Terug
Gepubliceerd op 11/05/2022

2022_CBS_00462 - OMV - Vergunning - Hoeveweg 2 - 2022/00037 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 03/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00462 - OMV - Vergunning - Hoeveweg 2 - 2022/00037 - Goedkeuring 2022_CBS_00462 - OMV - Vergunning - Hoeveweg 2 - 2022/00037 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een terrasoverkapping, een carport en een tuinhuis.

De aanvraag werd op 14 februari 2022 ontvangen.

Op 15 maart 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 17 maart 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 28 maart 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

Conform artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 7 april 2020 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 2 loten voor halfopen bebouwing na het slopen van de bestaande bebouwing.   (1299.B874.2)

Op 29 september 2020 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van 2 halfopen eengezinswoningen.   (2020/00116)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2019_058)

25 juni 2021

“Het voorontwerp wordt negatief beoordeeld.

De terrasoverkapping is te diep. Volgens de voorschriften wordt er een max. bouwdiepte van 14m toegestaan vanaf de bouwlijn tot achtergevellijn.

De carport wordt niet toegestaan, volgens de goedgekeurde bouwplannen dient de lengte van de inritverharding (dolomiet) beperkt te worden tot 14,50m vanaf de rooilijn/voorste perceelgrens.

Door het voorzien van een carport zo ver naar achter wordt de inrit veel dieper voorzien.

In de zijtuin kan eventueel een carport onder volgende voorwaarden:

  • Het volume ondergeschikt blijft.
  • Aansluitend tegen het hoofdgebouw of er gedeeltelijk mee verweven
  • De doorgang naar de achterliggende tuin gevrijwaard blijft (een transparante open constructie, geen afgesloten constructie)
  • Het hemelwater van dit volume op het eigen terrein wordt opgevangen en afgevoerd.
  • Het volume terugliggend wordt voorzien t.o.v. de voorgevel van het hoofdgebouw. Minstens op 0,50m terugliggend – maximaal 1,50m terugliggend.
  • Het volume maximaal 7m diep is.
  • Het akkoord bekomen wordt van de aanpalende eigenaar.

Een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin kan mits voldaan wordt aan volgende verkavelingsvoorschriften:

  • functie: berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume
  • garagefunctie is uitgesloten in een vrijstaand achtergebouw
  • maximale totale oppervlakte van 24m² op 1m van de perceelsgrenzen (mits akkoord van de betreffende buur kan tot op de perceelgrens gebouwd worden, zolang de afwatering op eigen terrein gebeurt.)
  • In geval van platte daken dient de nok/kroonlijsthoogte max. 3,50m t.o.v. het maaiveld te bedragen
  • materiaalkeuze idem als hoofdgebouw of in duurzaam hout
  • betonpanelen of industrie gerelateerde materialen zijn niet toegestaan

In bijlage vindt u de verkavelingsvoorschriften, de verkavelingsvergunning en het verkavelingsplan.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.”

28 september 2021:

“Het aangeleverde ontwerp werd op het intern overleg van de deskundigen besproken.

Zij oordeelden het volgende:

  • Het voorgestelde tuinhuis lijkt binnen de voorschriften te vallen. Mogelijk is dit tuinhuis ook vrijgesteld van vergunningsplicht.
  • De terrasoverkapping is enkel mogelijk op voorwaarde dat deze binnen de maximale bouwdiepte van 14m opgericht wordt. De linker gebuur dient hier zijn goedkeuring voor te verlenen.
  • Indien u door de realisatie van de terrasoverkapping een bijkomend terras in open lucht wenst te voorzien dient u rekening te houden dat dit een invloed heeft op de verhardingsgraad van het terrein. Mogelijk is dit om die reden niet meer vergunbaar.
  • De carport voldoet niet aan de voorschriften. De realisatie van de carport zoals voorgesteld wordt niet aanvaard. Hierdoor ontstaat een te hoge verhardingsgraad op het terrein.”

9 november 2021:

We hebben je aangepaste vraag proberen te beoordelen. De plannen zijn echter erg summier opgesteld, vaak enkel met een woordelijke verwijzing. Informatief stuur ik je een voorbeeldje van een aanvraag voor carport zodat u kan zien welke informatie wij nodig hebben om een correcte aftoetsing van de wetgeving te kunnen maken.

Op basis van de door u ingediende informatie (onder voorbehoud van het foutief interpreteren van uw informatie) wensen wij volgende opmerkingen te maken:

  • De carport voldoet niet aan artikel 1.3 van de verkavelingsvoorschriften. Deze zal bijgevolg niet vergund worden zoals voorgesteld. Voornamelijk de inplanting op minstens 0,5m achter de voorgevel en op maximaal 1,5m wordt niet gerespecteerd. Dit kan niet aanvaard worden gezien dit de maximaal te vergunnen terreinverharding op het perceel overschrijdt.
  • De carport is een vergunningsplichtige ingreep. Hiervoor dient u steeds over een voorafgaandelijke vergunning te beschikken vooraleer u deze constructie mag oprichten.
  • Indien de plannen/info goed geïnterpreteerd werd is het voorzien van het overdekt terras niet aanvaardbaar. Vermoedelijk zal dit afdak de totale diepte van maximaal 14m overschrijden (met 0,5m). Hiermee kan niet akkoord gegaan worden.
  • Op basis van de overgemaakte informatie kan niet met zekerheid de wetgeving omtrent de plaatsing van het tuinhuis afgetoetst worden. Mogelijk valt deze binnen de verkavelingsvoorschriften EN het vrijstellingenbesluit. Dit is echter niet geheel duidelijk. Wat is bijvoorbeeld de materiaalkeuze van deze constructie?
  • Het op termijn voorzien van een extra terras is niet meer mogelijk.
  • De voorwaarden opgelegd in de omgevingsvergunning 2020/00161 blijven van toepassing.

