Terug
Gepubliceerd op 11/05/2022

2022_CBS_00463 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2022/00041 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 03/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00463 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2022/00041 - Goedkeuring 2022_CBS_00463 - OMV - Vergunning - Koningsbergweg 89 - 2022/00041 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen.

De aanvraag werd op 16 februari 2022 ontvangen.

Op 18 maart 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 27 maart 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 28 maart 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 30 mei 1962 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woning.  (1962/00052)

Op 26 maart 2001 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het verbouwen van een woning.  (2001/08575)

Op 19 december 2006 werd een stedenbouwkundige weigering afgeleverd voor het omvormen van 2 vijvers tot 2 poelen.   (2006/10424)

Op 7 maart 2011 werd een vergunning afgeleverd voor het zuiver maken en aanpassen van de vormgeving van 2 bestaande vijvers.  (2010/11926)

Op 24 september 2012 werd een vergunning afgeleverd voor het slopen van een bijgebouw en het bouwen van een nieuw tuinhuis.   (2012/00111)

Op 14 september 2021 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.   (2021/00183)

Volgende voorwaarden werden onder meer opgelegd:

  • Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m. Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  • De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens dient verwijderd te worden, deze zone dient aangelegd te worden met groenaanplanting.
  • De overige te regulariseren verharding (uitgezonderd de inrit, de parkeerplaatsen, het toegangspad naar de voordeur en het verhoogd terras) dient beperkt te worden tot een toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning, een toegangspad van de achterzijde van de woning tot het zonneterras en een zonneterras van max. 35m². De overige verharding dient verwijderd te worden en deze zones dienen aangelegd te worden met groenaanplanting.
    De breedte van de toegangspaden dient beperkt te worden tot 1m.
     De aanvrager dient alvorens de werken in uitvoering gaan een aangepast inplantingsplan over te maken aan de afdeling planning en vergunningen. Op het inplantingsplan dient duidelijk weergegeven te worden welke verhardingen aangelegd / behouden blijven, de oppervlakte, alsook de materialen.  En dit conform de opgelegde beperkingen.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie (VB_2017_005)

9 november 2021:

“De verharding van het zonneterras dient beperkt te worden tot op min. 1m van de perceelsgrens.

Aan de rechterzijde van de woning is nog een deel overbodige verharding aanwezig, deze dient tevens beperkt te worden.

Die kiezelverharding langs de inrit is een strikte voorwaarde, deze dient dan ook verwijderd te worden.

Indien voldaan wordt aan bovenstaande opmerkingen en er (voor de 1ste 50m) voldaan wordt aan de 40/60-regel (berekening toe te voegen) kan akkoord gegaan worden met een aangepaste verharding.

Een gewijzigd voorstel kan vrijblijvend overgemaakt worden aan onze dienst ter aftoetsing.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

13 januari 2022:

“We hebben uw vraag omtrent de wijzigingen voor de verhardingen intern besproken.

Er kan akkoord gegaan worden met een bijkomende kiezelverharding in de zone tussen de inrit en de rechter perceelgrens ter hoogte van de carport.  De overige strook tussen de inrit en de rechter perceelgrens dient aangelegd te worden met groenaanplanting.

De verharding van het zonneterras dient verwijderd te worden tot op min. 1m van de rechter perceelgrens.

De verharding aan de rechterzijde van de buitentrap (verharding 2) dient beperkt te worden tot een toegangspad met een breedte van max. 1m.

Tevens blijkt dat het toegevoegde inplantingsplan afwijkt van het inplantingsplan bij de aanvraag omgevingsvergunning.  Dit wil zeggen dat de woning foutief werd ingeplant en dat deze tussen de 2 à 3 meter naar achter werd gebouwd.

Hierdoor is de zijdelingse afstand tot de rechter perceelgrens uiteraard niet meer correct ten opzichte van de vergunde toestand.

De inplanting dient dan ook geregulariseerd te worden.

Er kan dan ook een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend worden voor de regularisatie van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen.

Bij het indienen van de aanvraag dient rekening gehouden te worden met:

  • Bovenstaande opmerkingen;
  • Er dient een uitgebreide motivatienota toegevoegd te worden waaruit blijkt waarom akkoord gegaan moet worden met de bijkomende verhardingen t.o.v. de reeds afgeleverde omgevingsvergunning;
  • Er dient een berekening toegevoegd te worden waaruit blijkt hoeveel procent van het perceel (1ste 50m) verhard / bebouwd is.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

26 januari 2022:

“We hebben reeds verschillende malen doorgegeven wat het standpunt is van de dienst, een bijkomend overleg lijkt ons dan ook niet nodig.

