Terug
Gepubliceerd op 26/01/2022

2022_CBS_00045 - OMV - Vergunning - Ballewijerweg 69 - 2021/00258 - Goedkeuring

College van burgemeester en schepenen
di 18/01/2022 - 13:30 schepenzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Johny De Raeve, burgemeester; Bram De Raeve, 1ste schepen; Frederick Vandeput, 2de schepen; Johan Vanhoyland, 3de schepen; Frank Vandebeek, 4de schepen; Johan Schraepen, 5de schepen; Ria Hendrikx, voorzitter BCSD; Bart Telen, Algemeen directeur

Secretaris

Bart Telen, Algemeen directeur
2022_CBS_00045 - OMV - Vergunning - Ballewijerweg 69 - 2021/00258 - Goedkeuring 2022_CBS_00045 - OMV - Vergunning - Ballewijerweg 69 - 2021/00258 - Goedkeuring

Motivering

Feiten context en argumentatie

STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar

De aanvraag betreft het regulariseren van een fietsenberging en het bouwen van een overkapping. 

De aanvraag werd op 24/08/2021 ontvangen.

Op 22/09/2021 werd aanvullende informatie opgevraagd.

Op 02/10/2021 werd de gevraagde aanvullende informatie aangeleverd.

Op 06/10/2021 werd de aanvraag ontvankelijk en volledig verklaard.

De gewone vergunningsprocedure wordt gevolgd.

Er werd een openbaar onderzoek gehouden, lopende van 16/10/2021 tot en met 14/11/2021, gesloten zonder bezwaarschriften.

HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT

Stedenbouwkundig

  • Op 26/07/1993 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een woonhuis, door het college van burgemeester en schepenen. (1993/00113)
  • Op 13/12/2004 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een veranda, door het college van burgemeester en schepenen. (2004/09779)
  • Op 03/05/2010 werd een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd, voor het bouwen van een zwembad en poolhouse bij een eengezinswoning, door het college van burgemeester en schepenen. (2010/11702)

Uit het aanvraagdossier / de gegevens waarover de gemeente beschikt (luchtfoto…) blijkt dat op het perceel van de aanvraag een constructie aanwezig is, waarvoor geen vergunning verleend werd. Het betreft een carport in de linker zijtuinstrook.

Deze wederrechtelijk opgerichte constructie werd opgenomen in de huidige aanvraag als te regulariseren.

Milieu

Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.

OPENBAAR ONDERZOEK

Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de gewone procedure behandeld.

Er werd bijgevolg een openbaar onderzoek gehouden.

Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 16/10/2021 tot en met 14/11/2021.

Er werden geen bezwaren ingediend.

ADVIEZEN

Geen adviezen vereist.

MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.

STEDENBOUWKUNDIG ADVIES

TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN

OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN

Gewestplan

De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.

De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).

Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “Afbakening regionaal stedelijk gebied Hasselt - Genk” dat op 20 juni 2014 definitief werd vastgesteld door de Vlaamse Regering.  Er is geen bestemmingswijziging ten opzichte van het gewestplan voorzien voor dit perceel. 

Verkaveling

Het goed is gekend als lot 3 binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde verkaveling, waarvan de vergunning is afgeleverd op 31/08/1992 door het college van burgemeester en schepenen en gekend is onder nummer 7204.V.92/6. De verkavelingsvergunning is voor dit perceel niet vervallen. 

De kavel kreeg als bestemming wonen.

De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften maar niet aan de verkavelingsvoorschriften.

Daarom wordt de aanvraag verder onderzocht op basis van de bepalingen zoals voorgeschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door het decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (zgn. Codextrein).

De Codextrein voorziet wijzigingen met als doel het verruimen van de mogelijkheden om ruimtelijk rendement te optimaliseren en het versoepelen van procedures.

Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat de onverenigbaarheid van de aanvraag met de verkavelingsvoorschriften, binnen de omschrijving van een goedgekeurde en niet vervallen verkavelingen, ouder dan 15 jaar, niet langer een weigeringsgrond vormt voor de aanvraag.

Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen.

De aanvraag betreft geen van deze elementen en kan dus niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften.

Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De aanvraag wijkt af van de verkavelingsvoorschriften voor de volgende punten:

  • De breedte van de verharding voor een inrit mag aan de rooilijn max. 3m bedragen. De breedte van de  inrit bedraagt ter hoogte van de inrit ±12,50m. (1.4.1)
  • De fietsenberging werd opgericht in de linker zijtuinstrook op 1,70m van de linker perceelgrens i.p.v. op minstens 3m van de linker perceelgrens. (2.1.3)
  • De gevelbreedte bedraagt door het plaatsen van de fietsenberging tegen de woning 18,30m i.p.v. maximaal 2/3de van de maximale perceelbreedte ter hoogte van de rooilijn, namelijk 13,91m (2.1.4)
  • De fietsenberging werd uitgevoerd met een plat dak i.p.v. met een hellend dak met een hellingsgraad tussen 25° en 40°. (2.1.4)
  • Er mag slechts 1 vrijstaand achtergebouw opgericht worden. De aanvraag voorziet in een terrasoverkapping terwijl er reeds een poolhouse met overkapping aanwezig is op het terrein. (2.2)
  • De nieuwe overkapping wordt op minder dan 6m vanaf de achtergevel van de woning opgericht. (2.2)

Stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater is niet van toepassing omdat de horizontale dakoppervlakte van de nieuw te bouwen overkapping en de te regulariseren carport minder bedraagt dan 40m².

Watertoets

Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013,verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn.

Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Dit Watertoetsbesluit werd gewijzigd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011. Dit besluit is in werking getreden op 1 maart 2012.

Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd. Zoals hoger aangehaald voldoet het voorliggende ontwerp aan deze verordening. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid.

De aanvraag doorstaat de watertoets.

Archeologienota

Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceelsoppervlakte kleiner is dan 3 000m².

Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).

Overige regelgeving

Slopen

De afbraak dient te gebeuren tot in de grond en de plaats moet hersteld worden in de vorige toestand.

Aan de afbraak is geen milieuvergunningsplicht verbonden, wel dient rekening gehouden te worden met de wettelijke verplichtingen opgenomen in het milieuvergunningsdecreet, het bodemsaneringsdecreet en het materialendecreet. Vooraleer te starten met de afbraakwerken dienen de constructies volledig ontruimd te worden. De afvalstoffen die vrijkomen bij de afbraakwerken dienen selectief ingezameld te worden.

Alle bouw-, sloop- en infrastructuurwerken in open lucht dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II, hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw- , sloop- en infrastructuurwerken”, indien deze uitgevoerd worden door een aannemer.

Het verwijderen van asbest dient te gebeuren conform de bepalingen van Vlarem II Beheersing van asbest, hoofdstuk 6.4.

Grondverzet

Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet  (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.

Lichten en zichten

De aanvraag werd getoetst aan art. 675 tot en met 680 bis van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.

De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving.

Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening

OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG

De aanvraag omvat het regulariseren van een fietsenberging en het bouwen van een overkapping.

BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING 
Artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat binnen de omschrijving van een goedgekeurde, niet vervallen verkavelingen ouder dan 15 jaar onverenigbaarheid van de aanvraag met de stedenbouwkundige voorschriften niet langer een grond vormt voor weigering van de aanvraag.
De hierboven vermelde goedgekeurde, niet vervallen verkaveling is goedgekeurd dd. 31/08/1992 ( datum aanvullen ) en dus komt de aanvraag principieel in aanmerking voor deze regeling.
 Evenwel kan de afwijking niet worden toegestaan voor wat betreft voorschriften betreffende wegenis en openbaar groen. Het betreft geen van deze elementen en dus kan de aanvraag niet geweigerd worden op basis van onverenigbaarheid met de voorschriften. Tenslotte dient de aanvraag getoetst aan de goede ruimtelijke ordening.

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

1°         het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

2°         het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

Omschrijving ligging en omgeving

Het perceel van de aanvraag is gelegen aan de Ballewijerweg, een voldoende uitgeruste gemeenteweg.

De omgeving wordt gekenmerkt door voornamelijk residentiële bebouwing in open en halfopen verband.

Omschrijving van de aanvraag

Momenteel is er al een eengezinswoning aanwezig op het terrein. Rechts achteraan werd er ook een poolhouse opgericht bij het zwembad. Deze constructies en de bijhorende verhardingen zijn reeds vergund.

De aanvraag betreft het regulariseren van een fietsenberging aan de rechterzijde van de bestaande woning en het bouwen van een overkapping in de achtertuin.

Een regularisatie moet met dezelfde criteria beoordeeld worden als een nieuwe aanvraag. Het kan immers niet zijn dat de regularisatie soepeler zou beoordeeld worden om reden dat de werken reeds uitgevoerd zijn. 

Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving

Het bouwen van een fietsenberging en een overkapping is zowel in de ruime als in de onmiddellijke omgeving functioneel inpasbaar.

Mobiliteitsimpact

De aanvraag voorziet in 2 garages voor 1 woongelegenheid.

Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.

De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik, de bouwdichtheid en de visueel-vormelijke elementen

De aanvraag omvat het regulariseren van een fietsenberging en het bouwen van een overkapping. 

De fietsenberging werd reeds opgericht tegen de linker gevel op 1,70m van de linker perceelgrens en op 3,80m van de voorgevel. De constructie heeft een oppervlakte van 13,60m² en werd afgewerkt met een plat dak waarvan de dakrandhoogte 2,35m bedraagt. De fietsenberging werd uitgevoerd met bruin geïmpregneerd hout en EPDM-Folie. Vooraan en achteraan de fietsenberging werd er een schutting geplaatst. Deze zal verwijderd worden om het open karakter langsheen deze zijtuinstrook te behouden. 

Aangezien deze constructie enkel voor fietsen bedoeld is, en dit door de palen die zich middenin de constructie bevinden, kan de fietsenberging aanvaard worden. Wel dient de verharding tot aan de fietsenberging verminderd te worden tot slechts een pad met een breedte van 1m, vertrekkende vanaf de inrit (niet vanaf de rooilijn), zodat de vele verharding op het terrein verminderd wordt. Ook mag enkel de dubbele inrit, met een maximale breedte van 5m, bereikbaar zijn ter hoogte van de rooilijn, samen met een pad naar de voordeur met een maximale breedte van 1m. De overige breedte ter hoogte van de rooilijn dient ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen. De fietsenberging mag niet de functie van carport verkrijgen in de toekomst aangezien er al 2 inpandige garages aanwezig zijn bij de woning en er hierdoor meer verharding op het terrein zal aangelegd worden. 

In de achtertuin wordt er een overkapping voorzien op ±1m van de achtergevel van de woning en op 5,95m van de rechter perceelgrens. Deze heeft een oppervlakte van 12,25m² en wordt opgericht met een hellend dak waarvan de kroonlijsthoogte 2,35m bedraagt en de nokhoogte 3,21m. Dit betreft een aluminium grijze constructie met beglazing. Aangezien de overkapping wordt geplaatst op de bestaande/vergunde klinkerverharding richting het zwembad en het poolhouse zorgt dit niet voor extra verharding en hinder op het perceel. Deze constructie kan dus ook aanvaard worden op deze locatie. 

De aanvraag voorziet ook in het verwijderen van verhardingen in de tuinzone. Het betreft de verharding rechts en achteraan het poolhouse dat voor een klein deel (9m²) wordt vervangen door schors en voor het overige deel vervangen wordt door gazon. De overige perken worden omgezet van dolomiet naar boomschors met beplanting Verder worden er ook 2 perken met dolomiet verwijderd en vervangen door gazon. De totale oppervlakte aan verharding die wordt vervangen door groenaanplant bedraagt ±65m². De totale verharding/bebouwing bedraagt ±462m² op het nieuwe inplantingsplan, waardoor de verhardings-/bebouwingsgraad ±38% bedraagt en er dus voldaan wordt aan de maximale 40% die voorzien wordt in de verkavelingsvoorschriften en de voorwaarden opgenomen in de vergunning met ref. 2010/11702. Hierbij werd de achterliggende grond meegeteld aangezien deze voor onbepaalde tijd wordt gehuurd van de gemeente. Hierdoor bedraagt de totale (in rekening genomen) perceelsoppervlakte 1210m². Op deze achterliggende grond mogen geen constructies opgericht worden. Doordat er ook nog in de voorwaarden van deze vergunning zal opgenomen worden dat de verharding naar de fietsenberging beperkt dient te worden tot een beperkt pad met een maximale breedte van 1m, aantakkend op de inrit, zal de verhardingsgraad op het terrein nog verminderen. 

Er kan dus besloten worden dat zowel de te regulariseren fietsenberging als de te plaatsen overkapping onder voorwaarden kunnen aanvaard worden op het terrein aangezien ze niet voor extra hinder en verhardingen zorgen. Er wordt voldaan aan de voorwaarden die opgelegd werden in de reeds afgeleverde stedenbouwkundige vergunning met dossiernummer 2010/11702. 

Bodemreliëf

Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.

