Terug
Gepubliceerd op 16/03/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 08/03/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Verontschuldigd

Johan Vanhoyland, 3de schepen

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00228 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00228 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00228 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 1 maart 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00230 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
2.

2022_CBS_00230 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2022_CBS_00230 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
3.

2022_CBS_00231 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2022_CBS_00231 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00231 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 57.466,83.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen keurt de bijkomende bestelbon 2022001516 goed voor een bedrag van € 4.560,00.

4.

2022_CBS_00232 - Leveren en plaatsen speeltoestellen (2022) - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00232 - Leveren en plaatsen speeltoestellen (2022) - Goedkeuring

2022_CBS_00232 - Leveren en plaatsen speeltoestellen (2022) - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Offerte dd. 10 en 18 februari 2022 van Time2Play bv.
Gunningsverslag dd. 22 februari 2022.

Feiten context en argumentatie

Voor de speeltuinen aan de Dijkbeemweg en Ten Eikenen heeft Joeri Daenen, jeugdconsulent, bij verschillende firma’s een offertevraag gedaan voor het leveren en plaatsen van volgende speeltoestellen:
- 1 zeskant klimtoestel voor speeltuin Dijkbeemdenweg
- 1 trampoline (grondtrampoline) voor speeltuin Ten Eikenen
- 1 draaitoestel (een type waar kinderen op een bankje kunnen zitten op het toestel) voor speeltuin Ten Eikenen.

Acht firma’s hebben een offerte overgemaakt.  Omdat de oorspronkelijke offertevraag vaag was m.b.t. de afmetingen, werd aan alle leveranciers bijkomende informatie opgevraagd.  Als bijlage een overzicht van de aangeboden offertes.

De offerte dd. 10 februari 2022 van de firma Time2Play bv, Belestraat 37 te 3640 Kinrooi met een kostprijs van  € 15.367,00 incl. btw is na controle de meest voordelige offerte.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de offerte dd. 10 februari 2022 van de firma Time2Play bv, Belestraat 37 te 3640 Kinrooi goed voor het leveren en plaatsen van 1 zeshoekig klimtoestel S205, 1 trampoline Pako met springmat 1,50 x 1,50m en 1 draaimolen S900 voor de som van € 15.367,00 incl. btw.

Artikel 2

De nodige kredieten zijn voorzien in het meerjarenplan 2020-2025.

5.

2022_CBS_00233 - Chirojongens centrum : renovatie gebouwen - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00233 - Chirojongens centrum : renovatie gebouwen - Kennisneming

2022_CBS_00233 - Chirojongens centrum : renovatie gebouwen - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

De Chirojongens Centrum gebruiken lokalen die gevestigd zijn op een perceel, eigendom van de kerkfabriek Sint-Quintinus, maar betalen geen huur of cijns.
Ze wensen de bestaande gebouwen te renoveren (eventueel nieuwbouw). Men denkt aan de mogelijkheid om hun activiteiten onder te brengen in de bestaande vzw jeugdzorg Sint-Quintinus om het bouwdossier op te starten en toelagen aan te vragen.

Het kerkbestuur overweegt om mee te stappen in het project omdat zij ook nood hebben aan extra opslagruimte en vergaderlokalen om een vlotte werking te waarborgen.
De chiro wenst meer info over de renovatiemogelijkheden op ruimtelijk vlak  en over gemeentelijke ondersteuning. Er worden tevens Vlaamse subsidiemogelijkheden onderzocht. 

In de gemeentelijke meerjarenplanning is jaarlijks slechts een krediet voorzien van € 11.500 voor de renovatie van jeugdgebouwen waarbij de jeugdvereniging zelf 50 % dient mee te financieren. Voor het jaar 2022 zijn reeds een aantal aanvragen ingediend door andere jeugdverenigingen of zijn er intenties om in te dienen.
Een afzonderlijk budget voor een specifiek bouwdossier werd in het verleden ad hoc in het meerjarenplan ingeschreven voor een gebouw gelegen op een perceel eigendom van het gemeentebestuur of een perceel met recht van opstal.

Volgens de dienst Planning en Vergunningen is voor het hoofdgebouw in 1960 een vergunning toegekend, maar voor de latere verbouwingswerken werd geen vergunning aangevraagd. Het perceel is gelegen in de kern van Zonhoven. Een bouwdossier zou zeker aandacht moeten hebben op  vergroening en ontharding.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist een overleg in te plannen met een afvaardiging van de chirojongens centrum over de bouwmogelijkheden op het perceel aan de Dijkbeemdenweg. Vanwege het beleid zal schepen Bram De Raeve aanwezig zijn. Momenteel is er in de financiële meerjarenplanning geen afzonderlijk budget voorzien voor dit project.

6.

2022_CBS_00234 - Uitbetaling vrijwilligers Grabbelpas - Goedkeuring

Goedgekeurd
6.

2022_CBS_00234 - Uitbetaling vrijwilligers Grabbelpas - Goedkeuring

2022_CBS_00234 - Uitbetaling vrijwilligers Grabbelpas - Goedkeuring
7.

2022_CBS_00235 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00004/SPLITSING - Boomsteeg 43-45 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00235 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00004/SPLITSING - Boomsteeg 43-45 - Goedkeuring

2022_CBS_00235 - Notarisinfo - artikel 5.2.2 - 2022/00004/SPLITSING - Boomsteeg 43-45 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het perceel 1ste afdeling, sectie B nr. 1087K, is voor de eerste 50m gelegen in een woongebied landelijk karakter conform het gewestplan Hasselt-Genk ggk. 03/04/1979. Na 50m t.o.v. de Boomsteeg is het perceel gelegen in natuurreservaat.

Het perceel is gelegen in het BPA Boomsteeg. Het perceel is niet gelegen in een verkaveling.

Tevens is het perceel niet gelegen binnen de afbakening van het regionaal stedelijk gebied.

Op het perceel 1087K werden volgende stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

  • 1977/00210 voor het bouwen van een woonhuis. Vergunning dd. 28/09/1977.

Op het perceel 1087F werden volgende stedenbouwkundige vergunningen afgeleverd:

  • 2004/09518 voor het bouwen van een vrijstaande woning. Vergunning dd. 07/06/2004.
  • 2016/00213 voor het bouwen van een bijgebouw (garage/tuinberging. Vergunning dd. 14/02/2017.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de voorgestelde afsplitsing van 79ca van het perceel 1ste afdeling, sectie B nr. 1087K waarbij de tuinzone aan de naastliggende woning wordt bestendigd, volgens opmetingsplan Guido Scheers dd. 10/10/2020.

8.

2022_CBS_00236 - OMV - Vergunning - (1333.A.874.2_01) gelegen langs Hortweidenweg 26A - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2022_CBS_00236 - OMV - Vergunning - (1333.A.874.2_01) gelegen langs Hortweidenweg 26A - Goedkeuring

2022_CBS_00236 - OMV - Vergunning - (1333.A.874.2_01) gelegen langs Hortweidenweg 26A - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in een lot voor open bebouwing (lot 1) na het slopen van bestaande constructies. Lot 2 wordt uitgesloten uit de verkaveling en lot 3 wordt toegevoegd aan het naastliggend perceel van woning nummer 26A.

De aanvraag werd op 14 oktober 2021 ontvangen.

Op 9 november 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 17 november 2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 9 december 2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 19 december 2021 tot en met 17 januari 2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

stedenbouwkundig

  • 7204.V.30: een verkavelingsvergunning werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen d.d. 26.04.1963 voor 3 loten vrijstaande bebouwing. In zitting van 18 juli 2005 werd besloten dat de verkaveling voor lot 2 vervallen is.
  • 7204.V.30\01: een verkavelingswijziging werd afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen d.d. 17.01.1977 voor het verleggen van de perceelgrenzen tussen de 3 loten.
  • 1977/00012: stedenbouwkundige vergunning d.d. 25.01.1977 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een woonhuis.
  • 1983/00024: stedenbouwkundige vergunning d.d. 21.03.1983 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een tuinhuisje.
  • 2002/08889: stedenbouwkundige vergunning d.d. 24.06.2002 door het college van burgemeester en schepenen voor het bijbouwen van een veranda, het samenvoegen van de loten 2 en 3, het regulariseren van de achterbouw en de kelder, het verbouwen van de ingang van de woning en het terras. 

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 13 juli 2021.

“Hortweidenweg 36A bestaat niet, u bedoelt waarschijnlijk Hortweidenweg 26A.
Het linkergedeelte van 26A, perceel 486D, was oorspronkelijk lot 2 van verkaveling 7204.V.30, maar werd vervallen verklaard op 18/07/2005.
Omdat perceel 486D en 487C (Hortweidenweg 26A) tot dezelfde eigenaars behoren, moet eerst een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden ingediend worden om het perceel op te delen waarbij perceel 487C uit de verkaveling wordt gesloten. 
Het uitgesloten lot zal bij de behandeling van de verkavelingsaanvraag ook onderzocht en beoordeeld worden. Dat betekent dat al de onvergunde constructies op dit perceel dienen verwijderd te worden of geregulariseerd indien mogelijk. Ook de inplanting van de woning dient hierbij geregulariseerd.
Het afgesplitst lot dient volledig vrij en onbelast te zijn waarbij alle constructies en verhardingen verwijderd moeten worden. 
Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied met landelijk karakter en achterliggend in gebied voor dagrecreatie (vanaf 50m van de rooilijn).
Met de volgende bouwnormen dient rekening gehouden te worden:

  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen (opgelet: woning 26A werd ingeplant tot tegen de linker perceelsgrens! Er dient 6m afstand te zijn tussen de zijgevels van de woningen)
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m 
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m 
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak;
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m
  • Beperking van inritten (1 per perceel met een maximale breedte van 3m t.h.v. de rooilijn)
  • Voorzien van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein met een minimum van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit (afgerond naar boven)
  • Zoveel mogelijk beperking van terreinverharding en oppervlakte aan bijgebouwen
  • Kleinschalig en duurzaam materiaal, industrie gerelateerde materialen zijn niet aanvaardbaar.”

De aanvraag houdt deels rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. 

Alle constructies en verhardingen worden verwijderd op het afgesplitst lot, dit zijn de inrit en verhardingen op het perceel kadastraal gekend als 1ste afd. sectie A nr. 486D en het bijgebouw links van de woning, alsook worden de voorgestelde bouwnormen gevolgd. 

Echter op het eigendom blijven nog steeds onvergunde constructies aanwezig. Meer specifiek gaat het om de 5 constructies gelegen achter het garagegebouw op het perceel kadastraal gekend als 1ste afd. sectie A nr. 486C en 487F en een kleinere constructie achteraan het perceel kadastraal gekend als 1ste afd. sectie A nr. 486D. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 19 december 2021 tot en met 17 januari 2022. Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Op 09/12/2021 werd advies gevraagd aan De Watergroep.

Op 09/12/2021 werd advies gevraagd aan Fluvius.

Op 09/12/2021 werd advies gevraagd aan Proximus.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in gebied voor dagrecreatie. Lot 1 bevindt zich volledig binnen woongebied met landelijk karakter

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

RUP, BPA of verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een BPA, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften van het gewestplan. 

Vrijstelling vergunningsplicht 

Volgens art. 13.2 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het slopen van de constructies (inrit, verhardingen en bijgebouw links van de woning) zonder voorwerp. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

De watertoets werd uitgevoerd op 9 december 2021. Hieruit bleek dat geen adviezen dienden aangevraagd te worden.

Algemeen kan wel gesteld worden dat:

  • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
  • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling dient te voldoen aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
  • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft. 

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5.

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

VERKAVELINGSVERGUNNINGSPLICHT

Artikel 4.2.15. § 1. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden een stuk grond verkavelen voor woningbouw of voor het opstellen van vaste of verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt.

Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan worden aangevraagd en verleend voor het verkavelen voor de aanleg en het bebouwen van terreinen voor andere functies.

§ 2. Een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden omvat reglementaire voorschriften aangaande de wijze waarop de verkaveling ingericht wordt en de kavels bebouwd kunnen worden.

§ 3. De verkavelaar zorgt ervoor dat de in de verkaveling opgenomen loten kunnen aansluiten op alle voorzieningen van openbaar nut die vereist worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan. In voorkomend geval bepaalt de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden op welke wijze in de nodige infrastructuur voor de nutsvoorzieningen wordt voorzien.

Artikel 4.2.16. § 1. Een kavel uit een vergunde verkaveling of verkavelingsfase kan enkel verkocht worden, verhuurd worden voor méér dan negen jaar, of bezwaard worden met een recht van erfpacht of opstal, nadat de verkavelingsakte door de instrumenterende ambtenaar is verleden.

§ 2. De verkavelingsakte wordt eerst verleden na overlegging van een attest van het college van burgemeester en schepenen, waaruit blijkt dat, voor de volledige verkaveling of voor de betrokken verkavelingsfase, het geheel van de lasten uitgevoerd is of gewaarborgd is door :

1° de storting van een afdoende financiële waarborg;

2° een door een bankinstelling op onherroepelijke wijze verleende afdoende financiële waarborg.

Het attest, vermeld in het eerste lid, kan worden afgeleverd indien de vergunninghouder deels zelf de lasten heeft uitgevoerd, deels de nodige waarborgen heeft gegeven.

OVERIGE REGELGEVING 

Slopen

De afbraak  van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Alle constructies binnen lot 1 dienen afgebroken te worden alvorens er een verkoop van een lot en / of een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan bekomen worden. De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van materialen.

Erfdienstbaarheden

Uit het verkavelingsplan, opgesteld door landmeter – expert Guy Gillissen, blijkt dat er geen waterlopen noch erfdienstbaarheden aanwezig zijn op het terrein. Hier dient dan ook geen rekening mee gehouden te worden.

Decreet grond- en pandenbeleid 

De aanvraag voorziet minder dan 10 loten bestemd voor woningbouw, noch heeft de verkaveling een grondoppervlakte die groter is dan een halve hectare. De verkaveling sluit niet aan op een andere, ook door de aanvrager te ontwikkelen perceel, die samen met de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, een oppervlakte van meer dan een halve hectare beslaan. Er dient bijgevolg geen sociaal, noch bescheiden woonaanbod gerealiseerd te worden.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het verkavelen van een grond in een lot voor open bebouwing (lot 1) na het slopen van bestaande constructies. Lot 2 wordt uitgesloten uit de verkaveling en lot 3 wordt toegevoegd aan het naastliggend perceel van woning nummer 26A.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Hortweidenweg, een gemeenteweg, in een landelijke woonomgeving. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen bebouwing.

Verkavelingsvoorwerp

Het verkavelingsontwerp voorziet in het afsplitsen van een deel van de tuinzone van de bestaande woning voor het creëren van een lot met een oppervlakte van 823m² voor het oprichten van een vrijstaande eengezinswoning met maximaal 2 bouwlagen en een hellend of plat dak.  De woning wordt opgericht op minimum 8 meter uit de rooilijn en op 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. De achtertuinzone bedraagt ca. 25 meter. De bouwstrook heeft een maximale breedte van 10,63 meter op de voorgevelbouwlijn en een maximale diepte van 17 meter. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het voorzien van een vrijstaande eengezinswoning, met een kleinschalige ondergeschikte nevenbestemming op het gelijkvloers of een zorgwoning, in een landelijke woonomgeving, is functioneel inpasbaar in de onmiddellijke en ruime omgeving. 

Mobiliteitsimpact

De last van het autobezit kan niet volledig op het openbaar domein worden afgeschoven.

Het stallen van voertuigen dient op eigen terrein georganiseerd te worden. In de verkavelingsvoorschriften voorgesteld door de verkavelaar wordt gesteld dat er garages toegelaten zijn in de vrijstaande bijgebouwen. De garages in de vrijstaande bijgebouwen zullen evenwel niet meer worden toegestaan om de tuinen maximaal te vrijwaren van bebouwing en verharding. Bijgebouwen zijn uitsluitend bestemd voor ondersteunende functies die inherent verbonden zijn met de hoofdbestemmingen van het hoofdgebouw zoals de berging van goederen en gebruiksvoorwerpen. Ondanks het feit dat er geen garages worden toegestaan in de vrijstaande bijgebouwen, zal het parkeren op eigen terrein dienen te gebeuren (inpandig of in de zijtuinstrook). De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken

In de omgeving is een diversiteit van bouwvolumes aanwezig gaande van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met schuin of plat dak. De maximale bouwdiepte van 17 meter op het gelijkvloers en 10 meter op de verdieping, een maximale kroonlijsthoogte van 6,5 meter en een zadeldak of plat dak stemt overeen met de normaal gehanteerde normen voor bebouwing in deze omgeving.  

Het ruimtegebruik en de bouwdichtheid

De inplanting van de nieuwe woning wordt voorzien op minimum 8 meter uit de rooilijn en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Deze inplanting sluit aan bij de aanpalende woningen. 

Er wordt een bijgebouw tot 40m² voorgesteld.  Het afgesplitste lot 1 kan deze oppervlakte dragen.  Er dient wel voorkomen te worden dat er een overdreven terreinverharding ontstaat.  Er wordt bijgevolg opgelegd dat vrijstaande bijgebouwen enkel i.f.v. een berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume (overdekte zitplaats / sauna) mogelijk zijn. Een garagefunctie wordt uitgesloten voor het vrijstaand bijgebouw. Mits naleving van deze voorschriften rest er nog voldoende ruimte op het afgesplitste lot 1 om aan te leggen als kwalitatieve tuinzone. 

Evenwel door de afsplitsing van lot 1 ontstaat er vanuit ruimtelijk oogpunt een stedenbouwkundige ongewenste situatie op het lot met woning nr. 26a. Naast de woning en het garagebouw met de bijhorende verhardingen zijn er nog 5 niet vergunde constructies aanwezig op dit lot, waardoor er een ongewenste, lees een te grote bebouwings- en verhardingsgraad op dit lot ontstaat. Immers meer dan 65% van het eigendom (eigen berekening) is bebouwd of verhard, hetgeen binnen een woongebied met landelijk karakter een onaanvaardbaar ruimtegebruik is. De ruimtelijke draagkracht van het gebied wordt hierdoor overschreden. Tijdens het vooroverleg werd reeds volgende gesteld: “Het uitgesloten lot zal bij de behandeling van de verkavelingsaanvraag ook onderzocht en beoordeeld worden. Dat betekent dat al de niet vergunde constructies op dit perceel dienen verwijderd te worden of geregulariseerd indien mogelijk. Ook de inplanting van de woning dient hierbij geregulariseerd”. Tot nu toe werden er nog geen stappen ondernomen om deze situatie te regulariseren of om de niet vergunde constructies te verwijderen.

Door het oprichten van 1 extra woning op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 12 woningen per hectare wat aanvaardbaar is in deze omgeving.

Visueel-vormelijke elementen

Het straatbeeld wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan bebouwing, niet alleen qua bouwlagen maar ook naar bouwvorm (vrijstaande en gekoppelde), dakvorm (schuin dak en plat dak) en materiaalgebruik. Het voorgestelde profiel in de verkavelingsvoorschriften sluit aan bij deze in de omgeving. Als materiaal wordt binnen de verkavelingsvoorschriften opgelegd dat dit in overeenstemming moet zijn met de omgeving.   

Cultuurhistorische aspecten

Niet van toepassing.

Bodemreliëf

Het betreft een vrij vlak terrein.  Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder en/of funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. tot de gezondheid, het gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen. Er werden geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING VAN DE ADVIEZEN

1.- Het advies van 10/12/2021 van de Watergroep is voorwaardelijk gunstig:

“Advies Aftakkingen en Aansluitingen
 
Gedeeltelijk gunstig advies met voorwaarden

Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.

De kosten van de uitbraak van de aftakking zijn ten laste van de aanvrager.

Advies Ontwerpbureau
 
Volledig gunstig advies met voorwaarden

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaande betaald worden:

  • een forfaitaire kost per bebouwbaar kavel
  • een kost voor ontwerp en veiligheidscoördinatie per project

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen, pas dan zal de gemeente cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening een verkoopbaarheidsattest afleveren.