We willen toch even benadrukken dat door de creatie van deze verkaveling een zware woondichtheid werd goedgekeurd, en dit buiten de contouren van ons centrum. Dit is niet gebruikelijk. Het concept is zodanig opgevat dat hier 'instapwoningen' konden gerealiseerd worden. Gezien de afmetingen van het perceel kan je niet verwachten dat maximale faciliteiten bij een woning haalbaar zijn. Het maximaal haalbare werd reeds duidelijk in de verkavelingsvoorschriften omschreven. Gelieve hier rekening mee te houden.

24 januari 2022:

“Onze excuses voor het ontbreken van het normenboek in de voorgaande mail. In bijlage kan je deze terugvinden.

Hierbij tevens een herhaling van reeds gemaakte opmerkingen.

Het tuinhuis in de achtertuin valt mogelijk binnen de voorschriften. Eventueel is dit tuinhuis ook vrijgesteld van vergunningsplicht.

U dient rekening te houden met volgende voorwaarden voor de oprichting van een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin:

  • functie: berging en/of ondersteunende functies aan het hoofdvolume
  • garagefunctie is uitgesloten in een vrijstaand achtergebouw
  • maximale totale oppervlakte van 24m² op 1m van de perceelsgrenzen
  • In geval van platte daken dient de nok/kroonlijsthoogte max. 3,50m t.o.v. het maaiveld te bedragen
  • materiaalkeuze idem als hoofdgebouw of in duurzaam hout
  • betonpanelen of industrie gerelateerde materialen zijn niet toegestaan

Terrasoverkapping kan enkel indien het binnen de maximale bouwdiepte van 14m blijft. De linker gebuur dient hiervoor zijn goedkeuring te verlenen.

Een bijkomend terras in de tuinzone is niet meer toegestaan gezien de verhardingsgraad van het terrein overschreden wordt.

De carport in de zijtuin dient binnen volgende voorschriften te blijven:

  • Het volume ondergeschikt blijft.
  • Aansluitend tegen het hoofdgebouw of er gedeeltelijk mee verweven
  • De doorgang naar de achterliggende tuin gevrijwaard blijft (een transparante open constructie, geen afgesloten constructie)
  • Het hemelwater van dit volume op het eigen terrein wordt opgevangen en afgevoerd.
  • Het volume terugliggend wordt voorzien t.o.v. de voorgevel van het hoofdgebouw. Minstens op 0,50m terugliggend – maximaal 1,50m terugliggend.
  • Het volume maximaal 7m diep is.
  • Het akkoord bekomen wordt van de aanpalende eigenaar.

De verharding werd niet weergegeven op het plan. (Afmetingen ontbreken) Dit is echter noodzakelijk om de verhardingsgraad van het terrein te kunnen berekenen.

Tevens willen we u informeren dat grind niet als waterdoorlatend beschouwd wordt.

Bij de opmaak van de plannen houdt u best rekening met de omschrijving in het normenboek:

  • Plannen op schaal te tekenen
  • Materiaalkeuze
  • Aanzichten constructies
  • Grondplannen
  • Hoogtematen
  • Afmetingen t.o.v. de perceelsgrenzen
  • Dakhelling – afvoer hemelwater
  • Foto’s”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Verkaveling

Het goed is gekend als de lot 2 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 7 april 2020 door het college van burgemeester en schepenen.   (1299.B.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoningen met inbegrip van zorgwoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.

Vrijstelling vergunningsplicht

Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van een tuinhuis zonder voorwerp.

Het tuinhuis wordt ingeplant op 1m van de achterste perceelgrens en op 2m van de rechter perceelgrens.  De oppervlakte van het tuinhuis bedraagt 24m² en het bevindt zich op minder dan 30m van de woning.  Het bijgebouw wordt uitgevoerd met een plat dak.  De dakrandhoogte is gelegen op 2,90m ten opzichte van het maaiveld.

Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor het bouwen van het tuinhuis.  Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte van elke op te richten constructie minder dan 40m² bedraagt.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd.  Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan. Er zal als voorwaarde worden opgenomen dat voldaan dient te worden aan het decreet betreffende optische rookmelders.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een terrasoverkapping, een carport en een tuinhuis.

De woning wordt aan de achterzijde uitgebreid met een terrasoverkapping.

De terrasoverkapping wordt voorzien over de volledige breedte van de woning en heeft een diepte van maximum 4m.

Hierdoor wordt de bouwdiepte van de woning gebracht op 14m.

De terrasoverkapping is voorzien van een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 2,50m.

De constructie wordt opgetrokken in aluminium met een lamellen dak.

De woning wordt tevens uitgebreid met een carport. Deze wordt ingeplant aan de rechterzijde van de woning, op 1,30m achter de voorgevel en op 0,20m van de rechter perceelgrens.

De carport heeft een oppervlakte van 18m² (6m x 3m).

Net zoals de bestaande woning wordt de carport uitgevoerd met een plat dak. De dakrandhoogte is gelegen op 3m.

De carport wordt uitgevoerd in aluminium.

Zoals hoger aangehaald wordt in de achtertuin een tuinhuis opgericht conform het vrijstellingsbesluit.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een tuinhuis omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een terrasoverkapping en een carport zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bouwen van een tuinhuis omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een terrasoverkapping en een carport zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.