De aanvraag voldoet  aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat:

  • De breedte van de inrit maximaal 5m bedraagt ter hoogte van de rooilijn. Er mag ook nog een pad naar de voordeur voorzien worden ter hoogte van de rooilijn met een maximale breedte van 1m. De overige zones ter hoogte van de rooilijn dienen ontoegankelijk gemaakt te worden voor voertuigen.
  • Er slechts een beperkt pad voorzien wordt naar de fietsenberging met een maximale breedte van 1m, aantakkend op de inrit. De overige verhardingen gelegen voor de fietsenberging dienen verwijderd te worden en vervangen te worden door groenaanplanting.
  • Al de verhardingen dienen waterdoorlatend aangelegd te worden.
  • Op het achterliggend perceel, dat in eigendom is van de gemeente Zonhoven en gehuurd wordt door de aanvrager, geen constructies worden opgericht.

BESPREKING ADVIEZEN

Er werden geen adviezen opgevraagd.

Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

MILIEUTECHNISCH ADVIES

Niet van toepassing.

GECOÖRDINEERD EINDADVIES

Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving. 

De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning mits het opleggen van voorwaarden.

Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het regulariseren van de fietsenberging en het bouwen van een losstaande overkapping, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:

  1. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 5 meter en een beperkt pad, met een max. breedte van 1m, naar de voordeur dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater.
  2. Er mag enkel een beperkt pad voorzien worden naar de fietsenberging met een maximale breedte van 1m, aantakkend op de inrit (dus niet vanaf de rooilijn). De overige verhardingen gelegen voor de fietsenberging dienen verwijderd te worden en vervangen te worden door groenaanplanting.
  3. Al de verhardingen op het terrein dienen aangelegd te worden met waterdoorlatende materialen.
  4. Op het achterliggend perceel 453 E 2, dat in eigendom is van de gemeente Zonhoven en gehuurd word door de aanvrager, mogen geen constructies opgericht worden.
    Terrein en gelijkgrondse berm
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
    Andere voorwaarden:
  6. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

      Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar omtrent het sluiten van het openbaar onderzoek en tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.

De omgevingsvergunning omvat het regulariseren van de fietsenberging en het bouwen van een losstaande overkapping, zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.

Artikel 3

De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:

  1. Uitgezonderd de inrit met een breedte van 5 meter en een beperkt pad, met een max. breedte van 1m, naar de voordeur dient het perceel ter hoogte van de rooilijn/ voorste perceelgrens, ontoegankelijk te worden gemaakt voor voertuigen. Het hemelwater van de inrit dient opgevangen te worden op eigen terrein en mag niet afgevoerd worden naar de openbare weg. Naast de inrit dient een ruimte beschikbaar te zijn voor een mogelijk groenzone en infiltratie van het afvloeiend hemelwater.
  2. Er mag enkel een beperkt pad voorzien worden naar de fietsenberging met een maximale breedte van 1m, aantakkend op de inrit (dus niet vanaf de rooilijn). De overige verhardingen gelegen voor de fietsenberging dienen verwijderd te worden en vervangen te worden door groenaanplanting.
  3. Al de verhardingen op het terrein dienen aangelegd te worden met waterdoorlatende materialen.
  4. Op het achterliggend perceel 453 E 2, dat in eigendom is van de gemeente Zonhoven en gehuurd word door de aanvrager, mogen geen constructies opgericht worden.
    Terrein en gelijkgrondse berm
  5. Aangezien er geen wijzigingen van het terreinniveau voorzien zijn in de aanvraag, dient het bestaande terreinniveau behouden te blijven. Alle overtollige grond die vrijkomt bij het graven van de funderingen, dient verwijderd te worden via een erkende grondwerker of naar een erkende grondreinigingsplaats.
    Andere voorwaarden:
  6. In de voortuinstrook mogen geen gesloten afsluitingen geplaatst worden hoger dan 1m; 
  7. Indien vastgesteld wordt dat er straatmeubilair en/of laanbeplanting aanwezig is die dienen verplaatst en/of verwijderd te worden voor de uitvoering van deze vergunning, of bij de ingebruikname van het project, en er voor aanvang van de werken geen toelating bekomen wordt tot het verplaatsen van het straatmeubilair, moet er een gewijzigde vergunning aangevraagd worden die rekening houdt met het straatmeubilair en/of de laanbeplanting;
  8. De aanvrager is ertoe verplicht het college van burgemeester en schepenen op de hoogte te brengen van het begin van de stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie(s).

      Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.