Voor de afbraak van het bestaande gebouw dient de eigenaar schriftelijk De Watergroep te verwittigen voor uitbraak van de bestaande aftakking.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
 De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de individuele aanvragers.

Bijkomende informatie kan u vinden op : www.dewatergroep.be.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

2.- Het advies van 28/12/2021 van Proximus is gunstig:

“Met aandacht hebben wij uw adviesvraag onderzocht. Proximus voorziet geen uitbreidingen voor de aansluiting van dit project. Aanvragen tot aansluiting op het Proximus netwerk kunnen door de aanvrager gericht worden naar onze klantendienst via het nummer 0800 22 800. In functie van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur op dat moment, bekijken we de mogelijkheden om een aansluiting te voorzien.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. 

3.- Het advies van 05.01.2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Aangepast advies - verkaveling zonder kosten - offerte foutief opgemaakt, verkavelaar is hiervan op de hoogte gebracht, vorig advies foutief waarvoor mijn verontschuldigingen, gelieve deze op te nemen in de vergunning.

Advies d.d.10/12/2021:

Naar aanleiding van uw adviesaanvraag van 09.12.2021 betreffende het bovenvermeld project, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines: Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer van het project moet voldoen aan de reglementen van de nutsmaatschappijen en in dit geval de volgende reglementen van de distributienetbeheerder(s): nl. het "Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten " en de reglementen omtrent riolering. Deze reglementen vindt u op onze website www.fluvius.be.

Voor de activiteiten Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering kunnen er uitbreidingen en/of verplaatsingen en/of aanpassingen nodig zijn aan de verdeelnetten om de percelen/woningen aansluitbaar te maken. De kosten hiervoor zijn steeds ten laste van de initiatiefnemer van het project.

Voor dit project zonder netuitbreiding sturen wij de initiatiefnemer een offerte ter dekking van de kosten voor het capaciteitsbeslag.

Riolering 

Voor de activiteit riolering, kunnen deze loten/woningen aangesloten worden op de riolering in de aanpalende straat.

De toekomstige eigenaars van de respectievelijke loten/woningen dienen voor hun rioolaansluiting een aanvraag in te dienen bij Fluvius, telefonisch via 078 35 35 34 of online via www.fluvius.be/aansluitingen. Wij raden de klanten ten zeerste aan om zo vroeg mogelijk een aansluitingsaanvraag riolering in te dienen bij Fluvius vooraleer de grondwerken op privé aan te vatten. De mogelijke diepte van aansluiting is pas gekend na plaatsing van de huisaansluitputjes door Fluvius. De klant dient de privé-riolering op deze diepte af te stemmen. De eigenaars dienen een vergoeding voor de 1ste ingebruikname te betalen.

Indien de huisaansluitputjes reeds voorafgaandelijk geplaatst werden op het perceel, ontslaat dit de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius. De klant mag, na het doorlopen van de aanvraagprocedure, dan zelf aansluiten op de huisaansluitputjes. Fluvius zal dan niet meer ter plaatse komen, om de verbinding van de aansluitputjes naar de privé-riolering te maken. Indien de huisaansluitputjes nog niet geplaatst zouden zijn op het perceel en de privé-riolering werd wel reeds uitgevoerd tot op de grens openbaar/privé, zal Fluvius op het moment van de plaatsing van de huisaansluitputjes (na aanvraag procedure), deze putjes met de privé-riolering (indien technisch mogelijk) verbinden.

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privé-riolering voor zijn nieuwe woning en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake.

Indien de privé-riolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet. Dit gescheiden stelsel op privaat terrein dient doorgetrokken te worden met afzonderlijke leidingen vuilwater en indien van toepassing regenwater tot aan de huisaansluitputjes.

Fluvius voorziet per aansluiting 1 vuilwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 125 mm en indien van toepassing 1 regenwaterhuisaansluitputje met aansluitdiameter 160mm op privé-grond (net achter de rooilijn) en zal instaan voor de aansluiting van deze privé-riolering op het rioleringsnet op openbaar domein.

Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privé-riolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst van Fluvius erkende keurders kan u vinden op: www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen/keuring-riolering.

Aan volgende voorwaarden dient voldaan te worden:

- De vloerpeilen van de toekomstige gebouwen dienen boven het niveau van de rijweg gelegen zijn.

Voor bijkomende informatie kan contact opgenomen worden met de Fluvius Infolijn - 078 35 35 34.

Gelieve ons advies op te nemen in de vergunning van dit dossier, met verwijzing naar de voornoemde reglementen.

Van zodra de initiatiefnemer de voorgestelde bedragen heeft vereffend aan onze diensten, zal Fluvius u hiervan schriftelijk verwittigen. Daarna kan het verkoopsattest voor deze nieuwe bouwpercelen door uw diensten worden afgeleverd en kunnen de stedenbouwkundige vergunningen worden toegekend.

Advies d.d. 05/01/2022:

Uw diensten deelden ons mee dat Erckens en consoorten de nodige aanvragen/vergunningen heeft/hebben ingediend/bekomen voor gronden gelegen Hortweidenweg (links van 28) ..., 3520 Zonhoven.

Hiertoe en conform het “Reglement voor verkavelingen en bouwprojecten” van de distributienetbeheerder heeft Fluvius onderzocht of de nutsvoorzieningen voor dit project dienen aangelegd of aangepast te worden.

Voor dit bijkomende bouwperceel langs bestaande wegenis zijn de nutsleidingen elektriciteit, aardgas en kabeltelevisie aanwezig. Er zijn geen extra uitbreidingswerken of netaanpassingen noodzakelijk, noch kosten voor capaciteitsinname van toepassing.

Het nieuwe perceel kan aldus aangesloten worden op de nutsleidingen via de bestaande verdeelnetten in de straat. Wat ons betreft kan het verkoopsattest voor dit project worden vrijgegeven.

Voor de aansluitmodaliteiten en -prijzen van de individuele huisaansluitingen elektriciteit, aardgas, kabeldistributie en riolering verwijzen wij naar onze website www.fluvius.be, of telefonisch via 078 35 35 34. 

Voor de producten en diensten van kabeldistributie moeten de eigenaars van de percelen contact opnemen met Telenet via www.telenet.be, met een Telenet-verdeler in hun buurt (zie verkooppunten op www.telenet.be) of via het telefoonnummer 015 66 66 66. 

De initiatiefnemer werd hiervan eveneens ingelicht.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied wordt overschreden. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, maar dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van een grond in een lot voor open bebouwing (lot 1).

Door de afsplitsing van lot 1 ontstaat er vanuit ruimtelijk oogpunt een stedenbouwkundige ongewenst situatie op het lot met woning nr. 26a. Naast de woning en het garagebouw met de bijhorende verhardingen zijn er nog 5 niet vergunde constructies aanwezig op dit lot, waardoor er een ongewenste, lees een te grote bebouwings- en verhardingsgraad op dit lot ontstaat. Immers meer dan 65% van het eigendom (eigen berekening) is bebouwd of verhard, hetgeen binnen een woongebied met landelijk karakter een onaanvaardbaar ruimtegebruik is. De ruimtelijke draagkracht van het gebied wordt hierdoor overschreden.

Bijgevolg adviseert de gemeentelijke omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het verkavelen van een grond in een lot voor open bebouwing (lot 1), zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, maar niet het advies tot het weigeren van de omgevingsaanvraag.

Het college houdt rekening met de geplande sloop op korte termijn van minstens 2 bijgebouwen op het lot met woning nr 26a alsook met de geplande verwijdering van de verharding naar de carport. Hierdoor zal de verharding op dit perceel substantieel verminderen en ziet het college hier geen weigeringsgrond meer in.  

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van een grond in een lot voor open bebouwing (lot 1), zoals weergegeven op de/het ingediende plannen.   Lot 2 wordt uitgesloten uit de verkaveling en lot 3 wordt toegevoegd aan het naastliggend perceel van woning nummer 26A.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het advies d.d. 10/12/2021 van de Watergroep dient strikt te worden gevolgd;
  2. Het advies d.d. 05/01/2022 van Fluvius dient strikt te worden gevolgd;
  3. Te voldoen aan volgende voorwaarden met betrekking tot de watertoets:    
    • De toekomstige aanvragen tot omgevingsvergunning dienen te voorzien in maatregelen voor opvang en lozing van hemelwater. De bepalingen van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (Besluit Vlaamse Regering dd. 5 juli 2013) moeten alleszins nageleefd worden.
    • Indien er ondergrondse constructies worden opgericht, de bemaling voldoet aan de voorwaarden zoals opgelegd in Vlarem II.  
    • Een permanente drainage, ook al is dit in functie van een aanleg van een ondergrondse constructie, mag niet voorzien worden aangezien permanente drainage een continue verlaging van de grondwaterstand tot gevolg heeft;
  4. Alle bebouwing op het nieuwe lot dient te worden gesloopt vooraleer de verkaveling ten uitvoer kan worden gebracht.  Dit houdt in dat zolang aan de opschortende voorwaarde tot sloping, die verbonden is aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden zelf en waarvan de naleving rust op de verkavelaar zelf, niet voldaan is, de verkavelaar niet kan overgaan tot verkoop van de loten, noch een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan verkregen worden.  Onder afbraak wordt tevens het verwijderen van eventuele vloerplaten en van al het materiaal/afval van het terrein bedoeld.  Alle materialen dienen afgevoerd te worden naar een erkende verwerker.  De volledige verkaveling dient vrij en onbelast te zijn van gebouwen, materialen en afval;
  5. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.  Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  6. Huidige omgevingsvergunning verleent geen machtiging tot het kappen van bomen;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementeringen van de nutsmaatschappijen;
  8. Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de verkavelaar;
  9. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van de omgevingsaanvraag of de toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager.
  10. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting op het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag voor het verkavelen van gronden of een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

  11. De paalstenen aan de rooilijn dienen geplaatst te worden;

  12. De stedenbouwkundige voorschriften, door de ontwerper gevoegd bij de aanvraag, zijn niet van toepassing.  Te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften in bijlage, opgesteld door de gemeente;
  13. Vervreemding van een lot uit de verkaveling kan pas geschieden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan;
  14. Een omgevingsvergunning voor het bebouwen van een lot kan pas verkregen worden, nadat het attest conform artikel 4.2.16 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd afgeleverd, waaruit blijkt dat aan alle voorwaarden van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd voldaan;
  15. Na het afleveren van het attest conform artikel 4.2.16§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient de verkaveling in een officiële akte gegoten de worden.  De gemeente dient in kennis te worden gebracht van de akte van neerlegging van de verkaveling.

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

9.

2022_CBS_00237 - OMV - Vergunning - Dennenweg 28 - 2021/00321 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00237 - OMV - Vergunning - Dennenweg 28 - 2021/00321 - Goedkeuring

2022_CBS_00237 - OMV - Vergunning - Dennenweg 28 - 2021/00321 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis.

De aanvraag werd op 10/11/2021 ontvangen.

Op 09/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 28/12/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 10/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken in navolging van art. 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet.

Er werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1967/00221: bouwvergunning op 18/12/1967 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2003/09260: stedenbouwkundige vergunning op 30/06/2003 voor de regularisatie van de uitbreiding van de woning;

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 03/06/2021 (VB_2021_216) met de vraag welke beperkingen/ voorschriften van toepassing zijn voor het verhogen van een gedeelte van het dak om meer ruimte te verkrijgen op de verdieping.

Antwoord dienst 10/06/2021:

Gezien het perceel niet gelegen is in een verkaveling, BPA of RUP beschikken wij niet over opgelegde bouwvoorschriften op het terrein. De goede ruimtelijke ordening zal hier steeds afgetoetst worden. Daarnaast wordt de inpassing in het straatbeeld beoordeeld alsook een aftoetsing aan de algemene voorschriften.
 Deze algemene voorschriften omvatten:

  • Inplanting volgens straatbeeld met een minimum van 5m. (Let wel, in deze situatie gelden de voorschriften voor halfopen bebouwing – zie hieronder)
  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen (niet voor de halfopen zijde, hier dient aangesloten te worden op de bestaande woning / gemeenschappelijke perceelsgrens)
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m (Let wel, in deze situatie gelden de voorschriften voor halfopen bebouwing – zie hieronder)
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak (Let wel, in deze situatie gelden de voorschriften voor halfopen bebouwing – zie hieronder)
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m, in geval geen inpandige tuinberging dient de tuinzone groter te zijn. Verkorte perceeldieptes moeten beoordeeld worden, standaard wordt er vertrokken van 50m diepte.
  • Beperking van inritten (1 per perceel met een maximale breedte van 3m t.h.v. de rooilijn)
  • Voorzien van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein met een minimum van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit (afgerond naar boven)
  • Zoveel mogelijk beperking van terreinverharding en oppervlakte aan bijgebouwen
  • Kleinschalig en duurzaam materiaal, industrie gerelateerde materialen zijn niet aanvaardbaar.

In geval het een halfopen bouwlot betreft dient men rekening te houden dat de er moet worden aangesloten aan de bestaande woning (of in geval beide loten onbebouwd zijn moet er een gezamenlijk akkoord bekomen worden).

  • Inplanting minstens voor een aantal meter in dezelfde lijn. Daarna kan een verspringing.
  • Dakvorm, kroonlijsthoogte en dakhelling aansluitend.

De buurman heeft nog geen aanvraag ingediend.
 Aan de architect van de buren is gevraagd contact met uw bouwheer op te nemen om een eventuele verhoging van het dak samen te bekijken. En er werd gevraagd een voorontwerp over te maken ter aftoetsing.
 

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.

Op 11/011/2021 werd ook door de eigenaars van de links aanpalende woning een aanvraag ingediend met eenzelfde verhoging van het dak ter hoogte van de scheiding. Deze procedure werd echter niet verder gezet omwille van het ontbreken van de gevraagde aanvulling.

Er kan evenwel gesteld worden dat men voor de aanpalende woning eveneens een verhoging van een gedeelte van het dak wenst.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw in de achtertuin en verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren of te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Dienst Patrimonium

Dienst Contractmanagement

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte van de woning, het bijgebouw heeft slechts een oppervlakte van 18,56m² en voor wat betreft de verhardingen kan het hemelwater dat op de verharding valt op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem infiltreren naast de verharding en door de semi- waterdoorlatende klinkers.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

Met betrekking tot de riolering werd dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders voorzien op de plannen.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De verwijdering van verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning 

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Dennenweg, een gemeenteweg ten oosten van het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

In de ruimere omgeving vindt men groen ingevulde zones achter de lintbebouwing langsheen de straten en een dienstverleningsgebied met een schoolgebouw, kerk en gemeenschapscentrum.

Het perceel links van de aanvraag werd in 1979 bebouwd met een woning in halfopen verband waarbij het hoofdgebouw aansluit op de woning van de aanvraag; beide woningen zijn van het type split-level en hebben 1 à 1 ½ bouwlaag onder een hellend dak.

De percelen rechts van de aanvraag werden bebouwd met 2 woningen in halfopen verband met 1 bouwlaag en hellend dak.

Aan de overzijde van de straat is een vrijstaande bebouwing aanwezig, type langegevelhoeve, met 1 bouwlaag en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het goed van de aanvraag werd tussen 1968 en 1971 bebouwd met een eengezinswoning in halfopen verband en bijgebouw. De woning werd later uitgebreid waarbij een verbinding gerealiseerd werd tussen hoofdgebouw en bijgebouw. Hiervoor werd in 2003 een regularisatie bekomen. De totale bouwdiepte bedraagt hierdoor 22,02m voor het gelijkvloers (gedeelte met 1 bouwlaag).

De huidige aanvraag omvat het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en is inpasbaar in de woonomgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen het hoofdgebouw is 1 garage aanwezig en aan de rechterzijde van de woning wordt een open autostaanplaats aangevraagd.

Op de oprit naar de straat toe kunnen bijkomend 2 wagens gestald worden. Dit gedeelte is  openbaar domein.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Verbouwingswerken woning

De vloerpas van de leefruimte van de woning situeert zich zo’n 65cm boven het maaiveld, die van de garage op 45cm onder het maaiveld en de slaapzones erboven op 1,70m boven het maaiveld.

Voor het rechter gedeelte met garage en slaapzones bedraagt de kroonlijsthoogte 4,17m en de nokhoogte 6,35m.

Voor het linker gedeelte met de leefruimte bedraagt de huidige kroonlijsthoogte 3,31m en de nokhoogte 6,35m.

De zolderruimte boven de leefruimte is momenteel niet bruikbaar als slaapkamer wegens de beperkte hoogte van de kroonlijst en nok. Tussen de vloer en nokbalk  is slechts een hoogte van ca. 2,70m aanwezig waardoor slechts een zone van ca. 3,5m breed en 2,2m diep een stahoogte van 2m heeft, rekening houdende met de traphal.

Met het optrekken van de voor- en achtergevel met 1,13m kan men een zone met vrije stahoogte van 2m bekomen over een diepte van ca. 4m. Hier kan de gewenste 3de slaapkamer ingericht worden.

De nieuwe kroonlijsthoogte voor het linker gedeelte bedraagt 4,44m en de nokhoogte wordt naar 7,25m gebracht.

Intern worden enkele beperkte aanpassingen doorgevoerd aan de trappen die de diverse niveaus bereikbaar maken.

Qua materialen wordt dezelfde roodbruine gevelsteen aangehouden als gebruikt voor de bestaande gevels, de dakbedekking is voorzien in zwarte leien en het buitenschrijnwerk in wit pvc.

Door de werken wordt niet meer volledig aangesloten op de aanpalende woning. Door het feit dat de aanpassingen uiterlijk gezien beperkt zijn en de intentie van de aanpalenden om eenzelfde ophoging door te voeren, is de verbouwing/ uitbreiding van de woning aanvaardbaar.

Regularisatie tuinhuis

In de achtertuin werd een tuinberging opgericht. Het bijgebouw is niet binnen een straal van 30m van de woning gelegen en bijgevolg niet vrijgesteld van vergunning.

Het betreft een vrij eenvoudige constructie met gevelafwerking in hout en een licht hellend lessenaarsdak in metaalplaten.

De tuinberging werd ingeplant op 1,30m afstand tot de linker perceelgrens, de voorgevel op ca. 30m afstand tot de achtergevel van de woning en de afstand tot de rechter en achterste perceelgrens bedraagt nergens minder dan 5m.

De breedte van het bijgebouw is 5,8m, de bouwdiepte 3,20m (oppervlakte 18,56m²).

De kroonlijsthoogte vooraan is 2,55m, achteraan is deze 2,15m.

De omvang van de tuinberging is beperkt en door het aanwezige groen in de achtertuin is de constructie voldoende geïntegreerd.

Het tuinhuis is dan ook aanvaardbaar.

Heraanleg verhardingen

Momenteel is een vrij ruime oprit in klinkers aanwezig die doorloopt over de volledige rechter zijtuinstrook, rechts achter de woning is nog een betonverharding aanwezig van een bijgebouw dat reeds verwijderd werd en voor de woning werd een gedeelte van de berm verhard met kiezels.

De grens van het private perceel met het openbaar domein situeert zich op slechts zo’n 3m voor de voorgevel; de voorgevel ligt op 17m uit de wegas. 

Een ruim gedeelte van het openbaar domein heeft het uiterlijk van een private voortuin verkregen in de loop der jaren, bestaande uit een grasveld en een oprit in klinkers. De eigendomssituatie blijft ongewijzigd.

Met de huidige aanvraag wordt een regularisatie van de voortuinverharding en bermverharding gevraagd alsook een terras (18m²) achteraan de woning en een autostaanplaats (15m²) rechts van de woning.

Voor de rechter zijtuinstrook is dit zeker een verbetering van de bestaande toestand, naast de staanplaats van 5m diepte wordt slechts een pad van 0,80m langs de zijgevel behouden, het overige gedeelte wordt heraangelegd als groenzone.

In principe wordt slechts 1 inrit van 3m en een pad naar de inkom van 1m per kavel aangehouden. Voor de huidige aanvraag dient hier van afgeweken te worden omwille van de zeer beperkte afstand van de voorste perceelgrens tot de garage en autostaanplaats. De oprit wordt ook smaller naar de straat toe (tot ca. 4m thv de aansluiting).