Hierbij nog even de laatste communicatie met dhr. Wynants:

“We hebben uw vraag omtrent de wijzigingen voor de verhardingen intern besproken.

Er kan akkoord gegaan worden met een bijkomende kiezelverharding in de zone tussen de inrit en de rechter perceelgrens ter hoogte van de carport.  De overige strook tussen de inrit en de rechter perceelgrens dient aangelegd te worden met groenaanplanting.

De verharding van het zonneterras dient verwijderd te worden tot op min. 1m van de rechter perceelgrens.

De verharding aan de rechterzijde van de buitentrap (verharding 2) dient beperkt te worden tot een toegangspad met een breedte van max. 1m.

Tevens blijkt dat het toegevoegde inplantingsplan afwijkt van het inplantingsplan bij de aanvraag omgevingsvergunning.  Dit wil zeggen dat de woning foutief werd ingeplant en dat deze tussen de 2 à 3 meter naar achter werd gebouwd.

Hierdoor is de zijdelingse afstand tot de rechter perceelgrens uiteraard niet meer correct ten opzichte van de vergunde toestand.

De inplanting dient dan ook geregulariseerd te worden.

Er kan dan ook een nieuwe omgevingsaanvraag ingediend worden voor de regularisatie van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen.
 Bij het indienen van de aanvraag dient rekening gehouden te worden met:

  • Bovenstaande opmerkingen;
  • Er dient een uitgebreide motivatienota toegevoegd te worden waaruit blijkt waarom akkoord gegaan moet worden met de bijkomende verhardingen t.o.v. de reeds afgeleverde omgevingsvergunning;
  • Er dient een berekening toegevoegd te worden waaruit blijkt hoeveel procent van het perceel (1ste 50m) verhard / bebouwd is.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

Zoals hoger aangehaald kan een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd worden.  Op basis van deze stukken zal een nieuwe beslissing genomen worden.
 Uiteraard is het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Lozing NHA en mazoutopslag 5 000 liter (3VL622/nde)

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Provincie Limburg

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het perceel is gedeeltelijk gelegen in natuurgebied (achterste gedeelte).  Dit deel van het perceel is gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018.

Gezien de voorgestelde werken zich volledig bevinden in het woongebied met landelijk karakter dient geen rekening gehouden te worden met het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Koningsbergweg, een gemeenteweg.

Het perceel is gedeeltelijk gelegen in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.  De aangevraagde werken bevinden zich volledig binnen het woongebied met landelijk karakter.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.

Omschrijving van de aanvraag

Op het perceel bevinden zich momenteel een vrijstaande eengezinswoning, 2 bijgebouwen, een zwembad en een vijver.

Op 14 september 2021 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor het regulariseren van het verhoogd terras en de terreinverhardingen, het aanleggen van een zwembad, het verbouwen en uitbreiden van een eengezinswoning en het plaatsen van een publiciteitsbord.

De huidige aanvraag betreft het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De hoofdfunctie wonen blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

Binnen het hoofdvolume is reeds een dubbele carport aanwezig.

Tevens werden er 2 parkeerplaatsen aangelegd in de voortuin.

Er kunnen dan ook meerdere voertuigen gestald worden op eigen terrein waardoor de last van het autobezit niet wordt afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen.

De inplanting van de woning werd vergund op 16,52m uit de as van de weg.   Uit de ingediende plannen blijkt dat de woning in werkelijkheid werd ingeplant op 19,01m uit de as van de weg.

De woning werd dus ca. 2,50m verder naar achter ingeplant dan vergund.   De bouwvrije zijtuinstroken van minimum 3m ten opzichte van de zijdelingse perceelgrenzen blijft gerespecteerd.

De bouwlijn voor de woningen in de directe omgeving varieert sterk.   De voorgestelde inplanting zal dan ook niet als storend ervaren worden in het straatbeeld.

Er kan akkoord gegaan worden met de regularisatie van de inplanting van de woning.

Op 14 september 2021 werd een omgevingsvergunning met voorwaarden afgeleverd voor onder meer het regulariseren van de terreinverhardingen.

De aanvrager wenst volgende verharding alsnog te regulariseren:

  • De breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens bedraagt 4,49m i.p.v. 4m;
  • De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens ter hoogte van de carport;
  • De breedte van het pad van de carport naar de achterzijde van de woning bedraagt 1,20m i.p.v. 1m;
  • De verharding aan de rechterzijde van de buitentrap;
  • Een zonneterras van 52,08m² i.p.v. 35m².

De breedte van de inrit ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens bedraagt 4,49m i.p.v. 4m

In de voortuin werd een inrit aangelegd die toegang verleent tot de dubbele carport alsook tot 2 parkeerplaatsen.  De 2 parkeerplaatsen zijn evenwijdig met de voorliggende weg ingeplant.

