Terug
Gepubliceerd op 27/04/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 19/04/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00409 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00409 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00409 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 12 april 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00410 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

Goedgekeurd
2.

2022_CBS_00410 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring

2022_CBS_00410 - Afvoering van ambtswege - Goedkeuring
3.

2022_CBS_00411 - Stakingsaanzegging voor 22 april 2022 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2022_CBS_00411 - Stakingsaanzegging voor 22 april 2022 - Kennisneming

2022_CBS_00411 - Stakingsaanzegging voor 22 april 2022 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

 De mail  van 07/04/2022 vanwege ACOD-LRB, met stakingsaanzegging voor de actiedag in gemeenschappelijk front op 22 april 2022.

ACOD Lokale en Regionale Besturen onderschrijft de actie die wordt georganiseerd op 22 april 2022 in gemeenschappelijk vakbondsfront in het kader van de campagne "Koopkracht en energieprijzen".

Deze actie kan in bepaalde besturen aanleiding geven tot afwezigheden van werknemers die deelnemen aan de actie.

22 april 2022 zal dus als stakingsdag beschouwd en uitbetaald worden voor die werknemers die afwezig zijn omwille van hun deelname aan deze actie en daardoor loonverlies lijden.

De werknemers waarvan de shift op 21 april 's avonds is begonnen of in de nacht van 22 op 23 april eindigt, zijn eveneens gedekt door deze aanzegging.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de mail van 7 april 2022  vanwege ACOD-LRB, met stakingsaanzegging voor vrijdag 22 april 2022.

4.

2022_CBS_00412 - Aanstelling advocatenkantoor - schrijven raadsman Van Hoof, Bielen, Thuwis, Schepers en Schops betreffende verkaveling Vinkenhof - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00412 - Aanstelling advocatenkantoor - schrijven raadsman Van Hoof, Bielen, Thuwis, Schepers en Schops betreffende verkaveling Vinkenhof - Goedkeuring

2022_CBS_00412 - Aanstelling advocatenkantoor - schrijven raadsman Van Hoof, Bielen, Thuwis, Schepers en Schops betreffende verkaveling Vinkenhof - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Schrijven mr. Joris Dierckxsens (Thales Advocaten - Antwerpen)

Feiten context en argumentatie

De eigenaars van het perceel afd. 1, sectie B, nr. 316/A, zijnde Bielen, Thuwis, Schepers en Schops hebben samen met kandidaat-koper van dat perceel, Van Hoof, een raadsman gecontacteerd. Dit als gevolg van het stroppen van de verkoop van een klein reststrookje (7 ca), eigendom van Kavel 78, dewelke het perceel 316/A scheidt van het openbaar domein. Kavel 78/Idylia hebben het naastliggend gebied ontwikkeld.

Kavel 78 vraagt nl. 200.000,00€ voor dit klein reststrookje van 7ca, wat neerkomt op wat vaak kortweg een "peststrook" genoemd wordt. Dergelijke "pestroken" worden niet getolereerd door de jurisprudentie, de besturen die meegewerkt hebben aan de creatie van dergelijke "peststroken" zijn hier mede aansprakelijk voor. De raadsman van de burgers acht dat de gemeente Zonhoven een fout heeft gemaakt (d.m.v. de vergunning) dewelke deze peststrook als gevolg heeft.

Het schrijven van de raadsman van de burgers, mr. Dierckxsens, is toegevoegd als bijlage bij dit besluit.

In het schrijven van mr. Dierckxsens stuurt hij aan op een oplossing in der minne tussen zijn cliënten, Kavel 78 (/Idylia) en de gemeente Zonhoven. Hij laat echter ook weten dat zijn cliënten niet twijfelen over te gaan tot juridische procedures moesten deze tot niets leiden.

Gelet op de specifieke materie, het aanzienlijk bedrag dewelke hiermee gemoeid is, het feit dat de burgers alreeds een raadsman onder de arm hebben genomen en het feit dat deze heeft laten weten over te gaan tot een procedure voor de rechter (art. 28 wet overheidsopdrachten) wordt aangeraden dat de gemeente Zonhoven een advocaat aanstelt om de belangen van de gemeente te behartigen, met de sterke voorkeur om in de eerste plaats een oplossing in der minne te bekomen.

Er wordt voorgesteld GSJ advocaten (Borsbeeksebrug 36 bus 9 - 2600 Antwerpen) aan te stellen, een kantoor oa. gespecialiseerd in bestuurs- en omgevingsrecht.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen stelt GSJ advocaten (Borsbeeksebrug 36 bus 9 - 2600 Antwerpen) aan om de belangen van de gemeente te behartigen en in overleg te treden met Kavel 78 en betreffende burgers, met de voorkeur om een oplossing in der minne te bekomen om een gerechtelijke procedure te vermijden.

5.

2022_CBS_00413 - Bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00413 - Bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00413 - Bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 40.322,26.

6.

2022_CBS_00414 - Ministerieel besluit tot toekenning van een restauratiepremie kerk Sint-Quintinus daken zijbeuk West - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2022_CBS_00414 - Ministerieel besluit tot toekenning van een restauratiepremie kerk Sint-Quintinus daken zijbeuk West - Kennisneming

2022_CBS_00414 - Ministerieel besluit tot toekenning van een restauratiepremie kerk Sint-Quintinus daken zijbeuk West - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op 18 maart 2022 verleende Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed een premie aan de kerkfabriek Sint-Quintinus voor het uitvoeren van werken (restauratie daken zijbeuk west) aan de Sint-Quintinuskerk te Zonhoven, geraamd op 212.472,54 euro, waarvan 208.872,54 euro in aanmerking komt voor de berekening van de premie (bedragen btw exclusief).

 Overeenkomstig artikel 20, §2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten, toebehorend aan lokale besturen en die bestemd zijn voor een erkende eredienst, seminaries en pastorieën, laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 10 januari 2014, worden de kosten van de werken verdeeld als volgt:
De Vlaamse overheid 80 %
Gemeentebestuur Zonhoven 10 %
Kerkfabriek Sint-Quintinus       10 %

De toelating wordt verleend aan de kerkfabriek Sint-Quintinus om over te gaan tot aanbesteding van de werken.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van Vlaams minister Matthias Diependaele waarbij een restauratiepremie wordt verleend aan de kerkfabriek Sint-Quintinus voor de restauratie van de daken aan de zijbeuk west van de Sint-Quintinuskerk. Overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2001 dient het gemeentebestuur tussen te komen in 10 % van de kosten, zijnde € 18.381 (BTW excl.) volgens de raming van 2014. Het bedrag is voorzien in het financieel meerjarenplan 2020-2025.

7.

2022_CBS_00415 - Onesto Kredietmaatschappij nv - Uitnodiging jaarvergadering der aandeelhouders op 26 april 2022 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00415 - Onesto Kredietmaatschappij nv - Uitnodiging jaarvergadering der aandeelhouders op 26 april 2022 - Goedkeuring

2022_CBS_00415 - Onesto Kredietmaatschappij nv - Uitnodiging jaarvergadering der aandeelhouders op 26 april 2022 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

De brief van 11 april 2022 van Onesto Kredietmaatschappij nv, Graaf van Loonstraat 15 bus 1, 3580 Beringen, met de uitnodiging voor de algemene jaarvergadering der aandeelhouders van dinsdag 26 april 2022.

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de brief van 11 april 2022 van Onesto Kredietmaatschappij nv met de uitnodiging voor de jaarvergadering der aandeelhouders op dinsdag 26 april 2022 om 16.00 uur.

De vergadering zal volgende agenda behandelen :

  • Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2021;
  • Verslag van de commissaris over de jaarrekening van het boekjaar 2021;
  • Beslissing over de jaarrekening 2021 en bepaling van de bestemming van het resultaat;
  • Kwijting voor het bestuur aan de bestuurders en voor het toezicht aan de commissaris;
  • Benoeming bestuurders.

Afgevaardigde: De heer Bram De Raeve
Plaatsvervangend afgevaardigde: De heer Bart Heleven

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de uitnodiging van Onesto Kredietmaatschappij nv. van 11 april 2022 over te maken aan de heer Bram De Raeve.

8.

2022_CBS_00417 - Raafstraat 1A - Aanvraag verwerving openbaar domein - Schattingsverslag - Kennisneming

Goedgekeurd
8.

2022_CBS_00417 - Raafstraat 1A - Aanvraag verwerving openbaar domein - Schattingsverslag - Kennisneming

2022_CBS_00417 - Raafstraat 1A - Aanvraag verwerving openbaar domein - Schattingsverslag - Kennisneming
9.

2022_CBS_00390 - Woonbeleid - bijkomende ondersteuning en aanvullende activiteiten i.k.v. de IGS-dienstverlening - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00390 - Woonbeleid - bijkomende ondersteuning en aanvullende activiteiten i.k.v. de IGS-dienstverlening - Goedkeuring

2022_CBS_00390 - Woonbeleid - bijkomende ondersteuning en aanvullende activiteiten i.k.v. de IGS-dienstverlening - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

In het kader van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Wonen aan Mombeek en Wijers werkt de gemeente Zonhoven samen met vzw Stebo. De huidige projectperiode loopt van 1/1/2020 t.e.m. 31/12/2025.

Omwille van de langdurige afwezigheid van de huisvestingsambtenaar, heeft Stebo, vertrekkende van de beschikbare personeelscapaciteit en de benodigde deskundigheden, de meest noodzakelijke huisvestingstaken opgenomen in 2021 (cfr. leegstand en woonenergieloket). Voor 2022 kan deze inzet verder gezet worden.