De verharding van de berm langsheen de straat is echter niet aanvaardbaar, deze dient groen ingericht te worden.

De verhardingen op het terrein zijn aanvaardbaar behoudens de bermverharding in kiezel.

Bodemreliëf

Het bestaande terreinniveau blijft ongewijzigd.

Het maaiveld op het rechter gedeelte (thv de oprit) situeert zich op 35cm boven het peil van de wegas, vanaf de achterbouw loopt dit terug naar ca. 15cm (achterbouw) à 5cm (nieuw terras). 

Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het uitvoeren van werken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 20/01/2022 van de dienst Contractmanagement is gunstig.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

  • Het advies van 14/01/2022 van de dienst Patrimonium is voorwaardelijk gunstig:

“Indien de klinkers van de inrit vervangen worden, dient dit aangelegd te worden in waterdoorlatende materialen.

Er wordt geen vergunning afgeleverd voor kiezelverharding op openbaar domein.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. De verharding van de berm langsheen de straat dient groen ingericht te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de wegberm met kiezel is niet aanvaardbaar, deze dient heraangelegd te worden als groenzone binnen een termijn van 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving;
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het uitvoeren van werken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
  6. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  7. De groenelementen/ bomen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  8. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  9. Met betrekking tot de uitvoering van de (gemene) muren op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  10. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  11. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  12. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  13. De afbraak van de verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  14. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  15. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 28/02/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.  Het college wenst voorwaarde 2 en 6 te bundelen tot één voorwaarde.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen/verhogen van een gedeelte van de dakverdieping, aanpassing van verhardingen en regularisatie van een tuinhuis, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. De verharding van de wegberm met kiezel is niet aanvaardbaar, deze dient heraangelegd te worden als groenzone binnen een termijn van 6 maanden na uitvoerbaarheid van onderhavige vergunning. Het bewijs hiervan dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving.  De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag).  Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die eventueel vrijkomt bij het uitvoeren van werken, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
  6. De groenelementen/ bomen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
    Andere voorwaarden:
  7. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  8. Met betrekking tot de uitvoering van de (gemene) muren op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  9. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  10. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  11. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  12. De afbraak van de verhardingen dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  13. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  14. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

10.

2022_CBS_00238 - OMV - Vergunning - Engstegenseweg 40 en 40a - 2021/00308 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2022_CBS_00238 - OMV - Vergunning - Engstegenseweg 40 en 40a - 2021/00308 - Goedkeuring

2022_CBS_00238 - OMV - Vergunning - Engstegenseweg 40 en 40a - 2021/00308 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen en twee tuinbergingen.

De aanvraag werd op 26 oktober 2021 ontvangen en op 25 november 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 5 december 2021 tot en met 3 januari 2022.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 22 augustus 1983 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een handelshuis.  (1983/00078)

Op 10 december 2019 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd.  De vergunning omvat het verkavelen van het perceel in 2 loten voor halfopen bebouwing en het slopen van de bestaande eengezinswoning.   (1285.B.874.2)

(VB_2019_051)

De aanvraag werd op 3 juni 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:

“Op eerste zicht lijkt het voorontwerp te voldoen aan de verkavelingsvoorschriften.  De exacte breedte van de inrit is niet afleesbaar, deze mag max. 3m zijn.  
Het terras van de linkse woning is ingetekend in de voortuinzone, gezien het om een hoekperceel gaat.  Volgens de verkavelingsvoorschriften mogen de afsluitingen in de voortuinstrook slechts 1m hoog zijn.  Indien nodig kan hiervoor gemotiveerd van afgeweken worden, maar dit mag geen belemmering vormen voor het aanpalend perceel, op vlak van zicht.  
 

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 5 december 2021 tot en met 3 januari 2022.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden aangetekend in kennis gesteld.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Fluvius

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 en 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 10 december 2019 door het college van burgemeester en schepenen.   (1285.B.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavels kregen als bestemming eengezinswoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Afsluitingen (3.3.):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat vegetatieve afsluitingen beperkt dienen te worden tot een hoogte van 2m en tot maximum 1m in de voortuinstroken.

Het ontwerp voorziet een haagbeplanting met een hoogte van 1,80m in de voortuinstrook i.f.v. de Timmerveldweg.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Woning lot 1

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 131m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het onderhoud van de tuin en het wassen van voertuigen. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7,02m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Woning lot 2

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 125m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het onderhoud van de tuin en het wassen van voertuigen. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7,02m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Op 9 december 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 25-11-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 1, sectie B, nummer(s) 361L, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften:

Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

  1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven.

De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.

De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.

Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be.

Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager.

Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.

Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.

Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

  1. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

Bij de sloop van een pand dient de bestaande huisaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel tijdelijk buiten gebruik gesteld te worden door de aanvrager en wel op zo een manier dat de huisaansluiting water- en gronddicht afgesloten wordt en detecteerbaar blijft op eigen terrein.

Voor één van de nieuwbouwwoningen geldt:

Bij de aanleg van een nieuwe privéwaterafvoer dient de bouwheer de bestaande rioleringsaansluiting te detecteren en te hergebruiken. De nieuwe privéwaterafvoer voor vuilwater en eventueel hemelwater dient ter hoogte van de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. Ter hoogte van de bestaande huisaansluiting voorziet de bouwheer aan de rooilijn op het privéterrein aparte controleputjes, één voor de vuilwaterafvoer en één voor de hemelwaterafvoer, indien deze nog niet aanwezig zijn.

Dit ontslaat de bouwheer niet van het indienen van een aanvraag tot heraansluiting op het openbaar rioleringsstelsel bij Fluvius. De aanvraag is terug te vinden op www.fluvius.be.

Voor de andere nieuwbouwwoning geldt:

De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm.

Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.

Voor beide woningen geldt: 

Volgens het besluit van de Vlaamse Regering van 05/07/2013 gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in voege sinds 01/01/2014, dient het opgevangen hemelwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt te worden voor het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine. Een stedenbouwkundige vergunning kan enkel worden afgeleverd als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten. De pomp en/of de aftappunten staan niet ingetekend op het rioleringsplan.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.
  • Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen op de hoek van de Engstegenseweg en de Timmerveldweg, beide gemeentewegen.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan.  Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan moet worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • het advies van Fluvius dient integraal gevolgd te worden;
  • er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen en twee tuinbergingen.

De woningen worden ingeplant op 6m achter de rooilijn / voorste perceelgrens (Engstegenseweg), op minimum 7,63m van de linker perceelgrens (= Timmerveldweg) en op minimum 3,07m van de rechter perceelgrens.

Beide woningen beschikken op het gelijkvloers over een inkomhal, een living, een keuken, een eethoek, een berging, een toilet, een bureau.   Binnen het bouwvolume is tevens een carport voorzien.

Op de verdieping bevinden zich 3 slaapkamers, 2 badkamers, een toilet en een technische ruimte.

De linker woning heeft een bouwdiepte op het gelijkvloers van maximaal 14,60m.

De rechter woning heeft een gelijkvloerse bouwdiepte van maximaal 11m.

De bouwdiepte op de verdieping bedraagt 10m voor beide woningen.

De woningen worden uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op maximum 6,35m ten opzichte van de as van de weg (Engstegenseweg).

De gevelafwerking is voorzien in rood-bruin genuanceerde gevelsteen gecombineerd met beton.

In de achtertuin van elke woning wordt een tuinberging opgericht.

Beide tuinbergingen worden gekoppeld op de perceelgrens tussen lot 1 en 2.  De inplanting is voorzien op minimum 1m van de achterste perceelgrens.

Beide tuinbergingen hebben een oppervlakte van 20m² (4m x 5m).

Ze worden net zoals de woningen uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 3,50m ten opzichte van de as van de weg (Engstegenseweg).

De tuinbergingen worden uitgevoerd met houten beplanking.

Gezien uit de aanvraag niet blijkt welke houtsoort gebruikt zal worden voor de gevelafwerking van de tuinbergingen, wordt als bemerking meegegeven dat er best gekozen wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label), dit in het kader van duurzaamheid.

Behoudens de woningen en de tuinbergingen worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin (Engstegenseweg) worden 2 inritten voorzien die toegang verlenen tot de carports.  De inritten, met elk een breedte van 3m, worden uitgevoerd in waterdoorlatende verharding.

Tevens wordt bij elke woning een toegangspad aangelegd naar de voordeur van de woning.

Beide woningen beschikken over een ruim en kwalitatief niet-overdekt terras.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de haagbeplanting.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat vegetatieve afsluitingen beperkt dienen te worden tot een hoogte van 2m en tot maximum 1m in de voortuinstroken.

Het ontwerp voorziet een haagbeplanting met een hoogte van 1,80m in de voortuinstrook i.f.v. de Timmerveldweg.

Voor de linker woning wordt het niet-overdekte terras aangelegd aan de linker achterzijde.   Om de privacy van de bewoners voor dit hoekperceel te waarborgen ter hoogte van hun tuinzone en het niet-overdekte terras wensen zij een haagbeplanting aan te brengen met een hoogte van 1,80m tegen de linker perceelgrens (= Timmerveldweg) en evenwijdig met de Engstegenseweg op 16m achter de rooilijn/voorste perceelgrens (Engstegenseweg).

De gevraagde afwijking is niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijking zal niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 9 december 2021 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hoger aangehaald.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor het gebruikte hout bij de tuinbergingen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen en twee tuinbergingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de 2 inritten met elk een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van beide inritten moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  18. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.

Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor het hout van de tuinbergingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van twee halfopen eengezinswoningen en twee tuinbergingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  7. Uitgezonderd de 2 inritten met elk een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  8. De verharding van beide inritten moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  18. Voor de aanvang van de werken dient een staat van bevinding opgemaakt van het openbaar domein. Deze staat van bevinding dient aangevraagd te worden bij de gemeentelijke dienst Patrimonium.

Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor het hout van de tuinbergingen.

11.

2022_CBS_00239 - OMV - Vergunning - Opheldingsweg 27 - 2021/00327 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00239 - OMV - Vergunning - Opheldingsweg 27 - 2021/00327 - Goedkeuring

2022_CBS_00239 - OMV - Vergunning - Opheldingsweg 27 - 2021/00327 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een tuinberging en het plaatsen van een tijdelijke woonunit.

De aanvraag werd op 14 november 2021 ontvangen.

Op 14 december 2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 4 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 10 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 31 december 1959 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woon- en handelshuis.  (1960/00001)

Op 3 maart 2003 werd een stedenbouwkundige weigering afgeleverd voor het regulariseren en verbouwen van een woning en handelspand tot een appartementsgebouw met 3 woongelegenheden, regulariseren vrijstaande garage en slopen van niet-vergunde garages/berging.   (2002/09099)

Op 9 september 2003 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het regulariseren van de verbouwing van een handelspand tot een handelspand met 2 woongelegenheden, met een vrijstaande garage.   ((2003/09308)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, bijgevolg dient enkel een infiltratievoorziening aangelegd te worden en geen hemelwaterput.

De infiltratievoorziening heeft een oppervlakte 7,84m² van en een volume van 5 000 liter, conform de verordening.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

  • Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

  • Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt, tenzij uitbreiding achteraan een gesloten bebouwing

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

  • Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkomhal en de overloop op de verdieping.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een tuinberging en het plaatsen van een tijdelijke woonunit.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Opheldingsweg, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Aan de overzijde van de straat is Konings NV gevestigd, een bedrijf dat voornamelijk vruchtensappen produceert.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevindt zich een halfopen eengezinswoning en een bijgebouw.

De woning bestaat uit 2 bouwlagen met een zadeldak.

In de achtertuin, werd een bijgebouw (garage) opgericht van 42,43m².

De huidige aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een tuinberging en het plaatsen van een tijdelijke woonunit.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De functie als eengezinswoning blijft behouden en is functioneel inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Gezien de bestaande garage (bijgebouw) gesloopt zal worden is een inritverharding langs de gehele linkerzijde van de woning overbodig.

Door de inritverharding te beperken tot maximum 6m achter de voorgevel van de woning blijft voldoende verharding behouden voor het stallen van een voertuig.

In de voortuin zijn tevens 2 parkeerplaatsen voorzien evenwijdig met de voorliggende weg.  Deze parkeerplaatsen zijn tevens bereikbaar via de inrit.

Bijgevolg zijn er 3 parkeerplaatsen op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet volledig wordt afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een tuinberging en het plaatsen van een tijdelijke woonunit.

De aanvraag omvat onder meer het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning.

De achterbouw wordt afgebroken en vervangen door een nieuwbouw.

De inplanting van de woning t.o.v. de rooilijn / voorste perceelgrens blijft ongewijzigd. Door de nieuwe uitbreiding aan de achterzijde wordt de woning ingeplant op minimum 3,30m van de rechter perceelgrens.

De woning krijgt op het gelijkvloers een bouwdiepte van 16,86m. Op de verdieping blijft de bouwdiepte van 8,90m behouden.

De woning wordt zowel op gelijkvloers als op de verdieping geherorganiseerd. Door de herorganisatie ontstaat er meer woonkwaliteit en is er een kwalitatieve binnen-buiten relatie door de aansluiting van de leefruimtes op de tuinzone.

De nieuwe achterbouw wordt gedeeltelijk uitgevoerd met een plat dak en deels met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen op 3m en de nokhoogte op ca. 5,70m ten opzichte van het maaiveld.

De bouwdieptes en afstanden tot de perceelgrenzen vallen binnen de algemeen gehanteerde normen voor bouwdiepte en afstandsregels.

De gevels van de woning worden deels behouden, nl. roodbruin genuanceerde gevelsteen en deels wit gekaleide gevels. In de voorgevel wordt deze gevelafwerking gecombineerd met een stalen portiek en een houten gevelbekleding (padouk). De dakbedekking wordt uitgevoerd in rode pannen.

Voor gevelafwerking is hout niet altijd de meest duurzame oplossing.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).  Een tropische houtsoort, zoals padouk, wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort. Dit wordt meegegeven als bemerking.

In de achtertuin staat een bijgebouw, ingeplant op 0,50m van de rechter perceelgrens.

Het bijgebouw, een dubbele garage, heeft een oppervlakte van 42,43m².

Dit bijgebouw wordt gesloopt.

Er zal een nieuw bijgebouw worden opgericht op 21,19m achter de achtergevel van de verbouwde woning, op 1m van de rechter en achterste perceelgrens en op 1,65m van de linker perceelgrens.

Het bijgebouw wordt gebruikt als tuinberging, heeft een oppervlakte van 50m² (10m x 5m).

Het bijgebouw wordt uitgevoerd met een zadeldak. De kroonlijsthoogte is gelegen op 3m en de nokhoogte op 5,55m ten opzichte van het maaiveld.

Het bijgebouw wordt uitgevoerd met roodbruin genuanceerde gevelsteen en de dakbedekking met rood genuanceerde dakpannen.

Tot slot omvat de aanvraag het plaatsen van een tijdelijke woonunit.

De aanvrager wenst een tijdelijke woonunit op te richten gedurende de verbouwingswerken. Er wordt geen concrete einddatum aangegeven. Uit de plannen blijkt wel dat deze tijdelijke woonunit verwijderd zal worden alvorens de tuinberging opgericht kan worden.

De tijdelijke woonunit heeft een oppervlakte van 58m² en wordt ingeplant op 1m van de rechter en de achterste perceelgrens en op minimum 1,65m van de linker perceelgrens.

De aanvraag omvat geen plannen van de tijdelijke woonunit.  In de beschrijvende nota wordt enkel aangegeven dat de woonunit wordt uitgevoerd met een plat dak.

Conform artikel 7.1 van het vrijstellingsbesluit is geen omgevingsvergunning nodig voor het plaatsen van een verplaatsbare constructie tijdens de uitvoering van vergunde verbouwingen mits voldaan is aan volgende voorwaarden:

  1. de constructies worden gebruikt om functies in onder te brengen die door de uitvoering van de handelingen niet meer kunnen plaatsvinden in de te verbouwen of herbouwen gebouwen;
  2. de constructies worden niet langer dan twee jaar geplaatst in geval van vergunde of meldingsplichtige verbouwingen of herbouwingen en niet langer dan een jaar in geval van verbouwingen die vrijgesteld zijn van vergunning;
  3. de maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter;
  4. bij plaatsing op een goed dat niet tot het openbaar domein behoort, wordt de constructie op minimaal twee meter afstand van de zijdelingse en van de achterste perceelsgrens geplaatst;
  5. de constructies worden verwijderd binnen dertig dagen nadat de verbouwde of herbouwde gebouwen in gebruik zijn genomen.

Er zal dan ook als voorwaarden opgenomen worden dat de tijdelijke woonunit dient te voldoen aan de voorwaarden conform artikel 7.1 van het vrijstellingsbesluit.

Bodemreliëf

De aanvraag omvat geen aanpassing van het bestaande terreinniveau.  Er kan dan ook van uitgegaan worden dat het bestaande terreinniveau behouden en dus ongewijzigd blijft.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • De tijdelijke woonunit dient te voldoen aan de voorwaarden conform artikel 7.1 van het vrijstellingsbesluit;
  • De inritverharding dient beperkt te worden tot op maximum 6m achter de voorgevel van de woning.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor de gevelafwerking van de woning.  Een tropische houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een tuinberging en het plaatsen van een tijdelijke woonunit zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De tijdelijke woonunit dient te voldoen aan de voorwaarden conform artikel 7.1 van het vrijstellingsbesluit;
  2. De inritverharding dient beperkt te worden tot op maximum 6m achter de voorgevel van de woning.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  21. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor de gevelafwerking van de woning.  Een tropische houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een halfopen eengezinswoning, het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een tuinberging en het plaatsen van een tijdelijke woonunit zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De tijdelijke woonunit dient te voldoen aan de voorwaarden conform artikel 7.1 van het vrijstellingsbesluit;
  2. De inritverharding dient beperkt te worden tot op maximum 6m achter de voorgevel van de woning.
    Riolering:
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  14. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  15. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  16. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  17. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  18. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  19. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  20. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  21. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  22. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Volgende bemerking wordt meegegeven: er wordt best gekozen voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label) voor de gevelafwerking van de woning.  Een tropische houtsoort wordt best vermeden gezien dit op vlak van ecologie zeer slecht scoort.

12.

2022_CBS_00240 - OMV - Vergunning - Beverzakbroekweg 104 - 2021/00334 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00240 - OMV - Vergunning - Beverzakbroekweg 104 - 2021/00334 - Goedkeuring

2022_CBS_00240 - OMV - Vergunning - Beverzakbroekweg 104 - 2021/00334 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een woning, aanpassen en regulariseren van de terreininrichting en slopen van bijgebouwen.

De aanvraag werd op 23/11/2021 ontvangen.

Op 20/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 21/12/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 10/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Op 02/03/2022 werd een wijzigingsverzoek ingediend.

Op 03/03/2022 werd het wijzigingsverzoek aanvaard met volgende motivatie:

Bij de opmaak van het advies werd opgemerkt dat de bestaande toestand recent gewijzigd werd en dat de weergave op de ingediende plaan hierdoor niet meer de correcte weergave betreft. De wijzigingen omvatten de bijkomende aanleg van een openluchtzwembad met randverharding. De wijziging werd voorafgaand aan de indiening voorgelegd aan de waterbeheerder en er werd aangegeven dat het aangeleverde advies dd. 03/02/2022 hierdoor niet gewijzigd wordt.

De wijziging is aanvaardbaar.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • BA/1974/00064: bouwvergunning op 27/03/1974 voor het bouwen van een woonhuis;
  • OV/2020/00220: omgevingsaanvraag voor verbouwen woning en slopen bijgebouwen – intrekking op 09/10/2020;
  • OV/2020/00221: omgevingsaanvraag voor regulariseren inplanting, verbouwen en uitbreiden van de woning, terreinaanleg en slopen bijgebouwen – onvolledig verklaard wegens niet aangevuld;
  • OV/2020/00261: weigering omgevingsaanvraag door de deputatie in beroep op 03/06/2021 voor het verbouwen en uitbreiden van een vrijstaande woning en slopen van bijgebouwen (weigering CBS 09/02/2021);

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 20/10/2021 (VB_2018_093).

