor om de opdracht te gunnen aan de firma met de economisch meest voordelige (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding) offerte, zijnde Wolters Mabeg, Leuerbroek 1074 te 3640 Kinrooi, tegen een bedrag van € 40.938,00 excl. btw of € 49.534,98 incl. 21 % btw.
Goedkeuring wordt verleend aan het verslag van nazicht van de offertes van 29 september 2021, opgesteld door Ronny Peeters, deskundige patrimonium. Het verslag van nazicht van de offertes in bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
De opdracht “Leveren en plaatsen van een overdekte, afgesloten fietsenstalling” wordt gegund aan de economisch meest voordelige bieder (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde Wolters Mabeg, Leuerbroek 1074 te 3640 Kinrooi, tegen een bedrag van € 40.938,00 excl. btw of € 49.534,98 incl. 21 % btw.
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek.
De betaling zal gebeuren met het krediet ingeschreven in het meerjarenplan 2020-2025.