Terug
Gepubliceerd op 23/03/2022

Notulen  College van burgemeester en schepenen

di 15/03/2022 - 13:30 schepenzaal

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur

Agendapunten

1.

2022_CBS_00258 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
1.

2022_CBS_00258 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

2022_CBS_00258 - Notulen vorige zitting - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraadsleden beschikken over de mogelijkheid om de goedgekeurde notulen via eBesluit te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen heeft geen opmerkingen over het verslag. Bijgevolg is het verslag van de zitting van 8 maart 2022 goedgekeurd.

2.

2022_CBS_00260 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
2.

2022_CBS_00260 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

2022_CBS_00260 - Goedkeuring bestelbons - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van de bestelbons goed.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen keurt de lijst van bestelbons goed voor een bedrag van € 18.918,62.

3.

2022_CBS_00261 - Nominatieve subsidies - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
3.

2022_CBS_00261 - Nominatieve subsidies - Kennisneming

2022_CBS_00261 - Nominatieve subsidies - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

De gemeenteraad dient de nominatieve subsidies in een afzonderlijk besluit toe te kennen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de nominatieve subsidies uit het strategisch meerjarenplan 2020-2025 (vanaf 2022) en beslist ze ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.

4.

2022_CBS_00262 - Verdeling onderhoudssubsidies voor voetbal-, tennis- en baseballverenigingen - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
4.

2022_CBS_00262 - Verdeling onderhoudssubsidies voor voetbal-, tennis- en baseballverenigingen - Goedkeuring

2022_CBS_00262 - Verdeling onderhoudssubsidies voor voetbal-, tennis- en baseballverenigingen - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Op basis van het onderhoudssubsidiereglement voor voetbal-, tennis- en baseballterreinen worden de betrokken clubs voorzien van financiële middelen om jaarlijks het onderhoud van hun terreinen uit te voeren. Hiervoor is in de financiële meerjarenplanning 73 650 euro voorzien. 

Beleidsdoelstelling: De verenigingen kunnen rekenen op ondersteuning vanwege de gemeente.

Actieplan: De sportclubs genieten de nodige financiële ondersteuning via doelgerichte subsidiereglementen.

Actie: Er wordt een onderhoudssubsidiereglement voor voetbal-, tennis- en baseballterreinen ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd.

De betrokken clubs hebben allen tijdig hun dossier ingediend. Na nazicht door de dienst werd het voorstel van de verdeling per mail voorgelegd aan de leden van de Raad van Bestuur van de sportraad. Zij hebben per mail hierover hun goedkeuring gegeven.

De sportdienst adviseert - na goedkeuring door de Raad van Bestuur - om de voorgestelde bedragen goed te keuren. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist om het advies van de dienst te volgen en keurt de voorgestelde bedragen goed. 

5.

2022_CBS_00263 - Vraag van vzw 't Alvermanneke m.b.t. huur lokalen voor academie +3 - Kennisneming

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Frederick Vandeput, 2de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
5.

2022_CBS_00263 - Vraag van vzw 't Alvermanneke m.b.t. huur lokalen voor academie +3 - Kennisneming

2022_CBS_00263 - Vraag van vzw 't Alvermanneke m.b.t. huur lokalen voor academie +3 - Kennisneming

Motivering

Feiten context en argumentatie

Bij schrijven van 3 maart 2022 laat de vzw 't Alvermanneke weten dat ze een locatie hebben voor de lessen van academie +3 die stopgezet worden gezien het gebouw van Go-next afgebroken wordt.
Voor hen is een investering voor enkel voor- en naschoolse kinderopvang in de kerk van Ter Donk onhaalbaar en zoeken bijkomende inkomsten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de vraag van de vzw 't Alvermanneke om de toekomstige bovenverdieping van het nog te renoveren kerkgebouw Ter Donk te huren voor de cursussen Keramiek van academie 3+.

Artikel 2

Het college beslist niet op dit aanbod in te gaan. Het college besliste eerder tot het (noodzakelijk) beëindigen van het lesaanbod keramiek en boetseren in het kader van de academie +3, gezien de huidige infrastructuur hiervoor niet meer kan gebruikt worden.

6.

2022_CBS_00264 - OMV - Vergunning - Heuvenstraat 25 - 2021/00317 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Frederick Vandeput, 2de schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
6.

2022_CBS_00264 - OMV - Vergunning - Heuvenstraat 25 - 2021/00317 - Goedkeuring

2022_CBS_00264 - OMV - Vergunning - Heuvenstraat 25 - 2021/00317 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het kappen van een dennenboom.

De aanvraag werd op 05/11/2021 ontvangen.

Op 01/12/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 22/12/2021 en 14/01/2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 17/01/2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • 1969/00108: bouwvergunning op 03/07/1969 voor het bouwen van een woon- en handelshuis;
  • 1994/00148: bouwvergunning op 29/08/1994 voor het verbouwen van een handelshuis;
  • 2000/08378: stedenbouwkundige vergunning op 18/04/2000 voor het vervangen van uithangborden;
  • 7204.V.223: verkavelingsvergunning op 27/08/1968 voor het verkavelen van gronden in 3 loten.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 1 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 27/08/1968 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.223. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning en/ of handelshuis.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften en de verkavelingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte of verhardingen.

Riolering

De aanvraag heeft geen betrekking op de riolering.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de verkavelingsvoorschriften.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het vellen van een hoogstammige dennenboom.

De betreffende boom situeert zich rechts achteraan op het terrein gelegen aan de Heuvenstraat 25 (achter de tuinzone van huisnummer 27), op 1m afstand tot de achterste perceelgrens en op 6m afstand tot de rechter perceelgrens.

De stamomtrek bedraagt ca. 1,20m. 

Er wordt aangegeven dat door het kappen van deze boom het omliggende groen extra zuurstof zal krijgen en er geen verlies van biodiversiteit zal zijn. 

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan niet afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Artikel 3 van de voorschriften geeft aan dat geen hoogstammige bomen mogen geveld worden zonder voorafgaande, schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning.

Uit de luchtfoto’s waarover de gemeente beschikt blijkt dat er op het terrein van de aanvraag diverse bomen aanwezig zijn, alsook op de aanpalende percelen. Deze werden niet aangegeven op plan waardoor de motivatie niet geheel duidelijk was. Er kan inderdaad vanuit gegaan worden dat meer ruimte zal ontstaan voor de (loof)bomen die zich nabij de dennenboom bevinden.

Het kappen van de dennenboom is dan ook aanvaardbaar.

Er dient evenwel op gelet te worden geen schade toe te brengen aan de overige bomen op het terrein door het vellen van de dennenboom. Mogelijk kan de stronk niet verwijderd worden zonder het wortelgestel van de andere bomen te beschadigen; een beschadiging van het wortelgestel kan het afsterven van bomen tot gevolg hebben.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits geen schade toegebracht wordt aan de omliggende bomen door de werken.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 18/01/2022 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:

“Gunstig advies voor de geplande werken, mits volgende voorwaarden worden vervuld:

  • Aanplanten van minstens één streekeigen hoogstam. De aan te planten boom moet minstens een boom zijn van tweede grootte, en wordt op minstens 2,5 meter van de perceelsgrenzen aangeplant. De plantmaat is niet kleiner dan maat 18/20. De aan te planten boom mag ook een streekeigen hoogstam fruitboom zijn.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij het advies. Het terrein is voldoende ruim om een compenserende aanplant  te voorzien.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits volgende voorwaarde na te leven:

  • Het advies van de dienst Facilitair Management dient gevolgd te worden. Er dient minstens één streekeigen hoogstam aangeplant te worden. De aan te planten boom moet minstens een boom zijn van tweede grootte, en wordt op minstens 2,5 meter van de perceelsgrenzen aangeplant. De plantmaat is niet kleiner dan maat 18/20. De aan te planten boom mag ook een streekeigen hoogstam fruitboom zijn

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar  is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het vellen van een dennenboom mits het opleggen van voorwaarden:

  • Het advies van de dienst Facilitair Management dient gevolgd te worden. Er dient minstens één streekeigen hoogstam aangeplant te worden. De aan te planten boom moet minstens een boom zijn van tweede grootte, en wordt op minstens 2,5 meter van de perceelsgrenzen aangeplant. De plantmaat is niet kleiner dan maat 18/20. De aan te planten boom mag ook een streekeigen hoogstam fruitboom zijn.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het vellen van een dennenboom, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Het advies van de dienst Facilitair Management dient gevolgd te worden. Er dient minstens één streekeigen hoogstam aangeplant te worden. De aan te planten boom moet minstens een boom zijn van tweede grootte, en wordt op minstens 2,5 meter van de perceelsgrenzen aangeplant. De plantmaat is niet kleiner dan maat 18/20. De aan te planten boom mag ook een streekeigen hoogstam fruitboom zijn.  Deze boom dient aangeplant te worden in het plantseizoen na kap van de naaldboom.  Indien de heraanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat.   Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na heraanplant;
  2. Bij het vellen van de dennenboom dient alle schade aan de overige bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. 
  4. Enkel de op plan aangegeven boom mag gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  5. De aanvrager dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien een inname van het openbaar domein vereist is voor de uitvoering van de werken, dient voorafgaandelijk toestemming gevraagd te worden aan de dienst Patrimonium via https://www.zonhoven.be/inname-openbaar-domein 
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 03/03/2022 tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het vellen van een dennenboom, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Het advies van de dienst Facilitair Management dient gevolgd te worden. Er dient minstens één streekeigen hoogstam aangeplant te worden. De aan te planten boom moet minstens een boom zijn van tweede grootte, en wordt op minstens 2,5 meter van de perceelsgrenzen aangeplant. De plantmaat is niet kleiner dan maat 18/20. De aan te planten boom mag ook een streekeigen hoogstam fruitboom zijn.  Deze boom dient aangeplant te worden in het plantseizoen na kap van de naaldboom.  Indien de heraanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat.   Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na heraanplant;
  2. Bij het vellen van de dennenboom dient alle schade aan de overige bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  3. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. 
  4. Enkel de op plan aangegeven boom mag gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  5. De aanvrager dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  6. Indien een inname van het openbaar domein vereist is voor de uitvoering van de werken, dient voorafgaandelijk toestemming gevraagd te worden aan de dienst Patrimonium via https://www.zonhoven.be/inname-openbaar-domein 
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

7.

2022_CBS_00265 - OMV - Vergunning - Maaswinkelstraat 8 - 2021/00305 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
7.

2022_CBS_00265 - OMV - Vergunning - Maaswinkelstraat 8 - 2021/00305 - Goedkeuring

2022_CBS_00265 - OMV - Vergunning - Maaswinkelstraat 8 - 2021/00305 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en bijgebouw en terreininrichting.

De aanvraag werd op 22/10/2021 ontvangen.

Op 19/11/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 26/11/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 13/12/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • STA/2003/0035: positief stedenbouwkundig attest op 30/06/2003 voor de bebouwing van de kavel (geldigheidsduur verstreken);
  • 7204.V.111: verkavelingsvergunning op 23/08/1965 voor het verkavelen van gronden in 42 loten waarvan 1 lot om te voegen bij het openbaar domein, 37 loten voor open bebouwing en 4 loten voor halfopen bebouwing.

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, dienst Facilitair Management op 07/04/2021 (21M8823 - VB_2020_156)) voor wat betreft het rooien van bomen op het terrein.

De aanvraag houdt gedeeltelijk rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk advies. 

“Wat de aanwezige bomen betreft kunnen we op dit ogenblik, zonder concreet bouwplan, volgende zeggen:

  • Twee grote bomen aan de straatzijde:
  • Deze bomen zijn erg waardevol, en in goede conditie. We verwachten dan ook dat er alles aan gedaan wordt om deze bomen te behouden. D.w.z. dat ook de wortels maximaal moeten behouden en beschermd worden;
  • Zo zal plaatsen van zonnepanelen geen argument kunnen zijn voor het verwijderen ervan,
  • Uitzicht, vallende bladeren, en andere hinder, eigen aan bomen kunnen geen argument zijn om deze bomen te verwijderen;
  • Kleinere bomen verspreid over het terrein:

Gezien hun locatie, verhinderen nu bouw van een woning, kunnen deze mogelijks gerooid worden mits voldoende compensatie door heraanplant van enkele hoogstambomen;

Zijn vrije jonge bomen, kunnen dus nog voldoende gecompenseerd worden door aanplant van enkele nieuwe hoogstambomen”

De aanvraag omvat het kappen van alle bomen op het terrein, ook de bomen waarvan aangegeven werd dat ze maximaal behouden dienen te worden. De bomen in en rond de bouwzone werden reeds gekapt, achteraan wordt de aanplant van 3 hoogstammige fruitbomen voorzien.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 23/12/2021 tot en met 21/01/2022.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Fluvius

Dienst Facilitair Management

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 20 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 23/08/1965 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.111. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning en/ of handelshuis.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening(zie “Toetsing aan de goede ruimtelijke ordening”).

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor wat betreft:

  • Titel I, Artikel 6 – Welstand van de gebouwen

Een dakoversteek van minstens 40cm op de vrijblijvende zijgevels is verplichtend.

Het ontwerp voorziet geen dakoversteken.

  • Titel II, Artikel 8 – inplanting: a) zoals op plan aangeduid, zijnde de voorgevellijn op 8m uit de voorste perceelgrens.

Het ontwerp voorziet een inplanting op 6m.

  • Titel II, Artikel 9 – afmetingen

Voor de alleenstaande gebouwen:

max. diepte : 17m ,aanhorigheden dienen opgericht onder hetzelfde dak van de

hoofdbouw en hiermede één geheel te vormen.

Het voorziet in een aanbouw met plat dak vanaf een bouwdiepte van 11m tot 15m.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen en aanstiplijst geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning (150,1m²) en het bijgebouw (40m²) met een totale horizontale dakoppervlakte van 190,1m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 7500 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening met een inhoud van 3500 liter en een infiltratieoppervlakte van 6,8m².

De oppervlakte en het volume van de voorzieningen voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

Het pad naar de inkom en de oprit (129m²) worden aangelegd in waterdoorlatende klinkers en er is een groenomranding voorzien. Het niet overdekt terras (23,2m²) kan afwateren in de tuinzone.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. 

Voor zover gekend is nog een gemengd rioleringssysteem aanwezig.

Met betrekking tot de riolering werd de aanvraag voor advies voorgelegd aan Fluvius.

Het advies van 23/12/2021 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:

“Naar aanleiding van uw brief/mail van 13-12-2021 over de stedenbouwkundige vergunning voor bovenvermeld project, afdeling 3, sectie E, nummer(s) 1038C2, kunnen we een voorwaardelijk gunstig advies geven, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de hierna volgende opmerkingen.

In uw gemeente is Fluvius actief voor volgende disciplines:

Aardgas, Elektriciteit, Openbare verlichting, Kabeldistributie, Riolering.

De initiatiefnemer dient te voldoen aan alle voorwaarden van Fluvius zoals opgenomen in het desbetreffende aansluitingsreglement welke beschikbaar is op de website van Fluvius (www.fluvius.be).

Algemene voorschriften: Gasafsluiters, elektriciteits-, kabeldistributie- aardgasdistributienetten (boven- en ondergrondse) moeten steeds en makkelijk bereikbaar zijn en vrij blijven van ieder obstakel.

Voor riolering dient voldaan te worden aan de gewestelijke en/of provinciale stedenbouwkundige verordeningen inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater die in uw gemeente van kracht zijn.

Fluvius doet geen nazicht van de bepalingen van deze verordening. Dit advies handelt over de aansluitbaarheid op het openbaar saneringsnetwerk.

1. Algemene bepalingen voor riolering en waterafvoer

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van Fluvius na te leven;
  • De aanvrager dient ook de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II voor de afvoer van hemel- en afvalwater na te leven.
  • De aanvrager staat in voor de plaatsing van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake. Zo dient hij onder meer te voldoen aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (GSV ‘hemelwater’) van 5/07/2013.
  • Als voor het bouwproject een aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel noodzakelijk is, dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning een aanvraag tot aansluiting op het openbaar rioleringsstelsel aan te vragen. Dit kan online via www.fluvius.be. Van zodra de aansluitputjes (1 DWA- & 1 RWA-putje) geplaatst zijn, is de effectieve plaats en diepte van de aansluiting gekend. De privéwaterafvoer dient hierop afgestemd te worden. Alle maatregelen die de aanvrager dient te nemen tot het aanpassen van de privéwaterafvoer om te kunnen aansluiten, als niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, zijn ten laste van de aanvrager. Alleen Fluvius of een door ons aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting op het openbaar domein tot aan de perceelsgrens van het privédomein.
  • Als de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs als dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning werd opgelegd, behoudt Fluvius zich het recht voor om dit perceel niet aan te sluiten op het openbaar rioleringsstelsel.
  • Als de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, hebben deze voorschriften voorrang.

2. Specifieke bepalingen voor riolering en waterafvoer voor dit bouwproject

De aansluitputjes voor de afvoer van vuilwater (DWA) en eventueel hemelwater (RWA) werden nog niet geplaatst door Fluvius. Op deze aansluitputjes dient het private afvoerstelsel, met respectievelijk vuilwater en hemelwater, aangesloten te worden. De aansluitputjes worden geplaatst op circa 1 m voor de rooilijn op uw privédomein met een onderlinge afstand tussen de 2 putjes van circa 0,60 m. De standaarddiepte van een rioleringsaansluiting is 0,80 m, indien dit technisch mogelijk is. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor regenwater (RWA) is dit 160 mm. Doe zo snel mogelijk een aansluitingsaanvraag bij Fluvius (www.fluvius.be) en wacht tot de putjes geplaatst zijn.

Volgens de GSV “hemelwater” dient een gescheiden stelsel voorzien te worden: de afvoer van het buitenterras/oprit dient aangesloten te worden op de overloop van de hemelwaterput, op een infiltratievoorziening of dient in de naastliggende groenzones af te wateren.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op de vuilwaterafvoerleiding(en) aangezien deze putjes vaak verstoppen en in principe alle waterafvoeren in de woning een waterslot/sifon hebben.
  • Het opgeslagen water van de hemelwaterput optimaal te gebruiken voor eventueel het spoelen van de toiletten, een buitenkraan voor het wassen van de auto, het besproeien van de tuin, … en eventueel voor de wasmachine.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • Een ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel, eventueel via een ontluchtingspijp door het dak.
  • Het is niet toegestaan om drainageleidingen aan te sluiten op de openbare riolering. Overeenkomstig de milieuwetgeving dient dit op eigen terrein geïnfiltreerd te worden.

3. Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van de privéwaterafvoer verplicht sinds 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar rioleringsstelsel dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12/1, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement. De keuring dient uitgevoerd te worden vóór de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.

Enkel de door Fluvius erkende keurders komen voor deze keuring in aanmerking (zie Keuring riolering | Fluvius).

Voor bijkomende informatie kan de bouwheer terecht op de infolijn van Fluvius 078 35 35 34.