A/ Bijkomende ondersteuning dienst Wonen

  • Opvolging leegstandsactiviteiten
    • Inhoud dienstverlening: Tijdens deze periode is de Stebo-medewerker het aanspreekpunt voor leegstand, voorbereiding jaarlijkse update leegstand, opvolging leegstandsinventaris, onderzoek vragen over bezwaren tegen opname, communicatie met eigenaars en andere gemeentelijke diensten (o.a. bevolking, financiën), voorbereiden gemeentelijke briefwisseling naar eigenaars, voorbereiding collegebesluiten, e.d. Naast de dossierbehandeling worden ook andere taken opgenomen die voortvloeien uit het leegstandsbeleid, nl. opladen leegstandsregister in voorkooploket, codering woning en gebouw, (eventueel) ambtshalve schrapping panden die 6 maanden in gebruik zijn. Aan de projectmedewerker van Stebo wordt toegang verleend tot de applicaties die nodig zijn voor de goede uitvoering van deze taken (zoals Remmicom, InfraGIS). Voor de uitvoering van deze taken wordt in de gemeente een PC ter beschikking gesteld en wordt samengewerkt met andere gemeentelijke medewerkers voor de agendering van stukken op het college. De Stebo-medewerker zal voor de uitvoering van deze taken minimum 1 dag per week aanwezig zijn op de gemeente, en indien nodig meer.
    • Inschatting tijdsinvestering: 25 mensdagen
    • Kostprijs: à rato van 328 €/gepresteerde mensdag

  • Uitvoering woonenergieloket
    • Inhoud dienstverlening: Laagdrempelige en eenvormige herkenbare loketwerking voor de inwoners inzake premie-advies en-begeleiding inzake bouwen, verbouwen, renoveren en duurzaam investeren en de begeleiding in premie-aanvraagdossiers voor Vlaamse, Provinciale, gemeentelijke en federale tegemoetkomingen, problematische situaties op de woningmarkt (in casu Meldpunt) en dit in overeenstemming met de samenwerkingsovereenkomst i.k.v. het IGSW Wonen aan Mombeek en Wijers voor de periode 2021-2025 (cfr. BVR Lokaal woonbeleid d.d. 16/11/2018 en het BVR op de Energiehuizen d.d. 14/12/2018).
    • Resultaat: in 2022 worden 27 bijkomende spreekuren (t.o.v. de lopende overeenkomst, waarin er 18 vervat zijn) gerealiseerd door de opdrachthouder.
    • Inhoud kostprijs wekelijks woonloket: spreekuur van 2u, verplaatsing van en naar het spreekuur, administratieve opvolging en eventueel informatie-inwinning bij derden i.f.v. adviesverlening, afstemming, doorverwijzing en samenwerking met het Energiehuis Limburg, eventuele telefonische en elektronische afwikkeling van dossier, rapportage klantendossiers in rapportagetool e-synergy, jaarlijkse kwantitatieve en kwalitatieve rapportage via de IGS-stuurgroep over de dienstverlening, opleiding en bijscholing, coördinatie en overhead (ongeacht het aantal loketbezoekers).

  • Kostprijs
KostprijsAantal mensdagenStukprijsTotaal
Ondersteuning leegstand25328€ 8.200
Woonenergieloket27328€ 8.856
TOTAAL

€ 17 056

Deze prijzen zijn inclusief alle kosten, taksen etc. en worden jaarlijks geïndexeerd. De activiteiten van Stebo vallen onder de vrijstellingsregels voor BTW (art. 44 §2).

  • Advies afdelingshoofd Ruimte

Het afdelingshoofd is verantwoordelijk voor het inrichten van de dienstverlening binnen de afdeling, d.w.z. erover waken dat er voldoende mensen worden ingezet met de juiste competenties. Uitdagingen hierbij zijn de momenten van piekbelasting, de steeds wijzigende wetgeving en ook het ontbreken van specifieke kennis in huis. Dit kan worden opgevangen door flexibele arbeidsrelaties uit te bouwen met externe partijen/partners, bv. door specifieke kennis extern in te winnen of door specifieke, afgelijnde taken uit te besteden.

Het is van bijzonder belang hierbij wel overwogen keuzes te maken.

  • Grote (belangrijke) dossiers worden omwille van de inhoudelijke specificiteit best door eigen mensen opgevolgd. Deze uitbesteden is absoluut niet gewenst en niet de bedoeling.
  • Maar het is niet verkeerd om bepaalde facetten van de dienstverlening uit te besteden aan gespecialiseerde externe partijen. Dankzij het schaalvoordeel en de expertise van toegewijde externe partners is een kostenefficiënte aanpak mogelijk. De eigen dienstverlening zal hierdoor stukken efficiënter werken, omdat de medewerkers zich kunnen richten op hun kerntaken. Bovendien is continuïteit gegarandeerd, zelfs in tijden van een stijgende workload of een uitval door ziekte.

Het afdelingshoofd adviseert daarom om bovenvermelde activiteiten (opvolging leegstandsactiviteiten en uitvoering woonenergieloket) voortaan structureel te integreren in de IGS-dienstverlening. In het verleden werd de keuze gemaakt specifieke onderdelen van het leegstandsonderzoek en het woonenergieloket in eigen beheer uit te voeren, maar de ervaring leert ons ondertussen dat dit niet (kosten)-efficiënt werkt. Enkel de gemeente Diepenbeek bemande in het verleden het woonenergieloket ook deels met eigen mensen, maar is daar ondertussen van terug gekomen. Zonhoven is de enige van de 15 door Stebo ondersteunde IGS-gemeenten  die het woonenergieloket nog deels in eigen beheer uitvoert.

Vanaf 1 oktober 2022 treedt bovendien de "Mijn VerbouwPremie" in werking, de eengemaakte premie voor renovatie en energiebesparende investeringen. Deze omschakeling zal veel tijd in beslag nemen, omwille van een andere werkwijze, maar ook omwille van de invoering van diverse leningstelsels voor energiebesparende maatregelen. Het is gewenst om kant-en-klare expertise en mankracht te kunnen inkopen. Bij Stebo is er interne kennisdeling en uitwisseling van praktijkervaring.

Gezien het een afgelijnd takenpakket betreft, waarvoor specifieke expertise nodig is, met steeds wijzigende regelgeving, is het zeer gewenst het takenpakket integraal te kunnen uitbesteden. De gemeentelijke huistingsambtenaar blijft uiteraard het centrale aanspreekpunt, maar zal een eerder coördinerende rol uitoefenen i.p.v. uitvoerende taken op zich te moeten nemen. Het risico dat we lopen indien er niet tot uitbesteding kan worden overgegaan, is dat de dienstverlening in het gedrang komt en mogelijk (opnieuw) dreigt stil te vallen. Het afdelingshoofd kan deze taken onmogelijk allemaal zelf uitvoeren bij langdurige afwezigheid van de huisvestingsambtenaar.

B/ Aanvullende activiteiten mogelijk op te nemen binnen het IGS

  • Verwaarlozing
    • Verwaarlozing is sinds 1 januari 2017 een gemeentelijke bevoegdheid. Tot en met het jaar 2016 omvatte de Vlaamse inventaris verkrotting een lijst met verwaarloosde woningen en gebouwen, waaraan een heffing was gekoppeld. Deze gewestelijke lijst en gewestelijke heffing bestaan sindsdien niet meer.
    • Een gemeente kan zelf beslissen of ze verwaarloosde woningen en gebouwen registreert en aanpakt. Een woning of gebouw geldt als verwaarloosd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont. Verwaarlozing van woningen en gebouwen moet voorkomen en bestreden worden. Het is bovendien wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt. Het is daarbij nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren waarbij een gemeente in haar verwaarlozingsbeleid op een vergelijkbare manier als bij leegstand kan werken. D.w.z. ze kan er voor kiezen enkel een register bij te houden of ook een heffing in te voeren. Indien er geen gemeentelijke heffing is, dient er een andere/duidelijke aanpak uitgerold te worden. Concreet kan dit bv. betekenen dat na het verzenden van de akte (cfr. werkwijze leegstand), eigenaars van verwaarloosde panden proactief benaderd worden. Stebo kan hierin een rol opnemen door eigenaars te contacteren, te informeren naar hun situatie, de wens en mogelijkheden om aan de situatie te werken, enz.
    • Indien de gemeente verwaarlozing als aanvullende activiteit binnen het IGS wenst op te pakken, dan is er daarvoor nog een Vlaamse aanvullende subsidie. In dat geval adviseert het afdelingshoofd Ruimte deze activiteit door Stebo te laten opnemen.
    • Financiering 2023: € 6.484,78 (subsidie = € 1.814,59) => gemeentelijke financiering bedraagt € 4.670,20
    • Financiering 2024: € 6.744,18 (subsidie = € 1.814,59) => gemeentelijke financiering bedraagt € 4.929,59
    • Financiering 2025: € 7.013,94 (subsidie = € 1.814,59) => gemeentelijke financiering bedraagt € 5.199,36

  • SVK Afsprakenkader
    • Sociale verhuurkantoren (SVK’s) kunnen voor woningen die ze nieuw in beheer nemen, een conformiteitsonderzoek aanvragen bij Wonen-Vlaanderen.
    • De gemeente kan een afsprakenkader sluiten met het SVK en de Vlaamse minister van Wonen waarin bepaald wordt dat niet Wonen-Vlaanderen, maar de gemeente of het IGS-project in opdracht van de gemeente het conformiteitsonderzoek uitvoert.
    • Gemeente Zonhoven is de enige van de 15 door Stebo ondersteunde IGS-gemeenten die deze activiteit niet uitvoert.
    • Het afdelingshoofd Ruimte adviseert deze activiteit door Stebo te laten opnemen, aangezien Wonen-Vlaanderen dit in de toekomst niet meer zal uitvoeren, waardoor het sowieso naar de gemeente zal komen. Aangezien er momenteel nog een subsidie te rapen valt, is het best deze activiteit mee op te nemen. Op deze manier krijgen we mee zicht op het patrimonium van SVK. Vorig jaar nog bleek een woning van SVK voor lange tijd leeg te staan. Dit wordt best vermeden. Het is mogelijk deze activiteit voor gemeente Zonhoven kostenefficiënt op te starten, gezien er reeds een soortgelijke ontwerpovereenkomst is opgesteld voor gemeente Diepenbeek (waarin de afspraken met SVK reeds vervat zitten).
    • Financiering 2023: € 2.924,17 (subsidie = € 1.814,59) => gemeentelijke financiering bedraagt € 1.109,58
    • Financiering 2024: € 3.041,14 (subsidie = € 1.814,59) => gemeentelijke financiering bedraagt € 1.226,55
    • Financiering 2025: € 3.162,78 (subsidie = € 1.814,59) => gemeentelijke financiering bedraagt € 1.348,20

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het leegstandsonderzoek en het woonenergieloket in 2022 integraal uit te besteden aan vzw Stebo.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist het leegstandsonderzoek en het woonenergieloket vanaf 2023 structureel te integreren in de IGS-dienstverlening.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen beslist verwaarlozing als aanvullende activiteit mee op te nemen binnen de IGS-dienstverlening.

