Het subsidiereglement jeugd werd op 24 november 2014 goedgekeurd door de gemeenteraad.
Sinds de komst van een derde speelpleinwerking in 2020 stellen we vast dat er wijzigingen noodzakelijk zijn in het hoofdstuk m.b.t. speelpleinwerkingen.
- De “grootte” van een speelpleinwerking heeft weinig invloed op het subsidiebedrag. Die grootte wordt ingeschat a.d.h.v. aantal bereikte kinderen, aantal leiding en aantal werkingsdagen.
- Er ligt veel gewicht bij een hele hoop subsidiecriteria, die vaak vanzelfsprekend zijn voor een jeugdvereniging/speelpleinwerking. Dat zorgt eigenlijk voor een overbodige administratieve last om bij de subsidieaanvraag de nodige bewijsstukken te leveren.
In de zomer van 2021 startte de jeugddienst en de drie speelpleinwerkingen met het uitwerken van een voorstel voor aanpassing en vereenvoudiging van het hoofdstuk m.b.t. speelpleinwerkingen. Daarmee worden de beschikbare subsidies op een rechtvaardiger manier verdeeld.
Wijziging
In het subsidiereglement wordt hoofdstuk 4: speelpleinwerkingen vervangen.
Het subsidiereglement d.d. 24 november 2014 (oude tekst):
Basissubsidie
Art. 29 Elke speelpleinwerking kan een basissubsidie van 5,56% van het krediet voor speelpleinwerkingen ontvangen indien de werking voldoet aan volgende voorwaarden:
- minimum 10 werkdagen werking organiseren, een werkingsperiode moet minstens 4 opeenvolgende werkdagen bestrijken;
- per dag minstens 1 volledig dagdeel van 4 uur werking organiseren;
- minimum per 15 kinderen 1 animator inzetten;
- minimum 1/5 van de animatorenploeg is houder van een basisattest dat erkend is door het Ministerie van de Vlaamse gemeenschap;
- minimum 1 speelpleinverantwoordelijke met minimumleeftijd van 18 jaar is permanent aanwezig tijdens de werking;
- minstens te bestaan uit een animatorenploeg van 5 personen, waarvan minimaal de helft jonger is dan 26 jaar;
- haar initiatief minstens open te stellen voor alle kinderen die in Zonhoven wonen;
- gedurende de hele werkingsduur gemiddeld minimum 20 deelnemers te ontvangen;
- op een redelijke en veilige afstand exclusief te kunnen beschikken over minimum 1 lokaal van ten minste 40 m², uitgerust met sanitaire voorzieningen die aan de hygiënische eisen voldoen;
- te beschikken over een degelijk uitgeruste EHBO-koffer;
- op een redelijke en veilige afstand te kunnen beschikken over een telefoontoestel;
- een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden te hebben afgesloten;
- geheel zelfstandig zijn beleid formuleren, zijn programmatie bepalen en zijn financiën beheren. De begroting en het jaarverslag dienen als bewijsstuk;
- per dag een aanwezigheidslijst maken;
Art. 30 Speelpleinwerkingen die inclusief werken (d.w.z. het speelplein toegankelijk maken voor kinderen met een beperking en dit actief communiceren naar de buitenwereld) ontvangen een verdubbeling van de basissubsidie.
Busvervoer
Art. 31 Elke speelpleinwerking, die aan de criteria voor een basissubsidie voldoet, kan een subsidie voor maximum 2 busritten per werkjaar krijgen. De subsidie bedraagt maximum 230 euro per busrit (heen en terug).
Werkingssubsidie
Art. 32 Naast de basissubsidie is er ook de werkingsubsidie. Deze wordt berekend via een puntensysteem gebaseerd op de 5 basispijlers van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, waarbij het saldo voor speelpleinwerkingen na afhouding van de basissubsidies en het busvervoer wordt verdeeld.
De berekening gebeurt als volgt:
I. Speelmogelijkheden
- 60 punten extra als er dagelijks meerdere keuzeactiviteiten zijn waaruit de kinderen vrij kunnen kiezen.