Alvast bedankt om bovenstaande voorwaarden mee op te nemen in de stedenbouwkundige vergunning.”

Kosten voor het voorzien / verleggen of uitbreiden van de nutsleidingen moeten gedragen worden door de aanvrager;

Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige omgevingsaanvraag zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting/ herstel op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Voor de uitvoering van werken op bermen, stoepen en wegen dient er voor de aanvang der werken een staat van bevinding opgemaakt te worden door de aannemer en dit in samenspraak met een afgevaardigde van het gemeentebestuur.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de gelijkvloerse inkomhal, de nachthal op de verdieping en in de zolderruimte op de dakverdieping.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en bijgebouw en de terreininrichting met verhardingen, groenaanleg, kappen van een eik en de regularisatie voor het kappen van 7 loofbomen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze  afgeweken wordt. Die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

Aanvragen binnen goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar waarvan onverenigbaarheid met de stedenbouwkundige voorschriften geen grond voor weigering van de aanvraag vormt (Codextrein).
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 23/08/1965 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor de inplanting van het hoofdgebouw, een aanbouw met plat dak en het niet voorzien van dakoversteken:

  • Titel I, Artikel 6 – Welstand van de gebouwen

Een dakoversteek van minstens 40cm op de vrijblijvende zijgevels is verplichtend.

Het ontwerp voorziet geen dakoversteken.

  • Titel II, Artikel 8 – inplanting: a) zoals op plan aangeduid, zijnde de voorgevellijn op 8m uit de voorste perceelgrens.

Het ontwerp voorziet een inplanting op 6m.

  • Titel II, Artikel 9 – afmetingen

Voor de alleenstaande gebouwen:

max. diepte : 17m ,aanhorigheden dienen opgericht onder hetzelfde dak van de

hoofdbouw en hiermede één geheel te vormen.

Het voorziet in een aanbouw met plat dak vanaf een bouwdiepte van 11m tot 15m.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Maaswinkelstraat, een gemeenteweg ten zuiden van het centrum van Zonhoven, nabij de grens met stad Hasselt.

De omgeving wordt gekenmerkt door residentiële bebouwing in open en halfopen verband in de straat zelf, aan de achterzijde van het terrein bevinden zich diverse handelsfuncties langsheen de Heuveneindeweg.

Het perceel links van de aanvraag werd bebouwd met een eengezinswoning in open verband met 1 bouwlaag en hellend dak. Het rechts aangrenzende terrein betreft een grond bestemd voor woningbouw maar deze is thans voorzien van een magazijn (aansluitend op dit van Heuveneindeweg 97) en verharde toegangsweg. Aan de overzijde van de straat situeren zich 2 vrijstaande woningen met 1 bouwlaag en hellend dak, achteraan het perceel bevindt zich een meergezinswoning met 2 bouwlagen en hellend dak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag is thans onbebouwd en heeft een oppervlakte van 730m² en maakt deel uit van een verkaveling (ouder dan 15 jaar). Er zijn diverse bomen op het perceel aanwezig waarvan er intussen reeds 7 gekapt werden en 4 andere aangevraagd worden.

De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en bijgebouw en de inrichting van het terrein met verhardingen en groen alsook het kappen van 4 loofbomen ter hoogte van de voorste perceelgrens. Voor de 7 gekapte bomen wordt een regularisatie gevraagd.

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie is in overeenstemming met de woonfuncties in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 1 garage en een voorliggende oprit over een lengte van 28m en met een breedte van 3m. De garage biedt ruimte aan 1 wagen en op de voorliggende oprit kunnen bijkomend tot 4 à 5 wagens parkeren.

Dit is vrij ruim voor een eengezinswoning. Het onderbrengen van een garage in een bijgebouw is normaliter niet wenselijk omdat dit veel verharding met zich meebrengt. Er moet echter geconcludeerd worden dat er na het bouwen van de woning eenzelfde bijgebouw als aangevraagd kan opgericht worden zonder vergunning.

De aanvrager heeft tevens (mondeling en tevens binnen de 1ste projectversie) aangegeven dat hij zowel garage als oprit nodig heeft om voor zijn werk een dienstbestelwagen met aanhangwagen of trekker/ vrachtwagen te kunnen parkeren op eigen terrein. 

De voorziene garage en oprit zijn aanvaardbaar.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke aspecten

De inplanting van de voorgevel werd op 6m voorzien, dit in aansluiting met de reeds aanwezige woningen in de straat.

De woning krijgt een breedte van 11,80m en de maximale bouwdiepte, inclusief terras bedraagt 15m op het gelijkvloers. De verdieping krijgt een bouwdiepte van 11m, gemeten vanaf de bouwlijn, waarbij aan de linkerzijde een insprong aanwezig is van 0,8m.

De linker zijgevel is op een afstand van 3,20m tot de perceelgrens voorzien en de rechter zijgevel op een afstand van 4m tot de perceelgrens.

Het hoofdgebouw krijgt 2 bouwlagen onder een hellend dak (helling 40°) waarbij de kroonlijsthoogte op 5,95m tov het maaiveld komt te liggen, de nokhoogte op 10,20m (evenwijdig met de bouwlijn), een gedeelte van de nok ligt op 8m (nok haaks tov de bouwlijn). De aanbouw voor het overdekt terras ligt tussen de bouwdiepte van 11m en 15m en is voorzien van een plat dak met een bouwhoogte van 3,40m.

Ten opzichte van de algemeen gehanteerde bouwnormen wijkt de bouwdiepte op de verdieping beperkt af (deels op 11m ipv de gebruikelijke 10m) en indien het maaiveld op 30cm boven het peil van de wegas zou liggen ipv op de bestaande 40cm, zou de kroonlijsthoogte 6,05m bedragen ipv de gebruikelijke 6m. 

Gelet op de beperktere bouwdiepte op het gelijkvloers van 15m ipv 17m, waarbinnen tevens het overdekte en niet overdekte terras gelegen zijn, en de voldoende ruime afstand tot de perceelgrenzen, zijn de afwijkingen zeer beperkt en aanvaardbaar.

De woning krijgt een klassieke architecturale vormgeving met een gevelafwerking in een roodbruin genuanceerde gevelsteen, het buitenschrijnwerk in aluminium met zwarte kleur, en de dakbedekking van het hellend dak in blauw gesmoorde dakpannen.

Op het gelijkvloers zijn in de inkomhal een vestiaire, traphal en toilet aanwezig, een leefruimte met open keuken, een bureauruimte en een berging.

Op de verdieping zijn 3 ruime slaapkamers voorzien waarvan 1 met aansluitende dressing en verder een badkamer, apart toilet en berging/ wasplaats.

Op de dakverdieping is nog een zolderruimte aanwezig.

Het bijgebouw is rechts achteraan de woning voorzien op een afstand van 7m tot de achtergevel van het hoofdgebouw. De bouwbreedte bedraagt 5m, de bouwdiepte 8m. De afstand tot de rechter perceelgrens bedraagt 1m en deze tot de achterste perceelgrens bedraagt 1,27m à 1,88m. De totale bouwhoogte is voorzien op 3,50m.

Het bijgebouw wordt met dezelfde materalen als het hoofdgebouw afgewerkt: een roodbruin genuanceerde gevelsteen en buitenschrijnwerk in aluminium met zwarte kleur.

Het bijgebouw zal de functies garage en tuinberging/ fietsenberging bevatten. Zowel in de voorgevel als in de achtergevel wordt een poort voorzien. De poortopening achteraan is slechts in functie van het praktisch uitrijden met een zitmaaier.

Indien de woning reeds gerealiseerd zou zijn, zou het bijgebouw vallen onder de bepalingen van het vrijstellingsbesluit. 

Er werd bij het volledigheidsonderzoek aangegeven dat de functie van garage en carport niet wenselijk is binnen bijgebouwen in de achtertuin. De aanvrager heeft echter aangegeven deze ruimte, zijnde de garage én de langere oprit, nodig te hebben voor de uitoefening van zijn werk waarbij hij op zijn eigen terrein een bestelwagen met aanhangwagen moet kunnen parkeren, dit naast de wagens(s) voor privatief gebruik en /of bezoek. 

Dit wordt gevraagd door zijn werkgever om de veiligheid van de bedrijfsvoertuigen en hun inhoud te garanderen. De werkgever is een bedrijf in de transportbranche die als service herstellingen aan bestelwagens en vrachtwagens aanbiedt (een 24 uurs-pechverhelping). De aanvrager dient om deze reden het bedrijfsvoertuig tijdens de diensttijd dan ook onmiddellijk ter beschikking te hebben.

De aanvrager ging er tevens vanuit dat het rechts aanpalende perceel zijn definitieve functie reeds verkregen had door de aanwezigheid van een magazijn achteraan op het terrein met ruime inrit naar de Maaswinkelstraat. Om het gebruiksgenot van de links aanpalende bewoners zo min mogelijk te verstoren, werd de garage met inrit dan ook aan de rechterzijde voorzien.

De totale oppervlakte aan bebouwing op het terrein bedraagt 190,1m², de verhardingen hebben een oppervlakte van 152,2m². De vrije ruimte wordt van een groenaanplanting voorzien.

De verhouding bebouwde/ verharde oppervlakte (342,3m²) bedraagt ca. 48% tov de groene ruimte van ca. 52%. Rekening houdende met de kavelgrootte en gebruikelijke voorzieningen voor een eengezinswoning, is de footprint op het terrein aan de hoge kant.  Gezien zowel het bijgebouw als de strikt noodzakelijke inrit er naar toe, na bouw van de woning, vrijgesteld zou zijn van vergunning, kunnen bebouwing en verharding binnen de huidige aanvraag aanvaard worden. Er wordt evenwel opgelegd dat geen bijkomende inname voor bebouwing/ verharding meer mogelijk is omdat dit het evenwicht zou verstoren.

Onder deze voorwaarde is de voorziene bebouwing en verharding aanvaardbaar.

Groenvoorzieningen

Er werden reeds 7 loofbomen gekapt in en rond de bouwzone. De stamomtrek varieert van 63cm tot 110cm. Ter hoogte van de voorste perceelgrens, op de grens met het openbaar domein, zijn nog 4 loofbomen aanwezig waarvan minstens 2 eiken met een stamomtrek van 157cm en 2 bomen vlak naast elkaar (of 1 met een dubbele stam, dit is niet geheel duidelijk) waarvan de stamomtrek 47cm en 63cm bedraagt.

Binnen de aanvraag is het rooien van alle bomen voorzien (4 aangevraagd, 7 te regulariseren) en de heraanplant van 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin ter compensatie van de te vellen eiken en reeds gekapte 7 bomen.

De 3 hoogstammige fruitbomen, 2 appel en 1 peer, worden volgens het inplantingsplan op 3 tot 3,5m afstand van de achterste perceelgrens geplant, op minstens 5,5m tot de linker perceelgrens en op zo’n 3,5m afstand tot het bijgebouw. De 3 bomen hebben ten opzichte van elkaar slechts een plantafstand van ca. 2m. Dit is te weinig om degelijke groeikansen te bieden. Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen. Er kunnen slechts 2 bomen op dezelfde lijn ingeplant worden met respect voor de minimale afstand tot de perceelgrenzen en tot elkaar. 1 boom dient verder naar voor ingeplant te worden.

Voor wat betreft de te rooien bomen op de voorste perceelgrens, wordt het advies van de dienst Facilitair Management gevolgd (zie verder “Bespreking adviezen”).

Behoudens de eik ter hoogte van de inrit rechts vooraan, dienen de 3 loofbomen behouden te blijven omwille van hun waarde. Bij de uitvoering van de werken, met name de plaatsing van de hemelwaterput, infiltratieput en nutsleidingen, dient er op gelet geen schade te veroorzaken aan de te behouden bomen. Praktisch gezien zullen de putten naast elkaar geplaatst moeten worden om schade aan het wortelgestel te vermijden, de aansluitputjes nabij het inkompad. Een plaatsing in de zone voor oprit is nog meer aangewezen.

Het vellen van de eik ter hoogte van de inrit en de regularisatie van de 7 gekapte bomen is aanvaardbaar.

Bodemreliëf

Een ophoging van het bodemreliëf is in principe slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de voorste perceelgrens uitgevoerd worden. 

Het bestaande maaiveldniveau bevindt zich reeds op 40cm boven het peil van de wegas behoudens een beperkte zone voor de bouwlijn die van +40cm afhelt tot ca. +5cm.

In de aanvraag wordt de zone tot ca. 1,5m voor de bouwlijn ook op een hoogte van +40cm gebracht, langzaam afhellend naar de straatzijde toe waar een strook van ca. 1,5m ongewijzigd blijft. Het vloerpeil gelijkvloers wordt op 10cm boven het maaiveld voorzien.

Aangezien ophogingen schade kunnen veroorzaken aan het wortelgestel van de te behouden eiken die zich vooraan het terrein bevinden, mogen géén ophogingen uitgevoerd worden binnen de kruinprojectie van de te behouden bomen. Slechts 1m voor de bouwlijn mag tot op het maaiveldniveau van +40cm gebracht worden, de oprit mag wel afhellend naar de straatzijde aangelegd worden zoals aangegeven op het terreinprofiel

Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. 

Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen en putten, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving onder volgende voorwaarden:

  • De heraanplant van de 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin, ter compensatie van de te vellen eik en 7 gekapte bomen dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen na de oprichting van de gebouwen.
    Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen. Indien de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na aanplant;
  • Behoudens de eik ter hoogte van de oprit, dienen de 3 loofbomen aan de voorste perceelgrens behouden te blijven. Bij het uitvoeren van de werken dient alle schade aan de te behouden bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  • Er mogen géén ophogingen uitgevoerd worden binnen de kruinprojectie van de te behouden bomen aangezien deze schade kunnen veroorzaken aan het wortelgestel.
    Slechts 1m voor de bouwlijn mag het terrein tot op het maaiveldniveau van +40cm gebracht worden, de oprit mag wel aangelegd worden zoals aangegeven op het terreinprofiel. Voor het overige dient het terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  • De aangevraagde bebouwing en verharding is aanvaardbaar maar er mag in de toekomst geen bijkomende bebouwing/ verharding meer voorzien worden omdat dit het evenwicht zou verstoren tussen de verharde/ bebouwde ruimte en de groene ruimte.

BESPREKING ADVIEZEN

  • Het advies van 15/12/2021 van de dienst Facilitair Management is voorwaardelijk gunstig:
    “Gunstig voor de voorgestelde werken mits aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1. Enkel de eik aan straatzijde die in de geplande inrit staat en voor de loofboom diam. 15 cm aan de straatzijde mogen nog gerooid worden
  2. De eik die niet in de geplande inrit staat en de loofboom met diam. 20 cm aan de straatzijde moeten behouden blijven.
  3. Bij de bouw van de woning zal de aanvrager dan ook de nodige maatregelen moet nemen om schade aan de te behouden bomen te vermijden. Zo zal de infiltratieput best naast de regenwaterput geplaatst worden i.p.v. ervoor. Op deze manier worden de wortels van de te behouden bomen maximaal gevrijwaard. 
  4. Alle aansluitingen op de nutsleidingen dienen te gebeuren t.h.v. het voetpad naar de voordeur. Op deze manier wordt schade aan de wortels van de behouden bomen maximaal vermeden.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich gedeeltelijk aan bij dit advies en wenst op te leggen:

  1. Behoudens de eik ter hoogte van de inrit dienen de 3 andere bomen langsheen de voorste perceelgrens behouden te blijven. Bij het uitvoeren van de werken dient alle schade aan de te behouden bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  2. De heraanplant van de 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin, ter compensatie van de te vellen eik en 7 gekapte bomen dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen na de oprichting van de gebouwen.
    Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen.
    Indien de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na aanplant.
  3. De aansluiting op de riolering en andere nutsleidingen dienen aangelegd ter hoogte van het inkompad of de oprit om schade aan het wortelgestel van de bomen te vermijden. 
  • Het advies van 23/12/2021 van rioleringsbeheerder Fluvius is voorwaardelijk gunstig zoals reeds hoger aangehaald (zie “Stedenbouwkundige verordeningen – riolering”). De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies, dienen gevolgd te worden.

De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies dienen gevolgd te worden.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de ruimtelijke draagkracht van het perceel niet wordt overschreden en dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving mits het opleggen van voorwaarden. 