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen beslist het SVK Afsprakenkader als aanvullende activiteit mee op te nemen binnen de IGS-dienstverlening.

10.

2022_CBS_00418 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2B en 2C - 2022/00026 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2022_CBS_00418 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2B en 2C - 2022/00026 - Goedkeuring

2022_CBS_00418 - OMV - Vergunning - Nieuwe Hazendansweg 2B en 2C - 2022/00026 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het rooien van 2 bomen.

De aanvraag werd op 4 februari 2022 ontvangen en op 28 februari 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 27 mei 1968 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van een woonhuis.  (1968/00061)

Op 28 augustus 2018 werd een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden afgeleverd.  De omgevingsvergunning omvat het verkavelen van een perceel in 5 loten voor open bebouwing.

De vergunning omvat tevens het afbreken van alle constructies op het perceel.  (1263.E.874.2)

Op 19 oktober 2021 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het rooien van 2 bomen en het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.  (2021/00182)

Op 1 maart 2022 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.  (2021/00301)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Het aanvraagdossier bevat een schriftelijk akkoord van de eigenaars van het aanpalende perceel voor de aangevraagde werken.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in natuurgebied.

De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als de loten 2 en 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 28 augustus 2018 door het college van burgemeester en schepenen.   (1263.E.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning met inbegrip van een zorgwoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het rooien van 2 bomen.

De bomen bevinden zich langs en op de rechter perceelgrens van lot 2 van de verkaveling.

De eigenaar van het rechter aangrenzende perceel tekende de plannen mee voor akkoord.

Bij de omgevingsaanvraag voor het bouwen van de woning werd reeds aangegeven door de dienst Facilitair Management dat:

  • de afstand van de bomen tot de woning dusdanig klein is dat het behoud van de boom niet realistisch is;
  • meer dan 1/3de van de wortels beschadigd wordt bij het bouwen van de woning waardoor de stabiliteit van de bomen niet meer gegarandeerd kan worden.

Hieromtrent wordt het advies van de dienst Facilitair Management, zoals aangehaald en besproken onder de titel ‘bespreking adviezen’, gevolgd.

De nieuw aan te planten boom dient ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (= conform burgerlijk wetboek).

De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.

Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden.  Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 28 februari 2022 verleende de dienst Facilitair Management een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:

“Gunstig voor de werken zoals voorgesteld; mits invullen volgende voorwaarden:

  • Aanplanten van minstens 1 streekeigen hoogstamboom. De boom dient aangeplant te worden in een maat niet kleiner dan 18/20, en dient minstens van 2de grootte te zijn. 

Boom 2de grootte is een boom die als hij volwassen is een hoogte bereikt tussen de 6 en 12 meter.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich gedeeltelijk aan bij dit advies.

De gemeentelijke omgevingsambtenaren wensen bijkomende voorwaarden op te leggen omtrent het rooien van de 2 bomen.

De nieuw aan te planten boom dient ingeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen (= conform burgerlijk wetboek).

De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.

Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden.  Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

  • Er dient minimaal 1 nieuwe streekeigen hoogstammige boom aangeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen.

De plantmaat van de boom dient minimum 18/20 te zijn en dient minstens van de 2de grootte te zijn (= grootte van de boom als die volwassen is tussen 6m en 12m);

De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.

Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden. Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.

Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient minimaal 1 nieuwe streekeigen hoogstammige boom aangeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen.
    De plantmaat van de boom dient minimum 18/20 te zijn en dient minstens van de 2de grootte te zijn (= grootte van de boom als die volwassen is tussen 6m en 12m);
    De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden. Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  4. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
    Andere voorwaarden:
  5. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het rooien van 2 bomen zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient minimaal 1 nieuwe streekeigen hoogstammige boom aangeplant te worden op minimum 2m van de perceelgrenzen.
    De plantmaat van de boom dient minimum 18/20 te zijn en dient minstens van de 2de grootte te zijn (= grootte van de boom als die volwassen is tussen 6m en 12m);
    De nieuwe aanplanting dient uitgevoerd te worden het 1ste plantseizoen volgend op de kapping.
    Indien de boom afsterft, dient de heraanplanting herhaald te worden. Dit wordt herhaald tot de boom aanslaat.
    Bewijs van de nieuwe aanplanting (foto’s, aankoopbewijs,…) dient overgemaakt te worden aan de dienst vergunningen en handhaving, uiterlijk 1 maand na de nieuwe aanplant.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  2. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  3. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  4. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
    Andere voorwaarden:
  5. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  6. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

11.

2022_CBS_00419 - OMV - Vergunning - Grote Eggestraat 29F - 2021/00353 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00419 - OMV - Vergunning - Grote Eggestraat 29F - 2021/00353 - Goedkeuring

2022_CBS_00419 - OMV - Vergunning - Grote Eggestraat 29F - 2021/00353 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een eengezinswoning en een tuinberging.

De aanvraag werd op 11 december 2021 ontvangen en op 7 januari 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 17 januari 2022 tot en met 15 februari 2022.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 6 juni 2017 werd een splitsingsaanvraag (art. 5.2.2.) goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen voor een deel van perceel 129H gratis af te staan om in te lijven bij het openbaar domein.  (2017/00014/SPLITSING)

Op 5 juni 2018 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 2 loten voor halfopen bebouwing en 1 lot voor open bebouwing en 1 lot voor gratis grondafstand.  (1258.E.874.2)

De aanvraag werd op 14 juli 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie.  (VB_2016_117)

“Er kan eventueel akkoord gegaan worden met een bijgebouw met een oppervlakte van 40m². Dit kan met een afwijking indien de vloerterreinindex niet overschreden wordt. Indien de vloerterreinindex overschreden wordt, dient er eerst een bijstelling van de verkaveling te gebeuren.
Wel opletten met de inplanting van het bijgebouw. Dit mag niet opgericht worden in de voortuin en dit perceel heeft 2 voortuinen (aan de kant van de Grote Eggestraat en aan de kant van het fietspad).
Een garagefunctie blijft verboden in het bijgebouw.
De inplanting van de carport kan niet binnen de 5m-strook, aangezien deze strook beschouwd wordt als een voortuin en in de voortuin zijn constructies verboden.
Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.
Dit schrijven biedt geen garanties op volledigheid/vergunning van een dossier. Het blijft de verantwoordelijkheid van de architect om het ontwerp af te toetsen aan de geldende voorschriften en eventuele afwijkingen aan te vragen.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 17 januari 2022 tot en met 15 februari 2022.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 5 juni 2018 door het college van burgemeester en schepenen. (1258.E.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning met inbegrip van een zorgwoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Oppervlakte bijgebouwen (2.2.A):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale oppervlakte van de bijgebouwen 20m² mag bedragen.

Het ontwerp voorziet een tuinberging van 39,69m².

  • Reliëfwijzigingen (3.1.):

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat geen reliëfwijzigingen zijn toegestaan:

  • In de zone dichter dan 1m van de zijdelingse perceelgrenzen;
  • Op de gelijkgrondse berm.

Het ontwerp voorziet ter hoogte van de carport in de rechter zijtuinstrook een terreinophoging van ca. 15cm (= 20cm boven de as van de weg) o.w.v. de toegankelijkheid van de carport.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 131,05m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 8 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een buitenkraan en een uitgietbak. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (7m²) en het volume (2 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Grote Eggestraat, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de berging, de nachthal en de zolderhal.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning en een tuinberging.

De woning wordt ingeplant op 8m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, op 3m van de rechter perceelgrens en op minimum 5m van de linker perceelgrens.

De woning wordt voorzien van een carport in de rechter zijtuinstrook.  De carport wordt ingeplant op 1,50m achter de voorgevel van de woning en tegen de rechter perceelgrens.  De eigenaar van het rechter aanpalende perceel tekende de plannen voor akkoord.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 14,30m en de bouwdiepte op de verdieping bedraagt maximaal 9,65m.

De kroonlijsthoogte is gelegen tussen 2,65m en 5,75m ten opzichte van het maaiveld.  De maximale nokhoogte is gelegen op 10,30m ten opzichte van het maaiveld.

De gevelafwerking is voorzien in een bruin-beige genuanceerde gevelsteen.  De dakbedekking wordt uitgevoerd in zwarte pannen.

De carport wordt, net zoals het overdekt terras, uitgevoerd in houten kolommen.  De dakafwerking is voorzien in zwarte pannen en een houten bekleding.

In de aanvraag wordt de houtsoort van de bekleding van de carport niet gespecifieerd.  Er wordt best geopteerd voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label). Dit wordt meegegeven als bemerking.

De aanvraag omvat tevens de oprichting van een bijgebouw.

Het bijgebouw, meer bepaald een tuinberging, wordt ingeplant op 2m van de rechter en de achterste perceelgrens.

De tuinberging heeft een oppervlakte van 39,69m² (6,30m x 6,30m).

De tuinberging wordt uitgevoerd met een zadeldak.   De kroonlijsthoogte is gelegen op 3m en de nokhoogte op 4,50m ten opzichte van het maaiveld.

Het bijgebouw wordt uitgevoerd in dezelfde materialen als de woning, een bruin-beige genuanceerde gevelsteen en zwarte dakpannen.