- 50 punten extra als er een systeem is (winkeltje, uitleendienst,…) waarbij de kinderen materiaal kunnen uitlenen om er vrij mee te spelen
- 40 punten extra als de activiteiten en animatoren ingekleed zijn in een thema (er is een verhaal dat ondersteund wordt met één of meerdere van volgende elementen: verkleedkleren, decor, aangepast materiaal,…)
- 30 Punten extra als er voldoende gevarieerd materiaal (bouw- en constructiemateriaal, zand- en watermateriaal, sport- en speelmateriaal, gezelschapsspelen en boeken, knutselmateriaal, fantasiemateriaal, rollend materiaal…) aanwezig is voor de kinderen
- 20 punten extra als er minstens 2 keer per week een volledig dagdeel (voor- of namiddag) een openspeelaanbod is waarbij kinderen de keuze krijgen tussen de verschillende aangeboden activiteiten (bijv. bosspel, fantasiespel, knutselactiviteit, kookactiviteit, constructiespel, waterspel,…) en ruimte krijgen om eigen spel te ontwikkelen, waarbij ingegaan kan worden op impulsen vanuit animatoren, materiaal omgeving.
- 30 punten extra als er een systeem is voor evaluatie van het speelaanbod
II. Speelpleinploeg
- 1 punt extra per animator die minstens 5 dagen actief was het voorbije werkingsjaar
- 10 punten extra per animator die houder is van het attest ‘Animator in het Jeugdwerk’ uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
- 10 punten extra per animator die houder is van een attest ‘hoofdanimator in het Jeugdwerk’ uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
- 5 punten extra per animator die houder is van een attest ‘instructeur of hoofd- in het Jeugdwerk’ uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
- 3 punten extra per animator die houder is van een E.H.B.O.- attest;
- 1 punten extra per animator die houder is van een attest gemachtigd opzichter
- 20 punten extra per activiteit met minimum 5 deelnemers dat voor en door de animatoren van de speelpleinploeg wordt georganiseerd buiten de werkingsperiode. (met een maximum van 100 punten)
- 40 punten extra als er een systeem van coaching en begeleiding is voor de stagiairs en animatoren.
- 20 punten extra als een eigen wervingsactie voor nieuwe animatoren wordt gehouden
III.Organisatorische onderbouw
- 40 punten extra als er een kerngroep van animatoren is die doorheen het jaar inhoudelijk werkt.
- 20 punten extra als er een actieplan is, waarin inhoudelijke prioriteiten worden opgesteld voor het komende werkjaar;
- 20 punten extra als er een jaarplanning voor handen is dat in het begin van het werkjaar wordt opgesteld, waarin aandacht is voor de planning van de werking, promotie van het speelplein, werving van animatoren, materiaalbeheer, vorming en ontspanning voor de ploeg.
- 10 punten extra als er een actueel (extern) huishoudelijk reglement voor handen is dat naar de ouders en kinderen wordt gecommuniceerd.
- 10 punten extra als er een (intern) huishoudelijk reglement voor handen is dat naar de animatoren wordt gecommuniceerd.
IV. Externe relaties
- 20 punten extra als het speelplein tijdens de werking duidelijk zichtbaar is in het straatbeeld (d.m.v. vlaggen, pijltjes, uithangborden,..).
- 20 punten extra als de buurtbewoners worden geïnformeerd over en door de speelpleinwerking via een infomoment of een brief.
- 10 punten extra per deelname op de algemene vergadering van de jeugdraad
- 15 punten extra wanneer de werking vertegenwoordigd is in het speelpleinoverleg (= deelname aan minstens " van de bijeenkomsten)
V. Toegankelijkheid
- 1 punt per uniek kind
- 1 punt per halve dag werking
- 20 punten extra als het speelplein vlot aanspreekbaar is voor ouders en kinderen tijdens de werking en daarbuiten (bv. via speelpleintelefoon, aanspreekpunt aan de poort, ideeënbus, contactformulier website,… )
- 20 punten extra als gericht gecommuniceerd wordt naar ouders van kinderen en jongeren met een beperking rond het aanbod en over de persoonlijke kenmerken van het kind.
- 20 punten extra als een netwerk wordt gevormd en er enige vorm van samenwerking is met een partnerorganisatie die expert is inzake inclusie (school voor Buitengewoon Onderwijs, vrijetijdswerkingen voor mensen met een handicap, voorzieningen voor kinderen en jongeren met een handicap,…) of maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren (bv. Uit de Marge vzw, asielcentrum, VLOS, taalklassen…)
- 20 punten extra als er een systeem is ter ondersteuning van kinderen en jongeren met een beperking om hen structuur aan te bieden (bv. met pictogrammen, foto’s,..)