De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening onder volgende voorwaarden:

  • Behoudens de eik ter hoogte van de inrit dienen de 3 andere bomen langsheen de voorste perceelgrens behouden te blijven. Bij het uitvoeren van de werken dient alle schade aan de te behouden bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  • De aansluiting op de riolering en andere nutsleidingen dienen aangelegd ter hoogte van het inkompad of de oprit om schade aan het wortelgestel van de bomen te vermijden;
  • De aanplant van de 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin, ter compensatie van de te vellen eik en 7 gekapte bomen dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen na de oprichting van de gebouwen.
    Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen.
    Indien de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat. Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na aanplant; 
  • Er mogen géén ophogingen uitgevoerd worden binnen de kruinprojectie van de te behouden bomen aangezien deze schade kunnen veroorzaken aan het wortelgestel.
    Slechts 1m voor de bouwlijn mag het terrein tot op het maaiveldniveau van +40cm gebracht worden, de oprit mag wel aangelegd worden zoals aangegeven op het terreinprofiel. Voor het overige dient het terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  • De aangevraagde bebouwing en verharding is aanvaardbaar maar er mag in de toekomst  geen bijkomende bebouwing/ verharding meer voorzien worden omdat dit het evenwicht zou verstoren tussen de verharde/ bebouwde ruimte en de groene ruimte.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar en  bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving mits het opleggen van voorwaarden. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en bijgebouw en de terreininrichting met verhardingen, groenaanleg, kappen van een eik en de regularisatie voor het kappen van 7 loofbomen onder volgende voorwaarden:

  • Behoudens de eik ter hoogte van de inrit dienen de 3 andere bomen langsheen de voorste perceelgrens behouden te blijven. Bij het uitvoeren van de werken dient alle schade aan de te behouden bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  • De aansluiting op de riolering en andere nutsleidingen dienen aangelegd ter hoogte van het inkompad of de oprit om schade aan het wortelgestel van de bomen te vermijden;
  • De aanplant van de 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin, ter compensatie van de te vellen eik en 7 gekapte bomen dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen na de oprichting van de gebouwen.
    Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen.
    Indien de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat.  Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na aanplant; 
  • Er mogen géén ophogingen uitgevoerd worden binnen de kruinprojectie van de te behouden bomen aangezien deze schade kunnen veroorzaken aan het wortelgestel.
    Slechts 1m voor de bouwlijn mag het terrein tot op het maaiveldniveau van +40cm gebracht worden, de oprit mag wel aangelegd worden zoals aangegeven op het terreinprofiel. Voor het overige dient het terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  • De aangevraagde bebouwing en verharding is aanvaardbaar maar er mag in de toekomst  geen bijkomende bebouwing/ verharding meer voorzien worden omdat dit het evenwicht zou verstoren tussen de verharde/ bebouwde ruimte en de groene ruimte.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en bijgebouw en de terreininrichting met verhardingen, groenaanleg, kappen van een eik en de regularisatie voor het kappen van 7 loofbomen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden én voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Behoudens de eik ter hoogte van de inrit dienen de 3 andere bomen langsheen de voorste perceelgrens behouden te blijven. Bij het uitvoeren van de werken dient alle schade aan de te behouden bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  2. De aansluiting op de riolering en andere nutsleidingen dienen aangelegd ter hoogte van het inkompad of de oprit om schade aan het wortelgestel van de bomen te vermijden;
  3. De aanplant van de 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin, ter compensatie van de te vellen eik en 7 gekapte bomen dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen na de oprichting van de gebouwen.
    Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen. Indien de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat.  Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na aanplant; 
  4. Er mogen géén ophogingen uitgevoerd worden binnen de kruinprojectie van de te behouden bomen aangezien deze schade kunnen veroorzaken aan het wortelgestel.
    Slechts 1m voor de bouwlijn mag het terrein tot op het maaiveldniveau van +40cm gebracht worden, de oprit mag wel aangelegd worden zoals aangegeven op het terreinprofiel. Voor het overige dient het terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. De aangevraagde bebouwing en verharding is aanvaardbaar maar er mag in de toekomst  geen bijkomende bebouwing/ verharding meer voorzien worden omdat dit het evenwicht zou verstoren tussen de verharde/ bebouwde ruimte en de groene ruimte;
    Riolering:
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Het rooien van de boom mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar van 08/03/2022 omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning en bijgebouw en de terreininrichting met verhardingen, groenaanleg, kappen van een eik en de regularisatie voor het kappen van 7 loofbomen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Behoudens de eik ter hoogte van de inrit dienen de 3 andere bomen langsheen de voorste perceelgrens behouden te blijven. Bij het uitvoeren van de werken dient alle schade aan de te behouden bomen vermeden te worden, m.n. schade aan het wortelgestel waardoor de bomen kunnen afsterven;
  2. De aansluiting op de riolering en andere nutsleidingen dienen aangelegd ter hoogte van het inkompad of de oprit om schade aan het wortelgestel van de bomen te vermijden;
  3. De aanplant van de 3 hoogstammige fruitbomen in de achtertuin, ter compensatie van de te vellen eik en 7 gekapte bomen dient uitgevoerd te worden in het plantseizoen na de oprichting van de gebouwen.
    Er dient voor elke boom een ruimte van 2,5m minstens voorzien rondom de staminplant. Dit houdt in dat de afstand tussen 2 bomen 5m dient te bedragen. Indien de aanplant niet aanslaat, dient deze herhaald te worden tot deze aanslaat.  Bewijs van aanplant dient aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving, uiterlijk 3 maanden na aanplant; 
  4. Er mogen géén ophogingen uitgevoerd worden binnen de kruinprojectie van de te behouden bomen aangezien deze schade kunnen veroorzaken aan het wortelgestel.
    Slechts 1m voor de bouwlijn mag het terrein tot op het maaiveldniveau van +40cm gebracht worden, de oprit mag wel aangelegd worden zoals aangegeven op het terreinprofiel. Voor het overige dient het terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  5. De aangevraagde bebouwing en verharding is aanvaardbaar maar er mag in de toekomst  geen bijkomende bebouwing/ verharding meer voorzien worden omdat dit het evenwicht zou verstoren tussen de verharde/ bebouwde ruimte en de groene ruimte;
    Riolering:
  6. Er dient voldaan te worden aan de voorwaarden en aanbevelingen opgelegd in het advies van Fluvius, zoals gevoegd in bijlage;
  7. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  8. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  9. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  10. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  11. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  12. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  13. Het rooien van de boom mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
    Andere voorwaarden:
  14. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  15. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  16. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  17. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  18. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

8.

2022_CBS_00266 - OMV - Vergunning - Binnenpad 21 - 2021/00315 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
8.

2022_CBS_00266 - OMV - Vergunning - Binnenpad 21 - 2021/00315 - Goedkeuring

2022_CBS_00266 - OMV - Vergunning - Binnenpad 21 - 2021/00315 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het uitbreiden van een halfopen eengezinswoning.

De aanvraag werd op 4 november 2021 ontvangen en op 1 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 11 december 2021 tot en met 9 januari 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 28 juli 2015 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden gelegen in het binnengebied Herestraat – Batenstraat – Klapstraat.  (1192.E.874.2)

Tegen deze beslissing werd beroep aangetekend door de aanvrager bij de deputatie.

Op 22 december 2015 werd door de deputatie een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden gelegen in het binnengebied Herestraat – Batenstraat – Klapstraat.  (1192.E.874.2)

Op 17 september 2015 werd een stedenbouwkundige aanvraag ingediend voor het rooien van 18 bomen.

Dit dossier werd door de aanvrager stopgezet.   (2015/00156)

Op 14 september 2017 werd een stedenbouwkundige aanvraag ingediend voor het bouwen van een eengezinswoning.  Deze aanvraag werd door de aanvrager ingetrokken op 24 oktober 2017.  (2017/00200)

Op 20 februari 2018 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het regulariseren van de hoogte van de wegenis en de percelen binnen de goedgekeurde verkaveling.  (2017/00277)

Op 20 maart 2018 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning.   (2017/00283)

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 11 december 2021 tot en met 9 januari 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 11 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 22 december 2015 door de deputatie.  (1192.E.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

Er wordt afgeweken van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Plat dak i.p.v. verplicht hoofdzakelijk hellende daken waarbij enkel kleine uitsprongen mogen afgewerkt worden met een plat dak.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater gezien de horizontale dakoppervlakte ongewijzigd blijft.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Specifieke bepalingen betreffende riolering en waterafvoer voor dit bouwproject:

De bestaande huisaansluiting dient door de aanvrager gedetecteerd te worden. Indien er een bestaande huisaansluiting aanwezig is t.h.v. de rooilijn dienen de eventuele nieuwe hemelwaterafvoerleiding en vuilwaterafvoerleiding t.h.v. de rooilijn tot aan en niet dieper dan de bestaande huisaansluiting gebracht te worden. T.h.v. de bestaande huisaansluiting voorziet de aanvrager aan de rooilijn op privaat domein aparte controleputjes op de eventuele hemelwaterafvoer en op de eventuele vuilwaterafvoer indien dit nog niet aanwezig is. Dit ontslaat de klant niet van het indienen van een aansluitingsaanvraag bij Fluvius.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de garage, de bergplaats, de keuken, de overloop en de hobbyruimte/bureel.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het uitbreiden van een halfopen eengezinswoning.

De uitbreiding betreft een bureel- / hobbyruimte.

De uitbreiding is voorzien op de bestaande garage en bevindt zich aldus op de verdieping tegen de rechter perceelgrens.

De bestaande bouwdiepte alsook bouwbreedte blijft ongewijzigd.

De uitbreiding wordt voorzien van een plat dak en sluit aan op het dakprofiel van de bestaande woning.

Voor het rechter aangrenzende perceel werd tevens een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning.  Uit deze aanvraag blijkt dat de nieuw op te richten woning aansluit op het gabarit van de huidige aanvraag.

De uitbreiding wordt uitgevoerd in dezelfde gevelmaterialen als de bestaande woning, nl. licht grijs genuanceerde gevelsteen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor het dakprofiel.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bebouwing verplicht dient uitgevoerd te worden met hoofdzakelijk hellende daken waarbij enkel kleine uitsprongen mogen afgewerkt worden met een plat dak.

Uit het ontwerp blijkt dat de uitbreiding van de woning wordt uitgevoerd met een plat dak.

De bestaande woning werd reeds voorzien van een plat dak.  Door de uitbreiding tevens te voorzien van een plat dak wordt voor de gehele woning éénzelfde dakprofiel en dakrandhoogte gehanteerd.

Voor het rechter aangrenzende perceel werd tevens een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning.  Uit deze aanvraag blijkt dat de nieuw op te richten woning aansluit op het gabarit van de huidige aanvraag.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het uitbreiden van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter (maximaal 6 meter), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het uitbreiden van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  6. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  7. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  8. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter (maximaal 6 meter), dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  9. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  10. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  11. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  12. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  13. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  14. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  15. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  16. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  17. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

9.

2022_CBS_00267 - OMV - Vergunning - Binnenpad 23 - 2021/00316 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
9.

2022_CBS_00267 - OMV - Vergunning - Binnenpad 23 - 2021/00316 - Goedkeuring

2022_CBS_00267 - OMV - Vergunning - Binnenpad 23 - 2021/00316 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een halfopen eengezinswoning.

De aanvraag werd op 4 november 2021 ontvangen en op 1 december 2021 ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 11 december 2021 tot en met 9 januari 2021.

De eigenaars van de aanpalende percelen werden verzocht hun standpunt kenbaar te maken.

Het openbaar onderzoek werd gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 28 juli 2015 werd een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden gelegen in het binnengebied Herestraat – Batenstraat – Klapstraat.  (1192.E.874.2)

Tegen deze beslissing werd beroep aangetekend door de aanvrager bij de deputatie.

Op 22 december 2015 werd door de deputatie een verkavelingsvergunning afgeleverd voor het verkavelen van gronden gelegen in het binnengebied Herestraat – Batenstraat – Klapstraat.  (1192.E.874.2)

Op 17 september 2015 werd een stedenbouwkundige aanvraag ingediend voor het rooien van 18 bomen.  Dit dossier werd door de aanvrager stopgezet.  (2015/00156)

Op 20 februari 2018 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het regulariseren van de hoogte van de wegenis en de percelen binnen de goedgekeurde verkaveling.  (2017/00277)

(VB_2021_103)

De aanvraag werd op 30 maart 2021 in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:

“Uw vraag om op de bovenverdieping een bouwdiepte te realiseren van 13m i.p.v. 12m zoals opgelegd in de verkavelingsvergunning werd op ons intern overleg besproken.

De dienst gaat niet akkoord met het voorgestelde. De bouwdiepte op de verdieping van 12m dient als maximum behouden te blijven.

In bijlage werden de verkavelingsvoorschriften en de -vergunning toegevoegd van verkaveling 1192.E.874.2.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.

Dit schrijven biedt geen garanties op volledigheid/vergunning van een dossier.”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 11 december 2021 tot en met 9 januari 2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.

Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel.

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 12 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 22 december 2015 door de deputatie.  (1192.E.874.2)

De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen.

De kavel kreeg als bestemming eengezinswoning.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften. Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de afwijkingsbepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de gehanteerde richtlijnen en omzendbrieven.

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Beperkte afwijkingen

Art. 4.4.1.

§1. In een vergunning kunnen, na een openbaar onderzoek, beperkte afwijkingen worden toegestaan op stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften met betrekking tot perceelafmetingen, de afmetingen en de inplanting van constructies, de dakvorm en de gebruikte materialen.

Afwijkingen kunnen niet worden toegestaan voor wat betreft:

1° de bestemming;

2° de maximaal mogelijke vloerterreinindex;

3° het aantal bouwlagen.

Er wordt afgeweken van volgende verkavelingsvoorschriften:

  • Plat dak i.p.v. verplicht hoofdzakelijk hellende daken waarbij enkel kleine uitsprongen mogen afgewerkt worden met een plat dak.
  • De dakrandhoogte varieert tussen 3,35m en 6,25m ten opzichte van het maaiveld i.p.v. dat de kroonlijsthoogte maximaal 6m mag bedragen ten opzichte van het maaiveld.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 112m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 10 000 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, een uitgietbak en een buitenkraan. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (9,48m²) en het volume (5 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 

Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom

De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).

Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.

Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs het Binnenpad, een uitgeruste gemeenteweg.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkomhal en de overloop.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Erfdienstbaarheden / gemene muren

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten.

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur.

De overeenstemming van de aanvraag met een goede ruimtelijke ordening wordt echter beoordeeld met inachtneming van beginselen als hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4 van de VCRO.

De aanvrager wordt erop gewezen dat omtrent de gemene muren/ de mandeligheid van muren / bestaande erfdienstbaarheden / erfscheidingen … geen afbreuk wordt gedaan aan de burgerlijke rechten van de betrokken aanpalende eigenaars   door het afleveren van een omgevingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden / bijstelling van de omgevingsvergunning / stedenbouwkundig attest.

Dat het aangewezen is hieromtrent een (schriftelijke) overeenkomst/ akkoordverklaring te bekomen alvorens aan te vatten met de werken.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is niet in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

Het voorgestelde ontwerp voorziet een halfopen eengezinswoning.

De woning wordt ingeplant op minimum 5m van de rooilijn, deels tegen de linker perceelgrens en op 3m van de rechter perceelgrens.

De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt maximaal 13m en op de verdieping 12m.

De woning is voorzien van twee bouwlagen met een plat dak.

De dakrandhoogte is gelegen tussen 3,35m en 6,25m ten opzichte van het maaiveld.

De woning beschikt op het gelijkvloers over een inkomhal, een toilet, een zithoek, een eethoek, een keuken, een bergplaats, een bureel, een garage en een tuinberging.

Op de verdieping bevinden zich 3 slaapkamers, 2 badkamers, een toilet, een dressing, een berging / technische ruimte en de nachthal.

De woning wordt opgetrokken in een rood-bruin genuanceerde gevelsteen.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een verkavelingsvergunning waarvan op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De aanvraag integreert zich hierin volledig qua architectuur, materiaalgebruik en volume behoudens de gevraagde afwijkingen voor het dakprofiel en de kroonlijsthoogte.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de bebouwing verplicht dient uitgevoerd te worden met hoofdzakelijk hellende daken waarbij enkel kleine uitsprongen mogen afgewerkt worden met een plat dak.

Uit het ontwerp blijkt dat de woning wordt uitgevoerd met een plat dak.

De woning sluit aan op het gabarit van de linker aangrenzende woning.

Het straatbeeld bestaat uit een gevarieerde bebouwing qua dakprofiel.  Een plat dak is niet vreemd in de omgeving en dus niet storend in het straatbeeld.

De verkavelingsvoorschriften bepalen dat de kroonlijsthoogte maximaal 6m mag bedragen ten opzichte van het maaiveld.

Het ontwerp voorziet een dakrandhoogte variërend tussen 3,35m en 6,25m ten opzichte van het maaiveld.

De dakrandhoogte is slechts 0,25m hoger gelegen dan de toegestane hoogte volgens de verkavelingsvoorschriften.  De afwijking is dan ook beperkt.

Tevens is de voorgestelde dakrandhoogte eerder gebruikelijk bij platte daken door de huidige isolatienormen.

De gevraagde afwijkingen zijn niet van die aard dat de basisvisie van de verkaveling erdoor wordt aangetast, evenmin doet het gevraagde afbreuk aan de rechten en het woongenot van de aanpalenden. De gevraagde afwijkingen zullen niet leiden tot onverenigbare situaties in deze omgeving.

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek, het afwijken van de verkavelingsvoorschriften en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een halfopen eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

Riolering:

  1. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  2. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  3. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  4. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  5. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  6. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  7. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  8. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De groenelementen die niet weergegeven werden op de ingediende plannen dienen behouden te blijven;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
  12. Indien haagbeplanting aangebracht wordt op minder dan 0,50 meter van de perceelgrenzen moet alvorens de aanplanting uitgevoerd wordt, de aangrenzende(n) hun schriftelijk akkoord geven voor deze aanplanting;
    Andere voorwaarden:
  13. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  14. Met betrekking tot de uitvoering van de gemene muren / erfscheidingen / aanplantingen op de scheiding, dient principieel met de buren een overeenkomst afgesloten te worden alvorens aan te vatten met de werken conform het Burgerlijk Wetboek;
  15. Bij gebrek aan een uitdrukkelijk akkoord omtrent de afwerking van de zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens, dienen alle zichtbaar blijvende gevels binnen deze aanvraag en deze van de aangrenzende afgewerkt te worden door de laatst bouwende.  De zichtbaar blijvende gevels op perceelgrens moeten afgewerkt worden in een volwaardig gevelmateriaal.
  16. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  17. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  18. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  19. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

10.

2022_CBS_00268 - OMV - Vergunning - Elsbergweg 17 - 2021/00362 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
10.

2022_CBS_00268 - OMV - Vergunning - Elsbergweg 17 - 2021/00362 - Goedkeuring

2022_CBS_00268 - OMV - Vergunning - Elsbergweg 17 - 2021/00362 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

De aanvraag werd op 19 december 2021ontvangen.

Op 12 januari 2022 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 17 januari 2022 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 18 januari 2022 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Op 13 oktober 1970 werd een vergunning afgeleverd voor het bouwen van 2 garages.  (1970/00122)

(VB_2021_167)

De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie, nl.:

1 juni 2021:

“2D 168B2 is niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling, een BPA of een RUP. Het is volgens de gewestplanbestemming gelegen in woongebied (eerste 50m) en achteraan in woonuitbreidingsgebied.

Het perceel bevindt zich in buitengebied (noch binnen een kern, noch binnen de afbakening regionaal stedelijk gebied).  Verdichting is op deze locatie niet wenselijk.  We voorzien hier een maximale woondichtheid van 13 woningen/ha.

Het perceel kan niet verkaveld worden naar 2 loten voor halfopen bebouwing.

U dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met onderstaande normen rekening te houden:

  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m 
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m 
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak;
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m
  • Beperking van inritten (1 per perceel met een maximale breedte van 3m t.h.v. de rooilijn)
  • Voorzien van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein: 1,5 parkeerplaats/woonentiteit (afgerond naar boven)
  • Zoveel mogelijk beperking van terreinverharding en oppervlakte aan bijgebouwen
  • Kleinschalig en duurzaam materiaal, industrie gerelateerde materialen zijn niet aanvaardbaar.

Deze algemene regels zijn stelregels die kunnen bijgesteld worden afhankelijk van de individuele situatie van het terrein. Dit dient echter steeds afgetoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening, de kenmerken van het perceel en de straat, …

Het is steeds mogelijk een voorontwerp aan de dienst Ruimtelijke ordening voor te leggen.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

17 juni 2021

“Een maximale woondichtheid van 13 woningen/ha komt voor dit perceel neer op 1,52 woningen.

Dit betekent dat op dit perceel geen 2 woonentiteiten kunnen gerealiseerd worden. Of de woningen naast of boven elkaar worden voorzien, speelt hierin geen rol.

Hopend u hiermee voldoende te  hebben geïnformeerd.

12 augustus 2021:

“Indien er geen verkaveling, BPA, RUP, … van toepassing is op een perceel bouwgrond kan er van enkele algemene stelregels uitgegaan worden.

Dit dient echter steeds afgetoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening, de kenmerken van het perceel en de straat, …

De algemene bouwvoorschriften omvatten:

  • Inplanting volgens straatbeeld met een minimum van 5m.
  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak;
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m
  • Voldoen aan parkeernorm

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen externe adviezen.