Behoudens de woning en het bijgebouw worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een inrit aangelegd in waterdoorlatend materiaal.  De inrit met een oppervlakte van 38,32m² verleent toegang tot de carport.

Aan de achterzijde van de woning wordt een niet-overdekt terras aangelegd met een oppervlakte van 19,50m².

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog een ruime en kwalitatieve tuinzone.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de oppervlakte van het bijgebouw en de reliëfwijziging.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de maximale oppervlakte van de bijgebouwen 20m² mag bedragen.

Het ontwerp voorziet een tuinberging van 39,69m².

De resterende tuinzone van het perceel is voldoende ruim en kwalitatief.

Tevens wordt de vloerterreinindex niet overschreden.

Er kan dan ook akkoord gegaan worden met de voorgestelde oppervlakte van de tuinberging.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat geen reliëfwijzigingen zijn toegestaan:

  • In de zone dichter dan 1m van de zijdelingse perceelgrenzen;
  • Op de gelijkgrondse berm.

Het ontwerp voorziet ter hoogte van de carport in de rechter zijtuinstrook een terreinophoging van ca. 15cm (= 20cm boven de as van de weg) o.w.v. de toegankelijkheid van de carport.

De terreinophoging wordt voorzien tot tegen de rechter perceelgrens zodat de carport toegankelijk is.

Er werden geen bezwaren ingediend door de aanpalende eigenaars nadat zij aangetekend in kennis werden gesteld.

De ophoging is beperkt tot ca. 15cm.

Er kan akkoord gegaan worden met de beperkte ophoging tot tegen de rechter perceelgrens o.w.v. de toegankelijkheid van de carport.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten bekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning en een tuinberging zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.   De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een eengezinswoning en een tuinberging zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende. De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Als bemerking wordt meegegeven dat er voor de houten gevelbekleding bij voorkeur geopteerd wordt voor een lokale (Europese) houtsoort uit duurzaam beheerde bossen (aangetoond met label).

12.

2022_CBS_00420 - OMV - Vergunning - Raafstraat 2B - 2021/00358 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00420 - OMV - Vergunning - Raafstraat 2B - 2021/00358 - Goedkeuring

2022_CBS_00420 - OMV - Vergunning - Raafstraat 2B - 2021/00358 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het slopen van een niet-vergunde constructie en het bouwen van een eengezinswoning en een vrijgesteld bijgebouw.

De aanvraag werd op 16 december 2021 ontvangen.

Op 5 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 19 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 24 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 3 februari 2022 tot en met 4 maart 2022.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten met 1 bezwaarschrift.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 22 januari 1996 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van de percelen in 3 loten voor open bebouwing.  (7204.V.95/14)

(VB_2021_283)

De aanvraag werd op 15 september 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:

“Vooreerst mijn excuses voor het laattijdig antwoord. Uw mail is oorspronkelijk op een andere dienst terechtgekomen.

Perceel 1A 204C2 ligt volgens het gewestplan in woongebied met landelijk karakter.
 Het is niet gelegen in een BPA of een RUP, maar is wel gekend als lot 3 van de verkaveling 7204.V.95/14, goedgekeurd op 22/01/1996.

Omdat de verkaveling ouder is dan 15 jaar, vormen de voorschriften geen weigeringsgrond meer indien men hiervan wil afwijken. Elke aanvraag dient bijgevolg afgetoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening, de kenmerken van het perceel en de straat,... In bijlage kan u de verkavelingsvoorschriften terugvinden.

Wenst men af te wijken van de voorschriften dan gelden de volgende normen:

  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m 
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m 
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak;
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m
  • Beperking van inritten (1 per perceel met een maximale breedte van 3m t.h.v. de rooilijn)
  • Voorzien van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein met een minimum van 1,5 parkeerplaats per woonentiteit (afgerond naar boven)
  • Zoveel mogelijk beperking van terreinverharding en oppervlakte aan bijgebouwen
  • Kleinschalig en duurzaam materiaal, industrie gerelateerde materialen zijn niet aanvaardbaar.

Er zal tijdens de vergunningsprocedure een openbaar onderzoek worden georganiseerd omwille van het afwijken van de verkavelingsvoorschriften.

De algemene regels zijn stelregels die kunnen bijgesteld worden afhankelijk van de individuele situatie van dit terrein.

De voorschriften laten een bijgebouw toe van max.42m2.

Een carport in de zijtuinstrook behoort tot de mogelijkheden. Deze dient uit een open constructie te bestaan om het doorzicht naar achter te bewaren.

Als het perceel moeilijk bereikbaar is omwille van een gracht, dan kan men vragen om de gracht gedeeltelijk in te buizen of om wijzigingen aan de inbuizing aan te vragen. De standaardbreedte van een overwelving bedraagt voor een woning 5 meter. Neem voor de inbuizing van de gracht contact op met Fluvius: https://www.fluvius.be/nl/thema/aansluitingen-riolering/gracht-inbuizen

Fluvius geeft op hun website aan dat er in Limburg en Antwerpen geen vergunning hiervoor nodig is. Sinds 08 juli 2021 geldt er wel een vergunning voor het overwelven of inbuizen van grachten.

Het is steeds mogelijk een voorontwerp ter aftoetsing aan de dienst Ruimtelijke ordening voor te leggen.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen. Dit schrijven biedt geen garanties op volledigheid/vergunning van een dossier.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies werden opgericht, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een stalletje.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te verwijderen.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 3 februari 2022 tot en met 4 maart 2022.

Er werd 1 bezwaarschrift ingediend op 8 februari 2022, nl.:

“Het huisnummering van 2A had ik graag veranderd gezien naar 2B. Dit zodat ik de mogelijkheid nog heb om achteraf een 2de huisnummer aan te vragen, zijnde 2A.”

Bespreking bezwaarschrift:

De gemeentelijke omgevingsambtenaren nemen omtrent dit bezwaarschrift het volgende standpunt in:

Het rechter aangrenzende perceel is vrij ruim en kan mogelijks op termijn nog verkaveld worden. Hierdoor wordt huisnummer 2A momenteel niet gebruikt zodat deze nummer eventueel gebruikt kan worden bij een toekomstige verkaveling.

De huidige aanvraag zal dan ook huisnummer 2B toegekend worden.

Er wordt dan ook tegemoet gekomen aan het bezwaarschrift.

ADVIEZEN

Provinciale dienst Water & Domeinen

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied met landelijk karakter.

De woongebieden met landelijk karakter zijn in hoofdzaak bestemd “voor woningbouw in het algemeen en tevens voor landbouwbedrijven”. Zowel bewoning als landbouw zijn bijgevolg de hoofdbestemmingen van het gebied, en beide bestemmingen staan er op gelijke voet. Daarnaast kunnen eveneens de andere inrichtingen, voorzieningen en activiteiten, zoals in woongebied worden toegelaten (artikel 6 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 22 januari 1996 door het college van burgemeester en schepenen.   (7204.95/14)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

De aanvraag wijkt af van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Inplanting:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de woning dient ingeplant te worden op minimum 3m van de zijdelingse perceelgrenzen.

Het ontwerp voorziet de inplanting van de woning (o.w.v. een carport in de rechter zijtuinstrook) op minimum 0,47m van de rechter perceelgrens.

  • Gevelhoogte:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de afstand tussen het voetpad en de kroonlijsthoogte maximaal 3,50m mag bedragen.

Het ontwerp voorziet een maximale dakrandhoogte van 6,15m ten opzichte van het maaiveld.

  • Dakhelling:

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de dakhelling gelegen moet zijn tussen 25° en 45° (zadeldak).

Het ontwerp voorziet een plat dak.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening (zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

Vrijstelling vergunningsplicht

Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van een bijgebouw zonder voorwerp. Het bijgebouw wordt ingeplant op minimum 2m van de achterste en de rechter perceelgrens en op minder dan 30m van de op te richten woning.  Het bijgebouw heeft een oppervlakte van 40m².  Het gebouw zal uitgevoerd worden met een plat dak met een dakrandhoogte van 3m.

De aanvraag voor het bouwen van het bijgebouw is dan ook zonder voorwerp.  Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 203,81m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (12,12m²) en het volume (5 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

Pand gelegen in groene cluster en nog niet recent aangesloten op het centraal gebied

Volgens het definitief zoneringsplan ligt de woning in collectief te optimaliseren buitengebied. In deze zone wordt op termijn wel een collectieve zuivering van het afvalwater (via riolering) voorzien. De timing voor deze werken moet nog worden vastgelegd. 

In afwachting van deze collectieve afvalwaterzuivering moet het afvalwater gezuiverd worden, dit mag door alle afvalwater, zowel zwart afvalwater (toiletten) en grijs afvalwater (gootsteen, vaatwas, douche, bad, …) aan te sluiten op een septische put. Het minimale putvolume voor een gezin tot vijf personen is 3.000 liter, met 600 liter per bijkomende inwoner.

Septische putten (tot 50 IE) moeten in België voorzien zijn van een CE‐markering. Daarnaast kunnen deze ook voorzien zijn van het vrijwillige BENOR‐merk. 

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Raafstraat, een gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de keuken en de hal.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Indien het grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) meer dan 250m³ zal bedragen dient voldaan te worden aan de regelgeving betreffende grondverzet.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het slopen van een niet-vergunde constructie en het bouwen van een eengezinswoning en een vrijgesteld bijgebouw.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan afgeweken wordt. Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.

De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd d.d. 22/01/1996 en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel is gelegen langs de Raafstraat, een gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband.  De bebouwing in de omgeving varieert qua bouwhoogte, dakprofiel alsook materiaalgebruik.

Omschrijving van de aanvraag

De huidige aanvraag omvat het slopen van een niet-vergunde constructie en het bouwen van een eengezinswoning en een vrijgesteld bijgebouw.

Op het perceel bevindt zich momenteel een niet-vergund stalletje.

