STEDENBOUWKUNDIG EN MILIEUTECHNISCH advies - verslag GEMEENTELIJKE omgevingsambtenaar
De aanvraag betreft het verbouwen van een tweewoonst en het bouwen van een losstaande garage.
De aanvraag werd op 19 februari 2022 ontvangen en op 21 maart 2022 ontvankelijk en volledig verklaard.
De vereenvoudigde vergunningsprocedure wordt gevolgd.
Er werd geen openbaar onderzoek gehouden.
HISTORIEK VAN HET EIGENDOM WAAROP DE AANVRAAG BETREKKING HEEFT
Stedenbouwkundig
(VB_2016_60 – 21M27144)
De aanvraag werd in overleg gebracht met de gemeentelijke administratie op 9 november 2021.
“Wij hebben uw voorstellen voor de aanpassing van het dak goed ontvangen.
Is het ook de bedoeling dat de kroonlijsthoogte van 6m naar 6,30m wordt gebracht? De kroonlijsthoogte is volgens bouwplan, vergund op 10/07/2018: 6m. Met deze afwijking kunnen wij akkoord gaan. Wij kunnen niet akkoord gaan met voorstellen 1 of 2. 3 bouwlagen worden enkel nog toegestaan in de regio rond het centrum van Zonhoven. Bij voorstel 2 ligt de kroonlijsthoogte te hoog (7m?). Voorstel 3 is voor ons het beste voorstel voor de aanpassing.”
De aanvraag houdt rekening met de resultaten van het voorafgaandelijk overleg / advies.
Uit de gegevens waarover de gemeente beschikt, blijkt niet dat voor het voorwerp van de aanvraag een PV is opgesteld noch dat een meerwaarde werd opgelegd of dat op het goed een vonnis of arrest rust. Er zijn ook geen geschriften bekend waaruit zou blijken dat er wederrechtelijke werken werden uitgevoerd.
Milieu
Volgende ARAB / milieuvergunningen / meldingen werden afgeleverd op volgende percelen:
Het perceel is niet opgenomen in het Grondeninformatieregister.
OPENBAAR ONDERZOEK
Overeenkomstig artikel 17 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning en hoofdstuk 3 Toepassingsgebied van de gewone en vereenvoudigde procedure, artikels 11 t.e.m. 14 van het besluit tot uitvoering van het decreet betreffende de omgevingsvergunning, werd dit dossier volgens de vereenvoudigde procedure behandeld.
Er werd bijgevolg geen openbaar onderzoek gehouden.
ADVIEZEN
Agentschap Wegen en Verkeer
Brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg
Fluvius
MILIEUEFFECTENRAPPORTAGE
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van bijlage I, II en III van het besluit inzake projectmilieueffectrapportage van 10 december 2004 en latere wijzigingen.
STEDENBOUWKUNDIG ADVIES
TOETSING AAN DE REGELGEVING EN VOORSCHRIFTEN
OVEREENSTEMMING MET BESTEMMINGS- EN STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN
Gewestplan
De aanvraag is volgens het geldende gewestplan Hasselt - Genk, goedgekeurd bij Koninklijk besluit op 3 april 1979, gelegen in woongebied.
De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van een goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving (artikel 5 van het Koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen en latere wijzigingen).
BPA, RUP of verkaveling
De aanvraag is niet gelegen in een bijzonder plan van aanleg, noch in een ruimtelijk uitvoeringsplan, noch in een behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling.
De aanvraag voldoet principieel aan de geldende bestemmingsvoorschriften.
Vrijstelling vergunningsplicht
Bijgebouw + inritverharding
Volgens art. 2.1.11° van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, in werking getreden op 1 december 2010, is de aanvraag voor het bouwen van de garage in de achtertuinstrook zonder voorwerp. De oppervlakte van de garage bedraagt 39,6 m², de bouwhoogte bedraagt 3 meter en de garage bevindt zich op minder dan 30 m van de op te richten woning.
Het aanleggen van de strikt noodzakelijke toegangen tot de gebouwen is volgens art. 2.1.9° van dit besluit niet vergunningsplichtig. Als strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning wordt hier de verharde zijtuinstrook en een gedeelte van de voortuinstrook bedoeld met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens.
