Terug
Gepubliceerd op 11/05/2022

2022_CBS_00464 - OMV - Vergunning - Zavelstraat 12 - 2022/00005 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 03/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00464 - OMV - Vergunning - Zavelstraat 12 - 2022/00005 - Goedkeuring 2022_CBS_00464 - OMV - Vergunning - Zavelstraat 12 - 2022/00005 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De aanvraag betreft het regulariseren van een poolhouse/tuinberging, het aanpassen van verhardingen en de aanleg van een zwembad en droogzuiging voor de aanleg ervan.

De aanvraag werd op 10/01/2022 ontvangen.

Op 08/02/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 21/02/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 09/03/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

De eigenaars van betrokken aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1996/07441: bouwvergunning op 28/10/1996 voor het bouwen van een woonhuis met kapsalon;
  • 2011/12063: stedenbouwkundige vergunning op 27/06/2011 voor het bouwen van een bijgebouw van 25m²;

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 22/12/2021 (VB_2021_353).

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een bijgebouw en verhardingen.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren of te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen opmerkingen of bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater omdat de referentieoppervlakte van de niet overdekte constructies minder bedraagt dan 40m² en de uitbreiding van de dakoppervlakte maximaal 40m² bedraagt.

De plannen geven aan dat de overloop van het nieuw aan te leggen zwembad van 40m² aangesloten wordt op het hemelwaterafvoer van de woning (in eerste instantie naar de hemelwaterput.

Voor het bijgebouw wordt aangegeven dat de afwatering in de tuinzone terecht komt om aldaar te infiltreren. Er resteert echter te weinig groenzone om een dergelijke oppervlakte zonder enige buffering te kunnen opvangen bij langdurige en/ of hevige regenval. Aangezien men voor het zwembad een aansluiting voorziet op de bestaande hemelwaterput kan dit ook voor de afwatering van het bijgebouw dat er vlak langs gelegen is.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening mits de afwatering/ overloop van zowel het zwembad (40m²) als van het bijgebouw (40m²) aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput met hergebruik.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

Met betrekking tot de riolering dienen volgende voorwaarden en opmerkingen gevolgd te worden:

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Een rechtstreekse aansluiting van de overloop van een zwembad op de riolering is niet toegestaan.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening mits zowel de afwatering/ overloop van het zwembad (40m²) als van het bijgebouw (40m²) aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput met hergebruik.

Onder deze voorwaarden is het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het overnemen van een gemene muur.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren en erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving verordening mits 

  • de afwatering/ overloop van zowel het zwembad (40m²) als van het bijgebouw (40m²) aangesloten worden op de bestaande hemelwaterput met hergebruik.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van een poolhouse/tuinberging, het aanpassen van verhardingen en de aanleg van een zwembad en droogzuiging voor de aanleg ervan.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Zavelstraat, een gemeenteweg in het centrum van Zonhoven.

De omgeving wordt gekenmerkt door een vrij gevarieerde bebouwing met voornamelijk residentiële functies al dan niet in combinatie met kleinschalige handelsfuncties.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel werd  in de periode 1996 – 1998 bebouwd met een eengezinswoning met nevenbestemming, type halfopen verband, met 2 bouwlagen onder een hellend dak.

In 2011 werd een uitbereiding van de woning aan de achterzijde aangevraagd en vergund, doch nooit uitgevoerd waardoor de vergunning vervallen is.

Op het terrein werden verhardingen aangelegd en bijgebouwen opgericht waarvoor geen vergunning gekend is.

Met de huidige aanvraag wenst men een poolhouse/ tuinberging te regulariseren, verhardingen heraan te leggen/ aan te passen en een zwembad aan te leggen waarbij ook de droogzuiging voor de aanleg ervan aangevraagd wordt.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie blijft behouden evenals een nevenbestemming van ca. 40m² voor dienstverlening. Dit sluit aan bij de woonfuncties en kleinschalige handelsactiviteiten in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 3 tot mogelijk 4 autostaanplaatsen voor 1 woongelegenheid met nevenbestemming.

De inrichting van de parkeerplaatsen wordt aangepast ten opzichte van de onveilige bestaande toestand. Via 1 inrit van 3m breed kunnen 3 onafhankelijk functionerende parkeerplaatsen bereikt worden. 2 Parkeerplaatsen bevinden zich aan de voorzijde van het gebouw en 1 parkeerplaats situeert zich aan de linkerzijde van het gebouw. Behoudens de inrit van 3m breed, wordt het terrein langsheen de voorste perceelgrens ontoegankelijk gemaakt voor voertuigen door een beplanting over een strook van 1m diep te voorzien.

Tegenover de huidige onveilige insteekparkings is dit zeker een verbetering.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

Regularisatie bijgebouw

Het te regulariseren bijgebouw in hout heeft een oppervlakte van 40m² en werd gebouwd op ca 2m achter de achtergevel van de woning met de linker zijgevel tot tegen de perceelgrens. De bouwbreedte bedraagt 4m, de bouwdiepte 10m.