- 20 punten extra als een extra vorming rond inclusie, maatschappelijk kwetsbaarheid, kleuters of tieners werd gevolgd door minstens 5 animatoren het voorbije werkjaar
- 30 punten extra als er een aanbod is gericht op kleuters, en dit gecommuniceerd wordt
- 30 punten extra als er een aanbod is gericht op tieners, en dit gecommuniceerd wordt
De nieuwe tekst voor hoofdstuk 4: speelpleinwerkingen
Art. 29 BASISSUBSIDIE
CRITERIA
- Minimum 10 dagen werking organiseren
- Minimum gemiddeld 20 kinderen per dag bereiken
- Per dag minstens 1 volledig dagdeel van 4 uur werking organiseren
- Minimum 1 begeleider per 15 kinderen inzetten
- Minimum 1/5 van de begeleidingsploeg is houder van een basisattest dat erkend is door de Vlaamse overheid (attest animator in het jeugdwerk) of is geslaagd in het eerste jaar van een sociale of pedagogische studierichting
- Minimum 1 verantwoordelijke met minimumleeftijd van 18 jaar is permanent aanwezig tijdens de werking.
- Minstens bestaan uit een begeleidersploeg van 5 personen , waarvan minstens de helft jonger is dan 26 jaar.
- Het initiatief staat minstens open voor alle kinderen die in Zonhoven wonen.
- Op een redelijke en veilige afstand exclusief beschikken over minimum 1 lokaal van minstens 40m², uitgerust met sanitaire voorzieningen die aan de hygiënische eisen voldoen.
- Beschikken over een degelijk uitgeruste EHBO-koffer.
- Tijdens de werking telefonisch bereikbaar zijn.
- Een verzekering Burgerlijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden te hebben afgesloten.
- Zelfstandig een beleid formuleren, programma bepalen en financiën beheren.
- Per dag een aanwezigheidslijst maken.
Elke werking die aan deze criteria voldoet heeft recht op een basissubsidie van 500 euro.
Elke werking die aan deze criteria voldoet kan aanspraak maken op subsidies voor uitstappen, inclusie en een werkingssubsidie.
Art. 30 UITSTAPPEN
Er kan voor de kosten van 2 uitstappen een subsidie worden aangevraagd.
Deze subsidie bedraagt maximum 50% van de gemaakte kosten met een maximum van 250 euro per uitstap.
Art. 31 KLEUTERWERKING
De basissubsidie wordt verhoogd met 300 euro wanneer er een aparte kleuterwerking is.
Art. 32 TIENERWERKING
De basissubsidie wordt verhoogd met 300 euro wanneer er een aparte tienerwerking is.
Art. 33 INCLUSIE
Er kan voor de kosten gemaakt voor inclusie een subsidie worden aangevraagd.
Deze subsidie bedraagt maximum 50% van de gemaakte kosten met een maximum van 300 euro.
Kosten die in aanmerking komen zijn o.a.:
- Inzet van één op één begeleiding (werkelijk betaalde vrijwilligersvergoeding).
- Aankoop of huur van specifieke materialen voor inclusie.
- Organisatie van vorming en opleiding van de begeleidersploeg m.b.t. het begeleiden en organiseren van speelpleinwerking voor kinderen met een beperking of in een maatschappelijk kwetsbare situatie.
- ...
Art. 34 WERKINGSSUBSIDIE
Het restbudget na toekenning van de basissubsidie, subsidies voor uitstappen en inclusie wordt verdeeld aan de hand van een puntensysteem.
Berekening puntenaantal
- wanneer gemiddeld meer dan 1 begeleider per 5 kinderen ingezet wordt op de speelpleinwerking, wordt bij de berekening van de werkingssubsidie enkel rekening gehouden met 1 begeleider per 5 kinderen.
- FORMULE: aantal werkingsdagen x (gemiddeld aantal kinderen per dag + (gemiddeld aantal begeleiders per dag x 2))
- WAARDE VAN 1 PUNT: totaal aantal punten gescoord door alle werkingen die recht hebben op een werkingssubsidie / het restbudget dat voorzien is voor een werkingssubsidie
Advies jeugdraad
De jeugdraad gaf op 30 april 2022 gunstig advies over deze wijzigingen.