Er wordt besloten dat de aanvraag zonder voorwerp is voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater
De aanvraag valt niet onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 en latere wijzigingen, houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater omdat er geen uitbreiding plaatsvindt van de horizontale dakoppervlakte en omdat het hemelwater dat op de verharding valt niet wordt opgevangen en afgevoerd, maar op natuurlijke wijze op eigen terrein in de bodem kan infiltreren.
Riolering
Het perceel is op het zoneringplan voor riolering, goedgekeurd bij Ministerieel besluit de dato 19 september 2008, gelegen in “centrale gebied”. Een individuele voorbehandelinginstallatie (septische put) moet niet aangelegd worden.
Het advies van 23/03/2022 van Fluvius is voorwaardelijk gunstig:
“Het betreft hier de verbouwing van een tweewoonst, hiervoor verwijzen wij graag naar www.fluvius.be/aansluitingen.
Voor uw rioleringsaansluiting geven we u volgende advies:
Wij adviseren om bij (her)aanleg van de voortuin, de inrit en/of de privéwaterafvoer op het privéterrein een volledig gescheiden stelsel (vuilwater en hemelwater) te voorzien tot aan de rooilijn. Via een Y-koppeling kan dan aangesloten worden op de bestaande rioleringsaansluiting. De diameter van de afvoerbuis voor vuilwater (DWA) is 125 mm, voor hemelwater (RWA) is dit 160 mm. Conform Vlarem II zal bij de aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel in de straat ook een volledige scheiding van vuilwater en hemelwater op privéterrein verplicht zijn.
Voor alle andere vragen verwijzen wij graag naar onze website, www.fluvius.be of het algemeen nummer 078 35 35 34.
Bovenstaande informatie geven we mee onder voorbehoud van latere wijzigingen.
Mocht later bijvoorbeeld blijken dat de definitieve vermogens toch buiten de standaardnormen vallen, dan kan ons advies nog wijzigen.”
Standaardbepalingen rioleringsbeheerder Fluvius omgevingsvergunningen
Algemene bepalingen betreffende riolering en waterafvoer:
We raden aan om:
Keuring privéwaterafvoer
Door het in voege treden van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring van privéwaterafvoer verplicht vanaf 1 juli 2011. Elke rioleringsaansluiting op het openbaar saneringsnet dient een keuring van de privéwaterafvoer te ondergaan conform artikel 12, §1 van het Algemeen Waterverkoopreglement en dit bij de eerste ingebruikname van de privéwaterafvoer. Enkel de door Fluvius erkende keurders komen hiervoor in aanmerking (een lijst kan u terugvinden op de website van Fluvius: www.fluvius.be).
Watertoets
Het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003, gewijzigd door het wijzigingsdecreet Integraal Waterbeleid van 19 juli 2013, verplicht de vergunningverlenende overheid om de watertoets uit te voeren bij elke aanvraag tot omgevingsvergunning. Dit decreet vormt het juridisch kader voor het integraal waterbeleid in Vlaanderen. Het decreet bevat ook de omzetting van de kaderrichtlijn Water en de Overstromingsrichtlijn. Het voorliggende project heeft geen enkele invloed op het watersysteem, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat er geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Er dienen dan ook geen voorwaarden of maatregelen te worden opgelegd. Het ontwerp is verenigbaar met de doelstellingen van artikel 5 van het decreet integraal waterbeleid. De aanvraag doorstaat de watertoets.
Decretale beoordelingselementen
Artikel 4.3.8.§ 1. Een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voor het bouwen of
herbouwen van een constructie op een stuk grond dat door een rooilijn is getroffen, of voor
verbouwings- of uitbreidingswerken, andere dan stabiliteitswerken, aan een door een rooilijn of een achteruitbouwstrook getroffen constructie, behoudens onder de voorwaarden die worden
bepaald bij of krachtens het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de
rooilijnen.
Het perceel is gelegen langs de Beringersteenweg, een gewestweg.
Uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer blijkt dat de rooilijn gelegen is op 13m uit de
as van de weg. De aanvraag is niet in strijd met dit rooilijnplan.