Na de weigering van voorgaande aanvraag werd een nieuw voorontwerp voorgelegd om af te toetsen op de  haalbaarheid alvorens het in te dienen in het omgevingsloket (in bijlage werden enkele schetsen en een grondplan van de 2de verdieping toegevoegd).

Advies dienst 27/10/2021:

Op basis van de voorgelegde 3D's en plan verdieping, werd uw ontwerp besproken tijdens het dienstoverleg.
Algemeen genomen lijkt ons dit aanvaardbaar, dit uitgaande van het voorkomen op de 3D's (behoudens het verdiepingsplan geen plannen ontvangen met afmetingen of een inplantingsplan).
Wat de dakuitbouwen betreft toch enkele bemerkingen: in principe kunnen dakkapellen en dakuitbouwen in beperkte mate toegestaan worden om meer licht te vangen in de binnenruimte maar niet om voldoende vloeroppervlakte te creëren. Afgaande op het verdiepingsplan zullen de dakuitbouwen vereist zijn om de 2 kamers bruikbaar te maken. We kunnen hier mee instemmen omdat de breedte alsnog in een goede verhouding blijft t.o.v. de gevelbreedte; het overdekt terras dat mee uitspringt wordt echter negatief ontvangen. Een dakterras kan slechts binnen het normale dakvolume (dus terugliggend tov de gevellijn) en zonder de overdekking.
Enerzijds wenst men bijkomende vloeroppervlakte te creëren door de dakuitbouwen en anderzijds gaat er vloeroppervlakte verloren door het voorzien van een dakterras. De noodzaak van dit terras wordt in vraag gesteld daar men beschikt over een ruime tuinzone en terras aan de leefruimte.
 Voor het overige wensen we te verwijzen naar de opmerkingen die bij het voorgaande dossier reeds gemaakt werden voor wat betreft de verhardingen en waterhuishouding. De 3D- voorstelling lijkt een gereduceerde verhardingsgraad aan te geven en een aanpassing naar grasdallen alsook een gedeeltelijke verlaging van het terreinniveau in de voortuin en linker zijtuin, wat positief zou zijn.

De aanvraag houdt slechts gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies.

De 3D-voorstelling stemt niet overeen qua verharding met het aangevraagde, er wordt veel meer verharding behouden/ heraangelegd, er is geen wijziging van het maaiveld terwijl het voorontwerp dit wel laat uitschijnen en er is een openluchtzwembad van 65,1m² aanwezig.

Slechts de opmerking betreffende het dakterras werd gevolgd, dit werd binnen het dakvolume voorzien. 

Milieu

Volgende milieuvergunningen en -meldingen werden aangevraagd en/of afgeleverd op volgende percelen:

  • 2013174 – 3VL58nde: milieuvergunning klasse 3, mazoutopslag 5000 liter.
  • 2021/00078MM: melding klasse 3, rubriek 53.2.2°a) voor het plaatsen van een tijdelijke droogzuiging voor de bouw van het zwembad (4x10) voor een debiet van 3360 m³ - weigering aktename op 13/04/2021 wegens ongegrond, niet rechtsgeldig. 

Motivatie:

“Het betreft een droogzuiging voor de realisatie van een zwembad te Beverzakbroekweg 104, sectie F, nr. 640E8. 

Het betreft de bouw van een zwembad van 4 x 10 meter. Er wordt hiervoor een jaardebiet gevraagd van 3360 m³ voor 80 m³ per dag gedurende 42 dagen. 

De bouw van het zwembad is vergunningsplichtig gezien dit de 80 m² verharding zal overschrijden. 

Het college van burgemeester en schepenen heeft op 9-02-2021 een weigering afgeleverd voor o.a. de regularisatie van de klinkerverharding bestaande uit 276,6m², de terreinophoging en verbouwing en uitbreiding van de woning. 

Er werd geen nieuwe omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van het zwembad.

Gelet op bovenstaande wordt de melding negatief geadviseerd wat maakt dat de akte zonder voorwerp is.”

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto’s …) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ uitgevoerd, waarvoor geen vergunning verleend werd. 

Volgens de aanvraag betreft het de oprichting van 3 bijgebouwen (16,8m², 22m² en 65m²), de inplanting van de woning ten opzichte van de zijdelingse perceelgrenzen, ophoging van het terrein en de aanleg van verhardingen.

In vergelijking met de oorspronkelijke vergunning anno 1974, werd het terrein opgehoogd tot 63cm boven het peil van de wegas terwijl een ophoging van 25cm tot op gelijk niveau met de wegas voorzien was. Aangezien de bestaande bebouwing als vergund geacht beschouwd kan worden, is de inplanting van de woning en ophoging ter hoogte van de bouwzone daarmee verbonden. 

Er werd echter niet aangetoond/ bewezen dat de volledige ophoging van het terrein moet beschouwd worden als zijnde vergund. 

Uit een luchtfoto van 2021 en de definitieve plannen blijkt bovendien dat er achter de woning een zwembad werd aangelegd, dit terwijl bij de weigering van de aktename duidelijk aangegeven werd dat een omgevingsaanvraag nodig is, de droogzuiging voor de uitvoering van het zwembad werd ondanks de weigering alsnog doorgevoerd. 

Op het terrein is ook een verspreide aanwezigheid van diverse materialen/ materieel zichtbaar.

Als men de historiek van het goed bekijkt, kan men slechts vaststellen dat er herhaaldelijk overtredingen begaan worden.

De wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren/ te verwijderen en/of aan te passen. 

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Provinciale dienst Water & Domeinen

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de verbouwing/ uitbreiding van de woning met een nieuwe horizontale dakoppervlakte van 168,27m² en de niet waterdoorlatende verhardingen in voor- en achtertuin van de terrassen van 57,1m², alsook een openluchtzwembad met randverharding van 65,1m², een infiltratieput wordt voorzien met een inhoud van 10000 liter en een infiltratieoppervlakte van 13,20m².

Voor de oppervlakte van 286,87m² is een minimale inhoud van 7172 liter en een minimale infiltratieoppervlakte van 11,5m² vereist.

De berekening van de aanvraag werd gemaakt op basis van een totale oppervlakte van 328,2m².

Vermoedelijk werd bij de berekening reeds rekening gehouden met de plaatsing van een bijgebouw van ca. 40m².

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren door het gebruik van waterdoorlatende klinkers (oprit 127m²) en grasdallen (80m²).

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”.  Er is echter nog een gemengd rioleringsstelsel in de straat aanwezig.

Een individuele voorbehandelinginstallatie blijft noodzakelijk tot aanleg van de gescheiden riolering en dit volgens de code van goede praktijk, bestaande uit minstens een septische put en vetvanger. 

Volgens de plannen bestaande toestand is een septische put aanwezig, op de plannen nieuwe toestand blijkt deze niet meer aanwezig.

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

  • De bestaande septische put moet behouden blijven tot de aanleg van een gescheiden stelsel in de straat;
  • De overloop van een buitenzwembad wordt beschouwd als regenwaterafvoer en dient aangesloten op een infiltratievoorziening;
  • het hemelwater en afvalwater moeten afzonderlijk afgevoerd worden tot voor het openbaar domein om via 2 toezichtputten en een 1 Y-aansluiting aan te sluiten op de bestaande riolering. Dit om een aparte aansluiting op het toekomstig gescheiden rioleringsstelsel in de straat.
  • Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;
  • Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  • Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.
  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Infrax/Fluvius na te leven;
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming is met de voorschriften, hebben de voorschriften voorrang;

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, onder meer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Niet overdekte terrassen of opritten te verwachten of op plan ingetekend

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

Bij uitbreiding of bijkomende bebouwing dient het regenwater volledig gescheiden te blijven tot aan het lozingspunt

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden. Als de afvoer van het hemelwater noodzakelijk is ( bv. niet op eigen terrein geïnfiltreerd wordt, … ) dan dient verplicht het hemelwater minstens tot aan het lozingspunt gescheiden af te voeren van het afvalwater.

Herbouw of verbouwing

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Infiltratievoorziening voorzien of niet voorzien maar wel verplicht

Volgens de GSV hemelwater, dient voor de verharding en dakoppervlakte een infiltratievoorziening toegepast te worden.

Het buffervolume van de infiltratievoorziening dient minimum 25 liter per vierkante meter referentieoppervlakte te bedragen. De grondwaterstand dient nagegaan te worden. Het buffervolume dient zich volledig tussen de gemiddelde grondwaterstand en het peil van de noodoverlaat te bevinden. De oppervlakte van de infiltratievoorziening dient minimaal 4 vierkante meter per begonnen 100 vierkante meter referentieoppervlakte te bedragen.

De eventuele noodoverloop dient voldoende hoog voorzien te worden, en niet dieper dan 30 cm onder het laagste deksel of aangesloten kolk, zodat de noodoverlaat zich boven de hoogste grondwaterstand bevindt. Deze noodoverlaat dient te allen tijde inspecteerbaar en bereikbaar te zijn (bv. onder een deksel). Er wordt enkel een aansluiting met max. diam. 160 mm als overloop van de infiltratievoorziening toegestaan. We raden tevens aan om op de overloop van de infiltratievoorziening een terugslagklep te plaatsen.

Indien een hemelwaterput gebouwd wordt dient de overloop van de hemelwaterput aangesloten te worden op de toevoer naar de infiltratievoorziening.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft een eerder beperkte oppervlakte, maar ligt wel in een effectief overstromingsgevoelig gebied of aan de rand ervan. 

De reliëfwijziging veroorzaakt geen significante aanvullende afvoer en is geen ingedeelde ingreep.

Met betrekking tot de impact op oppervlaktewater werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan de waterbeheerder.

Het advies van 03/02/2022 van de waterbeheerder, de provinciale dienst Water en Domeinen, is voorwaardelijk gunstig:

Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd. Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies. 

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

• kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 3, sectie F, nr. 640E8

• adres: Beverzakbroekweg 104

• niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied

Documenten

• aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd

Waterloop en machtiging

• stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: SLANGBEEK, nummer 211, categorie: 2de

• watering: neen

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)

1 Beschrijving van het watersysteem

• Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.

• Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied

• Het perceel is daarenboven gelegen in:

o het bekken van de Demer

o het deelbekken Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd overstromingsregime.

Het perceel is gelegen in een effectief overstromingsgevoelig gebied of aan de rand ervan : het kritisch overstromingspeil (bouwpeil) bedraagt 37m40 TAW. (=het peil van de weg ter hoogte van de inrit + 30 cm).

Er mag gebouwd worden omdat de berging die verloren gaat, beperkt blijft en er dus geen bijkomende schade veroorzaakt wordt aan derden of aan het watersysteem voor zover voldaan wordt aan de onderstaande constructievoorwaarden:

  • Het vloerpeil moet minstens 10 cm boven het kritisch bouwpeil gelegen zijn (i.e. 40 cm boven de as van de weg).
  • Geen openingen in de constructie (in buitenmuren en bodem) mogen voorzien worden onder het kritisch bouwpeil plus 10 cm.
  • Ondergrondse garages zijn niet toegestaan.
  • Niet-waterdichte doorvoer van nutsleidingen en andere leidingen onder het kritisch bouwpeil is verboden.
  • Inspectieputten op rioleringen, ontluchtingssystemen moeten waterdicht afgeschermd worden of opgesteld worden boven het kritisch bouwpeil.
  • Stookolietanks moeten boven het grondwaterpeil/overstromingspeil gelegd worden.
  • Ondergrondse tanks moeten verankerd worden tegen opwaartse druk, bijvoorbeeld d.m.v. een betonnen voetplaat of dekplaat.
  • Elektrische installaties die niet waterdicht afgeschermd zijn, moeten 10 cm boven het kritisch bouwpeil opgesteld worden.
  • Aansluitingen op de riolering moeten afgeschermd worden met een terugslagklep en eventueel met een eigen pompinstallatie.
  • Kruipkelders onder het kritisch peil moeten overstroombaar blijven.
  • Alleen waterdoorlatende verhardingen zijn toegelaten. Er kan hierop enkel uitzondering gemaakt worden indien om technische redenen geen waterdoorlatende verharding mogelijk is

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het verbouwen van een vergunde woning, bouwen van een bouwlaag met plat dak, e.a. een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de bovenstaande constructievoorwaarden worden opgenomen in de vergunning.

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.

Naar aanleiding van het wijzigingsverzoek van 02/03/2022 werden de wijzigingen, zijnde de bijkomende regularisatie van een zwembad, voorgelegd aan de waterbeheerder. Op 02/03/2022 werd per mail het volgende aangegeven: Wij kunnen hiermee akkoord gaan. Deze aanpassingen hebben geen invloed op het al uitgebrachte advies. De verloren waterberging door het zwembad is niet significant.”

Het advies van 03/02/2022 van de waterbeheerder blijft dan ook behouden.

In alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is tot de veiligheid van het vergunde project zelf. Enige invloed op het watersysteem of de veiligheid van overige vergunde of vergund geachte constructies is, gelet op de geringe oppervlakte, niet te verwachten. De veiligheid van de aangevraagde constructies kan worden verhoogd door het opvolgen van de voorwaarden zoals opgelegd door de waterbeheerder. 

Onder deze voorwaarden en indien voldaan wordt aan de stedenbouwkundige verordening hemelwater & afvalwater, is het ontwerp verenigbaar met artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets mits de voorwaarden zoals opgelegd in het advies van de waterbeheerder nageleefd worden.

Decretale beoordelingselementen

Artikel 4.3.8. Rooilijnplan

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, kan geen vergunning verleend worden voor het bouwen, verbouwen, herbouwen of uitbreiden van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn of een achteruitbouwstrook is getroffen, met uitzondering van de gevallen waarin voldaan is aan een van volgende voorwaarden:

1° de aanvraag heeft louter betrekking op onderhouds- of stabiliteitswerken aan een vergunde of vergund geachte constructie;
2° de aanvraag heeft louter betrekking op sloop- of aanpassingswerken die tot gevolg hebben dat de constructie aan de rooilijn of achteruitbouwstrook wordt aangepast;
3° de aanvraag heeft betrekking op de verbouwing van een monument dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is, of een constructie die deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of een cultuurhistorisch landschap dat bij een decreet definitief of voorlopig beschermd is;
 4° de aanvraag heeft louter betrekking op het aanbrengen van gevelisolatie aan een bestaande vergunde of vergund geachte constructie, met een overschrijding van ten hoogste veertien centimeter.

Het perceel is gelegen aan een gemeenteweg.

Op de voorliggende weg is de door de Koning op 29/03/1978 goedgekeurde rooilijn van kracht. 

De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de gang op het gelijkvloers en de 1ste verdieping en in de nachthal op de dakverdieping.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een woning, aanpassen en regulariseren van de terreininrichting en slopen van bijgebouwen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Beverzakbroekweg, een gemeenteweg in de kern Terdonk, ten zuiden van het centrum van Zonhoven nabij de grens met Hasselt.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband. Het achterliggende gebied ten noordoosten van het perceel betreft een klein woonuitbreidingsgebied (thans in gebruik voor tijdelijke grondopslag), naar het zuiden en westen toe situeert zich natuurgebied de Platwijers.

Het perceel links van de aanvraag werd anno 1960 bebouwd met een vrijstaande woning met anderhalve bouwlaag en hellend dak, het terrein rechts van de aanvraag werd anno 1975 bebouwd met 2 halfopen woningen met één bouwlaag en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd anno 1974 bebouwd met een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en een hellend dak. Tegenover de afgeleverde vergunning werd de woning meer naar de linker perceelgrens toe ingeplant en het niveau ten opzichte van de wegas werd verhoogd met 63cm. Aangezien aangetoond wordt middels een historische kadasterschets dat de woning opgericht werd voor de inwerkingtreding van het eerste gewestplan, dienen de inplanting van de woning en ophoging ter hoogte van de bouwzone als vergund geacht beschouwd te worden.

Op het terrein werden later diverse wijzigingen doorgevoerd waarvoor geen vergunning gekend is: 

de oprichting van 3 bijgebouwen (16,8m², 22m² en 65m²), ophoging van het terrein en de aanleg van verhardingen de recente (2021) aanleg van een zwembad dat ondanks de weigering aktename voor droogzuiging (aangeven vergunningsplicht) toch werd uitgevoerd.

Met de huidige aanvraag wenst men de eengezinswoning uit te breiden en te verbouwen, de bijgebouwen te verwijderen, een gedeelte van de verhardingen te verwijderen en de inrichting van het terrein te regulariseren met ophogingen, verhardingen en zwembad.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande woonfunctie blijft behouden en is integreerbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Intern de woning is een garage aanwezig, op de ruime oprit in klinkers voorziet men standaard 2 autostaanplaatsen en op de oprit zelf kunnen nog minstens 3 wagens parkeren.

Rechts van de woning en achteraan de woning wordt nog een verharding in grasdallen aangelegd (80m²) waarvan de functie niet duidelijk is.

De aanvraag voorziet tot 6 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid, dit is behoorlijk ruim.

Per woongelegenheid dient normaliter 1,5 parkeerplaats voorzien te worden.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen en bodemreliëf

Slopen bijgebouwen

Artikel 13.2. van het vrijstellingsbesluit geeft volgende aan:

Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de volledige afbraak van vrijstaande bouwwerken of constructies, op voorwaarde dat aan al de volgende vereisten voldaan is :
1° het betreft geen kleine elementen en constructies, geïsoleerd of deel uitmakend van een geheel, die van belang zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving, een volkskundige, historische of esthetische waarde hebben, als referentie dienen voor de bevolking van een buurt of wijk, of bijdragen tot het gevoel van een plaatselijke bevolking tot een bepaalde plek te behoren, zoals fonteinen, kiosken, pompen, putten, kruisen, calvaries, veldkapellen, standbeelden, wegwijzers, schandpalen, grenspalen, mijlpalen, lantaarnpalen, uurwerken, klokkenspelen, zonnewijzers, hekkens, omheiningsmuren, luifels, graven, herkenningstekens van merkwaardige gebeurtenissen uit het verleden, balies, straatmeubilair, waterkunstwerkjes, bakhuizen, houtskeletbouw, koetshuizen, oranjerieën, priëlen, ijskelders;
2° het betreft geen gebouwen of constructies die opgenomen zijn in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, vastgesteld met toepassing van artikel 4.1.1 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed;
 3° de grondoppervlakte bedraagt minder dan 100 vierkante meter.

Voor het slopen van de bijgebouwen van 16,8m², 22m² en 65m² is bijgevolg geen vergunning vereist. Hierover wordt verder geen uitspraak gedaan.

Aangezien de bijgebouwen opgericht werden zonder vergunning (en de oprichting is niet vrijgesteld van vergunning), is de afbraak van de bijgebouwen met een totale oppervlakte van 103,8m² slechts een herstel naar de vergunde toestand. De uitvoering is evenwel onlosmakelijk verbonden met de aangevraagde werken op het overige gedeelte van het terrein.

Regularisatie verhardingen/ terreininrichting

Op het terrein is zo’n 328m² aan verhardingen aanwezig volgens de gegevens binnen de aanvraag. 

De klinkerverharding in de voortuin is deels noodzakelijk als toegang tot de interne garage (strikt noodzakelijke oprit 3m breed) en de inkom. 

Zoals onder “mobiliteitsimpact” reeds aangehaald, is de parkeerruimte behoorlijk ruim voor een eengezinswoning, het behouden van de verharding in de voortuinstrook valt te verantwoorden in functie van parkeerruimte omdat meer dan de helft van de voortuinstrook als groenzone kan ingericht worden. Men beschikt dan over voldoende ruimte om 4 à 5 wagens in openlucht te stallen en over 1 interne garage.

De klinkerverharding in de zij- en achtertuin wordt verwijderd en een nieuwe verharding in grasdallen met een oppervlakte van 80m² wordt aangelegd. De functie hiervan is niet duidelijk. Achteraan heeft de verharding in grasdallen een breedte van 9,30m en een diepte van 5,38m.