Voor het vlot in- en uitrijden van de parkeerplaatsen te garanderen heeft de inrit een breedte van 4,35m.  De inrit werd uitgevoerd in klinkers.

De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot maximum 4m zodat de verkeersveiligheid bij het in- en uitrijden gegarandeerd blijft.  Dit zal als voorwaarde worden opgenomen in de vergunning.

De kiezelverharding langsheen de rechter perceelgrens ter hoogte van de carport:

De toegang tot de dubbele carport is voorzien aan de rechterzijde.  Gezien de woning werd ingeplant op een beperktere afstand tot de rechter perceelgrens is een ruimere inritbreedte noodzakelijk om de carport vlot in- en uit te rijden.  Bijgevolg kan uitzonderlijk akkoord gegaan worden met een bijkomende kiezelverharding ter hoogte van de carport.

Deze bijkomende kiezelverharding heeft een oppervlakte van ca. 8m².

De breedte van het pad van de carport naar de achterzijde van de woning bedraagt 1,20m i.p.v. 1m:

De voorziene verruiming van het toegangspad van de carport naar de achterzijde van de woning is beperkt tot 0,20m.  Het pad heeft een lengte van ca. 10m waardoor de bijkomende verharding voor dit pad slechts ca. 2m² bedraagt.

De verharding aan de rechterzijde van de buitentrap:

Deze verharding wenst de aanvrager te behouden.   Deze wordt gebruikt voor onder meer het plaatsen van een jacuzzi, bijkomend terras alsook voor het plaatsen van de aanhangwagen.  De verharding heeft een oppervlakte van 44m² (incl. toegangspad naar achterzijde woning).

Een zonneterras van 52,08m² i.p.v. 35m²

Het zonneterras werd aangelegd op de vloerplaat van een reeds gesloopt tuinhuis.  De verharding bevindt zich momenteel deels tot tegen de rechter perceelgrens.  Deze verharding zal verwijderd worden tot op 1m van de rechter perceelgrens.

Zoals hoger aangehaald bevindt het perceel zich volgens het gewestplan Hasselt - Genk deels in woongebied met landelijk karakter, deels in agrarisch waardevol gebied en deels in natuurgebied.

De oppervlakte van het perceelsgedeelte gelegen in woongebied met landelijk karakter (= 50m) bedraagt 1424,84m².  De voorziene bebouwde en verharde oppervlakte bedraagt ca. 584m².   Dit komt overeen met ca. 40% van de perceel (gelegen in woongebied met landelijk karakter).  De resterende 60% wordt als groenzone ingericht.

Er kan dan ook akkoord gegaan worden met de voorgestelde bebouwing en verharding.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits voldaan wordt aan volgende voorwaarde:

  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;

BESPREKING ADVIEZEN

Op 28 maart 2022 verleende de provinciale dienst Water en Domeinen een gedeeltelijk voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

27/07/2021:

“Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier zowel voor wat betreft de bindende bepalingen ivm de waterloop (afstandsregels en machtigingen) als in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.

Ik verzoek u de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in bijgaande 2 adviezen.

Advies in verband met bindende bepalingen en machtigingen rond onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie over

  • de afstand van gebouwen, vaste constructies en beplantingen naast de waterloop
  • het plaatsen van afsluitingen naast de waterloop
  • machtigingen

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

  • kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nr. 55F
  • adres: Koningsbergweg 89

Gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nr 43, categorie: 2de
  • watering: neen
  • machtiging nodig: neen

DEEL 2 AFSTAND TOT DE WATERLOOP: VIJFMETERZONE VRIJHOUDEN – ZONE NON AEDIFICANDI

De vergunninghouder moet volgende ALGEMENE VOORWAARDEN naleven:

2.1 Afstand tot de waterloop

  • De minimumafstand voor het oprichten van gebouwen, vaste constructies en vaste beplantingen tot de taludinsteek van de waterloop moet vijf bedragen, zowel op de linker- als de rechteroever, zodat het recht van doorgang, het afzetten van ruimingsproducten en het onderhoud van de waterloop gewaarborgd blijft.
  • Leidingen of verhardingen binnen de vijfmeterzone moeten overrijdbaar zijn voor voertuigen met aslast 15 ton en totaal gewicht tot 30 ton.
  • Geen grondbewerkingen zijn toegelaten op minder dan 1 m langs de waterloop volgens het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018.
  • Binnen een afstand van 6 m langs de waterloop mogen geen naaldbomen geplant of herplant worden.
  • Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts van de bovenste rand van het talud indien:
  • een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt
  • de houtkant regelmatig teruggezet wordt en indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder
  • voor een andere plantwijze geopteerd wordt nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf.
  • Ophoging van de oever binnen de vijf meter vanaf de rand van de taludinsteek van de waterloop is vergunningsplichtig en moet beoordeeld worden in kader van de watertoets.