Archeologienota
Conform het Onroerenderfgoeddecreet de dato 12 juli 2013 en latere wijzigingen is geen bekrachtigde archeologienota verplicht voor de aanvraag gezien de perceeloppervlakte kleiner is dan 3 000m². Indien men niet verplicht is tot het opstellen van een archeologienota en tijdens de uitvoering komen er toch archeologische sporen of vondsten aan het licht, dan dient de bouwheer dit te melden binnen de 3 dagen aan het agentschap Onroerend Erfgoed (www.onroerenderfgoed.be).
Overige regelgeving
Decreet rookmelders
Het decreet van 10 maart 2017, houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft, bepaalt dat alle woningen in Vlaanderen moeten uitgerust worden met correct geïnstalleerde rookmelders of dienen te beschikken over een branddetectiesysteem.
De voorliggende aanvraag voldoet hieraan gezien er een rookmelder geplaatst wordt in de zithoek en de keuken voor de gelijkvloerse woonentiteit en in de hal, de living en de nachthal voor de woonentiteit op de verdieping.
Energiedecreet
De aanvraag dient te voldoen aan het energiedecreet van 8 mei 2009 en het energiebesluit van 19 november 2010 en hun latere aanvullingen en wijzigingen.
Grondverzet
Uit het ingediende dossier blijkt niet dat een grondverzet (met aanvoer/ afvoer) van meer dan 250m³ zal plaatsvinden. De regelgeving omtrent grondverzet is niet van toepassing.
Lichten en zichten
De aanvraag werd getoetst aan art. 3.132 van het burgerlijk wetboek dat bepalingen bevat inzake zichten en lichten op een naburig erf.
4 FEBRUARI 2020. - Wet houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek, inwerkingtreding 01/09/2021
HOOFDSTUK 3. - Wettelijke erfdienstbaarheden
Afdeling 2. - Afstanden
Art. 3.132. Afstanden voor vensters, muuropeningen en soortgelijke werken
§ 1. De eigenaar van een gebouw mag vensters met doorzichtige beglazing, muuropeningen, balkons, terrassen of soortgelijke werken aanbrengen voor zover deze op een rechte afstand van minstens negentien decimeter van de perceelsgrens zijn aangebracht. Deze afstand wordt gemeten met een loodrechte lijn op de dichtste plaats aan de buitenkant van het venster, de muuropening, het balkon, het terras of soortgelijke werken tot aan de perceelsgrens.
In of op een gemene muur kan een eigenaar geen vensters, muuropeningen, balkons, terrassen of soortgelijke werken aanbrengen.
§ 2. De nabuur kan de verwijdering vorderen van de werken die in strijd met deze afstand zijn opgetrokken, behalve indien:
1° hierover een akkoord bestaat tussen de buren;
2° zijn perceel op het ogenblik van de oprichting ervan tot het openbare domein behoorde of een onverdeeld goed was dat accessoir was aan het gebouw waarvan het betrokken werk deel uitmaakt;
3° de werken geen enkel risico voor het privéleven en het goede nabuurschap kunnen opleveren, bijvoorbeeld omdat het uitzicht niet verder reikt dan negentien decimeter vanaf deze werken;
4° het venster, de muuropening, het terras, het balkon of de soortgelijke werken zich al minstens dertig jaar op de betrokken plaats bevinden.”
De aanvraag is in strijd met deze bepalingen van het burgerlijk wetboek omdat het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping niet overal een afstand van minstens negentien decimeter van de perceelsgrens houdt. Om ook de privacy op het rechter aanpalende perceel te garanderen zal als voorwaarde bij de omgevingsvergunning worden opgenomen dat het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping minimum 2,5 meter van de rechter dakrand moet blijven en dat voor het overige het terras moet aangelegd worden zoals voorzien op de plannen.
De aanvraag is verenigbaar met de regelgeving mits de opgelegde voorwaarden worden nageleefd
Toetsing AAN DE goede ruimtelijke ordening
OMSCHRIJVING VAN DE FEITELIJKE AANVRAAG
De aanvraag omvat het verbouwen van een tweewoonst.
BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING
De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:
1° het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;
2° het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;
Omschrijving ligging en omgeving
Het perceel van de aanvraag is gelegen langs de Beringersteenweg, een gewestweg. De bebouwing in de omgeving is sterk variërend. In de omgeving komen zowel meergezinswoningen alsook residentiële woningen in open, halfopen als gesloten verband voor. Deze al dan niet gecombineerd met handelsfuncties (detailhandel).