Een terras op niveau van de leefruimte en beperkt terras aan de achterzijde van de woning op maaiveldhoogte is te verantwoorden.

Evenwel wordt opgelegd om de parkeerplaatsen uit te voeren in grasdallen. 

Om in de toekomst een toename van de verharding te vermijden zal tevens opgelegd worden dat de functie carport/ garage uitgesloten wordt voor eventueel toekomstige bijgebouwen in de achtertuin.

De regularisatie van de verhardingen zoals aangegeven op plan is aanvaardbaar.

Bij de uitvoering dienen de 2 parkeerplaatsen in de voortuin uitgevoerd te worden in grasdallen.

In de achtertuin werd in 2021 een openluchtzwembad met een randverharding aangelegd op 11m afstand tot de achtergevel van de woning en minstens 5,87m afstand tot de linker perceelgrens. De totale breedte bedraagt 5m, de bouwdiepte 13m en de diepte van het zwembad zelf bedraagt 1,60m. De zwemzone van 44m² krijgt links, achter en voor een randverharding van 1m breed.

Op het terrein van 2820m² is na de uitvoering van de aangevraagde werken in totaal 497,37m² aan verharde/bebouwde oppervlakte aanwezig (overdekte constructies 168,27m² en niet overdekte constructies 329,1m²) tegenover zo’n 2322m² groenzone. Voor dit ruime terrein is dit een mooi evenwicht van ca. 20% verharde/bebouwde oppervlakte tegenover zo’n 80% groene ruimte.

De regularisatie van de verhardingen, zwembad en terreininrichting zoals aangegeven op plan is aanvaardbaar.

Regularisatie terreinophoging

In vergelijking met de oorspronkelijke vergunning anno 1974, werd het volledige terrein opgehoogd tot 63cm boven het peil van de wegas terwijl een ophoging van 25cm tot op gelijk niveau met de wegas voorzien was. Aangezien de bestaande bebouwing als vergund geacht beschouwd kan worden, is de ophoging ter hoogte van de bouwzone daarmee verbonden. Er werd echter niet aangetoond/ bewezen dat de volledige ophoging van het terrein moet beschouwd worden als zijnde vergund. 

Bij nazicht van de luchtfoto’s waarover de gemeente beschikt blijkt dat het terrein tussen 2017 en 2019 aanzienlijk gewijzigd werd. Uit de luchtfoto 2017 blijkt een grondopslag aanwezig achteraan het terrein, uit de luchtfoto 2019 blijkt het achterste gedeelte van het terrein volledig ontdaan van enig groen/ beplanting.

Behoudens de bouwzone en plaatselijke grondaanvulling ter hoogte van de terrassen aan voor- en achterzijde, dient de algemene ophoging dan ook geregulariseerd te worden.

Principieel wordt een ophoging van het bodemreliëf slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden en voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Aan deze principes wordt niet voldaan. 

Volgens het terreinprofiel is het terreinniveau volledig tot op 63cm boven de wegas gebracht.

Plaatselijke ophoging ter hoogte van de constructies (hier de woning) is toelaatbaar ifv van de veiligheid van deze constructies (tevens in navolging van het advies van de waterbeheerder). Voor het overige dient ruimte voor waterberging behouden en bij voorkeur geoptimaliseerd.

Bij nazicht streetview Google liggen de andere terreinen in de straat nagenoeg gelijk met het straatniveau; bij nr. 85 werd rond de woning opgehoogd tot ca. 45cm boven het wegpeil (volgens bouwplan).

Uit de watertoetskaarten blijkt dat het voorste gedeelte van het terrein tot en met de bouwzone  gelegen is in effectief overstromingsgevoelig gebied en een dergelijke ophoging eventuele waterproblemen slechts verschuift naar de omliggende lager gelegen percelen.

De achtertuin situeert zich volgens de watertoetskaarten niet binnen het effectief overstromingsgevoelig gebied maar dit sluit waterproblemen niet uit. Voor de achtertuin is de terreinophoging slechts aanvaardbaar voor zover de aangrenzende tuinzones niet lager gelegen zijn. Er werden tot op heden geen klachten / meldingen betreffende wateroverlast door de ophoging ontvangen, door de groenaanplant en verwijdering van bijgebouwen zal er geen toename zijn van het risico op wateroverlast.

Zoals hoger aangehaald is de plaatselijke ophoging van de bouwzone en grondaanvulling ter hoogte van het terras met trap vooraan anno 1974 reglementair. 

De ophoging voor het terras achteraan is aanvaardbaar en langsheen de linker zijgevel werd geen bijkomende talud   voorzien.

Wat betreft de ophoging in de voortuinstrook, gelegen in effectief overstromingsgevoelig gebied, dient men in de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens elke ophoging hoger dan 30cm boven het wegpeil te verwijderen om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden. Aangezien in deze voortuinstrook de uitgravingen voor de putten ikv de hemelwaterverordening dienen te gebeuren is dit geen onredelijke vereiste. Bij de afgraving dient men evenwel schade aan de aanwezige boom te vermijden.

De regularisatie van de terreinophoging is grotendeels aanvaardbaar op voorwaarde dat in de voortuinstrook de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens teruggebracht wordt tot maximaal  30cm boven het wegpeil om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden. Aangezien in deze voortuinstrook de uitgravingen voor de putten ikv de hemelwaterverordening dienen te gebeuren is dit geen onredelijke voorwaarde. Bij de afgraving dient men schade aan de aanwezige boom te vermijden.

Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Alle overtollige grond die vrijkomt bij de graafwerken dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Verbouwing en uitbreiding woning

Voor de uitbreiding van de woning blijft de bestaande bebouwde oppervlakte aangehouden.

De breedte van de woning bedraagt 18,10m en de bouwdiepte bedraagt 8,60m.

De voorgevel situeert zich op 15,19m afstand tot de voorste perceelgrens, de linker zijgevel bevindt zich op minstens 4,75m afstand tot de linker perceelgrens, de rechtergevel houdt een afstand van minstens 6,21m tot de rechter perceelgrens aan.

De vloerpas van de woning ligt op 63cm boven het wegpeil, de huidige kroonlijsthoogte bevindt zich op 5,63m boven het wegpeil (5,33m boven boven een standaard maaiveldhoogte)) en de nokhoogte op 8,63m (8,33m boven een standaard maaiveldhoogte).

Algemeen genomen wordt een bouwhoogte met een maximale kroonlijsthoogte van 6m gehanteerd en een nokhoogte tot 10,50m, dit tot het maaiveld dat standaard tot op max. 30cm boven de wegas gelegen is, voor woningen met 2 bouwlagen en een hellend dak.

Met de huidige aanvraag wenst men meer ruimte intern te creëren door het beperkt optrekken van de gevels zodat een kroonlijsthoogte van 6,23m tov het wegpeil (5,90m tov boven een standaard maaiveldhoogte) bekomen wordt en er wordt een nieuw zadeldak met een helling van 45° voorzien en een nokhoogte van 10,53m tov het wegpeil (10,20m boven een standaard maaiveldhoogte).

De bouwhoogte van de uitbreiding blijft binnen de algemeen gehanteerde normen.

Intern worden aanpassingen doorgevoerd ifv de uitbreiding en om de ruimte functioneler in te richten naar de behoeften van de bewoners. Hierbij worden een aantal muren verwijderd en openingen vergroot.

Het gelijkvloers van de woning met garage en bergingen blijft ongewijzigd.

Op de 1ste verdieping wordt de keuken verruimd en opengewerkt naar de leefruimte toe, er wordt verder een slaapkamer met aangrenzende dressing ingericht, een bureauruimte, badkamer, bijkeuken en de inkomhal met toilet en vestiaire.

De dakverdieping zal ruimte bieden aan 4 slaapkamers, een badkamer, apart toilet en een klein dakterras binnen het dakvolume. Aan de voorzijde en achterzijde wordt telkens 1 dakuitbouw voorzien met een breedte van 4,20m. Ten opzichte van de totale gevelbreedte van 18,10m is dit aanvaardbaar.

Het gevelmetselwerk met donkerbruine kleur wordt vervangen door steenstrips met witte kleur en structuurbeton met grijze kleur voor de buitentrap aan de voorzijde. Het buitenschrijnwerk is voorzien in PVC met kwartsgrijze kleur en de dakafwerking wordt uitgevoerd met leien.

Het volume en het uiterlijk van de verbouwings- en uitbreidingswerken zal zich voldoende integreren in de omgeving en een positieve invloed hebben op het straatbeeld.

Het verbouwen en uitbreiden van de woning zoals aangevraagd is dan ook aanvaardbaar.

Groenvoorzieningen

Uit de luchtfoto’s, streetview en aanduiding KLE’s blijkt dat er bomen verwijderd werden. Dit werd  niet aangegeven op plan, niet aangegeven in de nota of enige andere vermelding.

Aan de voorzijde werd een rij berken (hoogstammen), waarvan 2 op het perceel van de aanvraag, opgenomen als Kleine LandschapsElementen (KLE). De 2 berken werden blijkbaar verwijderd, ook in de tuinzone lijkt minstens 1 boom verwijderd. Een compenserende aanplant wordt verwacht.

De voorwaarden zoals opgelegd door de dienst Facilitair Management (zie verder “Bespreking adviezen”) dienen gevolgd te worden:

  • De twee berken die in de voortuin stonden dienen her-aangeplant te worden op het perceel. De plantmaat is minstens 16/18 en de bomen dienen op minstens 2,5 meter van de perceelsgrens te staan; 
  • De boom die in de achtertuin stond, dient op perceel vervangen te worden door een inheemse hoogstamboom met een minimale plantmaat van 16/18, en die minstens tot categorie 1b (tussen de 12m en 20m) behoort.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voorwaarden:

  • De 2 parkeerplaatsen in de voortuin dienen uitgevoerd te worden in grasdallen.
  • In de voortuinstrook dient de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens teruggebracht wordt tot maximaal  30cm boven het wegpeil om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden.

Bij de afgraving dient men schade aan de aanwezige boom te vermijden.

Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij de graafwerken dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

  • De voorwaarden zoals opgelegd door de dienst Facilitair Management betreffende een compenserende aanplant van 3 bomen, dienen gevolgd te worden.
  • Eventuele toekomstige bijgebouwen in de achtertuin mogen niet de functie van carport/ garage krijgen.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 03/02/2022 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Watertoets”). De voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

  • Het advies van 14/01/2022 van de dienst Facilitair Management - groenbeheer is voorwaardelijk gunstig:

Voorwaardelijk gunstig voor de op plan voorgestelde werken.  

Deze voorwaarden worden opgelegd omdat we volgende opmerken:

  • Op dat plan bestaande toestand minder bestaand groen staat aangeduid dan dat we in Google- maps kunnen zien, 
  • Volgens register van KLE's zouden er in de voortuin 2 berken hebben gestaan, welke nu verdwenen zijn en
  • Volgens de luchtfoto van 2016 zou er in de achtertuin ook een boom hebben gestaan.

Voorwaarden:

  • De twee berken die in de voortuin stonden dienen her-aangeplant te worden op het perceel. De plantmaat is minstens 16/18 en de bomen dienen op minstens 2,5 meter van de perceelsgrens te staan. 
  • De boom die in de achtertuin stond, dient op perceel vervangen te worden door een inheemse hoogstamboom met een minimale plantmaat van 16/18, en die minstens tot categorie 1b (tussen de 12m en 20m) behoort.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden. Bijkomend wordt opgelegd dat de 2 berken opnieuw in de voortuin aangeplant dienen te worden ifv een groen straatbeeld.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits naleving van volgende voorwaarden:

  • De 2 parkeerplaatsen in de voortuin dienen uitgevoerd te worden in grasdallen.
  • In de voortuinstrook dient de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens teruggebracht wordt tot maximaal  30cm boven het wegpeil om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden.

Bij de afgraving dient men schade aan de aanwezige boom te vermijden.

Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij de graafwerken dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

  • De voorwaarden zoals opgelegd door de dienst Facilitair Management betreffende een compenserende aanplant van 3 bomen, dienen gevolgd te worden. Bijkomend wordt opgelegd dat de 2 berken opnieuw in de voortuin aangeplant dienen te worden ifv een groen straatbeeld.
  • Eventuele toekomstige bijgebouwen in de achtertuin mogen niet de functie van carport/ garage krijgen.
  • De bewijzen (foto’s, facturen…) van plaatsing van de infiltratievoorziening met toevoerleidingen alsook de verwijdering en verwijdering van bijgebouwen en aanpassing van de verhardingen, dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving, binnen een termijn van 12 maanden na uitvoering van de werken aan de woning.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van voorwaarden

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een woning, aanpassen en regulariseren van de terreininrichting en slopen van bijgebouwen, mits het opleggen van voorwaarden:

  • De 2 parkeerplaatsen in de voortuin dienen uitgevoerd te worden in grasdallen.
  • In de voortuinstrook dient de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens teruggebracht wordt tot maximaal  30cm boven het wegpeil om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden.

Bij de afgraving dient men schade aan de aanwezige boom te vermijden.

Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij de graafwerken dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

  • De voorwaarden zoals opgelegd door de dienst Facilitair Management betreffende een compenserende aanplant van 3 bomen, dienen gevolgd te worden. Bijkomend wordt opgelegd dat de 2 berken opnieuw in de voortuin aangeplant dienen te worden ifv een groen straatbeeld.  De bomen dienen aangeplant te worden in het eerstvolgend plantseizoen volgend op het bekomen van de vergunnen.  Bewijs hiervan dient te worden aangeleverd aan de dienst Vergunningen en Handhaving, tenminste 3 maanden na aanplant van de bomen (foto’s, bestelbon).  Indien de heraanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot de heraanplant wel lukt.  Deze bomen mogen niet worden gekapt.  De bomen dienen op de wettelijke afstanden tot de perceelsgrenzen te worden aangeplant;
  • Eventuele toekomstige bijgebouwen in de achtertuin mogen niet de functie van carport/ garage krijgen.
  • De bewijzen (foto’s, facturen…) van plaatsing van de infiltratievoorziening met toevoerleidingen alsook de verwijdering, opgelegde aanplantingen, verwijdering van bijgebouwen en aanpassing van de verhardingen, dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving, binnen een termijn van 12 maanden na uitvoering van de werken aan de woning.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een woning, aanpassen en regulariseren van de terreininrichting en slopen van bijgebouwen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De 2 parkeerplaatsen in de voortuin dienen uitgevoerd te worden in grasdallen.
  2. In de voortuinstrook dient de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens teruggebracht wordt tot maximaal  30cm boven het wegpeil om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden.
    Bij de afgraving dient men schade aan de aanwezige boom te vermijden.
    Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij de graafwerken dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
  3. De voorwaarden zoals opgelegd door de dienst Facilitair Management betreffende een compenserende aanplant van 3 bomen, dienen gevolgd te worden. Bijkomend wordt opgelegd dat de 2 berken opnieuw in de voortuin aangeplant dienen te worden ifv een groen straatbeeld.  De bomen dienen aangeplant te worden in het eerstvolgend plantseizoen volgend op het bekomen van de vergunnen.  Bewijs hiervan dient te worden aangeleverd aan de dienst Vergunningen en Handhaving, tenminste 3 maanden na aanplant van de bomen (foto’s, bestelbon).  Indien de heraanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot de heraanplant wel lukt.  Deze bomen mogen niet worden gekapt.  De bomen dienen op de wettelijke afstanden tot de perceelsgrenzen te worden aangeplant.
  4. Eventuele toekomstige bijgebouwen in de achtertuin mogen niet de functie van carport/ garage krijgen.
  5. De bewijzen (foto’s, facturen…) van plaatsing van de infiltratievoorziening met toevoerleidingen alsook de verwijdering, opgelegde aanplantingen, verwijdering van bijgebouwen en aanpassing van de verhardingen, dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving, binnen een termijn van 12 maanden na uitvoering van de werken aan de woning.
    Riolering:
  6. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be);
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen nieuwe wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven behoudens de opgelegde afgraving in de voortuinstrook. 
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter en toegangspad naar de inkom met een breedte van 1 meter, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan, dienen behouden te blijven; 
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk wetboek;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 03/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.  Het college wenst echter de voorwaarde omtrent de aanplant van de bomen beperkt aan te passen.  Twee van de bomen dienen geen berken te zijn.  Alle drie de bomen moeten voldoen aan volgende voorwaarden: inheemse hoogstamboom met een minimale plantmaat van 16/18, en die minstens tot categorie 1b (tussen de 12m en 20m).

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een woning, aanpassen en regulariseren van de terreininrichting en slopen van bijgebouwen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De 2 parkeerplaatsen in de voortuin dienen uitgevoerd te worden in grasdallen.
  2. In de voortuinstrook dient de eerste 5m vanaf de voorste perceelgrens teruggebracht wordt tot maximaal  30cm boven het wegpeil om enige afstroming naar het openbaar domein te vermijden.
    Bij de afgraving dient men schade aan de aanwezige boom te vermijden.
    Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij de graafwerken dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
  3. De voorwaarden zoals opgelegd door de dienst Facilitair Management betreffende een compenserende aanplant van 3 bomen, dienen gevolgd te worden. Met volgende aanpassingen: deze 3 bomen dienen aan volgende voorwaarden te voldoen: inheemse hoogstamboom met een minimale plantmaat van 16/18, en die minstens tot categorie 1b (tussen de 12m en 20m).  2 van deze bomen dienen opnieuw in de voortuin aangeplant te worden ifv een groen straatbeeld. De bomen dienen aangeplant te worden in het eerstvolgend plantseizoen volgend op het bekomen van de vergunnen. Bewijs hiervan dient te worden aangeleverd aan de dienst Vergunningen en Handhaving, tenminste 3 maanden na aanplant van de bomen (foto’s, bestelbon). Indien de heraanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot de heraanplant wel lukt. Deze bomen mogen niet worden gekapt. De bomen dienen op de wettelijke afstanden tot de perceelsgrenzen te worden aangeplant.
  4. Eventuele toekomstige bijgebouwen in de achtertuin mogen niet de functie van carport/ garage krijgen.
  5. De bewijzen (foto’s, facturen…) van plaatsing van de infiltratievoorziening met toevoerleidingen alsook de verwijdering, opgelegde aanplantingen, verwijdering van bijgebouwen en aanpassing van de verhardingen, dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen & Handhaving, binnen een termijn van 12 maanden na uitvoering van de werken aan de woning.
    Riolering:
  6. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be);
  7. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen nieuwe wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven behoudens de opgelegde afgraving in de voortuinstrook. 
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter en toegangspad naar de inkom met een breedte van 1 meter, dient het perceel ter hoogte van de voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  12. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan, dienen behouden te blijven; 
  13. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk wetboek;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. De afbraak van overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone voor zover geen nieuwe constructies voorzien zijn. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

13.

2022_CBS_00241 - OMV - Deels gunstig/deels ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 1263.E.874.2_01, gelegen langs Nieuwe Hazendansweg 2A - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00241 - OMV - Deels gunstig/deels ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 1263.E.874.2_01, gelegen langs Nieuwe Hazendansweg 2A - Goedkeuring

2022_CBS_00241 - OMV - Deels gunstig/deels ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 1263.E.874.2_01, gelegen langs Nieuwe Hazendansweg 2A - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 25/01/2022, nl.:

“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van mevrouw Ellen Joos, ingesteld tegen de beslissing d.d. 21 december 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een voorwaardelijke en gedeeltelijke omgevingsvergunning werd verleend aan mevrouw Jolande Heyens voor het bijstellen van de verkavelingsvoorschriften voor lot 4, te Zonhoven ter plaatse Nieuwe Hazendansweg 2A, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.

Dit beroep werd ingediend en opgeladen via het omgevingsloket.

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”

Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:

Na het indienen van onze bezwaren, die door het college van burgemeester en schepenen niet werden weerhouden, willen wij overgaan tot het indienen van een beroep. Bij het inzien van de beslissing omgevingsvergunning op 4 januari ’22 hebben we moeten vaststellen dat de aanpassingen aan de verkavelingsvoorschriften, die door het college als gunstig beoordeeld worden, een nefast effect hebben op onze toekomstige kwaliteit van leven en wonen in het aangrenzend perceel.