21 september 2021:

“Naar aanleiding van je telefonische vraag informeer ik je hierbij over de bouwmogelijkheden op het perceel 2de afdeling, sectie D, nr. 168B2, gelegen langs de Elsbergweg (17).

Dit perceel is niet gelegen binnen een goedgekeurde verkaveling, een BPA of een RUP. Het is volgens de gewestplanbestemming gelegen in woongebied (eerste 50m) en achteraan in woonuitbreidingsgebied.

Het perceel bevindt zich in buitengebied (noch binnen een kern, noch binnen de afbakening regionaalstedelijk gebied).  Verdichting is op deze locatie niet wenselijk.  We voorzien hier een maximale woondichtheid van 13 woningen/ha.

Het perceel kan niet verkaveld worden naar 2 loten voor halfopen bebouwing.

U dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met onderstaande normen rekening te houden:

  • Minimaal 3m afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen
  • Maximale bouwdiepte op gelijkvloers 17m 
  • Maximale bouwdiepte op verdieping 10m 
  • Kroonlijsthoogte tot 6m bij hellend dak en nokhoogte tot 10,50m
  • Dakrandhoogte tot 6m50 bij een plat dak;
  • Minimale tuinzone achter de woning 10m
  • Beperking van inritten (1 per perceel met een maximale breedte van 3m t.h.v. de rooilijn)
  • Voorzien van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein: 1,5 parkeerplaats/woonentiteit (afgerond naar boven)
  • Zoveel mogelijk beperking van terreinverharding en oppervlakte aan bijgebouwen
  • Kleinschalig en duurzaam materiaal, industrie gerelateerde materialen zijn niet aanvaardbaar.

Deze algemene regels zijn stelregels die kunnen bijgesteld worden afhankelijk van de individuele situatie van het terrein. Dit dient echter steeds afgetoetst te worden aan de goede ruimtelijke ordening, de kenmerken van het perceel en de straat, …

Het is steeds mogelijk een voorontwerp aan de dienst Ruimtelijke ordening voor te leggen. Dat kan u digitaal aan ons overmaken via volgend webformulier www.zonhoven.be/ro.

Wij wensen u erop te wijzen dat het afleveren van een vergunning te allen tijde afhankelijk is van de eigenschappen van een concreet dossier, de ruimtelijke context, het openbaar onderzoek en de in te winnen adviezen.”

22 november 2021:

Volgende bouwdieptes zijn mogelijk zolang er geen privacyprobleem ontstaat:

  • Gelijkvloers 17m, verdieping 10m
  • Gelijkvloers 15m, verdieping 12m
  • Gelijkvloers 16m, verdieping 11m”

De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Milieu

Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Lozing NHA en gasopslag 350l

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.

Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in woongebied en deels in woonuitbreidingsgebied. De voorgestelde werken bevinden zich volledig in het woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

BPA, RUP en verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat voor de nieuw opgerichte woning met een horizontale dakoppervlakte van 288m² een hemelwaterput wordt voorzien met een inhoud van 7 500 liter en recuperatie van het hemelwater voor het sanitair gebruik, de wasplaats en een buitenkraan (volgens hemelwaterformulier). De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte (18m²) en het volume (12 000 liter) voldoen aan de verordening.

De verordening is niet van toepassing voor wat betreft de aanleg van de voorziene verhardingen omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Riolering

Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.

Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen

Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:

  • De aanvrager dient het Algemeen Waterverkoopreglement, de aanvullende voorwaarden en de aanvullende technische voorschriften van de rioolbeheerder Fluvius na te leven. Daarnaast dient de aanvrager de voorwaarden zoals bepaald in afdeling 6.2.2. van Vlarem II na te leven voor de afvoer van hemel- en afvalwater. 
  • Indien voor het bouwproject een aansluiting op de openbare riolering noodzakelijk is dan dient de aanvrager zo snel mogelijk na het bekomen van de bouwvergunning zijn aanvraag tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk online aan te vragen via de website van Fluvius: www.fluvius.be. Fluvius bepaalt de locatie en diepte van de huisaansluitingen. Alleen Fluvius of een door haar aangestelde uitvoerder zorgt voor de realisatie van het gedeelte van de aansluiting dat in het openbaar domein ligt tot aan de perceelsgrens van de eigendom
  • De klant dient zelf in te staan voor het plaatsen van de privériolering voor het bouwproject en is verplicht deze uit te voeren volgens de wettelijke bepalingen ter zake, ondermeer dient voldaan te zijn aan de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5/07/2013 (GSV “hemelwater”).
  • Indien de privériolering niet correct en volledig volgens deze wettelijke bepalingen werd uitgevoerd, zelfs indien dit niet expliciet door de stedenbouwkundige vergunning opgelegd is, behoudt Fluvius het recht om de woning niet aan te sluiten op het rioleringsnet.
  • Indien de bouwplannen en meer specifiek het rioleringsplan niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften hebben deze voorschriften voorrang.

We raden aan om:

  • Geen sifonputjes te plaatsen op vuilwaterafvoerleidingen aangezien in deze putjes vaak verstopping optreedt en alle toestellen in de woning in principe reeds over een waterslot/sifon beschikken.
  • In het kader van herbruik van hemelwater, het water van de hemelwaterput voor de spoeling van alle WC’s, kranen voor kuiswater en wasmachines in deze werken te gebruiken.
  • Een terugslagklep te plaatsen op de overloop van de hemelwaterput om terugstuwing vanuit de riolering te vermijden.
  • De noodzakelijke ontluchting te voorzien op het private vuilwaterafvoerstelsel (bvb: ontluchtingspijp door dak).

Keuring privéwaterafvoer

Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer.  Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

Een voldoende uitgeruste weg voldoet voorts aan de uitrustingsvoorwaarden die worden gesteld in stedenbouwkundige voorschriften of vereist worden door de plaatselijke toestand, daaronder begrepen de voorzieningen die in de gemeente voorhanden zijn en het ruimtelijk beleid van de gemeente.

Het perceel is gelegen langs de Elsbergweg, een gemeenteweg in asfaltverharding.

De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.

De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de inkomhal, de gang, de technische ruimte en 2 in de nachthal.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften. 

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Elsbergweg, een gemeenteweg aansluitend aan de kern van Termolen. De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open verband met één of twee bouwlagen zowel afgedekt met plat dak als zadeldak.

Omschrijving van de aanvraag

Het perceel van de aanvraag heeft een oppervlakte van 2.824m² en is thans onbebouwd. De aanvraag omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning met een dakoppervlakte van 288m². 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

De woonfunctie is in overeenstemming met de woonfuncties in de omgeving.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet geen inpandige garage, noch in een garage/carport in de zijtuinstrook. Er wordt wel een klinkerverharding met een oppervlakte van ca 170m² voorzien in de voortuinstrook . Door het voorzien van deze grote oppervlakte aan klinkerverharding in de voortuinstrook wordt ca. 70% van de voortuin verhard. Om het groene karakter in de straat te behouden, en met uitbreiding dit van de gemeente, dient de verharding in de voortuin te worden beperkt tot 100m². Dit wil zeggen dat de verharding dewelke rechts van de voordeur is gelegen niet mag worden aangelegd behoudens een pad met een breedte van 1,20m aansluitend aan de voorgevel.  In plaats van deze verharding dient een groenaanplant worden voorzien. Mits naleving van deze voorwaarde vervult de voortuin haar functie als tuin en kunnen er nog minstens 3 wagen gestald worden op het terrein. De aanvraag heeft geen negatieve impact op de mobiliteit.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen

De woning wordt opgericht op 10 meter uit de rooilijn en op minimum 3 meter van de zijdelingse perceelgrenzen. De woning wordt opgebouwd uit twee bouwlagen en afgedekt met een plat dak. De bouwdiepte op het gelijkvloers bedraagt 16 meter en op het verdiepingsniveau 11 meter. De woning heeft een kroonlijsthoogte van 6,65 meter boven het voorliggende maaiveld. De woning wordt opgericht in een witte gevelsteen. Het buitenschrijnwerk is aluminium, kleur mat zwart. In de voortuinstrook en rond de woning wordt een klinkerverharding aangelegd met een oppervlakte van 230m², dewelke afwatert in de groenaanplanting. Er worden geen vrijstaande bijgebouwen voorzien op het eigendom.

De inplanting van de woning sluit aan bij de aanpalende woningen. De gebruikte materialen zijn algemeen aanvaardbaar binnen deze bebouwde omgeving. Gelet op de verschillende bouwstijlen in de straat, variërend van 1 bouwlaag tot 2 bouwlagen met hellend of plat dak, integreert de voorliggende woning met 2 bouwlagen en een plat dak zich in de omgeving. 

Zoals hierboven reeds aangehaald dient de verharding in de voortuin te worden beperkt tot 100m² en dit om het groene karakter in de straat te behouden, en met uitbreiding dit van de gemeente.  Dit wil zeggen dat de verharding dewelke rechts van de voordeur is gelegen niet mag worden aangelegd behoudens een pad met een breedte van 1,20m aansluitend aan de voorgevel.   In plaats van deze verharding dient een groenaanplant worden voorzien. Mits naleving van deze voorwaarde kan de voortuin haar functie als tuin vervullen en blijft er nog voldoende ruimte over op het terrein voor de aanleg van kwalitatief groen.

De aanvraag is qua schaal , ruimtegebruik en bouwdichtheid, en visueel-vormelijke elementen aanvaardbaar.

Bodemreliëf

Het bestaande maaiveld wordt niet gewijzigd. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen

Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag m.b.t. de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen. 

De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving mits naleving van de voorwaarden.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits naleving van de voorwaarden.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning, mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. De verharding in de voortuin dient beperkt te worden tot maximaal 100m². Dit wil zeggen dat de verharding dewelke rechts van de voordeur is gelegen niet mag worden aangelegd behoudens een pad met een breedte van 1,20m aansluitend aan de voorgevel. In plaats van deze verharding dient een groenaanplant worden voorzien.
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het bouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. De verharding in de voortuin dient beperkt te worden tot maximaal 100m². Dit wil zeggen dat de verharding dewelke rechts van de voordeur is gelegen niet mag worden aangelegd behoudens een pad met een breedte van 1,20m aansluitend aan de voorgevel. In plaats van deze verharding dient een groenaanplant worden voorzien.
    Riolering:
  2. Er dient voldaan te worden aan het Algemeen Waterverkoopreglement en aanvullende voorwaarden van de netbeheerder ( zie www.fluvius.be);
  3. De initiatiefnemer handelt volgens en voldoet aan de reglementering van de nutsmaatschappijen en draagt alle kosten die noodzakelijk zijn voor aansluiting op de nutsleidingen;
  4. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  5. Voor de aansluiting van de riolering van het perceel op het openbaar rioleringsstelsel dient een toelating van Fluvius bekomen te worden;
  6. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid.  Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke; 
  7. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.
    Terrein en gelijkgrondse berm:
  8. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  9. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 3 meter, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  10. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  11. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;
    Andere voorwaarden:
  12. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  13. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m;
  14. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  15. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  16. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

11.

2022_CBS_00281 - OMV - Vergunning - Kruisstraat 13 en 13a - 2021/00291 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
11.

2022_CBS_00281 - OMV - Vergunning - Kruisstraat 13 en 13a - 2021/00291 - Goedkeuring

2022_CBS_00281 - OMV - Vergunning - Kruisstraat 13 en 13a - 2021/00291 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft 

  • het bouwen van een kantoorgebouw met conciërgewoning, het regulariseren en uitbreiden van de productiehallen en het regulariseren van de containers en de cementsilo. 
  • Het hernieuwen, wijzigen en uitbreiden van een inrichting voor het vervaardigen van betonelementen

De aanvraag werd op 09/10/2021 ontvangen.

Op 04/11/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 09/11/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 02/12/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 12/12/2021 tot en met 10/01/2022, gesloten met 0 bezwaarschriften.

GEGEVENS VAN HET BEDRIJF 

De activiteiten van het bedrijf zijn de volgende: productie van betonelementen.

Huidige aanvraag behelst een hernieuwing en verandering door wijziging en uitbreiding. De huidige milieuvergunning loopt af op 13 mei 2024, vandaar de aanvraag tot hernieuwing. Waarmee tegelijk een omzetting naar onbepaalde duur wordt gevraagd. 

De verandering houdt een regularisatie van de bestaande opslagtanks en machines in nav vervangingen. 

Verder wordt de site te Kruisstraat 12A toegevoegd bij de aanvraag gezien op deze locatie diverse gevaarlijke producten worden opgeslagen ifv de bedrijfsvoering van Betonprofiel Bulen, met opslag van hout en metaalbewerkingstoestellen. 

Waarbij op percelen 130V39 en 130G40 de opslaghal bevindt; 130R40 zijn de parkeerplaatsen en de buffer voor de hal. 

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

Perceel 2de afdeling, sectie D nr. 130A34, 130Z33

  • 1978/00093: bouwvergunning op 21 december 1978 door de Vlaamse Regering voor het bouwen van een werkhuis.
  • 1980/00113: bouwvergunning op 10 september 1980 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een werkplaats.
  • 1993/00142: bouwvergunning op 18 mei 1994 door de deputatie voor het regulariseren van het bedrijf onder de voorwaarde dat een bufferzone van 2 meter breedte met streekeigen beplanting en langs de achterzijde een buffer van 5m voorzien worden. De cementsilo en de opslagbunkers (nu containers genoemd) - dewelke zich links achteraan het perceel bevinden – werden uitgesloten uit de vergunning.

Perceel 2de afdeling, sectie D nr. 130V39 en 130R40

  • 1971/00091: bouwvergunning op 1 oktober 1971 door het college van burgemeester en schepenen voor het bouwen van een toonzaal.
  • 2009/11352: stedenbouwkundige vergunning op 3 november 2009 door het college van burgemeester en schepenen voor het afbreken van een bureelgebouw en het bouwen van een conciërgewoning met bureel en een loods fase 1.
  • 2016/000169: stedenbouwkundige vergunning op 4 mei 2017 door de Deputatie voor het bouwen van een opslagloods  en terreinaanleg.

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag constructies en/ of handelingen werden opgericht/ verricht/ aanwezig zijn, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft de cementsilo en de opslagbunkers (nu containers genoemd), dewelke zich links achteraan het perceel bevinden en de productiehallen. Deze wederrechtelijk opgerichte constructies/ uitgevoerde handelingen werden opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Volgende milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:

  • Milieuvergunning klasse 2 dd 19/04/1993 voor 20 jaar mits bekomen van een bouwvergunning; 
  • Milieuvergunning klasse 2 van 15/05/2014 tem 15/05/2024   met als bijzondere voorwaarden: gunstig brandweerverslag bekomen; nieuwe bovengrondse dubbelwandige opslagtanks van 5000 liter; uitvoeren OBO; stroomgenerator in de loods; afzuiginginstallatie en overvulbeveiliging van de silo. 

Het perceel is opgenomen in het Grondeninformatieregister.

Op 26/06/2016 werd een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd met volgende conclusie: geen beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld. Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden. Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 12/12/2021 tot en met 10/01/2022.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Agentschap Natuur en Bos

Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg

Provinciale dienst Water & Domeinen

Inter Vlaanderen

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

Het project komt voor op bijlage III van het project-mer-besluit wat maakt dat een project MER opgemaakt moet worden, tenzij de initiatiefnemer via een project-m.e.r.-screeningsnota kan aantonen dat het project geen aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken.  Er werd een project-m.e.r.-screeningsnota bij de aanvraag gevoegd. De effecten op milieu en omgeving werden voldoende omschreven en uit de nota bleek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

Het stedenbouwkundig advies beperkt zich tot de site Kruisstraat 13 - kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie D nr. 130A34 en 130Z33 - waar de stedenbouwkundige handelingen plaats vinden.

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, deels gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s en deels gelegen in natuurgebied. 

Gebied voor ambachtelijke bedrijven

De industriegebieden zijn bestemd voor de vestiging van industriële of ambachtelijke bedrijven. 

Voor zover zulks in verband met de veiligheid en de goede werking van het bedrijf noodzakelijk is, kunnen ze mede de huisvesting van het bewakingspersoneel omvatten. 

De gebieden voor ambachtelijke bedrijven en de gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard (artikel 8 van het Koninklijk besluit van 28 december1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Natuurgebieden

De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.

De natuurgebieden omvatten de bossen, wouden, venen, heiden, moerassen, duinen, rotsen, aanslibbingen, stranden en andere dergelijke gebieden. In deze gebieden mogen jagers- en vissershutten worden gebouwd voor zover deze niet kunnen gebruikt worden als woonverblijf, al ware het maar tijdelijk (artikel 13 van het Koninklijk besluit van 28 december1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is deels gelegen binnen de afbakening van het gemeentelijk RUP Zonevreemde woningen dat op 27/11/2017 definitief werd vastgesteld door de gemeenteraad van Zonhoven en verscheen in het Belgisch staatsblad op 25/01/2018. 

Er worden drie deelgebieden als een perimeterplan afgebakend met een aanvullend voorschrift dat onder voorwaarden van toepassing is. Dit voorschrift wijzigt het gewestplan niet. De drie perimeterplannen zijn:

  • Het vijvergebied
  • Het heidegebied
  • De voormalige reservatiezone A24

Het voorschrift behorend bij het RUP is slechts onder volgende voorwaarden van toepassing:

  • Namelijk enkel voor bestaande, niet – verkrotte, hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte gebouwen die een vergunde of vergund geachte residentiële hoofdfunctie, ééngezinswoning of een vergunde of vergund geachte functie als woningbijgebouw hebben.
  • Voor de gronden waarop ze staan en de tuinen en de omgeving bij de woningen in ruimtelijk kwetsbaar gebied.
  • Er moet voldaan zijn aan de inrichting van de buitenruimte (artikel 4 en 5 van het voorschrift).
  • Er moet voldaan zijn aan het systeem van een gescheiden rioleringsstelsel.

De aanvraag is gedeeltelijk gelegen binnen de perimeter Heidegebied, maar heeft geen betrekking op een zonevreemde woning. Het RUP is niet van toepassing op voorliggende aanvraag.

Verkaveling

De aanvraag is niet gelegen in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Bijzonder plan van aanleg

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het sectoraal bijzonder plan van aanleg Zonevreemde bedrijven –Betonprofiel dat werd goedgekeurd op 21/06/2002 en verscheen in het Belgisch staatsblad op 11/07/2002.  Artikel 7 ‘zone voor lokale bedrijvigheid’, artikel 8 ‘zone voor voortuinen’ en artikel 9 ‘zone voor buffer’ zijn van toepassing op voorliggende aanvraag.

De aanvraag wijkt af van volgende stedenbouwkundige voorschriften van het BPA:

Art. 8 – zone voor voortuinen: 

In een zone van 5 meter gemeten t.o.v. de rand van de rijweg is de plaatsing van een omheining niet toegelaten. De omheiningen worden in draad- en/of hout opgericht in combinatie met een haag op klimplanten. Andere materialen zijn niet toegelaten. 