Omschrijving van de aanvraag
De aanvraag heeft betrekking op het verbouwen en renoveren van een reeds eerder vergunde tweewoonst, bestaande uit een gelijkvloers appartement en een duplex appartement op de eerste verdieping en onder dak. De vergunde werken met dossiernummer OV/2018/00057 en met omgevingsloketreferentie OMV_2018036752 werden nog niet volledig uitgevoerd. Deze omgevingsvergunning zal pas vervallen op 10 juli 2023.
De bouwheer wenst het bestaande gebouw te verbouwen tot twee appartementen, m.n. 1 appartement op het gelijkvloers en 1 appartement op de eerste verdiep. In plaats van een gebouw met een schuin dak op te richten voorziet het ontwerp twee bouwlagen en een plat dak.
Het ontwerp voorziet tevens in het oprichten van een garage van 40m² met bijhorende inrit in steenslag. Zoals hierboven reeds aangehaald is de aanvraag zonder voorwerp voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens. Hierover wordt dan ook geen uitspraak gedaan.
Tenslotte wordt er in de voortuin nog een verharding in grasklinkers voorzien met een oppervlakte van 79,34m² waarop 2 parkeerplaatsen worden voorzien.
Functionele inpasbaarheid in de onmiddellijke en ruime omgeving
De functie wonen is functioneel inpasbaar in de omgeving, er werd in het verleden een vergunning verleend voor een meergezinswoning.
Mobiliteitsimpact
Het parkeren gebeurt op eigen terrein. Er worden 3 parkeerplaatsen voorzien voor twee
woonentiteiten. Het aantal autostaanplaatsen/ garages stemt overeen met het aantal woongelegenheden à rato van 1,5 per wooneenheid.
De schaal van de voorgenomen werken, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid
De aanvraag betreft het verbouwen van een gebouw tot twee appartementen, m.n. 1 appartement op het gelijkvloers en 1 appartement op de eerste verdiep. In plaats van een gebouw met een schuin dak op te richten voorziet het ontwerp twee bouwlagen en een plat dak.
De toegang tot de gelijkvloerse woongelegenheid is voorzien in de linker zijgevel, binnen de 8,22 meter vanaf de voorgevel. Deze woongelegenheid kan gebruik maken van het achterliggende terras en tuinzone die bereikbaar zijn vanuit de keuken en de berging.
Het tweede appartement bevindt zich op de eerste verdieping. De toegang tot deze woongelegenheid bevindt zich aan de rechter voorzijde van het gebouw. De buitenruimte van deze woongelegenheid situeert zich ter hoogte van de achtergevel en is toegankelijk via een gang vanuit de keuken.
Behoudens het voorzien van een plat dak en het verhogen van de kroonlijsthoogte wijzigt er niets aan het volume van het gebouw. De maximale bouwbreedte bedraagt dan ook 11,14 meter, de bouwdiepte op het gelijkvloers 19 meter en op de verdieping 13,86 meter. De kroonlijsthoogte (bovenkant kroonlijst) bedraagt nu 6,70 meter ten opzichte van het maaiveld. De voorgestelde kroonlijsthoogte sluit aan bij de aanwezige bebouwing in de omgeving.
Tenslotte wordt er in de voortuin nog een verharding in grasklinkers aangelegd met een oppervlakte van 79,34m² waarop 2 parkeerplaatsen worden voorzien. Na het aanleggen van de grasklinkers, het oprichten van de garage met bijhorende toegang en keerzone blijft er nog voldoende onbebouwde en onverharde ruimte over op het eigendom om aan te leggen als kwalitatieve buitenruimte.
Visueel-vormelijke elementen
Het materiaalgebruik voor de gevraagde constructie, nl. witte crepi voor de gevels is niet afwijkend van datgene wat in de ruime omgeving voorkomt en is aanvaardbaar.
Bodemreliëf
Het bestaande terreinniveau blijft behouden. Een strook van 1m langsheen de perceelsgrenzen mag bij eventuele terreinwijzigingen nooit hoger gebracht worden dan het niveau van de aanpalende percelen.