Het stalletje is ingeplant op 8,94m achter de rooilijn / voorste perceelgrens, minimum 6,26m van de rechter perceelgrens en minimum 7,56m van de linker perceelgrens.

Het stalletje heeft een oppervlakte van 17,58m²i.

Uit de aanvraag blijkt dat het niet-vergunde stalletje wordt gesloopt.

Voor het slopen van niet-vergunde constructies is in principe geen vergunning vereist aangezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Dit gedeelte van de aanvraag is dan ook zonder voorwerp.

Zoals hoger aangehaald wordt een bijgebouw opgericht conform het vrijstellingsbesluit.  Bijgevolg is dit gedeelte van de aanvraag tevens zonder voorwerp.

De aanvraag omvat hierdoor uitsluitend het bouwen van een eengezinswoning.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie is in overeenstemming met de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De verkeersgeneratie is beperkt gezien de functie van eengezinswoning.

Het project voorziet een carport in de rechter zijtuinstrook.

Het stallen van voertuigen gebeurt geheel op eigen terrein.  De last van het autobezit wordt hierdoor niet afgeschoven naar het openbaar domein.

De schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, de visueel-vormelijke elementen van de voorgenomen werken

De aanvraag omvat het bouwen van een eengezinswoning.

De woning wordt ingeplant op 8m achter de rooilijn, op 3m van de linker perceelgrens en op minimum 0,47m van de rechter perceelgrens.

De inplanting op minimum 0,47m van de rechter perceelgrens is te wijten aan de carport die voorzien wordt tegen de rechter zijgevel van de woning.  De carport heeft een open karakter en is beperkt in oppervlakte (20,8m²).

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 13m en op de verdieping maximaal 10m.

De woning wordt uitgevoerd met een plat dak.   De dakrandhoogte is gelegen tussen 2,77m en 6,15m ten opzichte van het maaiveld.

De gevels van de woning worden uitgevoerd in een lichtgrijze gevelsteen gecombineerd met een zwarte aluminium gevelbekleding.

Gezien het straatbeeld bestaat uit een gevarieerde bebouwing qua bouwhoogte, dakprofiel alsook materiaalgebruik zal de woning niet als storend ervaren worden in het bestaande straatbeeld.

Behoudens het gebouw worden ook verhardingen voorzien.

In de voortuin wordt een inrit aangelegd met een breedte van 3m, die toegang verleent tot de carport.  Aansluitend is een toegangspad naar de voordeur van de woning voorzien.

Vanaf de achterzijde van de carport wordt een pad naar de achterzijde van de woning aangelegd.

Tot slot bevindt zich aan de achterzijde van de woning, binnen de bouwzone, een niet-overdekt terras van ca. 15m².

Alle verhardingen worden uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers.

De voorziene verhardingen zijn gebruikelijk bij een eengezinswoning en er resteert nog voldoende onverharde ruimte die ingericht kan worden als tuin/ groenzone.

Achter de achtergevel heeft de tuinzone nog een diepte van ca. 26m.

Bodemreliëf

Het bestaande terreinniveau is gelegen tussen 0,06m en 0,20m onder de as van de weg.

Uit de ingediende plannen blijkt dat het bestaande terreinniveau wordt opgehoogd tot maximum 0,23m boven de as van de weg.

Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Op 24 januari 2022 werd de aanvraag voor advies overgemaakt aan de provinciale dienst Water en Domeinen.  Zij lieten op 22 februari 2022 weten dat voor de aanvraag geen advies vereist is.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Het slopen van het niet-vergunde stalletje is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.

Er wordt geen uitspraak gedaan over het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  13. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Het slopen van het niet-vergunde stalletje is zonder voorwerp gezien het slopen van niet-vergunde constructies niet vergunningsplichtig is.
Er wordt geen uitspraak gedaan over het bijgebouw omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.   Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Terreinophogingen mogen maximaal uitgevoerd tot op 30 meter van de rooilijn/ voorste perceelgrens en tot op één meter van de zijdelingse perceelgrenzen. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinprofiel behouden te blijven of dient aangesloten te worden op het terreinprofiel van de buren. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  12. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  13. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. De afbraak van de constructies dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand. Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

De bezwaarindieners worden op de hoogte gebracht van de beslissing van het schepencollege.

13.

2022_CBS_00421 - OMV - Vergunning - Donkweg 90 - 2022/00001 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00421 - OMV - Vergunning - Donkweg 90 - 2022/00001 - Goedkeuring

2022_CBS_00421 - OMV - Vergunning - Donkweg 90 - 2022/00001 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een berging en regularisatie bestaande toestand.

De aanvraag werd op 03/01/2022 ontvangen.

Op 01/02/2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 21/02/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 09/03/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

De eigenaars van de betrokken aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken in navolging van art. 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1961/00074: bouwvergunning op 12/06/1961 voor het bouwen van een woonhuis;
  • 2010/11869: stedenbouwkundige vergunning op 16/11/2010 voor het verbouwen en uitbreiden van een woning in gesloten bebouwing en het regulariseren van een keuken, wasplaats en veranda;

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie in juni 2021 (VB_2020_249).

Er werd gevraagd of een omgevingsvergunning nodig is voor de uitbreiding van een bestaande bijbouw. De bijbouw staat op de perceelsgrens en deze wenst men uit te breiden met een lengte van 4m40 en breedte van 3m50. De bijbouw zou dan dieper zijn dan de aanpalende woning (bijlage: foto van de situatie). 

Op 28/06/2021 werd aangegeven dat door de laatste verbouwing de bouwdiepte op het gelijkvloers tot op 14m80 gebracht werd.
Er wordt een maximale bouwdiepte van 17m gehanteerd. Dit betekent dat er nog 2m20 naar achter kan uitgebreid worden ipv 3m50.
Voor de uitbreiding aan de woning dient u een omgevingsvergunning aan te vragen.
U kan steeds een voorontwerp ter aftoetsing bezorgen aan onze dienst. Op basis hiervan kunnen wij pas concretere uitspraken doen.

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg. 

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. 

Uit het aanvraagdossier en de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag de vergunde toestand niet geheel overeenstemt met de bestaande toestand. Een vergunde veranda werd niet uitgevoerd maar er werd een klein overdekt terras gerealiseerd in de plaats.

De bestaande toestand werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

Overeenkomstig artikel 83 van het Besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het omgevingsvergunningsdecreet, werden de betrokken aanpalende eigenaars aangeschreven per beveiligde zending met het verzoek hun standpunt kenbaar te maken binnen de 30 dagen.

Er werden geen opmerkingen of bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de uitbreiding van de horizontale dakoppervlakte minder bedraagt dan 40m².

Het te regulariseren overdekt terras heeft een oppervlakte van 5,20m², de bestaande berging heeft een dakoppervlakte van 11,90m² en de uitbreiding 8,06m². 

De afvoer van het hemelwater van de berging wordt aangesloten op de bestaande regenwaterput met recuperatie van 3000 liter.

Het terras achteraan de woning met een oppervlakte van ca. 46m² is uitgevoerd in (waterdoorlatende) stoepdallen en kan verder op eigen terrein infiltreren. 

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

De aanvraag heeft verder geen invloed op het rioleringsstelsel.

Eventuele kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager.

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. 

Zoals hoger aangehaald valt de aanvraag niet onder toepassing van deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hier niet aan: er werden geen rookmelders op de plannen ingetekend.

Bijgevolg zal opgelegd worden als voorwaarde dat moet voldaan worden aan dit decreet. Op elke bouwlaag dient een correct geïnstalleerde rookmelder geplaatst te worden.

Opmerking: de plaatsing van rookmelders in ruimtes waar dampen en rookgassen gebruikelijk kunnen voorkomen (garages, keukens, badkamers en ook wasplaats) kan aanleiding geven tot valse meldingen. Hier is het meer aangewezen een hittemelder te plaatsen.

Het is aangewezen om rookmelders te plaatsen in elke ruimte waar u doorheen moet op weg naar buiten (zoals inkomhal, doorgang, nachthal, traphal…).

Slopen

Aan de afbraak van het bestaande dak van de berging is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het Vlarem II, omgevingsvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars  door het afleveren van een omgevingsvergunning.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits voldaan wordt aan de bepalingen van het decreet rookmelders.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het verbouwen en uitbreiden van een berging en de regularisatie van de bestaande toestand.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Donkweg, een gemeenteweg ten zuidwesten van het centrum van Zonhoven, nabij de aansluiting met de Wijerstraat, Stationsstraat en Beringersteenweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door een vrij gevarieerde bebouwingstypologie met residentiële functies  in open en halfopen verband en met een aantal handelsfuncties.

Op het links aanpalende perceel bevindt zich een hoekwoning met 2 bouwlagen en hellend dak en de rechter zijgevel tot tegen de perceelgrens. Op het rechts aanpalende perceel bevindt zich een vrijstaande woning met 1 bouwlaag en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag werd anno 1961 bebouwd met een woning met 1 bouwlaag en hellend dak, met beide zijgevels tot tegen de perceelgrens. Er werd tot op heden niet aangebouwd aan de rechterzijde.

In 2010 werd een vergunning afgeleverd voor de uitbreiding van de woning op het gelijkvloers en de verdieping. De vergunde veranda aan de achterzijde werd echter niet uitgevoerd. Er werd wel een klein overdekt terras geplaatst van 5,2m² en een niet overdekt terras van ca. 46m² tot tegen de rechter perceelgrens. 

Met de huidige aanvraag wenst met de bestaande berging links achteraan uit te breiden met 8,06m² waarbij de gehele bergruimte een nieuw plat dak krijgt en daarnaast wenst men het terras met overdekking te regulariseren.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De bestaande functie eengezinswoning blijft behouden en is inpasbaar in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag heeft geen impact op de verkeersgeneratie.

Doordat het perceel een gesloten bebouwing heeft, met de voorgevel nagenoeg tot tegen het openbaar domein, is geen toegang voor voertuigen mogelijk aan de voorzijde. Er is evenwel een niet verharde toegang aanwezig voor voertuigen via het links aanpalende terrein aan de Wijerstraat.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke aspecten

De aanvraag betreft een uitbreiding met zeer beperkte omvang.