Verder stellen we vast dat ook bepaalde adviezen van de dienst ruimtelijke ordening door het college niet gevolgd worden. Hierbij wordt er geen doorslaggevende tegenargumentatie op onze bezwaren alsook deze van de gemeentelijk ambtenaar van ruimtelijke ordening beschreven. De reden voor het indienen van dit beroep is het feit dat onze privacy onvoldoende gerespecteerd wordt in dit besluit van burgemeester en schepenen. Wij hebben ons perceel aangekocht omwille van het rustige karakter dat de geldende verkavelingsvoorschriften met zich meebrengen. Wij stellen ons tevens de vraag waarom een recent verkavelingsvoorschrift (anno 2017) opgesteld door diezelfde gemeente, onmiddellijk door de eerste aanvrager significant gewijzigd kan worden. 

Waarom worden er dan überhaupt verkavelingsvoorschriften opgesteld die bij aankoop duidelijk gekend zijn? 

We merken op dat de voortuinstrook niet enkel bestaat uit een parkeergelegenheid voor 6 wagens, maar tevens een ‘toegangspad’ naar een garage die gelegen is op de linker zijgevel. De gemeentelijke omgevingsambtenaar neemt hierbij een duidelijk standpunt in. Zonhoven profileert zich als een groene gemeente, vanuit ruimtelijk oogpunt dient het groene karakter optimaal gevrijwaard te worden. Een overwegend groene voor- en zijtuin zone draagt hiertoe bij. Daarom werd er in de verkavelingsvoorschriften verplicht 1 interne garage binnen het hoofdvolume te voorzien, dewelke toegankelijk is vanaf de voorgevel waardoor de inrit op het terrein tot een minimum beperkt kan worden.

Hiervan afwijken zal er enkel toe leiden dat de verhardingsgraad van de voor-en zijtuin wordt vergroot, hetgeen niet aanvaard kan worden in deze groene omgeving. Het aantal inritten dient daarom beperkt te blijven tot 1 en de toegang tot de garage dient voorzien te worden via de voorgevel. Een tweede toegang geeft bijkomend aanleiding tot een extra conflictpunt met het doorgaand verkeer, hetgeen evenmin wenselijk is. In de motivatie van het college van burgemeester en schepenen wordt aangegeven dat de locatie van de toegang tot de garage, in de zijgevel, aanvaardbaar is en geen bijkomende hinder zal veroorzaken. 

De verhardingen dienen evenwel tot het minimale te worden beperkt. Enerzijds wordt de aanvraag tot het leggen van een tweede inrit dus geweigerd, maar anderzijds wordt de toegang tot de garage via de zijgevel wel toegestaan? Dit is naar onze mening een tegenstrijdigheid, die onvermijdelijk tot gevolg heeft dat er daadwerkelijk een bijkomende inrit zal moeten worden voorzien. 

Wij volgen hierbij het standpunt van de gemeentelijk ambtenaar van ruimtelijk ordening die ook aangeeft dat het inplannen van de garage aan de voorkant zorgt voor een minimum aan (bijkomende) terrein verharding alsook een minimale overlast aan het aangrenzende perceel. 

Graag maken we u erop attent dat de oriëntatie van de garage en de inkomhal van de nevenactiviteit volledig gericht is op perceel 3. Wij maken ons ernstige zorgen over het vrijwaren van onze privacy, aangezien het raam van onze leefruimte op dezelfde plaats georiënteerd is. Hierdoor is er inkijk mogelijk door o.a. patiënten van de praktijk. Het parkeren en stationeren van de eigen wagen(s) aan de linkerzijkant van de woning zorgt ook voor onnodige overlast (denk bv maar aan het binnenschijnen van de autolichten in de leefruimte tijdens het manouvreren). Bijkomend oriënteren wij onze privé volledig op de achtertuin in het groen waardoor er veel raampartijen voorzien zijn en we ook hier inkijk vrezen. 

Wij hebben de bouwgrond gekocht aangezien het kwalitatief wonen in het groen via de voorschriften duidelijk tot uiting kwamen en dit ons enorm aanspreekt. Dat er een praktijk met 6 parkingeenheden alsook 2 inritten met maximale verharding tot gevolg naast ons kan worden ingepland waarbij de oriëntatie volledig aan onze kant is gericht kunnen wij niet begrijpen. 

Dit tast ook onze privacy en het idee om in een rustige buurt in het groen te wonen aan, hetgeen helemaal niet conform is aan de huidig geldende bouwvoorschriften waaraan wij ons met de inplanting van onze woning wel maximaal aan gehouden hebben.

Samenvattend hebben wij ernstige bezwaren op de volgende aanpassingen van de oorspronkelijk verkavelingsvoorschriften: 

- Maximale verhardingen van de voor-/zijtuinstrook 

- inrichten van 6 parkeergelegenheden in de voortuinstrook 

- inrichten van een bijkomend toegangspad (dat notabene fungeert als 2de inrit) 

- toegang tot de garage via de linkergevel (ipv de voorgevel) 

- inkomdeur voor nevenbestemming via de linkergevel 

Het toestaan van deze aanpassingen zal rechtstreekse en negatieve gevolgen hebben voor de privacy en woon & leefervaring van ons volledige gezin in Zonhoven. Wij zijn tevens diep teleurgesteld dat de privacy van ons gezin geen onderdeel uitmaakt van de motivering in de beslissingsname van het betreffende college.

Advies gemeentelijke omgevingsambtenaar (GOA):

Het standpunt van 16/12/2021 blijft behouden waardoor het ingediende beroep door de GOA gunstig beoordeeld wordt.

De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij het voorgaand standpunt en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 16/12/2021. 

De GOA wenst te reageren op de beroepsargumenten door haar eerdere standpunten te herhalen:

  • Wat betreft de maximale verhardingen van de voor-/zijtuinstrook en de parkeerplaatsen in de voortuinstrook:

Zonhoven profileert zich als een groene gemeente. Vanuit ruimtelijk oogpunt dient het groene karakter optimaal gevrijwaard te worden. Een overwegend groene voor- en zijtuinzone draagt hiertoe bij. Daarom werd er in de verkavelingsvoorschriften verplicht één interne garage binnen het hoofdvolume te voorzien dewelke toegankelijk is vanaf de voorgevel waardoor de inrit op het terrein tot een minimum beperkt kan worden. Hiervan afwijken zal er enkel toe leiden dat de verhardingsgraad van de voortuin en zijtuin wordt vergroot, hetgeen niet aanvaard kan worden in deze groene omgeving.

  • Wat betreft het inrichten van een bijkomend toegangspad (2e inrit) en de toegang tot de garage via de linker zijgevel ipv de voorgevel:

Hiervoor wordt verwezen naar het eerste punt omtrent de verhardingen.  Omwille van vermelde motivatie dient het aantal inritten daarom beperkt te blijven tot 1 en de toegang tot de garage dient voorzien te worden via de voorgevel. Een tweede toegang geeft bijkomend aanleiding tot een extra conflictpunt met het doorgaand verkeer, hetgeen evenmin wenselijk is.  

  • Wat betreft de inkomdeur voor de nevenbestemming via de linkergevel:

Vanuit praktisch oogpunt (herkenbaarheid en kortste afstand) lijkt het aangewezen dat de toegangsdeur naar een nevenfunctie zich aan de voorgevel bevindt. Het voorzien van een inkomdeur voor een nevenactiviteit via de linker zijgevel kan extra overlast met zich meebrengen naar de aanpalende eigenaars. Indien er in het definitief ontwerp gekozen wordt om de toegang via deze zijde te voorzien dan dienen de nodige maatregelen te worden genomen door de aanvrager om de privacy en woon- & leefervaring op het aanpalende eigendom te vrijwaren.

Volgende dient te worden opgemerkt: het college van burgemeester en schepenen heeft het advies d.d. 16/12/2021 in de zitting van 21/12/2021 slechts gedeeltelijk gevolgd:

Het college van burgemeester en schepenen stelde nl. dat de locatie van de toegang tot de garage, in de zijgevel, aanvaardbaar is en geen bijkomende hinder zal veroorzaken. De verhardingen dienen evenwel tot het minimale te worden beperkt.

De locatie van de toegang tot de garage (in de zijgevel ipv in de voorgevel) werd vergund door het college van burgemeester en schepenen.

De tweede inrit werd door het college van burgemeester en schepenen geweigerd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep deels negatief/ deels positief te beoordelen en behoudt het standpunt van 21/12/2021.  

Het standpunt van de beroepsindiener omtrent de tweede inrit wordt bijgetreden, deze tweede toegang werd dan ook geweigerd in de zitting van 21/12/2021.

Het standpunt omtrent de locatie van de toegang van de garage wordt niet bijgetreden.

14.

2022_CBS_00255 - OMV - Vergunning - Kremerstraat 22 - 2021/00365 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00255 - OMV - Vergunning - Kremerstraat 22 - 2021/00365 - Goedkeuring

2022_CBS_00255 - OMV - Vergunning - Kremerstraat 22 - 2021/00365 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een open eengezinswoning met een carport. 

De aanvraag werd op 21/12/2021 ontvangen en op 13/01/2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

De eigenaars van het aanpalende perceel links werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Voor het perceel van de aanvraag werden geen eerdere uitspraken gedaan of beslissingen genomen.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 25/10/2021.

De aanvrager stelde de vraag of er een carport mogelijk was in de linker zijtuinstrook. Volgend antwoord werd verschaft:

“Perceel 673M, gelegen tussen Kremerstraat 20 en 24, is niet gelegen binnen een verkaveling, BPA of RUP.  Er zijn dus geen vastgelegde stedenbouwkundige voorschriften.
De onderstaande normen dienen voor dit perceel gevolgd te worden:

  • Enkel een vrijstaande eengezinswoning mogelijk;
  • Bouwvrije stroken bedragen min. 3m;
  • Voorgevellijn zoals de links aanpalende woning;
  • Gezien we de footprint/perceel wensen te beperken bij toekomstige aanvragen gaat onze voorkeur uit naar een maximale gelijkvloerse bouwdiepte van 15m (in dat geval is een max. bouwdiepte van 12m mogelijk op de verdieping);
  • Max. 2 bouwlagen mogelijk, onder een plat of hellend dak;
  • Bij voorkeur inpandige garage/ carport of carport in de bouwvrije strook (ondergeschikt volume, open constructie) (de parkeernorm bedraagt 1,5 parkeerplaats/wooneenheid);
  • 1 inrit/perceel met een breedte van max. 3m ter hoogte van de rooilijn.

Door het ontbreken van informatie, kon het ontwerp niet helemaal afgetoetst worden (geen inplantingsplan, hoogtematen, ...).
Een carport in de bouwvrije zijtuinstrook kan wel voorzien worden. Echter gezien de hoogte van deze carport (exacte afmeting niet weergegeven op het voorontwerp), dient een goedkeuring van de buren bij de aanvraag toegevoegd te worden.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies. Er werd een akkoord toegevoegd aan de aanvraag van de linker buur. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld. Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen. Er werden geen bezwaren ingediend.

Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het linker aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in een zone voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s. De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 148,25m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 5 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de omgevingsvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de omgevingsvergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag is gelegen langsheen de Kremerstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. 

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m². Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de kelder, de inkomhal, de overloop en op de zolder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt dat een grondverzet   (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan artikel 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een open eengezinswoning met een carport. 

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Kremerstraat, een gemeenteweg aan de rand van  het centrum en grenzend aan het KMO-gebied De Waerde. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband. 

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag heeft een oppervlakte van 858,19m² en is thans onbebouwd.

Men wenst hier een vrijstaande eengezinswoning met 2 bouwlagen en mansardedak op te richten 

met een carport in de linker zijtuinstrook. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie is in overeenstemming met de woonfuncties in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in een carport in de zijtuinstrook, een autostaanplaats in de voortuin en op de oprit kan bijkomend nog een wagen gestald worden. Er zijn aldus 3 autostaanplaatsen aanwezig voor 1   woongelegenheid. De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De woning wordt opgericht op 6 meter uit de rooilijn en op 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Het gelijkvloers heeft een bouwdiepte van 12,18 meter en op de verdieping bedraagt de bouwdiepte 10 meter. De woning wordt afgedekt met een mansardedak waarbij de kroonlijsthoogte 5,70 meter bedraagt en de nokhoogte 9,29 meter. De woning wordt opgebouwd met een cementboord “arduin” en roodbruine baksteen. Als dakmateriaal worden antraciet dakpannen gebruikt.

De carport in de bouwvrije zijtuinstrook aan de linkerzijde van de woning wordt terugliggend op 2,92 meter van de voorgevel voorzien en wordt afgedekt met een zadeldak. De kroonlijsthoogte van de carport bedraagt 2,55 meter en de nokhoogte 5,19 meter. De carport heeft een oppervlakte van 18m² en wordt opgebouwd met hout en antraciet dakpannen.

In de voortuin wordt een inrit met een breedte van 3 meter voorzien aan de linker zijde van het eigendom, met aansluitend een parking en het toegangspad naar de voordeur. Deze verhardingen zullen uitgevoerd worden in kiezel. Aan de achterzijde van de woning wordt nog een terras in tegels voorzien met een oppervlakte van 39,31m².  

De inplanting van de woning sluit aan bij de aanpalende woningen links en rechts. De gebruikte materialen zijn algemeen aanvaardbaar binnen deze bebouwde omgeving. Gelet op de verschillende bouwstijlen in de straat, variërend van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met hellend of plat dak, integreert de voorliggende woning met 2 bouwlagen en een mansardedak zich in de omgeving. Na het oprichten van de woning met carport en het aanleggen van de voorziene verhardingen blijft er nog voldoende ruimte over op het terrein voor de aanleg van kwalitatief groen.

De aanvraag is qua schaal , ruimtegebruik en bouwdichtheid, en visueel-vormelijke elementen aanvaardbaar.

Bodemreliëf

Ter hoogte van de woning en de voortuin wordt het maaiveld opgehoogd met ca. 14 cm. Hierdoor komt het maaiveld 13 cm hoger te liggen dan het peil van de wegas. Het maaiveld in de tuinzone wordt niet gewijzigd. De voorgestelde aanpassingen m.b.t. maaiveld zijn aanvaardbaar.

Een ophoging van het bodemreliëf is slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder/funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen. Het akkoord van de links aanpalende eigenaar werd toegevoegd aan het dossier.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar / bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een open eengezinswoning met een carport, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een open eengezinswoning met een carport zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag uitgevoerd worden zoals aangegeven op de terreinprofielen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder/funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een open eengezinswoning met een carport, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag uitgevoerd worden zoals aangegeven op de terreinprofielen. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de kelder/funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

15.

2022_CBS_00256 - OMV - Vergunning - Beemdstraat 15 - 2021/00275 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00256 - OMV - Vergunning - Beemdstraat 15 - 2021/00275 - Goedkeuring

2022_CBS_00256 - OMV - Vergunning - Beemdstraat 15 - 2021/00275 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning met carport en een losstaande tuinberging en het aanleggen van een zwembad na het gedeeltelijk ontbossen van het perceel. 

De aanvraag werd op 16/09/2021 ontvangen.

Op 15/10/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 25/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 23/11/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 25/10/2021 tot en met 23/11/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 24/04/1967 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor, het aanleggen van een weg en het verkavelen van gronden in 18 loten, door het college van burgemeester en schepenen

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 25/10/2021 tot en met 23/11/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Dienst patrimonium 

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels gelegen in woonuitbreidingsgebied. 

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 18 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 24/04/1967 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.141B. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming residentieel gebruik en/of handelshuizen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

Vrijstelling VERGUNNINGSPLICHT 

Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van het tuinhuis op minstens 1,42m van de rechter perceelgrens zonder voorwerp. De oppervlakte van het tuinhuis bedraagt 30m² en bevindt zich op minder dan 30 m van de op te richten woning. De dakrandhoogte van deze constructie bedraagt ook slechts 3m ten opzichte van het maaiveld. 

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het bouwen van het tuinhuis. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 197m² en de bijhorende verhardingen een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering( zie advies patrimonium)

Het advies van 13/12/2021van de dienst Patrimonium is gunstig:

“Bij het riolerings -en wegenisproject 'Schutenseweg' wordt de gracht gedempt en komt er een infiltratieberm in de plaats.

De inbuizing van de gracht is dus niet nodig.

Indien bewoning voor half 2023 voorzien is, dient er nog een septische put te worden geplaatst.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

De overloop van een buitenzwembad wordt beschouwd als regenwaterafvoer. Dit kan u aansluiten op een infiltratievoorziening of sluit u aan op de bestaande aansluiting ter hoogte van het openbaar domein op de bestaande aansluiting. De volgende richtlijnen zijn van toepassing: de bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dient de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

De aanvraag is gelegen langsheen de Beemdstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de inkomhal, de nachthal en de kelder.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Boscompensatie

Volgens het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 en zijn latere wijzigingen is de aanvrager gehouden te voldoen aan de compensatieregel van ontbossing. Hiervoor werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan het agentschap voor Natuur en Bos.

Het advies van 24/12/2021 van het  agentschap voor Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig

BETREFT: Uw adviesaanvraag tot omgevingsvergunning

Ruimtelijke bestemming 

woonuitbreidingsgebieden, woongebieden

Beschermingsstatus

Niet in VEN, habitatrichtlijn- of vogelrichtlijngebied gelegen.

Biologische waarderingskaart

ua,kh,hp* + hp

Rechtsgrond

Dit advies wordt verstrekt door het Agentschap voor Natuur en Bos op basis van de volgende wetgeving:

Artikel 35. § 4 Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Artikel 90 bis Bosdecreet van 13 juni 1990 (in het kader van ontbossing).

Bespreking aanvraag

De aanvraag behelst de bouw van een ééngezinswoning.

De voorgesteld werken kunnen een invulling vormen van de ruimtelijke bestemming. Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos de ontbossing noodzakelijk voor de realisatie van dit project gedogen.

Gelet op de ruimtelijke bestemming is er buiten het gegeven van goed- of afkeuring van het boscompensatievoorstel en beoordeling van de eigenlijke ontbossing geen verdere adviesvereiste aan ons agentschap.

Bespreking boscompensatievoorstel

Uit het dossier kan afgeleid worden dat de aanvrager een oppervlakte van 210 m² wenst te ontbossen.

Volgens onze gegevens is het perceel bezet met gemengd bos.

Volgens het Agentschap voor Natuur en Bos is er voor het uitvoeren van de geplande werken een ontbossing nodig van 210 m² . Vrijstelling (spontane bebossing) is van toepassing.

504 m² dient als bos behouden te worden.

Na onderzoek van het compensatievoorstel overwoog het Agentschap voor Natuur en Bos een aanpassing aan dit voorstel. Op 17/12/2021 meldde de aanvrager dat hij akkoord ging met de voorgestelde wijzigingen. Bijgevolg kan het Agentschap voor Natuur en Bos een definitieve beslissing aangaande dit compensatievoorstel nemen.

Het compensatievoorstel wordt goedgekeurd, maar aangepast. De motivering voor de aanpassing bevindt zich in het laatste deel van het goedgekeurde boscompensatievoorstel, in bijlage bij deze brief. Dit compensatievoorstel moet integraal deel uitmaken van de omgevingsvergunning.

Het dossier is bij het Agentschap voor Natuur en Bos geregistreerd onder het kenmerk 21-221670 .

Wanneer u als vergunningverlenende instantie het advies van Agentschap voor Natuur en Bos niet wenst te volgen en de ontbossing voor een andere oppervlakte wenst toe te staan dan vermeld in het goedgekeurde of aangepaste compensatievoorstel, dan moet u voorafgaand aan het verlenen van de vergunning het compensatievoorstel opnieuw aan ons agentschap voorleggen, met de vraag om het aan te passen naar de gewenste bosoppervlakte. Het is belangrijk dat de te compenseren bosoppervlakte overeenstemt met de vergunde te ontbossen oppervlakte. De vergunningverlenende instantie heeft zelf niet de bevoegdheid om het compensatievoorstel aan te passen.

