Terug
Gepubliceerd op 11/05/2022

2022_CBS_00479 - OMV - ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00235, gelegen Kauwbosstraat en omgeving - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 03/05/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00479 - OMV - ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00235, gelegen Kauwbosstraat en omgeving - Goedkeuring 2022_CBS_00479 - OMV - ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00235, gelegen Kauwbosstraat en omgeving - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In het kader van het beroep ingediend op 16 februari 2022 door GSJ advocaten, als raadslieden voor de heer Filip Geypens en mevrouw Michèle Mathé, tegen de beslissing van de Deputatie van de provincie Limburg dd. 13 januari 2022 waarbij de aanvraag ingediend door de heer Johan Carchon en de Vlaamse Landmaatschappij met als postadres Koning Albert II – laan te 1210 Joost – ten – Node voor het project ‘LIR openruimtegebied Kiewit – Zonhoven’ voorwaardelijk vergund wordt, blijft het  college van burgemeester en schepenen van Zonhoven bij haar eerder ingenomen standpunt van 21 september 2021 en verleent aldus een voorwaardelijk gunstig advies. 

In het beroepsschrift worden volgende middelen opgeworpen:

In het kader van het openbaar onderzoek dienden de beroepers een bezwaarschrift in tegen de omgevingsvergunning. Hierin haalden zij onder meer de onverenigbaarheid aan van het aangevraagde met de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke omgeving, en meer in het bijzonder de onaanvaardbare hinder die zij ingevolge de aanvraag zullen ondervinden.

De beroepers zetten in hun bezwaren uiteen dat zij vinden dat de aanvraag aanleiding zal geven tot onaanvaardbare geluidsoverlast daar er een wandel- en fietspand (Halfverharding 4) wordt voorzien vlak naast hun woning (Kruisstraat 37), zijnde op een afstand van 2 meter van de perceelsgrens.

Tevens hadden beroepers aangehaald dat er vanuit deze Halfverharding 4 (wandel- en fietspad) directe inkijk zal worden gecreëerd in de tuin van beroepers. In de aanvraag worden er immers geen maatregelen genomen om de inkijk dan wel geluidsoverlast te beperken.

Verder hadden beroepers opgeworpen dat de aanvraag eveneens een negatieve impact zal hebben op de waarde van hun woning.

Ondanks de bezwaren van de beroepende partijen werd de omgevingsvergunning toch verleend door de deputatie van de provincie Limburg.

De beroepende partijen zijn van oordeel dat hun bezwaren onvoldoende in acht genomen werden en zij menen dat het aangevraagde niet in aanmerking komt voor een vergunning.” 

Het college van burgemeester en schepenen blijft - voor wat betreft bovenstaande opgeworpen middelen - bij haar standpunt ingenomen tijdens de beoordeling van de ingediende bezwaren in het kader van het openbaar onderzoek en is van oordeel dat:

  • Het geluid dat wandelaars of fietsers maken niet kan aanzien worden als een onaanvaardbare lawaaihinder binnen deze omgeving waar zich naast woningen ook nog o.a. de zorginstelling Ter Heide en een jeugdherberg bevinden. 
  • Wat betreft de inbreuk op de privacy, kan er gesteld worden dat de veldweg slechts sporadisch zal gebruikt worden en dat deze geen abnormale privacy-hinder zal veroorzaken naar de aangelanden. Indien een aanpalende eigenaar van mening is dat de privacy wordt geschaad door de aanleg van een veldweg, kan deze de nodige groenaanplanting aanleggen om zijn privacy te waarborgen. 
  • Het opgeworpen middel m.b.t. de waardevermindering van het eigendom omwille van de geplande “Halfverharding 4” betreft geen stedenbouwkundig aspect.  

In het beroepsschrift wordt bijkomend opgeworpen dat het aanvraagdossier onvolledig is. Zo bevat het aanvraagdossier geen (uitgewerkte) project – mer – screening, natuurtoets noch een passende beoordeling. Bovendien is de bijgevoegde mobiliteitsstudie niet opgemaakt in het kader van voorliggende aanvraag en is deze hoe dan ook gedateerd. Hierdoor kunnen de beroepers de volledige impact van de aanvraag op hun leefomgeving niet nagaan. Het ontbreken van de vereiste informatie zorgt voor onduidelijk en rechtsonzekerheid. De beroepers hebben dan ook belang bij dit beroep waarin gevraagd wordt de aanvraag te weigeren. 

Het college van burgemeester en schepenen stelt hieromtrent het volgende:

1.- Inzake de project-mer-screeningsnota

Het beoordelen van de inhoud van een project-mer-screening is de bevoegdheid van de vergunningverlenende overheid. De Deputatie beoordeelde de bijgevoegde project-mer-screening als volgt: 

“Overwegende dat het project onder de projecten die opgenomen zijn in bijlage lll van het Besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan miIieueffectrapportage valt ;

Overwegende dat projectonderdeel 'wijzigen infrastructuur Kauwbosstraat - Boekrakelaan' onder rubriek 10e infrastructuurprojecten valt (aanleg van wegen die niet tot bijlage 1 en 2 vallen); dat er mogelijke effecten te verwachten zijn op vlak van mobiliteit; dat er een mobiliteitsstudie toegevoegd werd aan de aanvraag; dat via het omgevingsloket volgende motivering meegegeven werd om aan te tonen dat de effecten op de mobiliteit niet aanzienlijk zijn;

"...De af te schaffen weg Kauwbosstraat/boekrakelaan betreft een gemeenteweg type lll (erftoegangswegen, bv. Kauwbosstraat), die enkel bestemmingsverkeer kennen. ln 2018 en 20í9 heeft de Vlaamse Landmaatschappij een mobiliteitsstudie uitgevoerd met het oog op een alternatieve invulling van de Kauwbosstraat. Hierbij werden de verkeersstromen in en rond de Kauwbosstraat in kaart gebracht. Gemiddeld gebruiken 45 voertuigen per uur deze weg, wat neer komt op minder dan 1 voertuig per minuut. Bij de afschaffing van de Kauwbosstraat gaat dít verkeer zich spreiden over de naburige wegen (Elstrekenweg, Bokrijkseweg, Moleneindeweg, Wagemanskeel). Het resulterende verkeer in de naburige wegen blijft hierbij nog steeds ver onder de leefbaarheidsgrens van 650 personen autoequivalent per richting per uur. Verkeerstechnisch gezien is de afschaffing van de Kauwbosstraat/Boekrakelaan verantwoord. Als wijze van proef is de weg al afgesloten van 6 maart 2020 tot heden...'

Overwegende dat onderstaande projectonderdelen onder rubriek 10e of rubriek 1d vallen; dat de in het omgevingsloket ingevulde project-MER-screeningsvragen en de MER-screeningsnota besluiten dat de mogelijke milieueffecten van deze projectonderdelen niet aanzienlijk zijn; dat zowat elk project milieueffecten heeft; dat enkel voor de projecten met aanzienlijke milieueffecten een milieueffectrapport opgemaakt moet worden; dat uit de aanvraag in alle redelijkheid afgeleid moet worden dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn; dat de conclusie uit de MER-screening bijgetreden wordt;

  • rubriek 10e infrastructuurprojecten (aanleg van wegen die niet tot bijlage 1 en 2 vallen):
  1. Aanleg Halfverharding 4;
  2. Aanleg Halfverharding 1 Veldweg Bokrijkseweg;
  3. Aanleg Halfverharding 3 Veldweg Vennestraat;
  4. Aanleg Halfverharding 2 Veldweg Schrijnbroekstraat;
  5. Wijzigen infrastructuur Veldweg 4 Hoogtestraat;
  6. Wijzigen infrastructuur Veldweg 3 Daalheideweg 2;
  7. Wijzigen infrastructuur Veldweg 2 Daalheideweg;
  8. Wijzigen infrastructuur Veldweg 5,6 en 7 Wiekstraat:;
  • rubriek 1d landbouw, bosbouw en aquacultuur (eerste bebossing en ontbossing met het oog op omschakeling naar een ander bodemgebruik, projecten die niet in bijlage ll zijn opgenomen):
  1. Ontbossen;”

Ook het college van burgemeester en schepenen oordeelde d.d. 21 september 2021 dat de effecten op milieu en omgeving voldoende omschreven werden en dat uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn. 

2.- Inzake de miskenning van de VEN-toets en opmaak passende beoordeling

Uit het voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap Natuur en Bos d.d. 20 september 2021 blijkt dat:

  1. De projectzone niet ligt in VEN-gebied of Habitatrichtlijngebied. De herinrichting van de openbare weg (lees ontharding van de weg) grenst wel aan het VEN-gebied “Vijvergebied Midden-Limburg” en het Habitatrichtlijngebied “Valleien van de Laambeek, Zonderikbeek, Slangebeek en Roosterbeek met vijvergebieden en heiden”. Een gedeelte van de weg ligt wel in Vogelrichtlijngebied Bokrijk en omgeving.
  2. Een vergunning kan verleend worden mits naleving van de volgende voorwaarde(n):
  • Tijdens het rooien van 67 platanen dient er gebruik gemaakt te worden van rijplaten om schade aan het heischraal grasland te voorkomen, eveneens bij het knotten van te behouden platanen dient er gebruik gemaakt te worden van rijplaten;
  • De bomen dienen gekapt te worden buiten het broedseizoen (broedseizoen= april tot einde juni);
  • Bij het uitgraven van de poel aan de Schrijnbroekbeek in functie van de realisatie van een natuurverbinding tussen natuurgebieden het Welleke en het Wik, mag het diepste punt niet dieper zijn dan het laagste grondwaterpeil, hierdoor kan de poelcyclus droogvallen om het ontstaan van vispopulatie tegen te gaan, ten gunste van de amfibieën;
  • De grachten parallel met Kauwbosstraat mogen niet verder verdiept worden om negatieve effecten op de waterhuishouding te vermijden;
  • Er dient met ANB Terreinbeheer afspraken gemaakt te worden voor maaibeheer/nabegrazing ten voordele van de ecologische waardevolle bermen t.h.v. Kauwbosstraat – Zonhoven;
  • De bermen aan de Kauwbosstraat-Zonhoven mogen niet gebruikt worden als werfzone;
  • Er dient een permanente constructie worden voorzien t.h.v. de Wiekstraat en de noordrand van het domein Bokrijk om sluikverkeer/wildparkeren te vermijden;
  • Alle van nature in het wild levende vogelsoorten en vleermuizen zijn beschermd in het Vlaamse Gewest op basis van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van de vogels en de rustplaatsen van de vleermuizen (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode 1 maart tot 1 juli moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het werken aan (oude) constructies of het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient u contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos via bovenvermelde contactgegevens.
  1. De vergunningverlenende overheid kan de vergunning slechts toekennen mits naleving van deze voorwaarden. 

De Deputatie heeft in haar beslissing uitdrukkelijk opgenomen dat de voorwaarden uit het advies van het Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 20.09.2021 strikt dienen nageleefd te worden. 

Het college van burgemeester en schepenen sluit zich aan bij het voorwaardelijk gunstig advies van het Agentschap Natuur en Bos en is van oordeel dat voorliggende aanvraag geen onvermijdbare en onherstelbare schade zal doen ontstaan en dat er geen passende beoordeling dient opgemaakt te worden voor voorliggende aanvraag.

3.- Inzake de bijgevoegde mobiliteitsstudie

De mobiliteitsstudie is nog steeds relevant. Er zijn de laatste jaren geen structurele ingrepen gebeurd aan het omliggende wegennet noch zijn er verkeersgenererende functies bijgekomen in de omgeving dewelke de verkeerstromen drastisch zouden wijzigen. Het opbreken van de Kauwbosstraat zal een beperkte, maar aanvaardbare impact hebben op de verkeersstroom in de Elstrekenweg.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen blijft bij haar voorwaardelijk gunstig advies als reactie op het beroepschrift aangevuld met de hierboven geformuleerde argumentatie.