2.2. Afrasteringen en afsluitingen

  • Om het talud te beschermen kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren.
  • Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop.
  • De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn.
  • De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden.

DEEL 3 MACHTIGINGEN

Inrichtingswerken of andere werken aan, over of onder de waterloop: machtiging van de waterbeheerder is vereist voor:

  • ophoging van de oever binnen vijf meter vanaf de taludinsteek van de waterloop.
  • aanbrengen van oeververdediging, overwelving, herprofilering, verlegging of andere werken aan de waterloop.
  • lozingen en lozingsconstructies (ook van regenwater ) in de waterloop (ook voor tijdelijke lozingen).

Er zijn geen werken aan de waterloop of in de vijfmeterzone aangeduid. Bijgevolg wordt hiervoor geen machtiging gegeven.

DEEL 4 CONCLUSIE

Het dossier wordt in het kader van de bindende bepalingen rond onbevaarbare waterlopen

VOORWAARDELIJK GUNSTIG beoordeeld.

De voorwaarden onder deel 2 en 3 van dit advies moeten worden opgenomen in de

vergunning.

BIJLAGE: WETGEVING: zie advies.

29/07/2021:

Advies in verband met de watertoets

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE

Ligging van het perceel:

  • kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nr. 55F
  • adres: Koningsbergweg 89

Gelegen in een mogelijk overstromingsgevoelig gebied

Waterloop en machtiging

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ROOSTERBEEK, nr 43, categorie: 2de
  • watering: neen
  • machtiging nodig: neen

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018)

1 Beschrijving van het watersysteem

  • Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie.
  • Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied met een landelijk karakter
  • Het perceel is daarenboven gelegen in:
  • een habitatgebied (SBZ) - enkel de achtertuin
  • een VEN-gebied - enkel de achtertuin
  • het bekken van de Demer
  • het deelbekken van de Midden-Demer

2 Waterplannen

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing.

3 Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over:

  • richtlijn gewijzigd overstromingsregime
  • richtlijn gewijzigd afstromingsregime

RICHTLIJN GEWIJZIGD OVERSTROMINGSREGIME

Het perceel is gelegen in mogelijk overstromingsgevoelig gebied.

Binnen het overstromingsgevoelig gebied en de vijfmeterzone van de waterloop mag het terrein niet opgehoogd worden.

RICHTLIJN GEWIJZIGD AFSTROMINGSREGIME

Vanaf een verharde oppervlakte van meer dan 1 000 m² moet door de vergunningverlenende instantie advies worden gevraagd aan de waterbeheerder met betrekking tot mogelijke schadelijke effecten op de toestand van het oppervlaktewater.

Aangezien de totale oppervlakte van daken en verhardingen op het perceel kleiner is dan 1 000 m², is een wateradvies van de provinciale dienst Waterbeheer niet vereist. Voor de richtlijn “gewijzigde afstromingsregime” is een positieve uitspraak mogelijk indien voldaan wordt aan de vigerende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen (5 juli 2013).

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft.

Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het milieu voor zover de volgende VOORWAARDE wordt opgenomen in de vergunning:

  • Binnen het overstromingsgevoelig gebied en de vijfmeterzone van de waterloop mag het terrein niet opgehoogd worden.

Het wateradvies is dan ook VOORWAARDELIJK GUNSTIG.

BIJLAGE: WETGEVING BETREFFENDE DE WATERTOETS

Het decreet integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gecoördineerd op 15 juni 2018, en latere wijzigingen, en meer bepaald artikel 1.3.1.1 betreffende de watertoets.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, de als bijlage 1 opgenomen kaart en de als bijlage 2 opgenomen lijst van vergunningen, plannen en programma’s.

De wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, en latere wijzigingen, en meer bepaald artikel 17.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  • Er dient voldaan te worden aan het advies van de provinciale dienst Water en Domeinen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  5. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  6. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  7. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  8. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  9. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de inplanting van de woning en het wijzigen van de terreinverhardingen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De breedte van de inrit dient ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens beperkt te worden tot 4m.  Uitgezonderd de inrit dient het perceel ter hoogte van de rooilijn / voorste perceelgrens, ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.  Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  2. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en opmerkingen, gesteld in het advies van de provinciale dienst, Water en Domeinen, zoals gevoegd in bijlage;
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  4. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  5. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  6. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  7. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  8. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  9. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.