Conclusie

Op basis van bovenstaande uiteenzetting verleent het Agentschap voor Natuur en Bos een gunstig advies onder de volgende voorwaarde:

Het aangepaste goedgekeurde boscompensatievoorstel met inbegrip van haar voorwaarde(n) op het gebied van compenserende maatregelen dient integraal deel uit te maken van de stedenbouwkundige vergunning.

De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden. Onderstaande direct werkende normen zijn hierbij van toepassing:

  • Artikel 90 bis Decreet Bosdecreet van 13.06.1990
  • Artikel 2 Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing van 16.02.2001

Volgende voorwaarden moeten letterlijk in de vergunningsvoorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen:

  • De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk: 21-221670.
  • De te ontbossen oppervlakte bedraagt 210 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
  • De resterende bosoppervlakte 504 m² moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren.
  • De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage, waarop ook de als bos te behouden zones zijn aangeduid.

Algemene opmerking soortenbesluit:

Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit).

Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - voor men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan voor de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn.

Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens.

Het Agentschap voor Natuur en Bos wenst een afschrift van de beslissing over de vergunningsaanvraag te ontvangen.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning met carport en een losstaande tuinberging en het aanleggen van een zwembad na het gedeeltelijk ontbossen van het perceel.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
 De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 24/04/1967 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Beemdstraat, een voldoende uitgeruste gemeenteweg. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband. Momenteel is het perceel volledig bebost.

Omschrijving van de aanvraag

De aanvraag voorziet in het gedeeltelijk ontbossen van het perceel om hier dan een eengezinswoning in te planten met een carport in de rechter zijtuinstrook. In de achtertuin wordt er dan een losstaande tuinberging en een zwembad geplaatst.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het bouwen van een eengezinswoning met een carport en het bouwen van een losstaand tuinhuis samen met het aanleggen van een zwembad in de achtertuin is functioneel inpasbaar zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in minstens 3 autostaanplaatsen 1 woongelegenheid bestaande uit een dubbele inpandige garage en een open carport in de rechter zijtuinstrook.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

Het perceel wordt binnen de eerste 50m vanaf de rooilijn ontbost. Het achterste gedeelte van het bos over een afstand van 21m blijft behouden. Voor deze ontbossing werd een voorwaardelijk gunstig advies bekomen door het agentschap Natuur en Bos op 24/12/2021.

De eengezinswoning wordt opgericht op 6m van de rooilijn en op minstens 3m van de zijdelingse perceelgrenzen. De woning wordt afgewerkt met een plat dak dat ook voorzien wordt van een groendak. De dakrandhoogte hiervan zal maximaal 6,70m bedragen ten opzichte van het maaiveld. De maximale bouwdiepte van de woning bedraagt 17m en de maximale bouwbreedte bedraagt 15,90m inclusief carport. De woning zelf heeft een bouwbreedte van 12m. De woning wordt uitgevoerd met een lichte gevelsteen voor wat betreft bovenverdieping en een donkere gevelsteen voor het gelijkvloers. De bekleding wordt samen met de luifel uitgevoerd in een donker aluminium. De bovenverdieping vangt aan op 1,50m achter de voorgevel en heeft een bouwdiepte van 12,50m. Behalve het raam dat voorzien wordt in badkamer 1 wordt elk raam  op verdiepingsniveau geplaatst binnen de 10m vanaf de voorgevel. Aangezien de bovenverdieping 1,80m inspringt ten opzichte van het gelijkvloers voor wat betreft de rechterzijde hiervan en de afstand tot de perceelgrens hier ±4,20m bedraagt kan er al gesproken worden van een afstand van 6m tot de rechter perceelgrens voor wat betreft het venster in badkamer 1. Hierdoor kan dit venster aanvaard worden alsook de gehele bovenverdieping die wordt voorzien op een diepte van 14m ten opzichte van de voorgevel en een werkelijke diepte van 12,50m.

In de rechter zijtuinstrook wenst men een carport te plaatsen op 2,20m van de voorgevel. Deze constructie heeft een oppervlakte van ±19m² en zal afgewerkt worden met een plat dak. De dakrandhoogte hiervan zal 3,50m bedragen. De carport betreft een open constructie en wordt uitgevoerd in een donkere aluminium. Dergelijke open constructie in de zijtuinstrook die niet te ver van de voorgevel wordt geplaatst kan aanvaard worden aangezien de verhardingen op het terrein dan beperkt blijven.

Achteraan de woning op 5m vanaf de achtergevel wordt er een zwembad aangelegd. Dit zal een oppervlakte hebben van 28m² (3,50m x 8m). Het zwembad wordt op minstens 5,05m ingeplant van de zijdelingse perceelgrens. Aangezien het zwembad en de daarbij horende terrassen en verhardingen gegroepeerd worden aangelegd kan dit aanvaard worden. Ook het feit dat dit op 5m van de te bouwen woning geplaatst wordt kan positief beoordeeld worden. 

Rechts achteraan het perceel op 12,90m van de achtergevel van de woning en op minstens 1,42m van de rechter perceelgrens wordt een tuinhuis voorzien. Dit tuinhuis heeft een oppervlakte van 30m² (4m x 7,50m). Het tuinhuis wordt afgewerkt met een plat dak waarvan de kroonlijsthoogte 3,50m bedraagt. Doordat de aanvraag gelegen is binnen een verkaveling die ouder is dan 15 jaar kan er voldaan worden aan het vrijstellingsbesluit voor wat betreft het tuinhuis. Zoals hierboven omschreven wordt er voldaan aan het vrijstellingsbesluit en is de aanvraag dus zonder voorwerp voor wat betreft het bouwen van het tuinhuis.

Voor het overige wordt er een inrit aangelegd waarin het pad naar de voordeur mee wordt aangelegd met een breedte van 4m ter hoogte van de rooilijn. Deze verharding in waterdoorlatende klinkers bedraagt 27m². Vanuit deze inrit wordt er ook dolomiet aangelegd om zo de carport te kunnen bereiken. Deze waterdoorlatende verharding bedraagt ±20m². De totale verharding in de voortuin bedraagt ±40m². Waardoor de verhardingsgraad in de voortuin 36% bedraagt, hetgeen aanvaard kan worden. In de achtertuin bedraagt de verharding 96m² (inclusief het zwembad) De verharding rondom het zwembad waar ook het terras achter de woning in verweven zit zal worden aangelegd met waterdoorlatende klinkers. Verder wordt er ook nog een beperkt pad in dolomiet voorzien rondom de woning met een oppervlakte van ±18m². De andere delen op het perceel zal bestaan uit groenaanleg. De laatste 23m van het perceel zal bebost blijven.

De totale verhardings- en bebouwingsgraad op het volledige perceel (inclusief de zone in woonuitbreidingsgebied) bedraagt ±27%. Er kan dus geoordeeld worden dat het perceel hetgeen in deze aanvraag vervat zit kan dragen waardoor de aanvraag aanvaardbaar is. 

De carport lijkt moeilijk toegankelijk via de voorziene dolomietverharding.  Mogelijk dient deze beperkt uitgebreid te worden.  Deze verharding mag in functie van de toegankelijkheid van de carport, indien nodig, beperkt uitgebreid worden.  Gezien het om een strikt noodzakelijke toegang gaat, is een dergelijke uitbreiding van de verharding vrijgesteld van vergunning.  Gezien het huidige groenpercentage op het perceel, zal een dergelijke beperkte uitbreiding van de verharding niet voor een onevenwicht zorgen.

Er wordt nog opgemerkt dat wanneer de huidige gracht verdwijnt, dit niet betekent dat de inrit verbreed mag worden.  De inrit dient uitgevoerd te worden zoals ingetekend op het inplantingsplan.

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats. 

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 13/12/2021 van de dienst Patrimonium is gunstig:

“Zie bovenstaand advies onder rubriek Riolering”

  • Het advies van 24/12/2021 van het Agentschap Natuur en Bos is voorwaardelijk gunstig:

“Zie bovenstaand advies onder rubriek boscompensatie”

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp  verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het tuinhuis omdat dit valt onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning met carport en het aanleggen van een zwembad na het gedeeltelijk ontbossen van het perceel, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de dienst Patrimonium bij het bouwen van de woning, nl: “ Bij het riolerings- en wegenisproject ‘Schutenseweg’ wordt de gracht gedempt en komt er een infiltratieberm in de plaats. De inbuizing van de gracht is dus niet nodig. Indien bewoning voor half 2023 voorzien is, dient er nog een septische put te worden geplaatst.”
  2. De inrit moet uitgevoerd worden zoals ingetekend op het inplantingsplan en mag niet verbreed worden wanneer de gracht verdwijnt. Een beperkte uitbreiding van de dolomietverharding louter ifv de toegankelijkheid van de carport is mogelijk en vrijgesteld van vergunning. Indien men opteert voor deze uitbreiding moet deze beperkt worden tot het strikt noodzakelijke en mag deze niet worden doorgetrokken tot tegen de rooilijn.
    Riolering
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 4 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  18. De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk: 21-221670.
  19. De te ontbossen oppervlakte bedraagt 210 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
  20. De resterende bosoppervlakte 504 m² moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren.
  21. De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage, waarop ook de als bos te behouden zones zijn aangeduid.
  22. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  23. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het tuinhuis omdat dit valt onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een eengezinswoning met carport en het aanleggen van een zwembad na het gedeeltelijk ontbossen van het perceel,  zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient rekening gehouden te worden met het advies van de dienst Patrimonium bij het bouwen van de woning, nl: “ Bij het riolerings- en wegenisproject ‘Schutenseweg’ wordt de gracht gedempt en komt er een infiltratieberm in de plaats. De inbuizing van de gracht is dus niet nodig. Indien bewoning voor half 2023 voorzien is, dient er nog een septische put te worden geplaatst.”
  2. De inrit moet uitgevoerd worden zoals ingetekend op het inplantingsplan en mag niet verbreed worden wanneer de gracht verdwijnt.  Een beperkte uitbreiding van de dolomietverharding louter ifv de toegankelijkheid van de carport is mogelijk en vrijgesteld van vergunning.  Indien men opteert voor deze uitbreiding moet deze beperkt worden tot het strikt noodzakelijke en mag deze niet worden doorgetrokken tot tegen de rooilijn.
    Riolering
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  4. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  5. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  6. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  7. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  8. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  9. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  10. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 4 meter dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  11. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  14. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal. 
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van het agentschap Natuur en bos, zoals gevoegd in bijlage;
  18. De vergunning wordt verleend op grond van artikel 90bis, §5, derde lid, van het Bosdecreet en onder de voorwaarden zoals opgenomen in het hierbij gevoegde compensatieformulier met kenmerk: 21-221670.
  19. De te ontbossen oppervlakte bedraagt 210 m². Deze oppervlakte valt niet meer onder het toepassingsgebied van het Bosdecreet.
  20. De resterende bosoppervlakte 504 m² moet ALS BOS behouden blijven. Bijkomende kappingen in deze zone kunnen maar uitgevoerd worden mits machtiging door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het is evenmin toegelaten in deze zone constructies op te richten of ingrijpende wijzigingen van de bodem, de strooisel-, kruid- of boomlaag uit te voeren.
  21. De ontbossing kan enkel worden uitgevoerd conform het plan toegevoegd als bijlage, waarop ook de als bos te behouden zones zijn aangeduid.
  22. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  23. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

16.

2022_CBS_00242 - Niet-aktename melding voor droogzuiging - 2022/00032MM - Schutenseweg 45A - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00242 - Niet-aktename melding voor droogzuiging - 2022/00032MM - Schutenseweg 45A - Kennisneming

2022_CBS_00242 - Niet-aktename melding voor droogzuiging - 2022/00032MM - Schutenseweg 45A - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, met kelder, te Schutenseweg 45A, sectie F, nr. 621G.
Er wordt een grondwatertafelverlaging gevraagd om de kelder te kunnen indienen, voor een debiet van 9000 m³.
Verder ontbreekt enige informatie omtrent de aanvraag. Een geotechnisch onderzoek werd toegevoegd bij de aanvraag, doch zegt dit rapport niets over de gewenste verlaging, debiet, duurtijd etc.
Gelet op het feit dat addendum R53 ‘Geef een beschrijving van de bemaling. Onderbouw het aangevraagde debiet en de aangevraagde max. verlaging…’ ingevuld moet worden bij elke aanvraag voor bemaling en hieromtrent enige informatie ontbreekt.
De aanvraag werd ingediend door de firma van de droogzuiging Rainbird.
Het lozingspunt bevindt zich op de Schutenseweg, dit is een gemengd stelsel.   

Ongunstig gelet op het feit dat er geen degelijke beoordeling van de aanvraag kan gebeuren wegens het ontbreken van noodzakelijke gegevens. 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar beslist tot het weigeren van de aktename van de melding, ingediend door Remans Nadia met als adres Lichtenbergweg 6 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de realisatie van de kelder voor een totaaldebiet van 9000 m³, gelegen langs Schutenseweg 45A te 3520 Zonhoven, Afdeling 3, sectie F, nummer 621G, met rubriek: 53.2.2°.a)

 Artikel 2

Ongunstig gelet op het feit dat er geen degelijke beoordeling van de aanvraag kan gebeuren wegens het ontbreken van noodzakelijke gegevens. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

17.

2022_CBS_00243 - Niet-aktename melding voor de exploitatie van het houden van max. 10 honden - 2022/00034MM - Kriekelstraat 79 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00243 - Niet-aktename melding voor de exploitatie van het houden van max. 10 honden - 2022/00034MM - Kriekelstraat 79 - Kennisneming

2022_CBS_00243 - Niet-aktename melding voor de exploitatie van het houden van max. 10 honden - 2022/00034MM - Kriekelstraat 79 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een aanvraag voor het houden van 10 honden, te Kriekelstraat 79, sectie A, nr. 211Y.
Het betreft het houden van honden van het ras Chinese Crested Dog, waarvan sommige gezelschapsdieren zijn en andere voor tentoonstellingen.
Verder vermeldt de aanvraag geen gegevens, behalve foto’s van de binnen en buitenruimte van de honden.
De woning is gelegen in landelijk woongebied en maakt deel uit van een verkaveling dd 26/06/1987.
Gelet op het overlegmoment tussen aanvrager en milieudeskundige dd 19 januari 2021, waarbij de procedure van een melding en klasse 2 doorgesproken werd met extra aandacht op het feit dat de vergunningstechnische situatie overeen dient te komen met de afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen;
Gelet op de melding dd 19/01/2022, via het gemeentelijk meldingssysteem, 22M14444, waarbij op 31/01/2021 het negatief advies van de dienst planning en vergunningen werd overgemaakt aan de aanvrager. Het overgemaakte advies luidde als volgt: 

"De huidige toestand komt niet overeen met de vergunde toestand.
Volgende werd gebouwd zonder vergunning:
- een overkapping links en rechts tegen de woning
- een uitbreiding aan de achterkant van de woning
- een uitbreiding aan de achterkant van de garage/tuinberging
- een bijgebouw rechts van de garage/tuinberging
- een zwembad in de achtertuin
- diverse constructies in de achtertuin
Zij dient de regularisatie-aanvraag combineren met de aanvraag voor het houden van honden. Vermoedelijk dient het huidige dossier aangepast te worden en dient het dossier aangevraagd te worden met medewerking van architect."
Zoals we vermoed hadden tijdens ons gesprek.
Je aanvraag voor het houden van honden zal bijgevolg ook geweigerd worden omdat je niet in orde bent met de wetgeving ruimtelijke ordening.

Gelet op de aanvraag van een klasse 2 omgevingsvergunning dd 20/01/2022, voor het houden van meer dan 10 honden, waarbij op 08/02/2022 een vraag tot bijkomende informatie werd verstuurd en waarbij opnieuw werd gewezen op het feit dat de huidige stedenbouwkundige toestand niet overeenkomt met de afgeleverde vergunningen; 

Gelet op bovenstaande wordt ongunstig geadviseerd voor de omgevingsmelding, voor het houden van 10 honden te Kriekelstraat 79, bijgevolg dient de akte geweigerd te worden. 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar beslist tot het weigeren van de aktename van de melding, ingediend door Jacobs Greet met als adres Kriekelstraat 79 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde het houden van max. 10 honden, gelegen langs Kriekelstraat 79 te 3520 Zonhoven, Afdeling 1, sectie A, nummer 211Y, met rubriek: 9.9.1°.

 Artikel 2

Ongunstig voor het houden van 10 honden te Kriekelstraat 79 gezien de huidige stedenbouwkundige toestand op het perceel niet overeenkomt met de afgeleverde vergunningen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

18.

2022_CBS_00244 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00042MM - Waardstraat 59 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2022_CBS_00244 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00042MM - Waardstraat 59 - Kennisneming

2022_CBS_00244 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00042MM - Waardstraat 59 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een hemelwater- en infiltratieput, te Zonhoven, Waardstraat 59, 2de afdeling, sectie C, perceelnummer 303D.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3 meter bekomen worden. Er zullen 8 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 180 m³/dag , gedurende 20 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 3.600 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Waardstraat, dit is een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Waardstraat 59, voor de plaatsing van een hemelwater- en infiltratieput, voor een debiet van 180 m³/dag, 3.600 m³/jaar, mits volgende voorwaarden: 

  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de riolering, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via grondwater.lim.verg@vmm.be en aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 

 Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 02/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Vanderheyden Wim, Oude Barierstraat 1 bus 1 te 3940 Hechtel-Eksel, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de plaatsing van een hemelwater- en infiltratieput, voor een totaaldebiet van 3.600 m³, gelegen aan Waardstraat 59 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie C, nr. 303D met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de riolering, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via grondwater.lim.verg@vmm.be en aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

19.

2022_CBS_00245 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00036MM - Molenweg 52 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2022_CBS_00245 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00036MM - Molenweg 52 - Kennisneming

2022_CBS_00245 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00036MM - Molenweg 52 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, voorzien van een kruipkelder, te Zonhoven, Molenweg 52, 3de afdeling, sectie E, perceelnummer 514G.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 1,8 meter bekomen worden. Er zullen 13 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 4 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt respectievelijk 3,2 (opstart) en 1,6 m³/uur , gedurende 56 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 2.388 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Molenweg, dit is een gemengd stelsel.
In de onmiddellijk omgeving zijn er geen mogelijkheden om het grondwater af te voeren naar een gescheiden stelsel of in een oppervlakte water.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Molenweg 52, voor de realisatie van een WONING met KRUIPKELDER, voor een debiet van 77 m³/dag, 2.388 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:

  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de riolering, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via grondwater.lim.verg@vmm.be en aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 

 Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 02/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Ellen Dierickx, Molenweg 52 te 3520 Zonhoven, Jo Loenders, Molenweg 52 te 3520 Zonhoven en Nadia Remans namens Rainbird Watering BV, Lichtenbergweg 6 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de realisatie van een woning met kruipkelder, voor een totaaldebiet van 2.388 m³, gelegen aan Molenweg 52 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afd, sectie E, nrs. 514G met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de riolering, op de rooilijn.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via grondwater.lim.verg@vmm.be en aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

20.

2022_CBS_00246 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00040MM - Hoeveweg 7 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
20.

2022_CBS_00246 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00040MM - Hoeveweg 7 - Kennisneming

2022_CBS_00246 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00040MM - Hoeveweg 7 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de bouw van een woning, voorzien van een kelder, te Zonhoven, Hoeveweg 7, 1ste afdeling, sectie B, perceelnummer 186H.
Voor de realisatie van de bouw moet een grondwatertafelverlaging van 3,13 meter bekomen worden. Er zullen 16 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 10 meter.
Het gevraagde jaardebiet bedraagt 1.200 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Hoeveweg, dit is een gescheiden stelsel.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur. 