Hinderaspecten met betrekking tot gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen
Er wordt geen hinder verwacht door voorliggende aanvraag met betrekking tot de gezondheid, het gebruiksgenot en de veiligheid in het algemeen indien wordt voldaan aan de voorwaarde m.b.t. het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping. Dit terras moet minimum 2,5 meter van de rechter dakrand blijven en voor het overige moet het terras aangelegd worden zoals voorzien op de plannen.
De aanvraag voldoet aan de criteria voor de goede ruimtelijke ordening in de onmiddellijke en ruime omgeving op voorwaarde dat het terras voorzien op het plat dak van de gelijkvloerse verdieping minimum 2,5 meter van de rechter dakrand blijft en dat voor het overige het terras aangelegd wordt zoals voorzien op de plannen.
BESPREKING ADVIEZEN
Op 23 maart 2022 verleende Fluvius een voorwaardelijk gunstig advies, zoals hierboven reeds weergegeven.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 4 april 2022 verleende het Agentschap Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Hierbij stuur ik u het advies van mijn afdeling. Gelieve mij een afschrift van de beslissing toe te sturen.
INLICHTINGEN EN BEPERKINGEN
1. Vastlegging ten opzichte van de bestaande as van de gewestweg (N0720001 van 0.0 +91 tot 0.1 +3):
Publiciteit:
2. Constructie voor rooilijn
De parkings op privégrond dienen ingepland te worden achter de voorgeschreven rooilijn.
3. Constructie in zone van achteruitbouw
4. Constructie op of over openbaar domein
Het is niet toegestaan om losse, kleinschalige materialen (zoals dolomiet, grind,…) te gebruiken op het openbaar domein.
5. Toegang
6. Mobiliteitsimpact
BESLUIT
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven aandachtspunten.
AANDACHTSPUNTEN GEWESTWEG
Zie advies.”
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Op 4 mei 2022 verleende de brandweer Hulpverleningszone Zuid-West Limburg een voorwaardelijk gunstig advies, nl.:
“Beschrijving van het gebouw
De aanvraag betreft een gebouw met 2 bouwlagen waarbij iedere bouwlaag een appartement is. Het appartement op de verdieping heeft een eigen inkom.
Conform het KB van 7 juli 1994 en latere wijzigingen tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, gaat het om een Laag gebouw.
Van toepassing zijnde wetgeving
Het advies werd opgemaakt rekening houdend met het K.B. van 7 juli 1994, gewijzigd door het K.B. van 19 december 1997 en door het K.B. van 4 april 2003 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen, bijlage 1 terminologie, bijlage 2/1 lage gebouwen, bijlage 5/1 reactie bij brand van materialen en bijlage 7 Gemeenschappelijke bepalingen.
Het decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat het verbeteren van de brandveiligheid door het algemeen invoeren van optische rookmelders voor woningen betreft d.d. 10 maart 2017 en latere wijzigingen.
Bovenstaande wetgeving is integraal van toepassing. Steeds moeten de strengste eisen weerhouden worden. Zonder volledig te willen zijn, worden in dit verslag de voornaamste richtlijnen hernomen.
Opmerkingen
Algemene eisen vertrekkende van het KB van 07 juli 1994 en latere wijzigingen
| Structurele elementen van het dak | Overige structurele elementen |
Boven Ei Meerdere bouwlagen |
R 30 (*) |
R 60 |
Tabel 2.1 - Brandweerstand van structurele elementen.
(*) Geen eisen voor de structurele elementen van het dak indien het aan de binnenkant beschermd is door middel van een bouwelement EI 30.
Er worden geen eisen voor brandweerstand gesteld aan de structurele elementen van open parkeergebouwen (art 1.13 bijlage 1 terminologie) waarvan de horizontale wanden REI 60 bezitten.
Zij hebben aan hun boveneind een degelijke verluchting. De vrije verluchtingsdoorsnede van de koker is minstens gelijk aan 10% van de totale horizontale doorsnede van de koker, met een minimum van 4 dm². (Uitvoering 1) De vrije verluchtingsdoorsnede kan uitgerust worden met gemotoriseerde verluchtingskleppen waarvan de opening als volgt bevolen wordt:
Indien de vrije verluchtingsdoorsnede van een koker uitgerust is met een gemotoriseerde verluchtingsklep, moeten de eventuele gasleidingen in deze koker beantwoorden aan de voorschriften van de NBN D 51-003 voor de leidingen en verbindingen in een niet-verluchte technische koker.
