Terug
Gepubliceerd op 16/03/2022

2022_CBS_00237 - OMV - Vergunning - Dennenweg 28 - 2021/00321 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 08/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Johan Vanhoyland, 3de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00237 - OMV - Vergunning - Dennenweg 28 - 2021/00321 - Goedkeuring 2022_CBS_00237 - OMV - Vergunning - Dennenweg 28 - 2021/00321 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis.

De aanvraag werd op 10/11/2021 ontvangen.

Op 09/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 28/12/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 10/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken in navolging van art. 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet.

Er werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1967/00221: bouwvergunning op 18/12/1967 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2003/09260: stedenbouwkundige vergunning op 30/06/2003 voor de regularisatie van de uitbreiding van de woning;

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 03/06/2021 (VB_2021_216) met de vraag welke beperkingen/ voorschriften van toepassing zijn voor het verhogen van een gedeelte van het dak om meer ruimte te verkrijgen op de verdieping.

Antwoord dienst 10/06/2021:

Gezien het perceel niet gelegen is in een verkaveling, BPA of RUP beschikken wij niet over opgelegde bouwvoorschriften op het terrein. De goede ruimtelijke ordening zal hier steeds afgetoetst worden. Daarnaast wordt de inpassing in het straatbeeld beoordeeld alsook een aftoetsing aan de algemene voorschriften.
 Deze algemene voorschriften omvatten:

  • Inplanting volgens straatbeeld met een minimum van 5m. (Let wel, in deze situatie gelden de voorschriften voor halfopen bebouwing – zie hieronder)
  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen (niet voor de halfopen zijde, hier dient aangesloten te worden op de bestaande woning / gemeenschappelijke perceelsgrens)
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m (Let wel, in deze situatie gelden de voorschriften voor halfopen bebouwing – zie hieronder)
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak (Let wel, in deze situatie gelden de voorschriften voor halfopen bebouwing – zie hieronder)
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m, in geval geen inpandige tuinberging dient de tuinzone groter te zijn. Verkorte perceeldieptes moeten beoordeeld worden, standaard wordt er vertrokken van 50m diepte.
  • Beperking van inritten (1 per perceel met een maximale breedte van 3m t.h.v. de rooilijn)
  • Voorzien van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein met een minimum van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit (afgerond naar boven)
  • Zoveel mogelijk beperking van terreinverharding en oppervlakte aan bijgebouwen
  • Kleinschalig en duurzaam materiaal, industrie gerelateerde materialen zijn niet aanvaardbaar.

In geval het een halfopen bouwlot betreft dient men rekening te houden dat de er moet worden aangesloten aan de bestaande woning (of in geval beide loten onbebouwd zijn moet er een gezamenlijk akkoord bekomen worden).

  • Inplanting minstens voor een aantal meter in dezelfde lijn. Daarna kan een verspringing.
  • Dakvorm, kroonlijsthoogte en dakhelling aansluitend.

De buurman heeft nog geen aanvraag ingediend.
 Aan de architect van de buren is gevraagd contact met uw bouwheer op te nemen om een eventuele verhoging van het dak samen te bekijken. En er werd gevraagd een voorontwerp over te maken ter aftoetsing.
 

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.

Op 11/011/2021 werd ook door de eigenaars van de links aanpalende woning een aanvraag ingediend met eenzelfde verhoging van het dak ter hoogte van de scheiding. Deze procedure werd echter niet verder gezet omwille van het ontbreken van de gevraagde aanvulling.

Er kan evenwel gesteld worden dat men voor de aanpalende woning eveneens een verhoging van een gedeelte van het dak wenst.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw in de achtertuin en verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren of te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Dienst Patrimonium

Dienst Contractmanagement

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte van de woning, het bijgebouw heeft slechts een oppervlakte van 18,56m² en voor wat betreft de verhardingen kan het hemelwater dat op de verharding valt op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreren naast de verharding en door de semi- waterdoorlatende klinkers.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

Met betrekking tot de riolering werd dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders voorzien op de plannen.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De verwijdering van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning 

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Dennenweg, een gemeenteweg ten oosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

In de ruimere omgeving vindt men groen ingevulde zones achter de lintbebouwing langsheen de straten en een dienstverleningsgebied met een schoolgebouw, kerk en gemeenschapscentrum.

Het perceel links van de aanvraag werd in 1979 bebouwd met een woning in halfopen verband waarbij het hoofdgebouw aansluit op de woning van de aanvraag; beide woningen zijn van het type split-level en hebben 1 à 1 ½ bouwlaag onder een hellend dak.

De percelen rechts van de aanvraag werden bebouwd met 2 woningen in halfopen verband met 1 bouwlaag en hellend dak.

Aan de overzijde van de straat is een vrijstaande bebouwing aanwezig, type langegevelhoeve, met 1 bouwlaag en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het goed van de aanvraag werd tussen 1968 en 1971 bebouwd met een eengezinswoning in halfopen verband en bijgebouw. De woning werd later uitgebreid waarbij een verbinding gerealiseerd werd tussen hoofdgebouw en bijgebouw. Hiervoor werd in 2003 een regularisatie bekomen. De totale bouwdiepte bedraagt hierdoor 22,02m voor het gelijkvloers (gedeelte met 1 bouwlaag).

De huidige aanvraag omvat het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en is inpasbaar in de woonomgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen het hoofdgebouw is 1 garage aanwezig en aan de rechterzijde van de woning wordt een open autostaanplaats aangevraagd.

Op de oprit naar de straat toe kunnen bijkomend 2 wagens gestald worden. Dit gedeelte is  openbaar domein.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Verbouwingswerken woning

De vloerpas van de leefruimte van de woning situeert zich zo’n 65cm boven het maaiveld, die van de garage op 45cm onder het maaiveld en de slaapzones erboven op 1,70m boven het maaiveld.

Voor het rechter gedeelte met garage en slaapzones bedraagt de kroonlijsthoogte 4,17m en de nokhoogte 6,35m.

Voor het linker gedeelte met de leefruimte bedraagt de huidige kroonlijsthoogte 3,31m en de nokhoogte 6,35m.

De zolderruimte boven de leefruimte is momenteel niet bruikbaar als slaapkamer wegens de beperkte hoogte van de kroonlijst en nok. Tussen de vloer en nokbalk  is slechts een hoogte van ca. 2,70m aanwezig waardoor slechts een zone van ca. 3,5m breed en 2,2m diep een stahoogte van 2m heeft, rekening houdende met de traphal.

Met het optrekken van de voor- en achtergevel met 1,13m kan men een zone met vrije stahoogte van 2m bekomen over een diepte van ca. 4m. Hier kan de gewenste 3de slaapkamer ingericht worden.

De nieuwe kroonlijsthoogte voor het linker gedeelte bedraagt 4,44m en de nokhoogte wordt naar 7,25m gebracht.

Intern worden enkele beperkte aanpassingen doorgevoerd aan de trappen die de diverse niveaus bereikbaar maken.

Qua materialen wordt dezelfde roodbruine gevelsteen aangehouden als gebruikt voor de bestaande gevels, de dakbedekking is voorzien in zwarte leien en het buitenschrijnwerk in wit pvc.

Door de werken wordt niet meer volledig aangesloten op de aanpalende woning. Door het feit dat de aanpassingen uiterlijk gezien beperkt zijn en de intentie van de aanpalenden om eenzelfde ophoging door te voeren, is de verbouwing/ uitbreiding van de woning aanvaardbaar.

Regularisatie tuinhuis

In de achtertuin werd een tuinberging opgericht. Het bijgebouw is niet binnen een straal van 30m van de woning gelegen en bijgevolg niet vrijgesteld van vergunning.

Het betreft een vrij eenvoudige constructie met gevelafwerking in hout en een licht hellend lessenaarsdak in metaalplaten.

De tuinberging werd ingeplant op 1,30m afstand tot de linker perceelgrens, de voorgevel op ca. 30m afstand tot de achtergevel van de woning en de afstand tot de rechter en achterste perceelgrens bedraagt nergens minder dan 5m.

De breedte van het bijgebouw is 5,8m, de bouwdiepte 3,20m (oppervlakte 18,56m²).

De kroonlijsthoogte vooraan is 2,55m, achteraan is deze 2,15m.

De omvang van de tuinberging is beperkt en door het aanwezige groen in de achtertuin is de constructie voldoende geïntegreerd.

Het tuinhuis is dan ook aanvaardbaar.

Heraanleg verhardingen

Momenteel is een vrij ruime oprit in klinkers aanwezig die doorloopt over de volledige rechter zijtuinstrook, rechts achter de woning is nog een betonverharding aanwezig van een bijgebouw dat reeds verwijderd werd en voor de woning werd een gedeelte van de berm verhard met kiezels.

De grens van het private perceel met het openbaar domein situeert zich op slechts zo’n 3m voor de voorgevel; de voorgevel ligt op 17m uit de wegas. 

Een ruim gedeelte van het openbaar domein heeft het uiterlijk van een private voortuin verkregen in de loop der jaren, bestaande uit een grasveld en een oprit in klinkers. De eigendomssituatie blijft ongewijzigd.

Met de huidige aanvraag wordt een regularisatie van de voortuinverharding en bermverharding gevraagd alsook een terras (18m²) achteraan de woning en een autostaanplaats (15m²) rechts van de woning.

Voor de rechter zijtuinstrook is dit zeker een verbetering van de bestaande toestand, naast de staanplaats van 5m diepte wordt slechts een pad van 0,80m langs de zijgevel behouden, het overige gedeelte wordt heraangelegd als groenzone.

In principe wordt slechts 1 inrit van 3m en een pad naar de inkom van 1m per kavel aangehouden. Voor de huidige aanvraag dient hier van afgeweken te worden omwille van de zeer beperkte afstand van de voorste perceelgrens tot de garage en autostaanplaats. De oprit wordt ook smaller naar de straat toe (tot ca. 4m thv de aansluiting).

De verharding van de berm langsheen de straat is echter niet aanvaardbaar, deze dient groen ingericht te worden.

De verhardingen op het terrein zijn aanvaardbaar behoudens de bermverharding in kiezel.

Bodemreliëf

Het bestaande terreinniveau blijft ongewijzigd.

Het maaiveld op het rechter gedeelte (thv de oprit) situeert zich op 35cm boven het peil van de wegas, vanaf de achterbouw loopt dit terug naar ca. 15cm (achterbouw) à 5cm (nieuw terras). 

Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het uitvoeren van werken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 20/01/2022 van de dienst Contractmanagement is gunstig.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 14/01/2022 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“Indien de klinkers van de inrit vervangen worden, dient dit aangelegd te worden in waterdoorlatende materialen.

Er wordt geen vergunning afgeleverd voor kiezelverharding op openbaar domein.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. De verharding van de berm langsheen de straat dient groen ingericht te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de wegberm met kiezel is niet aanvaardbaar, deze dient heraangelegd te worden als groenzone binnen een termijn van 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het uitvoeren van werken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. De groenelementen/ bomen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  8. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  9. Met betrekking tot de uitvoering van de (gemene) muren op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  10. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. De afbraak van de verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  14. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  15. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 28/02/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.  Het college wenst voorwaarde 2 en 6 te bundelen tot één voorwaarde.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de wegberm met kiezel is niet aanvaardbaar, deze dient heraangelegd te worden als groenzone binnen een termijn van 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving.  De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag).  Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het uitvoeren van werken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
  6. De groenelementen/ bomen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  7. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  8. Met betrekking tot de uitvoering van de (gemene) muren op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  9. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  10. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. De afbraak van de verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.