-> Er werd een metalen afsluiting met een hoogte van 1,50 meter voorzien bijna op de rooilijn

Art. 9 – Zone voor buffer:        

Een zone als buffer is verplicht op de aangeduide plaatsen, met de respectievelijke omvang. Om de afschermende functie te kunnen vervullen moet de beplanting een dichte structuur hebben: de buffer is permanent en gelaagd… Alle bebouwing, reclame of stapelen van materialen erin is verboden.

-> ter hoogte van de achterste perceelgrens aan de linkerzijde van het eigendom wordt plaatselijk de buffer versmald tot 3 meter in plaats van 5 meter (omwille van de aanvoerroute voor het zand en de granulaten is een volledige buffer van 5m niet mogelijk) en de cementsilo en containers (opslagbunkers) bevinden zich in de zone voor buffer.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen van artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

AFWIJKINGEN VAN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Handelingen sorterend onder voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan 15 jaar

Art. 4.4.9/1.

Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.

Afwijkingen kunnen niet toegestaan worden voor wat betreft wegenis, openbaar groen en erfgoedwaarden.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan slechts worden toegepast voor stedenbouwkundige voorschriften van bijzondere plannen van aanleg die een aanvulling vormen op:

1° de volgende gebiedsaanduidingen, vermeld in het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen:

a) woongebieden, met uitzondering van woonparken;

b) industriegebieden in de ruime zin;

c) dienstverleningsgebieden;

d) gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;

2° de volgende aanvullende voorschriften van het gewestplan:

a) gebieden voor service-residentie;

b) kantoor- en dienstenzones;

c) gebieden voor handelsbeursactiviteiten en grootschalige activiteiten;

d) lokale en regionale bedrijventerreinen;

e) luchthavengebonden bedrijventerreinen;

f) gebieden voor luchthavengerelateerde kantoren en diensten;

g) businessparken;

h) teleport;

i) gebieden voor hoofdkwartierfunctie;

j) gebieden hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging van grootwinkelbedrijven;

k) zones voor kleinhandel en kleine en middelgrote ondernemingen;

l) kleinhandelszones;

m) zones van handelsvestigingen;

n) gebieden voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;

o) zeehavengebieden;

p) gebieden voor watergebonden bedrijven;

q) transportzones;

r) regionale gemengde zones voor diensten en handel;

s) research-, universiteits- en wetenschapsparken;

t) bedrijfsgebied met stedelijk karakter;

u) gemengde woon- en industriegebieden;

v) gemengde gemeenschapsvoorzienings- en dienstverleningsgebied;

w) stedelijke ontwikkelingsgebieden;

x) gebieden voor duurzame stedelijke ontwikkeling;

y) gebieden voor kernontwikkeling.

De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, kan niet worden toegepast voor bijzondere plannen van aanleg die voorzien in stedenbouwkundige voorschriften voor agrarisch gebied, ruimtelijk kwetsbaar gebied of recreatiegebied in afwijking van het gewestplan of voor gebieden die in uitvoering van artikel 5.6.8 van deze codex aangeduid zijn als watergevoelig openruimtegebied.

Elke aanvraag tot afwijking overeenkomstig het eerste lid, wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek.

De aanvraag voldoet aan de afwijkingsbepalingen voor wat betreft de  metalen afsluiting met een hoogte van 1,50 meter voorzien bijna op de rooilijn omdat ter hoogte van de afsluiting de gewestplanbestemming gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO’s is, waardoor de stedenbouwkundige voorschriften van het bijzondere plannen van aanleg een aanvulling vormen op de industriegebieden in de ruime zin.

 

De aanvraag voldoet niet aan de afwijkingsbepalingen voor wat betreft het versmallen van de bufferzone van 5 meter naar 3 meter en de plaatsing van de cementsilo en containers (opslagbunkers) in de zone voor buffer omdat de onderliggende gewestplanbestemming een ruimtelijk kwetsbaar gebied is, m.n. natuurgebied.

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

De aanvraag valt onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De plannen geven aan dat er hemelwaterputten worden voorzien met een totale inhoud van 60.000 liter en recuperatie van het hemelwater voor de productie van beton en het sanitair. De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening waarvan de oppervlakte en het volume voldoen aan de verordening.

Het advies van 10/02/2022 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig:

“Het regenwater van de in de aanstiplijst in rekening gebrachte dakoppervlakte en verharding (te regulariseren, nieuw, bestaand) moet effectief worden afgekoppeld naar de hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen.”

De aanvraag voldoet aan deze stedenbouwkundige verordening.

Toegankelijkheid

Er dient voldaan te worden aan het besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering en latere wijzigingen, tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid, van toepassing op het bouwen, herbouwen, verbouwen of uitbreiden van constructies of delen ervan, die publiek toegankelijk zijn.

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.

Decretale beoordelingselementen

Art. 4.3.5. Uitgeruste weg

§ 1. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met als hoofdfunctie “wonen”, “verblijfsrecreatie”, “dagrecreatie”, met inbegrip van sport, “detailhandel”, “dancing”, “restaurant en café”, “kantoorfunctie”, “dienstverlening”, “vrije beroepen”, “industrie”, “bedrijvigheid”, “gemeenschapsvoorzieningen” of “openbare nutsvoorzieningen”, kan slechts worden verleend op een stuk grond, gelegen aan een voldoende uitgeruste weg, die op het ogenblik van de aanvraag reeds bestaat.

§ 2. Een voldoende uitgeruste weg is ten minste met duurzame materialen verhard en voorzien van een elektriciteitsnet. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen, en onder welke voorwaarden, gelet op de plaatselijke toestand, van deze minimale uitrusting kan worden afgeweken.

De Kruisstraat is een voldoende uitgeruste weg in asfaltverharding. De aanvraag voldoet aan deze bepaling.

Artikel 4.3.6. Bouwen/uitbreiden bedrijfswoning

Voor het bouwen of uitbreiden van een bedrijfswoning bij een bedrijf in een daartoe geschikt bestemmingsgebied, kan een omgevingsvergunning worden verleend voor een volume van ten hoogste 1 000m³, of 1 250m³ in geval van bewoning door meer dan één met het bedrijf verbonden gezin. Een vergunning wordt geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op het oprichten van een tweede of een bijkomende, vrijstaande bedrijfswoning bij eenzelfde bedrijf.

De aanvraag dient te worden geweigerd omdat de aanvraag betrekking heeft op het oprichten van een tweede bedrijfswoning bij eenzelfde bedrijf. Op 3 november 2009 werd door het college van burgemeester en schepenen een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd aan Bulen Davy voor het afbreken van een bureelgebouw en het bouwen van een conciërgewoning met bureel en een loods fase 1 op het eigendom Kruisstraat 12A en 12B. 

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag. Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Decreet rookmelders

Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem. De voorliggende aanvraag voldoet hieraan: er worden rookmelders geplaatst in de gang en op de overloop.

Energiedecreet

De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

  • De aanvraag dient te worden geweigerd omdat de aanvraag betrekking heeft op het oprichten van een tweede bedrijfswoning bij eenzelfde bedrijf.
  • De te regulariseren containers en de cementsilo zijn volgens de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA gelegen in een ‘zone voor buffer’ en de afwijkingsbepalingen van artikel 4.4.9/1 zijn hierop niet van toepassing.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag betreft het bouwen van een kantoorgebouw met conciërgewoning, het regulariseren en uitbreiden van de productiehallen en het regulariseren van de containers en de cementsilo bij een bestaande betoncentrale.

Het kantoorgebouw met conciërgewoning op het verdiepingsniveau wordt opgericht voor de bestaande productiehallen en bestaat uit 2 bouwlagen en wordt afgedekt met een plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 6,85 meter gemeten vanaf het voorliggende maaiveld. De gevels worden uitgevoerd in gevelpanelen in zichtbeton. Het kantoorgebouw heeft een oppervlakte van ca. 300m² en wordt opgericht op meer dan 8 meter van de linker perceelgrens en op 13,57 meter uit de rooilijn. 

Het kantoorgebouw staat in rechtstreekse verbinding met de achterliggende productiehallen. Deze productiehallen werden anders uitgevoerd dan vergund en dienen daarom te worden geregulariseerd. De productiehallen zullen bovendien ook nog uitgebreid worden aan de rechterzijde met een productiehal van ca. 95 m². Hierdoor zal de totale oppervlakte aan productiehallen op de site ca. 1.342m² bedragen. De productiehallen hebben een maximale kroonlijsthoogte van 6,85 meter en worden uitgevoerd deels in metalen sandwichpanelen en gevelelementen in cellenbeton. De productiehallen situeren zich op minimum 7 meter uit de achtergevel en op minimum 3 meter uit de linker perceelgrens.

 

Links achteraan op het terrein bevinden zich nog de te regulariseren cementsilo en containers (opslagbunkers). De cementsilo werd zonder vergunning opgericht op zeer korte afstand van de linker perceelgrens en situeert zich bijna volledig binnen de bouwvrije zone van 3 meter dewelke dient te worden aangelegd als buffer. De cementsilo heeft een hoogte van 12,85 meter, gemeten vanaf het voorliggende maaiveld. De containers (opslagbunkers), dewelke eveneens zonder vergunning werden geplaatst, werden opgericht op de linker- en achterste perceelgrens en hebben een maximale hoogte van 3,60 meter.

De zone voor bedrijvigheid wordt verder aangelegd met enerzijds een betonverharding met een oppervlakte van 1.093m² en anderzijds met een waterdoorlatende verharding bestaande uit groot formaat betonplaten met een oppervlakte van 1.279m².

Rondom het terrein worden groenbuffers voorzien. Aan de straatzijde wordt een groenbuffer voorzien met een breedte van 8 meter met streekeigen beplanting waarin ook 5 parkeerplaatsen worden aangelegd. In deze groenbuffer situeert zich ook de metalen omheining met spijlen met een hoogte van 1,50 meter. Rechts van het eigendom werd een groenberm aangelegd met een hoogte van 2 meter en een breedte van 4 meter dewelke wordt aangelegd met streekeigen beplanting. Aan de linkerzijde van het terrein bevindt zich een 3 meter brede groenbuffer dewelke enkel ter hoogte van de cementsilo en containers (opslagbunkers) niet werd aangelegd. Tegen de achterste perceelgrens werd deels een groenbuffer aangelegd met streekeigen beplanting met een breedte van 5 meter, wordt deels een groenbuffer voorzien met een breedte van 3 meter en wordt deels enkel een ligusterhaag met een hoogte van 2 meter voorzien. De groenbuffer kan niet in haar volle breedte van 5 meter worden aangelegd omdat zich hier de transportband met bijhorende verharding bevindt ter bevoorrading van de cementsilo en containers (opslagbunkers).

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING

De aanvraag is gelegen in een gebied dat geordend wordt door een gemeentelijk plan van aanleg waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt. Dit plan of die vergunning bevat voorschriften die de aandachtspunten, vermeld in art. 4.3.1 §2 1° van de Vlaamse Codex ruimtelijke ordening, behandelen en regelen. Deze voorschriften worden geacht de criteria van de goede ruimtelijke ordening weer te geven.

De cementsilo en containers (opslagbunkers) bevinden zich binnen de zone voor buffer. Deze bufferzone heeft een esthetische en afschermende functie als doel waarin alle bebouwing, reclame of stapelen van materialen verboden is. De cementsilo en containers (opslagbunkers) hypothekeren de aanleg van de buffer en brengen hierdoor de goede ruimtelijke ordening in het gedrang. Om dezelfde redenen werd de cementsilo en opslagbunkers niet vergund door de deputatie op 18 mei 1994 en werd er ook geen rekening gehouden met deze constructies bij de opmaak van het BPA.   

Aangezien de cementsilo en containers (opslagbunkers) een cruciaal onderdeel uitmaken van het productieproces en beide constructies niet vergunbaar zijn zal de aanvraag in haar totaliteit worden geweigerd. Er dient eerst een andere inplantingsplaats gezocht te worden voor beide constructies in overeenstemming met de voorschriften van het BPA vooraleer er andere constructie kunnen worden toegelaten. Nu een vergunning afleveren voor andere constructies op het eigendom hypothekeert mogelijks niet alleen de verplaatsing van cementsilo en containers (opslagbunkers) met bijhorende transportband, maar zou ook niet getuigen van goed bestuur. Zonder de cementsilo en opslagbunkers kan het bedrijf immers niet functioneren.

Bijkomend kan een tweede conciërgewoning vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaard worden. In de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA wordt als nevenbestemming 1 eengezinswoning met tuin en aanhorigheden t.b.v. de bedrijfsvoering per bedrijf toegelaten. Het toelaten van een tweede conciërgewoning zal enkel maar zorgen voor een verdere residentialisering van het KMO-gebied en brengt de verdere realisatie van het KMO-gebied in het gedrang aangezien deze gebieden bestemd zijn voor niet-verweefbare bedrijvigheid aan het wonen.

De aanvraag voldoet niet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving.

BESPREKING ADVIEZEN

1.- Het advies van 10/02/2022 van de provinciale dienst Water en Domeinen is voorwaardelijk gunstig:

N.a.v. het eerder ongunstig advies van de afdeling Waterbeheer: d.d. 23 december 2021 werden nieuwe plannen ingediend op 14 januari 2022.

Hierbij kan ik u meedelen dat het dossier in het kader van de watertoets voorwaardelijk gunstig beoordeeld werd.

Ik verzoek u evenwel de voorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen zoals ze geformuleerd werden in het bijgaand advies. 

DEEL 1 INLICHTINGENFICHE 

Ligging van het perceel: 

  • kadaster: gemeente Zonhoven, afdeling 2, sectie D, nrs. 130Z33 & 130A31 
  • adres: Kruisstraat 13 
  • niet gelegen in een overstromingsgevoelig gebied 

Documenten 

  • aanstiplijst bij stedenbouwkundige verordening: niet bijgevoegd 

Waterloop en machtiging 

  • stroomgebied van de onbevaarbare waterlopen: ZUSTERKLOOSTERBEEK, nummer 208, categorie: 2de 
  • watering: neen 

DEEL 2 WATERADVIES I.V.M. DE WATERTOETS 

(art. 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018) 

1 Beschrijving van het watersysteem 

  • Het betreft een activiteit binnen het stroomgebied van een onbevaarbare waterloop van 2de categorie. 
  • Het perceel is daarenboven gelegen in: 

het bekken van de Demer 

het deelbekken Midden-Demer 

2 Waterplannen 

Het stroomgebiedbeheerplan van de Schelde is van toepassing. 

3. Toetsen aan de doelstellingen decreet integraal waterbeheer, gecoördineerd op 15 juni 2018 – artikel 1.2.2

De adviesvraag handelt over de richtlijn gewijzigd afstromingsregime.

Voor de richtlijn “gewijzigde afstromingsregime” is een positieve uitspraak mogelijk indien voldaan wordt aan de vigerende gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen (5 juli 2013).

Er is voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater van 5 juli 2013. Evenwel moeten volgende voorwaarden worden opgenomen in de vergunning:

het regenwater van de in de aanstiplijst in rekening gebrachte dakoppervlakte en verharding (te regulariseren, nieuw, bestaand) moet effectief worden afgekoppeld naar de hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen.

DEEL 3 CONCLUSIES ONDERZOEK WATERBEHEERDER

Uit de toepassing van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets bij besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006, en latere wijzigingen, is gebleken dat het bouwen van een kantoorgebouw en het vervaardigen van betonelementen een verandering van de toestand van watersystemen (of bestanddelen ervan) tot gevolg heeft. Deze verandering heeft geen betekenisvol schadelijk effect op het watersysteem voor zover de volgende voorwaarde wordt opgenomen in de vergunning:

Het regenwater van de in de aanstiplijst in rekening gebrachte dakoppervlakte en verharding (te regulariseren, nieuw, bestaand) moet effectief worden afgekoppeld naar de hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen.

Het wateradvies is dan ook voorwaardelijk gunstig.”

De gemeentelijke omgevingsambtenaren sluiten zich aan bij dit advies.

De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd

2.- Het advies van brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg, Inter Vlaanderen en het Agentschap Natuur en Bos werden niet binnen de wettelijk opgelegde termijn ontvangen. Er wordt bijgevolg aan de adviesvereiste voorbij gegaan.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving, dat de voorgenomen aanvraag de ruimtelijke draagkracht van het gebied overschrijdt en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving in het gedrang kunnen brengen of verstoren. De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening zoals hoger gemotiveerd.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

De aanvraag betreft een hernieuwing van een bestaande milieuvergunning naar een omgevingsvergunning, verandering door wijziging en verandering door uitbreiding.  Tevens het toevoegen van een bijkomende locatie als milieutechnische eenheid, waar hoofdzakelijk opslag plaatsvindt. 

De aanvraag houdt in: een omzetting naar een omgevingsvergunning voor onbepaalde duur; nieuwe opslagtanks voor diesel en bekistingsolie; vervangen van de stroomgenerator; vervangen compressor; toevoeging van de site te Kruisstraat 12 A voor de opslag van gevaarlijke stoffen in kleinverpakkingen en diverse metaalbewerkingstoestellen. 

Met volgende aangevraagde rubrieken: 

  • 6.4.1°  opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen  -zijnde de opslag van 2.950 liter gasolie in een bovengrondse, dubbelwandige opslaghouder, de opslag van 3.000 liter oliën in 2 bovengrondse, dubbelwandige opslaghouders, de opslag van 1.000 liter diversen in kleine verpakkingen voor een totale opslag van 6950 liter (betreft een verandering);
  • 6.5.1° brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen zijnde 1 verdeelslang;
  • 12.1.1.1°a) inrichtingen die wisselspanning opwekken zijnde een stroomgenerator met een vermogen van 165 kVA (ter vervanging van de bestaande stroomgenerator van 25 kVA);
  • 16.3.2°a): inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen zijnde een compressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 10 kW (ter vervanging van een compressor van 15 kW);
  • 17.3.2.1.1.1°b): opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 2,5075 ton gasolie in een bovengrondse, dubbelwandige opslaghouder met een waterinhoudsvermogen van 2.950 liter, voor een totale hoeveelheid van 2,5080 ton gasolie (vervanging van de bestaande opslaghouder);
  • 17.3.4.2°a) opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 45 ton cement in een bovengrondse silo – hernieuwing;
  • 17.3.6.2°a) opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 45 ton cement in een bovengrondse silo en de opslag van 3.000 liter oliën in 2 bovengrondse opslaghouders - totaal 48 ton (hernieuwing);
  • 17.4. opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l zijnde de opslag van in totaal 1.000 liter / kg diversen in kleine verpakkingen – nieuwe rubriek;
  • 29.5.2.1°a) bewerking of behandeling van metalen of voorwerpen uit metaal zijnde diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 15 kW – nieuwe rubriek;
  • 31.1.1.a: vastopgestelde dieselmotor bij stroomgenerator met een vermogen van 140 kW – niet langer van toepassing;
  • 17.3.7.1. de opslag van 3.000 liter bekistingsolie in een bovengrondse opslaghouder - niet langer van toepassing;

Volgende onderdelen zijn niet-vergunningsplichtig en aldus niet opgenomen: 

Opslag van houten panelen te Kruisstraat 12A. Dit zou niet vergunningsplichtig zijn gezien de beperkte hoeveelheid.  Tijdens het plaatsbezoek is er twijfel over de hoeveelheid die aanwezig was. Deze zal schommelen rond de 40 m³.  Indien de hoeveelheid groter is dan 40 m³, in een lokaal, is dit vergunningsplichtig volgens rubriek 19.6. Op termijn is het de bedoeling om de houtopslag naar de site te Kruisstraat 13 te brengen en daar overdekt op te slaan (momenteel is de overdekking nog niet aanwezig). Wanneer deze verhuis doorgevoerd wordt en bij een overschrijding van 40 m³ moet een verandering van de omgevingsvergunning aangevraagd worden. 