Het bijgebouw heeft als functie een overdekt terras (24m²) voor de eerste 6m en een tuinberging (16m²) voor de laatste 4m. Het is afgewerkt met een plat dak met EPDM- bedekking  en een aluminium dakrand met een bouwhoogte van 2,65m.

De linker zijgevel is volledig gesloten evenals de voor- en achtergevel, in de rechter zijgevel blijft 6m van de gevel open, gericht naar het aangevraagde zwembad. Als gevelmateriaal werd gebruikt gemaakt van Noorse den.

Door de links aanpalende eigenaars werden geen bezwaren of opmerkingen geformuleerd. Het links aanpalende perceel is tevens deels eigendom van de aanvrager. 

In principe zijn gebouwen, opgericht tot tegen of op de perceelgrenzen, bestemd om tegenaan te bouwen en wordt gebruikelijk een mandelige muur opgericht. Het is door het aanwezige bijgebouw met een gesloten houten wand tegen de perceelgrens echter niet uitgesloten dat de links aanpalende een soortgelijk bijgebouw gekoppeld kan oprichten. 

De thans aanwezige aanbouw achter het aangevraagde bijgebouw dient evenwel verwijderd te worden (9m²) zoals voorgesteld.

Het te regulariseren bijgebouw is aanvaardbaar.

Regularisatie en aanpassing verhardingen

Momenteel is de volledige voortuin verhard en stemt de verdere verharding op het terrein evenmin overeen met de vergunde toestand. Aangezien het geheel van aanwezige verhardingen, het hoofdgebouw, bijgebouw en het gewenste zwembad zou leiden tot een overschrijding van de draagkracht van het perceel, worden aanpassing doorgevoerd om een beter evenwicht te verkrijgen.

In de voortuin worden de 3 insteekparkings vervangen door 2 autostaanplaatsen die bereikbaar zijn via 1 inrit van 3m breed aan de linkerzijde. Langsheen de voorste perceelgrens wordt een groenzone van 1m diep over een breedte van 9m aangelegd en aan de rechterzijde een groenstrook van 2m breed tussen de voorste perceelgrens en de voorgevel van het hoofdgebouw. Er zal hier een beplanting met een ligusterhaag en siergrassen komen die het straatbeeld zal verbeteren.

Ook de linker zijtuinstrook tot aan het bijgebouw is momenteel volledig verhard. Tot zo’n 11,50m achter de voorgevellijn, blijft de verharding behouden als parkeerruimte. Het overige gedeelte tot aan het bijgebouw wordt groen ingericht. Hiervoor dient gebruikt gemaakt van beplanting of gazon (dus geen grastegels zoals optioneel aangegeven). Met de 3 parkeerplaatsen en mogelijk tot 2 bijkomende plaatsen op de oprit, is voldoende parkeerruimte aanwezig.

Achter de woning is nog een terras aanwezig van 35m² dat woning, bijgebouw en zwembad verbindt. 

In totaal is ca. 136m² verharding aanwezig waarvan 63m² in de voortuin.

Wat de voortuininrichting betreft is er ten opzichte van de oorspronkelijk vergunde toestand, zijnde 3 insteekparkings en een pad naar de inkom/ langs de voorgevel met een oppervlakte van 63,8m², een verbetering qua inrichting en veiligheid hoewel de oppervlakte nagenoeg hetzelfde blijft.

De bijkomende parkeerplaats(en) in de zijtuin links, zijn voor de bewoners bestemd en de 2 staanplaatsen in de voortuin zijn voor de klanten van de aanwezige nevenbestemming (ca. 40m²) of bezoekers.

Het terras aan de achterzijde is qua oppervlakte vrij gebruikelijk voor een eengezinswoning.

De verhardingen zoals aangegeven op het inplantingsplan nieuwe toestand zijn aanvaardbaar.

Aanleg zwembad

Achter de woning, op 5m achter de achtergevel, wenst men een zwembad van 40m² aan te leggen met een breedte van 4m en een bouwdiepte van 10m.

De diepte voor de zwemzone is voorzien op 1,50m, de uitgraving is tot 1,80m diepte voorzien. Het volume van ca. 72m³ uitgegraven grond is af te voeren aangezien geen ophoging van het terrein voorzien is, noch wenselijk is.

Het zwembad zoals aangegeven op plan is aanvaardbaar.

Voor het geheel van de aanwezige en aangevraagde constructies op het perceel van 610m², wordt evenwel opgelegd dat geen bijkomende bebouwing, verharding of andere niet-overdekte constructies meer toegelaten zijn. Met de huidige aanvraag zal de totale oppervlakte aan overdekte en niet overdekte constructies op het terrein reeds zo’n 356m² bedragen; dit is nagenoeg 59% van de perceeloppervlakte. Meer bebouwing/ verharde oppervlakte zou de draagkracht van het terrein overschrijden.

Bodemreliëf

Behoudens de uitgraving voor de realisatie van het zwembad is geen wijziging van het bodemreliëf voorzien. Alle overtollige grond die vrijkomt bij de uitgraving van het zwembad (min 72m³), dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Voor het geheel van de aanwezige en aangevraagde constructies op het perceel van 610m², wordt evenwel opgelegd dat geen bijkomende bebouwing, verharding of andere niet-overdekte constructies meer toegelaten zijn. Met de huidige aanvraag zal de totale oppervlakte aan overdekte en niet overdekte constructies op het terrein reeds zo’n 356m² bedragen; dit is nagenoeg 59% van de perceeloppervlakte. Meer bebouwing/ verharde oppervlakte zou de draagkracht van het terrein overschrijden.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een zwembad, te Zavelstraat 12, 1ste afdeling, sectie B, perceelnummer 459G.

Voor deze realisatie moet een grondwatertafelverlaging van 1,8 meter bekomen worden. Er zullen 10 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 4 meter. 

Het gevraagde debiet bedraagt 216 m³/dag, gedurende 28 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 6.048 m³.  

Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.  

Het lozingspunt bevindt zich op de Zavelstraat, dit is een gescheiden stelsel.  Het bemalingswater zal in eerste instantie opgevangen worden voor hergebruik in de regenwaterput.

De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Zavelstraat 12, voor de plaatsing van een zwembad, voor een debiet van 6.048 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Zavelstraat na opvang voor hergebruik in de regenwaterput.  Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be)

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het regulariseren van een poolhouse/tuinberging, het aanpassen van verhardingen en de aanleg van een zwembad en droogzuiging voor de aanleg ervan, 

Voor rubriek 53.2.2.a): een tijdelijke bemaling voor de bouw van een zwembad voor een totaaldebiet van 6048 m³/ jaar 

mits het opleggen van voorwaarden:

  • de afwatering/ overloop van zowel het zwembad (40m²) als van het bijgebouw (40m²) dient aangesloten te worden op de bestaande hemelwaterput met hergebruik;
  • er zijn op het terrein geen bijkomende bebouwing, verhardingen of andere niet-overdekte constructies meer toegelaten. Met de huidige aanvraag zal de totale oppervlakte aan overdekte en niet overdekte constructies op het terrein reeds zo’n 356m² bedragen; dit is nagenoeg 59% van de perceeloppervlakte. Meer bebouwing/ verharde oppervlakte zou de draagkracht van het terrein overschrijden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van een poolhouse/tuinberging, het aanpassen van verhardingen en de aanleg van een zwembad en droogzuiging voor de aanleg ervan, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden,

Voor rubriek 53.2.2.a): een tijdelijke bemaling voor de bouw van een zwembad voor een totaaldebiet van 6048 m³/ jaar 

 en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De afwatering/ overloop van zowel het zwembad (40m²) als van het bijgebouw (40m²) dient aangesloten te worden op de bestaande hemelwaterput met hergebruik;
  2. Er zijn op het terrein geen bijkomende bebouwing, verhardingen of andere niet-overdekte constructies meer toegelaten. Met de huidige aanvraag zal de totale oppervlakte aan overdekte en niet overdekte constructies op het terrein reeds zo’n 356m² bedragen; dit is nagenoeg 59% van de perceeloppervlakte. Meer bebouwing/ verharde oppervlakte zou de draagkracht van het terrein overschrijden;
    MILEU – bemaling:
    - Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
    - De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
    - De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
    - De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
    - Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
    - Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Zavelstraat na opvang voor hergebruik in de regenwaterput.  Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be)
    Riolering:
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met de opgelegde voorwaarde 1) en  het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius;
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Behoudens de uitgraving voor realisatie van het zwembad, zijn geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien in de aanvraag, het bestaande terreinniveau dient dan ook behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de  voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen zoals aangegeven op plan. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk wetboek;
    Andere voorwaarden:
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De afbraak van de overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  12. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  13. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 26/04/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager, maar wenst de 2e voorwaarde te schrappen.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van een poolhouse/tuinberging, het aanpassen van verhardingen en de aanleg van een zwembad en droogzuiging voor de aanleg ervan, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Voor volgende rubriek:

 53.2.2.a): een tijdelijke bemaling voor de bouw van een zwembad voor een totaaldebiet van 6048 m³/ jaar

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De afwatering/ overloop van zowel het zwembad (40m²) als van het bijgebouw (40m²) dient aangesloten te worden op de bestaande hemelwaterput met hergebruik;
  2. MILIEU – bemaling:
    - Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
    - De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
    - De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
    - De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
    - Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 
    - Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Zavelstraat na opvang voor hergebruik in de regenwaterput.  Er wordt hiervoor een aanvraag ingediend voor inname van openbaar domein en aanvraag signalisatie (minstens 10 werkdagen op voorhand,  op www.zonhoven.be)
    Riolering:
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met de opgelegde voorwaarde 1) en  het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius;
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  5. Behoudens de uitgraving voor realisatie van het zwembad, zijn geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien in de aanvraag, het bestaande terreinniveau dient dan ook behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  6. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de  voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen zoals aangegeven op plan. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  7. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  8. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Burgerlijk wetboek;
    Andere voorwaarden:
  9. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  10. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  11. De afbraak van de overdekte en niet overdekte constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet heraangelegd worden als groenzone. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  12. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  13. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.