De berging (11,90m²) links achteraan, gebouwd tot tegen de rechter perceelgrens, wordt uitgebreid over een bouwdiepte van 2,20m en een bouwbreedte van 3,66m. De totale bouwdiepte van de woning blijft beperkt tot 17m. De bouwhoogte is voorzien op 3m,  dit is 15cm lager dan de achterbouw van de buren. De gevels van het bestaande gedeelte worden mee opgetrokken en het geheel wordt van een plat dak voorzien.

Voor de gevelafwerking van de uitbreiding, wordt dezelfde roodbruine gevelsteen gebruikt als gebruikt voor de bestaande berging en achtergevel van de woning.

Rechts achteraan de woning werd een klein overdekt terras voorzien van 5,20m² ter hoogte van de achterinkom, waarbij 1 gesloten wand in gevelsteen geplaatst werd op 0,67m afstand tot de rechter perceelgrens over een diepte van 3,25m. De overdekking heeft slechts een breedte van 1,60m en werd uitgevoerd met een licht hellend dak in golfplaten met een hoogte van max. 2,60m.

Tussen de berging en de rechter perceelgrens werd een terrasverharding met (waterdoorlatende) stoepdallen aangelegd over een breedte van ca. 6,60m en een diepte van ca. 7,75m. Op het terrein is geen andere verharding aangelegd.

Het perceel heeft een totale oppervlakte van 364m² waarvan ca. 190m² bebouwd/ verhard is.

Voor een huiskavel met beperkte oppervlakte is deze verhouding niet ongebruikelijk en de aanvraag voorziet slechts hetgeen nodig is voor een minimale tuinbeleving. De verhardingsgraad is deels te wijten aan het ontbreken van een voortuin.  De resterende ruimte dient ingericht als groene ruimte (met levend groen).

Het aangevraagde is aanvaardbaar.

Aangezien het vrijstellingsbesluit nog een uitbreiding van bebouwing (40m²) en verharding/ niet overdekte constructies (34m²) zou toelaten, dienen hieromtrent beperkingen opgelegd te worden zonder afbreuk te doen aan een normaal woongenot.

Een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin mag een maximale oppervlakte van 25m² krijgen. Indien het bijgebouw bestemd is als carport/ garage dient de plaatsing op 1m van de achterste perceelgrens voorzien te worden. Op die manier kan ook de oprit zo beperkt mogelijk gehouden worden. Over een recht van doorgang over het aanpalende perceel wordt hier geen uitspraak gedaan aangezien dit een burgerlijke aangelegenheid betreft.

Verdere uitbreiding van verhardingen/ niet overdekte constructies is niet meer aangewezen. Slechts 7m² bijkomende oppervlakte in functie van decoratieve inrichting (zoals een vijvertje) of een looppad naar een bijgebouw is toelaatbaar.

Meer bebouwde/ verharde oppervlakte zou het evenwicht tussen de bebouwde/ verharde ruimte en de groene ruimte op het perceel verstoren en de draagkracht overstijgen.

Bodemreliëf

De aanvraag voorziet geen ophogingen van het terreinniveau. Het bestaande maaiveld dient dan ook behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

Voor toekomstige uitbreiding van bebouwing en niet overdekte constructies worden echter beperkingen opgelegd, zonder afbreuk te doen aan een normaal woongenot, aangezien het vrijstellingsbesluit nog een uitbreiding van bebouwing (40m²) en verharding/ niet overdekte constructies (34m²) zou toelaten, wat de draagkracht voor dit perceel zou overstijgen.

  • Een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin mag een maximale oppervlakte van 25m² krijgen. Indien het bijgebouw bestemd is als carport/ garage dient de plaatsing op 1m van de achterste perceelgrens voorzien te worden. Op die manier kan ook de oprit zo beperkt mogelijk gehouden worden. Over een recht van doorgang over het aanpalende perceel wordt hier geen uitspraak gedaan aangezien dit een burgerlijke aangelegenheid betreft.
  • Verdere uitbreiding van verhardingen/ niet overdekte constructies is niet meer wenselijk. Slechts 7m² bijkomende oppervlakte in functie van decoratieve inrichting (zoals een vijvertje) of een looppad naar een bijgebouw is toelaatbaar.

Meer bebouwde/ verharde oppervlakte zou het evenwicht tussen de bebouwde/ verharde ruimte en de groene ruimte op het perceel verstoren en de draagkracht overstijgen.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag deels in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp  verenigbaar en bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen en uitbreiden van een berging en regularisatie bestaande toestand mits het opleggen van voorwaarden:

  • Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders.

Voor toekomstige uitbreiding van bebouwing en niet overdekte constructies worden beperkingen opgelegd, zonder afbreuk te doen aan een normaal woongenot, aangezien het vrijstellingsbesluit nog een uitbreiding van bebouwing (40m²) en verharding/ niet overdekte constructies (34m²) zou toelaten, wat de draagkracht voor dit perceel zou overstijgen.

  • Een vrijstaand bijgebouw in de achtertuin mag een maximale oppervlakte van 25m² krijgen. Indien het bijgebouw bestemd is als carport/ garage dient de plaatsing op 1m van de achterste perceelgrens voorzien te worden. Op die manier kan ook de oprit zo beperkt mogelijk gehouden worden. Over een recht van doorgang over het aanpalende perceel wordt hier geen uitspraak gedaan aangezien dit een burgerlijke aangelegenheid betreft.
  • Verdere uitbreiding van verhardingen/ niet overdekte constructies is niet meer wenselijk. Slechts 7m² bijkomende oppervlakte in functie van decoratieve inrichting (zoals een vijvertje) of een looppad naar een bijgebouw is toelaatbaar.

Meer bebouwde/ verharde oppervlakte zou het evenwicht tussen de bebouwde/ verharde ruimte en de groene ruimte op het perceel verstoren en de draagkracht overstijgen.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen en uitbreiden van een berging en regularisatie bestaande toestand, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. Een eventueel vrijstaand bijgebouw in de achtertuin mag een maximale oppervlakte van 25m² krijgen. Indien het bijgebouw bestemd is als carport/ garage dient de plaatsing op 1m van de achterste perceelgrens voorzien te worden. Op die manier kan ook de oprit zo beperkt mogelijk gehouden worden. Over een recht van doorgang over het aanpalende perceel wordt  geen uitspraak gedaan aangezien dit een burgerlijke aangelegenheid betreft.
    Verdere uitbreiding van verhardingen/ niet overdekte constructies dient beperkt te blijven tot  maximaal 7m² in functie van decoratieve inrichting (bv. een vijvertje) of een looppad naar een bijgebouw.
    Meer bebouwde/ verharde oppervlakte zou het evenwicht tussen de bebouwde/ verharde ruimte en de groene ruimte op het perceel verstoren en de draagkracht overstijgen;
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / muren tegen de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  9. Aan de afbraak van de dakconstructie is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 12/04/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het verbouwen en uitbreiden van een berging en regularisatie bestaande toestand, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Er dient voldaan te worden aan het decreet optische rookmelders. De vereiste rookmelders moeten aangebracht worden conform het decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders en de "richtlijnen voor de aankoop en plaatsing van rookmelders in Vlaanderen" van 26 oktober 2012 van Wonen Vlaanderen en zijn latere wijzigingen;
  2. Een eventueel vrijstaand bijgebouw in de achtertuin mag een maximale oppervlakte van 25m² krijgen. Indien het bijgebouw bestemd is als carport/ garage dient de plaatsing op 1m van de achterste perceelgrens voorzien te worden. Op die manier kan ook de oprit zo beperkt mogelijk gehouden worden. Over een recht van doorgang over het aanpalende perceel wordt  geen uitspraak gedaan aangezien dit een burgerlijke aangelegenheid betreft.
    Verdere uitbreiding van verhardingen/ niet overdekte constructies dient beperkt te blijven tot  maximaal 7m² in functie van decoratieve inrichting (bv. een vijvertje) of een looppad naar een bijgebouw.
    Meer bebouwde/ verharde oppervlakte zou het evenwicht tussen de bebouwde/ verharde ruimte en de groene ruimte op het perceel verstoren en de draagkracht overstijgen;
  3. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be); 
  4. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / muren tegen de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  8. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  9. Aan de afbraak van de dakconstructie is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden. Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.
    Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.;
  10. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  11. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

14.

2022_CBS_00422 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00084MM - Elsbergweg 17 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00422 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00084MM - Elsbergweg 17 - Kennisneming

2022_CBS_00422 - Aktename melding voor droogzuiging - 2022/00084MM - Elsbergweg 17 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het betreft een droogzuiging voor de plaatsing van een regenwater- en infiltratieput, te Elsbergweg 17, 2de afdeling, sectie D, perceelnummer 168B2.
Voor de plaatsing van de putten moet een grondwatertafelverlaging van 2,8 meter bekomen worden. Er zullen 8 aanzuigpunten geplaatst worden, op een diepte van max. 6,5 meter.
Het gevraagde debiet bedraagt 80 m³/dag, gedurende 10 dagen. Dit komt neer op een jaardebiet van 800 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt op een gemengd stelsel, dient op voorhand een toelating bij Aquafin aangevraagd te worden.
Het lozingspunt bevindt zich op de Elsbergweg, dit is een gescheiden stelsel.
De aanvraag is realistisch en kan gunstig beoordeeld worden gezien het beperkt debiet en de beperkte tijdsduur.