Op 08/03/2022 heeft de milieuambtenaar Kristel Ceulemans een plaatsbezoek afgelegd bij het bedrijf, tesamen met Ann Biesmans, dienst vergunningen en handhaving.

MILIEU-ASPECTEN

Er zijn volgende milieutechnische entiteiten :   opslag grondstoffen en productie van betonelementen te Kruisstraat 13 – opslag hout, metaalbewerkingstoestellen en gevaarlijke producten in kleinverpakkingen te Kruisstraat 12A.

Ligging ten opzichte van de buurt

De inrichting is volgens het gewestplan gelegen in: deels in ambachtelijke zone – deels natuurgebied. Een BPA is van toepassing. 

In een straal van 100 meter zijn 6 woningen gelegen.  

Op 3 meter van de perceelsgrenzen staat één woning. 

Dit maakt dat de inrichting voor wel hinder kan zorgen voor de buurt m.n. geluids- en stofoverlast.

De uitbating behaalt de voorgeschreven bufferzone van het BPA niet.  Voornamelijk aan de achterzijde van het bedrijf kan de bufferzone niet behaald worden gezien dit de toegangsweg naar de cementsilo en opslagplaats mineralen is. Voor verdere aftoetsing aan de wettelijke bepalingen van het VCRO en het BPA wordt verwezen naar het stedenbouwkundig advies. 

AFWIJKING OP DE MILIEUVOORWAARDEN

Het bedrijf vraagt geen afwijkingen aan op   algemene en/of sectorale milieuvoorwaarden, wel een afwijking op de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater. De exploitant wenst een grotere opvangcapaciteit voor hemelwater te voorzien dan de voorgeschreven hemelwaterput van 10 m³ m.n. 3 x 20 m³ met een overloop naar 9 x 4,8 m³ infiltratieputten.  Het hemelwater wordt gebruikt voor de productie van betonelementen, sanitaire installaties en beregening groenzones. 

Gezien dit een verminderd gebruik van leidingwater inhoudt, kan dit positief geadviseerd worden. 

BODEM

Het bedrijf valt met volgende rubrieknummers uit de Vlaremindelingslijst onder de categorie van risico-inrichting: 12.1.1.b; 17.3.3.2.a; 30.2.1.b waarbij categorie 

A - oriënterend bodemonderzoek verplicht bij overdracht, sluiting en faillissement, en om de 20 jaar.

Het bedrijf heeft reeds een bodemonderzoek uitgevoerd volgens het bodemsaneringsdecreet op 2016  met volgend besluit: BBO niet uit te voeren. 

De uitgevoerde activiteit vormt een risico voor bodemverontreiniging.  

Volgende maatregelen neemt het bedrijf: dubbelwandige, bovengrondse opslaghouders met lekdetectie en overvulbeveiliging.  De opslag van kleinverpakkingen vindt plaats in opslagkasten of lekbakken. De generator beschikt over een lekopvangbak. 

GELUIDSHINDER

Door de aard van de activiteiten van het bedrijf kan geluidshinder waar te nemen buiten het bedrijf: typische bedrijfsvoering; stroomgenerator. 

Het bedrijf neemt reeds volgende maatregelen: De normale bedrijfsactiviteiten vinden plaats van 7 uur tot 18 uur. 

Gezien de ligging grenzend aan natuurgebied en de naastliggende woning is het wenselijk om  rustverstorende werkzaamheden te beperken en als voorwaarde op te leggen binnen deze vergunning: “Rustverstorende werkzaamheden zijn verboden op werkdagen vóór 7 uur en na 19 uur, en op zon- en feestdagen.”

AFVALGASSEN 

Mbt afvalgassen afkomstig van het productieproces zijn volgende hinderlijke gassen waar te nemen: uitstoot dieselgenerator.  Doordat de dieselgenerator recent werd vervangen door een nieuw toestellen zijn de emissies en brandstofverbruik gedaald. 

STOFHINDER

In het bedrijf wordt stof geproduceerd, afkomstig van het lossen van de minerale grondstoffen en vullen cementsilo. De silo werd voorzien van een silo-topfilter en overdruk- en overvulbeveiliging.  

De opslag van de minerale grondstoffen kan tevens voor hinder zorgen.   Er is sprake van vernatting bij droogte.   Indien blijkt dat er bij droogte en/of wind sprake is van stofhinder afkomstig van de opgeslagen producten en/of bedrijfsvoering, dient de exploitant over te gaan tot vernatting om stofhinder tegen te gaan. 

LICHTBEHEERSING

Gezien de ligging in/tegen natuurgebied is het van belang dat er geen lichthinder naar het aanpalend natuurgebied overgedragen wordt. 

Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  

LOZING VAN AFVALWATER 

Er wordt enkel huishoudelijk afvalwater geloosd afkomstig van de sanitaire installaties, geen bedrijfsafvalwater. Het lozingspunt is de voorliggende openbare riolering. 

Hoofdzakelijk wordt gebruik gemaakt van hemelwater voor de aanmaak van beton.  Wanneer geen hemelwater voorhanden is, schakelt men over naar leidingwater. Op jaarbasis wordt 50 m³ leidingwater hiervoor aangewend tov 600 m³ hemelwater. 

AFVALSTOFFEN

Volgende afvalstoffen worden gescheiden opgehaald: papier en karton, PMD, ijzer, hout, betonafval, restafval. Gescheiden afvalrecipiënten zijn niet zichtbaar aanwezig op het bedrijventerrein. Er is sprake van het uitsorteren van de vuilnisbakken ifv georganiseerde afvoer.  Het bedrijf dient te voldoen aan de wettelijke sorteerverplichtingen van het Vlarema. 

LIGGING IN KWETSBAAR GEBIED

De voortoets werd uitgevoerd op 20 mei 2021 met als besluit dat er geen betekenisvolle aantasting is van aanwezige habitats.  

Een passende beoordeling werd  bijgevolg niet opgesteld. 

Beplantingsplan:

Aan de voorzijde is een gedeeltelijke buffer aanwezig, gelegen voor het huidige administratieve gebouw, grenzend aan de straatzijde. 

Voorts wordt een nieuw beplantingsplan bijgevoegd (“…N_39_Betonprofiel Beplantingsplan”). De vermelde soort Prunus Lauro Ceranus, gelegen in de bufferzone genoemd “artikel 9 – zone voor buffer streekeigen beplanting”, gelegen in de talud, is alvast niet streekeigen. Het is niet wenselijk om deze soort aan te planten gelet op het feit dat dit niet inheems is, maar beschikt over enige ecologische waarde als drachtplant voor bijen en hommels, mits de bloemen niet worden weggesnoeid. 

Tijdens het plaatsbezoek werd opgemerkt dat de aangeplante soort niet in overeenstemming is met het beplantingsplan.   Het belang van een correct beplantingsplan is voor deze aanvraag van belang gezien de verplichting volgens het BPA. 

De voorgestelde ligusterhaag thv van de transport voor de minerale grondstoffen (noordwest, achter de hal), werd aan de buitenzijde van de draad geplant. Het kan niet de bedoeling zijn dat de buffer gerealiseerd wordt op terrein van derden. 

Volgens het beplantingsplan worden volgende groenbuffers voorzien tegen het naastliggend perceel D 130Y40 (zuidwest), aan de achterzijde van de hal tegen grondgebied Genk (noordwest) en aan de straatzijde. Tijdens het plaatsbezoek zijn deze momenteel niet aanwezig.   Verder valt op hoeveel afgewerkte producten het bedrijf buiten opslaat, o.a. in deze zones aangeduid voor buffer.   De vraag rijst hoe realistisch dit beplantingsplan is voor de bedrijfsvoering en de exploitant om te kunnen realiseren. De bufferzone van 3 meter, achter de hal, thv de toegangsweg naar de cementsilo, is in de praktijk zeer moeilijk realiseerbaar zoals ingetekend op het plan zonder de bedrijfsvoering in het gedrang te brengen.

Hiervoor wordt verwezen naar het advies van de deskundige ruimtelijke ordening waarbij negatief advies verleend wordt. Gelet op bovenstaande kan dit bijgetreden worden, doch maakt de verplichting tot aanleg van een buffer geen deel uit van de van toepassing zijnde sectorale voorwaarden van Vlarem II. 

AANGEVRAAGDE RUBRIEKEN

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen nog voorzien van een omgevingsvergunning :

  • 6.4.1°  opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen  -zijnde de opslag van 2.950 liter gasolie in een bovengrondse, dubbelwandige opslaghouder, de opslag van 3.000 liter oliën in 2 bovengrondse, dubbelwandige opslaghouders, de opslag van 1.000 liter diversen in kleine verpakkingen voor een totale opslag van 6950 liter (betreft een verandering);
  • 6.5.1° brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen zijnde 1 verdeelslang;
  • 12.1.1.1°a) inrichtingen die wisselspanning opwekken zijnde een stroomgenerator met een vermogen van 165 kVA (ter vervanging van de bestaande stroomgenerator van 25 kVA);
  • 16.3.2°a): inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen zijnde een compressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 10 kW (ter vervanging van een compressor van 15 kW);
  • 17.3.2.1.1.1°b): opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 2,5075 ton gasolie in een bovengrondse, dubbelwandige opslaghouder met een waterinhoudsvermogen van 2.950 liter, voor een totale hoeveelheid van 2,5080 ton gasolie (vervanging van de bestaande opslaghouder);
  • 17.3.4.2°a) opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 45 ton cement in een bovengrondse silo – hernieuwing;
  • 17.3.6.2°a) opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 45 ton cement in een bovengrondse silo en de opslag van 3.000 liter oliën in 2 bovengrondse opslaghouders - totaal 48 ton (hernieuwing);
  • 17.4. opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l zijnde de opslag van in totaal 1.000 liter / kg diversen in kleine verpakkingen – nieuwe rubriek;
  • 29.5.2.1°a) bewerking of behandeling van metalen of voorwerpen uit metaal zijnde diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 15 kW – nieuwe rubriek;
  • 31.1.1.a: vastopgestelde dieselmotor bij stroomgenerator met een vermogen van 140 kW – niet langer van toepassing;
  • 17.3.7.1. de opslag van 3.000 liter bekistingsolie in een bovengrondse opslaghouder - niet langer van toepassing;

Volgende onderdelen uit het bedrijf dienen niet vergund te worden :

Opslag van houten panelen te Kruisstraat 12A. Dit zou niet vergunningsplichtig zijn gezien de beperkte hoeveelheid. 

Indien de hoeveelheid groter is dan 40 m³, in een lokaal, dient dit opgenomen te worden in de vergunning. 

vergunningstermijnen

Het omgevingsproject vraagt een omgevingsvergunning van onbepaalde duur.  Gelet op bovenstaande, kan dit gevolgd worden.  

ADVIES –VOORWAARDEN – DUUR:

Advies – voorwaarden:

Gelet op het onderzoek dat ingesteld werd door de gemeentelijke omgevingsambtenaar, gebaseerd op de gegevens die beschikbaar werden gesteld door de bedrijfsleiding binnen het omgevingsproject wordt volgende geadviseerd:

Gunstig mits volgende voorwaarden worden opgelegd: 

  • De brandweervoorschriften van de hulpverleningszone Zuid-West Limburg moeten nageleefd worden. Op het ogenblik van de beëindiging van de inrichtingswerken, dient de aanvrager de korpsbevelhebber van hulpverleningszone hiervan in te lichten, teneinde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandweervoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
  • Rustverstorende werkzaamheden zijn verboden op werkdagen vóór 7 uur en na 19 uur, en op zon- en feestdagen.
  • Indien blijkt dat er bij droogte en/of wind sprake is van stofhinder afkomstig van de opgeslagen producten en/of bedrijfsvoering, dient de exploitant over te gaan tot vernatting om stofhinder tegen te gaan. 
  • Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
  • Het bedrijf dient te voldoen aan de wettelijke sorteerverplichtingen van het Vlarema. 

Duur:

De vergunningsduur kan verleend worden voor onbepaalde duur.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag niet in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp niet verenigbaar / bestaanbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. De aanvraag is niet vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kantoorgebouw met conciërgewoning, het regulariseren en uitbreiden van de productiehallen en het regulariseren van de containers en de cementsilo en het hernieuwen, wijzigen en uitbreiden van een inrichting voor het vervaardigen van betonelementen;

1.- De aanvraag is niet verenigbaar met de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften.

  • De aanvraag dient te worden geweigerd omdat de aanvraag betrekking heeft op het oprichten van een tweede bedrijfswoning bij eenzelfde bedrijf.
  • De te regulariseren containers en de cementsilo zijn volgens de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA gelegen in een ‘zone voor buffer’ en de afwijkingsbepalingen van artikel 4.4.9/1 zijn hierop niet van toepassing.

2.- De aanvraag is niet verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening. 

  • Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de voorgenomen werken zich onvoldoende ruimtelijk inpassen in de omgeving, dat de voorgenomen aanvraag de ruimtelijke draagkracht van het gebied overschrijdt en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving in het gedrang kunnen brengen of verstoren.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier ongunstig voor het bouwen van een kantoorgebouw met conciërgewoning, het regulariseren en uitbreiden van de productiehallen en het regulariseren van de containers en de cementsilo en het hernieuwen, wijzigen en uitbreiden van een inrichting voor het vervaardigen van betonelementen, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en het afwijken van de verkavelingvoorschriften maar volgt het advies tot het weigeren van de omgevingsaanvraag niet.

De silo en bijhorende containers liggen onderliggend in industriegebied volgens het ingediend plan van de beëdigd landmeter. Deze zijn vergunbaar mits een afwijking van het BPA. Het BPA is ouder dan 15 jaar en het CBS oordeelt dat een afwijking hier kan.
De toegang tot de silo is echter complexer. Hier is de onderliggende bestemming natuurgebied en is een afwijking zoals voorgesteld niet mogelijk.
 De afmetingen tussen het gebouw en de buffer bedraagt 2,70m. Een parkeerplaats voor vrachtwagens heeft volgens de richtlijnen een breedte van 2,65m tot 3m. De bouwheer dient flankerende maatregelen te nemen om bij het in-en uitrijden van vrachtwagens enkel deze breedte te gebruiken. Zo kan 4,5m tot 5m van de buffer gevrijwaard blijven van dit transport dat noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering.  
Het CBS legt wel op dat de buffer aan de achterzijde van het gebouw over de volledige lijn moet doorgetrokken worden tot aan de containers. Beplanting in nabijheid van de container/silo kan uitzonderlijk in plantenbakken.

De buffer aan de achterzijde ter hoogte van de inrit moet dus voor een breedte van 3 meter ten alle tijden beplant zijn met de vermelde haagbeuk of een equivalent. Indien er één afsterft dient deze vervangen te worden. In de overige 1,5 m tot 2 m van de buffer mogen geen tijdelijke of vaste constructies aangebracht worden tenzij in functie van het groenbehoud. 

Het college wenst af te wijken van het BPA voor de vergunning van de bedrijfswoning. Een afwijking is vergunbaar, het BPA is ouder dan 15 jaar. De VCRO stelt in artikel 4.3.6. dat een 2e vrijstaande woning niet mogelijk is. Hierbij is het woord vrijstaand van belang. Als de eerste woning vrijstaand is, kan de 2e enkel inpandig zijn. Dat is hier het geval. De aanvraag voor conciërgewoning is dus aanvaardbaar. 

Het college legt voor de bouw van het kantoorgebouw met conciërgewoning een groendak op. Aangepaste plannen dienen hiertoe aangebracht te worden op de dienst RO alvorens de werken starten.

De Punus Lauro Ceranus beplanting in de buffer tov de woning dient vervangen te worden door streekeigen beplanting conform het BPA. 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een kantoorgebouw met conciërgewoning, het regulariseren en uitbreiden van de productiehallen en het regulariseren van de containers en de cementsilo en het hernieuwen, wijzigen en uitbreiden van een inrichting voor het vervaardigen van betonelementen, zoals weergegeven op de ingediende plannen.

Met volgende rubrieken:

  • 6.4.1°  opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen  -zijnde de opslag van 2.950 liter gasolie in een bovengrondse, dubbelwandige opslaghouder, de opslag van 3.000 liter oliën in 2 bovengrondse, dubbelwandige opslaghouders, de opslag van 1.000 liter diversen in kleine verpakkingen voor een totale opslag van 6950 liter (betreft een verandering);
  • 6.5.1° brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen zijnde 1 verdeelslang;
  • 12.1.1.1°a) inrichtingen die wisselspanning opwekken zijnde een stroomgenerator met een vermogen van 165 kVA (ter vervanging van de bestaande stroomgenerator van 25 kVA);
  • 16.3.2°a): inrichtingen voor het fysisch behandelen van gassen zijnde een compressor met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 10 kW (ter vervanging van een compressor van 15 kW);
  • 17.3.2.1.1.1°b): opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 2,5075 ton gasolie in een bovengrondse, dubbelwandige opslaghouder met een waterinhoudsvermogen van 2.950 liter, voor een totale hoeveelheid van 2,5080 ton gasolie (vervanging van de bestaande opslaghouder);
  • 17.3.4.2°a) opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 45 ton cement in een bovengrondse silo – hernieuwing;
  • 17.3.6.2°a) opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen zijnde de opslag van 45 ton cement in een bovengrondse silo en de opslag van 3.000 liter oliën in 2 bovengrondse opslaghouders - totaal 48 ton (hernieuwing);
  • 17.4. opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van de opslagplaatsen, vermeld in rubriek 48, en producten, gekenmerkt door gevarenpictogram GHS01, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kilogram, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 l en 5000 kg of 5000 l zijnde de opslag van in totaal 1.000 liter / kg diversen in kleine verpakkingen – nieuwe rubriek;
  • 29.5.2.1°a) bewerking of behandeling van metalen of voorwerpen uit metaal zijnde diverse metaalbewerkingstoestellen met een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 15 kW – nieuwe rubriek;
  • 31.1.1.a: vastopgestelde dieselmotor bij stroomgenerator met een vermogen van 140 kW – niet langer van toepassing;
  • 17.3.7.1. de opslag van 3.000 liter bekistingsolie in een bovengrondse opslaghouder - niet langer van toepassing;

De vergunning wordt afgeleverd voor onbepaalde duur.