Gunstig voor een bronbemaling te Hoeveweg 7, voor de realisatie van een WONING met KELDER, voor een debiet van 1.200 m³/jaar, mits volgende voorwaarden: 

  • Alvorens de bemaling op te starten dient aangetoond te worden dat de invloedsstraal van de bemaling niet tot aan het risicoperceel ter hoogte van de Zavelstraat 54 komt. Dit kan via het rekeninstrument van de VMM en dient bezorgd te worden aan de dienst Leefomgeving via leefmilieu@zonhoven.be - https://www.vmm.be/water/grondwater/bemaling/richtlijnen-bemalingen-ter-bescherming-van-het-milieu. Indien nodig dient gewerkt te worden met een peilgestuurde bemaling.
  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de riolering, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via grondwater.lim.verg@vmm.be en aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Hoeveweg. Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 02/03/2022 akte genomen van de melding ingediend door Baeten Jody, Georges Nelissenstraat 1 te 3500 Hasselt, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de realisatie van een woning met kelder, voor een totaaldebiet van 1.200 m³, gelegen aan Hoeveweg 7 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 1ste afd, sectie B, nr. 186H met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Alvorens de bemaling op te starten dient aangetoond te worden dat de invloedsstraal van de bemaling niet tot aan het risicoperceel ter hoogte van de Zavelstraat 54 komt. Dit kan via het rekeninstrument van de VMM en dient bezorgd te worden aan de dienst Leefomgeving via leefmilieu@zonhoven.be - https://www.vmm.be/water/grondwater/bemaling/richtlijnen-bemalingen-ter-bescherming-van-het-milieu. Indien nodig dient gewerkt te worden met een peilgestuurde bemaling.
  • De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar de riolering, op de rooilijn. Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan VMM via grondwater.lim.verg@vmm.be en aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
  • Dagelijks dient er een registratie te gebeuren van de opgepompte debieten grondwater. Deze gegevens worden in een logboek bijgehouden dat ter inzage wordt gehouden voor de toezichthoudende overheid. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Hoeveweg. Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand, op www.zonhoven.be)
  • Indien de opgepompte debieten grondwater hoger zijn dan initieel ingeschat dient door de exploitant een terugvalscenario te worden uitgewerkt (zie richtlijnen bemalingen VMM 2019). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

21.

2022_CBS_00247 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00027MM - Genkerbaan 103 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
21.

2022_CBS_00247 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00027MM - Genkerbaan 103 - Kennisneming

2022_CBS_00247 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00027MM - Genkerbaan 103 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een hemelwaterput, behorende bij de woning te Genkerbaan 103, sectie E, nr. 31S2.
Voor de plaatsing van de hemelwaterput van 10000 liter is een grondwatertafelverlaging noodzakelijk, met 6 aanzuigfilters. De put zal achteraan de woning geplaatst worden. Er wordt een totaal debiet van 800 m³ gevraagd.
De aanvraag is zeer summier opgesteld. Gezien het hier gaat om een zeer tijdelijke en plaatselijke bemaling, zal hier inschikkelijk mee omgegaan worden.
Als lozingspunt wordt de openbare riolering of de achterliggende Roosterbeek voorgesteld.
De Genkerbaan beschikt over een gescheiden stelsel. Het water komt via het RWA-stelsel uit in de Roosterbeek. Niet-rechtstreeks lozen op de Roosterbeek houdt als voordeel in dat geen toelating gevraagd moet worden aan de beheerder van de beek.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Genkerbaan 103 , voor de plaatsing van een hemelwaterput, behorende bij de woning te Genkerbaan 103, voor een totaaldebiet van 800 m³ mits volgende voorwaarden:
* Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Roosterbeek, via het huisaansluitputje op privé-eigendom.
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 24/02/2022 akte genomen van de melding ingediend door Coenen Leendert, Genkerbaan 103 te 3520 Zonhoven voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de plaatsing van een hemelwaterput voor een totaaldebiet van 800 m³, gelegen langs Genkerbaan 103 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 3de afdeling sectie E, nummer 31S2 met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:
* Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Roosterbeek, via het huisaansluitputje op privé-eigendom.
* Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.
* De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
* De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum.
* De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
* Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

22.

2022_CBS_00248 - Hemelwater- en droogteplan gemeente Zonhoven - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
22.

2022_CBS_00248 - Hemelwater- en droogteplan gemeente Zonhoven - Goedkeuring

2022_CBS_00248 - Hemelwater- en droogteplan gemeente Zonhoven - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het ontwerp hemelwater- en droogteplan voor de gemeente Zonhoven, opgesteld door Fluvius in samenwerking met de gemeentelijke diensten. 

Het plan is als volgt opgebouwd:

  • hoofdstuk 2: doelstellingen, geënt op de specifieke situatie in Zonhoven;
  • hoofdstuk 3: omgevingsanalyse;
  • hoofdstuk 4: juridische en planologische context;
  • hoofdstuk 5: knelpunten en kansen;
  • hoofdstuk 6: algemeen visie;
  • hoofdstuk 7: maatregelen per deelzone;
  • hoofdstuk 8: actieplan ovv technische maatregelen, beleidsmatig, communicatie-sensibilisatie en studie-inventarisatie. Het actieplan omvat de concrete acties waarbinnen we de komende jaren aan gaan werken. De acties zijn opgesplitst in timing, met hoge prioriteit, uitvoering binnen de 5 jaar en niet-dringend. Het actieplan werd apart voorzien in bijlage (terug te vinden op pagina 99 van het plan). 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt het hemelwater- en droogteplan voor Zonhoven goed waarna de adviesronde start. 

23.

2022_CBS_00249 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Marlou's biercarrousel - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
23.

2022_CBS_00249 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Marlou's biercarrousel - Goedkeuring

2022_CBS_00249 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Marlou's biercarrousel - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit om een tijdelijk aanvullend verkeersreglement inzake Marlou’s biercarrousel op zondag 27 maart 2022 uit te vaardigen als volgt:

Artikel 2

Op zondag 27 maart 2022 tussen 7.30 en 21.00 uur is het verkeer van voertuigen, uitgezonderd deze van hulp- en veiligheidsdiensten, verboden in de Heikensstraat tussen Sint Jozefsstraat en Heikensstraat (parochiezaal).

Artikel 3

Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3, geplaatst op een nadarafsluiting over de volledige breedte van de rijweg. De signalisatie moet worden verlicht tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en als de zichtbaarheid minder is dan 200 meter.

Artikel 4

Voor het doorgaand verkeer zal de volgende wegomlegging ingelegd worden: Sint Jozefsstraat – Moverkensstraat – Kortestraat – Heikensstraat en omgekeerd.

Artikel 5

Deze wegomlegging wordt ter kennis gebracht van de weggebruikers door de verkeerstekens F41.

Artikel 6

Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in de artikelen 1 en 3 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.

Artikel 7

De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

Artikel 8

De politiediensten kunnen voertuigen, voorwerpen, bouwsels, kramen enz. die het verkeer hinderen of in gevaar brengen of in strijd zijn met de beschikkingen van onderhavige verordening gebruikt worden op risico en kosten van de overtreder laten weghalen.

Artikel 9

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.

Artikel 10

De overtreders van de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen gestraft worden met politiestraffen.

Artikel 11

Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.

Artikel 12

Afschriften van deze verordening worden gezonden aan de Provinciegouverneur en aan de Hoofdgriffiers van de Rechtbank van Eerste Aanleg en Politierechtbank te Hasselt.

24.

2022_CBS_00250 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Geofysisch onderzoek in functie van het project dorpshart op 18 maart 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
24.

2022_CBS_00250 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Geofysisch onderzoek in functie van het project dorpshart op 18 maart 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00250 - Tijdelijk aanvullend verkeersreglement - Geofysisch onderzoek in functie van het project dorpshart op 18 maart 2022 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Overwegende dat het in het belang van de openbare orde, rust en veiligheid noodzakelijk is dat er voor de inrichting van bovengenoemde manifestaties, bijzondere verkeersmaatregelen worden getroffen;

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen vaardigt een tijdelijk aanvullend verkeersreglement uit voor het uitvoeren van een geofysisch onderzoek op 18 maart 2022 tussen 7u00 en 17u00 en dit in de zone rond de kerk, het gemeentehuis, en de parkings.

Artikel 2

Op 18 maart 2022  tussen 07.00 uur en 17.00 uur is het verboden stil te staan en te parkeren op de volgende weggedeelten:

  • De volledige parking tussen het gemeentehuis en de kerk (tegenover Cuyx)
  • De parking aan OCMW
  • Het plein rond de kiosk
  • De andersvaliden parkeerruimte voor de kerk

Artikel 3

Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens E3 met gepast onderbord.

Artikel 4

Op 18 maart 2022 wordt het Kerkplein tussen de Dijkbeemdenweg en het Kerkplein (ter hoogte van parking tegenover Cuyx) tussen 07.00 en 17.00 afgesloten voor alle bestuurders.

Artikel 5

Dit verbod wordt ter kennis gebracht aan de weggebruikers door de verkeerstekens C3.

Artikel 6

Door dit reglement worden de bestaande aanvullende gemeentelijke verkeersreglementen opgeschort voor zover zij betrekking hebben op de straten bedoeld in artikels 2 en 4 en dit voor zover deze strijdig zijn met huidig reglement.

Artikel 7

Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening kunnen vastgesteld worden door de leden van de federale en lokale politie.

Artikel 8

Inbreuken op de beschikkingen van onderhavige verordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover door wetten die op dit stuk zouden bestaan, geen andere straffen zijn voorzien.

Artikel 9

De politie kan bijkomende maatregelen nemen om de openbare orde, rust en veiligheid te handhaven en zowel inrichters als de deelnemer moeten deze naleven.

Artikel 10

De aanvrager is aansprakelijk voor de schade aan het openbaar domein zo deze rechtstreeks of onrechtstreeks het gevolg is van het bestaan van de manifestatie.

Artikel 11

Het college van burgemeester en schepenen beveelt dat onderhavige verordening zal bekendgemaakt worden overeenkomstig het decreet.

25.

2022_CBS_00251 - Ambulante handel buiten de markt - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Johan Vanhoyland, 3de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
25.

2022_CBS_00251 - Ambulante handel buiten de markt - Goedkeuring

2022_CBS_00251 - Ambulante handel buiten de markt - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Nota van de dienst

Het college van burgemeester en schepenen kan een vergunning ‘ambulante handel buiten de markt’ toestaan mits het voorleggen van volgende attesten:

  • Kopie machtiging ambulante handel
  • Attest verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
  • Attest keuring gas en elektriciteit

Het plein valt in de afgebakende zone voor ambulante handel buiten de markt.

De heer Geurts heeft een overeenkomst met 'de Zonneridders'. Dit werd al afgesproken voor het annuleren van de stoet.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen besluit  goedkeuring te verlenen aan de heer Peter Geurts voor het innemen van een standplaats naast de tent van de Zonneridders op zondag 13 maart 2022 en dit van 14.11 uur tot en met 24 uur.

    26.

    2022_CBS_00252 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Verontschuldigd
    Johan Vanhoyland, 3de schepen
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    26.

    2022_CBS_00252 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

    2022_CBS_00252 - Verslag marktcommissie - Kennisneming

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Het college neemt kennis van het verslag van de marktcommissie

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het verslag van de marktcommissie dd. 02.03.2022.

    27.

    2022_CBS_00253 - Aanvraag noodhulp na uitbreken van oorlog in Oekraïne - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Verontschuldigd
    Johan Vanhoyland, 3de schepen
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    27.

    2022_CBS_00253 - Aanvraag noodhulp na uitbreken van oorlog in Oekraïne - Goedkeuring

    2022_CBS_00253 - Aanvraag noodhulp na uitbreken van oorlog in Oekraïne - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    Volgens de Verenigde Naties zijn intussen zo'n 100.000 mensen in Oekraïne hun huizen ontvlucht. Aan de grenzen komen dan ook heel wat vluchtelingen toe. De buurlanden bereiden
    zich daar op voor en ook ons land zou binnenkort Oekraïners moeten kunnen opvangen. Op Europees niveau worden de nodige afspraken gemaakt.
    In Oekraïne zelf vluchten mensen in eigen land naar allerlei schuilplaatsen. Sommige winkels of hotels gaan niet meer open, waardoor er tekorten komen.
    In Zonhoven worden alle vragen en aanbiedingen rond huisvesting gecentraliseerd bij het OCMW.
    Via de website van het gemeentebestuur kan een standaardformulier geraadpleegd worden n.a.v. de vragen naar mogelijkheden voor ondersteuning.
    Verder bekijkt de dienst communicatie wat we verder kunnen doen naar visibiliteit vanuit het lokaal bestuur.

    Het ZAP coördineert tevens ook vragen rond noodhulp (meubilair, dekens, ...).
    ZAP is ontstaan n.a.v. de watersnood in Pepinster en is omgevormd naar  'Zonhoven Assisteert Personen in nood'. De nadruk ligt nu op de slachtoffers van Oekraïne.

    Het project voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het subsidiereglement voor inleefreizen en noodhulp. Hiervoor is in het financieel meerjarenplan onder MJP000484 jaarlijks een budget van € 3000 voorzien.

    Naar analogie met voorgaande beslissingen wordt er geadviseerd om het maximaal bedrag per noodgeval van 500 euro uit te betalen aan ZAP.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om 500 euro te voorzien voor het initiatief van de werkgroep ZAP (Zonhoven Assisteert Personen in nood - feitelijke vereniging) ter ondersteuning van de hulp aan de slachtoffers van de oorlog in Oekraïne.

    28.

    2022_CBS_00257 - Crisishuisvesting Oekraïne - Goedkeuring

    Goedgekeurd

    Samenstelling

    Aanwezig
    Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
    Verontschuldigd
    Johan Vanhoyland, 3de schepen
    Secretaris
    Bart Telen, Algemeen directeur
    28.

    2022_CBS_00257 - Crisishuisvesting Oekraïne - Goedkeuring

    2022_CBS_00257 - Crisishuisvesting Oekraïne - Goedkeuring

    Motivering

    Feiten context en argumentatie

    In het licht van de huidige oorlogssituatie in Oekraïne, wenst ons land zich in te schakelen in de ondersteuning van Oekraïners op de vlucht. Op dinsdag 01/03/2022 ontvingen we een schrijven vanuit de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammi Mahdi. Vanuit de overheid vraagt men aan de steden en de gemeenten om op zeer korte termijn (vóór 02/03/2022 - 12u), een contactpersoon door te geven als coördinator van de crisishuisvesting, alsook een eerste inschatting te maken van de beschikbare crisisplaatsen op ons grondgebied. Deze campagne, genaamd #PlekVrij, werd in de media gelanceerd door de staatssecretaris.  Via deze weg kunnen inwoners aan hun gemeente doorgeven dat ze bereid zijn vluchtelingen op te vangen.

    De coördinatie zal in eerste instantie opgenomen worden door Anneleen De Smedt, afdelingshoofd Sociaal Beleid. In functie van de tweede vraag, nl. het doorgeven van reeds beschikbare plaatsen werden in eerste instantie de inwoners opgebeld die reeds vooraf aan de oproep van de overheid te kennen hadden gegeven hulp te willen bieden. Uit deze contacten werden twee beschikbare opvangplaatsen doorgegeven: één appartement met ruimte voor drie personen én één slaapkamer in een huis voor twee personen. De lijst kan later (na 2/3/2022) steeds verder aangevuld worden met bijkomende beschikbare plaatsen, zowel uit de publieke als private sector. Het kan dus ook gaan om opvang in een hotel-of logieskamer, een sporthal, et cetera.  

    De solidariteit in Zonhoven is groot. Ook de vrijwilligersorganisatie ZAP Assisteert Personen in nood (google.com) engageert zich momenteel om Oekraïners in nood te helpen via o.a. donaties en inzamelacties.  

    Om het aanbod aan hulp in Zonhoven te centraliseren, werd er op de website van Zonhoven een invulformulier geplaatst. Hierop kunnen inwoners hulp aanbieden en zich eventueel kandidaat stellen i.f.v. de campagne #PlekVrij.  Ook zal de link gemaakt worden naar ZAP.  De site biedt eveneens informatie aan inwoners uit Zonhoven die Oekraïense familieleden, kennissen of vrienden opvangen. Het is immers zo dat naast de vluchtelingenstroom die via de overheid gecoördineerd wordt, er ook nog een stroom vluchtelingen aankomt in onze gemeente die werden opgehaald aan de grens door familie, vrienden en kennissen. Deze vluchtelingen dienen zich eveneens aan te melden bij Burgerzaken om hun aankomstdocumenten in orde te brengen.  

    In het kader van de zoektocht naar beschikbare opvangplaatsen dienen er een aantal beleidsbeslissingen genomen te worden:

    • Om het aanbod te toetsen aan de realiteit (beschikbare ruimte, kwaliteit, ...) stellen we voor om aangemelde plaatsen bij particulieren te gaan 'controleren' vooraleer we ze doorgeven aan de overheid als mogelijke opvangplaats? Een maatschappelijk werker kan tijdens dat plaatsbezoek dan ook de motivatie van de bewoner peilen;
    • Bewoners vinden momenteel de weg naar het invulformulier op de website. Totdat alle aangemelde woningen actief gebruikt worden, lijkt het niet opportuun om bijkomend actief op zoek te gaan naar opvangplaatsen door een oproep te lanceren (o.a. naar particulieren, naar B&B's, vakantiewoningen, hotels)
    • Voor collectieve opvang  in onze gemeente lijkt er geen goede optie. 

    Wetgevend kader en (mogelijke) financiële gevolgen

    We geven nog mee dat  er momenteel nog geen enkel formeel wetgevend kader werd uitgewerkt voor het beschikbaar stellen van deze opvangplaatsen.  Concreet betekent dit dat zowel het financiële als het logistieke gedeelte voorlopig lokaal geregeld dient te worden.

    Oekraïense vluchtelingen zouden een tijdelijk beschermingsstatuut van één jaar krijgen (A-kaart). Personen met dit statuut hebben toegang tot alle rechten van een vreemdeling in wettig verblijf, wat wil zeggen dat zij toelating hebben tot de arbeidsmarkt, tot maatschappelijke dienstverlening, et cetera. Kinderen kunnen ook school lopen. 

    Deze personen hebben dus vermoedelijk ook allemaal recht op een (equivalent) leefloon (dit moet nog duidelijk worden):

     Deze bedragen zijn met ingang van 1 maart 2022 : 

    • Samenwonend: 729,20 euro per maand 
    • Alleenstaand: 1.093,80 euro per maand 
    • Gezinslast: 1.478,22 euro per maand 

    Ook een aansluiting bij de mutualiteit is dikwijls ten laste van het OCMW. Dit gaat gemiddeld voor 1 jaar over € 95 + de kost van de Zorgkas € 27. Afhankelijk van de situatie kan het zijn dat de aansluiting bij de mutualiteit niet voldoende gaat zijn om alle medische kosten te dekken, hetgeen dan ook nog eens ten laste komt van het OCMW. Er zijn dus wel wat financiële gevolgen te verwachten.

    Ter info: wij hebben momenteel een 60-tal leefloners in begeleiding bij 1,7 FTE maatschappelijk werkers. Indien er een 50-tal (anderstalige) leefloners zouden bijkomen, heeft dit een grote impact en is een tijdelijke bijkomende aanwerving mogelijk noodzakelijk.  

    Gezien dit alles willen we voorstellen om steeds een vinger aan de pols te houden en kan het zijn dat vanuit de sociale dienst op bepaald moment een maximum aantal opvangplekken voorgesteld zal worden. Dit enerzijds gezien het kostenplaatje, anderzijds omwille van het feit dat er vanuit de sociale dienst een kwalitatieve opvolging mogelijk moet blijven.

    Besluit

    Het college van burgemeester en schepenen beslist:

    Artikel 1

    Het college van burgemeester en schepenen heeft kennis genomen van de vragen van de overheid i.f.v. crisishuisvesting voor Oekraïense Vluchtelingen.  

    Het college is akkoord om een lijst aan te leggen van de aangemelde plaatsen en -na controle- een gedifferentieerd aanbod door te geven aan de Fedasil voor dispatch. Van zodra deze woningen in gebruik geraken, wordt er steeds over gewaakt dat het aanbod vervolgens wordt aangevuld met nieuwe aangemelde, gecontroleerde plaatsen. 


    29.

    2022_CBS_00254 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

    Goedgekeurd
    29.

    2022_CBS_00254 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

    2022_CBS_00254 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming