Terug
Gepubliceerd op 16/03/2022

2022_CBS_00241 - OMV - Deels gunstig/deels ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 1263.E.874.2_01, gelegen langs Nieuwe Hazendansweg 2A - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 08/03/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Johan Vanhoyland, 3de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00241 - OMV - Deels gunstig/deels ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 1263.E.874.2_01, gelegen langs Nieuwe Hazendansweg 2A - Goedkeuring 2022_CBS_00241 - OMV - Deels gunstig/deels ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 1263.E.874.2_01, gelegen langs Nieuwe Hazendansweg 2A - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 25/01/2022, nl.:

“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van mevrouw Ellen Joos, ingesteld tegen de beslissing d.d. 21 december 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke en gedeeltelijke omgevingsvergunning werd verleend aan mevrouw Jolande Heyens voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften voor lot 4, te Zonhoven ter plaatse Nieuwe Hazendansweg 2A, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.

Dit beroep werd ingediend en opgeladen via het omgevingsloket.

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”

Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:

Na het indienen van onze bezwaren, die door het college van burgemeester en schepenen niet werden weerhouden, willen wij overgaan tot het indienen van een beroep. Bij het inzien van de beslissing omgevingsvergunning op 4 januari ’22 hebben we moeten vaststellen dat de aanpassingen aan de verkavelingsvoorschriften, die door het college als gunstig beoordeeld worden, een nefast effect hebben op onze toekomstige kwaliteit van leven en wonen in het aangrenzend perceel.

Verder stellen we vast dat ook bepaalde adviezen van de dienst ruimtelijke ordening door het college niet gevolgd worden. Hierbij wordt er geen doorslaggevende tegenargumentatie op onze bezwaren alsook deze van de gemeentelijk ambtenaar van ruimtelijke ordening beschreven. De reden voor het indienen van dit beroep is het feit dat onze privacy onvoldoende gerespecteerd wordt in dit besluit van burgemeester en schepenen. Wij hebben ons perceel aangekocht omwille van het rustige karakter dat de geldende verkavelingsvoorschriften met zich meebrengen. Wij stellen ons tevens de vraag waarom een recent verkavelingsvoorschrift (anno 2017) opgesteld door diezelfde gemeente, onmiddellijk door de eerste aanvrager significant gewijzigd kan worden. 

Waarom worden er dan überhaupt verkavelingsvoorschriften opgesteld die bij aankoop duidelijk gekend zijn? 

We merken op dat de voortuinstrook niet enkel bestaat uit een parkeergelegenheid voor 6 wagens, maar tevens een ‘toegangspad’ naar een garage die gelegen is op de linker zijgevel. De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hierbij een duidelijk standpunt in. Zonhoven profileert zich als een groene gemeente, vanuit ruimtelijk oogpunt dient het groene karakter optimaal gevrijwaard te worden. Een overwegend groene voor- en zijtuin zone draagt hiertoe bij. Daarom werd er in de verkavelingsvoorschriften verplicht 1 interne garage binnen het hoofdvolume te voorzien, dewelke toegankelijk is vanaf de voorgevel waardoor de inrit op het terrein tot een minimum beperkt kan worden.

Hiervan afwijken zal er enkel toe leiden dat de verhardingsgraad van de voor-en zijtuin wordt vergroot, hetgeen niet aanvaard kan worden in deze groene omgeving. Het aantal inritten dient daarom beperkt te blijven tot 1 en de toegang tot de garage dient voorzien te worden via de voorgevel. Een tweede toegang geeft bijkomend aanleiding tot een extra conflictpunt met het doorgaand verkeer, hetgeen evenmin wenselijk is. In de motivatie van het college van burgemeester en schepenen wordt aangegeven dat de locatie van de toegang tot de garage, in de zijgevel, aanvaardbaar is en geen bijkomende hinder zal veroorzaken. 

De verhardingen dienen evenwel tot het minimale te worden beperkt. Enerzijds wordt de aanvraag tot het leggen van een tweede inrit dus geweigerd, maar anderzijds wordt de toegang tot de garage via de zijgevel wel toegestaan? Dit is naar onze mening een tegenstrijdigheid, die onvermijdelijk tot gevolg heeft dat er daadwerkelijk een bijkomende inrit zal moeten worden voorzien. 

Wij volgen hierbij het standpunt van de gemeentelijk ambtenaar van ruimtelijk ordening die ook aangeeft dat het inplannen van de garage aan de voorkant zorgt voor een minimum aan (bijkomende) terrein verharding alsook een minimale overlast aan het aangrenzende perceel. 

Graag maken we u erop attent dat de oriëntatie van de garage en de inkomhal van de nevenactiviteit volledig gericht is op perceel 3. Wij maken ons ernstige zorgen over het vrijwaren van onze privacy, aangezien het raam van onze leefruimte op dezelfde plaats georiënteerd is. Hierdoor is er inkijk mogelijk door o.a. patiënten van de praktijk. Het parkeren en stationeren van de eigen wagen(s) aan de linkerzijkant van de woning zorgt ook voor onnodige overlast (denk bv maar aan het binnenschijnen van de autolichten in de leefruimte tijdens het manouvreren). Bijkomend oriënteren wij onze privé volledig op de achtertuin in het groen waardoor er veel raampartijen voorzien zijn en we ook hier inkijk vrezen. 

Wij hebben de bouwgrond gekocht aangezien het kwalitatief wonen in het groen via de voorschriften duidelijk tot uiting kwamen en dit ons enorm aanspreekt. Dat er een praktijk met 6 parkingeenheden alsook 2 inritten met maximale verharding tot gevolg naast ons kan worden ingepland waarbij de oriëntatie volledig aan onze kant is gericht kunnen wij niet begrijpen. 

Dit tast ook onze privacy en het idee om in een rustige buurt in het groen te wonen aan, hetgeen helemaal niet conform is aan de huidig geldende bouwvoorschriften waaraan wij ons met de inplanting van onze woning wel maximaal aan gehouden hebben.

Samenvattend hebben wij ernstige bezwaren op de volgende aanpassingen van de oorspronkelijk verkavelingsvoorschriften: 

- Maximale verhardingen van de voor-/zijtuinstrook 

- inrichten van 6 parkeergelegenheden in de voortuinstrook 

- inrichten van een bijkomend toegangspad (dat notabene fungeert als 2de inrit) 

- toegang tot de garage via de linkergevel (ipv de voorgevel) 

- inkomdeur voor nevenbestemming via de linkergevel 

Het toestaan van deze aanpassingen zal rechtstreekse en negatieve gevolgen hebben voor de privacy en woon & leefervaring van ons volledige gezin in Zonhoven. Wij zijn tevens diep teleurgesteld dat de privacy van ons gezin geen onderdeel uitmaakt van de motivering in de beslissingsname van het betreffende college.

Advies gemeentelijke omgevingsambtenaar (GOA):

Het standpunt van 16/12/2021 blijft behouden waardoor het ingediende beroep door de GOA gunstig beoordeeld wordt.

De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij het voorgaand standpunt en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 16/12/2021. 

De GOA wenst te reageren op de beroepsargumenten door haar eerdere standpunten te herhalen:

  • Wat betreft de maximale verhardingen van de voor-/zijtuinstrook en de parkeerplaatsen in de voortuinstrook:

Zonhoven profileert zich als een groene gemeente. Vanuit ruimtelijk oogpunt dient het groene karakter optimaal gevrijwaard te worden. Een overwegend groene voor- en zijtuinzone draagt hiertoe bij. Daarom werd er in de verkavelingsvoorschriften verplicht één interne garage binnen het hoofdvolume te voorzien dewelke toegankelijk is vanaf de voorgevel waardoor de inrit op het terrein tot een minimum beperkt kan worden. Hiervan afwijken zal er enkel toe leiden dat de verhardingsgraad van de voortuin en zijtuin wordt vergroot, hetgeen niet aanvaard kan worden in deze groene omgeving.

  • Wat betreft het inrichten van een bijkomend toegangspad (2e inrit) en de toegang tot de garage via de linker zijgevel ipv de voorgevel:

Hiervoor wordt verwezen naar het eerste punt omtrent de verhardingen.  Omwille van vermelde motivatie dient het aantal inritten daarom beperkt te blijven tot 1 en de toegang tot de garage dient voorzien te worden via de voorgevel. Een tweede toegang geeft bijkomend aanleiding tot een extra conflictpunt met het doorgaand verkeer, hetgeen evenmin wenselijk is.  

  • Wat betreft de inkomdeur voor de nevenbestemming via de linkergevel:

Vanuit praktisch oogpunt (herkenbaarheid en kortste afstand) lijkt het aangewezen dat de toegangsdeur naar een nevenfunctie zich aan de voorgevel bevindt. Het voorzien van een inkomdeur voor een nevenactiviteit via de linker zijgevel kan extra overlast met zich meebrengen naar de aanpalende eigenaars. Indien er in het definitief ontwerp gekozen wordt om de toegang via deze zijde te voorzien dan dienen de nodige maatregelen te worden genomen door de aanvrager om de privacy en woon- & leefervaring op het aanpalende eigendom te vrijwaren.

Volgende dient te worden opgemerkt: het college van burgemeester en schepenen heeft het advies d.d. 16/12/2021 in de zitting van 21/12/2021 slechts gedeeltelijk gevolgd:

Het college van burgemeester en schepenen stelde nl. dat de locatie van de toegang tot de garage, in de zijgevel, aanvaardbaar is en geen bijkomende hinder zal veroorzaken. De verhardingen dienen evenwel tot het minimale te worden beperkt.

De locatie van de toegang tot de garage (in de zijgevel ipv in de voorgevel) werd vergund door het college van burgemeester en schepenen.

De tweede inrit werd door het college van burgemeester en schepenen geweigerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep deels negatief/ deels positief te beoordelen en behoudt het standpunt van 21/12/2021.  

Het standpunt van de beroepsindiener omtrent de tweede inrit wordt bijgetreden, deze tweede toegang werd dan ook geweigerd in de zitting van 21/12/2021.

Het standpunt omtrent de locatie van de toegang van de garage wordt niet bijgetreden.