Artikel 3

Volgende voorwaarden dienen strikt nageleefd te worden:

  1. Bij de toegang tot de silo dienen er flankerende maatregelen te worden genomen om enkel een breedte van 2,70m vanaf de achtergevel in gebruik te nemen als doorgang;
  2. De buffer dient aan de achterzijde van het gebouw over de volledige lijn te worden doorgetrokken tot aan de containers.  Beplanting in nabijheid van de containers/silo kan uitzonderlijk voorzien worden dmv plantenbakken;
  3. De buffer aan de achterzijde moet, ter hoogte van de inrit, voor een breedte van 3m ten allen tijden beplant zijn met de vermelde haagbeuk of een equivalent.  Indien er één afsterft, dient deze vervangen te worden.  In de overige 1,5m tot 2m van de buffer mogen geen tijdelijke of vast constructies worden aangebracht, tenzij i.f.v. het groenbehoud;
  4. Het kantoorgebouw met conciërgewoning dient voorzien te worden van een groendak.  Aangepaste plannen hiervan dienen aangeleverd te worden aan de dienst Vergunningen en handhaving alvorens de werken starten;
  5. De Punus Lauro Ceranus beplanting in de buffer t.o.v. de woning dient vervangen te worden door streekeigen beplanting conform het BPA.

Milieu:

  1. De brandweervoorschriften van de hulpverleningszone Zuid-West Limburg moeten nageleefd worden. Op het ogenblik van de beëindiging van de inrichtingswerken, dient de aanvrager de korpsbevelhebber van hulpverleningszone hiervan in te lichten, teneinde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandweervoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven.
  2. Rustverstorende werkzaamheden zijn verboden op werkdagen vóór 7 uur en na 19 uur, en op zon- en feestdagen.
  3. Indien blijkt dat er bij droogte en/of wind sprake is van stofhinder afkomstig van de opgeslagen producten en/of bedrijfsvoering, dient de exploitant over te gaan tot vernatting om stofhinder tegen te gaan. 
  4. Gelet op hoofdstuk 4.6 van Vlarem II: het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in open lucht zijn beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid.  Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving wordt maximaal beperkt. Klemtoonverlichting wordt gericht op de inrichting of onderdelen ervan.  
  5. Het bedrijf dient te voldoen aan de wettelijke sorteerverplichtingen van het Vlarema. 

Riolering:

  1. De afvoer van de overloop van de hemelwateropvang en de afvoer van het afvalwater dienen te voldoen aan de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius (www.fluvius.be );
  2. De riolering moet uitgevoerd worden zoals weergegeven op de ingediende plannen én rekening houdend met het Algemeen Waterverkoopreglement en de voorwaarden van de rioleringsbeheerder Fluvius.
  3. Bij het gebruik van een droogzuiging voor het realiseren van de werken, dient voldaan te worden aan de Vlarem meldingsplicht via de gemeentelijke dienst Milieu & Duurzaamheid. Niet verontreinigd bemalingswater moet bij voorkeur opnieuw in de bodem gebracht worden. Wanneer dit redelijkerwijze niet mogelijk is, moet geloosd worden in een oppervlaktewater, een kunstmatige afvoerweg voor hemelwater of een leiding voor het hemelwater. Indien de droogzuiging aangesloten moet worden op de openbare riolering dient hiervoor een toelating bekomen te worden. Indien een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig is in de straat kan, indien niet anders mogelijk, de tijdelijke aansluiting enkel op het RWA-riool . De droogzuiging dient daarenboven beperkt te worden in tijd tot het hoogstnoodzakelijke;
  4. Aanpassingen aan inrichtingen, constructies of beplantingen op het openbaar domein naar aanleiding van deze of toekomstige aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn steeds ten laste van de aanvrager. Alle kosten naar aanleiding van een heraanplanting en/ of herstelwerken op/ aan het openbaar domein, uitgevoerd naar aanleiding van een omgevingsaanvraag van een particulier, blijven ten laste van de aanvrager.

Terrein en gelijkgrondse berm:

  1. Ophogingen van het bodemreliëf zijn slechts toegelaten tot op gelijke hoogte of tot op maximaal 30cm boven het straat- of trottoirniveau. De ophoging mag maximaal tot op 30m achter de (ontworpen) rooilijn/ voorste perceelgrens uitgevoerd worden. Voorbij deze afstanden dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats;
  2. Indien vastgesteld wordt bij het grondverzet dat de bodem van het perceel zou verontreinigd zijn, dient voldaan te worden aan het Vlaams Reglement betreffende de bodemsanering (VLAREBO, Vl. Reg. 13 oktober 2001 en zijn latere wijzigingen);
  3. Uitgezonderd de vergunde inrit/inritten, dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater;
  4. De verharding van de inrit moet, in de gelijkgrondse berm, uitgevoerd worden in een vast, kleinschalig materiaal, waterdoorlatend aangelegd (geen gebroken steenslag). De gelijkgrondse berm moet als groenzone behouden te blijven of hersteld te worden, behoudens de toegestane inrit. Het verhogen van de gelijkgrondse berm is altijd verboden;
  5. De hoogstammige bomen die niet aangegeven zijn op het inplantingsplan als te rooien, dienen behouden te blijven. De werkelijke inplanting van de te behouden bomen dient bij uitpaling van de woning gecontroleerd te worden. Bij niet correct aangeduide inplanting van de bomen, en hinder om het perceel te betreden, dient een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd te worden rekening houdend met de juiste inplanting en het maximale behoud van de groenelementen;
  6. Enkel de op plan aangegeven bomen mogen gerooid worden. Het rooien van de bomen mag niet gebeuren tijdens het broedseizoen van 15 maart tot 30 juni;
  7. Voor de aanplant van bomen, hagen… nabij perceelscheidingen, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van het Veldwetboek;

Andere voorwaarden:

  1. Bij de uitvoering van de bouwwerken moet rekening gehouden worden met het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere wijzigingen;
  2. Het advies van 10/02/22 van de provinciale dienst Water en Domeinen dient strikt te worden gevolgd;
  3. De bouwheer dient, conform artikel 8 van het decreet op het archeologisch patrimonium de dato 30 juni 1993 en zijn latere wijzigingen, elk roerend of onroerend goed dat hij vindt of vermoedt gevonden te hebben, te melden binnen de 3 dagen aan het Onroerend Erfgoed Limburg, Hendrik Van Veldekegebouw, Koningin Astridlaan 50 bus 1 te 3500 Hasselt (www.onroerenderfgoed.be/een-vondst-melden);
  4. Op het ogenblik van de beëindiging der werken, en vóór de ingebruikname  van het pand, zal de aanvrager de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg hiervan in kennis stellen, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorzorgsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gezien de veiligheid van het pand in het gedrang kan komen, worden geen omgevingsvergunningen meer afgeleverd alvorens voldaan werd aan de opgelegde brandbeveiligingsmaatregelen.  Indien voor de uitvoering van de voorschriften van de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een wijziging van de omgevingsvergunning noodzakelijk is, dient deze voor de aanvang van de werken ingediend te worden.
  5. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s);
  6. Alle kosten ten gevolge van schade aan het openbaar domein, voortvloeiend uit de werken op privaat terrein zijn ten laste van de aanvrager;
  7. Alvorens een nieuwe omgevingsvergunning aan te vragen dient bewezen te worden dat voldaan is aan de voorwaarden van de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunningen / omgevingsvergunningen.
12.

2022_CBS_00282 - OMV - Deels gunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00230, gelegen langs Heuvenstraat 5A, 5B, 7, 9, 11, 13 en Grote Eggestraat 2 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
12.

2022_CBS_00282 - OMV - Deels gunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00230, gelegen langs Heuvenstraat 5A, 5B, 7, 9, 11, 13 en Grote Eggestraat 2 - Goedkeuring

2022_CBS_00282 - OMV - Deels gunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00230, gelegen langs Heuvenstraat 5A, 5B, 7, 9, 11, 13 en Grote Eggestraat 2 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen heeft op 30/11/2021 een voorwaardelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een tijdelijke grondwatertafelverlaging dmv bemaling, die technisch noodzakelijk is voor het uitvoeren van bouwkundige werken, voor een gezamenlijke duur van 1 jaar, voor een totaaldebiet van 493000 m³/jaar.

Voor rubrieken:

  • 3.4.2°: het lozen van bedrijfsafvalwater, zonder behandeling in een waterzuiveringsinstallatie, op voorwaarde dat de staalname van het bemalingswater aantoont dat er geen overschrijdingen zijn van de gevraagde lozingsnormen, voor een debiet van 90 m³/uur;
  • 3.6.3°2.: afvalwaterzuiveringsinstallatie voor het behandelen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in hogere concentraties dan de indelingscriteria zijnde 50 m³/uur;
  • 53.2.2.°b)2°: bronbemaling die technisch noodzakelijk is voor het verwezenlijken van bouwkundige werken van meer dan 30.000 m³/jaar, meer dan 4 meter onder het maaiveld zijnde een totaaldebiet van 493000 m³/jaar,

Voor de bijstelling op de lozingsnormen als volgt: 

  • Arseen : aangevraagde lozingsnorm : 50 μg/l (10xIC) 
  • Cadmium : aangevraagde lozingsnorm : 2,4 μg/l (3xIC)
  • Chroom : aangevraagde lozingsnorm : 150 μg/l (3xIC)
  • Kwik : aangevraagde lozingsnorm : 0,3 µg/l (3xrapportagegrens van 0,1)
  • Nikkel : aangevraagde lozingsnorm : 90 μg/l (3xIC)
  • Lood : aangevraagde lozingsnorm : 150 μg/l (3xIC)
  • Zink: aangevraagde lozingsnorm : 400 µg/l (2xIC)
  • Barium : aangevraagde lozingsnorm : 350 μg/l (5xIC)

Voor de bepaalde duur van in totaal 1 jaar.

Zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

De omgevingsvergunning werd afgeleverd onder volgende voorwaarden:

  1. De mogelijkheid tot hergebruik van het grondwater wordt aangeboden aan derden. Dit kan door de plaatsing van een open opvangbak met overloop naar het lozingspunt.  Via de toegestuurde affiche maakt de bouwheer dit kenbaar aan derden met eventueel zijn/haar contactgegevens erbij. 
  2. Om het debiet enigszins te kunnen beperken, wordt bij de bemaling gebruik gemaakt van dataloggers, om de grondwaterstand te monitoren.  De ‘Richtlijnen bemaling ter bescherming van het milieu van de VMM, 2019’ worden hierbij gevolgd.  Een verantwoordelijke voor de monitoring wordt hierbij aangesteld.  Indien blijkt uit de data dat de bemaling overgedimensioneerd is, wordt een bijstelling doorgevoerd van de bemalingspompen met als doel het beperken van het op te pompen grondwaterdebiet.
  3. Indien blijkt uit de nieuwe staalnames dat een waterzuiveringsinstallatie noodzakelijk is, wordt de toegepaste techniek ter info overgemaakt aan de dienst leefmilieu.  Drie-maandelijks worden nieuwe staalnames genomen van het bemalingswater om na te gaan welke de lozingsnormen zijn volgens Vl II, bijl .2.3.1, art. 3.  
  4. Een goed functionerende debietsteller moet aanwezig zijn op elke pomp.  De start en stopdatum van de bemaling wordt gemeld aan de gemeentelijke dienst milieubeleid via leefmilieu@zonhoven.be.
     Wekelijks worden de meterstanden genoteerd in een logboek. Dit wordt op eenvoudig verzoek overgemaakt. 
  5. Op voorhand wordt een machtiging bekomen van de provincie Limburg, voor het lozen op de Roosterbeek, waterloop categorie 2.   
  6. De sectorale voorwaarden van Vlarem II, hoofdstuk 5.53, moeten nageleefd worden.
  7. De droogzuiging wordt onmiddellijk verwijderd zodra dit bouwtechnisch mogelijk is en wordt beperkt in tijd en debiet tot het absolute, noodzakelijke, minimum. 
  8. De lozing van het grondwater mag geen wateroverlast voor derden veroorzaken.
  9. Indien de stroomgroep geluidshinder vormt voor de omwonenden, moeten onmiddellijk gepaste maatregelen genomen worden om de hinder tot een absoluut minimum te beperken (eventueel overschakelen op een elektrische pomp). 

Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Op 25/01/2022 werd een ontvangen beroepschrift volledig en ontvankelijk verklaard door de deputatie.

Op  25/01/2022 wordt het college van burgemeester en schepenen om advies verzocht over het ingediende beroep, binnen een termijn van 50 dagen. 

Het beroepschrift omvat volgende motivering:

De omgevingsvergunning wordt afgeleverd voor op het perceel van de beroepsindiener nl. 3/E/82s, Grote Eggestraat 4, ipv op het perceel van de grondeigenaar van het project. 

De beroepsindiener concludeert hieruit dat hun perceel opgenomen werd in de projectsite, zonder hun goedkeuring. 

Verder tekenen zij beroep aan tegen het feit dat de omgevingsvergunning afgeleverd wordt op percelen die niet behoren tot het project. 

Het liggingsplan bemaling toont aan dat de bouwput deels op eigendom van de beroepindieners ligt.  De bouwput wordt tot tegen de woning aangebracht met een gevaarlijke situatie tot gevolg met risico voor schade aan de woning, gevaar voor de bewoners, afsterven beplanting. 

De bouwput zal tot tegen de feestzaal De Kwint uitgevoerd worden waardoor de nooduitgangen van het bestaande gebouw niet meer gebruikt kunnen worden.

De draagkracht van de percelen wordt ruim overschreden door dit project, wat bewezen wordt in het feit dat prive-percelen binnen de aanvraag voor de bemaling dienen opgenomen te worden om het project te kunnen realiseren. 

Advies GOA:

Door de gemeentelijke omgevingsambtenaar werden de foutief aangevraagde percelen inderdaad opgemerkt en niet weerhouden in haar adviestekst (in de aanzet). In de aanhef van de adviestekst worden volgende percelen en adressen vermeld:

Doch werden de gecorrigeerde adressen en bijhorende perceelnummers niet aangehaald in de besluitvorming van de adviestekst. Het was niettegenstaande dit feit de intentie van de GOA om de aangepaste percelen op te nemen in de vergunning.

Een bewijs van dit uitgangspunt kan gevonden worden in de documenten van het openbaar onderzoek.  Hier werden enkel bovenvermelde percelen en adressen opgenomen, zowel op de affiche, als op de brieven naar de omwonenden.
 Het feit dat alle aangevraagde percelen in de vergunning werden opgenomen is een administratieve missing. Maw het bezwaar van de beroepsindiener, dat het project niet uitgevoerd kan worden op privé-percelen, niet behorend tot de projectsite,  is correct en werd reeds gevolgd door de GOA.

Wat betreft de contouren van de bemalingsput:  De lijn van de bemaling loopt doorheen de woning van de beroepsindiener. Dit werd eveneens opgemerkt door de GOA.  Gezien dit plan enkel gerealiseerd kan worden wanneer de woning van de beroepsindiener zou afgebroken worden én het feit dat dit niet aan de orde was binnen het project, werd er vanuit gegaan dat de lijn van de bemaling als indicatief aanschouwd moest worden. Deze stelling wordt bevestigd door het feit dat de GOA enkel de percelen heeft opgenomen van de projectsite en niet van percelen buiten de projectsite.

Het feit of de draagkracht van de percelen wel of niet overschreden wordt, is een ruimtelijke kwestie wat niet behandeld wordt binnen de milieutechnische aanvraag.  Hetzelfde geldt voor de nooduitgangen van de bestaande feestzaal die enkel gebruikt kunnen worden wanneer over privé-eigendom gegaan wordt. 

GOA gaat deels akkoord met het beroep: Privé-percelen die geen overeenkomst hebben aangegaan met de bouwheer, kunnen niet meegenomen worden in de vergunning voor de bemaling, voor de uitvoering van het project.  Over de andere aangehaalde bezwaren zoals nooduitgang, draagkracht wordt geen uitspraak gedaan gezien dit geen milieutechnische kwestie is. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep deels positief te beoordelen door de privé-percelen niet te weerhouden in de vergunning wat maakt dat volgende percelen weerhouden worden: 3de afd, sectie E, nrs. 79B; 81A2; 81Z; 81S; 81C2; 82P en 81B2. 


13.

2022_CBS_00269 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00239, gelegen langs Molenweg 20 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
13.

2022_CBS_00269 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00239, gelegen langs Molenweg 20 - Goedkeuring

2022_CBS_00269 - OMV - Ongunstig advies tegen het beroep ingediend tegen omgevingsvergunning 2021/00239, gelegen langs Molenweg 20 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van het schrijven van de provincie Limburg van 31/01/2022, nl.:

“Hierbij deel ik u mee dat het beroep van Luc Deckers namens mevrouw Carina Vandeput en de heer Guido Vandeput, ingesteld tegen de beslissing d.d. 7 december 2021 van het schepencollege van Zonhoven waarbij een omgevingsvergunning werd geweigerd aan mevrouw Carina Vandeput en de heer Guido Vandeput voor het bouwen van 4 eengezinswoningen in halfopen verband en terreininrichting na afbraak van bestaande bebouwing en het vellen van bomen, te Zonhoven ter plaatse Molenweg 20, als administratief volledig en ontvankelijk wordt beschouwd. 

Het onderzoek van het beroep wordt heden gestart.

Dit beroep werd ingediend via het omgevingsloket.

Het college van burgemeester en schepenen wordt verzocht om advies uit te brengen over het ingediende beroep binnen een termijn van 50 dagen.”

 

Volgende argumentatie werd gevoegd bij het beroepsdossier:

 

Wij wensen tegen deze weigering in beroep te gaan. De weigering is niet gestoeld, noch gemotiveerd  op juridische gronden of stedenbouwkundige voorschriften. Men weigert hier enkel omdat men het project niet "wenselijk" acht . 

Als we lezen dat " wanneer men zaken blijft vergunnen op diezelfde wijze als in het verleden men nooit een gewenste verandering tot stand kan brengen " getuigt dit toch van een ongehoorde gang van zaken. Het is aan de vergunningsverlenende overheid om door middel van uitvoeringsplannen voorwaarden vast te leggen om "gewenste veranderingen" juridisch vast te leggen voor iedereen.

 

Men oordeelt dat een woondichtheid van 21/ha hier te dens is. Wel geeft men het advies eventueel te verkavelen voor 3 eenheden met respect voor de 3m tov de perceelsgrenzen. Welk verschil is er dan met dit project waar zelfs niet tot op 3m van de grens wordt gegaan ? De straat , geeft men zelf aan, is gekenmerkt door open, half-open en zelfs appartementsbouw. Het is trouwens perfect toelaatbaar dat half-open bebouwingen worden gerealiseerd in woongebied met een landelijk karakter. De huidige tendens in de (komende) wetgeving is zelfs dat men verdicht op bestaande bouwkavels om zo kavels in open gebied op te heffen ( bouwshift). In tegenstelling met de aangevoerde motieven van de ambtenaar, is het wel degelijk zo dat huidige evaluaties moeten gezien worden in het kader van TOEKOMSTIGE wetgeving.