Deze kokers mogen in de trappenhuizen gebouwd worden.
In de uitvoeringen 2 en 3 moeten de kokers niet verlucht zijn. (KB 7/7/94 en latere wijzigingen – art. 5.1.5.1).
Een afschrift van deze keuringsverslagen moet digitaal aan de brandweer worden overgemaakt.
De bepalingen betreffende de weerstand tegen brand van bouwelementen (REI), moeten toegepast worden volgens de norm NBN EN 13501-2 en 3, waarbij NBN EN 1363 algemeen, NBN EN 1364 niet dragende elementen, NBN EN 1365 dragende elementen, NBN EN 1366 technische uitrustingen, NBN EN 1634 deuren en luiken, NBN EN 13381 bijdrage aan brandwerendheid.
De bepalingen betreffende de reactie tegen brand (ontvlambaarheid, vlamvoortplantingssnelheid) van bouwmaterialen, moeten toegepast worden volgens het KB 07.07.1994 en latere wijzigingen - bijlage 5/1.
Besluit
De hulpverleningszone Zuid-West Limburg geeft een GUNSTIG brandweeradvies mits naleving van hogervermelde voorwaarden en opmerkingen.
Op het ogenblik van de beëindiging van de werken, dient de aanvrager de preventieafgevaardigde van de betreffende brandweerpost hiervan in te lichten, ten einde de burgemeester op de hoogte te kunnen brengen van het feit of er al dan niet aan de opgelegde brandvoorkomingsmaatregelen gevolg werd gegeven. Gelieve bij elke correspondentie de nummering onder “ons kenmerk” te vermelden.
De gemeentelijke omgevingsambtenaar sluit zich aan bij dit advies. De voorwaarden en opmerkingen gesteld in het advies zoals hoger aangehaald, dienen gevolgd te worden.
Uit de bovenstaande motivering blijkt dat de schaal en het uiterlijk van de voorgenomen werken op voldoende wijze ruimtelijk inpassen in de onmiddellijke en ruime omgeving, dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet wordt overschreden en dat de voorziene verweving van functies de aanwezige of te realiseren bestemmingen in de onmiddellijke omgeving niet in het gedrang brengen noch verstoren. De aanvraag is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening mits naleving van de opgelegde voorwaarden.
MILIEUTECHNISCH ADVIES
Niet van toepassing.
GECOÖRDINEERD EINDADVIES
Uit bovenstaande motiveringen blijkt dat de aanvraag in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen inzake milieu en ruimtelijke ordening, en dat het voorgestelde ontwerp verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening en met zijn onmiddellijke omgeving.
De aanvraag is vatbaar voor een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een tweewoonst mits het opleggen van voorwaarden.
De aanvraag voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens is zonder voorwerp, gezien deze constructies niet vergunningsplichtig zijn.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
Bijgevolg adviseert de omgevingsambtenaar het dossier voorwaardelijk gunstig voor het verbouwen van een tweewoonst zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan de aanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.
Het college van burgemeester en schepenen volgt integraal het advies van de gemeentelijk omgevingsambtenaar tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het afleveren van een omgevingsvergunning met voorwaarden aan de aanvrager.
De aanvraag voor de bouw van de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens is zonder voorwerp, gezien deze constructies niet vergunningsplichtig zijn.
Er wordt geen uitspraak gedaan over de garage in de achtertuin en de strikt noodzakelijke toegang tot de garage en de woning met een maximale breedte van 3m gemeten vanaf de linker perceelsgrens omdat deze werken vallen onder toepassing van het vrijstellingsbesluit zoals hoger omschreven.
De omgevingsvergunning omvat het verbouwen van een tweewoonst zoals voorgesteld op de voorgebrachte plannen die als bijlage aan deze omgevingsaanvraag zijn verbonden en voor zover rekening gehouden wordt met de gestelde voorwaarden.
De omgevingsvergunning wordt aldus afgegeven onder volgende voorwaarden:
Deze vergunning stelt de aanvrager niet vrij van het aanvragen en verkrijgen van eventuele andere vergunningen of machtigingen.