Gunstig voor een bronbemaling te Elsbergweg, voor de plaatsing van een regenwater- en infiltratieput, voor een debiet van 80 m³/dag, 800 m³/jaar, mits volgende voorwaarden:

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De bemaling mag maximaal 10 dagen in werking zijn. 
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Elsbergweg. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Besluit:

Artikel 1

De gemeentelijke omgevingsambtenaar heeft op 12/04/2022 akte genomen van de melding ingediend door Vanoppen Stephan, Hoeveweg 34 te 3520 Zonhoven, voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, zijnde een tijdelijke bemaling voor de plaatsing van hemelwater- en infiltratieputten voor een maximaal jaardebiet van 800 m³, gelegen aan Elsbergweg 17 te 3520 Zonhoven, kadastraal bekend: 2de afd, sectie D, nr. 168B2 met rubriek: 53.2.2°a).

Artikel 2

Volgende voorwaarden moeten worden nageleefd:

  • Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.   
  • De bemaling mag maximaal 10 dagen in werking zijn.
  • Het water van de droogzuiging moet geloosd worden in de RWA-streng van de Elsbergweg. 
  • De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  • De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  • De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  • Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

 Deze aktename stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het besluit van de gemeentelijk omgevingsambtenaar.

15.

2022_CBS_00424 - Definitieve uitvoering inrichting kruispunten Genkerbaan - Dorpsstraat en Kerkplein - Dorpsstraat met een links afslaan verbod - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00424 - Definitieve uitvoering inrichting kruispunten Genkerbaan - Dorpsstraat en Kerkplein - Dorpsstraat met een links afslaan verbod - Principiële Goedkeuring

2022_CBS_00424 - Definitieve uitvoering inrichting kruispunten Genkerbaan - Dorpsstraat en Kerkplein - Dorpsstraat met een links afslaan verbod - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Feiten

De evaluatie van deze herinrichtingen gebeurde in de periode juni 2021 - maart 2022. Volgende parameters werden beoordeeld: 

  • Verkeerstellingen in de Windmolenweg en de Grote Eggestraat werden uitgevoerd voor en een maand na het afsluiten van de linkerafslagstroken. Deze geven een inschatting over mogelijk wijzigende verkeersstromen ten gevolgde van deze proefopstellingen.
    • In de Grote Eggestraat werd na invoering van het links afslaan verbod een sterke toename van het aantal voertuigen gemeten in de richting van het Kapelhof; in de Windmolenweg was er een toename maar deze bleek beperkt te zijn. Er kwamen vooralsnog geen meldingen/klachten over deze verkeerstoename in de Grote Eggestraat.
  • Observaties aan de kruispunten door de dienst mobiliteit en de Politie Regio Hoofdstad lieten toe in de weken na de opstart de inrichtingen te evalueren naar duidelijkheid voor de weggebruiker. Gevolg werd ook gegeven aan bruikbare tips van burgers op vlak van signalisatie.
    • Op verschillende momenten van de dag werd tijdens de maand augustus en september het % voertuigen geteld die het links afslaan verbodsbord negeerden. Voor beide kruispunten was dit 4-5%. Ook na verdere verduidelijking van de signalisatie bleef het aantal overtreders stagneren.
  • Handhaving werd door de Politie Regio Hoofdstad ter harte genomen: dit gebeurde op verschillende tijdstippen en dit zowel via anonieme als voor de weggebruiker zichtbare patrouilles.
    • Tussen juli en november werden aan beide kruispunten regelmatig controles uitgevoerd. In functie van de tijd, is er een afname van het aantal overtredingen vastgesteld. Toch evolueren deze cijfers niet verder naar beneden en worden er in het voorjaar 2022 nog steeds regelmatig overtredingen vastgesteld. Deze doen zich doorgaans voor tijdens dalmomenten.
  • Via de Zonhovenaar van februari 2022 kreeg de burger de kans input te geven op de herinrichting vanuit haar/zijn standpunt als voetganger, fietser, autobestuurder. Het aantal deelnemers bedroeg 527 (2,5% voetgangers, 8,5% fietsers, en 89% autobestuurders). 
    • Tot 27% van de deelnemers (zowel fietsers als autobestuurders) die op beide kruispunten passeert geeft aan soms, zelden tot nooit als eindbestemming het centrum te hebben.
    • Het standpunt van de voetganger over de oversteekplaatsen op beide kruispunten: 69% vindt deze veiliger terwijl 31% aangeeft dat deze onveiliger geworden zijn. Veel voorkomende knelpunten zijn de slechte zichtbaarheid  van de voetganger door de bloembakken op de oversteekplaats en de ligging van de oversteekplaats t.o.v. het kruispunt.
    • Het standpunt van de fietser over de oversteekplaatsen op beide kruispunten: 78% vindt deze veiliger, 18% vindt deze onveiliger, en 4% neemt geen standpunt in. Als verbeterpunt wordt een duidelijk gesignaleerde opstelstrook voorgesteld.
    • Het standpunt van de autobestuurder over de doorstroming van het verkeer: 57% vindt deze vlotter, 33% vindt deze niet vlotter, en 10% neemt hierover geen standpunt in. Veel voorkomende aangehaalde knelpunten: Langere files uit de Dorpsstraat richting links afslaan Kerkplein (bij begin en einde school), meer keerbewegingen in het al drukke centrum, opstopping door (nog steeds) links afslaan op beide kruispunten, te weinig handhaving.
    • Het standpunt over een definitieve uitvoering van de proefopstelling : 62% van de automobilisten, 87% van de fietsers, en 92% van de voetgangers geeft aan achter een definitieve uitvoering te staan. 

Context

De proefopstellingen aan de kruispunten Genkerbaan - Dorpsstraat en Kerkplein - Dorpsstraat zijn opgestart in juli 2021. Het doel was deze kruispunten enerzijds verkeersveiliger te maken via een links afslaan verbod voor het gemotoriseerd verkeer: de linkerafslagstrook werd hiervoor d.m.v. signalisatie en bloembakken ontoegankelijk gemaakt.  Anderzijds ontraadt dit verbod ook het doorgaand verkeer vanuit Genk richting Hasselt wat de verkeersdrukte/leefbaarheid in het centrum mogelijk ten goede komt. 

De werkgroep verkeer werd betrokken in functie van de uitvoering en evaluatie van de proefopstellingen.

Argumentatie

Op basis van deze evaluatie adviseert de dienst mobiliteit over te gaan tot een definitieve herinrichting van beide kruispunten. Dit betekent dat de linksafslag beweging niet langer mogelijk is voor het gemotoriseerd verkeer. Bij deze herinrichting zijn volgende punten belangrijk:

  • De oversteekplaatsen op beide kruispunten worden verder geoptimaliseerd in functie van de toegankelijkheid.
  • De oversteekplaats op het kruispunt Genkerbaan - Dorpsstraat verschuift naar het kruispunt zodat de zichtbaarheid van de voetgangers voor het verkeer dat afslaat richting Genk beter wordt.
  • De bloembakken op beide kruispunten verdwijnen in functie van een ontharding van de linkerafslagstrook met beplanting van laag struikgewas.
  • Er dient een duidelijke opstelplaats voor fietsers voorzien te worden op beide kruispunten.
  • Een blijvend aandachtspunt blijft het ontraden van doorgaand verkeer in het centrum. Maatregelen zoals een zone 30 in het dorpshart en het voorzien van veilige voorzieningen van de actieve weggebruiker zijn voorbeelden die verder bestudeerd dienen te worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit op basis van de evaluatie van de proefopstellingen op beide kruispunten dat deze een permanente uitvoering krijgen. Deze permanente uitvoering betekent:

voor het kruispunt Genkerbaan - Dorpsstraat

  • Het ontharden en beplanten van de linkerafslagstrook met laag struikgewas die een goede zichtbaarheid op het kruispunt garandeert voor de weggebruikers.
  • Het voorzien van een opstelplaats voor fietsers en de bijhorende belijning.
  • Het verplaatsen van de huidige oversteekplaats voor voetgangers richting het kruispunt. Dit impliceert dat de huidig aanwezige blindegeleidetegels mee verplaatst dienen te worden richting het kruispunt. De aanwezigheid van rioolslokkers op de oversteekplaats moet beoordeeld en mogelijk aangepakt worden om een veilige oversteek voor alle voetgangers te garanderen.

voor het kruispunt Kerkplein - Dorpsstraat

  • Het ontharden en beplanten van de linkerafslagstrook met laag struikgewas die een goede zichtbaarheid op het kruispunt garandeert voor de weggebruikers.
  • Het voorzien van een opstelplaats voor fietsers en de bijhorende belijning.
  • Het voorzien van blindegeleidetegels.
16.

2022_CBS_00425 - Proefopstelling knip De Drij Dreven i.s.m. gemeente Heusden-Zolder - Principiële Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00425 - Proefopstelling knip De Drij Dreven i.s.m. gemeente Heusden-Zolder - Principiële Goedkeuring

2022_CBS_00425 - Proefopstelling knip De Drij Dreven i.s.m. gemeente Heusden-Zolder - Principiële Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Feiten & context

In het kader van het wegenis- en rioleringsproject De Drij Dreven en Vogelzangstraat is in functie van de subsidieaanvraag voor de realisatie van fietspaden in de projectstuurgroep de vraag gesteld om De Drij Dreven te knippen voor autoverkeer. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Zonhoven besluit in zitting van 31/08/2021 om De Drij Dreven te knippen voor autoverkeer indien de gemeente Heusden-Zolder akkoord gaat.

Argumentatie

De gemeente Heusden-Zolder stelt dat in het belang van de verkeersveiligheid, in het bijzonder die van fietsers, een knip voor autoverkeer in De Drij Dreven een goed voorstel is. Om een zicht te krijgen op de impact die de knip mogelijk heeft op de congestie en verkeersveiligheid op de parallelle wegen tussen Heusden-Zolder en Zonhoven stellen ze dat een verkeersstudie wenselijk is. Deze wordt op grondgebied Heusden-Zolder uitgevoerd met behulp van meetslangen; op grondgebied Zonhoven stelt de politie Limburg Regio Hoofdstad 2 viacount meettoestellen ter beschikking. Het resultaat van deze studie stelt de gemeente Heusden-Zolder in staat een beslissing te nemen i.v.m. de knip.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen is akkoord om op vraag van de gemeente Heusden-Zolder via een proefopstelling de verkeersimpact van de knip De Drij Dreven in de parallelle wegen in kaart te brengen tussen 14 en 28 juni 2022.