 

Ook stel men dat " Het niet wenselijk is om een dergelijk hoge verdichting ( 21 ??) op dit gebied, grenzend aan een open groengebied en landbouwgebied te realiseren " . Welk verschil is er met 3 woningen die dan toch tot op 3 m vd perceelgrens mogen gebouwd worden ? Ons inziens is de ruimtelijke impact in deze perfect hetzelfde. Het gaat trouwens over een achterliggend gebied dat aangrenzend is aan deze klassieke straat van BESTAANDE lintbebouwing.

 

Wil de Gemeente Zonhoven met deze beslissing reeds aangeven dat me de kern van Termolen verder wil laten 'vervellen'. Ons inziens zijn in deze kern van Termolen alle voorzieningen aanwezig om als volwaardige kern ( handel, school, mobiliteit...) bestendigd te worden. Het gaat hier niet over een nieuwe ontwikkeling in open gebied maar over de vervanging van bestaande bebouwing

We zijn dan ook overtuigd dat de voorwaarden tot realisatie binnen het bestaande ruimtelijk kader aanwezig zijn en de ongemotiveerde "wenselijkheid" van de Gemeente Zonhoven (juridisch) overstijgen. We stellen dan ook alle vertrouwen in een objectieve beoordeling van de Provinciale administratie Omgeving. Een plaatsbezoek zal de meest objectieve waardemeter zijn.

 

Advies dienst:

De gemeentelijk omgevingsambtenaar (GOA) blijft bij het voorgaand standpunt en wenst hiervoor te verwijzen naar het verslag GOA d.d. 30/11/2021.

 

De GOA wenst te reageren op de beroepsargumenten door haar eerdere standpunten te herhalen en aan te vullen:

Door het oprichten van 4 woningen op het terrein wordt een woondichtheid bekomen van ca. 22 woningen per hectare. Op deze locatie – op de rand van het woongebied met landelijk karakter en grenzend aan een open groengebied en landbouwgebied - is het niet meer wenselijk een dergelijke hoge verdichtingsgraad te realiseren. Het perceel is immers niet gelegen binnen de Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt-Genk, of binnen één van de deelkernen, waar verdere verdichting wel gewenst is. 

 

We bemerken in de gemeente Zonhoven de tendens om eigendommen op te splitsen in o.a. meerdere kleine loten, ongeacht de locatie. Het betreft geen goed ruimtelijk beleid op dergelijke wijze te verdichten op slecht gelegen locaties.

De gemeente wenst deze tendens niet te ondersteunen. De gemeente Zonhoven wenst nl. uitsluitend te verdichten op de juiste locaties. Verdichting in en rond de kern/het centrum van de gemeente (dat gelegen is binnen de afbakening regionaal stedelijk gebied) heeft hierbij de absolute voorkeur. Op die locatie is dan ook een grotere verdichtingsgraad mogelijk (uiteraard steeds onder voorwaarden).

 

Ook in de deelkernen is nog steeds een vorm van verdichting mogelijk aangezien deze beschikken over een aantal voorzieningen en over openbaar vervoer (bus en/of trein). Het is echter niet de bedoeling in de deelkernen op dezelfde wijze te verdichten als in de hoofdkern.  In het beroepsschrift spreekt men van deelkern Termolen.  Het perceel waarvan sprake is echter niet gelegen binnen de deelkern Termolen, noch binnen een andere deelkern.

 

Het is niet de bedoeling om op eigendommen gelegen buiten het centrum of buiten de deelkernen te verdichten. En zeker niet op de rand van een woongebied met landelijk karakter grenzend aan een open groengebied en landbouwgebied.

 

Zoals reeds meegedeeld in voorgaand overleg wordt de Molenweg en omgeving beschouwd als ‘buitengebied’, m.n. niet gelegen binnen of nabij de afbakening regionaal stedelijk gebied/een deelkern, locatie met weinig voorzieningen, enz.

In deze omgeving wordt momenteel een maximale woondichtheid vooropgesteld van 13 wooneenheden per hectare.  

Binnen de voorbespreking van het dossier werd dan ook aangegeven dat verdere verdichting hier niet wenselijk is doch dat, gezien de omvang van het perceel, een bebouwing met 2 eengezinswoningen niet uitgesloten is omwille van de verkoopbaarheid van het terrein. De woondichtheid zou met 2 wooneenheden zo’n 10 WE/Ha bedragen (berekend op basis van perceelsoppervlakte).

De aanvraag voorziet echter in een verviervoudiging van het aantal wooneenheden t.o.v. de bestaande situatie, wat resulteert in een woondichtheid van tot 21,93 WE/Ha. De vooropgestelde woondichtheid ligt ver boven de streefcijfers waardoor de draagkracht van de omgeving ernstig geschaad wordt.

De streefcijfers worden niet gehanteerd om er geen gevolg aan te geven. De aangrenzenden moeten tevens kunnen beroep doen op de vooropgestelde woondichtheid van het gebied.

Het spreekt dus voor zich dat de gevraagde woondichtheid van 21,93 woningen per hectare te hoog is voor deze specifieke locatie.

 

In de directe omgeving hebben de meeste kavels een lage bouwdichtheid die lager of gelijk is aan de streefcijfers. De percelen die er niet aan beantwoorden hebben ook geen recente vergunningen. De links aangrenzende kavel met 2 wooneenheden, waarvoor een vergunning bekomen werd in 1996, kan niet geheel als vergund beschouwd worden aangezien een niet wenselijke afsplitsing van de oorspronkelijke kavel gebeurde en de garages niet vergund zijn.

Ongeacht de mogelijk afgeleverde vergunningen in de omgeving, werd intern beslist dat er aangesloten wordt op de huidige Vlaamse visie. De Vlaamse visie op verdichting en ontdichting en het algemeen stedenbouwkundig beleid is sterk gewijzigd de laatste jaren waardoor een verwijzing naar eerdere vergunningen niet relevant is. Daarnaast is op dit moment het Ruimtepact 2040 van de provincie Limburg in opmaak, waar specifieke kernen worden benoemd waar verdichting, in een bepaalde mate, mogelijk zal zijn.  In de gebieden gelegen buiten deze kernen wordt geen enkel groeipotentieel voorzien.   Dit stemt overeen met de visie momenteel gehanteerd binnen de gemeente Zonhoven.

In het voorontwerp van het Ruimtepact staat, in de Strategische visie, het volgende te lezen: Verdere lintbebouwing en verspreide bebouwing wordt, waar mogelijk, tegengegaan of teruggedrongen.”

 

Op dit moment wenst de gemeente dus geen nieuwe precedenten te creëren en niet verder te breien aan een gedachtengoed waar zij zich niet langer achter schaart. Door minimum gevelbreedtes/bouwkaders en maximum woondichtheden als norm aan te wenden hoopt de gemeente het verdichtingsproces te kunnen sturen richting de gewenste locaties. Stedenbouwkundige regelgeving en ruimtelijke visie zijn veranderlijke begrippen. Wanneer men zaken blijft vergunnen op dezelfde wijze als in het verleden kan nooit een gewenste verandering tot stand worden gebracht.

Hierbij kan worden aangevuld dat het hier in feite niet eens om een nieuw gedachtengoed gaat.  Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Zonhoven stelt immers dat het beleid voor deelkern zich richt naar o.a. “het maximaal vrijwaren van bebouwing van de ruimte tussen de deelruimten Centrum en Termolen zodat het aaneenrijgen van beide deelruimten niet kan plaats vinden”.  De betreffende locatie bevindt zich in de ruimte tussen deelruimten Centrum en Termolen, waarvan sprake.

 

Gezien het eigendom gelegen is in woongebied met landelijk karakter en een perceelbreedte heeft van 46,71 meter kan het eigendom wel worden voorzien van 2 eengezinswoningen in open  of halfopen verband. Hierbij wordt een woondichtheid bekomen van ca. 10 WE/Ha, hetgeen aansluit bij de huidige visie rond verdichten en ontdichten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist het ingediende beroep negatief te beoordelen en behoudt het standpunt van 07/12/2021.

14.

2022_CBS_00270 - GEB - opname vergunningenregister – Heuvenstraat 103– 2022/0003 - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
14.

2022_CBS_00270 - GEB - opname vergunningenregister – Heuvenstraat 103– 2022/0003 - Goedkeuring

2022_CBS_00270 - GEB - opname vergunningenregister – Heuvenstraat 103– 2022/0003 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Onderzoeksstudie vergunningstoestand

BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979 (inwerkingtreding 07/06/1979), gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Volgende aanvragen kregen in het verleden een positieve of negatieve uitspraak:

bouwvergunning op 15/06/1998 voor de afbraak van een woonhuis met als dossiernummer 1998/07854

Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.

KADASTRALE GEGEVENS

Het huis op perceel 871G2 werd volgens de gegevens van het kadaster opgericht in 1957.

BEWIJSVOERING

Aan de aanvraag werd een historische kadasterschets van 1969 toegevoegd.

Aan de aanvraag werd een historische luchtfoto van 19/10/1977 toegevoegd.

OVERIGE REGELGEVING 

Erfdienstbaarheden / gemene muren/ lichten en zichten

Vergunningen hebben een zakelijk karakter. Zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. 

Het is niet de taak van de administratieve overheid zich uit te spreken over het bestaan, de interpretatie en de omvang van subjectieve rechten, zoals bijvoorbeeld het bestaan van een erfdienstbaarheid / het overnemen van een gemene muur / de bepalingen inzake zichten en lichten. 

BEOORDELING

Uit de bewijsvoering blijkt dat het bestaande volume kan beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Algemeen besluit

De woning en garage kunnen beschouwd worden als zijnde hoofdzakelijk vergund op basis van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1977, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen neemt de woning met garage op in het vergunningenregister als vergund geacht, op voorwaarde dat het vergund karakter niet is tegengesproken middels een proces-verbaal of een niet anoniem bezwaarschrift, telkens opgesteld binnen een termijn van vijf jaar na het optrekken of plaatsen van de constructie.

In het geval er vergunningsplichtige handelingen werden uitgevoerd na 1977, kunnen deze niet worden beschouwd als zijnde vergund op basis van de bepalingen van artikel 4.2.14 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Artikel 2

De aanvrager zal van deze beslissing op de hoogte gebracht worden.

15.

2022_CBS_00272 - Concessie voor diensten - Organisatie foodtruckfestival 2022 - Starten procedure - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
15.

2022_CBS_00272 - Concessie voor diensten - Organisatie foodtruckfestival 2022 - Starten procedure - Goedkeuring

2022_CBS_00272 - Concessie voor diensten - Organisatie foodtruckfestival 2022 - Starten procedure - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het besluit van de gemeenteraad dd. 21 februari 2022 houdende goedkeuring selectiecriteria,  voorwaarden en gunningscriteria voor de concessie voor diensten, namelijk organisatie van een foodtruckfestival 2022.
De concessie voor diensten "Organisatie van een foodtruckfestival op het Kioskplein in Zonhoven Centrum".

Feiten context en argumentatie

Voor het aanstellen van een firma voor de organisatie van een foodtruckfestival in 2022, heeft de gemeenteraad dd. 21 februari 2022 de concessievoorwaarden, de selectiecriteria en de gunningscriteria goedgekeurd.

Er wordt voorgesteld om de procedure op te starten en de uitnodigingen voor het indienen van een kandidaatstelling te versturen aan volgende firma's:
- Magnum Opus Events, Trekschurenstraat 175 te 3500 Hasselt
- Joy Events, Larestraat 67 te 3511 Kuringen
- Hap Foodtruckfestival, Nieuwstraat 58 te 2200 Herentals

De beoordelingsjury kan als volgt worden samengesteld:
- An Buekers, cultuurbeleidscoördinator
- Luigi De Angelis, medewerker vrije tijd

Als limietdatum voor het indienen van de kandidaturen wordt 29 maart 2022 voorgesteld.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen beslist de procedure voor het aanstellen van een firma voor het organiseren van het foodtruckfestival, op te starten.

Artikel 2

Volgende firma's worden uitgenodigd om zich kandidaat te stellen als organisator van het festival:
- Magnum Opus Events, Trekschurenstraat 175 te 3500 Hasselt
- Joy Events, Larestraat 67 te 3511 Kuringen
- Hap Foodtruckfestival, Nieuwstraat 58 te 2200 Herentals

Artikel 3

De beoordelingsjury wordt als volgt samengesteld:
- An Buekers, cultuurbeleidscoördinator
- Luigi De Angelis, medewerker vrije tijd

Artikel 4

De kandidaturen dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 29 maart 2022 voor 11 uur.

16.

2022_CBS_00274 - Vlaamse Actie: 'April maand van de markt' - deelname - Vlaamse actie: "April maand van de markt" - deelname - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
16.

2022_CBS_00274 - Vlaamse Actie: 'April maand van de markt' - deelname - Vlaamse actie: "April maand van de markt" - deelname - Goedkeuring

2022_CBS_00274 - Vlaamse Actie: 'April maand van de markt' - deelname - Vlaamse actie: "April maand van de markt" - deelname - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

Nota van de dienst

Het provinciebestuur organiseert in samenwerking met de overige Vlaamse provincies en VLAIO tijdens de maand april een actie ter ondersteuning van de wekelijkse markten.

April, maand van de wekelijkse markt.

De provincie biedt  promotiemateriaal aan: A3 affiches, baches om aan nadar te bevestigen.

Een Vlaamsbrede mediacampagne: promospotjes op radio 2 + één live uitzending op een markt per provincie.  

Vlaams persmoment op 26 maart 2022 in Brugge.

Limburgs persmoment: op een Limburgse markt - datum nog te bepalen. 

Lotjes in papieren vorm en  via een app. Deze app wordt aangeboden en kan later nog voor andere gemeentelijke acties.  

Het gemeentebestuur zorgt voor 1 hoofdprijs. De kleinere prijzen worden door de marktkramers aangeboden.

Voorstel hoofdprijs: 2 overnachtingen in een glampingtent op camping Holsteenbron twv € 450, aangevuld met € 150 Zonhovenbons.  Dit is een leuke prijs die tevens de lokale handel ondersteunt. Er is slechts 1 ondernemer die glamping aanbiedt. Daar er veel bezoekers van buiten Zonhoven is dit een uitgelezen kans om de Zonhovense handel te promoten.

Er is voldoende budget voorzien.

Onder voorbehoud

Het provinciebestuur schenkt één hoofdprijs per wekelijkse markt.

Inschrijvingen moeten voor 18 maart 2022 gebeuren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen besluit goedkeuring te verlenen aan de Vlaamse actie: 'april, maand van de markt' en voorziet een hoofdprijs in de vorm van 2 overnachtingen glamping op camping Holsteenbron, aangevuld met € 150 Zonhovenbons.

17.

2022_CBS_00275 - Wegmarkeringen 2017 - definitieve oplevering - Goedkeuring

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
17.

2022_CBS_00275 - Wegmarkeringen 2017 - definitieve oplevering - Goedkeuring

2022_CBS_00275 - Wegmarkeringen 2017 - definitieve oplevering - Goedkeuring

Motivering

Verwijzingsdocumenten

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 17 oktober 2017 goedkeuring aan de gunning van de opdracht “Wegmarkeringen 2017” aan Nijs bvba, Puttestraat 11 te 3272 Messelbroek tegen het nagerekende offertebedrag van € 27.711,03 incl. btw (€ 5.819,32 Btw medecontractant).

De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 865.53 - IV 035/2017.

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 19 februari 2019 goedkeuring aan het proces-verbaal van voorlopige oplevering van 8 februari 2019, opgesteld door de Technische dienst - patrimonium.

Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 19 februari 2019 goedkeuring aan de eindafrekening, opgesteld door de Technische dienst - patrimonium.

De waarborgtermijn werd in het bestek vastgesteld op 12 maanden.

Feiten context en argumentatie

De aannemer Nijs bvba, Puttestraat 11 te 3272 Messelbroek heeft aan zijn verplichtingen voldaan.

De Technische dienst - patrimonium stelde een proces-verbaal op van definitieve oplevering, die plaatsvond op 10 maart 2022.

Uit het bijgevoegde proces-verbaal van definitieve oplevering blijkt dat er geen opmerkingen zijn.

De eerste helft (€ 700,00) van de borgtocht nr. 5017/81803-50795-34 (Borgstellingskas: CS Bank Guarantees Antwerp - 2FA1X) van € 1.390,00 werd vrijgegeven op 3 april 2019.

De tweede helft (€ 690,00) van borgtocht nr. 5017/81803-50795-34 (Borgstellingskas: CS Bank Guarantees Antwerp - 2FA1X) van € 1.390,00 mag worden vrijgegeven.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

De opdracht “Wegmarkeringen 2017” wordt definitief opgeleverd.

Artikel 2

De tweede helft (€ 690,00) van borgtocht nr. 5017/81803-50795-34 (Borgstellingskas: CS Bank Guarantees Antwerp - 2FA1X) van € 1.390,00 mag worden vrijgegeven.

18.

2022_CBS_00277 - Gemeenteraad 28 maart - Mededeling

Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig
Johny De Raeve, burgemeester; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur
Verontschuldigd
Bram De Raeve, 1ste schepen
Secretaris
Bart Telen, Algemeen directeur
18.

2022_CBS_00277 - Gemeenteraad 28 maart - Mededeling

2022_CBS_00277 - Gemeenteraad 28 maart - Mededeling

Motivering

Feiten context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen deelt de agendapunten mee aan de voorzitter van de gemeenteraad Sofie Vanoppen voor agendering op de eerstvolgende zitting van de gemeenteraad (zie bijlage).

Klik hier om de dossiers te raadplegen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Voorzitter Sofie Vanoppen roept de gemeenteraad bijeen op maandag 28 maart 2022 om 20.00 uur met als agenda de punten zoals in bijlage meegedeeld.

19.

2022_CBS_00278 - Kandidaturen en samenstelling selectiecommissie afdelingshoofd HR-Management - Goedkeuring

Goedgekeurd
19.

2022_CBS_00278 - Kandidaturen en samenstelling selectiecommissie afdelingshoofd HR-Management - Goedkeuring

2022_CBS_00278 - Kandidaturen en samenstelling selectiecommissie afdelingshoofd HR-Management - Goedkeuring
20.

2022_CBS_00279 - Samenstelling selectiecommissie deskundige HR-Management - Goedkeuring

Goedgekeurd
20.

2022_CBS_00279 - Samenstelling selectiecommissie deskundige HR-Management - Goedkeuring

2022_CBS_00279 - Samenstelling selectiecommissie deskundige HR-Management - Goedkeuring
21.

2022_CBS_00280 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

Goedgekeurd
21.

2022_CBS_00280 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming

2022_CBS_00280 - Dagelijks personeelsbeheer: beslissing algemeen directeur - Kennisneming