17.

2022_CBS_00426 - Rendierjagerspad: businesskansen voor toeristische ondernemers - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00426 - Rendierjagerspad: businesskansen voor toeristische ondernemers - Goedkeuring

2022_CBS_00426 - Rendierjagerspad: businesskansen voor toeristische ondernemers - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Vorig jaar heeft gedeputeerde Igor Philtjens, samen met de gemeente Zonhoven, het toeristisch erfgoedproject ‘Het Rendierjagerspad’ gelanceerd. 

Het project biedt kansen tot een bijkomende toeristische beleving voor de inwoners en gasten van Zonhoven. De investering creëert ook nieuwe businesskansen voor de toeristische ondernemers in de logiessector en horeca. Om deze kansen te benutten is het belangrijk om de ondernemers te ondersteunen en te begeleiden in het zoeken, vinden en realiseren van deze kansen.

Vanuit het kabinet van Philtjens krijgen we nu een voorstel om geïnteresseerde  ondernemers te begeleiden in hun zoektocht naar kansen en deze te helpen realiseren. De provincie heeft de externe dienstverlener, die voor de provincie Limburg de professionaliseringstrajecten voor logies en fietscafés uitvoert, gevraagd om een voorstel van begeleiding uit te werken. Het betreffen kortlopende trajecten die samen met de geïnteresseerde ondernemers worden doorlopen. De kosten van de trajecten worden volledig gedragen door de provincie Limburg.

Gedeputeerde Igor Philtjens wenst dit graag aan de gemeente Zonhoven voor te stellen en na goedkeuring, de trajecten, samen met de gemeente, uitrollen. Voorgestelde datum is woensdag 01.06 van 10.00 tot 11.00 uur.

Vanuit de dienst Toerisme kunnen wij dit initiatief ondersteunen. Het is immers cruciaal dat de enorme financiële inspanning die hier geleverd wordt, ook een economische return oplevert. De ondersteuning die wij hier aangeboden krijgen vanuit de provincie kunnen wij zelf niet bieden aan onze ondernemers. We stellen dan ook voor om op dit aanbod in te gaan.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen aanvaardt het aanbod van de provincie tot begeleiding van ondernemers in het zoeken en realiseren van kansen in het kader van het Rendierjagerspad.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord met de voorgestelde datum, woensdag 1 juni van 10u00 tot 11u00.

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen vaardigen volgende personen af om deel te nemen aan dit traject:

- Johny De Raeve als burgemeester

- Frank Vandebeek als schepen van economie

- Johan Vanhoyland als schepen van toerisme

- Greta Vleugels als medewerker lokale economie

- Guido Pirotte als deskundige toerisme

18.

2022_CBS_00401 - Verklaring bevestiging adviesscore 't Alvermanneke uitbreidingsronde 2021 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2022_CBS_00401 - Verklaring bevestiging adviesscore 't Alvermanneke uitbreidingsronde 2021 - Goedkeuring

2022_CBS_00401 - Verklaring bevestiging adviesscore 't Alvermanneke uitbreidingsronde 2021 - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Gemeenteraadsbesluit ivm procedure en criteria om aanvraagdossiers kinderopvang te scoren dd. 25 januari 2021.

Feiten context en argumentatie

Het college neemt kennis van de aanvraag van vzw 't Alvermanneke voor een bevestiging van de adviesscore die vorig jaar toegekend werd in het kader van de procedure en criteria om aanvraagdossiers kinderopvang te scoren.  

Naar aanleiding van de wijziging in de plannen van de herbestemming van de kerk in Terdonk wil 't Alvermanneke de 7 plaatsen die vorig jaar via de procedure aan hen toegekend werden realiseren op een alternatief adres, zijnde Dijkbeemdenweg 18 in Zonhoven. Zij hebben om die reden advies gevraagd aan het agentschap Opgroeien of de toekenning van de 7 plaatsen gekoppeld is aan de opgegeven locatie of dat het een optie is om de crèche op te starten op dit nieuwe adres.

Het agentschap Opgroeien gaf hierover het volgende advies: 

We kunnen daar wel een uitzondering op toestaan als:

  • Er een gegronde reden is.
  • Als men voor de nieuwe locatie dezelfde adviesscore zou gekregen hebben van het lokaal bestuur (we zien dat Zonhoven onder andere bereikbaarheid als criterium gebruikt had). Jullie moeten dit dus bevragen bij het lokaal bestuur.
  • Als de oorspronkelijke timing gerespecteerd wordt.


Voor de tweede voorwaarde dient het gemeentebestuur aldus een verklaring te bezorgen dat "men voor de nieuwe locatie dezelfde adviesscore zou gekregen hebben". 

Nazicht van de procedure en de beoordelingscriteria leert dat de verhuis naar een nieuwe locatie enkel invloed zou kunnen hebben op de volgende criteria:

3.1. De locatie heeft een ruime en veilige parking om kort te parkeren.

De toegekende score (1 punt) kan ook op de nieuwe locatie bevestigd worden aangezien er voldoende en ruime parkings voor de deur en afgescheiden van de straat ter beschikking zijn op de nieuwe locatie.. 

3.2. De locatie is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer

De toegekende score (1 punt) kan ook op de nieuwe locatie bevestigd worden aangezien er nog altijd een bushalte op minder dan 500 meter ligt (bushalte Kerkplein is gelegen op 350m van de nieuwe locatie).

3.3 Het opvanginitiatief toont aan dat de nieuwe plaatsen binnen het jaar, na toekenning, kunnen gerealiseerd worden. 

Er werden geen punten toegekend voor dit criterium aangezien de opleverdatum niet binnen het jaar mogelijk was. Dit is voor de nieuwe locatie nog altijd niet haalbaar (realisatie voorzien in juli 2023 dus > 1 jaar) dus er worden nog altijd geen punten toegekend. 

4.1.1 De locatie beschikt over een afgesloten terras

De toegekende score (1 punt) kan ook op de nieuwe locatie bevestigd worden aangezien er ook daar een terras en buitenruimte beschikbaar is die zelfs groter is dan op de oorspronkelijke locatie.

4.1.2. De locatie beschikt over een afgesloten tuin

Er werden geen punten toegekend voor dit criterium aangezien er geen tuin voorzien was op de eerste locatie. Op de nieuwe locatie zou dit wel het geval zijn dus zou de totaalscore eerder hoger zijn dan de score van 2021. 


Advies van de dienst

We kunnen besluiten dat de verhuis naar een nieuwe locatie geen invloed heeft op de toegekende score bij de adviesronde van 2021. Er werden 15 punten toegekend aan het aanvraagdossier van 't Alvermanneke voor locatie kerk Terdonk en deze score wordt minstens ook behaald bij de nieuwe locatie in de Dijkbeemdenweg. 

Er kan aldus een verklaring afgeleverd worden dat de verhuis naar een nieuwe locatie geen (negatieve) invloed heeft op de adviesscore die ons bestuur vorig jaar toekende aan deze aanvrager.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen bevestigt dat de score die toegekend werd aan het Alvermanneke bij de uitbreidingsronde in 2021 behouden blijft na verhuis van de locatie. 

19.

2022_CBS_00427 - Acties i.k.v. Internationale Dag Tegen Holebifobie en Transfobie - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
19.

2022_CBS_00427 - Acties i.k.v. Internationale Dag Tegen Holebifobie en Transfobie - Goedkeuring

2022_CBS_00427 - Acties i.k.v. Internationale Dag Tegen Holebifobie en Transfobie - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Besluit gemeenteraad van 28 juni 2021 betreffende de engagementsverklaring Regenbooghuis Limburg vzw. 

Feiten context en argumentatie

Reeds verschillende jaren wordt op 17 mei 2022, de Internationale Dag Tegen Holebifobie en Transfobie (IDAHOT), de regenboogvlag uitgehangen aan het gemeentehuis. 

Dit jaar stellen we een samenwerking tussen het Regenbooghuis, Jeugdhuis Nachtwacht, jeugddienst/gemeente Zonhoven voor:

  • op dinsdag 17 mei 2022 zal het jeugdhuis 's avonds uitzonderlijk opengaan in het thema van Idahot
  • de regenboogvlag wordt gehesen aan het jeugdhuis, hierop wordt pers uitgenodigd
  • via de jeugdraad (30 april) krijgen de jeugdverenigingen een regenboogvlag. We vragen hen daarmee een foto te maken met hun vereniging of leidingsploeg en deze te delen op sociale media en daarmee aan te geven dat ze niet discrimineren op grond van gender of geaardheid. 
    Kostprijs: 13 vlaggen (90 x 150 cm) x 14,99 euro = 194,87 euro

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen geeft de goedkeuring over de organisatie van deze actie in het kader van Idahot 2022. 

20.

2022_CBS_00428 - Aanstelling halftijds administratief medewerker C1-C3 afdeling informatiemanagement dienst burgercontactcenter - Goedkeuring

Goedgekeurd
20.

2022_CBS_00428 - Aanstelling halftijds administratief medewerker C1-C3 afdeling informatiemanagement dienst burgercontactcenter - Goedkeuring

2022_CBS_00428 - Aanstelling halftijds administratief medewerker C1-C3 afdeling informatiemanagement dienst burgercontactcenter - Goedkeuring
21.

2022_CBS_00429 - Aanstelling voltijds deskundige B1-B3 stadsontwikkeling, planning en vergunningen - Goedkeuring

Goedgekeurd
21.

2022_CBS_00429 - Aanstelling voltijds deskundige B1-B3 stadsontwikkeling, planning en vergunningen - Goedkeuring

2022_CBS_00429 - Aanstelling voltijds deskundige B1-B3 stadsontwikkeling, planning en vergunningen - Goedkeuring
22.

2022_CBS_00430 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
22.

2022_CBS_00430 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00430 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming